CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 - MER Waterpark Veerse Meer Gecombineerd plan- en projectMER, Tauw,6-5- 2021 incl. oplegnotitie 7-6-2021-AANGEPAST

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Bijlagen 2 t/m 24 - Bijlagen bij bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 202032.323 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Doordat het verkeer goed kan worden afgewikkeld op de kruispunten in Plan Driestar 1 en omdat het in alle andere scenario’s (huidige situatie, autonome situatie, referentiesituatie, Plan Driestar 2 en Plan Driestar 2 op basis van praktijkmetingen) minder druk is op wegen en kruispunten in het studiegebied, kan geconcludeerd worden dat in alle gevallen sprake is van een goede doorstroming. De beoordeling is neutraal. Verkeersveiligheid In Plan Driestar 2 op basis van de praktijkmetingen neemt het aantal verkeerbewegingen op de onderzochte wegvakken toe. Op de onderzochte locaties in het studiegebied wordt de grenswaarde om bermschade te voorkomen niet overschreden. Ten opzichte van de autonome situatie is de beoordeling neutraal. 74/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Ten opzichte van de referentiesituatie 2030 is sprake van een verbetering ter plaatse van Nieuwe Kraaijertsedijk (er treedt geen beschermschade meer op). Dit scoort licht positief. Het aantal erftoegangswegen dat in Plan Driestar 2 op basis van de praktijkmetingen de streefwaarde, die gesteld worden door de gemeentes, overschrijdt, blijft gelijk ten opzichte van de autonome situatie. Hierdoor scoort het plan neutraal op het aspect ‘balans tussen vormgeving en gebruik op erftoegangswegen’. Ten opzichte van de referentiesituatie in 2030 neemt het aantal wegvakken dat een overschrijding van de streefwaarde kent af (ter plaatse van de Postweg, Nieuwe Kraaijertsedijk in de gemeente Borsele) en scoort daarom licht positief. Ook voor de inrichting van de fietsroutes geldt dat Plan Driestar 2 (op basis van praktijkmetingen) tot dezelfde knelpunten leidt op de Nieuwlandseweg. De inrichting van dit wegvak voldoet niet aan de wenselijke inrichting voor fietsverkeer. Er is geen fietsvoorziening aanwezig waarbij dit wel gewenst is. Het aantal fietsroutes waarbij de inrichting niet overeenkomt met het gebruik (gemotoriseerd verkeer) is overeenkomstig met de autonome- en referentiesituatie 2030. De beoordeling is daarmee voor beide situaties neutraal.

5.4.2 Geluid Effect op aantal gehinderden en slaapverstoorden In onderstaande tabel is het aantal (ernstig) gehinderden en ernstig slaapverstoorden weergegeven. Ten opzichte van de autonome situatie is voor het aantal (ernstig) gehinderden en ernstig slaapverstoorden sprake van een toename. Door het extra verkeer van- en naar het Waterpark is er sprake van (waarneembaar) hogere geluidsbelastingen, waardoor ook het aantal gehinderden en slaapverstoorden toeneemt in Plan Driestar 2 ten opzichte van de autonome situatie 2030. Ten opzichte van de referentiesituatie 2030 is echter sprake van een beperkte afname van het aantal (ernstig) gehinderden en ernstig slaapverstoorden. Tabel 5.12 Effect op aantal gehinderden en slaapverstoorden in Plan Driestar Alternatief 2 Autonome

Referentie

Plan

Effect Plan

Effect Plan

Situatie 2030

Situatie 2030

Driestar alt. 2

Driestar alt. 2

Driestar alt. 2

(o.b.v. tellingen)

(o.b.v. tellingen)

t.o.v. autonoom

t.o.v. referentie

57

62

60

3

-2

aantal gehinderden

155

170

164

9

-6

aantal ernstig

30

33

32

2

-1

aantal ernstig gehinderden

slaapverstoorden

Als gevolg van het extra verkeer via de ontsluitingsroutes is er sprake van een negatief effect op het aantal (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden ten gevolge van het wegverkeersgeluid ten opzichte van de autonome situatie. Dit wordt licht negatief beoordeeld. Ten opzichte van de referentiesituatie is er op basis van de situatie met de aangepaste verkeersgeneratie een licht positief effect te verwachten in Plan Driestar 2 ten aanzien van het aantal (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden.

75/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Toetsing aan waarneembare toe- en afnames van de geluidsbelasting Als gevolg van de ontwikkelingen is voor in totaal 10 woningen sprake van een waarneembare (significante) toename van de geluidsbelasting ten opzichte van de autonome situatie 2030. Voor 245 woningen is een geluidstoename tot 1,5 dB berekend. In dat geval is geen sprake van een waarneembare toename van de geluidsbelastingen. Voor geen van de woningen is een afname van de geluidsbelastingen berekend. Figuur 5.12 geeft een overzicht van de ligging van de locaties waarvoor een waarneembare toename van de geluidsbelasting is berekend. De aantallen zijn samengevat in tabel 5.13. Ten opzichte van de referentiesituatie is in Plan Driestar 2 voor geen van de omliggende woningen een toename van de geluidsbelasting te verwachten. Als gevolg van Plan Driestar 2 neemt de geluidsbelasting (beperkt) af ten opzichte van de autonome situatie 2030. De afnames zijn kleiner dan 1,5 dB. Tabel 5.13 Waarneembare geluidstoename bij plan Driestar Alternatief 2. Waarneembare geluidstoename

Effect plan Driestar 2 o.b.v.

Effect plan Driestar 2 o.b.v.

(referentie minus autonoom)

praktijkmetingen t.o.v. autonoom

praktijkmetingen t.o.v. referentie

Geluidstoename van 0 – 1,5 dB (niet

245

0

Geluidstoename van 1,5 – 3 dB

10

0

Geluidstoename van 3 – 5 dB

0

0

Geluidstoename van 5 dB en groter

0

0

waarneembaar)

Figuur 5.12 Locaties (omcirkeld en oranje) waar sprake is van een waarneembare toename van de geluidsbelasting t.o.v. de autonome situatie 2030.

76/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Als gevolg van het extra verkeer via de ontsluitingsroutes is in de vergelijking met de autonome situatie een licht negatief effect te verwachten, omdat er voor een aantal adressen sprake is van een waarneembare toename van de geluidsbelasting. Ten opzichte van de referentiesituatie is voor geen enkele woning een waarneembare toename van de geluidsbelasting berekend. Derhalve is er geen sprake van een negatief effect in Plan Driestar 2 ten opzichte van de referentiesituatie (neutraal). 5.4.3 Luchtkwaliteit Op basis van berekeningen uitgevoerd in het kader van de andere alternatieven blijkt dat er geen sprake van een toename van de concentraties voor stikstofdioxide of fijn stof van 1,2 μg/m3 of meer. Daarmee draagt het plan dus niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast wordt voor alle onderzochte wegen ruimschoots voldaan aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Omdat de verkeersgeneratie van de aangepaste plansituatie lager is dan worstcasesituatie uit de eerdere berekeningen, zijn de conclusies dus ook van toepassing op Plan Driestar 2 met aangepaste verkeersgeneratie. De beoordeling is neutraal. 5.4.4 Gevoeligheidsanalyse Hoogseizoen Ook voor plan Driestar 2 o.b.v. verkeerstellingen is een gevoeligheidsanalyse hoogseizoen uitgevoerd. In de berekeningen t.b.v.

plan Driestar 1 en 2 zijn alle recreatieve ritten van en naar het studiegebied met 1,4 vermenigvuldigd, ook voor het Waterpark Veerse Meer. Voor het Waterpark Veerse Meer geldt dus dat eerder is gerekend met een factor 1,4 bovenop het kencijfer van 2,8 (dus 3,92 verkeersbewegingen per recreatiewoning). Omdat de bij Hof van Saksen gemeten verkeersgeneratie van 1,64 bewegingen per woning is gemeten in de zomerperiode, kan gesteld worden dat het verschil in verkeersgeneratie in het MER, dus 139% hoger is dan wat de verwachte praktijksituatie is. Omdat de bij de Hof van Saksen gemeten verkeerssituatie in het hoogseizoen was, is niet nogmaals de ophoogfactor van 1,4 gehanteerd voor het Waterpark Veerse Meer. Voor alle andere recreatieve voorzieningen in het studiegebied is, evenals in de voorgaande berekeningen, wel gerekend met de ophoogfactor van 1,4. Het planeffect voor het hoogseizoen is in beeld gebracht door een vergelijking te maken tussen de Autonome situatie – hoogseizoen en de Plansituatie – hoogseizoen. Als gevolg van de hogere verkeersaantallen geldt er in de referentiesituatie 2030 en Plan Driestar 2 o.b.v. verkeerstellingen een extra aandachtspunt op het aspect bermschade in vergelijking met de autonome situatie hoogseizoen. Op de overige aspecten zijn de verkeerseffecten overeenkomstig met de autonome situatie hoogseizoen.

5.5

Conclusies en maatregelen

In onderstaande tabel staan de verschillende beoordelingen samengevat.

77/256

Kenmerk

Aspect

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Criterium

Plan Driestar 1 (op basis

Plan Driestar 2 (op basis

Plan Driestar 2 (op basis

van CROW kentallen)

van CROW kentallen)

van praktijkmetingen Hof van Saksen)

Doorstroming

Score

Score

Score

Score

Score

Score

(vergelijking

(vergelijking

(vergelijking

(vergelijking

(vergelijking

(vergelijking

t.o.v.

t.o.v.

t.o.v.

t.o.v.

t.o.v.

t.o.v.

autonome

referentie

autonome

referentie

autonome

referentie

situatie

situatie

situatie

situatie

situatie

situatie

2030

2030)

2030

2030)

2030

2030)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

Kans op

- (licht

0 (neutraal)

- (licht

0 (neutraal)

0 (neutraal)

+(licht

bermschade

negatief)

Functies versus

- (licht

gebruik van

negatief)

Verhouding Intensiteit/Capaciteit (I/C) op wegvakken Verkeersafwikkeling op kruispunten

Verkeersveiligheid

negatief) 0 (neutraal)

- (licht

positief) 0 (neutraal)

0 (neutraal)

negatief)

+(licht positief)

erftoegangswegen ('juiste verkeer op de juiste plek')

Geluid

Inrichting fietsroutes

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

Effect op aantal

- (negatief)

0 (neutraal)

- (negatief)

0 (neutraal)

- (licht

+(licht

negatief)

positief)

- (licht

0 (neutraal)

gehinderden en slaapverstoorden Geluidsbelasting

- (negatief)

0 (neutraal)

- (negatief)

0 (neutraal)

elders als

negatief)

gevolg van gewijzigde routekeuze van verkeer Luchtkwaliteit

Wijziging

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

0 (neutraal)

luchtkwaliteit Tabel 5.14 Beoordeling effecten Plan Driestar 1, 2 CROW en 2 (Hof van Saksen)

Bij de alternatieven plan Driestar 1 en 2 doen zich knelpunten voor, zoals slechte doorstroming en een overschrijding van het aantal maximaal wenselijke verkeersbewegingen op een aantal wegvlakken. De ontwikkeling ‘Waterpark Veerse Meer’ heeft echter geen groot (extra) effect op deze knelpunten. Zonder de ontwikkeling van het park zullen deze knelpunten, door autonome ontwikkelingen, zich ook voordoen.

78/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Vergeleken met de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt (referentiesituatie 2030), neemt het verkeer als gevolg van de voorgenomen herontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer niet toe. De in het onderzoek geconstateerde verkeersknelpunten zijn in de huidige situatie al aanwezig, dan wel ontstaan als gevolg van de mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan uit 2014 al biedt. De voorgenomen herontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer leidt dus niet tot nieuwe knelpunten in de verkeersafwikkeling. Wanneer bij de verkeersgeneratie rekening wordt gehouden met de praktijkmetingen ter plaatse van een aan het waterpark vergelijkbare park Hof van Saksen dan treedt er in vergelijking met de referentiesituatie in sommige gevallen zelfs een licht positief op (verkeersveiligheid). Effecten t.o.v. de autonome situatie 2030 en de referentiesituatie 2030 op de doorstroming en de verkeersafwikkeling worden in dit geval niet verwacht. Wat betreft de effecten op geluid wordt in alle alternatieven wel een effect verwacht ten opzichte van de autonome situatie. Zowel in plan Driestar 1 en 2 zal het aantal mensen wat (ernstig) gehinderd of slaapverstoord toenemen ten opzichte van de hinder die in de autonome situatie ervaren zal worden.

Wanneer rekening wordt gehouden met de praktijkmetingen, en dus een verkeersgeneratie die een stuk lager is, dan zijn de verschillen ten opzichte van de autonome situatie 2030 maar beperkt aanwezig. Ten opzichte van de referentiesituatie 2030 treedt zelfs een beperkt positief effect op. Maatregelen Zoals uit de analyse blijkt is de verkeers- en geluidshinder in de autonome situatie, dus zonder verdere ontwikkeling van het park, ook aanwezig. De invloed van het Waterpark Veerse Meer hierop lijkt relatief beperkt. Zeker als rekening wordt gehouden met een meer realistische verkeersgeneratie (praktijkmetingen Hof van Saksen i.p.v. CROW kentallen). De wegbeheerders willen daarom ook gezamenlijk zoeken naar een robuuste verkeersoplossing in het gebied die een plek moet krijgen in de gebiedsvisie Veerse Meer. Aanvullend daarop neemt Driestar maatregelen om de verkeersbelasting op de omgeving verder te beperken: •

•

• •

Driestar wil zich inzetten voor een busverbinding tussen het park en het station van Arnemuiden, zodat gasten en personeel met het openbaar vervoer kunnen komen. Als dat niet mogelijk is biedt Driestar aan dat gasten opgehaald worden van het station en ook weer weggebracht worden Driestar zet zich in voor een watertaxi vanaf het Waterpark tussen Middelburg en het strand bij de Veerse Gat Dam, zodat gasten via het water de omgeving kunnen verkennen. Deze watertaxi ziet men momenteel al op meerdere plekken in het Veerse Meer zoals tussen Veere en Kamperland Voor personeel dat met het openbaar vervoer komt (trein) stelt het park fietsen beschikbaar om van het station naar het park te fietsen Ruim 45 overnachtingsplaatsen zijn beschikbaar in de bedrijfswoningen voor personeel dat wil verblijven op het park gedurende de werkperiode (werkweek/weekenden). Bijvoorbeeld stagiaires, afstudeerders en ander personeel dat liever niet op en neer reist

79/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Daarnaast zijn er mogelijkheden voor de wegbeheerders om mitigerende maatregelen te nemen om (geluids)overlast te verminderen door bijvoorbeeld: • Stillere wegdekken (bijvoorbeeld tweelaags ZOAB (zeer open asfalt beton). De combinatie van een grove onderlaag en een fijne deklaag reduceert meer geluid dan het enkellaags • •

ZOAB dat de standaard is Verkeersmaatregelen (bijvoorbeeld snelheidsverlaging) Betere scheiding fiets- en autoverkeer

• •

Geluidsschermen Isolatie woningen

Ook heeft Driestar door Goudappel Coffeng 19 een nadere kruispuntanalyse laten uitvoeren inclusief aanbevelingen voor goede verkeersafwikkelingen. Aanbevelingen die hieruit naar voren zijn gekomen zijn: •

Op een deel van de Muidenweg, nabij het waterpark, een maximum snelheid instellen van 60 km per uur Het kruispunt Muidenweg – hoofdaansluiting Waterpark vormgeven als voorrangskruising

• • •

Het kruispunt Muidenweg – Zuidelijke ontsluiting vormgeven als voorrangskruising Het kruispunt Oranjeplaatweg – Ontsluiting Waterpark Veerse Meer vormgeven als een gelijkwaardige voorrangskruising

5.6

Landschappelijke inpassing

5.6.1 Uitgangspunten Driestar B.V. heeft in de zomer van 2019 vier ontwerpbureaus gevraagd om landschapsplan te maken te maken voor het Waterpark Veerse Meer. Hiervoor is aan ieder bureau een gelijke set aan randvoorwaarden meegegeven, de belangrijkste staan hier onder opgesomd: •

Het streven is om zorg te dragen voor een groene en natuurlijke inpassing

•

Bomen zullen zo weinig mogelijk worden gekapt, worden altijd gecompenseerd en waar mogelijk zullen extra bomen worden geplant Het streven is om een uitbreiding van de natuurontwikkelingen in de directe omgeving van het

• • •

park te gaan realiseren Er wordt gestreefd naar een duurzaam en een energiezuinig ontwikkeling en naar het opwekken van duurzame energie op of rond het park De bebouwing zal minimaal 30 m1 van de plangrenzen en van de bestaande woningen plaatsvinden. Centrumvoorzieningen zullen op minimaal 100 m1 van bovenstaande grenzen plaatsvinden

In deze paragraaf worden op basis van vier varianten verschillende landschappelijke effecten beschreven. Eerst worden de context en de huidige landschappelijke kwaliteiten beschreven. Vervolgens de uitgangspunten van het plan, de wijze van beoordelen en uiteindelijk de beoordeling.

19

Kruispuntenanalyse Oranjeplaatweg-Muidenweg-Calandweg, Goudappel Coffeng, november 2020 80/256

Kenmerk

5.6.2

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Context en huidige landschappelijke kwaliteiten

Het beoogde Waterpark Veerse Meer bevindt zich op het snijvlak van een aantal verschillende typen landschap in Zuidwest Zeeland. De beoogde ontwikkeling moet aansluiten op de landschappelijke waarden van het Veerse Meer, dat in contrast staat met het omliggende Zeeuwse polderlandschap.

Figuur 5.13 Landschappelijke context plangebied (rode cirkel)

Oude land van Walcheren Het voormalig eiland van Walcheren bestaat uit een kleinschalig landschap met buitenplaatsen, kreken, kreekruggen en duinen, met Middelburg als stedelijk hart. Het polderlandschap kent een onregelmatige verkaveling met naast de kreken ook grillige lintbebouwing. Zuid-Beveland Dit landschap wordt meer getypeerd door de openheid en meer grootschalige verkavelingsvormen, vlaktes van getijafzettingen doorsneden door kreekrestanten. De verkaveling volgt deels de meanderende kreken, maar is vooral grootschalig, open en meer rationeel van opzet.

81/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Veerse Meer Het gebied rondom het Veerse Meer is pas relatief recent ingepolderd: in de jaren ’60 werd het Veerse Gat afgedamd. Deze voormalige zeearm bestaat nu uit brak water op een overgang van zout naar zoet, meanderende geulen, zandplanten, slikken, schorren en bos. Dit Natura 2000 gebied kent waardevolle oevervegetaties en natuurwaarden. Nico de Jonge heeft voor het Veerse Meer in 1960 een landschapsplan opgesteld waar nog steeds aan wordt vastgehouden: een groenblauwe oase met een natuurlijk karakter en open gebieden voor natuur en recreatie, op de overgang naar het Zeeuwse polderlandschap. Waardevol in dit gebied zijn daarnaast de lange zichtlijnen over het water en op de vesting van Veere. Dit is het landschap met grillige kreken, bosplaten en natuurlijke oevers waar het Waterpak Veerse Meer op moet aansluiten. De meanderende vormen staan in duidelijk contrast met het omliggende rationele polderlandschap. Op de plek van de beoogde ontwikkeling is in het plan uit 1960 al een groen volume voorzien.

Figuur 5.14 Landschapsplan Nico de Jonge met room omcirkeld de ligging van Waterpark Veerse Meer

Figuur 5.15 Kwaliteiten Veerse Meer: afwisseling, grillige kreken en eindeloze vergezichten

82/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Figuur 5.16 Contrasten tussen open en besloten landschap: Het plangebied en omgeving kent een variatie tussen weidse open zichten over het waterlandschap van het Veerse Meer. Links: Weidse open zicht over het waterlandschap van het Veerse Meer, ingekaderd door boskavels en rechts: Op de grens tussen dichte boskavels en het achtergelegen open polderlandschap (Oranjepolderseweg). Bron afbeeldingen: Bosch en Slabbers.

Figuur 5.17 Kreekrestanten: Veel kreken zijn met de inpoldering uit het landschap verdwenen. Enkele, zoals de Piet en de Lemmer zijn als zeer structurerende elementen nog in het huidige landschap aanwezig. Afbeelding: zicht over de Lemmer in het plangebied (afbeelding: Kuiper Compagnons).

5.6.3 Uitgangspunten per plan In deze paragraaf staan de belangrijkste uitgangspunten per plan beschreven. In bijlage 3 zijn de (geabstraheerde) ontwerptekeningen per plan opgenomen. Variant 1 – Boslandschap Dit plan gaat uit van drie zones die drie typen landschap in Zuidwest Zeeland representeren: eilanden (eilandenlandschap), oevers (boslandschap) en erven (polderlandschap). De eilanden bestaan letterlijk uit verschillende eilanden met woningen, verdeeld door het water. De ronde vormen van de eilanden zijn hier het structurerend element. De oever is een losliggende plek omringd door bosschage met verschillende woningen die zicht hebben op het Veerse Meer. De erven zijn geïnspireerd op Zeeuwse schuren verspreid over een open plek, maar gescheiden door hagen en vlietbergen in het landschap. Het complex is als geheel naar binnen toe georiënteerd en ontneemt, door het bosschage, het zicht op het Veerse Meer vanuit het achterliggende landschap. Het centrum van het complex is wel direct zichtbaar vanaf de ingang, maar maakt geen duidelijke zichtrelatie met Veere. Vanaf het water gezien ontstaat eigenlijk een volledig aaneengesloten groene wand. Variant 2 – Waterpark Dit plan gaat uit van een centrale kreek met hoekige aftakkingen als structurerend element in het plan, waardoor een eilandenlandschap ontstaat.

Naast het water is het bos een belangrijke landschappelijke drager van het plan. Het complex wordt verdeeld in vergelijkbare eilanden met woningen centraal op het eiland en woningen gelegen aan het water. 83/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Bosschage zorgt voor de nodige geborgenheid per wooneenheid. Het complex is naar binnen toe georiënteerd en wordt eigenlijk aan alle kanten omsloten door bosschage. Zichtlijnen van en naar het achterliggende polderlandschap worden daardoor onderbroken. Het centrum kent wel een duidelijke zichtrelatie met het water en Veere. Vanaf het water gezien ontstaat eigenlijk een volledig aaneengesloten groene wand. Variant 3 – Duinlandschap Dit plan gaat uit van vijf wezenlijk verschillende zones met woningen: kreken en waterwonen (eilandenlandschap), bos en waterrijk bos (boslandschap) en zandbanken (duinlandschap). Zeker bij de laatste drie zones gaat dit plan uit van een geleidelijke overgang van droog en bebost, naar open en nat. Water is ook in dit plan het structurerend element, waarbij wordt uitgegaan van uitbreidingen op de bestaande geulen en natuurlijk ontstaan van waterlopen. Dit plan is georiënteerd naar binnen toe, wat resulteert in gesloten bosschage die het complex omringt. Zichtlijnen vanuit het achterliggende landschap naar het Veerse Meer toe worden daardoor onderbroken. Het centrum van het complex is wel direct zichtbaar vanaf de ingang, maar maakt geen duidelijke zichtrelatie met Veere. Vanaf het water gezien zijn de zandbanken en woningen aan het water duidelijk zichtbaar.

84/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Variant 4 – Compact eilandenlandschap Bij dit plan vormen de grillige kreken met groene randen de basis van het plan, waardoor een eilandenlandschap ontstaat. De meanderende watergangen verdelen het complex in verschillende wooneenheden en vormen het structurerende element in de verkaveling. Naast het park wordt nog een deel nieuwe natuur aangelegd, aansluitend op het Veerse Meer. Het complex is naar binnen toe georiënteerd en omringd door bosschage, waarbij het centrum van het plan wel een duidelijke zichtrelatie heeft met Veere. Daarnaast blijft het Veerse Meer, via een venster, zichtbaar vanuit het achtergelegen landschap rondom het vliegveld. Vanaf het water gezien vallen de woningen deels weg tegen de bosschage op de achtergrond en blijft de zichtlijn naar het achtergelegen polderlandschap behouden. 5.6.4 Verschillen tussen uitgangspunten van plannen. In het toetsingsadvies van de Commissie van de m.e.r. wordt geadviseerd om duidelijker te zijn in de verschillend tussen de verschillende landschapsvarianten. In onderstaande tabel zijn de verschillen tussen de vier varianten naast elkaar gezet. Per variant zijn de zones, landschappelijke drager(s), het structurerend element, de oriëntatie en de zichtlijnen in tabelvorm opgenomen.

De verschillen tussen de varianten zitten hem voornamelijk in de zones, het structurerend element en de zichtlijnen van de verschillende varianten. Tabel 5.15 Uitgangspunten per variant Varianten

Zones

Landschappelijke

Structurerend element

Oriëntatie

Zichtlijnen

Ronde vorm van

Naar binnen

Geen duidelijke

eilanden

toe

zichtrelatie met

drager(s) Variant 1

Eilanden, oevers

Bos en water

en erven Boslandschap

Veere. Centrum park is wel te zien vanaf de ingang

Variant 2

Eilanden

Water en bos

Centrale kreek met

Naar binnen

Geen duidelijke

hoekige aftakkingen

toe

zichtrelatie met

Waterpark

Veere. Centrum park is wel te zien vanaf het water en Veere.

Variant 3

Duinlandschap

1. Kreken

Water, bos en

Water; bestaande

Naar binnen

Centrum van het

2. Waterwonen,

zand

geulen en waterlopen

toe

complex is

3.Bos

zichtbaar vanaf de

4. Waterrijk bos

ingang, maar geen

5. Zandbanken

duidelijke zichtrelatie met Veere. Vanaf het water gezien blijft zichtlijn naar achtergelegen polders behouden, maar vallen de 85/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Varianten

Zones

Landschappelijke

Structurerend element

Oriëntatie

Zichtlijnen

drager(s) woningen weg tegen de bosrand. Variant 4

Zones met

Grillige kreken met

Meanderende

Naar binnen

Centrum van het

verschillende

groene randen

watergangen vormen

toe

plan heeft wel een

wooneenheden

structurerend element in

duidelijke

de verkaveling

zichtrelatie met Veere. Het Veerse Meer blijft met een venster zichtbaar

Compact

vanaf het

Eilandenschap

achterliggende landschap rond het vliegveld. Vanaf het water vallen de woningen gedeeltelijk weg tegen de bosschage en daar achter blijft de zichtlijn naar het polderlandschap behouden.

Beoordeling Het initiatief heeft als doelstelling dat het park is ingebed in de omgeving; dus aansluiting vindt bij bestaande landschappelijke waarden van het Veerse Meer. Om deze landschappelijke inpassing te kunnen beoordelen is dit onderwerp opgesplitst in vijf deelaspecten: A. Aansluiting nieuwe landschapstypen bij landschappelijke waarden van het Veerse Meer Het Waterpark Veerse Meer vormt in feite een nieuw stukje landschap aan het Veerse Meer. Een groenblauwe oase met kreken, bosplaten en natuurlijke oevers met ruimte voor natuur en recreatie is hier beoogd in het plan van Nico de Jonge. Nico de Jonge heeft bijvoorbeeld in zijn originele uitgangspunten met name vrij rechtlijnige bosvlakken rondom het Veerse Meer ontworpen om het open karakter in te kaderen. Zeer positief: het nieuwe landschap sluit volledig aan op de visie van Nico de -

Jonge. Licht positief: het nieuwe landschap sluit aan op de visie van Nico de Jonge. Neutraal: het nieuwe landschap sluit niet aan op de visie van Nico de Jonge. Licht negatief: het nieuwe landschap doet afbreuk aan de visie van Nico de Jonge. Zeer negatief: het nieuwe landschap doet aanzienlijk afbreuk aan de visie van Nico de Jonge.

86/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

B. Aansluiting vormentaal bij landschappelijke waarden van het Veerse Meer Het Veerse Meer kent meanderende waterlopen, grillige kreken en ronde vormen die in contrast staan met het omliggende rationele polderlandschap. Het is van belang dat de vormentaal van het Waterpark Veerse Meer hierop aansluit. -

Zeer positief: de vormentaal van het plan sluit volledig aan op bestaande landschappelijke waarden. Licht positief: de vormentaal van het plan sluit deels aan op bestaande landschappelijke waarden. Neutraal: de vormentaal van het plan sluit niet aan op bestaande landschappelijke waarden.

Licht negatief: n.v.t. Zeer negatief: n.v.t. C. Zichtrelatie van achterliggend polderlandschap met het Veerse Meer In de huidige situatie is het landschap ter plaatse van de beoogde ontwikkeling open, waardoor een duidelijke zichtrelatie bestaat. Het Waterpark Veerse Meer kan deze zichtrelatie mogelijk verstoren. -

Zeer positief: n.v.t. Licht positief: n.v.t. Neutraal: de zichtrelatie blijft behouden

-

Licht negatief: de zichtrelatie wordt deels onderbroken Zeer negatief: de zichtrelatie wordt volledig onderbroken

D. Zichtrelatie van centrum Waterpark met het Veerse Meer Vestingsteden als Veere zijn vaak georiënteerd op het water, waarbij het centrum duidelijk zichtbaar is en een zichtrelatie aangaat met het water. Het Waterpark Veerse Meer kan tevens een dergelijke zichtrelatie aangaan. Zeer positief: het centrum is georiënteerd op het Veerse Meer en ligt direct aan het water -

Licht positief: het centrum is georiënteerd op het Veerse Meer Neutraal: n.v.t. Licht negatief: het centrum is nauwelijks georiënteerd op het Veerse Meer

-

Zeer negatief: het centrum is niet georiënteerd op het Veerse Meer

E. Silhouet van Waterpark Veerse Meer aan de horizon, gezien vanaf het water Het landschapsplan van Nico de Jonge gaat uit van zoveel mogelijk groene randen aan het water die bepalend zijn voor het silhouet aan de horizon, zichtbaar vanaf het water. De huidige situatie kent nog een onderbreking in deze groene rand. -

Zeer positief: het plan versterkt de groene randen in het silhouet aan de horizon aanzienlijk Licht positief: het plan versterkt de groene randen in het silhouet aan de horizon deels Neutraal: het plan heeft geen effect op de groene randen in het silhouet aan de horizon Licht negatief: het plan doet afbreuk aan de groene randen in het silhouet aan de horizon Zeer negatief: het plan doet aanzienlijk afbreuk aan de groene randen in het silhouet aan de horizon 87/256

Kenmerk

5.6.5

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Beoordeling

Figuur 5.16 Beoordelingstabel landschappelijke inpassing

Aspect A

Aspect B

Aspect C

Aspect D

Aspect E

Variant 1:

0

0

--

-

+

Boslandschap

Deels

Deels

Bosschage

Centrum ligt

Groene randen

eilandenlandschap,

meanderende

onderbreekt

met zijn rug

worden

maar ook deels

waterlopen en

zichtrelatie

naar het

versterkt;

polderlandschap

ronde vormen,

Veerse Meer

woningen

met vlietbergen

maar ook deels

vallen

rechtlijnige

grotendeels

structuren

weg tegen de achterliggende bosschage

Variant 2:

+

+

--

+

+

Waterpark

Eilandenlandschap

Meanderende

Bosschage

Centrum

Groene randen

met veel water en

routes door het

onderbreekt

wordt

worden

groene randen

complex, met

zichtrelatie

gekoppeld

versterkt;

vrij rechtlijnige

aan

woningen

waterstructuren

jachthaven

vallen

en staat

grotendeels

gedeeltelijk

weg tegen de

georiënteerd

achterliggende

op het

bosschage

Veerse Meer Variant 3:

+

++

-

-

-

Duinlandschap

Deels

Meanderende,

Geen

Centrum ligt

Woningen en

eilandenlandschap,

grillige kreken

rekening

met zijn rug

zandbanken

deels overgang

vormen het

gehouden

naar het

zijn duidelijk

van bos naar

structurerend

met

Veerse Meer

zichtbaar

zandbanken

element,

zichtrelatie,

vanaf het

uitgaand van

deze wordt

water;

uitbreiding van

onderbroken

dominant

de bestaande

door

aanwezig in

geulen

woningen

Variant 4:

++

++

-

+

silhouet +

Compact

Eilandenlandschap

Meanderende,

Zichtrelatie

Centrum

Groene randen

eilandenlandschap

met veel water,

grillige kreken

wordt

wordt

worden

groene randen en

vormen het

mogelijk

gekoppeld

versterkt;

deels nieuwe

structurerend

onderbroken

aan

woningen

natuur

element

door bomen

jachthaven

vallen

en

en staat

grotendeels

bosschage

gedeeltelijk

weg tegen de

georiënteerd

achterliggende bosschage 88/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

op het Veerse Meer

Figuur 5.18 Zicht over Veerse Meer richting het park

Figuur 5.19 Zicht over Veerse Meer richting het park, variant 1: Boslandschap

Figuur 5.20 Zicht over Veerse Meer richting het park, variant 3: Duinlandschap

89/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Figuur 5.21 Zicht over Veerse Meer richting het park, variant 4: Compact eilandenlandschap met zichtlijn.

Figuur 5.22 Bestaand Doorsnede Veerse Meer vanaf de Calandweg

90/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Figuur 5.23 Groene wand met open stuk (variant Duinlandschap en Compact eilandenlandschap)

Figuur 5.24 Groene wand (variant Boslandschap en Waterpark)

5.6.6 Conclusie Uit de beoordeling blijkt dat variant 4, Compact eilandenlandschap op de verschillende aspecten het meest positief scoort. Zie voor de volledige beoordeling bovenstaande tabel 5.15. Uit de tabel blijkt dat variant 4, het Compact eilandenschap, van alle varianten over alle aspecten gezien het hoogste scoort op de vijfpuntsschaal van zeer negatief tot zeer positief. Aspect A waar in de beoordeling naar is gekeken, ‘Aansluiting nieuwe landschapstypen bij landschappelijke waarden Veerse Meer’ scoort zeer positief op de Vijfpuntsschaal. Ook Aspect B ‘Aansluiting vormentaal bij landschapswaarden Veerse Meer’, scoort zeer positief. Aspect C de ‘Zichtrelatie van achterliggend polderlandschap met het Veerse Meer’ scoort neutraal en is daarmee een 91/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

aandachtspunt. Aspect D de ‘Zichtrelatie van centrum Waterpark met het Veerse Meer’ wordt positief beoordeeld en ook het laatste aspect E ‘Silhouet van Waterpark Veerse Meer aan de horizon, gezien vanaf het water’ scoort positief. Figuur 5.21 biedt een impressie van de zichtlijnen op het park in de variant Compact eilandenschap vanaf het Veerse Meer gezien. Aandachtspunt vormt dus wel de verstoorde zichtrelatie van het achterliggend polderlandschap met het Veerse Meer.

92/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

6 Beschrijving voorkeursalternatief In voorgaande hoofdstukken is de voorgenomen activiteit op hoofdlijnen beschreven. In hoofdstuk 5 zijn verschillende alternatieven afgewogen voor het verkeer in de gebruiksfase (en bijhorende milieueffecten) en zijn een viertal landschappelijk varianten beschouwd. Mede op basis van deze afweging is door de opdrachtgever een voorkeursalternatief gekozen. Voor verkeer is dat plan Driestar 2 en voor wat betreft landschappelijke inpassing is dat Variant 4: Compact eilandenlandschap. De uitwerking van het voorkeursalternatief heeft geleid tot een gedetailleerder landschapsontwerp uitgewerkt in twee varianten (zie figuur 6.1 en 6.2 en bijlage 3) wat als basis zal dienen voor het nieuwe bestemmingsplan. In dit hoofdstuk worden de verschillende onderdelen van het plan nader beschreven. In het volgende hoofdstuk worden de milieueffecten beoordeeld van het plan. Daarnaast wordt beschreven welke (mitigerende) maatregelen genomen kunnen worden om eventuele negatieve effecten te verzachten of weg te nemen. Eerst komen de afwegingen voor het gekozen alternatief aan bod, vervolgens het uitgewerkte plan en uiteindelijk de verschillende stappen om tot realisatie van het plan te komen.

6.1

Afwegingen voorkeursalternatief

Uitgangspunt voor het plan is ‘het creëren van een nieuw recreatielandschap dat zich vanzelfsprekend in de omgeving voegt. De kwaliteiten van het Veerse Meer zijn ingezet om te komen tot een hoogwaardig recreatiepark dat de schoonheid en belevingswaarde van het landschap verhoogt en bijdraagt aan de culturele waarde van de plek’. Dit komt, zoals beschreven in de voorgaande paragraaf, het beste tot z’n recht in de landschappelijke variant 4: Compact eilandenlandschap. Wel zal in het ontwerp aandacht worden gegeven aan de zichtrelatie tussen het Veerse Meer en het omliggende open landschap, oftewel het intact houden van de zichtlijn welke over het noordelijk deel van het plangebied loopt. Daarnaast heeft de initiatiefnemer als doel om een park te creëren waarbij de overlast tot een minimum wordt beperkt. In dit geval zijn verkeer en de bijhorende effecten het meest maatgevend. Zoals in het voorgaande hoofdstuk beschreven, is daarom een alternatief ontwikkeld, dat enerzijds leidt tot een haalbare business case en anderzijds tot zo min mogelijk hinder voor de omgeving. Dit alternatief 2 vormt de basis voor de verdere uitwerking van het voorkeursalternatief. De uitwerking van het voorkeursalternatief heeft geleid tot een gedetailleerder landschapsontwerp, uitgewerkt in twee varianten, wat als basis zal dienen voor het nieuwe bestemmingsplan.

6.2

Het landschapsplan

Deze paragraaf geeft een beschrijving op basis van onder meer het Beeldregieplan Waterpark Veerse Meer 20 waarin, in meer detail diverse uitwerkingen en referentiebeelden zijn opgenomen.

20

Beeldregieplan, KuiperCompagnons, d.d. november 2020 93/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Deze beschrijving beperkt zich tot de hoofdlijnen en de belangrijkste uitgangspunten van het plan. 6.2.1 Twee mogelijke uitwerkingen van het voorkeursalternatief Zoals al eerder beschreven in 3.6 en zoals te zien in figuur 7.1 is er sprake van twee autonome situaties. De vigerende situatie, zonder baandraaiing op het vliegveld Midden Zeeland en de situatie waarin de baan wel draait. Deze laatste situatie gaat pas in na het nemen van het luchthavenbesluit en het aanpassen van het bestemmingsplan ter plaatse van de luchthaven. Binnen het voorkeursalternatief zijn er dus twee uitwerkingen mogelijk. Het Compact eilandenschap zonder baandraaiing en de uitwerking van het Compact eilandenschap met de draaiing van de start- en landingsbanen van het vliegveld Midden Zeeland. Vanaf hier kortweg genoemd “variant zonder baandraaiing” en “variant met baandraaiing”. De eerste variant wordt vastgelegd in het bestemmingsplan. De tweede is alleen mogelijk als het inpassingsplan voor de baanrotatie in werking treedt. Het inpassingsplan regelt de baanrotatie en verwijdert dan meteen ook de belemmerende contouren van de verbeelding van het bestemmingsplan. Onderstaande figuren geven de twee varianten weer. Zoals te zien lijken de twee ontwerpen sterk op elkaar. Met de rode cirkel op de kaart is aangeduid waar de belangrijkste verschillen aanwezig zijn.

Van invloed op ontwerp is de externe veiligheidscontour geweest zoals beschreven en weergegeven in hoofdstuk 7.5 van dit MER. Binnen deze contour is nu geen bebouwing opgenomen in de variant zonder draaiing.

Figuur 6.1 Landschapsontwerp, Compact Eilandenschap – uitwerking met baandraaiing ook opgenomen in bijlage 3 van dit MER.

94/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Figuur 6.2 Landschapsontwerp Compact Eilandenschap – uitwerking zonder baandraaiing. Zoals te zien in het figuur zijn in het midden van het park rond de aangegeven rode cirkel geen recreatiewoningen, maar parkeerplekken ingepast. Bovendien is de vorm van de eilanden, de loop van het zand en de beplanting iets aangepast ten opzichte van de figuur 6.1. Deze aanpassingen moeten worden ingepast wanneer de draaiing van de start- en landingsbanen niet doorgaat.

Vanaf hier slaat alle tekst in principe op zowel geen baandraaiing als wel baandraaiing. Tenzij het expliciet wordt genoemd in de tekst, want als er een duidelijk verschil is tussen beide gevallen dan wordt dat nadrukkelijk beschreven. 6.2.2

Landschappelijke inbedding

Landschap is de dragende structuur in het plan. Door de ligging op de flanken van de kreek De Lemmer en de nabijheid van het Veerse Meer is water daarbinnen gekozen als het hoofdmotief. Aansluitend op De Lemmer is, geïnspireerd op de topografische kaart van omstreeks 1960, een fijnmazig krekenstelsel ontworpen, met een archipel van natuurlijk vormgegeven eilanden waarop kan worden gewoond en gerecreëerd. Daarnaast speelt bos een prominente rol. Aan de bospercelen langs De Lemmer worden nieuwe bosschages toegevoegd, die het recreatiepark een beschutte ligging geven. Dat gebeurt op de manier waarop Nico de Jonge (zie ook de beschrijving in paragraaf 5.3.2.) met strategisch ontworpen bosvlakken ruimtes maakte en zichtlijnen formeerde. Om het recreatiepark een helder kader te bieden, zijn langs de Muidenweg, de Oranjeplaatweg en de oevers van het Veerse Meer met strakke bosvlakken nieuwe randen gecreëerd tussen landbouw, natuur en recreatie. Hiermee wordt beoogd om het recreatiepark vanuit de omgeving – zowel vanaf het water als vanaf het land – als passend in de omgeving te laten ervaren. Zie ook de visualisaties in hoofdstuk 5. Aan de oost- en zuidzijde van het park komt een groen-bos zone met een grondwal te liggen. 95/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Dit versterkt de groene aankleding van het park en zorgt voor beschutting en luwte op het park en is tevens bedoeld om geluid van wegverkeer te dempen. Uitgangspunten landschappelijke inbedding samengevat: - Landschap is de dragende structuur in het plan. - Fijnmazige krekenstructuur als verwijzing naar historische landschap. - Bosvlakken en zichtlijnen geïnspireerd op het plan van Nico de Jonge. - Nieuwe randen van strakke bosvlakken maken het geheel passend in de omgeving. - Grondwal aan de oost- en zuidzijde van het park die zorgt voor beschutting en geluidsdemping.

6.2.3 Stedenbouwkundige hoofdopzet Binnen de hiervoor beschreven landschappelijke dragers is het recreatiepark vormgegeven. De lay-out van het park is erop gericht de kenmerken en kwaliteiten van het nieuwe krekenlandschap maximaal te benutten en is opgebouwd uit de volgende planonderdelen: Eilandenrijk Rondom De Lemmer omgeeft een meanderend krekenstelsel verschillende qua omvang uiteenlopende eilanden. In het zuidelijke plandeel ontspringen de nieuwe kreken aan De Lemmer. Als afgeleide van slikken en schorren, zijn de eilanden hier langwerpig en slank van vorm. In het noordelijk plandeel zijn nieuwe geulen gesitueerd tussen de oevers van het Veerse Meer en De Lemmer. Ingegeven door de schaal en maat van de oorspronkelijke Calandpolder, zijn de eilanden hier ronder en omvangrijker van vorm. Het afwisselende lijnenspel van water en land moet een natuurlijk en schilderachtig decor gaan vormen. Hierin nemen de recreatiewoningen een bescheiden plaats in, gecamoufleerd door oevervegetatie en heesters en bomen op het droge. De waterpartijen staan in open verbinding met De Lemmer en het Veerse Meer, soms overkluisd met bruggen of duikers. Uitzondering hierop is het grote, nabij het centrum gelegen recreatiemeer, waar speciale onderwatervoorzieningen moeten voorkomen dat kwallen het zwemmen onmogelijk maakt. Het waterpeil is onderhevig aan de lichte getijdewerking op het Veerse Meer.

Naast enkele zandstrandjes zijn de oevers overwegend natuurlijk vormgegeven. Afwisselende overgangen tussen nat en droog en variatie in de hellingen van de taluds is het een de bedoeling dat een bijdrage wordt geleverd aan soortenrijkdom en de belevingswaarde van het krekenlandschap. Al zal de toepassing van beschoeiing onontkoombaar zijn om dit beeld met de zanderige grondslag duurzaam te handhaven. Uitgangspunten ontwerp Eilandenrijk samengevat: - In vorm verschillende eilanden. In noordelijk plandeel omvangrijkere en rondere eilanden geïnspireerd op de vorm van de Calandpolder. - Gebied heeft een groene uitstraling de recreatiewoningen zijn in dit beeld ondergeschikt - Woningen zijn grotendeels op het water georiënteerd. Op de grotere eilanden ook woningen in groene hoven (t.b.v. veiligheid jonge kinderen). - Waterpartijen staan in open verbinding met het Veerse Meer en kennen een lichte getijdewerking. M.u.v. het recreatiemeer (via onderwatervoorziening afgesloten tegen kwallen e.d.). - Oevers zijn natuurlijk vormgegeven met hier en daar een zandstrandje. Flauwe oevers moeten een bijdrage gaan leveren aan de soortenrijkdom en belevingswaarde van het krekenlandschap.

96/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Figuur 6.3 Waterstructuur park in geval met baandraaiing

Figuur 6.4 Waterstructuur park in geval geen baandraaiing

In bovenstaande figuren staat de waterstructuur van het park weergegeven voor het geval van wel en geen baanrotatie bij het vliegveld Midden Zeeland. In figuur 6.4 is te zien dat de loop van de kreken in het zuid-oostelijke deel van het plangebied licht wijzigt ten opzichte van het plan bij wel een baanrotatie.

97/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Figuur 6.5 Groenstructuur park in geval van baandraaiing

Figuur 6.6 Groenstructuur park in geval geen baandraaiing

98/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

In bovenstaande figuren staat de waterstructuur van het park weergegeven voor het geval van wel en geen baanrotatie bij het vliegveld Midden Zeeland. In figuur 6.6 is te zien de groenstructuur in het centrale deel van het plangebied licht wijzigt ten opzichte van het plan bij wel een baanrotatie. Indien de baan niet geroteerd wordt dient er bij de aanplant van de bomen rekening gehouden te worden met de hoogtecontouren (maximaal 10, 20 en 30 meter hoog). Centrum Afgeleid van Zeeuwse havenstadjes is het centrum aan De Lemmer en in het zicht vanaf het Veerse Meer gesitueerd, min of meer in het hart van het recreatiepark. Het havenstadje, dat naast woningen en appartementen, de receptie, winkeltjes en een ruime keuze uit horeca‐ etablissementen omvat, kent twee gezichten. De noordzijde ziet uit over De Lemmer en wordt geflankeerd door een boardwalk. De zuidzijde, met voorlangs een boulevard met terrasjes, ligt in een flauwe boog om het recreatiemeer en het strand. De façades zijn afwisselend vormgegeven en refereren aan gevelwanden van authentieke Zeeuwse stadjes. Alle openbare voorzieningen zijn op de begane grond geprojecteerd. Ze worden ontsloten via een centrale corridor, maar hebben een gezicht naar buiten. Hier bovenop staan in twee strengen de woningen en appartementen, die voornamelijk op het centrale dek hun voordeur hebben.

Gecombineerd met de uitstraling van een Zeeuws stadje moet dit centrum uitgroeien tot een markant oriëntatiepunt, dat mede de identiteit en het karakter van Waterpark Veerse Meer bepaalt. Uitgangspunten ontwerp Centrum samengevat: - Centrum krijgt de uitstraling van Zeeuws havenstadje. - In het centrum komen: woningen en appartementen, de receptie, winkeltjes en horeca‐ etablissementen. - Zuidzijde kent terrasjes en een recreatiemeer met strand. - Voorzieningen op begane grond daarboven op appartementen. - Centrum vormt markant oriëntatiepunt.

Figuur 6.7 Impressie centrumgebied in geval van baandraaiing

99/256

Kenmerk

R004-1269443EMG-V03-sal-NL

Voorzieningen In het park komen diverse voorzieningen: • Het Indoor waterpark. Dit omvat een omvangrijk design zwembad met whirlpools, wildwaterbaan en waterglijbanen. Dit gebouw is gesitueerd nabij het havenstadje en krijgt de

•

uitstraling van een reeks geschakelde Zeeuwse boerenschuren. Beplanting eromheen moet de omvang van dit complex terugbrengen naar een menselijke maat Het Spa & Welnessresort. Hier komen verschillende sauna’s, baden en een schoonheidssalon. Het resort komt verscholen te liggen in het groen, langs de hoofdentree, op korte afstand van het centrum. Boven op dit gebouwensemble is een klein aantal luxeappartementen gedacht die in directe verbinding staan met het saunacomplex

•

Het familie entertainment centrum. Hier kunnen alle kinderen en hun (groot)ouders terecht in één van de vele kinderacademies. Buitenom zijn een mini‐golfbaan en een speeltuin geprojecteerd. Hier is van alles te beleven. Dit academiegebouw ligt in het hart van het noordelijke plandeel en fungeert hier samen met een pizzarestaurant en een Starbucks als tweede centrum voor het recreatiepark. Qua uitstraling vormt het gebouw een familie met het Indoor waterpark

•

Het visrestaurant. Het punt waar één van de nieuwe geulen uitmondt op het Veerse Meer is aangegrepen om het recreatiepark een gezicht te geven aan de oever, met een bescheiden landmark in de vorm van een visrestaurant. De bijzondere ligging is ook benut om hier een

•

kleine passantenhaven te creëren. Het recreatiemeer. Dit meer is geschikt om in te zwemmen, te kanovaren en deel te nemen en andere buitenactiviteiten. Het meer ligt centraal in het zuidelijke plandeel, met het strand in de

•

beschutting van de boulevard en gericht op de zon Logistiek centrum. Naast recreatieve voorzieningen is in het park ruimte gereserveerd voor een logistiek centrum. Dit gebouw voorziet in de ruimtebehoefte van de huishouding, de technische dienst en voor de aanvoer en opslag van goederen. Voor een goede bereikbaarheid en om te voorkomen dat de huishoudelijke activiteiten de parkbeleving nadelig beïnvloeden, is het gebouw nabij de aansluiting van de Oranjeplaatweg op de Muidenweg geprojecteerd

Uitgangspunten voorzieningen samengevat: - Indoorwaterpark in centrumgebied, uitgevoerd in een aantal geschakelde Zeeuwse schuren - Spa & Welnessresort nabij de hoofdentree. - Tweede centrum met familie entertainmentcentrum aan de noordzijde van de kreek in dezelfde stijl als het Indoorwaterpark. - Visrestaurant aan het Veerse Meer met passantenhaven en met de mogelijkheid voor een opstapplaats voor een fluisterpont naar Veere. - Recreatieplas voor zwemmen en kanovaren. - Logistiekcentrum nabij aansluiting Oranjeplaatweg op de Muidenweg.

100/256

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10359089/1