CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Routekaart verduurzamen gemeentelijk vastgoed

Gemeenteraad 9 maart 2023, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Routekaart verduurzamen gemeentelijk vastgoed en pilot (23-015 RM)11.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapport

Verduurzamingsstrategie Middelburg Notitie gemeentelijk vastgoed gemeente Middelburg Klant:

Gemeente Middelburg

Referentie: BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 Status:

S0/P2.0

Datum:

Thursday, 07 July 2022

Project gerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Industry & Buildings Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com/fastlane W

Titel document: Verduurzamingsstrategie Middelburg Ondertitel: Verduurzamingsstrategie VG Middelburg Referentie: BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 Status: P2.0/S0 Datum: Thursday, 07 July 2022 Projectnaam: Gemeente Middelburg Routekaart Vastgoedverduurzaming Projectnummer: BH9935 Auteur(s): ing. Rinus Vader MSc Gecontroleerd door: ir. Thomas Verhoeven Datum/paraaf: 15 juni 2020 Goedgekeurd door: ing. Rinus Vader MSc Datum/paraaf: 23 november 2020 - 11 jan 2021

7 juni 2022 ing. Rinus Vader MSc 7 juni 2022

Classificatie Project gerelateerd

Disclaimer

Niets uit deze specificaties/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van HaskoningDHV Nederland B.V.; noch mogen zij zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor zij zijn vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor deze specificaties/drukwerk ten opzichte van anderen dan de personen door wie zij in opdracht is gegeven en zoals deze zijn vastgesteld in het kader van deze Opdracht. Het geïntegreerde QHSE-managementsysteem van HaskoningDHV Nederland B.V. is gecertificeerd volgens ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 en ISO 45001:2018. Thursday, 07 July 2022

VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

i

Project gerelateerd

Inhoud 1

De nieuwe werkelijkheid

5

2

Eenduidige ambitie

13

3

Inzicht vastgoed

16

4

Inzicht impact ambitie

22

5

Strategie

25

6

Route en besluiten

27

Figuren Figuur 1. Energietransitielijn. Wetten en normen waar gebouwen op enig moment aan moeten voldoen

8

Figuur 2. Duiding begrippen ambitieniveaus energietransitie gebouwen

11

Figuur 3. Gebruikelijke indeling maatschappelijk en ambtelijk vastgoed gemeente

18

Figuur 4. Doorgerekend vastgoed, opgebouwd naar typologie en energiegebruik

20

Figuur 5. Doorgerekend vastgoed, verdeeld naar vloeroppervlak per typologie

21

Figuur 6. Huidig energiegebruik, verdeeld naar archetype gebouwen

22

Figuur 7. Huidige CO2-emissie, verdeeld naar archetype gebouwen

22

Figuur 8. Huidig energiegebruik aardgas en elektriciteit, naar archetype gebouw

23

Figuur 9. Resultaten analyse, onderverdeel naar archetype (cijfers 2020)

25

Figuur 10. Ontwerp voor Integrale Routekaart

27

Figuur 11. Gemiddeld energiegebruik gebouwen, huidig en na realisatie ambitie

32

Figuur 12. Gebouwen portefeuille FZ, naar archetype en energiegebruik versus CO2-emissie

32

Figuur 13. Energiegebruik per energiedrager huidig en na realisatie ambitie

33

Figuur 14. Energiegebruik naar energiedrager per archetype

33

Figuur 15. Eenmalige kosten verduurzamingsmaatrelen bij realisatie ambitie per archetype

34

Figuur 16. Omvang archetypes in relatie tot eenmalige kosten realisatie ambitie

34

Figuur 17. Eenmalige kosten CO2-emissiebesparing bij realisatie ambitie per archetype

35

Bijlagen A1

Gemeentelijke maatschappelijk vastgoed routekaart

A2

Nadere analyses voorraad en effecten voorgestelde strategie

A3

Lijst doorgerekende gebouwen

Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

ii

Project gerelateerd

Voorwoord Het klimaat verandert, de aarde warmt op. Hiervan is de toegenomen hoeveelheid van het broeikasgas koolstofdioxide (CO2) in de atmosfeer een belangrijke oorzaak. Dit komt voort uit menselijk handelen en heeft grote gevolgen voor onze gezondheid, economie en samenleving. Internationaal (Klimaatakkoord van Parijs 2015) en nationaal (Energieakkoord 2013, Klimaatwet 2019 en Klimaatakkoord 2019) zijn er dan ook afspraken gemaakt om de CO2-emissie te reduceren. Met de ondertekening van het Klimaatakkoord 2019 hebben bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden zich gecommitteerd aan een pakket van maatregelen die leiden tot een algehele CO2-reductie. De landelijke ambitie is helder: het streefdoel is 49% CO2-emissiereductie in 2030 en het einddoel is 95% CO2-emissiereductie in 2050 ten opzichte van 1990. De opgave is groot en vraagt om een structurele verandering in ons denken en doen. We moeten van het aardgas af, er worden alternatieve energiebronnen aangewend en we heroverwegen ons energiegebruik en de noodzaak van de huisvesting. Medio 2020 stelde de gemeenteraad van Middelburg de Regionale Energiestrategie voor de energieregio Zeeland vast; het Zeeuws Energieakkoord ‘Parijs op z’n Zeeuws’.

Daarmee verplichte zij zich ten aanzien van haar eigen vastgoed de hierin genoemde doelen te halen die verder gaan dan de landelijke ambitie: in 2030 34% CO2-besparen ten opzichte van 2017 en in 2040 energieneutraal. Gebouwen Van de nu bestaande voorraad gebouwen zal in 2040 nog een belangrijk deel niet zijn vervangen. Deels omdat het om nu nog relatief jonge gebouwen gaat; deels omdat het juist om monumentale panden gaat, die gerekend worden tot het erfgoed van de stad. Deze gebouwen zullen verduurzaamd moeten worden. Deze verduurzaming zal een kostbare operatie zijn. Om geen kapitaal te vernietigen zal waar mogelijk worden aangesloten op natuurlijke momenten. Dit gaat verder dan de instandhouding van het vastgoed en betekent extra investeringen. Daarom is het goed de noodzaak vast te stellen om deze gebouwen in stand te houden. Hierbij is het belangrijk om na te gaan of de functies, die deze gebouwen huisvesten, in de toekomst nog nodig zijn op het moment dat gebouwen toe zijn aan groot onderhoud en verduurzaming. Bij de uitvoering zal er aansluiting worden gezocht met gebiedsinitiatieven, zoals de warmtewijkaanpak. Het werkt inspirerend wanneer de gemeente daarbij het goede voorbeeld geeft. Dit heeft een positief effect op inwoners die te maken krijgen met de energietransitie in de wijken, evenals andere partijen met vastgoed.

Deze verschillende invalshoeken vragen om een programmatische aanpak. Een programma leidend tot een routekaart die betrokkenen duidelijkheid biedt. Dit geldt ten aanzien van de bestemming van de reis (de beoogde ambitie); de duur van de reis (wanneer voltooid); het inzicht in wat alle reisgenoten te doen staat (huisvestingsplan, verduurzamingsplan, investeringsplan); en wat het gaat kosten (reserveringen). Met het opstellen van een gemeentelijke maatschappelijk vastgoed routekaart voor de verduurzaming van haar vastgoed wil de gemeente hier invulling aan gaan geven. Daarmee wordt een basis gelegd voor de verdere uitvoering, en een nadere onderbouwing van de daarmee gemoeide extra financiële middelen. Om daar een aanvang mee te maken heeft de gemeente Middelburg een inschatting laten maken van de uitgaven die de komende decennia gemoeid zullen zijn met de verduurzaming van haar gebouwen. Wanneer deze budgettaire ruimte wordt gereserveerd gedurende de periode waarin de gemeente vindt dat de reis mag duren, kan worden overgegaan tot het opstellen van een uitvoeringsplan. Zo’n plan kan de Routekaart gemeentelijk vastgoed Middelburg zijn. Hiermee wordt invulling gegeven aan de uitwerking van het Klimaatakkoord voor het vastgoed van de gemeente. Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

3

Project gerelateerd

Inleiding Deze notitie gaat over het vastgoed waar de gemeente verantwoordelijk voor is en zeggenschap over heeft. Het vastgoed met een publieke functie, dat bijdraagt aan beleidsdoelstellingen en bekostigd wordt met publieke middelen, reikt verder dan alleen het eigendom en beslaat ook de verantwoordelijkheid richting non-profit partijen die afhankelijk zijn van de gemeente. Dit zijn panden die naar verwachting zonder hulp van de overheid niet kunnen voldoen aan de opgave die voor ons ligt. Daarbij gaat het voornamelijk om onderwijs- en sportvastgoed, waar andere eigendomsafspraken bestaan. De gemeente heeft ervoor gekozen zich in de voorliggende verkenning te beperken tot het vastgoed waar de gemeente zeggenschap over heeft en volledig eigenaar van is. Daarmee valt onderwijsvastgoed, evenals maatschappelijk vastgoed, dat is ondergebracht in gemeenschappelijke regelingen en vennootschappen, niet onder de scope van de voorliggende verkenning. Op basis van de wet- en regelgeving wordt in de voorliggende verkenning de vertaalslag gemaakt naar de het vastgoed dat in eigendom is van de gemeente Middelburg, door inzicht te geven in de financiële consequenties van de uitwerking van de beoogde ambitie voor de vastgoedportefeuille. In deze notitie worden de stappen benoemd om te komen tot een routekaart die daartoe een handelingsperspectief biedt.

Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt een samenvatting van de landelijke wet- en regelgeving aangegeven. Er wordt inzichtelijk gemaakt welke verplichtingen er tot dusver zijn vastgelegd en er wordt vooruitgekeken naar ontwikkelingen, die in de lijn der verwachtingen liggen. Ook worden hierin de consequenties van het Zeeuws Energieakkoord voor gemeentelijk vastgoed benoemd. Vervolgens wordt ingegaan op het beleid van de gemeente Middelburg. In hoofdstuk 2 wordt de opgave naar energetisch toekomstbestendig vastgoed nader verkend. De eerste twee hoofdstukken vormen hiermee de basis voor de vertaalslag naar de eigen vastgoedportefeuille van de gemeente Middelburg. De tekst van deze hoofdstukken is medio 2022 geactualiseerd. In hoofdstuk 3 wordt beschreven welke gebouwen wel en niet zijn meegenomen in het vervolg van de doorrekening en waarom. In hoofdstuk 4 wordt een doorrekening gemaakt van de kosten op kengetallen van de panden. Dat is nog niet het scenario dat volledig invulling geeft aan de beoogde ambitie zoals aangegeven in het Zeeuws Energieakkoord. In hoofdstuk 5 volgt de duiding van de resultaten van deze doorrekening. Deze drie hoofstukken beschrijven daarmee de financiële opgave die voor ligt. De getallen in omvang, kosten en investeringen zijn in een eerder stadium bepaald. Dat is in de tekst vermeld.

Gezien de forse prijsschommelingen in energie- en bouwkosten is er niet voor gekozen deze inhoudelijk te actualiseren, daar het de in deze notitie voorgestelde lange-termijnstrategie niet zal beïnvloeden – maar slechts in urgentie zal doen toenemen. In hoofdstuk 6 staat de strategie beschreven die geadviseerd wordt te doorlopen. Dit wordt vertaald naar een stappenplan richting uitvoering. Daarvoor biedt een routekaart het gewenste handelingsperspectief. Hoofdstuk 7 sluit af met de voorgestelde besluiten.

Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

4

Project gerelateerd

1

De nieuwe werkelijkheid

Het afgelopen decennium zijn klimaatdoelstellingen aangescherpt en worden internationaal en nationaal steeds meer eisen gesteld om die doelstellingen te kunnen behalen. In dit hoofdstuk wordt de belangrijkste wet- en regelgeving, de gemeentelijke ambitie, de meest voorkomende begrippen rondom energieverbruik en de te verwachten toekomstige eisen behandeld. Landelijke wet- en regelgeving Het vastgoed van de Gemeente Middelburg zal de komende jaren verder worden verduurzaamd. Aanleiding daartoe vormen de energiebesparingsdoelstelling, die de EU haar lidstaten oplegt, evenals de klimaatdoelstelling, die wereldwijd is overeengekomen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, alsook het besluit van de Nederlandse regering om de winning van aardgas in Groningen af te bouwen. Genoemde invloeden leiden tot wet- en regelgeving, subsidie-instrumenten en verplichte inspiratiedocumenten. Deze worden door de nationale overheid ingezet om eigenaren en gebruikers van de gebouwde omgeving te inspireren, te verleiden, en uiteindelijk te dwingen tot het nemen van wenselijke interventies ten aanzien van het gebruik en de verduurzaming van gebouwen. Daarmee gaan de ministers van EZK en BZK ervan uit dat de overheden het goede voorbeeld geven.

De belangrijkste elementen van genoemde wet- en regelgeving en subsidie-instrumenten worden hierna opgesomd en zijn in Figuur 1 gevisualiseerd in een tijdlijn. • 2008 Energielabelverplichting Bij verkoop, verhuur of oplevering van gebouwen is sinds 1 januari 2008 een geldig energielabel verplicht. Een energielabel is maximaal tien jaar geldig. • Activiteitenbesluit en energiebesparingsverplichting (EML) De gemeente is verplicht alle energiebesparende maatregelen te nemen, die zich binnen vijf jaar terug verdienen. Deze activiteitenregeling, die vanuit de Wabo en de Wet milieubeheer al langer bestond, is uitgewerkt in een lijst van erkende maatregelen (EML) die sinds 1 juli 2019 verplicht zijn. Voor zover dit voor de gemeente Middelburg van toepassing is, zijn deze maatregelen grotendeels gerealiseerd of ingepland voor aankomende jaren. • EED-auditrapportage Grote ondernemingen, waaronder veel gemeenten (door uitvoering van economische activiteiten) hebben een vierjaarlijkse Energie-auditplicht die voortkomt uit de Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED). De EED Energie-auditplicht geeft een overzicht van de energiestromen binnen de onderneming en heeft als doelbewust te worden van het energiegebruik om vervolgens ook daadwerkelijk energie te besparen.

Het gaat hier onder andere om het energieverbruik van gebouwen, industriële processen en installaties, inclusief het vervoer en de warmte. Voor overheden is dit verplicht voor zover ze met marktpartijen vergelijkbare economische activiteiten uitvoeren, zoals het exploiteren van sportaccommodaties. • 2020/2021 Portefeuille routekaart In het Klimaatakkoord is afgesproken dat grote gebouweigenaren, zoals gemeenten via vierjaarlijkse routekaarten op portefeuilleniveau in beeld brengen hoe zij toewerken naar het reduceren van de CO2emissie (nadere toelichting in Bijlage A1). De VNG heeft met de Sectorale Routekaart Maatschappelijk Vastgoed een startdocument opgesteld dat als kader dient voor maatschappelijk vastgoed. De belangrijkste maatregelen daarin zijn: • Erkende Maatregelen volgens de Lijst 2019 • Streefwaarde 2030 49% CO2-emissiereductie • Eindnorm 2050 95% CO2-emissiereductie

• Energiereductie naast CO2-emissiereductie • Route in vierjaarlijkse etappes

Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

5

Project gerelateerd

De sectoren sport, monumenten en onderwijs hebben conform het Klimaatakkoord aanvullende sectorale routekaarten aangeleverd. De belangrijkste aanvullende of afwijkende maatregelen zijn: • Sport: aanvullend zijn het uitfaseren van gewasbeschermingsmiddelen (2022), het gebruikmaken van circulaire materialen en het inrichten van een klimaat-adaptieve sportomgeving. • Monumenten: afwijkend is dat in 2030 40% CO2-reductie en in 2050 60% is vereist, met behoud van cultuurhistorische waarden. • Primair en Voortgezet Onderwijs: een goed schoolgebouw staat optimaal ten dienste van het onderwijs dat erin geboden wordt. Een duurzaam schoolgebouw kent dus meer aspecten dan alleen de CO2-uitstoot of het energieverbruik. Aanvullend is het een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, een gezond binnenklimaat heeft, past bij het aantal leerlingen, en inclusief, toegankelijk en toekomstbestendig is. Hoewel het opstellen van een gemeentelijke routekaart nog geen formele plicht is, worden gemeenten wel geacht deze te maken, ook met het oog op de herijking van de sectorale routekaarten in 2022 (hoe ver staat men dan ten opzichte van de doelstellingen en is aanvullende regelgeving noodzakelijk) en de onderhandelingen over financiering vanuit de rijksoverheid.

• 2021 Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) bij nieuwbouw De energieprestaties bij nieuwbouw worden sinds 2021 geduid in energiegebruik, gerelateerd aan de omvang van het gebouw, uitgedrukt in kWh per m² vloeroppervlak per jaar. Daarbij worden eisen gesteld ten aanzien van de gebouw gerelateerde energiebehoefte (BENG 1), het primair gebouwgebonden energiegebruik (BENG 2) en de verhouding tussen duurzame en fossiele brandstof (BENG 3). • 2023 Energielabel C kantoren Vanaf 2023 is de verplichte ondergrens voor bestaande kantoorgebouwen energielabel C, hetgeen overeenkomt met een energie-index van 1,3 of beter 1. Deze eis geldt ook voor maatschappelijk vastgoed waarvan 50% of meer van het vloeroppervlak een kantoorfunctie heeft, danwel het door de gemeente Middelburg aan derden verhuurd of van derden gehuurd vastgoed, anders dan een rijksmonument. De verplichting is wettelijk vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Gebouwen die na 1 januari 2023 hier niet aan voldoen, mogen niet langer als kantoor gebruikt worden. De gemeente Middelburg beschikt in deze categorie uitsluitend over het Stadskantoor, wat een energielabel A heeft. • 2030 Energielabel A kantoren Formeel is deze verplichting nog niet vastgelegd; er wordt rekening mee gehouden dat vanaf 2030 bestaande kantoorgebouwen een energieprestatie zullen moeten hebben die overeenkomt met die van energielabel A.

• 2030 CO2-reductie van 49% De CO2-emissie, die het gevolg is van het gebouw gebonden energiegebruik, dient in 2030 met 49% te zijn verminderd ten opzichte van het niveau van 1990. Voor monumenten geldt een vermindering met 40%, met behoud van monumentale waarden. • 2050 CO2-reductie van 95% De CO2-emissie, die het gevolg is van het gebouw gebonden energiegebruik, dient in 2050 met 95% te zijn verminderd ten opzichte van het niveau van 1990. Voor monumenten geldt een vermindering met 60%, met behoud van monumentale waarden.

1 Uitgezonderd: monumenten, kantoorgebouwen <100m2 GebruiksOppervlak, kantoorgebouwen die binnen twee jaar gesloopt gaan worden, kantoorgebouwen waar geen energie gebruikt wordt om het binnenklimaat te regelen, en in die situaties waarbij de maatregelen, die nodig zijn om label C te behalen, een terugverdientijd hebben van meer dan tien jaar.

Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

6

Project gerelateerd

Figuur 1. Energietransitielijn. Wetten en normen waar gebouwen op enig moment aan moeten voldoen

Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

7

Project gerelateerd

Regio en wijk Aan de (inter)nationale doelstelling wordt regionaal en lokaal nader invulling gegeven. • Regionale Energiestrategie Eén van de afspraken uit het nationale Klimaat Akkoord is dat energieregio’s onderzoeken waar en hoe het beste duurzame elektriciteit opgewekt kan worden en welke warmtebronnen gebruikt kunnen worden, zodat wijken en gebouwen van het aardgas af kunnen. De overheden in de provincie Zeeland werken als één RES-regio, die in 2020 het Zeeuws Energieakkoord ‘Parijs op z’n Zeeuws’ (RES 1.0) heeft opgesteld, zie www.zeeuwsenergieakkoord.nl. De Energieregio Zeeland heeft ten aanzien van de energietransitie hiertoe beleid geformuleerd, waarmee de gemeente Middelburg zomer 2020 heeft ingestemd. De RES 1.0 is tot stand gekomen met de kennis van dat moment. Technische, maatschappelijke, ecologische, economische en politieke ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op de uitvoering van de RES-doelen. Om hier goed mee om te gaan, zal de RES iedere twee jaar worden herijkt. Maart 2023 zal de RES 2.0 worden opgeleverd.

Naast het strategische keuzes ten aanzien van de energievoorziening zijn in het Zeeuwse Energieakkoord RES 1.0 ook de volgende keuzes gemaakt ten aanzien van het gemeentelijk vastgoed: • Nieuwbouw moet voortaan energieneutraal zijn (p 34). • Gemeenten brengen hun vastgoedportefeuille in kaart en voorzien deze van een aanpak waaruit blijkt dat het eigen vastgoed de komende jaren in tranches wordt verduurzaamd richting energieneutraal. De gemeenten voeren deze exercitie uit uiterlijk in 2020 (p 33). • De gebouwde omgeving in Zeeland moet in 2030 een CO2-besparing realiseren van 34% ten opzichte van 2017 (p 8). Uit Tabel 2 (p 24) blijkt dat dit ook geldt voor de Zeeuwse gebouwen voor publieke dienstverlening. Er wordt ingezet op een overgang van aardgas naar duurzame warmte en schone elektriciteit (p.24). • Verduurzaming van overheidsvastgoed gaat in tranches met als doel een energie-neutrale voorraad in 2040 (p.32). • Transitievisie Warmte en Wijkuitvoeringsplannen In opdracht van de rijksoverheid moeten gemeenten uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte hebben opgesteld, om invulling te geven aan hun rol als regisseurs van de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving: welke wijk gaat wanneer van het aardgas af.

Voor wijken die voor 2030 aan de beurt zijn, wordt aangegeven wat de alternatieve duurzame energie-infrastructuren zijn, en worden voorstellen gedaan voor duurzaam aardgasvrij verwarmen en koken. De Transitievisie Warmte geeft richting in de aanpak. Met het doel kennis en ervaring op te doen bestaande wijken haalbaar en betaalbaar te verduurzamen, is het Programma Aardgasvrije Wijken opgezet, waarvan de wijk Dauwendaele deel uitmaakt. Energiegebruik Zowel in klimaatakkoorden als in energiebesparingsdoelstellingen worden termen genoemd die te maken hebben met energiegebruik. Voor een goed begrip worden hierna een aantal veel voorkomende begrippen kort aangehaald en onderling gerelateerd in Figuur 2, voor zover het gaat over de mate van de energetische duurzaamheid van gebouwen. • Gebouw gebonden en gebruik gebonden In de Nederlandse regelgeving wordt onderscheid gemaakt tussen het zogenaamde ‘gebouw gebonden’ en het ‘gebruik gebonden’ energiegebruik, ook al lopen beide over dezelfde energiemeters. Gebouw gebonden energiegebruik betreft de energie voor het conditioneren van het gebouw en het aandrijven van

Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

8

Project gerelateerd

bijvoorbeeld liften en roltrappen; het bestaat gewoonlijk uit zowel elektriciteit als warmte of aardgas. Gebruik gebonden energiegebruik betreft energie voor apparatuur zoals computers en koffiemachines en bestaat veelal uit elektriciteit. • Aardgas loze gebouwen Gebouwen, waarvan voor de warmteopwekking ter plaatse geen aardgas wordt gebruikt. Veelal elektriciteit voor een warmtepomp of infraroodverwarming - danwel stadsverwarming. • Bijna energie neutrale gebouwen (BENG) Gebouwen waarvan op jaarbasis het saldo van het gebouw gebonden energiegebruik, de duurzaam opgewekte energie en energieopslag, gering is. • Energie neutrale gebouwen (ENG) Gebouwen waarvan op jaarbasis het saldo van het gebouw gebonden energiegebruik, de duurzaam opgewekte energie en energieopslag, nul is. • Paris Proof gebouwen Gebouwen waarvan op jaarbasis het saldo van het totale energiegebruik, de duurzaam opgewekte energie (veelal door de plaatsing van zonnepanelen) en energieopslag binnen het energierantsoen blijft dat naar rato in 2050 nationaal duurzaam kan worden opgewekt. Voor maatschappelijk vastgoed komt dit overeen met gemiddeld maximaal 70 kWh/m²gebruiksoppervlak per jaar, ongeveer 60 kWh/m² bruto vloeroppervlak per jaar.

• Gebouwen met een Nul op de Meter energieverbruik (NoM) Gebouwen waarvan op jaarbasis het saldo van het totale energiegebruik, de duurzaam opgewekte energie en energieopslag, nul is. • Energie positieve gebouwen Gebouwen die op jaarbasis meer energie duurzaam opwekken dan het totale energiegebruik. • CO2-neutrale gebouwen Gebouwen waarvan gedurende de levensloop het saldo van de CO2-emissie van het totale energiegebruik, de duurzaam opgewekte energie en energieopslag, alsook de bouw en de sloop, nul is.

Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

9

Project gerelateerd

Figuur 2. Duiding begrippen ambitieniveaus energietransitie gebouwen

In Figuur 2 vallen de volgende aspecten op, namelijk: •

Bij de optie aardgasloos neemt bij energietransitie het gebouw gebonden elektriciteitsgebruik toe (oranje) wanneer als enige maatregel de aardgasgestookte verwarming zou worden geëlektrificeerd. Bij toepassing van een warmtepomp gaat het om een toename ter grootte van ongeveer 30% van de tot dan gebruikte fossiele energie. Zolang elektriciteit per kWh minstens drie keer zo duur is als aardgas zou zonder verbetering van de isolatie een de overstap van bijvoorbeeld een aardgasgestookte CV-ketel naar een warmtepomp geen besparing op de energiekosten opleveren.

•

BENG is sinds 2021 de energieprestatienorm bij nieuwbouw. Bij de huidige primaire energiefactor (PEF) komt deze grens voor het gebouw gebonden primair energiegebruik (BENG 2) voor de meeste gemeentelijke gebouwen op 40…90 kWh/m² gebruiksoppervlak per jaar (GO.jaar), afhankelijk van de functie. In deze waarde zit de inefficiëncy van de elektriciteitscentrale of de stadsverwarming verdisconteerd. Wanneer de komende decennia deze PEF kleiner wordt, bijvoorbeeld doordat elektriciteitscentrales duurzamer worden, neemt deze grenswaarde dus toe, hetgeen in de toekomst kan leiden tot ontwerpkeuzes die geen recht doen aan de bedoeling van de energie- en klimaatopgave energie te besparen. Overigens worden daarnaast eisen gesteld aan de energiebehoefte van de bouwschil (BENG 1) en de hoeveelheid duurzame energie (BENG 3).

•

Het Paris Proof rantsoen stelt een grens aan het gebouw gebonden als geheel van het gebruik gebouwgebonden en gebruiks-gebonden energiegebruik. Daarmee wordt recht gedaan aan de bedoeling van de energie- en klimaatopgave.

•

In de gangbare definitie van ‘energieneutraal’ wordt het gebruik gebonden energiegebruik niet begrensd, dat veelal varieert tussen de 25 en 35 kWh/m²GO.jaar. Dit is vanuit de bedoeling van de energie- en klimaatopgave ongewenst. Toch zijn bij bestaande gebouwen ingrijpende maatregelen nodig om aan deze definitie te gaan voldoen.

Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

10

Project gerelateerd

•

Bij de ambitie opties ‘Nul op de Meter’, ‘Energiepositief’ en ‘CO2-neutraal’ wordt, evenals bij het Paris Proof rantsoen, een grens gesteld aan zowel het gebouw gebonden als het gebruik gebonden energiegebruik. Daarbij moet alle benodigde energie ter plekke duurzaam worden opgewekt. Figuur 2 laat zien dat hiervoor ter plekke een omvangrijke hoeveelheid duurzame energie dient te worden opgewekt. Dat leidt bij tal van bestaande gebouwen tot zeer kostbare maatregelen met ingrijpende aanpassingen, die in een aantal situaties bij bestaande gebouwen onuitvoerbaar zijn. Ter illustratie kan worden gesteld dat ter realisatie van deze ambities een oppervlak aan zonnepanelen nodig is (op de daken of tegen de gevels), ter grootte van de helft van het totale vloeroppervlak van alle etages.

•

Tenslotte valt op dat bij toenemende ambities ten aanzien van het terugdringen van het energiegebruik het belang van besparing op het gebruik gebonden energieverbruik toeneemt. Te denken valt daarbij onder meer aan energiezuinige computers, printers en huishoudelijke apparaten. Keuzes die veelal door de huurders/gebruikers worden gemaakt.

Ambitie Middelburg • Klimaatbeleid Middelburg 1994-2011 Middelburg voert al jaren een beleid op het gebied van energie en klimaat. In 1994 zag het eerste energiebeleidsplan het licht, gevolgd door een tweetal milieuvisies en deelname aan de Stimuleringsregeling Lokale Klimaatinitiatieven. Op 19 december 2011 is een raadsbesluit bekrachtigd dat Middelburg zich zou moeten inzetten om in 2030 energieneutraal te zijn en daartoe stappen zou moeten zetten voor energiebesparing en duurzame energieopwekking, dat vanaf dat moment duurzaamheidsbeleid wordt genoemd. Om tot dit doel te komen is in 2012 de routekaart ‘Op weg naar een energieneutraal Middelburg’ opgesteld, met een uitwerking voor de periode 2013-2016. Met de vaststelling van het daartoe opgestelde rapport “Op weg naar een energieneutraal Middelburg” heeft de gemeente Middelburg mei 2012 de ambitie geformuleerd om in 2035 energieneutraal te zijn. Alle energie die in de gemeente Middelburg wordt gebruikt, zou daarmee in 2035 duurzaam opgewekt worden - en er zou per saldo geen CO2 meer worden uitgestoten. • Duurzaamheidbeleid 2012. Middelburg energieneutraal in 2050 In de genoemde routekaart werd het realiseren van de ambitie in 2030 als niet realistisch werd gezien. Daarom werd er in 2012 voor gekozen 2050 als vertrekpunt te nemen.

Als na verloop van tijd zou blijken of Middelburg voor zou lopen op de planning voor 2050, zou alsnog voor versnelling richting 2030 kunnen worden gekozen. Alhoewel de routekaart 2012 bedoeld was voor het geheel van de gemeente Middelburg, was een van de voornemens van de gemeente zelf het goede voorbeeld te geven om de samenleving te stimuleren (besluit 2g). Daarvoor werd als doelstelling gedefinieerd om als gemeentelijke overheid in 2050 energieneutraal te zijn. Dat zou worden gerealiseerd via een programma van energiebesparing en opwekking van duurzame energie bij gemeentelijke gebouwen, gemalen en openbare verlichting. • Milieuvisie 2019. Middelburg als gemeente en als gemeentelijke overheid energieneutraal in 2050 De Middelburgse Visie Milieu 2019-2025 is de vierde milieuvisie, waarin de gemeente per thema haar overkoepelende visie geeft. Daarmee vormt deze milieuvisie een samenvatting van de duurzame milieudoelen van de gemeente Middelburg, waarin de gemeente de ambitie bevestigt om voor 2050 energieneutraal te willen zijn. Als kortetermijndoelstelling (2025) voor de gebouwde omgeving werd daartoe gekozen voor het realiseren van energie neutrale en duurzame nieuwbouw en het realiseren van energiebesparende en duurzame maatregelen bij de bestaande bouw.

Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

11

Project gerelateerd

• Regionale Energiestrategie 2020-2040 De gemeenteraad van Middelburg stelde in 2020 het Zeeuwse RES 1.0 vast, waarmee ze zich verplicht om voor het eigen vastgoed in 2020 een routekaart verduurzaming op te stellen met als criteria: • vanaf 2020 nieuwbouw energieneutraal te realiseren • in te zetten op een overgang van aardgas naar duurzame warmte en schone elektriciteit • in 2030 34% CO2-emissie te besparen ten opzichte van de emissie in 2017 • in 2040 energieneutraal te zijn Te verwachten eisen voor bestaand vastgoed De landelijke politiek is voorzichtig met het geven van langetermijnperspectieven. Toch zijn er signalen die een indicatie geven waar de eindnorm voor energieprestaties van gebouwen naartoe zal gaan. Zo zijn de fors toegenomen energieprestatie-eisen voor nieuwbouw een indicatie voor de richting waarin de energieprestatie van de gebouwde omgeving als geheel naar toe zal bewegen. Onder verantwoording van het Ministerie van BZK wordt momenteel gewerkt aan een koste optimale eindnorm, waaraan in 2050 de bestaande gebouwenvoorraad zal moeten voldoen. Daarnaast groeit het besef dat de energievraag van gebouwen naar beneden moet om de doelstellingen te behalen om daarmee het denken in een CO2-vrije energievoorziening mogelijk te maken. Dit is door Dutch Green Building Counsel uitgewerkt in het Paris Proof rantsoen.

Berekend is hoeveel hernieuwbare energie in Nederland ter land en ter zee redelijkerwijs in 2050 zou kunnen worden opgewekt. Wanneer die hoeveelheid energie, verminderd voor de verliezen als gevolg van omzetting voor energietransport, energiebuffering en de energie, die nodig is voor het nemen van de maatregelen zelf, naar rato van de huidige verdeling naar sectoren, wordt toebedeeld aan de vastgoedvoorraad die voor 2050 in Nederland wordt verwacht, resulteert dit in een rantsoen van gemiddeld 70 kWh/m² gebruiksoppervlak (“GO”) per jaar voor het totale energiegebruik van het type gebouwen, waar het gemeentelijk vastgoed grotendeels uit bestaat. In dit rantsoen denken moet dubbeltelling worden voorkomen. Toegepast op Middelburg houdt dat in dat energie die elders in de gemeente of de RES-regio Zeeland duurzaam zal worden opgewekt, niet in mindering kan worden gebracht op het Paris Proof rantsoen voor het energiegebruik van de gebouwen. Immers de genoemde bovengrens van 70 kWh/m²GO per jaar is juist gebaseerd op de totale omvang van de nationaal duurzaam op te wekken energie, waaronder die in Zeeland. Met het realiseren van dat rantsoen per gebouw daalt het energiegebruik van gebouwen tot een hoeveelheid die, omgerekend voor de hele vastgoedvoorraad in Nederland, kan worden geleverd door duurzame opwekking, die in 2050 naar verwachting zal zijn gerealiseerd.

Daarmee kan Paris Proof worden beschouwd als een toekomstvast energieprestatieniveau voor gebouwen. Omdat tegen 2050 elektriciteit of andere energiedragers geen gebruik meer maken van koolwaterstoffen, maar van hernieuwbare energiebronnen, is dit rantsoen in 2050 tevens klimaatneutraal.

Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

12

Project gerelateerd

2

Eenduidige ambitie

Uit het vorige hoofdstuk zijn enkele hoofdlijnen te trekken, die de kaders vormen waarbinnen de gemeente Middelburg haar ambitie en beleid kan formuleren voor de verduurzaming van haar vastgoedportefeuille. Beleidskaders De wettelijke kaders die vaststaan en waar in ieder geval aan moet worden voldaan zijn: • De energieprestatienorm bij nieuwbouw is vanaf 2021 minimaal BENG. • Gebouwen, anders dan monumenten, waarvan meer dan de helft van het vloeroppervlak een kantoorfunctie heeft, moeten voor 1 januari 2023 energetisch ten minste voldoen aan label C. • De CO2-emissie, die het gevolg is van het gebouw gebonden energiegebruik, dient in 2030 met 49% (monumenten: 40%) te zijn verminderd ten opzichte van het niveau van 1990. • De CO2-emissie, die het gevolg is van het gebouw gebonden energiegebruik, dient in 2050 met 95% (monumenten: 60%) te zijn verminderd ten opzichte van het niveau van 1990. Daarnaast heeft de gemeente te maken met de volgende regionale kaders: • De Zeeuwse ambitie om bij nieuwbouw vanaf 2021 energieneutraal te bouwen. • De Zeeuwse ambitie om in 2030 34% CO2-emissie te besparen t.o.v. 2017. • De Zeeuwse ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn, en daarmee de eigen ambitie op dit punt te versnellen. • De RES zal eveneens input zijn voor de stappen in de wijkenergie aanpak.

De invulling van deze aanpak heeft invloed op de wijze waarop de gemeente duurzame warmte voor haar gebouwen zal betrekken. Tenslotte vragen de VNG (als uitwerking van zowel het Klimaatakkoord) en de RES (als uitwerking van het Zeeuws Energieakkoord) de gemeente een routekaart op te stellen, waarin duidelijk wordt hoe de ambities tijdig worden gerealiseerd. Hierbij vragen de criteria voor 2030 en 2040 nadere toelichting: • 2030: reductie CO2-emissie Vanuit het Klimaatakkoord is de gemeente verplicht uiterlijk in 2030 49% van haar CO2-emissie gereduceerd te hebben ten opzichte van haar CO2-emissie in 1990. Dit komt overeen 2 met in 2030 37% CO2-emissie te besparen t.o.v. 2017. Met de vaststelling van het Zeeuws Energieakkoord heeft de gemeente zich verplicht in 2030 34% van haar CO2-emissie te gereduceerd te hebben ten opzichte van haar CO2-emissie in 2017. Daarmee dwingt de Zeeuwse doelstelling tot een iets grotere versnelling. • 2040: ‘energieneutraal’ Uit de toelichting op Figuur 2 wordt duidelijk dat met een ‘energieneutraal gebouw’ wordt bedoeld een gebouw waarvan de gebouw gebonden energie op en rond het gebouw zelf wordt opgewekt. De omvang van de gebruik gebonden energie wordt voor utiliteitsgebouwen geschat op 35 kWh/m²GO.jaar. Daarmee is het totale energiegebruik van ‘energie neutrale gebouwen’ ongeveer de helft van dat van ‘Paris Proof gebouwen’.

Juist deze laatste slag (van 70 naar 35 kWh/m²GO.jaar) vraagt forse maatregelen die niet altijd uitvoerbaar zijn: een forse extra investering met een beperkt duurzaamheidsrendement.

2

Veelal is de omvang van het energiegebruik van een vastgoedportefeuille uit 1990 niet meer te achterhalen. Echter is bij de Gemeente Middelburg al ruim dertig jaar sprake van een samenhang in afwegingen tussen energieregistratie- en beheer en gebouwenonderhoud- en beheer, op grond waarvan gesteld kan worden dat van de opgave ‘49% CO2-emissiereductie t.o.v. 1990’ in 2017 reeds 10% was gerealiseerd. Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

13

Project gerelateerd

Toekomstbestendig vastgoed Met haar vastgoed voorziet de gemeente in de huisvesting van maatschappelijke functies. Het vastgoed van de gemeente is toekomstbestendig wanneer aan die doelen invulling kan worden gegeven. Daartoe moet het vastgoed blijven voldoen aan de huidige en toekomstige eisen, onder meer met betrekking tot de energieprestatie en CO2-emissie van deze gebouwen. Omdat verduurzaming kostbaar is, is het logisch binnen de gestelde kaders te kiezen voor een strategie, waarbij in de toekomst geen aanvullende verduurzamingsmaatregelen nodig zijn, of waarbij eerdere maatregelen gecorrigeerd dienen te worden. Functioneel toekomstbestendig vastgoed Het moet duidelijk zijn dat de gebouwen, die worden verduurzaamd, in hun functie blijven voorzien en dat de er behoefte blijft aan de te huisvesten functie zelf. Bij toekomstbestendig gemeentelijk vastgoed gaat het om gebouwen die blijvend voorzien in de maatschappelijke huisvestingsbehoefte van de gemeente. Energetisch toekomstbestendig vastgoed Gebouwen die energetisch toekomstbestendig zijn voldoen blijvend aan de energetische eisen die aan deze gebouwen nu en later worden gesteld.

Naar de opvatting van Royal HaskoningDHV is vastgoed energetisch toekomstbestendig wanneer het aardgasloos is en het totale energiegebruik, dus gebouw- èn gebruik gerelateerd, wordt begrensd tot een niveau dat recht doet aan een optimum van wat technisch, financieel, klimatologisch en met behoud van cultuur-historische waarden realistisch is: • Gebouwen voor 2030 uit gebruik Bij bestaande gebouwen waarvan niet is te verwachten dat zij na 2030 nog in gebruik zullen zijn, dienen tenminste de erkende maatregelen te worden uitgevoerd (EML). Dit is al grotendeels het geval. Aanvullend kunnen bij deze gebouwen maatregelen worden uitgevoerd die zich gedurende de resterende levensduur nog terugverdienen. • Gebouwen tussen 2030 en 2045 uit gebruik Bestaande gebouwen waarvan niet is te verwachten dat zij na 2040 nog in gebruik zullen zijn, maar wel na 2030, zullen beperkt worden na geïsoleerd en op een natuurlijk moment worden voorzien van tenminste een hybride warmtevoorziening, warmteterugwinning en PV-panelen, om de CO2-emissie van deze gebouwen te beperken tot 34% van het niveau van 2019.

• Gebouwen na 2045 uit2040 nog in gebruik Bestaande gebouwen, waarvan is te verwachten dat zij na 2040 nog in gebruik zullen zijn, gaan bij het eerstvolgende natuurlijke vervangingsmoment over op een hernieuwbare energiebron (aardgasloos), krijgen een optimale warmteterugwinning, een maximale hoeveelheid PV-panelen, en moeten goed worden na geïsoleerd, waardoor het totale energiegebruik wordt beperkt tot 70 kWh/m²GO.jaar. • Monumenten Bij monumenten, die voor onbepaalde tijd in stand worden gehouden, kan gekozen worden voor een met 2030-2040 vergelijkbare aanpak, als een grote hoeveelheid PV-panelen op deze gebouwen leidt tot verlies van cultuur-historische waarden. Waar mogelijk wordt ook hier gekozen voor de aanpak voor bestaande gebouwen waarvan is te verwachten dat zijn na 2040 nog in gebruik zullen zijn. • Nieuwbouw Nieuwe gebouwen worden tenminste energieneutraal gerealiseerd. In enkele situaties zullen nieuwe gebouwen energiepositief zijn te realiseren. Daarbij valt te denken aan sportaccommodaties die relatief weinig energie gebruiken, uit één bouwlaag bestaan, en in verhouding tot het vloeroppervlak over veel dakoppervlak beschikken. De energiewinst, die daarmee wordt gerealiseerd, komt op portefeuille niveau ten goede aan gebouwen die energetisch om praktische redenen achterblijven. Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

14

Project gerelateerd

• Warmtebron/drager De keuze bij transitie voor de warmte zal per gebouw passend dienen te zijn bij de duurzame warmtedrager die per wijkwarmteplan de voorkeur zal hebben. • Afwijking ten opzichte van het Zeeuwse Energieakkoord Hierbij wordt voor bestaande niet-monumentale gebouwen, die na 2040 worden vervangen, om voornoemde, praktische, redenen afgeweken van het Zeeuwse energieakkoord (= energieneutraal 2040).

Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

15

Project gerelateerd

3

Inzicht vastgoed

Eén van de doelen van deze notitie is om te komen tot een handelingsperspectief voor een toekomstbestendige verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. In de voorgaande twee hoofdstukken is achtereenvolgens de wet- en regelgeving en de toekomstbestendige ambitie behandeld. In dit hoofdstuk wordt verder ingegaan op de daadwerkelijke consequenties hiervan, oftewel de doorrekening van de eigen gemeentelijke vastgoedportefeuille. Hierdoor wordt een eerste globaal inzicht verkregen in de kosten die gemoeid zijn de implementatie van het in het vorige hoofdstuk aangegeven scenario voor toekomstbestendig vastgoed. Maatschappelijk vastgoed Het vastgoed met een publieke functie, dat bijdraagt aan beleidsdoelstellingen en dat bekostigd wordt met publieke middelen reikt verder dan alleen het eigendom en beslaat ook de verantwoordelijkheid richting non-profit partijen die afhankelijk zijn van de gemeente. Dit zijn de panden die naar verwachting zonder hulp van de overheid niet kunnen voldoen aan de opgave die voor ligt. Dat zijn voornamelijk uit onderwijsen sportgebouwen, waar andere eigendomsafspraken voor gelden, zoals economisch claimrecht en opstalrecht.

Zo is de gemeente Middelburg bij relatief veel maatschappelijk vastgoed op afstand betrokken, via participatie in Gemeenschappelijke Regelingen (GR), Openbare Lichamen (OL), Besloten Vennootschappen (BV), Stichtingen en schoolbesturen. Het geheel van het maatschappelijk vastgoed in de gemeente omvat de onderdelen zoals aangegeven in Figuur 3.

Figuur 3. Gebruikelijke indeling maatschappelijk en ambtelijk vastgoed gemeente

Gemeentelijk vastgoed De gemeente heeft ervoor gekozen zich in de voorliggende verkenning te beperken tot het vastgoed waar zij zeggenschap over heeft en volledig eigenaar van is. Daarmee valt onderwijsvastgoed niet onder de scope van de voorliggende verkenning, evenals het maatschappelijk vastgoed dat is ondergebracht in gemeenschappelijke regelingen en vennootschappen. Ook al zal de verduurzaming van die gebouwen indirect financiële effecten hebben op de gemeentelijke begroting, om redenen van eenduidigheid in aansturing en om dubbelingen te voorkomen, is in overleg met de Bedrijfsvoering besloten gebouwen, die in genoemde constructies zijn ondergebracht, niet op te nemen in deze doorrekening. Het gaat hierbij om een significant deel van het maatschappelijk vastgoed binnen de gemeente Middelburg. Zo maakt de gemeente Middelburg deel uit van GR Veiligheidsregio, GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland, GR De Zeeuwse Muziekschool, GR Stadsgewestelijke Brandweer Vlissingen-Middelburg, GR Zeeuws Archief, GR Orionis, GR Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland, Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland, B.V. Monumentenbeheer Middelburg, BV Zwembad Vrijburg (samen met Vlissingen, verhuurd aan exploitant Optisport) en Stichting Veerse Poort (kleedkamers en tribune).

Voor zover deze organisaties gebruik maken van vastgoed dat rechtstreeks eigendom is van de Gemeente Middelburg, worden de financiële effecten van de verduurzamingsopgave van deze panden opgenomen in de doorrekening. Voorbeeld hiervan is de Zeeuwse Muziekschool, waarvan de Gemeente Middelburg als eigenaar verantwoordelijk is voor de verduurzamingsopgave. Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

16

Project gerelateerd

Voor zover deze organisaties gebruik maken van eigen vastgoed dat daarmee dus niet rechtstreeks eigendom is van de Gemeente Middelburg, zullen eventuele kosten die de komende decennia gemoeid zijn met de verduurzaming daarvan, worden opgenomen in de begrotingen van deze organisaties. De indirecte effecten voor de gemeentelijke begroting, naar rato van het aandeel van de gemeente Middelburg in deze organisaties, maken echter geen deel uit van deze doorrekening. Voor zover deze organisaties gebruik maken van vastgoed van derden, zoals het Rijksvastgoedbedrijf, zijn in deze geen directe danwel indirecte financiële effecten te verwachten voor de gemeente Middelburg. Uitgangspunt van de onderwijswetgeving (WPO/WEC en WVO) is dat het eigendom van schoolgebouwen bij schoolbesturen ligt. In het spraakgebruik worden bij de schoolgebouwen voor primair en voortgezet onderwijs onderscheid gemaakt tussen het juridisch eigendom - dat veelal bij de schoolbesturen ligt - en het economisch eigendom - dat bij de gemeente ligt, die de kapitaal- en zakelijke lasten voor het onderwijsvastgoed draagt en haar economisch claimrecht zal uitoefenen als de onderwijsfunctie voor een schoolgebouw vervalt. Voor de gebouwen voor primair onderwijs (PO) en voortgezet onderwijs (VO) in Middelburg zal de impact van de verduurzamingsopgave de gemeente Middelburg bereiken.

Zoals in de meeste gemeenten gaat het met daarbij om een substantieel volume: 23 scholen PO, totaal 30.622 m² en 10 scholen VO, totaal 40.694 m²; samen 71.316 m². Dat is meer dan de omvang het door FZ beheerde geconditioneerde vastgoed. De afdeling Facilitaire Zaken van de Gemeente Middelburg richt zich op het beheren en onderhouden van de gebouwen in eigendom van de gemeente, evenals enkele gebouwen van B.V. Monumentenbeheer Middelburg, en is daarbij verantwoordelijk voor het energiemanagement van het gemeentelijke vastgoed. Er is geen energiebudget specifiek benoemd of meerjarig vastgelegd, om daarmee de energie te betalen en energie- en onderhoud besparende investeringen in gemeentelijk vastgoed te financieren. Verbeteringen worden waar mogelijk uit de onderhoudsbegroting gefinancierd, waarvoor een meerjaren onderhoudsplanning (MJOP) is opgesteld die loopt tot 2033. Dit maakt dat tot nog toe in voorkomende gevallen de zogenaamde natuurlijke momenten wegens het ontbreken van budgettaire ruimte niet kunnen worden benut om samenloopvoordelen te realiseren in de voorliggende verduurzamingsopgave. Uitgangspunten doorrekening Om inzicht te geven in de kosten van de verduurzamingsopgave voor de vastgoedportefeuille van de gemeente Middelburg is de portefeuille doorgerekend. De doorrekening is uitgevoerd op hoofdlijnen en met behulp van kerngetallen.

Voor de doorrekening is gebruik gemaakt van het bruto vloeroppervlak, het bouwjaar en indien aanwezig het energieverbruik. Waar gegevens ontbraken is data gemodelleerd. Daarnaast zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Bouwjaar Het bouwjaar vormt een belangrijke indicator voor de mate van verduurzaming die noodzakelijk en tegelijkertijd mogelijk is om te komen tot energetisch toekomstbestendige gebouwen. Objecten van voor 1974 zijn gebouwd met traditionele bouwmethoden en -materialen en met weinig oog voor de energieprestatie van het gebouw. Verduurzamingsmaatregelen zijn complex en kostbaar en niet altijd mogelijk. De objecten met een bouwjaar tussen 1974 en 1991 zijn veelal niet traditioneel gebouwd, doch matig geïsoleerd en vragen behoorlijke verduurzamingsmaatregelen. Vanaf 1992 gelden op basis van het Bouwbesluit toenemende eisen aan de energieprestatie, wat betekent dat deze gebouwen zich over het algemeen eenvoudiger laten verduurzamen.

Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

17

Project gerelateerd

• Huidige energieprestatie Van de deelportefeuilles is het huidige energiegebruik en de daarmee samenhangende CO2-emissie uitgezocht. Het huidige energiegebruik per m² bruto vloeroppervlak (BVO) geeft, in samenhang met de functie en het bouwjaar van een gebouw een indicatie van de huidige energetische prestatie van een gebouw (uitgedrukt in kWh/m²bvo.jaar). Voor zover er geen informatie over het huidige energiegebruik beschikbaar was, is dat met behulp van de hierna toegelichte archetype-benadering gemodelleerd. Omvang vastgoedportefeuille In het kader van de voorliggende doorrekening is de voorraad gemeentelijk vastgoed geactualiseerd. Achttien gebouwen, die definitief uit gebruik zijn genomen en gebouwen die binnenkort worden verkocht, gesloopt of vervangen, zijn buiten beschouwing gelaten. De drie monumenten in eigendom van B.V. Monumentenbeheer Middelburg, maar in beheer bij de gemeente, zijn buiten beschouwing gelaten. Het vastgoed van de eerdergenoemde maatschappelijke functies, dat door de gemeente op afstand is geplaatst, is buiten beschouwing gelaten. Dit is ook het geval voor onderwijsgebouwen voor PO en VO. De vergaande verduurzamingsopgave, waar deze notitie over gaat, is in het algemeen een verantwoordelijkheid van de eigenaar-verhuurder. Reden waarom twee door de gemeente Middelburg aangehuurde panden buiten beschouwing zijn gelaten.

In totaal zijn 64 gebouwen in beschouwing genomen, waarvan de afdeling FZ verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud. Deze gebouwenportefeuille heeft een omvang van ongeveer 55.000 m² BVO aan geconditioneerde gebouwen en ongeveer 36.000 m² BVO niet-geconditioneerde bouwwerken zoals molens, kerktorens, muziektenten en parkeergarages. Een overzicht van deze vastgoedportefeuille is in Bijlage A3 opgenomen. De samenstelling ervan, opgebouwd naar functie, is weergegeven in Figuur 4 en Figuur 5.

Figuur 4. Doorgerekend vastgoed, opgebouwd naar typologie en energiegebruik

Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

18

Project gerelateerd

Figuur 5. Doorgerekend vastgoed, verdeeld naar vloeroppervlak per typologie

Huidige energieprestatie doorgerekende vastgoedportefeuille Ter indicatie van de hierna genoemde hoeveelheden kooldioxide het volgende. Een gemiddeld huishouden in ons land stoot jaarlijks ongeveer 20,5 ton CO2 uit. De directe emissie voor vervoer en energieverbruik in huis zijn goed voor zo’n 8 ton. De rest is indirecte emissie die vrijkomt bij het maken van voeding, kleding en meubels. • Jaarlijks energiegebruik 8,5 miljoen kWh; jaarlijkse CO2-emissie 2.350 ton De ca. 55.000 m² BVO aan geconditioneerde gemeentelijke gebouwen en ca. 36.000 m² BVO nietgeconditioneerde gemeentelijke bouwwerken gebruiken jaarlijks 525.000 m³ aardgas en ca. 3.375.000 kWh elektriciteit. Er maken in Middelburg geen gemeentelijke gebouwen gebruik van stads- of wijkwarmte. Genoemd energiegebruik is omgerekend ca. 8,5 miljoen kWh. Dat is te vergelijken met het energiegebruik van 1.900 huishoudens. Figuur 6 laat de verdeling van het energiegebruik zien. Het berekende energiegebruik leidt jaarlijks tot een emissie van ca. 2.350 ton CO2 3. Figuur 7 laat de verdeling van de CO2-emissie zien. De jaarlijkse energiekosten werden in 2020 nog geraamd op € 300.000 voor aardgas en € 500.000 voor elektriciteit.

3 Bij het verbruik van energie (zowel elektriciteit als aardgas), uit te drukken in kWh of m3, komt CO2 vrij. De CO2-uitstoot wordt bepaald aan de hand van een emissiefactor. De emissiefactor voor grijze stroom (energie opgewekt in op in kolen-, gas- en kerncentrales) bedraagt 0,556 kg CO2 per kWh en voor aardgas 1,884 kg CO2 per m3.

Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

19

Project gerelateerd

Figuur 6. Huidig energiegebruik, verdeeld naar archetype gebouwen

Figuur 7. Huidige CO2-emissie, verdeeld naar archetype gebouwen

• Energieverbruik gerelateerd aan het vloeroppervlak Om na te gaan in welke mate het gemeentelijk vastgoed voldoet aan, of op weg is naar het beoogde ambitieniveau zijn de huidige energieprestaties per archetype geanalyseerd. Daarvoor dient figuur 8.

Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

20

Project gerelateerd

Figuur 8. Huidig energiegebruik aardgas en elektriciteit in kWh/m²bvo.jaar naar archetype gebouw

Hoe dit te verstaan. Om de gebouwen aardgasvrij te maken zou het doorgerekende vastgoed jaarlijks ruim een half miljoen m³ aardgas minder moeten gebruiken. In Figuur 8 is dit per archetype uitgedrukt in kWh/m²bvo.jaar, waarbij het gasgebruik wordt geïllustreerd door de blauwe staven in het diagram. Die zullen bij door transitie van aardgas naar elektriciteit van kleur verschieten. De staven worden bij verduurzaming korter omdat bij transitie van aardgasgestookte cv-ketels naar warmtepompen het totale energiegebruik minder wordt en omdat door isolatie energie wordt bespaard. Om te komen tot het beoogde energieniveau zal, behalve het elimineren van de blauwe staven in het diagram, ook het totaal van de blauwe en oranje staven in het diagram kleiner moeten worden. Naast transitie van de warmtedrager, vraagt dat een energiebesparing van 30-250 kWh/m².jaar. • In energetisch opzicht bijzondere bouwwerken Vanuit energetisch aspect is het uitvaartcentrum op de begraafplaats te Middelburg afwijkend omdat hier, naast de gebruikelijke ruimteverwarming van de zalen, ook een mortuarium energie gebruikt voor koeling, en een crematorium energie gebruikt voor crematie. Als het energiegebruik van het uitvaartcentrum wordt gecorrigeerd voor het voor de ovens ingeschatte gasverbruik (830 crematies à 60 m³ = 50.000 m³) komt dit op een voor een zalencentrum gebruikelijk energiegebruik.

Verder valt in energetisch opzicht op de verzameling ‘niet geconditioneerd gemeentelijk vastgoed’. Deze in omvangrijke categorie bouwwerken (36.000 m²bvo) bestaat uit een drietal kerktorens, zeven monumentale molens en een zestal open bouwwerken zoals de vismarkthal en een viertal parkeergarages (ca. 30.000 m²bvo). Omdat deze bouwwerken nagenoeg niet worden verwarmd of gekoeld gebruiken zij gemiddeld slechts 18 kWh/m² energie, vrijwel uitsluitend elektriciteit, grotendeels voor (sfeer)verlichting.

Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

21

Project gerelateerd

4

Inzicht impact ambitie

Om te komen tot een handelingsperspectief voor een toekomstbestendige verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed zijn in hoofdstuk 1 de wettelijke kaders benoemd en in hoofdstuk 2 de opties voor een ambitie verkend voor de in hoofdstuk 3 toegelichte vastgoedportefeuille. Hierop wordt in dit hoofdstuk verder ingegaan. Om de investeringen te ramen zijn de hierna beschreven uitgangspunten gekozen voor de kostenopbouw van de te nemen verduurzamingsmaatregelen. In dit hoofdstuk wordt een eerste indruk gegeven van de financiële omvang van de realisatie van de beoogde ambitie. Uitgangspunten kostenopbouw • •

•

•

• • •

De kosten van de verduurzamingsingrepen zijn geschat op prijspeil januari 2020 en verder niet geïndexeerd. De kosten zijn gebaseerd op materiaal- en arbeidskosten inclusief winst & risico aannemer en/of installateur, conform NEN2699, exclusief eventueel samenloopvoordeel met gepland onderhoud, renovatie en verbouwing door functiewijziging of herbestemming. Voor de maatregelenpakketten zijn per scenario pakket gerelateerde projecttoeslagen toegekend, volgens, in overeenstemming met NEN2699. Hierin zijn bouwplaat kosten en aan de bedrijfsvoering gerelateerde kosten opgenomen. Als toeslag voor planuitwerking, afkoop risico’s, construction-all-risk verzekering, alsmede bijkomende kosten zoals eventuele leges, aansluitingen nutsvoorzieningen, verzekeringen, advies- en begeleiding, engineering, financieringskosten, kosten bankgaranties, evenals onvoorziene uitgaven zoals risico-verrekeningen, zijn de kosten verhoogd met 20% toeslag onvolledig plan. Voor werkvoorbereiding en projectbegeleiding zijn deze kosten verhoogd met 20%. De uiteindelijke kosten zijn verhoogd met 21% BTW.

Niet opgenomen zin de berekening van de kosten zijn prijsstijgingen, prijsschommelingen als gevolg van marktwerking, kosten eventueel programmamanagement gemeente, kosten voor eventuele tijdelijke huisvesting, kosten voor het aanpassen van de meerjaren onderhoudsplanning en eventuele structurele meerkosten onderhoud.

Modellering verduurzamingsmaatregelen • Jaargebruik energie Van enkele gebouwen was het energiegebruik niet bekend, daar er geen meterstanden bij de gemeente beschikbaar waren of konden opgevraagd. Van die gebouwen is het energiegebruik gemodelleerd op basis van dezelfde archetype benadering. • Archetypen gebouwen Gegeven de omvang van de portefeuille zijn de gebouwen ten behoeve van deze berekeningen geordend in ‘archetypen’ gemeentelijk vastgoed. Daarmee zijn, op basis van de data waar Royal HaskoningDHV over beschikt vanuit onderzoeken ter verduurzaming van gebouwen elders in Nederland, kengetallen te generen over energetische impact (CO2-emissiereductie en energiebesparing) en investeringskosten van pakketten verduurzamingsmaatregelen om vanuit vergelijkbare beginsituaties te verduurzamen naar het ambitieniveau Paris Proof. De gemeente heeft er bij de uitvoering van deze berekening voor gekozen, af te zien van het schouwen van de gebouwen, en het optimaliseren van de verduurzamingsmaatregelen tijdens expertsessies. Daarom is voor de eenmalige verduurzamingskosten op archetypeniveau een bandbreedte aangegeven door middel van een onder- en een bovengrens.

Thursday, 07 July 2022 VERDUURZAMINGSSTRATEGIE VG MIDDELBURG

BH9935-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

22

Project gerelateerd

Verduurzamingsmaatregelen per archetype Van deze archetypen is bekend welke maatregelen nodig zijn om de beoogde ambitie te realiseren. Deze maatregelen zijn door de Coördinator Vastgoed en de Vakspecialist Bouwkunde van de afdeling FZ op hoofdlijnen gehouden tegen de investerings- en onderhoudsgeschiedenis, waarbij per pand doublures zijn weggenomen en de toelichting op verwonderpunten zijn verwerkt. Niet alle objecten hoeven te worden verduurzaamd. In de komende twintig jaar zullen objecten worden afgestoten, gesloopt of herbouwt. Daarmee wordt al een stap gemaakt in de verduurzaming. In de doorrekening is hier nog geen rekening mee gehouden, omdat op het moment van doorrekening (Q2 2020) van weinig gebouwen vast staat of en wanneer deze voor 2040 worden afgestoten of gesloopt. Van de gebouwen waar dat wel van bekend is, is dit veelal op korte termijn het geval - en reden om deze niet in de doorrekening op te nemen, zoals eerder toegelicht.

Woningen

Sport

Welzijn1

Welzijn2

Stadskantoor

Naoorlogse schouwburg

Grote Rijksmonumenten

3,195 24,096 68,274 72,851 95

471 5,500 7,500 13,395 130

16,246 85,198 473,607 350,467 81

956 8,900 17,500 23,821 110

5,101 60,700 158,000 177,923 148

10,473 64,180 375,409 271,463 96

5,918 53,166 535,000 314,484 178

12,940 135,235 980,398 647,753 178

1 5 12 406,174 1,635,850 2,617,360 25,456 68,589 24

89 20 55 11,980 76,650 109,500 437 2,007 23

'Paris Proof' reductie aardgasgebruik [kWh/m2 / jaar] reductie elekticiteitsgebruik [kWh/m2/jaar] resterend energiegebruik [kWh/m2/jaar] resterend energiegebruik [kWh/jaar] onderkant bandbreedte eenmalige kosten [€] bovenkant bandbreedte eenmalige kosten [€] besparing op energiekosten [€/jaar] CO2-emissiereductie [kg/jaar] eenmalige kosten CO2-emissiereductie [€/kg CO2]

74 114 51 20 44 15 41 60 45 132,178 28,224 717,297 798,800 141,300 5,686,100 958,560 188,400 6,498,400 3,684 95 9,947 20,038 2,066 62,315 19 21 29

91 117 60 88 30 24 15 15 49 55 51 75 46,180 280,424 532,504 446,230 334,600 2,550,500 2,094,600 4,142,600 478,000 3,060,600 2,618,250 5,326,200 580 15,131 11,702 42,543 5,306 66,131 58,350 135,945 26 30 20 28

Totaal excl. niet geconditioneerde gebouwen en excl. crematorium

Werven

219 2,000 7,600 6,820 124

Totaal

Kinder-boerderij

32,717 1,770 569,759 231,249 18

Vigerend BVO aardgasgebruik [m³/jaar] elektriciteitsgebruik [kWh/jaar] CO2 uitstoot [kg]/jaar] Energiegebruik [kWh/m2 BVO]

3,213 91,449 83,000 523,745 180,000 3,373,047 228,870 2,339,096 309 93

55,519 438,975 2,623,288 1,878,977 125

Crematorium

Archetype Nietgeconditioneerde torens, molens, parkeergarages

Resultaten analyse

102 253 10 8 86 48 42 1,109,798 154,296 3,865,285 11,322,500 1,927,800 30,711,300 14,881,000 2,570,400 39,306,670 54,665 49,477 213,527 202,788 167,053 790,587 36 16

60 3,304,815 27,147,650 34,118,910 138,594 554,946

Figuur 9. Resultaten analyse, onderverdeeld naar archetype (cijfers 2020)

• Energetisch Het aardgasgebruik van de vastgoedportefeuille daalt van 524.000 m³ per jaar naar nul. Het elektriciteitsgebruik stijgt hierbij als gevolg van de inzet van warmtepompen van 3,4 miljoen naar 3,9 miljoen kWh per jaar. De besparing in energiekosten wordt bij voltooiing geraamd op € 213.000 per jaar, prijspeil 2020. Het totale energiegebruik daalt met 54% van gemiddeld 93 naar 42 kWh/m²BVO.jaar. Exclusief de nietgeconditioneerde bouwwerken en het crematorium, maar inclusief de monumenten, daalt het energiegebruik met 52% van gemiddeld 125 naar 60 kWh/m²bvo.jaar, hetgeen overeenkomt met ongeveer 70 kWh/m²GO.jaar. Dit is in lijn met de in hoofdstuk 2 aangegeven ambitie. Bij het uitvaartcentrum op de begraafplaats te Middelburg zijn als maatregelen beide gasgestookte crematieovens te vervangen door één elektrische crematieoven met een energiegebruik van 15kW, die 24/7 op temperatuur wordt gehouden en een bijdrage levert aan de ruimteverwarming. De investering hiervoor is in de tabel verwerkt. Uiteraard blijft het energiegebruik van rijksmonumenten zoals het voormalig stadhuis, de Kloveniersdoelen en de muziekschool achter. Dit is tenminste in lijn met de in hoofdstuk 2 aangegeven ambitie. Hier is sprake van beperkte mogelijkheden om bouwfysisch verantwoord te isoleren en energie op te wekken met

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12383595/1