AB 2023 02 28 Bijlage 1 Voorontwerp Omgevingsvisie Middelburg 2050 - DEF
Tekst van het document
Middelburg 2050 De koers van Middelburg
Omgevingsvisie gemeente Middelburg Voorontwerp, januari 2023
1
Vooraf: Voor u ligt het voorontwerp van de Omgevingsvisie. Dat is een eerste versie die wij graag informeel aan u willen voorleggen, voordat de ontwerp-Omgevingsvisie wordt gemaakt en vrijgegeven ter inzage. In het voorontwerp staan nog weinig afbeeldingen, geen foto’s en voor dit document is ook nog geen layout opgemaakt. Reacties op het voorontwerp kunnen worden gericht aan het college van B&W van Middelburg. In deze visie wordt gesproken over Middelburg en stad, als de hele gemeente wordt bedoeld. Dat betekent geenszins dat de dorpen en het buitengebied er minder toe doen, het heeft puur te maken met leesbaarheid. Als overal ‘gemeente Middelburg’ of ‘onze gemeente’ zou worden geschreven, wordt de tekst minder pakkend. De leidende principes, zoals ‘een gezonde stad’ hebben nadrukkelijk betrekking op de hele gemeente.
2
SAMENVATTING Hoe ziet de leefomgeving van ons en onze (klein)kinderen eruit in 2050? Dat is de centrale vraag van deze Omgevingsvisie voor de gemeente Middelburg. Het is een zoektocht geweest naar de ‘stip op de horizon’ en de koers die Middelburg moet varen. In totaal heeft deze zoektocht tweeëneenhalf jaar geduurd. Er zijn door bewoners en scholieren brieven aan de toekomst geschreven en tekeningen voor de toekomst gemaakt. Er zijn dialoogavonden geweest, schetsateliers en een tentoonstelling in de schouwburg. En vele gesprekken met jongeren, stakeholders en vakspecialisten. Daarnaast is er een extern advies gegeven over de omgevingseffecten van de drie toekomstbeelden die in het najaar van 2021 zijn gepubliceerd. Uit dit alles is de Omgevingsvisie gekomen die voor u ligt. Hierin zijn de belangrijkste opgaven voor de toekomst benoemd en de richting die Middelburg daarin kiest. Om te weten waar we naartoe willen, is het goed te weten waar we vandaan komen. Wat zijn de typische kenmerken van de gemeente Middelburg, waarin ligt onze kracht? Veel mensen geven aan dat vooral de landschappelijke eenheid van Walcheren waardevol is. Daarbij gaat het om de diversiteit in landschapstypen en verschillende steden en kernen die op Walcheren te vinden is. Groen en natuur zijn in de directe omgeving te vinden.
Specifiek voor Middelburg worden waarden genoemd die rechtstreeks voortkomen uit onze geschiedenis: een breed aanbod van onderwijs, diensten en cultuur; een monumentenstad met gezelligheid en evenementen. Op sociaal gebied wordt Middelburg hartelijk en gastvrij genoemd en wordt de kleinschaligheid en de sociale cohesie gewaardeerd. Deze kernwaarden zijn belangrijk om te behouden en te versterken. We houden ze als het ware als een spiegel tegen alle ambities aan. De ambities komen voort uit de grote opgaven die we als gemeente – en als samenleving – de komende decennia hebben. Voor de gemeente Middelburg liggen de grootste opgaven op het gebied van welzijn, wonen, beroepsbevolking, energietransitie en meer algemeen circulariteit en klimaatadaptatie en biodiversiteit. De komende decennia zullen we onze kernwaarden koesteren en versterken. Dat gaat niet vanzelf. De aantrekkelijkheid van het landschap, ons erfgoed, de relatief goede infrastructuur, cultuur… dat zijn aspecten waarvoor we ons best moeten doen en die soms scherpe beleidskeuzes vragen. Daarnaast zal Middelburg groeien: er komen tot 2039 nog ruim 1000 extra woningen bij, bovenop de geplande; we ontwikkelen nog één nieuw bedrijventerrein (Trekdijk) en nog een groot vakantiepark (Waterpark) en we zullen fors moeten innoveren in mobiliteit en in onze economie.
De grote vraag is hoe je deze groei op een goede manier stuurt. Daarvoor zijn een drietal principes leidend: 1.
Gezonde stad
2.
Compacte stad
3.
Circulaire en groene stad
Een gezonde stad is een stad waarin veel plek is voor ontmoeting, waarin de groene lobben een hogere belevingswaarde, gebruikswaarde en ecologische waarde hebben gekregen en waarin een sterke fiets- en wandelinfrastructuur ervoor zorgt dat men zich snel, veilig en aangenaam door de gemeente kan bewegen. We transformeren van een autostad naar een stad waarin er meer mogelijkheden zijn: een ‘people mover’, oproepbare buurtaxi’s, goede fietsvoorzieningen. Voor het zoeken naar woningbouwlocaties wordt er in eerste instantie gekeken naar binnenstedelijke herstructureringen en verdichtingen. Dat is de keuze voor een compacte stad. Herbestemming en meervoudig ruimtegebruik zijn daarbij sleutelwoorden. Vanzelfsprekend is er wel een grens aan verdichting en hoogbouw. Middelburg heeft een fijn leefklimaat en dat koesteren we. Dat betekent dat er nog wel een uitbreidingslocatie gezocht moet worden voor de woonopgave. De woonvormen moeten volledig aansluiten 3
op de vraag, dat betekent meer levensloopbestendig, meer sociale huur bij voorzieningen en meer flexwonen. De grootste uitdaging zal zijn om in 2050 volledig circulair te worden. Daarin heeft de gemeente een voorbeeldfunctie. De gemeente initieert en faciliteert initiatieven zoals het warmtenet Dauwendaele en Smart Grid Arnestein en werkt beleid uit om klimaatadaptief en natuurinclusief te bouwen. Om in 2050 een gezonde, compacte en circulaire stad te hebben, hebben we iedereen nodig. Investeren in een integrale wijkaanpak geeft bewoners meer kracht voor het omzien naar elkaar en met elkaar bouwen aan een plezierige woonomgeving. Plannen komen participatief tot stand. De uitwerking van de Omgevingsvisie zal niet alleen op thema’s gebeuren, maar ook per wijk of kern. De wijkanalyses en wijkvisies zijn dan de basis onder de deel-omgevingsplannen. Dit geeft aan dat de Omgevingsvisie niet een statisch document is. Bij vaststelling van sectoraal beleid wordt de koppeling met de Omgevingsvisie gemaakt. Elke 10 jaar vindt een volledige herziening van de Omgevingsvisie plaats.
4
INHOUD 1.
Waarom een Omgevingsvisie? 1.1 Verplichting vanuit de Omgevingswet 1.2 Terugkijken en vooruitkijken 1.3 Integraal 1.4 Uitwerking van de visie in een Omgevingsplan 1.5 Lokaal versus regionaal 1.6 Uitgebreid participatieproces
2.
Het verhaal van Middelburg 2.1 Een stukje geschiedenis 2.2 Stad in de delta 2.3 Monumentenstad die bruist 2.4 Hartelijk en gastvrij 2.5 Stad in een groene omgeving
3
Trends en opgaven 3.1 Welzijn 3.2 Wonen 3.3 Beroepsbevolking 3.4 Energietransitie 3.5 Circulaire transitie 3.6 Klimaatadaptatie 3.7 Biodiversiteit
4
De koers van Middelburg 4.1 Koester wat je hebt 4.2 Werken aan evenwichtige groei 4.3 Leidend principe 1: Gezonde stad 4.4 Leidend principe 2: Compacte stad 4.5 Leidend principe 3: Circulair en groene stad
5
Realisatie 5.1 Participatie en wijkgericht werken 5.2 Uitwerken tot Omgevingsplan 5.3 Financiële onderbouwing 5.4 Herijking van de Omgevingsvisie
Geraadpleegde bronnen Bijlagen 1
OER bij de Omgevingsvisie Middelburg (Antea Group, mei 2022).
5
HOOFDSTUK 1
WAAROM EEN OMGEVINGSVISIE?
‘Wat voor Middelburg laat u na aan uw (klein)kinderen?’ en ‘Hoe moet het Middelburg waarin jouw kinderen in 2050 opgroeien eruitzien?’ Twee vragen die we aan heel veel inwoners, ondernemers en bezoekers van Middelburg gesteld hebben. En vragen die ook heel wat ambtenaren van de gemeente Middelburg flink hebben uitgedaagd. Want eenvoudig te beantwoorden zijn deze vragen niet. Maar goede vragen, dat zijn het wel. Vragen die verbeelding verbinden met kennis. Ieders antwoorden geven richting aan gedragen ontwikkelingen in onze gemeente. Alle perspectieven en alle aanwezige en verkregen kennis in dit proces komen samen in de Omgevingsvisie van Middelburg. De Omgevingsvisie is het plan hoe onze fysieke leefomgeving er in 2050 uit zou kunnen zien. Wat moet ons grondgebied dan bieden om prettig te kunnen leven, wonen, studeren, werken en recreëren? Hoe ziet dat eruit? Wat betekent dat voor de gebouwen, het water, de lucht die we inademen, de bodem, de natuur in- en buiten onze steden en dorpen, de straten en wegen? De Omgevingsvisie geeft ons houvast. Initiatieven die de gemeente zelf ontplooit of die door inwoners en ondernemers worden aangedragen kunnen we toetsen aan dit toekomstbeeld.
Dragen de initiatieven bij aan de omschreven ontwikkelrichting? En als dat zo is, kunnen we als overheid dan zorgen dat het vergunningentraject vlot verloopt? Kunnen we die initiatieven als overheid dan ook stimuleren en versnellen?
1.1
Verplichting vanuit de Omgevingswet
De Omgevingsvisie is één van de instrumenten van de Omgevingswet. Het Rijk, twaalf provincies en alle Nederlandse gemeenten moeten er één maken. n de Omgevingsvisie worden de hoofdlijnen beschreven van de bestaande kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de voorgenomen ontwikkelingen en het te voeren beleid beschreven (artikel 3.2 van de Omgevingswet). Hiernaast is in de Omgevingsvisie rekening gehouden met de vier milieubeginselen (artikel 3.3 van de Omgevingswet): Het voorzorgbeginsel, het preventiebeginsel, het beginsel dat aantasting van het milieu bij voorrang aan de bron dient te worden bestreden en het beginsel dat ‘de vervuiler betaalt’. De visie van Middelburg kijkt vooruit tot 2050, net zoals de nationale (NOVI) en Zeeuwse visie (POVI). Die tijdsspanne bestrijkt dus bijna dertig jaar, zeg maar één generatie. Onze Middelburgse visie past binnen de kaders van deze twee belangrijke richtinggevende documenten.
1.2
Terugkijken en vooruitkijken
We kijken even terug naar 1998. Toen verscheen een ambitieus toekomstbeeld met de Kwaliteitsatlas ‘Middelburg 2030’ van Riek Bakker (bureau BVR). De visie schetst een vernieuwd stationsgebied als nieuw hart van de stad, groei van de werkgelegenheid, nieuwe woonlocaties, aandacht voor natuur en landschap en versterking van het verblijfstoerisme. Dat leidt vervolgens tot de wens van 56.000 inwoners in het jaar 2030 (aantal inwoners in oktober 2022 is 50.000). Het meest in het oog springt het verbinden van Middelburg en Arnemuiden met het Veerse Meer, één van de weinige voorgestelde ingrepen die niet heeft plaatsgevonden. De ervaring leert, dat een visie na tien jaar wat fijner bijgesteld kan worden. Dan is er meer zicht op de daadwerkelijke ontwikkelingen en trends, binnen- en vooral ook buiten de gemeente, tot op wereldschaal. Vanaf 2010 geeft de ‘herijking van de Kwaliteitsatlas’ dan ook richting aan de ontwikkelingen. Groei is niet 6
langer het belangrijkste streven, maar er wordt ingezet op kwaliteit, groei en realisme. Er is waardering voor de oorspronkelijke Kwaliteitsatlas die Middelburg veel heeft gebracht: ‘Dat het Middelburg lukt om (nog steeds) nieuwe inwoners te trekken heeft te maken met de aantrekkingskracht van onze stad, met het positieve imago, met de ontwikkelingen van voorzieningen en met de succesvolle strategie met betrekking tot nieuwbouw die met de Kwaliteitsatlas is ingezet’. De in 1998 ingezette lijn zetten we voort, maar in de herziene versie wordt wel een aantal bouwlocaties geschrapt of verkleind en er komt meer aandacht voor sociale aspecten gekoppeld aan de woonservicezones. De beide Kwaliteitsatlassen geven inzicht in de ruimtelijke ontwikkelingen die onze gemeente in bijna vijfentwintig jaar heeft doorgemaakt. Nu is er weer behoefte aan een nieuwe visie die ons houvast geeft. Dat houvast, die richting, die is nodig in een tijd van chaos die zich kenmerkt door grote maatschappelijke uitdagingen waarin alle sectoren in transitie zijn, wat gepaard gaat met veel onzekerheid. De mondiale en andere ontwikkelingen waar we weinig grip op hebben gaan snel en om als gemeente (en gemeenschap) adequaat te reageren is een heldere visie een belangrijk ijkpunt. Samen, in dialoog met inwoners en andere stakeholders, om zo een breed palet aan perspectieven op tafel te krijgen.
In deze Omgevingsvisie laten we de doorgaande lijn van beide versies van de Kwaliteitsatlas niet los. Wat opvalt, is dat de thema’s energietransitie en duurzaamheid eerder maar sporadisch werden benoemd. Terwijl dat nu ‘hot items’ zijn waar we niet omheen kunnen. Ook het sociale domein is veel meer geïntegreerd in deze toekomstvisie over de fysieke ruimte van de gemeente Middelburg. De Kwaliteitsatlas en diverse ‘losse’ beleidsstukken kunnen nu in het archief worden opgeborgen omdat dit beleid nu in deze visie is opgenomen. Bijvoorbeeld de beleidsvisie stadslandbouw, de kampeernota, de documenten ‘Middelburg over 10 jaar’ en ‘Middelburg in dialoog’ en de uitkomst vanuit de heroriëntering gemeentelijke taken komen te vervallen. Diverse andere beleidsnota’s blijven wel apart bestaan, maar de hoofdlijnen daarvan zijn ook opgenomen in de Omgevingsvisie. Denk daarbij aan beleid op het gebied van wonen, welzijn, milieu, openbaar groen, verkeer, parkeren, archeologie, cultuur en gezondheid.
1.3
Integraal
Onze fysieke omgeving is onlosmakelijk verbonden met het sociaal domein. Voor inwoners is dat vanzelfsprekend: in een park of op de hoek van de straat hoort een bankje om uit te rusten of te kunnen kletsen met de buurman. Zorgen voor elkaar kan niet zonder een wijkcentrum met sociale functies in het hart van de wijk. Bereikbaarheid, ook voor minder mobiele mensen, stelt hen in staat om mee te doen in de maatschappij. De historie van de stad klinkt door in het heden en moet ook in de toekomst voelbaar, tastbaar en zichtbaar blijven. De enigszins geforceerde scheiding met aparte budgetten die de overheid hanteert tussen ‘fysiek’ en ‘sociaal’, bestaat voor inwoners en gebruikers van onze ruimte niet. Bij deze Omgevingsvisie zijn de ervaren kernkwaliteiten en integraliteit het uitgangspunt.
1.4
Uitwerking van de visie in een Omgevingsplan
De Omgevingsvisie van Middelburg wordt stap voor stap verder uitgewerkt in concrete regels die gelden voor het gebruik en de inrichting van een specifiek gebied zoals een dorp of wijk. Middelburg doet dat door eerst - met inbreng van inwoners - wijk- en dorpsvisies te maken. Als voor alle gebieden uitwerkingen zijn gemaakt, monden die uiteindelijk uit in één Omgevingsplan voor de gemeente. Dit gemeente-brede Omgevingsplan moet uiterlijk in 2029 afgerond zijn. Dit plan vervangt dan de huidige bestemmingsplannen, die bij de invoering van de Omgevingswet overgaan in een tijdelijk deel van het Omgevingsplan.
1.5
Lokaal versus regionaal
Samen met de gemeenten Veere en Vlissingen vormt Middelburg de regio Walcheren. Ooit was dit een eiland: een geografisch afgebakend gebied. Nog steeds is het een regio waarin de drie gemeenten elkaar 7
aanvullen als het gaat om wonen, werken, recreëren en voorzieningen. Ondanks het feit dat elke gemeente haar eigen visie maakt kan ieders blik dus niet beperkt blijven tot alleen die van de eigen gemeente. Vooral over ‘grensoverschrijdende onderwerpen’ als mobiliteit, natuur en landschap, klimaatadaptatie, energietransitie en recreatie is door de projectleiders frequent onderling afgestemd. Ook zijn de conceptvisies met elkaar vergeleken en waar mogelijk op elkaar afgestemd. Hieruit zijn de ‘Walcherse ambities’ voortgekomen die in hoofdstuk 4 zijn opgenomen bij de betreffende thema’s.
1.6
Uitgebreid participatieproces
Een uitgebreid participatieproces vormt een rode draad in de totstandkoming van de Omgevingsvisie. Dit proces is halverwege 2020 al gestart met ‘Teken voor de Toekomst’ en ‘Brief aan de Toekomst’. We hebben daarbij vooral (maar zeker niet alleen) jongeren uitgedaagd om hun beeld van Middelburg in 2050 met ons te delen. Deze ‘opdracht’ draaide om de vragen die aan het begin van dit hoofdstuk geformuleerd zijn. ‘Wat voor Middelburg laat u na aan uw (klein)kinderen?’ en ‘Hoe moet het Middelburg waarin jouw kinderen in 2050 opgroeien eruitzien?’
Afbeelding: Eén van de vijftig ‘tekeningen voor de toekomst’ die zijn ingestuurd.
In het voortraject hebben meer dan zeshonderd Middelburgers in diverse bijeenkomsten geholpen om te komen tot de acht belangrijkste kernkwaliteiten van de gemeente. Zie ook hoofdstuk 2 van deze visie. Het label ‘kernkwaliteit’ houdt in dat deze eigenschappen in de toekomst behouden moeten blijven en als dit mogelijk is zelfs nog verder versterkt moeten worden. Daarmee vormen deze kwaliteiten niet alleen een vertrekpunt van de Omgevingsvisie maar ook een belangrijke spiegel voor alle ontwikkelingen. Behalve de kernkwaliteiten heeft de raad ook vastgesteld over welke grote opgaven de Omgevingsvisie moet gaan, zoals wonen, klimaat en samenleven. Vervolgens zijn er zeventien thema’s of bouwstenen benoemd, waarvan analyses zijn gedaan. De ambities per bouwsteen waren onderwerp van de online dialoogtafels op vier intensieve avonden in januari en februari 2021. Midden in de coronapandemie zijn deze groepsgesprekken met een breed publiek digitaal gevoerd. De opgehaalde informatie vormde input voor zogenaamde ‘inspiratie-ateliers’ over vijf overkoepelende thema’s. Daarin zijn toekomstschetsen gemaakt over: wonen, werken, samenleven, klimaat & energie en natuur & landschap. In juli 2021 zijn gemeenteambtenaren hierover in gesprek gegaan met inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden in de Schouwburg van Middelburg.
8
De volgende en laatste stap was het opstellen van drie integrale scenario’s, waarin voor alle zeventien thema’s concrete keuzes zijn gemaakt. Dit leverde drie mogelijke toekomstbeelden op: ‘Groen’, ‘Compleet’ en ‘Sterke wijken en dorpen’. Ook hierop kon weer een reactie worden gegeven, waarvoor vooral het digitale participatieplatform doemee.middelburgers.nl is ingezet. Op dit platform is het hele participatieproces van de Omgevingsvisie gedocumenteerd. Parallel aan de uitgebreide participatierondes heeft Antea Group een informele omgevingseffectrapportage gemaakt. Daarin zijn de integrale toekomstbeelden met elkaar vergeleken op de onderdelen ‘natuurlijk en historisch kapitaal’, ‘gezonde leefomgeving’, ‘duurzaamheid’, ‘wonen en voorzieningen’ en ‘economische omgeving’. Uiteindelijk heeft al deze opgehaalde informatie, samen met de ingebrachte vakkennis, geleid tot één visie voor de fysieke leefomgeving: Middelburg 2050. Wij wensen u veel leesplezier en herkenning toe!
Afbeelding: Voor de Omgevingsvisie zijn eerst drie mogelijke toekomstbeelden uitgewerkt, waarmee de gesprekken met bewoners en stakeholders zijn gevoerd. Links: scenario ‘groen’: Het is goed wonen in Middelburg, de stad is groen en koel. In de binnenstad zijn geen auto’s te zien. Vrijkomende grondstoffen worden gebruikt voor nieuwbouw. We produceren zoveel mogelijk lokaal. Er is veel bos aangeplant. Er is ruimte voor water en de daken zijn groen. Midden: scenario ‘compleet’: Middelburg is gegroeid, er is sprake van inbreiding, uitbreiding en hoogbouw. We zien een groene ‘bovenstad’ en een groot stadspark tussen Middelburg en Vlissingen in. Het kanaal is een economische drager. We zien people movers en watertaxi’s. We zijn een innovatieve onderwijsstad. Rechts: scenario ‘sterke dorpen en wijken’: Het voorzieningenniveau in de dorpen en wijken ligt hoog. We zorgen voor elkaar en produceren lokaal. Er is ruimte voor bijzondere initiatieven en er zijn veel collectieve ruimten voor bijvoorbeeld ontmoeting.
9
HOOFDSTUK 2
HET VERHAAL VAN MIDDELBURG
“Waarom woont u graag in de gemeente Middelburg?” vroegen wij mensen op straat. Antwoorden die wij kregen, waren: Het is een mooie stad. Het buitengebied is mooi groen. We wonen dicht bij het strand en het Veerse Meer. In Arnemuiden liggen mijn wortels. Het is gezellig. Middelburg is een relatief kleine stad en die kleinschaligheid in combinatie met de nodige voorzieningen, spreekt mij aan. Het is een stad met een verhaal… Dat verhaal van Middelburg bepaalt natuurlijk onze identiteit. En dat verhaal heeft verschillende lagen.
2.1
Een stukje geschiedenis
Middelburg ontstond al in de negende eeuw, toen werd op een ‘knooppunt’ van kreekruggen 1 de ringwalburg gebouwd, die nog steeds terug te vinden is in de Middelburgse plattegrond. De ringwalburg moest de bewoners beschermen tegen de Vikingen, die toen de lage landen onveilig maakten. De delta van Rijn, Maas en Schelde, het gebied dat wij nu de Zuidwestelijke Delta noemen, bestond in de negende eeuw uit tientallen eilanden en eilandjes. Walcheren was één van de eilanden en goed bereikbaar door de stroomgeul het Sloe. Het land was een schorrengebied, dat tot omstreeks 800 regelmatig overstroomde, maar naarmate het schor verder aangroeide, steeds bewoonbaarder werd. In de twaalfde eeuw legde men een ringdijk om het eiland Walcheren, om de regelmatige overstromingen te weren. Middelburg lag aan de Sloegeul en was daardoor goed bereikbaar per schip. In 1217 werd door Graaf Willem II een eerder (ouder) verleend stadsrecht herbevestigd. Met de verkregen stadsrechten mocht toen een muur bouwen om zich te verdedigen, mocht een eigen bestuur instellen en markten organiseren. De stadsrechten zorgden er ook voor dat Middelburg een veilige thuishaven waren voor vluchtelingen. Iedereen kan hier zijn wie hij/zij is. Arnemuiden volgde met stadsrechten in 1574. In deze tijd veranderde de maatschappij ingrijpend.
De tachtigjarige oorlog (1568 tot 1648) was begonnen en tegelijkertijd ontstond er een bloeiende wereldhandel. Amerika was ontdekt en er werden koloniën gesticht. Middelburg werd een rijke stad: de Gouden Eeuw was begonnen. Middelburg was na Amsterdam de tweede havenstad van Nederland. De rijkdom van toen is nog goed af te lezen van onze kades, met de oude pakhuizen en herenhuizen uit de 16e en 17e eeuw. In het buitengebied werden honderden buitenplaatsen en landgoederen gesticht. Walcheren ontleent daar nog altijd de naam ‘Tuin van Zeeland’ aan, hoewel maar weinig landgoederen bewaard zijn gebleven… Na de gouden eeuw brak er namelijk juist een periode van armoede aan. Doordat de dynamiek van het water afnam, verzandde het Sloe en werd Middelburg minder goed bereikbaar. Het havenkanaal - dat in 1532 was gegraven - en de rivier de Arne konden dat maar deels verhelpen. En de oorlog met het Franse rijk van Napoleon kostte ook veel geld. Houtopstanden werd gekapt en verbrand, waardoor bijna alle landgoederen verdwenen. De vestingwerken werden niet meer onderhouden en Middelburg liet werklozen de bolwerken afgraven, de vestingwerken werden stadsparken. Het economische keerpunt kwam toen de industrialisatie begon en er overal in Nederland spoorwegen werden aangelegd. Om een spoorverbinding te krijgen met Goes, moest het Sloe worden afgedamd.
Dat betekende dat het in het begin van de negentiende eeuw tussen Veere en Middelburg aangelegde kanaal werd doorgetrokken in de richting van Vlissingen, om zo de waterverbinding te behouden. In 1871 waren beide grote klussen geklaard. De strategische ligging van Walcheren werd juist een bedreiging in de Tweede Wereldoorlog. De Westerschelde was de toegang naar Antwerpen en wie de haven van Antwerpen in handen had, kon de militaire troepen bevoorraden. Er is dan ook veel en hard gevochten op Walcheren, waarvan de 1 Kreegrug = Een kreekrug (ook wel (getij-)inversierug) is een hoger gelegen zone in een voormalig wadgebied. Ze zijn gevormd door in geulen afgezet zand. Omdat het omringende veen door inklinken in volume is afgenomen zijn de voormalige kreken tegenwoordig duidelijk herkenbaar als verhoging in het polderlandschap.
10
overblijfselen – waaronder de Atlantikwall met antitankgrachten, tankvallen en bunkers - nog altijd te zien zijn. Middelburg werd in de Tweede Wereldoorlog op 17 mei 1940 zwaar getroffen. Een groot gedeelte van de historische binnenstad van Middelburg werd als gevolg van de door oorlogsgeweld ontstane brand verwoest. Ook aan het einde van de oorlog draaide het tijdens de Slag om de Schelde wéér om Walcheren. In een poging om de Duitsers te verjagen werd de zeewering op vier plekken op Walcheren gebombardeerd, met een overstroomd eiland tot gevolg. Alleen de binnenstad van Middelburg, de dorpskernen en de polders rondom Nieuwland en Kleverskerke en Vrouwenpolder bleven droog. Gelukkig is men na de oorlog voortvarend aan de slag gegaan met het Reconstructieplan Walcheren, waarin honderden hectares en kilometers beplantingen waren voorzien. En toen de grote naoorlogse groei van de Nederlandse steden op gang kwam, in de jaren 1960 en 1970, koos Middelburg ervoor om een zogenaamde ‘lobbenstad’ te worden, waarbij compacte stadwijken werden afgewisseld met blauwgroene vingers die tot aan de binnenstad reiken.
2.2
Stad in de delta
Middelburg heeft altijd een belangrijke plaats ingenomen in de regio. Nog meer dan Zierikzee, Veere en Vlissingen was Middelburg een belangrijke stad in een eilandenrijk, onze zuidwestelijke delta. De delta speelt niet alleen een belangrijke rol in onze geschiedenis, het bepaalt ook voor welke opgaven we nu staan: klimaatadapatie krijgt hier bijvoorbeeld een andere invulling dan op de hogere zandgronden en de energietransitie kan hier gebruik maken van andere kansen. Wanneer we de ontwikkeling van de delta in de loop van de eeuwen volgen, valt op dat het eiland Walcheren al in de 8ste eeuw ongeveer zijn huidige vorm heeft. Dit in tegenstelling tot vele andere voormalige eilanden in de delta, die nog vele malen zijn overstroomd of doorsneden met nieuwe geulen. Het oude Walcheren heeft een heldere structuur: een min of meer rond eiland met in het westen de duinen en daarachter de polder met de voormalige kreken die nu nog als ruggen in het landschap liggen. Aan de noordoostkant lag het Veerse Gat, het huidige Veerse Meer. De polders bij Nieuw- en Sint Joosland zijn uit de zeventiende eeuw en hebben de kenmerkende rechte indeling uit die tijd. Pas vanaf eind 19de eeuw is Walcheren geen eiland meer, maar via de Sloedam verbonden met Zuid-Beveland. De eenheid van het eiland Walcheren wordt door zowel bewoners als toeristen als belangrijke kernwaarde gezien.
Het gebied is relatief klein, met verschillende landschapseenheden: strand, de duinen met oude buitenplaatsen, oudlandpolder 2 met o.a. weidvogelgraslanden en (kerk)ringdorpen 3, nieuwlandpolders, Veerse Meer met jonge bossen, jonge kreken, etc. In dit afwisselende gebied liggen oude en heel verschillende steden: Veere, Vlissingen, Middelburg en Arnemuiden, elk met een eigen identiteit, maar ook elk met een nauwe relatie met het omliggende water. Kernwaarde: de landschappelijke eenheid van Walcheren Het is van groot belang om de gemeente Middelburg in relatie te blijven zien tot de gemeenten Vlissingen en Veere. De grenzen tussen de gemeenten die er bestuurlijk zijn, zijn er niet voor de bewoner of bezoeker. Binnen Walcheren, zelfs binnen Zeeland, is Middelburg van oudsher het bestuurscentrum geweest. De stad waarin het provinciebestuur is gehuisvest en die al vanaf de middeleeuwen politieke macht had. Er vormde zich een elite, die bijvoorbeeld tot uiting kwam in de vestiging van de Latijnse school in 1365. Tot de Tweede Wereldoorlog had Middelburg het imago een ambtenarenstad te zijn, waarin deftige burgers in een 2 Oudlandpolder = inpoldering van vóór het jaar 1200.
3 Ringdorp = dorp met in het midden en vaak hoog gelegen de kerk met een kerkhof. Direct daar weer rond staat
een kring van huizen en soms ook boerderijen.
11
rijk cultureel leven de toon zetten. Hoewel deze standenmaatschappij vandaag niet meer zo sterk waarneembaar is, heeft het er wel voor gezorgd dat veel overheidsdiensten en scholen juist kozen voor Middelburg om er zich te vestigen. Voorbeelden hiervan het regionaal hoofdkantoor van Rijkswaterstaat en de Rechtbank (beide al 19de eeuw), het Zeeuws archief (2000) het University College Roosevelt (2004). Bewoners geven aan dat het aanbod van onderwijs en (overheids)diensten één van de kwaliteiten van Middelburg is. Het is tegelijk ook een gewenste kernkwaliteit: Middelburg zou zich als onderwijsstad, samen met Vlissingen, verder kunnen ontwikkelen. Kernwaarde: breed aanbod van onderwijs en diensten
2.3
Monumentenstad die bruist
Middelburg is een echte monumentenstad. Op basis van het aantal geregistreerde rijksmonumenten staat de gemeente op plaats 7 van de ranglijst grote monumentengemeenten. De diversiteit van het erfgoed is groot en varieert van een middeleeuwse houten voorgevel tot het landfront Vlissingen uit de Tweede Wereldoorlog. De gemeente Middelburg kent 1159 rijksmonumenten. Aansprekende rijksmonumenten zijn: - de Middelburgse Abdij die met zijn grote plein, toren en drie kerken een voor Nederland monumentaal complex is in het centrum van de stad; - het Gotische stadhuis dat één van de fraaiste exemplaren in ons land is; - en natuurlijk de Oostkerk. Deze achthoekige koepelkerk is in Zeeland het rijkste voorbeeld van de classicistische architectuurstijl. - Het geheel van monumentale woonhuizen langs de kaaien en andere plekken langs het water. In Arnemuiden is vooral de scheepswerf en de geschiedenis als vissersplaats een belangrijk historisch gegeven. Nadat er in de Tweede Wereldoorlog veel monumenten verwoest zijn, is er gekozen voor een wederopbouw in de stijl van de Delftse school, wat de monumentale sfeer van de binnenstad benadrukt. Kernwaarde: monumentenstad
Middelburg heeft, mede doordat ze vroeg stadsrechten had en daarmee een veilige plaats was, altijd veel kunstenaars aangetrokken. En in de loop van de tijd ontstond er ook een symbiose tussen de monumentenstatus van de stad en de cultuur die daar plaatsvindt: podiumkunsten, muzikale uitvoeringen en beeldende kunst gaan goed samen met een mooie historische binnenstad. Op haar beurt lokt deze cultuur weer toeristen, waardoor er een bruisend centrum is ontstaan. Het aanbod van hotels, restaurants, (eet)café’s en winkels ligt in Middelburg hoger dan in andere Zeeuwse steden. Kernwaarde: breed aanbod van cultuur Kernwaarde: bruisende binnenstad
2.4
Hartelijk en gastvrij
Maar als mensen op straat gevraagd wordt naar de belangrijkste kwaliteiten van de gemeente Middelburg, gaat het zeker niet altijd over de functie als bestuurdersstad of de mooie monumenten. Minstens zo vaak gaat het over de sfeer. Middelburg wordt vaak als hartelijk en gastvrij betiteld. Het zijn misschien wel de mensen die de belangrijkste aantrekkingskracht zijn voor de stad. De verklaring hiervoor zou kunnen liggen in de kleinschaligheid van Middelburg, Arnemuiden en de omliggende dorpen. Veel mensen kennen elkaar. Daarin speelt religie ook een grote rol. De gemeenschapszin in de kerken zorgt voor saamhorigheid en 12
omzien naar elkaar. Alles bij elkaar leidt dit tot een hoge tevredenheid van de bewoners over hun wijk, dorp of stad. De sociale cohesie is relatief groot. Kernwaarde: hartelijk en gastvrij Kernwaarde: sociale cohesie door kleinschaligheid In dit kader is er in de gemeenteraad ook gesproken over de kernwaarde ‘rust’, als tegenhanger van ‘bruisende binnenstad’. De kwaliteit van Middelburg zit hem niet alleen in het omarmen van evenementen en drukte. Juist de plekken en momenten van rust, zorgen voor een gevoel van welzijn in de hectische samenleving.
2.5
Stad in een groene omgeving
Ten slotte noemen bewoners ‘groen’ en ‘nabijheid van natuur’ heel vaak als het gaat om de kernwaarden van Middelburg. Feitelijk is de gemeente helemaal niet zo groen. Op de ranglijst staat onze gemeente in Nederland op de 287ste plaats als het gaat om groen binnen de bebouwde kom 4. Schouwen-Duiveland bijvoorbeeld doet het veel beter. Ook als het om het aantal bomen gaat – in Middelburg 1,7 per inwoner – is onze gemeente een middenmoter. Maar toch is het gevoel van veel groen wel goed te verklaren. In het buitengebied op Walcheren is er immers een grote diversiteit aan natuurgebieden en landschapseenheden. Daarbij heeft Middelburg zich ontwikkeld als ‘lobbenstad’, wat betekent dat er grote groene zones in de stad liggen, tussen de wijken in. Eerst even het buitengebied. Zoals in paragraaf 2.1 vermeld, is Walcheren voor het grootste deel een zogenaamde oudlandpolder, omdat het al in de twaalfde eeuw bedijkt is. Het gevolg van deze vroege bedijking was, dat het land niet meer overstroomde en dus ook niet meer ophoogde door het sediment uit de zee. Sterker nog, het land klonk zelfs in door de ontwatering van het veen, wat nog werd versterkt door het opgraven van het veen voor zout- en turfwinning. Door deze ontwikkelingen zien we dat Walcheren één van de laagste polders van Zeeland is. Op veel plekken is er nog veen in de ondergrond aanwezig.
Alleen waar vroeger de kreken liepen, is de grond wat zandiger. Door inklinking van het veen zijn juist die voormalige kreken als ruggen in het landschap hoger komen te liggen. We noemen dit kreekruggen. Bij het stichten van de vele kleine dorpen op Walcheren, koos men de hoge plekken uit om op te wonen, vaak op een kruispunt van deze kreekruggen. Over de kreekruggen legde men de wegen aan en werden de boerderijen gebouwd. Terwijl de lage, venige gronden – de zogenaamde poelgronden – nauwelijks begaanbaar waren. Ze waren heel nat en zout en eigenlijk alleen te gebruiken om het vee te weiden. Deze structuur van kreekruggen en de tussenliggende lage poelgronden, is nog steeds goed waarneembaar in het landschap van Walcheren. Mede door landschapsarchitect Nico de Jonge, die in het Reconstructieplan Walcheren (1946) is uitgegaan van beplanting op de ruggen en het open houden van de poelgronden. Bij de ruilverkaveling en landinrichting van de jaren ’90 van de vorige eeuw, is dit zelfs versterkt door van de enkele poelgronden weer natuurgebieden te maken, zoals de Sint Laurense Weihoek en het gebied rond de Oude Veerseweg (zie Natuurnetwerk Zeeland op de Kwaliteitskaart). Deze natte venige gebieden zijn uitermate geschikt voor weidevogels en overwinterende vogels, belangrijke doelsoorten van ons deltagebied. Aan de noordoostkant van Walcheren ligt het Veerse Meer.
Ook dit gebied heeft na de afdamming van het Veerse Gat in 1961 een enorme transformatie ondergaan. Naar het landschapsplan van Nico de Jonge is het een natuur- en recreatiemeer geworden, omzoomd door bossen, om beslotenheid en afwisseling te creëren. Het Veerse Meer speelt een belangrijke rol voor overwinterende en doortrekkende vogels en is aangewezen als Natura2000 gebied.
13
Vanaf begin jaren ’70 was bij de Oranjeplaat een grote camping gevestigd met meer dan 1000 standplaatsen. Na een herontwikkelingsplan voor dit gebied volgde in 2014 een faillissement van de eigenaar. Onlangs heeft het gebied een nieuwe eigenaar gekregen, die er een waterrijk en groen vakantiepark van wil maken. Voor de stad Middelburg werd al in de oorlog gewerkt aan een uitbreidingsplan. Middelburg zou na mei 1940 niet alleen de binnenstad weer moeten opbouwen, maar had ook nood aan nieuwe woonwijken buiten het bolwerk. Naar het idee van stedenbouwkundige Pieter Verhagen is toen de lobbenstad ontstaan, met grote groene vingers tussen de wijken. Deze groene vingers staan de laatste decennia onder druk, omdat de stad steeds een keuze moet maken tussen inbreiden of uitbreiden. Maar ze zorgen er wel voor dat bewoners vanuit iedere wijk snel toegang hebben tot een park of sportpark. Bewoners waarderen dit groen steeds meer. Kernwaarde: groen en natuur
14
Kwaliteitskaart Middelburg 2050
M
hoofdgroenstructuur kreekruggen in oudlandpolder natuurnetwerk Zeeland groene longen nieuwlandpolders structuur van Zeeuwse hagen natura 2000/recrea�egebied Veerse Meer
M
monumentenstad Middelburg beschermd stadsgezicht geledingzone landfront stedelijk ves�ngwerk woonservicezone vliegveld Midden-Zeeland beeldbepalende molens passantenhaven verborgen kerkdorp museumwerf spoor
HOOFDSTUK 3
TRENDS EN OPGAVEN
Sinds de Kwaliteitsatlas Middelburg van 2010 is er veel veranderd. Zaten we toen in een economische crisis en werden er nauwelijks huizen gebouwd, nu ervaren we woningnood. Klimaat en energie zijn bovenaan op de agenda gekomen, sinds de wereldwijde afspraken hierover in Parijs en de energieprijzen die de pan uitrijzen.. En we maken ons zorgen over de teloorgang van de biodiversiteit en de groeiende kloof tussen arm en rijk. Maar in Zeeland ook over het wegtrekken van onze jongeren naar de grote steden om ons heen. Deze trends vragen om een aanpak, ook op gemeentelijk niveau. In dit hoofdstuk lichten we de ontwikkelingen toe die leiden tot de koers die in hoofdstuk 4 wordt beschreven.
3.1
Welzijn
Hoe groot de opgaven van de Omgevingsvisie ook zijn, welzijn is de basis van alles. Als mensen zich niet goed voelen en zich zorgen maken, bijvoorbeeld over hun gezondheid of hun bestaanszekerheid of gevoel van veiligheid, kunnen alle andere ambities die wij als gemeente beogen, hen gestolen worden. Daarom beginnen we dit hoofdstuk met de welzijnsopgave. In deze Omgevingsvisie wordt met welzijn bedoeld dat het zowel lichamelijk als geestelijk als sociaal goed gaat met een persoon. Daarbij spelen diverse factoren een rol zoals gezondheid, welvaart, vrijheid, vriendschap, veiligheid en beschikbare faciliteiten. Welzijn is ook de mate waarin mensen naar eigen wens en vermogen deelnemen en deel kunnen nemen aan de samenleving. Is aan de condities daarvoor voldaan, dan is dat de basis van waaruit mensen met anderen kunnen werken aan hun samenredzaamheid. Voor Middelburg is meer vrijwillige inzet, meer bewonersinitiatieven, meer sociale cohesie en wederkerigheid het streven. Dat laatste gaat erom dat ieder mens iets te bieden heeft en niet alleen ontvangt. Sinds 2015 zijn taken die voortvloeien uit de WMO 5 en de Jeugd- en participatiewet gedecentraliseerd naar gemeenten. Een enorme opgave, die een antwoord moet bieden aan de vergrijzing en het niet meedoen van groepen burgers en daarmee de onbetaalbaarheid van de verzorgingsstaat, die eind 20ste eeuw was opgebouwd.
Het doel is efficiëntere zorg. Het uitgangspunt is niet meer zorgen vóór, maar zorgen dát bewoners samenredzaam worden. In de praktijk ging de decentralisatie van de zorgtaken samen met een bezuiniging en kwamen veel gemeenten – waaronder ook Middelburg – in de knel. Veel aandacht is de afgelopen jaren gegaan naar de organisatorische kant van de transitie, waardoor er voor het faciliteren en stimuleren van initiatieven onvoldoende ruimte was. Ondertussen zijn de maatschappelijke opgaven sinds 2015 alleen maar groter geworden: er zijn méér cliënten die een beroep doen op jeugdzorg en WMO en de bedragen van zorgdeclaraties werden significant hoger. Om deze opgave het hoofd te bieden, zijn in de Welzijnvisie uit 2017 de volgende speerpunten benoemd: - Ontmoeten - Inclusie - Vitale wijken Deze speerpunten hebben een duidelijke relatie met onze fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 4 geeft aan hoe we deze speerpunten vertalen in de ambities voor de lange termijn, in samenhang met de andere opgaven.
3.2
Wonen
5 WMO = Wet Maatschappelijke Ondersteuning
15
Een goede, betaalbare woning voor iedereen, op een goede plek. Al jarenlang is dit het woonbeleid van de gemeente Middelburg, maar nog niet eerder in deze eeuw is die opgave zo lastig geweest. Door de sterk gestegen huizenprijzen en het krappe aanbod is een koopwoning op dit moment voor een steeds grotere groep moeilijk te krijgen, wat ook zijn weerslag heeft op de huurmarkt. Daarbij speelt ook mee dat Middelburg de afgelopen jaren om diverse redenen een beperkt aanbod van nieuwbouwwoningen had. Met ingang van 2022 neemt het nieuwbouwaanbod binnen de gemeente sterk toe, maar het probleem van de betaalbaarheid en beschikbaarheid van de woningen speelt uiteraard breder. Vanaf medio 2022 stijgen de huizenprijzen minder snel. De hogere hypotheekrente en de toenemende inflatie dragen daaraan bij. Volgens de laatste prognose van de provincie Zeeland (2022) groeit Middelburg tot en met 2039 met 3.200 huishoudens (14% erbij ten opzichte van 2020). Oftewel er zijn per jaar ongeveer tweehonderd nieuwe woningen nodig. Voor een deel zitten die in de pijplijn en worden deze de komende jaren ook gerealiseerd: de afronding van de bestaande locaties Mortiere, Veersepoort, Rittenburg en Hazenburg, maar ook nieuwbouwlocaties als Essenvelt en de eerste fase van de uitbreiding van Sint Laurens.
Daarnaast vinden er op diverse plekken binnen de stad transformaties plaats, waaronder aan de Zuidsingel, Sportlaan, Sir Winston Churchilllaan, Sardijngeulstraat en de voormalige locatie van de Morgenster. Maar ondanks de vele projecten die momenteel in voorbereiding zijn, moeten er nog geschikte locaties worden gevonden voor zo’n duizend woningen. Kwalitatief ligt de grootste opgave op het gebied van nultredenwoningen, primair bedoeld voor de oudere doelgroep (65+). Met Woongoed Middelburg is bovendien begin 2022 de afspraak gemaakt om de mogelijkheid te bieden om in de periode tot en met 2030 in totaal 750 nieuwe woningen te realiseren in de categorie sociale huur. Daarnaast bestaat er een vraag naar huurwoningen boven de ‘sociale’ grens en naar betaalbare koopwoningen. Deze laatste kunnen ook beschikbaar komen op het moment dat doorstroom van ouderen naar een geschikte levensloopbestendige woning goed op gang komt. Met de huidige bouwkosten en woningprijzen is een nieuw te bouwen betaalbare koopwoning nauwelijks haalbaar. Een minstens even grote opgave ligt op het terrein van de bestaande woningmarkt en de woningen die de komende jaren niet van eigenaar wisselen: de verduurzaming van de huidige woningvoorraad van circa 24.000 woningen. Vanwege die kosten die dat dit met zich meebrengt is hulp van de overheid hierbij onvermijdelijk.
3.3
Beroepsbevolking
De prognoses van het CBS zijn dat de bevolkingsgroep die in Zeeland het snelst zal slinken de beroepsbevolking is. Tussen nu en 2040 (dieptepunt in prognose) van 212.000 naar 190.600 personen. Dat is een daling van ruim 10% tegenover landelijk (ook een daling van) ruim 5,5%. Momenteel is die krappe arbeidsmarkt merkbaar in bijna alle sectoren: zorg, horeca, industrie, dienstverlening, etc. Een belangrijke oorzaak hiervan is de vergrijzing. In Middelburg is er een lichte groei van de groep 15 tot 30-jarigen (vergroening), maar veel sterker is de vergrijzing: de groep 60-plussers is in 10 jaar tijd met zo’n 18% gegroeid tot 14.200 in 2021. Naast vergrijzing zijn ook het wegtrekken van theoretisch opgeleiden naar andere regio’s en de druk op de woningmarkt verklaringen voor de dalende beroepsbevolking. Voor een goede omvang van de beroepsbevolking zijn belangrijk: woningen, bereikbaarheid, voorzieningen (cultuur en onderwijs) en werkgelegenheid bij rijksdiensten, organisaties, instellingen en bedrijven voor partners. De komst van nieuwe Nederlanders in onze gemeente is een kans om de beroepsbevolking te versterken.
16
Afbeelding: de trend van de afgelopen 10 jaar is dat de beroepsbevolking in Middelburg afneemt.
Woningen voor tijdelijke arbeidskrachten De opgave voor wonen is al aan bod gekomen in paragraaf 3.2. Maar een speciale vermelding daarbij is de beschikbaarheid van woningen voor tijdelijke arbeidskrachten. Momenteel werken er veel buitenlandse werknemers in de industrie, de landbouw, weg- en waterbouw, groenvoorziening en bij schoonmaakbedrijven. Het precieze aantal is niet bekend. Vaak hebben deze werknemers een tijdelijk contract of komen alleen voor het hoogseizoen. De meesten zijn niet ingeschreven in de gemeente. Middelburg heeft op dit moment geen aparte locaties waar semipermanent (midstay) gewoond kan worden, de internationale werknemers maken gebruik van het reguliere, veelal particuliere woningaanbod. Voor de woningcorporatie is het huisvesten van internationale medewerkers niet evident: ze zijn hier niet ingeschreven, kunnen geen maanden wachten op een woning en verdienen (bijvoorbeeld met zijn vieren) vaak teveel om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Bereikbaarheid In heel Zeeland is het aantal arbeidsplaatsen dat over de weg bereikt kan worden in de spits minder dan 200.000 voor de auto, de fiets en het openbaar vervoer. Dit houdt in dat de bereikbaarheid in onze regio matig is ten opzichte van de stedelijke regio’s, waar soms meer dan één miljoen bereikbare arbeidsplaatsen zijn.
Dit heeft vooral invloed op de theoretisch opgeleiden, die veel meer kansen zien in de Randstad of de Brabantse stedenrij. Middelburg en Arnemuiden hebben gelukkig een treinstation en Middelburg is daarbij overstapplaats voor bussen naar bijvoorbeeld Zeeuws-Vlaanderen en Schouwen-Duiveland. Maar voor mensen die buiten de stad Middelburg of de kern Arnemuiden wonen of werken, is de bereikbaarheid van werk of voorzieningen met het openbaar vervoer beperkt.
3.4
Energietransitie
Klimaatverandering, een stijgende zeespiegel en het schaarser worden van fossiele brandstoffen hebben ervoor gezorgd dat er wereldwijd afspraken zijn gemaakt over het verminderen van onze CO2-uitstoot. Het bekendst is het Akkoord van Parijs. In 2015 werd in die stad afgesproken maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat de opwarming van de aarde beperkt blijft.
17
Om dit te bereiken moeten alle deelnemende landen aan de bak! Nederland heeft dit uitgewerkt in de Klimaatwet. De Nederlandse Klimaatwet bevat een streefdoel van 49% minder CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990 en een einddoel van 95% minder CO2-uitstoot in 2050. In Zeeland heeft men deze opgave in 2020 uitgewerkt tot de Regionale Energie Strategie (RES 1.0). Inmiddels wordt voor de RES 2.0 60% reductie in 2030 onderzocht, want versnelling is dringend nodig. Verbruik Onze hele energieconsumptie moet drastisch afnemen. Maar de afgelopen decennia is onze energievraag juist fors toegenomen. Ongeveer 50% van de gebruikte energie is voor warmte. Het elektriciteitsgebruik neemt toe door elektrische mobiliteit, volledig elektrische verwarming door warmtepompen en straks mogelijk door de opwekking van waterstofgas, dat gemaakt wordt met elektriciteit. Duurzame energieopwekking Om energieneutraal te worden, is duurzame energieopwekking nodig. In de RES 1.0 en de Omgevingsvisie Zeeland worden de mogelijkheden van zonne-energie, wind (op zee en op land), energie uit water en biomassa genoemd. Kernenergie is een zaak van de rijksoverheid, dus is niet opgenomen in het provinciaal beleid. Een belangrijke kwestie bij duurzame energieopwekking is de opslag van energie. Bij industrieterreinen worden grote batterij-installaties verwacht, in de wijken is dit veel kleinschaliger.
Bij particulieren zou de auto of een batterij in huis gebruikt kunnen worden voor het opslaan van energie tijdens zonne-uren. Mobiliteit Door de energietransitie zal er ten aanzien van mobiliteit veel moeten veranderen. In de toekomst willen we rijden, varen en vliegen zonder uitstoot, ook wel zero-emissie genoemd. In tegenstelling tot de wens vanuit energiebesparing, is in de gemeente Middelburg het autobezit de afgelopen decennia toegenomen. Het gebruik van deelauto’s komt niet goed op gang. Bewoners vinden het openbaar vervoer ook geen goed alternatief. De exploitatie van de bus staat in Zeeland onder druk.
3.5 Circulaire transitie De klimaatafspraken in Parijs betekenen niet alleen een omslag in ons energieverbruik. Ook qua grondstoffen hebben we afgesproken in 2050 voor 95% circulair te zijn. In een circulaire stad bestaat geen afval. Dat komt doordat bewoners en bedrijven efficiënter omgaan met energie, water en grondstoffen. Fabrikanten maken slimmere ontwerpen, producten met minder materiaal en hergebruiken daar zoveel mogelijk van. Afval is dé nieuwe grondstof in de circulaire stad: alles wat Middelburgers gebruiken, hergebruiken ze steeds opnieuw. Om dit mogelijk te maken, komt er een eind aan de lijn ‘produceren, consumeren, weggooien’. In plaats daarvan maken we de cirkel rond. Zo besparen we behalve energie, water en grondstoffen ook het milieu door de CO2-uitstoot te verminderen. Door circulair te zijn, is er als het goed is ook geen uitstoot meer van verontreinigende stoffen naar bodem, lucht en water (denk bijv. aan PFAS). Steeds meer Middelburgers dragen een steentje bij aan een toekomstbestendige wereld en aan beperking van klimaatverandering. Het aantal burgerinitiatieven stijgt de laatste jaren. Middelburgers nemen zelf het heft in handen door de oprichting van energie-, zorg-, voedsel- en andere coöperaties. Juist die kleine initiatieven kunnen uiteindelijk zorgen voor een kanteling van denken.
Hoogleraar Jan Rotmans schrijft in zijn boek “Omarm de chaos” dat als 25% van de mensen een idee omarmt, het kantelpunt is bereikt. De transitie komt dan in een versnelling, waarin de overige 75% meegaat. De gemeente heeft wel een heel duidelijke voorbeeldfunctie in de grondstoffentransitie. Vooral in de bouwwereld wordt nog veel gebouwd voor een periode van zo’n 50 jaar. Er is behoefte aan een gebouw 18
met een bepaalde functie, daarna ziet men wel weer. De groei van de jaren ‘60 en ‘70 heeft er dan ook voor gezorgd dat we nu gebouwen hebben die aan het einde van hun levensduur zitten of waarvoor het heel duur wordt om ze te gaan verbouwen naar energieneutraal. Dat geldt bijvoorbeeld voor oude scholen of kantoren. De opgave is dan om te transformeren of te slopen en nieuw te bouwen, maar dan wel met langdurig (en dus flexibel) gebruik en toekomstig hergebruik van onderdelen en materialen in gedachten.
3.6 Klimaatadaptatie In de vorige paragrafen is al duidelijk geworden: wij moeten alles doen om de opwarming van de aarde af te remmen. Doen we dat niet, dan sterven diersoorten uit, komt onze voedselvoorziening in gevaar en moeten we vrezen voor overstromingen. Maar ook als we dat wel doen: we hebben al te maken met klimaatverandering. We zitten er middenin. Het jaar 2018 bracht dat aan het licht, toen we alle extremen en records in één jaar te pakken hadden: Op 3 januari 2018 deed zich de unieke situatie voor dat alle stormvloedkeringen van het land, de Hollandsche IJsselkering, de Maeslantkering, de Hartelkering, de Oosterscheldekeringen de Ramspolkering tegelijkertijd gesloten waren. In drie weken tijd deden zich in januari drie hevige stormen voor. In maart was er sneeuw en ijs en een gevoelstemperatuur van -15 graden Celsius. Op 1e paasdag was het kouder dan met de kerst. Maar mei was juist de warmste maand in drie eeuwen. Hevige stortbuien onderbraken het mooie weer en veroorzaakten op 13 en 27 mei stevige wateroverlast in Drenthe en Groningen. En toen begon de warmste en droogste zomer sinds drie eeuwen met een hitterecord in Westdorpe op 27 juli met 38,1 graden (een jaar later was het zelfs 40,6 op 29 juli). De herfst van 2018 ging de boeken is als de droogste sinds 1901.
(Bron: Dagblad van het Noorden, 26 december 2018) Van 2018 tot 2022 zijn helaas weer nieuwe droogte- en wateroverlastrecords gebroken. Klimaatadaptatie gaat over het aanpassen aan deze klimaatverandering. Het gaat dan om het omgaan met hitte, droogte, wateroverlast en overstromingsrisico. Om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn, is in Zeeland de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland (KasZ) ontwikkeld. Daarin worden tal van handvatten gegeven om vooral steden klimaatrobuuster in te richten, zoals het betrekken van klimaatadaptatie bij nieuwbouwprojecten en het vergroten van de bewustwording bij onze inwoners. Specifiek voor de gemeente Middelburg gelden de volgende aandachtspunten: Overstromingsrisico Van het bebouwd gebied zijn vooral Middelburg-Zuid en Dauwendaele en Mortiere kwetsbaar, omdat daar de overstromingsdiepte bij een dijkdoorbraak die één keer per 4000 jaar kan voorkomen, meer dan 3 meter zal zijn. Het water staat dan halverwege de eerste verdieping. Hoewel die kans dus klein is – de primaire keringen zijn op orde en worden de komende jaren zelfs nog een keer versterkt – zouden de gevolgen groot zijn: in deze wijken wonen gezamenlijk 16.000 mensen. De klimaatadaptatiestrategie is er niet op gericht om alle woningen en bedrijven uit deze gebieden te slopen, dat zou in ons deltagebied een veel te extreme maatregel zijn.
De strategie is er wél op gericht om de gevolgen te beperken door geen cruciale functies – zoals een ziekenhuis – te bouwen in de laagst gelegen gebieden en door goed en geregeld informatie te verstrekken over wat mensen in zo’n geval moeten doen voor hun veiligheid. Wateroverlast en hittestress Gek genoeg gaan risico’s op wateroverlast en hittestress hand in hand. Gebieden waar heel weinig groen is, zullen minder water kunnen vasthouden en bergen en zullen dus sneller overstromen door de overbelaste hemelwaterafvoer. Deze verharde gebieden worden in de zomer ook veel warmer, met onaangenaam hete openbare ruimtes tot gevolg. In Middelburg is vooral in de binnenstad en op Arnestein relatief weinig groen en juist veel verhard oppervlak aanwezig. 19
Droogte Droge periodes zijn niet alleen slecht voor onze beplantingen, maar in de stad vooral ook slecht voor de paalfunderingen van gebouwen. Door hout- of betonrot kunnen de funderingen slecht worden en de gebouwen gaan verzakken. Ook kan de bodem door langdurige droogte inklinken met als gevolg dat op staal gefundeerde huizen verzakken. Voor ons buitengebied is droogte een grote zorg voor de boer. Vaak gaat droogte in Zeeland hand in hand met verzilting. De beschikbaarheid van te weinig zoet water brengt de opbrengst van de gewassen in gevaar.
3.7 Biodiversiteit Nergens in Europa gaat het zo slecht met de biodiversiteit 6 als in Nederland. Momenteel is er nog maar 15 procent over van de inheemse planten- en diersoorten die we in 1900 in ons land hadden (bron: CBS). In Nederland wordt een derde van de diersoorten bedreigd. Het gaat vooral slecht met onze inheemse watervogels, zo hollen de populaties van de grutto en kievit al jaren hard achteruit. Waren er in 1960 nog 120.000 grutto's, nu zijn daar nog minder dan 40.000 van over. Ook veel bijen zitten in het nauw - 181 van de 359 bijensoorten in Nederland wordt in zekere mate met uitsterven bedreigd. Ook in Zeeland staat de biodiversiteit onder druk. “Structurele oorzaken die lastig zijn aan te pakken, zijn de depositie van stikstof, de verdroging (verergerd door klimaatverandering) en het verdwijnen van landschapselementen buiten de natuurgebieden”, aldus de natuurrapportage 2019 van Zeeland. Anno 2022 staat de stikstofproblematiek hoog op de landelijke en provinciale agenda’s. Middelburg heeft een groen karakter en de soortendiversiteit ligt in vergelijking met andere gemeenten hoog. Lokaal zijn er plekken met een lagere diversiteit (201 – 300 soorten), zoals in de omgeving van Arnemuiden en de Binnendijk. De kern Middelburg kent juist een hogere diversiteit aan soorten (meer dan 600 soorten).
Het aantal rode lijst soorten 7 concentreert zich ook in de kern van Middelburg en in de nabijheid van het Veerse Meer (bron: NDFF (2017) Soortendiversiteit in Nederland). Maar over de onderwaterfauna in het Veerse Meer zijn juist zorgen, vanwege de toenemende zuurstofloosheid in de zomer door het gebrek aan verversing en doorstroming. In de wijken zien we een groeiende belangstelling voor initiatieven gericht op het vergroenen van de wijk en het verhogen van de biodiversiteit.
6
Biodiversiteit = verscheidenheid van alle dieren- en plantensoorten
7 Rode lijst soorten = lijst van bedreigde planten – en diersoorten, hiervoor geldt een wettelijke bescherming
20
HOOFDSTUK 4
DE KOERS VAN MIDDELBURG
Waar wil de gemeente Middelburg zijn in 2050? Op welk integraal toekomstbeeld koersen we af? Daarvoor moeten we niet alleen een antwoord hebben op de grote opgaven die in het vorige hoofdstuk zijn besproken, maar we moeten vooral weten waar we zuinig op willen zijn. Want het is al goed leven in Middelburg, maar het kan nog beter…
4.1 Koester wat je hebt Middelburg is een gemeente om trots op te zijn! Niet alleen bewoners zijn positief over hun woon- en leefklimaat, ook bezoekers vinden Middelburg een aantrekkelijke stad en verblijven graag op Walcheren. Voor de doorontwikkeling tot 2050 is het goed om te weten waar die aantrekkingskracht in zit. ‘Koester wat je hebt’ houdt allerminst in dat we achterover kunnen leunen. We moeten immers wel een antwoord bieden aan de grote maatschappelijke opgaven en daarvoor is versterking en soms verandering van beleid nodig. In deze paragraaf lopen we ze in willekeurige volgorde langs. Sterke sociale cohesie Voor veel mensen is de kracht van Middelburg dat het niet zo groot is en inwoners elkaar nog kennen. Dat geldt in nog veel grotere mate voor Arnemuiden en de kernen Kleverskerke, Sint Laurens en Nieuw- en Sint Joosland. Kerkelijke gemeenschappen, een uitgebreid verenigingsleven en culturele activiteiten versterken de sociale cohesie. De gemeente vindt deze cohesie – de mate waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen – heel belangrijk. Het is één van de pijlers van geluk. Het beleid is dan ook gericht op het versterken hiervan. Erfgoed De vele monumenten van Middelburg en Arnemuiden en het beschermd stadsgezicht, vertellen het verhaal van onze geschiedenis en zorgen voor een mooie, sfeervolle binnenstad.
Dit monumentale karakter is van grote waarde, maar blijft dat niet vanzelf. Op dit moment ontbreekt het in Middelburg aan erfgoedbeleid. In navolging van deze omgevingsvisie, wordt beleid uitgewerkt waarbij ‘beschermen, benutten, beleven’ het uitgangspunt is. Om ons erfgoed te kunnen beschermen, moet er ruimte zijn voor ontwikkeling. Monumenten zijn moeilijk CO2-neutraal te krijgen, kerken komen leeg te staan en het splitsen van grote panden in kleine kamers kan de leefkwaliteit in het centrum aantasten. Tegelijkertijd is er wel behoefte aan betaalbare woningen, ook in de binnenstad. Voor erfgoed met een maatschappelijke functie dat leeg komt te staan, wordt meegedacht voor een goede functievervulling. Grote monumentale panden kunnen in bepaalde gevallen goed worden gesplitst in kleinere zelfstandige woningen, maar daarvoor gelden wel een paar regels. Instandhouding van de monumentwaarden is het uitgangspunt. De appartementen moeten bijvoorbeeld een minimale grootte hebben, om verkamering te voorkomen. Er moet buitenruimte zijn bij de woning en voldoende gelegenheid voor het parkeren of stallen van fiets of auto. Middelburg kiest ervoor om voor de monumentale panden (ca. 5% van alle gebouwen in de gemeente) een apart beleid te voeren ten aanzien van energie. Daarbij sluiten we aan bij de verduurzamingsrichtlijnen van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg.
Zonnepanelen op daken zijn soms mogelijk, maar wanneer de daken aan de straatzijde liggen, vaak ook niet. Om volledig CO2-neutraal te zijn in 2050 gaan we ervan uit dat de monumenten op een later moment gebruik kunnen maken van (groen) waterstofgas, in tegenstelling tot andere panden die dit door middel van elektrificatie of andere bronnen zullen moeten bereiken. Ook in het buitengebied liggen cultuurhistorische relicten die beschermd moeten worden en tegelijkertijd soms beter beleefd kunnen worden. De Walcherse gemeenten werken samen met de provincie en Erfgoed Zeeland aan een Kaart Cultuurhistorie Zeeland. 21
Aantrekkelijk landschap De gemeente Middelburg maakt onderdeel uit van het eiland Walcheren. Het cultuurlandschap van het oude Walcheren is relatief kleinschalig en heeft een hoge belevingswaarde. Maar vooral het geheel van zee, strand, duinen, kreekruggen, poelgronden en nieuwlandpolders, oude steden en Veerse Meer, maken Walcheren tot een zeer aantrekkelijk landschap. De uitgangssituatie van onze omgeving is dus heel goed. Dat neemt niet weg dat er grote kansen liggen om de groenstructuren en de biodiversiteit te versterken, maar daarover meer verderop in dit hoofdstuk. Gedeelde Walcherse ambitie t.a.v. Walchers cultuurlandschap: 1. 2. 3.
We sturen op vormgeving van dorps- en stadsranden in een gebalanceerde compositie van gebouwen en groen. We houden de bestaande landschappelijke waarden, water en bodem als ordenende principes aan. Alle gemeenten beschermen hun cultureel erfgoed en het Walcherse cultuurlandschap.
Rustig, maar ook bruisend Bewoners noemen rust een belangrijke kwaliteit van onze Middelburgse omgeving. En tegelijkertijd zijn de steden en het Veerse Meer aantrekkelijk voor toeristen en ontwikkelt Middelburg zich als cultuurstad en studentenstad. Daarin zit een paradox, maar wel een fijne! Hoewel het in de zomer veel drukker is dan in de winter, zal er in de binnenstad het hele jaar door reuring zijn, maar er zijn tal van plaatsen buiten en binnen de bebouwde kom, en zelfs in de binnenstad, waar het vrijwel stil is. Bij toekomstige ontwikkelingen is geluid in woonomgevingen een belangrijk afwegingscriterium. Cultuur Middelburg heeft van oudsher een rijke cultuur. In 2017 is de Kunst- en cultuurnota vastgesteld, waarin de ambitie ten aanzien van cultuur voor de periode tot 2028 is verwoord. Het gaat dan o.a. over jaarronde programmering van kunst en cultuur en het stimuleren van culturele broedplaatsen. Om dit te laten ontstaan, neemt de gemeente nadrukkelijk de maatschappelijke waarde van een (cultuur)initatief mee in haar afweging bij herontwikkelingen. We kiezen voor ‘brede welvaart’ en niet voor ‘welvaart’ als na te streven doel. Brede welvaart omvat alles wat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing, e.d.