CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

AB 2024.12.10 Bijlage 1. Rapport Incidentonderzoek dodelijk steekincident Turfmarkt

Commissie Algemeen Bestuur 10 december 2024, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Memo actieve informatie over rapportage inspectie J&V - Yücel Yurdem (GroenLinks/PvdA)23.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

stonden alle mogelijke hulpvragen op dit informatieblad op ‘nee’, terwijl bekend was dat hij zorg meed. Hierdoor kreeg de gemeente Den Haag geen ondersteuningsbehoeftes van Jamel L. overgedragen. PPC Haaglanden en Bureau Nazorg van de gemeente Den Haag vinden dat dit in het vervolg beter moet. Om die reden hebben zij vooruitlopend op de uitkomsten van het Inspectieonderzoek in juni 2024 nieuwe samenwerkingsafspraken gemaakt over onder meer het delen van informatie bij de uitstroom van een gedetineerde. Daarin staat dat in het belang van adequate en passende nazorg PPC Haaglanden de beschikbare informatie over de leefgebieden van een gedetineerde met de gemeente deelt. Daarnaast gaat PPC Haaglanden de delict risico’s delen die bij terugkeer van een gedetineerde in de samenleving ontstaan en voortkomen uit bijvoorbeeld een psychiatrisch toestandsbeeld. Naast het D&R informatieblad besloot PPC Haaglanden medische informatie zoals informatie over de aard van zijn psychiatrische problemen en medicatiegebruik, over te dragen aan verschillende ketenpartners. Ondanks dat Jamel L. niet gevraagd was toestemming te verlenen voor het delen van deze informatie 72 constateerde de IGJ dat PPC Haaglanden besloot dit vanuit goed hulpverlenerschap alsnog te doen. PPC Haaglanden beoogde medische informatie te delen met de crisisdienst van de ggz en het daklozenloket OCW van de gemeente Den Haag.

De IGJ en de Inspectie zien dat PPC Haaglanden zich hiermee inspant om tot goede informatieoverdracht te komen, maar om uiteenlopende redenen is er uiteindelijk geen informatie met ketenpartners gedeeld. De IGJ en de Inspectie vinden dit zorgelijk. Vooral omdat de uitkomst van het door PPC Haaglanden ingevulde derde deel van het risicotaxatie-instrument aanleiding had moeten geven om informatie te delen over het hoge risico op destabilisatie bij Jamel L. Nu dit niet gebeurde, beschikte het daklozenloket OCW en de crisisdienst niet over informatie over het recente psychiatrische toestandsbeeld van Jamel L., het gevaar dat daaruit voortvloeide en de daartoe ingezette dwang- en later vrijwillige behandeling. Doordat deze informatie ontbrak werd het voor hen lastiger om zodra Jamel L. bij hen in beeld kwam voldoende alert te zijn op verslechtering van het psychiatrisch toestandsbeeld, eventuele toename van gevaar en het borgen van voortzetting van de medicamenteuze behandeling. De IGJ stelt dat het voor de continuïteit van zorg van groot belang is dat medicatiegegevens conform de Richtlijn overdracht medicatiegegevens in de keten 73 spoedig worden overgedragen om het verstrekken van de volgende medicatiegift mogelijk te maken. De medische informatie waaronder het medicatiegebruik van Jamel L. kwam echter ook niet terecht bij een huisarts die bij hem was betrokken.

72 Op basis van het Professioneel statuut zorg dient de inrichting de betrokkene voorafgaand aan het delen van informatie te vragen om toestemming. Zie: Onboarding app 04 | Publicatie | NIFP, DJI 2016. 73 Overdracht van medicatiegegevens in de keten | KNMP, 2019.

33

Dodelijk steekincident Turfmarkt

Naast het uitblijven van een overdracht van gegevens was niet zeker waar Jamel L. na zijn vrijlating uit PPC Haaglanden naartoe ging. Hij zei naar zijn broer in Den Haag te gaan maar PPC Haaglanden ging niet na of Jamel L. een broer heeft, of deze in (de omgeving van) Den Haag woont en of de broer wist dat Jamel L. (tijdelijk) bij hem wilde verblijven. Hierdoor verliet Jamel L. PPC Haaglanden zonder duidelijke bestemming en zonder enige vorm van nazorg. Doordat contacten met de gemeente en/of ketenpartners niet tot stand kwamen en PI’s informatie niet of onvoldoende overdroegen, werden ook zorgen en risico’s niet gedeeld. Hierdoor konden de gemeentes en eventuele andere ketenpartners niet acteren op de vrijlating van Jamel L. Het gevolg daarvan was dat Jamel L. niet de zorg kreeg die hij nodig had, maar ook dat geen enkele instantie meer regie had over de casus van Jamel L. De Inspectie realiseert zich dat het voor PI’s lastig is om te bepalen aan welke gemeente en/of ketenpartners deze informatie moet worden overgedragen als gedetineerden geen vaste woon- of verblijfplaats hebben. Echter is de Inspectie van mening dat er van PI’s meer inspanning verwacht mag worden om deze informatie te delen. Daar hoort bij dat wordt nagegaan of informatie op de juiste plek terecht is gekomen.

3.4.3 Overdracht tussen andere organisaties verloopt soms moeizaam Overdracht van informatie De Inspectie ziet dat het overdragen van informatie vanuit andere organisaties dan de PI’s soms ook moeizaam verloopt. Hierdoor is belangrijke informatie over Jamel L. in een aantal gevallen niet of te laat bekend bij de organisaties die met hem te maken krijgen. Zo ziet de Inspectie dat de informatie die PI’s over Jamel L. hebben ontvangen vaak beperkt was. PI Alphen ontving voorafgaand aan plaatsing een voorgeleidingsformulier van het OM. Hierop stond aangevinkt dat er geen bijzonderheden waren over Jamel L. Daarnaast stond hierop niet aangegeven dat het NIFP een EZV-plaatsing passend vond voor Jamel L. PI Alphen ging er vanuit dat een dergelijk advies op het voorgeleidingsformulier wordt vermeld door het OM. Het DIZ geeft echter aan PI Alphen ook geïnformeerd te hebben over het EZV-advies. Jamel L. is door PI Alphen niet op een EZV geplaatst maar op een reguliere afdeling. Bij plaatsing in PI Krimpen ziet de Inspectie dat belangrijke informatie over Jamel L. niet of te laat aan hen is overgedragen. Voorafgaand aan plaatsing had PI Krimpen geen aanwijzingen dat er sprake was van psychische problematiek. PI Krimpen ontving van het OM een voorgeleidingsformulier waar enkel uit bleek dat bij Jamel L. sprake was van agressie. Het OM had de optie ‘psychische problematiek’ niet aangevinkt.

Op het voorgeleidingsformulier vinkt het OM aan waar de PI rekening mee moet houden bij plaatsing van een gedetineerde. Doorgaans wordt dit niet nader toegelicht. De medische dienst van een PI gebruikt de informatie op het voorgeleidingsformulier bij het intakegesprek. Tijdens dit gesprek bepaalt de medische dienst welke zorg een gedetineerde nodig heeft en of een reguliere verblijfsafdeling deze kan bieden. Pas na binnenkomst van Jamel L. ontving PI Krimpen summiere informatie van de FARR waaruit bleek dat er mogelijk ook sprake was van psychische problematiek. Doordat verdere informatie ontbrak en er bij binnenkomst ook geen aanwijzingen waren dat Jamel L. meer zorg nodig had, plaatste PI Krimpen hem op een reguliere afdeling. Al snel bleek dat de zorg die PI Krimpen als een regulier huis van bewaring kon bieden ontoereikend was en dat plaatsing in PI Krimpen niet passend was. Organisaties in het sociaal domein zijn voor hun informatiedeling van elkaar afhankelijk. Hoewel op basis van de Regionale kwaliteitsstandaard GGD Haaglanden van Wmo aanbieders in de regio Haaglanden mag worden verwacht dat zij onderling afstemming zoeken 74, is het niet altijd vanzelfsprekend dat relevante signalen omtrent veiligheidsrisico’s daarbij worden uitgewisseld.

74

Kwaliteitsstandaard Wmo (ggdhaaglanden.nl), GGD Haaglanden 2019.

34

Dodelijk steekincident Turfmarkt

De Inspectie ziet bijvoorbeeld dat er bij het daklozenloket OCW en het daklozenloket SZW 75 informatie lag over verward en agressief gedrag van Jamel L., waaronder het opleggen van een gebouwverbod in april 2023 wegens het bedreigen van medewerkers. Deze informatie belandde vervolgens niet bij het LdH in Den Haag, terwijl zij deze informatie graag hadden willen ontvangen.

75 Hoewel het daklozenloket SZW niet aan de kwaliteitsstandaard voor toezicht door GGD Haaglanden gebonden is, blijft effectieve samenwerking en informatie-uitwisseling tussen alle betrokken partijen cruciaal voor de veiligheid en kwaliteit van de ondersteuning.

35

Dodelijk steekincident Turfmarkt

4. Beschouwing In de voorgaande hoofdstukken ligt de focus op de taakuitvoering van betrokken organisaties in de periode voorafgaand aan het steekincident op 20 juni 2023. De Inspectie heeft hierbij een aantal knelpunten geconstateerd. Deze knelpunten zijn niet nieuw en uniek. Eerdere publicaties hebben deze knelpunten ook al aangetoond. 76 Ook de betrokken organisaties geven in de leerbijeenkomst aan dat Jamel L. tot een bredere doelgroep behoort van personen met een (gewelddadig) justitieel verleden die kampen met psychische problematiek, dak- of thuisloosheid en die niet open staan voor vrijwillige hulpverlening. De casus van Jamel L. illustreert voor welke moeilijkheden organisaties staan om deze doelgroep passende zorg en begeleiding te bieden. De Inspectie ziet dat organisaties zaken kunnen verbeteren, maar ziet ook dat er ingewikkeldheden zijn buiten hun invloedsfeer die het bieden van zorg en begeleiding aan deze doelgroep bemoeilijken. In deze beschouwing plaatst de Inspectie de casus in een breder perspectief, waarbij een aantal van deze ingewikkeldheden genoemd wordt. De Inspectie is hierbij niet uitputtend in het benoemen van de moeilijkheden en de bijhorende bronnen, maar wil wel een beeld schetsen van de moeilijkheden.

Domeinoverstijgende en bovenregionale regievoering Personen die vallen in deze doelgroep hebben vaak problematiek die speelt op zowel het sociaal, zorg als justitieel domein. Deze problematiek vereist niet alleen het ingrijpen van de politie maar vaak ook de inzet vanuit het zorgdomein en diensten uit het sociaal domein in de vorm van schuldhulpverlening, huisvesting, opvang, werk en dagbesteding. Voor een goedwerkende aanpak is volgens betrokken instanties regievorming nodig die deze domeinen overstijgt. In Nederland zijn meerdere regionale en lokale inspanningen gericht op een domeinoverstijgende aanpak voor deze doelgroep. Een voorbeeld van domeinoverstijgend werken is de Levensloop Aanpak waarbij ketenpartners zoals de gemeenten, reclassering, hulpverlening, OM, DJI en de politie met elkaar samenwerken. Zij geven aan dat de aanpak is bedoeld voor personen met onbegrepen gedrag en een hoog veiligheidsrisico waarbij een continue samenwerking en samenhang tussen ondersteuning, zorg en veiligheid nodig is. 77 Deze initiatieven worden ook aangemoedigd door het ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Justitie en Veiligheid vanuit verschillende programma’s, zoals het actieprogramma ‘Grip op Onbegrip’. 78 Het verbinden van verschillende domeinen brengt ook uitdagingen met zich mee.

Zo zijn de systemen die instanties gebruiken, zoals informatiesystemen voor zorg, veiligheid en ondersteuning, in eerste instantie gericht op het werken binnen de kaders van één enkel domein. Daarnaast ziet de Inspectie niet alleen in dit onderzoek dat medewerkers van organisaties in de verschillende domeinen niet altijd bekend zijn met welke informatie ze volgens de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG) wel of niet mogen delen over een persoon. Hierdoor stellen zij zich terughoudend op en komt relevante informatie niet altijd terecht bij een ketenpartner. In de leerbijeenkomst gaven betrokken organisaties aan behoefte te hebben aan meer inzicht in de mogelijkheden binnen de AVG om informatie te krijgen en delen. Verschillende organisaties ontwikkelden hulpmiddelen om professionals hierin te ondersteunen. Zo heeft het

Zie onder andere: Op weg naar een persoonsgerichte aanpak | VNG, Eindrapportage schakelteam voor personen met verward gedrag, september 2018; Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid. Eindrapport Parlementaire verkenning | Tweede Kamer der Staten-Generaal, juli 2024; Het is er wel maar je ziet het niet factsheet Grip op herstel na verward gedrag | Rapport | Toezicht Sociaal Domein, september 2021. 77 De Levensloopaanpak is een samenwerking voor mensen met onbegrepen gedrag en een hoog veiligheidsrisico. Voor hen is het nodig dat de forensische zorg langdurig betrokken blijft en dat er samenhang is tussen ondersteuning, zorg en veiligheid. Zie: Levensloopaanpak - Zorg en veiligheid voor inwoners. 78 Voortgangsbrief aanpak voor personen met verward en of onbegrepen gedrag | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl, juni 2023. 76

36

Dodelijk steekincident Turfmarkt

samenwerkingsverband Toezicht Sociaal Domein 79 samen met de Autoriteit Persoonsgegevens 80 een stappenplan ontworpen dat professionals in het sociaal domein op weg kan helpen bij vragen over informatiedeling. 81 De Vereniging Nederlandse Gemeenten heeft een brede handreiking die ziet op gegevensdeling in het sociaal-, zorg- en veiligheidsdomein. 82 Daarnaast zijn veel van deze domeinoverstijgende initiatieven op regionaal en lokaal niveau ingericht. Er zijn in Nederland bijvoorbeeld 31 ZVH-en, 10 regionale politie-eenheden, 28 acute ggz regio’s en 342 gemeenten. Personen zonder vaste woon- of verblijfplaats begeven zich echter vaak in verschillende regio’s. Dit maakt het lastig voor organisaties om een duurzame aanpak op te starten, mede omdat het uitwisselen van informatie niet alleen tussen domeinen maar ook tussen regio’s lastig of onbekend is. De gemeente waar iemand ingeschreven staat, is in de meeste gevallen regiehouder, maar als iemand aan de andere kant van het land verblijft, bemoeilijkt dit de inzet van zorg en begeleiding. Het ontbreekt in deze gevallen aan bovenregionale regievoering waardoor personen uit de doelgroep die zich verplaatsen gemakkelijk uit beeld van instanties verdwijnen.

Vrijwillige zorg en begeleiding en gedwongen zorg Als personen uit de doelgroep wel in beeld blijven en er sprake is van psychische problematiek, komt het geregeld voor dat er geen bereidwilligheid is voor zorg en begeleiding. Soms is gedwongen zorg dan de enige mogelijkheid om hulp te bieden en (veiligheids-)risico’s te beperken. De mogelijkheden om iemand in gedwongen zorg te krijgen zijn beperkt. Eén van de mogelijkheden voor gedwongen zorg is een crisismaatregel. Deze kan worden opgelegd in situaties waarbij er sprake is van onmiddellijk ernstig dreigend nadeel voor de persoon zelf of voor anderen en er direct ingegrepen moet worden. Een tweede mogelijkheid is dat een rechter beslist om een civiele zorgmachtiging af te geven voor verplichte zorg. Deze zorg is nodig als er door de psychische aandoening ernstig nadeel is of dreigt voor de persoon zelf of anderen, maar er geen sprake is van een acute crisissituatie. Een derde mogelijkheid is dat een rechter forensische zorg oplegt als onderdeel van een straf en/of maatregel. Forensische zorg is voor mensen met psychische problematiek die een strafbaar feit hebben gepleegd. 83 De inzet van deze vormen van gedwongen zorg zijn echter niet mogelijk als er niet direct sprake is van ernstig of dreigend ernstig nadeel voor de persoon zelf of voor anderen en er geen forensische zorg is opgelegd.

In deze situaties is het voor organisaties lastig om een passende aanpak te vinden op het moment dat iemand geen hulp wil. Gedwongen zorg is een ingrijpende maatregel voor mensen, vooral als zij door psychische klachten kwetsbaar zijn. Tegelijkertijd ziet de Inspectie in meerdere van haar onderzoeken dat organisaties worden geconfronteerd met mensen die overlast veroorzaken, een veiligheidsrisico vormen en/of waar zorgen over zijn. In dergelijke situaties hebben organisaties nauwelijks handelingsperspectief. Ook tijdens de leerbijeenkomst werd door verschillende organisaties aangegeven dat de mogelijkheden beperkt zijn om iemand in zorg te krijgen als iemand niet bereidwillig is en niet in aanmerking komt voor gedwongen zorg. Naast de lastigheid om passende zorg en begeleiding te bieden is de druk op de keten de laatste jaren groot. De politie kreeg in 2023 te maken met een recordaantal meldingen over personen met verward gedrag: rond de 140.000. 84 Ook de capaciteit van de ggz, en daarmee de toegankelijkheid van de zorg, staat onder druk. Daarnaast berichtte de Nationale ombudsman in januari 2024 dat het aantal daklozen in Nederland nog steeds te groot is en dat er weinig plekken zijn voor

79 Toezicht Sociaal Domein houdt toezicht op de werking van het stelsel van zorg en ondersteuning in het sociaal domein. Zij kijken naar maatschappelijke problemen rond onderwijs, jeugd, zorg, welzijn, wonen, veiligheid werk en inkomen. In ons toezicht staat de burger centraal. Zie: Home | Toezicht Sociaal Domein. 80 De Autoriteit Persoonsgegevens is opgericht en aangewezen als onafhankelijke toezichthouder op de privacywetgeving. Zie: Over de Autoriteit Persoonsgegevens | Autoriteit Persoonsgegevens. 81 Informatie delen in het sociaal domein | Onderzoek en instrument | Toezicht Sociaal Domein. 82 Gegevensdeling in sociaal, zorg- en veiligheidsdomein. (vng.nl), november 2023. 83 Forensische zorg in de praktijk | Forensische zorg. 84 Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid. Eindrapport Parlementaire verkenning | Tweede Kamer der Staten-Generaal, juli 2024.

37

Dodelijk steekincident Turfmarkt

opvang. 85 Het ontbreken van voldoende aanbod in passend verblijf en langdurig klinische opnamecapaciteit blijkt eveneens uit een adviesrapport over de implementatie van de Levensloopaanpak. 86 Het tekort aan beschikbare opvangplekken maakt het voor organisaties nog lastiger om voor deze doelgroep passende zorg en begeleiding te realiseren. Daar komt nog bij dat personen uit deze doelgroep zich vaak in verschillende regio’s ophouden. Hierdoor verliezen organisaties soms het zicht op de aard en ernst van de problematiek en de daarmee gepaard gaande (veiligheids-)risico’s.

Grotere urgentie nodig om daklozenproblematiek op te lossen | Nationale ombudsman, januari 2024. Adviesrapport Implementatie Levensloopaanpak - Nederlandse zorg- en veiligheidshuizen (zorgenveiligheidshuizen.nl), januari 2024. 85 86

38

Dodelijk steekincident Turfmarkt

5. Conclusie en aanbevelingen Met dit onderzoek geeft de Inspectie antwoord op de vraag hoe organisaties betrokken bij Jamel L. voorafgaand aan het steekincident op 20 juni 2023 hebben gehandeld.

5.1

Conclusie

De Inspectie concludeert dat de aanpak van organisaties betrokken bij Jamel L. niet altijd passend was bij zijn gedrag, persoonlijke omstandigheden en de veiligheidsrisico’s die daarmee gepaard gingen. De Inspectie constateert dat er drie knelpunten zijn die dit in samenhang veroorzaken. Ten eerste hebben uitvoeringsinstanties te weinig gedaan om Jamel L. in beeld te krijgen en te houden. Ten tweede is het uitvoeringsorganisaties niet altijd gelukt om wanneer nodig passende interventies in te zetten. Ten derde is informatie op momenten onvoldoende overgedragen aan andere organisaties en kwam nazorg niet in alle gevallen tot stand. Naast het handelen van de individuele organisaties ziet de Inspectie dat de onvolledigheid van justitiële informatie, zoals het ontbreken van informatie over de tbs-maatregel op Curaçao, het in de keten bemoeilijkt om de juiste aanpak in te zetten. Daarbij concludeert de Inspectie dat onder meer wet- en regelgeving onvoldoende mogelijkheden biedt voor een passende aanpak doordat Jamel L. geen hulpvraag heeft en in wisselende regio’s verblijft.

De Inspectie constateert als vierde knelpunt, dat het besluit van de minister voor Rechtsbescherming om het verzoek tot overname van de tenuitvoerlegging van de tbsmaatregel van Jamel L. af te wijzen onvoldoende te volgen is.

5.2

Aanbevelingen

Aanbevelingen voor het bieden van een passende aanpak Aan de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Zorg voor continuïteit in de begeleiding van personen met verward/onbegrepen gedrag. Heb hierbij in het bijzonder aandacht voor personen die zich verplaatsen tussen verschillende regio’s. De Inspectie bemoedigt de initiatieven die hiervoor worden genomen vanuit beide departementen. Aan alle betrokken organisaties: Pak voortvarend de geconstateerde knelpunten op. Zorg dat er binnen organisaties wordt geleerd van deze knelpunten en neem de benodigde verbetermaatregelen. Onderzoek daarbij – eventueel met relevante ketenpartners – wat er nog meer nodig is om de aanpak te verbeteren voor personen met een justitieel verleden die kampen met psychische problematiek, dak- of thuisloos zijn en niet open staan voor vrijwillige hulpverlening. Aan de Penitentiaire Inrichtingen en DJI: Onderzoek waarom informatie – waaronder eventuele zorgen en ingeschatte veiligheidsrisico’s – onvoldoende wordt overgedragen aan relevante ketenpartners zoals een opvolgende (zorg-)instelling en de gemeente.

39

Dodelijk steekincident Turfmarkt

-

De Inspectie en de IGJ roepen DJI op om de benodigde maatregelen te treffen om de informatieoverdracht te verbeteren. De IGJ benadrukt het belang om problemen in de uitvoerbaarheid ten aanzien van de continuïteit van zorg na detentie hierbij te betrekken.

Aan de politie, DJI en sociaal domein: Verbeter de dossiervoering en de borging hiervan. Maak afspraken over welke informatie ten minste moet worden vastgelegd. Zorg er in ieder geval voor dat besluiten zijn vastgelegd en observaties en overwegingen inzichtelijk zijn. Aan de gemeenten/sociaal domein: Zorg ervoor dat organisaties die zorg en ondersteuning bieden in opdracht van de gemeenten de informatie krijgen over een cliënt, die nodig is om de benodigde zorg en de veiligheidsrisico’s te kunnen inschatten.

Aanbeveling voor een volledig Uittreksel Justitiële Documentatie Aan de staatsecretaris Rechtsbescherming en Justid: Stuur aan op de volledigheid van de justitiële gegevens op het Uittreksel Justitiële Documentatie. Onderzoek daartoe zowel in Nederland als samen met in ieder geval de landen uit het Koninkrijk de mogelijkheden om dit te realiseren. Zorg in de tussentijd voor bewustzijn van de onvolledigheid bij de organisaties die deze gegevens raadplegen voor hun taakuitvoering.

Aanbevelingen bij een verzoek tot overname van een tbs-maatregel Aan de staatsecretaris van Justitie en Veiligheid en DJI: Stel een werkwijze vast voor de beoordeling en besluitvorming bij verzoeken uit een van de landen van het Koninkrijk tot overname van een tbs-maatregel. Zorg ervoor dat in de werkwijze de processtappen staan opgenomen die gevolgd dienen te worden en dat deze bij ieder verzoek worden vastgelegd. Zorg daarnaast dat zowel instemmende als afwijzende besluiten op dergelijke verzoeken inzichtelijk zijn voor organisaties die onder DJI vallen.

40

Dodelijk steekincident Turfmarkt

Bijlage 1: Afkortingenlijst AOP

Afspraak op Persoon

BVH

Basisvoorziening Handhaving

BIA

Bureau Internationale Aangelegenheden

DC

Detentie Centrum

DIZ

Divisie Individuele Zaken

D&R

Detentie- en re-integratie

DJI

Dienst Justitiële Inrichtingen

EZV

Extra zorgvoorziening

FARR

Forensisch Arts Rotterdam Rijnmond

GGD

Gemeentelijke Gezondheidsdienst

Ggz

Geestelijke gezondheidszorg

IGJ

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

JDS

Justitiële Documentatie Systeem

Justid

Justitiële Informatiedienst

LdH

Leger des Heils

MJD

Maatschappelijk juridische dienstverlening

MZO

Meldpunt Zorg en Overlast

VWS

Ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport

MDO

Multidisciplinair overleg

NIFP

Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie

OCW

Onderwijs, Cultuur en Welzijn

OM

Openbaar Ministerie

PPC

Penitentiair Psychiatrisch Centrum

PI

Penitentiaire Inrichting

PG

Procureur-Generaal

PARE

Programma Aanpak Radicalisering en Extremisme

SPV

Sociaal-psychiatrisch verpleegkundige

SZW

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Statuut

Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden

Tbs

Terbeschikkingstelling

UJD

Uittreksel Justitiële Documentatie

Wmo

Wet maatschappelijke ondersteuning

41

Dodelijk steekincident Turfmarkt

ZVH

Zorg- en Veiligheidshuis

ZSM

Zorgvuldig Snel Maatwerk

42

Dodelijk steekincident Turfmarkt

Bijlage 2: Betrokken organisaties Bureau Internationale Aangelegenheden Bureau Internationale Aangelegenheden (hierna: BIA) was een zelfstandig onderdeel van de Dienst Justitiële Inrichtingen (hierna: DJI) en bestaat momenteel niet meer. BIA was verantwoordelijk voor de internationale samenwerking op het gebied van strafrechtelijke aangelegenheden waaronder de overdracht van strafvonnissen. BIA is opgeheven en de werkzaamheden zijn verdeeld onder diverse onderdelen van DJI. De taken voor de overdracht van strafvonnissen is belegd bij de Divisie Individuele Zaken.

Divisie Individuele Zaken Als onderdeel van het hoofdkantoor van DJI zorgt de Divisie Individuele Zaken (hierna: DIZ) ervoor dat een justitiabele op het juiste moment, op de juiste plaats terechtkomt. Dit kan in een gevangenis of een huis van bewaring zijn, of in een justitiële jeugdinrichting of zorginstelling. DIZ beslist over de vrijheden die een justitiabele krijgt in het belang van zijn behandeling of reintegratie. DIZ bewaakt de termijnen van opgelegde maatregelen en behandelt bezwaren en beroepen. Daarnaast is DIZ verantwoordelijk voor de optimale inzet en benutting van de capaciteit van de inrichtingen van DJI. Bij elke beslissing die DIZ neemt over een justitiabele, staat een goede balans tussen de belangen van de justitiabele, de maatschappij en slachtoffers centraal. De medewerkers van DIZ maken een zorgvuldige afweging om te komen tot een goed onderbouwd besluit. Zij doen dit binnen de kaders van wet- en regelgeving, in nauwe samenwerking met de ketenpartners.

Gemeenten Gemeenten zijn het centrale punt voor lokale administratie en dienstverlening. De gemeente verleent allerlei diensten aan inwoners, ondernemers en organisaties. Verder houdt de gemeente toezicht op de veiligheid, verleent zij vergunningen en verstrekt zij uitkeringen. Daklozenloket dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten (hierna: SZW) voert de participatiewet uit. De Participatiewet heeft tot doel dat meer mensen werk vinden. Ook mensen met een arbeidsbeperking. De taak van gemeenten is dat zij deze doelgroep ondersteunen en begeleiden naar betaald werk. Ook biedt de gemeente inkomensondersteuning met bijstand, aan mensen die geen of onvoldoende inkomen hebben. Het daklozenloket dienst Onderwijs Cultuur en Welzijn (hierna: OCW) voert de Wet maatschappelijke ondersteuning (hierna: Wmo) uit. Dit laatste betekent dat kwetsbare inwoners van Den Haag die opvang nodig hebben bij het daklozenloket OCW terecht kunnen voor ondersteuning zoals: het aanvragen van een briefadres, het regelen van onderdak of het aanvragen van een uitkering. Bureau Nazorg biedt hulp en ondersteuning aan (ex)-gedetineerden.

Justitiële informatiedienst De Justitiële informatiedienst (hierna: Justid) beheert namens de minister van Justitie en Veiligheid het Justitiële Documentatie Systeem over personen en zaken in de strafrechtketen. Het bevat onder andere gegevens over alle misdrijven en een groot aantal overtredingen. De justitiële gegevens van het Caribisch deel van het Nederlands Koninkrijk worden ook door Justid beheert. Dit betreft de justitiële gegevens van Curaçao, Sint-Maarten en de BES-eilanden 87. Aruba valt hier niet onder.

Leger des Heils Het Leger des Heils in Nederland biedt diverse vormen van hulp en ondersteuning aan mensen in nood. Dit omvat opvang voor dak- en thuislozen, verslavingszorg, dagbesteding, jeugdzorg en re-

87

Onder de BES-eilanden vallen Sint Eustatius, Saba en Bonaire.

43

Dodelijk steekincident Turfmarkt

integratieprogramma’s. Daarnaast bieden ze geestelijke zorg en zetten zij zich in voor diversiteit en inclusiviteit.

Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie Het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (hierna: NIFP) levert specialistische en onafhankelijke adviezen in de rechtsgang, hoogwaardige zorg in detentie, scherpe indicatiestellingen en doelmatig zorgbeleid. Ze beoordelen de geestelijke gezondheid van verdachten om te bepalen of er sprake is van psychische stoornissen die van invloed kunnen zijn op het gedrag. Daarnaast dragen ze bij aan de ontwikkeling van forensisch onderzoek en behandeling in Nederland.

Meldpunt Zorg en Overlast In Nederland zijn regionale meldpunten opgericht waar inwoners melding kunnen doen wanneer zij zich zorgen maken over een familielid, buurman of buurvrouw, of iemand anders in hun omgeving. Ook als inwoners vermoeden dat er onvoldoende hulp geboden wordt, kunnen zij dit bij een dergelijk meldpunt aangeven. De meldpunten werken nauw samen met een groot netwerk van zorg- en hulpverleners in de regio om de signalen of meldingen goed aan te kunnen pakken. Bij deze instanties wordt nagegaan of de persoon van de melding al bekend is. De meldpunten kunnen per regio een andere naam hebben. In de regio Zuid-Holland-Zuid heeft het de naam Meldpunt Zorg en Overlast (MZO). Het MZO werkt binnen de regio onder andere samen met Gemeentelijke Gezondheidsdienst, sociale wijkteams, bemoeizorg, verslavingszorg, Geestelijke Gezondheidszorg, Leger des Heils, politie, Wmo-instellingen, Veilig Thuis en woningbouwcorporaties.

Penitentiaire inrichting Een penitentiaire inrichting is een rijksinrichting voor het ondergaan van een vrijheidsstraf. Dit kan een gevangenis zijn of een andere vorm van detentie waar personen verblijven die veroordeeld zijn voor misdaden of in voorlopige hechtenis zitten. Een penitentiair psychiatrisch centrum is een onderdeel van een penitentiaire inrichting waar ook gedetineerden met psychiatrische problematiek verblijven.

Politie De politie is een overheidsdienst belast met de handhaving van openbare orde en veiligheid, het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten, het verlenen van hulp, bijstand bieden in noodsituaties en het handhaven van verkeersveiligheid.

Zorg- en Veiligheidshuis Bij het Zorg- en Veiligheidshuis werken gemeenten, justitiële partners en zorgpartners samen om complexe en domeinoverstijgende zorg- en veiligheidsvraagstukken op het gebied van overlast, criminaliteit, huiselijk geweld, kindermishandeling en radicalisering aan te pakken. Gemeenten hebben sinds 1 januari 2013 de regierol over de Zorg- en Veiligheidshuizen in verband met de aanpak van complexe problematiek, waarbij, naast (in veel gevallen) strafrechtelijke feiten een rol spelen, ook (meerdere vormen van) zorgproblematiek aan de orde is.

44

Dodelijk steekincident Turfmarkt

Inspectie Justitie en Veiligheid Toezicht, omdat rechtvaardigheid en veiligheid niet vanzelfsprekend zijn.

Dit is een uitgave van: Inspectie Justitie en Veiligheid Ministerie van Justitie en Veiligheid Hoge Nieuwstraat 8 | 2514 EL Den Haag Postbus 20301 | 2500 EH Den Haag Contactformulier | www.inspectie-jenv.nl Oktober 2024 Aan deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. Vermenigvuldigen van informatie uit deze publicatie is toegestaan, mits deze uitgave als bron wordt vermeld.

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14926192/1