AB 2023 02 28 Bijlage 1 Voorontwerp Omgevingsvisie Middelburg 2050 - DEF
Tekst van het document
Toerisme en een leefbare binnenstad Middelburg heeft een grote aantrekkingskracht op toeristen, vanwege de monumenten, evenementen, de kunst, culinaire hoogstandjes, etc. Dat is in de huidige situatie al zo en de verwachting is dat in 2050 toerisme een nog grotere rol speelt. Ten eerste omdat dat een landelijke trend is: mensen hebben meer vrije tijd en geld voor vakanties. Ten tweede omdat Walcheren, met de steden Vlissingen, Veere, Arnemuiden en Middelburg en het aantrekkelijke buitengebied, die potentie ook heeft. Daar komt nog bij dat de ontwikkeling naar studentenstad en de levendigheid die dat met zich meebrengt, ook invloed heeft op de aantrekkingskracht voor toeristen. In principe is toerisme goed voor Middelburg: het zorgt voor een groter en gevarieerder aanbod van winkels, horeca en overige voorzieningen en het trekt ondernemerschap aan. De vraag rijst dan wel hoe ver we willen gaan om die toeristische vraag te faciliteren. Er is immers altijd een andere kant van de toeristische medaille: grote drukte kan de leefbaarheid van de woonomgeving schaden. Momenteel horen wij al klachten uit de binnenstad dat het ’s zomers te druk is in de stad. Het gaat dan vooral over verkeers-, parkeer- en geluidsoverlast.
22
Dit alles vraagt om een afweging en om perspectief: Het toerisme in Middelburg is vooral gericht op de binnenstad. Toeristen blijven meestal één tot enkele dagen in de stad. Om dit goed te faciliteren worden alleen nog hotels in of bij de binnenstad toegevoegd als het hotel een goede aanvulling is op het aanbod dat er op Walcheren is. Concurrentie is nodig voor instandhouding van de kwaliteit en vernieuwing, maar voor het tegengaan van verkeers- en parkeeroverlast is een beleidswijziging nodig. Toeristen en bezoekers in de binnenstad kunnen in 2050, en ver daarvoor, niet meer parkeren in het openbare gebied (zie paragraaf 4.2 onder mobiliteit). Het particulier verhuren van kamers (bijvoorbeeld via Airbnb) wordt niet meer toegestaan, omdat toerisme dan ten koste gaat van het aanbod van woningen. Breed aanbod van onderwijs en diensten Ondanks de kleinschaligheid heeft Middelburg het geluk een hoofdstad te zijn. Dat betekent de vestiging van overheidsdiensten. Hoewel er de afgelopen 15 jaar door centralisatie ook wel regionale overheidsdiensten zijn vertrokken uit de stad, zoals Staatsbosbeheer en de Belastingdienst, zijn er nog veel diensten gevestigd in Middelburg: de provincie natuurlijk, het waterschap, de gemeente, Rijkswaterstaat, het Zeeuws archief, de rechtbank en de gevangenis.
Dat biedt werkgelegenheid voor kennisinstellingen en adviesbureaus en biedt mogelijkheden voor samenwerkingen. Ook op het gebied van onderwijs heeft de gemeente veel aanbod: 18 basisscholen, scholen voor speciaalen voortgezet onderwijs, Scalda (MBO), de HZ University of Applied Sciences (HBO) en University College Roosevelt of UCR (WO). Dit brede aanbod is een belangrijke kracht. Wanneer we jongeren willen behouden moeten we een breed en aantrekkelijk opleidingsaanbod bieden. Daarvoor zijn versterking en verbreding van het middelbaar en hoger onderwijs en vergroting van de samenwerking tussen scholen onderling en tussen scholen en het bedrijfsleven de sleutelwoorden. Daarvoor zoekt Middelburg de samenwerking met Vlissingen, gezamenlijk bouwen we aan de ‘onderwijsstad’ Middelburg-Vlissingen. Het Joint Research Center Zeeland (het laboratorium naarst Hogeschool Zeeland) en het nog te ontwikkelen Delta Climate Center in Vlissingen zijn goede voorbeelden van de doorontwikkeling naar een volwaardige onderwijsstad. De gemeente speelt hierin voornamelijk de rol van verbinder en stimulator. De gemeente zal innovatie de ruimte geven en samenwerking bevorderen.
4.2 Werken aan goede groei Koesteren wat we hebben. En tegelijkertijd een integrale oplossing bieden voor de grote maatschappelijke opgaven. Hoe doe je dat? Daarvoor moet de gemeente Middelburg zich ontwikkelen. Groei is niet een vies woord, maar een manier om kwaliteiten te versterken en maatschappelijke ontwikkelingen te faciliteren. Wij streven naar ‘evenwichtige groei’, dat is groei waarin balans is tussen bouwen en sociaal versterken, tussen duurzaamheid en economische ontwikkeling. Een balans dus tussen People, Planet en Profit, waarbij we als Middelburg liever gaan voor ‘profitability’: niet enkele economische groei, maar tegelijkertijd ook aandacht voor welzijn van mensen, dieren en natuur. Met andere woorden: brede welvaart. Waar moet die groei dan in voorzien? Tweehonderd woningen per jaar, met de focus op nultredenwoningen Middelburg groeit, er verhuizen meer mensen naar onze gemeente dan uit onze gemeente. De vraag naar woningen is 2045 stuks voor de periode 2022-2031 en dan nog 1154 woningen tot en met 2039. 8 Dat komt neer op zo’n 200 woningen per jaar. Aan prognoses na 2040 wagen we ons nu niet, omdat gebleken is dat de woningmarkt, woonwensen en demografische ontwikkelingen op lange termijn lastig te voorspellen zijn. De mate van groei hangt onder meer af van de krapte in de steden om ons heen en de groei van het aantal (arbeids)migranten.
8 Bron: bevolkings- en huishoudensprognose provincie Zeeland, 2022.
23
Nieuwe woningen sluiten aan bij de doelgroepen van nu, maar vooral bij die van de toekomst. Er is dus een blijvende focus op nultredenwoningen, gezien de vergrijzing zijn daarvan nu veel te weinig woningen in Middelburg. Ook wordt er gebouwd voor de sociale huur en waar mogelijk middendure huurwoningen en betaalbare koopwoningen. Ook starters op de woningmarkt hebben het momenteel lastig, door meer te bouwen en doorstroming te bevorderen komen er voor hen meer woningen vrij. De 3.200 nieuwe woningen worden zoveel mogelijk binnen de bebouwde kom gebouwd, maar het is niet mogelijk het hele programma binnenstedelijk te bouwen. De keuze van woonlocaties is verder beschreven in paragraaf 4.4. Flexwoningen Om in te kunnen spelen op de woonbehoefte, is er naast permanente woningen ook een flexibele schil nodig. Dit zijn tijdelijke woningen, voor bijvoorbeeld tien tot twintig jaar. Op termijn kunnen ze worden afgebroken/gedemonteerd of verplaatst en kan de locatie een andere bestemming krijgen. Flexwoningen zijn bedoeld voor mensen die op korte termijn een woning nodig hebben. Dat kan gaan om werknemers, al dan niet uit het buitenland; om mensen met een verblijfstatus die uit het asielzoekerscentrum moeten uitstromen; mensen die door sloop of renovatiewerkzaamheden tijdelijk een andere woning nodig hebben; om mensen die als gevolg van een scheiding woonruimte zoeken, etc.
De flexwoningen zijn nadrukkelijk bedoeld als tijdelijke woning. Mensen die zich in Middelburg vestigen hebben recht op een goede woning in een goede woonbuurt, maar de tijdelijke woningen kunnen de doorstroming wel aanzienlijk verbeteren. Voor mensen die slechts enkele maanden per jaar in Middelburg verblijven vanwege hun werk, zullen altijd flexwoningen nodig zijn.
Werkgelegenheid Nog veel te vaak trekken jongeren uit onze provincie weg, omdat ze hier geen werk vinden dat past bij hun opleiding. Tegelijkertijd worden bedrijven worden in hun groei beperkt door gebrek aan personeel. Dit is de paradox ten aanzien van werkgelegenheid! Hoewel de werkloosheidscijfers in onze provincie de laagste zijn van heel Nederland en in bijna alle sectoren personeelstekorten zijn, is nog steeds behoefte aan werkgelegenheid, bijvoorbeeld in adviesfuncties en techniek. Wanneer voor beide partners een goede baan te vinden is in deze regio, is de kans groter dat gezinnen zich hier vestigen en jongeren in de provincie blijven. Met de groei van het aantal mensen tussen de 15 en 30 jaar, zal de demografie van Middelburg meer in balans komen, wat mogelijkheden biedt voor voorzieningen voor jong en oud. Het stedelijk gebied Middelburg-Vlissingen heeft in Zeeland de grootste concentratie bedrijfsvestigingen en een relatief groot aandeel bedrijven in de sectoren industrie, horeca, cultuur/sport/recreatie. Daarbij speelt stedelijke aantrekkelijkheid een rol. (bron: ZB, Economische atlas Zeeland 2017). In de regio Zeeland zijn water, energietransitie, recht, (duurzame) techniek, toerisme en voedsel voorbeelden van sectoren met groeipotentieel.
Door het onderwijsaanbod van HZ en UCR uit te breiden en vooral samenwerking en innovatie te bevorderen, kan Middelburg deze potenties beter verzilveren. Toerisme meer jaarrond en ontwikkeling waterpark De groei van het toerisme zit hem in de stad vooral in de verandering van vooral bezetting in het hoogseizoen naar meer jaarrond. Dat kan door evenementen te spreiden over het jaar. In of in de buurt van het centrum is nog wel behoefte aan een wat groter hotel mits het parkeren op locatie of buiten het centrum is geregeld (zie ook paragraaf 4.1 voor de balans tussen toerisme en leefbaarheid). Het toeristisch verblijf is over het algemeen kort en is gebaseerd op beleving van landschap en cultuur. Een groot attractiepark hoort in de gemeente niet thuis.
24
Aan het Veerse Meer vindt wel een grote ontwikkeling plaats de komende jaren. Het voormalige waterpark zal zich – na jarenlange leegstand en verpaupering – de komende jaren ontwikkelen tot een vakantiepark voor families, in het hogere segment. Het nieuwe bestemmingsplan voorziet in een vakantiedorpje met voorzieningen als een zwembad, strand, winkels, appartementen en horeca in de kern en daarom heen 822 recreatiewoningen in het groen en veelal aan het water. Het geheel is een groen, waterrijk landschap, geïnspireerd op het krekenrijke schorrengebied van voor de afsluiting van het Veerse Gat. Voor het overige is – conform de Gebiedsvisie Veerse Meer – in de gemeente Middelburg aan het Veerse Meer geen ruimte meer voor extra verblijfseenheden. We volgen daarmee het provinciale beleid van de Kustvisie. Ook aan de Walcherse kust is de ruimte voor groei zeer beperkt, alleen in bepaalde gebieden en bij een aanzienlijke kwaliteitsverbetering van de omgeving, kunnen vakantieverblijven worden ingepast. De vraag of in de gemeente Middelburg nog meer ruimte geboden moet worden aan verblijfstoerisme -en zo ja, in welke mate- hangt af van het antwoord op de vraag welk toeristisch profiel het gemeentebestuur nastreeft. Dat is een van de eerste vragen die beantwoord gaat worden in het kader van de uitvoering van deze Omgevingsvisie.
Toeristische verhuur van woningen buiten de binnenstad leggen we sterk aan banden. Op deze manier behouden we de kwaliteiten waarop het Walcherse toerisme gebaseerd is: landschap, natuur, rust en authentieke kernen. De verwachting is dat hiermee de druk op het achterland toeneemt. In het buitengebied is nog wel ruimte voor bijvoorbeeld kleinschalige campings, vakantiehuizen of groepsaccommodaties, maar ook hier geldt dat het landschap hierbij leidend moet zijn. Een nieuw te maken beleidskaart zal de gebieden aangeven waar nog mogelijkheden zijn voor toerisme in het buitengebied.
Gedeelde Walcherse ambitie t.a.v. toerisme: 1.
2.
We streven naar een duurzame toeristische bestemming Walcheren, waarbij gemeenten het aanbod zorgvuldig afstemmen en daarmee elkaar aanvullen. a. Walcherse gemeenten ontwikkelen gezamenlijk een zeer divers palet aan verblijfsaccommodaties voor verschillende doelgroepen, van zakelijke markt tot mini-camping. Dus het totale spectrum groot versus klein en luxe versus eenvoud. b. De Walcherse gemeenten streven naar jaarronde beleving zoals cultuur, bezienswaardigheden, activiteiten, attracties en evenementen voor haar inwoners en bezoekers. We streven naar een balans tussen toerisme en leefbaarheid (o.a. beschikbaar woonaanbod) en natuur- en cultuurlandschap. De grenzen van toeristische groei zijn in zicht en op sommige plaatsen al bereikt. We sturen gericht op productdifferentiatie binnen de huidige groeicapaciteit van verblijfsrecreatie.
25
Mobiliteit: betere bereikbaarheid en meer vervoersmogelijkheden De bereikbaarheid van Middelburg moet in 2050 sterk verbeterd zijn. Dit resulteert in de keuze voor de 15minuten-stad, waarbij je alle voorzieningen die je dagelijks nodig hebt binnen vijftien minuten vanuit huis kunt bereiken. Middelburg zal zich sterk maken voor een uitbreiding van het aantal treinen van 3 naar 4 per uur, zodat er elk kwartier een intercity of sprinter naar Goes (en verder richting Brabant of de Randstad) of Vlissingen vertrekt. De knelpunten in Arnemuiden zijn in 2050 opgelost en er is een ontsluiting vanaf het waterpark op de A58. Verder zijn er tal van mogelijkheden – anders dan met de auto – om je op lokaal of regionaal niveau te verplaatsen. De fietsinfrastructuur is verbeterd, het openbaar vervoer is vraagafhankelijk en fijnmaziger. De met de Regionale Mobiliteitsstrategie in gang gezette ontwikkelingen rondom vraagafhankelijk fijnmazig vervoer met de flextaxi en flexbusjes zal de ontsluiting van wijken en buurten verbeteren. Binnen de bebouwde kom is een opstappunt op maximaal 500 meter te vinden. Buiten de bebouwde kom zal dit op maximaal 2,5 kilometer zijn. Zo kan iedereen op een makkelijke manier bij een opstapplaats of knooppunt (hub) komen. Er is in 2050 een snelle en regelmatige verbinding tussen Middelburg en Vlissingen, die het autoverkeer tussen de twee steden kan vervangen.
De autoluwe binnenstad is gerealiseerd en bezoekers aan de binnenstad parkeren hun auto in de parkeergarages of op parkeerterreinen aan de rand van de binnenstad. Goede looproutes verbinden de parkeervoorzieningen met de binnenstad. Gedeelde Walcherse ambitie t.a.v. mobiliteit: 1. 2. 3. 4.
We willen de stadscentra / de kernen autoluw maken. We stimuleren slimme mobiliteitsknooppunten (hubs), zodat de bereikbaarheid op Walcheren op duurzame wijze wordt versterkt. We realiseren een kwalitatief hoogwaardig fietsnetwerk met veilige fietsvoorzieningen. We bundelen het autoverkeer op een beperkt aantal (ongehinderde) stroomwegen en een beperkt aantal gebiedsontsluitingswegen.
Van het ‘wat’ naar het ‘hoe’ Hierboven zijn de belangrijkste gebieden beschreven waarin Middelburg de komende decennia zal groeien. Het ‘wat’ is hiermee bepaald. Maar heel belangrijk is, hoe we dit gaan doen. Hoe gaat onze fysieke leefomgeving eruit zien, als we bovenstaande gaan realiseren? In de uitgebreide participatie over deze Omgevingsvisie is veel gesproken over ambities en mogelijke – integrale – toekomstbeelden. In de gesprekken werd duidelijk dat hier voor veel mensen waarden onder liggen, die zijn vertaald in ‘leidende principes’. Er zijn drie belangrijke leidende principes geconcludeerd, die bepalen hoe we met evenwichtige groei willen omgaan. Ze zijn niet limitatief, maar helpen ons wel bij het ontwerpen en faciliteren van ontwikkelingen: 1. 2. 3.
Gezonde stad Compacte stad Circulaire en groene stad
In de volgende paragrafen worden deze leidende principes beschreven. 26
4.3
Leidend principe 1: Gezonde stad
Vitaliteit Middelburg is schoon, veilig en de wijken zijn geluidsarm. Er is een sterke sociale samenhang: mensen ontmoeten elkaar. De fysieke leefomgeving daagt daartoe uit: de buitenruimte is aantrekkelijk om in te zitten of te wandelen, voor sport en spel. In de wijkharten komen verschillende functies bij elkaar. Bij het bepalen van de invulling van het vastgoed en de buitenruimte, spelen mogelijkheden voor ontmoetingen en samenzijn een belangrijke rol. De gemeente stimuleert bewoners om initiatieven te nemen in de wijk of buurt. We benutten de kwaliteiten van inwoners om ontwikkelingen in de buurt te realiseren. Ook jongeren hebben behoefte aan ontmoetingsplekken. Plaatsen in wijken en dorpen waar wat te beleven is en zij zich kunnen ophouden met andere jongeren. Het hangen van jongeren wordt nu veelal als een last ervaren. Door samen met jongeren en buurtbewoners op zoek te gaan naar geschikte plekken en het maken van goede afspraken, kan het gevoel van overlast verminderd worden. Een gezonde stad is groen. Iedere bewoner heeft aantrekkelijk groen op loopafstand. Daarvoor zijn de ‘groene longen’ – de groene gebieden die van het centrum naar het buitengebied lopen – heel belangrijk. Op de kwaliteitskaart zijn de groene longen aangegeven. In de groene longen wordt niet meer gebouwd. Door de groene longen lopen fiets- en/of wandelroutes naar het buitengebied.
Het netwerk van wandelommetjes wordt – in samenwerking met of op initiatief van bewoners - uitgebreid en aantrekkelijker gemaakt. Verder speelt verkoeling een steeds belangrijkere rol in de stad. Bij de inrichting en het beheer wordt dan ook niet alleen gelet op de mogelijkheden voor sport en spel en de ecologische waarde, maar ook op de aanwezigheid van schaduw en het opvangen en vasthouden van regenwater. Gezonde lucht en schoon water
“Middelburg is schoon”, zo begon deze paragraaf. Daar valt nog wel meer over te zeggen, want dit is een hele uitdaging. In 2050 zijn er geen emissies (uitlaatgassen) meer, die slecht zijn voor de luchtkwaliteit. De waterkwaliteit van polderwater en binnenstedelijk water is sterk verbeterd. Voor het Veerse Meer is een oplossing gevonden voor de zuurstofloosheid in de zomer en de plagen van exoten als de Japanse kruiskwal en de Japanse oester. Duisternis De duisternis in ons deltagebied is van groot belang voor veel diersoorten, maar ook de mens functioneert beter bij een ongestoord dag- en nachtritme. Beperking van kunstlicht is een afwegingscriterium bij ontwikkelingen. Mobiliteit In de gezonde stad wordt er veel gefietst. We volgen hierin het voorbeeld van de gemeente Houten waar in de openbare ruimte de fiets een belangrijkere plaats inneemt dan de auto. Dat betekent dat fietspaden waar mogelijk worden verbreed en fietsverbindingen naar de kernen aantrekkelijker en sneller worden. Het betekent ook dat er goede fietsparkeerplaatsen zijn in de stad: veilig, dichtbij voorzieningen en met oplaadmogelijkheden. Dat vraagt wellicht om nieuwe fietsparkeerlocaties inpandig of ondergronds op de plaatsen waar de aanrijroutes aankomen in de binnenstad. De auto daarentegen neemt in 2050 een minder prominente plaats in.
Een concreet voorbeeld daarvan is de transformatie van het Damplein van parkeerplaats naar groen (of blauw) verblijfsplein. Behalve dat dit mogelijkheden biedt voor klimaatadaptatie en een uitbreiding van het aantrekkelijk wandelgebied, zal dit het centrum verder autoluw maken. De binnenstad wordt op termijn alleen nog met de auto toegankelijk voor 27
mensen die er echt moeten zijn: bewoners, mindervaliden en toeleveranciers. Bewoners krijgen maximaal één parkeerkaart per huishouden. Alle overige automobilisten zullen naar de parkeergarages of parkeerplaatsen buiten het centrum worden gestuurd. Daar waar mogelijk stimuleren we bewoners ook buiten de binnenstad, dus aan de randen, te laten parkeren. Ook toeristen parkeren dan niet meer in het centrum. De binnenstad van Middelburg kan een toeristische groei omarmen, als verkeers- en geluidsoverlast worden beperkt. Aangezien toeristen in Middelburg komen voor het beleven van de binnenstad en/of het (vaak per fiets) ervaren van het mooie buitengebied, is de aanwezigheid van een auto in de binnenstad daarbij overbodig. De omschakeling naar een autoluwe binnenstad heeft wel enige tijd nodig. Momenteel is het aantal uitgegeven vergunningen in de binnenstad 90% van het aantal parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen kunnen dus niet zonder meer worden verminderd. Eerst moeten we investeren in parkeerplaatsen buiten of aan de rand van het centrum. Sommige van deze nieuwe parkeerplaatsen functioneren als een mobiliteitshub, d.w.z. een plaats waar men gemakkelijk kan overstappen op een ander vervoermiddel, bijvoorbeeld een buurttaxi of een elektrische fiets. De hub heeft voldoende laadpalen en waar mogelijk staat de auto onder zonnepanelen.
De hubs zijn prettige ontmoetingsplekken en klimaatadaptief ingericht. Er zijn mogelijkheden voor het oppikken van een deelauto of het afhalen van een pakketje. Deze verzamelplaatsen voor pakketjes zullen steeds belangrijker worden: we maken beleid om de overlast van bezorgbusjes in woonwijken drastisch terug te dringen. Op de ontwikkelingenkaart zijn de zoeklocaties voor nieuwe parkeerplaatsen/hubs aangegeven. Na realisatie van nieuwe parkeerterreinen of – garages verlagen we de parkeernorm voor de binnenstad. Dit vergemakkelijkt nieuwbouw en transformatie van gebouwen (bijvoorbeeld van kantoor naar hotel), omdat bij nieuwe ontwikkelingen altijd aan de parkeernorm moet worden voldaan.
4.4. Leidend principe 2: Compacte stad De tweede hoofdkeuze die we hanteren bij de ‘goede groei’, is werken aan een compacte stad. In een compacte stad gebruiken we de ruimte multifunctioneel en zijn er voldoende mensen per vierkante kilometer om voorzieningen en openbaar vervoer rendabel te maken. Daarbij is er natuurlijk een kantelpunt en dat wordt ingegeven door de maat en schaal van onze huidige stad. In deze paragraaf zoomen we iets verder in op wat dit compacte-stad-principe voor Middelburg betekent. Woningen In paragraaf 4.1 is al geconstateerd dat er nog zo’n 3200 woningen nodig zijn, waarvan het merendeel levensloopbestendig moet zijn. Kijkend naar de woningvoorraad op dit moment waarin ‘gewone’ eengezinswoningen domineren, betekent dit dat we nog relatief veel nultredenwoningen en appartementen moeten bouwen. Hiervoor kijken we vooral naar de wijkharten. Wanneer er in een wijkhart een verdichting ontstaat met woningen én voorzieningen, ontstaat er een beter leefklimaat, vooral voor ouderen of mensen die minder mobiel zijn. Bij die compactheid speelt meervoudig ruimtegebruik een grote rol. Een kerk die door de week als recreatieruimte wordt gebruikt, of een basisschool waar ’s avonds bedrijfscursussen worden gegeven, zijn voorbeelden van optimale benutting. Compactheid geeft ook de mogelijkheid om flexibel te bouwen.
Daarmee bedoelen we: ontwerp en bouw het gebouw zo, dat het van functie kan veranderen. Stel dat een school nu meer dan 350 leerlingen heeft, maar de prognoses geven aan dat er over 15 jaar minder kinderen in die wijk zullen zijn. Kunnen daarna bijvoorbeeld klaslokalen of gymzalen gemakkelijk worden verbouwd tot woningen? In de wijk Griffioen kijken we momenteel al met zo’n bril naar het wijkhart: hoeveel woningen en maatschappelijke ruimten zijn er nog nodig en hoe maken we het ontwerp zo flexibel mogelijk? 28
Is verdichting dan altijd goed? Het antwoord daarop is ‘nee’. In Middelburg willen we voor iedereen een goede, betaalbare woning op een goede locatie. Dat houdt in dat we diverse woontypen bouwen en diverse woonmilieus creëren, zodat er voor iedereen iets te kiezen is. De schaal waarop we streven naar diversiteit is die van de wijk of kern, omdat mensen bij een verhuizing vaak in dezelfde wijk willen blijven wonen. Bovendien is het goed voor de sociale cohesie als er een sociale mix is in de wijk. Dat betekent dat er in elke wijk appartementen én vrijstaande woningen, kleine én grote woningen moeten staan. Soms betekent dat dat uitbreiding beter past dan inbreiding. Ook op het moment dat verdichten ten koste gaat van het weinige openbaar groen in een wijk, zal in de meeste gevallen het groen de voorkeur krijgen. Verdichting kan ook betekenen dat we steeds hoger gaan bouwen. En uit het verleden weten we dat hoogbouw ook wel sociale nadelen kent: er is een grotere kans op anonimiteit en mensen voelen zich tussen hoogbouw onveiliger, er is minder toezicht. Om deze redenen bouwen we in Middelburg in de regel niet hoger dan zo’n zeven bouwlagen. Onder het motto ‘inbreiden waar het kan, uitbreiden als het moet’ is er een inventarisatie gedaan van mogelijke nieuwe woonlocaties.
In totaal zijn we op zoek naar ruimte voor zo’n duizend woningen (de overige woningen zitten al in de planning), waarvan 750 sociale huur. Uit de inventarisatie blijkt dat deze aantallen bij lange na niet gehaald kunnen worden door verdichting/inbreiding. In de groene longen mag niet worden gebouwd. De parken (Het Meiveld, Toorenvliedt, Ella Fitzgeraldpark, Molenwaterpark, Amaliapark en Vogelpark) zullen niet worden verkleind. Dus zoeken we naar een passende extra uitbreidingslocatie. Ook Cleene Hooge is in beeld als woningbouwlocatie onder de voorwaarden van de ontwikkelvisie die de raad in 2019 heeft vastgesteld. Belangrijk bij alle stadsranden is dat een goede overgang van stad naar open landschap wordt gemaakt, waarbij aanwezige landschappelijke waarden worden gerespecteerd danwel benadrukt. Bouwen is het allerbelangrijkste om de grote woonbehoefte op te lossen. Maar er is meer nodig om de doorstroming op de woningmarkt op gang te krijgen. Veel mensen – vooral mensen die al heel lang in hun woning wonen – hebben veel vragen over de voor- en nadelen van een verhuizing. Om deze mensen te begeleiden of te adviseren, stelt de gemeente een verhuiscoach in. Bedrijventerreinen
Naast woningen bestaat het bebouwd gebied in Middelburg uit voorzieningen, kantoren en bedrijven. Bedrijven zijn nu gevestigd op Arnestein, in Mortiere, in Ramsburg, aan de Keetdijk bij Arnemuiden en aan de Van Cittersweg in Arnemuiden. Omdat deze bedrijventerreinen zo goed als vol zijn, wordt er een nieuw bedrijventerrein ontwikkeld in de oksel van de Sloeweg en de A58: de locatie Trekdijk. De Trekdijk ontwikkelt zich als een duurzaam bedrijventerrein, met voornamelijk logistieke bedrijven. Tot 2050 wordt geen uitbreidingslocatie voorzien. Wanneer herstructurering aan de orde is, zal de gemeente daarin een regierol kunnen spelen, maar er wordt door de gemeente voorlopig niet actief ingezet op verplaatsing van bedrijven. Aan het kanaal en het Arne zijkanaal staan vooral bedrijven die het water nodig hebben voor hun aanvoer of bedrijfsvoering. In de punt ten westen van de N57 gelden eisen voor beeldkwaliteit, dit is de ‘etalage’ aan het kanaal. Transformatie van kantoren en winkels In Middelburg hebben we het afgelopen decennium een afname van de behoefte aan kantoorruimte gezien, maar de markt trekt weer aan. Voor winkels is de leegstand laag ten opzichte van andere middelgrote steden, maar detailhandel blijft kwetsbaar. Door de opkomst van online winkelen verdwijnen met name 29
grote ketens met veel winkeloppervlakte. Transformatie van kantoren en winkels naar bijvoorbeeld woningen kan daarom worden overwogen buiten het kernwinkelgebied, als de omgeving zich daarvoor leent. Er gelden echter wel voorwaarden. De woningtypen en groottes moeten passen bij de behoefte, iedere woning moet toegang hebben tot een eigen buitenruimte (balkon/terras/tuin) en er zijn richtlijnen voor verduurzaming. Onderwijs In 2050 heeft nog steeds elk dorp en elk stadsdeel minimaal één goede basisschool. De samenwerking tussen de basisscholen heeft in veel gevallen geresulteerd in een brede school inclusief kinderopvang en/of (kinder)zorg. De gemeente versnelt deze ontwikkeling door het vóór 2040 CO2-neutraal maken van al het gemeentelijke vastgoed, dus ook de scholen. Dat betekent een flinke investering in de onderwijshuisvesting de komende decennia. De school en de schoolomgeving zijn een ontmoetingsplek waar meerdere functies samenkomen. Het stedelijk gebied Vlissingen-Middelburg wordt een serieuze onderwijsstad. De nadruk ligt op water, energie en voedsel, maar in Middelburg ook op internationaal management, cultuur, economie. De PZEMlocatie heeft zich ontwikkeld tot onderwijscampus, met leer- en vrijetijdsvoorzieningen. De voorzieningen van de campus – inclusief de studentenhuisvesting – liggen geconcentreerd in de driehoek Poelendaelesingel, binnenstad en Kanaalweg.
Zo ontstaat een compacte ‘onderwijsdriehoek’ tussen de HZ, de UCR en het leerbedrijven, met daarin ook de studentenhuisvesting.
4.5: Leidend principe 3: circulaire en groene stad De derde hoofdkeuze bij ‘goede groei’, is toewerken naar een circulaire en groene stad. In 2050 is Middelburg voor 95% CO2-neutraal. Dat is een immense opgave, maar brengt ook kansen met zich mee. In deze paragraaf geven we aan welke keuzes Middelburg maakt om dit te bereiken. Gesloten kringlopen In Middelburg is de grondstoffenkringloop in 2050 gesloten en bestaat er geen afval meer. Dat betekent onder andere dat we in 2030 al halverwege moeten zijn met onze opgave om dan de helft minder CO2 uit te stoten ten opzichte van het jaar 1990. Deze transitie komt nog maar aarzelend op gang. Het is op dit moment nog lang geen gemeengoed in onze samenleving. Hoopvol is: -
Onze uitgangspositie is goed: wij hebben middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs en universitair onderwijs. Plekken waar innovaties beginnen. De provincie Zeeland zet in op ontwikkeling van de sectoren water, energie en voedsel. Daarin kan Middelburg een goede rol spelen. Door inwoners te betrekken bij het verzinnen van oplossingen, snijdt het mes aan meerdere kanten. We verrijken onze eigen plannen, vergroten het bewustzijn en zetten mensen aan tot actie.
Concrete maatregelen om deze transitie te versnellen bestaan uit: -
-
De gemeente Middelburg biedt experimenteerruimte en koppelt onderwijs, bedrijven en ‘communities’. We realiseren een duurzame, gezonde, groene economie. De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld op meerdere gebieden. Een daarvan is haar aankoopbeleid. Dat betekent dat de organisatie bij haar inkopen de voorkeur geeft aan gebruikte dan wel duurzaam geproduceerde artikelen. De afvalinzameling in Middelburg is gescheiden en gaat uit van ‘afval is grondstof’. Bouwplannen van de gemeente krijgen een toekomstparagraaf waarin aandacht is voor de afweging en onderbouwing van: hergebruik (uitgaan van wat er al is), sloop wanneer dit een betere
30
-
optie is voor duurzaamheid in gebruik, nieuwbouw met herbruikbare systemen en materialen en als laatste toekomstige functieverandering van het gebouw. Bij alle relevante ontwikkelingen en in- en aankopen, is circulair uitgangspunt en wordt zo hoog mogelijk ingezet op de R-ladder 9. De gemeente stimuleert burgerinitiatieven op het vlak van energie-, zorg-, voedsel- en andere transities. Dit kan bijvoorbeeld gaan over reparatiecafé’s, stadslandbouw (CitySeeds) en lokale zoetwatercoöperaties in de landbouw.
Energietransitie Middelburg zet in op de elektrificatie van zoveel mogelijk woningen, ondernemingen en maatschappelijk vastgoed. De gemeente neemt hierin het voortouw door te zorgen dat al het gemeentelijk vastgoed in 2040 CO2-neutraal is. Voor de vele basisscholen in de gemeente is dit vooral een grote opgave. Het kan leiden tot verbouwingen of zelfs sloop-nieuwbouw. In dat laatste geval kijken we of de school voor meerdere functies kan worden gebruikt (bijvoorbeeld recreatieruimte) en of er woningen of andere maatschappelijke functies op of bij de school kunnen worden gebouwd. Dan functioneert de omgeving van de school als multifunctioneel wijkhart met een groene, klimaatadaptieve en aantrekkelijke buitenruimte voor ontmoetingen en sport en spel. Elektrificatie van woningen houdt in dat er op vrijwel alle daken of gevels zonnecollectoren zullen verschijnen en er warmtepompen worden gebruikt voor de verwarming van de woning. Auto’s die worden gekoppeld aan de zonnecollectoren, kunnen de energie opslaan, waardoor er ook energie voorhanden is op minder zonnige dagen. De auto als thuisbatterij dus. Een uitzondering op de elektrificatie van woningen vormen de monumenten, die vanwege hun status lastiger te isoleren zijn. Daarom zullen deze hoge-temperatuur-verwarming nodig houden. Dat kan met
waterstof of biogas. In Dauwendaele wordt voor een deel van de wijk ingezet op een warmtenet met restwarmte vanuit Arnestein. Ook bedrijven en kantoren zijn in 2050 energieneutraal, voor het grootste deel door elektrificatie. Stimulering en ontzorging bij het kiezen voor zon op dak, wordt op Zeeuwse schaal geregeld. Op Arnestein wordt ingezet op het initiatief Smart Grid Arnestein, waarbij bedrijven als collectief opgewekte elektriciteit delen. Het ondergrondse elektriciteitsnetwerk zal de komende decennia flink in capaciteit toenemen. Verder moet er energieopslag (batterijen) worden gerealiseerd. De gemeente heeft hierin een faciliterende rol. Volgens de afspraken uit de Regionale Energiestrategie (RES 1.0) zal Middelburg de energie die in de gemeente wordt gebruikt, binnen de gemeente opwekken. Zonne-energie opgewekt op daken – ofwel ‘zon op daken - is daarvoor niet genoeg. De extra benodigde energie zal voornamelijk van (grote) windmolens komen, eventueel in combinatie met zon op land. Wind levert een vier keer hoger rendement dan zonneenergie, omdat het in Nederland vaker waait dan zonnig is. Een uitbreiding van het energielandschap aan de Sloeweg ligt voor de hand, mede omdat hier de (ondergrondse) infrastructuur ligt. De energieopbrengst van kleine windmolens (tiphoogte tot 21 meter) is heel veel minder dan die van de grote windmolens.
Kleine windmolens in het buitengebied zijn vaak bedoeld om in een deel van de opwek 9 R-ladder = weergave van De R-ladder geeft de mate van circulariteit aan. Hoe hoger een strategie op de RLadder staat, hoe meer circulair de strategie is. Van boven naar beneden zijn de treden: 1. Refuse and rethink 2. Reduce 3. Reuse 4. Repair, refurbisch, remanufacturing, repurpose 5. Recycling 6. Recover.
31
van een agrarisch bedrijf te voorzien. Op het grondgebied van Walcheren is daarbij sprake van een spanning tussen het waardevolle cultuurlandschap en het verrijzen van kleine windmolens. In het oude cultuurlandschap waarderen we de landschappelijke waarde van de open poelgronden en de meer verdichte, groene kreekruggen hoger dan de energieopwekking die de relatief kleine windmolens leveren. In Middelburg zullen kleinschalige windmolens dan ook alleen in de nieuwlandpolders 10 worden toegestaan. Gedeelde Walcherse ambitie t.a.v. energie: 1.
We benutten primair de ruimte op bestaande daken voor het opwekken van zonne-energie. Op een aantal nader aan te wijzen locaties zijn onder voorwaarden kleine windmolens op het land aanvaardbaar.
Klimaatadaptatie Van het bebouwd gebied zijn Middelburg-Zuid en Dauwendaele en Mortiere kwetsbaar. Daar is de overstromingsdiepte bij een dijkdoorbraak die één keer per 4000 jaar kan voorkomen meer dan 3 meter. In deze gebieden moeten we terughoudend zijn met het huisvesten van vitale en kwetsbare functies zoals bijvoorbeeld een ziekenhuis. Als er geen alternatieve locatie is, dan treffen we maatregelen om schade en slachtoffers zo veel mogelijk te vermijden. Dat kan bijvoorbeeld door het op hoogte plaatsen van functies, het aanleggen van een ringdijk, evacuatieroutes en aangepast bouwen (bijvoorbeeld vitale onderdelen op de eerste verdieping). Voor de woonwijken beoordelen we op natuurlijke momenten of er waterkerende zones of terpen kunnen worden aangelegd, om zo de risico’s te verkleinen en het aantal vluchtplaatsen te vergroten. Een natuurlijk moment is bijvoorbeeld wanneer grote bouwprojecten plaatsvinden. Zoet water wordt de komende decennia steeds schaarser. Voor onze landbouw en natuur is zoet water van levensbelang. Samen met de provincie kijken we nu al naar mogelijkheden voor “waterhouderijen” (een collectief van agrariërs die samen een ondergrondse zoetwaterbel vullen) en het laten terugvloeien van water via het drainagesysteem. Soms is het simpelweg opslaan van zoetwater in bassins op het boerenerf het beste alternatief.
Middelburg ondersteunt de aanleg van waterbassins op boerenerven maar stelt er ook voorwaarden aan. Het maken van een plas-dras-berm in de bassins en het ingraven van de bassins zodat er een vijver ontstaat, zijn mogelijkheden om landschappelijk en ecologisch meerwaarde te creëren. De gemeente zet zelf in op het vasthouden van zoet water, door in het openbaar gebied verstening zoveel mogelijk te vermijden. Parkeerplaatsen voeren we waar mogelijk uit in doorgroeistenen en verharding zonder frequent gebruik wordt verwijderd. In 2050 vangen we regenwater dat op de openbare ruimte valt op voor hergebruik, of we gebruiken het om de grondwaterstand in de zomer op peil te houden. Schoolpleinen vergroenen we en parken zijn tegelijkertijd waterbergingen. Middelburg experimenteert in Essenvelt met een peil gestuurd drainageriool waarmee het grondwaterpeil in de zomer zo nodig kan worden aangevuld om verdroging te beperken en in de winter zo nodig kan worden verlaagd om grondwateroverlast te voorkomen. Voor de nieuwe wijken in Sint Laurens is uitgegaan van grote water(bergings)plassen tussen de bebouwing en het agrarisch buitengebied. Door de toename van extreem weer zal er vaker wateroverlast (en schade aan panden) optreden. Ook kan er in de toekomst meer grondwateroverlast of –onderlast optreden. De gemeente neemt maatregelen om deze overlast zoveel mogelijk te voorkomen.
10 Nieuwlandpolders zijn de polders die na het jaar 1500 zijn ingedijkt. In Middelburg gaat het om de polders die
ten zuiden en zuidoosten van Nieuw- en Sint Joosland liggen, zie Kwaliteitskaart.
32
De concretisering van het beleid en de maatregelen voor de uitvoering van het stedelijk waterbeheer zullen worden uitgewerkt in het stedelijk waterprogramma. Gedeelde Walcherse ambitie t.a.v. klimaatbestendig: 1.
We werken mee aan en lobbyen voor een waterveilige en aantrekkelijke kustwering (multifunctioneel).
Biodiversiteit Bewoners ervaren Middelburg als een groene gemeente. Maar feitelijk is de gemeente een middenmoter waar het gaat om groen (zie hoofdstuk 2). En net als de rest van Nederland moeten we de enorme teruggang in soortenrijkdom ook in onze gemeente keren. Middelburg kan en moet groener. Niet alleen vanwege de weerbaarheid tegen extreme weersinvloeden (hittestress, wateroverlast, droogte, verzilting), maar vooral ook omdat het de gemeente leefbaarder en gezonder maakt. “Stel je een toekomst voor waarin onze steden en dorpen groen zijn, in elk hoekje en gaatje wilde bloemen zijn te vinden, bloeiende en vruchtdragende bomen of groene daken en muren, waar kinderen opgroeien met het vertrouwde getsjirp van krekels, vogelzang en gesnor van langsvliegende hommels en de schitterende kleuren van vlindervleugels.” Uit: Dave Coulson (2021) Stille aarde. Hoe we de insecten van de ondergang kunnen redden. Middelburg zet op drie vlakken in op het verhogen van de biodiversiteit; 1. 2. 3.
In de openbare ruimte In het buitengebied, met behulp van agrariërs en waterschap. Op particuliere gronden
In de natuurgebieden zijn de provincie en de beheerders als eerste aan zet. De gemeente ondersteunt hierin. 1.
Openbare ruimte
De hoofdgroenstructuur van de gemeente (groenbeleidsplan 2016-2026) wordt uitgewerkt in een ecologische hoofdstructuur en een belevingsstructuur (met wandelroutes en mogelijkheden voor sport en spel). Daarnaast komt er een kansenkaart klimaatadaptatie en biodiversiteit voor de gehele gemeente. 2.
Buitengebied
In het buitengebied is landbouw de belangrijkste functie. Maar de op oogstmaximalisatie gerichte landbouw die er nu is, is niet volhoudbaar (duurzaam). Dichtslemping van de bodem, spuiten met gewasbeschermingsmiddelen, verrijking met kunstmest en het laag houden van de grondwaterstand in het groeiseizoen om met zware machines te kunnen werken: dit alles levert verdroging en verarming van het bodemleven op. Maar de agrariër voelt zich er vaak toe gedwongen omdat wij consumenten de laagste prijs willen in de supermarkt. Er zijn tal van agrariërs die het graag anders zouden willen. Zij maken gebruik van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid, waarmee zij een deel van hun grond kunnen inzetten voor ‘groene of blauwe diensten’, zoals het maken van natuurvriendelijke oevers of grasranden, strokenteelt of groenbedekking. Agrariërs met gronden in de groene longen van de gemeente kunnen een belangrijke functie vervullen voor ecologische verbindingszones tussen binnenstad en buitengebied. Middelburg geeft de kansen aan op de ecologische hoofdstructuurkaart.
33
Samen met de gemeente Vlissingen en het waterschap onderzoeken we of de biodiversiteit van de Atlantikwall (de bunkerroute) kan worden vergroot. Voor de boer kan het aantrekkelijk zijn om direct aan de consument te verkopen, zonder tussenkomst van een supermarkt. Middelburg ondersteunt daarom huisverkoop bij boerderijen. 3.
Op particuliere gronden
Bewoners en ondernemers kunnen zelf ook veel doen aan verhoging van de biodiversiteit op hun eigen kavel. Om de ambities en doelen te halen is bewustwording en actieve inzet van iedereen nodig. Middelburg zet hier op in door het stimuleren van natuureducatie en door communicatie. En vanzelfsprekend geeft de gemeente zelf het goede voorbeeld. Natuurinclusief bouwen Een manier om groene elementen te integreren met stedelijke ontwikkeling is door natuurinclusief te bouwen, dat wil zeggen bouwen waarbij een bijdrage geleverd wordt aan de natuur. Het doel van (groen en-) natuurinclusief bouwen is tweeledig. Enerzijds gaat het om het behouden en verbeteren van de leefomstandigheden van ‘gebouwgebonden’ soorten als huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dit zijn volgens de Wet natuurbescherming beschermde soorten die onder druk staan doordat gebouwen tegenwoordig geen of minder verblijfmogelijkheden voor deze soorten bieden. Het isoleren van gebouwen werkt dit nog verder in de hand. Anderzijds gaat het bij groen- en natuurinclusief bouwen om de veel bredere opgave om meer (natuurlijk) groen in de directe woonomgeving te ontwikkelen. Stedelijke verdichting door verdere bevolkingsgroei maakt het des te belangrijker om ruimte te houden of te creëren voor stedelijk groen en het behouden en vergroten van de leefbaarheid.
Om natuurinclusief te bouwen ontwikkelt Middelburg een puntensysteem, dat eigenaren en projectontwikkelaars de mogelijkheid geeft om eigen keuzes te maken. De gemeente geeft wel mogelijkheden aan, zoals het inmetselen van verblijfplaatsen voor vogels, het maken van een sedumdak of groen waterdak. De gemeente heeft nu nog geen stadsecoloog of beleidsambtenaar natuur. Samen met de andere Walcherse gemeenten onderzoeken we of er een Walcherse Ecologische Dienst kan worden gevormd. Gedeelde Walcherse ambitie t.a.v. natuur: 1. 2. 3.
We versterken de groenstructuur en scheppen mogelijkheden voor ecologische zones/corridors ten behoeve van een betere biodiversiteit. We behouden en versterken de karakteristieken van de verschillende landschapstypen zoals besloten kreekruggen en open poelgronden. We hanteren het ‘3/30/300 principe’ als uitgangspunt. Het gaat daarbij om het principe: 3 bomen zichtbaar vanuit elk huis, 30% boomkransbedekking in elke buurt en elke woning maximaal 300 meter vanaf een park of groene ruimte.
34
Ontwikkelingenkaart Middelburg 2050
hoofdgroenstructuur groene longen verhogen biodiversiteit wens/kans verdich�ng (Zeeuwse Bosvisie) dorpsbos dijkbeplan�ng versterken (Zeeuwse Bosvisie) nieuwe natuur nieuwlandpolders verbeteren natuurwaarden en waterkwaliteit Veerse Meer versterken zoetwaterlenzen in kreekruggen pilot restwarmte Synthomer - Dauwendaele pilot circulaire wijk Sint Laurens Oost pilot duurzaam Arnestein energielandschap mogelijke loca�e voor kleinschalige windmolens bij agrarische bedrijven versterken woonservicezone herijken ac�eplan binnenstad ontwikkelen onderwijscampus nieuw bedrijventerrein Trekdijk ontwikkelen waterpark OV
zoekloca�e mobiliteitshub waterverbinding versterken wijkhart uitbreidingsloca�e reserve uitbreidingsloca�e zoekgebied woningbouwloca�es dorpsimpuls Nieuw- en Sint Joosland
HOOFDSTUK 5
REALISATIE
In het vorige hoofdstuk is de koers van Middelburg beschreven: de doelen voor 2050. Het spreekt vanzelf dat voor veel van die doelen nog een nadere uitwerking nodig is. Soms moet het beleid nog verder worden uitgewerkt in kaarten en maatregelen. Daarbij spelen ook vragen als: wie gaat het doen, hoe kunnen bewoners meedoen, hoe dekken we de kosten en hoe leggen we het juridisch vast? In dit hoofdstuk geven we inzicht in de wijze waarop we de omgevingsvisiedoelen gaan bereiken.
5.1
Participatie en wijkgericht werken
In Middelburg hebben we de lat hoog liggen op het gebied van participatie. We vinden het belangrijk dat inwoners op tijd betrokken worden bij onze (beleids)plannen en dat hun inbreng een serieuze plaats heeft in de besluitvorming. Maar ook dat (groepen) inwoners ruimte - en soms zelfs hulp - krijgen bij eigen initiatieven om hun leefomgeving mooier te maken. Een belangrijk gegeven is dat deze kanteling niet alleen vanuit de overheid wordt gestuurd. Ook vanuit de maatschappij komt deze op gang. Steeds meer (groepen) inwoners kloppen bij de overheid aan met een initiatief. Zij vragen de gemeente vaker om buiten de gebaande paden mee te zoeken naar mogelijkheden om hun initiatief te realiseren. Denk daarbij niet alleen aan financiële middelen, maar ook aan ruimtelijke en wettelijke kaders. Dit vraagt om een overheid die kan meebewegen op de cadans van de samenleving. Een overheid die maatschappelijke initiatieven stimuleert en faciliteert. Binnen de gemeente Middelburg zijn er elf wijken en dorpen, ieder met een eigen identiteit. De meeste wijken en dorpen hebben een eigen wijkteam, dat gekoppeld is aan een wijkwethouder en een wijkmanager die werkt bij de gemeente. Bij ontwikkelingen betrekken we de wijkteams actief. Speelt er iets in een wijk, dan meldt het wijkteam dit gemakkelijk bij de wijkmanager of wijkwethouder en vice versa.
Het wijkgericht werken staat breed in de belangstelling. Inwoners willen weer zelf aan de slag in hun straat of buurt. Wanneer mensen elkaar kennen en weten te vinden, kunnen er mooie dingen gebeuren in de wijken. Samenwerking tussen de gemeente, (andere) organisaties en bewoners staat dus voorop. Middelburg zet in op deze integrale wijkaanpak, opdat bewoners meer omzien naar elkaar en met elkaar bouwen aan een plezierige woonomgeving. Daarnaast kunnen we de aangeboorde burgerkracht benutten om onze grote maatschappelijke opgaven te realiseren. We gaan actief communiceren over onze opgaven en ontwikkelingen, zodat inwoners deelgenoot worden van deze opgaven. Welke rol heeft het Rijk, de gemeente en wat kunnen inwoners zelf doen? Initiatieven die een bijdrage leveren aan deze opgaven faciliteren en stimuleren we. Hiervoor richten we een loket in waar deze initiatieven binnenkomen. De casemanagers en wijkmanagers hebben een regisserende, verbindende en aanjagende rol, de vakafdelingen zijn betrokken bij de uitvoering. Op die manier brengen we integraal werken in de praktijk.
5.2
Uitwerken tot Omgevingsplan
De Omgevingsvisie is richtinggevend voor de regelgeving via het Omgevingsplan (de opvolger van de bestemmingsplannen). Het Omgevingsplan vertaalt de doelen en het beleid uit de Omgevingsvisie en de programma’s waar nodig naar juridische regels. Het gaat daarbij om reguleren van activiteiten en het toewijzen van functies aan locaties. Het regelt bijvoorbeeld vergunningplichten en beoordelingsregels. Bij inwerkintreding van de Omgevingswet krijgen we een Omgevingsplan van rechtswege. Dit plan wordt in stappen – door middel van deel-omgevingsplannen - getransformeerd naar een Omgevingsplan overeenkomstig de Omgevingswet. Uiteindelijk hebben we voor de hele gemeente één Omgevingsplan, met de regels die gelden voor de fysieke leefomgeving. 35
Hoe wordt deze visie nu vertaald in beleid en regelgeving? Middelburg kiest daarbij twee sporen: een uitwerking in gebieden en een uitwerking van thema’s. Beide typen uitwerkingen kunnen zowel in programma’s (beleidsstukken) als in het Omgevingsplan worden opgenomen. Uitwerking in gebieden De gebiedsgerichte uitwerking gebeurt voor elke wijk of dorpskern. In Middelburg onderscheiden we de volgende wijken en dorpen: Arnemuiden en Kleverskerke, Binnenstad, Dauwendaele, Griffioen, Klarenbeek, Veersepoort, Mortiere, Nieuw- en Sint Joosland, Nieuw Middelburg, Sint Laurens, ’t Zand – Stromenwijk, Rittenburg en Zuid. Voor elke wijk of kern wordt een analyse, visie en plan (actiegericht en korte termijn) gemaakt, in co-creatie met inwoners en andere stakeholders. De Omgevingsvisie is daarbij het kader. Wijk- of dorpsvisies kunnen in focus en uitwerkingsniveau van elkaar verschillen, maar ze moeten voldoende handvatten bieden voor het te maken Omgevingsplan. Een wijk – of dorpsvisie wordt altijd vastgesteld door de gemeenteraad. In 2022 is al begonnen met de wijkvisie voor de Klarenbeek. De overige wijkvisies moeten in ieder geval in 2028 gereed zijn. Eind 2029 moet er één – overkoepelend – Omgevingsplan zijn vastgesteld voor de hele gemeente. Uitwerking in thema’s In deze Omgevingsvisie zijn de hoofdlijnen weergegeven voor het beleid.
Maar soms is een uitwerking nodig, in de vorm van een beleidsnota of beleidskaart. Daarmee kunnen we de stap maken naar regels in het Omgevingsplan. Dat geldt in ieder geval voor de onderstaande thema’s: - Erfgoed. Middelburg werkt in een beleidsnota uit hoe we ons erfgoed kunnen beschermen waarbij er toch ruimte blijft voor ontwikkelingen. Daarvoor maken we nu een structuurkaart cultuurhistorie voor Walcheren. - Mogelijke woningbouwlocaties. De ontwikkelingenkaart geeft de grote uitbreidingen weer, die nodig zijn om een deel van de 1000 benodigde extra woningen te kunnen bouwen. Maar het grootste deel hiervan zal binnenstedelijk worden gebouwd. De verkenning naar mogelijke zoeklocaties zal in 2023 op zorgvuldige wijze plaatsvinden, waarbij grondeigenaren, bewoners en andere belanghebbenden betrokken worden. De kaders voor het betrekken deze stakeholders worden vooraf door de raad vastgesteld. Deze kaders bevatten o.a. uitgangspunten voor de reikwijdte van de participatie, het wie en het hoe en de processtappen om tot de ontwikkelingenkaart te komen. - Kansenkaart ecologie / Kansenkaart klimaatadaptatie. Op de kwaliteitskaart is de hoofdgroentructuur aangegeven en op de ontwikkelingenkaart is aangegeven welke groene longen (de groene verbindingen van buitengebied naar centrum) behouden/versterkt moeten worden.
De groene longen hebben een belevingswaarde, een gebruikswaarde en een toekomstwaarde. Met name voor het bepalen van de toekomstwaarde is nog een uitwerking nodig in kansen voor ecologie en kansen voor klimaatadaptatie. - Puntensysteem voor natuurinclusief bouwen. - Arbeidsmigrantenhuisvesting.
36
- Toerisme. Middelburg is bezig met een beleidsnota voor toerisme. - Parkeren. Momenteel wordt gewerkt aan een Nota Parkeerbeleid.
5.3
Financiële onderbouwing
In deze visie zijn diverse beleidsvoornemens opgenomen die de gemeente geld gaan kosten op het moment dat deze daadwerkelijk ten uitvoer worden gebracht. Wat de precieze kosten zullen zijn en op welk moment deze kosten worden, is op voorhand echter niet te zeggen. Wel is duidelijk dat we maatregelen gefaseerd zullen uitvoeren. Op het moment dat een investering daadwerkelijk wordt gepland, zal hiervoor een afzonderlijke kredietaanvraag aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Op dat moment geven we ook aan wat de hiervoor aan te wenden financiële middelen zullen zijn. Voor een deel zal dit gaan om reguliere budgetten, deels zal dit gaan om incidenteel geld. In de in november 2022 vastgestelde meerjarenbegroting zijn bedragen opgenomen voor de vorming van een investeringsfonds: in de periode 2023 tot en met 2026 wordt hiervoor jaarlijks € 0,5 miljoen gereserveerd. Deze bedragen zijn bedoeld als dekking voor langdurige kapitaalslasten (25 jaar). Dit gaat dan om investeringen om het gebied van wonen, zorg, verduurzaming en verkeer. Nadere spelregels over de aanwending van deze gelden stellen we nog op. De investeringsruimte die dit ‘fonds’ biedt wordt bepaald door de rentestand. Met de huidige rente staat € 0,5 miljoen aan dekking voor een investering van circa € 8,5 miljoen. Per 2026 is er dus ruimte om met deze dekking circa € 34 miljoen te investeren.
Loopt de rente de komende tijd verder op, dan heeft dit invloed op de investeringsruimte vanuit dit ‘fonds’. In het geval van investeringen in grond of panden bedoeld voor sloop+nieuwbouw, loopt dit via het grondbedrijf als bijschrijving op de boekwaarde. Positieve en negatieve saldi op een ontwikkeling worden dan verrekend met de reserve grondbedrijf. Op het moment dat het saldo van de reserve grondbedrijf en de risico’s binnen het grondbedrijf met elkaar in evenwicht zijn, ontstaat er ruimte om de reserve af te romen en op die manier vanuit het grondbedrijf bij te dragen aan ander beleid. Zoals nu voorzien (doorrekening grondbedrijf februari 2022) ontstaat hier pas vanaf 2026 voor het eerst ruimte voor. Worden er binnen het grondbedrijf extra investeringen gedaan, dan heeft dit invloed op de mogelijkheden voor een afdracht vanuit de reserve.
5.4
Herijking van de Omgevingsvisie
De verwachting is dat de vaststelling van de Omgevingsvisie halverwege 2023 plaatsvindt. Daarmee worden alle vigerende gemeentelijke beleidsnota’s die gaan over de fysieke leefomgeving, gezien als programma bij de Omgevingsvisie. Uit de vorige paragraaf is gebleken dat het maken van die programma’s (lees: uitwerkingen) gewoon doorgaat. Bij vaststelling van sectoraal beleid maken we de koppeling met de Omgevingsvisie. Dat geeft aan de Omgevingsvisie en bijbehorend programma nooit een statisch document zal zijn. Elke vier jaar, in het laatste jaar van het college, zal een beknopte tussenevaluatie plaatsvinden en stellen we de Omgevingsvisie bij, zodanig dat teksten nog kloppen en verwijzingen naar beleidsnota’s actueel blijven. Elke 10 jaar zal er echter een volledige herijking van de Omgevingsvisie plaatsvinden. Kijkend naar het verleden, weten we dat er veel kan veranderen in tien jaar, waardoor ook doelen en ambities kunnen veranderen. En misschien kunnen we dan wel vaststellen dat we een heel eind op weg zijn naar stip op de horizon in 2050. En dat we een koersvaste gemeente zijn gebleken.
37
GERAADPLEEGDE BRONNEN Anteagroup, OER (omgevingseffectrapportage) bij de Omgevingsvisie Middelburg (6 mei 2022). Bos, Bosch, Landschapsatlas van Walcheren, inspirerende sporen van tijd (2008). Bosch en Slabbers, Handreiking Zeeland (2012). Bosma, Architectuur en stedebouw in oorlogstijd, de wederopbouw van Middelburg (1988). BVR, Kwaliteitsatlas Middelburg 2030 (1998). College van Rijksadviseurs, Via Parijs. Een ontwerpverkenning naar een klimaatneutraal Nederland (2019). Dekker, Van Gent e.a., Middelburg, Gezicht van de stad (2017), pp 16, 61, 69, 150, 171. Gemeente Middelburg, Bouwstenen voor de Omgevingsvisie Middelburg 2050 (2021). Gemeente Middelburg, Kwaliteitsatlas (herzien, 2010). Gemeente Middelburg, Implementatieplan Middelburgs model 2021-2023. Gemeente Middelburg, Verslagenbundel van participatie Omgevingsvisie Middelburg (2022). Gemeente Middelburg, Toekomstbeeld bestemming Zeeland 2030. Gemeente Veere, Vlissingen, Middelburg, Schouwen-Duiveland, Concept Regiovisie Veere, Veere, Vlissingen, Schouwen-Duiveland (voorjaar 2022). MaGRID, Biodiversiteit in de gemeente Middelburg: actuele waarden en kansen (mei 2022). Provincie Zeeland e.a., Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030. Provincie Zeeland, Omgevingsvisie Zeeland (2021). Provincie Zeeland e.a., RES 1.0. Rotmans Jan, Omarm de chaos (2021).
Snelcommissie Walcheren, Het Nieuwe Walcheren (reconstructieplan Walcheren) (1946). Sterk Consulting, Toets concept-Omgevingsvisie Middelburg 2050 (versie 1.0, 12 sep 2022), 19 okt 2022. ZLTO-visie Walcheren (2021).
38