CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 2020-VERVALLEN

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Bijlage 1 - Bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 202034.087 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De provincie vraagt van initiatiefnemers voor (her)ontwikkelingen in diep en snel overstroombare gebieden om bij de locatiekeuze en inrichting zo goed als mogelijke rekening te houden met de mogelijke overstromingsgevolgen. Het regenwater dat valt in het gebied zal in eerste instantie zoveel mogelijk opgevangen worden en benut worden om de groene ruimtes te voorzien van water. Overtollig regenwater zal afgevoerd worden via de kreken naar het Veerse Meer. Er wordt naar gestreefd om het oppervlaktewater binnen het project een gelijkwaardige of betere kwaliteit dan het gebiedseigen oppervlaktewater in het Veerse Meer te geven. De hele ontwikkeling zal hydrologisch neutraal

11

Bijlage 7: Geohydrologisch onderzoek, Sweco, kenmerk SWNL0262907, d.d. 15 april 2020

Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

58

zijn. Effecten van wateroverlast als gevolg van hevige neerslag worden niet verwacht. Hittestress en droogte zijn aspecten waar extra rekening mee gehouden wordt. Om droogtes zoveel mogelijk te overbruggen zal het regenwater dat valt in het gebied in eerste instantie zoveel mogelijk opgevangen worden en benut worden om de groene ruimtes te voorzien van water. Bij de beplantingskeuze wordt rekening gehouden dat de beplanting droogte-tolerant is en bestand is tegen de zilte grond. Naar verwachting leidt de ontwikkeling van het park daarom niet tot nieuwe effecten op het gebied van klimaatadaptatie. Kaart 15: Waardevolle leefomgeving: Landschap en erfgoed Restanten van dijkdoorbraken, getijdengeulen en kreken zijn waardevolle natuurgebieden en van aardkundige waarde. De bestaande kreken in het plangebied zijn daarom aangemerkt als “Landschappen” op kaart 15 van het omgevingsplan. De provincie wil ruimte bieden aan ontwikkelingen die leiden tot versterking van het Zeeuwse landschap. Hierbij is het van belang om de identiteit, diversiteit en belevingswaarde van landschap, natuur- en cultuurhistorische waarden te behouden en te versterken. Met voorliggend plan wordt hieraan invulling gegeven door behoud en versterking van de bestaande krekenstructuur.

Daarbij is voor de uitwerking van het landschapsplan aansluiting gezocht op de vroegere visie van Nico de Jonge (landschapsarchitect van Staatsbosbeheer) uit 1960. Dit plan is uitgevoerd rondom het Veerse Meer voor de afwisseling van natuurlijke en recreatieve oevers en robuuste bosranden om het Veerse Meer. Kaart 16: waardevolle leefomgeving: Archeologie Zowel op de provinciale kaart, als op de archeologische beleidskaart van de Walcherse Archeologische Dienst (WAD) en de gemeente Middelburg heeft het plangebied een lage archeologische verwachtingswaarde. Mede vanwege het feit dat in de nabijheid van het plangebied geen bekende vindplaatsen of AMK-terreinen bekend zijn, kan worden gesteld dat er naar verwachting geen belangwekkende archeologische resten in het plangebied zijn gelegen. Paragraaf 8.1 gaat nader in op het aspect ‘Archeologie’. Kaart 19: Toekomstbestendige en bereikbare woon- en verblijfsomgeving: stedenbeleid Het volledige plangebied is op kaart 19 aangemerkt als landelijk gebied. De provincie stelt dat de positie en de functie van het landelijk gebied veranderen. Een woonfunctie kan een bijdrage leveren aan kwaliteitsverbetering en behoud en versterking van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Echter blijft de vraag naar landelijk wonen afnemen. Met voorliggend plan worden geen woningen mogelijk gemaakt.

Daarmee is dit onderdeel niet van toepassing voor de ontwikkeling van Waterpark Veerse Meer. Kaart 21: Geluid Binnen het agrarisch gebied dient rekening gehouden te worden met de aan te houden afstanden tot woon- en verblijfsrecreatiegebieden. De afstemming met milieuhygiënische normen en kwaliteitsdoelstellingen dient op adequate wijze te worden geregeld en vormgegeven in het gemeentelijk ruimtelijk beleid. Zoneringen hebben een tweezijdige werking. Zowel bij nieuwe gevoelige als bij nieuwe belastende bestemmingen en grondgebruik dient met de aangegeven afstanden rekening gehouden te worden. Voor het plangebied geldt dat de geluidscontouren van het vliegveld Midden-Zeeland beperkingen opleggen aan de ontwikkeling, zoals de bouwhoogte. Deze contouren worden met voorliggend plan in acht genomen en vormen geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. In paragraaf 9.5 wordt dit nader toegelicht.

Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

59

Doorwerking in het plangebied Voorliggend plan is nop de verschillende onderdelen die van toepassing zijn op het plangebied, niet in strijd met het Omgevingsplan Provincie Zeeland 2018. Een en ander is in de navolgende hoofstukken uitgebreid onderbouwd. In de Omgevingsverordening Zeeland 2018 is de juridische doorvertaling van bovenstaand beleid verankerd. Dit kader wordt in de subparagraaf hierna behandeld. Omgevingsverordening Zeeland 2018 Op 21 april 2020 is de Omgevingsverordening Zeeland 2018 (actualisatieplan 4) in werking getreden, in het verlengde van het provinciale omgevingsplan. In de verordening staan de (juridische) regels als doorvertaling van het beleid uit de visie.

Afbeelding 4.2.: uitsnede kaart 5 Verblijfsrecreatie, de ligging van het plangebied is aangegeven met een zwarte cirkel (bron: Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018)

Verblijfsrecreatie Voor het ontwikkelen of uitbreiden van verblijfsrecreatie in de provincie Zeeland zijn in de provinciale Omgevingsverordening regels opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in locaties binnen en buiten de kustzone. Het plangebied is op kaart 5 (thema ‘verblijfsrecreatie’) van de Omgevingsverordening Zeeland 2018 aangeduid als locatie buiten de kustzone. Voor het ontwikkelen en uitbreiden van het Waterpark Veerse Meer moet het plan daarom worden getoetst aan de regels die zijn gesteld ten aanzien van uitbreiding van bestaande verblijfsrecreatie buiten de kustzone. Hiertoe zijn in afdeling 2.5 van de Omgevingsverordening regels opgenomen. Meer specifiek gelden voor locaties buiten de kustzone de regels uit artikel 2.11. In lid 4 van dit artikel is opgenomen dat de uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatieterrein uitsluitend Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

60

is toegestaan indien wordt voldaan aan de voorwaarden A t/m D van het “Ontwikkelkader uitbreiding verblijfsrecreatieterrein”, zoals opgenomen in de verordening. Het ontwikkelkader is in de verordening opgenomen in Bijlage D onder 3 en wordt hierna uitgewerkt. Vervolgens wordt ook getoetst aan de regels die zijn gesteld voor aandachtsgebieden, waarbij eveneens toetsing aan het ontwikkelkader is vereist. Uitbreiding bestaand verblijfsrecreatieterrein buiten bestaand stedelijk gebied De beoogde ontwikkeling kan in het kader van de Omgevingsverordening ook worden beschouwd als uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatieterrein (het huidige Waterpark Veerse Meer) buiten de kustzone. In lid 4 van het artikel 2.11 is opgenomen dat uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatieterrein buiten bestaand stedelijk gebied kan worden toegelaten. Voor bestaande bedrijven ligt de focus op kwaliteitsverbetering, productinnovatie en -differentiatie. Eventuele daarvoor noodzakelijke uitbreiding in eenheden en/of oppervlakte is mogelijk indien deze voldoet aan de uitgangspunten zoals opgenomen in bijlage D onder 3. In bijlage D onder 3 is een ontwikkelkader opgenomen voor de uitbreiding van bestaande verblijfsrecreatieterreinen buiten de kustzone, zoals deze zijn gedefinieerd in artikel 2.11 (verblijfsrecreatie buiten de kustzone, m.i. Waterpark Veerse Meer).

Op grond van artikel 2.11 kan worden volstaan met toetsing aan algemene uitgangspunten12, zoals vervat in het ontwikkelkader in bijlage D onder 3, voorwaarden A t/m D. Dit ontwikkelkader geldt ook voor de ontwikkeling van aandachtsgebieden. Om de potenties van het recreatieve product van de Zeeuwse Kwaliteitskust optimaal te benutten, moeten ontwikkelingen in Zeeland minimaal aan een basiskwaliteit voldoen, die toeziet op de integratie van de accommodatie met het (deels te creëren) landschap, natuur en met de cultuur en economie van de omgeving. Deze basiskwaliteit is beschreven aan de hand van de voorwaarden A tot en met D. De voorwaarden zijn als volgt: A. Ruimtelijke kwaliteit Kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijven vindt plaats binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf. Een beperkte uitbreiding van oppervlakte is mogelijk indien het nieuw uit te breiden terrein: (1) integraal onderdeel uitmaakt van een (nieuw) landschap; en (2) de dichtheid en omvang van de bebouwing passend is in het betreffende landschap en (3) het beheer en onderhoud van het landschap geborgd is. Een beperkte uitbreiding van eenheden is mogelijk indien er sprake is van (4) een integrale kwaliteitsimpuls van de bestaande en toekomstige accommodatie. Doorwerking in het plangebied – verblijfsrecreatie, lid A.

Mate van uitbreiding van het park Voorliggend plan voorziet in de uitbreiding van Waterpark Veerse Meer. De mate van uitbreiding van het park kan worden onderbouwd door het feit dat huidige waterpark, en de doorontwikkeling

12

Daar waar in artikel 2.10 specifieke voorwaarden voor ontwikkelingen in de kustzone worden benoemd, wordt

in artikel 2.11 (buiten de kustzone) volstaan met algemene uitgangspunten.

Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

61

hiervan, zijn opgenomen als pijplijnproject in de gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030, besluitvormingsnotitie Fase 1. Voor de doorontwikkeling (het nieuwe deel) bestaat een mogelijkheid wanneer die ontwikkeling binnen het totaal van het uitgewerkte aandachtsgebied (een gezamenlijk streefbeeld) beschreven wordt. Aan de eisen die worden gesteld aan dit aandachtsgebied wordt hierna verderop in deze paragraaf getoetst. De doorontwikkeling is haalbaar wanneer het plan binnen 2 jaar na augustus 2020 wordt vastgesteld. Met voorliggend plan wordt hierin voorzien. Ad. 1 De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een kwaliteitsverbetering van het bestaande recreatiepark. Ten behoeve van de ontwikkeling en aanleg van het recreatiepark is een beeldregieplan op hoofdlijnen opgesteld. Dit beeldregieplan geeft inzicht in de stedenbouwkundige opzet van het recreatiepark, de landschappelijke inpassing ervan in het omliggende landschap, de hoofdlijnen van de groen- en waterstructuur, de ontsluiting van het recreatiepark. Voor het landschap wordt aansluiting gezocht bij het historische landschap van kreken, slikken en schorren, zoals dat aanwezig was op deze locatie voor de afsluiting van het Veerse Meer van de Noordzee in 1970 (zie paragraaf 3.1 van deze toelichting).

Bij de invulling wordt aansluiting gezocht bij het landschapsontwerp van Nico de Jonge (landschapsarchitect van Staatsbosbeheer) uit 1960, dat is uitgevoerd rondom het Veerse Meer voor de afwisseling van natuurlijke en recreatieve oevers en robuuste bosranden om het Veerse Meer. Het beeld van het landschap langs de randen van het park sluit aan bij het beeld van het landschap van het naastgelegen natuurgebied De Piet. Tevens wordt in het beeldregieplan richting gegeven aan de architectonische uitstraling van de nieuwe gebouwen, met name de recreatiewoningen en leisurevoorzieningen. Ad. 2 Het plangebied is gelegen aan het Veerse Meer. Om te bepalen of sprake is van een passende dichtheid is gekeken naar de eisen die worden gesteld aan locaties in de Kustzone. Voor de kustzone is een eis opgenomen van maximaal 13% verblijfsrecreatieve bebouwing op zowel het uitbreidingsoppervlak als het gehele recreatiepark. Omdat deze eis van maximaal 13% alleen van toepassing is voor de Kustzone (circa 3 kilometer landinwaarts van de Noordzeekust gelegen), geldt deze harde voorwaarde niet voor voorliggend plangebied. De dichtheid van het huidige Waterpark Veerse Meer is 23,5 recreatie-eenheden per hectare op het huidige terrein. Dit is een erg hoge bebouwingsdichtheid, die ook op grond van de Zeeuwse Kustvisie niet wenselijk geacht wordt.

In het nieuwe recreatiepark wordt door afname van het aantal recreatie-eenheden en de uitbreiding van oppervlakte de dichtheid teruggebracht naar 10 recreatie-eenheden per hectare. Door het verlagen van de dichtheid voldoet het nieuwe recreatiepark aan de in de Kustvisie opgenomen eis van maximaal 13% verblijfsrecreatieve bebouwing op zowel het uitbreidingsoppervlak als het gehele recreatiepark. Op deze manier ontstaat veel meer ruimte voor een hoogwaardige landschappelijke inrichting van de buitenruimte en natuur en kan het park beter worden ingepast in het omringende landschap. Uitbreiding van het ruimtelijk oppervlak is essentieel om deze kwaliteiten te realiseren. Ad. 3 De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een kwalitatief hoogstaand recreatiepark. Dit komt onder meer tot uiting in de uitgebreide centrumvoorzieningen en activiteiten, de architectonische uitstraling van de nieuw te realiseren bebouwing en de hoogwaardige, landschappelijke inrichting

Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

62

van de buitenruimte van het recreatiepark. Het beheer en onderhoud van het recreatiepark als geheel is daarmee een vanzelfsprekend onderdeel van de bedrijfsvoering van het recreatiepark. Ad. 4 Van een uitbreiding in het aantal eenheden is ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan geen sprake. B. Economische haalbaarheid Ontwikkelingen zijn aantoonbaar economisch uitvoerbaar, vinden plaats op basis van een businessplan en voorzien in een centrale bedrijfsmatige exploitatie. Doorwerking in het plangebied – verblijfsrecreatie, lid B. Het nieuwe recreatiepark wordt als één park bedrijfsmatig en jaarrond geëxploiteerd. Hiervoor is een marktonderzoek uitgevoerd en een businessplan opgesteld. Door de initiatiefnemer wordt al vele jaren succesvol een vergelijkbaar park geëxploiteerd. Tevens onderbouwt het bijgevoegde haalbaarheidsonderzoek (ZKA consultants) de uitvoerbaarheid van het park. De uitgangspunten van het businessplan zijn vastgelegd in een overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente Middelburg. De in dit bestemmingsplan opgenomen te realiseren aantallen recreatie-eenheden voorzien in een economisch uitvoerbaar plan.

Het hoogstaande kwaliteitsniveau van het nieuwe recreatiepark, dat onder meer tot uiting komt in de uitgebreide centrumvoorzieningen, de architectonische uitstraling van de nieuw te realiseren bebouwing en de hoogwaardige, landschappelijke inrichting van de buitenruimte, maakt onderdeel van deze bedrijfsmatige exploitatie. C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept Ontwikkelingen zetten qua verschijningsvorm en type accommodatie in op een innovatief en hoogwaardig concept. Hierdoor wordt bijgedragen aan een gedifferentieerd product in de Zeeuwse kust. Het lokale DNA en het principe van LAND IN ZEE! staan hier centraal. Met oog op de dynamiek en verdere vernieuwing in de sector, wordt ingezet op circulair bouwen. Doorwerking in het plangebied – verblijfsrecreatie, lid C. De voorgenomen ontwikkelingen zetten qua verschijningsvorm en type accommodatie in op een innovatief en hoogwaardig concept. Hierdoor wordt bijgedragen aan een gedifferentieerd product in de Zeeuwse kust. Het lokale DNA en het principe van LAND IN ZEE! staan hier centraal. Zo wordt voor de accommodaties ingezet op de tijdloze architectuur die een Zeeuwse signatuur heeft. Met oog op de dynamiek en verdere vernieuwing in de sector, is er ook aandacht circulair bouwen.

De behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling van een kwalitatief hoogstaand recreatiepark met uitgebreide centrumvoorzieningen, een hoogwaardige architectonische uitstraling van de nieuw te realiseren bebouwing en de hoogwaardige, landschappelijke inrichting van de buitenruimte is nader onderzocht. De resultaten van dit onderzoek zijn beschreven in paragraaf 3.2.3 van de toelichting van dit bestemmingsplan en vormen de basis voor de uitwerking van de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals opgenomen in paragraaf 4.1.1. D. Sociaal maatschappelijke bijdrage Ontwikkelingen leveren een bijdrage aan de werkgelegenheid, behoud van voorzieningen en zijn een toegevoegde waarde voor de (leef)omgeving.

Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

63

Doorwerking in het plangebied – verblijfsrecreatie, lid D. De voorgenomen ontwikkelingen leveren een bijdrage aan (1) de werkgelegenheid, (2) behoud van voorzieningen en (3) zijn een toegevoegde waarde voor de (leef)omgeving. Ad. 1 De voorgenomen ontwikkeling van een kwalitatief hoogstaand recreatiepark met uitgebreide centrumvoorzieningen, een hoogwaardige architectonische uitstraling van de nieuw te realiseren bebouwing en de hoogwaardige, landschappelijke inrichting van de buitenruimte vormt een impuls voor het toerisme op Walcheren en Zuid-Beveland buiten de kustzone. Daarnaast voorziet het businessplan in een jaarrond-exploitatie van het recreatiepark. Dit betekent dat ook in de periode buiten het toeristische hoogseizoen toeristen hun bestedingen doen in de lokale en regionale economie van Walcheren en Zuid-Beveland. Het recreatiepark biedt in volledig bedrijf circa 800 nieuwe arbeidsplaatsen, waarvan circa 100 á 150 arbeidsplaatsen op managementniveau. Deze werkgelegenheid varieert van facilitaire dienstverlening, horeca, kantoorpersoneel, tot activiteitenbegeleiding en terreinbeheerders. Het werk in de toeristische sector is in het algemeen sterk seizoensgebonden. Doordat het nieuwe recreatiepark jaarrond wordt geëxploiteerd, onttrekt de werkgelegenheid op het recreatiepark zich aan het seizoensgebonden karakter.

Tevens zal het recreatiepark in samenwerking met de middelbare en hogescholen uitgebreide opleidingstrajecten opstarten, zoals ook in het vergelijkbare recreatiepark Hof van Saksen in Drenthe gebeurt. Dit geheel aan arbeids- en opleidingsmogelijkheden zal een aantrekkingskracht uitoefenen op jongere hoogopgeleide werknemers die anders mogelijk wegtrekken uit Zeeland. Daarbij zal dit ook een aantrekkingskracht uitoefenen op hoger opgeleide jongeren uit heel Nederland om hier te komen werken en zich in de omgeving te vestigen. Ad. 2 Bij de exploitatie van het recreatiepark zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van lokale en regionale leveranciers ten behoeve van de in het park aanwezige horeca en detailhandel. Daarnaast wordt voor het beheer en onderhoud van de aanwezige gebouwen en de buitenruimte gebruik gemaakt van lokale en regionale bedrijven. Dit heeft een positief effect op de lokale en regionale economie. Ten noorden van het recreatiepark, aansluitend aan het bestaande natuurgebied rondom De Piet, wordt een openbaar natuurgebied toegevoegd met een oppervlakte van circa 14 hectare. Dit draagt bij aan de versterking van de huidige groenstructuur, recreatiemogelijkheden en natuurbeleving. Ad.

3 Het park is verder overdag toegankelijk voor omwonenden die niet op het park verblijven maar wel de horeca-gelegenheden, de kunstgalerij, het speelparadijs en het water/zwemparadijs kunnen bezoeken. Wat betreft het water/zwemparadijs zal dit enkel buiten het hoogseizoen zijn, op afspraak. Daarbij draagt het plan in zijn geheel bij aan de landschappelijke kwaliteit van het gebied, en de ontwikkeling van recreatie in de regio. Zowel voor de economie als voor het landschap is het plan van toegevoegde waarde voor de omgeving.

Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

64

Aandachtsgebieden Het provinciale beleid is gericht op het borgen en versterken van de kwaliteit van de verblijfsrecreatieve sector in samenhang met de omliggende natuur- en landschapswaarden. Zodra uitbreiding (buiten de kustzone) plaatsvindt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient via een gebiedsgerichte aanpak te worden gekeken naar het gezamenlijk oplossen van knelpunten en verzilveren van regionale kansen. Hiervoor dient een gebied te worden aangewezen als ‘aandachtsgebied’. Aandachtsgebieden zijn gebieden waar de ruimtelijke kwaliteiten onder druk staan of al (deels) verdwenen zijn en/of een transformatie opgave ligt. In de aandachtsgebieden liggen kansen om de ruimtelijke kwaliteiten integraal opnieuw te ontwikkelen. Het benoemen en ontwikkelen van aandachtsgebieden is verwoord in Bijlage D onder 4. Voorliggend plangebied is deels buiten het bestaand stedelijk gebied gelegen. Daarom wordt hierna ingegaan op het benoemen en ontwikkelen van aandachtsgebieden. Ad. 1) Benoemen van aandachtsgebieden De ruimtelijke kwaliteiten van een gebied (gebruikswaarde, belevingswaarde, toekomstwaarde) zijn erg gebiedsafhankelijk en zullen bij ruimtelijke ontwikkelingen beschreven moeten worden.

In een ‘streefbeeld' zal in ieder geval invulling gegeven moeten worden aan de ontwikkeling van de landschapsstructuur (landschap produceren), de regionale identiteit en de omvang en dichtheden van bebouwing passend bij de landschapsstructuur. Het landschap is in beheer bij één partij en er wordt aansluiting gezocht met de omgeving door verdere ontwikkeling en aansluiting op het recreatieve routenetwerk en infrastructuur. Het benoemen van een aandachtsgebied kan wanneer het aanwezige landschap onder druk staat; er een noodzaak is tot een nieuwe balans tussen bovengenoemde thema’s; er een breed gedragen gebiedsgerichte transformatie opgave ligt en de ontwikkeldruk voor verblijfsrecreatie in het gebied hoog is. Doorwerking in het plangebied Op dit moment is sprake van een sterk verouderd park, met veel achterstallig onderhoud en een zeer hoge dichtheid. Met voorliggend plan wordt een ruimtelijke transformatie beoogd, waarmee de ruimtelijke kwaliteit integraal opnieuw wordt ontwikkeld. Momenteel wordt door de provincie gewerkt aan een nieuwe gebiedsvisie voor het Veerse Meer (zie verderop in deze paragraaf). In de recent verschenen Besluitvormingsnotitie voor Fase 1 is het plangebied aangemerkt als ‘aandachtsgebied’. De besluitvormingsnotitie vormt de basis voor de herziening van de nieuwe Zeeuwse Omgevingsvisie, Ad.

2) Ontwikkeling van aandachtsgebieden De ontwikkeling (en tevens planvorming en realisatie) van aandachtsgebieden gebeurt op basis van een gezamenlijk streefbeeld, dat door gemeenschappelijke partijen wordt gedragen. Realisatie vindt alleen plaats als er ondernemers willen investeren en betrokken zijn. Gewenste ontwikkelingen zullen met een kleinschalige projectaanpak in kleine stapjes gerealiseerd worden. In het streefbeeld voor de aandachtsgebieden wordt in ieder geval invulling gegeven aan de ontwikkeling van de landschapsstructuur (landschap produceren), de regionale identiteit en de omvang en dichtheden van bebouwing passen bij de landschapsstructuur. Het landschap is in

Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

65

beheer bij één partij. Hiernaast wordt aansluiting gezocht met de omgeving door de verdere ontwikkeling en aansluiting op het recreatieve routenetwerk en infrastructuur. Hekken en afscheidingen worden vermeden en het gebied is zo veel als mogelijk openbaar toegankelijk. Ook dient het plan te voldoen aan de onderdelen B t/m D van het hiervoor genoemde Ontwikkelkader uit bijlage D onder 3 en moet het plan verblijfsrecreatieve knelpunten elders in de omgeving (regio van de Zeeuwse kust) oplossen. Doorwerking in het plangebied Het plan is in vroegtijdig stadium betrokken bij de totstandkoming van de gebiedsvisie voor het Veerse Meer en voldoet aan het Ontwikkelkader uit bijlage D onder 3 (zie vorige paragraaf). Er is gedurende het participatieproces (51 bijeenkomsten, zie voorts paragraaf 11.1) in samenhang met de omgeving en stakeholders een gezamenlijke visie opgesteld voor het waterpark. De uitwerking van dit aandachtsgebied, het Waterpark Veerse Meer, liep gelijk op met het opstellen van de gebiedsvisie en past binnen de kaders die in de gebiedsvisie worden gesteld. Deze uitwerking heeft geleid tot het landschapsplan, dat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Het landschapsplan vormt het streefbeeld en is tevens in nauw overleg met omwonenden/belanghebbenden, experts van natuurorganisaties en overheden tot stand gekomen.

Het landschapsplan wordt vooruitlopend op de Gebiedsvisie vastgesteld. Daarnaast wordt momenteel ook binnen de tweede fase van de Gebiedsvisie voor het Veerse Meer gewerkt aan een gezamenlijk streefbeeld voor het bredere gebied, waar naast het waterpark ook het vliegveld en De Piet onderdeel van zijn. De gronden waar met voorliggend plan bestaande agrarische gronden worden voorzien van een recreatiebestemming, lossen knelpunten op in de dichtheden die zijn toegestaan op het bestaande Waterpark Veerse Meer. Daarbij wordt ruimtelijke kwaliteit toegevoegd aansluitend op de huidige landschapsstructuur. Met het realiseren van groene zone met beplante aardewallen en bomen rondom het park wordt op een natuurlijke en gebiedseigen manier (robuuste bosranden) invulling gegeven aan de afbakening van het recreatieterrein, waarmee hekken zoveel mogelijk worden vermeden. De nieuwe natuur sluit aan op natuurgebied “De Piet” en de openbaar toegankelijke oevers aan het Veerse Meer blijven als zodanig behouden en bereikbaar. Derhalve kan worden gesteld dat, op basis van de ruimte die de Omgevingsverordening biedt voor de uitbreiding van verblijfsrecreatieve bedrijven buiten de kustzone. Het plan past binnen de gestelde kaders.

Bedrijfsmatige exploitatie In artikel 2.13 zijn regels opgenomen ten aanzien van de centraal bedrijfsmatige exploitatie en het verbod op permanente bewoning van recreatie-eenheden. Daarnaast dient in de toelichting bij een bestemmingsplan voor een nieuw verblijfsrecreatieterrein of de uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein aannemelijk gemaakt te worden dat duurzaam beheer en onderhoud van het terrein is geborgd. Doorwerking in het plangebied – Bedrijfsmatige exploitatie De centraal bedrijfsmatige exploitatie en het verbod op permanente bewoning zijn opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. De ontwikkelaar streeft ernaar om van Waterpark Veerse Meer een voorbeeld te maken voor duurzame recreatieparken. Niet alleen wat betreft de landschappelijke inpassing, maar ook door het opwekken van duurzame energie. Bij het ontwerp van

Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

66

de accommodaties en voorzieningen wordt rekening gehouden met het gegeven dat materialen kunnen worden gedemonteerd en hergebruikt. Er wordt gebouwd met behulp van natuurlijke materialen en in het ontwerp is nagedacht over de manier waarop accommodaties in de toekomst kunnen worden aangepast naar de dan geldende wensen van de gasten. Bij de aanleg van de infrastructuur wordt rekening gehouden met de adviezen van het rapport van Bureau Sweco over de circulariteit van de infrastructuur. Ook wordt de interne structuur van het recreatiepark autoluw, en worden bezoekers gestimuleerd om (elektrische) fietsen te huren om het park en de omgeving te verkennen. Agrarisch In afdeling 2.6 Agrarisch is in artikel 2.17 Bufferzones opgenomen dat woon- of verblijfsrecreatieve bestemmingen die voor de eerste keer aan gronden worden toegekend in een bestemmingsplan niet zijn toegestaan binnen een afstand van 100 meter tot buiten bestaand stedelijk gebied gesitueerde gronden waarop agrarische gebouwen anders dan kassen zijn toegelaten. In lid 3 is opgenomen dat in afwijking van het eerste lid woon- en verblijfsrecreatieve bestemmingen zijn toegestaan mits wordt aangetoond dat geen of nagenoeg geen hinder optreedt bij woonen verblijfsrecreatieve functies en dit niet leidt tot een onevenredige beperking in de bedrijfsvoering van de betrokken agrarische bedrijven.

Doorwerking in het plangebied – Agrarisch Op het perceel aan de Muidenweg 11 is een agrarisch bedrijf gevestigd. Hoewel de uitbreiding van het recreatiepark plaatsvindt op gronden die momenteel worden gebruikt door dit agrarisch bedrijf, blijft de agrarische bestemming van dit bedrijf intact. Het agrarisch bedrijf betreft een grondgebonden akkerbouwbedrijf. Akkerbouw is een stuk minder milieubelastend dan veeteelt en heeft geen stankcirkel. Aan de randen van het recreatiepark zijn op de verbeelding diverse groenbestemmingen opgenomen, waaronder langs de randen van het perceel aan de Muidenweg 11. In al deze groenbestemmingen zijn aardewallen voorzien met een hoogte variërend van 3,5 tot 5 meter. Hiermee wordt eventuele stank-, stof-, geluid-, of andere hinder bij de woon- en verblijfsrecreatieve functies sterk beperkt. Er kan worden gesteld dat er nagenoeg geen hinder optreedt bij woon- en verblijfsrecreatieve functies ter plaatse, en dat op grond van artikel 2.17 lid 3 kan worden afgeweken van de buffer van 100 meter tussen een agrarisch bedrijf en verblijfsrecreatieve functies. Het plan voldoet wel aan de gestelde richtafstanden op basis van de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Op basis van deze publicatie geldt voor dit bedrijf een richtafstand van 30 meter tussen het bedrijf en de meest nabijgelegen recreatiewoning.

Voor de externe werking van het recreatiepark naar de woning geldt een richtafstand van 50 meter. Bij de inrichting van het recreatiepark wordt deze afstand in acht genomen. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand uit de VNG-publicatie en is er geen sprake van hinder bij woon- of verblijfsrecreatieve functies en wordt het agrarisch bedrijf aan de Muidenweg 11 niet onevenredig beperkt in de bedrijfsvoering. In hoofdstuk 9.7 wordt nader ingegaan op het aspect “Milieuzonering”. Detailhandel Ten aanzien van detailhandel wordt in artikel 2.6 van de Provinciale Omgevingsverordening gesteld dat in de toelichting bij een bestemmingsplan dat nieuwe en/of uitbreiding van

Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

67

detailhandelsvoorzieningen mogelijk maakt, moet worden onderbouwd dat het plan bijdraagt aan het beleidsdoel van bundeling en concentratie in bestaande kernwinkelgebieden. Op grond van Bijlage B behorende bij dit artikel wordt gesteld dat kleinschalige detailhandelsvoorzieningen in woonkernen zonder kernwinkelgebied, buurtvoorzieningen en kleinschalige voorzieningen op verblijfsrecreatieterreinen zijn uitgesloten van deze regeling. Doorwerking in het plangebied Voor de detailhandelsmogelijkheden die in het bestemmingsplan worden toegestaan geldt dat uitsluitend sprake is van ‘kleinschalige voorzieningen op een verblijfsrecreatieterrein’. De voorzieningen zijn ondergeschikt en staan ten dienste aan de hoofdfunctie als recreatiepark. In de regels bij het bestemmingsplan is bepaald dat het oppervlak aan detailhandel maximaal 1.850 m 2 mag bedragen. Zij vormen geen volwaardige detailhandelsfunctie die concurrerend is met detailhandel in kernwinkelgebieden. Ook zorgen zij voor minder verkeersbewegingen van en naar het park. Duurzame energie In Afdeling 2.4 van de Omgevingsverordening worden regels gesteld ten aanzien van duurzame energie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in wind- en zonne-energie (respectievelijk artikel 2.8 en 2.9). Windturbines met meer dan 20 meter tiphoogte kunnen uitsluitend (geclusterd) worden gerealiseerd op aangewezen concentratielocaties.

Opstellingen voor zonne-energie zijn uitsluitend toegestaan binnen bestaand, of buiten het bestaand stedelijk gebied mits de omgevingskwaliteiten zich daartegen niet verzetten. Doorwerking in het plangebied Ter plaatse van Waterpark Veerse Meer is geen sprake van een concentratielocatie en is het vanuit ruimtelijk en programmatisch oogpunt niet wenselijk om grootschalige duurzame energievoorzieningen te realiseren. Duurzame energievoorzieningen zijn binnen het voorliggende bestemmingsplan daarom uitsluitend in ondergeschikte vorm aan de bestemmingen (Groen, Recreatie – Verblijfsrecreatie, Verkeer en Water) toegestaan, behoudens ter plaatse van de bestemming Natuur – Overgangszone en binnen een zone van 50 meter van het perceel aan de Muidenweg 11. Onder duurzame energievoorzieningen wordt verstaan de voorzieningen ten behoeve van de bouw en het gebruik van installaties voor de opwekking en levering van duurzame energie zoals zonnepanelen, kleine windmolens (<20 meter tiphoogte) en Warmte-Koudeopslag (WKO). Daarbij zijn in artikel 9.3 beperkingen in oppervlakte (max. 100 m 2) en hoogte opgenomen (max. 10 meter) opgenomen. In hoofdstuk 9.12 wordt nader ingegaan op de duurzame ambities voor het waterpark.

Het opnemen van duurzame energievoorzieningen als ondergeschikte functie aan de bestemming maakt een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van het Waterpark mogelijk en is niet in strijd met het provinciaal beleid. Kaart 12: Landschappen, landschapselementen en cultuurhistorische elementen Op de kaarten, die horen bij de verordening, heeft het plangebied nog een aanduiding verkregen ten aanzien van de aanwezige landschappelijke structuren.

Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

68

De aanwezige groenstructuren in het plan zijn op kaart 12, behorend bij de Omgevingsverordening Zeeland 2018, aangemerkt als karakteristiek landschap. In de toelichting bij een bestemmingsplan waarin wijzigingen plaatsvinden in deze groenstructuren, dient te worden aangetoond dat er geen significante vermindering plaatsvindt van de oppervlakte of samenhang tussen de gronden (of elementen, in het geval die aanwezig zijn). Als er op de aangewezen landschappelijke gronden ander grondgebruik wordt voorzien, mag in brede zin geen aantasting en vermindering plaatsvinden ten opzichte van het voorafgaande bestemmingsplan. De houtwallen die als groenstructuur binnen het plangebied zijn aangemerkt vormen karakteristieke landschappelijke elementen in het gebied. Het betreft de gronden langs de oevers van de kreek en de bufferzone aan de westzijde van de Oranjeplaatweg, tussen het hotel en de toekomstige recreatiewoningen. Ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan zijn geen significante wijzigingen voorzien in het grondgebruik. De aanwezige houtopstanden blijven behouden.

Afbeelding 4.3.: uitsnede kaart 12 Landschappen, landschapselementen en cultuurhistorische elementen, de ligging van het plangebied is aangegeven met een zwarte cirkel (bron: Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018)

Houtopstanden De bevoegdheid eisen te stellen ten aanzien van houtopstanden is op grond van de Wnb gedecentraliseerd aan Provincies. Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen die betrekking hebben op de melding (4.2, tweede lid Wnb), de bosbouwkundig verantwoorde wijze van herbeplanting (4.3, derde lid Wnb) en herbeplanting op andere grond (4.5, eerste lid Wnb). Daarnaast kunnen provinciale staten geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen van een aantal in de Wnb bedoelde verboden of geboden naar aanleiding van een ontheffingsaanvraag. Uit het ecologisch onderzoek voor deelgebied 1 (zie voorts paragraaf 6.2 van deze toelichting) blijkt dat binnen het plangebied houtopstanden aanwezig zijn. Op basis van het inrichtingsplan blijven de aanwezige houtopstanden behouden. Mochten er in de toekomst wijzigingen plaatsvinden in de landschappelijke uitwerking van het gebied die leiden Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

69

tot aantasting van de aanwezige houtopstanden, dan dient hiertoe een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Afwegingszone natuurgebieden Op basis van artikel 2.27 Afwegingszone natuurgebieden geldt voor gronden die zijn gelegen binnen 100 meter rond bestaande natuurgebieden niet zijnde binnendijken, zoals aangegeven in bijlage 9 (kaart ‘bestaande natuurgebieden’) dat in de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving wordt gegeven van de wijze waarop rekening is gehouden met de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuurgebieden en wordt aannemelijk gemaakt dat geen onevenredige aantasting van de bedoelde kenmerken en waarden plaatsvindt. De begrenzing van de gebieden die tot het Natuurnetwerk Zeeland behoren zijn tevens opgenomen in de kaart Natuur en Landschap, behorend bij de Atlas van Zeeland (afbeelding 4.4). Aan westzijde van het plangebied, nabij het bestaande waterpark, ligt het eiland Oranjeplaat. De plangrens van voorliggend bestemmingsplan grenst aan de noordoostzijde aan het natuurgebied De Piet, aangemerkt op kaart 9 bij de Omgevingsverordening Zeeland 2018 en onderdeel van het Natuurnetwerk Zeeland.

Afbeelding 4.4.: uitsnede kaart Natuur en Landschap ter hoogte van het plangebied (bron: Atlas van Zeeland, Provincie Zeeland)

Naar aanleiding van een uitgebreid participatieproces (zie voorts paragraaf 10.2) is ervoor gekozen om het oostelijke deel, in totaal circa 14 hectare, te bestemmen als ‘Natuur – Overgangszone’ en in te richten als open natuurlijk grasland met kreken. Op deze manier wordt een passende

Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

70

landschappelijke overgang geborgd van het Waterpark naar het naastgelegen natuurgebied De Piet, onderdeel van het Natuurnetwerk Zeeland. De overgangszone heeft een totale lengte van circa 300 meter. Daarmee wordt de provinciale afwegingszone van 100 meter (ruimschoots) rondom het natuurgebied De Piet ingevuld met nieuwe natuur. Er kan worden gesteld dat het plan geen afbreuk doet aan de bestaande natuurwaarden van De Piet en het plan niet in strijd is met artikel 2.27 van de Omgevingsverordening Zeeland 2018 . Voorts draagt het plan met de ontwikkeling van een natuurgebied in aansluiting op de gronden van het Natuurnetwerk Zeeland bij aan de biodiversiteit in de omgeving. Landschap en erfgoed In artikel 2.28 Landschap en erfgoed zijn regels opgenomen voor landschappen, landschapselementen, cultuurhistorisch waardevolle boerderijen of cultuurhistorische elementen. Hierbij wordt verwezen naar bijlage G in bijlage 12 bij de verordening, waarin vlakelementen zoals kreken en kreekrestanten en gronden behorend tot het Natuurnetwerk Zeeland zijn opgenomen. De waarden moeten in de toelichting van een bestemmingsplan worden beschouwd en er moet worden aangetoond dat de cultuurhistorische waarden, en de samenhang tussen gronden of elementen, niet significant worden aangetast. Het Waterpark grenst aan bestaande kreken en aan het Veerse Meer als natuurgebied.

Langs de zijde van het Veerse Meer is een brede groenzone van 10 meter bestemd, waarbij groenvoorzieningen worden aangebracht. Vervolgens wordt nog een strook van 10 meter vrijgehouden tot de bebouwing. Hiermee wordt voorzien in een bebouwingsvrije strook van 20 meter langs het Veerse Meer. Ook worden in een zone van 200 meter vanaf het Veerse Meer geen appartementengebouwen gebouwd. Uitsluitend ter plaatse van de centrumvoorzieningen bedraagt de afstand voor een klein gedeelte 175 meter. Hiermee wordt het zicht vanaf het Veerse Meer hoofzakelijk groen en wordt het gebied niet onevenredig verstoord. Daarnaast blijft de bestaande krekenstructuur niet enkel behouden, maar wordt deze ook uitgebreid. Dit versterkt het kreekrijke karakter en de biodiversiteit in het gebied. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen de uitgangspunten en voorwaarden van het Ontwikkelkader voor uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein buiten de kustzone en voldoet daarmee aan artikel 2.11 lid 4 van de Omgevingsverordening Zeeland 2018. In het bestemmingsplan wordt rekening gehouden met een bufferzone van 50 meter rondom het agrarisch bedrijf aan de Muidenweg 11. Hierdoor is er geen sprake van hinder bij de verblijfsrecreatieve functie en wordt het agrarisch bedrijf niet onevenredig beperkt in de bedrijfsvoering.

Het plan voorziet niet in aantasting van bestaande landschappelijke structuren zoals aangewezen in de Omgevingsverordening 2018. De afwegingszone zoals beschreven in artikel 2.27 wordt ruimschoots in acht genomen door de ontwikkeling van een natuurgebied in aansluiting op het Natuurnetwerk Zeeland. Luchtvaartverordening Zeeland Ten oosten van het plangebied ligt het regionale vliegveld Midden-Zeeland. Provinciale Staten van de provincie Zeeland hebben op 16 december 2011 de Luchtvaartverordening Zeeland vastgesteld. Deze verordening is in werking getreden op 25 januari 2012. De luchtvaartverordening bevat regels ten behoeve van het vaststellen of wijzigen van een luchthavenbesluit voor een luchthaven gelegen in de provincie Zeeland. Daarnaast bevat het regels die noodzakelijk zijn voor het houden van toezicht op de luchthaven conform de Wet luchtvaart (zie paragraaf 4.1.1).

Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

71

Luchthavenbesluit Voor luchthavens die meer dan twaalf dagen per jaar worden gebruikt, is een luchthavenbesluit van de provincie nodig. Een luchthavenbesluit is nodig als er milieueffecten (geluid en externe veiligheid) buiten het luchthaventerrein zijn. De gebruiksruimte voor luchthaven Midden-Zeeland is vastgelegd in de verordening Luchthavenbesluit Midden-Zeeland (zie paragraaf 4.1.1). Verordening Op 1 november 2013 heeft Provinciale Staten van de provincie Zeeland de Verordening Luchthavenbesluit Midden-Zeeland vastgesteld. De verordening is op 15 april 2014 in werking getreden. In de verordening is opgenomen dat op luchthaven Midden-Zeeland uitsluitend burgerluchtverkeer met vliegtuigen met een maximum startgewicht van 6.000 kg, helikopters met een maximaal startgewicht van 6.000 kg, gyroplanes, zweefvliegtuigen en vrije ballonnen is toegestaan. Het maximaal aantal vliegbewegingen per gebruiksjaar met burgervliegtuigen, helikopters, gyroplanes, militaire vliegtuigen en helikopters op de luchthaven is vastgesteld op 46.558. Binnen dit maximaal aantal vliegbewegingen per gebruiksjaar is het toegestaan maximaal 800 bewegingen met helikopters te laten plaatsvinden, waarvan maximaal 60 bewegingen buiten de daglichtperiode mogen plaatsvinden ten behoeve van helikopters in het kader van spoedeisende hulpverlening en/of de uitoefening van politietaken.

In de verordening zijn tevens de beperkingengebieden als bedoeld in artikel 8.47 van de Wet luchtvaart vastgelegd. Deze beperkingsgebieden bestaan uit de volgende contouren: • de 10-5 en 10-6 plaatsgebonden risico contouren; • de geluidscontour 56 dB(A) Lden; • de contouren ter aanduiding van de veiligheidsgebieden; • een gebied met hoogtebeperkingen in verband met de vliegveiligheid. Doorwerking in het plangebied De beperkingsgebieden liggen gedeeltelijk over het recreatiepark. In paragraaf 9.5 wordt hier nader op ingegaan. De contouren van de beperkingsgebieden zijn overgenomen op de verbeelding en in de regels van dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan maakt geen hoogtes mogelijk die in strijd zijn met de gestelde hoogtebeperkingen. Daarmee vormt de luchthaven geen belemmering voor voorliggend plan. Overigens heeft de exploitant van het vliegveld bij de provincie Zeeland een verzoek ingediend om de landingsbaan circa 22 graden in zuidwestelijke richting te draaien en de start- landingsbaan 200 meter naar het oosten te verplaatsen. Zodra de Provincie Zeeland hiertoe het luchthavenbesluit aanpast en een provinciaal inpassingsplan heeft vastgesteld, vallen de contouren van de beperkingsgebieden niet langer over het recreatiepark. De gewijzigde contouren worden te zijner tijd vastgelegd in een nieuw bestemmingsplan.

De procedure voor dit bestemmingsplan zal afzonderlijk van de procedure voor het voorliggende bestemmingsplan worden doorlopen, zie ook paragraaf 1.4. Milieuprogramma Provincie Zeeland 2018 - 2022 Het Milieuprogramma is uitvoeringsbeleid van de Provincie Zeeland en heeft als doel het beschermen en het versterken van de milieukwaliteit van de (Zeeuwse) fysieke leefomgeving. Het milieuprogramma bestaat uit de wettelijke taken die de Provincie Zeeland heeft vanuit de Rijksoverheid en daarnaast ook uit de opgaven die gedefinieerd zijn in het Omgevingsplan Zeeland 2018. Het Milieuprogramma is op 26 oktober 2018 door Provinciale Staten vastgesteld. Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

72

Toekomstbestendige, bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving Bij het groenblauwe en landelijke karakter van de provincie Zeeland past vanzelfsprekend een adequate milieukwaliteit. De aantrekkelijkheid van Zeeland als woongebied en voor toeristen en recreanten wordt hierdoor versterkt. De provincie voorkomt waar dat noodzakelijk is en technisch en financieel haalbaar, geluid-, geur en lichthinder afkomstig van provinciale wegen en de bedrijven waarvoor zij bevoegd gezag zijn op basis van de Wet milieubeheer. Nieuwe situaties met overlast worden voorkomen. De wettelijke normen worden strikt gehanteerd en waar mogelijk doen zij een stapje extra. Voor de invulling van het acceptabel hinderniveau en voor een goede afstemming met het ruimtelijk beleid wordt een toetsingskader gehanteerd waarbij de hinderlijkheid, de tijd en aard van de bestemming worden meegewogen. Doorwerking in het plangebied In het kader van de MER zijn diverse milieuaspecten afgewogen. Een uitgebreide toelichting op de relevante regelgeving, onder meer vanuit de Wet milieubeheer, is opgenomen in hoofdstuk 9. Voorliggend plan is in lijn met het Milieuprogramma van de Provincie Zeeland. Economische agenda 2017 - 2021 Het economisch beleid van de Provincie Zeeland voor de komende vier jaar staat verwoord in de Economische Agenda.

De belangrijkste bouwsteen voor deze agenda is het advies van de Commissie Structuurversterking en Werkgelegenheid (Balkenende). De commissie adviseert focus aan te brengen op de thema's: Smart Delta Resources, Energietransitie & Deltatechnologie, Bèta College, Havensamenwerking en Gezonde regio & toerisme. Deze 5 thema's zijn dan ook de speerpunten van het economische beleid voor Zeeland. Ten aanzien van toerisme zet de provincie onder meer in op een kwaliteit- en differentiatieslag van bestaande verblijfsrecreatie. Door middel van ruimtelijk en economisch beleid worden mogelijkheden geboden voor nieuwe initiatieven die ervoor zorgen dat Zeeland in 2040 een unieke bestemming is. De Zeeuwse natuur en het landschap zijn de basis voor het onderscheidend vermogen. Er zijn vele mogelijkheden om de natuur en de vrijetijdssector met elkaar te verbinden. Er wordt gekeken hoe natuur en landschap letterlijk en figuurlijk dichter bij de gasten gebracht kunnen worden, onder meer door unieke natuurervaringen te realiseren. Dat zorgt voor een winwin situatie: de natuur biedt toegevoegde waarde voor ondernemers in de vrijetijdseconomie en de toeristische bestedingen leveren een bijdrage aan behoud en zelfs versterking van de natuur. De Provincie verbindt partijen (recreatieondernemers, overheden, natuur- en landschapsorganisaties etc.) waardoor nieuwe samenwerkingsvormen ontstaan.

Voor ontwikkelingen langs de kust worden kaders gesteld in een ‘Kustvisie’. Voor overige natuurgebieden worden op gemeentelijk niveau beleidsvisies opgesteld. Deze aanpak wil de provincie ook in andere gebieden van Zeeland verder toepassen, bijvoorbeeld rond de randen van de Deltawateren. De provincie is in de zomer van 2019 samen met de betrokken gemeenten en het waterschap gestart met het opstellen van een nieuwe gebiedsvisie voor het Veerse Meer. De verwachting is dat deze nieuwe visie in 2021 vastgesteld wordt. Doorwerking in het plangebied Het plangebied is niet gelegen in de kustzone, waardoor uit de Economische agenda geen specifieke kaders worden gesteld ten aanzien van het plangebied. Wel draagt het plan bij aan de gestelde uitgangspunten, door een onderscheidend recreatiepark te bieden dat complementair is aan het verblijfsrecreatieve aanbod in de gemeente. Het uitgebreide programma en aanbod aan Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

73

voorzieningen en activiteiten maakt een onderscheidende ervaring mogelijk in een kreekrijke omgeving, die de beleving van het landschap vergroot. De huidige, en in ontwikkeling zijnde gebiedsvisies voor het Veerse Meer worden verderop in deze paragraaf behandeld. Natuurvisie Zeeland 2017 - 2022 De Natuurvisie 2017 - 2022 is vastgesteld door Provinciale Staten op 21 april 2017. Het document bevat een beschrijving van de Zeeuwse natuur en het typisch Zeeuwse landschap. Ook is aangegeven hoe de Provincie invulling geeft aan haar rol met betrekking tot bescherming en beheer van bestaande natuurgebieden, de ontwikkeling van nieuwe natuurgebieden en de instandhouding van wettelijk beschermde soorten. Tot slot is aangegeven op welke wijze natuurbelangen worden verbonden aan economische en maatschappelijke belangen. Het gaat dan om het beschermen, ontwikkelen, beheren, herstellen en verbreden van natuur en landschap. In het Natuurpact is met het Rijk en de manifestpartners afgesproken dat in 2027 het Natuurnetwerk Nederland (NNN) voltooid moet zijn. Voor de voltooiing van het Zeeuwse deel van het NNN, het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ), betekent dit dat tot die tijd in Zeeland nog 955 hectare nieuwe natuur ontwikkeld moet worden. Bij de inrichting van nieuwe natuurgebieden geldt als uitgangspunt dat minimaal 90% van de nieuwe natuurgebieden toegankelijk en/of beleefbaar moet zijn.

De aanleg van recreatieve basisvoorzieningen en extra voorzieningen in de Zeeuwse topnatuurgebieden worden door de provincie gestimuleerd. Doorwerking in het plangebied Met de ontwikkeling van circa 14 hectare natuurgebied draagt het plan bij aan de provinciale doelen om het bestaande natuurnetwerk in Zeeland uit te breiden. Er wordt aangesloten op het naastgelegen natuurgebied De Piet, wat de biodiversiteit en ecologie ten goede komt. Daarbij wordt door middel van routes voor langzaam verkeer een koppeling gemaakt met het recreatiepark, wat bijdraagt aan toegankelijkheid en beleefbaarheid van de nieuwe natuur. Gebiedsvisie Rondom het Veerse Meer In december 2004 is door de provincie Zeeland de ‘Gebiedsvisie Rondom het Veerse Meer’ vastgesteld. De visie beschrijft de veranderingen rondom het Veerse Meer in de navolgende vijftien jaar. Het gebied heeft behoefte aan een kwaliteitsimpuls en legt de noodzakelijke veranderingen vast voor behoud van de landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische kwaliteiten en samenhang, een betere bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en waterkwaliteit en om ruimtelijke en economische kaders te stellen voor recreatie, toerisme en agrarische ondernemers. In de gebiedsvisie zijn 7 speerpunten opgenomen.

Op het gebied van landschap en natuur is het van belang om nieuwe natuur zoveel mogelijk aan te sluiten op de bestaande natuur (EHS) om versnippering te voorkomen. Daarbij moet de ruimtelijke karakteristiek behouden blijven. Het ‘Plan van Nico de Jonge’ uit de jaren ‘60 van de vorige eeuw is een belangrijk uitgangspunt voor de landschappelijke ontwikkeling van het gebied. Daarom zal in het oostelijk deel van het gebied geen verdichting door bijvoorbeeld nieuw bos nagestreefd worden. Extra bos kan wel op plekken waar het op bestaand bos aansluit, met name in het westelijk deel. Natuur en landschap rond het meer kunnen in kracht winnen als de natuurfunctie gecombineerd kan worden met een andere, al bestaande functie zoals recreatie, waterhuishouding en waterkering. Doel is ook de belevingswaarde en toegankelijkheid te vergroten door bijvoorbeeld de aanleg van recreatieve routes en inpassing van gebouwen in het landschap. Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

74

Toeristisch-recreatieve initiatieven worden getoetst aan de gebiedsvisie. Hiertoe zijn 6 plekken benoemd als ‘toeristische hotspots’, waar toeristische ontwikkeling is toegestaan. Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt binnen de contour van een van deze toeristische hotspots benoemd in de gebiedsvisie Rondom het Veerse Meer uit 2004. Voor Oranjeplaat is met name dagrecreatie voorzien. In het gebied ten zuiden van Lemmerplaat en Oranjeplaat staat verdere ontwikkeling van verblijfsrecreatie centraal in combinatie met het bevorderen van watergerichte activiteiten (vergroten van de oeverlengte). Dit gebied wordt uitgebreid en verdicht in aansluiting op de bestaande verblijfsrecreatie. Bij de uitbreidingsmogelijkheden van de bestaande verblijfsaccommodaties dient rekening te worden gehouden met de hindercontouren van het vliegveld. Met de vaststelling van het Omgevingsplan Zeeland 2018 is de gebiedsvisie Rondom het Veerse Meer achterhaald. De provincie is in de zomer van 2019 samen met de betrokken gemeenten en het waterschap gestart met het opstellen van een nieuwe gebiedsvisie voor het Veerse Meer. De verwachting is dat deze nieuwe visie in 2022 vastgesteld wordt. Fase 1, waarin afspraken staan over verblijfsrecreatie, is in 2020 vastgesteld, en zal in de provinciale Omgevingsverordening van 2021 worden verwerkt.

Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030 (Besluitvormingsnotitie Fase 1) In het najaar van 2019 is een startnotitie vastgesteld voor het formele traject voor de totstandkoming van de gebiedsvisie Veerse Meer. Hierin is onder meer bepaald dat het tijdspad van de op te stellen gebiedsvisie wordt verbonden met het traject van de nieuwe Zeeuwse Omgevingsvisie. Omdat de nieuwe gebiedsvisie Veerse Meer bouwstenen aanlevert voor de Omgevingsvisie, is besloten om het proces rond de gebiedsvisie op te splitsen in twee fasen. Fase 1 levert de benodigde bouwstenen voor de Omgevingsvisie en Fase 2 zorgt voor de verdere uitwerking daarvan. De besluitvormingsnotitie voor fase 1 van de nieuwe gebiedsvisie is op 18 mei 2020 verschenen, en is op 1 juli 2020 goedgekeurd door alle betrokken stakeholders waaronder de omliggende gemeenten, het waterschap en later ook Rijkswaterstaat en Provinciale Staten. Fase 1 levert een kaart op met locaties waar nog wel en waar niet meer ontwikkeld wordt, en waar de omgevingskwaliteit extra impulsen behoeft. Op de kaart ‘Globale situering beschermings- en aandachtsgebieden’ zijn gebieden aangewezen waarvoor een lokale, gebiedsgerichte doorvertaling nodig is van de algemene principes (afbeelding 4.4). Het plangebied is aangeduid als ‘rood’ aandachtsgebied voor dag- en verblijfsrecreatie.

Rode aandachtsgebieden zijn clusters bebouwde omgeving waar de ontwikkeldruk voor dagen/of verblijfsrecreatie hoog is en de kwaliteit van het gebied een impuls nodig heeft. Hier liggen kansen om ruimtelijke kwaliteiten integraal (op)nieuw te ontwikkelen. De ontwikkeling van een dergelijk gebied moet op basis van een gezamenlijk gedragen streefbeeld (integrale gebiedsvisie) gebeuren, evenals de planvorming en realisatie ervan. Realisatie gebeurt enkel als er ondernemers betrokken zijn en willen investeren. De besluitvormingsnotitie vormt de basis voor de herziening van de nieuwe Zeeuwse Omgevingsvisie. Vooruitlopend op de nieuwe gebiedsvisie is het landschapsplan voor Waterpark Veerse Meer, ofwel de uitwerking van het aandachtsgebied, vastgesteld. Deze uitwerking is samen met

Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

75

de bredere gebiedsvisie en in samenspraak met omwonenden, belanghebbenden, overheden en natuurorganisaties tot stand gekomen. Ook wordt gewerkt aan de uitwerking van het gebied in de bredere context, waarbij onder meer ook het vliegveld en natuurgebied de Piet worden betrokken. Het waterpark is hier onderdeel van en past binnen deze kaders.

Afbeelding 4.4: uitsnede kaart ‘Globale situering beschermings- en aandachtsgebieden’ (bron: Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030)

Algemene principes Aandachts- en beschermingsgebieden worden in Fase 2 ook ruimtelijk gedefinieerd en begrensd. Daarvoor wordt per gebied een ontwerptafel ingericht. Wel zijn in de besluitvormingsnotitie van Fase 1 een aantal algemene, richtinggevende principes opgenomen met betrekking tot toekomstige ontwikkelingen in het gebied. Gekoppeld aan natuur- en landschapskwaliteiten 1) Behoud, bescherm en versterk natuurkwaliteiten en landschapswaarden 2) Behoud oorspronkelijke ontwerpprincipes voor optimale beleving 3) Ontwikkelingen dragen bij aan de Natura 2000-doelen en versterken waar mogelijk het Natuur Netwerk Zeeland Gekoppeld aan waterkwaliteit, -gebruik en –veiligheid 4) Bewaak de huidige waterkwaliteit 5) Behoud de huidige diversiteit aan gebruikers en gebruiksmogelijkheden van het water en waarborg de veiligheid 6) Sta geen uitbreiding van aantal ligplaatsen in jachthavens toe 7) Behoud en versterk openbaar toegankelijke voorzieningen t.b.v. (water)recreatie

Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

76

Gekoppeld aan recreatieve kwaliteit, bebouwde omgeving en infrastructuur 8) De hoogte van de bebouwing mag het open Deltalandschap van het Veerse Meer gebied niet verstoren 9) Leg het accent op kwaliteitsverbetering, verduurzaming en maatschappelijke meerwaarde 10) Sta geen permanente nieuwvestiging buiten aandachtsgebieden toe en sluit bij voorkeur aan op de bestaande bebouwingscontouren 11) Houd rekening met de impact op infrastructuur 12) Behoud de vitaliteit van het landelijk gebied 13) Bied alleen ruimte aan ondernemers die in hun ontwikkelplannen de identiteit en de specifieke kwaliteiten van het gebied respecteren en versterken Klimaatadaptatie en energietransitie 14) Anticipeer op klimaatadaptatie en energietransitie Doorwerking naar het plangebied De planvorming voor het Waterpark Veerse Meer is aangehaakt in het proces en de totstandkoming van de gestelde kaders voor de nieuwe gebiedsvisie voor het Veerse Meer. De locatie is in Fase 1 benoemd als pijplijnproject. De algemene principes zijn in acht genomen bij de uitwerking van het landschapsplan, het beeldregieplan en het bestemmingsplan. Het landschapsplan houdt rekening met de natuurkwaliteit en landschapswaarden ter plaatse. De kwaliteiten en waarden van zowel land als water (krekenstructuur) worden versterkt en ontwikkeld.

In navolging van de visie van Nico de Jonge blijft de hoofdfunctie van het Veerse Meer een combinatie van recreatie, natuur(beleving), rust en ontspanning, waarbij de robuuste groenstructuren en ontstaanswijze van het Veerse Meer herkenbaar blijven. De realisatie van een natuurgebied draagt bij aan het Natuur Netwerk Zeeland en er zijn geen negatieve effecten op stikstofgevoelige natuurgebieden in de omgeving te verwachten (zie voorts paragraaf 6.2). Centraal beheer door één bedrijfsmatige en jaarronde exploitatie van het gebied zorgt voor veiligheid en borging van onderhoud en beheer. De voorzieningen in het park zijn openbaar toegankelijk. De hoogte van de bebouwing is zorgvuldig ontworpen en op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan zijn onder meer het maximale aantal recreatie-eenheden en hoogtebeperkingen juridisch geborgd. Met de herontwikkeling en uitbreiding van het park wordt aangesloten op bestaande bebouwingscontouren en ingezet op kwaliteitsverbetering en maatschappelijke meerwaarde. Er is een uitgebreid onderzoek gedaan naar de impact op infrastructuur in de omgeving waaruit blijkt dat geen negatieve effecten te verwachten zijn als gevolg van voorliggend plan. De beoogde kwaliteiten en uitstraling van het gebied zijn vastgelegd in een beeldregieplan. De groene rand rondom het park is als zodanig bestemd.

Tot slot wordt in de bouwplannen rekening gehouden met duurzaam materiaalgebruik en inrichting van gebouwen en de opwekking van energie. Pijplijnproject Het gebied rondom het waterpark is in de Gebiedsvisie Rondom het Veerse Meer (2004) benoemd als een toeristische hotspot. Omdat de doorontwikkeling en modernisering van het Waterpark al in oktober 2018 is geaccordeerd door de gemeenteraad, is voorliggend plan een zogenaamd "pijplijnproject". Dat houdt in dat de ontwikkeling wordt getoetst aan het vigerende beleid, te weten de provinciale Omgevingsverordening 2018. Dat neemt niet weg dat vanaf het begin een duidelijke link is gelegd met de Gebiedsvisie Veerse Meer. Het plan voldoet aan de algemene

Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021

77

principes die momenteel bekend zijn in het kader van de in ontwikkeling zijnde Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030. De initiatiefnemer blijft betrokken bij het proces en de totstandkoming van de tweede fase van de visie. 4.1.3 Gemeentelijk beleid Kwaliteitsatlas 2030 In 1998 heeft de gemeenteraad van Middelburg de Kwaliteitsatlas 2030 vastgesteld, die is herzien in 2010. Deze kwaliteitsatlas schetst een integraal toekomstbeeld van Middelburg tot 2030, met daarbij de ontwikkelingen per sector (wonen, sociale structuur, milieu en water, mobiliteit, werken, natuur en landschap, recreatie en toerisme, kunst en cultuur, financiën), die nodig zijn om dit beeld te bereiken. Op het gebied van toerisme en recreatie zet de gemeente Middelburg onder meer in op uitbreiding van het areaal aan dagrecreatie/dag-arrangementen (Veerse Meer), het stimuleren van ontwikkelingen, die het nautisch-maritieme karakter en toerisme versterken en het uitbreiden van het aantal hotelaccommodaties. Doorwerking in het plangebied Op de kaart van de kwaliteitsatlas 2010 staan drie gebieden aangegeven voor recreatieontwikkeling: de Veerse Wende, het waterpark en een uitbreiding gelegen tussen de jachthaven en het spoor. Het plan past binnen de kaders van de Kwaliteitsatlas, maar de inzichten hierover zijn inmiddels vrij gedateerd. 4.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10243275/3