CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 23 - Notitie zienswijzen incl. staat van wijzigingen, gemeente Middelburg juni 2021-AANGEPAST

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Bijlagen 2 t/m 24 - Bijlagen bij bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 202043.228 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Wat wordt bedoeld met het begrip 'duurzaam' in "een duurzame impact op de samenleving en positieve bijdrage aan de lokale economie" (par. 1.1), wat zijn die impact en onderbouwing en hoe zijn deze onderbouwd? Beantwoording In deze context wordt bedoeld dat een jaarronde exploitatie van het park zorgt voor een continue werkgelegenheid en economische spin off voor de omgeving. Dit in tegenstelling tot seizoensgebonden parken die uitgaan van een hoge pieken in het hoogseizoen met veel werkgelegenheid en spin off en geen exploitatie in de winterperiode. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Par. 1.1 bevat geen doelen voor behoud/versterking van kenmerkende landschappelijke kenmerken van het uitbreidingsgebied als rust, ruimte en natuur. Waarom wordt hiervoor geen vergelijking gemaakt van voor en na uitbreiding? Beantwoording Met Waterpark Veerse Meer is er sprake van minder recreatie-eenheden dan in het huidige bestemmingsplan zijn toegestaan. Door de grotere oppervlakte kan meer kwaliteit worden geboden en is er ook meer ruimte voor landschapscreatie.

Zo is de geschiedenis van de plek een belangrijk uitgangspunt geweest voor het maken van het ontwerp. Tot de afsluiting van het Veerse Meer in 1961 stond het meer onder invloed van getijde en was het plangebied een schorrengebied met een fijnmazig netwerk van kreken. Deze structuur is inspiratie geweest voor de krekenstructuur in het inrichtingsplan. Echter, het landschap is geen stilstaand beeld. Het natuurlijk leven is erg veranderd na de afsluiting van het Veerse Meer door de Veerse Gatdam: de (avi)fauna van het getijdengebied is er niet meer. Het huidige recreatiepark is nu een grote camping, half afgebouwd, grenzend aan landbouwgebied. De voorgenomen ontwikkeling betreft een uitbreiding van één van deze aanwezige recreatieparken, waarmee een enorme kwaliteitsslag wordt gemaakt. Het landschapsontwerp voor het recreatiepark grijpt terug op de oorspronkelijke inrichting van het gebied met kreken en platen en voegt meer natuurwaarden (water, oevers en bosschages) toe aan de omgeving. Met de realisatie van het nieuwe waterpark komt er veel meer ruimte voor onderwaterleven, oevervegetatie en vogelsoorten die bos en beplantingen nodig hebben. Aan de oostkant van het plangebied wordt een open natuurgebied vergelijkbaar aan de Middelplaten gerealiseerd. De natuurwaarden in het gebied nemen hiermee aanzienlijk toe.

Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Wat zijn alle uiteindelijke kerndoelen die met de uitbreiding van het waterpark worden beoogd en wordt een financieel resultaat voor de gemeente hiermee ook beoogd vanwege het vervallen van de verstrekte eerste garantielening bij het faillissement van het eerste park?

22

Beantwoording Er worden verschillende kerndoelen met dit plan bereikt, zoals verbetering van het toeristisch product, ontwikkeling van landschap en natuur, werkgelegenheid enz. Afgezien van de aankoop door de ondernemer van het park is er geen enkel verband tussen de afwikkeling van het faillissement en de ontwikkeling van het nieuwe plan. Als het nieuwe plan in exploitatie wordt genomen levert dit de gemeente te zijner tijd wel opbrengsten op in de vorm van toeristenbelasting. Dit biedt mogelijkheden om allerlei gewenste ontwikkelingen te bekostigen. Een deel van die opbrengsten zal worden ingezet in de omgeving van het plan zoals opgenomen in de anterieure overeenkomst en over het resterende deel zullen te zijner tijd in het kader van de begrotingscyclus besluiten worden genomen. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting In de Kustvisie staat dat onbebouwde gebieden niet bebouwd mogen gaan worden maar alleen bestaande gebouwen mogen worden vernieuwd/gerevitaliseerd. Hoe verhoudt de uitbreiding van het waterpark zich tot Kustvisie en Omgevingsverordening en welke gevolgen heeft verdunning van de recreatie-eenheden voor het openbare landschap (pag.

13 onder "Strijdigheid")? Beantwoording Het plan van het waterpark wordt getoetst aan het vigerend beleid, dat is de provinciale verordening uit 2018. In dit geval gaat het om artikel 2.11 uit de verordening: verblijfsrecreatie buiten de kustzone en uitbreiding van een bestaand park. Het provinciale beleid is gericht op het borgen en versterken van de kwaliteit van de verblijfsrecreatieve sector in samenhang met de omliggende natuur- en landschapswaarden. Dit streven is gebaseerd op de gedachtegang in de Zeeuwse Kustvisie. Dat is de reden waarom hiermee in het verleden af en toe een link werd gelegd. De verdunning van de recreatie-eenheden heeft tot gevolg dat het totale park veel groener wordt, met veel meer bomen, water en (landschappelijke) oevers. Het totale park is openbaar toegankelijk. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Staat eventuele uitbreiding nog niet vast, maar is die wel bepaald als deze wel doorgaat? (par. 2.3). Beantwoording Hiermee wordt bedoeld dat de locatie van Waterpark Veerse Meer een gegeven is, omdat het de doorontwikkeling van een bestaand recreatiepark betreft. Gezien de omgeving kan de uitbreiding van het park alleen aan de noordkant plaatsvinden. Dit is ook afgestemd in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau.

Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting 1. Waarom wordt naar een nieuw recreatielandschap gezocht, wat is de onderbouwing daarvan en is dit een doel? 23

2. Wat verstaat de gemeente onder "schoonheid en belevingswaarde van het landschap" (voorkeursalternatief par. 2.4), hoe beoordeelt zij dit, hoe verhoudt dit zich tot een bebouwde uitbreiding, waarom wordt gesteld dat dit wordt verhoogd, vanuit welke stakeholders wordt dit beoordeeld? 3. Welke landschapswaarden verdwijnen er c.q. komen terug? 4. Wat verstaat de gemeente onder 'Culturele waarde'? Beantwoording 1. Verwezen wordt naar de beantwoording op het volgende onderdeel van de zienswijze. 2. In paragraaf 3.2.1 van het ontwerpbestemmingsplan is omschreven om welke reden de voorgenomen ontwikkeling (uitbreiding) niet past binnen het bestaand stedelijk gebied. Deze redenen hangen samen met de ambitie om het bestaande recreatiepark te herontwikkelen tot een kwalitatief hoogstaand en homogeen recreatiepark met recreatiewoningen en uitgebreide centrumvoorzieningen, gericht op families. Het marktonderzoek toont aan dat met name aan het bij deze ambitie behorende programma (vooral het hoge voorzieningenniveau) behoefte is. Dit hoge voorzieningenniveau is economisch uitsluitend haalbaar indien er voldoende recreatiewoningen worden gerealiseerd van een kwalitatief hoog niveau met veel beschutte ruimte, natuur en voorzieningen. De oppervlakte van het bestaande recreatiepark (aan te merken als bestaand stedelijk gebied) is hiertoe ontoereikend.

Omdat de voorgenomen herontwikkeling ruimer van opzet is met meer ruimte voor water, groen en voorzieningen per recreatie-eenheid is de omvang van het nieuwe recreatiepark groter dan het bestaande recreatiepark. De paragraaf omtrent de Ladder voor duurzame verstedelijking is in het ontwerpbestemmingsplan uitgebreider toegelicht. Het beoogde natuurgebied, dat als overgangsgebied dient naar het naastgelegen natuurgebied De Piet, is circa 14 hectare groot en als zodanig bestemd ('Natuur'). De omvang hiervan is substantieel en kan worden aangemerkt als substantieel brede overgangssituatie. De omvang van dit natuurgebied is in de expertmeetings en de informatieavonden in samenspraak met deskundigen en de omgeving bepaald. 3. Om de gewenste, hoge landschappelijke kwaliteit te kunnen realiseren is een uitbreiding in oppervlakte van het bestaande recreatieterrein noodzakelijk. Dat zal inderdaad verlies aan landbouwgrond met zich meebrengen. De belangen die hierbij aan de orde zijn worden in de door de gemeenteraad te maken integrale afweging meegenomen. In de milieueffectrapportage, die bij het ontwerpbestemmingsplan is gevoegd, zijn de effecten op het gebied van milieu (waaronder natuur) afgewogen. 4.

Het betreft hier een toets wat het effect is van de ontwikkeling op de cultuurhistorische, archeologische en aardkundige waarden zoals beschreven in onder andere de cultuurhistorische waardenkaart van Zeeland. Zie ook par. 7.7.2 in het MER: de cultuurhistorische waarde scoort neutraal en de aardkundige waarden scoren positief doordat het krekenlandschap teruggebracht wordt. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Op welke landschappelijke kenmerken wordt ingespeeld en wat wordt daarmee bedoeld (par. 3.2.1)? Wat is de landschappelijke impuls? Hoe worden de landschappelijke kenmerken en de versterking ervan beoordeeld voor en na een eventuele uitbreiding? Wat is dan de afweging om te kiezen voor uitbreiding?

24

Beantwoording Met het plan voor Waterpark Veerse Meer is er sprake van minder eenheden dan in het huidige bestemmingsplan zijn toegestaan. Door de grotere oppervlakte kan meer kwaliteit worden geboden en is er ook meer ruimte voor landschapscreatie. Zo is de geschiedenis van de plek een belangrijk uitgangspunt geweest voor het maken van het ontwerp. Tot de afsluiting van het Veerse Meer in 1961 stond het meer onder invloed van getijde en was het plangebied een schorrengebied met een fijnmazig netwerk van kreken. Deze structuur is inspiratie geweest voor de krekenstructuur in het inrichtingsplan. Echter, het landschap is geen stilstaand beeld. Het natuurlijk leven is erg veranderd na de afsluiting van het Veerse Meer door de Veerse Gatdam: de (avi)fauna van het getijdengebied is er niet meer. Het huidige recreatiepark is nu een grote camping, half afgebouwd, grenzend aan landbouwgebied. De voorgenomen ontwikkeling betreft een uitbreiding van één van deze aanwezige recreatieparken, waarmee een enorme kwaliteitsslag wordt gemaakt. Het landschapsontwerp voor het recreatiepark grijpt terug op de oorspronkelijke inrichting van het gebied met kreken en platen en voegt meer natuurwaarden (water, oevers en bosschages) toe aan de omgeving.

Met de realisatie van het nieuwe waterpark komt er veel meer ruimte voor onderwaterleven, oevervegetatie en vogelsoorten die bos en beplantingen nodig hebben. Aan de oostkant van het plangebied wordt een natuurgebied vergelijkbaar aan de Middelplaten gerealiseerd. De natuurwaarden in het gebied nemen hiermee aanzienlijk toe. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting 1. Wat is de relevantie van de opmerking dat ontwikkelingen binnen en buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvinden en buiten de kustzone (hoofdstuk 3.2.1)? 2. Moet de ontwikkeling van het waterpark, gelegen aan een binnenwater niet volgens/in de geest van Kustvisie, Omgevingsverordening en Veerse Meervisie worden uitgewerkt en wat is de onderbouwing daarvan? Beantwoording 1. Dat is om aan te geven aan welk ruimtelijk beleid moet worden getoetst. De provincie maakt onderscheid in ontwikkelingen die binnen of buiten de kustzone plaatsvinden, en al dan niet binnen bestaand stedelijk gebied. Hiervoor gelden afwijkende voorwaarden/toetsingskaders. In hoofdstuk 4 wordt hier verder op ingegaan. Ook voor toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is het onderscheid tussen ontwikkeling binnen/buiten bestaand stedelijk gebied van belang. 2.

Aan de Kustvisie hoeft niet te worden getoetst, want het park ligt buiten de kustzone. Aan de Gebiedsvisie Veerse Meer in wording hoeft niet te worden getoetst, omdat dit project onder het overgangsrecht valt ('pijplijnproject'). In hoofdstuk 4.1 wordt aan alle relevante beleidsstukken, waaronder inderdaad de Omgevingsverordening 2018, getoetst. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting In par. 3.2.4 wordt gesproken over economische effecten en samenleving en omgeving, er is sprake van duurzaam evenwicht als de effecten op alle drie pijlers positief zijn. Welke pijlers worden bedoeld, wat wordt hieronder verstaan, hoe worden die beoordeeld en zijn de huidige kenmerkende landschappelijke waarden en leefomgeving van de lokale bewoners ook een pijler (zo nee, waarom niet?) Wat is de onderbouwing voor het oordeel van louter positieve effecten voor duurzaam 25

evenwicht? Ingezet wordt op minimalisatie van de footprint. Dit bevestigt impliciet dat er stevige impact naar de huidige omgeving uitgaat. Wat zijn inhoud en grootte hiervan en op welke terreinen? Beantwoording In paragraaf 3.2.4 wordt verwezen naar Bijlage 1, de Toets haalbaarheid Waterpark Veerse Meer nieuw, d.d. april 2020. Hierin worden de pijlers uitgebreid toegelicht (zie pagina 6 en verder). Ook de toetsing, mede aan de hand van een case-study, is hierin uitgebreid toegelicht. De pijlers betreffen overigens Economie, Samenleving en Omgeving. De landschappelijke waarden en leefomgeving van lokale bewoners zijn hierin geen pijler omdat deze paragraaf ziet op (een samenvatting van) het rapport omtrent de economische haalbaarheid van het park zelf. Hierin zijn enkel de economische baten voor de lokale economie/bewoners meegenomen. De landschappelijke waarden en ruimtelijke inpact op de omgeving zijn wel degelijk een belangrijk onderdeel van dit bestemmingsplan. In het MER en in de Passende Beoordeling komen deze aspecten uitgebreid aan bod. Verder hebben de huidige landschappelijke waarden en leefomgeving een grote rol gespeeld bij het ontwerp van het Waterpark Veerse Meer.

Voor de landschappelijke inpassing is een apart participatietraject doorlopen met de omgeving en er zijn bijeenkomsten met experts gehouden, waar deskundigen van waterschap Scheldestromen, provincie Zeeland, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten geadviseerd hebben over de landschappelijke inpassing van het nieuwe Waterpark Veerse Meer. Wat betreft minimalisatie van de footprint geldt dat een nieuw vakantiepark in wezen gelijkenissen vertoont met een nieuwe woonwijk, in de zin dat er sprake is van toegenomen verstedelijking. Dit heeft in bepaalde mate impact op de omgeving. Deze is ook beschouwd in het economisch rapport waarbij circulair bouwen, duurzaamheid (zowel bebouwing, energiesysteem als vervoersmiddelen) en cultureel erfgoed een rol spelen. Deze onderwerpen zijn beschouwd in het rapport op pagina 94, met ook hier een verwijzing naar het MER en de Passende Beoordeling voor een meer gedetailleerd onderzoek. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Uitbreiding van vakantiepark Waterpark is geheel in strijd met het in par. 4.1.1 beschreven beleid.

Welke argumenten uit dit beleid leiden tot keuze voor een aanmerkelijke uitbreiding? Bedoelt het nationaal beleid met "inwoners" de lokale inwoners of ook inwoners/bezoekers van het vakantiepark? Beantwoording De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft enkel specifieke kaders voor de landschappen die op nationaal niveau van belang zijn. Het voorliggende plangebied valt niet onder deze landschappen. De visie van het rijk heeft doorwerking naar provinciaal - en gemeentelijk beleidsniveau en de beleidsstukken die op die niveaus zijn/worden opgesteld. Hieraan wordt in hoofdstuk 4 uitgebreid getoetst. Zie ook de beantwoording in op het volgende onderdeel van de zienswijze. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Waarom zijn voor plan Waterpark geen specifieke kaders ten aanzien van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte gesteld (par. 4.1.1)? Hoe verhoudt de uitbreiding zich tot de door het Rijk gewenste/geëiste veilige en gezonde leefomgeving en een mooi en vitaal landelijk gebied? 26

Beantwoording De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft enkel specifieke kaders voor de landschappen die op nationaal niveau van belang zijn. Het voorliggende plangebied valt niet onder deze landschappen. Voor het plangebied zelf zijn er dan ook geen nationale belangen die direct doorwerken in dit bestemmingsplan. De provincies en gemeenten werken de nationale belangen uit op provinciale - en gemeentelijke beleidsniveaus. Daaraan wordt in paragraaf 4.1.2 en 4.1.3 getoetst (op het gebied van uitbreiding o.a. het Omgevingsplan en de bijbehorende verordening Provincie Zeeland 2018, de gebiedsvisies voor het Veerse Meer en de gemeentelijke Kwaliteitsatlas). Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting De uitbreiding is een significante nieuwe stedelijke ontwikkeling. Is onderzoek verricht in het kader van de Ladder duurzame verstedelijking, kunnen de onderzoeksresultaten openbaar worden gemaakt en is ook onderzocht wat de 'behoefte' van de lokale inwoners is? Beantwoording Het aantal recreatieve overnachtingen nemen door de voorgenomen bestemmingswijziging niet significant toe, maar op een deel van de gronden is wel sprake van een wezenlijke functiewijziging. Vandaar dat een onderzoek Ladder duurzame verstedelijking nodig is.

ZKA heeft, voor de onderbouwing van de Ladder Duurzame Verstedelijking, een marktonderzoek uitgevoerd. Deze toetsing en uitgebreide check van nut en noodzaak heeft plaatsgevonden in het rapport ‘Toets Haalbaarheid Waterpark Veerse Meer’ (bijlage 1 bij de Toelichting van het bestemmingsplan). Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Welke landschappelijke kwaliteit wordt bedoeld op pag. 51 bij ad. 2 als het gaat om de toegevoegde gronden aan de noordzijde (deelgebied 2) en wat is de onderbouwing om hiermee een hogere landschappelijke kwaliteit te bereiken dan het nu ongebouwde gebied? Beantwoording Het beoogde natuurgebied, dat als overgangsgebied dient naar het naastgelegen natuurgebied De Piet, is circa 14 hectare groot en als zodanig bestemd ('Natuur - overgangsgebied'). Het natuurgebied is bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. Voor dit natuurgebied staat een inrichting voor ogen vergelijkbaar aan natuurgebied Middelplaten. De omvang is substantieel en kan worden aangemerkt als substantieel brede overgangssituatie. De omvang van dit natuurgebied is in de expertmeetings en de informatieavonden in samenspraak met deskundigen en de omgeving bepaald.

De overige groenstructuren, waaronder de groene rand rondom het recreatiepark en langs de hoofdontsluiting, zijn bestemd als 'Groen'. Dit zorgt ervoor dat de recreatiewoningen niet in het zicht komen en het park vanaf de Muidenweg een natuurlijker en aantrekkelijker beeld krijgt. Voor de gronden waar uitbreiding van het recreatiepark plaatsvindt wordt verwezen naar de beantwoording van het volgende onderdeel van de zienswijze. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 27

Samenvatting Hoe worden de op pag. 52 bedoelde unieke landschappelijke kwaliteiten behouden, geborgd en zelfs versterkt en is uitbreiding van het vakantiepark hiervoor essentieel (versterken deze elkaar)? Beantwoording Met het plan voor Waterpark Veerse Meer is er sprake van minder recreatie-eenheden dan het huidige bestemmingsplan toestaat. Door de grotere oppervlakte kan meer kwaliteit worden geboden en is er ook meer ruimte voor landschapscreatie. Zo is de geschiedenis van de plek een belangrijk uitgangspunt geweest voor het maken van het ontwerp. Tot de afsluiting in 1961 stond het Veerse Meer onder invloed van getijde en was het plangebied een schorrengebied met een fijnmazig netwerk van kreken. Deze structuur is inspiratie geweest voor de krekenstructuur in het inrichtingsplan. Echter, het landschap is geen stilstaand beeld. Het natuurlijk leven is erg veranderd na de afsluiting van het Veerse Meer door de Veerse Gatdam: de (avi)fauna van het getijdengebied is er niet meer. Het huidige recreatiepark is nu een grote camping, half afgebouwd, grenzend aan landbouwgebied. De voorgenomen ontwikkeling betreft een uitbreiding van één van deze aanwezige recreatieparken, waarmee een enorme kwaliteitsslag wordt gemaakt.

Het landschapsontwerp voor het recreatiepark grijpt terug op de oorspronkelijke inrichting van het gebied met kreken en platen en voegt meer natuurwaarden (water, oevers en bosschages) toe aan de omgeving. Met de realisatie van het nieuwe waterpark komt er veel meer ruimte voor onderwaterleven, oevervegetatie en vogelsoorten die bos en beplantingen nodig hebben. Aan de oostkant van het plangebied wordt een natuurgebied vergelijkbaar aan de Middelplaten gerealiseerd. De natuurwaarden in het gebied nemen hiermee aanzienlijk toe. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Voldaan moet worden aan de Omgevingsverordening 2018 maar de uitbreiding van het bestaande gebied met 32 ha. is niet beperkt.

Wat zijn het in bijlage D onder 4 van de verordening bedoelde gezamenlijke streefbeeld, gemeenschappelijke partijen en gemeenschappelijk draagvlak? Hoe kan gemeente Middelburg haar primaire taken voor proces en publieke ruimte vervullen als zij ook moet voldoen aan de eisen en verwachtingen uit de anterieure overeenkomst? Welke verblijfsrecreatieve knelpunten (elders) worden door de uitbreiding opgelost en wat is de onderbouwing daarvan? Beantwoording In paragraaf 4.1.2 is onder het kopje 'Omgevingsverordening Zeeland 2018' een onderbouwing opgenomen dat het plan in overeenstemming is met de Omgevingsverordening. Het landschapsplan voor Waterpark Veerse Meer is de uitwerking van dit aangewezen aandachtsgebied en is gezamenlijk met diverse omwonenden, overheden en (natuur)organisaties opgesteld. Daarnaast wordt momenteel in het kader van de gebiedsvisie ook gewerkt aan een gezamenlijk streefbeeld voor de bredere omgeving. Het landschapsplan past binnen deze visie. In artikel 4.5 van de anterieure overeenkomst is opgenomen dat de gemeente haar volledige publiekrechtelijke verantwoordelijkheid behoudt en in dat kader, als het handelen naar deze verantwoordelijkheid dat vereist, handelingen kan verrichten en of nalaten die niet in het voordeel zijn van de aard of strekking van de overeenkomst. Daarbij hoort ook dat de gemeente steeds een afweging van belangen maakt c.q.

dient te maken en dat de gemeenteraad bij zijn besluit omtrent vaststelling van het bestemmingsplan uiteindelijk een integrale belangenafweging zal maken. Met de uitbreiding van het waterpark in oppervlakte wordt niet alleen beter aangesloten bij de huidige behoeften van de recreant, maar ook resulteert een park dat aansluit bij de actuele ruimtelijke, programmatische en landschappelijke behoeften en eisen. 28

Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting 1. Hoe verhouden de revitalisering van het huidige vakantiepark en de grootschalige uitbreiding zich tot de Kustvisie (pag. 54: revitalisatie - beperkte uitbreiding). 2. Waarom worden de uitbreiding van het vakantiepark, het extra benodigde grondoppervlak en vergroting van het aantal eenheden niet als "uitbreiding" gezien en wat is daarvan de onderbouwing? 3. Heeft de provincie bevestigd dat het plan in lijn is met haar hier genoemd beleid? Beantwoording 1. Vanuit de Zeeuwse Kustvisie wordt in de kustzone beperkte uitbreiding van eenheden en oppervlakte toegestaan, om zo kwaliteitsverbetering en het 'produceren van landschap' te bereiken. De dichtheid van het huidige Waterpark Veerse Meer is 23,5 recreatie-eenheden per hectare op het huidige terrein. Dit is een erg hoge bebouwingsdichtheid, die ook op grond van de Zeeuwse Kustvisie niet wenselijk geacht wordt. In het nieuwe recreatiepark wordt door afname van het aantal recreatie-eenheden en de uitbreiding van oppervlakte de dichtheid teruggebracht naar 10 recreatie-eenheden per hectare.

Door het verlagen van de dichtheid voldoet het nieuwe recreatiepark aan de in de Kustvisie opgenomen eis van maximaal 13% verblijfsrecreatieve bebouwing op zowel het uitbreidingsoppervlak als het gehele recreatiepark. Op deze manier ontstaat veel meer ruimte voor een hoogwaardige landschappelijke inrichting van de buitenruimte en natuur en kan het park beter worden ingepast in het omringende landschap. Uitbreiding van het ruimtelijk oppervlak is essentieel om deze kwaliteiten te realiseren. Overigens wordt de Kustvisie hier gebruikt als referentie, en nadrukkelijk niet als toetsingskader. Voor dit plan is immers sprake van uitbreiding van verblijfsrecreatie buiten de kustzone. De eisen daarvoor zijn nog niet zo precies gedefinieerd, dat gebeurt momenteel in het kader van de Gebiedsvisie Veerse Meer. 2. Verwezen wordt naar de zin: "Op basis van het voorgaande bestemmingsplan zijn reeds recreatiewoningen mogelijk. Daarmee is geen sprake van ‘nieuwe’ recreatiewoningen". Er wordt nergens gesteld dat er geen sprake is van 'nieuwe' uitbreiding. Wat hier bedoeld wordt, is dat er volgens het vigerende bestemmingsplan al recreatiewoningen mogelijk zijn. In paragraaf 4.1.2 wordt getoetst aan de eisen die gelden voor uitbreiding van een bestaand recreatieterrein buiten de kustzone. 3. Expliciete bevestiging van de provincie is niet vereist.

Indien Gedeputeerde Staten van mening zijn dat er strijd is met provinciaal beleid, hebben zij het instrument zienswijze ter beschikking. Op basis van de zienswijze van de provincie zijn enkele aanpassingen doorgevoerd in de toelichting van het bestemmingsplan. Het plan is hiermee in lijn gesteld met de provinciale belangen. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Wat is de onderbouwing van de stelling dat ruimtelijke kwaliteit en bebouwing wordt toegevoegd aan en bijdraagt aan de huidige landschapsstructuur (pag. 57 ad 2)? Beantwoording De geschiedenis van de plek is een belangrijk uitgangspunt geweest voor het maken van het ontwerp. Tot de afsluiting in 1961 stond het Veerse Meer in 1961 onder invloed van getijde en was 29

het plangebied een schorrengebied met een fijnmazig netwerk van kreken. Deze structuur is inspiratie geweest voor de krekenstructuur in het inrichtingsplan. Echter, het landschap is geen stilstaand beeld. Het natuurlijk leven is erg veranderd na de afsluiting van het Veerse Meer door de Veerse Gatdam: de (avi)fauna van het getijdengebied is er niet meer. Het huidige recreatiepark is nu een grote camping, half afgebouwd, grenzend aan landbouwgebied. De voorgenomen ontwikkeling betreft een uitbreiding van één van deze aanwezige recreatieparken, waarmee een enorme kwaliteitslag wordt gemaakt. Het landschapsontwerp voor het recreatiepark grijpt terug op de oorspronkelijke inrichting van het gebied met kreken en platen en voegt meer natuurwaarden (water, oevers en bosschages) toe aan de omgeving. Met de realisatie van het nieuwe waterpark komt er veel meer ruimte voor onderwaterleven, oevervegetatie en vogelsoorten die bos en beplantingen nodig hebben. Aan de oostkant van het plangebied wordt natuurgebied vergelijkbaar aan de Middelplaten gerealiseerd. De natuurwaarden in het gebied nemen hiermee aanzienlijk toe. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.

Samenvatting Wat is de onderbouwing voor de stelling dat de ontwikkelingen een toegevoegde waarde zijn voor de (leef)omgeving (pag. 60 D.). Beantwoording De toegevoegde economische en recreatieve waarde van deze ontwikkeling zijn onderbouwd in het rapport ‘Toets Haalbaarheid Waterpark Veerse Meer’, opgesteld door ZKA. Het rapport is bijgevoegd als bijlage 1 bij de Toelichting van het ontwerpbestemmingsplan en wordt bij het vast te stellen bestemmingsplan geactualiseerd. Middels participatiebijeenkomsten en expertmeetings is een landschapsplan opgesteld dat bijdraagt aan de landschappelijke kwaliteit van het gebied. Verder is het park overdag toegankelijk voor bezoekers, mits te voet of met de fiets, die gebruik kunnen maken van de horecavoorzieningen of via een aantrekkelijkere en kortere route door het park naar de stranden aan het Veerse Meer kunnen gaan. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Wat wordt bedoeld met "natuurgebied" op pag.

68 onder "Doorwerking in het plan"? Welke natuurwaarden heeft dit gebied van 14 ha., op welke wijze wordt het bestaande natuurnetwerk uitgebreid en wat is de versterking als rekening wordt gehouden met verdwijnen van natuur door de uitbreiding? Beantwoording Het natuurgebied aan de noordzijde van het bestemmingsplangebied is als zodanig bestemd op de Verbeelding. Voor dit natuurgebied staat een inrichting voor ogen vergelijkbaar aan natuurgebied Middelplaten. Het huidige akkerbouwlandschap waar uitbreiding van het waterpark plaatsvindt maakt geen onderdeel uit van het Natuur Netwerk Zeeland. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.

30

Samenvatting Op pag. 72 staat "… is voorliggend plan een zogenaamd 'pijplijnproject'". Wat is de exacte onderbouwing hiervan, heeft de provincie dit aantoonbaar bevestigd en wat is de onderbouwing om aan te tonen dat het plan aan de algemene principes van de toekomstige Gebiedsvisie Veer Meer voldoet? Beantwoording Een pijplijnproject wil zeggen dat het plan onder het overgangsrecht valt. Het overgangsrecht is opgenomen in de Besluitvormingsnotitie Fase 1 van de Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 (zie pagina 24). Deze notitie is vastgesteld door Provinciale Staten, de gemeenteraden van de gemeenten rondom het Veerse Meer en het Algemeen Bestuur van het waterschap. Juridisch criterium voor het bepalen van de projecten die onder het overgangsrecht - de 'pijplijnprojecten' - vallen, is of er op 1 augustus 2020, vlak na het vaststellen van de Besluitvormingsnotitie, een plan ligt waaraan de betrokken overheid zich aantoonbaar heeft gecomitteerd. Dat kan zijn een een ontwerpbestemmingsplan, een aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, een (openbare) overeenkomst met de betreffende overheid of een raadsbesluit. In het geval van het Waterpark Veerse Meer heeft de gemeenteraad op 8 oktober 2018 besloten geen opmerkingen te hebben bij de anterieure overeenkomst die is gesloten met Driestar. Daarmee voldoet het waterpark aan de status van pijplijnproject.

Ook staat in de Besluitvormingsnotitie dat betrokken partijen ernaar streven om, voor zover mogelijk, de projecten nader uit te werken overeenkomstig de uitgangspunten van de nieuwe Gebiedsvisie Veerse Meer. Zo zijn de principes uit de Besluitvormingsnotitie steeds gekoppeld aan het plan voor het waterpark en is het plan in die geest ontwikkeld. Het landschapsplan vormt de uitwerking voor het aangewezen aandachtsgebied Waterpark Veerse Meer. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Het plan kent waardevolle uitgangspunten. In veel gevallen is de uitwerking tegenstrijdig. Woordkeuzes wekken verwachtingen op die niet worden waargemaakt. Reclamant roept op rekening te houden met lokale bewoners en bestaande kenmerkende landschappen. Revitalisering van alleen het bestaande park zal binnen de huidige beleidslijnen en publiek draagvlak een acceptabel compromis zijn. Beantwoording Het is niet de bedoeling om verkeerde verwachtingen te scheppen. Er wordt duidelijk benoemd dat het voor de uitvoerbaarheid en kwaliteit van het plan open akkerbouwland zal verdwijnen. dit bestaande landschap, open akkerbouwgebied, wordt vervangen door een krekenlandschap dat op oorspronkelijke landschapskenmerken is geïnspireerd.

Daarbij wordt nieuwe natuur ontwikkeld aan de noordzijde van het waterpark en is veel aandacht besteed aan landschappelijke inrichting, overgang naar de omgeving en zijn in de MER diverse invloeden en effecten op de omgeving afgewogen. Daarnaast heeft de gemeenteraad reeds ingestemd met de ambitie van de ontwikkelaar om het park de genoemde kwaliteitsimpuls te realiseren. Dat gaat niet binnen de contouren van het huidige park. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.

31

Z8, N.N. te Arnemuiden Samenvatting Reclamant is beroepsvisser en vist vanaf afsluiting Veerse Gat (1961) op Veerse Meer. Heeft al veel viswater moeten prijsgeven. Plan WVM 2020 betekent flinke areaalverkleining, fuiken staan vooral in ondiep water en vlakbij de oever, bij en langs Oranjeplaat en noordoostelijk hiervan (t/m zgn. Omloop). Door bouwactiviteiten aan de oever en op het water kan er niet of nauwelijks mee gevist worden met fuiken, mede door aanleg toegangsgeulen en steigers (conflict boten en fuiken); daarbij kunnen geen fuiken worden gezet omdat boten kunnen komen vast te zitten. Ook uit te voeren baggerwerk leidt tot sterke daling/verdwijnen vangsten. Realisatie van het park leidt tot incidentele en structurele schade die de continuïteit van het bedrijf in gevaar kan brengen. Beantwoording Met de reclamant vindt overleg plaats om tot oplossing te komen. Ten opzichte van het (voor)ontwerp is het aantal aan te leggen geulen beperkt. In de eindsituatie wordt onder meer bezien of dit mogelijkheden biedt tot uitbreiding van het areaal. Besluit De zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Z9, Rijkswaterstaat Zee en Delta Samenvatting RWS is niet tegen ontwikkeling plan maar wil aandachtspunt m.b.t. gebiedsontsluiting onder de aandacht brengen.

RWS verantwoordelijk voor doorstroming van verkeer en neemt deel aan proces gebiedsontsluitingsvisie. Op basis van fase 1 van het rapport concludeert RWS dat ingrijpen op het hoofdwegennet (HWN) niet nodig is, zoals verwoord in bestuurlijk overleg van 9-12-2020. Vanuit de regio wordt naar het HWN gekeken omdat de infrastructuur van het onderliggend wegennet (OWN) de knelpunten niet kan oplossen. Het HWN heeft echter geen knelpunten. RWS adviseert variant A4b verder uit te werken. Nieuwe aansluitingen of een wijziging van bestaande aansluiting op HWN is nu of in de nabije toekomst niet aan de orde. Beantwoording De zienswijze verbaast ons. In het bestuurlijk overleg voor de Gebiedsontsluitingsvisie op 9 december 2020, waar Rijkswaterstaat ook was vertegenwoordigd, is met Rijkswaterstaat afgesproken dat naast variant A4b ook variant A3 nader zal worden verkend in de 2e fase van het onderzoek. Daarnaast heeft medio maart 2021 een bestuurlijk overleg plaatsgevonden over de (on)mogelijkheden van variant A2 (halve aansluiting bij Lewedorp). Afgesproken is dat ook deze variant in fase 2 nader verkend en uitgewerkt gaat worden. Besluit De zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Z10, Damen Legal namens N.N. (Arnemuiden en Kapelle) Samenvatting Het plan is in strijd met de Nationale Omgevingsvisie.

Beantwoording De Nationale Omgevingsvisie geeft enkel specifieke kaders voor de landschappen die op nationaal niveau van belang zijn. Het voorliggende plangebied valt niet onder deze landschappen. Voor het plangebied zelf zijn er dan ook geen nationale belangen die direct doorwerken in dit bestemmingsplan. De provincie en gemeenten werken de nationale belangen uit op provinciale - en 32

gemeentelijke beleidsniveaus. Daaraan wordt in paragraaf 4.1.2 en 4.1.3 getoetst (op het gebied van uitbreiding o.a. het Omgevingsplan en de bijbehorende Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018, de Gebiedsvisies voor het Veerse Meer en de gemeenteijke Kwaliteitsatlas). Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Het plan is in strijd met art. 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening; het haalbaarheidsrapport is onvoldoende onderbouwing van de Ladder duurzame verstedelijking. Niet is gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet mogelijk is binnen bestaand stedelijk gebied. Beantwoording De Ladder voor duurzame verstedelijking vereist dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Hieraan wordt op pagina 49 en verder van het ontwerpbestemmingsplan getoetst.

In de omgeving van de planlocatie zijn geen alternatieve locaties (binnen bestaand stedelijk gebied) die het beoogde programma en het ruimtebeslag hiervan kunnen huisvesten en tegelijkertijd de ruimtelijke kwaliteiten bevatten die noodzakelijk zijn voor de genoemde recreatiedoeleinden en de algehele haalbaarheid van het plan. Een belangrijke onderbouwing hierbij is dat het huidige vakantiepark grotendeels reeds als zodanig is bestemd, en daarmee op die betreffende gronden geen sprake is van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Het huidige park, dat failliet is en niet wordt onderhouden, krijgt daarmee een flinke kwaliteitsslag. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Het plan is in strijd met art. 2.11 (leden 4 en/of 5) van de Omgevingsverordening. Verdubbeling van het reeds bestaande park is onmogelijk. Beantwoording In lid 4 van het artikel 2.11 is opgenomen dat in afwijking van het eerste lid uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatieterrein buiten bestaand stedelijk gebied kan worden toegelaten. Voor bestaande bedrijven ligt de focus op kwaliteitsverbetering, productinnovatie en -differentiatie.

Eventuele daarvoor noodzakelijke uitbreiding in eenheden en/of oppervlakte is mogelijk indien deze voldoet aan de uitgangspunten zoals opgenomen in bijlage D onder 3. Aan deze uitgangspunten is in paragraaf 4.1.2 uitgebreid getoetst. Hieruit blijkt dat het plan voldoet aan de gestelde kaders in de Omgevingsverordening. Het bestaande recreatiepark beslaat circa 57 hectare. Met voorliggend plan wordt dit park uitgebreid met circa 32 hectare. Daarmee is geen sprake van verdubbeling van het bestaande recreatiepark. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.

33

Samenvatting Het plan is niet in overeenstemming met art. 2.13 Omgevingsverordening, nu permanent wonen onvoldoende is uitgesloten. Beantwoording Permanent wonen is expliciet uitgesloten in art. 5.3.1 sub a. van de Regels. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Het plan maakt verblijfsrecreatie mogelijk op een afstand van minder dan 100 meter van het bedrijf van cliënten. Dit beperkt de bedrijfsvoering onevenredig en is in strijd met art. 2.17 Omgevingsverordening. Beantwoording Artikel 2.17 lid 3 Omgevingsverordening stelt dat kan worden afgeweken van het in lid 2 genoemde uitgangspunt van 100 meter bufferzone, indien aannemelijk kan worden gemaakt dat met een kleinere afstand kan worden volstaan. In par. 9.7 van de Toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op de toetsing aan de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Hieruit resulteert dat een afstand van minimaal 30 meter tot het bestaande agrarische bedrijf dient te worden aangehouden. Rond het perceel Muidenweg 11 zijn op een afstand van 50 meter groenbestemmingen vastgelegd op de Verbeelding. Op (ieder van) deze groenbestemmingen wordt een aardewal van 4 meter hoog gerealiseerd. Hiertoe is tevens een aanduiding opgenomen op de Verbeelding.

Daarmee wordt de bedrijfsvoering niet onevenredig beperkt. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Het plan strijdt met art. 2.27 Omgevingsverordening; niet is geborgd dat de kenmerken en waarden van het betrokken natuurgebied onevenredig worden aangetast. Beantwoording Adviesbureau Tauw heeft een Passende beoordeling Waterpark Veerse Meer uitgevoerd om te toetsen wat de effecten van deze ontwikkeling op het Natura2000-gebied Veerse Meer zijn. De conclusie is dat er geen verslechtering of (significante) verstoring zal optreden als gevolg van de ontwikkeling van Waterpark Veerse Meer. Het project leidt er dan ook niet toe dat het halen van de instandhoudingsdoelen in de relevante Natura 2000-gebieden geschaad wordt. Tuitert Natuuronderzoek heeft een effectbeoordeling Natuur Netwerk Zeeland herontwikkeling Waterpark Veerse Meer uitgevoerd. In beide onderzoeken is getoetst of een verslechtering of (significante) verstoring van de Natuur Netwerk Zeeland gebieden en Natura 2000-gebied Veerse Meer zal optreden als gevolg van de ontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer.

Uit de effectbeoordeling blijkt dat zowel tijdens de aanleg als in de gebruiksfase geen sprake is van een onevenredige aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuur Netwerk Zeeland. Door de aanleg van nieuwe natuur in de vorm van een overgangszone natuur tussen het Waterpark en het natuurgebied De Piet kan – wanneer dit gebied wordt begrensd als Natuur Netwerk Zeeland – op termijn de omvang van het Natuur Netwerk Zeeland worden uitgebreid. Dit heeft een positief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuur Netwerk Zeeland. Derhalve is verzekerd dat de natuurlijke kenmerken van deze Natura 2000-gebieden niet worden aangetast. 34

Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Baanrotatie van vliegveld Midden-Zeeland is voorwaardelijk voor het bestemmingsplan, aldus de Toelichting. Dit plan kan niet worden vastgesteld zolang luchthavenbesluit en inpassingsplan niet onherroepelijk zijn. Beantwoording Het bestemmingsplan wordt gewijzigd vastgesteld, zodanig dat de baanrotatie niet voorwaardelijk is. De luchtvaartverkeerszones zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan, worden ook opgenomen in het nu vast te stellen bestemmingsplan. Hiermee blijft de situatie voor de aanvliegroute vooralsnog ongewijzigd. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Het plan is strijdig met de Gebiedsvisie Veere Meer 2020-2030, o.a. omdat het bestemmingsplan verdubbeling van het park mogelijk maakt en cliënten de ontwikkelingsmogelijkheden niet behouden. Beantwoording Het Waterpark Veerse Meer is sinds 2018 in ontwikkeling en is een pijplijnproject. Het wordt daarom niet getoetst aan de (nog op te stellen) verordeningsregels, die voortvloeien uit de Gebiedsvisie Veerse Meer.

De ontwikkelingsprincipes voor het gebied Veerse Meer worden op dit moment uitgewerkt in fase 2 van de gebiedsvisie. Reclamant stelt dat ontwikkelingsmogelijkheden van agrariërs door het bestemmingsplan Waterpark worden beperkt. Daar waar het gaat om wijziging van de bestemming is dit niet relevant. De zinsnede in de concept-gebiedsvisie waar reclamant op doelt, heeft betrekking op het beperken van agrarische bedrijven die agrarisch blijven, maar die worden door de gebiedsvisie niet beperkt in hun mogelijkheden voor agrarisch gebruik. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Het nadere verkeersonderzoek (Opm.: gedoeld wordt op de gebiedsontsluitingsvisie Veerse Meerzuid) had gereed moeten zijn bij de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan, niet pas medio 2021. Beantwoording De gebiedsontsluitingsvisie ziet op een problematiek die niet wordt veroorzaakt door - de (door)ontwikkeling van - het Waterpark Veerse Meer en die ook niet vanuit die (door)ontwikkeling kan worden opgelost. Dit valt dan ook buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 2020. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 35

Samenvatting De voor flora en fauna benodigde mitigerende maatregelen zijn niet geborgd. Beantwoording Om effecten op soorten in de gebruiksfase en aanlegfase te voorkomen zijn een aantal mitigerende maatregelen opgenomen op pagina 189 van de MER. De maatregelen worden genomen ten behoeve van het verkrijgen van de benodigde ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming. In dit kader vindt de borging van de maatregelen plaats. Voor het overige is de Wet natuurbescherming zelfstandig handhaafbaar. Daarom is het niet benodigd een borging op te nemen in het bestemmingsplan. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Het plan strijdt met art. 2.8 Wet natuurbescherming; de passende beoordeling geeft niet de zekerheid dat het plan de natuurlijke kenmerken van betrokken Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. Beantwoording Conclusie van de Passende Beoordeling is dat er geen verslechtering of (significante) verstoring zal optreden als gevolg van de ontwikkeling van Waterpark Veerse Meer. Derhalve is verzekerd dat de natuurlijke kenmerken van deze Natura 2000-gebieden niet worden aangetast en is er dus geen strijd met de Wet natuurbescherming. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren.

De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Er is niet langer sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de bedrijfsvoering van cliënten wordt onmogelijk gemaakt. Daarom strijdt met plan met art. 3.1 lid 1 Wet ruimtelijke ordening. Beantwoording In het plan is rekening gehouden met de aanwezigheid van de bestaande woningen rond het plan, waaronder de Muidenweg 11. Rond dit perceel zijn op een afstand van 50 meter groenbestemmingen vastgelegd op de Verbeelding. Op (ieder van) deze groenbestemmingen wordt een aardewal van 4 meter hoog gerealiseerd. Hiertoe is tevens een aanduiding opgenomen op de Verbeelding. De recreatieve bestemming, waar het recreatiepark mag worden gevestigd, ligt op grotere afstand dan 50 meter en de afstand van de recreatieve bestemming tot de woning is nog ruim 8 meter groter. Ook worden binnen deze contour extensieve dagrecreatie, sport- en speelterreinen, nutsvoorzieningen en aan het recreatiepark ondergeschikte duurzame energievoorzieningen specifiek uitgesloten. Daarmee is een goed woon- en leefklimaat voldoende onderbouwd. Ten noorden van het perceel is een natuurbestemming geprojecteerd. In de Toelichting van het bestemmingsplan is hoofdstuk 2 volledig gewijd aan de beschrijving van de milieueffectrapportage.

36

Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Het plan is gesitueerd op gronden van een andere eigenaar, welke worden gepacht en gebruikt door cliënten. Uitvoerbaarheid van het plan is hiermee niet geborgd. Beantwoording Met de eigenaren van de verschillende gronden vindt overleg plaats over verwerving van deze gronden. In dat kader is ook een wettelijk voorkeursrecht gevestigd. Voorafgaand aan of na verwerving zal pachtontbinding plaatsvinden waarbij de pachter volledig schadeloos wordt gesteld. Indien het niet zou lukken om op minnelijke basis overeenstemming te bereiken heeft de gemeente uitgesproken dat zij bereid is tot onteigening over te gaan. De verwachting is echter dat dat niet noodzakelijk zal zijn. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting Mede vanwege enkele hiervoor genoemde punten voldoet het MER niet aan daaraan te stellen eisen. Beantwoording De zienswijzen en opmerkingen van de Commissie voor de m.e.r. hebben geleid tot een aantal aanpassingen van het MER. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren.

De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin, dat het MER (bijlage 8) is aangepast. Vanaf dit punt wordt bij de samenvatting en beantwoording van zienswijze 10 de door de indiener gehanteerde nummerverwijzing gevolgd. Samenvatting (7-11) 1. Het plan houdt nagenoeg geen rekening met het akkerbouwbedrijf van cliënten. Er wordt enkel gesteld dat een bufferzone van 30 meter wordt aangehouden en dat een grondwal wordt gerealiseerd. Dit wordt verder niet toegelicht. 2. Het plan is voorzien op ca. 45 van de 65 ha. van cliënten en houdt onvoldoende rekening met het bedrijf. Met 20 ha. resterende landbouwgrond is dit niet levensvatbaar, de woning en bedrijfsgebouwen hebben dan geen waarde meer. 3. Ook zijn de nadelige gevolgen van het plan voor het woon- en leefklimaat van cliënten ten onrechte niet onderzocht en afgewogen. Het plan is daarmee in strijd met goede ruimtelijke ordening en niet uitvoerbaar. Beantwoording 1. Artikel 2.17 Omgevingsverordening lid 3 stelt dat kan worden afgeweken van het in lid 2 genoemde uitgangspunt van 100 meter bufferzone, indien aannemelijk kan worden gemaakt dat met een kleinere afstand kan worden volstaan. In par. 9.7 van de Toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op de toetsing aan de VNG-brochure 'Milieuzonering en bedrijven'. Hieruit resulteert dat een afstand van minimaal 30 meter tot het bestaande 37

agrarische bedrijf dient te worden aangehouden. Met een afstand van 50 meter tot aan de grens van het bouwvlak wordt hieraan voldaan. 2. Dit is een aspect wat bij de ontpachtingsprocedure meegenomen moet worden. De pachter dient volledig schadeloos gesteld te worden. 3. Het plan houdt wel degelijk rekening met de aanwezigheid van de bestaande woningen Muidenweg 11. Rond dit perceel zijn op een afstand van 50 meter groenbestemmingen vastgelegd op de Verbeelding. Op (ieder van) deze groenbestemmingen wordt een aardewal van 4 meter hoog gerealiseerd. Hiertoe is tevens een aanduiding opgenomen op de Verbeelding. De recreatieve bestemming, waar het recreatiepark mag worden gevestigd, ligt op grotere afstand dan 50 meter en de afstand van de recreatieve bestemming tot de woning is nog ruim 8 meter groter. Daarmee is een goed woon- en leefklimaat voldoende onderbouwd. Ten noorden van het perceel is een natuurbestemming geprojecteerd. In de Toelichting van het bestemmingsplan is hoofdstuk 2 volledig gewijd aan de beschrijving van de milieueffectrapportage. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (9) Ook is niet voorzien in compensatie voor cliënten.

De gronden van cliënten beschikken over zoetwater, verplaatsing naar andere gronden is geen optie, mede gezien toenemend neerslagtekort. Beantwoording Bij de verwerving van de gronden zullen er ook afspraken gemaakt worden voor de pachtontbinding en een passende schadeloosstelling voor de pachter. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (12) Het is onbegrijpelijk dat er geen gesprekken worden gevoerd, ondanks dat dit wel in de Nota van Inspraakreacties staat. Beantwoording Zolang er geen overeenstemming is met de eigenaren van de grond kan er niet formeel over ontpachting gesproken worden. Dit overleg vindt plaats. In overleg met de eigenaren zal eerst overeengekomen moeten worden of de gronden in verpachte dan wel onverpachte staat worden geleverd. Pas als er overeenstemming is waarbij gronden in verpachte staat worden geleverd kan de gemeente hierover formeel in gesprek treden met de pachter omdat zij dan pas partij is. Informeel wordt wel vrijblijvend over wensen en mogelijkheden gedacht en gesproken. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.

Samenvatting (13-14) In hoofdstuk 2 van de Toelichting van het bestemmingsplan is ten onrechte niet vermeld dat dit tevens verplicht is omdat een Passende beoordeling is uitgevoerd.

38

Beantwoording Dit is in de Toelichting abusievelijk inderdaad niet vermeld. Dit wordt alsnog gedaan. Overigens staat op pagina 24 van het MER: “Volgens art. 7.2a lid 1 Wet miliebeheer zijn bestemmingsplannen waarvoor een Passende Beoordeling moet worden gemaakt m.e.r.-plichtig. Geconcludeerd kan dus worden dat een m.e.r. plicht (plan-MER) voortkomt uit de volgende sporen: kaderstelling bestemmingsplan voor m.e.r-beoordelingsplichtige besluiten en vanwege het opstellen van de Passende Beoordeling.” Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin, dat de Toelichting wordt aangevuld. Samenvatting (15, zie ook 193-200) Uit par. 3.2.1 Toelichting blijken nut en noodzaak van de herontwikkeling niet. Uit het marktonderzoek blijkt een onderbezetting in 2019 van bestaande vakantiewoningen in Zeeland. Beantwoording Door de bestemmingswijziging neemt het potentiële aantal recreatieve overnachtingen af. Het onderscheidende concept voor het nieuwe Waterpark Veerse Meer zorgt daarnaast voor een aanvullende vraag en begeeft zich in een segment waarin minder concurrentie is. Op basis van onderzoek concludeert ZKA dat er voldoende marktruimte is. Dit wordt bevestigd door de experts die ZKA geïnterviewd heeft.

Zij zien grote kansen vanwege het zeer onderscheidende concept en de kwaliteit waarop het park inzet. In het kader van het vast te stellen bestemmingsplan wordt het onderzoek van ZKA geactualiseerd. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (16-18, zie ook 175-176) Middels de juridische regeling zoals opgenomen in de Regels en op de Verbeelding is de landschappelijke inpassing in voldoende mate geborgd. Voor zover het beeldregieplan bepalingen bevat voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de beoogde ontwikkeling, zijn deze opgenomen in het aan de Regels gekoppelde document 'Inrichtingsvereisten' (bijlage 2). Hierin is bepaald dat rondom het park een groene omwalling dient te worden aangelegd en in stand gehouden (artikel 10.4). Hiermee ligt vast dat het park aan het zicht wordt onttrokken. Beantwoording Middels de juridische regeling zoals opgenomen in de Regels en op de Verbeelding is de landschappelijke inpassing in voldoende mate geborgd. Voor zover het beeldregieplan bepalingen bevat voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de beoogde ontwikkeling, zijn deze opgenomen in het aan de Regels gekoppelde document 'Inrichtingsvereisten' (bijlage 2).

Hierin is bepaald dat rondom het park een groene omwalling dient te worden aangelegd en in stand gehouden (artikel 10.4). Hiermee ligt vast dat het park aan het zicht wordt onttrokken. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.

39

Samenvatting (19-21, zie ook 162) Volgens de afbeelding op blz. 23 beeldregieplan komt de woning van cliënten kennelijk te vervallen. Ook wordt er een groot gebouw gesitueerd op korte afstand van deze woning. Dit dient te worden uitgesloten. Beantwoording In de tekening is de woning gehandhaafd. Het grote gebouw is een interpretatie van de schuren die op het erf aanwezig zijn. Dit zijn in werkelijkheid twee langs elkaar geplaatste schuren die in de tekening als één 'doos' zijn verbeeld. Bovendien is de Verbeelding van het bestemmingsplan leidend. Afbeeldingen in het beeldregieplan zijn slechts illustraties waaraan partijen verder geen rechten kunnen ontlenen. Ook de ontwikkelende partij niet. Ook wordt verwezen naar het vorige antwoordonderdeel. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (22) De ligging van recreatiewoningen en voorzieningen volgens het beeldregieplan zijn niet geborgd in de planregels. Daarmee zijn niet de maximale planologische mogelijkheden onderzocht, dit strijdt met art. 3.1 Wet ruimtelijke ordening. Beantwoording Het beeldregieplan is een richtinggevend document en legt niet exact vast waar de recreatiewoningen en de voorzieningen worden gesitueerd.

Bij het uitvoeren van de milieuonderzoeken is uitgegaan van een realistische en representatieve inrichting van het waterpark, uitgaande van het op basis van het bestemmingsplan maximaal mogelijke programma, gebaseerd op het landschapsplan (november 2020) zoals dat door zowel de ontwikkelaar als de gemeente wordt voorzien. Hiermee zijn de planologische mogelijkheden in voldoende mate onderzocht. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. Samenvatting (23-24) Het beeldregieplan toont een boardwalk kort achter de woning van cliënten. Deze is niet vastgelegd in de Regels en kan evt. dichter bij de woning komen. Dit heeft invloed op het woon- en leefklimaat van cliënten. De ruimtelijke uitstraling op de woning is niet onderzocht zodat goede ruimtelijke ordening niet is aangetoond. Beantwoording Het beeldregieplan is een richtinggevend document en legt niet exact vast waar de recreatiewoningen en de voorzieningen (waaronder de boardwalk) worden gesitueerd. Bij het uitvoeren van de milieuonderzoeken is uitgegaan van een representatieve inrichting van het waterpark, uitgaande van het op basis van het bestemmingsplan maximaal mogelijke programma, gebaseerd op het landschapsplan (november 2020) zoals dat door zowel de ontwikkelaar als de gemeente wordt voorzien.

Hiermee zijn de planologische mogelijkheden in voldoende mate onderzocht. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 40

Samenvatting (25) Volgens de Toelichting wordt in eerste instantie 1,7 parkeerplaats per recreatiewoning aangelegd. Dit is in strijd met CROW-norm 381 van 2,0 die de gemeente volgens de Toelichting hanteert. Het plan is daarmee niet uitvoerbaar. Uitbreiding tot 2,0 parkeerplaatsen is niet geborgd. Beantwoording Op basis van onderzoek naar de parkeerdruk op Hof van Saksen blijkt dat 1,7 parkeerplaats per bungalow voldoet aan de parkeervraag. Om die reden wordt in eerste instantie uitgegaan van het realiseren van parkeervoorzieningen op basis van deze norm. Dit vanuit de ambitie om niet meer plaatsen te verharden dan noodzakelijk. Binnen het parkgebied is echter voldoende mogelijkheid om een eventuele parkeervraag op basis van de norm van 2,0 of eventueel hoger te kunnen realiseren indien dat nodig blijkt. In de Toelichting wordt dit nader aangevuld en uitgebreider toegelicht. Besluit Dit onderdeel van de zienswijze ontvankelijk en gegrond te verklaren. De zienswijze leidt op dit punt tot wijziging van het bestemmingsplan, in die zin dat in de Toelichting nader wordt gemotiveerd waarom in eerste instantie wordt gekozen voor 1,7 parkeerplaats per bungalow. Samenvatting (26-27 en 124-125) Volgens de Toelichting zijn de bouwhoogtes in het park ontworpen aan de hand van drie principes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10359108/1