CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 Bestemmingsplan - Achtergronddocumenten bij het MER

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Bijlagen 2 t/m 24 - Bijlagen bij bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 202026.729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

een aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan(2),

een (openbare) overeenkomst met de betreffende overheid, of

een raadsbesluit (3).

Betrokken partijen streven ernaar om, voor zover mogelijk, de projecten nader uit te werken overeenkomstig de uitgangspunten van de nieuwe gebiedsvisie Veerse Meer. Waar dit niet mogelijk blijkt, geldt het principe ‘agree to disagree’. Ook geldt dat een dergelijk plan of project alleen dan onder het vigerende beleid tot uitvoering kan worden gebracht, als de gemeenteraad hiervoor uiterlijk op 1 augustus 2022 op basis van de vigerende beleidskaders een bestemmings- of omgevingsplan heeft vastgesteld of een omgevingsvergunning heeft verleend. In het geval dit vaststellingsbesluit door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State vervolgens wordt vernietigd, waardoor de gemeenteraad pas na 1 augustus 2022 een vervangend of gewijzigd vaststellingsbesluit vaststelt, valt ook dat nieuwe vaststellingsbesluit onder het overgangsbeleid, maar alleen (in het geval van een bestemmingsplan of de aanvraag van een omgevingsvergunning) als het gebaseerd is op het oorspronkelijke (vóór 1 augustus 2020 vastgestelde) ontwerpbesluit. Als een plan of project in deze categorie niet aan alle hierboven genoemde voorwaarden voldoet, zal het worden beoordeeld op basis van het op 1 augustus 2022 geldende beleid. In Tabel 2 zijn de projecten die aan de voorgestelde de criteria van een pijplijnproject voldoen, licht- en donkergeel gekleurd.

Een aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan (aanvraag voor het buitenplans afwijken van een bestemmingsplan) is een aanvraag gebaseerd op artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3 van de Wabo. Bij een dergelijke aanvraag moet gemotiveerd worden dat de omgevingsvergunningsaanvraag voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. De aanvraag moet voorzien zijn van een ruimtelijke onderbouwing. 2

Een raadsbesluit betekent dat de gemeenteraad in een formele zitting besloten heeft dat een voorgenomen initiatief gewenst is en dat de initiatiefnemer wordt uitgenodigd het betreffende initiatief verder uit te werken tot een aanvraag omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan of in een bestemmingsplan. 3

Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020

- 24 -

Overige Initiatieven Voor de overige plannen en projecten geldt dat deze overeenkomstig de uitgangpunten en kaders van de nieuwe gebiedsvisie Veerse Meer worden gerealiseerd. Dit geldt eveneens voor nieuwe plannen en projecten die nog niet in onderstaande tabel zijn opgenomen. Deze overige initiatieven zijn in deze tabel roze, rood en donkerrood gekleurd.

Tabel 2: Overzicht van de op 1 april 2020 bekende ruimtelijke projecten en initiatieven, in en rond het Veerse Meer.

Project of initiatief

Deelgebied

Eenheden verblijfsrecreatie huidig gewenst aantal aantal saldo

Status (1)

Camping 't Veerse Meer Wolphaartsdijk De Veerse Kreek Wolphaartsdijk Felixkade fase 1 Kamperland Harbour Village Middelburg Oranjeplaat (hotel en appartementen) Middelburg Waterpark Veerse Meer (5) Middelburg Zeeuws Goedt Schotsman Botterlaan Kortgene Delta Marina Kortgene Havenkwartier Kamperland Loswal Uithaven Kamperland Opwaardering jachthaven Oostwatering Veere Beurtschipperstraat Kortgene Camperpark Zeeland Schotsman Camping De Paardekreek Kortgene RCN De Schotsman Schotsman Snackpoint Wimpie Schotsman Watersportcentrum De Schotsman Schotsman Doorontwikkeling Waterpark Veerse Meer (6) Middelburg Camping Kruitmolen Middelburg Herontwikkeling Oranjeplein Veere Bungalows Spuiweg Kortgene De Zuidschor Wolphaartsdijk De Zuidvliet Wolphaartsdijk Felixkade fase 2 Kamperland Herbestemming Mijnenmagazijn Veere Hoogspanningskabel Windpark IJmuiden-Ver Veerse Meer Inpassing scoutcentrum Veere Rotatie vliegbaan Middelburg Landhuizen spuiweg Kortgene MTB-route Veere Natuurbegraafplaats Veere N 3453, 3454 Veere Natuurontwikkeling Bastion-Veerse Dam + wandelroute Veere Natuurontwikkeling Goudplaat Veerse Meer NCC De Zandkreek Kortgene Plan Zwemer Kamperland Spuibos Kamperland Surfschool Veerse Dam Schotsman Uitbreiding strandje Veerse Dam Veere Veerdam Kamperland (1)

Legenda

Totaal: Bestemmingsplan in uitvoering of gerealiseerd Bestemmingsplan vastgesteld, maar nog niet in uitvoering (Ontwerp) bestemmingsplan in procedure Anterieure overeenkomst (Raadsbesluit) Voorontwerp bestemmingsplan Plan bestuurlijk gedragen (College schriftelijk of mondeling akkoord) Verkenning gestart

(5)

Waterpark Veerse Meer: uitvoering is gestopt omdat de initiatiefnemer het huidige bestemmingsplan wenst te vervangen door een nieuw bestemmingsplan, getiteld: Doorontwikkeling Waterpark Veerse Meer (6).

Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020

(2)

(3)

(4)

700 280 24 80 108 1.337 7 0 0 14 30 557 20 152 510 1.070 0 3 0 25 0 0 0 0 0 0 0 45 0 0 0 0 0 0 60 0 0 1 0 0 5.023

700 280 24 80 108 0 7 20 0 14 30 570 20 177 510 1.070 0 3 895 175 52 4 66 28 72 15 0 45 0 8 0 0 0 0 60 80 0 1 0 5 5.119

0 0 0 0 0 -1.337 0 20 0 0 0 13 0 25 0 0 0 0 895 150 52 4 66 28 72 15 0 0 0 8 0 0 0 0 0 80 0 0 0 5 96

(2)

huidig: aantal eenheden dat conform het huidige bestemmingsplan in uitvoering, c.q. gerealiseerd is. (3)

nieuw: aantal eenheden dat het desbetreffende initiatief of project in totaal wenst te realiseren. (4)

saldo: het verschil tussen wat de initiatiefnemer wenst en wat nu al in uitvoering, c.q. gerealiseerd is.

- 25 -

3.5

Regie op uitvoering en handhaving

Met het af te sluiten convenant rond de gebiedsvisie Veerse Meer, zal ingezet moeten worden op heldere afspraken over het realiseren van de verschillende onderdelen van de visie, onder meer via de omgevingsplannen van de gemeenten en een gezamenlijke programma-aanpak. Een centrale regie en coördinatie hieromtrent ontbreekt momenteel, maar is essentieel; een visie alleen werkt niet. De huidige situatie Om de realisatie van de vorige gebiedsvisie ‘Rondom het Veerse Meer’ van 2004 te begeleiden, was destijds een stuurgroep ingericht van de betrokken overheden en hun maatschappelijke partners. Ambtelijk was er een coördinatiegroep, met als vaste kern de regiegroep (ambtenaren van de vier gemeenten, het waterschap, de provincie en Rijkswaterstaat), wisselend aangevuld met de projectleiders van de uitvoeringsprojecten en contactpersonen van andere betrokken organisaties. Dit overleg- en coördinatieorgaan is tot ca najaar 2012 actief geweest. Verschillen in inzichten over de bebouwing aan het Veerse Meer, opeenvolgende personele bestuurswisselingen, weinig initiatieven (om ambtelijk en bestuurlijk te toetsen) door bouwcrisis, maakten dat gaandeweg het cement tussen de samenwerkingspartners verbrokkelde.

Partijen die betrokken zijn bij Fase 1 van de ontwikkeling van de nieuwe gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 vragen zich af hoe het besef van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en de noodzaak van samenwerking in de toekomst beter kan worden geborgd. Zij denken dat voor het bereiken van echte resultaten veel gezamenlijke inzet en eensgezindheid nodig is. Alleen dan kan na ondertekening van het gebiedsvisieconvenant effectief gewerkt worden aan de geformuleerde doelen en uitgangspunten. De kwaliteit en vitaliteit van het Veerse Meer gebied vragen immers continue aandacht. Voor 1999 was het Recreatieschap Veerse Meer de belangrijkste beheerder, coördinator en regievoerder in het gebied, natuur- en dagrecreatieterreinen waren in beheer bij Staatsbosbeheer. Na die tijd werden de beheerstaken hoofdzakelijk uitgevoerd door het waterschap, maar deels ook door de omliggende gemeenten en de provincie. Juist op het terrein van toezicht en handhaving bleven, en blijven ook nu nog, veel taken liggen. De Gebruikersraad Veerse Meer is al geruime tijd het platform waar overheden, maatschappelijke organisaties, ondernemers, inwoners en recreanten elkaar spreken over het beheer van het Veerse Meer. Veel leden van de Gebruikersraad zijn ook actief bij dat beheer betrokken en de institutionele leden dragen financieel bij aan bepaalde activiteiten en projecten.

Momenteel voert de raad besprekingen over een nieuw samenwerkingsconvenant dat januari 2021 zou moeten ingaan. De intentie is om de afspraken in dat convenant nauw af te stemmen met de nieuwe gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030. Elementen voor de toekomstige regievoering Een aantal beleidsdoelen die specifiek in de gebiedsvisie moeten terugkomen zijn om: •

Het aanspreekbaar zijn op het tijdig uitvoeren van de convenantafspraken, waaronder de doorwerking van de gebiedsvisie in de gemeentelijke omgevingsplannen dan wel provinciale verordening, het aangaan van samenwerkingsverbanden, het initiëren en uitvoeren van uitvoeringprogramma’s, het toezien en handhaven van gebods- en verbodsbepalingen, etc.

•

Het ontwikkelen van een gezamenlijke beeldkwaliteit voor het gehele gebied wat betreft inrichting openbare ruimte en het tot uitvoering brengen daarvan.

•

Het in gezamenlijkheid bespreken/beoordelen van nieuw te ontwikkelen initiatieven op vlak van toegevoegde waarde en onderscheidendheid t.a.v. bestaand aanbod, op gebiedsniveau.

•

Het tussen de overheden afstemmen en implementeren van een verbeterde (recreatieve) infrastructuur voor verkeer en (openbaar) vervoer rond het Veerse Meer in verband met de huidige overbelasting van het wegennet, o.m. ook qua ontsluiting jachthavens en dagrecreatieterreinen, richting de badplaatsen aan de kust.

•

Het borgen van de toegankelijkheid van de publieke ruimte voor diverse vormen van recreatie op land en te water, zoals aanlegsteigertjes, openbare trailerhellingen, strandjes, het verwijderen van hinderlijke oesters om zwemlocaties veiliger te maken, de fiets- en wandelinfrastructuur (fietsrondje om het Veerse Meer),

Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020

- 26 -

verkeersinfrastructuur, faciliteiten voor duikers, hangplekken voor jongeren, eventuele monitoring op gebiedsniveau (b.v. RWS monitoring vaarbewegingen, waterkwaliteit), fondsvorming, etc. •

Het met Rijkswaterstaat afstemmen van ontwikkelingen rond de Veerse Dam in verband met de Landschapsvisie Deltadammen en het mogelijke tracé van de stroomkabel van Tennet.

•

Het tussen de overheden afstemmen en implementeren van oplossingen die leiden tot een verbeterde circulatie van zuurstofhoudend water in het westelijk deel van het Veerse Meer.

Regie kan op diverse wijze worden georganiseerd, waarbij de uitgangspunten in ieder geval worden gevormd door: •

een convenant met heldere afspraken tussen overheden en maatschappelijke partners over hoe om te gaan met deze gebiedsvisie en

•

borging daarvan in provinciale verordening en gemeentelijke omgevingsplannen die door respectievelijk provinciale staten en gemeenteraden moeten worden vastgesteld.

Aanvullend kan hieraan een gezamenlijke organisatievorm worden gekoppeld. Te denken valt aan de volgende varianten: 1) Een toetsingscommissie Er vindt jaarlijks bestuurlijk overleg plaats tussen de convenantpartijen (overheden en hun maatschappelijke partners). Zij laten zich daarbij adviseren door een door hen ingestelde onafhankelijke toetsingscommissie, bestaande uit deskundigen in de voor de gebiedsvisie relevante inhoudelijk onderwerpen. Deze commissie toetst de besluiten en activiteiten van de convenant partners en adviseert de convenantpartijen over de uitkomst daarvan. De convenantpartijen zijn vrij om het toetsingsadvies al dan niet, dan wel in aangepaste vorm, op te volgen. Besluitvorming vindt uiteindelijk plaats door gemeenteraden. 2) Een overlegorgaan Deze wordt gevormd naar voorbeeld van de Zeeuwse Stuurgroep Kust en bestaat uit bestuurders van de convenantpartijen (overheden en hun maatschappelijke partners, waaronder de Gebruikersraad Veerse Meer) en staat onder voorzitterschap van de provincie Zeeland. De stuurgroep komt tweemaal per jaar bij elkaar. Zij wordt ondersteund door een ambtelijke werkgroep, die als opdracht heeft om: − informatie uit te wisselen tussen convenantpartijen over aan de gebiedsvisie gerelateerde ontwikkelingen, −

de uitvoering van het afsprakenkader te stimuleren, te begeleiden en te monitoren,

−

hierover naar de stuurgroep te rapporteren.

Aan de hand van de rapportages van de ambtelijke werkgroep evalueert de stuurgroep de totstandkoming van de gezamenlijke ambities en besluit desgewenst tot aanvullende gemeenschappelijke acties, dan wel aanpassing van het afsprakenkader. Besluitvorming vindt uiteindelijk plaats door gemeenteraden. 3) Een uitvoeringsorganisatie Deze bestaat uit een bestuur en een ambtelijke werkgroep, beide geformeerd uit vertegenwoordigers van de convenantpartijen (overheden en hun maatschappelijke partners). De rechtsvorm zou die van een stichting kunnen zijn. Desgewenst vormt het bestuur van de uitvoeringorganisatie een personele unie met de Gebruikersraad Veerse Meer. De uitvoeringsorganisatie heeft als opdracht om in het kader van de gebiedsvisie Veerse Meer projecten te entameren, te regisseren en te coördineren. De uitvoeringsorganisatie is gemandateerd om de convenantpartijen aan te spreken op het nakomen van de convenantafspraken, inclusief het beschikbaar stellen van middelen om tot een succesvolle uitvoering van projecten te komen. Het bestuur evalueert halfjaarlijks de voortgang en stelt aan de hand daarvan de prioriteiten en bij uitvoeringsstrategieën bij.

Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020

- 27 -

Bijlage 1 – Schematische weergave toekomstige uitbreiding en nieuwvestiging 

Bestaande vestigingen Binnen bestaande bebouwingscontouren in een aandachtsgebied

Aandachtsgebied

Aandachtsgebied

Bebouwingscontour

Bebouwingscontour Nieuwvestiging

Inbreiding

Buiten bestaande bebouwingscontouren in een aandachtsgebied

Aandachtsgebied Uitbreiding

Aandachtsgebied Nieuwvestiging

Uitbreiding Bebouwingcontour

Buiten een aandachtsgebieden

Nieuwe vestigingen

Geen uitbreiding mogelijk

Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020

Nieuwvestiging Bebouwingscontour

Alleen tijdelijke voorzieningen

- 28 -

Bijlage 2 – Eerste globale beschrijving aandachts- en beschermingsgebieden

Figuur 10 Globale situering van de rode en oranje aandachtsgebieden en de groene en blauwe beschermingsgebieden.

Onderstaande beschrijving van aandachts- en beschermingsgebieden is een eerste schets van de situatie, welke geen concrete garanties biedt voor hoe een gebied uiteindelijk vorm zal krijgen o.b.v. een nog te ontwikkelen integrale visie door betrokken stakeholders. Veerse Gat Dam De Veerse Gat Dam is een cultuurhistorisch deltawerk dat het Veerse Gat afsloot van het open water, waardoor het Veerse Meer ontstond. De dam ligt op het grondgebied van de gemeenten Veere en NoordBeveland. Het is een robuuste waterkering, wat kenmerkend is voor de Deltawerken. De dam scheidt het Noordzeestrand van het Veerse Meer. Verbinding is er via wandelbruggen. Op/bij de Veerse Gat Dam is alleen dagrecreatie mogelijk, geen verblijfsrecreatie. Op het Veerse deel van de dam ligt aan de ‘zeezijde’ een openbare parkeerplaats met daarbij twee horecagelegenheden. Aan de ‘meerzijde’ zijn ook openbare parkeerplaatsen en een strandje. Ter uitvoering van de Zeeuwse Kustvisie ontwikkelt Rijkswaterstaat samen met stakeholders de ‘Landschapsvisie Deltadammen’, waarin aandachtspunten en kansen voor de Dam worden benoemd.

Figuur 10: Veerse Gat Dam

Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020

- 29 -

Ooster-Nieuwlandpolder e.o. Het gebied tussen de Veerse Gat Dam en jachthaven Oostwatering kenmerkt zich als een groen landschap met de Polredijk als natuurlijke (dijk)grens tussen de oever van het Veerse Meer en het agrarische achterland. Een aardigheid is dat in dit gebied de caissons voor het afsluiten van het Veerse Gat werden gebouwd. Dit is in het landschap nog terug te zien. In dit gebied is een duikplaats aanwezig.

Figuur 11: Ooster-Nieuwenlandpolder e.o.

Jachthaven Oostwatering Deze jachthaven was de werkhaven waar vanuit de Veerse Gat Dam werd aangelegd. Na afronding van dit deel van de Deltawerken, is de werkhaven in gebruik genomen als dagrecreatieve- en commerciële jachthaven. De jachthaven wordt gebruik door een watersportvereniging, een commercieel havenbedrijf met horeca en een zeilschool. De ruimtelijke uitstraling is, gelet op zijn ligging, ondermaats. Om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren geldt voor de jachthaven een Beeldkwaliteitsplan.

Figuur 12: Jachthaven Oostwatering

Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020

- 30 -

Oever Veere-Middelburg nabij Scoutcentrum Zeeland De oever tussen Veere en Middelburg kenmerkt zich als een groene oever. Langs deze oever ligt het Scoutcentrum Zeeland met diverse recreatieterreinen. In 2011 is het “Hopman Vernielhuis” gebouwd als centrale voorziening van het Scoutcentrum. In 2014 is dit gebouw uitgeroepen tot mooiste gebouw van Zeeland. Even verderop ligt wat geïsoleerd het terrein “’t Poldertje”. Het is de wens om dit deel van het terrein te verplaatsen naar de oeverzone van het Scoutcentrum. Dit vergt een ruimtelijke ingreep, ook aan de oever.

Figuur 13: Scoutcentrum Zeeland

Stad Veere Bijzondere aandacht verdient de stad Veere. De stad Veere is in 1974 aangewezen als Beschermd Stadsgezicht. Het is het enige Beschermde Stadsgezicht aan het Veerse Meer. Het silhouet vanaf het water op de stad is van grote cultuurhistorische waarde: de Campveerse Toren, het Stadhuis en de Grote Kerk. Voor het Veerse Oranjeplein geldt een Beeldkwaliteitsplan.

Figuur 14: Stad Veere

Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020

- 31 -

Gebied Mijnenmagazijn Aan het Kanaal door Walcheren nabij de monding met het Veerse Meer ligt het Rijksmonumentale complex ‘Mijnenmagazijn’. Dit complex bestaat uit een aanlegsteiger, het mijnenmagazijn zelf en een kantinegebouw. Het complex is in 1916 gebouwd door het toenmalige ministerie van Marine en diende voor de opslag van zeemijnen. Later werden er in de periode 1919 en 1926 (water)vliegtuigen (o.a. Fokker F-3) gemonteerd. Het complex kent momenteel geen functie. Er ligt een wens om het complex te herbestemmen met als doel het behoud van het Rijksmonumentale complex en militair cultuurhistorisch erfgoed. Reeds kansrijk geachte scenario’s hiervoor zijn vakantiewoningen, een hotel of bedrijfsruimte.

Figuur 15: Mijnenmagazijn

Waterpark en omgeving In de bocht van het Veerse Meer ligt al sinds de jaren ’70 een groot recreatiegebied met op korte afstand daarvan vliegveld Midden-Zeeland voor recreatief en zakelijk verkeer. Camping de Witte Raaf opent in 1972 met circa 1000 plaatsen voor caravans en tenten en is daarmee één van de grootste campings in Zeeland. Nadat in de Gebiedsvisie Rondom het Veerse Meer (2004) dit gebied als “hotspot” is aangewezen, wordt het recreatiegebied verder uitgebreid met (mogelijkheden voor) een jachthaven, recreatiebungalows en centrumvoorzieningen. Direct aan het Veerse Meer wordt op de plaats van het oude Surfhotel een nieuw hotel gebouwd. Achter en naast het hotel zijn recent 9 recreatiewoningen gerealiseerd en is er de mogelijkheid tot het bouwen van recreatieve appartementen. In 2015, tijdens de bouw van het Waterpark Veerse Meer, gaat de toenmalige eigenaar van het park failliet. In 2018 is het terrein gekocht door een initiatiefnemer, die het park wil doorontwikkelen naar een familieresort, met veel water en groen. Om de gewenste ambities en kwaliteit te kunnen realiseren is het nodig het park in oppervlakte te vergroten. Het aantal eenheden daalt daarbij van 1.337 naar nog geen 900, zodat de mogelijkheden om de ruimtelijke kwaliteit te versterken fors toenemen.

Om het waterpark met deze ambities te kunnen doorontwikkelen, is een draaiing van de vliegbaan nodig die uit oogpunt van veiligheid en vermindering van overlast toch al gewenst was. Daarnaast wil de gemeente een nieuwe plek creëren (maximaal 150 plaatsen) voor caravaneigenaren, die op het campinggedeelte van Waterpark Veerse Meer een jaarplaats hebben die is opgezegd. Behoud van deze categorie draagt bij aan de diversiteit van het Zeeuwse recreatieve areaal. Daarvoor heeft de gemeente Middelburg de nabijgelegen kampeerboerderij De Kruitmolen op het oog, die daarvoor wordt uitgebreid. De uitbreiding wordt landschappelijk ingepast en er vindt geen hoogbouw plaats. Gelijktijdig met de bestemmingsplanvoorbereiding van de doorontwikkeling van het waterpark, start de planvoorbereiding voor De Kruitmolen.

Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020

- 32 -

Binnen deze gebiedsvisie wordt het hele gebied van De Kruitmolen tot aan de kreek De Piet als één aandachtsgebied gezien, waar landschappelijke kwaliteit en diversiteit van het recreatieve aanbod en toegankelijkheid integraal worden bekeken. Speciale vermelding hierbij verdient de Lemmerkreek, die ten zuiden van het vliegveld loopt. Door middel van ontwerpend onderzoek moet worden bekeken hoe de landschappelijke en natuurkwaliteit van de kreek (ook buiten het waterpark) kan worden versterkt, bijvoorbeeld door de versterking van de bosstructuur.

Figuur 17: Waterpark en omgeving

Beschermingsgebied De Piet In het kader van de doorontwikkeling van het waterpark vindt de gemeente en ook de initiatiefnemer het gewenst dat het perceel tussen het geplande vakantiepark en De Piet wordt aangekocht om dit te ontwikkelen tot open natuurgebied. Het zicht vanaf de Muidenweg op het Veerse Meer wordt gewaarborgd. Door de ontwikkeling van deze natuurlijke graslanden wordt het habitat van De Piet vergroot en kan een wandelverbinding gemaakt worden tussen het waterpark, de oevers bij het Fletcherhotel en De Piet. Wolphaartsdijk De begrenzing van het aandachtsgebied Wolphaartsdijk wordt bepaald door de polderstructuur die kenmerkend is voor het Eiland van Wolphaartsdijk. Het buitendijkse gebied hoort erbij. Het aandachtsgebied bestaat globaal uit een dagrecreatief gebied rondom de Schelphoek (strand), een verblijfsrecreatiegebied (campings, vakantiebungalows en een landschapscamping) een buitendijks jachthavengebied (watersport) en de Zuidvlietpolder (agrarisch en natuur). Verder bevat het gebied enkele horecagelegenheden, wonen er enkele huishoudens en zijn er enkele kleinschalige voorzieningen. Momenteel zijn de aanwezige voorzieningen in zichzelf gekeerd en hebben deze weinig onderlinge samenhang en relatie.

Het gebied heeft potentie om door te groeien tot een samenhangend recreatiegebied, waar zowel mensen uit de omgeving (Bevelanden) als toeristen tot volle tevredenheid recreëren en waar de jeugd uit de omgeving in aanraking komt met alle facetten van watersport. Binnen het gebied liggen bijvoorbeeld kansen bij de inrichting van de buitenruimte, welstand, evenementen, sociale veiligheid en het toevoegen van aanvullend aanbod op het gebied van verblijfs- en dagrecreatie. De keuzes moeten gebaseerd zijn op een samenhangend recreatiegebied, niet alleen in de zomermaanden, maar het hele jaar door. Het verbeteren van de relatie tussen de kern Wolphaartsdijk en de recreatiezone zal ook de kwaliteit van de recreatiezone Wolphaartsdijk ten goede komen.

Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020

- 33 -

Kortgene en omgeving Kortgene had in de middeleeuwen stadsrechten, als enige kern op het eiland. Heden ten dage is het een bruisend dorp met veel voorzieningen die steunen op de aanwezige toeristen die de campings, bungalowparken of jachthaven bezoeken. Het productiebos aan de westzijde is verouderd en onlangs nog voorzien van een nieuwe MTB-route. Campings innoveren en hebben daar ruimte voor nodig. Oude locaties van bedrijfsactiviteiten worden alsnog bebouwd met een permanent programma. Route structuren vragen om aanpassingen. Sommige recreatieparken zijn gedateerd en verdienen een transformatie naar huidige kwaliteitsmaatstaven. Gezien de ligging maakt Kortgene en omstreken deel uit van het fietsrondje “Veerse Meer”, scheiding van sportieve en recreatieve fietsers heeft de aandacht. Beschermingsgebied Goudplaat Een ruim opgezet natuurgebied met weiden, bos, een ruiterpad, moeras, wandelroutes en een MTB-parcours, doorsneden door een oude kreekrest. Ook aan de westzijde vanaf het water benaderbaar door een paar openbare steigers. Beheer van de ruige weiden vindt gedegen plaats door oerrunderen. Flora en fauna hebben alle kans om tot wasdom te komen. Binnen deze oase van rust ligt een aantal landbouwpercelen, die mede de openheid van het landschap dragen. Omzetten daarvan naar natuur zou de natuurwaarde van het gebied ten goede komen.

Dit kan alleen op basis van vrijwilligheid. Beschermingsgebied Sint Felixweg Vanaf de ingang van het Havenkanaal van Kamperland is een gebied geïsoleerd door een nieuw aangelegde kreek. Door aan deze zijde minder te maaien ontstaat een soort van rustgebied omsloten door zout water van het Veerse Meer. Boskavels afgewisseld door stroken ruw gras langs de oever van het Veerse Meer tegen weidse landbouwpercelen maken het Veerse meer voor eenieder benaderbaar en beleefbaar en geeft mooie vergezichten. Beperkte infrastructuur (afvalinzameling, rijbaan & sober sanitair) zorgt voor enige structuur. Stukken ruw gras langs de oever minder maaien maakt zones minder benaderbaar. Het sobere sanitair verdient een upgrading.

Figuur 18: Het waterfront van Kortgene

Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020

- 34 -

Kamperland en omliggend gebied Kamperland heeft sinds de afsluiting van het Veersegat een nieuwe status gekregen. Door recreatie bebouwing aan de oever transformeerde het van een agrarisch georiënteerde gemeenschap naar een recreatiecentrum. Natuur met open vlaktes en beboste gebieden bieden en afwisselend beeld. Er is zowel recreatieve als permanente bewoning gevestigd met op de achtergrond de robuuste landbouw. Bedrijfsactiviteiten nabij de oever richten zich met name op de watersportsector en horeca. In de kern zelf is een gevarieerd aanbod van dienstverlening. Op verschillende locaties is verbetering van de ruimtelijke kwaliteit voorzien, met name verouderde (agrarische) bedrijfsruimte maakt plaats voor recreatieve huisvesting. Daarbij ligt mede de focus om de parken langs de oever meer te verbinden met de kern. Sommige recreatieparken zijn gedateerd en verdienen een transformatie naar huidige kwaliteitsmaatstaven. Gezien de ligging maakt Kamperland en omstreken deel uit van het fietsrondje “Veerse Meer”, scheiding van sportieve en recreatieve fietsers heeft de aandacht. Meer naar het oosten is het openbaar toegankelijk houden van de oever en het vrijhouden van de weidse zichtlijnen een zorg. Een beperkte natuur impuls kan de aantrekkelijkheid van het gebied vergroten. Bebossing is gedateerd en vraagt om een passend beheerplan.

Figuur 19: Zicht op Veere vanaf de haven van Kamperland

De Schotsman De oude contouren, uitgezet door landschapsarchitect Nico de Jonge zijn nog steeds goed zichtbaar, grote bospercelen met open weidegebieden er tussen en langs de oever. Kwetsbare natuur maar wel met MTB-, fietsen wandelpaden beleefbaar. De bomen zijn op leeftijd en een forse dunning heeft plaatsgevonden. Optimalisatie van beheer kan gerealiseerd worden door zonering en verder verdunnen van de bossen. Aan de oevers ten noorden van de trailerhelling is meer “plas-dras natuur” gewenst. De oeverconstructie dient daarvoor aangepast te worden. Meer naar het oosten is verouderde recreatieve bebouwing aan vervanging / upgrading toe, revitalisering is ingezet: van jaren 70 chalets naar moderne duurzame bebouwing die meer jaarrond gebruikt kan worden. De verouderde waterzuivering van RCN Camping De Schotsman is reeds geamoveerd en het gebied is inmiddels aangesloten op riolering van de gemeente, wat de waterkwaliteit van het Veerse Meer ten goede komt.

Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020

- 35 -

Beschermingsgebied Westelijke deel Veerse Meer In 2004 is de uitwisseling van water met de Oosterschelde verbeterd door de aanleg van een doorlaatmiddel. Er zijn 2 buizen door de Zandkreekdam geplaatst (de Katse Heule) die met hoog water Oosterscheldewater naar het Veerse meer laten stromen, en bij laag water precies andersom. Hierdoor is er uitwisseling van zuurstofrijk water gerealiseerd. Vanaf 2008 is het winterpeil in het Veerse Meer in een aantal stappen verhoogd van een peil van NAP-0,60 m in 2008 naar een peil van NAP-0,30m (2011). Het Bekkenrapport Veerse Meer, opgesteld in opdracht van RWS beschrijft de ontwikkelingen in waterkwaliteit en ecologie in het Veerse Meer in de periode 2000-2014: Sinds de ingebruikname van het doorlaatmiddel in de Zandkreekdam (de Katse Heule) in 2004 is de wateruitwisseling van het Veerse Meer met de Oosterschelde sterk vergroot en is de waterkwaliteit in het Veerse Meer aanzienlijk verbeterd door toename van het zoutgehalte, betere menging van de waterlaag en een verbetering van de zuurstofhuishouding. Door het doorlaatmiddel treedt er minder zout-gelaagdheid op: het zoute en zoete water is beter gemengd. En het optreden van zuurstofloosheid is in het oostelijke deel van het Veerse Meer sterk verminderd. In het westelijk deel komen door gebrek aan menging in de zomer nog steeds tijdelijk zuurstofarme condities in de diepere waterlaag voor.

Figuur 20: Het westelijk deel van het Veerse Meer

Het Veerse Meer heeft tussen Veere en de Veerse Gat dam een aantal diepe putten onder water, de uitwisseling in het oosten van het meer heeft onvoldoende kracht om in het westen het water nog te mengen in die diepe putten. Door de toename van het zout gehalte heeft het Veerse Meer een meer marien karakter gekregen, wat terug te zien is in de soortensamenstelling van wieren, bodemdieren, vissen en vogels. Door de verbeterde waterkwaliteit zijn de massale bloei van plantaardig plankton en zeesla afgenomen, een positieve ontwikkeling. Ondiep gelegen stortsteen (oeverbescherming en velden met Japanse oesters) zijn begroeid geraakt met Japans bessenwier, dat lokaal de gehele waterkolom tot de bodem vult. De gebieden met Japanse oester nemen toe, ook op zandige bodems. Beheersmaatregelen om zwemlocaties veiliger te maken, door het ruimen van schelpen van Japanse Oesters worden opgenomen in het Beheersconvenant van Waterschap, de aanliggende gemeenten en de gebruikersraad. De kwallen zijn in aantallen sterk toegenomen en komen regelmatig tot uitbraak (kwallenbloei) waar gebruikers (zwemmers, surfers) over klagen. De verhoging van het winterpeil heeft ertoe geleid dat de ondiepe oeverzone die in de winter droogvalt ongeveer gehalveerd is. De verhoging van het peil heeft geen meetbare effecten gehad op zoutgehalte, gelaagdheid, of waterkwaliteit.

Het gebied dat niet meer droogvalt is een gunstig leefgebied voor algen, wieren en voor bodemdieren zoals de Japanse oester. Vooral deze laatste levert in ondiep water/oevers voor gebruikers klachten op. Rijkswaterstaat heeft als waterbeheerder aangegeven in 2020 verschillende parameters te gaan monitoren om concretere uitspraken te kunnen doen over de ecologische toestand. De eerste resultaten worden in 2021 verwacht.

Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020

- 36 -

Bijlage 3 – Geraadpleegde bronnen 

Beeldkwaliteitplan Oostwatering, gemeente Veere, 12-12-2019

Beeldkwaliteitplan Oranjeplein, gemeente Veere, 01-10-2015

Beeldkwaliteitseisen Haven Kamperland

Bouwstenen Zeeuwse Omgevingsvisie 2021

Convenant Veerse Meer 2009-2019

Cultuurhistorische kaart Zeeland, waterschap Scheldestromen, 2019

Deltaprogramma 2020 - Doorwerken aan de delta: nuchter, alert en voorbereid, 17-09-2019

Eerste ruwe schets Zeeuwse Omgevingsvisie 2021, 05-03-2020

Gebiedsprogramma Rondom het Veerse Meer - Evaluatie en Vervolg, oktober 2008

Gebiedsvisie Rondom het Veerse Meer, december 2004

Gebiedsvisie Schotsman, gemeente Noord-Beveland, 23-03-2017

Het Veerse Meer, Basisplan 1967

Kaderagenda Zeeuwse Omgevingsvisie 2021, 16-04-2019

Landschapsvisie Deltadammen, Rijkswaterstaat (in voorbereiding)

Natuurbeheerplan Zeeland 2019

Masterplan Haven Kamperland, gemeente Noord-Beveland, 28-05-2008

De natte gebiedsagenda 2050, Rijkswaterstaat

Normering primaire waterkeringen - Hoofdrapport, 28-06-2019

Notitie reikwijdte en detailniveau MER - Zeeuwse Omgevingsvisie 2021, 13-08-2019

Omgevingsverordening Zeeland 2018

Pva Klimaatadaptatie Strategie Zeeland, 08-11-2018 (en daaruit volgend de gem. stresstesten)

Recreatievisie Wolphaartsdijk, gemeente Goes (niet vastgesteld)

Structuurvisie Rondom Kortgene, 24-02-2011

Toekomstschets Recreatiezone Wolphaartsdijk, gemeente Goes, januari 2019

Toekomstvisie Noord-Beveland 2030, gemeente Noord-Beveland, 04-07-2019

Toelichting Voorontwerp bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 2020, gemeente Middelburg, concept 17-03-2020

Tussentijdse evaluatie Businessplan Veerse Meer 2009-2019

Beheerplan Veerse Meer 2016-2022, Natura 2000 Deltawateren, juni 2016

Versterken en uitbreiden hoogspanningsnet Zeeland, Tennet

Waterkeringenbeheerplan 2016-2020, waterschap Scheldestromen, 30-09-2016

Zeeuwse Kustvisie - samen sterk voor de Zeeuwse Kust, 26-07-2016

Zeeuwse Nota Waterkeringen 2016-2021, Zeeuws Overlegorgaan Waterkeringen, 18-05-2016

Waterpark Veerse Meer, presentatie vorderingen landschappelijk inpassingsplan, KuiperCompagnons, 28-08-2019

www.topotijdreis.nl

Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020

- 37 -

Rapport Projectnummer: 373605 Referentienummer: SWNL0277447 Datum: 01-06-2021

Bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 2020 Onderzoek stikstofdepositie AERIUS-berekening

Opdrachtgever: Pro Ruimte Modelleur 4 5171 SL Kaatsheuvel

Sweco Velperweg 26 6824 BJ Arnhem Postbus 485 6800 AL Arnhem Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Arnhem Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Rik Zegers Adviseur M +31 6 20 40 65 00 Rik.zegers@sweco.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 4

2

Toetsingskader ...................................................................................................... 5

2.1

Wet natuurbescherming .......................................................................................... 5

2.2

Beoordeling stikstofdepositie projecten ................................................................... 5

2.3

Beoordeling stikstofdepositie bestemmingsplannen ............................................... 6

3

Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden ................................................ 7

4

Uitgangspunten ..................................................................................................... 9

4.1

Onderzochte situaties .............................................................................................. 9

4.1.1

Referentiesituatie ..................................................................................................................9

4.2

Fasering planontwikkeling ....................................................................................... 9

4.3

Emissiebronnen ....................................................................................................... 9

4.3.1

Referentiesituatie ..................................................................................................................9

4.3.2

Plansituatie .........................................................................................................................11

4.3.3

Bouwfase ............................................................................................................................15

4.3.4

Bouwroutes .........................................................................................................................16

5

Resultaten AERIUS-berekening ......................................................................... 17

5.1

Resultaten .............................................................................................................. 17

5.1.1

Resultaten N2000-gebieden ...............................................................................................17

5.1.2

Resultaten Natuurnetwerk Zeeland .....................................................................................18

5.1.3

Resultaten berekeningen wegverkeer 5 km ........................................................................19

6

Conclusie .............................................................................................................. 20

Bijlage 1

Emissieberekening bemesting

Bijlage 2

Berekeningen emissies recreatievaart

Bijlage 3

Emissies bouw- en woonrijpmaken

Bijlage 4

Emissie bouw woningen

Bijlage 5

Aangeleverde uitgangspunten gasverbruik

Bijlage 6

Rekenresultaten AERIUS N2000-gebieden

Bijlage 7

Rekenresultaten AERIUS eigen rekenpunten

Bijlage 8

Rekenresultaten AERIUS wegverkeer 5 km

3 (20)

1

Inleiding

Driestar is van plan om het huidige Waterpark Veerse Meer en camping de Witte Raaf om te vormen tot een nieuw eigentijds recreatiepark. Het plan is om 822 recreatiewoningen, 8 bedrijfswoningen en 33.500 m2 BVO aan recreatieve voorzieningen te realiseren in het plangebied, verdeeld over een fasering van 7 jaar. De start van de bouw is voorzien in 2023. De ligging van het plangebied is weergegeven op de kaart in figuur 1-1. In dit rapport is het onderzoek stikstofdepositie beschreven. Hierbij is in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur nagegaan of er vanuit deze wet- en regelgeving mogelijke belemmeringen zijn voor de planontwikkeling. Als onderdeel hiervan dienen de effecten van het plan op de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden inzichtelijk te worden gemaakt. Daarbij dient te worden nagegaan of ten gevolge van het plan significante negatieve effecten optreden in 1) stikstofgevoelige habitattypen en/of 2) stikstofgevoelige leefgebieden. In dit rapport zijn voor de bestemmingsplanprocedure de uitgangspunten en resultaten opgenomen van de berekeningen van de stikstofdepositie als gevolg van de voorgenomen planontwikkeling voor de bouwfase en de gebruiksfase van het plan. Op basis van de resultaten wordt duidelijk of het plan uitvoerbaar is of dat significante gevolgen in Natura 2000-gebieden niet op voorhand zijn uit te sluiten.

Figuur 1-1:

Globale ligging plangebied (bron: https://planwaterparkveersemeernieuw.nl)

4 (20)

2

Toetsingskader

2.1 Wet natuurbescherming Met de Wet natuurbescherming worden soorten en habitattypen van Natura 2000-gebieden beschermd waarvoor instandhoudingsdoelen zijn geformuleerd. Het uiteindelijke doel is het bereiken van een landelijke gunstige staat van instandhouding voor alle door de richtlijnen beschermde soorten en habitats. Hieruit volgt dat een project of plan niet mag leiden tot negatieve effecten op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen. In veel Natura 2000-gebieden is door een overbelasting van stikstof (in de vorm van stikstofoxiden en ammoniak) een probleem met de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen. Nieuwe ontwikkelingen die een toename van de stikstofdepositie tot gevolg hebben kunnen hierdoor significante negatieve effecten hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen. Effecten van een plan of een project op de stikstofdepositie kunnen ontstaan tijdens de realisatiefase en/of de gebruiksfase. Met het rekenmodel AERIUS kan de stikstofdepositie (mol N/ha/jaar) op stikstofgevoelige natuurwaarden in Natura 2000-gebieden, ten gevolge van de ontwikkeling, worden berekend. Voor het berekenen van de stikstofdepositie worden in het rekenmodel de emissies van stikstof in de verschillende situaties ingevoerd.

Het rekenmodel berekent vervolgens de verspreiding van deze stikstofemissies en de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en stikstofgevoelige leefgebieden van soorten binnen de aangewezen Natura 2000-gebieden. 2.2 Beoordeling stikstofdepositie projecten Indien uit de berekeningen met AERIUS blijkt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie (kleiner dan of gelijk aan afgerond 0,00 mol N/ha/jaar), is er voor het onderdeel stikstofdepositie geen vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Indien uit de berekening blijkt dat er sprake is van een toename aan stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar) is er meestal wel een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Indien verslechtering van stikstofgevoelige habitattypen of habitats van soorten volledig uitgesloten kan worden in een ecologische beoordeling, ondanks een toename van de depositie, is er geen vergunningplicht. Ook is er geen vergunningplicht als na intern salderen de toename van de stikstofdepositie niet hoger is dan afgerond 0,00 mol N/ha/jaar.

Een Wnb-vergunning kan in de volgende situatie verleend worden: · in het stikstofregistratiesysteem is voldoende depositieruimte om de effecten van het project te compenseren1; · uit een passende beoordeling, eventueel inclusief extern salderen, blijkt dat er geen risico’s zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden; · na het succesvol doorlopen van de ADC-toets2. Indien uit de AERIUS-berekening blijkt dat er sprake is van een toename van de stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar) en niet aan één van bovenstaande beschreven situaties is voldaan kan geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming worden verleend. 1

Met het stikstofregistratiesysteem is depositieruimte gecreëerd door maatregelen die de stikstofdepositie verminderen. Een deel van deze depositieruimte kan worden ingezet voor het verlenen van een natuurvergunning. Voorlopig is het stikstofregistratiesysteem alleen beschikbaar voor woningbouwprojecten en een beperkt aantal infrastructurele projecten. 2 Dit is een onderzoek waaruit naar voren komt dat er geen Alternatieven zijn voor het project, er Dwingende reden van groot openbaar belang zijn en waarbij Compensatie voor Natura 2000-gebieden plaatsvindt.

5 (20)

2.3 Beoordeling stikstofdepositie bestemmingsplannen Een (wijziging van een) bestemmingsplan kan alleen worden vastgesteld als het plan geen significant effect heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende stikstofgevoelige natuurwaarden in Natura 2000-gebieden, ten opzichte van de feitelijk gerealiseerde en planologisch legale situatie. Indien uit de berekeningen blijkt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie (kleiner dan of gelijk aan afgerond 0,00 mol N/ha/jaar) of in een ecologische beoordeling (voortoets of passende beoordeling), ondanks een toename van de stikstofdepositie, significante effecten op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten volledig uitgesloten kan worden, is het plan uitvoerbaar en kan het bestemmingsplan of de wijziging van het bestemmingsplan worden vastgesteld.

6 (20)

3

Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden

Nabij het plangebied zijn de volgende Natura 2000-gebieden3 met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden4 aanwezig op een korte afstand: · Westerschelde & Saeftinghe (6,1 km); · Mateling van Walcheren (8,3 km); · Oosterschelde (8,5 km). De ligging van de planontwikkelingen ten opzichte van Natura 2000-gebieden is in het onderstaande figuur weergegeven.

8,3 km

6,1 km

Figuur 3-1:

Ligging planontwikkeling ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden

Daarnaast zijn ook gebieden die onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) in de directe omgeving van het plangebied gelegen. Ook voor deze gebieden worden berekeningen uitgevoerd. In onderstaande figuur zijn de locaties in het NNZ weergegeven die worden meegenomen in de stikstofberekeningen.

3 https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx 4 https://www.bij12.nl/onderwerpen/programma-aanpak-stikstof/over-het-pas/

7 (20)

Figuur 3-2:

Locaties in het NNZ weergegeven welke worden meegenomen in de stikstofberekeningen

8 (20)

4

Uitgangspunten

4.1 Onderzochte situaties Effecten op de stikstofdepositie ten gevolge van de planontwikkeling kunnen ontstaan tijdens de bouwfase en/of gebruiksfase van het plan. In dit rapport is de bouwfase in combinatie met de plansituatie onderzocht om te beoordelen of de werkzaamheden van het voorgenomen plan en/of het plan zelf een toename in stikstofdepositie oplevert in Natura 2000-gebieden. 4.1.1 Referentiesituatie In de huidige situatie is het plangebied voor een groot deel al in gebruik als recreatiepark. De emissies ten gevolge van het huidige gebruik worden meegenomen in de berekeningen. Daarnaast is in de huidige situatie een deel van de gronden in gebruik als landbouwgrond. Ten gevolge van de ontwikkeling worden deze gronden niet meer gebruikt voor landbouw. Dit betekent dat op deze gronden geen mestaanwending meer plaatsvindt. Het uit gebruik nemen van deze gronden is als interne salderingsmaatregel meegenomen. 4.2 Fasering planontwikkeling De ontwikkeling zal gefaseerd worden uitgevoerd over meerdere jaren. In het onderzoek stikstofdepositie zijn de effecten van bouwfase en gebruiksfase gedurende de jaren inzichtelijk gemaakt. In de onderstaande tabel is deze fasering weergegeven. Voor elk van onderstaande jaren is een berekening uitgevoerd. Tabel 4-1:

Effecten van bouwfase en gebruiksfase gedurende jaren Bouw-woonrijp Bouwen woningen

Gebruik

2023

Fase 1a

-

-

2024

Fase 1a

Fase 1a

-

2025

Fase 1a

Fase 1a

-

2026

Fase 1B

Fase 1b

Fase 1a

2027

Fase 1C

Fase 1C

Fase 1a +1b

2028

X

X

Fase 1a + 1b + 1c

2029

Fase 2

Fase 2

Fase 1a + 1b + 1c

2030

Fase 2

Fase 2

Fase 1a + 1b + 1c

2030

Fase 2

Fase 2

Fase 1a + 1b + 1c

2031

-

-

Fase 1a + 1b+1c + 2

4.3

Emissiebronnen

4.3.1

Referentiesituatie

Gasverbruik In de huidige situatie zijn op het park 13 cottages, 33 dijkwoningen, 19 waterwoningen, 2 bedrijfswoningen, 185 stacaravans en 30 verhuurcaravans aanwezig. Deze recreatieve verblijfsobjecten verbruiken gas voor verwarming en koken. Op basis van de Stoichiometrische verbranding5 van aardgas is berekend wat de emissie NOx is ten gevolge van de verbranding van aardgas. In Tabel 4.2 is dit weergegeven. 5

Dit komt er op neer dat bij de verbranding van 1000 m3 aardgas een emissie van 0,62 kg NOx plaatsvindt.

9 (20)

Tabel 4-2:

Emissie NOx ten gevolge van gasverbruik recreatieve verblijfsobjecten Aantal

Cottages

13

Gasverbruik per verblijfsobject (m3) 250

Gasverbruik (m3) 3250

Emissie NOx (kg/jaar) 2,0

Dijkwoningen

33

2150

70950

44,1

Waterwoningen

19

2040

28760

24,1

Bedrijfswoningen

2

2150

4300

2,7

Stacaravans

185

85

15725

9,8

Verhuurcaravans

30

85

2550

1,6

Wegverkeer De huidige recreatieve objecten hebben een verkeersgeneratie, die leiden tot de emissies van NOx en NH3. De emissies van het wegverkeer worden bepaald door het type voertuig, de lengte van de afgelegde weg en de emissiefactoren behorende bij het type voertuig voor het snelheidsprofiel van de betreffende weg. Uit bijlage 2 van het verkeersrapport van Goudappel Coffeng6 blijkt dat de verkeersgeneratie in de huidige situatie 272 motorvoertuigbewegingen per etmaal is. Als route van en naar het plangebied is ervan uitgegaan dat al het verkeer rijdt via de Muidenweg, Oranjepolderseweg, Van Cittersweg, Schuttershof en Nieuwlandseweg naar de A58, waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. De emissies van het wegverkeer worden door het rekenprogramma automatisch bepaald op basis van de ingevoerde parameters. Bemesting Binnen het plangebied is er in de referentiesituatie sprake van agrarisch gebruik waarbij de landbouwpercelen worden bemest. Bij het bemesten komen emissies van ammoniak (NH3) vrij. De emissies tijdens het bemesten van landbouwgrond zijn bepaald op basis van het oppervlak van de landbouwgrond (ha), de wettelijke stikstofgebruiksnormen (kg N/ha/jaar) voor de toediening van mest, het percentage ammoniakaal stikstof (TAN) in de toegediende mest en het percentage van het TAN dat als NH3 vrijkomt bij het bemesten.

In bijlage 1 is de emissieberekening van de bemesting in de referentiesituatie opgenomen. Het oppervlak van landbouwgrond in het plangebied is bepaald op basis van gegevens uit de Basisregistratie Percelen7 voor de jaren 2015-2020. Voor de hoeveelheid mest op de landbouwgrond is uitgegaan van de stikstofgebruiksnorm voor het specifieke landgebruik8. Het percentage ammoniakaal stikstof (TAN) in de toegediende mest is van vele factoren afhankelijk zoals het type mest. Aangezien er hiervoor geen gegevens beschikbaar zijn is een aanname gedaan door een percentage TAN te hanteren van 64%9. De hoeveelheid NH3 die vrijkomt bij het bemesten is onder andere afhankelijk van de wijze van toediening. De wijze van toediening van de mest op de percelen is onbekend. 6

Goudappel Coffeng, Ontwerp Achtergrondrapport verkeer, MER waterpark Veerse Meer, 003721.20190617.R1.12, 30 maart 2020 7 Oppervlakten zijn bepaald op basis van gegevens uit de Basisregistratie Percelen gewaspercelen. BRP Gewaspercelen bestaat uit de locatie van landbouwpercelen met daaraan gekoppeld het geteelde gewas. De omgrenzingen van de landbouwpercelen zijn gebaseerd op het Agrarisch Areaal Nederland (AAN). https://www.pdok.nl/introductie/-/article/basisregistratie-gewaspercelen-brp8 https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/mestbeleid/gebruiken-en-uitrijden/hoeveel-dierlijke-mestlandbouwgrond 9 Velthof, et al (2009) Methodiek voor berekening van ammoniakemissie uit de landbouw in Nederland

10 (20)

Hiervoor is aangenomen dat de helft van de mest wordt toegediend via mestinjectie en de andere helft via onderwerken in één werkgang10. Zonder derogatie mag maximaal 170 kg N/ha/jaar aan dierlijke mest worden uitgereden. In de berekeningen is ervan uitgegaan dat het overige deel van de gebruiksnorm wordt opgevuld door het gebruik van kunstmest. Aangezien er verschillende soorten kunstmest zijn, is de conservatieve aanname gedaan dat 2,5% van de kunstmest vervluchtigt. Zekerheidshalve is ervan uitgegaan dat niet meer dan 80% van de toegestane hoeveelheid mest en kunstmest wordt toegediend. Recreatievaart In de huidige situatie zijn er 63 ligplaatsen bij de bestaande recreatiewoningen. Daarnaast zijn er 82 ligplaatsen in de jachthaven. Totaal zijn er 145 ligplaatsen. De emissies tijdens het varen zijn bepaald op basis van het aantal schepen, de afgelegde afstand per schip en een emissiefactor (g/km). De gehanteerde emissiefactoren voor het varen zijn bepaald in bijlage 2. In deze bijlage is ook de emissieberekening opgenomen. De emissies tijdens het varen zijn in het rekenmodel opgenomen als een lijnbron langs de vaarroutes van de jachthaven tot op het Veerse Meer, waar de vaarbewegingen opgaan in het heersende verkeersbeeld. Hierbij is een uitstoothoogte van 1,5 meter en een warmteinhoud van 0 MW gehanteerd.

In de berekeningen is ervan uitgegaan dat de eventuele verkeersaantrekkende werking van de ligplaatsen is verdisconteerd in de verkeersaantrekkende werking van het recreatiepark als geheel. 4.3.2

Plansituatie

Gasverbruik In de plansituatie zijn er 822 nieuwe recreatiewoningen en 8 nieuwe bedrijfswoningen aanwezig. Ook is er 33.500 m2 BVO aan recreatieve voorzieningen in gebruik. Daarnaast blijven de 13 cottages, 33 dijkwoningen, 19 waterwoningen, bestaan. Deze recreatieve verblijfsobjecten verbruiken gas voor verwarming en koken. Op basis van de Stoichiometrische verbranding van aardgas is berekend wat de emissie NOx is ten gevolge van de verbranding van aardgas. In Tabel 4.2 is dit per fase weergegeven.

10

Bruggen, van et al. (2019) Emissies naar lucht uit de landbouw in 2017

11 (20)

Tabel 4-4:

Emissie NOx ten gevolge van gasverbruik recreatieve verblijfsobjecten Aantal/opp

Cottages

13

Gasverbruik per verblijfsobject 11 (m3) 250

Dijkwoningen

33

2150

70.950

44,1

Waterwoningen

19

2040

28.760

24,1

435

357

155.295

96,5

808.093

501,9

Gasverbruik (m3)

Emissie NOx (kg/jaar)

3250

2,0

Fase 1a -recreatiewoningen -centrale energievoorziening voor het zwembad, spa/wellness/centrumgebied Fase 1b -recreatiewoningen

81

357

28.917

18,0

93

357

33.201

20,6

-recreatiewoningen

213

360

76.680

47,6

-bedrijfswoningen

8

360

2.880

1,8

20.537

12,8

Fase 1c -recreatiewoningen Fase 2

-centrale energievoorziening voor de speelhal en het restaurant

Wegverkeer De toekomstige situatie leidt tot een toename in verkeer, die leidt tot een toename in de emissies van NOx en NH3. De emissies van het wegverkeer worden bepaald door het type voertuig, de lengte van de afgelegde weg en de emissiefactoren behorende bij het type voertuig voor het snelheidsprofiel van de betreffende weg. Uit bijlage 2 van het verkeersrapport van Goudappel Coffeng12 blijkt dat de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie 2552 motorvoertuigbewegingen per etmaal is. Het verkeer van en naar het recreatiepark verdeelt zich over drie routes. In figuur 4.1 zijn deze weergegeven.

11

Het gasverbruik van de verschillende verblijfsobjecten is door de opdrachtgever aangeleverd (3447DSNX1-ERAR001B.PDF) 12 Goudappel Coffeng, Ontwerp Achtergrondrapport verkeer, MER waterpark Veerse Meer, 003721.20190617.R1.12, 30 maart 2020

12 (20)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10243297/2