CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

26-031 Bijlage 2. Wijzigingen op artikelniveau tussen verordening 2022 (was) en 2026 (wordt)

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Actualisatie verordening op raadscommissies (26-031 AB)16.044 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Was

Wordt

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Commissielid: lid van een raadscommissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, niet zijnde een ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.

b. Commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; c. Commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; d. Griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; e. Verdiepende commissie: een bijeenkomst in de vorm van een openbare hoorzitting, presentatie e.d. waarin raadsleden ten behoeve van hun informatievergaring in staat

b. Commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; c. Commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; d. Griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; e. Verdiepende bijeenkomst: een bijeenkomst ten behoeve van de verdiepende informatievergaring voor raadsleden en burgercommissieleden.

Toelichting

Het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers 2018 kent onder artikel 3.1 de volgende omschrijving: commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. Met deze nieuwe definitie definiëren we het begrip commissielid nauwkeuriger en sluiten we ambtenaren expliciet uit. Binnen deze definitie vallen zowel raadsleden als niet-raadsleden (burgercommissieleden) die zitting nemen in commissies. Gezien er in Middelburg niet gewerkt wordt met vaste commissieleden kan de zinsnede ‘of diens plaatsvervanger’ komen te vervallen.

Was worden gesteld vragen te stellen aan genodigden en/of het publiek; f. Fracties: de fracties van de politieke partijen, die in de gemeenteraad van Middelburg vertegenwoordigd zijn; g. Fractieassistenten: niet-raadsleden die op basis van deze verordening de fracties bij de raadswerkzaamheden assisteren.

Wordt

Toelichting

f.

Fracties: de fracties van de politieke partijen, die in de gemeenteraad van Middelburg vertegenwoordigd zijn; g. Burgercommissielid: niet-raadsleden die op basis van deze verordening namens de fracties deelnemen aan commissievergaderingen h. Technische toelichting: een bijeenkomst ten behoeve van technische informatievergaring voor raadsleden en burgercommissieleden. i. Voorzittersoverleg: een vergadering van de commissievoorzitters

Hoofdstuk 2. Instelling Raadscommissies Artikel 2. Instellen raadscommissies ex artikel 82 van de gemeentewet Er is een: 1. Raadscommissie Algemeen Bestuur (AB), waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: a) Algemene bestuurszaken b) Openbare orde en veiligheid c) Financiën d) Personeelszaken, organisatie en automatisering e) Communicatie en participatie

Artikel 2. Instellen raadscommissies ex artikel 82 van de gemeentewet Er is een: 1. Raadscommissie Algemeen Bestuur (AB), waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: a) Algemene bestuurszaken b) Openbare orde en veiligheid c) Financiën d) Personeelszaken, organisatie en automatisering e) Communicatie en participatie f) Economische zaken g) Recreatie en toerisme

De onderwerpen economische zaken en recreatie en toerisme worden van commissie RM naar commissie AB verplaatst met het doel om een gelijkwaardigere verdeling tussen de commissies te bereiken. Bovendien hebben deze onderwerpen niet per se betrekking op ruimtelijke vraagstukken. Indien dat wel het geval is, is lid 4 van dit artikel van toepassing en wordt het onderwerp geplaatst op de meest gepaste commissieagenda.

Was

Wordt

2. Raadscommissie Maatschappelijke Zaken (MZ), waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: a) Sociaal domein b) Onderwijs c) Volksgezondheid d) Cultuur e) Sport 3. Raadscommissie Ruimte (RM), waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: a) Wonen en volkshuisvesting b) Ruimtelijke ordening c) Economische zaken d) Recreatie en toerisme e) Groenbeheer f) Reiniging g) Verkeer i) Infrastructuur j) Milieu 4. Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij de voorzitters van de betrokken raadscommissies in overleg beslissen dat een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies wordt belegd of de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt. Bij projecten wordt overeenkomstig gehandeld.

2. Raadscommissie Maatschappelijke Zaken (MZ), waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: a) Sociaal domein b) Onderwijs c) Volksgezondheid d) Cultuur e) Sport 3. Raadscommissie Ruimte (RM), waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: a) Wonen en volkshuisvesting b) Ruimtelijke ordening c) Groenbeheer d) Reiniging e) Verkeer g) Infrastructuur h) Milieu

4. Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij de voorzitters van de betrokken raadscommissies in overleg beslissen dat een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies wordt belegd of de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt. Bij projecten wordt overeenkomstig gehandeld.

Toelichting

Was

Wordt

5. Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter.

5. Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter.

Artikel 3. Instellen raadscommissie ex artikel 84 van de Gemeentewet

Vervalt op deze plek.

Verplaatst naar Hoofdstuk 6 artikel 29

Artikel 4. Taken 1. De raadscommissies zoals genoemd in artikel 2 hebben de volgende taken: a) Uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede, derde of vierde lid, genoemde onderwerpen;

Artikel 3. Taken 1. De raadscommissies zoals genoemd in artikel 2 hebben de volgende taken: a) Het voorbereiden van de besluitvorming van de raad over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, eerste, tweede, of derde lid, genoemde onderwerpen; b) Uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging over de raadsagenda. c) Uitbrengen van advies aan de raad over de besluitrijpheid van de voorstellen of onderwerpen die betrekking hebben op de in artikel 2, eerste, tweede, of derde lid, genoemde onderwerpen;

Dit artikel riep verwarring op, en deze wijzigingen beogen een concretisering van de taken en mogelijkheden van de commissies. Onderdeel a geeft de belangrijkste taak van de commissies expliciet weer: het voorbereiden van de besluitvorming door vragen te stellen en het debat te voeren. Onderdeel b concretiseert de mogelijkheid van de commissie. De commissie kan de raad (via het presidium) adviseren om stukken op de raadsagenda te plaatsen. Gezien in de commissie in principe niet wordt gestemd, ziet artikel 22 van deze verordening toe op de procedure wanneer een commissielid een dergelijk advies aan de commissie voorstelt. Onderdeel c wordt toegevoegd, in lijn met de praktijk, en geeft de commissie expliciet de bevoegdheid om advies te geven aan de raad (via het presidium) over de besluitrijpheid van stukken. Verder is ook een redactionele wijziging doorgevoerd. Dit betreft een redactionele wijziging.

b)

Uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;

c) Voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten

d) Voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten

Toelichting

Was

Wordt

aanzien van de in artikel 2, tweede, derde of vierde lid, genoemde onderwerpen. 2. De verdiepende commissie heeft tot doel de raad te ondersteunen bij zijn onderzoeks- en ontwikkelingswerk voor het politieke debat en besluitvorming. De nevendoelstellingen daarbij zijn: de burgers en de politiek dichter bij elkaar te brengen, de bijeenkomsten van de raadscommissies laagdrempeliger te maken, de politiek meer gezaghebbend te laten zijn en de raadsleden een podium te bieden om zich te etaleren.

aanzien van de in artikel 2, eerste, tweede, of derde lid, genoemde onderwerpen.

Artikel 5. Fractieassistenten 1. De voorzitter van de raad benoemt op voordracht van de fractievoorzitter van elke fractie maximaal drie fractieassistenten per fractie.

Artikel 4. Burgercommissieleden 1. De voorzitter van de raad benoemt op voordracht van de fractievoorzitter van elke fractie maximaal drie burgercommissieleden en roept hen op om in de raadsvergadering de eed of de verklaring en belofte af te leggen. 2. De artikelen 11, 12, 13, 14 en 15 lid 1 van de Gemeentewet zijn op burgercommssieleden van overeenkomstige toepassing. 3. Artikel 10 van de gemeentewet is overeenkomstig van toepassing op burgercommissieleden, met de uitzondering van de bepalingen in het eerste lid dat de minimale leeftijd voor het lidmaatschap van de commissie 18 jaar is en dat men niet is uitgesloten van het kiesrecht. Voor het lidmaatschap van de commissie geldt een minimale leeftijdsgrens van 16 jaar.

2. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 lid 1 van de Gemeentewet zijn op fractieassistenten van overeenkomstige toepassing.

Toelichting

Dit artikel wordt verplaats ten behoeve van de overzichtelijkheid.

Het commissielidmaatschap is een grote verantwoordelijkheid. Het is waardevol om daar met een officiële beëdiging bij stil te staan. Ook in het kader van integriteit en de weerbaarheid van de lokale democratie is dit waardevol. Artikel 14 van de gemeentewet wordt ook van toepassing op burgercommissieleden. Dit artikel bevat de beëdiging. Zie de uitleg hierboven voor de reden achter deze wijziging. Deze wijziging geeft uitvoering aan Motie 15.m.1 Verlagen minimum leeftijd fractieassistenten die op 13 maart 2025 door de raad is aangenomen. Artikel 10 van de gemeentewet bevat enkele vereisten voor het raadslidmaatschap, waaronder de vereiste dat men de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht. Om uitvoering te

Was

Wordt

Toelichting geven aan de bovengenoemde motie is het nodig om voor burgercommissieleden een uitzondering op te nemen voor deze bepalingen uit artikel 10. De overige bepalingen in artikel 10 zijn wel van toepassing op burgercommissieleden.

3. De fractieassistenten zijn met betrekking tot vertrouwelijke informatie, die vanwege de gemeente Middelburg te hunner kennis komt, op gelijke wijze tot geheimhouding verplicht als de leden van de raad en nemen overigens dezelfde zorgvuldigheid in acht als van ieder raadslid wordt verwacht. 5. Fractieassistenten hebben het recht tot inzage in geheime stukken vanaf het moment dat zij een verklaring tot geheimhouding hebben ondertekend. 6. Het fractieassistentschap eindigt: a) Bij het einde van de zittingsperiode van de raad; b) Door een schriftelijke melding van de voorzitter van de fractie waar de fractieassistent deel van uitmaakt; c) Door een schriftelijke melding van de fractieassistent dat hij zijn werkzaamheden beëindigt.

Artikel 6. Samenstelling

4. De burgercommissieleden zijn met betrekking tot geheime informatie, die vanwege de gemeente Middelburg te hunner kennis komt, op gelijke wijze tot geheimhouding verplicht als de leden van de raad en nemen overigens dezelfde zorgvuldigheid in acht als van ieder raadslid wordt verwacht. 5. Burgercommissieleden hebben het recht tot inzage in geheime informatie vanaf het moment dat zij benoemd en beëdigd zijn. 6. Het commissielidmaatschap eindigt: a) Bij het einde van de zittingsperiode van de raad; b) Door een schriftelijke melding aan de voorzitter van de raad en de griffier van de voorzitter van de fractie waar het commissielid deel van uitmaakt; c) Door een schriftelijke melding aan de voorzitter van de raad en de griffier van het commissielid dat hij zijn werkzaamheden beëindigt. Artikel 5. Samenstelling

In lijn met het geheimhoudingsprotocol wordt de term ‘vertrouwelijk’ niet gehanteerd.

Verduidelijking

Verduidelijking

Was

Wordt

1. Alle raadsleden en fractieassistenten zijn uit hoofde van hun functie lid van alle raadscommissies. 2. In elke commissie kunnen per fractie gelijktijdig maximaal drie personen zitting hebben (naast de voorzitter).

1. Alle raadsleden en burgercommissieleden zijn uit hoofde van hun functie lid van alle raadscommissies. 2. In elke commissie mogen per fractie gelijktijdig maximaal vier personen zitting hebben (naast de voorzitter).

3. De voorzitter van de commissie kan van de fractievoorzitters verlangen om aan te geven wie namens de fractie zitting hebben in een commissie. 4. De vertegenwoordiging per fractie kan qua samenstelling tijdens de commissievergadering worden aangepast. Wisseling is toegestaan tussen twee agendapunten.

3. De vertegenwoordiging per fractie kan qua samenstelling tijdens de commissievergadering worden aangepast. Wisseling is toegestaan tussen twee agendapunten.

Artikel 7. Voorzitter 1. De voorzitters van de commissies worden door de raad uit zijn midden benoemd.

2. De voorzitter is als technisch voorzitter belast met: a) Het leiden van de vergadering; b) Het handhaven van de orde; c) Het doen naleven van deze verordening;

Artikel 6. Voorzitter 1. De voorzitters van de commissies als bedoeld in artikel 2 en hun plaatsvervanger worden door de raad uit zijn midden benoemd. 2. De voorzitter is als technisch voorzitter belast met: a) Het leiden van de vergadering; b) Het handhaven van de orde; c) Het doen naleven van deze verordening;

Toelichting

In het presidium is besproken dat het wenselijk is om het maximum van drie personen per fractie te verhogen. Het voorstel is om dit te verhogen naar vier personen. Elke fractie heeft de mogelijkheid om aan te zitten met vier personen bij een commissievergadering, gezien het maximum aantal burgercommissieleden op drie is vastgesteld. Deze bepaling wordt geschrapt om dat hier geen gebruik van gemaakt wordt en het niet waarschijnlijk wordt geacht dat deze mogelijkheid in de nabije toekomst wel noodzakelijk gaat zijn.

Was

d) Hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. 3. De raad kan de commissievoorzitter ontslaan. 4. De commissievoorzitter kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als zijn opvolger is benoemd.

Artikel 8. Griffier en commissiegriffier 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een voor de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier. 2. De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig. 3. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen voor de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet voor de griffie werkzame ambtenaar. 4. De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn. Hoofdstuk 3. Aanwezigheid burgemeester en wethouders

Wordt

Toelichting

d) Het bewaken van de vergadertijd

In de praktijk zijn commissievoorzitters al belast met het bewaken van de vergadertijd, maar het is goed om dat expliciet aan deze lijst toe te voegen.

e) Hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. 3. De raad kan de commissievoorzitter ontslaan. 4. De commissievoorzitter kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als zijn opvolger is benoemd. Artikel 7. Griffier en commissiegriffier 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een voor de griffie werkzame medewerker aan als commissiegriffier. 2. Bij iedere commissievergadering is een commissiegriffier aanwezig. 3. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen voor de griffie werkzame medewerker of, in samenspraak met de secretaris, een niet voor de griffie werkzame medewerker. 4. De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.

De term medewerker i.p.v. ambtenaar maakt het artikel iets ruimer. Hierdoor kan er geen twijfel ontstaan dat het ook mogelijk is om bijvoorbeeld een inhuurkracht in te zetten als commissiegriffier. Redactionele wijziging

Was

Wordt

Artikel 9. Burgemeester en wethouders 1. In principe zijn de burgemeester en één of meer wethouders aanwezig bij de vergadering en kunnen zij op verzoek deelnemen aan de beraadslagingen. 2. De raadscommissie kan bij aanvang van de vergadering beslissen dat de burgemeester en één of meer wethouders niet in de vergadering aanwezig mogen zijn of aan de beraadslagingen mogen deelnemen.

Hoofdstuk 4. Vergaderingen Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen Artikel 10. Vergaderfrequentie 1. De raadscommissies vergaderen in de regel 6 tot 12 dagen voorafgaand aan de raadsvergadering. 2. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.

Toelichting Het artikel in de ontwerp verordening is in strijd met artikel 21 van de Gemeentewet. Burgemeester en wethouder hebben het recht om aanwezig te zijn bij vergaderingen en deel te nemen aan beraadslagingen. Het is niet aan de raads- of commissieleden om deze rechten te beperken. Het vijfde lid van artikel 82 Gemeentewet is het schakelartikel tussen de bepalingen over de gemeenteraad en commissies luidt: “De artikelen 19 en 21 tot en met 23 zijn van overeenkomstige toepassing op een vergadering van een raadscommissie, met dien verstande dat in artikel 19 voor «burgemeester» wordt gelezen «voorzitter van de raadscommissie» en in artikel 23, vijfde lid, voor «artikel 25» wordt gelezen «artikel 86».” Het voorstel is dus om dit artikel te schrappen.

Hoofdstuk 3. Vergaderingen Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen Artikel 8. Vergaderfrequentie 1. De raadscommissies, als bedoeld in artikel 2 van deze verordening, vergaderen in de regel 6 tot 12 dagen voorafgaand aan de raadsvergadering. 2. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.

Was

Wordt

Toelichting

3. De dag na de laatste reguliere commissievergadering wordt gereserveerd op de vergaderkalender voor uitloop van de commissies.

3. De dag na de laatste reguliere commissievergadering wordt indien mogelijk gereserveerd op de vergaderkalender voor uitloop van de commissies. Indien niet mogelijk, wordt een andere passende datum gezocht.

De oude versie van dit artikel bood weinig flexibiliteit. De flexibiliteit doet meer recht aan de realiteit.

4. Verdiepende commissievergaderingen vinden plaats als daar behoefte aan is. Hiertoe worden vaste momenten in de vergaderkalender gereserveerd. Artikel 11. Oproep en agenda 1. De griffie plaatst in opdracht van de voorzitter ten minste zeven dagen voor een commissievergadering een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken op het raadsinformatiesysteem. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het door de griffie op het raadsinformatiesysteem plaatsen van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst. 3. Als na het op het raadsinformatiesysteem plaatsen van de oproep door de griffie stukken op het raadsinformatiesysteem worden geplaatst, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.

Dit artikel wordt verplaatst zodat de bepalingen over de verdiepende commissie bij elkaar staan.

Artikel 9. Oproep 1. De griffie plaatst in opdracht van de voorzitter ten minste zeven dagen voor een commissievergadering een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken op het raadsinformatiesysteem. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het door de griffie op het raadsinformatiesysteem plaatsen van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst. 3. Als na het op het raadsinformatiesysteem plaatsen van de oproep door de griffie stukken op het raadsinformatiesysteem worden geplaatst, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de

Was

4. Stukken waaromtrent op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden door de griffie achter een digitaal slot op het raadsinformatiesysteem geplaatst.

5.

6.

7.

De agenda vermeldt een onderscheid tussen bespreekpunten en hamerstukken, waarbij hamerstukken in principe zonder inhoudelijke behandeling door de commissie ter besluitvorming worden doorgeleid naar de raad. De voorzitter besluit bij het vaststellen van de voorlopige en aanvullende agenda of agendapunten als bespreekstuk of hamerstuk worden geagendeerd. Bij aanvang van de vergadering wordt de agenda vastgesteld. Op voorstel van een lid

Wordt

4.

raadscommissie en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. Stukken waaromtrent op grond van artikel 87, eerste, tweede en derde lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden door de griffie in lijn met het geheimhoudingsprotocol achter een digitaal slot op het raadsinformatiesysteem geplaatst.

Artikel 10. Agenda 1. Commissieleden kunnen de voorzitter verzoeken om vergaderstukken zoals concept-moties of concept-amendementen aan de agenda van de vergadering van de commissie toe te voegen. Bij voorkeur dienen commissieleden deze vergaderstukken via de griffie voorafgaand aan het voorzittersoverleg in. 2. De agenda vermeldt een onderscheid tussen bespreekpunten en hamerstukken, waarbij hamerstukken in principe zonder inhoudelijke behandeling door de commissie ter besluitvorming worden doorgeleid naar de raad. 3. De voorzitter besluit, in het voorzittersoverleg, bij het vaststellen van de voorlopige en aanvullende agenda of agendapunten als bespreekstuk of hamerstuk worden geagendeerd. 4. Indien één of meer commissieleden dat verzoeken wordt een hamerstuk in de

Toelichting

Dit betreft een verwerking van de wetswijziging van de gemeentewet. De verwijzing naar het geheimhoudingsprotocol wordt toegevoegd in dit artikel.

Dit artikel beoogt explicieter de agenderingsmogelijkheden weer te geven voor commissieleden. De tweede zin van het artikel beoogt commissieleden mee te geven om zo vroeg mogelijk gebruik te maken van deze agenderingsmogelijkheid, om zo bij het opstellen van de concept-agenda rekening te kunnen houden met de geagendeerde stukken. \

De wijziging in het artikel ziet toe op het steviger positioneren van het voorzittersoverleg, zoals dat ook in de praktijk gebeurt.

Een redactionele wijziging die een logischere volgorde in dit artikel beoogt.

Was

8.

of de voorzitter kan de commissie besluiten om bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toe te voegen of af te voeren. Indien één of meer commissieleden dat verzoeken wordt een hamerstuk in de commissie alsnog als bespreekstuk aangemerkt.

Wordt commissie alsnog als bespreekstuk aangemerkt.

5.

9.

Wanneer een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging wordt geacht te zijn voorbereid, kan aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies worden gevraagd. Bepaald wordt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

6.

10.

Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de volgorde van behandeling van de agendapunten worden gewijzigd.

7.

Artikel 12. Openbare kennisgeving 1. Commissievergaderingen worden op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt.

Toelichting

Bij aanvang van de vergadering wordt de agenda vastgesteld. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie besluiten om bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toe te voegen of af te voeren. Indien een lid van de commissie voorstelt om een onderwerp van de agenda af te voeren, wordt dit verzoek in stemming gebracht als een ordevoorstel. Indien een meerderheid van de aanwezige leden stemt om het voorstel van de agenda af te voeren, vraagt de voorzitter aan elke fractie die heeft aangegeven dat zij voor het afvoeren van de agenda zij om hier een verklaring voor te geven. De commissiegriffier neemt de verklaring op in het verslag en dit wordt besproken in het presidium. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de volgorde van behandeling van de agendapunten worden gewijzigd.

Artikel 11. Openbare kennisgeving 1. Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging op het raadsinformatiesysteem.

In de vorige versie van dit artikel was onduidelijkheid over hoe omgegaan moest worden met verzoeken om stukken van de agenda te halen. Aangezien dit een voorstel is dat betrekking heeft op de orde van de vergadering, is het goed om in het artikel expliciet te benoemen dat het om een ordevoorstel gaat en dat er dus ook op deze manier gestemd wordt. Tegelijkertijd is het, indien een voorstel van de agenda wordt gehaald, belangrijk om te weten waarom fracties hiervoor kiezen. Op deze manier kunnen de raad en de college geïnformeerd een besluit nemen over hoe zij hier op willen reageren.

Deze formulering is gebaseerd op de formulering in de modelverordening van de VNG en doet meer recht aan de realiteit. De vergaderingen worden namelijk op het raadsinformatiesysteem aangekondigd.

Was

Wordt

2.

De openbare kennisgeving vermeldt: a) De datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; b) De wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; c) De mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 15 en 16. 3. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.

2.

Paragraaf 2. Orde van de vergadering Artikel 13. Opening vergadering en quorum 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien van meer dan de helft van het aantal in de raad vertegenwoordigde fracties een commissielid aanwezig is.

Paragraaf 2. Orde van de vergadering Artikel 12. Opening vergadering en quorum 1. De voorzitter opent de vergadering van de commissie als bedoeld in artikel 2 op het vastgestelde uur, indien van meer dan de helft van het aantal in de raad vertegenwoordigde fracties een commissielid aanwezig is.

Toelichting

De openbare kennisgeving vermeldt: a) De datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; b) De wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; c) De mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 14 en 15. 3. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.

Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 20 is namelijk niet van toepassing op commissievergaderingen. Wel bestaat de verplichting van evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde groeperingen. Doordat in Middelburg alle raadsleden en alle commissieleden uit hoofde van hun functie lid zijn van alle Artikel 82-raadscommissies, wordt voldaan aan de verplichting van evenwichtige vertegenwoordiging. Hierbij is het ook van belang om te noemen dat strikte evenredigheid niet verplicht is. De wettelijke verplichting om voor evenredigheid te zorgen is bedoeld om een zekere mate van spreiding te garanderen tussen de verschillende raadsfracties. Om die spreiding ook in de praktijk te garanderen, regelt dit artikel dat minimaal een meerderheid van

Was

Wordt

Toelichting de in de raad vertegenwoordigde fracties een afvaardiging moet hebben in een commissievergadering.

1. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. 4. Dit artikel is niet van toepassing op de verdiepende commissie.

2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing.

Artikel 14. Presentielijst De commissiegriffier draagt zorg voor het opstellen van de presentielijst van vergadering.

Artikel 13. Presentielijst 1. De commissiegriffier draagt zorg voor het opstellen van de presentielijst van vergadering. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst, die aan het einde van elke vergadering door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening wordt vastgesteld.

Door de toevoeging in het eerste lid dat dit artikel refereert aan commissievergadering in de zin van artikel 2 wordt dit artikel overbodig. Dit artikel is daardoor ook niet van toepassing op technische toelichtingen.

Deze bepaling, die uit de VNG modelverordening komt, wordt toegevoegd. Op de camerabeelden is niet altijd precies te zien wie aanwezig zijn bij een commissievergadering. Het is dus goed om door middel van ondertekening officieel vast te leggen wie present zijn bij een vergadering, ook omdat voor commissieleden hun vergoeding wordt bepaald op basis van aanwezigheid bij commissievergaderingen.

Was

Wordt

Artikel 15. Spreekrecht burgers over geagendeerde onderwerpen 1. Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over geagendeerde onderwerpen.

Artikel 14. Spreekrecht burgers over geagendeerde onderwerpen 1. Inwoners van de gemeente Middelburg en overige burgers met een direct belang bij besluiten van de gemeente Middelburg kunnen in een vergadering van een commissie als bedoeld in artikel 2 van deze verordening het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. Daarnaast geldt deze mogelijkheid ook voor vertegenwoordigers van bedrijven of organisaties in Middelburg of met een direct belang bij besluiten in Middelburg.

Het woord kan niet gevoerd worden over: a) Een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b) Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c) Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering bij de griffie. Hij vermeldt daarbij zijn naam en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 4. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van

2.

2.

a)

b)

c)

3.

4.

Het woord kan niet gevoerd worden over: Een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering bij de griffie onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van

Toelichting

De formulering van dit artikel is aangepast omdat het onwenselijk wordt geacht dat landelijke lobbygroepen zonder directe binding met Middelburg komen inspreken. Het is waardevoller om de beschikbare inspreektijd te reserveren voor inwoners van Middelburg, ondernemers in Middelburg, of overige burgers met een direct belang bij besluiten van de gemeente Middelburg. Het is aan de voorzitter van de commissie om te bepalen of aan het criterium direct belang wordt voldaan.

De formulering wordt iets aangepast om deze meer in lijn te brengen met de modelverordening van de VNG.

Was

5.

6.

7.

8.

die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. Elke aangemelde spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. Voor het inspreken over geagendeerde onderwerpen is maximaal dertig minuten gereserveerd in de agenda. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. In bijzondere gevallen kan de voorzitter afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De spreker kan in de eerste termijn deelnemen aan de beraadslaging over het betreffende onderwerp. De bepalingen terzake in deze verordening zijn hierop van overeenkomstige toepassing.

Wordt

5.

6.

7.

die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. Elke aangemelde spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. Voor het inspreken over geagendeerde onderwerpen is maximaal dertig minuten gereserveerd in de agenda. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. In bijzondere gevallen kan de voorzitter afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter dit heeft gegeven. De voorzitter staat de deelnemers aan de vergadering toe om een korte, verhelderende vraag te stellen aan de inspreker. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. Nadat de voorzitter concludeert dat het agendapunt voldoende is besproken, biedt de voorzitter de inspreker de kans om een korte, laatste boodschap te delen met de deelnemer van de vergadering.

Dit artikel is niet van toepassing op een verdiepende commissievergadering.

Artikel 16. Spreekrecht burgers over niet geagendeerde onderwerpen

Toelichting

De formulering van dit artikel is aangepast, om zo het voornaamwoord “hem” te vermijden. Dit artikel wordt aangepast omdat het niet wenselijk is als de inspreker deelneemt aan de beraadslaging. Er is dus voor gekozen om in lijn met de huidige werkwijze en de modelverordening van de VNG dit artikel aan te passen.

Door de toevoeging in het eerste lid dat dit artikel refereert aan commissievergadering in de zin van artikel 2 wordt dit artikel overbodig. Dit artikel is daardoor ook niet van toepassing op technische toelichtingen. Artikel 15. Spreekrecht burgers over niet geagendeerde onderwerpen

Was

Wordt

Toelichting

1. Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over niet geagendeerde onderwerpen die passen binnen de commissieonderwerpen en voorstellen.

1. Inwoners van de gemeente Middelburg en overige burgers met een direct belang bij besluiten van de gemeente Middelburg kunnen in een vergadering van een commissie als bedoeld in artikel 2 van deze verordening het woord voeren over nietgeagendeerde onderwerpen. Daarnaast geldt deze mogelijkheid ook voor vertegenwoordigers van bedrijven of organisaties in Middelburg of met een direct belang bij besluiten in Middelburg.

Zie de toelichting bij artikel 15, eerste lid.

2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a) Een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep is ingediend of nog openstaat; b) Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c) Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht is ingediend of kan worden ingediend; d) Onderwerpen waarover de raad minder dan zes maanden geleden een besluit heeft genomen; e) Onderwerpen waarover minder dan drie maanden geleden door dezelfde burger het woord is gevoerd op grond van dit artikel. 3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering bij de griffie. Hij vermeldt daarbij naam en telefoonnummer en

2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a) Een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep is ingediend of nog openstaat; b) Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c) Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht is ingediend of kan worden ingediend; d) Onderwerpen waarover de raad minder dan zes maanden geleden een besluit heeft genomen; e) Onderwerpen waarover minder dan drie maanden geleden door dezelfde burger het woord is gevoerd op grond van dit artikel. 3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering bij de griffie onder vermelding van zijn naam, adres en

De formulering wordt iets aangepast om deze meer in lijn te brengen met de modelverordening van de VNG.

Was het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is in de orde van de vergadering. 5. Elke aangemelde spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. Voor het inspreken is maximaal dertig minuten gereserveerd in de agenda. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. In bijzondere gevallen kan de voorzitter afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. 7. De voorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. De inbreng van de burger wordt voor kennisgeving aangenomen, tenzij de commissie anders besluit op voorstel van de voorzitter of een lid. Dit artikel is niet van toepassing op een verdiepende commissie. Artikel 17. Audioverslag en besluitenlijst 1. Van de commissievergadering wordt een audioverslag gemaakt dat binnen 7 dagen na de vergadering is te raadplegen via de website van de gemeente.

Wordt

4.

5.

6. 7.

Toelichting

telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is in de orde van de vergadering. Elke aangemelde spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. Voor het inspreken is maximaal dertig minuten gereserveerd in de agenda. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. In bijzondere gevallen kan de voorzitter afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter dit heeft gegeven. De voorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. De inbreng van de burger wordt voor kennisgeving aangenomen, tenzij de commissie anders besluit op voorstel van de voorzitter of een lid.

Artikel 16. Videoverslag en beknopt schriftelijk verslag 1. Van de commissievergadering als bedoeld in artikel 2 wordt een videoverslag gemaakt dat uiterlijk binnen 2 dagen na de vergadering is

In de praktijk is het videoverslag binnen 24 uur beschikbaar op het raadsinformatiesysteem. De griffie heeft dit echter niet zelf in de hand, daarom

Was

Wordt te raadplegen op het raadsinformatiesysteem.

2. Er wordt een besluitenlijst van de vergadering gemaakt. De besluitenlijst wordt in ieder geval digitaal aan de commissieleden gezonden gelijktijdig met de oproep voor de volgende vergadering.

3. De commissieleden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders hebben het recht een voorstel tot wijziging te doen, indien de conceptbesluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de vaststelling van de besluitenlijst bij de commissiegriffier te worden ingediend. 4. De besluitenlijst bevat in ieder geval:

2. Er wordt aanvullend op het videoverslag een beknopt schriftelijk verslag van de vergadering gemaakt. Het beknopte schriftelijke verslag wordt in ieder geval digitaal aan de commissieleden gezonden gelijktijdig met de oproep voor de volgende vergadering. 3. De commissieleden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders hebben het recht een voorstel tot wijziging te doen, indien het conceptverslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de vaststelling van het verslag bij de commissiegriffier te worden ingediend. 4. Het beknopte verslag bevat in ieder geval:

a) De namen van de commissievoorzitter, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;

a) De namen van de aanwezige commissievoorzitter, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;

b) Een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

b) de agendapunten, en per agendapunt de personen die vooraf vragen hebben gesteld en de antwoorden die schriftelijk zijn

Toelichting wordt er één dag extra marge ingebouwd. Hierop wordt de verordening aangepast. De commissie besluit in principe niets, en de term ‘besluitenlijst’ is dus niet de geschikte term. Vandaar dat in dit artikel voor het woord ‘beknopt verslag’ wordt gekozen.

Met de intrede van de video-opnames is het overbodig om een uitgebreid verslag van de commissie op te stellen. Het is daarom dat dit artikel wordt aangepast aan de huidige werkwijze.

Was

Wordt

Toelichting

gegeven, met een link naar die vragen en antwoorden. de toezeggingen die de portefeuillehouder bij een agendapunt heeft gedaan

c) Een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers; d) Een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voerden en de tijdens de vergadering gedane toezeggingen; e) Bij het desbetreffende agendapunt de naam en hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 25 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 5. De besluitenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld, waarna deze door de voorzitter en de commissiegriffier wordt ondertekend. 6. Van een informatiebijeenkomst en verdiepende commissievergadering wordt geen besluitenlijst gemaakt. Als de bijeenkomst plaatsvindt in het stadskantoor, wordt een audioverslag gemaakt.

c)

Artikel 18. Spreekregels 1. Een commissielid, de burgemeester en een wethouder spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. 2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in het eerste lid genoemde personen vanaf een andere plaats spreken.

Artikel 17. Spreekregels 1. Een commissielid, de burgemeester en een wethouder spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. 2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in het eerste lid

d) antwoorden op vragen die niet in de commissie zelf konden worden beantwoord.

e) Het advies, als bedoeld in artikel 3, aan de raad over of het voorstel al dan niet rijp is voor besluitvorming.

5. Het beknopte verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld.

Door de toevoeging in lid 1 van dit artikel komt dit lid te vervallen.

Was

3. Een commissielid, de burgemeester en een wethouder voeren het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem gekregen te hebben. 4. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord wordt gevraagd over de orde van de vergadering. 5. Dit artikel is niet van toepassing op een informatiebijeenkomst/verdiepende commissievergadering, tenzij de voorzitter dit in het kader van een hoorzitting gewenst acht.

Artikel 19. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over een raadsvoorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist.

2. Beraadslaging over andere onderwerpen geschiedt in ten hoogste één termijn, tenzij de raadscommissie anders beslist. 3. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 4. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan één maal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.

Wordt

Toelichting

genoemde personen vanaf een andere plaats spreken. 3. Een commissielid, de burgemeester en een wethouder voeren het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem gekregen te hebben. 4. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord wordt gevraagd over de orde van de vergadering. Doordat de verdiepende commissievergadering en technische toelichting nu in een apart hoofdstuk worden genoemd, waarbij in dit hoofdstuk wordt bepaald welke artikelen uit deze verordening overeenkomstig van toepassing zijn op verdiepende commissievergaderingen en technische toelichtingen, komt deze bepaling te vervallen. Artikel 18. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over een raadsvoorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om als bespreekstuk geagendeerde raadsvoorstellen voorafgaand aan de eerste termijn kort toe te lichten. 2. Beraadslaging over andere onderwerpen geschiedt in ten hoogste één termijn, tenzij de raadscommissie anders beslist. 3. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 4. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan één maal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.

Deze wijziging wordt voorgesteld naar aanleiding van de uitkomsten van het overleg over de vergaderwijze. De wens is om het college de kans te geven om kort uit te leggen waarom het raadsvoorstel aan de raad wordt aangeboden, voordat de deelnemers hun vragen kunnen stellen.

Was

Wordt

5. Bij de bepaling hoeveel keer een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. 6. Dit artikel is niet van toepassing op een informatiebijeenkomst/verdiepende commissievergadering.

5. Bij de bepaling hoeveel keer een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

6. Als uitgangspunt geldt dat per fractie één commissielid per onderwerp het woord voert. Hier kan met toestemming van de voorzitter van worden afgeweken.

Artikel 20. Voorstellen van orde 1. Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier meteen over.

Artikel 19. Voorstellen van orde 1. Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier meteen over. Als een meerderheid van de aanwezige leden voorstemt, wordt het voorstel aangenomen.

Artikel 21. Handhaving orde en schorsing

Artikel 20. Handhaving orde en schorsing

Toelichting

Doordat de verdiepende commissievergadering en technische toelichting nu in een apart hoofdstuk worden genoemd, waarbij in dit hoofdstuk wordt bepaald welke artikelen uit deze verordening overeenkomstig van toepassing zijn op verdiepende commissievergaderingen en technische toelichtingen, komt deze bepaling te vervallen. Dit uitgangspunt is al langer de praktijk in Middelburg, en in veel andere gemeenten. Door het vast te leggen in de verordening geeft dat de voorzitters ook de mogelijkheid om hierop te handhaven. Tegelijkertijd blijft de wens om flexibiliteit toe te staan. Bij grotere onderwerpen is het heel waardevol als meerdere commissieleden per fractie een bijdrage kunnen leveren. Ook kan het zijn dat een fractielid een ander standpunt inneemt dan de woordvoerder. Ook dan is het belangrijk dat dit fractielid het woord kan voeren.

In dit artikel wordt toegevoegd hoe besluiten over ordevoorstellen worden gemaakt. Dit is in lijn met de huidige praktijk. Gezien ordevoorstellen de orde van de vergadering betreffen, is het logisch dat de beslissing gemaakt wordt op basis van een meerderheid van de aanwezige leden.

Was

Wordt

1. De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering.

1.

2.

2.

Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

3.

3.

Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

4.

De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering. De commissievoorzitter roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp. De commissievoorzitter kan de raadscommissie voorstellen om aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming van het voorstel verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Indien nodig zorgt de commissievoorzitter ervoor dat het betreffende commissielid uit de zaal wordt verwijderd. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. De commissievoorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

Toelichting

In de eerdere versie van deze verordening was dit lid 4 van het artikel, maar de volgorde is gewijzigd. In deze voorgestelde volgorde zit qua escalatiemogelijkheden voor de voorzitter een logischere opbouw, waar het nu loopt van sprekers tot de orde roepen naar het schorsen van de vergadering.

Voor de leesbaarheid van dit artikel zijn enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd.

Was 4.

Wordt

Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.

Artikel 22. Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. 2.

Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen, voordat met de beraadslaging over het agendapunt dat aan de orde is een aanvang wordt genomen.

3.

Dit artikel is niet van toepassing op een informatiebijeenkomst/verdiepende commissievergadering.

Artikel 23. Advies 1. Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies.

Toelichting Dit is nu lid 2.

Artikel 21. Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. Een raadscommissie in de zin van artikel 2 van deze verordening kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen, voordat met de beraadslaging over het agendapunt dat aan de orde is een aanvang wordt genomen. Door de toevoeging in lid 1 is dit lid overbodig.

Artikel 22. Advies 1. Als een commissielid een advies in de zin van artikel 3, eerste lid, onderdeel c aan de wil raad uitbrengen, dient het commissielid dit verzoek in bij de commissievoorzitter. De commissievoorzitter legt het voorstel voor aan de commissie en vraagt aan elke fractie

De voorgestelde wijziging heeft tot doel om het adviesproces vanuit de commissie te verduidelijken. Aangezien er, in overeenstemming met de modelverordening van de VNG, niet wordt besloten in commissievergaderingen, stelt deze wijziging voor om een inventarisatie van standpunten te laten doen

Was

2. In het advies worden opgenomen de standpunten van alle fracties en commissieleden die geen raadslid zijn.

3. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde. 4. Dit artikel is niet van toepassing op een verdiepende commissievergadering.

Hoofdstuk 5 Besloten vergaderingen Artikel 24. Toepassing verordening op besloten vergaderingen 1. Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Wordt

Toelichting

het standpunt ten opzichte van het advies. De commissiegriffier draagt zorg voor het opnemen van de standpunten van de fracties in het verslag. 2. De commissievoorzitter sluit de beraadslaging bij ieder raadsvoorstel af met de vraag aan de fracties of zij het voorliggend voorstel rijp achten voor besluitvorming in de raad. De commissiegriffier draagt zorg voor het opnemen van het standpunt over de besluitrijpheid van de fracties in het verslag. 3. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde.

door de voorzitter. Deze standpunten worden vervolgens opgenomen in het verslag. Op basis van dit verslag kan de raad een besluit nemen over ‘het advies’ van de commissie.

Doordat de verdiepende commissievergadering en technische toelichting nu in een apart hoofdstuk worden genoemd, waarbij in dit hoofdstuk wordt bepaald welke artikelen uit deze verordening overeenkomstig van toepassing zijn op verdiepende commissievergaderingen en technische toelichtingen, komt deze bepaling te vervallen. Hoofdstuk 4 Besloten vergaderingen Artikel 23. Toepassing verordening op besloten vergaderingen Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering en het geheimhoudingsprotocol.

Was

Wordt

2. Deze paragraaf is niet van toepassing op een verdiepende commissievergadering.

Artikel 25. Audioverslag en besluitenlijst 1. Audioverslagen van besloten vergaderingen worden met de status “geheim” in het raadsinformatiesysteem opgenomen en toegevoegd aan de agenda van de besloten vergadering. 2. Conceptbesluitenlijsten van besloten vergaderingen worden met de status “geheim” in het raadsinformatiesysteem opgenomen. 3. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van de besluitenlijst. 4. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers Artikel 26. Toehoorders en pers

Toelichting Doordat de verdiepende commissievergadering en technische toelichting nu in een apart hoofdstuk worden genoemd, waarbij in dit hoofdstuk wordt bepaald welke artikelen uit deze verordening overeenkomstig van toepassing zijn op verdiepende commissievergaderingen en technische toelichtingen, komt deze bepaling te vervallen.

Artikel 24. Videoverslag en beknopt verslag van de besloten vergadering 1. De videoverslagen en beknopte verslagen van besloten vergaderingen zijn van rechtswege geheim en worden in lijn met het geheimhoudingsprotocol aan de agenda van de besloten vergadering toegevoegd.

De formuleringen in de oudere versie van het artikel zijn achterhaald en worden daarom aangepast. De verwijzing naar het geheimhoudingsprotocol wordt toegevoegd. Dit lid is geïntegreerd in het eerste lid en wordt dus overbodig.

2.

De beknopte verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van het verslag.

Redactionele aanpassing.

Dit gebeurt in de praktijk niet.

Hoofdstuk 5 Toehoorders en pers Artikel 25. Toehoorders en pers

Was

Wordt

1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring op het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.

1.

Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

4.

4.

Artikel 27. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare commissievergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

2.

3.

Toehoorders, ambtenaren en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring op het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te laten vertrekken. De commissievoorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

Artikel 26. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare commissievergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Hoofdstuk 6. Het voorzittersoverleg Artikel 27. Voorzittersoverleg ex artikel 84 1. Er is een voorzittersoverleg dat bestaat uit de commissievoorzitters en hun plaatsvervangers. Hiertoe wordt elke vergadercyclus een vast moment op de vergaderkalender gereserveerd, ten

Toelichting

Was

Wordt minste 10 dagen voor aanvang van de eerste commissievergadering. 2. Het is de taak van het voorzittersoverleg om: a. De concept-agenda van de commissievergaderingen vast te stellen en daarbij: i. Te toetsen of de aangeboden raadsvoorstellen voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen ii. De urgentie van agenderingsverzoeken te toetsen en te bepalen in welke commissievergadering het betreffende stuk besproken dient te worden iii. Voor te stellen welke stukken als bespreekpunt en welke als besluitpunt worden geagendeerd. iv. Te besluiten welke stukken in welke commissie worden behandeld en daarbij artikel 2 van deze verordening in acht te nemen. v. Te streven naar een evenwichtige agenda die naar verwachting binnen de afgesproken tijdsduur kan worden afgerond. b. Te besluiten of en wanneer een technische toelichting of verdiepende bijeenkomst plaatsvindt. 3. Als er minimaal drie voorzitters aanwezig zijn en er onder hen consensus bestaat dat een aangeboden raadsvoorstel niet aan de kwaliteitseisen voldoet, dan sturen zij dit raadsvoorstel onder

Toelichting

Was

Wordt begeleiding van een memo terug naar het college. 4. De vergaderingen van het voorzittersoverleg zijn niet openbaar. Het opgestelde verslag van het voorzittersoverleg wordt openbaar gepubliceerd op het raadsinformatiesysteem. 5. Het voorzittersoverleg wordt technisch voorgezeten door de griffier of diens plaatsvervanger. Hoofdstuk 7. De commissie geloofsbrieven Artikel 28. Commissie geloofsbrieven ex artikel 84 1. Er is een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven en het onderzoek naar de benoembaarheid van kandidaatwethouders, raadsleden en burgercommissieleden. 2. De commissie bestaat uit drie vaste leden die bij aanvang van de raadsperiode voor een periode van één jaar worden benoemd. Na één jaar worden drie nieuwe leden benoemd. Als zich geen nieuwe leden melden, dan komen zittende leden ook in aanmerking voor herbenoeming. 3. De leden van de commissie geloofsbrieven kunnen zelf ontslag nemen of door de raad worden ontslagen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16569781/2