Bijlage 9 Bestemmingsplan - Achtergronddocumenten bij het MER
Tekst van het document
Voorgeschiedenis Centraal in de gebiedsvisie staat het DNA van het landschap, de ruimtelijke beleving van natuur, cultuur en erfgoed. Onderdeel daarvan is ook de waterveiligheid, waaraan het meer zijn ontstaan heeft te danken. Directe aanleiding was de watersnoodramp van 1953. In het kader van de daaruit volgende Deltawet van 1958 werden in 1960 de Zandkreek en in 1961 het Veerse Gat met een dam afgesloten: het Veerse Meer was een feit.
Figuur 1: Transformatie van het Zeeuwse landschap - zeearm wordt Veerse Meer.
In de eerste Nota Ruimtelijke Ordening (1960) werd al voorgesorteerd op de natuur- en recreatiefunctie die het Veerse meer zou krijgen. Er werd bepaald dat Staatsbosbeheer een landschapsontwerp zou opstellen voor een doelgroep van tenminste 5 miljoen recreanten. Voor dagrecreatie ging men uit van een verzorgingsgebied met een radius van 90 km. Voor verblijfsrecreatie werd uitgegaan van een radius van 225 km, wat overeenkwam met een verzorgingsgebied van 25-30 miljoen mensen.
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
-3-
Het beoogde landschapsplan werd in de loop van de jaren ’60 door landschapsarchitect Nico de Jonge ontwikkeld. Centraal in het plan stonden de culturele en historische waarden en schoonheid van het landschap. Het ontwerp voorzag in een scheiding van de functie van recreatie en die van landbouw, omdat anders de recreant ‘last’ zou hebben van productieactiviteiten, terwijl ontspanning het credo hoorde te zijn. De hoofdfunctie van het Veerse Meer was dan ook natuurbeleving en ontspanning voor de recreant. Vandaar dat het plan voorzag in een prominente blokkenstructuur van bebossing, die qua maatvoering was aangepast aan de specifieke functie en het karakter van de locatie achter de dijk. Daarmee gaven de bosblokken ook ruimtelijke kadering en ‘rugdekking’ aan eventuele bebouwing. Andere ontwerpprincipes uit het oorspronkelijke landschapsplan van Nico de Jonge, zijn: •
Het Veerse Meer karakteriseert zich door een zonering met zachte overgangen tussen water en land en tussen intensief en extensief gebruik.
•
Historische landschapselementen (bijv. de loop van de oorspronkelijke kreken en dijken) zorgen voor een leesbaar landschap, waarin de ontstaanswijze van het Veerse Meer herkenbaar blijft.
•
Er is vrij zicht op karakteristieke oriëntatiepunten, zoals het silhouet van de stad Veere en de kerken van Wolphaartsdijk en Kortgene.
•
De oevers van het Veerse Meer zijn grotendeels openbaar toegankelijk.
Figuur 2: Het oorspronkelijke landschapsplan voor het Veerse Meer (Nico de Jonge).
Deze ontwerpprincipes bepalen ook nu nog grotendeels het ruimtelijke karakter van het Veerse Meer. Begin jaren 2000 leidde de toegenomen recreatieve druk en de achteruitgang van de omgevingskwaliteit van het Veerse Meer ertoe dat de provincie Zeeland het initiatief nam om een integrale gebiedsvisie voor het Veerse Meer en omgeving op te stellen. De visie werd in 2004 vastgesteld en kreeg de titel ‘Rondom het Veerse Meer’ mee en had het karakter van een gebiedsgerichte kwaliteitsimpuls. Inmiddels zijn een groot aantal onderdelen van die visie gerealiseerd, waaronder het opnieuw verzilten van het meer, met als gevolg een sterk verbeterde waterkwaliteit. Met de verbinding tussen Oosterschelde en Veerse Meer kwamen ook minder prettige neveneffecten zoals exoten. Denk aan de explosieve uitbreiding van de Japanse Oester en de invasie van de Amerikaanse Ribkwal en de Japanse Kruiskwal. En natuurlijk zijn er ook onderdelen van de gebiedsvisie uit 2004 die niet zijn uitgevoerd en/of inmiddels achterhaald.
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
-4-
Een nieuwe gebiedsvisie Nu, meer dan 15 jaar later, is het Veerse Meer gebied door de toegenomen recreatieve belangstelling en de daaraan gekoppelde ontwikkeling van verblijfsaccommodaties, woonlocaties of plannen daartoe, in een heel nieuwe fase terecht gekomen. De omgevingskwaliteit van het gebied staat onder druk, wat voor de nodige maatschappelijke onrust zorgt onder de Zeeuwse bevolking. Ook is er de vrees dat de restricties die de Zeeuwse Kustvisie (2017) opwerpt, aanleiding geven tot een grotere behoefte aan uitbreiding van recreatievoorzieningen in het Veerse Meer gebied. Tegelijk is er ook het besef dat toerisme en recreatie belangrijke economische pijlers voor het gebied (en voor de provincie als geheel) zijn. Bovendien geven de prognoses aan dat de behoefte aan ruimte en voorzieningen op dat gebied alleen maar zal groeien. Al met al wordt door velen de noodzaak van een nieuwe gebiedsvisie gevoeld en geuit. Een visie die invulling geeft aan de nieuw gerezen opgaven op, in en rondom het Veerse Meer, gericht op het borgen en versterken van de omgevingskwaliteiten van dit kansrijke gebied, waarbij waterveiligheid, natuur, recreatie, leefbaarheid, landschap en economie met elkaar in balans zijn.
De vier gemeenten rond het Veerse Meer (Goes, Middelburg, Noord-Beveland en Veere), het waterschap Scheldestromen en de provincie Zeeland hebben daarom in 2019 het initiatief genomen om - in samenspraak met maatschappelijke partners - voor de periode 2020-2030 een nieuwe gebiedsvisie op te stellen.
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
-5-
2.
Proces
2.1
Startnotitie
Het formele traject voor de totstandkoming van de gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 is begonnen met het vaststellen van een startnotitie (najaar 2019) door de raden en staten van de initiatief nemende overheden. In de startnotitie zijn afspraken vastgelegd over de inhoudelijke en ruimtelijke afbakening, de onderlinge verantwoordelijkheden van de initiatiefnemers en de wijze waarop het proces van totstandkoming zou worden ingericht. Het tijdspad daarvan werd verbonden met het traject van de totstandkoming van de Zeeuwse Omgevingsvisie. Omdat de nieuwe gebiedsvisie Veerse Meer daarvoor bouwstenen aanlevert, is besloten om het proces rond de gebiedsvisie op te splitsen in twee fasen, waarbij Fase 1 bouwstenen aanlevert voor de Omgevingsvisie en Fase 2 zorgt voor de verdere uitwerking daarvan.
Fase 1: formuleren van de algemene uitgangspunten, bestaande uit de onderscheidende omgevingskwaliteiten van het gebied, de algemene principes m.b.t. de ontwikkeling en het beheer van die omgevingskwaliteiten en een globale zonering van gebieden waarin die principes worden toegepast. Fase 2: verdieping en integrale, gebiedsgerichte uitwerking van de in Fase 1 gedefinieerde algemene principes en gebieden en opstellen van een bijbehorend afsprakenkader op basis waarvan een convenant tussen de gebiedspartners zal worden opgesteld.
Ter referentie was aan de startnotitie een kaart toegevoegd die de voorlopige gebiedsafbakening en de ruimtelijke plannen en initiatieven aan het beginpunt van het proces weergaf (zie Figuur 3 op pagina 7).
2.2
Beoogd resultaat
Fase 1 levert een kaart op met locaties waar nog wel en waar niet meer ontwikkeld wordt, en waar de omgevingskwaliteit extra impulsen behoeft. In deze besluitvormingsnotitie zijn de achterliggende algemene uitgangspunten verwoord. Het geheel beoogt een door zoveel mogelijk partijen gedragen balans te zijn tussen de verschillende economische en maatschappelijke gebruiksfuncties (recreatie, landbouw, wonen en werken, visserij en scheepvaart) en de onderscheidende omgevingskwaliteiten van het gebied (natuur- en waterkwaliteit, cultuurhistorie, landschapsbeleving, waterveiligheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid). De resultaten van Fase 1 zullen ook als bouwsteen worden meegenomen in de Zeeuwse Omgevingsvisie en - indien gewenst of noodzakelijk - juridisch worden geborgd in de provinciale Omgevingsverordening 2021. Fase 2 moet leiden tot een verdere uitwerking van de algemene uitgangspunten uit Fase 1, volgens de pijlers groen (natuur en landschap), rood (de bebouwde omgeving en ondernemerschap) en blauw (waterkwaliteit, waterveiligheid en bijbehorende gebruiksfuncties). Voorstel is om hieraan een gezamenlijk uitvoeringsprogramma te koppelen en dit te bezegelen met een convenant tussen de gebiedspartners (overheden en maatschappelijke organisaties).
De uitwerking van dat convenant krijgt zijn beslag in de gemeentelijke Omgevingsplannen en waar nodig - in een programma-aanpak, al dan niet samen met andere gebiedspartners. Zo zal de gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 een kader vormen voor ontwikkelingen in de komende 10 jaar.
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
-6-
Figuur 3 Voorlopige gebiedsafbakening en ruimtelijke plannen en initiatieven aan het beginpunt van het proces (september 2019).
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
-7-
2.3
Een participatief proces
In lijn met de eisen die de nieuwe Omgevingswet stelt en de wensen die bij de gebiedspartners leven, is er in de startnotitie gekozen voor een breed participatietraject. Via diverse kanalen worden belanghebbenden inhoudelijk en procesmatig betrokken. De initiatiefnemende overheden De gemeenten Goes, Middelburg, Noord-Beveland en Veere, waterschap Scheldestromen en provincie Zeeland •
Een ambtelijk kernteam begeleidt het totstandkomingsproces van de gebiedsvisie. Aan dit kernteam is een medewerker van Rijkswaterstaat toegevoegd. De provincie levert de projectmanager. Adviesbureau Wing assisteert het kernteam inhoudelijk en qua procesvoering (in ieder geval tot en met Fase 1).
•
Ambtelijke adviseurs ontwerpen via inhoudelijke ontwerpateliers mee aan de gebiedsvisie.
•
De bestuurlijk portefeuillehouders worden door hun respectievelijke kernteamleden van ontwikkelingen op de hoogte gehouden en komen gedurende het proces enkele keren bij elkaar om zich te beraden over de voortgang van het proces.
•
De gemeenteraden, het algemeen bestuur van het waterschap en Provinciale Staten hebben de door het kernteam opgestelde concept startnotitie vastgesteld. Zij worden gedurende de loop van het proces over de voortgang op de hoogte gehouden en stellen uiteindelijk Fase 1 en Fase 2 van de gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 vast.
De maatschappelijke partners (koepelorganisaties) Het Zeeuws Landschap, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Zeeuwse Milieufederatie, HISWA-RECRON, Koninklijke Horeca Nederland, Toeristisch Ondernemend Zeeland, Stichting Dagattracties Zeeland, Stichting Vrije Recreatie, Vekabo, ZLTO, Zeeuws Agrarisch Jongeren Kontact, Impuls Zeeland, Kenniscentrum Kusttoerisme, Gebruikersraad Veerse Meer, Watersportverbond, Nederlandse Onderwatersportbond, Sportvisserij Zuidwest Nederland, Vereniging Beroepsvissers Veerse Meer, Visstand Beheercommissie, Nederlandse Oestervereniging en Schuttevaer •
Inhoudelijke experts en adviseurs ontwerpen via inhoudelijke ontwerpateliers mee aan de gebiedsvisie.
•
Bestuurders worden door hun adviseurs van ontwikkelingen op de hoogte gehouden en komen gedurende het proces regelmatig bijeen om zich te beraden over de voortgang van het proces.
Individuele burgers, ondernemers en andere belanghebbenden •
2.4
Zij nemen deel aan de startbijeenkomst en aan diverse participatiebijeenkomsten, waarin zij mee-ontwerpen aan de gebiedsvisie.
Planning
De resultaten van Fase 1 zijn bedoeld als bouwstenen voor de Zeeuwse Omgevingsvisie. De planning van Fase 1 was daar oorspronkelijk ook op afgestemd. Concreet betekende dit dat de resultaten van Fase 1 in augustus onderdeel zouden zijn van de openbare terinzagelegging van de Omgevingsvisie. Door de maatschappelijke gevolgen van de Covid-19-epidemie loopt het totstandkomingstraject van de Omgevingsvisie echter vertraging op en is de oplevering daarvan tot een nog nader te bepalen tijdstip uitgesteld. Hoewel ook het finale consultatietraject van de gebiedsvisie Veerse Meer met enige vertraging te kampen heeft, zal de besluitvorming van Fase 1 naar verwachting toch vóór de zomervakantie kunnen worden afgerond. Daarmee kunnen de resultaten op een later tijdstip nog steeds als bouwsteen in het traject van terinzagelegging van de Omgevingsvisie worden opgenomen. Een belangrijke opmerking daarbij is dat Fase 1 van de gebiedsvisie Veerse Meer dan al een eigen participatie- en besluitvormingstraject heeft doorlopen en de resultaten daarvan
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
-8-
daarom alleen ter kennisgeving, en dus niet als onderwerp van inspraak, in het Omgevingsvisietraject zullen worden ingevoegd (er kan tenslotte niet twee keer over hetzelfde onderwerp worden besloten). Als gevolg van de Covid-19-crisis vinden de finale consultaties met betrekking tot Fase 1 van gebiedsvisie Veerse Meer nu in april en mei 2020 plaats via internetconsultaties. Vervolgens wordt de besluitvormingsnotitie eind mei bij de betrokken bestuurscolleges ingediend. Naar verwachting zal de besluitvorming door Raden en Staten half juli 2020 worden afgerond. Processtappen in Fase 1 In Fase 1 hebben de volgende bijeenkomsten plaatsgevonden: Startbijeenkomst met burgers, ondernemers en andere belanghebbenden ................................... 18 nov 2019
Werkatelier met ambtelijke adviseurs van initiatiefnemende overheden ........................................... 9 dec 2019
Ontwerpatelier met inhoudelijke experts en adviseurs van koepelorganisaties en initiatiefnemende overheden ............................................................................................................ 16 jan 2020
Tussentijds heeft het kernteam, geassisteerd door andere ambtelijk adviseurs en adviesbureau Wing, de resultaten uitgewerkt en samengevat in een voortgangsrapport, dat in de volgende bijeenkomsten aan betrokken partijen is voorgelegd: Bestuurlijke consultatie van portefeuillehouders van initiatiefnemende overheden .......................... 30 jan 2020
Participatiebijeenkomst met inwoners en ondernemers in Middelburg ............................................ 11 feb 2020
Bestuurlijke consultatie van bestuurders van koepelorganisaties, samen met de portefeuillehouders van de initiatiefnemende overheden ............................................................ 12 feb 2020
Participatiebijeenkomst met inwoners en ondernemers in Goes ...................................................... 17 feb 2020
Participatiebijeenkomst met inwoners en ondernemers Noord-Beveland ........................................ 18 feb 2020
Participatiebijeenkomst met inwoners en ondernemers Veere ........................................................ 20 feb 2020
Inhoudelijke consultatie van gemeenteraden, Provinciale Staten en Commissie BEZ Waterschap ... 3 mrt 2020
De opmerkingen en aanvullingen die uit deze bijeenkomsten volgden zijn eind maart 2020 verwerkt in de huidige concept besluitvormingsnotitie. Deze wordt gedurende de maand april voorgelegd aan de maatschappelijke partners en ten laatste begin mei aan de besturen van de initiatiefnemende overheden. Vanwege de Covid-19epidemie en de daaruit volgende onmogelijkheid om deze finale consultatieronde via fysieke bijeenkomsten te doen verlopen, is door de betrokken bestuurders gekozen voor een internetconsultatie. Zoals hierboven al is opgemerkt, zal het eindconcept van de besluitvormingsnotitie halverwege mei 2020 aan de betrokken bestuurscolleges worden aangeboden. Zij zullen het vervolgens ter vaststelling voorleggen aan hun respectievelijke gemeenteraden, algemeen bestuur en Provinciale Staten. Naar verwachting zal dit besluitvormingsproces begin juli zijn afgerond.
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
-9-
Planning van Fase 2 In Fase 2 zullen de algemene principes en aandachtsgebieden, zoals die in Fase 1 zijn gedefinieerd en door de initiatiefnemende overheden zijn vastgesteld, integraal en gebiedsgericht worden uitgewerkt, evenals een (gezamenlijk) actieprogramma en regieafspraken. De voorlopige planning van Fase 2 is als volgt: Inhoudelijk en procesmatige voorbereiding ...................................................................................... t/m jul 2020
Uitwerking van algemene principes en wijze van regievoering aan diverse gesprekstafels ............................................................................................................................. aug - nov 2020
Vertaling algemene principes naar aandachtsgebieden en beeldkwaliteitsplannen ............. okt 2020 - jan 2021 − Via onder andere consultatiegesprekken met burgers, ondernemers en lokale verenigingen over de uitwerking van principes en gebieden −
Met inzet van ruimtelijk ontwerp
Bestuurlijk afstemmingsoverleg met overheden en maatschappelijke partners .......... okt, dec 2020 & jan 2021 Eerste concept gebiedsvisie, inclusief voorstel voor convenantafspraken ............................................ feb 2021
Consultatie bij Raden, Staten, Commissie BEZ, directie RWS ..................................................... feb - mrt 2021
Bestuurlijk afstemmingsoverleg met overheden en maatschappelijke partners .....................................mrt 2021
Definitief voorstel gebiedsvisie en convenantafspraken ........................................................................ apr 2021
Vaststellingstraject gebiedsvisie en ondertekening convenant ..................................................... mei - jun 2021
Proceselementen van Fase 2 De uiteindelijke gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 is het resultaat van Fase 1 én Fase 2. In Fase 2 volgen we in grote lijnen de aanpak die indertijd ook is gevolgd bij de totstandkoming van de Zeeuwse Kustvisie. Daarin werden decentrale ontwerpdialogen afgewisseld met centraal integratie- en afstemmingsoverleg tussen de diverse gesprekspartners. In Fase 2 van de totstandkoming van gebiedsvisie Veerse Meer willen we op een vergelijkbare manier itereren tussen sectoraal en integraal en tussen lokaal en regionaal. We onderscheiden daarbij de volgende proceselementen: Het nader uitwerken van de algemene ontwerp- en ontwikkelprincipes voor het Veerse Meer.
Het gebiedsgericht vertalen van deze algemene principes naar lokale situaties.
Het opstellen van een gemeenschappelijk afsprakenkader, inclusief een de wijze van regievoering daarop.
Het regelmatig op elkaar afstemmen en integreren van deelresultaten.
Het consulteren van burgers en ondernemers en het afstemmen met betrokken bestuurders.
Nader uitwerken van de algemene principes Het nader uitwerken van de algemene ontwerp- en ontwikkelprincipes borduurt voort op de resultaten van paragraaf 3.2 van deze besluitvormingsnotitie. Het gaat dan om inhoudelijke uitwerkingen die meer onderbouwing, afstemming en dialoog vragen dan waarvoor in Fase 1 tijd beschikbaar was. Denk bijvoorbeeld aan het borgen en zo nodig verbeteren van de natuur-, milieu- en landschapskwaliteit van het gebied en hoe agrarische ondernemers daaraan kunnen bijdragen. Of aan regels m.b.t. de verdere ontwikkeling van verblijfsrecreatie in termen van eenheden, oppervlak, ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijke meerwaarde, zowel binnen bestaande bebouwingscontouren als via kleinschalige initiatieven op boerenerven. Of aan instrumenten om ondernemerschap regionaal te ondersteunen en gezamenlijk gebiedsmarketing-activiteiten te ontplooien. Of aan een gezamenlijke programma-aanpak van de problematiek rond de Japanse Oester, de waterkwaliteit in de diepere delen van het westelijk deel van het Veerse Meer, het verbeteren van de infrastructuur op en rond het Veerse Meer, etc.
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
- 10 -
Vergelijkbaar met de Zeeuwse Kustvisie stellen wij voor om deze algemene ontwerp- en ontwikkelprincipes inhoudelijk aan een aantal sectoraal ingestoken gesprekstafels uit te werken:
Een groene tafel, waar onderwerpen op het gebied van landbouw en natuur-, milieu- en landschapskwaliteit worden besproken. Een rode tafel, waar de bebouwde omgeving, de infrastructuur (1) en het recreatief ondernemerschap centraal staan. Een blauwe tafel die zich richt op de waterkwaliteit en waterveiligheid, de recreatie op en in het water, de visserij en de binnenvaart.
Het voorstel is om aan elke gesprekstafel een duo-trekkerschap te verbinden, bestaande uit een vertegenwoordiger van de maatschappelijke partners en een lid van het ambtelijk kernteam. De trekkers zijn verantwoordelijk voor de juiste samenstelling van participanten aan tafel, het verzamelen van relevante en noodzakelijke informatie en het afstemmen en integreren met andere gesprekstafels. Gebiedsgericht vertalen naar lokale situaties In Fase 1 van de gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 zijn aandachts- en beschermingsgebieden aangewezen (zie paragraaf 3.3). Het betreft gebieden waarvoor een lokale, gebiedsgerichte doorvertaling nodig is van de algemene principes. Hierbij gaat het veelal om het formuleren van de juiste kwaliteitsimpuls en wat die kwaliteitsimpuls concreet voor de betreffende locatie inhoudt. Aandachts- en beschermingsgebieden worden daarmee in Fase 2 ook ruimtelijk gedefinieerd en begrensd. Per aandachts- of beschermingsgebied wordt een ontwerptafel ingericht. De betreffende gemeenten organiseren deze tafels zelf, en zitten deze ook voor. Zij zorgen voor de juiste samenstelling van participanten aan tafel, het verzamelen van relevante en noodzakelijke informatie, het uitwerken van de deelresultaten en het afstemmen en integreren met andere gesprekstafels.
Dit zijn de plekken waar de bewoners, individuele ondernemers, lokale verenigingen hun inbreng kunnen leveren. De ontwerptafels bepalen zelf de processtappen die zij willen zetten om tot de gevraagde gebiedsgerichte uitwerkingen te komen, maar gedacht kan worden aan een (probleem)analyse van de huidige en te verwachten ontwikkelingen, gevolgd door een ruimtelijke visie op de gewenste toekomstige situatie en richtlijnen voor beeldkwaliteit waaraan ontwikkelingen getoetst kunnen worden. Daarbij komt ook een aantal fundamentele vraagstukken aan de orde, zoals randvoorwaarden voor het al dan niet toestaan van hoogbouw en het definiëren van ruimtelijke kwaliteit voor dit gebied. De inzet van ruimtelijk ontwerpers is hierbij essentieel. De gebiedsgerichte ontwerptafels werken met de resultaten van de groene, rode en blauwe tafels. Zodra deze tafels voor algemene principes een eerste set resultaten hebben opgeleverd en een eerste botsproef hebben doorstaan, worden ze aan de gebiedsgerichte ontwerptafels door vertaald naar het lokale niveau. De resultaten kunnen mogelijk leiden tot het verder uitwerken of aanpassen van de getoetste algemene principes. In de ontwerptafels worden op enig moment ook de resultaten van andere aandachts- en beschermingsgebieden gedeeld.
Opstellen van een gemeenschappelijk afsprakenkader, inclusief regievoering De bij het Veerse Meer betrokken overheden en hun maatschappelijke partners willen de gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 bezegelen met een convenant. De convenantpartijen maken daarin afspraken over hoe zij de in de gebiedsvisie gestelde ambities gaan realiseren. Onderdeel van dit afsprakenkader is de wijze waarop de partijen gezamenlijk regie willen voeren op die realisatie. In paragraaf 3.5 van deze besluitvormingsnotitie wordt nader op dit onderwerp ingegaan.
1
Waar dit van toepassing is, wordt aangesloten bij het recent opgestarte proces ‘gebiedsontsluitingsvisie Veerse Meer-Zuid’.
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
- 11 -
Wij stellen voor om, parallel aan het proces van uitwerken van de algemene principes en het gebiedsgericht vertalen naar de lokale situatie, een z.g. gele tafel in te richten waar gaandeweg de elementen voor het uiteindelijke afsprakenkader worden verzameld, en via een dialoog tussen de gebiedspartners wordt nagedacht over de toekomstige wijze van regievoering daarop. Eén en ander moet richting het einde van Fase 2 resulteren in een convenanttekst. Ook voor de gele tafel stellen we een duo-trekkerschap voor, bestaande uit een vertegenwoordiger van de maatschappelijke partners en een lid van het ambtelijk kernteam. Op elkaar afstemmen en integreren van deelresultaten Om de inhoudelijke en procesmatige voortgang van, en de afstemming tussen de verschillende gespreks- en ontwerptafels te borgen en tot een integrale gebiedsvisie te komen, worden de deelresultaten van de afzonderlijke tafels regelmatig (twee- á driewekelijks) aan een centrale tafel besproken en met elkaar in verband gebracht. De deelnemers aan deze centrale tafel zijn de trekkers van de groene, rode, blauwe en gele tafel en van de gebiedsgerichte ontwerptafels. De centrale tafel staat onder de regie van de projectmanager van Provincie Zeeland. Consultatie en afstemmingsgesprekken Ook tijdens Fase 2 zal een aantal consultatiemomenten met burgers, ondernemers en lokale verenigingen worden georganiseerd.
De precieze vorm en frequentie hiervan zal nog nader moeten worden bepaald. Vanzelfsprekend zal ook een aantal bestuurlijke afstemmingsgesprekken tussen de gebiedspartners plaatsvinden. Procesmatige en inhoudelijke ondersteuning De trekkers van de verschillende tafels en deeltrajecten kunnen zich desgewenst laten assisteren door een deskundig procesadviesbureau, dat in dat geval door de centrale projectorganisatie wordt aangetrokken.
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
- 12 -
3.
Voorlopig resultaat Fase 1
Het proces zoals dat tot nog toe is doorlopen heeft een aantal tussentijdse resultaten opgeleverd.
3.1
Omgevingskwaliteiten
Zorgen en kansen In de diverse bijeenkomsten zijn zorgen geuit, maar ook kansen geformuleerd met betrekking tot de onderscheidende omgevingskwaliteiten van het Veerse Meer. Wij hebben deze zorgen en kansen samengevat in onderstaande ‘Word clouds’ (zie Figuur 4 en Figuur 5). Hieruit blijkt dat de identiteit van het Veerse Meer en omgeving in belangrijke mate wordt bepaald door:
het water
het (lokale) ondernemerschap
de landelijkheid
de landschaps- en cultuurhistorie
de natuurlijkheid
de afwisseling tussen licht en duisternis
de kleinschaligheid
de afwisseling tussen luwte en openheid
het ‘familie-gebeuren’
De omgevingskwaliteiten die hieraan verbonden zijn, laten zich groeperen in drie categorieën: 1) de natuur- en landschapskwaliteit, 2) de waterkwaliteit, het gebruik van het water en de veiligheid op en in het water, en 3) de recreatieve kwaliteit, bebouwde omgeving en infrastructuur van het Veerse Meer gebied. Hieronder geven we een globale beschrijving van hoe die kwaliteiten er momenteel voorstaan.
Figuur 4: Inventarisatie van zorgen over de omgevingskwaliteit van het Veerse Meer en omgeving.
Figuur 5: Inventarisatie van kansen voor de omgevingskwaliteit van het Veerse Meer en omgeving.
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
- 13 -
Figuur 6: Huidige landschapsstructuur van het Veerse Meer gebied.
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
- 14 -
Natuur- en landschapskwaliteiten De aantrekkelijkheid van het Veerse Meer hangt sterk samen met de natuur- en landschapskwaliteit die het in aanleg (het oorspronkelijke landschapsplan van Nico de Jonge, zie hoofdstuk 0) en door een verstandig beheer heeft meegekregen. Vanwege zijn rijke biodiversiteit is het Veerse Meer als Natura 2000-gebied aangewezen (Vogelrichtlijngebied) en kent deze een gewaardeerde onderwaternatuur met bijzonder plekken als de stroomgeul bij Zilverenschor waar een unieke overhang van de veenlaag is te vinden. Andere belangrijke kwaliteiten zijn de weidsheid van het Veerse Meer als onderdeel van het open Deltalandschap en zicht op karakteristieke cultuurhistorische fenomenen, zoals het silhouet van de stad Veere en andere historische havenplaatsjes met veerstoepen en sluizen, de kerktorens van Wolphaartsdijk en Kortgene en de loop van de oorspronkelijke kreken en dijken. De agrarische sector levert een belangrijke bijdrage aan deze openheid van het landschap en ruimtelijke kwaliteit. Het behoud van zichtlijnen en het belang van geleidelijke overgangen tussen water en land, heeft meer betekenis dan openheid in fysieke zin: het gaat ook over de ecologische en esthetische waarde en de beleving daarvan. Het principe van openbaarheid van water en oevers maakt dat deze beleving voor iedereen toegankelijk is. Zie ook Figuur 6 op pagina 14.
De bossen rondom het Veerse Meer zijn inmiddels bijna 60 jaar oud, verjonging is aan de orde. Het beheer van de bossen - uitgezonderd de natuurbossen - zou zich meer moeten richten op het vergroten van de diversiteit in leeftijd en soortenrijkdom en het ontwikkelen van mantel-zoom-vegetaties. Staatsbosbeheer is reeds gestart met dit omvormingsbeheer. Het belang van dit alles mag niet worden onderschat. De natuur- en landschapskwaliteiten zijn de belangrijkste onderleggers voor de toeristische en recreatieve waarde van het gebied. Die kwaliteiten mogen niet in het gedrang komen doordat de natuurlijke draagkracht en het herstellingsvermogen van het Veerse Meer worden overschreden. Zo zijn er zorgen over de snelheid waarmee nieuwe bebouwingsplannen langs de oevers en in het water worden gemaakt en uitgevoerd. Deze kunnen negatieve invloed hebben op de beleving vanaf zowel land als water én op het daadwerkelijk beschikbare wateroppervlak (=binnen recreatiebetonning) voor waterrecreanten.
Waterkwaliteit, -gebruik en -veiligheid Waterkwaliteit Sinds de ingebruikname van het doorlaatmiddel in de Zandkreekdam (de Katse Heule) in 2004, is de wateruitwisseling van het Veerse Meer met de Oosterschelde sterk vergroot en is de waterkwaliteit in het Veerse Meer aanzienlijk verbeterd door toename van het zoutgehalte, betere menging van de waterlaag en een verbetering van de zuurstofhuishouding. Het optreden van zuurstofloosheid is in het oostelijke deel van het Veerse Meer sterk verminderd, maar in het westelijk deel komen in de diepere waterlaag door gebrek aan menging in de zomer nog steeds tijdelijk zuurstofarme condities voor. De KRW-doelen voor 2027 zijn nog niet bereikt en door klimaatverandering kan de waterkwaliteit verder onder druk komen te staan. Om deze redenen is Rijkswaterstaat bezig met monitoring van de waterkwaliteit. De ambities om in het Veerse Meer te werken aan verbetering van de kwaliteit van het zoute water laat onverlet dat de gekozen aanpak
Figuur 7: De relatie tussen de waterkwaliteit en de gebruiksfuncties in en rond het Veerse Meer.
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
- 15 -
rekening houdt met de aanwezige zoetwatervoorraden in het gebied. Daarvoor geldt dat het provinciale beleid wordt gevolgd om deze voorraden zo veel als mogelijk in stand te houden. Het Veerse Meer heeft een meer marien karakter gekregen, wat terug te zien is in de soortensamenstelling van wieren, bodemdieren, vissen en vogels. Een positieve ecologische ontwikkeling, doch met een aantal nadelige effecten voor de recreatieve kwaliteit met name als het gaat om zwemwater (cf. kwallen), de toegankelijkheid van oevers en strandjes (cf. Japanse oesters) en de bevaarbaarheid van het open water (cf. wiergroei). Een ander probleem is de toename van zoute kwel langs de randen van het Veerse Meer, wat mogelijk invloed kan hebben op de manier waarop akkerbouw in de toekomst vorm krijgt. De verhoging van het winterpeil (NAP-0,60 m (2008) - NAP-0,30m (2011)) heeft ertoe geleid dat de ondiepe oeverzone die in de winter droogvalt ongeveer gehalveerd is. De verhoging van het peil heeft geen meetbare effecten gehad op zoutgehalte, stratificatie, of waterkwaliteit. Het gebied dat niet meer droogvalt is mogelijk een gunstig habitat voor algen, wieren en voor bodemdieren zoals de Japanse oester. (Uit Bekkenrapport Veerse Meer, Prins et al. 2015, over waterkwaliteit en ecologie 2000-2014).
Gebruik van het water Wat betreft het gebruik van het water is het Veerse Meer gebied ideaal voor een wijde range van waterrecreanten, die komen voor natuurbeleving, rust, actie dan wel ontspanning. Het Veerse meer blijft de kweekvijver voor de watersporter in de dop, door de beschutte ligging en het smalle getijdeloze water. Maar ook meer ervaren watersporters genieten er op, in en - al duikend - onder het water van het Veerse Meer. Voor de jachthavens geldt dat de huidige aantallen ligplaatsen voor vaste gasten en passanten naar verwachting ook in de toekomst aan de behoefte voldoen. De vergrijzing is merkbaar, evenals de beweging van bootbezit naar bootgebruik. Er is wel een tendens naar gemiddeld grotere recreatievaartuigen. Binnen commerciële havens is al een behoorlijke leegstand ontstaan, wat een bedreiging vormt voor kwaliteitsinvesteringen. Bij veel ruimtelijke ontwikkelingen worden privésteigers aangebracht. Marktverstorend en/of USP? De aantallen zijn beperkt. De recreatiedruk op en in het water is redelijk in balans met de beoogde natuur- en landschapskwaliteit. Het aantal boten an sich hoeft niet te verminderen. Voor de jeugd zijn de snelvaargebieden belangrijk. Wakeboarden en snelvaren is belangrijk voor vertier van de jeugd en nodig om de watersportsector blijvend te vernieuwen.
Veiligheid op en in het water De beroepsvisserij is beperkt op het Veerse Meer en zal niet veel uitbreiden. Deze sector vraagt wel aandacht voor de regels op en in het water. Ook de veiligheid op en in het water draagt immers bij aan een positieve beleving van het Veerse Meer. Het gebeurt met regelmaat dat mensen (al dan niet via een verhuurbedrijf) het water op gaan met een boot, zonder enige kennis van zaken, met alle mogelijke schade van dien. Handhaving is door dit multipele gebruik een blijvend aandachtspunt. Zowel politie, waterschap als gemeentelijke BOA`s worden daarvoor ingezet. Veelal vindt controle plaats op wildkamperen en handhaven van de 24 uursregeling. Het bevaarbare water is niet in het geding. Bij zandwinning wordt juist rondom kritische punten gezocht naar mogelijkheden om de vaargeul te verruimen. RWS heeft daar richtlijnen voor opgesteld. Ook ondieptes worden gebruikt voor zandwinning om te besparen op de vaarwegmarkering. Recreatieve kwaliteit, bebouwde omgeving en infrastructuur Goede verblijfs- en dagrecreatieve voorzieningen zijn belangrijk voor de profilering van het gastheerschap rond het Veerse Meer. Het voorzieningenaanbod moet rekening houden met de diversiteit aan doelgroepen en aansluiten op de steeds veranderende behoeftes van de toerist en recreant, zowel op land als op/in het water.
En de voorzieningen moeten passen bij het specifieke karakter van het landschap. Kleinschalige (familie)bedrijven met een onderscheidend aanbod hebben daar tot dusverre veelal in kunnen voorzien. Nieuwe en ook grootschaliger initiatieven moeten kritisch worden beoordeeld, vanuit een integrale visie op het totale gebied. Het toeristisch-recreatief aanbod moet gedifferentieerd, vitaal en van goede kwaliteit blijven. Hetzelfde
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
- 16 -
geldt voor andere bebouwingsinitiatieven (zoals woon- en werklocaties) langs de oevers en op en direct achter de dijken rond het Veerse Meer. Er is een directe relatie tussen recreatieve voorzieningen en andere bebouwing en publieke infrastructuur, zoals kwaliteit van toegangswegen en (openbare) vervoersvoorzieningen. Dit speelt met name om en rond grootschalige clusters van verblijfsvoorzieningen.
3.2
Algemene principes
Met de visie moeten de bestaande kwaliteiten van het Veerse Meer gebied worden beschermd, versterkt en waar nodig hersteld. Sommige gebieden nodigen uit tot een integrale kwaliteitsimpuls, waardoor nieuwe kwaliteiten kunnen ontstaan en/of bewust worden ontwikkeld. Beleid dat uit de visie voortkomt moet zorgen voor zorgvuldig gebruik van de omgeving, met respect voor de natuurlijke waarden en leefomgeving en de juiste impulsen bieden voor een gevarieerde recreatieve markt. In navolging van Nico de Jonge (zie hoofdstuk 1) blijft de hoofdfunctie van het Veerse Meer recreatie, natuur(beleving), rust en ontspanning. De geïdentificeerde zorgen en kansen omtrent de onderscheidende omgevingskwaliteiten van het Veerse Meer gebied, geven aanleiding tot het formuleren van een aantal algemene, richtinggevende principes met betrekking tot toekomstige ontwikkelingen in het gebied. Kernwoord is ‘balans’. Deze principes zullen in fase 2 worden uitgediept tot kaderstellende regels voor het Veerse Meer gebied als geheel én waar van toepassing voor de afzonderlijke aandachts- en beschermingsgebieden. Gekoppeld aan natuur- en landschapskwaliteiten Behoud, bescherm en versterk natuurkwaliteiten en landschapswaarden De natuurkwaliteiten en landschapswaarden van het Veerse Meer gebied worden minimaal behouden en beschermd en waar mogelijk versterkt en verder of nieuw ontwikkeld.
Dit geldt zowel voor kwaliteiten en waarden op het land als in het water. Behoud oorspronkelijke ontwerpprincipes voor optimale beleving De ontwerpprincipes van Nico de Jonge (zie hoofdstuk 1) worden behouden, zodat het Veerse Meer gebied optimaal kan worden beleefd: •
Robuuste groenstructuren ondersteunen de natuurbeleving, en geven ruimtelijke kadering en ‘rugdekking’ aan bestaande bebouwing langs de oevers en op de dijken, of daar direct achter.
•
Het Veerse Meer karakteriseert zich door een zonering met zachte overgangen tussen water en land en tussen intensief en extensief gebruik.
•
(Cultuur)historische landschapselementen (bijv. de loop van de oorspronkelijke kreken en dijken) zorgen voor een leesbaar landschap, waarin de ontstaanswijze van het Veerse Meer herkenbaar blijft.
•
Er is vrij zicht op karakteristieke oriëntatiepunten, zoals het silhouet van de stad Veere en de kerken van Wolphaartsdijk en Kortgene.
•
De oevers van het Veerse Meer zijn grotendeels openbaar toegankelijk.
Ontwikkelingen dragen bij aan de Natura 2000-doelen en versterken waar mogelijk het Natuur Netwerk Zeeland Ontwikkelingen mogen niet strijdig zijn met Natura 2000 en dragen bij aan de daarbij horende natuur- en landschapsambities en het Natuur Netwerk Zeeland. Initiatiefnemers worden uitgenodigd en geholpen om te verkennen of er kansen benut kunnen worden om een extra impuls te geven aan de ontwikkeling van natuur, onder andere door aan te sluiten bij reeds bestaande initiatieven.
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
- 17 -
Gekoppeld aan waterkwaliteit, -gebruik en –veiligheid Bewaak de huidige waterkwaliteit Bij mogelijke invloed van ontwikkelingen op waterkwaliteit vormt het behoud en/of verbetering van het huidige kwaliteitsniveau het uitgangspunt. Behoud de huidige diversiteit aan gebruikers en gebruiksmogelijkheden van het water en waarborg de veiligheid De huidige diversiteit aan gebruiksmogelijkheden en gebruikersgroepen dient behouden te blijven, zowel qua beroepsvissers, beroepsvaart als recreatief gebruik van het water, met naleving van de wettelijk geldende natuuropgaven. De veiligheid op, in en rond het water moet daarbij te allen tijde gewaarborgd blijven. Sta geen uitbreiding van aantal ligplaatsen in jachthavens toe Specifiek voor de jachthavens geldt dat de huidige aantallen ligplaatsen voor vaste gasten en passanten naar verwachting ook in de toekomst aan de behoefte voldoen. De huidige recreatiedruk op het water is redelijk in balans met de beoogde natuur- en landschapskwaliteit. Het aantal boten hoeft niet te verminderen. Wel is er een tendens naar gemiddeld grotere recreatievaartuigen. Dit noopt de jachthavens tot het vergroten van ligplaatsen, hetgeen een uitbreiding van het steigeroppervlak vraagt. Dit wordt toegestaan, onder de voorwaarde van geen toename van het aantal eenheden.
Belangrijk hierbij is te benoemen dat er een onderscheid is tussen een ligplaats en een afmeervoorziening. Een ligplaats is een vaste locatie in het water, bedoeld voor 1 vaste gebruiker, die daar zijn vaartuig stalt. Dit kan in een (jacht)haven zijn of aan een privésteiger. Een afmeervoorziening is een openbaar toegankelijke locatie in het water waar “eenieder” tijdelijk kan afmeren, bv. bij sluizen, bruggen, oevers en eilandjes in het Veerse Meer. Voor de meeste afmeervoorzieningen geldt dat daar niet overnacht mag worden. Behoud en versterk openbaar toegankelijke voorzieningen t.b.v. (water)recreatie Aanwezigheid van openbaar toegankelijke voorzieningen zoals trailerhellingen karakteriseren het Veerse Meer gebied. Ontwikkelingen mogen de openbare toegankelijkheid (zoals in het geval van trailerhellingen de toegankelijkheid vanaf de waterkant) niet beperken. Inzet is gericht op behouden, versterken c.q. vergroten van de mogelijkheden. Dat geldt overigens in het algemeen voor dagrecreatieve publieke faciliteiten.
Gekoppeld aan recreatieve kwaliteit, bebouwde omgeving en infrastructuur De hoogte van de bebouwing mag het open Deltalandschap van het Veerse Meer gebied niet verstoren Niet expliciet in het oorspronkelijke landschapsplan van Nico de Jonge benoemd, maar in de afgelopen 50 jaar steeds urgenter: het open Deltalandschap en de maat van het Veerse Meer verhoudt zich slecht met hoge bebouwing, ook als die niet direct in de zichtlijnen van karakteristieke oriëntatiepunten staan of het historische silhouet daarvan verstoren. In Fase 2 van de gebiedsvisie worden v.w.b. de hoogte van bebouwing de volgende hoofdlijnen uitgewerkt: •
Het open Deltalandschap van het Veerse Meer moet behouden worden.
•
De zichtlijnen naar karakteristieke oriëntatiepunten of historisch silhouet mogen niet verstoord worden.
•
Aandachtsgebieden moeten zich ontwikkelen op een dusdanige manier dat ze het landschap en de landschappelijke beleving versterken. Conform de regel uit de kustvisie landschap creëren i.p.v. consumeren. In Fase 2 zullen hiervoor locatie specifieke randvoorwaarden en regels worden opgesteld.
•
Per aandachtsgebied wordt in Fase 2 gekeken of buitendijks bouwen is toegestaan. Per gebied wordt beoordeeld of buitendijkse bebouwing zowel landschappelijk als natuurlijk ingepast kan worden of dat het te veel impact heeft op de ruimtelijke kwaliteit. Qua hoogte zal de buitendijkse bebouwing gevoegd moeten worden in de omgeving (een nadere uitwerking van die hoogtes volgt in Fase 2; bijvoorbeeld door gebruik te maken van referentiehoogte dijken/bebouwing/bomen/masten etc.).
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
- 18 -
•
(Zeer) hoge bouwwerken (waaronder bijvoorbeeld windmolens) zijn niet wenselijk op de oevers en dammen van het Veerse Meer (buiten de huidige zoekgebieden). Dit geldt ook voor hoge bouwwerken van andere aard zoals masten en antennes.
•
Binnen agrarische bouwblokken volgt men de regels van het vigerende bestemmingsplan en kunnen hoge bouwwerken toegestaan zijn.
•
Binnen de huidige contouren van het Veerse Meer mag niet in het water gebouwd worden.
Bovenstaande leidende principes zullen hun nadere uitwerking (detaillering) vinden in de uitwerking van Fase 2 van de gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030. Hierbij zullen ook de 1km rondom het Veerse Meer, het karakteristieke beeld, de schaal en de huidige skyline van het Veerse Meer-gebied in het algemeen en specifiek locaties in het bijzonder, een rol spelen. Daarnaast worden ook de huidige landschapsverordening en de Handreiking Landschap: Het landschap van Zeeland - Beschrijving van het landschaps-DNV en ontwikkelingsperspectief (2012) gebruikt als afwegingskader. Leg het accent op kwaliteitsverbetering, verduurzaming en maatschappelijke meerwaarde Bij toekomstige verblijfs- en dagrecreatieve ontwikkelingen (op land en water) met ruimtelijke impact ligt het accent op kwaliteitsverbetering. Ontwikkelingen moeten van maatschappelijke meerwaarde zijn, te denken valt aan ontwikkeling van nieuwe natuur en landschap (nntb percentages vaststellen in Fase 2, naar analogie met de Zeeuwse Kustvisie), een sociaaleconomische bijdrage aan bv. algemene voorzieningen en infrastructuur, werkgelegenheid, etc. Investeringen dienen zoveel mogelijk gebruik te maken van de Best Beschikbare Technieken (BBT) in het duurzaam gebruik van energie en materialen en de uitstraling van licht. Nieuwe initiatieven moeten bovendien onderscheidend zijn t.a.v.
het bestaande aanbod, in soort en qua bereik van verschillende doelgroepen. De diversiteit dient te worden getoetst voor het Veerse Meer-gebied als geheel. Bestaande vestigingen mogen uitbreiden, maar alleen als die uitbreiding binnen een nog te bepalen maximum blijft qua aantallen en soorten eenheden en qua oppervlak. Voor omwonenden moeten nieuwe ruimtelijke investeringen toegevoegde waarde creëren, zoals openbaarheid van voorzieningen of nieuw of aanvullend aanbod van diensten. Samen met de betrokken overheden dienen de initiatiefnemers ervoor te zorgen dat de lokale (nuts)voorzieningen en verkeersinfrastructuur niet worden overbelast. Ontwikkelingen corresponderen vanzelfsprekend met bestaande beleidskaders, zoals de centrale bedrijfsmatige exploitatie voor verblijfsrecreatieve bestemmingen en de ladder voor duurzame verstedelijking.
Sta geen permanente nieuwvestiging buiten aandachtsgebieden toe en sluit bij voorkeur aan op de bestaande bebouwingscontouren Om te borgen dat de omgevingskwaliteiten van het Veerse Meer gebied niet verder worden aangetast (met name de openheid en openbare toegankelijkheid van oevers en de zichtlijnen op markante oriëntatiepunten en cultuurhistorische fenomenen), vinden toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen alleen nog plaats binnen, of bij voorkeur flankerend aan, de bestaande bebouwingscontouren, en binnen de in Fase 2 nog nader te bepalen begrenzing van de aandachtsgebieden. De regels vindt u in Tabel 1, een schematische weergave in Bijlage 1. Als het gaat om bestaande vestigingen, dan moeten deze kunnen herinvesteren om ruimte te creëren voor innovatie. Daarbij dienen zij te voldoen aan de hierboven genoemde criteria met betrekking tot het duurzaam gebruik van energie en materialen. Als de investering om uitbreiding van het aantal eenheden of het bedrijfsareaal van de onderneming vraagt, dan kan dit in beperkte mate (zulks nog nader te bepalen in Fase 2, in navolging van de Kustvisie). Als het ruimtelijk niet anders kan, mag een dergelijke uitbreiding voorbij, maar bij voorkeur wel grenzend aan de bestaande bebouwingscontouren reiken, binnen de in Fase 2 nog nader te bepalen begrenzing van de aandachtsgebieden.
Als het gaat om nieuwvestiging, dan zullen deze een plek moeten vinden binnen de bestaande bebouwingscontouren en/of aandachtsgebieden. Bovendien gelden dan ook de eisen op het gebied van duurzaam gebruik van energie en materialen, het onderscheidend zijn t.a.v. het bestaande aanbod en het voor omwonenden creëren van toegevoegde waarde en voorkomen van overlast.
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
- 19 -
In uitzonderlijke gevallen zijn tijdelijke voorzieningen toegestaan buiten de aandachtsgebieden, doch slechts wanneer op die locatie een duidelijke maatschappelijke of dagrecreatieve behoefte aan dergelijke voorziening is, deze niet versteend is, laag intensief qua concentratie van bezoekers, geluid en verkeersbewegingen én van tijdelijke, seizoensgebonden aard. Het betreft géén permanente verblijfsaccommodaties. Denk aan een tijdelijk, seizoensgebonden horecapaviljoen bij een recreatiestrandje. Ook is buiten de aandachtsgebieden ruimte voor natuur gebonden recreatie, zoals activiteiten in kader van het nazomerfestival, etc. De voorzieningen en activiteiten mogen niet in één van de groene beschermingsgebieden (zie paragraaf 3.3) liggen c.q. doorgaan. Tabel 1: Regels voor toekomstige uitbreiding en nieuwvestiging, binnen en buiten bebouwingscontouren en aandachtsgebieden.
Bestaande vestigingen
Nieuwe vestigingen
Binnen bestaande bebouwingscontouren in een aandachtsgebied
Beperkt uitbreiden is mogelijk, maar alleen als deze voldoet aan het nog te bepalen maximum qua eenheden en oppervlak. Het principe hier is inbreiden
Nieuwvestiging is enkel nog mogelijk mits deze onderscheidend is t.a.v. het huidig aanbod en ook voor omwonenden en omgeving toegevoegde waarde creëert.
Buiten bestaande bebouwingscontouren in een aandachtsgebied
Beperkt uitbreiden is mogelijk, maar alleen als deze voldoet aan het nog te bepalen maximum qua eenheden en oppervlak, onderbouwd is en de uitbreiding aansluit bij de bestaande bebouwingscontour en/of nader te bepalen grens van het aandachtsgebied.
Nieuwvestiging is enkel nog mogelijk mits deze onderscheidend is t.a.v. het huidig aanbod en ook voor omwonenden en omgeving toegevoegde waarde creëert. Deze nieuwvestiging sluit bij voorkeur aan op de bestaande bebouwingscontouren.
Buiten een aandachtsgebieden
Uitbreiden is niet mogelijk.
Hier zijn enkel tijdelijke voorzieningen mogelijk als deze de omgeving niet verstenen, laag intensief, tijdelijk én seizoensgebonden zijn, in een duidelijke maatschappelijke of dagrecreatieve behoefte voorzien én niet in een groen beschermingsgebied plaatsvinden
Houd rekening met de impact op infrastructuur Aanpassingen aan bestaande (verblijfs)recreatieve bedrijven dan wel nieuwvestiging hebben invloed op de omgeving en behoeven een goede (publieke) infrastructuur zodat huidige gebruikers niet worden benadeeld door overbelasting, nieuwe gebruikers voldoende worden gefaciliteerd en de veiligheid van gebruikers te allen tijde kan worden geborgd. Het gaat hierbij o.m. over draagkracht en kwaliteit van bestaande toegangswegen en (openbare) vervoersvoorzieningen. Dit speelt met name om en rond grootschalige clusters van verblijfsvoorzieningen. Maar impact van nieuwe ontwikkelingen gaat verder dan bereikbaarheid (van de oevers van het meer, voorzieningen en accommodaties) en toegankelijkheid (bv. voor hulpverlening, mindervaliden). Infrastructuur betreft ook goede beschikbaarheid van nutsvoorzieningen, watertoevoer, internet, e.d. ten behoeve van inwoners, landbouw en andere vaste gebruikers. Bij voorziene impact (criteria nntb), wordt voor de betreffende infrastructurele onderdelen een impactstudie gewenst. Te denken valt bv. aan een verkeerskundige studie. Waar de infrastructurele knelpunten gemeentegrenzen overschrijden, vergt dit afstemming en samenwerking tussen de gemeentes.
Behoud de vitaliteit van het landelijk gebied De karakteristieke openheid van het agrarische landschap rondom het Veerse Meer draagt bij aan het ervaren van rust, stilte, ruimte en donkerte, en daarmee aan de recreatieve aantrekkingskracht. Grote waarde wordt gehecht aan behoud van de vitaliteit van het landelijk gebied. Bestaande agrarische bedrijven behouden
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
- 20 -
ontwikkelingsmogelijkheden. Daarnaast worden mogelijkheden geboden binnen de voorwaarden voor Nieuwe Economische Dragers (NED). Deelname aan kwaliteitsimpulsen m.b.t. groen- en landschapsontwikkelingen in aandachts- en beschermingsgebieden gebeurt op basis van vrijwilligheid. Waar het agrarische grond betreft, zou bv. kunnen gekeken worden naar mogelijkheden van natuurinclusieve landbouw. Bied alleen ruimte aan ondernemers die in hun ontwikkelplannen de identiteit en de specifieke kwaliteiten van het gebied respecteren en versterken Het Veerse Meer kent veel verschillende typen van ondernemers. Denk aan recreatieondernemers, horecaondernemers en ondernemers in de landbouw, visserij, aquacultuur en binnenvaart. Kwaliteit(verbetering) moet voor elke onderneming uitgangspunt vormen, gezien vanuit ruimtelijk oogpunt, economische haalbaarheid, marktbehoefte, onderscheidend vermogen en het leveren van een maatschappelijke bijdrage. Belangrijk aandachtspunt is dat bedrijven passen bij en bijdragen aan de identiteit van het gebied, wat onder meer gekenmerkt wordt door kleinschaligheid, landelijkheid, openheid en een natuurlijke inbedding. Samenhang en een gemeenschappelijke aanpak in deze, kunnen helpen, voor huidige lokale ondernemers én nieuwvestigers.
Gebiedsbranding kan daarin een krachtig communicatiemiddel zijn, vanuit een organisatie die deze taak op zich neemt en ondernemers rond dit doel verenigt, lokale producten in en rond het Veerse Meer beter onder de aandacht brengt en hiermee zorgt voor een betere herkenning en beleving voor inwoners en gasten. Het toeristisch product van het Veerse meer wordt immers gevormd door de symbiose van de omgeving (het meer, de strandjes, de kering, natuurgebieden, historisch Veere, kernen en agrarisch achterland), de accommodaties (verblijfsrecreatieve parken, horeca etc.) en de onderliggende organisatie ervan (recreatieondernemers, detailhandel, VVV, evenementen etc.). Klimaatadaptatie en energietransitie Anticipeer op klimaatadaptatie en energietransitie Het veranderend klimaat en een andere manier van omgaan met energiebronnen zijn twee belangrijke maatschappelijke fenomenen die los van elkaar ook in deze context aandacht vragen. Dat klimaatverandering ook invloed heeft op het gebied rondom het Veerse Meer is ontegenzeggelijk. Klimaatrobuust en toekomstbestendig ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen is noodzakelijk. Verkenning van mogelijkheden en onmogelijkheden is essentieel. Hierbij kan worden aangesloten bij de klimaatstresstesten die in de verschillende Zeeuwse gemeenten zijn uitgevoerd en de in ontwikkeling zijnde gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050.
Zo vraagt de te verwachten waterpeilstijging ook de komende 10 jaren al om proactief beleid. In het kader van energietransitie zal worden verkend wat bij toekomstige ontwikkelingen wenselijk dan wel noodzakelijk wordt geacht, rekening houdend met de bestaande omgevingskwaliteiten, aard en schaal van het gebied. Nieuwe plannen zullen toekomstbestendig moeten zijn op vlak van energie. Hoe dit zich vertaalt, moet verder worden uitgewerkt.
3.3
Aandachts- en beschermingsgebieden
Het behouden en versterken van de onderscheidende omgevingskwaliteiten (paragraaf 3.1) geeft aanleiding tot het aanwijzen van rode en oranje aandachtsgebieden en groene en blauwe beschermingsgebieden. Deze zijn vooralsnog globaal geduid, op basis van actuele gebiedskennis van de huidige bebouwde omgeving, recreatieve ontwikkelingen, waterkwaliteit en natuur- en landschapskwaliteit (zie Figuur 9 op pagina 23). Deze gebieden behoeven een gerichte, integrale ruimtelijke kwaliteitsimpuls, die a.d.h.v. bovengenoemde algemene principes voor toekomstige ontwikkelingen in het gebied (paragraaf 3.2) zal worden ingevuld.
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
- 21 -
De (ruimtelijke) kwaliteiten van een specifieke locatie zijn erg gebiedsafhankelijk en zullen bij ontwikkelingen specifiek beschreven moeten worden. Hierbij kan naast de thema’s natuur, landschap, verblijfs- of dagrecreatie ook sprake zijn van opgaven voor waterveiligheid, energietransitie, (watergebonden) bedrijvigheid, woningbouw, leefbaarheid van kernen, cultuurhistorie, aquacultuur en landbouw. In Fase 2 zullen de aandachts- en beschermingsgebieden nader worden begrensd en onderbouwd. Een eerste beschrijving van de aandachtsgebieden treft u in Bijlage 2. Alle resterende gebieden op en rondom het Veerse Meer die niet als aandachts- of
Figuur 8: Beleidskader vanuit de Zeeuwse Kustvisie voor de ontwikkeling van de Veerse Dam (geen verblijfsrecreatie).
beschermingsgebied zijn geduid, worden vanuit het oogpunt van aanwezige natuur en landschappelijke waarden verondersteld geen ruimte te bieden voor (nieuwe) ontwikkelingen, tenzij: •
(Op land) regulier onderhoud/beheer en kwaliteitsbijdragen aan de publieke (recreatieve) infrastructuur, natuur/bebossing en cultuurhistorisch waardevolle plekken.
•
(In water) beheer en onderhoud t.b.v. fauna/flora, zwemwaterkwaliteit (cf. kwallen), de toegankelijkheid van oevers en strandjes (cf. Japanse oesters) en de bevaarbaarheid van het open water (cf. wiergroei). Ook hier zijn de algemene principes - net als bij de aandachts- en beschermingsgebieden - richtinggevend. Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn gedefinieerd als gebieden met (recreatieve) bebouwing waar de (oorspronkelijke) ruimtelijke kwaliteit onder druk staat of al (deels) verdwenen is. Er liggen kansen om ruimtelijke kwaliteiten integraal (op)nieuw te ontwikkelen. Voor ondernemersinitiatieven daarbinnen geldt dat er moet worden voldaan aan een nog nader uit te werken ontwikkelkader dat uitgaat van de vier volgende pijlers: ruimtelijke kwaliteit (o.m. gepaard gaand met natuur- en landschapsontwikkeling), economische haalbaarheid, markt en onderscheidend vermogen van het concept en sociaal maatschappelijke meerwaarde. •
Rode aandachtsgebieden zijn clusters bebouwde omgeving waar de ontwikkeldruk voor dag- en/of verblijfsrecreatie hoog is en de kwaliteit van het gebied een impuls nodig heeft.
•
Oranje aandachtsgebieden zijn gebieden waar enkel recreatie zonder verblijf plaatsvindt en waar de kwaliteit van het gebied en de voorzieningen een nieuwe impuls nodig hebben.
In de Zeeuwse Kustvisie zijn bijvoorbeeld voor het aandachtsgebied Veerse Dam al een aantal principes benoemd (Figuur 9 op pagina 23). Deze worden momenteel in opdracht van Rijkswaterstaat verder uitgewerkt in de Landschapsvisie Deltadammen. De ontwikkeling van een dergelijk gebied moet op basis van een gezamenlijk gedragen streefbeeld (integrale gebiedsvisie) gebeuren, evenals de planvorming en realisatie ervan. Realisatie gebeurt enkel als er ondernemers betrokken zijn en willen investeren. Beschermingsgebieden Beschermingsgebieden definiëren we als agrarische of natuurgebieden met bijzondere natuur- en/of landschappelijke waarden dan wel waterzones in het Veerse Meer (blauw) die een impuls nodig hebben. In de beschermingsgebieden liggen kansen om bestaande kwaliteiten te versterken en/of beter beleefbaar te maken. •
Groene beschermingsgebieden zijn gebieden waar landschappelijke, cultuurhistorische, natuur- en/of agrarische kwaliteiten onder druk staan en moeten worden beschermd en/of versterkt middels een gebiedsgerichte landschappelijke impuls.
•
Blauwe beschermingsgebieden zijn gebieden in het Veerse Meer waar de waterkwaliteit een impuls nodig heeft.
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
- 22 -
Figuur 9 Globale situering van de rode en oranje aandachtsgebieden en de groene en blauwe beschermingsgebieden.
Besluitvormingsnotitie Fase 1 | Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 | versie 18 mei 2020
- 23 -
3.4
Actuele ruimtelijke initiatieven en projecten en overgangsbeleid
Naar analogie van de Zeeuwse kustvisie wordt voor het Veerse Meer en directe omgeving een aantal uitgangspunten geformuleerd voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals voor dag- en verblijfsrecreatie en wonen en werken. Voor een aantal van deze uitgangspunten zal gelden dat deze afwijken van de regelgeving zoals die door de provincie en betrokken gemeenten in de afgelopen jaren is gehanteerd. Dit maakt dat duidelijkheid moet worden geboden over de status van projecten en initiatieven die op basis van vigerend beleid (niet zijnde de nieuwe gebiedsvisie) in ontwikkeling of voorbereiding zijn. In Tabel 2 op pagina 25 hebben wij alle op 1 april 2020 bekende projecten en initiatieven samengevat en geclassificeerd naar juridische status (zie bijbehorende legenda). De volgende driedeling ontstaat: 1) Projecten met een vastgesteld bestemmingsplan of omgevingsvergunning ..... (Status: licht- en donkergroen) 2) Plannen en projecten die onder het overgangsbeleid vallen ............................... (Status: licht- en donkergeel) 3)
Overige initiatieven ..................................................................................... (Status: roze, rood en donkerrood)
Projecten met een vastgesteld bestemmingsplan of omgevingsvergunning Het gaat hier om plannen en projecten die passen in een vastgesteld bestemmingsplan en om plannen en projecten die reeds vergund zijn. De betreffende projecten zijn in Tabel 2 licht- en donkergroen gekleurd. Als zo’n project op de peildatum van 1 augustus 2020 nog niet in uitvoering is, worden tussen de initiatiefnemer en de verantwoordelijke overheid afspraken gemaakt over de momenten van starten en afronden. Plannen of projecten die onder het overgangsbeleid vallen (pijplijnprojecten) Voor deze plannen of projecten geldt dat de betrokken overheid zich vóór 1 augustus 2020 op basis van vigerende beleidskaders aan het plan/project heeft gecommitteerd. Dit commitment ligt vast in de vorm van: en ontwerp bestemmingsplan,