CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Notitie over beleid, proces en advisering Middelburg 21 nov. 24

Commissie Ruimte 9 december 2024, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Memo actieve informatie Evaluatie Nota Ruimtelijke Kwaliteit - op verzoek van Kim Reynierse (D66)12.072 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze ideeën moeten echter altijd met respect voor het verleden worden geïmplementeerd, omdat wat eenmaal verloren is niet terugkomt.

21

BIJLAGE B - BENCHMARK MONUMENTENSTEDEN Deze bijlage schetst een overzicht van het benchmarkonderzoek dat is uitgevoerd ten behoeve van dit onderzoek. Hieronder worden de resultaten van de benchmark uiteengezet in de thema’s erfgoedbeleid, organisatie en proces, en advisering door adviescommissies. Dit benchmarkonderzoek vormt samen met de interviews de basis voor de bijbehorende aanbevelingen.

INLEIDING BENCHMARKGEMEENTEN In de benchmark zijn erfgoedambtenaren uit vier vergelijkbare monumentengemeenten Dordrecht, Delft, Alkmaar en Zutphen bevraagd over verschillende aspecten van hun vergunningverleningsproces en adviestrajecten rondom monumentenzorg. Deze gemeenten dragen net als Middelburg zorg voor een rijk monumentaal erfgoed en zetten zich actief in voor het behoud en de verduurzaming van hun historische binnensteden. Voor een overzichtelijke vergelijking is onderstaand overzicht samengesteld met kerngegevens per gemeente, zoals het aantal rijks- en gemeentelijke monumenten en de daarvoor beschikbare capaciteit in fte’s.

Opvallend in het overzicht is het beperkte aantal fte’s voor erfgoed in Middelburg in vergelijking met de andere gemeenten en het ontbreken van een vakteam erfgoed in relatie tot het hoge aantal (rijks)monumenten. Wat daarnaast opvalt in het overzicht is het hoge aantal rijksmonumenten in verhouding tot het lage aantal gemeentelijke monumenten. Reden hiervoor is dat Middelburg in vergelijking met de andere gemeenten een sterk verouderde monumentenlijst heeft. In Middelburg is daarnaast nog geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om panden te beschermen middels een aanduiding ‘beeldbepalend’, ‘karakteristiek’ of ‘cultuurhistorisch waardevol’ in het Omgevingsplan.

ERFGOEDBELEID Hoe gemeenten omgaan met hun monumenten hebben ze vastgelegd in hun Erfgoedbeleid, de gemeentelijke Erfgoedverordening en in Omgevingsplannen. In de welstandsnota of nota ruimtelijke kwaliteit is het beleid voor de beschermde gezichten geregeld. Aan de beschermde gezichten is in de nota’s het hoogste welstandstoetsing- of ambitieniveau toegekend, hetgeen inhoudt dat advisering over niet-monumentale panden binnen de beschermde gezichten ook kan gaan over detailaspecten als dak- en gevellijsten. ➢

Alkmaar hanteert de Beleidsnota Erfgoed Alkmaar 2016-2026, met een focus op het behoud van monumenten. Hoewel dit overeenkomt met het beleid in andere gemeenten, verschilt Alkmaar in de interpretatie: ze leggen het niet uit als het strikt technisch willen handhaven van alle fysieke onderdelen, maar zetten in op ‘behoud door gebruik’. Dit betekent dat Alkmaar accepteert dat 22

➢

monumenten (of onderdelen ervan) mogen veranderen als daarmee hun gebruik en voortbestaan kan worden gewaarborgd. Het Delftse monumentenbeleid is vastgelegd in de nota ‘’Erfgoednota Delft 2020-2030, Erfgoed maakt Delft geliefd 2020 -2030‘’ en in de Uitvoeringsrichtlijnen Monumenten Delft (UMD) 1. Deze laatste bevatten vooral restauratieve richtlijnen. De samenhang met het beleidsveld welstand wordt geborgd door een gecombineerde toets door de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit aan zowel het welstandsaspect als aan het cultuurhistorisch aspect. Voor de UMD is de Restauratieladder het uitgangspunt. De Restauratieladder geeft de gewenste volgorde aan waarop met monumenten wordt omgegaan: 1. Onderhoud gaat boven reparatie 2. Reparatie gaat boven vernieuwen 3. Bij vernieuwen gaat kopiëren (hetzelfde materiaal en vorm) boven imiteren (zelfde vorm, ander materiaal) 4. Imiteren gaat boven veranderen

Aanwijzen nieuwe gemeentelijk monumenten Het aanwijzen van panden als gemeentelijk monument gebeurt bij voorkeur als de eigenaar daarmee instemt, maar alle vier de gemeenten geven aan ook panden aan te wijzen als de eigenaar niet instemt. Aan een aanwijzing gaat dan vaak een dreiging van sloop of een ingrijpende wijziging vooraf. ➢

➢

Delft geeft aan dat de laatste monumenten in 2011 zijn aangewezen. Momenteel is men bezig met de inventarisatie van het post ’65 erfgoed. De wederopbouwperiode is reeds geïnventariseerd. Hier valt bijvoorbeeld ook een flatgebouw onder. Het jongste monument dateert van 1966. Dordrecht geeft aan dat bij de laatste ronde gebruik is gemaakt van bewonersstemmen uit de stad.

Beleid voor bijzondere panden zonder monumentenstatus Naast panden met een aanduiding rijksmonument of gemeentelijk monument beschikken de vier gemeenten alle over panden met een aanduiding karakteristiek, beeldbepalend of cultuurhistorisch waardevol. Deze panden hebben niet dezelfde juridische bescherming als monumenten, maar worden eveneens waardevol gevonden vanwege hun architectonische, stedenbouwkundige en/of beeldondersteunende waarde. Middels een aanduiding karakteristiek e.d. regelen de gemeenten in het Omgevingsplan dat betreffende panden beschermd zijn tegen sloop en/of aantasting van de hoofdvorm bij ingrijpende wijzigingen. Regie op de architectonische aspecten wordt geregeld middels welstandsbeleid. ➢

➢ ➢

➢

1

In Alkmaar zijn meer dan 3500 panden aangewezen als beeldbepalend. Deze panden komen in aanmerking voor subsidie voor herstel en onderhoud aan de buitenkant voor zover zichtbaar vanaf de openbare weg. Deze subsidie is overigens niet bedoeld voor schilderwerk of verduurzaming. Ook in Dordrecht komen beeldbepalende panden (225 panden) in aanmerking voor subsidies uit het Gemeentelijk Restauratiefonds Dordrecht. Bescherming is gericht op het aanzicht aan de buitenzijde. Delft gebruikt een verwachtingskaart voor bouwhistorische waarden van panden die geen monument zijn. Bij een aanvraag voor een ingrijpende verbouwing of sloop van zo'n pand, moet eerst een bouwhistorische inventarisatie worden uitgevoerd. Bij bijzondere vondsten kan de gemeente het pand aanwijzen als beschermd monument. Deze inventarisatie draagt ook bij aan onderzoek naar de geschiedenis van Delft. Een eerste verkenning kan door de gemeente worden uitgevoerd, maar uitgebreider onderzoek wordt meestal aan de eigenaar gevraagd ter ondersteuning van de plannen. In het tijdelijke Omgevingsplan van Zutphen worden ook beeldbepalende panden onderscheiden, maar hier zijn geen specifieke regels aan verbonden.

Bron: Uitvoeringsrichtlijnen Monumenten Delft

23

ORGANISATIE & PROCES Vakteam voor erfgoed Drie van de vier gemeenten beschikken over een speciaal vakteam of afdeling voor erfgoed. Voor gebouwd erfgoed2 varieert de capaciteit binnen deze erfgoedteams van 3,9 tot 5 fte. Deze vakteams bestaan uit bouwhistorici en erfgoedadviseurs, die adviseren over bouwplannen, restauraties, herbestemmingen en bijdragen aan beleid, communicatie en verduurzaming van monumentale panden en subsidieverstrekking. ➢

➢

Vakgroep Erfgoed van Alkmaar heeft recent extra medewerkers aangenomen voor de advisering bij vergunningverlening bij verduurzaming van monumenten, dankzij een tijdelijke overheidssubsidie 3 gericht op capaciteit voor klimaat- en energiebeleid bij lokale overheden. Hierdoor heeft de vakgroep momenteel voldoende capaciteit. In Zutphen valt monumentenzorg binnen de gemeentelijke organisatie onder team Ruimte Economie en Duurzaamheid. Er is binnen de gemeentelijke organisatie geen sprake van een Erfgoedvakgroep. Wel maken de erfgoedambtenaren deel uit van het Erfgoed Centrum Zutphen waar ook andere Zutphense erfgoedpartners zijn aangesloten zoals archeologie en het archief.

Contactmogelijkheden voor monumenteneigenaar Bij drie van de vier gemeenten kan een monumenteneigenaar contact leggen via de gemeentelijke website met de vakgroep erfgoed bij vragen over een voorgenomen wijziging of verduurzaming van een monumentaal pand. De gemeentelijke monumentenadviseurs reageren binnen een week. De websites van deze gemeenten bieden daarnaast veel informatie over de (on)mogelijkheden om een monument te verduurzamen. In Zutphen zijn de contactmogelijkheden geregeld via de website van Erfgoed Centrum Zutphen. Locatiebezoeken Bij alle vier de gemeenten bezoeken de erfgoedambtenaren geregeld monumenten zodra een monumenteneigenaar contact opneemt met iemand van het erfgoedteam. Eén gemeente geeft aan ook ongevraagd langs te gaan als ze toevallig iets zien dat vragen op roept en raadpleegt zelfs Funda en makelaars om voorbereid te zijn op potentiële vragen. ➢

➢

In Alkmaar wordt op basis van het eerste contact door de monumentenadviseur een inschatting gemaakt of locatiebezoek handig is om het vergunningsverleningsproces te versoepelen en de verwachtingen op elkaar af te stemmen. Het locatiebezoek vindt zo vroeg mogelijk in het proces plaats. In Delft besteedt elke monumentenadviseur gemiddeld een halve dag per week aan locatiebezoeken. Voor een bezoek is 1 uur gepland, maar bij renovaties is dit vaak niet genoeg. Bij plannen zoals glasvervanging wordt samen met de aanvrager op locatie gekeken wat de mogelijkheden zijn en of aan de hand van de richtlijnen ambtelijk kan worden getoetst of niet. Soms blijkt een vergunning of vooroverleg met de commissie nodig. Met de huidige bezetting van 5 adviseurs zijn de locatiebezoeken goed te combineren met andere werkzaamheden rondom vergunningverlening. Deze bezoeken zijn kosteloos voor de aanvrager.

Verduurzaming van erfgoed, recente veranderingen binnen de gemeenten In alle vier de gemeenten hebben de laatste jaren veranderingen plaatsgevonden met betrekking tot het verduurzamen van erfgoed. Deze veranderingen zijn gericht op processen, beleid en/of informatieverstrekking. ➢

Alkmaar geeft aan dat een omslag heeft plaatsgevonden in de advisering over erfgoed. Het accent ligt nu op meedenkend advies in plaats van enkel toetsen. De gemeente hanteert een ‘ja mits’ houding bij

2

archeologie is bij dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Het aantal fte’s binnen de vakgroepen voor archeologie is niet meegerekend

3

https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/cdoke

24

➢

➢

➢

verduurzamingsplannen voor erfgoed, in plaats van ‘nee tenzij’. Adviezen zoals dikke gordijnen in plaats van glasvervanging en ‘behoud gaat voor vernieuwing’ worden niet meer gegeven. Het doel is om samen met de eigenaar naar oplossingen te zoeken, waarbij de gemeente naast de eigenaar staat. Vooroverleg bij vergunnings- of subsidieaanvragen is hierbij essentieel om de (on)mogelijkheden duidelijk en de procedure soepel te maken. Delft heeft i.s.m. de RCE en de TU-Delft een grote collectieve aanvraag begeleid voor de na-isolatie van 177 woningen in het rijksmonumentale tuindorp Agnetapark. Daarnaast is er geïnvesteerd in samenwerking met het Energieloket, dat inloopspreekuren organiseert op het stadkantoor en laagdrempelige hulp biedt aan bewoners die hun pand willen verduurzamen. Dankzij kennisuitwisseling met de afdeling Erfgoed kan het Energieloket nu ook beter monumenteneigenaren op weg helpen. Monumenteneigenaren kunnen nu ook deelnemen aan collectieve acties, zoals voor het plaatsen van isolerende beglazing. Dordrecht zet in op snelle procedures, uitleg en hulp. Zo heeft men sinds kort een Ontzorgingsprogramma voor eigenaren van gemeentelijke monumenten (voor rijksmonumenten bestond dit al).

Eigenaren van monumenten kunnen hulp krijgen bij de voorbereiding van verduurzamingsmaatregelen, zoals het meelezen met offertes of het adviseren over vergunningen en financieringsmogelijkheden. Zutphen heeft haar beleid voor het plaatsen van zonnepanelen verruimd, wat binnenkort van kracht zal worden. Daarnaast werkt de gemeente aan richtlijnen voor het verduurzamen van gebouwd erfgoed.

Wel/niet sneltoetscriteria en vergunningsvrije mogelijkheden voor monumenten In de ene gemeente kunnen eigenaren voor bepaalde werkzaamheden en kleine ingrepen aan een monument of pand in een beschermd stadsgezicht volstaan met een ambtelijke toetsing en een meldingsplicht. Er is geen vergunning nodig, maar de eigenaar moet wel contact opnemen met de monumentenadviseurs van de gemeente, vooral bij twijfel of risico op schade. Een andere gemeente kiest ervoor om geen specifieke sneltoetscriteria voor monumenten te hanteren, omdat zij vinden dat dit de vergunningsplicht zou ondermijnen. Zij behandelen wijzigingen aan monumenten als maatwerk en stellen dat verduurzaming ook maatwerk is waarvoor geen generieke criteria kunnen gelden. Advisering gebeurt hier via een zorgvuldig proces, niet door sneltoetsing. Als tussenweg wordt in één van de gemeenten ook wel gewerkt met een snelle vergunningsprocedure waarbij adviezen ambtelijk binnen vier weken worden afgehandeld. Soms wordt de vergunning onder voorwaarde verleend waarbij de eigenaar deze moet opvolgen. Draagvlak voor erfgoed; wat gemeenten hiervoor doen Naast beleid en adviseren over bouwplannen etc. houden de Erfgoedteams zich ook op verschillende manieren bezig met activiteiten die kunnen helpen om de aandacht en het draagvlak voor erfgoed te vergroten. ➢

➢

Erfgoed Dordrecht werkt samen met de Vereniging Oud Dordrecht (VOD), waarbij het erfgoedteam lezingen geeft tijdens de door VOD georganiseerde cursussen 'dortologie'. Daarnaast reikt de VOD sinds 2017 om het jaar de Dordtse Puienprijs uit, een prijs voor de beste gevelrestauratie. Deze prijs stimuleert de verbetering van het beschermde stadsaangezicht. Erfgoed Alkmaar heeft diverse kanalen om informatie te delen, zoals een nieuwsbrief, een website en een Facebookpagina. De website biedt nieuws en achtergrondinformatie over archeologisch en bouwhistorisch onderzoek, restauraties en verwijst naar regionale erfgoedinstanties. Ook is er een agenda voor activiteiten. De nieuwsbrief heeft meer dan 3.000 abonnees, waarvan een klein percentage de digitale versie leest. Deze is oorspronkelijk bedoeld voor monumenteneigenaren, maar ook geïnteresseerden lezen nu mee. Sinds 2016 bestaat er een erfgoedplatform in Alkmaar, waar lokale en regionale instellingen samenwerken, programma's afstemmen en kennis delen. 25

Indieningsvereisten – bouwhistorisch onderzoek e.d. Alle vier de gemeenten zijn ‘voorzichtig’ met het vragen om een bouwhistorisch onderzoek en doen dit alleen bij grootschalige verbouwingen. De gemeentelijke bouwhistoricus bepaalt (meestal na bezoek aan het pand) of een bouwhistorisch onderzoek noodzakelijk is of niet. Voor kleine ingrepen wordt pragmatisch om gegaan met indieningsvereisten zoals bouwtekeningen. Als een foto voldoende info biedt om een besluit te nemen kan dat ook. Eén van de gemeenten geeft aan dat bij de rietdekking van een monumentaal pand wel eens om een bouwfysisch onderzoek wordt gevraagd om uit te kunnen sluiten of de voorgenomen wijziging geen schade oplevert. Kennisuitwisseling De gemeenten zijn alle regelmatig vertegenwoordigd bij landelijke bijeenkomsten van o.a. de stichting Erkende Restauratie Monumentenzorg (ERM) en de Federatie Grote Monumentengemeenten (FGM). Daarnaast haalt men kennis op bij de landelijke Erfgoedacademie en/of bij provinciale steunpunten voor cultureel erfgoed. ➢

Dordrecht meldt daarnaast dat adviseurs van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) nu regelmatig deelnemen aan teamoverleggen om kwesties rond Rijksmonumenten te bespreken. De RCE brengt bredere voorbeelden in die waardevol zijn voor de erfgoedadviseurs van Dordrecht om van te leren.

Kansen en bedreigingen Een kans wordt gezien in de samenwerking met de duurzaamheidsopgave, waardoor middelen uit dat budget ook kunnen worden gebruikt voor de verduurzaming van monumenten. Een bedreiging vormt de hoge werkdruk en het gebrek aan capaciteit, vooral bij erfgoedambtenaren, in combinatie met de hoge ambities om erfgoed te behouden.

ADVISERING DOOR ADVIESCOMMISSIES Inzet en werkwijze adviescommissie Alle vier de gemeenten leggen plannen voor aan een adviescommissie (Commissie Ruimtelijke Kwaliteit of Commissie Omgevingskwaliteit). De voltallige commissies bestaan uit 6 tot 8 personen met expertises als architectuur, stedenbouw, landschap, ecologie, monumentenzorg, bouwhistorie, restauratie en duurzaamheid. Twee gemeenten hebben ook burgerleden aan de commissie toegevoegd. Deze commissies vergaderen elke twee weken, maar niet in alle gemeenten gebeurt dat altijd met de voltallige commissie. Drie van de vier gemeenten maken gebruik van een gemandateerde commissie of kleine commissie, waarin minimaal twee afgevaardigden zitten van de grote commissie. Alle vier de gemeenten geven aan aanvragers proactief uit te nodigen om bij de vergadering aanwezig te zijn. Vergaderingen zijn openbaar en agenda’s worden vooraf gepubliceerd. Eén gemeente geeft aan dat er vaak een journalist aanwezig is. Locatiebezoeken en het schrijven van een preadvies worden bij monumentenplannen gedaan door de erfgoedambtenaren, alvorens een plan voor het wijzigen/verduurzamen van een monument wordt geagendeerd bij de commissie. In geen van de gemeenten is het gebruikelijk dat commissieleden monumenten bezoeken alvorens erover te adviseren. ➢

In Zutphen worden in de voltallige commissie alleen de complexe plannen besproken. Het gros van de plannen wordt behandeld in een kleinere mandaatcommissie, bestaande uit een architect en een

26

➢

➢

➢

monumentendeskundige (beide werkzaam bij Gelders Genootschap4) die eens per twee weken vergadert. Bij ingewikkelde plannen zijn casemanagers aanwezig. De erfgoedambtenaren bereiden de monumentenplannen voor, zijn vaak ook al ter plaatse geweest en/of hebben overleg gehad met aanvrager. Aanvragers worden altijd uitgenodigd, maar zijn lang niet altijd aanwezig. De adviesverslagen worden door de adviseurs van Gelders Genootschap opgesteld. In Dordrecht wordt voorafgaand aan de vergadering een plananalyse uitgevoerd door de erfgoedadviseur, eventueel samen met een stedenbouwkundige of planjurist, vooral als het gaat om vergroting van de bouwmassa. De adviezen van de afdeling Erfgoed worden gecombineerd met die van de commissie en doorgestuurd naar de omgevingsdienst. De commissie bezoekt maximaal twee keer per jaar een locatie, alleen bij een groot plan en wanneer dit meerwaarde heeft. In Alkmaar wordt de commissie vooraf aan de advisering over plannen geïnformeerd door de Vakgroepen Ruimtelijke Vormgeving en Erfgoed. Het komt voor dat een plan aangehouden wordt door gebrek aan informatie, maar de gemeente probeert dit te voorkomen door vooraf te zorgen voor voldoende stukken. Adviezen worden opgesteld door een extern adviseur van Mooi Noord Holland 5.

In Delft stellen erfgoedambtenaren voor monumentenplannen een plananalyse op, waarin naast een preadvies over het plan ook oude bouwtekeningen en/of foto’s uit het archief worden meegenomen om de historische context beter te duiden. Ze zijn vervolgens aanwezig bij de vergadering om het plan en de analyse toe te lichten aan de commissie. Planindieners worden proactief uitgenodigd om de vergadering bij te wonen, omdat dit de behandeling efficiënter maakt. Ervaring heeft namelijk geleerd dat plannen vaker terug komen als ze niet bij de behandeling aanwezig zijn. Het schrijven van het adviesverslag wordt gedaan door de behandelend ambtenaar, maar wordt binnenkort overgenomen door het secretariaat van de commissie. Plannen die slechts kleine aanpassingen vereisen voor een positief advies, worden verder ambtelijk afgehandeld.

Cases: Mag enkel glas worden vervangen? Gemeenten gaan hier verschillend mee om. Twee van de vier gemeenten geven aan hierbij het in 2023 gepubliceerde ‘Afwegingskader voor vergunningverlening bij verduurzaming van monumenten’ te hanteren van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) 6. Dat wil zeggen dat enkel glas vervangbaar is tenzij er sprake is van bijzonder glas zoals handmatig vervaardigd en bewerkt glas, historisch schijvenglas, gegoten glas, glas-in-lood en cilinderglas. Eén gemeente kiest er voor om een strengere koers te varen, waarbij zij benadrukken dat het afwegingskader volgens hen onvoldoende rekening houdt met de cultuurhistorische waarde van enkel glas. Een andere gemeente geeft aan dat vanaf de jaren ’50 in de vorige eeuw de meeste ruiten reeds zijn vervangen door enkel floatglas7. Voor historisch glas (naar schatting nog maar 5%) is behoud het uitgangspunt. Dan wordt in principe gezocht naar een andere oplossing zoals achterzetbeglazing. Wanneer vervanging van enkelglas mogelijk is hanteren alle vier de gemeenten het uitgangspunt dat het bestaande raamhout en detaillering behouden blijven. Het raamhout bepaalt feitelijk de mogelijkheden van de dikte van het nieuwe glas. Het is ook gebruikelijk dat er eisen worden gesteld aan de uitvoering, zodat de cultuurhistorische waarde van het gevelaanzicht niet wordt aangetast.

Zo mag de stopverf aan de buitenzijde niet vervangen worden door bijvoorbeeld een meranti glaslat.

4

Gelders Genootschap is een vereniging van en voor 55 (veelal Gelderse) gemeenten met deskundigen op het gebied van architectuur, stedenbouw, erfgoed en landschapsarchitectuur. Zij adviseren dagelijks gemeenten (o.a. in commissies) op het gebied van ruimte en erfgoed. Gelders Genootschap is een zusterorganisatie van Dorp Stad en Land. Deze organisatie adviseert veel Zeeuwse gemeenten. 5 Mooi Noord Holland is een zusterorganisatie van Dorp Stad en Land en Gelders Genootschap 6

Verduurzaming van monumenten, Afwegingskader voor vergunningverlening, Versie september 2023 Uitgave van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) i.s.m. o.a. ERM, FGM en VNG 7 Floatglas is glad enkel glas, ontwikkeld en toegepast vanaf 1950. Dit glas wordt niet gezien als historisch waardevol

27

Voor het vervangen van enkel glas in een beeldbepalend pand is bij de ene gemeente het behoud van materiaal geen uitgangspunt en is ruimte voor aanpassingen mits het aanzicht niet wordt verstoord. Maar een andere gemeente probeert ook voor deze panden te sturen op fysiek behoud van materiaal. ➢

Het vervangen van enkel glas door isolerend glas dat past in de bestaande sponning wordt in Delft ambtelijk afgedaan. De gemeente Delft vraagt alleen om productinformatie van het toe te passen glas en raamhout om te kunnen verifiëren dat het nieuwe glaspakket past binnen bestaande sponning. Op het moment dat de detaillering van het raamhout wordt aangepast, wordt men wel gehouden aan de vergunningplicht en worden details gevraagd. De wijziging wordt dan ook beoordeeld op welstandsaspecten.

CONCLUSIE Gemeenten hanteren verschillende beleidskaders, zoals erfgoednota’s en uitvoeringsrichtlijnen, om monumenten en beeldbepalende panden te beschermen en tegelijkertijd verduurzaming te bevorderen. Toegankelijke contactmogelijkheden spelen hierin een sleutelrol: monumenteneigenaren kunnen eenvoudig in contact komen met leden van de erfgoedteams via gemeentelijke websites of persoonlijke locatiebezoeken, wat de communicatie en processen aanzienlijk versoepelt. Erfgoedteams zorgen voor een professionele aanpak en draagvlak door samen te werken met eigenaren en externe partijen. Met ondersteuning, zoals meedenkend advies en subsidies worden monumenteneigenaren ook financieel tegemoet gekomen. De benchmark illustreert hoe gemeenten erfgoed toegankelijk, duurzaam en toekomstbestendig maken.

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14888805/1