25-162 Bijlage 2. Bestemmingsplan bouwvlak vliegveld Midden-Zeeland
Tekst van het document
Afbeelding 7.6 geeft de nieuwe geluid- en veiligheidscontouren weer, afbeelding 7.7 de nieuwe hoogtebeperkingen. Zoals hiervoor aangegeven past hierbij nog de kanttekening dat het aanvullend beperkingengebied (de ononderbroken groene contour in afbeelding 7.6) met vaststelling van het gewijzigde luchthavenbesluit van 27 september 20245 is komen te vervallen. Zoals blijkt uit de afbeeldingen zullen de beperkingengebieden op grotere afstand van het bouwvlak komen te liggen. Binnen het plangebied geldt op dat moment een maximale bouwhoogte van 45 meter. Wanneer nieuwe bebouwing wordt opgericht, dient deze te voldoen aan de op dat moment geldende hoogtebeperkingen op basis van het luchthavenbesluit. Wanneer het bovengenoemde luchthavenbesluit planologisch gezien nog niet is geëffectueerd met het provinciaal inpassingsplan, kan met een wijzigingsbevoegdheid worden afgeweken van de beperkingencontouren die in het voorliggende bestemmingsplan zijn opgenomen. Belangrijke voorwaarde hierbij is dat het betreffende luchthavenbesluit onherroepelijk is, en de situering van de start- en landingsbaan feitelijk in overeenstemming is met dat luchthavenbesluit en in gebruik is of kan worden genomen. Zodoende vormt het bestemmingsplan geen hinder voor de voorgenomen wijziging van het luchthavenbesluit.
Afbeelding 7.6.: De voorgenomen situatie na baanrotatie: het nieuwe beperkingengebied t.a.v. de 48 db(A) Lden en 10-6 PR contour
Afbeelding 7.7.: hoogtebeperkingen rond Vliegveld Midden-Zeeland na de baanrotatie (het bouwvlak in rood)
7.5.3 Conclusie De op dit moment geldende luchtvaartcontouren (voor geluid, externe veiligheid en bouwhoogte) van Vliegveld Midden-Zeeland zijn overgenomen op de verbeelding en in de regels van dit bestemmingsplan. Deze vormen geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan. 7.6
Luchtkwaliteit
7.6.1 Kader Luchtkwaliteit is afhankelijk van de aanwezigheid van stoffen in de buitenlucht die schadelijk zijn voor de gezondheid. Een maat voor de luchtkwaliteit is de concentratie van een dergelijke stof in de lucht, meestal uitgedrukt in microgrammen per kubieke meter (µg/m3). Bronnen die schadelijke stoffen uitstoten, kunnen lokaal (tot enkele kilometers) effect hebben op de concentraties in de lucht. Normen ten aanzien van concentraties en voorschriften voor het meten en rekenen aan luchtkwaliteit zijn in de Nederlandse wet vastgelegd. 7.6.2 Onderzoek Geur- en luchtemissies van een luchthaven zijn voornamelijk het gevolg van lucht- en grondverkeer dat gebruik maakt van verbrandingsmotoren. Op het gebied van geur- en luchtemissies zijn de gevolgen van de voorgenomen situatie beperkt te noemen. Deze zijn met name afhankelijk van het aantal luchtvaartbewegingen en hiervoor stelt het luchthavenbesluit een maximum. Voorliggend plan leidt niet tot een toename aan verkeersbewegingen. Deze uitbreiding heeft derhalve ook geen invloed op de emissies. Er kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling inpasbaar is vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit op basis van artikel 5.16 lid 1a van de Wet luchtkwaliteit. Goede ruimtelijke ordening (CILMK) Voor de volledigheid zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied.
Met de CILMK-monitoringstool zijn langs de belangrijkste weg, de rijksweg A58, de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. In afbeelding 7.8 zijn de jaargemiddelde concentraties weergegeven voor het peiljaar 2024 ter hoogte van de planlocatie.
Afbeelding 7.8: ligging toetspunten NO2, PM10 en PM2,5 peiljaar 2024 (Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit)
Uit het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit) blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied voor de voorgenoemde stoffen niet meer bedragen dan respectievelijk 20 µg/m3, 15 µg/m3 en 7 µg/m3. De jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) wordt dan ook niet overschreden. 7.6.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit leidt niet tot belemmeringen voor dit bestemmingsplan.
7.7
Milieuzonering
7.7.1 Kader Omgevingsverordening Zeeland 2018 De Omgevingsverordening Zeeland 2018 bevat een regeling waarmee toepassing wordt gegeven aan het bufferbeleid in het Omgevingsplan. Het bufferbeleid is van toepassing op nieuwe situaties in het agrarisch gebied, in relatie tot woonwijken en verblijfsrecreatieterreinen. Met de regeling wordt beoogd een ruimtelijke kwaliteitsnorm te hanteren voor de scheiding van gevoelige en belastende bestemmingen (voorkomen/beperken van stank-, stof-, geluid-, of andere hinder én voorkomen dat de nieuwvestiging van gevoelige functies leidt tot beperkingen in de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven). Deze afstemming tussen gevoelige en belastende bestemmingen wordt als provinciaal belang aangemerkt. VNG brochure “Bedrijven en Milieuzonering” Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure “Bedrijven en Milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen.
Volgens vaste jurisprudentie mag er bij het voldoen aan deze afstanden van uit worden gegaan dat een voldoende woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. In de VNG-Brochure wordt benadrukt dat de genoemde afstanden indicatief zijn, waar op basis van locatie-specifieke omstandigheden gemotiveerd van kan worden afgeweken.
7.7.2 Onderzoek De beoogde ontwikkeling ter plaatse van het vliegveld voorziet niet in de realisatie van gevoelige functies. In de nabijheid van het vliegveld zijn primair agrarische gronden gelegen, alsmede enkele agrarische (woon)percelen. Op het vliegveldterrein is reeds luchthaven gerelateerde bedrijvigheid toegestaan. Deze inrichting wijzigt niet ten opzichte van de bestaande situatie. De bestemming ‘Verkeer – Luchthaven’ en daarmee de afstand tot omliggende functies blijft ongewijzigd. Zodoende kan worden gesteld dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 7.7.3 Conclusie Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
7.8
Externe veiligheid
7.8.1 Kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft. Daarbij dient getoetst te worden aan de normen van het PR (relevant op korte afstand van risicobronnen) en moet binnen veelal grote invloedsgebieden vanaf risicobronnen een verantwoording van het GR plaatsvinden. Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering.
Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour. Het GR (de kans per jaar dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit) kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit. De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) uit 2004 legt veiligheidsnormen op aan overheden die besluiten nemen over bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij (beperkt) kwetsbare objecten waaronder woningen, ziekenhuizen, scholen, winkels, horecagelegenheden en sporthallen. Hierdoor ontstaan risico’s voor mensen die in de buurt ervan wonen of werken. Het besluit verplicht gemeenten en provincies bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen met externe veiligheid rekening te houden.
Dit betekent bijvoorbeeld dat woningen op een bepaalde afstand moeten staan van een bedrijf dat werkt met gevaarlijke stoffen.
Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen over wegen, water en spoor Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden. In het Bevt staan regels voor de ruimtelijke inrichting rond wegen, waterwegen en spoorwegen met vervoer van gevaarlijke stoffen. Het Bevt hanteert een vaste grens van 200 meter, vanaf de buitenrand van de transportroute, waarbuiten in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Buiten de 200 meter is een verantwoording niet noodzakelijk. Wel geldt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen die nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maken buiten de 200 meter dient in de toelichting aandacht moet worden gegeven aan de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid voor zover het binnen het invloedsgebied van de transportroute is gelegen. Een volledige verantwoording kan bovendien achterwege blijven indien kan worden aangetoond dat: a. het groepsrisico, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, of; b. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, met niet meer dan 10% toeneemt en; c. de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden. d.
Indien sprake is van een volledige verantwoording dienen maatregelen ter beperking van het GR, alternatieve ruimtelijke ontwikkelingen met een lager GR en mogelijkheden en voorgenomen maatregelen ter beperking van de omvang van een calamiteit te worden overwogen. Een beperkte verantwoording houdt wel rekening met de effecten van een calamiteit en vindt alleen plaats als het plangebied binnen het invloedsgebied (effectgebied) van transportassen is gelegen. In het Bevt zijn tevens plasbrandaandachtsgebieden (PAG) benoemd voor transportroutes. Een PAG is een zone, waarbinnen een aanvullende verantwoording noodzakelijk is met betrekking tot het al dan niet nemen maatregelen om de effecten van een plasbrand te beperken en de zelfredzaamheid van personen. Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Daarmee zijn nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10 -6 contour niet toegestaan. Ook is vastgesteld dat wanneer binnen het invloedsgebied van een buisleiding een ruimtelijk besluit wordt genomen, de verantwoordingsplicht van toepassing is.
Daarnaast gaat het Bevb uit van een belemmerde strook van 4 of 5 meter, afhankelijk van de werkdruk. Voor deze strook geldt een bouwverbod en een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. Ten aanzien van de verantwoordingsplicht groepsrisico wordt, net als bij het Besluit externe veiligheid transportroutes onderscheid gemaakt tussen een volledige verantwoording en een beperkte verantwoording van het groepsrisico.
7.8.2 Onderzoek
Afbeelding 7.9.: Uitsnede risicokaart ter hoogte van het vliegveld Midden-Zeeland
Risicobronnen Binnen en in de omgeving van het plangebied zijn de volgende risicovolle inrichtingen en transportroutes aanwezig: 1. Bovengrondse tank; 2. Kernreactor Borssele; 3. Kloosterboer Vlissingen V.O.F.; 4. Verbrugge Zeeland Terminals; 5. Rijksweg A58; 6. Spoorlijn Sloegebied-Roosendaal. De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in een toename van het aantal aanwezigen in het plangebied. Het oppervlakte aan bebouwingsmogelijkheden blijft gelijk en de capaciteit van het vliegveld blijft ongemoeid. Het groepsrisico (GR) neemt niet toe. Externe veiligheid rondom luchthavens beschrijft het risico van het neerstorten van een vliegtuig in de omgeving van de luchthaven. De risicomaat die gehanteerd wordt, is het plaatsgebonden risico (PR). Het PR is gedefinieerd als de kans per jaar dat een denkbeeldige persoon die zich permanent op dezelfde locatie in de omgeving van een luchthaven bevindt, komt te overlijden door een direct gevolg van een vliegtuigongeval. Het luchthavenbesluit bevat contouren ter aanduiding van het PR van 10-5 en 10-6. Deze contouren zijn van toepassing op delen van voorliggend bestemmingsplangebied en blijven van toepassing. Binnen de 10-5 PR-contour dienen eventueel aanwezige woningen aan de woonfunctie onttrokken (gesloopt) te worden, ofwel gesloopt moeten worden.
Woningen zijn binnen deze contouren niet aan de orde en worden ook niet mogelijk gemaakt met dit bestemmingsplan.
Binnen de 10-6 PR-contour is nieuwbouw van woningen in beginsel niet toegestaan. Ook hiervoor geldt dat binnen deze contour in zowel de huidige als de toekomstige situatie geen woningen aan de orde zijn. De veiligheidscontouren zijn één op één overgenomen uit het nu geldende luchthavenbesluit. 7.8.3 Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 7.9
Overige belemmeringen
7.9.1 Inleidend Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke. 7.9.2 Onderzoek en conclusie Aan de zuidzijde van het plangebied ligt een leiding die dient voor het lozen van polderwater op het Veerse Meer. Buiten genoemde leiding zijn er in en in de directe omgeving van het plangebied geen planologisch relevant aan te merken solitaire leidingen en geen leidingstroken of hoogspanningsverbindingen aanwezig waarmee in een bestemmingsplan rekening moet worden gehouden. Voor dit aspect bestaan verder geen belemmeringen voor de in het plangebied aanwezige functies.
7.10 Explosieven 7.10.1 Kader In het kader van de uitvoerbaarheid moet worden vastgesteld of in het onderzoeksgebied rekening gehouden moet worden met de mogelijke aanwezigheid van conventionele explosieven in de bodem. Door onderzoek uit te voeren naar Conventionele Explosieven (CE) kan worden voorkomen dat er onverwachts CE worden aangetroffen bij het uitvoeren van werkzaamheden en/of er onzorgvuldig wordt omgegaan met eventueel aangetroffen CE, waardoor uitwerkingsgevolgen plaatsvinden. De belangrijkste daarvan zijn luchtdruk, schokgolf en scherfwerking, welke een groot gevaar vormen voor de veiligheid en gezondheid van bij het opsporen van CE betrokken werknemers en andere personen. 7.10.2 Onderzoek Een eerste stap in het opsporingsproces naar CE wordt (doorgaans) gevormd door een (historisch) vooronderzoek waarin beoordeeld wordt of een onderzoekgebied verdacht of onverdacht
is op de mogelijke aanwezigheid van Conventionele Explosieven. Gezien de ligging van het plangebied kan worden gesteld dat sprake is van algemene betrokkenheid bij oorlogshandelingen (indicaties). Hierdoor is sprake van een verhoogd risico op het aantreffen van CE (verdacht gebied). Wanneer er binnen het onderzoeksgebied grondroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden en de exacte ontgravingscontouren bekend zijn, dienen deze delen te worden onderzocht. Aan de hand van de mogelijk- en onmogelijkheden van het te bewerken gebied zal in overleg met een gecertificeerd opsporingsbedrijf bepaald moeten worden welke opsporingsmethode dient te worden gehanteerd en welke (mogelijk verdere) maatregelen genomen dienen te worden met betrekking tot een veilige omgang met explosieven. De detectie- en eventuele daaropvolgende benaderwerkzaamheden dienen door een WSCS-OCE gecertificeerd bedrijf uitgevoerd te worden. 7.10.2 Conclusie Voorafgaand aan de grondroerende werkzaamheden zal op basis van de exacte ontgravingscontouren onderzoek naar NGE plaatsvinden. Mochten er explosieven aanwezig zijn, dienen deze door een gecertificeerd bureau te worden verwijderd. De uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is hiermee niet in het geding. De mogelijkheid tot aanwezigheid van explosieven leidt niet tot belemmeringen voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
7.11 Duurzaamheid 7.11.1 Kader Energiezuinig bouwen De energiezuinigheid van woningen en utiliteitsgebouwen wordt uitgedrukt in de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Het Bouwbesluit stelt bepaalde eisen aan de energiezuinigheid van gebouwen en daarmee de EPC-waarde van een gebouw. Voor een woning geldt een eis van 0,4 terwijl voor utiliteitsbouw een variatie aan normen wordt gehanteerd op basis van de functie. De EPC-eisen zijn in 2020 vervangen door de eisen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG). Alle vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2020 moeten voldoen aan deze BENG-norm. Nationaal klimaatakkoord De afgelopen jaren heeft de nationale overheid haar duurzaamheidsdoelen en de benodigde acties in verschillende documenten en afspraken vastgelegd. In 2013 zijn er afspraken gemaakt met het bedrijfsleven over onder andere besparing en meer duurzame opwekking in het Energieakkoord. In 2015 is er tijdens een VN-klimaattop in Parijs een nieuw internationaal klimaatakkoord opgesteld. Het doel hiervan is om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius en minimaal 1,5 graden. In 2016 heeft de overheid vervolgens in de Energieagenda vastgelegd hoe een CO2-arme energievoorziening in 2050 gerealiseerd kan worden. In 2018 zijn deze afspraken verder uitgebreid met een nationale Klimaatwet.
Deze stelt dat in 2030 een CO2-reductie van 49% ten opzichte van 1990 gerealiseerd moet zijn. In 2050 moet dit minimaal 95% zijn. In een nationaal klimaatakkoord worden afspraken gemaakt hoe deze doelen gehaald gaan worden. Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het klimaatakkoord gepubliceerd. Als onderdeel van het nationale klimaatakkoord is ook afgesproken om op regionaal niveau samen te werken aan de energietransitie. Daarbij gaat het specifiek over lokale duurzame opwekking, besparing en de warmtetransitie. Dit resulteert in dertig regionale energiestrategieën (de RES). De regio's krijgen ondersteuning van het Nationaal Programma RES. Via de RES kan de besluitvorming omtrent de ruimtelijke inpassing van de duurzame energieopwekking en de energie-infrastructuur worden voorbereid in goed overleg met alle maatschappelijke partners en betrokkenen binnen de regio. Omgevingsverordening Zeeland 2018 De Provincie Zeeland richt haar energie- en klimaatbeleid op het leveren van een evenredige bijdrage aan de nationale doelen, rekening houdend met de Zeeuwse geografische, maatschappelijke en bestuurlijke context. De Provincie ondersteunt de innovatie in en opwekking van zonneenergie. Het gaat daarbij vooral om het plaatsen van zonnepanelen door bedrijven en burgers voor eigen gebruik ('achter de meter').
Het Omgevingsplan gaat uit van het versterken en benutten van de stedelijke gebieden, tegengaan van verstening en versnippering van het landelijk gebied en behoud van de landschappelijke kwaliteiten. Grootschalige initiatieven voor zonneparken in het landelijk gebied sluiten hier niet op aan. De Provincie wil vanwege de technologische ontwikkelingen, landschappelijke effecten en beperkte vraag naar ruimte voor zonneparken dat de opwekking van zonne-energie vooralsnog alleen wordt toegestaan in gebieden binnen de begrenzing bestaand bebouwd gebied en op agrarische bouwvlakken. Dit biedt op korte termijn voldoende mogelijkheden voor opwekking van
zonne-energie. Buiten het bebouwd gebied is dit uitsluitend toegestaan als ondergeschikte functie. Zeeuws energieakkoord en Regionale Energiestrategie Zeeland De uitvoering van het landelijk Klimaatakkoord heeft plaatsgevonden via het samenwerkingsplatform Zeeuws Energieakkoord. Door het opstellen van een Regionale Energiestrategie (RES) met uitvoeringsprojecten in de provincie is een route uitgestippeld naar een energie- en klimaatneutraal Zeeland in 2050. Op 10 maart 2020 heeft Zeeland als eerste RES-regio de RES 1.0 gepubliceerd. Hierin liggen concrete doelen en maatregelen vast om broeikasgassen terug te dringen, voornamelijk CO2, voor zowel lange en korte termijn. In de energiestrategie (RES) wordt weergegeven hoe de klimaat- en energiedoelen in Zeeland worden ingevuld en behaald, met een focus op de opgave voor warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de opwekking van duurzame elektriciteit. In Zeeland is ook duurzame infrastructuur en mobiliteit meegenomen, zoals CO2 uitstoot bij auto- en vaarverkeer. In de RES worden daarom drie sectoren behandeld: Elektriciteit, Gebouwde Omgeving en Mobiliteit. Ten aanzien van de gebouwde omgeving wordt ingezet op een overgang van aardgas naar duurzame warmte en schone elektriciteit. Nieuwbouw krijgt geen gasaansluiting meer en de energiebelasting op gas gaat omhoog, die op elektriciteit omlaag.
7.11.2 Onderzoek De nieuwe gebouwen dienen te voldoen aan de actuele wet- en regelgeving op het gebied van duurzaamheid. Er wordt gekeken naar mogelijkheden om de energiebehoefte te reduceren (passieve koeling, goede isolatie, vegetatiedaken). Ook wordt gekeken naar de mogelijkheid om daken te voorzien van zonnepanelen om duurzame energie op te wekken. Uitwerking hiervan vindt plaats op gebouwniveau. Verder wordt zo min mogelijk verharding aangebracht. 7.11.3 Conclusie Het plan voldoet aan de wettelijke kaders ten aanzien van duurzaamheid.
8
Uitvoerbaarheid
8.1
Economische uitvoerbaarheid Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De voor dit bestemmingsplan te maken kosten, waaronder eventuele tegemoetkoming in schade, zijn voor rekening van de gemeente. Hierover zijn afspraken gemaakt in een samenwerkingsovereenkomst tussen het vliegveld en de gemeente Middelburg. Burgemeester en wethouders van Middelburg stemden hiermee in op 15 december 2020. Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.
8.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Plan(vormings)proces en participatie Bij besluit van 15 december 2020 is de gemeente Middelburg een overeenkomst aangegaan met vliegveld Midden-Zeeland om een baanrotatie te kunnen realiseren, wat positieve gevolgen heeft voor de veiligheid en geluidshinder in de omgeving. Voor de baanrotatie is ook wijziging vereist van het luchthavenbesluit voor het vliegveld. Provinciale Staten namen dit wijzigingsbesluit op 27 september 2024. In dezelfde vergadering stelden Provinciale Staten een inpassingsplan vast, voor de planologische wijzigingen die nodig zijn voor de baanrotatie. In de overeenkomst tussen de gemeente Middelburg en vliegveld Midden-Zeeland is ook de wens van het vliegveld betrokken om (zonder dat de hoeveelheid toegestane m² toeneemt) het bouwvlak ten opzichte van het huidige bestemmingsplan aan te passen ten behoeve van het realiseren van toekomstige nieuwe bedrijfsbebouwing, mits de baanrotatie niet wordt beperkt. Voor de wijziging van het bouwvlak op het vliegveld is gekozen voor een aparte procedure, namelijk dit bestemmingsplan. De uitbreiding van het bouwvlak is immers geen provinciale aangelegenheid en omdat dit zich beperkt tot het grondgebied van één gemeente, namelijk gemeente Middelburg, ligt hier de figuur van een inpassingsplan ook niet voor de hand.
Het voorliggende bestemmingsplan doorloopt de wettelijk voorgeschreven procedure, waarbij het ontwerpbestemmingsplan van 7 december 2023 tot en met 17 januari 2024 ter inzage is gelegd
en waarbij een ieder een zienswijze kon indienen. In totaal zijn twee zienswijzen ingediend, waarvan één van de Provincie Zeeland. De zienswijze van de provincie gaf aanleiding tot een wijziging van het bestemmingsplan, in die zin dat er in paragraaf 3.1.2 een nadere onderbouwing is gegeven op de afwegingszone rond natuurgebieden natuurgebieden, aan de regels een nieuw artikel is toegevoegd (artikel 4 Natuur) en op de verbeelding een natuurbestemming is opgenomen in de zone nabij de kreek. Verder zijn de regels en de toelichting op onderdelen geactualiseerd, als gevolg van nieuw vastgesteld beleid, de besluitvormingsprocedures rond het luchthavenbesluit en het provinciale inpassingsplan. Hoofdstuk 9 gaat hier nader op in. Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht. 8.3
Handhavingaspecten Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels. Vertaling naar bestemmingsregeling De verbeelding, de regels en de toelichting zijn zodanig op elkaar afgestemd dat interpretatieproblemen en problemen met betrekking tot de uitvoering zo veel mogelijk worden voorkomen.
9
Procedure
9.1
Voorbereidingsfase Vooraankondiging Op grond van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient voorafgaand aan een procedure van een bestemmingsplan, waarin een ruimtelijke ontwikkeling wordt gefaciliteerd, een vooraankondiging te worden gepubliceerd waarin de gemeente aangeeft een bestemmingsplan voor te bereiden. Deze vooraankondiging heeft voor dit plan plaatsgevonden op 1 november 2023 in de Middelburgse & Veerse Bode en op 2 november 2023 in het Gemeenteblad. Overleg Conform artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader is het ontwerpbestemmingsplan voor advies toegezonden aan de diverse overleginstanties.
9.2
Ontwerpfase Na afronding van de inspraakprocedure is de formele bestemmingsplanprocedure gestart. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 7 december 2023 tot en met 17 januari 2024 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Tijdens deze termijn zijn twee zienswijzen ingediend. In bijlage 6 is een Nota zienswijzen opgenomen waarin de ingekomen zienswijzen zijn samengevat en beantwoord. De belangrijkste wijzigingen betreffen het uitbreiden van de toets aan de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland en het opnemen van een bestemming Natuur aan de zijde van de kreek. Ook zijn enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd.
9.3
Vaststellingsfase Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna, mits wordt voldaan aan de hoogtebepalingen van het op dat moment geldende luchthavenbesluit, tot vergunningverlening kan worden overgegaan.
REGELS
2
Inhoudsopgave van de regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
INLEIDENDE REGELS Begrippen Wijze van meten
3 3 6
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
BESTEMMINGSREGELS Verkeer - Luchthaven Natuur
7 7 9
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
ALGEMENE REGELS Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels
11 11 12 13 14 15 16
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsrecht Slotregel
17 17 18
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Staat van Horeca-activiteiten
Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
3
Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het bestemmingsplan Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland NL.IMRO.0687.BPBGMBVMZ-VG01 van de gemeente Middelburg. 1.2
met
identificatienummer
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlagen.
Verdere begrippen in alfabetische volgorde:
1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.6
bedrijfs- of dienstwoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein. 1.7
bedrijfsvloeroppervlakte
de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten. 1.8
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.9
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.10
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.
Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
4
1.11
bijgebouw
een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.12
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.13
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.14
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.15
bouwperceelsgrens
een grens van een bouwperceel. 1.16
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.17
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.18
dakopbouw
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst. 1.19
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.20
geluidsgevoelige objecten
woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.21
hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.22
horecabedrijf
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en / of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf. Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
5
1.23
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.24
overkapping
een bouwwerk, geen gebouwen zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.25
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.26
Staat van Horeca-activiteiten
de Staat van Horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt.
Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
6
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand:
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2
dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3
goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4
inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5
bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6
hoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.
Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
7
Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 3.1
Verkeer - Luchthaven
Bestemmingsomschrijving
De voor Verkeer - Luchthaven aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. luchtvaartverkeer en -vervoer; b. luchtvaartgerelateerde bedrijven, waaronder horeca tot en met maximaal categorie 1b van de staat van horeca-activiteiten, zoals opgenomen in bijlage 1; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Bouwregels voor bouwvlakken
Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d.
op deze gronden zijn gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan; het aantal bedrijfswoningen bedraagt ten hoogste het aantal, zoals is aangegeven in de aanduiding; de gebouwen worden uitsluitend gebouwd in het bouwvlak; de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – 1' is ten hoogste 17.650 m²; e. de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 3 meter; f. indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, bedraagt de onderlinge afstand ten minste 3 meter. 3.2.2
Bouwregels voor bouwen buiten het bouwvlak
Op deze gronden zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, toegestaan. 3.2.3
Bouwhoogte, oppervlakte en inhoud gebouwen
De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en / of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste de in tabel aangegeven maten, met inachtneming van artikel 7.3 (hoogteaanduiding vliegveld): gebouw
goothoogte
bouwhoogte
oppervlakte / inhoud
1
luchtverkeerstoren
2
luchtvaartgerelateerde bedrijfsgebouwen zie aanduiding zie aanduiding
3
bedrijfswoning
4m
8m
750 m2
4
bijgebouwen bij een bedrijfswoning, 3 m inclusief overkappingen
6m
60 m2
3.2.4
17,5 m
Bouwhoogte, oppervlakte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde
De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en / of de inhoud van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedragen ten hoogste de in tabel aangegeven maten, met inachtneming van artikel 6.2 (hoogteaanduiding vliegveld): overige bouwwerken, gebouwen zijnde 1 terreinafscheidingen
geen goothoogte
bouwhoogte 2m
Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
8
2 de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen of overkappingen zijnde 3.2.5
5m
Voorwaardelijke verplichting - bodemonderzoek
Een omgevingsvergunning voor de bouw van gebouwen en bouwwerken als bedoeld in artikel 3.2 zal pas worden verleend indien uit (nader) onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Vergroten bouwhoogte andere bouwwerken
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.3 voor het vergroten van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde tot 15 meter, met inachtneming van de aangegeven 'hoogteaanduiding vliegveld'. Bij toepassing van deze regels volgen burgemeester en wethouders de procedure zoals omschreven in artikel 10 lid 1. 3.4
Strijdig gebruik
Onder gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het toepassen van rondstralende verlichting aan gebouwen, langs wegen en op parkeerplaatsen die is gericht op of uitstraalt naar de bestemming Natuur.
Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
9
Artikel 4
4.1
Natuur
Bestemmingsomschrijving
De voor Natuur aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden, bestaande uit bosgebied, grasland met bijzondere vegetatie, kavelgrensbeplanting, weidevogels en struweelvogels; 4.2
Bouwregels
4.2.1
Bouwregels voor de bestemming
Op deze gronden zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. 4.2.2
Bouwhoogte, oppervlakte en inhoud
De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en / of de inhoud van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten: Bouwwerk
Bouwhoogte
Terreinafscheidingen
2m
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
2m
4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1
Verbod
Het is verboden op de in lid 4.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van paden, wegen en parkeergelegenheden alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; c. het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, greppels, vijvers en andere wateren; e. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden of aanlegplaatsen; f. het aanleggen van drainage; g. het afbranden van vegetatie; h. het vellen of rooien van struiken of bomen; i. het beplanten van gronden met struiken of bomen. 4.3.2
Uitzonderingen op het verbod
Het verbod van lid 4.3.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, of werkzaamheden die: a. behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 4.3.3
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
10
Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de in lid 4.1 onder a genoemde aanwezige waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. 4.3.4
Advisering
Alvorens te beslissen omtrent een aanlegvergunning als bedoeld in lid 4.3.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige, omtrent de voorwaarden zoals genoemd in lid 4.3.3.
Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
11
Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
12
Artikel 6
6.1
Algemene bouwregels
Bestaande maten
Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. ingeval van herbouw is dit artikel onder a uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. 6.2
Overschrijding bouwgrenzen
De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, alsmede andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt; b. de bouw van andere bouwwerken ten dienste van nutsvoorzieningen, mits deze voorzieningen van geringe horizontale en verticale afmetingen zijn en de bouwhoogte in ieder geval niet meer dan 10 m; in afwijking van het in vorige zin bepaalde bedraagt de bouwhoogte van voorzieningen voor telecommunicatie ten behoeve van privé-gebruik maximaal 15 m en voor gemeenschappelijk gebruik maximaal 30 m; c. voor de bouw van kleine niet voor bewoning bestemde gebouwtjes ten dienste van nutsvoorzieningen; de inhoud van deze gebouwtjes bedraagt ten hoogste 50 m³ en de bouwhoogte ten hoogste 3 m.
Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
13
Artikel 7
7.1
Algemene aanduidingsregels
Luchtvaartverkeerszone - 1
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 3 is het verboden om binnen de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone - 1' woningen, niet zijnde bedrijfswoningen, en geluidsgevoelige gebouwen te bouwen als bedoeld in art. 1 lid 1 van het Besluit burgerluchthavens. 7.2
Luchtvaartverkeerszone - 2
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 3 is het verboden om binnen de aanduiding 'Luchtvaartverkeerzone' geldt dat nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals bedoeld in art. 1 lid 1 van het Besluit burgerluchthavens zijn toegestaan met inachtname van het volgende: a. het gaat om het opvullen van een open plek in de bestaande, te handhaven bebouwing; b. ter plaatse is het geluidsgevoelig object dringend noodzakelijk zijn om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid; c. nieuwe geluidsgevoelige objecten zijn ter vervanging van op die plaats reeds aanwezige bebouwing, niet zijnde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of woonwagenstandplaatsen. 7.3
Hoogteaanduiding vliegveld
Binnen de aanduidingen 'vrijwaringszone - luchtvaartverkeer' geldt dat de bouwhoogte van bouwwerken niet meer mag bedragen dan de aangegeven bouwhoogte, met inachtneming van het volgende: a. b. c. d. e. 7.4
ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - luchtvaartverkeer - 1': ten hoogste 10 meter; ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - luchtvaartverkeer - 2': ten hoogste 20 meter; ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - luchtvaartverkeer - 3': ten hoogste 30 meter; ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - luchtvaartverkeer - 4': ten hoogste 40 meter; ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - luchtvaartverkeer - 5': ten hoogste 45 meter. Voorwaardelijk vervallen van planregels
De bepalingen in artikel 7.1, 7.2 en 7.3 komen te vervallen op het moment dat het provinciaal inpassingsplan “Baanrotatie Vliegveld Midden Zeeland” met planidentificatienummer NL.IMRO.9929.IPPVliegVldMZLD-VA01 onherroepelijk is geworden. Vanaf dat moment gelden de bepalingen op grond van het inpassingsplan en maken de in de eerste volzin genoemde bepalingen geen onderdeel meer uit van dit bestemmingsplan en zijn niet langer van toepassing op het plangebied.
Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
14
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de in hoofdstuk 2 opgenomen bestemmingsregels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. c. de omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; d. bij toepassing van deze regels volgen burgemeester en wethouders de procedure zoals omschreven in artikel 10 lid 1.
Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
15
Artikel 9
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. Bij toepassing van deze regels volgen burgemeester en wethouders de procedure zoals omschreven in artikel 10 lid 2.
Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
16
Artikel 10
10.1
Algemene procedureregels
Procedure bij toepassing ontheffingsbevoegdheid
Indien in de regels naar deze regel is verwezen, volgen burgemeester en wethouders bij toepassing van een ontheffingsbevoegdheid de volgende procedure: a. een ontwerpbesluit ligt gedurende twee weken ter gemeentesecretarie ter inzage; b. burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging tevoren bekend in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze; c. de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het schriftelijk indienen van bedenkingen bij burgemeester en wethouders tegen het ontwerpbesluit gedurende de in sub a genoemde termijn; d. burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken na afloop van de termijn van terinzagelegging omtrent het verlenen van ontheffing; e. indien tegen een ontwerpbesluit bedenkingen zijn ingebracht, wordt het besluit met redenen omkleed; f. burgemeester en wethouders delen aan hen, die bedenkingen hebben ingediend, de beslissing daaromtrent mede. 10.2
Procedureregels bij wijzigen
Indien in de regels naar deze regel is verwezen, is op de voorbereiding van een besluit tot wijziging van een bestemmingsplan is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.
Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
17
Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 11 11.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig ontheffing verlenen van het eerste lid voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
18
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland. Bijlagen bij de regels
Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
19
Bijlage 1
Staat van Horeca-activiteiten
Bestemmingsplan ‘Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland‘ Vaststelling, 18 december 2025
Staat van Horeca-activiteiten
2
Categorie I 'lichte horeca' Bedrijven die in beginsel alleen overdag en 's avonds behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken. Binnen deze categorie worden de volgende subcategorieën onderscheiden: 1a.
Aan de detailhandelsfunctie verwante horeca automatiek; broodjeszaak; cafetaria; croissanterie; koffiebar; lunchroom; ijssalon; snackbar; tearoom; traiteur.
1b.
Overige lichte horeca bistro; restaurant (zonder bezorg- en/of afhaalservice); hotel.
1c.
Bedrijven met een relatief grote verkeersaantrekkende werking bedrijven genoemd onder 1a en 1b met een bedrijfsoppervlak van meer dan 250 m²; restaurant met bezorg- en /of afhaalservice (o.a. pizza, chinees, McDrives). -
Categorie 2 'middelzware horeca' Bedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken: bar; bierhuis; biljartcentrum; café; proeflokaal; shoarma/grillroom; zalenverhuur (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen). Categorie 3 'zware horeca' Bedrijven die voor een goed functioneren ook 's nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen: dancing; discotheek; nachtclub; partycentrum (regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen).
VERBEELDING
Plangebied Plangrens
Enkelbestemmingen N V-LH
Natuur Verkeer - Luchthaven
Gebiedsaanduidingen 1
luchtvaartverkeerzone - 1
2
luchtvaartverkeerzone - 2
LV1
vrijwaringszone - luchtvaartverkeer - 1
LV2
vrijwaringszone - luchtvaartverkeer - 2
LV3
vrijwaringszone - luchtvaartverkeer - 3
LV4
vrijwaringszone - luchtvaartverkeer - 4
LV5
vrijwaringszone - luchtvaartverkeer - 5
Bouwvlakken bouwvlak
Bouwaanduidingen [sba-1]
specifieke bouwaanduiding - 1
Maatvoeringen 2
maximum aantal wooneenheden
7
maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
10
LV4
LV3
*
[sba-1] LV2 7 .
10
LV1
7
LV1
10
LV1 2
N
.
LV2
LV1
V-LH
LV2
LV3
1 LV4
2
LV5
VERKLARINGEN bestaande bebouwing, kadastrale- en topografische gegevens BGT/BRK 29 maart 2023
Vaststelling OVERLEG
Gemeente Middelburg
TERINZAGELEGGING ONTWERP
Bestemmingsplan
VASTGESTELD
Calandweg IDN
GEWIJZIGD
NL.IMRO.0687.BPBGMBVMZ-VAST
WERKNR.
621.121.20
SCHAAL
1:2000
N
FORMAAT PROJECTMAP
J:\621\121\20\3 Projectresultaat\BOUWVLAK VMZ\verbeelding\dwg
DATUM 16 december 2025
BESTAND
GETEKEND
BLAD
RO-62112120-VB_BV-VAST.dwg
gj
Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap BV City & Regional Planning, Urban Design, Architecture, Landscape
Postadres: Postbus 13042 3004 HA Rotterdam Bezoekadres: Van Nelleweg 3042 3044 BC Rotterdam Telefoon: 010 433 00 99 DATUM PLOT USER
4-11-2025 GJacobson
A0+
E-mail: kuiper@kuiper.nl Internet: www.kuiper.nl