26-001 Bijlage 2. Gedragscode integriteit raads- en commissieleden gemeente Middelburg 2026
Tekst van het document
Gedragscode integriteit raads- en commissieleden gemeente Middelburg 2026 Inleiding Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan bestuurders, (leden van) de gemeenteraad en bovenal aan de burger. Politieke ambtsdragers hebben een voorbeeldfunctie. Een raadslid gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de democratische rechtsstaat dient een ieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels.
Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of belofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt. Hierin staat dat de politieke ambtsdrager geen giften of gunsten heeft beloofd om lid te worden dan wel een geschenk of belofte heeft aangenomen. De gedragscode geeft nadere invulling aan wat we binnen de gemeente Middelburg met elkaar onder integriteit en integer handelen verstaan. De gemeenteraad stelt zowel voor de eigen leden als voor het college van Burgemeester en Wethouders, een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Zij vormt een beoordelingskader bij twijfel, vragen en discussie. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op raadsleden en commissieleden, voor zover zij nog geen deel uitmaken van de gemeenteraad. In Middelburg zijn dat de fractieassistenten. Voor het college van Burgemeester en Wethouders is er een eigen afzonderlijke gedragscode. Veel bepalingen zijn voor burgemeester, wethouders en raads- of commissieleden gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels.
Voor de duidelijkheid is hierdoor gekozen voor twee aparte gedragscodes. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. Dit zorgt voor transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen. Het voorschrijven van een gedragsregel die afwijkt of verder gaat dan een dwingendrechtelijke wettelijke regeling is niet mogelijk. Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een gemeentelijke verordening. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De raadsleden en commissieleden kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’.
Kernbegrippen integriteit van politieke ambtsdragers Raads- en commissieleden stellen bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente en in het verlengde daarvan die van de burgers, zijn het primaire richtsnoer. Integriteit van politieke ambtsdragers houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt intern afgelegd aan bestuurders en aan de gemeenteraad, maar ook extern aan organisaties en burgers voor wie bestuurders en volksvertegenwoordigers hun functie vervullen. Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatsen integriteit van politieke ambtsdragers in een breder perspectief: Onafhankelijkheid: de politieke ambtsdrager vermijdt in zijn/haar handelen verhoudingen waarin zijn/haar persoonlijk belang of het belang van de groep waarmee hij/zij in contact staat, enerzijds en de belangen van de gemeente anderzijds door elkaar gaan lopen of kunnen gaan lopen. Zelfs de schijn van belangenverstrengeling moet worden vermeden. Dienstbaarheid: het handelen van een politieke ambtsdrager is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uit maken.
Functionaliteit: het handelen van een politieke ambtsdrager heeft een herkenbaar verband met de functie die hij/zij vervult in het bestuur. Openheid: het handelen van een politieke ambtsdrager is transparant, zodat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van de politieke ambtsdrager en zijn/haar beweegredenen daarbij. Betrouwbaarheid: op een politieke ambtsdrager moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn/haar afspraken. Kennis en informatie waarover hij/zij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij/zij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven. Zorgvuldigheid: het handelen van een politieke ambtsdrager is zodanig dat alle inwoners en organisaties op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen. Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de gedragsafspraken. PARAGRAAF 1: ALGEMENE BEPALINGEN Wettelijk grondslag De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast (artikel 15, derde lid, Gemeentewet).
Artikel 1.1 Begripsbepaling In deze gedragscode wordt verstaan onder: College: het college van burgemeester en wethouders; Gemeenteraad: vertegenwoordigt de gehele bevolking van de gemeente; Raadsleden: leden van de gemeenteraad, als bedoeld in artikel 7 Gemeentewet; Commissieleden: leden van de raadscommissies als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet. Raadscommissies: commissies als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet; Fractieassistent: iemand die, naast raadsleden, namens een raadsfractie als commissielid deelneemt aan commissievergaderingen.
2
-
Integer handelen: raadsleden en commissieleden handelen op een eerlijke, transparante en verantwoorde manier, waarbij persoonlijke en professionele belangen niet in conflict komen met het belang van de gemeente Middelburg en haar inwoners.
Artikel 1.2 Toepassing gedragscode De gedragscode geldt voor de raadsleden en de commissieleden van de gemeente Middelburg en richt zich ook tot de bestuursorganen de raad en de raadscommissies. Artikel 1.3 Openbaarheid gedragscode De gedragscode is openbaar en via de website van de gemeente Middelburg beschikbaar. PARAGRAAF 2: INTEGER HANDELEN EN OMGANGSVORMEN Artikel 2.1 Integer handelen Raadsleden en commissieleden handelen integer en gedragen zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Artikel 2.2 Bejegening Raadsleden en commissieleden bejegenen elkaar en anderen, waaronder leden van het college, ambtenaren, burgers en vertegenwoordigers van bedrijven en instellingen, waardig, correct en respectvol, zowel in woord, geschrift als in de media en op sociale media. Artikel 2.3 Uitlatingen over integriteit Raadsleden en commissieleden onthouden zich in het openbaar, waaronder tijdens vergaderingen van raad en commissie(s), in de media en op sociale media, van uitspraken waarin twijfels worden geuit over elkaars integriteit of over de integriteit van een lid van het college. Artikel 2.4 Zorgvuldige besluitvorming Raadsleden en commissieleden zijn eerlijk over hun overwegingen, luisteren naar elkaars argumenten en die van de leden van het college en accepteren deze als bijdragen tot een procedureel zorgvuldige besluitvorming.
Artikel 2.5 Onderling gesprek ingeval van onenigheid Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaan raadsleden en commissieleden onderling het gesprek aan met elkaar, mogelijk onder begeleiding van de voorzitter van de raad of een commissie. PARAGRAAF 3: VOORKOMEN VAN BELANGENVERSTRENGELINGEN Wettelijk kader Een raadslid legt de eed of belofte af (artikel 14 Gemeentewet). Een raadslid neemt niet deel aan de beraadslagen en stemming over (1) een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; (2) de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 28 Gemeentewet). Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht). Verboden overeenkomsten/handelingen raadsleden: zij mogen in geschillen, waar de gemeente partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn; zij mogen bepaalde overeenkomst, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan; van
3
-
verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend (artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet). Onverenigbaarheid van functies: het zijn van raadslid sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet). Raadsleden maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van de raad zij vervullen (artikel 13 Gemeentewet).
Artikel 3.1 Onthouden van beraadslaging en stemming 1. Een raadslid of commissielid onthoudt zich van deelname aan de beraadslaging en stemming over een aangelegenheid die hem/haar rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij/zij als vertegenwoordiger is betrokken, dan wel over de vaststelling of goedkeuring van de rekening van een lichaam waaraan hij/zij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij/zij behoort. 2. Bij samenwerkingsrelaties tussen de gemeente en particulieren/bedrijven voorkomt het raadslid of commissielid (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. 3. Een raadslid of commissielid neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn/haar onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden. 4. Een raadslid of commissielid kan daarvoor afstemming zoeken met de burgemeester of de griffier. Artikel 3.2 Nevenfuncties 1. Het raadslid of commissielid vervult geen nevenfunctie(s) waarbij strijdigheid is of kan zijn met het belang van de gemeente. 2. Het raadslid of commissielid meldt zijn/haar voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan de griffier. 3.
De raadsleden en commissieleden leveren de griffier de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar moeten worden gemaakt, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de (neven)functie, en geven aan de griffier de wijzigingen daarin door. 4. De informatie betreft in ieder geval een omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, of het al dan niet een nevenfunctie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap of commissielidmaatschap (zogenaamde nevenfunctie qualitate qua) en of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is. 5. De griffier legt hiervoor een register aan. Het register is openbaar en via internet raadpleegbaar. PARAGRAAF 4: INFORMATIE Wettelijk kader Geheimhoudingsplicht: Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs kan vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).
Geheimhoudingsverplichtingen op grond van de Gemeentewet (artikelen 87, 88 en 89 Gemeentewet). De uitzonderingsgronden van de Wet open overheid vormen de basis voor het opleggen van een geheimhoudingsplicht. Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).
4
Artikel 4.1 Omgaan met en waarborgen van vertrouwelijke en geheime informatie 1. Het raadslid of commissielid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij/zij uit hoofde van zijn/haar ambt beschikt en zorgt ervoor dat vertrouwelijke informatie en geheime informatie veilig wordt bewaard. 2. Het raadslid of commissielid houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is op grond van de Wet open overheid. Artikel 4.2 Verbod gebruik van niet openbare informatie Het raadslid of commissielid maakt niet te eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie. PARAGRAAF 5: GESCHENKEN, FACILITEITEN, DIENSTEN, EXCURSIES, EVENEMENTEN EN ANDERE UITNODIGINGEN Wettelijk kader De eed of belofte die op grond van artikel 14 Gemeentewet door een raadslid wordt afgelegd heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken.
Artikel 5.1 Accepteren en aanbieden van geschenken, faciliteiten en diensten 1. Een raadslid of commissielid accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten aan als zijn/haar onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. 2. Een raadslid of commissielid kan, tenzij lid 1 van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van €50 of minder vertegenwoordigen, behouden. 3. Geschenken die een raadslid of commissielid uit hoofde van zijn/haar ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan €50 vertegenwoordigen worden, indien deze niet kan worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente Middelburg. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht. 4. De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte waarde van meer dan €50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet te raadplegen. 5. Een raadslid of commissielid ontvangt geen geschenken op het woon-/huisadres. 6. Een raadslid of commissielid gebruikt faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde van of vanwege die functie worden aangeboden niet voor privédoeleinden. Artikel 5.2 Accepteren van uitnodigingen voor etentjes, recepties, werkbezoeken en netwerkbijeenkomsten 1.
Een raadslid of commissielid accepteert geen uitnodigingen voor lunches, diners, recepties, werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid kan worden beschouwd als functioneel. 2. Bij twijfel legt een raadslid of commissielid de uitnodiging ter bespreking voor aan de griffier en/of de raad. Artikel 5.3 Accepteren van excursies, evenementen, reizen en verblijven voor rekening van anderen 1. Uitnodigingen voor excursies, evenementen, reizen en verblijven voor rekening van anderen dan de gemeente legt een raadslid of een commissielid vooraf ter bespreking voor aan de raad. Uitgangspunt hierbij is dat de excursies, evenementen, reizen en verblijven een functioneel karakter hebben voor de gemeente.
5
2. Een raadslid of commissielid informeert de raad in ieder geval wat het doel van het bezoek is, de
3.
4.
5.
6.
bestemming en de duur van de reis en het verblijf, wat de geraamde kosten zijn en de wijze waarop van het bezoek en/of verblijf verslag wordt gedaan. Het raadslid of commissielid meldt daarbij tevens als hij/zij voornemens is om de reis en/of het verblijf voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij voor eigen rekening. Het raadslid of commissielid verstrekt aan de griffie informatie over de excursies, evenementen, reizen en verblijven die hij/zij heeft aanvaard en verzoekt de griffie deze openbaar te publiceren binnen één week nadat deze heeft plaatsgevonden, onder vermelding van wie deze kosten voor hun rekening heeft genomen. De informatie is via internet beschikbaar. De informatie over buitenlandse reizen voor rekening van derden wordt uiterlijk binnen zes maanden na terugkeer in Nederland opgenomen in het register, zoals bedoeld in artikel 6.7, derde lid, van deze gedragscode. Van de reis en/of het afgelegde bezoek wordt door het raadslid of commissielid verslag gedaan aan de raad.
PARAGRAAF 6: GEBRUIK VAN VOORZIENINGEN VAN DE GEMEENTE Wettelijk kader De wettelijke basis voor de rechtspositie van raads- en commissieleden is de Gemeentewet. Deze is uitgewerkt in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. De Gemeentewet biedt de mogelijkheid bij verordening zogenaamde secundaire voorzieningen aan raadsleden te verstrekken. Deze voorzieningen zijn vastgelegd in de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Middelburg 2019. In de Gemeentewet staat dat raadsleden geen andere vergoedingen mogen ontvangen van de gemeente dan die bij of krachtens de wet mogen worden toegekend.
Artikel 6.1 Administratieve organisatie 1. Het bestuursorgaan richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven en hanteren heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente, conform artikel 6.3 van deze gedragscode. 2. Het raadslid of commissielid verantwoordt zich over het gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid en in hieronder vastgestelde regels en procedures. Artikel 6.2 Bestuurlijke uitgaven 1. Een raadslid of commissielid gaat verantwoord om met publieke middelen. Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. 2. Ter bepaling van de functionaliteit van de bestuurlijke uitgaven wordt gekeken of de uitgave in het belang is van de gemeente Middelburg en of de uitgave aantoonbaar en direct voortvloeit uit het ambt. Artikel 6.3 Declaraties 1. Een raadslid of commissielid gaat verantwoord om met publieke middelen. Er worden geen kosten gedeclareerd die reeds op andere wijze worden vergoed.
6
2.
Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vastgestelde administratieve procedure, te weten: a. De declaratie wordt ingediend door middel van een daartoe vastgesteld formulier. Bij het formulier wordt een betalingsbewijs gevoegd en op het formulier wordt de functionaliteit van de uitgave gemeld. b. Gemaakte kosten worden uiterlijk binnen zes maanden gedeclareerd. Eventuele voorschotten worden voor zover mogelijk binnen één maand na indiening van de declaratie afgerekend. c. De griffier is verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en registratie van declaraties van raadsleden of commissieleden. Declaraties worden administratief afgehandeld door (een) daartoe aangewezen ambtena(a)r(en). d. In geval van twijfel omtrent een declaratie van een raadslid of commissielid wordt deze voorgelegd aan de burgemeester in zijn/haar hoedanigheid van voorzitter van de raad. Zondig kan de declaratie via het raadspresidium ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd.
Artikel 6.5 Gebruik gemeentelijke voorzieningen 1. Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen te eigen bate of ten bate van derden is niet toegestaan. 2. Een raadslid of commissielid kan op basis van een overeenkomst voor zakelijk gebruik een computer in bruikleen ter beschikking krijgen. Artikel 6.6 Buitenlandse dienstreis 1. Een raadslid of commissielid meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan de raad voor besluitvorming. Hij/zij geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan. 2. Het raadslid of commissielid meldt daarbij tevens als hij/zij voornemens is om de buitenlandse reis voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij voor eigen rekening. 3. Het meereizen van derden op kosten van de gemeente Middelburg is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming van de raad betrokken. 4. De raad betrekt alle aspecten in de besluitvorming. 5. Van de buitenlandse dienstreis wordt door het raadslid of commissielid verslag gedaan aan de raad. Artikel 6.7 Verantwoording buitenlandse dienstreis 1.
Een raadslid of commissielid legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen. Hij/zij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de gemeente. 2. De in het verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. 3. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 4. Voor de toepassing van artikel 6.6 en 6.7 wordt onder buitenlandse dienstreis niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling of een dienstreis naar een zusterstad in het buitenland.
7
PARAGRAAF 7: UITVOERING GEDRAGSCODE Artikel 7.1 Eenduidige interpretatie De raad bevordert de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de raad daarin. Artikel 7.2 Nadere afspraken Op voorstel van de burgemeester maakt de raad met hem/haar afspraken over de navolgende onderwerpen: a. De periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in zijn algemeenheid en van de gedragscode in het bijzonder; b. De periodieke bespreking van het overzicht van nevenfuncties en neveninkomsten; c. De aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit; d. De processtappen die worden gevolgd in geval van een vermoeden van een integriteitsschending van een politieke ambtsdrager van de gemeente en die zijn vastgelegd in het ‘Protocol integriteitsmeldingen politiek ambtsdragers 2024 – gemeente Middelburg’. PARAGRAAF 8: SLOTBEPALINGEN Artikel 8.1 Inwerkingtreding gedragscode Deze gedragscode treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking, onder gelijktijdige intrekking van de tot dan toe geldende ‘Gedragscode raadsleden, wethouders en burgemeester’. Artikel 8.2 Citeertitel Deze gedragscode wordt aangehaald als ‘Gedragscode integriteit raads- en commissieleden gemeente Middelburg 2026’.
8
Toelichting bij gedragscode integriteit raads- en commissieleden gemeente Middelburg 2026 PARAGRAAF 1: ALGEMENE BEPALINGEN Integer handelen betreft in de kern een dusdanig gewenst gedrag en optreden dat de ambtsdrager, in dit geval raads- en commissieleden, eerlijk en transparant het ambt uitoefenen. Hierdoor kunnen zij onafhankelijk opereren en rekenen op het vertrouwen van een ieder. Een raads- of commissielid is moreel competent, betracht zorgvuldigheid, is verantwoordelijk, onafhankelijk en professioneel. Hij/zij houdt zich aan de geldende normen in regels en procedures en is zich bewust van mogelijke integriteitsrisico’s. In zulke gevallen maakt hij/zij zorgvuldige en evenwichtige afwegingen. Ongewenst gedrag is een overkoepelend begrip voor meerdere vormen van grensoverschrijdend gedrag, zoals agressie en geweld, vloeken, roddelen, beledigen, pesten, discriminatie, aanstootgevend en (seksueel) intimiderend gedrag. Ongewenst gedrag levert een integriteitsschending op en vormt als zodanig onderdeel van gedrag dat deze gedragscode beoogt te voorkomen. Alhoewel de Gemeentewet een gedragscode voor commissieleden, waaronder fractieassistenten, niet voorschrijft, is deze gedragscode ook op hen van toepassing. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat zij volwaardig deelnemen aan het voorbereidende besluitvormingsproces in de commissie(s).
PARAGRAAF 2: INTEGER HANDELEN Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Raads- en commissieleden hebben vanzelfsprekend een voorbeeldfunctie. Een politieke ambtsdrager gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt en onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. Het is van essentieel belang dat raads- en commissieleden zich bewust zijn van het cruciale ambt dat zij vervullen binnen de democratische rechtsstaat en de impact die zij hebben op de geloofwaardigheid van de politiek. Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag. Het is daarom noodzakelijk dat zij elkaar en anderen respectvol en correct bejegenen, zowel in woord, gebaar als in de interactie met de media en op sociale media. Correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag is vrij van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie.
Raads- en commissieleden onthouden zich in woord, gebaar en geschrift, inclusief elektronische berichten, van persoonlijke aanvallen op (individuele) ambtenaren en insprekers tijdens raads- en commissievergaderingen en in het openbaar. Het is goed daarbij te bedenken dat ambtenaren zich niet in het openbaar kunnen verdedigen tegen uitingen die het raads- en commissielid doet in een openbare commissie- of raadsvergadering of tegen uitingen gedaan op sociale media. Een respectvolle omgang maakt het beter mogelijk met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige besluitvorming. Sociale media is een veel gebruikt medium door raads- of commissieleden. Het wordt privé- en werkgerelateerd gebruikt. Soms overlapt het elkaar en kunnen grenzen tussen werk en privé vervagen. Het gebruik van sociale media vraagt om alertheid en bewustzijn van raads- en commissieleden dat voor de buitenwereld bij uitingen op sociale media geen onderscheid wordt gemaakt tussen het raads-/commissielid en de privépersoon. Tijdens raads- en commissievergaderingen wordt er gedebatteerd over onderwerpen.
9
Het getuigt niet van respect richting raads- en commissieleden, college, publieke tribune of online volgers om tijdens het debat over hetzelfde onderwerp een inhoudelijke discussie te voeren via sociale media. Het openlijk uiten van twijfels over iemands integriteit, zonder dat er een gereed vermoeden bestaat en ook zonder dat er een onderzoek is ingesteld naar een kwestie, kan zeer beschadigend zijn voor iemands goede naam en reputatie. In het geval van politieke ambtsdragers, collegeleden, raads- en commissieleden, doet het af aan de ambtsuitoefening van de betreffende persoon en het vertrouwen dat hij/zij geniet. Om die reden is het niet toelaatbaar als raads- en commissieleden zich op deze manier uitlaten over personen. Voorbeelden 1. Op de Nieuwjaarsborrel zijn twee raadsleden in gesprek. Het gesprek verandert gaandeweg in een discussie. Die loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een bepaald moment horen de andere aanwezigen het ene raadslid tegen het andere schreeuwen: ‘Die commissie loopt totaal niet en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste voorzitter die de gemeente ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!’ Is dit aanvaardbaar gedrag? Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 2.1 en 2.2. van de gedragscode.
Een collega-raadslid op deze manier in het openbaar tot de orde roepen is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat het raadslid zegt, is hierbij mede van belang. 2.
Op een bewonersavond legt een projectleider van de gemeente uit wat de plannen zijn ten aanzien van het herinrichten van een winkelstraat. De veranderingen zijn fors, de straat zal een half jaar open liggen, en de winkeliers zijn boos. ‘Wat u zegt klopt helemaal niet. U zegt ons dat het een half jaar zal duren, maar wij hebben van ambtenaren gehoord dat dit wel een zéér optimistische inschatting is en dat de straat wel eens veel langer open kan blijven liggen. Dat kost ons onze klanten. We pikken het niet!’ In de zaal zitten ook twee raadsleden. Tijdens de eerstvolgende raadsvergadering neemt één van hen het woord en zegt verontwaardigd dat de projectleider gewoon zat te liegen tegen bewoners. Dat we dit soort ambtenaren toch zeker niet willen in de gemeente en of de wethouder P&O met spoed een beoordelingsgesprekje met deze man wil voeren. Is dit aanvaardbaar gedrag?
Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Het is niet de bedoeling dat in het openbaar ambtenaren persoonlijk worden aangevallen. Dit gedrag is dus in strijd met artikel 2.2 van de gedragscode. In beslotenheid moet een raadslid dat sterke twijfels heeft ten aanzien van individuele ambtenaren dit natuurlijk kunnen bespreken. Daartoe kan het raadslid zich het beste wenden tot de griffier of de wethouder. In de raad kan het raadslid overigens wel melden dat zorgen zijn geuit bij de wethouder over het functioneren van sommige betrokken ambtenaren. 3.
In het café wordt een raadslid aangesproken door een burger. Deze geeft aan dat hij alle vertrouwen in de politiek heeft verloren. Nou ja, zo stelt hij: niet in de partij van het raadslid, maar wel in alle anderen. Vooral de wethouder met sport in de portefeuille is een groot crimineel die alleen de eigen zakken probeert te vullen. De burger weet uit goed geïnformeerde bronnen dat de wethouder het op een 1- 2tje heeft gegooid met een aantal gesubsidieerde instellingen! Het raadslid hoort het aan. Bij thuiskomst deelt het raadslid het volgende bericht via verschillende sociale media: ‘Wethouder Sport houdt er zo eigen netwerkjes op na zo meldt mij een betrouwbare bron. Subsidies ter (zelf)verrijking?’
Dit is geen aanvaardbaar gedrag. Artikel 2.2 en 2.3 vraagt van raadsleden dat zij niet alleen zelf de integriteit van een wethouder niet in twijfel trekken, maar ook dat zij de integriteit van de wethouder verdedigt in het openbaar. Deze manier van handelen schaadt niet alleen de persoon van de wethouder, maar ook het
10
vertrouwen in de lokale politiek. Mocht het raadslid werkelijk twijfelen aan de integriteit van de wethouder dan bewandelt het raadslid de afgesproken route om een melding te doen van zijn vermoeden. 4.
Tijdens een verhit debat komt het tot een botsing tussen een raadslid van een oppositiepartij en een wethouder. Het raadslid voelt zich niet serieus genomen door de wethouder en de raadsleden van andere fracties. Hij maakt een wegwerpgebaar naar de wethouder en de voorzitter van de raad en roept dat hij niet meer meedoet aan ‘dit poppenspel.’ Pardoes loopt het raadslid de raadszaal uit. Is het oké voor het raadslid om de raadszaal uit te lopen?
Nee, hoewel raadsleden zich niet gehoord kunnen voelen en soms zelfs gedenigreerd, volgt uit het ambt dat het raadslid het openbare debat dat gevoerd wordt tijdens de raadsvergadering in principe niet verlaat. Dit geldt in ieder geval wanneer er over wordt gegaan tot stemming en het raadslid de plicht heeft te stemmen. PARAGRAAF 3: VOORKOMEN VAN BELANGENVERSTRENGELING Raads- en commissieleden zetten zich in voor het publiek belang. Als zij een persoonlijk belang boven dit algemeen belang stellen, of als zij hun functie misbruiken om een persoonlijk belang te behartigen, noemen we dat belangenverstrengeling. Met persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die collegeleden uit hoofde van hun functie behoren te vervullen. Het kader om ongewenste belangenverstrengeling van bestuurders tegen te gaan, wordt in de eerste plaats gevormd door bepalingen in de Gemeentewet. De in deze gedragscode opgenomen bepalingen inzake integriteit zijn soms een uitleg van of een aanvulling op deze wettelijke bepalingen. Aanvullend hebben raads- en commissieleden hun eigen verantwoordelijkheid om ongewenste belangenverstrengeling en zelfs de schijn daarvan te vermijden.
In de Gemeentewet is vastgelegd dat raads- en commissieleden zelf moeten beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvorming onterecht kan beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming, zoals tijdens de behandeling in de commissie, een technische sessie, of raadsvergadering. Hiermee wordt voorkomen dat een raads- of commissielid door middel van de beraadslaging de uitkomst van de stemming beïnvloed. Een raads- of commissielid kan hierover afstemming zoeken met de burgemeester of de griffier. Een zaak kan een raads- of commissielid zowel rechtstreeks als indirect persoonlijk aangaan. Onder middellijk kunnen daarom vallen alle ter zake doende intensieve persoonlijke relaties. Een voorbeeld hiervan is het raadslid dat stemt over de gunning van een bouwopdracht, terwijl er familiebanden zijn met een van de meedingende aannemers. Het is geen wettelijke verplichting om opgaaf te doen van financiële belangen, vastgoedbezit en grondbezit. Het past wel binnen het streven om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen om inzichtelijk te maken of en zo ja raads- of commissieleden financiële belangen of aanmerkelijke belangen in ondernemingen hebben, alsmede of zij commercieel vastgoedbezit of grondbezit in hun gemeente hebben.
Raads- en commissieleden doen opgaaf van hun substantiële financiële belangen – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Raads- en commissieleden kunnen ook relevante belangen hebben, niet alleen financiële, die aanleiding kunnen zijn tot (schijn van) belangenverstrengeling. Het kan gaan om het bezit van effecten, aandelen, opties, derivaten, vorderingsrechten, onroerend goed, bouwgrond en om financiële deelnemingen in
11
ondernemingen. Zulke financiële belangen kunnen een rol spelen bij besluiten over bijvoorbeeld bestemmingsplannen, grondverkopen, maatschappelijke, culturele of welzijnsorganisaties of andere organisaties met een ideële doelstelling. Hiertoe behoren ook belangen die niet financieel zijn. Voorbeelden zijn een terugkeergarantie of andere bijzondere regelingen die het raadslid heeft na de beëindiging van het raadslidmaatschap. De bepalingen over nevenfuncties betreffen een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. De ambtsdrager is zelf verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie aan de griffie en voor de actualiteit daarvan. Soms is het een aantoonbaar belang voor de gemeente dat ambtsdragers een nevenfunctie vervullen uit hoofde van het ambt (de zogenoemde “qualitate qua”). Deze qualitate qua-functies moeten worden onderscheiden van overige nevenfuncties. Qualitate qua-functies zijn herkenbaar aan de hand van de volgende criteria waarvan tenminste één vervuld moet zijn: 1. De aanbeveling, voordracht, keuze of benoeming geschiedt door de raad of het college; 2. Het betreft een functie in een orgaan waarin de gemeente deelneemt of waarvan zij deel uitmaakt; 3.
Er is een aantoonbaar belang voor de gemeente dat de nevenfunctie wordt vervuld door een politieke ambtsdrager; 4. Men is benoemd vanuit een andere qualitate qua-functie. Een qualitate qua-functie is feitelijk een functionele nevenfunctie die een ambtsdrager dientengevolge niet op eigen titel vervult. Daarom worden vergoedingen genoten uit een qualitate qua-functie gestort in de gemeentekas. Onkosten gemaakt uit hoofde van een qualitate qua-functie worden in beginsel door de instantie, waar de functie wordt uitgeoefend, vergoed. Een tussentijdse aanvaarding van een nevenfunctie dient gemeld te worden in de raad. Met inachtneming van de wettelijke grenzen kunnen de raads- of commissieleden andere nevenfuncties vervullen die altijd worden gemeld in de raad. Denk aan functies in het maatschappelijk veld. Daarbij komt tevens aan de orde hoe wordt gehandeld met betrekking tot eventuele vergoedingen. Alle nevenfuncties zijn openbaar en worden op de website beschikbaar gesteld; hierbij wordt tevens vermeld of het onbezoldigde of bezoldigde functies betreft. De griffier ziet toe op de registratie en publicatie van de nevenfuncties. Hoewel aan het ambt gerelateerde en andere nevenfuncties (q.q.-functies) wettelijk niet openbaar gemaakt hoeven te worden, verdient het aanbeveling deze wel op te nemen in het overzicht van nevenfuncties. Voorbeelden 1.
Een raadslid is voorzitter van een voetbalvereniging. Mag het raadslid het raadslidmaatschap combineren met het voorzitterschap? Ja, artikel 13 Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet en artikel 3.3. van de gedragscode wordt niet overtreden door het combineren van deze functies. De functie moet wel worden gemeld (artikel 3.3, tweede lid, gedragscode) en openbaar gemaakt worden door de griffier (artikel 3.3., vijfde lid, gedragscode). 1.1. De sportnota wordt behandeld in de raad. Mag dit raadslid meestemmen? Ja, in de sportnota worden beslissingen voorgelegd die alle sporten betreffen. Er is derhalve geen sprake van belangenverstrengeling. Kennis bij raadslieden over sport is van groot belang om kwalitatief goede besluiten over sport te nemen voor de gemeente. 1.2. De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Ook de club waar het raadslid voorzitter van is wordt genoemd. Mag het raadslid meestemmen?
12
Nee, artikel 3.1 van de gedragscode verbiedt het raadslid mee te stemmen. De club is een van de belanghebbenden in dit besluit, dus een verstrengeling van belangen is aan de orde. Immers, het belang van de club dat het raadslid geacht wordt te dienen als voorzitter enerzijds en het belang van de gemeente voor de uitbreiding van voetbalvelden anderzijds. 1.3. Mag dit raadslid een ander lid van de fractie het woord laten voeren op dit dossier? Dat mag, maar het gaat bij de mogelijkheid om de besluitvorming te beïnvloeden om meer dan alleen het overdragen van het woordvoerderschap op dit dossier. Het raadslid dat voorzitter is van de voetbalclub mag op grond van artikel 3.1 van de gedragscode ook intern het standpunt van de fractie niet beïnvloeden over de uitbreiding van de voetbalvelden. Omdat de burger niet kan controleren of het raadslid dit daadwerkelijk niet heeft gedaan, is het zaak dat alle fractieleden erop toezien dat ook in de interne oordeels- en besluitvorming de activiteiten van dit raadslid gescheiden blijven. 1.4. Als het raadslid dat voorzitter van de voetbalclub is tegen de uitbreiding van velden van zijn eigen club zou stemmen, dan is toch voor de burger te zien dat het raadslid het raadswerk en het voetbalwerk scheidt? Dan kan het raadslid toch meestemmen? Nee, ook dan mag het raadslid op grond van artikel 3.1 van de gedragscode niet meestemmen.
Wellicht komt het de voetbalclub om redenen die niet bekend zijn, veel beter uit als de uitbreiding bij een andere club geschiedt. Dan zou het weliswaar lijken alsof het raadslid in het belang van de gemeente (en niet van de club) zou stemmen, maar feitelijk is dat niet het geval. Stemgedrag is dus niet relevant in deze situatie. 1.5. De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Voetbalclub X wordt genoemd als kandidaat. Het kind van een raadslid (niet zijnde de voorzitter van de voetbalclub) zit op voetbalclub X. Mag het raadslid meestemmen? Ja, het raadslid moet gewoon meestemmen. De relatie tussen het raadslid en de voetbalclub is niet van dien aard dat er sprake of dreiging is van een onwenselijke verstrengeling van persoonlijk belang met het algemeen belang. 2.
Een raadslid is tevens zzp’er en verzorgt als trainer onder meer trainingen ‘De klant is koning’. De afdeling Dienstverlening van de gemeente Middelburg vraagt het raadslid deze training te verzorgen voor de medewerkers. Mag deze opdracht worden aangenomen?
Nee, de opdracht mag niet worden aangenomen. De Gemeentewet verbiedt raadsleden in artikel 15 bepaalde overeenkomsten aan te gaan en bepaalde handelingen te verrichten. In bovenstaande situatie is artikel 15, eerste lid, onder d, onderdeel 1e, Gemeentewet van toepassing. Dat betekent dat het aannemen van de klus een overtreding van de Gemeentewet. 2.1. En als het raadslid de opdracht nu vrijwillig doet, dus zonder daarvoor een betaling te krijgen? Ook dan geldt dat de opdracht niet mag worden aangenomen. Het gaat in dit artikel om het aangaan van een overeenkomst; of daarvoor betaald wordt doet niet ter zake. Dat het raadslid niet wordt betaald is voor derden (waaronder ‘de burger op straat’) niet zichtbaar; daardoor kan het aannemen van de opdracht toch de schijn van belangenverstrengeling opleveren. 2.2. Een trainingsbureau heeft de opdracht van de gemeente gekregen om de training ‘De klant is koning’ te verzorgen voor de medewerkers van de afdeling Dienstverlening. Dit bureau vraagt het raadslid dat zzp’er is de training te verzorgen. Mag dit raadslid de klus aannemen? Nee. De overeenkomst met de gemeente wordt weliswaar niet rechtstreeks aangegaan, maar via het trainingsbureau. ‘Middellijk’ verricht het raadslid dus wel (betaald) werk voor de gemeente. Het aannemen van de klus is een overtreding van de Gemeentewet. 3.
Een raadslid is naast raadslid ook leerlingbegeleider en weet om die reden veel over jeugdzorg. Mag dit raadslid woordvoerder in de raad zijn op dit onderwerp?
Ja, het is van belang dat raadsleden kennis hebben over wat zich afspeelt in het maatschappelijk middenveld. Mede daarom wordt een combinatie van functies slechts zelden uitgesloten bij wet. Het raadslid
13
mag alleen niet het standpunt van de fractie (en de raad) dusdanig beïnvloeden dat het onterecht positief uitpakt voor zijn eigen werkgever PARAGRAAF 4: INFORMATIE Het handelen van de overheid op grond van wetten, verordeningen en beleid heeft grote invloed op het leven van burgers. Daaruit volgt dat de burger er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. De burger heeft er ook recht op de onderliggende redeneringen en afwegingen te kennen en te weten wie welke positie heeft ingenomen. Dit alles bij elkaar opgeteld schept een verplichting voor raads- en commissieleden om open en transparant over de eigen beslissingen en de beweegredenen daarvoor en te handelen in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet open overheid. Dit neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden en er geheimhouding is opgelegd op de informatie. In de Gemeentewet hebben drie artikelen betrekking op geheimhouding, en wel de artikelen 87 tot en met 89. Zij houden de volgende regels in: De bevoegdheid van een bestuursorgaan om informatie die bij hem berust geheim te verklaren, komt toe aan de raad, het college, de burgemeester en de (raads)commissies. Een bestuursorgaan kan deze geheime informatie in een aantal gevallen met een ander bestuursorgaan delen, zo is in artikel 88 bepaald.
Het orgaan dat op informatie geheimhouding legde, is als enige bevoegd die informatie met andere organen te delen. Geheime informatie die aan een commissie met daarin ook raadsleden is verstrekt, moet altijd ook naar de raad (artikel 88, vijfde lid). Bij het verstrekken van geheime informatie wordt door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, vermeld dat op die informatie de verplichting tot geheimhouding rust (artikel 89, eerste lid). Informatie die in een besloten vergadering ter kennis van de aanwezigen komt is geheim, tenzij de raad anders beslist. Degene die informatie ontvangt waarop een verplichting tot geheimhouding rust, moet die geheimhouding in acht nemen en mag deze informatie niet delen met anderen (artikel 89, tweede lid). De verplichting om de geheimhouding in acht te nemen duurt voort totdat het orgaan dat de geheimhouding op de informatie oplegde, de geheimhouding weer opheft (artikel 89, derde lid). Deze regel kent één uitzondering, namelijk voor de gevallen waarin de betreffende informatie met de raad is gedeeld. In dat geval is de raad exclusief bevoegd de geheimhouding op te heffen (artikel 89, vierde lid). Door een (raads)commissie opgelegde geheimhouding kan altijd ook door de raad worden opgeheven (artikel 89, derde lid).
In artikel 88, zesde lid, wordt geregeld dat de raad geheime informatie aan anderen kan verstrekken en dat de raad regels kan stellen over het verstrekken van vertrouwelijke informatie door het college aan anderen. Met ‘anderen’ wordt bedoeld degenen aan wie de geheimhoudingsplicht oorspronkelijk niet is opgelegd. De raad kan per geval bepalen wanneer het college geheime stukken met anderen mag delen, maar mag hierover ook in algemene zin regels stellen, als dit voor het dagelijks bestuur van de gemeente noodzakelijk is. Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht). In het Protocol geheimhouding gemeente Middelburg 2023 zijn heldere en begrijpelijke kaders voor geheimhouding opgenomen. Het komt in de praktijk voor dat aan de raad informatie ‘onder embargo’ wordt verstrekt. Dit houdt in dat de betreffende informatie alvast aan de raad ter beschikking komt in het kader van de uitoefening van het raadslidmaatschap. De informatie behoeft niet per se inhoudelijk vertrouwelijk van aard te zijn. Het is slechts
14
de bedoeling om raadsleden de gelegenheid te geven als eersten kennis te nemen van de informatie, die op een later moment voor een ieder wordt openbaar gemaakt. De grondslag hiervoor vormt artikel 5.1, vierde lid, Wet open overheid. Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime informatie kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer en telefoon met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van de computer en telefoon zonder deze te vergrendelen. Los van het feit dat schending van de geheimhoudingsplicht een strafbaar feit is, wil de gedragscode bewerkstelligen dat de informatie niet verder gaat dan raads- en commissieleden en dat zij de geheime informatie op een correcte wijze bewaren. Hieronder valt ook dat geheime informatie veilig wordt afgevoerd indien bezit daarvan niet langer gewenst is. Hier gaat hier niet alleen om informatie die geheim is, maar ook om (vertrouwelijke) informatie die bijvoorbeeld op het moment van ontvangen nog niet bekend is bij inwoners. Een raads- of commissielid gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij/zij uit hoofde van zijn/haar ambt beschikt. Hij/zij verstrekt geen geheime informatie aan anderen.
Een raads- of commissielid houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is. Immers, duidelijk moet zijn waarom raads- of commissieleden een bepaalde positie innemen. Burgers moeten die onderliggende redenen kunnen kennen, tenzij dat niet gedeeld mag worden vanwege geheimhouding of de Wet Open Overheid. Een raads- of commissielid maakt niet ten eigen bate of van zijn/haar persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. Voorbeelden 1. De raad heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Het college heeft besloten het dossier geheim te verklaren en de raad heeft dit bekrachtigd. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door een of meerdere raadsleden gepraat wordt met journalisten. Een raadslid is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. ‘Alles ligt toch al op straat’.
Mag het raadslid ingaan op het verzoek van een journalist om over het dossier te spreken? Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van artikel 4.2 van de gedragscode. Alleen het bestuursorgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd (in dit geval het college), of het orgaan dat de geheimhouding heeft bekrachtigd (de raad) kan het geheime karakter van de stukken opheffen. Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht, wat strafbaar kan zijn. 2.
Een raadslid stuurt het volgende twitterbericht: ‘@toneelgroepdesterrenvanmiddelburg Ik zit hier in een besloten raadsvergadering over de toekenning van subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijdmoeilijk…’ Mag het raadslid dit doen
Nee, dit mag het raadslid niet doen. Op hetgeen besproken wordt in de besloten vergadering rust geheimhouding. Een twitterbericht als dit is dus een overtreding van artikel 4.2 van de gedragscode.
15
3.
Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor de nieuwe huizen in een net ontwikkeld gebied van start zal gaan. Een raadslid schat in dat met een beetje goede wil van politiek en organisatie, de inschrijving waarschijnlijk midden in de zomer zal plaatsvinden. De zus van het raadslid wil graag wonen in dat gebied. Mag het raadslid haar waarschuwen niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij als eerste kan inschrijven?
Nee, het waarschuwen van de zus is een overtreding van artikel 4.1 van de gedragscode. De inschatting over de inschrijving kan alleen worden gemaakt door een persoon met veel voorkennis. Dit raadslid beschikt over informatie die andere burgers niet hebben. Deze informatievoorsprong gebruiken in het voordeel van een familielid is een overtreding van artikel 4.1 van de gedragscode en mogelijk een verstrengeling van belangen. 4.
Een raadslid stelt in de raad keer op keer vragen over het opheffen van parkeerplaatsen in de gemeente. Hiertoe vraagt het raadslid meermaals onderliggende stukken op, iedere keer van andere aard. De stukken zijn verstuurd en de andere raadsleden menen dat zij voldoende geïnformeerd zijn. Echter, het betreffende raadslid neemt hier geen genoegen mee en hij laat de wethouder geërgerd weten dat deze zich er te gemakkelijk van af maakt. Aansluitend dient het raadslid opnieuw aanvullende verzoeken in voor het verkrijgen van achterliggende informatie omtrent de opheffing van de parkeerplaatsen. Is dit raadslid in overtreding met artikel 4.2 van de gedragscode?
Het uitgangspunt is dat raadsleden informatie mogen vragen en dat het college deze dient te verstrekken. Maar, daar zit een grens aan. De wet stelt als grens dat het gaat om inlichtingen die de raad voor zijn taken nodig heeft. Daarbij komt dat de ambtelijke organisatie beperkt capaciteit heeft en dat van raadsleden niet wordt verwacht dat zij het werk van ambtenaren en college opnieuw doen. PARAGRAAF 5: GESCHENKEN, FACILITEITEN, DIENSTEN, EXCURSIES, EVENEMENTEN EN ANDER UITNODIGINGEN In de gedragscode is het uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd. Geschenken en het accepteren van faciliteiten en diensten zijn namelijk een sluiproute naar corruptie. Ze kunnen gebruikt worden om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze wekken in ieder geval de schijn. De regels voor geschenken zijn geformuleerd als een ‘Nee, tenzij’ regel; een raads- of commissielid neemt dus geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken. Alleen om praktische redenen en als het gaat om incidentele met een geschatte waarde van € 50 of minder kunnen geschenken door het raads- of commissielid worden aanvaard, echter nooit op het woon- of huisadres. Duurdere geschenken worden niet aanvaard en teruggestuurd of worden eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk.
In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven. Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan een afhankelijkheid creëren, of een dankbaarheid, die de zuiverheid van het besluitvormingsproces kan aantasten. Door het aannemen van faciliteiten en diensten kan een bestuurder gecorrumpeerd raken. Het wekt in ieder geval de schijn van corruptie op. Ook hier geldt een ‘nee, tenzij’. De grens van €50 is niet wettelijk bepaald, maar wordt door veel overheden gebruikt als richtlijn en wordt daarom in deze gedragscode als grens gehanteerd. Raads- en commissieleden opereren vaak in diverse (boven) lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat zij vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het publiek belang. De schijn van
16
oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat zij zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van een raads- of commissielid, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten. Werkbezoeken, etentjes, recepties en netwerkbijeenkomsten zijn bedoeld om raads- en commissieleden in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren, noodzakelijke contacten te leggen en te onderhouden binnen en buiten de gemeente. De verplichting actief het ontstaan van de schijn tegen te gaan, betekent dat het gaan naar etentjes, recepties, werkbezoeken en netwerkbijeenkomsten op kosten van anderen waar mogelijk moet worden vermeden. Ook hier geldt een ‘nee, tenzij”. Bij twijfel kan een raads- of commissielid de uitnodiging voorleggen aan de griffier en/of ter bespreking aanbieden aan de raad. Naar het accepteren van excursies, evenementen, reizen en verblijven op kosten van anderen wordt in de regel met argwaan gekeken. Het is daarom beter alle schijn te vermijden en hiervoor eigen middelen aan te wenden.
Een raads- of commissielid accepteert bezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen betaald worden alleen bij hoge uitzondering. Een dergelijke invitatie dient altijd te worden besproken in de raad. De invitatie mag alleen geaccepteerd worden als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van corruptie minimaal is. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd een verslag gedaan aan de raad. Uitgangspunten zijn hier eigen verantwoordelijkheid, transparantie en bereidheid om verantwoording af te leggen. Bij het verlengen van de reis voor privédoeleinden worden de meerkosten voor reis en verblijf zelf betaald en zijn eventuele besparingen voor de gemeente. Het verlengen van de reis voor privédoeleinden aan het begin van de reis is niet toegestaan als het raads- of commissielid eerder dan noodzakelijk vertrekt om te herstellen van de reis of om te acclimatiseren aan de lokale omstandigheden. Met excursie wordt hier bedoeld een uitstapje van een raads- of commissielid met een groep mensen, met een educatief of informatief doeleind. Met werkbezoek wordt bedoeld een bezoek van een raads- of commissielid om kennis op te doen, overleg te plegen enz. N.b. de kosten dienen te worden betaald uit de maandelijkse onkostenvergoeding.
Binnenlandse verblijven worden in principe vergoed op basis van een declaratie voor reis- en verblijfkosten, functionele consumpties, lunches en diners. Voorbeelden 1. Raadsleden krijgen van een theater in Middelburg een gratis jaarkaart voor alle voorstellingen aangeboden. Mag deze kaart worden geaccepteerd? Nee, het aannemen van de kaart, is een overtreding van artikel 5.1 van de gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de politieke ambtsdragers van Middelburg. 1.1. Alleen de raadsleden die cultuur in hun portefeuille hebben, krijgen de kaart aangeboden. Het is voor het raadswerk goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij het theater. Mag deze kaart worden geaccepteerd? Nee, het aannemen van de kaart is ook nu een overtreding van artikel 5.1 van de gedragscode. Het is ‘om te weten hoe het reilt en zeilt’ bij het theater voor deze raadsleden niet noodzakelijk een kaart te hebben en het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op. De raad kan zich op een andere manier op de hoogte stellen omtrent het theater of de theaterbranche, zoals het afleggen van een
17
werkbezoek met een duidelijk werkprogramma. De kaarten dienen dus terug te worden gestuurd conform artikel 5.1, derde lid, van de gedragscode. 2.
De gemeente subsidieert een jaarlijks wielerevenement vanwege haar doelstelling om een sportieve gemeente te zijn en zoveel mogelijk burgers in beweging te krijgen en in aanraking te laten komen met deze populaire sport. Het college vraagt aan de organisatie dertig vrijkaarten voor college- en raadsleden. Zij kunnen dan als ambassadeur van de gemeente aanwezig zijn. Mag dit?
Nee, dit zou het college niet moeten doen. In feite wordt er een geschenk gevraagd. Voor de organisatie is het moeilijk om nee te zeggen. Een dergelijk verzoek kan worden beschouwd als een oneigenlijke subsidieeis. Verder is het doel van de subsidie niet het zichtbaar maken van de gemeente. Dit laatste zou in relatie tot dit evenement ook bereikt kunnen worden door de burgemeester of een wethouder bij de opening een rol te laten vervullen. Een andere mogelijkheid is dat de gemeente voor raads- en collegeleden – los van de subsidieverstrekking – een aantal kaartjes aanschaft. 2.1. De organisatie van het wielerevenement biedt de gemeente dertig vrijkaartjes aan voor college- en raadsleden plus partners. Men geeft daarbij aan dat men graag achtergrondinformatie wil geven over de organisatie van het evenement. Daarnaast zal er een rondleiding zijn inclusief uitleg over de veiligheidsaspecten, wegafzettingen, beperking van de geluidsoverlast en de samenwerking met de hulpdiensten. Na afloop van dit informatieve deel mogen de genodigden onder het genot van een hapje en drankje het evenement bijwonen. Mogen de raadsleden ieder een kaartje – eventueel via het college – aannemen? Ja, dat mag. De uitnodiging heeft een duidelijk functioneel karakter; om zich goed te informeren over het evenement kan het noodzakelijk zijn om een en ander in de praktijk te zien.
Dat de genodigden een versnapering aangeboden krijgen valt binnen de grenzen van het redelijke. Voor partners geldt dit alles niet. Als zij het evenement willen bijwonen, moeten zij zelf een kaartje kopen. 3.
Een raadslid heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop wordt een bos bloemen aangeboden. Mag het raadslid die aannemen?