Bijlage 1. Notitie over beleid, proces en advisering Middelburg 21 nov. 24
Tekst van het document
Notitie BELEID, PROCES EN ADVISERING - RUIMTELIJKE KWALITEIT EN ERFGOED GEMEENTE MIDDELBURG
Gelders Genootschap Ir. M.Y. Roelofs i.s.m. E. Thomassen 21 nov. 2024
2
INLEIDING De gemeente Middelburg heeft Gelders Genootschap de opdracht gegeven om een notitie op te stellen met aanbevelingen voor nieuw beleid op het gebied van ruimtelijke kwaliteit en erfgoed. Daarnaast wordt gevraagd om knelpunten te identificeren in het proces van vergunningaanvragen, de organisatie rondom gebouwd erfgoed en de rol van de gemeentelijke Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK).
ACHTERGROND Recent is door de gemeente Middelburg een enquête uitgevoerd naar aanleiding van een raadsmotie uit 2017 waarin werd gevraagd om evaluatie van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK) uit 2016. De resultaten van deze enquête zijn eind 2023 en begin dit jaar met de gemeenteraad besproken. Uit de enquête en daaropvolgende reacties, zoals ingezonden brieven aan het college en moties, blijkt dat er veel kritiek is op het proces rond vergunningaanvragen, het gemeentelijk beleid en de adviespraktijk. Dit geldt met name bij de verbouwing van (rijks)monumenten en overige panden in de beschermde stadsgezichten. Men is van mening dat Middelburg te streng is, waardoor verduurzaming van monumenten wordt bemoeilijkt. Ook wordt aangegeven dat de gemeentelijke adviescommissie vooral vanuit historische waarde redeneert en te vaak ‘behoud boven vernieuwing’ stelt. Deze signalen zijn door de gemeente Middelburg aangegrepen om het beleid, de advisering en vergunningverlening op zowel inhoudelijke als procesmatige punten te laten onderzoeken om te komen tot een verbetering van beleid en werkwijzen. Deze notitie met aanbevelingen vormt daartoe de eerste aanzet. Nota bene: De afscheidslezing van Wytze Patijn op 5 september jl. is bijgewoond door de opstellers van deze notitie en met belangstelling is kennis genomen van het document met aanbevelingen door Wytze Patijn.
Dit document zal eveneens worden gebruikt voor het vervolgtraject.
AANPAK Voor deze notitie zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld met betrekking tot beleid (1), proces (2) en advisering (3): 1.
2.
3.
Beleidskader bij advisering over ruimtelijke kwaliteit en erfgoed Wat is het huidige beleidskader bij advisering over plannen en hoe wordt het toegepast? Biedt het beleid voldoende houvast bij advisering en vergunningverlening? Welke uitgangspunten zijn van belang voor de ontwikkeling van nieuw beleid? Proces rondom vergunningverlening: Hoe is het traject georganiseerd van aanvraag tot vergunningverlening? Welke rol hebben de gemeenteambtenaren? Hoe verloopt de communicatie met aanvragers van bouwplannen? Hoeveel capaciteit (fte) heeft de gemeente tot haar beschikking om het adviestraject m.b.t. monumenten en overige aanvragen in de beschermde stadsgezichten uit te voeren? De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit: Wat is de samenstelling en werkwijze? Hoe is de samenwerking tussen de commissie en gemeente? Heeft de commissie voldoende houvast aan vastgesteld gemeentelijk beleid? Hoe verloopt de communicatie met aanvragers van bouwplannen?
Aan de hand van deze onderzoeksvragen zijn gesprekken gevoerd met de ambtelijke organisatie, de ARK en een aantal architecten met praktijkervaring in Middelburg. Zodoende is vanuit drie verschillende perspectieven en een bredere context een compleet beeld ontstaan van de uitvoering en processen rondom vergunningverlening en (de uitvoerbaarheid van) het beleid. De aanbevelingen in deze notitie zijn mede 3
gebaseerd op deze gesprekken. Een samenvatting van de gesprekken is te lezen in Bijlage A. Voorafgaand wordt een korte beschrijving gegeven van het huidige beleid (de NRK) en de inzet, werkwijze en samenstelling van het Sneltoetsteam en de ARK. Om inzicht te krijgen in de aanpak van andere gemeenten bij het beschermen en ontwikkelen van (specifiek) monumenten, is daarnaast voor de gemeente Middelburg een benchmarkonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek richt zich op de erfgoedpraktijken van vier vergelijkbare monumentengemeenten: Alkmaar, Delft, Dordrecht en Zutphen. Deze gemeenten dragen net als Middelburg zorg voor een rijk monumentaal erfgoed en zetten zich actief in voor het behoud en de verduurzaming van hun historische binnensteden. In de benchmark zijn erfgoedambtenaren uit deze gemeenten bevraagd over verschillende aspecten van hun vergunningverleningsproces en adviestrajecten rondom monumentenzorg. Het onderzoek belicht onder andere de wijze waarop deze gemeenten hun erfgoedprocessen organisatorisch hebben ingericht, de capaciteit in fte’s die hiervoor beschikbaar is en hun aanpak bij de verduurzaming van monumenten. Tevens is geïnventariseerd hoe zij draagvlak voor erfgoedbeleid behouden binnen hun gemeente. Deze benchmark heeft waardevolle handvatten geboden voor de aanbevelingen in deze notitie. Het resultaat van de benchmark is te lezen in Bijlage B.
4
AANBEVELINGEN Deze paragraaf beschrijft de aanbevelingen voor nieuw beleid op het gebied van ruimtelijke kwaliteit en erfgoed. Hierbij worden ook aanbevelingen gedaan voor de knelpunten die zijn vastgesteld in het proces van vergunningaanvragen, de organisatie rondom gebouwd erfgoed en de rol van de gemeentelijke Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). De aanbevelingen zijn gebaseerd op de bevindingen uit het eerder beschreven onderzoek, zoals uiteengezet in bijlagen A en B. 1.
Breng balans tussen aantal (rijks)monumenten, draagvlak en capaciteit
Met meer dan 1100 rijksmonumenten is Middelburg een van de grootste monumentengemeenten van Nederland. De gemeente heeft voldoende capaciteit nodig om haar wettelijk taak (de zorg voor de bescherming van het erfgoed middels o.a. toezicht, handhaving en vergunningverlening) uit te kunnen voeren. Gebrek aan capaciteit ondermijnt niet alleen het uitvoeren van deze wettelijke taak, maar ook het draagvlak bij pandeigenaren, ondernemers en architecten. Uit gesprekken met ambtenaren, architecten maar ook uit de benchmark kan worden afgeleid dat Middelburg erg weinig capaciteit heeft voor gebouwd erfgoed. Middelburg heeft in vergelijking met de andere benchmarkgemeenten (zie pagina 22) het hoogste aantal rijksmonumenten tegenover het laagste aantal fte’s dat beschikbaar is voor erfgoed! Gebrek aan capaciteit leidt er toe dat pandeigenaren duurder uit zijn om een bouwhistorisch onderzoek op te laten stellen bij gebrek aan erfgoedexpertise bij de gemeente, de ARK een grotere rol krijgt toebedeeld dan wenselijk bij gebrek aan gemeentelijke preadviezen en dat verwachtingen van aanvragers niet goed worden gemanaged wat leidt tot frustratie. Capaciteitsgebrek bij handhaving leidt er daarnaast toe dat hoewel de ambitie qua beleid en advisering hoog ligt, plannen bij uitvoering hiervan af kunnen wijken omdat men weet dat er niet wordt gehandhaafd.
Het monumentenbestand vraagt om meer capaciteit, ook om te kunnen voldoen aan de wettelijke taak. 2.
De gemeente Middelburg verdient een volwaardig Erfgoedteam
Gelet op de enorme omvang van haar erfgoed verdient de gemeente Middelburg een volwaardig Erfgoedteam. Een organisatorische eenheid voor erfgoed bestaande uit beleidsmedewerkers, vergunningverleners en toezichthouders/handhavers, medewerkers gebouwenbeheer, enz. die zorgen voor samenhang tussen behoud, beheer en bescherming van erfgoed en dit uitdragen naar de samenleving. Dan kan voldoende synergie ontstaan en kan optimaal gebruik worden gemaakt van elkaars expertise. Gewezen wordt hierbij op Erfgoedteams van de benchmarkgemeenten in Bijlage B. Om de slagkracht en het draagvlak te vergroten kan hierbij gezocht worden naar samenwerking met andere erfgoedpartners binnen de gemeente (zie benchmarkgemeente Zutphen). En stel hiervoor een communicatieplan op met een eigen website, nieuwsbrief etc. Geef erfgoed zodoende een volwaardige plek binnen de gemeentelijke organisatie. 3.
Stel eerst Erfgoedbeleid op met aandacht voor het creëren van draagvlak
Erfgoedbeleid is een belangrijk instrument om vast te leggen hoe Middelburg in de toekomst om wil gaan met haar erfgoed (de monumenten), welke ambities daarbij horen en hoe deze ambities gerealiseerd worden, maar ook hoe kansen kunnen worden geboden om te transformeren en ontwikkelingen economisch haalbaar te laten zijn. Met erfgoedbeleid neemt de gemeente de regie in eigen hand en maakt ze haar rol transparant. Erfgoedbeleid vormt ook de basis aan de hand waarvan vervolgens richtlijnen kunnen worden opgesteld voor o.a. het verduurzamen van monumenten en een proces wordt ingericht rondom advisering dat kan rekenen op draagvlak.
5
Het creëren van draagvlak voor het in standhouden van erfgoed zal sowieso een belangrijk onderdeel moeten gaan vormen van het erfgoedbeleid voor Middelburg. Dit kan door middel van participatie, waarbij belanghebbenden (pandeigenaren, ondernemers, restauratiearchitecten) actief betrokken worden bij het opstellen van beleid. Dit vergroot niet alleen het draagvlak, maar zorgt er ook voor dat het beleid aansluit op de specifieke behoeften, zorgen en verwachtingen binnen de daarvoor geldende wettelijke kaders. Erfgoedbeleid wordt effectiever wanneer het door een breed publiek wordt gedragen. Draagvlak kan ook worden gecreëerd door een plan van aanpak te ontwikkelen waarin eigenaren van monumentale panden beter worden begeleid en ondersteund bij hun wens het pand te verduurzamen. Dit kan door subsidieregelingen op te stellen, maar ook door hulp en advies over restauraties en verduurzaming aan te bieden. Daarnaast is het belangrijk om middels voorlichting en dialoog kennis en waardering voor erfgoed te stimuleren bij zowel bewoners als andere belanghebbenden, zodat er meer bewustwording ontstaat over de waarde van het cultureel erfgoed. Erfgoedbeleid leent zich voor het bepalen van een plan van aanpak voor draagvlak. Geadviseerd wordt in het erfgoedbeleid een plan van aanpak op te nemen voor het aanwijzen van nieuwe gemeentelijke monumenten.
Reden hiervoor is dat Middelburg een sterk verouderde monumentenlijst heeft. Zo is een aantal bijzondere Jugendstil-panden nog niet beschermd. Geadviseerd wordt om te streven naar diversiteit in beleidsregels. Tot slot wordt geadviseerd onderscheid te maken in beleidsregels voor panden met een individuele bescherming, voor gebieden met cultuurhistorische waarde, en voor panden zonder individuele bescherming die wel binnen rijksbeschermde stadsgezichten of andere cultuurhistorisch waardevolle gebieden liggen. 4.
Wees als gemeente niet alleen een toetsend orgaan, maar ook een deskundige en adviserende organisatie
Pandeigenaren van met name monumenten die willen (ver)bouwen of verduurzamen hebben moeite met een proces waarvan ze op voorhand niet weten hoe het werkt. De gemeente heeft hierin een belangrijke rol door benaderbaar te zijn en eigenaren te ontzorgen. Het helpt als de gemeente niet alleen een toetsend orgaan is, maar ook een deskundige organisatie die kan adviseren zonder commercieel belang. Het contact van een deskundige erfgoedambtenaar met de pandeigenaar is het meest effectieve instrument voor een succesvolle verbouwing of verduurzaming van een monumentaal pand. De expertise en benaderbaarheid van de erfgoedambtenaar is daarom van groot belang. Zorg ervoor dat contactgegevens eenvoudig vindbaar zijn en initiatiefnemers rechtstreeks een afspraak kunnen maken. Een eigen website voor erfgoed kan hierin voorzien. 5.
Heroverweeg de flitstoetsen voor monumenten
Voor een aantal kleine vergunningsplichtige bouwplannen zoals schilderwerk bij monumenten en het plaatsen van zonneschermen en isolerende beglazing in de beschermde stadsgezichten, zijn flitstoetsen opgesteld. Deze flitstoetsen bevatten ‘afvinkbare’ criteria geïllustreerd met foto’s. Indien het plan voldoet aan deze criteria kan door de behandelend vergunningverlenend ambtenaar kosteloos (binnen 5 werkdagen) een flitsvergunning worden afgegeven. De flitstoetsen zijn klantvriendelijk bedoeld, omdat ze vooraf meer zekerheid geven. Nadeel van flitsvergunningen voor monumenten is dat er voorwaarden gelden; per geval zal door de behandelend ambtenaar moet worden beoordeeld of er geen sprake is van een specifieke situatie waardoor niet met een flitstoets kan worden volstaan, bijvoorbeeld omdat een gebouw zodanige historische kwaliteiten bezit, dat bij het hanteren van de flitstoetscriteria deze historische kwaliteiten worden verstoord of teniet gedaan. Een aanvrager kan dus verrast worden met de melding dat de flitsvergunning niet kan worden verstrekt. Daarnaast kan alleen een vergunningverlenende ambtenaar met erfgoedexpertise bepalen of er 6
sprake is van eventuele verstoring van historische kwaliteiten. Dit vraagt om capaciteit op erfgoed bij de vergunningverlenende ambtenaren. Tot slot wordt bij sommige flitsvergunningen voorbijgegaan aan het feit dat monumenten vragen om een maatwerkaanpak. Kortom; heroverweeg de flitstoets. Ook de architecten geven aan dat maatwerk van belang is. 6.
Maak indieningsvereisten inzichtelijk en stem dit af op de omvang en impact van de aanvraag
Vraag niet zomaar om een bouwhistorisch onderzoek en zet eerst gemeentelijke erfgoedexpertise in om een inschatting te maken van de cultuurhistorische waarden die in het geding kunnen zijn bij wijzigingen aan het monument. Stel een richtlijn op wanneer een verzoek om een bouwhistorisch en/of bouwfysisch onderzoek redelijkerwijze toch noodzakelijk is om een bouwplan te kunnen beoordelen en stem dit af op de omvang en impact van de aanvraag. 7.
Overweeg de definitie van historisch glas
De richtlijnen voor beschermde (rijks)monumenten zoals deze zijn opgenomen in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK) zijn algemeen gangbaar. Toch kan worden gesteld dat de gemeente Middelburg een vrij streng profiel heeft. Dat heeft deels te maken met de interpretatie van het beleid. Zo is de definitie van ‘historisch glas’ rekbaar. In Middelburg worden ruiten van vóór de Tweede Wereldoorlog (1940) als historisch glas gedefinieerd. In veel andere gemeenten ligt die grens bij 1900. Van belang is niet zozeer het jaartal, maar om te bepalen wat de waarde van het glas is voor de cultuurhistorische waarde van het monument.
De waarde van glas voor de cultuurhistorische uitstraling van het pand
8.
Haal participatie als criterium bij het opstellen van een beeldkwaliteitsplan uit de NRK
Volgens de NRK moeten bij het opstellen van een beeldkwaliteitplan de wensen van toekomstige bewoners en omwonenden worden geïnventariseerd, zoals bijvoorbeeld de wens voor een groen plantsoen. Volgens de gemeentelijke organisatie leidt dit tot misverstanden. We stellen voor om dit onderdeel uit de nota te halen. 9.
Actualiseer de NRK regelmatig
In de huidige NRK staat dat zodra een bouwontwikkeling van bijvoorbeeld een woonwijk is afgerond, het beeldkwaliteitsplan vervalt en de betreffende woonwijk onder de NRK valt. Dit werkt alleen als de Nota regelmatig wordt geactualiseerd. Eventuele specifieke regels die voor een woonwijk zijn opgesteld bij realisering - denk hierbij aan de woonwijk Rittenburg of de woonhoven in Veersepoort - kunnen dan worden 7
overgenomen en van toepassing blijven zodat de kwaliteit van de woonwijk behouden blijft. Complicerende factor hierbij is dat sommige onderdelen, zoals sommige erfafscheidingen, vergunningvrij zijn. Niet alles is via een (regelmatig geactualiseerde) NRK op te lossen.
De wijk Rittenburg en een woonhof in Veersepoort, met zorg ontworpen en ontwikkelt.
10. De terrassen zoals op Plein 1940 vragen om meer regie en handhaving Er is onder andere op Plein 1940 een situatie ontstaan dat de terrassen het plein domineren. Ook de kwaliteit van het terrasmeubilair (met name de bloembakken) is minimaal en niet passend bij het historische stadsbeeld. Regie middels beleid en handhaving is hier gewenst.
Terrassen op Plein 1940
11. Meer aandacht voor verouderde bedrijfspercelen in welstandsvrij gebied Arnestein Industrieterrein Arnestein is sinds 2016 welstandsvrij gebied. Voor zover we in het veld hebben kunnen zien is de ruimtelijke kwaliteit van nieuwe bebouwing (gerealiseerd na 2016) voldoende, zodat we kunnen aannemen dat de meeste ondernemers zelf ook waarde hechten aan de uitstraling van hun panden. Stevige groenstructuren in de openbare ruimte dragen daarnaast bij aan de beeldkwaliteit. Achteruitgang is met name te zien op percelen met verouderde bedrijfspanden, bijvoorbeeld op de locatie grenzend aan het stadskantoor. Het stadskantoor en directe omgeving is zorgvuldig ontworpen, maar dit gebied loopt over in een gebied waar de kwaliteit van verouderde bedrijfspanden en de rommelige inrichting van de percelen achteruitgaat. Dit gebied ten westen van de N57 leent zich op de lange termijn voor een herontwikkeling met kwaliteit. Maar op de korte termijn kan met de inrichting van het openbaar gebied al een slag worden gemaakt en in overleg met de ondernemers ter plaatse worden gekeken hoe de uitstraling van panden en percelen kan worden verbeterd.
8
Voldoende kwaliteit door de combinatie van stevige groenstructuren en de uitstraling van nieuwe bebouwing
Onvoldoende kwaliteit door verouderde panden en rommelige inrichting van percelen. Ook de inrichting van de openbare ruimte is pover
12. Verbeter de communicatie en coördinatie tussen de afdeling Leefomgeving en de secretaris van het ARK/de afdeling Vergunningverlening en Handhaving Vanuit de afdeling Leefomgeving is naar voren gekomen dat de communicatie en coördinatie tussen deze afdeling en de ARK niet optimaal verloopt. Dit komt ook naar voren uit de interviews met de architecten. Plannen waarover vanuit Leefomgeving in een eerder stadium is geadviseerd worden door de secretaris van de ARK op de agenda van de ARK geplaatst, zonder dat deze afdeling hiervan op de hoogte is en de ARK van noodzakelijke informatie (waaronder eerdere adviezen) kan voorzien. Dit kan worden voorkomen door het op tijd delen van agenda’s, maar ook door de ARK eerder mee te nemen in ontwikkelingen en niet pas nadat initiatiefnemers al maandenlang met de gemeente in gesprek zijn geweest. Het is daarnaast verstandig om de ARK al in een vroeg stadium van planontwikkeling te betrekken, zodat ze waardevolle suggesties kunnen doen. In een vroeg stadium kunnen adviezen effectiever worden ingezet en het plan verbeteren. De ARK waardeert het daarnaast als ze vroeg in het proces betrokken worden. Tijdens de interviews is overigens naar voren gekomen dat de gemeente recent twee casemanagers heeft aangenomen o.a. om dit proces tussen de afdeling Leefomgeving en de ARK te verbeteren. Geadviseerd wordt om in de gaten te houden of dit werkt.
13. Stem lokale belangen en afwegingen vroegtijdig af met de ARK Uit de gemeentelijke organisatie komt naar voren dat er verschillen zijn in verwachtingen tussen de ARK en de lokale belangen. De ARK streeft vaak naar een hoog kwaliteitsniveau (een 9), terwijl een 7 soms maximaal haalbaar is gelet op lokale belangen en afwegingen. De ARK ontbeert soms begrip voor de context waarin zij adviseert. Hier ligt een verantwoordelijkheid bij de gemeente. De gemeente bepaalt de context (het
9
advieskader) waarbinnen de ARK haar advies uitbrengt. Stem lokale belangen en afwegingen vroegtijdig af met de ARK en voorkom frustratie aan beide zijden. 14. Maak het alle aanvragers mogelijk om bij commissievergaderingen aanwezig te zijn en geef uiting aan het openbare karakter van de vergaderingen Het is in Nederland gebruikelijk dat vergaderingen van gemeentelijke adviescommissies (ruimtelijke kwaliteit en erfgoed) openbaar zijn. Met openbaar wordt bedoeld dat naast de belanghebbende (aanvrager, architect of initiatiefnemer van het plan) ook niet-belanghebbenden het recht hebben om de vergadering bij te wonen bij behandeling van plannen waarvoor een aanvraag is ingediend, overigens meestal zonder spreekrecht. Er wordt in de meeste gemeenten niet of nauwelijks gebruik van gemaakt, hooguit door een lokale journalist die zich op de hoogte wil stellen van (advisering over) lokale ontwikkelingen. Het is ook gebruikelijk dat overleggen over plannen in een vooroverlegstadium niet openbaar zijn. De gemeentelijke afdeling ruimtelijke ordening wil dan alvast de mening van de commissie aftasten of de voorgeschiedenis van een plan toelichten. Betrokken belanghebbenden (initiatiefnemer, architect en/of ontwikkelaar) worden vaak wel uitgenodigd om daarbij te zijn, maar dat hoeft niet. De gemeenten zijn daarin leidend, niet de commissies.
Een commissie kan wel aangegeven een besloten afstemmingsoverleg te willen hebben met bijvoorbeeld een beleidsambtenaar of de portefeuillehoudende wethouder. Waar het mis gaat qua openbaarheid in Middelburg is dat niet elke aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld om bij de vergadering aanwezig te zijn om het plan toe te lichten. Als reden wordt aangevoerd dat de agenda te vol zit om voor elk plan bezoekers uit te nodigen (want een mondelinge toelichting door de aanvrager/architect kost veel tijd). We geven de overweging mee om de vergaderfrequentie van de ARK te verhogen van 1x per 3 weken naar 1x per 2 weken zodat meer tijd op de agenda ontstaat voor planindieners. Aansluitend doen we de aanbeveling om als gemeente met name bij wijzigingen aan monumenten alle planindieners proactief uit te nodigen om bij de advisering over het plan aanwezig te zijn, omdat dit de behandeling efficiënter maakt. 15. Heroverweeg de samenstelling van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) We zijn ervan overtuigd dat elk afzonderlijk commissielid veel expertise bezit op zijn/haar vakgebied. Wat betreft de onderlinge communicatie gaan we af op de gesprekken met de architecten. Daaruit blijkt dat met name bij advisering over monumenten er in de commissie geen afwegingen worden gemaakt of een nieuwe ingreep ook kwaliteit kan toevoegen.
Het advies van de bouwhistorici prevaleert namelijk altijd en bovendien zijn de bouwhistorici vasthoudend met regels. Wellicht kan een commissielid met een andere achtergrond, zoals een restauratie-architect, de verstandhouding tussen aanvragers en de ARK verbeteren en de indruk wegnemen dat er alleen oog is voor de (bouw)historische aspecten van een plan.
10
BIJLAGE A – SITUATIE VANUIT DRIE PERSPECTIEVEN Deze bijlage begint met een korte beschrijving van het huidige beleid (de NRK) en de inzet, werkwijze en samenstelling van het Sneltoetsteam en de ARK. Vervolgens volgt een samenvatting van de gesprekken met de ambtelijke organisatie, de ARK en een aantal architecten met praktijkervaring in Middelburg.
NOTA RUIMTELIJKE KWALITEIT (NRK) UIT 2016 De gemeente hanteert de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK) 2016 als beleidskader voor advisering over bouwplannen waaronder ook wijzigingen aan monumenten. De NRK bevat: -
-
-
-
-
Een excessenregeling. Hiermee heeft de gemeente de mogelijkheid om repressief in te grijpen indien vergunningsvrije bouwwerken in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Richtlijnen voor het opstellen van een locatieverkenning. Een locatieverkenning wordt gevraagd voorafgaand aan de ontwikkeling van een definitief plan voor de bouw van één woning of een tweeonder-één-kapwoning. Hiermee kan de gemeente in het vooroverlegstadium sturen op een goede inpassing van het plan in de omgeving. Criteria voor het opstellen van beeldkwaliteitplannen. Met een beeldkwaliteitplan kan de gemeente regie houden op de ruimtelijke kwaliteit bij grotere (her)ontwikkelingen die buiten het kader van de NRK vallen. Vaste criteria. Dit zijn zeer algemene criteria die overal toepasbaar zijn indien gebiedscriteria, flits- of sneltoetscriteria niet van toepassing of ontoereikend zijn. De criteria hebben betrekking op situering, vorm, maat en schaal, gevelkarakteristiek, materiaal, kleur, textuur en detaillering; Gebiedscriteria. Dit zijn beoordelingscriteria die specifiek voor een gebied van toepassing zijn. Er worden acht gebieden onderscheiden te weten; (1) Beschermde stadsgezichten + Oude dorpskernen, (2) Nieuwe dorpskernen, (3) Uitbreidingswijken, (4) Handel en Kantoren, (5) Buitengebied, (6) Recreatie, (7) Industrie, (8), Industrieterrein Arnestein (welstandsvrij).
De beoordelingscriteria zijn globaal van karakter. Al naar gelang het belang van het gebied varieert het aantal criteria. Alleen voor deelgebieden 1 en 2 wordt middels de criteria bijvoorbeeld aangestuurd op het behouden van historische bouwdelen zoals kroonlijsten, voor de overige gebieden niet. Richtlijnen voor beschermde (rijks)monumenten. Dit zijn algemeen gangbare richtlijnen voor het omgaan met monumenten om te voorkomen dat cultuurhistorische waarden verloren gaan. Sneltoetscriteria. Deze criteria zijn bedoeld om kleine vergunningplichtige bouwplannen te laten toetsen door het Sneltoetsteam. Het plan hoeft dan niet voor advisering te worden voorgelegd aan de ARK. Er zijn sneltoetscriteria voor o.a. bijgebouwen, aan- en uitbouwen, dakkapellen, erfafscheidingen, kozijn- en gevelwijzigingen, zonnepanelen, rolhekken en -luiken, balkons, terrassen en reclames. Deze criteria gelden ook voor monumenten en panden in de beschermde stadsgezichten. Alleen de Topmonumenten worden uitgesloten.
Aan de NRK zijn de volgende bijlagen toegevoegd: -
-
Een Stroomschema. Schema opgesteld voor planindieners om inzichtelijk te maken wanneer een plan in aanmerking komt voor een flitsvergunning, een sneltoets of een toets door de ARK. Samenstelling Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit. Geeft aan welke expertises vertegenwoordigd zijn in de commissie, wanneer in welke samenstelling vergaderd wordt en dat dit afhankelijk is van de invloed van het plan op de omgeving. Deze werkwijze is niet meer van toepassing. Een lijst met Topmonumenten van Middelburg. Hieronder vallen met name rijksmonumentale bouwwerken zoals de vestingwerken, bruggen, molens en kerken en gebouwen zoals de abdij, het stadhuis en de Scheepswerf. Voor de Topmonumenten zijn de sneltoetscriteria en de richtlijnen voor zonnepanelen niet van toepassing. Wijzigingen aan deze panden worden altijd voorgelegd aan de ARK. 11
-
-
Hoe maak in mijn monument duurzaam? Een informatieve bijlage over waar men aan moet denken bij het verduurzamen van een monument. Richtlijnen voor zonnepanelen op monumenten en in de rijksbeschermde stadsgezichten Reclamebeleid. Criteria zijn afhankelijk van het deelgebied. Zo gelden in gebied ‘Beschermde stadsgezichten + Oude dorpskernen’ andere criteria dan in het gebied ‘Handel en Kantoren’. Flitstoetscriteria. Voor een aantal kleine vergunningsplichtige bouwplannen zoals schilderwerk bij monumenten en het plaatsen van zonneschermen en isolerende beglazing in de beschermde stadsgezichten, zijn flitstoetsen opgesteld. Deze flitstoetsen bevatten ‘afvinkbare’ criteria geïllustreerd met foto’s. Indien het plan voldoet aan deze criteria kan door de behandelend vergunningverlenend ambtenaar (met erfgoedexpertise) kosteloos een flitsvergunning worden afgegeven. Servicemoment voor inpandige veranderingen aan monumenten. Beschrijft een regeling waarbij gratis advies kan worden verkregen van een erfgoeddeskundige van de gemeente om te bepalen of een ingreep in het interieur vergunningsvrij is of niet. De contactgegevens van de betreffende ambtenaar staan vermeld, maar zijn niet meer van toepassing (deze ambtenaar is inmiddels met pensioen).
INZET, SAMENSTELLING EN WERKWIJZE VAN HET SNELTOETSTEAM Het Sneltoetsteam is een werkgroep bestaande uit drie ambtenaren van vergunningen. Het Sneltoetsteam komt elke week samen om planaanvragen te beoordelen. De uitslag volgt dezelfde dag. Tussen het indienen van een aanvraag en de behandeling in het Sneltoetsteam zitten maximaal 2 weken, soms een week langer. Plannen die niet voldoen aan de sneltoetscriteria worden alsnog voorgelegd aan de ARK. Plannen die overduidelijk niet voldoen aan de criteria worden in principe niet doorgeschoven aan de ARK, maar door het Sneltoetsteam voorzien van een negatief advies met een verwijzing naar het beleid en een verzoek om het plan (indien mogelijk) aan te passen. Het Sneltoetsteam beoordeelt ook plannen waarover de ARK een ‘positief mits’ advies heeft gegeven. Het Sneltoetsteam beoordeelt of met het aangepaste plan voldoende tegemoet gekomen wordt aan de voorwaarde (de mits) uit het advies van de ARK.
INZET, SAMENSTELLING EN WERKWIJZE VAN DE GEMEENTELIJKE ADVIESCOMMISSIE (ARK) De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) bestaat momenteel uit vier (externe) leden met expertises in architectuur, stedenbouw, architectuurhistorie en bouwhistorie. De commissie wordt ambtelijk ondersteund door de gemeentelijk secretaris, die voor de commissievergaderingen de agenda opstelt, aanvragers uitnodigt en adviesverslagen schrijft. Ook verzorgt hij de communicatie met de aanvragers nadat een plan is behandeld. De commissie vergadert elke drie weken op de donderdag. De vergaderingen vinden plaats in een vergaderzaal van het Stadskantoor in Middelburg. In de ochtend worden aanvragen voor welstandsadvies behandeld en bezoekers ontvangen, terwijl monumentendeskundigen monumenten bezoeken waarvoor een plan is ingediend. ’s Middags komt het volledige Adviesteam bijeen om plannen te behandelen die betrekking hebben op rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en plannen binnen beschermde stadsgezichten. Een aantal plannen wordt toegelicht door de indieners of architect op uitnodiging van de secretaris, dan wel op eigen verzoek. Voor de commissie geldt de verplichting jaarlijks met een verslag verantwoording af te leggen aan de gemeenteraad van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.
Dit is vastgelegd in de “Verordening Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Middelburg 2022”. In het jaarverslag worden o.a. de jaarcijfers gepubliceerd (aantal plannen waarover positief dan wel negatief is geadviseerd), een aantal plannen toegelicht en aanbevelingen gedaan aan B&W en de raad. Overigens is in 2020 voor het laatst een jaarverslag gemaakt door de commissie. Dat is toen niet gepubliceerd omdat er geen bestuurlijk jaarverslag is gemaakt door capaciteitsproblemen bij de beleidsafdeling (beide jaarverslagen werden voorheen gezamenlijk aangeboden aan B&W/de gemeenteraad). In de jaren erna is door capaciteitsproblemen onvoldoende aandacht geweest voor het (laten) opstellen van beide jaarverslagen.
12
1. DE HUIDIGE SITUATIE VANUIT HET PERSPECTIEF VAN DE AMBTELIJKE ORGANISATIE Er zijn gesprekken gevoerd met acht ambtenaren van de afdelingen Leefomgeving en Vergunningverlening en Handhaving die de volgende functies vertegenwoordigen: -
-
-
-
-
-
-
➢
Beleidsmedewerker erfgoed o Zorgt ervoor dat Erfgoed een plek heeft in gemeentelijk beleid en visie en heeft vanuit deze rol o.a. meegeschreven aan de Omgevingsvisie. Vergunningverlener monumenten o Beoordeelt aanvragen voor wijzigingen aan monumenten en wint hiervoor advies in bij de ARK of legt het plan voor aan het Sneltoetsteam. Op basis van de toetsing en het advies stelt de vergunningverlener een formeel besluit op om de vergunning al dan niet te verlenen, eventueel met voorwaarden. Vergunningverlener overige bouwplannen o Beoordeelt aanvragen voor o.a. bouwvergunningen buiten het beschermde stadsgezicht en wint hiervoor o.a. advies in bij de ARK of het Sneltoetsteam. Op basis van de toetsing en het advies stelt de vergunningverlener een formeel besluit op om de vergunning al dan niet te verlenen, eventueel met voorwaarden. Vergunningverlener en plantoetser / schakel tussen RO en Vergunningverlening en Handhaving o Beoordeelt aanvragen voor o.a. bouwvergunningen voor met name nieuwbouw en verbouw en richt zich als plantoetser meer op de ruimtelijke inpassing van een bouwplan binnen de context van de omgeving en het beleid van de gemeente, in samenwerking met RO.
Coördinator vergunningverlening en tevens ambtelijk secretaris van de adviescommissie ARK o Is coördinator vergunningverlener (wijst aanvragen toe, maar verleent ze niet zelf) en doet daarnaast het voorbereidend secretariswerk van de ARK (20-25% van de tijd) zoals het opstellen van de agenda. Ook het schrijven van de adviesverslagen behoort tot de taken. Stedenbouwkundige o Houdt zich bezig met nieuwbouwontwikkelingen, met de toetsing van plannen die niet passen in het Omgevingsplan en met procedures en beleidsaspecten. Strategisch adviseur o Heeft een proces- en adviseursrol op het snijvlak van organisatie en bestuur. Eén van de taken is de uitvoeringsagenda van de Omgevingsvisie. OVER BELEIDSKADERS
De Nota Ruimtelijke Kwaliteit Hoewel de huidige Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK) op onderdelen een aanpassing verdient, wordt deze niet gezien als de oorzaak van de huidige problematiek rondom vergunningverlening. De oorzaak moet worden gezocht in de processen. Beeldkwaliteitplannen Vanuit Leefomgeving wordt aangegeven dat wanneer de gemeente de regie wil nemen over ruimtelijke ontwikkelingen, ze hier ook actief op moet sturen. Dit betekent dat de gemeente vroegtijdig duidelijke richtlijnen en verwachtingen moet opstellen. Beeldkwaliteitplannen zijn een goed instrument, maar gaan vaak te veel in op details. Dit kan ervoor zorgen dat projecten onuitvoerbaar worden. Het sturen op hoofdlijnen is effectiever dan op details. In de huidige NRK staat dat zodra een bouwontwikkeling is afgerond, het beeldkwaliteitplan vervalt en de betreffende woonwijk onder de NRK valt. Dit leidt ertoe dat de tweede generatie bewoners wijzigingen kunnen aanbrengen - die mogelijk zijn, omdat de NRK onvoldoende houvast biedt - maar die kunnen afwijken van het zorgvuldig ontworpen bebouwingsbeeld. In de woonwijk Veersepoort bijvoorbeeld is in het ontwerp per 13
woonhof een sterke architectonische samenhang nagestreefd met een eigen beeldkwaliteit, maar voor deze woonwijk gelden nu dezelfde criteria als alle andere uitbreidingswijken. Beeldkwaliteitplannen en participatie In de NRK staat beschreven dat bij het opstellen van een beeldkwaliteitplan de wensen van toekomstige bewoners en omwonenden moeten worden geïnventariseerd, zoals bijvoorbeeld de behoefte aan een groen plantsoen. Hoewel het goed is om rekening te houden met deze belangen, moeten bewoners niet de verwachting krijgen dat zij alles kunnen bepalen. Ontwikkelaars werken namelijk binnen een vastgesteld programma, vaak afgestemd op gemeentelijke plannen zoals de woondeal, waarbij de locatie een belangrijke rol speelt. Bewoners kunnen meedenken over details zoals woningontwerpen, maar het vastleggen hiervan in een beeldkwaliteitplan is niet altijd haalbaar of wenselijk. Bij elk project moet beoordeeld worden op welke wijze participatie van bewoners zinvol en uitvoerbaar is. Het presenteren van omgevingsanalyses als "bewonerswensen" kan tot misverstanden leiden. Hoewel participatie belangrijk is, blijft de vraag wat er precies in een beeldkwaliteitplan moet worden vastgelegd en in hoeverre bewoners hierbij betrokken moeten worden.
Welstandsvrije status industrieterrein Arnestein Het huidige vergunningsvrije regime in de NRK voor Arnestein is geen goed idee en betekent een langzame verloedering van het bedrijventerrein. Door de ligging aan het Kanaal naast het stadskantoor zou er minimaal meer regie en aandacht moeten komen voor de bebouwing langs invalswegen, voor het openbaar gebied en voor erfafscheidingen. Terrassenbeleid De terrassen, met name op Plein 1940, zijn groter geworden in coronatijd toen alles verder uit elkaar moest staan. Er is nu een situatie ontstaan dat de terrassen het plein domineren. Dit wordt gedoogd omdat terugdraaien naar de oude situatie stuit op weerstand bij de ondernemers. Flitsvergunningen De vergunningverleners vinden dat de gemeente moet stoppen met flitsvergunningen. De uiteindelijke vergunning heeft wel een juridische status, maar de aanvraagprocedure voldoet niet aan de wettelijke vereisten. Daarnaast ligt het eraan bij wie de vergunning binnenkomt, iemand met erfgoedkennis of niet. Dit bepaalt heel erg wat de uitkomst is van de flitsvergunning. ➢
OVER PROCESSEN
Gebrek aan communicatie en coördinatie tussen Leefomgeving en de ARK Vanuit de afdeling Leefomgeving is naar voren gekomen dat de communicatie en coördinatie tussen de afdeling Leefomgeving en de afdeling Vergunningverlening en Handhaving niet altijd soepel verloopt. Plannen waarover Leefomgeving eerder heeft geadviseerd, komen soms op de ARK-agenda zonder dat de afdeling Leefomgeving hiervan op de hoogte is en de ARK zodoende niet beschikt over de benodigde informatie. Dit leidt tot frustraties, vooral bij tegenstrijdige adviezen. Leefomgeving geeft aan dat ze moet proberen om plannen eerder naar de ARK te brengen. En de verschillen in verwachtingen moeten beter gemanaged worden: de ARK streeft vaak naar een hoger niveau dan lokaal haalbaar is vanwege andere belangen. Handhaving Zowel Leefomgeving als Vergunningverlening geven aan dat er gebrek is aan handhaving. Handhaving richt zich alleen op technische uitvoerbaarheid en brandweereisen, terwijl bouwwerken die zonder vergunning worden gebouwd - maar ook activiteiten als buiten-voorzetramen, schilderwerk en zonnepanelen - ongemoeid blijven, tenzij bewoners een melding doen. De gemeente hanteert dus een zogenaamd "piepsysteem."
14
Beperkte capaciteit Gezien de grote hoeveelheid monumenten in de stad en de beperkte capaciteit binnen de gemeentelijke organisatie, is er weinig tijd en aandacht voor het aanwijzen van nieuwe monumenten en de ontwikkeling van nieuw erfgoedbeleid. Maar de ambitie van de gemeente op dit gebied is bestuurlijk hoog. Voor deze bestuursperiode is het streven: een kerkenvisie, erfgoedbeleid en een nieuwe nota ruimtelijke kwaliteit. Communicatie met (vergunning)aanvragers / indieners van plannen De vergunningverleners geven aan regelmatig te maken te hebben met aanvragers zonder kennis van erfgoed. Soms beweren aanvragers zelfs dat ze niet weten dat ze in een monument wonen en dus alvast begonnen zijn met verbouwen. Het is soms moeilijk om iemand dan serieus te nemen. Daarnaast is bij een monument het vergunningverleningsproces gewoon lastiger. Het is als gemeente niet te voorkomen dat aanvragers zich tekort voelen gedaan. En hoewel de gemeente aanstuurt om eerst een conceptverzoek in te dienen, wordt door aanvragers vaak gelijk een aanvraag ingediend. De beoordeling zou eerder in het proces moeten plaatsvinden. Indieningsvereisten bij een wijziging aan een monument Een aanvraag voor een wijziging aan een monument wordt momenteel ook behandeld door vergunningverleners zonder specifieke kennis van erfgoed en monumenten.
Om dit te compenseren wordt aan opdrachtgevers eerder gevraagd om een bouwhistorische verkenning te laten uitvoeren, omdat men dan beter de bouwtekeningen kan beoordelen, vooral met betrekking tot de cultuurhistorische waarde. Dit betekent dat de aanvrager vaker een expert moet inschakelen om de waarde van het pand in kaart te brengen bij gebrek aan gemeentelijke erfgoedexpertise. Nieuwe generatie wil meer menselijk contact Een aantal vergunningverleners beschouwt zichzelf als een nieuwe generatie, die streeft naar een minder formele communicatiestijl en graag contact zoekt met de aanvrager bij onduidelijkheden. Ze ervaren geen barrières om gesprekken aan te gaan of persoonlijk langs te gaan, wat volgens hen leidt tot beter contact en meer waardering. Menselijk contact wordt als wenselijk gezien. Ze vinden dat er meer ruimte moet zijn voor open gesprekken en dat er meer meegedacht moet worden met de aanvragers. Bovendien proberen ze de aanvrager te helpen met het indienen van de juiste documenten, zodat de ARK over voldoende informatie beschikt om over het plan te kunnen adviseren. Werkdruk De werkdruk is hoog, waardoor veel aanvragen snel moeten worden afgehandeld en termijnen soms niet worden gehaald. Vergunningverleners moeten dossiers sneller doorlopen dan gewenst, wat ten koste gaat van de nauwkeurigheid. ➢
OVER DE ARK – VOORBEREIDING, SAMENWERKING EN ADVISERING
Het opstellen van preadviezen Vergunningverleners stellen een preadvies op voor de ARK-vergaderingen, met daarin de status van de aanvraag, planbeschrijving, eerder advies en verwijzing naar relevante deelgebieden uit de NRK. Er zijn binnen de organisatie zorgen over de kwaliteit van preadviezen voor monumentenplannen vanwege het ontbreken van erfgoedexpertise bij de vergunningverleners (een vergunningverlener met veel verstand van erfgoed is recent met pensioen gegaan). Vergunningverleners moeten nu nadrukkelijk beroep doen op de beleidsmedewerker(s) van erfgoed. Ook zal de ARK meer tijd kwijt zijn aan de voorbereiding. Locatiebezoeken met de monumentendeskundigen van de ARK De vergunningverlener bepaalt of de monumentendeskundigen van de ARK op locatie moeten komen kijken bij een aanvraag voor een wijziging aan een monument en plant ook deze bezichtiging. De vergunningverleners zien het als de verantwoordelijkheid van de gemeente (als vergunningverlenende instantie) om de leden van de
15
ARK te attenderen op wat van belang is op die locatie. Daarom is het noodzakelijk om bij de afdeling Vergunningverlening en Handhaving te beschikken over voldoende kennis van monumenten. Bij een bezoek aan een monumentaal pand samen met de monumentendeskundigen van de commissie wordt duidelijk gemaakt aan pandeigenaar/architect dat het bezoek enkel dient om de staat van het pand te bekijken, zonder ter plaatse advies te geven. Er wordt wel gesproken over wat belangrijk is aan het monument en de commissieleden informeren vaak naar voornemens om het pand te verduurzamen. Samenstelling van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) Afdeling Leefomgeving geeft aan dat een stedenbouwkundige met landschapsexpertise een waardevolle aanvulling zou zijn voor de ARK, aangezien de ARK regelmatig om landschappelijk advies vraagt, wat nu niet intern beschikbaar is. Een secretaris en/of voorzitter die gericht is op de relatie met aanvragers en het begrijpen van politieke en maatschappelijke processen kan daarnaast de verstandhouding tussen aanvragers en de ARK aanzienlijk verbeteren. Aanvragers worden niet proactief uitgenodigd door tijdgebrek De ambtelijk secretaris van de ARK geeft aan dat door tijdgebrek de commissievergaderingen minder goed worden voorbereid dan wenselijk is.
Ook kunnen aanvragers of architecten vanwege tijdgebrek niet altijd bij planbehandelingen aansluiten, aangezien vergaderingen met bezoekers langer duren. Aanvragers worden daarom niet proactief uitgenodigd. Architecten of het ARK nemen vaak zelf het initiatief om afspraken met de ARK te maken, maar ook dan is het niet altijd mogelijk vanwege een te volle agenda. Tijdens een overleg met de aanvrager/architect wordt soms als mogelijkheid aangedragen om planaanpassingen per mail voor te leggen aan de commissie om zodoende de proceduretijd te verkorten. Communicatie tussen ARK en aanvragers Vergunningverleners die contact hebben met de ARK ervaren de communicatie als prettig. Tijdens vergaderingen wordt de omgang met aanvragers positief beoordeeld en commissieleden delen hun advies enthousiast. Aanvragers worden echter niet standaard uitgenodigd om bij de ARK aanwezig te zijn. Adviezen worden niet altijd begrepen De vergunningverleners vinden dat er verbeterpunten zitten in de verslaglegging van de ARK. De adviezen worden niet altijd begrepen door aanvragers.
2. DE HUIDIGE SITUATIE VANUIT HET PERSPECTIEF VAN DE ARK Er is gesproken met alle vier de leden van de commissie. Inhoudelijke kennis van de commissie De ARK beschikt naar eigen zeggen over voldoende inhoudelijke kennis waardoor er geen extra leden nodig zijn. Daarnaast zijn er niet genoeg plannen om andere disciplines zoals bijvoorbeeld landschap aanwezig te hebben. Het zou fijn zijn om in de toekomst iemand op afroep beschikbaar te hebben (met expertise landschap, ecologie en/of duurzaamheid) die kan worden ingevlogen als het nodig is. Met het afscheid van Wytze Patijn is het reservelid en de voorzitter van het ARK+ weggevallen. Een reservelid in geval van ziekte of vakantie is gewenst. Voorbereiding van de commissievergadering De ARK krijgt betaald voor de voorbereiding. Voor de architect-leden duurt de voorbereiding gemiddeld 2 uur per vergadering. Voor de bouwhistorici-leden is dit meer; zij komen op een voorbereidingstijd van soms wel 8 uur. De commissie merkt een trend op waarbij de preadviezen (van de gemeente) steeds minimaler zijn waardoor er meer voorbereidingstijd bij de commissie komt te liggen. Dit heeft volgens hen te maken met een
16
gebrek aan inhoudelijke expertise binnen de gemeente. Op deze manier komt de rol van de gemeente bij de ARK te liggen. Waar een preadvies aan zou moeten voldoen Volgens de ARK bestaat een goed preadvies uit een goede analyse van het voorgestelde plan en de mening van de gemeente hierover. Het liefst ook met een visuele toelichting en bouwtekeningen (geprint of digitaal) waarin is gemarkeerd wat er verandert aan een object (bij een wijziging aan een monument) of waar extra op gelet moet worden. Ook was er voorheen veel meer informeel contact tussen de gemeente en de commissie. In het verleden was er soms vooraf al even telefonisch overleg over de implicaties van een plan. Dat wordt steeds minder. De commissie over de gemeente De ARK is van mening dat hoe beter de gemeente alles aanstuurt/coördineert, hoe beter gestructureerd het proces is en hoe sneller de commissie in zijn voorbereiding kan zijn. Nu mist die aansturing (deels) vanuit de gemeente. Er is meer capaciteit en kennis bij de gemeente nodig om de vraag van de samenleving te vullen. De commissie kan nooit op de stoel van de gemeente zitten, wat ook niet mag. De commissie is een onafhankelijk adviesorgaan en het is dus essentieel dat de kennis en capaciteit (vooral op erfgoed) ook aanwezig is bij de gemeente. Deze kan op basis van het advies van de commissie zelf een onafhankelijk oordeel vellen.
Omdat de gemeente niet goed zichtbaar en bereikbaar is, krijgt de commissie de indruk vaak het eerste fysieke aanspreekpunt te zijn van de aanvrager, terwijl dit veel te laat in het proces is en de gemeente zelf het eerste fysieke aanspreekpunt behoort te zijn. De behandelend ambtenaar is vaak niet ter plaatse geweest, merkt de commissie. De gangbare procedure (projectbezoek ’s ochtends met ’s middags uitslag en advies tijdens de plenaire vergadering) is niet voor iedereen transparant. Volgens de ARK heeft dat te maken met de achteruitgang van het verwachtingsmanagement naar de initiatiefnemer door de gemeente. De betrokkenen worden niet voldoende voorbereid op wat ze kunnen verwachten van het locatiebezoek en het verloop van de procedure. Architecten weten over het algemeen wel hoe het verloopt. Openbaarheid en transparantie De commissie is op de hoogte dat de openbaarheid van de vergaderingen door sommigen van buitenaf als een probleem wordt ervaren. De gemeente heeft voor de huidige procedure gekozen, waarbij het lastig is om mensen op tijd van tevoren te laten weten wat er op de agenda staat. Degenen die zijn uitgenodigd zijn vanzelfsprekend wel op de hoogte. Bij de andere agendapunten lijkt dat niet altijd het geval te zijn.
Dit is grotendeels een organisatorisch probleem, onder andere ontstaan door de late deadline waarop plannen door vergunningverleners bij de secretaris kunnen worden ingediend. De vergaderlocatie is een vaste zaal in het afgesloten deel (achter de beveiliging) van het gemeentekantoor met een beperkt aantal zitplaatsen. Overigens is die situatie bij andere gemeenten vaak niet anders. Het is nu zo geregeld dat de initiatiefnemers een kruisje kunnen aanvinken in de vergunningaanvraag op het standaard in te vullen digitale formulier - opgesteld door de rijksoverheid - dat ze uitgenodigd willen worden voor de vergadering. In de praktijk is het echter zo dat tijdens de vergaderingen te weinig tijd is om alle initiatiefnemers langs te laten komen. De secretaris maakt daar soms in overleg met de ARK een keuze in. De ARK wordt het liefst zo vroeg mogelijk in het proces, al bij het initiatief, betrokken om samen met de initiatiefnemer de randvoorwaarden van het plan te bepalen. In een open gesprek wordt er gespard en worden er meerdere mogelijkheden besproken. Dit ervaart de commissie als sneller en fijner. Advies De ARK is van mening dat de voorzitter het advies helder samenvat in het bijzijn van de initiatiefnemer. Ook wordt de initiatiefnemer nog gevraagd of alles duidelijk is. Ze vinden dat de verslaglegging van het advies altijd 17
beter/scherper kan, maar dat de essentie er altijd in staat. Het is lastig om het voor iedereen duidelijk te formuleren omdat je te maken hebt met verschillende initiatiefnemers die niet allemaal even goed het advies doorzien. Hierdoor kan het advies wellicht anders geïnterpreteerd worden dan bedoeld. Beleid Het huidige beleid geeft veel houvast en bevat genoeg regels waar de commissieleden goed mee uit de voeten kunnen. De gemeente Middelburg is niet strenger dan andere gemeenten m.b.t. verduurzamen van erfgoed noch in hun monumentenbeleid. De commissieleden hebben uitgebreide ervaring bij andere grote monumentensteden en daar wordt op eenzelfde manier omgegaan met het behoud en verduurzamen van erfgoed. De gemeente wijst alleen nieuwe monumenten aan als de eigenaar daarmee akkoord gaat. De commissie is van mening dat er veel meer panden een beschermde status zouden moeten krijgen. Dit heeft ze ook aangegeven bij de wethouders en de raad. Er komen regelmatig pareltjes langs zonder beschermde status, maar met belangrijke monumentwaarden. De commissie kan in deze gevallen hoogstens de suggestie doen aan de initiatiefnemer van “wat heeft u een geweldig pand, dit is heel speciaal”. De gemeente zou hier pro-actiever mee moeten omgaan. Als je kijkt naar de nota gelden voor niet beschermde panden binnen het beschermde stadsgezicht net zulke strenge regels als voor beschermde panden.
Ze worden op een vergelijkbare manier beoordeeld. De vraag is of aan die eigenaren wat meer ruimte geboden zou kunnen worden? Zo is het behoud van het originele materiaal voor niet-monumentale panden minder belangrijk. De commissie is van mening dat een willekeurige uitbreiding van het kleurenbeleid geen goed idee is. De enige manier om achter de juiste kleur van een pand te komen is door kleuronderzoek te doen. De kleurenwaaier van Dordrecht heeft een onderzoek als basis, Middelburg heeft dat nog niet. Historisch glas Een goed uitgangspunt voor de definitie van historisch glas zou zijn ‘van na de oorlog’ dus inclusief wederopbouw (conform bestaand beleid), of vóór de introductie van vlak floatglas. De stadskern van Middelburg is voor een aanzienlijk deel gebombardeerd tijdens de Tweede Wereldoorlog en heeft nu veel wederopbouw in de stadskern. Er is dus naast het historisch glas van vóór die tijd, ook veel glas uit de wederopbouwperiode (ook van de tijd vóór het floatglas). Historisch glas van zowel voor de oorlog als uit de wederopbouw is het behouden waard. Stevige stedenbouwkundige afdeling De commissie is van mening dat de opgaven van Middelburg te klein zijn voor een stadsbouwmeester. Wel denkt de commissie dat de gemeente gebaat zou zijn met een stevigere stedenbouwkundige afdeling.
De gemeente zou vaker, zeker bij complexe situaties, een beeldkwaliteitplan moeten (laten) maken per project. Nu doet de initiatiefnemer dat vaak. Dit is ook gevraagd in de NRK, dat bij nieuwbouw een BKP (gemeente) of een locatieverkenning (door de initiatiefnemer) moet worden opgesteld. De locatieverkenning schiet er vaak bij in. Als daar strenger op wordt geselecteerd scheelt dat werk voor de commissie. Tot slot Het contact tussen de huidige wethouders en de commissie is beperkt. De commissie zou graag zien dat er meer contact is tussen de wethouders en de commissie om een goede verstandhouding te onderhouden. Niet alleen praten in geval van nood, maar ook informerend.
18
3. DE HUIDIGE SITUATIE VANUIT HET PERSPECTIEF VAN DE ARCHITECTEN Er is gesproken is met architecten van drie architectenbureaus. Deze bureaus zijn: o o o
Joos Nijsse Architectuur Rothuizen Architecten en adviseurs Moons Architecten - bureau voor erfgoed, architectuur en herontwikkeling
Ervaring met de gemeente De ervaring met de gemeente wordt vooral als negatief beschouwd vanwege het vergunningverleningsproces. Dit proces kan maanden duren, terwijl de uiteindelijke documenten soms maar één A4'tje omvatten. Informele gesprekken met ambtenaren helpen vaak om sneller duidelijkheid te krijgen, maar het proces is tegenwoordig formeler en afstandelijker, wat tot vertraging leidt. Een goede relatie met ambtenaren is belangrijk, omdat zij invloed hebben op de voortgang van plannen. Voor nieuwkomers is het lastig om door het systeem te navigeren. Een zeer kritische houding van sommige ambtenaren zorgt voor veel spanning bij architecten en monumenteneigenaren. Onnodige verzoeken om bouwkundige details leiden vaak tot extra kosten en vertragingen zonder toegevoegde waarde voor projecten. Er lijkt een ontmoedigingsbeleid te zijn, vooral voor plannen in de binnenstad, waardoor veel plannen niet doorgaan. Conflicten tussen de ARK en afdelingen zoals Leefomgeving, leiden daarnaast tot verwarring. Dat ontmoedigt opdrachtgevers, vertraagt hun plannen of doet deze annuleren. Dit leidt tot hoge kosten en onzekerheid voor opdrachtgevers, waardoor zij soms afzien van hun plannen. Is Middelburg strenger dan andere gemeenten? De meningen variëren in hoeverre Middelburg strenger is dan andere gemeenten.
De een geeft aan dat Middelburg niet strenger is dan andere gemeenten, maar wel stug is en vasthoudt aan regels. De ander vindt Middelburg in vergelijking met andere monumentensteden veel conservatiever, omdat andere gemeenten meer ruimte bieden voor dialoog en een open houding ten aanzien van transformaties. Het beleid voor bijvoorbeeld het vervangen van glas is in veel andere monumentensteden verruimd, in lijn met het verruimende adviesbeleid van de RCE. In Middelburg hanteert men echter nog de oude richtlijnen en is men duidelijk strenger. Is dit nog realistisch, vraagt men zich af. Men begrijpt dat het een goed recht is van de gemeente Middelburg om een strenger beleid te voeren dan andere gemeenten, maar de communicatie hierover moet dan beter. Door de strenge advisering worden plannen aangeleverd zoals gemeente en de ARK het willen. Maar vervolgens worden deze plannen anders uitgevoerd door aannemers zonder de benodigde ervaring, omdat men in Middelburg weet dat er toch niet wordt gehandhaafd. Dat is niet wat we moeten willen. Flitsvergunningen Er worden vraagtekens geplaatst bij de flitsvergunningen. De suggestie wordt gewekt dat de gemeente flitsvergunningen hanteert, maar bij navraag bij de gemeente moest voor het vervangen van niet originele ramen door vacuümglas toch een volledige vergunning worden aangevraagd.
Een (legesvrije) flitsvergunning zou hiervoor niet meer bestaan, aldus de gemeente. Een volledige omgevingsvergunning voor het vervangen van glas is echter duur. Flitsvergunningen voor monumenten zijn snel, kosteloos en bieden duidelijkheid vooraf. Handig en klantvriendelijk dus. Bij sommige flitsvergunningen wordt echter voorbijgegaan aan het feit dat elk monument anders is. Monumenten vragen om een maatwerkaanpak. Bij het wijzigen van de kleur van de kozijnen bijvoorbeeld (hiervoor is ook een flitsvergunning mogelijk) zou je als gemeente soms best een kleuronderzoekje mogen vragen. 19
Ervaring met de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) Het gesprek met de commissie wordt als open en fatsoenlijk ervaren, maar overleg met de architecten verloopt soepeler dan met de monumentenadviseurs. Men ervaart bij hen een gebrek aan vertrouwen in hun kennis en expertise als (restauratie)architect. Alsof je op het matje wordt geroepen. Het wordt belangrijk gevonden om vroeg in een project feedback van de commissie te krijgen. Echter, waar eerder de focus op hoofdlijnen lag, bespreekt de commissie dan al veel details, wat eigentijdse ontwerpen in een historische context belemmert. Er is onvoldoende dialoog tussen de architecten en bouwhistorici van de commissie bij wijzigingen aan monumenten. De bouwhistorici hebben het laatste woord, waarbij hun advies zonder discussie prevaleert. De nadruk ligt volledig op de bouwhistorische waarde en er wordt geen afweging gemaakt of nieuwe ingrepen misschien ook kwaliteit kunnen toevoegen. Dit leidt tot strenge, rigide adviezen en afwijzingen van plannen vanuit een puur bouwhistorisch perspectief, wat transformaties van monumenten bemoeilijkt. De ARK vraagt om onnodig veel documentatie, wat opdrachtgevers op hoge kosten jaagt. Er wordt vaak onterecht om bouwhistorisch onderzoek gevraagd, zoals bij restauraties zonder functieverandering.
De vraag om aanvullende documentatie moet beter afgesteld worden op de ingrepen die worden voorgesteld. Vergaderingen zijn niet openbaar, de mogelijkheden om plannen toe te lichten zijn beperkt en verslagen worden vaak pas na twee weken gepubliceerd. Dit gebrek aan transparantie schaadt openheid en vertrouwen. Aanbevelingen aan de gemeente Het monumentenbestand in Middelburg ziet er uitzonderlijk goed uit. Gelet op de grote schoonheid van de stad zouden meer panden mogen worden aangewezen als (gemeentelijk) monument, maar hanteer dan wel een positievere houding tegenover plannen voor wijzigingen. Middelburg moet terughoudend zijn met het aanwijzen van nog meer monumenten, als de huidige monumenten al moeilijk te beheren zijn. Het zou echter niet mogen uitmaken of een pand wel of geen monumentale status heeft als een plan voor een niet monumentaal pand in de commissie verschijnt. Wees aardig en neem mensen serieus, dan zijn de meesten genegen om het advies van de commissie ter harte te nemen. Als gemeente moet je blij zijn dat mensen geld in monumentale panden willen stoppen. Waardeer deze mensen en leg de rode loper uit. Wees aardig en beleefd en biedt de helpende hand. De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor mensen. Wees als gemeente klantgerichter, fatsoenlijk en meer positief in plaats van negatief.
In sommige gemeenten wordt gewerkt met checklisten om monumenteneigenaren te adviseren. Dit is nuttig, maar het risico bestaat dat deze checklisten te rigide worden, wat de flexibiliteit in adviezen beperkt. Bij monumenten is maatwerk van groot belang. Dit vereist een menselijke benadering, waarbij de unieke context van het project wordt gerespecteerd. De gemeente moet meer duidelijkheid en informatie verstrekken. Dit draagt bij aan een betere samenwerking en begrip van de procedures. Proceszekerheid is essentieel voor initiatiefnemers / planindieners. In Middelburg, een van de grootste monumentengemeenten van Nederland, is slechts 1 fte beschikbaar voor monumentenzorg. Er moet daarom meer capaciteit komen bij de gemeente voor erfgoed! Aanbevelingen aan de gemeente over de commissie Er is behoefte aan laagdrempelig vooroverleg met de commissie, waarin op een informele manier gebrainstormd kan worden over ideeën. Dit zou bijdragen aan meer gelijkwaardigheid en dialoog tussen de verschillende partijen. Soms is het mogelijk om snel een schets te bespreken, maar dit zijn incidenten. Er is behoefte aan meer frequente overlegmogelijkheden en een flexibeler adviesproces. 20
Er is weinig draagvlak voor erfgoedbeleid bij de gemeenteraad, B&W, bewoners en ondernemers, mede door het elitaire karakter van de commissie. Openbaarheid en het betrekken van burgerleden zou kunnen helpen om een breder perspectief en meer draagvlak te creëren. De commissie mist politieke ruggensteun. Er is geen coherent erfgoedbeleid en er ontbreekt nu een duidelijke visie hoe om te gaan met verduurzaming van de monumentale binnenstad. In Zeeland zouden vakgenoten uit de regio ook de commissie kunnen invullen. Nu kijkt men alleen buiten de provincie. Visie en dialoog Er is een gebrek aan een leider met visie en gezag op het gebied van architectuur, stedenbouw en erfgoed. Een stadsbouwmeester of stadsarchitect zou een goede koppelpersoon zijn tussen de gemeente, initiatiefnemers en de ARK. De stadsbouwmeester kan een belangrijke rol spelen, mits de functie duidelijk is gedefinieerd in het beleid. Er is behoefte aan meer dialoog en symposia om discussies aan te wakkeren en begrip te kweken. Dit zou een cultuuromslag kunnen bevorderen en zou de samenwerking tussen de stad en de gemeente verbeteren. Er moet een duidelijke keuze worden gemaakt of de stad wil groeien en bruisen, of juist behouden en beheersen. Middelburg is een levende stad waar nieuwe ideeën ruimte moeten krijgen.