Bijlage 1. Een museale impuls voor Middelburg
Tekst van het document
Museum Arnemuiden
kunst in Middelburg. De aard van de activiteiten en tentoonstellingen is actueel
Museum Arnemuiden is een geschiedkundig en cultuurhistorisch museum
en experimenteel. Vleeshal beheert de gemeentelijke collectie van hedendaagse
dat zich richt op het verhaal van Arnemuiden. Het museum is deels
kunst, en organiseert tijdelijke tentoonstellingen en educatieve workshops.
gelegen in het oude stadhuis en deels in een oud woonhuis tegenover.
Sinds haar totstandkoming publiceert de instelling ook regelmatig literatuur over
Het museum geeft informatie over de historische haven van de stad en
kunst en kunstenaars. Daarnaast stimuleert Vleeshal jonge makers middels
geeft een inkijkje in het 20e -eeuwse leven van Arnemuidenaren, mede
project- en stimuleringssubsidies. De collectie is in bruikleen bij MUHKA in Antwerpen en wordt door hen verzorgd. De Vleeshal krijgt van de gemeente jaarlijks ca. € 387k aan subsidie.
door middel van archeologische objecten.
Oudheidkundig museum Arnemuiden ontvangt van de gemeente jaarlijks € 35k aan subsidie. 51
BIJLAGE 3: CONTEXTANALYSE
In Zeeland zijn drie van de vier musea aan te merken als geschiedkundig museum Zoals eerder vermeld beschikt Zeeland over veel musea per hoofd van het inwonersaantal. Zeeland kent naar verhouding veel geschiedkundige musea (75%), maar weinig kunstmusea (10%) t.o.v. landelijke verhoudingen. In 2023 waren er in heel Nederland 475 musea aangesloten bij de Museumvereniging. Deze musea hebben verschillende typen collecties. Sommige musea hebben meerdere typen verzamelingen, zoals kunst en geschiedenis, of wetenschap en natuur. De meeste musea beschouwen zichzelf hoofdzakelijk als geschiedenismuseum (62%) of kunstmuseum (23%). De kleinste groep musea zijn de zes volkenkundige musea die Nederland telt (1%). Hoewel geschiedenismusea dus het meeste voorkomen, is het niet zo dat zij samen ook de meeste omzet hebben. Die is met € 586 miljoen het hoogst bij de kunstmusea, wat neerkomt op 47% van de totale museale omzet.
Figuur: Musea naar type collectie per provincie. Bron: Museumcijfers 2023.
52
BIJLAGE 3: CONTEXTANALYSE
Musea: verschillende grootteklassen Jaarlijks brengt de Museumvereniging de overzichtspublicatie ‘Museumcijfers’ uit. In deze publicatie hanteert de vereniging een indeling in vier soorten musea: • Klein: omzet tot € 400.000 • Middelklein: omzet tussen € 400.000 en € 800.000 • Middelgroot: omzet tussen € 800.000 en € 3,2 mln. • Groot: omzet vanaf € 3,2 mln. Bij de omzet moet worden bedacht dat in 2023 hiervan gemiddeld 45% komt uit entreegelden, waarbij de gemiddelde entreeprijs voor volwassenen in 2023 € 10,- bedroeg. Uit het voorgaande valt af te leiden dat:
• Kleine musea minder dan ca. 20.000 betalende bezoekers trekken. • Middelkleine musea qua betalende bezoekers zitten tussen de 20.000 en 40.000 • Middelgrote musea tussen de 40.000 en 100.000 betalende bezoekers
Figuur: Samenstelling van de eigen inkomsten van musea 2022-2023. Bron: Museumcijfers 2023
trekken • Grote musea jaarlijks meer dan 100.000 betalende bezoekers mogen
verwelkomen.
53
BIJLAGE 3: CONTEXTANALYSE
De Zeeuwse musea trekken hoofdzakelijk binnenlandse bezoekers Bezoekers Nederlandse musea In 2023 bestond 20% van de bezoekers van musea in heel Nederland uit jeugd en 80% uit volwassen. Na 2019 is het bezoek ten gevolge van corona sterk afgenomen. Vanaf 2022 is er herstel ingezet en ook in 2023 is dat
zichtbaar in de cijfers. Een groot deel van de musea biedt een educatief programma voor verschillende doelgroepen. In 2023 ging het om 87% van de musea. Van het museumpersoneel vervult 9% educatieve taken. Veruit de meeste musea ontvangen leerlingen die in schoolverband een bezoek brengen. Het aandeel schoolbezoeken is toegenomen maar nog niet
op het niveau van voor corona. Driekwart van de museumbezoekers in Zeeland komt uit Nederland Uit de Museumcijfers van 2023 blijkt dat 26% van de museumbezoekers is Zeeland van buitenlandse herkomst is. Dit is overeenkomstig het landelijk gemiddelde. Het betekent dat driekwart van de bezoekers afkomstig is uit Nederland. Uit inspiratiesessies ten behoeve van het toerismebeleid is naar voren gekomen dat er een nadrukkelijke wens is om het museale aanbod te versterken. Hierbij wordt gedacht aan een dependance van een
Figuur boven: Ontwikkeling museumbezoek jeugd en volwassenen (index, 2019 = 100), 2023. Bron: Museumcijfers 2023.
gerenommeerd museum.
Figuur onder: Museumbezoek in schoolverband en jeugdbezoek in de vrije tijd, 2023. Bron: Museumcijfers 2023
54
BIJLAGE 3: CONTEXTANALYSE
De museale kosten stijgen sneller dan de eigen inkomsten Inkomsten De eigen inkomsten van musea bestonden in 2023 hoofdzakelijk uit entreegelden (45%), horeca- en winkelomzet (18%) en sponsoring (18%). In totaal zijn de eigen inkomsten goed voor zo’n 49% van de totale omzet van musea, de rest bestaat uit subsidies. Over het algemeen zijn de eigen museale inkomsten ten opzichte van 2019 gestegen met 15%. Voor haast alle grootteklassen zijn de eigen inkomsten in deze periode gestegen. Slechts kleine musea lieten een daling zien (-12%). Kosten
Museale kosten bestonden in 2023 hoofdzakelijk uit personeelslasten (45%), huisvestingslasten (25%) en tentoonstellingskosten (15%). De totale museale kosten zijn ten opzichte van 2019 gestegen met 17%.
Figuur: Ontwikkeling van de kosten van musea (index, 2019 = 100). Bron: Museumcijfers 2023.
Vooral de personeelskosten en huisvestingslasten laten in deze periode een forse stijging zien met respectievelijk 23% en 20%.
55
BIJLAGE 3: CONTEXTANALYSE
In Zeeland is de rol van de provincie en de gemeenten in de financiering van musea groot In alle provincies is de gemeente hoofdfinancier van musea. Na NoordBrabant zijn gemeenten in Zeeland het vaakst hoofdfinancier van musea (65%). We zien dat de voor 20% van de Zeeuwse musea de provincie de hoofdfinancier is; dit is meer dan het landelijke aandeel van 6%. De rol van het ministerie van OCW is opvallend klein in Zeeland, die slechts voor 5% van de musea hoofdfinancier is alhier – het kleinste aandeel
van alle provincies in het land. Dit cultuurgeld komt ten goede aan de Vleeshal die is opgenomen in de culturele landelijke Basis InfraStructuur (BIS). NB: daarnaast is er nog een bijdrage van € 400.000 van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan het Watersnood-museum, maar dit is niet in de staafdiagram opgenomen. We zien dat de bijdrage vanuit de provincies vanaf 2020 naar verhouding fors stijgt. In 2023 komt 24% van de totale omzet van musea uit rijkssubsidie en 20% uit gemeentelijke subsidie. Voor alle type collecties is de gemeente over het algemeen de hoofdfinancier.
Figuur: Musea naar hoofdfinancier en provincie. Bron: Museumcijfers 2023.
56
BIJLAGE 4: DEPENDANCECONSTRUCTIES
Dependanceconstructies bij musea in Nederland De aanduiding ‘dependance’ wordt door musea inwisselbaar gebruikt met overige aanduidingen voor een andere locatie. Sinds de sluiting van museum Hermitage in Amsterdam en de omvorming tot H’ART zijn er geen dependances meer van (gerenommeerde) buitenlandse musea in Nederland. Wel kent Nederland binnenlandse musea die elders - soms in dezelfde gemeente - een extra locatie hebben. Hieronder volgt een selectie: • • • • • • • • • • • • •
Museum De Fundatie in Zwolle kent een dependance in Kasteel het Nijenhuis die in Heino gevestigd is; Airborne Museum at Hartenstein in Oosterbeek kent een dependance in de vorm van Airborne at the Bridge die in Arnhem gevestigd is; Museum MORE in Gorssel kent een tweede locatie in Kasteel Ruurolo dat in Berkelland gevestigd is; Stadsmuseum Harderwijk kent een dependance in de vorm van het Marius van Dokkummuseum die ook in Harderwijk gevestigd is; Het Zaans Museum kent een dependance in de vorm van Het Czaar Peterhuisje die ook in Zaandam gevestigd is; Het Edams Museum kent een dependance in het stadhuis in dezelfde straat; Stedelijk Museum Amsterdam kent een dependance in de vorm van Buro Stedelijk die in hetzelfde gebouw gevestigd is; Museum Het Schip in Amsterdam kent een nevenlocatie/dependance in de vorm van Museum De Dageraad die ook in Amsterdam gevestigd is.
Museum Belvédère in Heerenveen kent een dependance in de vorm van Afslag BLV die ook in Heerenveen gevestigd is; Stedelijk Museum Schiedam opent een tweede locatie in de voormalige bioscoop en danszaal Monopole die ook in Schiedam gevestigd is Het Mauritshuis in Den Haag beheert de Galerij Prins Willem V die elders in Den Haag is gevestigd; Het Frans Hals Museum heeft twee locaties in Haarlem; Kunstlocatie Würth in Den Bosch is een private kunstdependance voor moderne kunst binnen Würth Nederland B.V., een internationaal Duits familiebedrijf dat gespecialiseerd is in de handel van bevestigings- en montagematerialen. In Europa zijn vijftien Würth musea.
Enkele bekende voorbeelden van dependanceconstructies in het buitenland zijn: • Guggenheim met haar dependances in o.a. de V.S, Spanje (Bilbao) en Italië; • Louvre met haar dependances in Abu Dhabi en Lens; • Fotografiska met haar dependances in Estland en Duitsland; • Moco met haar vestigingen in Barcelona, Amsterdam en Londen. Zoals aan het begin van hoofdstuk 4 beschreven hebben wij ervoor gekozen een mogelijke dependance van een (gerenommeerd) museum niet op te nemen in de varianten. Om financiële redenen komt dit verschijnsel noch in Nederland noch in het buitenland veel voor. Wij achten de varianten zoals uitgewerkt in dit rapport realistischer.
57
BIJLAGE 5: BENCHMARK
Benchmark historische musea in middelgrote gemeenten Gemeente
Inwoners
Museum
Bezoekers 2023
Gemeentelijke exploitatiesubsidie
Voorne aan Zee
74.544
Historisch Museum Den Briel
9.749
€ 375.000 exclusief huisvesting
Kampen
56.186
Stedelijk Museum Kampen
25.000
€ 1.368.473
Woerden
53.730
Stadsmuseum Woerden
7.575
€ 223.297
De Friese Meren
51.928
Museum Sloten
11.776
€ 41.174
Heerenveen
51.794
Museum Heerenveen
11.164
€ 450.355
Weert
51.060
Museum W
10.969
Noordoostpolder (Emmeloord)
50.050
Museum Schokland
38.145
Middelburg *)
50.002
Zeeuws Museum
45.452
€204.825
Zutphen
48.746
Zutphense Musea
78.604
€ 1.108.700
Waadhoeke (Franeker e.o.)
46.910
Museum Martena
13.000
€ 300.075
Toelichting
De kwantitatieve vergelijking tussen de historische musea is gemaakt op basis van de jaarverslagen en –rekeningen voor het jaar 2023. De jaren 2020, 2021 en 2022 zijn onbruikbaar vanwege de effecten van de coronapandemie. Het jaar 2019 is te lang geleden om een
betrouwbare benchmark te maken. Belangrijke bevindingen zijn: •
trekken gering publiek. Het gemiddelde bezoekersaantal ligt net boven de 20.000 in 2023. •
Veldhoven
46.826
Museum 't Oude Slot
7.000
€ 238.643
Vlissingen
45.410
Maritiem Museum
25.771
€ 239.899
Zevenaar
45.050
Liemers Museum
5.981
Gemiddelden
51.710
20.395
Historische musea in middelkleine gemeenten
Historische musea in middelkleine gemeenten hebben bijna jaarlijks €500.000 exploitatiesubsidie nodig van de gemeente om te kunnen programmeren. Met oog op de stijgende personeels- en huisvestingslasten zal
€482.846
dit in de toekomst naar alle waarschijnlijkheid meer worden.
*) Middelburg heeft nóg twee musea. Deze zijn echter niet vergelijkbaar met musea waar een stadsgeschiedenis wordt verteld.
Het Historisch Museum Arnemuiden trok in ’23 4.269 bezoekers (subsidie: € 33.135). De Historische Scheepswerf trok 1.634 bezoekers (€ 20.648 subsidie)
58