CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Bijlagen Rittenburg III - concept vastgesteld BP

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Rittenburg Fase III' (RM 21-176)23.991 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

-0,63

+34

49

-0,84

-0,77

+7

23

bebouwd

-0,91

-

50

-0,84

-0,67

+17

24

bebouwd

-0,97

-

51

-0,93

-0,84

+9

25

bebouwd

-0,97

-

52

-0,90

-0,70

+20

26

bebouwd

-1,07

-

53

-0,78

-0,71

+7

27

-0,19

-0,98

-79

54

-0,72

-0,70

+2

28

-0,34

-1,03

-69

55

-0,65

-0,83

-18

55

ARTEFACT! RAPPORT 565

MIDDELBURG GREVELINGENSTRAAT-STROMENPAD

De in de boringen aangetroffen antropogene pakketten wisselen sterk van samenstelling. Dit betreft zowel zand als klei met een verschillende kleur en mate van humeusheid. Plaatselijk komt bouwzand voor en worden in de pakketten veenbrokken, mortel, plastic, glas en/of aardewerk vastgesteld. In de profielen van boringen nr. 32, 33, 35, 36, 42 en 43 (allen gelegen in het noordoosten van het plangebied) bestaat het heterogeen pakket deels uit aangevoerde stadsgrond (donkergrijs, matig humeus zand) en ter plaatse van boringen nr. 54 en 55 bestaat de bovenzijde van het profiel uit een restant van de puinverharding die hier gelegen is.

Afbeelding 27 Overzicht van de dikte van het heterogene pakket, in de witte zones is geen heterogeen pakket aangetroffen of kon de maximale dikte niet vastgesteld worden. Bron ondergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors, 2020.

56

ARTEFACT! RAPPORT 565

MIDDELBURG GREVELINGENSTRAAT-STROMENPAD

De dikte van het aangetroffen antropogene pakket bedraagt tussen 10 en 180 cm (zie afbeelding 27). Van de boringen met een heterogene bovenzijde zijn er slechts een viertal boringen waar onder het heterogeen pakket nog een 15 tot 45 cm dikke bouwvoor of bewerkte cultuurlaag rest (nr. 16, 33, 37 en 48, gele boorpunten op afbeelding 27). In de overige boringen rust het heterogeen pakket op de natuurlijke afzettingen en/of het moerneringspakket. Waar het heterogeen pakket bovenop het moerneringspakket gelegen is, is het onderscheid en de begrenzing tussen beide pakketten niet altijd even duidelijk te maken. Met name in het noordwesten van het plangebied, waar de heterogene pakketten dieper doorlopen is dit het geval. Het heterogeen pakket is niet aangetroffen bij boringen nr. 4, 11, 12, 19, 24, 26 en 27, hier liggen de (aldan-niet afgetopte) natuurlijke afzettingen (of moernering) onmiddellijk aan het maaiveld (op een diepte van 0,51 tot 1,07 m -NAP)(afgegraven profiel, zwarte boorpunten op afbeelding 27). Daarnaast is op een aantal locaties wel een verstoord profiel vastgesteld maar is de onderzijde van dit pakket niet bereikt omdat de boring gestuit is. Dit is het geval bij boringen nr. 1, 5, 6, 14 en 52.

Om een inzicht te verkrijgen van de mate van aantasting van het oorspronkelijk profiel door de verschillende graafwerkzaamheden en het grondverzet tussen 1970 en 2019 is in afbeelding 28 de bovenzijde van het ongestoorde profiel (in m NAP) in kaart gebracht. Dit beeld laat zien dat de bovenzijde van het ongestoorde profiel het hoogst bewaard is bij boringen 4, 7, 9, 11, 12, 16, 19, 24-27, 34-36. 38, 39 en 41-44. Niet toevallig betreft dit boringen in die zones waar het opgebrachte pakket het minst dik is of ontbreekt (zie afbeelding 27). Verder zijn er nog een aantal inzichten te verkrijgen uit afbeelding 27 (eventueel in vergelijking met afbeelding 26) die van belang zijn voor de beeldvorming omtrent de mate van verstoring van de bovenzijde van de profielen binnen het plangebied:  De boorprofielen waarin geen afdekkend heterogeen pakket is aangetroffen (boringen nr. 4, 11, 12, 19, 24, 26 en 27), en de afzettingen van het Laagpakket van Walcheren en/of de moernering dagzomen, zijn alle gelegen in zones waarin het ongestoorde profiel het hoogst gelegen is. Dit suggereert dat in de profielen waarin wel een heterogeen pakket is aangetroffen (en waarin het ongestoorde profiel op een gelijkaardige hoogte ligt of lager) sprake zal zijn van een afgetopte of vergraven bovenzijde van het ongestoorde profiel.  Boring nr. 16 is eveneens vrij hoog gelegen.

In deze boring is slechts een dun heterogeen pakket aangetroffen (10 cm dik). Hieronder rest nog een deel van de bouwvoor. De overgang van de bouwvoor naar het Laagpakket van Walcheren (poelafzettingen) is hier gelegen op een diepte van 0,45 m -mv (1,05 m -NAP). Deze boring vormt de enige boring in het plangebied waarin het oorspronkelijk natuurlijke bodemprofiel intact bewaard lijkt te zijn. Dit ondanks het gegeven dat deze gelegen is ter plaatse van een voormalig gebouw.  In boringen nr. 33, 37 en 48 bevindt zich eveneens een bouwvoor onder het heterogeen pakket. De onderzijde van de bouwvoor bevindt zich hier op een diepte tussen 1,38 en 1,69 m -NAP. Onder deze bouwvoor is in deze boringen een gemoerd pakket gelegen.

57

ARTEFACT! RAPPORT 565

MIDDELBURG GREVELINGENSTRAAT-STROMENPAD

Afbeelding 28 Overzicht van de NAP-hoogte van de bovenzijde van het ongestoorde profiel, in de witte zones kon het ongestoorde profiel niet vastgesteld worden. Bron ondergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors, 2020.

3.3

Resultaten archeologie

Laagpakket van Wormer Tijdens het verkennend booronderzoek zijn in geen van de boringen archeologische indicatoren aangetroffen in de oude getijdenafzettingen van het Laagpakket van Wormer.

58

ARTEFACT! RAPPORT 565

MIDDELBURG GREVELINGENSTRAAT-STROMENPAD

Hollandveen Tijdens het onderzoek is in geen van de boring een archeologische indicator aangetroffen in het veen. Intact veen is aangetroffen in boringen nr. 26, 28, 29 en 50. Bij boringen nr. 8, 15 en 17 is geen veraard veen aangetroffen maar is het pakket naar verwachting vrijwel intact aangetroffen. Laagpakket van Walcheren Voor wat betreft het Laagpakket van Walcheren zijn eveneens geen archeologische indicatoren te melden. Het betreffende laagpakket is daarenboven in vrijwel alle boringen bovenin verstoord. Enkel ter plaatse van boring nr. 16, 33, 37 en 48 lijkt het erop dat het bodemprofiel nog intact is. In de bouwvoor bi j boring nr. 16 zijn enkele rode puinbrokken aangetroffen in de bouwvoor. In de gemoerde pakketten in boringen nr. 7, 13, 34, 50 en 53 zijn telkens wat puinresten aangetroffen. Dit betreft in boringen nr. 7 zachte puinbrokken bovenin de moernering, 34 rode puinspikkels bovenin het pakket, 13 en 50 rode puinspikkels in het volledige moerneringspakket en 53 baksteenbrokken en kalkmortel bovenin moernering (dit pakket ligt onder een puinverharding het is dus niet uitgesloten dat deze indicatoren vanuit dit puinpakket meegenomen zijn bij het opboren). Antropogene lagen Er is in het plangebied in een groot deel van de boringen een antropogeen pakket aangetroffen bovenin het boorprofiel.

Dit betreft echter steeds pakketten die ontstaan zijn bij de bouw- sloop en nivelleringswerkzaamheden die in het plangebied hebben plaatsgevonden in de 20e en 21e eeuw. Ter plaatse van nr. 5 (0,45 m -mv/0,75 m -NAP), 6 (0,9 m -mv/1,27 m -NAP), 52 (0 m -mv/0,71 m -NAP) en 54 (1,2 m -mv/1,9 m -NAP) is de boring steeds in het heterogene pakket gestuit op baksteen en of beton. In geen van de boringen zijn lagen aangetroffen die mogelijk van middeleeuwse datering zijn.

59

ARTEFACT! RAPPORT 565

4

MIDDELBURG GREVELINGENSTRAAT-STROMENPAD

Conclusie en advies 4.1

Conclusie: beantwoording onderzoeksvragen

Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens is in het bureauonderzoek een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Tijdens het verkennende veldonderzoek is het opgestelde verwachtingsmodel door middel van 55 boringen getoetst. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde booronderzoek kunnen de onderstaande onderzoeksvragen beantwoord worden en het verwachtingsmodel bijgesteld en verfijnd worden.  Wat is de geo(morfo)logische situatie binnen het plangebied? De basis van het boorprofiel wordt binnen het volledige plangebied gevormd door kleiafzettingen van het Laagpakket van Wormer. Deze zijn aangetroffen op een diepte tussen 2,41 en 3,58 m -NAP (1,5 en 3,35 m – mv). Bovenop het Laagpakket van Wormer bevindt zich Hollandveen. Waar dit veen intact aangetroffen is bestaat dit uit bos- en zeggeveen op rietveen. De intacte (veraarde) top van het Hollandveen is aangetroffen op een diepte tussen 1,72 tot 1,93 m -NAP (0,7 tot 1,05 m -mv). Echter in het grootste deel van het plangebied is dit veen aangetast door erosie en/of moernering. Intacte veentoppen zijn enkel aangetroffen in boringen nr. 26, 28, 29 en 50.

Bij deze laatste drie boringen is echter niet uitgesloten dat de vastgestelde veraarding het gevolg is van een recentere blootstelling aan zuurstof (en bijgevolg oxidatie) bij de moernering vanaf de middeleeuwen en recente graafwerkzaamheden. Bij drie boringen, nr. 8, 15 en 17, is geen veraarde top vastgesteld maar is het profiel mogelijk vrijwel intact bewaard. Dit is aangetroffen op een diepte tussen 1,84 en 2,02 m -NAP (2,1 en 2,6 m -mv). De bovenop het veen tot ontwikkeling gekomen afzettingen van het Laagpakket van Walcheren bestaan uit poelafzettingen. Deze zijn met name in het noorden en zuidwesten van het plangebied geheel vergraven bij het moerneren. De poelafzettingen werden hierdoor uitsluitend aangetroffen in boringen nr. 3, 8, 9, 11, 15, 16, 17, 25 en 26. Het plangebied wordt centraal doorsneden door een kreekbedding. In deze kreekbedding is het profiel veelal geërodeerd tot in het veen. Echter bij boringen nr. 3, 4 en 11 rest tussen de onderzijde van de kreekafzettingen en het Hollandveen nog een dun pakket poelafzettingen (boringen nr. 3 en 11) of moerneringsklei (boring nr. 4). Dit vormt een indicatie dat de kreekafzettingen ten minste deels van recenter datum zijn dan de aanwezige poelafzettingen en moerneringsactiviteit. Met uitzondering van boringen nr.

16, 33, 37 en 48 is de bovenzijde van het boorprofiel binnen het volledige plangebied verstoord en of afgegraven. Ter plaatse van boringen nr. 4, 11, 12, 19, 24, 26 en 27 is de bodem ontgraven tot in het Laagpakket van Walcheren/moernering, deze dagzomen hier. Bij boringen nr. 1- 3, 6-9, 13, 15, 17, 18, 20-23, 25, 28-32, 34, 35, 38, 39, 41-47 en 49-55 is de bodem vergraven (en is er een heterogeen pakket aanwezig) tot een diepte tussen 0,51 en 2,19 m -NAP (0,10 en 1,80 m mv). Ter plaatse van boring nr. 16 rest nog een (afgedekte) bouwvoor met daaronder poelafzettingen (op 1,05 m -NAP/0,45 m -mv). Bij boringen nr. 33, 37 en 48 bevindt zich eveneens nog een (afgedekte) bouwvoor met daaronder moernering (1,69 en 1,38 m -NAP/1,1 en 0,7 m -mv).

61

ARTEFACT! RAPPORT 565

MIDDELBURG GREVELINGENSTRAAT-STROMENPAD

 Is de bodem intact of werden verstoringen vastgesteld? Het plangebied is gelegen in een gebied waar sinds 1970 gebouwd is en vanaf 2012/2013 in verschillende sloop- en nivelleringswerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Hierbij is het plangebied verstoord tot een diepte tussen 0,51 en 2,19 m -NAP (0,10 en 1,80 m -mv) in het grootste deel van het plangebied (boringen nr. 1- 3, 6-9, 13, 15, 17, 18, 20-23, 25, 28-32, 34, 35, 38, 39, 41-47 en 49-55) en afgegraven tot een diepte tussen 0,51 en 1,07 m -NAP ter plaatse van boringen nr. 4, 11, 12, 19, 24, 26 en 27. Uitsluitend ter plaatse van boringen nr. 16, 33, 37 en 48 is een intact bodemprofiel (afgedekt door een bouwvoor) aangetroffen.  Werden binnen het plangebied (aanwijzingen voor de aanwezigheid van) vindplaatsen vastgesteld? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Er werden geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van vindplaatsen vastgesteld. Ook in het noorden en noordoosten van het plangebied, waar de boringen in een grid van 10 m zijn uitgevoerd omdat hier mogelijk de resten van een motte of vliedberg gelegen zijn werden geen archeologische resten of niveaus aangetroffen. Doordat ook deze zone grotendeels gemoerd en recent verstoord is (met uitzondering van boringen nr. 33, 37 en 48) is de kans groot dat eventueel oorspronkelijk aanwezige resten hier verstoord zullen zijn.

 Bestaat binnen het plangebied een verwachting op het voorkomen van vindplaatsen? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Met andere woorden: kan het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek worden bijgesteld? De archeologische verwachting voor het Laagpakket van Wierden – Formatie van Boxtel (middelhoge verwachting voor het laat-paleolithicum tot mesolithicum) en het Basisveen Laagpakket (lage verwachting voor het laat-mesolithicum tot midden-neolithicum) is, door de grote diepte waarop deze zich bevinden niet getoetst kunnen worden. De archeologische verwachting voor het Laagpakket van Wormer kan behouden worden omwille van het voorkomen van natte kleiafzetting. De top is vastgesteld tussen 2,41 en 3,58 m -NAP (1,5 en 3,35 m – mv). Er is geen sprake van enige significante bodemvorming op de top van deze afzettingen die reeds snel over gaan in het ontwikkelende veenmoeras. Deze omgeving vormde wellicht geen uitgelezen vestigingsplaats waarbij dient gesteld dat off site fenomenen niet kunnen worden uitgesloten. De kans op het aantreffen van vindplaatsen uit het neolithicum lijft dan ook laag ingeschat. Het veenlandschap is in een beperkt deel van het plangebied (zone rondom boringen nr. 26, 28, 29 en 50) intact aanwezig en veraard. Dit is aangetroffen op een diepte tussen 1,72 tot 1,93 m -NAP (0,7 tot 1,05 m -mv). Bij drie andere boringen (nr.

8, 15 en 17) is geen veraarde top vastgesteld maar is het profiel mogelijk vrijwel intact bewaard. Dit is aangetroffen op een diepte tussen 1,84 en 2,02 m -NAP (2,1 en 2,6 m -mv). De verwachting op het aantreffen van vindplaatsen uit de late ijzertijd en/of Romeinse tijd in de top van het Hollandveen Laagpakket wordt op basis van het voorliggend onderzoek middelhoog geacht binnen deze delen van het plangebied. De reden om de verwachting ondanks de aanwezigheid van een (bijna) intacte veentop enigszins naar beneden bij te stellen is drieledig: het intacte veen is slechts zeer plaatselijk aangetroffen en er zijn geen vuile lagen, indicatoren of andere (indirecte) aanwijzingen voor het voorkomen van vindplaatsen aangetroffen. Ten derde is het zo dat het veraard veen in boringen nr. 28, 29 en 50 afgedekt wordt door een heterogeen pakket en/of moernering waardoor niet uitgesloten is dat eventueel aanwezige archeologische niveaus bovenin het veen deels aangetast zijn. Voor de overige delen van het onderzoeksgebied geldt geen verwachting meer voor de

62

ARTEFACT! RAPPORT 565

MIDDELBURG GREVELINGENSTRAAT-STROMENPAD

late ijzertijd en een lage verwachting voor de bronstijd tot midden-ijzertijd in wat rest van het veenpakket.

Afbeelding 29 Verwachtingskaart. Bron ondergrond: ESRI Nederland, Community Map Contributors 2020.

Waar het Laagpakket van Walcheren aangetroffen is, is dit vrijwel overal vergraven/afgegraven. Daarnaast zijn in delen van het plangebied de afzettingen van het Laagpakket van Walcheren opgenomen in een moerneringspakket. Uitsluitend ter plaatse van boringen nr. 16, 33, 37 en 48 is een intact bodemprofiel (afgedekt door een bouwvoor) aangetroffen. In geen van de afzettingen van het

63

ARTEFACT! RAPPORT 565

MIDDELBURG GREVELINGENSTRAAT-STROMENPAD

Laagpakket van Walcheren zijn indicatoren of cultuurlagen vastgesteld die laten veronderstellen dat binnen het plangebied vindplaatsen uit de middeleeuwen of nieuwe tijd aanwezig kunnen zijn. Daarnaast zijn in het noorden en noordoosten van het plangebied geen resten van de mogelijk aanwezige motte of vliedberg vastgesteld. OoK resten die gerelateerd kunnen worden aan de toegangsweg uit de nieuwe tijd zijn niet aangetroffen. De verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit de middeleeuwen en de nieuwe tijd wordt om die reden laag geacht.  Worden de (vastgestelde of verwachte) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling? Het is vooralsnog onbekend waar en tot welke diepte de bodem verstoord zal worden. Op basis van voorliggend onderzoek kunnen uitsluitend in de zones met (vrijwel) intact veen potentieel archeologische niveau uit de late ijzertijd en Romeinse tijd verstoord worden. Dit is in de zone rondom boringen 8, 15, 17, 26, 28, 29 en 50. Eventuele resten zij hier te verwachten vanaf een diepte van minimaal 1,7 m -NAP. Verder is het niet uitgesloten dat er zich waarden uit het laat-paleolithicum, finaal-paleolithicum en mesolithicumbevinden in en op de Formatie van Boxtel. Deze is met het huidig onderzoek niet bereikt en bevindt zich naar verwachting op een diepte van circa 5,2 m -NAP.

 Is het plangebied in voldoende mate onderzocht? Zo nee, welke vorm van vervolgonderzoek wordt geadviseerd? Deze vraag wordt in het volgende hoofdstuk 4.2 beantwoord.

4.2

Advies

Binnen dit plangebied, dat een oppervlakte heeft van circa 3,77 ha, wordt de woonwijk Rittenburg III ontwikkeld. Deze ontwikkeling is nog in een vroeg stadium, er zijn dan ook nog geen concrete plannen beschikbaar en ook de toekomstige verstoringen en verstoringsdiepten zijn nog niet bekend. Het plangebied is momenteel gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan Stromenwijk (2015) en is er gesitueerd in een zone met enkelbestemming Maatschappelijk. Mogelijke archeologische waarden binnen het gebied worden planologisch beschermd door een dubbelbestemming waarde archeologie 3. Binnen het gebied met waarde archeologie 3 geldt een verbod op het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden die groter zijn dan 500 m2 én dieper reiken dan 0,40 m -mv. In de noordoostelijke hoek van het plangebied is een bekende vindplaats gelegen die een sterkere planologische bescherming geniet. In dit gebied met dubbelbestemming waarde archeologie 1 geldt een verbod op het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden die groter zijn dan 30 m2 én dieper reiken dan 0,40 m -mv. Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet past binnen het bestaande bestemmingsplan zal ten behoeve van de te realiseren woonwijk Rittenburg III een nieuw bestemmingsplan moeten worden opgesteld.

Op basis van het bureauonderzoek is voor het plangebied een archeologische verwachting opgesteld, dit is aan de hand van het inventariserend veldonderzoek in het veld getoetst. Op basis van het veldonderzoek kan het archeologisch verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek bijgesteld worden. Uit het middels het inventariserend veldonderzoek bijgestelde verwachtingsmodel blijkt dat er binnen het plangebied een middelhoge verwachting geldt voor vindplaatsen uit de late ijzertijd en Romeinse tijd binnen die delen van het plangebied waar het Hollandveen Laagpakket intact en/of zo goed als intact bewaard zijn gebleven (bruin gearceerde zones op afbeelding 29). Archeologische resten kunnen

64

ARTEFACT! RAPPORT 565

MIDDELBURG GREVELINGENSTRAAT-STROMENPAD

hier aangetroffen worden vanaf een diepte van minimaal 1,7 m -NAP. 25 Aanvullend geldt voor het volledige plangebied een middel- en hoge verwachting op het niveau van de Formatie van Boxtel. Dit niveau is met het huidig inventariserend veldonderzoek niet bereikt en bevindt zich naar verwachting vanaf een diepte van minimaal 5,2 m -NAP. Rekening houdend met bovenstaande wordt dan ook geadviseerd de volgende vrijstellingsdiepten op te nemen in het nieuw op te stellen bestemmingsplan:  Een vrijstelling tot 1,7 m -NAP in die delen van het plangebied waar een middelhoge verwachting geldt voor het niveau van het Hollandveen Laagpakket (rood op afbeelding 30), totale oppervlakte: 8.217 m2.  Een vrijstelling tot 5,2 m -NAP in de overige delen van het plangebied. Voor het plangebied wordt dan ook geadviseerd geen graafwerkzaamheden uit te voeren die dieper reiken dan de bovenvermelde vrijstellingsgrenzen. Indien in de toekomst toch grootschalige graafwerkzaamheden plaatsvinden waarbij de vrijstellingsgrenzen worden overschreden, wordt vervolgonderzoek noodzakelijk geacht.

De aard van eventueel vervolgonderzoek is afhankelijk van de verwachting:  Hollandveen Laagpakket: gezien de aard van de verwachte vindplaatsen (middelgrote tot grote vindplaatsen met grondsporen, mogelijk zonder vondstenlaag) wordt geadviseerd een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven (karterende en waarderende fase) uit te voeren  Laagpakket van Wierden: gezien de aard van de verwachte vindplaatsen (kleine vindplaatsen zonder grondsporen, wellicht gekenmerkt door vondstenlaag) wordt geadviseerd een Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen uit te voeren en dit afhankelijk van de resultaten aan te vullen met een karterend/waarderend booronderzoek. Voorliggend rapport is ter beoordeling en goedkeuring aan de bevoegde overheid aangeboden. Deze heeft besloten een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven uit te laten voeren in die zones waar zich (vrijwel) intact veen bevindt. Indien dit onderzoek geen archeologische vindplaatsen aan het licht brengt zal de dubbelbestemming in het gehele plangebied opgeheven worden.

Dieptes in m -mv zijn voor het voorliggend plangebied niet bruikbaar omdat het gebied een zeker reliëf65 vertoond ten gevolge van herhaalde sloop- en nivelleringswerkzaamheden.

25

ARTEFACT! RAPPORT 565

MIDDELBURG GREVELINGENSTRAAT-STROMENPAD

Afbeelding 30 Advieskaart. Bron ondergrond: ESRI Nederland, Community Map Contributors 2020.

67

ARTEFACT! RAPPORT 565

MIDDELBURG GREVELINGENSTRAAT-STROMENPAD

Bronnen Literatuur Bazen, M.A. en G. Pleijter, 1994, Bodemkaart van Nederland, 1:50.000 blad 47 Cadzand – 48 west Middelburg. Stiboka, Wageningen. Bennema, J., en K. van der Meer, 1950. De genese van Walcheren. Tijdschrift van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, 67/3, 15-25 Bennema, J. en K. van der Meer, 1952. De bodemkartering van Walcheren. Verslagen van Landbouwkundige Onderzoekingen 58.4. Stiboka, Wageningen Brus, D.J. en G.W. de Lange, 1986. Geomorfologische Kaart van Nederland 1: 50.000 (48 (Gedeeltelijk) Middelburg, 42 (Gedeeltelijk) Zierikzee, 48 (Gedeeltelijk) Cadzand). Stiboka/ Rijks Geologische Dienst, Wageningen/Haarlem. Henderikx, P., 1996. Bewoning en nederzettingen op Walcheren in de middeleeuwen, in: P. Henderikx, J.A. Lantsheer en A.C. Meijer reds., Duizend jaar Walcheren, Over gelanden, heren en geschot, over binnen- en buitenbeheer, Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, Midelburg, 19-22. Henderikx, P., 2005. Walcheren en de stormvloed van 19 november 1404. Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis 14, 90-95. Klerk, A.P., De, 2003. Het Nederlandse landschap, de dorpen in Zeeland en het water op Walcheren, Historisch-geografisch en waterstaathistorische bijdragen. Matrijs, Utrecht. Kuipers, J.J.B. en R.M. van Dierendonck, (red.), 2004. Sluimerend in slik: verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland.

Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, Middelburg. Man, J.D., de, 1888. Vluchtbergen in Walcheren, waarvan in 1887 nog overblijfselen waren te vinden. Archief, zesde deel, derde stuk, pp. 427-591. Silkens, B., 2011. Archeologisch bureau- en booronderzoek en begeleiding voor de aanleg van het fietspad aan de Vlissingse Watergang te Middelburg, gemeente Middelburg. Walcherse Archeologische Rapporten 30, Middelburg. Silkens, B., 2012. Archeologisch bureau- en booronderzoek aan de Stromenweg, plangebied Rittenburg , gemeente Middelburg. Walcherse Archeologische Briefapporten 4, Middelburg. van Dierendonck, R.M., 2016. Nieuwe wijn uit oude zak(k)en, Evaluatie van de Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland (POAZ) 2009-2015. Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, Middelburg. van Rummelen, F.F.F.E, 1971a. Geologische Kaart van Nederland, Walcheren, 1:50.000. Rijks Geologische Dienst, Haarlem. van Rummelen, F.F.F.E, 1971b. Toelichtingen bij de Geologische Kaart van Nederland, Walcheren, 1:50.000. Rijks Geologische Dienst, Haarlem.

69

ARTEFACT! RAPPORT 565

MIDDELBURG GREVELINGENSTRAAT-STROMENPAD

Vos, P.C. en R.M. van Heeringen, 1997. Holocene Geology and occupation history of the Province of Zeeland (SW Netherlands). Mededelingen Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO, 59, 5-109. Vos, P. en S. de Vries 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Op 29-12-2015 gedownload van www.archeologieinnederland.nl Wilderom M.H., 1968. Tussen afsluitdammen en deltadijken. Deel 3: Midden Zeeland (Walcheren en Zuid-Beveland). Vlissingen.

Websites Actueel Hoogtebestand Nederland: http://www.ahn.nl. Archeologisch informatiesysteem Archis 3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort: https://archis.cultureelerfgoed.nl/ Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ Bodemloket: http://www.bodemloket.nl/kaart Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOloket): http://www.dinoloket.nl/ Geoloket Provincie Zeeland / Cultuurhistorische Hoofdstructuur: http://www.zldags.zeeland.nl

70

ARTEFACT! RAPPORT 565

MIDDELBURG GREVELINGENSTRAAT-STROMENPAD

Verklarende Woordenlijst Afkortingen AB

Archeologische Begeleiding

AD

Anno Domini; na Christus

AMK

Archeologische Monumentenkaart

ARCHIS

ARCHeologisch Informatie Systeem Archis 2

BP

before present (voor heden); C14 jaren; het nulpunt ‘heden’ is hierbij volgens internationale afspraak gesteld op 1950 (n.Chr.); de werkelijke kalender- of zonnejaren (gekalibreerde C14-jaren) zijn weergeven in jaren v.Chr. en n.Chr.

BC

before Christ; voor Christus

C14

koolstof 14, isotoop van het normale koolstof 12; radioactief element dat voor dateringsmethoden gebruikt wordt

IKAW

Indicatieve Kaart Archeologische Waarden

IVOb

Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen

IVOp

Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

KNA

Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie

NAP

Nieuw Amsterdams Peil

ROB

Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek

RCE

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

RGD

Rijks Geologische Dienst (tegenwoordig onderdeel van TNO-NITG Bodem)

SCEZ

Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland

StiBoKa

Stichting Bodem Wageningen)

Kartering

(tegenwoordig

onderdeel

van

Alterra

Woordenlijst Antropogeen

door menselijk handelen

ARCHIS

het geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Dit bestaat uit een databank waarin allerlei gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen, daterend van de Prehistorie tot de Nieuwe Tijd

71

ARTEFACT! RAPPORT 565

MIDDELBURG GREVELINGENSTRAAT-STROMENPAD

AMK

digitaal bestand van alle bekende behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland dat door de RCE in samenwerking met de desbetreffende provincie is opgesteld. Op de kaart staan terreinen met archeologische status aangegeven. De kaart baseert zich op gegevens uit ARCHIS. Statustoekenning vindt plaats nadat het terrein is getoetst aan een aantal door de RCE gehanteerde criteria (kwaliteit, zeldzaamheid en contextwaarde)

Erosie

verzamelnaam voor processen die het aardoppervlak aantasten en los materiaal afvoeren. Dit vindt voornamelijk plaats door wind, ijs en stromend water

Geul

rivier- of kreekbedding

Holoceen

geologisch tijdvak, vroeger Alluvium genoemd, binnen het Quartair, van ongeveer 10.000 jaar geleden tot nu, met daarin o.a. het Mesolithicum, Neolithicum, de Bronstijd, de IJzertijd, de Romeinse Tijd en de historische tijd

IKAW

de zogenaamde archeologische verwachtingskaart. Deze geeft een gebiedsindeling in drie categorieën weer op basis van de verwachting van archeologische vondsten (gebieden met een lage, midden, dan wel hoge – archeologische verwachting). De kaart is voornamelijk gebaseerd op het bodemtype

In situ

bewaard gebleven op de oorspronkelijke plaats. Dit met name met betrekking tot onverstoorde archeologische sporen en vondsten

Kwartair

geologische periode van 2 miljoen jaar geleden tot nu, de tijd van het menselijk leven op aarde, omvattend het Pleistoceen en het Holoceen

Moernering

veenafgraving, hoofdzakelijk ten behoeve van zoutwinning en de winning van brandstof (turf)

OM-nummer

het landelijk registratienummer ten behoeve van archeologisch onderzoek, uitgegeven door het Centraal Informatiesysteem

Pleistoceen

geologisch tijdvak binnen het Quartair, van ongeveer 2 miljoen jaar geleden tot 10.000 jaar geleden, met daarin o.a. de eerste mensensoorten en het Paleolithicum (oude steentijd)

Prehistorie

dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven

Regressiefase

periode waarin de zee-invloed afneemt (als gevolg van een daling van de zeespiegel of als gevolg van sluiting van strandwallencomplex) na een transgressiefase

Sediment

afzetting gevormd door bezinksel of neerslag

72

ARTEFACT! RAPPORT 565

MIDDELBURG GREVELINGENSTRAAT-STROMENPAD

Site

een plaats waar in het verleden menselijke activiteiten hebben plaatsgevonden

Tertiair

geologische periode van 65-2 miljoen jaar geleden, waarin zich de belangrijkste ontwikkelingen van de zoogdieren voordeden

Transgressiefase

fase waarin de invloed van de zee zich in het binnenland uitbreidt (als gevolg van stijging van de zeespiegel of als gevolg van erosie van het strandwallencomplex)

Vindplaats

een ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt (monument, type monument, aard archeologische waarde, archeologische indicatie)

Vondst

alle soorten mobilia: roerende of roerend geraakte onderdelen van onroerende goederen afkomstig van archeologisch veldwerk of uit bestaande collecties

Weichselien

Geologische periode (laatste ijstijd, waarin het landijs Nederland niet bereikte) ca. 120.000-10.000 jaar geleden

73

ARTEFACT! RAPPORT 565

MIDDELBURG GREVELINGENSTRAAT-STROMENPAD

Tijdstabel

Tijdtabel Holoceen. Bron: Deeben et al. 2005.

75

ARTEFACT! RAPPORT 565

Bijlage 1

MIDDELBURG GREVELINGENSTRAAT-STROMENPAD

Boorstaten

77

Rapportage Archeologisch Booronderzoek

Project: Middelburg Grevelingenlaan-Stromenpad 2020ART22 Plaats: Middelburg Gemeente: Middelburg Opdrachtgever:

Gemeente Middelburg

Kaartblad: OM-nummer: Bepaling Locatie: Bepaling Maaiveldhoogte:

65D 4805458100 Dgps Dgps

Verklaring boorschema Zand Klei Veen Bijmengsel 2 Bijmengsel 1 Grondsoort

Silt Humus Grind

Boring: 1

Project:

Datum: 19-6-2020

Beschrijver: David Kneuvels X: 30692,85 Opmerking: Boring niet gezet door nabijheid hoogspanning

Middelburg Grevelingenlaan-Stromenpad Y: 389664,53

Lithologie: Opmerking: Ondergrens:

Boring niet uitgevoerd 1 -mv NAP: -0,36

Boring: 2

Project:

Middelburg Grevelingenlaan-Stromenpad

Datum: 9-6-2020 Maaiveld: Braakliggend

Beschrijver: David Kneuvels Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:

X: 30697,97

Y: 389696,32

Z: -0,35

Z: -0,53

Zand, zwak siltig Zeer fijn Compact Licht Wit-Grijs Kalkrijk Volledig geoxideerd Lijkt steriel bouwzand maar loopt over in reducerend zand dat wel van geul is. 90 -mv NAP: -1,43 Aard ondergr.: Geleidelijk Boortype: Edelman 7

Lithologie:

Zand, zwak siltig Matig grof Compact Donker Grijs Kalkrijk Fragmenten van schelpen Bodem: Volledig gereduceerd Opmerking: Enkel onderin schelpfragmenten Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Kreekrugafzettingen Ondergrens: 215 -mv NAP: -2,68 Aard ondergr.: Erosief Boortype: Steekguts 3 Lithologie: Veen, mineraalarm Stevig Donker Bruin Zeggeveen Matig amorf Opmerking: Geërodeerde top, boorgat slibt telkens dicht Lithostratigrafie: Hollandveen Laagpakket Ondergrens: 250 -mv NAP: -3,03

Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed

Boortype: Steekguts 3

Boring: 3

Project:

Datum: 9-6-2020 Maaiveld: Braakliggend

Beschrijver: David Kneuvels Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:

Middelburg Grevelingenlaan-Stromenpad X: 30706,79

Y: 389731,81

Zand, zwak siltig Zeer fijn Compact Licht Wit-Grijs Kalkrijk Verstoord Volledig geoxideerd Witgrijs zand vergraven met veenbrokken 75 -mv NAP: -1,16 Aard ondergr.: Geleidelijk

Z: -0,41

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Zand, zwak siltig Matig grof Normaal Grijs Kalkrijk Bodem: Volledig geoxideerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Kreekrugafzettingen Ondergrens: 95 -mv NAP: -1,36 Aard ondergr.: Geleidelijk Boortype: Steekguts 3 Lithologie:

Zand, zwak siltig Matig grof Compact Donker Grijs Kalkrijk Gruis van schelpen Bodem: Volledig gereduceerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Kreekrugafzettingen Ondergrens: 145 -mv NAP: -1,86 Aard ondergr.: Erosief Boortype: Steekguts 3 Lithologie:

Klei, sterk siltig Sterk humeus Matig stevig Bruin-Grijs Kalkloos Veel riet Bodem: Volledig gereduceerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Ondergrens: 150 -mv NAP: -1,91 Aard ondergr.: Geleidelijk

Boortype: Steekguts 3

Lithologie: Veen, mineraalarm Stevig Donker Bruin Zeggeveen Matig amorf Lithostratigrafie: Hollandveen Laagpakket Ondergrens: 255 -mv NAP: -2,96

Boortype: Steekguts 3

Lithologie: Veen, mineraalarm Matig stevig Donker Bruin Rietveen Zwak amorf Lithostratigrafie: Hollandveen Laagpakket Ondergrens: 265 -mv NAP: -3,06 Boortype: Steekguts 3 Lithologie:

Klei, zwak siltig Matig stevig Grijs Veel riet Lithostratigrafie: Laagpakket van Wormer Ondergrens: 300 -mv NAP: -3,41

Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed

Boortype: Steekguts 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10878457/1