Bijlage 1. Plan van aanpak preventie steekwapenproblematiek en jeugdcriminaliteit
Tekst van het document
Plan van aanpak ter preventie van (steekwapen) geweld en jeugdcriminaliteit Naar aanleiding van steekincidenten in de periode 2020-2022
Wie is de beheerder van dit document? Titel:
Plan van aanpak ter preventie van (steek) wapengeweld en jeugdcriminaliteit
Subtitel: Auteur:
Naar aanleiding van steekincidenten in 2020 & 2021 Martijn Simons (Heibeladvies.nl / martijnsimons@heibeladvies.nl) / Het beheer van dit plan van aanpak ligt bij de afdeling Wijk en Bestuur, team OOV. 22-6-2022 Definitief
Datum: Status:
2
Inhoudsopgave SAMENVATTING .................................................................................................................................. 5 1 INLEIDING EN DOEL ........................................................................................................................... 6 1.1 WAAROM EEN PLAN VAN AANPAK TER PREVENTIE VAN STEEKWAPENGEWELD .................................................... 6 1.2 DOEL .................................................................................................................................................. 6 1.3 OPDRACHTGEVER, OPDRACHTNEMER EN BETROKKENEN BIJ HET PLAN VAN AANPAK............................................. 6 2 HOE ZIET HET PROBLEEM ERUIT? ...................................................................................................... 6 2.1 WAT VERSTAAN WE ONDER EEN STEEKWAPEN? ........................................................................................... 7 2.2 WAT ZEGGEN DE CIJFERS? ....................................................................................................................... 7 2.2.1 Aantal incidenten met verdachten tussen de 12-18 jaar .......................................................... 7 2.2.2 Hoe groot is de groep jongeren die een steekwapen draagt? ..................................................
8 2.2.3 Wat weten we over het aantal en soort wapens dat aangetroffen wordt? ............................. 8 2.2.4 Registratieffecten ..................................................................................................................... 8 2.3 WAT IS DE (LOKALE) CONTEXT BIJ HET BEZIT EN GEBRUIK VAN STEEKWAPENS DOOR JONGEREN .............................. 8 2.3.1 Verdediging en profilering als motief ....................................................................................... 8 2.3.2 Schijnveiligheid ......................................................................................................................... 9 2.3.3 De invloed van drillrap, sociale media en gewelddadige games .............................................. 9 2.3.4 Biologische, psychologische en sociale factoren ..................................................................... 10 2.3.5 Steekwapenproblematiek en de bredere context van jeugdcriminaliteit ............................... 10 3 WAT DOEN WE NU AL AAN HET PROBLEEM EN WAT KAN ER BETER? ............................................. 11 3.1 WELKE INTERVENTIES WORDEN ER (LOKAAL) INGEZET ................................................................................. 11 3.1.1 Wapeninleveracties en campagnes ........................................................................................
11 3.1.2 Schoolveiligheidsconvenant, kluiscontroles, COPS en lessen Halt en OM............................... 11 3.1.3 Inzet Jongerenwerk ................................................................................................................. 12 3.2 HOE WORDT ER LOKAAL SAMENGEWERKT? ............................................................................................... 12 3.2.1 Groepsaanpak Geere & Tref ................................................................................................... 12 3.2.2 Nieuw Perspectief (oplossingsgerichte en lokale persoonsgerichte aanpak) ......................... 12 3.2.3 Overzicht overige zorg- en veiligheidsoverleggen .................................................................. 14 3.3 VRAGEN EN KANTTEKENINGEN ............................................................................................................... 15 3.3.1 Vinden we nog aansluiting bij de online leefwereld van jongeren? ....................................... 15 3.3.2 Hoe houdbaar zijn gebiedsgebonden projecten? ................................................................... 15 3.3.3 Het proces van vroegsignalering tot interventie lijkt onvoldoende duidelijk en kwetsbaar ... 15 3.3.4 De relatie met het Middelburgs Model ...................................................................................
16 4 VOORGESTELDE AANPAK ‘VAN BEWUSTWORDING TOT INTERVENTIE’ ........................................... 17 4.1 INZETTEN OP BEWUSTWORDING EN PREVENTIEVE INTERVENTIES .................................................................. 17 4.1.1 Landelijke campagnes en wapeninleveracties ........................................................................ 18 4.1.2 Lokale campagnes en wapeninleveracties ............................................................................. 18 4.1.3 Meld Misdaad Anoniem Campagne ....................................................................................... 18 4.1.4 OM-lessen Wie Grijpt In / Leskaart Wapens en Geweld ......................................................... 19 4.1.5 Kluis en tassencontroles middelbare scholen* ...................................................................... 20 4.1.6 Inkopen structurele voorlichting en adviesuren Halt ............................................................. 20 4.1.7 Halt en Jongerenwerk Project Samen bloeien ........................................................................ 21 4.1.8 Weerbare Jeugd & Hackshield ................................................................................................ 22 4.2 VROEGSIGNALEREN EN MELDEN..............................................................................................................
22 4.2.1 Leersessies / netwerkbijeenkomsten ...................................................................................... 22 4.2.2 Signalerings- en interventiematrix wapenbezit en gebruik 12-23 jarigen .............................. 23 4.2.3 Routeteam 2022 .................................................................................................................... 23 4.3 PERSOONSGERICHT INTERVENIËREN ........................................................................................................ 24 4.3.1 Het inrichten van de persoonsgerichte aanpak (lokale PGA).................................................. 24 4.3.2 Leer/werkstraf Halt (ontmoedigen verkoop messen door ondernemers)............................... 24 4.3.3 Messenverbod APV en last onder dwangsom......................................................................... 25 4.3.4 In principe dagvaarden minderjarigen bij overtreding WWM ................................................ 25
3
4.3.5 Persoonsgerichte aanwijzing preventief fouilleren ................................................................. 26 5. BEGROTING................................................................................................................................... 27 6. PRIORITERING & PLANNING.......................................................................................................... 27 6.1 WERKGROEP BEWUSTWORDING EN VOORLICHTING STARTEN........................................................................ 28 6.2 INVENTARISATIE ROUTETEAM EN VOORSTEL LOKALE PGA ............................................................................ 28 6.3 ADVIESVRAGEN / OVERIG ...................................................................................................................... 28 BRONNEN .......................................................................................................................................... 28
4
Samenvatting Wat is het probleem? Er zijn zorgen over het bezit en gebruik van (steekwapens) onder jongeren in Middelburg en het normaliseren daarvan. Dit past in een bredere maatschappelijke zorg over de verharding van jeugdcriminaliteit. Motieven voor het bezit en gebruik van steekwapens zijn: zelfbescherming, groepsdruk en status. Maar het dragen van steekwapens zorgt juist voor onveiligheid en vergroot het risico om bij geweldsincidenten betrokken te raken.
Er bestaat in Middelburg (nog) geen structurele en integrale werkwijze waarbij professionals in het sociaal domein en het veiligheidsdomein signalen van risicovol gedrag tijdig met elkaar delen, duiden en daarop interveniëren. Dit bemoeilijkt de preventieve aanpak van steekwapenproblematiek en jeugdcriminaliteit in zijn algemeenheid.
Wat willen we bereiken? Minder steekwapenincidenten vanaf 2022 Jeugdcriminaliteit voorkomen door vroegsignalering en een persoonsgerichte aanpak (PGA) die is ingebed in het Middelburgs Model (sociaal domein). Wat gaan we daarvoor doen? Om de doelen te bereiken wordt geïntervenieerd op de volgende sporen met bijbehorende interventies 1.
Bewustwording en preventie Wapeninleveracties
2.
Kluiscontroles
Signalerings en interventiematrix toepassen
Lokale campagnes met lokale mensen + toolbox scholen
Inventarisatie routeteam ‘verzamelen, verrijken en doorzetten van zorgmeldingen’.
Structurele voorlichting op scholen (groep 7 en 8 en 1 en 2 voortgezet onderwijs) Hackshield
Vroegsignaleren en melden
Leersessies / netwerkbijeenkomsten over preventie jeugdcriminaliteit
3.
Persoonsgericht Interveniëren. Herijken en inrichten lokale persoonsgerichte aanpak binnen het sociaal domein / Middelburgs Model. Betreft casuïstiek die te veeleisend is voor het sociaal team, maar te licht voor het Zorg- en Veiligheidshuis Specifieke leer/werkstraf Halt
Onderzoeken mogelijkheid dagvaarden minderjarigen bij steekwapenbezit (OM) Onderzoek persoonsgerichte aanwijzing preventief fouilleren na veroordeling Wet Wapens en Munitie (OM) Onderzoek APV-messenverbod en last onder dwangsom
Wanneer is het klaar? Een deel van de genoemde interventies kunnen binnen een halfjaar gerealiseerd worden. Andere onderdelen vergen meer tijd vanwege een mogelijk besluitvormingstraject dat daaraan vooraf gaat. De prioriteit ligt bij (1) het uitwerken van lokale campagnes en de inkoop van voorlichtingslessen, (2) het monitoren van de inventarisatie routeteam en de eventuele borging ervan, (3) het herijken en inrichten van de persoonsgerichte aanpak. Om te sturen op het uitvoeren van de interventies moet een lokale werkgroep geformeerd worden met gemeente, politie en jongerenwerk als kernspelers. Wat zijn de kosten? De geschatte kosten bedragen naar schatting €90.000,- per jaar. Belangrijke kanttekening hierbij is dat het overgrote deel van de kosten in personeelskosten zit vanwege de mogelijke inzet van een expert lokale persoonsgerichte aanpak (0.5 fte) en de inkoop van voorlichting op scholen.
5
1 Inleiding en doel 1.1 Waarom een plan van aanpak ter preventie van steekwapengeweld De afgelopen jaren nemen landelijk en ook lokaal in Middelburg de zorgen toe over steekwapenbezit en onder jongeren. Deze zorgen zijn gebaseerd op een toename van het aantal geregistreerde incidenten en de constatering van professionals dat steekwapenbezit lijkt te normaliseren. In dit plan van aanpak wordt de aard en omvang van de problematiek geschetst evenals de oorzaken die daaraan ten grondslag liggen. Vervolgens wordt een concreet doel en handelingsperspectief geschetst om steekwapengeweld (en deels jeugdcriminaliteit in brede zin) het hoofd te bieden. 1.2 Doel Dit plan van aanpak heeft specifiek als doel steekwapenincidenten en jeugdcriminaliteit te voorkomen door vroegsignalering en (persoons) gerichte interventies. 1.3 Opdrachtgever, opdrachtnemer en betrokkenen bij het plan van aanpak Opdrachtgeverschap Bestuurlijk opdrachtgever van het plan van aanpak is burgemeester Harald Bergmann. In maart 2021 heeft de gemeenteraad middelen vrijgemaakt om dit plan van aanpak op te stellen. De ambtelijk opdrachtgever is het afdelingshoofd Wijk en Bestuur. Opdrachtnemer De opdrachtnemer van het plan van aanpak is de extern projectleider jeugd en veiligheid vanuit Heibeladvies (Martijn Simons). De doorlooptijd van de opdracht ligt tussen november 2021 en april 2022.
Daarna volgt de fase van uitvoering. Betrokken partijen Voor het opstellen van het plan van aanpak is gesproken met: Collega’s van de afdeling Wijk en Bestuur (Wijkgericht werken en Openbare Orde en Veiligheid) Collega’s van de afdeling Samenleving (Toegang, Jeugd en Onderwijs, Zorg, Preventie) Collega’s van de afdeling Toezicht en Vergunningverlening Politie Veiligheidshuis Veilig Thuis Openbaar Ministerie Riec Zeeland-West Brabant Halt Jongerenwerk Reclassering Tijdens een seminar over online straatcultuur en geweld op 8 maart 2022 zijn naast bovengenoemde partijen ook de volgende partijen geïnformeerd over de opdracht. Voortgezet Onderwijs, Orionis, Maatschappelijk Werk, Juvent, Woongoed, Raad voor de Kinderbescherming en de Reclassering (algemeen, verslaving en jeugd), Jeugdbescherming West. Van deze organisaties zijn bij de afdeling wijk en bestuur de namen van medewerkers beschikbaar in verband met de uitvoering van het plan van aanpak en het organiseren van netwerkbijeenkomsten.
2 Hoe ziet het probleem eruit? De afgelopen jaren nemen landelijk en ook regionaal en lokaal in Middelburg de zorgen over steekwapenbezit en het plegen van gewelddadige delicten/steekincidenten onder jongeren toe. Voorbeelden hiervan zijn de overval van 21 augustus 2020 op een juwelier in Middelburg waarbij twee medewerkers met een mes werden neergestoken door een 15-jarige. Andere voorbeelden zijn een steekincident in Goes waarbij een 15-jarige werd aangehouden als verdachte van het neersteken van een minderjarige en het dieptepunt vormde een steekincident op 9 januari 2022 waarbij een 15-jarige jongen werd doodgestoken door twee minderjarige verdachten Ook constateert de politie dat er tussen jeugdgroepen uit Middelburg en naburige gemeenten regelmatig sprake is van hoogoplopende conflicten die niet alleen via sociale media worden uitgevochten, maar soms ook fysiek met gebruikmaking van steekwapens. Dit gebeurde
6
bijvoorbeeld in Goes in september 2020 tijdens de kermis (Gunst, 2022). In dit hoofdstuk schetsen we de context bij deze ontwikkelingen en zorgen. Hiervoor gebruiken we politiecijfers en wetenschappelijke inzichten over (steek)wapengeweld onder jongeren. 2.1 Wat verstaan we onder een steekwapen? Wanneer we in dit rapport over steekwapens spreken, houden we het op de definitie van de politie die neerkomt op: scherpe puntige voorwerpen zoals een mes (van klein tot groot), dolk, priem of (geslepen) schroevendraaier) De politie Zeeland-West-Brabant heeft voor het in beeld brengen van de cijfers een zogenaamde guery ofwel zoekslag1 door de politiesystemen gedaan om zo een zuiver beeld te krijgen van het daadwerkelijk aantal unieke steekincidenten. 2.2 Wat zeggen de cijfers? 2.2.1 Aantal incidenten met verdachten tussen de 12-18 jaar De laatste jaren ziet de politie landelijk een grillig maar stabiel patroon van 50 tot 140 steekincidenten per maand, ongeacht de leeftijd van de betrokken daders (Actieplan Wapens & Jongeren, 2020). In Zeeland ligt het totaal aantal incidenten de laatste jaren tussen de 29 en 32. Het aantal politieregistraties ligt hoger. Dat komt omdat meerdere politieregistraties betrekking hebben op één incident, doordat er bijvoorbeeld meerdere verdachten bij betrokken zijn.
Tussen haakjes staat het aantal afzonderlijke steekincidenten (Politie Zeeland-West-Brabant, 2022). Wat opvalt, is dat in tegenstelling tot andere basisteams het aantal incidenten in het basisteam Walcheren toeneemt. Registraties en incidenten
2019
2020
2021
Basisteam Walcheren Basisteam Oosterscheldebekken Basisteam Zeeuws-Vlaanderen Totaal aantal politieregistraties Totaal aantal afzonderlijke steekwapengerelateerde incidenten
16 (12) 14 (10) 10 (10) 40 32
23 (15) 30 (15) 10 (8) 63 38
26 (17) 11 (7) 11 (5) 48 29
Landelijk is er een toename van minderjarige steekverdachten en een toename van in beslag genomen messen. Dat past in het landelijk beeld waarin de geregistreerde jeugdcriminaliteit weliswaar daalt, maar waarin wel, al is het met enige voorzichtigheid, over een verharding gesproken kan worden. Immers, wapendelicten, vermogensdelicten, drugsdelicten en ernstige feiten zoals doodslag en zware mishandeling vormen een uitzondering op deze daling en laten een licht stijgende lijn zien (WODC & CBS, 2020).
Ontwikkelingen om in de gaten te houden (WODC, 2020)
Lichte vormen van jeugdcriminaliteit dalen niet verder Geen daling van zowel het aantal minderjarigen dat zelf zegt delicten te plegen als het aantal verdachten van lichte feiten zoals diefstal, vernielingen en verstoring van de openbare orde.
1
Meer jeugdigen betrokken bij wapenincidenten en ernstige geweldsmisdrijven De politie registreert meer minderjarigen die betrokken zijn bij wapenincidenten. Ook veroordeelde justitie meer minderjarigen voor ernstig geweld.
Meer jeugdigen veroordeeld voor cybercriminaliteit Veroordelingen van jeugdigen voor cyberdelicten komen weinig voor, maar nemen toe. Deze zaken zijn vaker verweven met traditionele criminaliteit
Meer buitenstrafrechtelijke afhandeling van delicten. Complexe zaken blijven bij justitie Misdrijven gepleegd door jeugdigen worden steeds vaker buiten het strafrecht afgehandeld, bijvoorbeeld door verwijzing naar Halt. Zaken die bij justitie overblijven worden wel ernstiger en complexer.
Zoektermen vrije tekstvelden: keukenmes, broodmes, hakmes, hakbijl, kapmes, vleesmes, fileermes, mes, mesje, messen, stanleymes, schilmes, aardappelschilmes(je), steekwond. Woorden modus operandi: steken / mes (steekwapen). Rollen: verdachte, slachtoffer, ontvoerde, gegijzelde, benadeelde, gewond, gewond ziekenhuis, overleden.
7
2.2.2 Hoe groot is de groep jongeren die een steekwapen draagt? Uit wetenschappelijke zelfrapportages blijkt dat wapenbezit onder jongeren om zichzelf te verdedigen relatief weinig voorkomt (3,2% van de minderjarigen en 2,8% van de jongvolwassenen). Maar vertaald naar absolute aantallen gaat het om grote aantallen. Deze percentages blijven landelijk gezien over de jaren heen nagenoeg gelijk (WODC, 2020). Er is geen reden om aan te nemen dat de genoemde percentages lokaal wezenlijk zouden afwijken. Ook in Middelburg gaat het met de meeste jongeren goed en dragen de meeste jongeren waarschijnlijk geen steekwapen. Al kan dat in de beleving van bijvoorbeeld politie en boa’s anders liggen omdat ze nu eenmaal vaker in aanraking komen met groepen jongeren bij wie het dragen van een steekwapen normaal gevonden wordt. 2.2.3 Wat weten we over het aantal en soort wapens dat aangetroffen wordt? Bij georganiseerde inleveracties in Zeeland werden het afgelopen jaar tientallen (steek) wapens ingeleverd. De laatste keer betrof het 70 wapens waarvan het overgrote deel uit messen (41) en nepvuurwapens (12) bestond. Volgens het Ministerie van Justitie en Veiligheid is er geen onderzoek bekend waaruit naar voren komt of het vooral jongeren of juist volwassenen zijn die wapens inleveren.
De politiemedewerkers die zicht hebben op wie zoal langskomen, geven aan dat het om een heel divers publiek gaat van jong tot oud. Maar hun inschatting is niet dat jongeren die bewust gekozen hebben voor het dragen van een wapen zich door wapeninleveracties op andere gedachten laten brengen. Op straat worden volgens politie en boa’s vooral nep-vuurwapens, boksbeugels en (keuken)messen aangetroffen. Haltmedewerkers herkennen dat. Het valt ze op dat in Middelburg sinds 2 jaar meer jongeren worden verwezen vanwege wapen/messenbezit. Het gaat dan vooral om nep-vuurwapens, boksbeugels en (keuken)messen. De jongeren, meestal jongens, die vanwege wapen/messenbezit verwezen worden zijn vaak erg jong (leeftijd 12 tot 14 jaar) en hebben dan voor het eerst contact met de politie. En jongeren die voor andere strafbare feiten voorbij komen kennen volgens Halt bijna allemaal leeftijdsgenoten die met messen op zak lopen.
Foto Politie Zeeland-West-Brabant
2.2.4 Registratieffecten Een belangrijke kanttekening bij de cijfers over steekwapengeweld is dat het registreren van steekincidenten in politiebronnen niet altijd op dezelfde manier gebeurt. “Er kan sprake zijn van een registratie-effect omdat de politie sinds 2019 delicten die verband met elkaar houden (drugs en wapenmisdrijven) niet meer in één gezamenlijke, maar in afzonderlijke registraties registreert. Dit kan onder andere geleid hebben tot stijging van registraties van verdachten van drugs als wapenmisdrijven apart, terwijl de incidenten mogelijk samenhangen ( Roks & Van den Broek, 2020)”.
2.3 Wat is de (lokale) context bij het bezit en gebruik van steekwapens door jongeren Steekwapens en slagwapens worden vaker voor expressief geweld gebruikt. Daarbij wordt sterk gehandeld vanuit emotie, in tegenstelling tot het gebruik van vuurwapens die vooral bij instrumenteel geweld worden ingezet. Dit is belangrijk om te weten. Immers, geweldpleging vanuit emotie is lastiger te beteugelen (Actieplan Wapens & Jongeren, 2020). Maar waarom kiezen sommige jongeren er überhaupt voor een wapen te dragen? En welke invloeden spelen hierbij een rol? 2.3.1 Verdediging en profilering als motief Er zijn twee belangrijke motieven die een rol spelen in het bezit en gebruik van (steek) wapens. (Pleysier, 2021). Deze motieven zien we ook terugkomen in een studie naar Rotterdamse
8
jongeren, drill en geweld in het digitale tijdperk (Roks & Van den Broek, 2020). “Het gaat in de eerste plaats om verdediging. Sommige jongeren denken dat het veiliger is. Zeker in verstedelijkte omgevingen en wanneer de persoon in kwestie al eens in een onveilige situatie terechtkwam, steken onveiligheidsgevoelens sneller de kop op en denkt de jongere zich met een wapen te kunnen verdedigen”. Dit wordt bevestigd door jongerenwerkers uit Middelburg die regelmatig met jongeren spreken over steekwapenbezit. In 2020 gebruikten ze de campagne #NoShank, (straattaal voor ‘geen wapen’) om het gesprek te voeren over groepsdruk en het gevaar van meegaan in de spiraal van angst en geweld. Jongeren bevestigen dat ze uit angst om in een conflict terecht te komen, kiezen voor het dragen van een steekwapen: “Op het station weet ik gewoon niet wat er ’s avonds gebeurt, dan draag ik wel liever een mes bij me voor de zekerheid”. Ook de nieuwsberichten spelen een rol. “Ik zag gewoon op het nieuws dat het in mijn omgeving steeds gekker werd met incidenten waarbij een wapen werd gebruikt” (Gunst, 2022). In de tweede plaats gaat het om profilering en stoerdoenerij. “In sommige vriendengroepen zal een mes meenemen echt afgekeurd worden, waardoor iemand het de dag nadien weer gewoon thuislaat. In andere kringen wordt het 'cool' gevonden, waardoor het gedrag bevestigd wordt.
Dat kan zorgen voor een negatieve spiraal met steeds meer wapens. Het kan ook gebeuren dat jongeren zich spiegelen aan films of muziekgenres waarin messen een grotere plaats hebben. Maar wanneer fictie en realiteit echt door elkaar beginnen te lopen, dan spelen er doorgaans ook andere problematieken mee”(Pleysier, 2021). Grote risicofactor vormen dus leeftijdsgenoten en vrienden die wapens dragen. Want dat kan bijdragen aan de overtuiging van jongeren dat het dragen van wapens normaal en aanvaardbaar is en dat ze dus ook zelf een wapen gaan dragen. Ze willen er nu eenmaal bij horen. Bovendien kan het dragen van wapens ook nog eens statusverhogend werken binnen een groep (Dijkstra et al, 2012). Ook die bevindingen komen terug uit het Zeeuwse onderzoek van Gunst (2022): “Sommige jongens doen het vooral voor de status in de groep, want als je een mes bij je hebt dan ben je stoer, je krijgt dat een bepaalde status. Zo van, kijk ik heb een wapen dus probeer mij niet te focken”. 2.3.2 Schijnveiligheid Uit onderzoek blijkt dat het dragen van wapens schijnveiligheid creëert. “Het leidt vooral in panieksituaties eerder tot gebruik met alle gevolgen van dien. Wie een wapen bezit voelt zich zelfverzekerder en kiest minder snel voor de-escalatie of gewoon weggaan”. (Actieplan Wapens & Jongeren, 2020). Zeker in combinatie met een jonge leeftijdscategorie is dat risicovol.
Volgens (Pleysier, 2021) weten we uit criminologisch onderzoek dat jongeren tussen 16 en 21 jaar op het vlak van impulscontrole en zelfbeheersing nog niet volwassen zijn. Dat hangt samen met neurologische ontwikkelingen. Sommige jongeren denken misschien dat ze veiliger zijn met een mes op zak, maar het kan hen in nog grotere problemen brengen. De uitspraak van één van de verdachten uit het onderzoek van Gunst (2022) maakt dat pijnlijk duidelijk: “ik besefte pas wat ik gedaan had toen ik het bloed zag”. 2.3.3 De invloed van drillrap, sociale media en gewelddadige games In het Actieplan Wapens en Jongeren (2020) staat dat er een negatieve invloed wordt toegeschreven aan de verheerlijking van wapens en geweld door drillrap groepen. “Drillrap is een subgenre van hiphop en kent zijn oorsprong in Chicago. Het ontstond uit armoede, ruzie en geweld. In drill wordt geweld verheerlijkt en dagen verschillende bendes elkaar constant uit tot het plegen van geweld”2. Maar hoe zit dat eigenlijk met de relatie tussen drillrap en geweld? Deze vraag wordt beantwoord met o.a. Rotterdams onderzoek naar de relatie tussen muziek, geweld, straatcultuur en social media. In dit onderzoek bleven de de onderzoekers dicht bij de leefwereld en belevingswereld van jongeren (Roks & Van den Broek, 2020). Hieronder volgen een aantal inzichten. 1.
Op basis van de cijfermatige ontwikkelingen van steekincidenten in Nederland valt nog niets te zeggen over de invloed van de opkomst van drill in Nederland.
2.
Veel geweld dat door drillers in hun muziek en op hun sociale media tot uitdrukking wordt gebracht, is eerder gericht op het communiceren van een gevaarlijk en gewelddadig imago dan op een daadwerkelijke bereidheid tot het plegen van fysiek geweld zelf. Ze zinspelen op hun betrokkenheid bij criminele activiteiten. Bijvoorbeeld door om pinpassen te vragen (geldezels ronselen), drugs aan de man te brengen en het belachelijk maken van politie en justitie, maar ook door de indruk te wekken dat ze niet terugdeinzen voor geweld door wapens
2
Drillrap - Ze laten iets zien waar we de ogen liever voor sluiten: Wegwijzer Jeugd en Veiligheid
9
in beeld te brengen. Wat verder opvalt, is het belang van lokaliteit. De onderzoekers valt op dat in clips veel wordt verwezen naar straten, OV-zones en pleinen. 3.
Onschuldig is bovenstaande allerminst. Gevaarlijke en gewelddadige poses in muziek en op social media kunnen namelijk wel resulteren in fysiek geweld. Dit risico wordt volgens onderzoekers vergroot in het geval de authenticiteit van drillers publiekelijk in twijfel wordt getrokken, maar vooral wanneer de ruziënde partijen elkaar fysiek treffen. Daarnaast kan de gewelddadige digitale content (die nu eenmaal moeilijk uitwisbaar is) betrokken jongeren nog levenslang achtervolgen waardoor het bijvoorbeeld moeilijk wordt om een normale baan te krijgen.
4.
Tijdens een lezing op 8 maart 2022 in Middelburg gaf onderzoeker Jeroen van den Broek aan dat het voor de aanpak van steekwapenproblematiek en jeugdcriminaliteit in het algemeen vandaag de dag belangrijk is om als professional de online leefwereld van jongeren te kennen en daar ook te zijn. Niet in de laatste plaats vanwege het kunnen opbouwen van een vertrouwensband. Daarnaast luidde het advies om stevig in te zetten op preventie
De belangrijkste conclusie is dat het niet zozeer de drillrap is die tot steekwapenincidenten leidt maar veel eerder het maandenlange sociale mediagedrag van jongeren dat als een kathalysator werkt in de escalatie van conflicten. Deze conclusie roept ook in Middelburg herkenning op. Ook hier gingen aan sommige steekwapenincidenten online conflicten tussen jongerengroepen vooraf 3. 2.3.4 Biologische, psychologische en sociale factoren Bij de verklaring van crimineel gedrag gaat het altijd weer om biologische, psychologische en sociale factoren zoals intelligentie, verslaving en criminele vrienden. (Moors, Rovers & Bouwman, 2019). Wanneer we dit betrekken op jongeren en steekwapenincidenten zijn de volgende inzichten relevant. 1.
Biologische en psychologische factoren. Het brein van pubers is nog volop in ontwikkeling. Ze kunnen de gevolgen van hun gedrag niet altijd goed overzien. Vooral impulsiviteit speelt hierbij een grote rol. Volgens Gunst (2022) zien we dat ook terug in de beredenering van jongeren om een steekwapen te dragen. Ze zien de gevaren niet in en lopen door het dragen van een steekwapen een grote kans om bij geweldsdelicten betrokken te raken. Ook intelligentie en de mate waarin jongeren beïnvloedbaar zijn spelen een grote rol.
2.
Sociale factoren. Waar staat de wieg van jongeren? In welke gezinsomgeving of buurt groeien ze op? Met welke vrienden gaan ze om? Hebben ze sterke sociale bindingen? Het risico op het gebruik van geweld neemt toe als jongeren in een gewelddadige omgeving van gezin en/of vrienden opgroeien, gepest worden of gameverslaafd zijn (Lemmens, 2010). Bij drillrap zie je bijvoorbeeld duidelijk dat er gerefereerd wordt aan omgevingen met armoede en geweld en de harde wereld van de straat waarin je status verwerft door betrokken te zijn of betrokkenheid te suggereren bij criminele activiteiten en geweld.
3.
Begin 2022 verscheen de WODC-publicatie Do or don’t met daarin alle onderbouwde risicofactoren en beschermende factoren voor jeugdcriminaliteit en de doorgroei naar georganiseerde misdaad samengevat. Een must-read voor zorg en veiligheidsprofessionals.
2.3.5 Steekwapenproblematiek en de bredere context van jeugdcriminaliteit Het is van belang op te merken dat het met de meeste jongeren in Middelburg goed gaat en dat we in dit plan van aanpak spreken over een relatief kleine groep jongeren die op meerdere levensgebieden problemen heeft. Professionals wijzen er daarom op om de steekwapenproblematiek niet geïsoleerd te benaderen maar juist in een bredere context van jeugdcriminaliteit. Zie hiervoor ook paragraaf 2.2.1. Ze wijzen op het belang van vroegsignalering, het delen van informatie en adequaat reageren. Een signaal van een jongere die op school een mes bij zich heeft of zich ineens anders gedraagt, kan staan voor een dieperliggend probleem zoals betrokkenheid bij drugshandel. Tijdig ingrijpen, voorkomt dat jongeren via de harde straatwereld binnen een tijdsbestek van enkele maanden in een fuik van zwaardere criminaliteit en geweld belanden.
3
In deze clips is een groep uit Vlissingen te zien. Wat opvalt, is dat in de tweede link wordt gerefereerd aan betrokkenheid bij een steekwapenincident op de kermis in Goes waarbij een beveiliger werd neergestoken https://youtu.be/m1hxnMrAbIg / https://youtu.be/jJRKA-lYJTE
10
“Van kleine criminaliteit ging het naar steeds groter. Steeds gedurfder, steeds meer risico. Met in zo’n loopbaan ook meerdere interventie-mogelijkheden om ze er uit te trekken. Dat is niet meer zo. Het gaat nu van nul naar honderd in een tempo, dat kun je je niet meer voorstellen. Voorheen begon iemand nog weleens met diefstal uit bijvoorbeeld een kleedkamer van een sportclub. En dan werd het na een tijdje inbraken en dan weer wat later overvallen. Waarna ze vervolgens uitkwamen bij de echte, zware vaak georganiseerde criminaliteit. Vaak gelieerd aan de drugshandel, zo’n loopbaan besloeg een paar jaar en er waren meerdere momenten voor onderwijs, hulpverlening en het justitiële proces om zo’n pad af te buigen de goede kant weer op. Nu zien ze dat jeugd bereid is om een bedreiging met een vuurwapen te doen voor een paar honderd euro. Of een aanslag met een brandbom voor net zo weinig. En dat zijn jonge knapen. Dus, we hebben met z’n allen niet meer zo heel veel tijd en gelegenheid om in te grijpen. Signaleren en ingrijpen in een vroeg stadium is zó belangrijk” (teamleider opsporingsonderzoeken in Tijdschrift Fuik, 2021).
3 Wat doen we nu al aan het probleem en wat kan er beter? In dit hoofdstuk gaan we in op bestaande interventies en de lokale samenwerking. In de afsluitende paragraaf worden een aantal suggesties ter verbetering genoemd die in hoofdstuk 4 verder uitgewerkt worden. 3.1 Welke interventies worden er (lokaal) ingezet Er bestaat een keur aan interventies en manieren van samenwerking om jongeren te ontmoedigen steekwapens te dragen, zich met andere vormen van criminaliteit bezig te houden en perspectief te geven op een gezonde en veilige toekomst. De belangrijkste worden hier behandeld. 3.1.1 Wapeninleveracties en campagnes De gemeente Middelburg doet mee aan landelijke wapeninleveracties. Hiervoor is een landelijk draaiboek beschikbaar dat ieder jaar onder leiding van de gemeente (OOV) wordt uitgevoerd. Deze inleveracties worden langzamerhand een routineklus (in de positieve zin van het woord). Politie, OM, gemeente en het Ministerie van J&V zijn goed op elkaar ingespeeld. De landelijk geïnitieerde wapeninleveracties gaan gepaard met een campagne. In 2021 betrof het de campagne ‘Drop je knife, doe iets met je life’. Deze campagne wordt door professionals niet goed ontvangen omdat ze zien dat het jongeren nauwelijks raakt.
Dat brengt direct de vraag met zich mee of toekomstige wapeninleveracties niet voorzien moeten worden van een lokale campagne met lokale invloedrijke sleutelfiguren. Jongerenwerkers en wijkagenten vinden van wel en hebben daar ook ideeën en namen4 voor. Er zijn in het land goede voorbeelden van campagnes waar gemeenten op kunnen aansluiten. Eén daarvan betreft de campagne youchoose die in hoofdstuk vier aan de orde komt. Ook zijn er concrete ideeën om zelfstandig wapeninleveracties te organiseren buiten de landelijke campagne om. Deze ideeën ontstonden na het tragische steekincident waarbij begin januari 2022 een 15-jarige jongen om het leven kwam. 3.1.2 Schoolveiligheidsconvenant, kluiscontroles, COPS en lessen Halt en OM In het schoolveiligheidsconvenant Walcherse scholen (voortgezet onderwijs) zijn afspraken gemaakt over het melden van strafbare feiten, de (preventieve) aanpak van alcohol en drugs, fysiek en verbaal geweld, grensoverschrijdend gedrag, radicalisering, cyberpesten, sexting, drillrap en wapenbezit (waaronder messen). Dit convenant is eind 2021 opnieuw ondertekend en biedt een optimale kapstok om samen te werken aan de meeste belangrijke maatschappelijke veiligheidsthema’s op en rond scholen.
In artikel 2:11 wordt een grondslag voor kluiscontroles gegeven: “De school behoudt zicht het recht voor om eventueel ter beschikking gestelde schoolkluizen te openen bij georganiseerde periodieke kluiscontroles of wanneer hier anderszins 4
Een van de namen die is genoemd betreft de Middelburgse rapper Cyclo B. Er zijn door jongerenwerk ook namen genoemd van zogenaamde ‘ervaringsdeskundigen’ die hun verhaal willen doen.
11
aanleiding toe is. De politie kan ter assistentie bij de kluiscontroles aanwezig zijn” De politie maakt al gebruik van de mogelijkheid om bij kluiscontroles te assisteren en wil dat in de toekomst blijven doen in het kader van het COPS-project. Dat houdt in dat jeugdagenten langsgaan op scholen in het voortgezet onderwijs en op een laagdrempelige manier benaderbaar zijn voor jongeren en docenten. Met scholen in het voortgezet onderwijs en het basisonderwijs zijn nog geen afspraken gemaakt over voorlichting en preventie ten aanzien van de voornoemde thema’s. Dit wordt vooral aan scholen zelf overgelaten. Uitzondering hierop vormen de vuurwerklessen van Halt. Het verdient aanbeveling om met alle scholen uit het voortgezet onderwijs en het basisonderwijs nadere afspraken over te maken over voorlichting en preventie. Bijvoorbeeld via Halt-preventielessen die als een doorlopende leerlijn vanaf groep 7 tot en met de tweede klas van het voortgezet onderwijs gegeven kunnen worden. In Middelburg werkt basisschool de Wilgenhof met het zogenaamde IMC-basisproject waarbij leerlingen uit groep 7 en 8 iedere week les krijgen van professionals uit verschillende werkgebieden. Ook het Openbaar Ministerie gaat op die scholen langs. De vraag is of het voor deze scholen wenselijk en haalbaar is om daarnaast ook nog aan de Haltlessen mee te doen.
Voor middelbare scholen en het MBO biedt het OM daarnaast de lessenserie ‘Wie Grijpt In’ aan. Daarmee worden jongeren uitgedaagd om, aan de hand van thema’s en onderwerpen die raakvlakken hebben met hun eigen leefwereld, na te denken over de Nederlandse rechtstaat, een veilige samenleving en hun eigen rol in de samenleving. Tevens heeft het OM een leskaart ontwikkeld die docenten zelfstandig kunnen inzetten, bijvoorbeeld in de week waarin de kluiscontroles plaatsvonden of de wapeninleveracties gepland staan. De leskaart is kosteloos toe te voegen aan lokale campagnes. De lessenserie Wie Grijpt In vraagt per arrondissementsparket aparte financiering. 3.1.3 Inzet Jongerenwerk Jongerenwerk in Middelburg heeft in het verleden gewerkt met de campagne #NoShank, (straattaal voor ‘geen wapen’) om het gesprek te voeren over groepsdruk en het gevaar van meegaan in de spiraal van angst en geweld. Het jongerenwerk is een onmisbare schakel bij de preventie van steekwapengeweld en jeugdcriminaliteit. Niet alleen bij het opzetten van lokale campagnes, het mede faciliteren van wapeninleveracties in de jeugdcentra, maar vooral in het kader van vroegsignalering, outreachend werken op de momenten dat jongeren op straat zijn en het bieden van hulp en ondersteuning.
Het is belangrijk om als gemeente met het jongerenwerk duidelijke afspraken te maken over het aantal uren outreachend werken (offline en online).In gesprekken met politie, jongerenwerkers en medewerkers van de gemeente werden vraagtekens gezet bij het aantal uren dat jongerenwerkers daadwerkelijk op straat en op het web zijn.
3.2 Hoe wordt er lokaal samengewerkt? In deze paragraaf kijken we naar de verschillende overleggen waarin er wordt samengewerkt op het gebied van persoonsgericht interveniëren bij (jeugd)criminaliteit en overlast. 3.2.1 Groepsaanpak Geere & Tref Sinds april / mei 2021 ervaren inwoners en ondernemers in het Tref- en Geere gebied veel overlast van jongeren. Daarom is ook voor dit gebied met politie (wijkagent), Welzijn Middelburg (jongerenwerk) en Woongoed(wijkbeheerder) een plan van aanpak gemaakt om de overlast terug te dringen. De basis hiervoor vormt het 7-stappenmodel dat ingaat op: groepskenmerken, impact op de buurt, criminaliteit en houding en psychosociale problematiek. Interventies die worden ingezet zijn: stopgesprekken, gebiedsverboden en gelegenheidspreventie maatregelen zoals hekken, verlichting, camera’s etc. Professionals geven aan dat de groep zeer snel van samenstelling wisselt en verplaatst en dat het daardoor ‘dweilen met de kraan open is’. Dat komt overeen met wat in wetenschappelijke literatuur over jongerengroepen wordt geschreven. 3.2.2 Nieuw Perspectief (oplossingsgerichte en lokale persoonsgerichte aanpak) Nieuw Perspectief voorziet sinds begin 2021 in een projectmatige integrale aanpak van problematische jeugdgroepen in de wijk Dauwendale.
De aanleiding was de voortdurende overlast van jongeren die ongevoelig bleken voor autoriteiten zoals politie, de burgemeester of een leerkracht. Contacten met politie en justitie werkten voor hen zelfs statusverhogend. Bovendien bleken deze jongeren, net als hun ouders, vaak zelf zorgmijdend (Notitie Nieuw Perspectief, 2020). Jaren geleden is een vergelijkbare aanpak gestopt omdat de overlast nagenoeg verdwenen was. Nu hebben jongere broers en zussen het slechte voorbeeld overgenomen en is de problematiek
12
van intimidatie, overlast en criminaliteit weer onverminderd actueel. Deze constatering wordt breed gedeeld en veel professionals betreuren het dat deze aanpak niet is doorontwikkeld. Vooral omdat ze zagen dat je met elkaar jongeren daadwerkelijk perspectief kunt geven. “Uit die vorige groep hebben we echt jongens uit de criminaliteit gehaald. Zo kwamen we erachter dat één van die gasten eigenlijk heel graag schipper wilde worden. Hij heeft via begeleiding vanuit de Reclassering z’n binnenvaartpapieren gehaald, is getrouwd, heeft kinderen en vaart nu als kapitein op de binnenvaart, daar doe je het toch voor als professional”.
In opdracht van de lokale driehoek is per 1 januari 2021 de aanpak onder de noemer ‘Nieuw Perspectief’ alsnog teruggekeerd. Nieuw Perspectief bestaat uit enerzijds een oplossingsgerichte aanpak (OGA) en anderzijds een persoonsgerichte aanpak (PGA) die in directe verbinding staan met elkaar. Het overkoepelende doel van Nieuw Perspectief is: het beschermen van de buurt en perspectief bieden aan betrokken jongeren.
Oplossingsgerichte aanpak (OGA) Deze aanpak is bedoeld voor jongeren die nog geen strafrechtelijke kader hebben, maar zich door hun gedrag wel richting het criminele pad begeven en problemen op 1 of meerdere levensgebieden hebben. Deze jongeren worden actief opgezocht door bijvoorbeeld de wijkagent en het maatschappelijk en kunnen vrijwillig een persoonlijk plan laten maken met behulp van een casusregisseur5 en steun vanuit het netwerk. In dit plan staat het perspectief van de jongere centraal. Het gaat daarin bijvoorbeeld om het behalen van startkwalificaties, het vinden van werk, zelfstandig wonen etc. Betrokken Partijen Gemeente Middelburg
Functies Voorzitter overleg
Organisatieonderdeel Samenleving
,,
Procesregisseur6
Toegang in Middelburg
Leerplichtambtenaar
RBL (Leerplicht)
Politie
Wijkagent
Basisteam Walcheren
Welzijn Middelburg
Jongerenwerker
Jongerenwerk
Casusregisseurs vanuit diverse (jeugd) zorg en hulpverleningsorganisaties
Lokale persoonsgerichte aanpak (PGA) Deze aanpak is bedoeld voor jongeren die al meerdere malen met politie in aanraking gekomen zijn en/of een strafrechtelijk kader hebben. Deze jongeren kunnen vrijwillig of via drang en dwang aan een persoonlijk plan werken met behulp van een casusregisseur en steun vanuit het netwerk. Een belangrijk doel van de PGA is een goede afstemming tussen zorg en veiligheid, zodat preventieve en justitiële interventies elkaar versterken en prioriteiten (zoals bijvoorbeeld opsporing) worden afgestemd en opgevolgd. Via Toegang in Middelburg (TIM) is de link tussen OGA en PGA gewaarborgd. Betrokken Partijen Gemeente Middelburg
Functies Voorzitter overleg
Organisatieonderdeel Wijk en Bestuur (OOV)
,,
Linking-pin OGA
Toegang in Middelburg
Zorg en Veiligheidshuis
Procesregisseur
Politie
Operationeel Specialist
OM
Parketsecretaris
Basisteam Walcheren en Districtsrecherche Interventies
Casusregisseurs vanuit diverse (jeugd) zorg en hulpverleningsorganisaties
Hoewel de lokale persoonsgerichte aanpak bestuurlijk is vastgesteld onder de paraplu van Nieuw Perspectief en de inrichting in de basis staat, is er op de volgende onderdelen nog nadere
13
uitwerking nodig: doelgroep en aanmeldcriteria, de op- en afschaling van casuïstiek, werkwijze en het delen van persoonsgegevens, het beschikbare hulpaanbod en de plaats van de persoonsgerichte aanpak binnen de uitvoering van zorg en welzijn in Middelburg.
5 De casusregisseur is als hulpverlener direct betrokken en is gericht op de dagelijkse zaken 6 De procesregisseur beweegt op tactisch niveau en geeft regie op afstand. Stuurt op resultaten, proces en
samenwerking.
3.2.3 Overzicht overige zorg- en veiligheidsoverleggen5 Overleg
Toelichting
Belegd bij
Oplossingsgerichte aanpak
Zie paragraaf 3.2.2
Persoonsgerichte aanpak
Zie paragraaf 3.2.2
Ketenaanpak woonoverlast
Overleg met politie, corporaties, bemiddeling en zorg om ernstige vormen van woonoverlast tegen te gaan als gevolg van anti-sociaal gedrag/oneigenlijk gebruik. Afstemmingsoverleg met partners binnen de openbare geestelijke gezondheidszorg zoals Emergis, Toegang in Middelburg, corporaties, Leger des Heils, Maatschappelijk werk etc. O.a. naar aanleiding van de politiemeldingen over personen met verward gedrag (code E33)
Gemeente Middelburg (Samenleving) Gemeente Middelburg (OOV) Gemeente Middelburg (OOV)
OGGZ-overleg / E33 overleg
Meldpunt zorgwekkend en verward gedrag en Meldpunt voor de Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg
Betreft 1) het regionaal Meldpunt voor de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) wanneer vrijwillige zorg niet mogelijk is en de gemeente op basis van eigen onderzoek de officier van justitie kan vragen om bij de rechter een zorgmachtiging voor verplichte ggz te verlenen. En 2) het landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag 0800-1205.
Inclusietafel hoog risico-cliënten (ketenveldnormoverleg.)
Het doel is om een geïntegreerd en domein overstijgend zorgaanbod te organiseren voor personen van 18 jaar en ouder die zeer agressief en/of gevaarlijk gedrag (dreigen te) vertonen als gevolg van een psychische aandoening en/of een (licht) verstandelijke beperking en/of niet aangeboren hersenletsel. Dit zorgaanbod (de levensloopfunctie) kan alleen worden georganiseerd in de samenwerking tussen het sociaal domein, het forensisch domein en het veiligheidsdomein.
MDA++
De Multidisciplinaire Aanpak (MDA++ ) voorziet in een bundeling van psychosociale, medische, forensische en justitiële specialisten in de aanpak van kindermishandeling, huiselijk en seksueel geweld. De coördinatie re-integratie (ex-) gedetineerden Zeeland is, buiten het justitiële kader, een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de Zeeuwse gemeenten. Sinds 2010 wordt vanuit het Team Reintegratie (ex-) gedetineerden, gesitueerd in het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland, de nazorg gecoördineerd ten behoeve van terugkeer naar de maatschappij
Nazorg ex-gedetineerden
5
Niet uitputtend, alle leeftijden. Zie verder het jaarverslag van het Zorg en Veiligheidshuis Zeeland
14
E33 bij Zorg en Veiligheids-huis (ZVH), OGGZoverleg nu nog gemeente maar op termijn ook naar ZVH Zorg en Veiligheidshuis
Zorg en Veiligheidshuis / Veilig Thuis
Zorg en Veiligheidshuis
Leerplichtcasusoverleg
Zorg en adviesteams scholen
Het Openbaar Ministerie organiseert in het Zorg- en Veiligheidshuis het leerplichtcasusoverleg, waarin leerplichtambtenaren en traject-begeleiders van de Regionale Bureaus Leerplichtzaken (RBL’s), de Jeugdreclassering, de Raad voor de Kinderbescherming en Halt Nederland participeren. Doel is af te stemmen welke afdoening het beste past in de gegeven situatie van de jongeren Het Zorg Advies Team (ZAT) is een belangrijke schakel in de signaleringscyclus van onder andere de drie hoofdthema’s (alcohol en drugs, kwetsbare jongeren, sociale media). Via het ZAT kunnen signalen worden doorgegeven aan onder andere het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland of de lokale toegangen van de gemeenten, waar de routering van de signalen verder wordt bepaald.
Openbaar Ministerie
Scholen
3.3 Vragen en kanttekeningen
3.3.1 Vinden we nog aansluiting bij de online leefwereld van jongeren? Door het CCV is een interventiematrix gemaakt met voorbeelden van hoe om te gaan met situaties waarbij je als professional online content aantreft waarbij (steek) wapens getoond worden. Ook het schoolveiligheidsconvenant geeft daar lokaal invulling aan. De matrix is een must voor iedere zorg, onderwijs en veiligheidsprofessional die met jeugd werkt. Maar deze vraagt wel van iedere professional betrokkenheid op de online leefwereld van jongeren. Dat je weet en begrijpt dat jongeren veel minder zichtbaar zijn als vaste groep, maar zich bewegen in los-vaste netwerken en elkaar vooral op sociale media ontmoeten. Maar hoe verhoud je je daar als professional toe? Ben je bij wijze van spreken ook op de online straathoeken te vinden en begrijp je wat daar gebeurt? Politieagenten geven aan dat ook in Middelburg conflicten tussen jongeren online beginnen alvorens ze in de stad tot gewelddadige escalatie leiden. In gesprekken en tijdens een seminar over online straatcultuur en geweld op 8 maart 2022 werd duidelijk zichtbaar dat professionals behoefte hebben om hier samen met elkaar meer over te leren omdat je anders al snel met 1-0 achterstaat. 3.3.2 Hoe houdbaar zijn gebiedsgebonden projecten? Het lijkt onhoudbaar om voor ieder gebied waar overlast en criminaliteit is een apart project in het leven te roepen.
Dat vraagt de nodige menskracht die zeker bij de politie op dit moment erg schaars is. Dat roept de vraag op of Middelburg niet beter overstapt van tijdelijke projecten (Nieuw Perspectief, Geere/Tref) naar een structurele persoonsgerichte aanpak/werkwijze voor de hele gemeente. Overigens hoeft dat wijkgerichte interventies gericht op ‘schoon heel en veilig’ niet uit te sluiten. 3.3.3 Het proces van vroegsignalering tot interventie lijkt onvoldoende duidelijk en kwetsbaar Weten hoe je signalen van jeugdcriminaliteit kunt herkennen is één. Maar wat doe je er vervolgens mee? Wat professionals nodig hebben is een heldere route van signaal tot interventie. Het is positief dat in Middelburg door gemeenten, politie, OM en andere partners met het 7https://wegwijzerjeugdenveiligheid.nl/onderwerpen/jeugdgroepen/7-stappenmodelstappenmodel van de wegwijzer jeugd en veiligheid wordt gewerkt. Dit stappenplan biedt onder andere een duidingsinstrument dat ingaat op: groepskenmerken, impact op de buurt, criminaliteit en houding en psychosociale problematiek. Het is een bijzonder nuttig instrument, maar er zijn wel kanttekeningen te plaatsen bij het lokale gebruik ervan.
Want hoe pas je het toe op groepen die razendsnel van samenstelling wisselen? En in hoeverre is het bruikbaar voor vroegsignalering als professionals naar eigen zeggen signalen en zorgen niet goed genoeg delen, duiden en van acties voorzien?
15
Het is niet zo dat er onderling helemaal geen informatie wordt gedeeld. Het is alleen te persoonsafhankelijk (omdat professionals elkaar toevallig kennen maar niet omdat het georganiseerd en afgesproken is). Mogelijk spelen twee oorzaken (die elkaar beïnvloeden) een belangrijke rol. De eerste is dat professionals informatie te lang bij zich houden alvorens anderen om hulp te vragen. De tweede oorzaak ligt in het ontbreken van een heldere route van signaal tot interventie. Overigens bestond er tot een aantal jaar geleden wel een duidelijke route. Het routeteam en de gebiedsgebonden teams van Porthos •
Tot 2015 had het Zorg en Veiligheidshuis Zeeland een faciliterende rol in het verzamelen en duiden van signalen en meldingen via het zogenaamde Routeteam (provinciaal georganiseerd). Dit team bestond uit medewerkers van Veilig Thuis, Porthos en het Veiligheidshuis. Het uitgangspunt was dat casussen aangemeld konden worden bij het Routeteam, verrijkt en getrieerd werden en in onderling overleg gerouteerd werden naar de partners. Tevens werd een regiehouder aangewezen en het te volgen pad bepaald (vrijwillig, drang en dwang). Door verschillende factoren ( o.a. decentralisatie sociaal domein, nieuwe landelijke afspraken over meldingen Veilig Thuis, ontwikkelingen Porthos) kon de samenwerking via het Routeteam niet voortgezet worden.
•
Na het opheffen van het Routeteam gingen alle zorgmeldingen van de politie naar Veilig Thuis. Meldingen die na triage door Veilig Thuis niet als risicovol werden beoordeeld, werden overgedragen aan Porthos die daar met hun multidisciplinaire gebiedsteam mee aan de slag konden. Echter, Porthos bestaat niet meer en het is niet altijd duidelijk wat er precies gebeurt met de zorgmeldingen die door Veilig Thuis worden overgedragen aan de gemeente Middelburg.
•
Wat in ieder geval duidelijk wordt, is dat Veilig Thuis het laatste jaar minder zorgmeldingen via de politie ontvangt, zeker waar het gaat over ‘overige zorgen jeugd’. Ook hier kunnen meerdere oorzaken aan ten grondslag liggen (onbekendheid/onduidelijkheid over werkafspraken zorgmeldingen Veilig Thuis en Politie, onvoldoende terugkoppeling op zorgmeldingen, het ontstaan van parallelle routes om zorgen te melden etc). Met het oog op vroegsignalering zijn vooral de meldingen ‘overige zorgen jeugd’ van belang om afglijden naar criminele carrières te voorkomen.
•
Het is niet zo dat professionals in Middelburg pleiten voor één meldpunt voor jeugdcriminaliteit, maar ze pleiten wel voor een centrale plek waar meldingen en signalen verzameld, gezamenlijk besproken en van een persoonsgerichte aanpak voorzien worden.
*Tijdens het schrijven van dit plan van aanpak zijn partijen gestart met een inventarisatie van alle meldingen met de intentie om bovenstaande te verbeteren. Betrokken partijen: Veilig Thuis, Middelburg, Politie en het Zorg en Veiligheidshuis. De eventuele borging en opvolging van deze exercitie is een belangrijk aandachtspunt voor de afdelingen Samenleving en Wijk en Bestuur (OOV). Zie ook paragraaf 4.2.3.
3.3.4 De relatie met het Middelburgs Model Het Middelburgs Model beschrijft de door de raad vastgestelde kaders om passende zorg en ondersteuning voor inwoners van de gemeente Middelburg nu en in de toekomst te waarborgen. Er ligt een implementatieplan om hier vanaf 2023 op een nieuwe manier invulling aan te geven. Wat opvalt, is dat de manier waarop Nieuw Perspectief nu wordt ingevuld in zekere mate herkenbaar is binnen de hoofdstructuur van het Middelburgs Model waarin de oprichting van sociale teams de belangrijkste ontwikkeling vormt.
16
De wijknetwerken waar men binnen Nieuw Perspectief mee begonnen is, passen binnen het streven naar een sterke sociale basis.
De oplossingsgerichte aanpak toont gelijkenissen met de functie van het toekomstige sociaal team. De persoonsgerichte aanpak zal in de praktijk vaak gepaard gaan met aanvullende specialistische zorg. Opschaling kan plaatsvinden richting het Zorg en Veiligheidshuis. Afschaling richting het sociaal team.
De projectmatige aanpak van Nieuw Perspectief zou op termijn verbonden kunnen worden aan de hoofdstructuur van het Middelburgs Model. De functie van de oplossingsgerichte aanpak past in zijn geheel binnen het sociale team. Van daaruit kan een de koppeling gemaakt worden met de persoonsgerichte aanpak en de betrokken veiligheid- en zorgpartners uit het overzicht in paragraaf 3.2.3
TIM/ORIONIS
Zorg en Veiligheidshuis
Lokale PGA
Sociale Teams
Wijknetwerken
4 Voorgestelde aanpak ‘Van bewustwording tot interventie’ In dit hoofdstuk worden interventies toegelicht en uitgewerkt langs de lijnen van bewustwording tot persoonsgericht interveniëren. Sommigen van deze voorstellen zijn al in voorbereiding of gestart.
1. Inzetten op bewustwording en preventie
2. Vroegsignaleren en melden
3. (Persoons) gericht interveniëren
4.1 Inzetten op bewustwording en preventieve interventies Het inzetten op bewustwording en preventie vloeit voort uit de constatering in het voorgaande hoofdstuk dat hier in Middelburg nog structurele verbetering mogelijk is die relatief eenvoudig gerealiseerd kan worden. Bewustwording en preventie is van belang om jongeren de juiste informatie te verstrekken over de risico’s en gevolgen van hun gedrag. Om het dragen en gebruiken van steekwapens tegen te gaan is het bijvoorbeeld van belang om de risico’s duidelijk te maken, feit en fictie te onderscheiden en zoals Jeroen van den Broek tijdens het seminar op 8 maart 2022 aangaf: het narratief van dat het allemaal stoer en geweldig zou zijn actief te deconstrueren.
17
4.1.1 Landelijke campagnes en wapeninleveracties Interventie
Toelichting
Landelijke campagnes en wapeninleveracties
De algemene campagne Drop je knife ontmoedigt wapenbezit door jongeren op te roepen hun messen in te leveren. Het campagnemateriaal wordt door de rijksoverheid beschikbaar gesteld maar is niet toegesneden op de lokale situatie en sluit volgens experts niet aan op de belevingswereld van jongeren. De vraag is dan ook in hoeverre deze campagne zinvol is. Het advies is deze campagne alleen te gebruiken indien een lokale campagne om welke reden dan ook niet haalbaar blijkt.
Wat is hiervoor nodig? Wie heeft de regie en wie te betrekken? zie landelijke draaiboek landelijke campagne. Bekend bij OOV. Kosten? nvt
4.1.2 Lokale campagnes en wapeninleveracties Interventie
Toelichting
Lokale campagnes en wapeninleveracties (jaarlijks)
Campagnes met belangrijke sleutelfiguren uit de lokale omgeving hebben meer impact dan algemene landelijke campagnes. Zeker wanneer ze gecombineerd worden met lokale inleveracties voor steekwapens zoals ze in bijvoorbeeld Arnhem in samenwerking met de politie en het jongerenwerk op wijkniveau gedaan hebben. De IJmondgemeentes werken met YouChoose. Dat is de overkoepelende naam voor maatschappelijke jongerencampagnes voor gemeenten op thema’s als wapenbezit, drugsgebruik, beweging en gezonde voeding. Om steekwapenbezit te ontmoedigen is de campagne #showskillsnotknives.ontwikkeld met jongeren, politie, Halt ouders, docenten en het bedrijf SoapBox. Het doel is om het gedrag van jongeren positief te beïnvloeden door te kiezen voor hun eigen skills in plaats van messen. Gemeenten uit het hele land kunnen op deze campagne aanhaken. In de campagne 'Drop It' focust Dordrecht op de basisbehoefte verbondenheid en ‘the need to belong’ die jongeren ervaren. Jongeren zijn sterk groepsgericht en volgen de sociale norm van de groep. In de campagne wordt het dragen van een mes afgekeurd door de groep (peer rejection) en wordt een andere sociale norm neergezet. De campagne is verticaal gefilmd en elk filmpje is maar 25 seconden lang. Dit komt overeen met de content die de jongeren veelal op Instagram Reels en TikTok voorbij zien komen.
Wat is hiervoor nodig? Specifiek toestemming OM voor het straffeloos inleveren steekwapens (geen vuurwapens) in te leveren. Locaties (jongerencentra en politiebureau) / inlevertonnen + toezicht erop Lokale campagne: Betrekken rolmodel (bijvoorbeeld rapper Cyclo B) / communicatietoolkit scholen met o.a. leskaart OM ‘Jongeren en Wapenbezit’ / persberichten en kernboodschappen Lokale werkgroep specifiek voor wapeninlever(campagne) Wie heeft de regie en wie betrekken? Lokale werkgroep Kosten? Eenmalig ontwikkelen campagne voor een jaar (€35.000,-) Mogelijk volledige subsidie bij J&V (contactpersoon J&V: Geert van den Born). Contactpersoon campagne: jikke.meuwissen@soapbox.nl
4.1.3 Meld Misdaad Anoniem Campagne Interventie
18
Toelichting
Van algemeen (naamsbekendheid) tot specifiek (wapens)
Uit (Zeeuws) onderzoek en gesprekken met jongeren blijkt dat ‘niet snitchen’ de norm is. Je kunt je dus afvragen in hoeverre je moet inzetten op melden. Toch kan het raadzaam zijn om inwoners in zijn algemeenheid en specifieke doelgroepen zoals jongeren bekend te maken met de mogelijkheid om laagdrempelig en anoniem te melden bij ‘Meld Misdaad Anoniem (MMA). Zeker wanneer ‘angst om te melden’ een rol speelt.
Vergroten naamsbekendheid
• Hardcopy materiaal inzetten, zoals flyers en creditcards. Deze kan de gemeente zelf verspreiden maar ook meegeven aan de politie of BOA’s wanneer zij de wijk ingaan of een actie ondernemen. De flyer is illustrerend vrij sterk en laagdrempelig in de informatievoorziening. Wil je dus iets kleins/onopvallends meegeven aan de burger? Dan is zoiets als een creditcard een goede optie. Daar staat de meest essentiële informatie over M. op. • Daarnaast kan je ervoor kiezen om posters in te zetten. Denk bijvoorbeeld aan A3 posters in het gemeentehuis, wijkcentra of via driehoeksborden langs de weg. Let wel op: dit kan gevoelig liggen vanwege het eventueel criminaliseren van bepaalde wijken, dus hierbij dient wel het e.e.a. tegen elkaar te worden afgewogen. • Een algemene toolkit van Meld Misdaad Anoniem. De online toolkit verschaffen zij kosteloos. Zodoende krijgen gemeenten de kans om zelf te communiceren over Meld Misdaad Anoniem. In de toolkit zit het volgende: • Afbeeldingen algemeen [diverse afmetingen]; • Afbeeldingen drugscriminaliteit; • Logo Meld Misdaad Anoniem; • Video ‘Werkwijze M.’; • Voorbeeldteksten social media berichtgevingen; • Voorbeeldberichten traditionele media.
2. Intensieve (sociale) media campagne
• Er wordt een 0-meting gedaan en een plan van aanpak besproken met gemeente. Op basis van GEO-targetting zullen inwoners van de gemeente Middelburg via Google en Facebook/Instagram/Twitter/YouTube uitingen van Meld Misdaad Anoniem zien. Hiervoor huurt MMA een social mediamanager in, die alles klaarzet, monitort en analyseert. Het is dan bijvoorbeeld mogelijk om een bepaalde tijd, zeg maar 3x4 weken, inwoners met diverse uitingen te bereiken via de bovengenoemde platformen. Daarvoor kunnen teksten worden aangepast, zodat de uitingen aansluiten op de gemeente. • Dit kan algemeen worden ingezet, maar ook themagericht zoals op bijvoorbeeld drugs en wapens. Wanneer een thema wordt vastgesteld, dan dient hiervoor meer tijd in beslag te worden genomen vanwege de communicatie en het daarbij behorende plan/insteek. • Daarnaast dient van tevoren een mediabudget te worden vastgesteld. Tussen elke periode vindt een pauze van twee weken plaats. Hierin worden de cijfers opgemaakt en gedeeld. Op basis hiervan kan bepaald worden of er aanpassingen kunnen worden gedaan of dat we op de goede weg zitten. • Na deze periode zal een evaluatie worden gepland en de campagneperiode online worden besproken