Bijlage 1. Bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 2020-VERVALLEN
Tekst van het document
De overige circa 26 hectare in het plan bestaat uit openbare natuur en de kreek tussen deelgebied 1 en 2. De belangrijkste uitgangspunten voor het landschapsplan zijn als volgt: • een integraal ontwerp van het park in haar omgeving; • een homogeen park met ruimte voor groen en natuur; • een landschappelijke inbedding van het park die aansluit op de kwaliteiten van de omgeving, zoals het Veerse Meer en het nieuw aan te leggen natuurgebied; • het minimaliseren van de ruimtelijke impact van centrumvoorzieningen door een zorgvuldige situering en ontwerp. Hieronder wordt een samenvatting gegeven van de beoogde ruimtelijke en landschappelijke structuur, het voorzieningenprogramma en duurzaamheidsaspecten zoals beschreven in het landschapsplan.
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
35
Afbeelding 3.14.: Landschappelijk inpassingsplan Waterpark Veerse Meer, bron: KuiperCompagnons, november 2020
Stedenbouwkundige hoofdstructuur De nieuwe structuur van Waterpark Veerse Meer sluit zoveel mogelijk aan op de bestaande structuren en karakteristieke elementen in de omgeving van het gebied. De bestaande kreken worden uitgebreid, waardoor een waterrijk gebied ontstaat. De eilanden worden door middel van informele routes met elkaar verbonden. Aan de noordzijde wordt een natuurgebied ontwikkeld, dat aansluit op het bestaande natuurgebied ‘De Piet’. Door de uitbreiding van het waterpark ontstaat meer ruimte tussen de woningen en rondom centrale voorzieningen. Deze groene ruimte biedt plaats voor kinderen om veilig te kunnen spelen, maar ook voor volwassenen die willen genieten van de groene, natuurlijke omgeving. Daar komt bij dat de eilanden autoluw worden gemaakt. De samenhang tussen de kreekrijke, groene omgeving en het aanbod van voorzieningen en activiteiten versterkt de structuur en belevingswaarde van het waterpark. Deze voorzieningen worden geclusterd op verschillende locaties. In het hart van het gebied bevindt zich het primaire centrum, vormgegeven als een klein havenstadje met een front naar de Lemmer en het recreatiemeer. Op de begane grond bevinden zich diverse voorzieningen zoals gift- en kledingshops en een park-versmarkt. Op de bovenste lagen zijn recreatiewoningen voorzien. Tevens is een klein zandstrand aanwezig.
Het zuidelijk en noordelijk deel van het waterpark worden over het water met elkaar verbonden door een ‘boardwalk-trail’, vormgegeven als brede loopbrug. Hiermee staat het centrum in verbinding met het tweede voorzieningencluster in het noordelijk deel van het waterpark. Van hieruit zijn op korte afstand het Veerse Meer en het nieuw te ontwikkelen natuurgebied bereikbaar.
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
36
In het noordelijk deel is tevens een bouwvolume getekend, een tweede centrum met een familieacademie waar kinderen samen met (groot-)ouders kunnen deelnemen aan diverse educatieve programma’s. Voorzieningen Voor de uitgebreide (centrum-)voorzieningen wordt onder meer gedacht aan een groot overdekt zwembad/waterpark, een overdekt kinderspeelparadijs en academiegebouw, diverse restaurants, een Spa & Wellnesscentrum en een fitnesscentrum. Er worden diverse sportactiviteiten voor zowel volwassenen als kinderen georganiseerd. Onderscheidend aan het voorzieningenprogramma zijn de realisatie van academies, gericht op kinderen. Deze academies richten zich op onder andere techniek en houtbewerking, mode (werken met naaimachines), koken, archeologie en natuur. Verder zijn gebouwen voorzien voor beheer van het recreatiepark. Het concrete programma is hieronder nader toegelicht en een globale weergave van de ligging van voorgenoemde voorzieningen is opgenomen in afbeelding 3.15.
Afbeelding 3.15: hoofdstructuur voorzieningen in Waterpark Veerse Meer
Programma Het bouwprogramma voor deze ontwikkeling bestaat uit recreatieve eenheden, leisure-voorzieningen en voorzieningen ten aanzien van het beheer van het recreatiepark.
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
37
Recreatie-eenheden De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 822 recreatie-eenheden voor recreatief nachtverblijf, waarvan maximaal 800 grondgebonden recreatiewoningen. Daarnaast zijn in het plangebied 65 bestaande, recent gerealiseerde recreatiewoningen aanwezig. In de nieuwe situatie bedraagt het totaal aantal recreatie-eenheden ten behoeve van recreatief nachtverblijf 887. Op grond van het bestemmingsplan 'Waterpark Veerse Meer' uit 2014 zijn 1.335 recreatie-eenheden mogelijk. In de nieuwe situatie neemt het aantal recreatie-eenheden voor recreatief nachtverblijf af met 448 eenheden ten opzichte van het huidige Waterpark Veerse Meer (1.335 – 887). In plaats van een mix van diverse soorten recreatie-accommodaties richt het nieuwe Waterpark Veerse Meer zich op de ontwikkeling van een diversiteit aan recreatiewoningen. Leisurevoorzieningen De leisurevoorzieningen zijn ten dienste van de recreanten die verblijven in de recreatiewoningen en –appartementen en bestaan uit de volgende faciliteiten: • zwembad met glijbanen en wildwaterbaan; • sport- en wellnessvoorzieningen; • binnenspeeltuinen en academies voor kinderen; • horecavoorzieningen; • winkels, waaronder een supermarkt.
Beheervoorzieningen De beheervoorzieningen bestaan onder andere uit de volgende faciliteiten: • 8 bedrijfswoningen; • kantoren; • beheergebouwen voor de schoonmaak, onderhoud, technische dienst, opslag van materiaal en materieel en ten behoeve van andere beheerstaken; • nutsvoorzieningen; • voorzieningen voor de opwekking van duurzame energie.
Robuuste groenstructuur Met de realisatie van het nieuwe waterpark komt er veel meer ruimte voor onderwaterleven, oevervegetatie en vogelsoorten die bos en beplantingen nodig hebben, wat ten goede komt aan de natuurwaarden van het gebied. Kenmerkend voor de groenstructuur in en rond het recreatiepark is het landschapsontwerp van Nico de Jonge (landschapsarchitect van Staatsbosbeheer), dat dateert uit 1960. Zijn visie zorgde voor de afwisseling van natuurlijke en recreatieve oevers en robuuste bosranden om het Veerse Meer. Het landschapsplan speelt hierop in door rondom het park een robuuste groenstructuur aan te brengen in de geest van Nico de Jonge, die stevige bosvlakken gebruikt om functies in het landschap (landbouw, recreatie en natuur) ruimtelijk van elkaar te scheiden. De bossen die reeds aanwezig zijn rondom de Lemmer zijn onderdeel gemaakt van het waterpark. Deze bossen zijn verder uitgebreid langs de Muidenweg, zowel in noordelijke- als zuidelijke richting, als op de grens tussen het natuurgebied en het recreatiepark aan de noordzijde. Deze bosstructuur wordt ook doorgezet aan de rand van het Veerse Meer. Binnen het kader van de bosranden wordt op het park veel groen aangelegd, waardoor iedere woning een intieme plek krijgt. In totaal worden circa 2.000 bomen van de eerste grootte
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
38
aangeplant, in aanvulling op ander groen, zoals struiken en hagen. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierin is geborgd dat de ontwikkelaar een groene rand rondom het park dient aan te leggen, voorafgaand of gelijktijdig aan de bouw van nabijgelegen recreatiewoningen. Dit zorgt ervoor dat bij opening van het park een significante hoeveelheid groen aanwezig zal zijn. De landschappelijke inpassing hiertoe is opgenomen in een bijlage (inrichtingsvereisten) bij de regels5. Tot slot wordt langs de bestaande dijkwoningen een groene zoom aangelegd, zodat ook hier vanaf de Muidenweg het beeld natuurlijker en aantrekkelijker wordt. Nieuwe natuur (overgangszone) Aan de noordzijde van het gebied wordt circa 14 hectare natuur (overgangszone naar De Piet) gerealiseerd, die openheid op het Veerse Meer behoudt. Het gebied wordt ingericht als een soort kweldergebied, vergelijkbaar met de Middelplaten. Op deze manier blijft dit gedeelte open en blijft het mogelijk vanaf de Muidenweg over dit gedeelte uitzicht op het meer te hebben. Vanaf de Muidenweg, door de nieuwe natuur naar de oever van het Veerse Meer wordt een fietsroute aangelegd. Dit zorgt ervoor dat de oevers van het Veerse Meer goed bereikbaar blijven.
Afbeelding 3.16: bomenstructuur in Waterpark Veerse Meer
5
Bijlage 2 bij de regels: Inrichtingsvereisten, KuiperCompagnons, d.d. mei 2021
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
39
Uitbreiding van de waterstructuur Er wordt ca. 17,5 hectare nieuw water gegraven, met daarlangs circa 16 km nieuwe natuurvriendelijke oevers. Gronden die nu zijn bestemd als camping of akkerbouwland krijgen een enorme impuls aan natuurwaarden. De waterstructuur sluit aan op de bestaande watergangen in het gebied. In hoofdstuk 7 worden de waterhuishoudkundige aspecten van het plan nader toegelicht.
Afbeelding 3.17: overzichtskaart bestaand en nieuw water in Waterpark Veerse Meer
Verkeer en parkeren De Muidenweg, die aan de oost-, zuid- en westkant het plangebied begrenst, blijft de belangrijkste ontsluitingsweg voor het gebied. Hier vinden geen wijzigingen plaats. De Oranjeplaatweg blijft behouden als interne hoofdstructuur, maar krijgt een groene impuls door een robuuste bomenrij evenwijdig aan de weg. Deze openbare weg is specifiek bestemd voor “Verkeer”. De inrit blijft behouden en de Bastiaan de Langeplaat wordt een rechte doorsteek naar het nieuwe centrum. Om het verkeerseffect van de voorgenomen ontwikkeling op de omgeving inzichtelijk te maken is in het kader van de MER een verkeersonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de voorgenomen herontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer niet leidt tot nieuwe knelpunten in de verkeersafwikkeling. Het verkeersonderzoek is nader toegelicht in hoofdstuk 5.
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
40
Afbeelding 3.18: toekomstige ontsluitingsstructuur in Waterpark Veerse Meer
Het parkeren voor het recreatiepark wordt volledig op eigen terrein gefaciliteerd. Bezoekers parkeren in parkeerkoffers langs de drie groene hoofdassen, die allen bereikbaar zijn vanaf de Muidenweg. De gemeente Middelburg hanteert als basis voor de gemeentelijke parkeernormen de CROW-publicatie 381. De CROW publicatie 381 hanteert een minimale parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen per recreatiewoning. Het landschapsplan gaat uit van 2 parkeerplaatsen per recreatiewoning, verdeeld over decentrale parkeerplaatsen aan de randen en hoofdstructuren van het park. De ervaring in een vergelijkbaar park, recreatiepark Hof van Saksen, leert dat 1,5 parkeerplaats per recreatiewoning voldoende is6. Om een overschot aan parkeerplaatsen, en daarmee onnodige verharding, te voorkomen, worden bij de aanleg van Waterpark Veerse Meer in eerste instantie 1,7 parkeerplaatsen per recreatiewoning aangelegd. Mocht dit onvoldoende zijn, dan is er op het recreatiepark voldoende ruimte om de parkeerkoffers te vergroten en het aantal parkeerplaatsen uit te breiden tot de CROW-norm, conform de inrichting van het landschapsplan. Openbaar gebied Het bestaande openbare gebied blijft ook in de toekomstige situatie openbaar toegankelijk. Het toekomstige natuurgebied aan de noordoostzijde wordt openbaar toegankelijk.
Een deel van de noord-zuid weg tussen de agrarische percelen I-358 en I-222 wordt aan de openbaarheid onttrokken. De Oranjeplaatweg is van waterschap Scheldestromen en blijft openbaar toegankelijk. De voorzieningen zoals het hotel ‘Veerse Wende’, het gebied ten westen van het hotel en de 6
Het onderzoek dat hieraan ten grondslag ligt is opgenomen als bijlage (2) bij het Ontwerp achtergrondrapport Verkeer
van Goudappel Coffeng (bijlage 3 bij deze toelichting)
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
41
strook langs de oever van het Veerse Meer ten oosten van het hotel blijven openbaar toegankelijk via de Oranjeplaatweg. Het recreatiepark is overdag toegankelijk voor fietsers en wandelaars.
Afbeelding 3.19: eerste impressie (ontwerp) toekomstig centrum Waterpark Veerse Meer, bron: KuiperCompagnons, d.d. 27 mei 2019
Bouwhoogtes De bouwhoogtes in het park (afbeelding 3.20) zijn ontworpen aan de hand van drie principes: 1. Brede bos- en groenstroken langs de randen van het park ontnemen zicht op bebouwing Langs de randen van het park en langs de openbare wegen zijn brede groenstroken opgenomen in het bestemmingsplan, zodat de recreatieve bebouwing aan het oog van voorbijgangers onttrokken wordt. In de groenbestemmingen langs de randen van het park is een grondwal geïntegreerd, waar bomen op worden geplant. Dit zorgt ervoor dat er direct na de bouw een groen aanzicht is, ook al is de bebossing nog niet meteen volledig volgroeid. 2. Aan de randen uitsluitend lage bebouwing, naar het midden meer hoogte Aan de randen van het park, langs de Muidenweg, zijn vrijwel alleen recreatiewoningen gepland met één rechte woonlaag met kap. Deze woningen hebben een maximum hoogte van 10 meter. Meer naar het midden van het park is een maximum bouwhoogte van 12 meter geprojecteerd. Hier zijn recreatiewoningen van twee woonlagen met kap voorzien. De centrumvoorzieningen zijn centraal in het midden van het terrein gepland, op grote afstand van de openbare wegen zodat deze vanaf de weg niet of nauwelijks zichtbaar zijn. De hoogtebeperking van de centrumvoorzieningen in het noordelijk gedeelte bedraagt 15 meter.
Deze hoogte is momenteel ook toegestaan voor de centrumvoorzieningen op het bestaande Waterpark Veerse Meer. De centrumvoorzieningen in het zuidelijk gedeelte worden toegestaan tot 20 meter hoogte. Op het park worden veel bomen aangeplant. De bebossing op, en langs de randen van het park heeft een maximale hoogte van 25 meter. Vrijwel alle bebouwing blijft daar ruim onder, waardoor de bebouwing op den duur verder weg zal vallen onder de boomhoogte.
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
42
3. De hogere centrumvoorzieningen zijn voorzien op ca. 500 meter van het Veerse Meer. De centrumvoorzieningen in het zuidelijke gedeelte, die zijn toegestaan tot een maximale hoogte van 20 meter, hebben een ruimte afstand (> 500 meter) van het Veerse Meer. Dit centrum wordt ingericht als ‘Vissersdorp’, met op de begane grond voorzieningen en appartementen op de bovenste laag. De visserswoningen krijgen twee bouwlagen met een kap. In totaal wordt de bebouwing maximaal 3 tot 4 lagen met kap. Rondom deze centrumgebouwen zijn ook enkele appartementengebouwen toegestaan met eenzelfde bouwhoogte, eveneens voorzien van een schuine kap. Ook voor dit zuidelijke centrum is gezorgd dat de bomen van het flankerende bosgebied hoger zijn dan de beoogde bebouwing. Tot slot is in het zuidelijke centrum tevens een zwembad voorzien, architectonisch vormgegeven als meerdere Zeeuwse schuren met een kap. Het zwembad heeft een maximale bouwhoogte van 20 meter. De glijbaantoren bij het zwembad wordt als uitzondering mogelijk gemaakt op een beperkt oppervlak, tot maximaal 35 meter hoogte. De toren wordt nader vormgegeven op een manier die qua kleur, vorm en architectuur past in een vissersdorp.
Architectuur De insteek is dat op vrijwel alle bebouwing een schuine kap komt, zodat de stijl van de bebouwing aansluit bij de bebouwing van de Zeeuwse boerderijen in het landschap, zowel qua boeren-woongebouwen als de boerenschuren. Ook de centrumvoorzieningen worden van een schuine kap voorzien, aansluitend bij de vorm van de grotere boerenschuren die voorkomen in het Zeeuwse landschap. De schuin oplopende kappen en nokhoogten zorgen dat er enige ruimte in de maximale bouwhoogten nodig is. De architectuur en beoogde beeldkwaliteit is nader uitgewerkt in een Beeldregieplan (zie paragraaf 3.2.3).
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
43
Afbeelding 3.20: maximaal toegestane bouwhoogten toekomstig Waterpark Veerse Meer
3.2.3 Beeldregieplan De aantrekkelijkheid en wervingskracht van Waterpark Veerse Meer wordt in hoge mate bepaald door de beeldkwaliteit en uitstraling van de recreatiewoningen, de oevers en de tussenliggende groene ruimtes. De belangrijkste aandachtsgebieden in dit verband zijn de stedenbouwkundige hoofdruimtes (ontsluitingsstructuur) en de randzones en de architectonische uitwerking van de bebouwing. Er is een beeldregieplan7 opgesteld, waarin onder meer de uitgangspunten op het gebied van architectuur en beeldkwaliteit zijn opgenomen ten aanzien van de landschappelijke inpassing van het waterpark. Dit zorgt ervoor dat de gewenste beeldkwaliteit, samenhang en allure wordt bereikt. Een uitgebreide beschrijving van de voorgenoemde (en andere) beeldkwaliteitsaspecten leest u in het beeldregieplan, dat als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd. 3.2.4 Marktonderzoek Om te bepalen of voor de herontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer tot een kwalitatief hoogstaand en homogeen recreatiepark met recreatiewoningen en uitgebreide centrumvoorzieningen voldoende marktruimte is, is een marktonderzoek8 uitgevoerd. Het marktonderzoek is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting. De haalbaarheid van de voorgenomen ontwikkelingen is getoetst vanuit twee perspectieven. Het eerste perspectief beschouwt de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling op economische gronden.
Hiertoe is eerst de doelgroep voor het concept vastgesteld en getoetst aan de markt, waarna een marktanalyse naar de behoefte is uitgevoerd. Het tweede perspectief belicht de sociaalmaatschappelijke waarde van de voorgenomen ontwikkelingen. Onderzocht is wat de toegevoegde waarde van de voorgenomen ontwikkelingen is voor de lokale economie, de samenleving en de omgeving. Doelgroepen De kwaliteit van het park zorgt ervoor dat de huurprijs op een hoger niveau ligt dan bij andere (Zeeuwse) parken. Met het karakter van de centrumvoorzieningen ligt het voor de hand dat Waterpark Veerse Meer Nieuw vooral in trek is bij gezinnen en extended families (voor meergeneratievakanties). De ligging in Zeeland zorgt ervoor dat het park ook sterk in trek zal zijn bij de Duitse en Belgische gast, hoewel de Nederlandse gast naar verwachting de belangrijkste deelmarkt blijft. In de regel trekken vakantieparken van alle leefstijlen gasten aan, maar zijn enkele leefstijlen nadrukkelijker aanwezig. Bij het nieuwe Waterpark Veerse Meer zorgen het hoge serviceniveau, de uitgebreide centrumvoorzieningen en luxe accommodaties voor relatief veel gasten met leefstijlen 'stijlzoeker', 'plezierzoeker' en 'harmoniezoeker'. 'Avontuurzoekers' en 'inzichtzoekers' zijn secundaire doelgroepen.
7
Bijlage 15: KuiperCompagnons, Beeldregieplan Waterpark Veerse Meer, d.d. maart 2021
8
Bijlage 1a: ZKA Leisure consultants, Toets haalbaarheid Waterpark Veerse Meer nieuw, d.d. april 2020
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
44
Analyse van boekingsdata van een vergelijkbaar park bevestigt grotendeels de expertanalyse. In Nederland zijn bijna 2,2 miljoen huishoudens onderdeel van de potentiële doelgroep, ofwel bijna 29% van de huishoudens. In België en Noordrijn-Westfalen behoren bijna 3,6 miljoen huishoudens tot de potentiële doelgroep. De totale potentiële doelgroep bedraagt daarmee bijna 5,8 miljoen huishoudens. Behoefte en marktruimte Het marktgebied voor het nieuwe Waterpark Veerse Meer bestaat uit twee delen, door het zeer specifieke karakter van het concept. Naast de reguliere behoefte, van gasten die vanwege bestemming Zeeland boeken, trekt het park gasten die specifiek vanwege het concept en/of merk een vakantie boeken. Deze gasten genereren een aanvullende vraag of behoefte. In de afgelopen jaren zijn de overnachtingen van buitenlandse gasten sterker gegroeid dan de overnachtingen van Nederlandse gasten, doch het aantal Nederlandse overnachtingen in Zeeland is nog steeds als geheel hoger dan die van buitenlandse gasten. De groeiprognoses voor de aankomende jaren zijn overwegend positief. De economische groei vlakt wel enigszins af, maar hoeft niet direct nadelig uit te pakken. De harde planvoorraad in Zeeland is omvangrijk. Tegelijk zijn enkele plannen (groten)deels op de koopmarkt gericht en niet per se op de huurmarkt, waar het nieuwe Waterpark Veerse Meer wel op gericht is.
Op basis van een trendextrapolatie en rekening houdend met de groeiprognoses is in 2028 voldoende marktruimte voor de realisatie van het nieuwe Waterpark Veerse Meer, op basis van reguliere vraag. In het onderzoek is tevens de omvang van de aanvullende vraag gekwantificeerd en per leefstijl vergeleken met capaciteiten van conceptueel vergelijkbare parken. Uit de analyse volgt dat met name voor de leefstijlen 'stijlzoeker', 'avontuurzoeker' en 'inzichtzoeker' minder concurrenten in de markt zijn en meer kansen aanwezig zijn voor de voorgenomen herontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer. Toegevoegde waarde In het oordeel over grootschalige nieuwe toeristische ontwikkelingen zijn niet alleen de economische effecten belangrijk, maar ook de effecten op de samenleving en omgeving. Alleen als de effecten op alle pijlers positief zijn, is er sprake van een duurzaam evenwicht. De voorgenomen herontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer Nieuw zorgt voor een forse toename van de economische impact ten opzichte van de huidige situatie. Bestedingen en werkgelegenheid nemen toe, net als de bestedingen per nacht per gast. De samenleving profiteert bij realisatie van het vakantiepark van toegenomen opleidingsmogelijkheden en kritische massa voor de voorzieningen in de kern (met name Arnemuiden).
Daarnaast neemt de toeristische druk toe ten opzichte van de huidige situatie, maar de toeristische druk zal niet hoger zijn dan indien het vakantiepark gerealiseerd wordt dat volgens het geldende bestemmingsplan mogelijk is. Bij de voorgenomen herontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer wordt ingezet op een minimalisatie van de footprint op de omgeving, door onder meer te streven naar circulair bouwen, duurzame energievoorziening en gebruik van biologische en lokale producten.
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
45
De voorgenomen herontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer zorgt derhalve voor een toename van de toeristische druk ten opzichte van de huidige situatie, maar ten opzichte van de mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt neemt de toeristische druk af. Verder is er sprake van sterk positieve effecten op het vlak van economie, samenleving, omgeving. Er is dus sprake van een duurzame invulling bij de voorgenomen herontwikkeling van het recreatiepark. Dagrecreatieve voorzieningen Op verzoek van omwonenden is gekeken naar gedeeltelijke openstelling van het park voor daggasten. Het betreft toegang tot o.a. de horeca, het zwembad, de sauna, de kinderacademie en het speelparadijs. Om te bepalen of hier marktruimte voor is en of er geen andere knelpunten zijn voor de planontwikkeling is een separate laddertoets uitgevoerd. Deze laddertoets is opgenomen in bijlage 19. In het kader van deze laddertoets is in de eerste plaats bekeken of er verkeerskundige knelpunten ontstaan bij het openstellen van deze voorzieningen. Uitgangspunt is dat de dagrecreatieve voorzieningen uitsluitend in daluren worden opengesteld voor daggasten. Uit onderzoek10, blijkt dat de extra verkeersbewegingen binnen de marge passen die in het verkeersonderzoek is aangehouden, omdat hier met worst case kengetallen is gerekend.
De extra verkeersbewegingen zijn in de regels van het bestemmingsplan gelimiteerd op deze marge (zie subparagraaf 3.3.2). Hoewel het hier voorzieningen betreft die ondergeschikt zijn aan het waterpark, maar toch beperkt openbaar zijn voor daggasten, is voor de verschillende voorzieningen ook bekeken of er zowel kwantitatief, als kwalitatieve behoefte is. Uit het rapport blijkt dat het openstellen van de voorzieningen op het park niet leidt tot knelpunten zoals leegstand voor bestaande functies in de omgeving. 3.3
Juridische aspecten
3.3.1 Planmethodiek Dit bestemmingsplan heeft de vorm van een ‘globaal eindplan’. Dit betekent dat in het plan directe bestemmingen zijn opgenomen, op grond waarvan een directe bouwtitel geldt. De bestemmingen hoeven dus niet eerst nog uitgewerkt of gewijzigd te worden. De belangrijkste bestemming “Recreatie – Verblijfsrecreatie” is globaal van aard. Er zijn grote vlakken bestemd voor verblijfsrecreatie zonder dat daarbij een verkaveling of anderszins een indeling is voorgeschreven. Enkel de hoofdstructuren (groen, water, natuur en de primaire hoofdontsluitingsweg) en de bestaande chalets en recreatiewoningen zijn gedetailleerd ingetekend. Voor de recreatiebestemmingen is een maximaal aantal recreatiewoningen voorgeschreven en zijn hoogtebeperkingen opgenomen op de verbeelding. De beeldkwaliteit en inrichting van het gebied worden geborgd in het beeldregieplan. Voor de groene rand rondom het park zijn concrete inrichtingseisen opgenomen. 3.3.2 Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Inleidende regels (hoofdstuk 1) Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) 9
Bijlage 1b: Laddertoets dagrecreatieve voorzieningen, ZKA Leisure consultants, d.d. mei 2021 Bijlage 22: Notitie verkeerseffecten openbaarheid voorzieningen Waterpark Veerse Meer, Goudappel BV, d.d. 30 april 2021 10
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
46
-
Algemene regels (hoofdstuk 3) Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4)
Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende bestemmingen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna worden de in het plan opgenomen artikelen nader toegelicht. Bestemming “Groen” De groenbestemming is ingetekend ter plaatse van de belangrijkste groenstructuren in het plangebied. Dat betekent dat de randen van het plangebied langs de Muidenweg, delen van de Oranjeplaatweg en het recreatiepark Oranjeplaat zijn bestemd als ‘Groen’. Het doel van deze bestemming is om de groene rand rondom het nieuwe recreatiepark te borgen ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het recreatiepark. De bouwmogelijkheden in deze bestemming zijn beperkt tot kleinschalige gebouwen ten behoeve van beheer- en nutsvoorzieningen en andere bouwwerken.
Daarnaast zijn rond het perceel aan de Muidenweg 11 extensieve dagrecreatie, sport- en speelterreinen, nutsvoorzieningen en aan het recreatiepark ondergeschikte duurzame energievoorzieningen niet toegestaan. Hiervoor is tevens de aanduiding ‘specifieke vorm van groen uitgesloten – functies’ opgenomen op de verbeelding. Bestemming “Natuur – Overgangszone” Het noordelijk deel van het plangebied, dat grenst aan het bestaande natuurgebied van De Piet, wordt bestemd als 'Natuur - Overgangszone'. Het doel van deze bestemming is het behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. Deze bestaan voornamelijk uit grasland afgewisseld met bosgebied. De bestemming 'Natuur - Overgangszone' voorziet tevens in mogelijkheden voor extensieve dagrecreatie. De bouwmogelijkheden in deze bestemming zijn beperkt tot andere bouwwerken ten dienste van de bestemming. Bestemming “Recreatie – Verblijfsrecreatie” Het totale recreatiepark is bestemd als 'Recreatie – Verblijfsrecreatie'. Deze bestemming voorziet in de centraal bedrijfsmatige exploitatie van één recreatiepark met de daarbij behorende (dag)recreatie- en leisurevoorzieningen en horeca-activiteiten. Ook voorziet deze bestemming in de mogelijkheid voor het realiseren van aanlegplaatsen en ligplaatsen voor pleziervaartuigen.
De bouwregels van deze bestemming voorzien in de bouw van 822 nieuwe grondgebonden recreatiewoningen van diverse omvang en recreatie-appartementen en acht bedrijfswoningen naast de 65 bestaande recreatiewoningen en chalets. De bestaande recreatiewoningen en chalets zijn als zodanig aangeduid op de verbeelding. Het bouwen van nieuwe verblijfsrecreatieve eenheden op de bestaande agrarische gronden, ofwel ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – 1’, is uitsluitend toegestaan indien er op de overige verblijfsrecreatieve gronden minder
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
47
eenheden worden gebouwd dan maximaal is toegestaan. Ook mogen de nieuwe bedrijfswoningen niet worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ in verband met geluidhinder (zie paragraaf 9.3). Daarnaast kunnen nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie worden gerealiseerd. In de gebruiksregels is het permanent bewonen van recreatiewoningen, chalets en recreatie-appartementen uitgesloten. Ook is bepaald dat het bruto vloeroppervlak aan detailhandel maximaal 1.850 m2 mag bedragen. Ten aanzien van de openbaarheid van het park zijn in artikel 5.3.5. “openbaarheid” regels gesteld die mogelijke extra verkeersbewegingen van daggasten van en naar het park beperken. Middels deze specifieke gebruiksbepaling, is beoogd met het oog op een goede ruimtelijke ordening te regelen dat er niet meer dan 300 motorvoertuigen van daggasten mogen worden toegelaten op het recreatiepark. De achtergrond van deze bepaling is toegelicht in de 'Notitie verkeerseffecten openbaarheid voorzieningen Waterpark Veerse Meer' (bijlage 22). Bezoekers melden zich vooraf aan en worden bij binnenkomst, via een slagboom, geregistreerd. Bestemming “Verkeer” De hoofdontsluitingsweg, de Oranjeplaatweg, is voorzien van de bestemming “Verkeer”. Deze weg is openbaar en ontsluit het ten westen van het plangebied gelegen hotelcomplex.
Op basis van het voorgaande bestemmingsplan is de ligging hiervan exact overgenomen en als zodanig bestemd. Deze bestemming is bedoeld voor de aanleg, het beheer en onderhoud van wegen, bruggen, viaducten en tunnels. Daarnaast kunnen nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van het opwekken van duurzame energie worden gerealiseerd. Bestemming “Water” De bestaande hoofdwaterstructuur de Lemmer, die in verbinding staat met het Veerse Meer, is bestemd als “Water”. Binnen deze bestemming is geen bebouwing toegestaan. Wel zijn water, waterhuishoudkundige voorzieningen, ligplaatsen voor pleziervaartuigen, bruggen, oevers en taluds toegestaan. Tot slot zijn ook nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van het opwekken van duurzame energie mogelijk. Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, aanvullende regels gesteld. Het gaat om de volgende artikelen: Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen.
Algemene bouwregels In dit artikel is bepaald dat bestaande bebouwing, bestaande afmetingen en bestaande bebouwingspercentages, die afwijken van het bepaalde in hoofdstuk 2, tevens als toelaatbaar worden beschouwd.
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
48
Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is een algemeen verbod op strijdig gebruik opgenomen, en wordt een aantal voorbeelden genoemd wat in ieder geval als strijdig gebruik wordt beschouwd. Daarnaast is een parkeernorm verplicht gesteld en is bepaald dat de recreatiewoningen uitsluitend mogen worden gebruikt als de bodemkwaliteit ter plaatse voldoende is. Ook is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die het verplicht stelt om, voorafgaand aan de ingebruikname van recreatiewoningen in de aangrenzende bouwfase, een grondwal aan te leggen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’. De landschappelijke inpassing van de betreffende grondwallen is opgenomen in een bijlage bij de regels. Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels worden regels gesteld ten behoeve van gebiedsaanduidingen. In voorliggend plan betreft dit een veiligheidszone onder andere ten behoeve van de propaanopslag voor de bestaande recreatiewoningen op het park. Binnen de veiligheidszone voor propaan zijn kwetsbare objecten anders dan van de eigen inrichting, zoals bedoeld in respectievelijk het Besluit externe veiligheid inrichtingen (voor lpg) en het Activiteitenbesluit (voor propaan), niet toegestaan.
Daarnaast zijn in dit artikel vrijwaringszones opgenomen voor luchtvaartverkeer, waarbij diverse maximale bouwhoogtes van toepassing zijn. Binnen de aanduiding ‘luchtvaartverkeerszone – 2’ mogen uitsluitend onder voorwaarden geluidgevoelige objecten worden realiseerd. Deze aanduidingen zijn één op één overgenomen uit het voorgaande plan. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. In het artikel is een aantal algemene afwijkingen opgenomen, dat middels een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan bij een omgevingsvergunning mogelijk te maken. Het gaat bijvoorbeeld om een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of ondergeschikte overschrijdingen van de bestemmingsgrenzen ten behoeve van een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken of als gevolg van de werkelijke toestand van het terrein. Algemene wijzigingsregels In dit artikel worden algemene gevallen aangegeven waarvoor het bestemmingsplan gewijzigd kan worden. Het gaat hierbij met name om ondergeschikte overschrijdingen van de bestemmingsgrenzen ten behoeve van een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken of als gevolg van de werkelijke toestand van het terrein.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 3.3.3 Geometrische plaatsbepaling Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een GBKN-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
49
kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar.
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
50
4
Ruimtelijke Ordening
4.1
Kader en onderzoek
4.1.1 Nationaal beleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI), ontwerp juni 2019 Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio’s vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Ook verandert het klimaat moet zorgvuldiger worden omgegaan met energiebronnen en grondstoffen. In aanloop naar de Omgevingswet komt er één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie staat gepland voor het voorjaar van 2021. Het Ontwerp van deze Nationale Omgevingsvisie is in juni 2019 verschenen. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden.
In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een duurzame en concurrerende economie; 2. Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; 4. Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema’s die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Volgens het Rijk is een gezonde leefomgeving een omgeving waar inwoners zich prettig voelen, die uitnodigt tot gezond gedrag en zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid. Nederland gaat voor een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Dit betekent dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van de landschappelijke kwaliteiten.
Waar mogelijk worden nieuwe kwaliteiten toegevoegd, zoals rust en ontspanning, weidsheid, natuurlijkheid en identiteit van het landschap. Gebruiksfuncties worden bij voorkeur daar uitgevoerd waar ze passen bij de karakteristieken en het functioneren van het natuurlijke bodemwatersysteem. De NOVI geeft enkel specifieke kaders voor de landschappen die op nationaal niveau van belang zijn.
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
51
Doorwerking in het plangebied Voor een aantal nationale landschappen, zoals het Groene Hart, de Wadden, het Ijsselmeer en de Veluwe, zijn specifieke kernkwaliteiten benoemd. Het voorliggende plangebied valt niet onder deze landschappen. Voor het plangebied zelf zijn er dan ook geen nationale belangen die direct doorwerken in dit bestemmingsplan. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Deze structuurvisie vervangt de Nota Ruimte en geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De leidende gedachte in de SVIR is ruimte maken voor groei en beweging. Ambities tot 2040 zijn onder andere het aansluiten van woon- en werklocaties op de (kwalitatieve) vraag en het zoveel mogelijk benutten van locaties voor transformatie en herstructurering. Ook wil het Rijk ervoor zorgen dat in 2040 een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit wordt geboden. Een vitaal en mooi landelijk gebied is van belang voor een goed leef- en vestigingsklimaat en voor recreatie en toerisme. Doorwerking in het plangebied Voor de herontwikkeling en uitbreiding van het Waterpark Veerse Meer zijn op basis van de SVIR geen specifieke kaders gesteld.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro (voorheen AMvB Ruimte) bevat inhoudelijke regels van de Rijksoverheid waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Het Barro bevat regels over projecten met landelijke impact. Doorwerking in het plangebied Het Barro is niet van invloed op dit bestemmingsplan en bevat geen specifieke regels voor het plangebied. Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6. Bro) Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten conform artikel 3.1.6. sub 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) standaard een aantal stappen zetten die borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. Ruimtelijke besluiten moeten aandacht besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Bij de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking dient voor een stedelijke ontwikkeling achtereenvolgens te worden aangetoond of er een actuele regionale behoefte is (trede 1), of deze behoefte in bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen (trede 2), en of de locatie multimodaal is of kan worden ontsloten (trede 3).
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
52
De Ladder is alleen van toepassing op een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk maakt, of dat er een functiewijziging van zodanige aard en omvang plaats vindt dat om die reden sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het bestaande recreatiepark beslaat circa 57 hectare van het plangebied. Op deze gronden is op grond van het voorgaande bestemmingsplan al een recreatiepark toegestaan. In het voorgaande bestemmingsplan heeft het gebied de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ en wordt een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van dienstverlening (recreatie) mogelijk gemaakt. Het plangebied wordt verder deels ingesloten door een jachthaven met bijbehorende voorzieningen en recreatiewoningen, een hotelcomplex en infrastructuur. (ABRvS, 25 april 2018; ECLI:NL:RVS:2018:1371). Er is op deze 57 hectare geen sprake van een wezenlijke functiewijziging of meer/andere bebouwingsmogelijkheden. Daarom is daar in zoverre geen sprake van een nieuw stedelijke ontwikkeling. Op grond van het voorgaande bestemmingsplan zijn 1.335 eenheden toegestaan. In de nieuwe situatie neemt het aantal recreatie-eenheden voor recreatief nachtverblijf af met 448 eenheden ten opzichte van het huidige bestemmingsplan voor Waterpark Veerse Meer (1.335 – 887).
Ook bij het recreatiepark behorende voorzieningen zijn reeds mogelijk. Voor wat betreft de bebouwingsmogelijkheden vindt dan ook geen significante wijziging plaats. Het plan gaat uit van verdunning. Dat betekent dat enerzijds het aantal recreatie- eenheden afneemt, en anderzijds uitbreiding van het park wordt beoogd. Ook wordt aan de noordzijde een natuurgebied ontwikkeld. Op de gronden waar de uitbreiding van het recreatiepark en het natuurgebied zijn voorzien (totaal 53 hectare) is momenteel agrarisch gebied aanwezig. De gronden zijn in het voorgaande bestemmingsplan derhalve bestemd als ‘Agrarisch’. Er kan worden geconcludeerd dat hier sprake is van een wezenlijke functiewijziging buiten bestaand stedelijk gebied. Er kan worden geconcludeerd dat de bebouwingsmogelijkheden door de voorgenomen bestemmingswijziging niet significant toenemen, maar dat op een deel van de gronden wel sprake is van een wezenlijke functiewijziging. Het nieuwe bestemmingsplan voor de uitbreiding van het Waterpark Veerse Meer is daarmee Ladderplichtig. In totaal omvat het plangebied circa 103 hectare. Het gaat daarbij om in totaal circa 89 hectare recreatiepark (waarvan 32 ha nieuw bestemd), circa 14 hectare natuurgebied en tot slot circa 32 hectare openbare natuur en de kreek tussen deelgebied 1 en 2.
Onderzoek Als onderlegger voor het bestemmingsplan is in april 2020 een objectief marktonderzoek opgesteld om de haalbaarheid van de ontwikkeling in beeld te brengen. Deze toetsing en uitgebreide check van de economische en sociaal-maatschappelijke haalbaarheid van het plan nut en noodzaak heeft plaatsgevonden in het rapport ‘Toets Haalbaarheid Waterpark Veerse Meer’. In mei 2021 is aanvullend een laddertoets opgesteld voor de dagrecreatieve voorzieningen op het waterpark. Beide rapporten zijn opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting en reeds toegelicht onder paragraaf 3.2.3.
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
53
Ad 1. Onderbouwing van de regionale behoefte Op basis van het marktonderzoek is aangetoond dat er voldoende marktruimte voor de voorgenomen herontwikkeling van het Waterpark Veerse Meer, op basis van reguliere vraag. In het onderzoek is tevens de omvang van de aanvullende vraag gekwantificeerd en per leefstijl vergeleken met capaciteiten van conceptueel vergelijkbare parken. Uit de analyse volgt dat met name voor de leefstijlen 'stijlzoeker', 'avontuurzoeker' en 'inzichtzoeker' minder concurrenten in de markt zijn en meer kansen aanwezig zijn voor het nieuwe Waterpark Veerse Meer. De gemiddelde jaarlijkse groei van de buitenlandse vraag in Zeeland was in de periode 20002019 4,8%, waarbij dient te worden opgemerkt dat deze groei tussen 2008 en 2019 jaarlijks gemiddeld zelfs hoger dan 7,5% was. In de berekeningen is uitgegaan van 5,0% als realistisch scenario. Hierbij geldt dat er ruim voldoende marktruimte in het realistische scenario. Verder is op verzoek van omwonenden gekeken naar mogelijkheden voor extern dagbezoek. Gedurende de planontwikkeling is nader onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om ook omwonenden van de voorzieningen zoals de horeca, het zwembad, de sauna, de kinderacademie en het speelparadijs gebruik te laten maken. Hierbij is de verkeersaantrekkende werking een belangrijk aandachtspunt geweest (zie voorts paragraaf 5.2).
De openstelling van deze voorzieningen is beperkt mogelijk gebleken. Daggasten kunnen uitsluitend in daluren, bij capaciteit, gebruik maken van deze voorzieningen. In de regels van het plan is geborgd dat hiervoor een maximaal aantal motorvoertuigen per week mag worden toegelaten op het park. Op die manier worden geen verkeersproblemen voorzien. Verder is in de laddertoets uitgebreid ingegaan op de behoefte aan de verschillende voorzieningen. Ad. 2 Bestaand stedelijk gebied Indien er sprake is van een uitbreiding buiten het bestaand stedelijk gebied, dient te worden onderbouwd dat deze behoefte niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen. Onder bestaand stedelijk gebied (BSG) wordt verstaan: “het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.” (artikel 1.1.1 Bro). Het noordelijk deel van het plangebied, waar uitbreiding plaatsvindt, is op basis van de voorgaande definitie gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied. Wel is het huidige recreatiepark als zodanig bestemd en daarmee aangemerkt als bestaand stedelijk gebied. Het park wordt sinds het failliet is beheerd door een curator.
Hierdoor vinden geen concrete ontwikkelingen plaats en gaat de ruimtelijke kwaliteit achteruit. De ambitie om het bestaande gebied een impuls te geven heeft geleid tot een overname en uiteindelijk de beoogde herontwikkeling van het bestaande recreatiepark. Op die manier kunnen de recent gerealiseerde recreatiewoningen en chalets behouden blijven en worden bestaande, reeds voor recreatie bestemde gronden benut. De ligging aan het Veerse Meer en nabijheid van andere vormen van recreatie maken de plek uniek. Dat maakt dat de ontwikkeling op deze locatie de voorkeur heeft ten opzichte van andere locaties in de omgeving. De gronden aan de noordzijde (deelgebied 2) zijn aan het park toegevoegd om (samen met de vermindering van het aantal recreatiewoningen) een hoge landschappelijke kwaliteit te kunnen
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
54
garanderen. Deze ambitie, inclusief het bijbehorende programma dat voorziet in een behoefte, past niet binnen het deelgebied (1) dat is aangemerkt als bestaand stedelijk gebied, omdat de voorgenomen herontwikkeling ruimer van opzet is met meer ruimte voor water, groen en voorzieningen per recreatie-eenheid. Om die reden is de omvang van het nieuwe recreatiepark groter dan het bestaande recreatiepark. Tot slot zijn in de omgeving geen alternatieve binnenstedelijke locaties die het beoogde programma en het ruimtebeslag hiervan kunnen huisvesten en tegelijkertijd de ruimtelijke kwaliteiten bevatten die noodzakelijk zijn voor de genoemde recreatiedoeleinden en de algehele haalbaarheid van het plan. Ad. 3 Multimodale ontsluitingsmogelijkheden Het gebied is voor autoverkeer via de Muidenweg, Oranjepolderseweg en Van Cittersweg verbonden met de kern Arnemuiden en de rijksweg A58. Centraal in Arnemuiden bevindt zich het gelijknamige treinstation, gelegen op het traject tussen Rotterdam en Vlissingen. In de nabijheid van het plangebied bevinden zich diverse fiets- en wandelroutes door het landelijk gebied en langs het water. Ook is het gebied voor recreanten vanaf het water goed bereikbaar door de aanwezigheid van Jachthaven Oranjeplaat.
Daarmee kan worden gesteld dat de ontsluitingsmogelijkheden voor gasten, bezoekers en medewerkers van het recreatiepark multimodaal en in voldoende mate aanwezig zijn. Conclusie De ontwikkeling van voorliggend plan voor Waterpark Veerse Meer voorziet kwantitatief en kwalitatief in een regionale vraag naar verblijfsrecreatieve onderkomens in het luxere segment, gericht op families. De reeds aanwezige recreatiebestemming, de aanwezige ruimte, ligging aan het Veerse Meer, de nabijheid van andere recreatievoorzieningen en de unieke landschappelijke kwaliteiten van het gebied zijn essentieel voor de ontwikkeling van het park. Er zijn in de omgeving geen alternatieve locaties binnen bestaand stedelijk gebied die de ontwikkeling haalbaar kunnen faciliteren. Tot slot heeft het plangebied goede ontsluitingsmogelijkheden via de weg, het water en voor langzaam verkeer. Concluderend kan worden gesteld dat het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Wet luchtvaart Ten oosten van het plangebied ligt het regionale vliegveld Midden-Zeeland. Het Rijk is verantwoordelijk voor de luchtvaartveiligheid en het beheer en gebruik van het luchtruim. In de Wet luchtvaart en bijbehorende regelgeving zijn minimumeisen opgenomen voor luchtvaartactiviteiten. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen luchthavens van nationale en regionale betekenis.
Luchthavens van nationale betekenis zijn de luchthavens van Schiphol, Eelde, Lelystad, Maastricht, Eindhoven en Rotterdam. Dit zijn vliegvelden die internationale vluchten met grote toestellen kunnen ontvangen en belangrijk zijn voor de economie. Voor deze luchthavens is het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het bevoegd gezag. Naast de nationale luchthavens zijn er ook luchthavens van regionale betekenis. Deze luchthavens vallen onder de verantwoordelijkheid van de provincies. De provincie is bevoegd aanvullende eisen te stellen aan luchthavens van regionale betekenis. Deze aanvullende eisen zijn vastgelegd in een Luchtvaartverordening (zie paragraaf 4.1.2). Met een luchthavenbesluit bepaalt de provincie onder meer hoeveel gebruiksruimte een regionale luchthaven krijgt. Provincies zijn
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
55
verder verantwoordelijk voor het toezicht op luchthavens van regionale betekenis. Het vliegveld Midden-Zeeland is een luchthaven van regionale betekenis. De voorbereiding en benodigde rapporten rondom de baanrotatie zijn in nauw overleg met de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) en de Provincie uitgevoerd. De veiligheidscontouren van het vliegveld zijn opgenomen op de verbeelding van het voorliggende bestemmingsplan. Het vliegveld Midden-Zeeland vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van voorliggend plan. 4.1.2 Provinciaal beleid Omgevingsplan Provincie Zeeland 2018 Zolang de nieuwe Omgevingswet nog niet in werking is, moet de Provincie zich houden aan de huidige wetgeving. Met het vaststellen van het Omgevingsplan 2018 is getracht om, daar waar mogelijk, rekening te houden met de komende Omgevingswet. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 is het provinciaal beleidsplan voor de volle breedte van de fysieke leefomgeving. Het plan bevat beleid over economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Voortzetting van het voorgaande beleid was het uitgangspunt. Nieuw beleid is er onder meer voor de inrichting van de kustzone, energietransitie en klimaat-adaptatie. Het beleid is meer op hoofdlijnen beschreven en bouwt voort op de visie Zeeland 2040. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 is vastgesteld op 21 september 2018.
Het Omgevingsplan gaat vergezeld van een aantal kaartbeelden, die zijn gekoppeld aan het strategisch beleid van de provincie. De relevante passages voor de voorgenomen ontwikkeling van Waterpark Veerse Meer worden hierna kort beschouwd. Vrijetijdseconomie Voor het gebied buiten de kustzone (overig Zeeland) wil de provincie via een gebiedsgerichte aanpak de voorkomende knelpunten in gezamenlijkheid oplossen, maar vooral ook de regionale kansen verzilveren. In gebieden waar wordt gekozen voor een zogenoemde 'Kustvisieaanpak' zullen algemene ruimtelijke kaders verder worden ingevuld of achteraf worden gewijzigd. Ook buiten de kustzone kunnen aandachtsgebieden worden aangewezen, waar nieuwvestiging van verblijfsrecreatie mogelijk is. De verblijfsrecreatie buiten de kustzone vraagt in de toekomst een kwaliteitsverbetering en productinnovatie en -differentiatie. Nieuwvestiging is mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied en in aandachtsgebieden. Deze aandachtsgebieden kunnen door betroken partijen – vooruitlopend op de uitkomsten van een gebiedsgerichte aanpak – in gezamenlijkheid worden aangewezen. Het benoemen van een aandachtsgebied is mogelijk voor locaties waar een nieuwe balans nodig is tussen de omgevings-, economische en sociale ontwikkelingen. Het gaat voornamelijk om gebieden met een hoge recreatiedruk waar een transformatie nodig is.
Voor bestaande recreatiebedrijven ligt de focus op kwaliteitsverbetering, productinnovatie en differentiatie. Uitbreiding in eenheden en/of oppervlakte van de bestaande verblijfrecreatiebedrijven binnen en buiten het bestaand stedelijk gebied is mogelijk indien deze voldoet aan het ‘Ontwikkelkader’ van de kustvisie.
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
56
Samengevat betekent dit dat de uitbreiding bijdraagt aan het produceren van landschap en integraal onderdeel uitmaakt van de omgeving (landschap en samenleving). De percentages zoals opgenomen in het ontwikkelkader maken hier geen onderdeel van uit, omdat buiten de kustzone veelal andere marktcondities, omgevingswaarden en grondprijzen gelden. Met voorliggend plan is sprake van uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatieterrein, waarbij invulling wordt gegeven aan het aandachtsgebied. De visie zoals hierboven beschreven is uitgewerkt in de Omgevingsverordening Zeeland 2018. In de volgende subparagraaf wordt hier uitgebreid aan getoetst. Kaart 4: Duurzame concurrende economie: luchtvaart De provincie streeft naar behoud en continuering van bestaande luchtvaartterreinen binnen de voor deze luchthaventerreinen geldende besluiten en/of regelingen. Op kaart 4 zijn de beperkingengebieden en hoogtebeperkingen van Vliegveld Midden-Zeeland aangeduid. Deze contouren vallen deels over het waterpark en zijn als zodanig opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 9.5 wordt dit nader toegelicht. Het plan vormt geen belemmering voor het bestaande vliegveld. Kaart 8: Water Een goede kwaliteit en kwantiteit van oppervlaktewater en grondwater is van groot belang.
De provincie zoekt naar maatregelen om de waterkwaliteit in het landelijk gebied te vergroten, zoals het beperken van de snelle afvoercomponent die zorgt voor stikstof in het oppervlaktewater. Met voorliggend plan krijgen de bestaande landbouwgronden ter hoogte van het plangebied een recreatieve bestemming. Voorgenoemde negatieve effecten op waterkwaliteit nemen daarmee af. In hoofdstuk 7 is het aspect water uitgebreid toegelicht. Daarin komen onder meer de aspecten waterkwaliteit en waterkwantiteit aan bod. De gewijzigde functie van het gebied en de gevolgen voor de waterhuishouding zijn afgestemd met het waterschap. Kaart 9: Klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving: bodem, grond- en oppervlaktewater De grondwaterstand en het oppervlaktewaterpeil worden afgestemd op de gebiedsfuncties op de waterfunctiekaart (kaart 9). Voor het plangebied zijn dit deels schorgronden, en deels zand- en plaatgronden. Het waterschap koppelt de uitwerking van het Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR) uit in nieuwe peilbesluiten. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de mogelijkheden en beperkingen van het bodem- en watersysteem. Op de waterkansenkaart is dat globaal inzichtelijk gemaakt (zie Kaart 12: Klimaat- adaptatie en waterkansenkaart).
Kaart 10: KRW grondwaterlichamen Het water in Zeeland voldoet uiterlijk in 2027 aan de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water. Daarbij is de beschikbaarheid van zoetwater voor de landbouw een belangrijk aandachtspunt in het licht van klimaatverandering en de geleidelijk toenemende verzilting. Vooral de dunne zoete grondwaterlenzen worden bedreigd door klimaatveranderingen. De nadruk ligt op het optimaal benutten van zoetwater dat van nature aanwezig is. Dat komt neer op het in stand houden of vergroten van de zoetwaterlenzen in de bodem. Op plaatsen waar voldoende zoet grondwater aanwezig is, kan onttrokken worden. De geldende randvoorwaarden hiervoor worden door het waterschap in de keur vastgelegd.
Bestemmingsplan “Waterpark Veerse Meer 2020” Toelichting Vaststelling, juli 2021
57
Het plangebied is aangemerkt als ‘Zout grondwater in ondiepe zandlagen’. Daarbij is aan de oosten zuidzijde van het vakantiepark een zoetwaterreservoir gelegen met een beschermde status. Deze zoetwatervoorraad wordt gebruikt voor de besproeiing van omliggende landbouwgronden. Door Sweco is een onderzoek11 In het kader van dit bestemmingsplan is onderzoek uitgevoerd naar de geohydrologische effecten van de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem en het effect van zoutwater op de omgeving. Ook is getoetst aan de Kaderrichtlijn Water. Deze rapportages zijn toegelicht in paragraaf 7 en resp. bijgevoegd als bijlage 7 en 18. Daaruit kan worden geconcludeerd dat met het plan geen negatieve effecten optreden op de waterhuishouding van het gebied. Kaart 11: Meerlaagse veiligheid en medegebruik waterkeringen Om in Zeeland te kunnen wonen, werken en recreëren moet het land beschermd zijn tegen overstromingen. In het belang van de veiligheid en kosteneffectief beheren en versterken van primaire en regionale waterkeringen is sturing op grote ruimtelijke ontwikkelingen nodig. De provincie vraagt initiatiefnemers voor (her)ontwikkeling in diep en snel overstroombare gebieden om bij locatiekeuze en inrichting zo goed als mogelijk rekening te houden met de mogelijke overstromingsgevolgen. Het plangebied ligt buitendijks en er is sprake van bebouwing.
Daarom moet worden gekeken of er sprake is van voldoende veiligheid. Op basis van de risicokaart Zeeland blijkt dat het plangebied niet zal onderlopen als gevolg van een overstroming. Omdat het plangebied buitendijks, en daarmee buiten het dijkringgebied is gelegen, watert het hemelwater vrij af op het Veerse Meer. Ook ligt het plangebied niet binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. De dichtstbijzijnde waterkering is gelegen aan de westzijde van het plangebied op circa 500 meter afstand. Kaart 12: Klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving: waterkansen- en wateroverlastkaart Door klimaatverandering is sprake van toenemende kans op overstroming, wateroverlast, langdurige droogte en extreme hitte. Als samenleving moeten we aan de slag om onze fysieke leefomgeving stap voor stap aan te passen. Daarom wordt bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden met de mogelijkheden en beperkingen van het bodem- en watersysteem. De waterkansenkaart wateroverlast (Kaart 12) biedt een eerste aanzet tot specifiek locatie- en inrichtingsbeleid op grond van het bodem- en watersysteem om zo goed als mogelijk rekening te houden met wateroverlast. Voor het plangebied is sprake van een afwateringsgebied. Langs de bestaande kreken kan sprake zijn van wateroverlast tot 10%.