CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 23 - Notitie zienswijzen incl. staat van wijzigingen, gemeente Middelburg juni 2021-AANGEPAST

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Bijlagen 2 t/m 24 - Bijlagen bij bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 202043.228 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Samenvatting (170) De ligging van de hoofdentree is gesitueerd aan de Muidenweg, vlak bij het bedrijf en de woning van cliënten. Hierbij worden parkeerplaatsen gesitueerd. Ook komen er nog drie functionele aansluitingen op de Oranjeplaatweg voor het noordelijk deel van het plangebied. De ontsluitingen 61

maken mogelijk dat op korte afstand van bedrijf en woning van cliënten enorm veel verkeersbewegingen plaatsvinden van zowel auto's als bijv. campers en vrachtwagens. De effecten hiervan bij de woning van cliënten zijn niet inzichtelijk gemaakt, evenmin als de gevolgen voor hun eigen transportbewegingen, in het bijzonder de landbouwmachines. Cliënten kunnen zich niet verenigen met de situering van de hoofdentree zo dicht nabij hun bedrijf en woning. Beantwoording De hoofdentree ligt op nagenoeg dezelfde locatie als in het vigerende bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer. Ook de entree van fase 1b is gelijk aan de huidige entree op die locatie. Het nieuw te realiseren zuidelijke deel genereert minder verkeer dan het programma dat nu maximaal mogelijk is (in het vigerende bestemmingsplan). Het noordelijk deel van het gebied kan gerealiseerd worden als de gronden en de boerderij verworven zijn. De boerderij krijgt dan een recreatieve functie en dan is er geen sprake meer van een belemmering op het woon- en leefklimaat. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (171, zie ook 142, 146-149) Voor het begrip 'Bedrijfswoning' is een onjuiste en te ruime definitie opgenomen. Bij een juiste definitie zijn geen acht bedrijfswoningen nodig.

De planregels moeten hierop worden aangepast. Beantwoording Het staat de raad vrij een definitie te bepalen bij een in het bestemmingsplan gebruikt begrip. Op een recreatiepark met de omvang van waterpark Veerse Meer zijn permanent 2 beheerders aanwezig. Voorts zijn altijd stagiaires in dienst. Zij komen uit binnen- en buitenland en sommigen zullen daarom op het park moeten verblijven. De ervaring in het vergelijkbare recreatiepark Hof van Saksen leert dat hiervoor 6 woningen benodigd zijn. Dit brengt het totaal op 8. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (173-174) Het beeldregieplan is niet geborgd. Door de nu gehanteerde Regels (artikelen 5.2.1. sub a. en 5.2.3 onder b. kunnen er eventueel 822 eenheden worden gerealiseerd in deelgebied 2. Het kan niet de bedoeling zijn dat alle recreatie-eenheden in deelgebied 1 worden gerealiseerd en in deelgebied 2 alle overige voorzieningen. Dit is ongewenst. Ook zijn de gevolgen hiervan voor het woon- en leefklimaat bij bedrijf en woning van cliënten niet onderzocht (geen onderzoek van de maximale planologische mogelijkheden). Beantwoording Het beeldregieplan is een richtinggevend document en legt niet exact vast waar de recreatiewoningen en de voorzieningen worden gesitueerd.

Bij het uitvoeren van de milieuonderzoeken is uitgegaan van een representatieve inrichting van het waterpark, uitgaande van het op basis van het bestemmingsplan maximaal mogelijke programma, gebaseerd op het landschapsplan (november 2020) zoals dat door zowel de ontwikkelaar als de gemeente wordt voorzien. Hiermee zijn de planologische mogelijkheden in voldoende mate onderzocht. Wel wordt in de Regels een bepaling opgenomen dat minimaal 50% van de eenheden in deelgebied 1 (ten zuiden van de bestemming Water) wordt gerealiseerd.

62

Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin dat in de Regels wordt opgenomen dat minimaal 50% van de eenheden ten zuiden van de bestemming ‘Water’ wordt gerealiseerd. Samenvatting (175-180 en 16-18) De groenstroken die het zicht op de recreatiewoningen moeten ontnemen, de grondwal met daarop bomen geplant en de hoogte van bebossing zijn niet geborgd in de planregels. De toegestane bouwhoogte is te hoog, dit is stedenbouwkundig niet in te passen in de omgeving en verhoudt zich niet met de Gebiedsvisie Veerse Meer. De Toelichting gaat niet in op de bouwhoogte in relatie tot woon- en leefklimaat bij cliënten en toegestane bouwhoogtes in de omgeving, waarbij het ook gaat om grote oppervlaktes. Beantwoording Middels het aan de Regels gekoppelde document Inrichtingsvereisten (bijlage 2) is geborgd dat de grondwallen, inclusief groenstroken en bomen, rondom het waterpark voldoende omvang hebben. Een verhouding met de Gebiedsvisie Veere Meer is niet aan de orde. De bouwhoogtes zijn geborgd op de verbeelding. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (181) Het maximum aantal recreatie-eenheden dient te zien op alle typen en dus ook op chalets.

Bedrijfswoningen zijn ten onrechte aangemerkt als verblijfsrecreatie; zij zijn enkel noodzakelijk voor de bedrijfsvoering. Beantwoording Inmiddels is nog slechts sprake van een drietal chalets die op het park resteren. Dit betreft een drietal particuliere eigenaren die geen onderdeel uitmaken van de exploitatie van het recreatiepark. Het is niet onterecht dat de bedrijfswoningen zijn aangemerkt als verblijfsrecreatie, zij zijn immers gekoppeld aan het park. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (183) Behalve aan de diepte zijn verder geen grenzen gesteld aan ondergronds bouwen. Hierdoor kan aanzienlijk meer verblijfsrecreatie worden gerealiseerd dan overigens in de planregels is vastgelegd. Bovendien zijn de gevolgen hiervan niet onderzocht. Beantwoording Hoewel - in theorie - inderdaad ondergrondse recreatieve voorzieningen kunnen worden gerealiseerd, zal dit niet leiden tot meer eenheden aangezien de toegestane aantallen vastliggen. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.

63

Samenvatting (184) Art. 5.3.1 sub a. spreekt alleen van grondgebonden recreatiewoningen. Indien ook andere worden toegestaan dan dienen deze te worden toegevoegd. Bovendien dient het artikel iedere vorm van permanente bewoning uit te sluiten. Beantwoording In het betreffende artikel worden recreatie-appartementen ook genoemd. Daarmee is geregeld dat bij alle typen recreatiewoningen permanente bewoning is uitgesloten. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (185) Artikelen 5.2 en 5.4 beperken niet het aantal chalets. Beantwoording Alleen het bestaande aantal chalets is toegestaan en die zijn op de Verbeelding aangeduid. Het gaat inmiddels nog slechts om 3 chalets. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (186) De bestemming 'Verkeer' is mede bestemd voor opwekken van duurzame energie. Dit is, zoals de reclamant eerder in zijn zienswijze heeft betoogd, in strijd met de Omgevingsverordening. Beantwoording Duurzame energievoorzieningen zijn uitsluitend ondergeschikt aan de bestemmingen (m.u.v. Natuur - Overgangszone) mogelijk. Dit is niet in strijd met de Omgevingsverordening.

Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (187) De bestemming 'Verkeer' (bedoeld zal zijn: 'Water') is mede bestemd voor opwekken van duurzame energie. Dit is, zoals reclamant eerder in zijn zienswijze heeft betoogd, in strijd met de Omgevingsverordening. Beantwoording Duurzame energievoorzieningen zijn uitsluitend ondergeschikt aan de bestemmingen (m.u.v. Natuur - Overgangszone) mogelijk. Dit is niet in strijd met de Omgevingsverordening. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (188) Art. 9.2 staat overschrijding van bouwgrenzen toe als het gaat om nutsvoorzieningen. Dit is, zoals reclamant eerder in zijn zienswijze heeft betoogd, in strijd met de Omgevingsverordening. 64

Beantwoording In artikel 9.2 is een overschrijding van bouwgrenzen toegestaan tot maximaal 10 meter. De voorzieningen voor duurzame energie, niet zijnde gebouwen of bouwwerken, zijn uitsluitend toegestaan tot maximaal 10 meter. Het is niet toegestaan om buiten bestemmingsgrenzen te bouwen. Tot slot is op verzoek van reclamant een aanduiding opgenomen op de Verbeelding waarbij in de Regels is bepaald dat deze voorzieningen niet binnen een straal van 50 meter van de woning aan de Muidenweg 11 mogen worden gebouwd. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin dat de Regels en de Verbeelding worden aangepast. Samenvatting (189-191) De voorwaardelijke verplichting tot landschappelijke inpassing in art. 10.4 van de Regels is ontoereikend. Deze is onterecht niet gekoppeld aan andere recreatievoorzieningen dan recreatiewoningen, is gekoppeld aan ingebruikname van nabijgelegen recreatiewoningen en niet aan realisatie van recreatiewoningen c.q. recreatievoorzieningen c.q. het recreatiepark. Dit sluit niet aan bij de Inrichtingsvereisten waarin staat dat aanleg gebeurt voorafgaand aan de bouw van de nabijgelegen recreatiewoningen. Ook gelden op grond van de voorwaardelijke verplichting geen concrete eisen qua profilering en maatvoering.

Daarmee is de voorwaardelijke verplichting feitelijk een loze verplichting en dus onvoldoende. Beantwoording In artikel 10.4 zullen ook de recreatievoorzieningen worden genoemd. Aangezien in de bouwkundige fasering eerst de woningen zullen worden gebouwd en daarna de grondwallen worden aangelegd, is de voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan de ingebruikname. De belangen van reclamant worden hierdoor niet geschaad omdat hij sowieso geen overlast van het recreatiepark ondervindt zolang het niet in gebruik is genomen. In het document Inrichtingsvereisten is voor iedere grondwal een principeprofiel weergegeven. Niet valt in te zien waarom dit niet voldoende concreet is. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin dat de Regels worden aangepast (artikel 10.4). Samenvatting (192) Aan het toestaan van overschrijding van bestemmingsgrenzen zijn (nagenoeg) geen nadere voorwaarden verbonden (art. 13.1 van de Regels). Het recreatiepark kan zonder enige onderbouwing nog dichter bij bedrijf en woning van cliënten komen. Beantwoording Een wijzigingsplan op grond van artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening zal altijd moeten voldoen aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. De belangen van (cliënten van) reclamant worden in dat kader afgewogen.

Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (193) Afgevraagd wordt hoe de opdrachtgever van het MER zich verhoudt tot art. 7.7 lid 1 Wet milieubeheer. 65

Beantwoording Het bevoegd gezag, in casu de gemeente Middelburg, is verantwoordelijk voor het opstellen van het MER. Dat Driestar opdrachtgever is doet hieraan niet af. Verwezen wordt o.a. naar de relevante uitspraak ABRvS van 1 mei 2013. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (194) Het MER stelt onterecht dat het plan voldoet aan de provinciale voorwaarden voor realisatie van verblijfsrecreatiewoningen en aan de uitgangspunten en randvoorwaarden van de nieuwe gebiedsvisie Veerse Meer. Beantwoording Het plan hoeft niet te worden getoetst aan de (nieuwe) Gebiedsvisie Veerse Meer omdat er sprake is van een 'pijplijnproject'. Overigens past het plan wel in de gestelde ambities, ondanks het ontbreken van een toetsingsvereiste. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (195) Het MER stelt onterecht dat blijkt uit het haalbaarheidsonderzoek voldoende marktvraag is voor het plan. Beantwoording Door de bestemmingswijziging neemt het potentiële aantal recreatieve overnachtingen af.

Het onderscheidende concept voor het nieuwe Waterpark Veerse Meer zorgt daarnaast voor een aanvullende vraag en begeeft zich in een segment waarin minder concurrentie is. Op basis van onderzoek concludeert ZKA dat er voldoende marktruimte is (zie bijlage 1, ZKA Leisure Consultants, april 2020). Dit wordt bevestigd door de experts die ZKA geïnterviewd heeft. Zij zien grote kansen vanwege het zeer onderscheidende concept en de kwaliteit waarop het park inzet. Overigens wordt het onderzoek van ZKA geactualiseerd in het kader van het vast te stellen bestemmingsplan, waaruit eenzelfde conclusie leidt. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (196-197 en 74-77) In het MER zijn alleen alternatieven qua verkeer en landschap bezien. Dit is veel te beperkend. Ook op andere vlakken hadden alternatieven moeten worden beschreven zoals de locatie (in het bijzonder voor deelgebied 2), de inrichting, de omvang en invulling van het park, enz. Nu dit niet is gedaan voldoet de MER niet aan de daaraan te stellen eisen ( artikelen 7.7 en 7.23 Wet milieubeheer). Ook wordt bij verkeer uitgegaan van onjuiste aantallen; het MER vermeldt dat het verkeer niet zou toenemen terwijl het tegendeel blijkt uit het Achtergrondrapport Verkeer.

De in het MER genoemde Notitie verkeersgeneratie en Actualisatie verkeersanalyse gaat niet uit van de maximale 66

planologische mogelijkheden, zoals eerder in deze zienswijze is betoogd. Alternatieven op gebied van landschap en ook mitigerende maatregelen zijn niet geborgd terwijl het MER wel meerdere mitigerende maatregelen noemt. Beantwoording Op basis van het advies van de Commissie voor de m.e.r. op de NRD zijn er alternatieven onderzocht op de aspecten verkeer (en daaraan gerelateerde effecten) en landschap. Dit zijn met name de aspecten die van grote invloed zijn op de te maken keuzes met betrekking tot de inrichting en invulling van het park en hebben daarom mede het voorkeursalternatief (VKA) bepaald. Het VKA is beoordeeld op alle relevante milieucriteria en op basis hiervan zijn vervolgens mitigerende maatregelen onderzocht (waaronder varianten voor de kreken die van invloed zijn de hydrologie). Dit heeft geleid tot een optimalisatie van het ontwerp. Dus eerst alternatievenonderzoek naar de maatgevende effecten, op basis hiervan keuzes maken, vervolgens een beoordeling en waar nodig een variantenonderzoek op locatieniveau. Op deze manier heeft een transparante en navolgbare afweging plaatsgevonden en zijn alle redelijkerwijs te beschouwen alternatieven in beeld gebracht. De Commissie voor de m.e.r. heeft deze aanpak geadviseerd en met haar (tussentijdse) toetsingsadvies bevestigd dat deze stappen op juiste wijze zijn uitgevoerd.

Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (200) Veel van wat is aangevoerd heeft ook betrekking op het MER. Beantwoording Daar waar dit relevant is, is dit bij de beoordeling van de zienswijze betrokken en - indien aan de orde - in het MER verwerkt. Besluit Voor zover de zienswijze, welke op zich ontvankelijk is, gegrond is en betrekking heeft op het MER, wordt het MER aangepast of aangevuld. Zienswijze 11, Zeeuwse Milieufederatie Samenvatting Bouwhoogte en -mogelijkheden zijn flink overgedimensioneerd t.a.v. de plannen van Driestar. Zij ambieert geen appartementen in de buurt van het Veerse Meer, het bestemmingsplan maakt dat wel mogelijk. Appartementen in de eerste 200 meter langs het Veerse Meer zijn zeer onwenselijk. Het beeldregieplan schetst geen noodzaak deze toe te staan. Beantwoording Aan deze wens van reclamant kan worden tegemoet gekomen. De Verbeelding zal worden aangepast zodat geen appartementengebouwen kunnen worden gerealiseerd binnen een zone van 200 meter (voor een zeer beperkt deel 175 meter) vanaf het Veerse Meer. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin dat de Verbeelding wordt aangepast.

67

Samenvatting In verband met de zichtlijnen en openheid van het Veerse Meer - van enorm belang in het nieuwe gedeelte (boven de Lemmer) - vindt Zmf 10 meter bouwhoogte het maximum. Verzocht wordt de bouwhoogte van 12 meter te wijzigen. Beantwoording Aan deze wens van reclamant kan niet tegemoet worden gekomen. In verband met het zicht vanaf het Veerse Meer wordt nu in het bestemmingsplan reeds een bouwhoogte van 10 meter gehanteerd. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting De in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen maatvoering van 5 meter voor de groenstrook is zeer minimaal; 20 meter is noodzakelijk voor landschappelijke inpassing, lichtvervuiling en groenen recreatieomgeving, voor zowel groene zomer- als kale wintermaanden. Volgens het beeldregieplan levert dit geen problemen op. Beantwoording Aan deze wens van reclamant kan ten dele worden tegemoet gekomen. De strook van 5 meter zal worden verbreed tot 10 meter. In deze strook worden groenvoorzieningen aangebracht. Vervolgens wordt nog een strook van 10 meter vrij gehouden tot de huisjes. Hierdoor wordt dus overal een strook van 20 meter aangehouden vanaf het Veerse Meer, waarin geen huisjes worden opgericht. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren.

De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin dat de Verbeelding wordt aangepast. Samenvatting In de Regels ontbreekt een koppeling met het beeldregieplan. Nu dat plan strak is vormgegeven is dit zeer wenselijk. Beantwoording Voor zover het beeldregieplan bepalingen bevat voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de beoogde ontwikkeling, zijn deze opgenomen in het aan de Regels gekoppelde document 'Inrichtingsvereisten' (bijlage 2). Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Het verkrijgen van een Green Key-goud kenmerk, een energiezuinig ingericht park en duurzame (hergebruikte) materialen zijn positief. Een routekaart voor een op termijn volledig CO2-neutraal park ontbreekt echter. Beantwoording Deze zienswijze heeft geen betrekking op het plan zelf, maar op de uitvoering. Uitvoeringsaspecten zijn in een bestemmingsplanprocedure niet aan de orde. Wel kan hierover het volgende worden opgemerkt. Voor het Waterpark Veerse Meer is een eerste energievisie opgesteld met daarin onder ander de opwekking van duurzame energie met een warmte-koude-opslaginstallatie. Deze visie 68

vormt de basis voor de verdere uitwerking van de exploitatie en ontwikkeling van de faciliteiten van het park. Daarin zal zeker nog een verdere optimalisatie plaatsvinden van het energiesysteem. Daarvoor zal ook overleg gevoerd worden met de lokale energie-leveranciers. In deze fase van het project is het nog te vroeg om de strategie van een volledig CO2- neutraal park verantwoord te bepalen. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Binnen de bestemming 'Natuur' is ook extensieve dagrecreatie mogelijk. Door expliciet openstelling van wegen en paden te benoemen wordt intensiever gebruik, dat strijdig is aan de hoofdbestemming, voorkomen. ZMf werkt graag mee aan ontwerp en realisatie van het natuurgebied. Beantwoording De begripsbepaling extensieve dagrecreatie zal worden gewijzigd naar 'niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie'. Reclamant zal betrokken worden bij ontwerp en realisatie van het natuurgebied. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin dat de Regels worden aangepast.

Zienswijze 12, Dorpsraad Lewedorp Samenvatting In bijlagen 16 en 17 van het ontwerpbestemmingsplan wordt significant afgeweken van de CROWkengetallen en wordt gebruik gemaakt van tellingen bij park Hof van Saksen. De verklaring is dat bezoekers minder snel geneigd zijn van het park af te gaan voor bijv. boodschappen of activiteiten. Die vergelijking gaat niet op; in de omgeving van Hof van Saksen is nagenoeg niets te beleven maar met steden als Goes en Middelburg op steenworpafstand en de korte afstand tot het Noordzeestrand zullen bijna alle recreanten het park verlaten. Met deze afwijking wordt de verwachte verkeersgeneratie onterecht geminimaliseerd. Uitgegaan dient te worden van de CROWkengetallen. Beantwoording Bij zowel het voorontwerp- als bij het ontwerpbestemmingsplan zijn de CROW-kengetallen voor de verkeersgeneratie als uitgangspunt gehanteerd. Daarbij is steeds gekozen om uit te gaan van het maximum van de bandbreedte die deze kengetallen geven. Het onderzoek bij Hof van Saksen is uitgevoerd als achtergrondonderzoek om te zien of gebruikmaking hiervan niet leidt tot een onderschatting van de hoeveelheid verkeer. De uitkomst is dat daar geen aanwijzingen voor zijn. Het park in Drenthe genereert minder verkeer dan met gebruikmaking van deze kengetallen zou worden verwacht.

Op grond van dit onderzoek is er dus geen reden om van meer verkeer uit te gaan dan op basis van het maximum van de CROW-kengetallen verwacht kan worden. Het ontwerpbestemmingsplan, inclusief alle onderzoeken, gaat evenals het voorontwerpbestemmingsplan nog steeds uit van het maximum van de CROW-kengetallen; er wordt dus absoluut niet uitgegaan van lagere aantallen. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 69

Samenvatting Uit bijlage 21 blijkt dat de gemeente erkent dat de bestaande verkeersproblematiek dringend moet worden opgelost. Bestaande knelpunten in Wolphaartsdijk, Arnemuiden en Lewedorp zullen aanzienlijk toenemen, de huidige verkeersstructuur kan die niet oplossen. De wegbeheerders stellen gezamenlijk een gebiedsontsluitingsvisie op voor toekomstbestendige oplossingen voor huidige en toekomstige verkeersproblemen, welke visie begin 2021 gereed moet zijn. Realisatie van een robuuste ontsluiting voorafgaand aan realisatie van het waterpark is geen voorwaarde omdat dit voor de ontwikkelaar wellicht te lang duurt en het park binnen de huidige mogelijkheden wordt ontwikkeld of wordt verkocht. De dorpsraad acht die kans nihil; sinds 2014 heeft geen enkele partij hiertoe concrete stappen ondernomen. Vaststelling van het bestemmingsplan voordat gebiedsontsluitingsvisie, inclusief haalbaarheid en realisatietermijn is afgerond, getuigt van onbehoorlijk bestuur. Inwoners van Arnemuiden, Lewedorp en Wolphaartsdijk mogen niet worden geconfronteerd met deze vooral financieel gedreven ontwikkeling. Beantwoording Zoals geconcludeerd in het verkeersonderzoek voor het Waterpark Veerse Meer neemt de verkeersproblematiek als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan niet toe ten opzichte van wat er volgens het vigerende bestemmingsplan aan ontwikkelingen al mogelijk is.

Het is daarom niet noodzakelijk dat vaststelling van het bestemmingsplan moet wachten op de vaststelling en realisatie van de voorstellen uit de gebiedsontsluitingsvisie. Door in een gebiedsgerichte aanpak samen te werken aan de ontwikkeling van een robuuste gebiedsontsluiting voor het Veerse Meer-zuidgebied geven de wegbeheerders aan, de huidige en toekomstige verkeerssituatie serieus te nemen. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Zienswijze 13, Den Hollander Advocaten namens Kon. Maatschap de Wilhelminapolder Samenvatting Cliënt vreest te worden benadeeld in de exploitatie van een aantal percelen nabij het plangebied. Een van die percelen is betrokken bij een mogelijke grondruil t.b.v. de baanrotatie van het vliegveld. Beantwoording De grondverwerving ten behoeve van de baanrotatie valt buiten het kader van het bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 2020. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Percelen van cliënten nabij het waterpark zijn van het in de buurt zijnde zoet grondwater afhankelijk.

In het bestemmingsplan is ten onrechte niet verankerd, via een voorwaardelijke verplichting, dat het grondwaterpeil in de noordoostelijke watergang met 10 cm1 moet worden verhoogd, zoals het MER concludeert, om de aanwezigheid van voldoende zoetwater te borgen. Beantwoording In de nog aan te vragen en te verlenen (benodigde) watervergunning worden afspraken opgenomen over de borging van deze mitigerende maatregel en de monitoring daarvan. De uitkomsten van het geohydrologisch onderzoek zijn doorgesproken en afgestemd met het waterschap. Een voorwaardelijke verplichting is hiermee een 'dode letter' en wordt dan ook niet opgenomen. 70

Overigens is het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in dit geval ook juridisch gezien niet nodig, omdat het treffen van de maatregel anderszins wordt verzekerd. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Cliënte is met de gemeente in gesprek over mogelijke grondruil. Voor het eventueel door cliënt te verkrijgen perceel geldt de afhankelijkheid van zoetwater nog sterker. Beantwoording Er is een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd om het effect van deze ontwikkeling op de zoetwaterbel te bepalen. Hieruit blijkt dat het grondwater ter plaatse van het uitbreidingsgebied van het waterpark naar verwachting zout zal worden door menging van water vanuit de kreken met het zoete grondwater ter plaatse. Door het opzetten van het peil wordt de invloed op de omgeving opgeheven, waardoor de invloed op de zoetwatervoorkomens nihil is. De aanleg van het natuurgebied kan leiden tot een hogere grondwaterstand, waardoor de dikte van de zoetwaterlens naar verwachting zal toenemen. In combinatie met ophoging van het maaiveld kan dit ertoe leiden dat zoetwatervoorkomens verder gemitigeerd worden. Hiertoe worden de stijghoogten en geleidbaarheid in de directe omgeving gemonitord. Het geohydrologisch onderzoek is toegevoegd aan het bestemmingsplan.

De uitkomsten zijn doorgesproken en afgestemd met het waterschap. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Zienswijze 14, MARK-Advocaten namens N.N. te Arnemuiden Samenvatting Voor realisatie van het bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer is rotatie van de start-/ landingsbaan van Vliegveld Midden-Zeeland vereist. Hiervoor zijn gronden van cliënt nodig. Deze gronden zijn dan ook onterecht niet opgenomen in het bestemmingsplan, evenals de gronden van het vliegveld zelf. Beantwoording Voor de rotatie van de start-/landingsbaan van vliegveld Midden-Zeeland wordt een afzonderlijke planologische procedure doorlopen. Opname van de gronden van cliënt van reclamant of van het vliegveld in het bestemmingsplan voor het waterpark is dan ook niet opportuun. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Voor het te realiseren waterpark wordt gedacht aan veel bijbehorende voorzieningen. Er is onvoldoende rekening gehouden met de gevolgen qua verkeer en geluid, voor de omgeving van het park.

De beoogde activiteiten en voorzieningen zijn nu niet toegestaan en hebben verkeersaantrekkende werking; in het verkeersonderzoek is alleen rekening gehouden met verkeersaantrekkende werking door recreatief nachtverblijf.

71

Beantwoording De bij het park behorende leisure- en dagrecreatieve voorzieningen, horeca en detailhandel zijn alleen toegankelijk voor personen die verblijfsrecreatief op het park verblijven, voor gasten van die personen en voor dag-gasten. Per week mogen maximaal 300 motorvoertuigen van dag-gasten worden toegelaten op het recreatiepark, waarbij het aantal motorvoertuigen per dag dient te worden geregistreerd. De verslaglegging hiervan dient op verzoek van het bevoegd gezag te worden overgelegd. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin dat artikel 5.3.5 van de Regels wordt aangepast. Samenvatting Alleen art. 5.3.3 van de Regels bepaalt dat de voorziening ' Detailhandel' hoofdzakelijk is gericht op huurders. Deze bepaling is te algemeen, slechts gericht op één specifieke centrumvoorziening en biedt onvoldoende zekerheid, mede omdat het begrip 'huurders' niet nader is omschreven in de Regels. Reclamant handhaaft dat op de Calandweg met daaraan zijn percelen en woning meer verkeer komt, en dus meer conflicterende verkeersbewegingen, geluidhinder en verslechtering van de luchtkwaliteit.

Beantwoording De bij het park behorende leisure- en dagrecreatieve voorzieningen, horeca en detailhandel zijn alleen toegankelijk voor personen die verblijfsrecreatief op het park verblijven, voor gasten van die personen en voor dag-gasten. Per week mogen maximaal 300 motorvoertuigen van dag-gasten worden toegelaten op het recreatiepark, waarbij het aantal motorvoertuigen per dag dient te worden geregistreerd. De verslaglegging hiervan dient op verzoek van het bevoegd gezag te worden overgelegd. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin dat artikel 5.3.5 van de Regels wordt aangepast. Samenvatting De geroteerde start-/landingsbaan is geprojecteerd op gronden van reclamant die voor de bedrijfsexploitatie zeer geschikt zijn, vanwege ligging t.o.v. woning en bedrijfsopstallen en vanwege perceelvorm. Baanrotatie doorsnijdt het perceel, dit is niet of minder geschikt voor agrarisch gebruik, ook omdat externe-veiligheidscontouren het perceel doorkruisen. Baanrotatie is uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening echter niet noodzakelijk en reclamant wordt hierdoor onnodig in exploitatie van zijn bedrijf beperkt. Beantwoording De baanrotatie van het vliegveld is geen onderdeel van dit bestemmingsplan.

Hiervoor zal een afzonderlijke planologische procedure worden gevoerd. De gemeente wil de baanrotatie ook doorgang laten vinden in de situatie dat bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer niet wordt vastgesteld of niet onherroepelijk wordt. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.

72

Zienswijze 15, ingediend door Hekkelman Advocaten namens Aannemersbedrijf Van der Poel Samenvatting Het plangebied ligt pal naast en rondom de locatie waar Van der Poel het project 'De Veerse Wende' ontwikkelt. Van der Poel vreest voor nadelige (milieu)gevolgen van het recreatiepark en dient een zienswijze in tegen alle planonderdelen het ontwerpbestemmingsplan en het plan-/project-MER. Beantwoording Uit het MER blijkt dat zowel in de gebruiksfase als in de aanlegfase de effecten beperkt zijn. De meeste effecten zijn neutraal dan wel licht negatief. In het MER worden mitigerende maatregelen beschreven die de negatieve effecten tegengaan. Wat betreft ruimtelijke kwaliteit wordt de gebruiks, belevings-, en toekomstwaarde in het gebied vergroot door het plan. De ontwikkeling voegt iets toe aan de beleving van het gebied. Het landschapsontwerp legt de verbinding met de omgeving. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Het park sluit het project volledig in. Met de belangen van Van der Poel is onvoldoende rekening gehouden; in de onderbouwing van ruimtelijke aanvaardbaarheid is hieraan ten onrechte geen aandacht besteed.

Onvoldoende rekening is gehouden met gevolgen van het park tijdens realisatie en exploitatie voor de op korte afstand van het plangebied aanwezige natuurwaarden. Beantwoording Bij de ontwikkeling van het plan Waterpark Veerse Meer is rekening gehouden met de aanwezigheid van het project Veerse Wende en het openbare recreatie- en surfstrand aan het Veerse Meer. Alle voorzieningen blijven bereikbaar via de openbaar toegankelijke Oranjeplaatweg, die geen onderdeel wordt van het Waterpark Veerse Meer. Met experts en met de omgeving is veel aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing van het Waterpark Veerse Meer. De kwaliteitsimpuls die dit geeft plus de toevoeging van nieuwe natuur is eerder een versterking van het recreatieve karakter van het gebied dan een verslechtering. Zeker als dat afgezet wordt tegenover de huidige situatie op het Waterpark Veerse Meer. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Niet wordt voldaan aan art. 2.11 lid 1 en lid 5 Omgevingsverordening omdat niet wordt voldaan aan de uitgangspunten van bijlage D onder 4 van de verordening.

Beantwoording In lid 4 van het artikel 2.11 is opgenomen dat in afwijking van het eerste lid uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatieterrein buiten bestaand stedelijk gebied kan worden toegelaten. Voor bestaande bedrijven ligt de focus op kwaliteitsverbetering, productinnovatie en -differentiatie. Eventuele daarvoor noodzakelijke uitbreiding in eenheden en/of oppervlakte is mogelijk indien deze voldoet aan de uitgangspunten zoals opgenomen in bijlage D onder 3. Aan deze uitgangspunten is in paragraaf 4.1.2 uitgebreid getoetst. Hieruit blijkt dat het plan voldoet aan de gestelde kaders in de Omgevingsverordening.

73

Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Met 1.850 m² is geen sprake van een kleinschalige detailhandelsvoorziening, zodat niet wordt voldaan aan art. 2.6 lid 1 Omgevingsverordening. Er is geen sprake van een uitzondering als bedoeld in het tweede lid, zoals de Toelichting ten onrechte suggereert. Beantwoording Het is de ambitie om het bestaande recreatiepark te herontwikkelen tot een kwalitatief hoogstaand en homogeen recreatiepark met recreatiewoningen en uitgebreide centrumvoorzieningen, gericht op families. Het marktonderzoek toont aan dat met name aan het bij deze ambitie behorende programma (vooral het hoge voorzieningenniveau) behoefte is. Dit hoge voorzieningenniveau is economisch uitsluitend haalbaar indien er voldoende recreatiewoningen worden gerealiseerd van een kwalitatief hoog niveau met veel beschutte ruimte, natuur en voorzieningen. De oppervlakte van het bestaande recreatiepark (aan te merken als bestaand stedelijk gebied) is hiervoor ontoereikend. Omdat de voorgenomen herontwikkeling ruimer van opzet is met meer ruimte voor water, groen en voorzieningen per recreatie-eenheid is de omvang van het nieuwe recreatiepark groter dan het bestaande recreatiepark.

De bij het park behorende leisure- en dagrecreatieve voorzieningen, horeca en detailhandel zijn alleen toegankelijk voor personen die verblijfsrecreatief op het park verblijven, voor gasten van die personen en voor dag-gasten. Per week mogen maximaal 300 motorvoertuigen van dag-gasten worden toegelaten op het recreatiepark, waarbij het aantal motorvoertuigen per dag dient te worden geregistreerd. De verslaglegging hiervan dient op verzoek van het bevoegd gezag te worden overgelegd. Het is evident dat binnen bestaand stedelijk gebied geen ruimte is voor een park met de omvang van Waterpark Veerse Meer. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin dat artikel 5.3.5 van de Regels wordt gewijzigd. Samenvatting Uitgegaan wordt van een onjuiste verkeersgeneratie van de totale ontwikkeling. Er is onvoldoende rekening gehouden met het bezoeken van voorzieningen in het park door derden. Onduidelijk is of de adviezen van Goudappel Coffeng (november 2020) worden overgenomen; borging hiervan ontbreekt. Beantwoording De bij het park behorende leisure- en dagrecreatieve voorzieningen, horeca en detailhandel zijn alleen toegankelijk voor personen die verblijfsrecreatief op het park verblijven, voor gasten van die personen en voor dag-gasten.

Per week mogen maximaal 300 motorvoertuigen van dag-gasten worden toegelaten op het recreatiepark, waarbij het aantal motorvoertuigen per dag dient te worden geregistreerd. De verslaglegging hiervan dient op verzoek van het bevoegd gezag te worden overgelegd. In het verkeersonderzoek is gerekend met de maximumnorm voor de verkeersgeneratie van recreatiebungalows conform de kengetallen van het CROW. Hierin is de ritgeneratie voor personeel en bedienend verkeer voor de voorzieningen verdisconteerd. Een aparte ritgeneratie voor de voorzieningen is dan niet van toepassing. De adviezen van Goudappel in het verkeersonderzoek voor 74

het Waterpark zijn zonder voorbehoud opgenomen en maken daarom deel uit van de documenten behorende bij het (ontwerp)bestemmingsplan. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin dat artikel 5.3.5 van de Regels wordt gewijzigd. Samenvatting Bij de beoordeling van het aspect geluid worden ten onrechte de huidige planologische mogelijkheden als uitgangspunt genomen. Beoordeeld moet worden of die situatie in overeenstemming is met goede ruimtelijke ordening. Beantwoording In de plantoelichting wordt op diverse plaatsen op het aspect geluid ingegaan. Gewezen kan onder meer worden op paragraaf 2.3, 9.3, In de beoordeling is wel degelijk aangegeven dat er een negatief effect zal zijn op het aantal (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden ten gevolge van het wegverkeersgeluid ten opzichte van de autonome situatie 2030. Aangevuld is dat er ten opzichte van de referentiesituatie 2030 geen toename te verwachten ten aanzien van het aantal (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden. Bij de beoordeling is rekening gehouden dat de wegbeheerders geconstateerd hebben dat ook zonder ontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer een betere ontsluiting gewenst is voor de verkeersontsluiting ten zuiden van het Veerse Meer.

De wegbeheerders werken In een gezamenlijk projectteam aan een toekomstbestendige verkeersontsluiting voor dit gebied. De ontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer leidt niet tot een onacceptabele situatie en andere knelpunten dan wanneer alleen uitgegaan wordt van de autonome groei. Alles bij elkaar beschouwd is geconcludeerd dat het negatieve effect door de ontwikkeling van Waterpark Veerse Meer een beperkt effect heeft op de knelpunten die ontstaan. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting In het ontwerpbestemmingsplan is ten onrechte niet geborgd dat ontwikkeling van het recreatiepark enkel is toegestaan nadat de start-/landingsbaan van vliegveld Midden-Zeeland is gedraaid. Beantwoording In het vast te stellen bestemmingsplan wordt rekening gehouden met het niet tijdig roteren van de start-/landingsbaan door gewijzigde vaststelling. Het bestemmingsplan wordt gewijzigd vastgesteld, zodanig dat de baanrotatie niet voorwaardelijk is. De luchtvaartverkeerszones zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan, worden ook opgenomen in het nu vast te stellen bestemmingsplan Hiermee blijft de situatie voor de aanvliegroute vooralsnog ongewijzigd. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren.

De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting In het plangebied kunnen nog explosieven aanwezig zijn. Onduidelijk is of de hoge kosten van nadere onderzoeken en ontmantelen kunnen worden gedragen. Hiermee is de uitvoerbaarheid van het plan niet aangetoond.

75

Beantwoording Het risico op het aantreffen van verschoten geschutsmunitie en een deel van het onderzoeksgebied op afwerpmunitie is bekend en geaccepteerd door Driestar. In de planning wordt er rekening mee gehouden dat tijdig aanvullend onderzoek gedaan wordt. Op de totale investering voor het park zijn de mogelijke kosten beperkt. Daarnaast zijn er mogelijkheden om voor een deel van de kosten subsidie aan te vragen. De gemeente en de initiatiefnemer maken tijdig afspraken over de indiening van een subsidieaanvraag. Het risico op aanwezigheid van explosieven in het plangebied is geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Dit is - op basis van vooronderzoek - toegelicht in paragraaf 9.10 van de plantoelichting. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting De hiervoor aangevoerde punten gelden een-op-een voor het plan-/project-MER. Nu bijv. de onderzoeken niet bruikbaar zijn, zijn de conclusies uit het MER onhoudbaar. Beantwoording De Commissie m.e.r. heeft het MER beoordeeld en naar aanleiding daarvan advies gegeven. Dit advies is overgenomen en het MER is daarop aangepast. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren.

De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin dat het MER waar nodig is aangepast of aangevuld. Zienswijze 16, N.N. te Arnemuiden Samenvatting Volgens het college draagt de uitbreiding van het waterpark niet of nauwelijks bij aan de verkeersproblematiek, maar er vindt wel overleg plaats met de wegbeheerders voor oplossing hiervan. Waarom is dit niet eerder geagendeerd? Beantwoording De verkeersproductie van het Waterpark Veerse Meer zorgt ten opzichte van wat er volgens het vigerende bestemmingsplan aan ontwikkelingen mogelijk is niet voor een toename van het aantal verkeersbewegingen. Met het verkeersonderzoek wat in dit kader is uitgevoerd, is gebleken dat een groot deel van de verkeersproblemen in de kernen van Arnemuiden en Wolphaartsdijk het gevolg is van het herkomst- en bestemmingsverkeer van en naar de kernen zelf. Daarnaast is sprake van een sterke toename van het verkeer als gevolg van autonome groei en de recreatieve ontwikkelingen in het gehele Veerse Meer-zuidgebied. Vanuit die conclusies hebben de gezamenlijke wegbeheerders besloten om middels een op te stellen gebiedsontsluitingvisie te komen tot een robuuste ontsluiting van het Veerse Meer-zuidgebied. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.

Samenvatting Groei van de verkeersproblematiek wordt ten onrechte geweten aan de autonome groei van verkeer. De vergelijking met dalende eenheden is onterecht, want de geplande woningen zijn bedoeld voor families met kinderen en (veelal) grootouders; die komen niet met één auto. Ook is het verblijf in de 76

toekomst niet langer gericht op het traditionele toeristenseizoen. De reductie van 448 eenheden zorgt niet per definitie voor minder verkeer. Beantwoording De toename van de verkeersproblematiek heeft een aantal oorzaken. Er is autonome groei van het verkeer door o.a. ontwikkelingen op het gebied van wonen en werken en mobiliteitsontwikkelingen zoals autobezit en autogebruik. Ook zijn er verschuivingen in vervoerwijzen, bijvoorbeeld meer fietsgebruik. De effecten hiervan zijn doorgerekend met een verkeersmodel waarbij de ritgeneratie per functie is gebaseerd op de kengetallen van het CROW. Voor het waterpark is de hoogste waarde van de bandbreedte van de kengetallen toegepast. Daarnaast is (als achtergrondonderzoek) een vergelijking gemaakt met Hof van Saksen (eveneens van Driestar). Voor dit bungalowpark is een jaarrond onderzoek uitgevoerd naar de werkelijke ritgeneratie. Dit resulteert in 1,6 ritten per bungalow. Dit sterkt de stelling dat de voor het waterpark toegepaste kengetallen geen onderschatting zijn van de werkelijk verkeersgeneratie. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.

Samenvatting De op het park geplande voorzieningen leiden tot een grote hoeveelheid extra verkeersbewegingen omdat inwoners van Zeeland en toeristen van andere parken hier ook gebruik van maken. Ook gaan gasten van het recreatiepark naar interessante steden en attracties in de omgeving. De vele mensen die op het park werken rijden elke dag naar het park en er is een toestroom van scholieren en studenten (opleidingstrajecten). Beantwoording De bij het park behorende leisure- en dagrecreatieve voorzieningen, horeca en detailhandel zijn alleen toegankelijk voor personen die verblijfsrecreatief op het park verblijven, voor gasten van die personen en voor dag-gasten. Per week mogen maximaal 300 motorvoertuigen van daggasten worden toegelaten op het recreatiepark, waarbij het aantal motorvoertuigen per dag dient te worden geregistreerd. De verslaglegging hiervan dient op verzoek van het bevoegd gezag te worden overgelegd. De verkeersberekeningen zijn gebaseerd op de kengetallen van het CROW. Voor de functie bungalow is uitgegaan van de functie bungalowpark (2,8 ritten per bungalow). In het kengetal is de verkeersproductie van toeleveranciers en personeel meegenomen. Bezoekers van buiten het park worden alleen toegelaten voor zover die bijv. per fiets of te voet komen; het park is niet toegankelijk per auto voor niet-huurders.

Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin dat artikel 5.3.5 van de Regels wordt gewijzigd. Samenvatting Rotatie van de start-/landingsbaan van het vliegveld is voorwaarde voor realisatie van het plan. PS hebben besloten dat hiervoor geen MER is vereist. Reclamant is het hiermee niet eens. Ook vindt hij het onjuist dat de procedures voor het Luchthavenbesluit en het bestemmingsplan onafhankelijk worden doorlopen; nu is er een kans dat de baan niet gedraaid wordt.

77

Beantwoording Een eventuele zienswijze of beroep tegen het Luchthavenbesluit en daarmee samenhangende besluiten, valt buiten het kader van het bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 2020. Met het niet tijdig roteren van de start-/landingsbaan wordt in het vast te stellen bestemmingsplan rekening gehouden. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Zienswijze 17, Waterschap Scheldestromen Samenvatting De bestaande wegen van het waterschap zijn niet geschikt voor een verkeersveilige doorstroming van recreatieverkeer naar het waterpark. Ook uit de gezamenlijke gebiedsontsluitingsvisie blijkt dat die wegen moeten worden aangepast. Van de gemeente Middelburg en van de ontwikkelaar wordt een financiële bijdrage gevraagd voor de noodzakelijke aanpassingen. Beantwoording Voor zover de noodzakelijke aanpassingen het gevolg zijn van dit bestemmingsplan is het logisch dat deze in rekening worden gebracht bij de ondernemer. Dit plan genereert echter niet meer verkeer dan het bestemmingsplan uit 2014 mogelijk zou maken. Het is daarom niet redelijk om aanpassingen die noodzakelijk zijn op grond van het bestemmingsplan uit 2014 in rekening te brengen bij de ondernemer.

In het kader van de gebiedsontsluitingsvisie Veerse Meer-zuid zullen tussen de verschillende wegbeheerders afspraken moeten worden gemaakt over bekostiging. Besluit De zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Zienswijze 18, gemeente Borsele Samenvatting De gemeente Borsele is onaangenaam verrast door het rapport van Goudappel Coffeng d.d. 7 oktober 2020 (bijlage 16 Toelichting) en de rapportage Toetsing verkeersgeneratie d.d. 11 augustus 2020 (bijlage 17 Toelichting). De gemeente is niet gekend in de opname van deze bijlagen bij het ontwerpbestemmingsplan. Beantwoording Zowel bij het voorontwerpbestemmingsplan als bij het ontwerpbestemmingsplan is gebruik gemaakt van dezelfde CROW-kengetallen. Daarbij is steeds gekozen om uit te gaan van het maximum van de bandbreedte van deze kengetallen. Het onderzoek bij Hof van Saksen is uitgevoerd als achtergrondvergelijking om te zien of gebruikmaking hiervan niet leidt tot onderschatting van de hoeveelheid verkeer. De uitkomst hiervan is dat daar geen aanwijzingen voor zijn. Het park in Drenthe genereert minder verkeer dan met gebruikmaking van deze kengetallen zou worden verwacht. Op grond van dit onderzoek is er dus geen reden om van meer verkeer uit te gaan dan op basis van het maximum van de CROW-kengetallen verwacht kan worden.

Het gehele bestemmingsplan, inclusief alle onderzoeken, gaat dus nog steeds uit van het maximum van de CROW-kengetallen. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 78

Samenvatting De gemeente Borsele neemt actief deel in de werkgroep voor de gezamenlijke gebiedsgerichte aanpak. De werkgroep kijkt naar de huidige en toekomstige problemen in en rond de kernen Arnemuiden, Lewedorp en Wolphaartsdijk en zoekt daarvoor oplossingen. Uitgangspunt hierbij zijn de CROW-intensiteiten. In het ontwerpbestemmingsplan zijn afwijkende intensiteiten opgenomen die niet meer aansluiten bij dit onderzoek. Daardoor missen Gebiedsontsluitingsvisie en bestemmingsplan aansluiting. Beantwoording Verwezen wordt mede naar de reactie hiervoor. Voor de Gebiedsontsluitingsvisie worden dezelfde uitgangspunten gehanteerd als in het ontwerpbestemmingplan. Daarnaast kijkt de gemeente Middelburg voor de Gebiedsontsluitingsvisie ook naar de hoogseizoen-intensiteiten om te komen tot een robuuste oplossing voor ontsluiting van het Veerse Meer-zuidgebied, die ook voldoende capaciteit biedt om het verkeer op de piekmomenten goed en veilig af te kunnen wikkelen. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Gemeente Borsele rekent erop dat door de veroorzaker een passende oplossing wordt geboden voor de knelpunten op haar grondgebied. Beantwoording Zoals uit het verkeersonderzoek is gebleken zijn er in het Veerse Meer-zuidgebied nu al verkeersproblemen.

Door de autonome groei van het verkeer en andere recreatieve ontwikkelingen dan het waterpark, worden deze verkeersproblemen en knelpunten groter en ontstaan er ook nieuwe. De huidige infrastructuur biedt onvoldoende mogelijkheden om de groei van het verkeer op te kunnen vangen. De gezamenlijke wegbeheerders (gemeenten Goes, Borsele, Middelburg, waterschap Scheldestromen), de Provincie Zeeland, Rijkswaterstaat en ProRail ontwikkelen een gebiedsontsluitingsvisie die antwoord moet geven op de vraag hoe het Veerse Meer-zuidgebied op robuuste wijze kan worden ontsloten. Hierbij wordt nadrukkelijk ook gekeken naar maatregelen die op korte en middellange termijn een verbetering opleveren voor doorstroming en verkeersveiligheid op de bestaande knelpunten. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Zienswijze 19, Plan & Omgeving namens Zeeland Airport Samenvatting Zeeland Airport is niet tegen de realisatie van het bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 2020 maar maakt zich zorgen over de continuïteit van het vliegveld in de situatie dat het bestemmingsplan onherroepelijk is en de voorgenomen baanrotatie civielrechtelijk en planologisch nog niet onherroepelijk zijn geregeld.

Beantwoording Het bestemmingsplan wordt gewijzigd vastgesteld, zodanig dat de baanrotatie niet voorwaardelijk is. Hiermee blijft de situatie voor de aanvliegroute vooralsnog ongewijzigd.

79

Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting De nu vigerende bestemmingsplannen borgen de bedrijfsvoering van het vliegveld. De gebruiksruimte van het vliegveld is vastgelegd in een Luchthavenbesluit met o.m. beperkingengebieden deels over het plangebied van het (ontwerp)bestemmingsplan liggen. Voor de gebruiks- en bouwmogelijkheden hiervan dienen die niet meer van toepassing te zijn. Vanuit het Milieuprogramma Provincie Zeeland gelden voor recreatiewoningen en -terreinen de normen uit de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer. Beantwoording Het bestemmingsplan wordt gewijzigd vastgesteld, zodanig dat de baanrotatie niet voorwaardelijk is. Hiermee blijft de situatie voor de aanvliegroute vooralsnog ongewijzigd. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Het (ontwerp)bestemmingsplan gaat uit van rotatie van de start-/landingsbaan en verschuiving van de beperkingengebieden. Besluitvorming op de aangevraagde wijziging van het Luchthavenbesluit is nog niet rond. Er is onvoldoende zekerheid hierop vooruit te lopen. Ook het plan-/project-MER gaat uit van een geroteerde baan.

Beantwoording Het bestemmingsplan wordt gewijzigd vastgesteld, zodanig dat de baanrotatie niet voorwaardelijk is. Hiermee blijft de situatie voor de aanvliegroute vooralsnog ongewijzigd. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Er is niet gekozen voor combinatie van het bestemmingsplan voor het waterpark met bestemmingsplannen/inpassingsplan voor de baanrotatie. De laatste moet nog beginnen. Ook moeten nog gronden worden verworven voor de rotatie. Daarmee is het ontwerpbestemmingsplan niet uitvoerbaar en is dit in strijd met goede ruimtelijke ordening. Realisatie/exploitatie van bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 2020 maar niet realiseren of uitvoeren van de baanrotatie bedreigt het voortbestaan van het vliegveld. Beantwoording Het bestemmingsplan wordt gewijzigd vastgesteld, zodanig dat de baanrotatie niet voorwaardelijk is. Hiermee blijft de situatie voor de aanvliegroute vooralsnog ongewijzigd. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan.

80

Zienswijze 20, provincie Zeeland Samenvatting In het bestemmingsplan is onvoldoende aandacht voor het in de verordening opgenomen vereiste van het 'aandachtsgebied'. In par. 4.2.1 Toelichting wordt gerefereerd aan het vorige Omgevingsplan (2012-2018). Gemotiveerd wordt op basis van art. 2.11 lid 1, terwijl lid 4 van toepassing is. Ook wordt gesproken over 'nieuwvestiging'. Hiermee wordt gehinkt op twee gedachten. Een uitgewerkt aandachtsgebied ontbreekt maar kan de uitbreiding beleidsmatig verantwoorden. Gesteld wordt dat er op basis van participatie een gezamenlijk streefbeeld is; hieraan wordt echter nog gewerkt. Beantwoording De verwijzing naar het vorige Omgevingsplan (2012-2018) zal in het vast te stellen bestemmingsplan worden aangepast naar de actuele versie. De motivering van artikel 2.11 zal worden verwijderd, enkel lid 4 zal worden onderbouwd. Tot slot zal uitgebreider aandacht worden besteed aan het aandachtsgebied. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin dat de Toelichting wordt uitgebreid.

Samenvatting Afdoende borging van de landschappelijke inpassing aan de zijde van het Veerse Meer ontbreekt, terwijl dit een van de meest kwetsbare landschappelijke delen is, grenzend aan het Natura2000gebied en als te beschermen landschap is opgenomen in de Omgevingsverordening (art. 2.28, bijlage 12). Beantwoording Het bestemmingsplan is hierop aangepast, de groenzones zijn verbreed tot 10 meter plus 10 meter recreatie zonder bouwvlak en 180 meter waarop geen appartementengebouwen worden gebouwd. Voor een betere borging van het landschap zijn de Regels en het document Inrichtingsvereisten aangepast voor wat betreft bebouwingsafstanden, groenstroken en principeprofielen langs de randen van het Veerse Meer. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin dat de Regels en de Verbeelding worden aangepast. Samenvatting In de Passende beoordeling en de Aerius-berekeningen van Sweco wordt gebruik gemaakt van uitgangspunten die onvoldoende helder zijn om de kunnen beoordelen of er overeenstemming is met de relevante natuurwetgeving waarbij de provincie bevoegd gezag is. Aangetoond dient te worden dat aan de relevante natuurwetgeving is voldaan.

Beantwoording In het rapport van Sweco (Onderzoek stikstofdepositie Aerius-berekening) ten behoeve van de Aerius-berekening zijn de uitgangspunten nader uitgewerkt. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin dat de betreffende bijlage is aangepast.

81

Samenvatting De beschrijving van de beperkingengebieden, baanrotatie en het Luchthavenbesluit in de Toelichting is niet correct. De vigerende beperkingengebieden zijn niet opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan; dit strookt niet met de relevante luchtvaartregelgeving. De provincie kan niet instemmen met een planologische ontwikkeling die hieraan vooralsnog niet voldoet. Beantwoording De milieucontouren/-zones die vanwege het vliegveld in het vigerende plan zijn opgenomen, zullen worden toegevoegd aan de Verbeelding en de Regels. Ook zal het landschapsplan hierop worden aangepast. Voor zover het toevoegen van de milieucontouren/-zones en aanpassen van het landschapsplan gevolgen heeft voor de uitgevoerde milieuonderzoeken, zullen deze worden aangepast. Ook wordt de Toelichting hierop aangepast. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan. Zienswijze 21, Stichting Achmea Rechtsbijstand namens N.N. (Wolphaartsdijk) Samenvatting Ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan, lopende het proces van de Gebiedsvisie Veerse Meer, is de verkeerde volgorde. Eerst de gebiedsvisie vaststellen zorgt voor onderlinge afstemming tussen de betrokken overheden, zodat duidelijk is wat de beleidsbepalers voor ogen hebben.

Nu lijkt het alsof de gemeente nog snel een initiatief zeker wil stellen, dat enorm afwijkt van niet uitgevoerde plannen en voortvloeit uit de visie uit 2004. De uitbreiding betreft 32 ha. agrarisch bestemde grond die volledig ondergeschikt wordt aan recreatieve bestemmingen c.q. (de uitbreiding van) het recreatiepark. Ook de provincie wees in haar vooroverlegreactie op de onjuiste volgorde. Beantwoording Sinds het faillissement in 2015 is het park steeds verder verpauperd. Ten behoeve van de doorontwikkeling van het park, is in oktober 2018 een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Het proces van de Gebiedsvisie Veerse Meer is gestart in november 2019. Wetende dat de planvorming voor het waterpark en het proces van de gebiedsvisie gedeeltelijk parallel zouden lopen, heeft de gemeente steeds een koppeling gelegd met de gedachten van overheden, maatschappelijke organisaties, ondernemers en bewoners in het gebied. De initiatiefnemer heeft bij de planvorming maximaal rekening gehouden met de input uit het gebiedsvisieproces. In de vooroverlegreactie van de provincie wordt niet gesproken over een onjuiste volgorde tussen gebiedsvisie en bestemmingsplan. In fase 1 van de gebiedsvisie is door de gemeenteraden, de staten en het algemeen bestuur van het waterschap bepaald welke initiatieven onder het overgangsrecht vallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10359108/1