CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

25-162 Bijlage 2. Bestemmingsplan bouwvlak vliegveld Midden-Zeeland

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan bouwvlakvergroting vliegveld Midden-Zeeland (25-162 AB)25.117 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Middelburg

Bestemmingsplan “Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland” VASTSTELLING

623.115.60 KUIPERCOMPAGNONS Datum: 18 december 2025

GEMEENTE MIDDELBURG

Bestemmingsplan “Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland” TOELICHTING, REGELS, VERBEELDING

werknummer 623.115.60 datum 18 december 2025 bestand J:\623\115\60\3.projectresultaat\c. vaststelling

Procedureoverzicht Fase

Datum

Ontwerp

14 november 2023

Terinzagelegging

7 december '23 - 17 januari '24

Vaststelling

18 december 2025

TOELICHTING

Inhoudsopgave van de toelichting

1

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding en doel van het plan Ligging en begrenzing plangebied Voorgaande plannen Relatie met overige wet- en regelgeving Vliegveld Midden-Zeeland Relevante plannen en besluiten in de omgeving Leeswijzer

5 5 7 8 9 11

2

Planbeschrijving

12

2.1 2.2 2.3

Bestaande situatie Ontwikkelingen Juridische aspecten

12 18 20

3

Ruimtelijke Ordening

24

3.1 3.2

Kader en onderzoek Conclusie

24 36

4

Mobiliteit

37

4.1 4.2 4.3

Kader Onderzoek Conclusie

37 37 38

5

Ecologie

39

5.1 5.2 5.3

Kader Onderzoek Conclusie

39 40 44

6

Water

45

6.1 6.2 6.3

Wettelijk kader Onderzoek Conclusie

45 47 50

7

Milieu

51

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9 7.10 7.11

Archeologie en cultuurhistorie Bodemkwaliteit Wegverkeerslawaai Industrielawaai Luchtvaartverkeer Luchtkwaliteit Milieuzonering Externe veiligheid Overige belemmeringen Explosieven Duurzaamheid

51 55 56 57 58 62 64 65 68 68 70

8

Uitvoerbaarheid

72

8.1 8.2 8.3

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhavingaspecten

72 72 73

9

Procedure

74

9.1 9.2 9.3

Voorbereidingsfase Ontwerpfase Vaststellingsfase

74 74 74

Separate bijlagen bij de toelichting -

Bijlage 1: Rapportage quick scan Wet natuurbescherming, Gras Advies, d.d. 23 februari 2023 Bijlage 2: Stikstofberekening Vliegveld Midden Zeeland, Bouwkundig Buro Laban B.V., 14 november 2023 Bijlage 3: Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming, Gras Advies, 12 januari 2023 Bijlage 4: Tekening luchtverkeerstoren (conform vergunning d.d. 6 maart 2024), Bouwkundig Buro Laban B.V., 25 september 2023 Bijlage 5: Actualisatie Aerius berekening, 4 november 2025 Bijlage 6: Nota zienswijzen, 18 december 2025

Afbeelding 1.1.: begrenzing plangebied en ligging bouwvlak bestemmingsplan “Bouwvlak Vliegveld Midden-Zeeland” ten opzichte van het Veerse Meer en de kernen Arnemuiden en Lewedorp (bron: www.opentopo.nl)

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel van het plan Aan de Calandweg te Arnemuiden ligt Vliegveld Midden-Zeeland. Het totale luchtvaartterrein beslaat een oppervlakte van 23 hectare en is gelegen binnen de gemeentegrenzen van Middelburg. Het vliegveld heeft een eigen luchthavengebouw en langs de Calandweg zijn diverse luchtvaartgerelateerde bedrijven gevestigd met specifieke dienstverlening ten behoeve van het vliegveld. Gedurende de laatste jaren groeit het aantal vliegbewegingen gestaag en heeft Vliegveld MiddenZeeland mogelijkheden om zowel de (kleine) zakelijke als de recreatieve luchtvaart verder te ontwikkelen. Daarnaast wordt het vliegveld gebruikt door onderhoudshelikopters naar windmolenparken op de Noordzee, de traumahelikopter (Lifeliner), Search and Rescue (SAR) helikopters, politiehelikopters, milieu-inspecties en helikopters van Gasunie die de gasleidingen in de omgeving controleren. Dit leidt tot een behoefte aan meer hangars om de vliegtuigen te beschermen tegen weersinvloeden en te onderhouden en/of repareren. Thans bestaat er een concept-inrichtingstekening met de beoogde nieuwe bebouwing voor de komende jaren aan de westzijde van het vliegveldterrein.

Deze ontwikkeling is op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’, dat per 1 januari 2024 onderdeel is geworden van het omgevingsplan van de gemeente Middelburg, niet toegestaan omdat de gronden waarop deze nieuwe bebouwing is voorzien, buiten het bebouwingsvlak liggen. Het bouwvlak ligt dermate strak rond de bestaande bebouwing dat dit nu niet mogelijk is, terwijl het reeds toegestane maximale oppervlakte van 17.650 m2 nog niet is bereikt. Ook zijn buiten het bouwvlak reeds twee bestaande (en ook vergunde) gebouwen aanwezig. Het is wenselijk om deze gebouwen eveneens van een bouwvlak te voorzien. Ten slotte is het wenselijk om de luchtverkeerstoren te vernieuwen, en de huidige bouwmogelijkheid voor deze toren conform de reeds verleende vergunning vab 6 maart 2024 te verhogen van 15 naar 17,5 meter. Om de gewenste ontwikkelingen toch mogelijk te maken is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld. Uitgangspunt is uitsluitend het vergroten van het bestaande bouwvlak ter plaatse van het vliegveld Midden-Zeeland en het verhogen van de luchtverkeerstoren naar 17,5 meter. De overige bouwmogelijkheden, waaronder de maximale oppervlakte aan bebouwing, wijzigen met dit bestemmingsplan niet. Een bestemmingsplan ziet uitsluitend toe op het gebruik van de grond en de bouwwerken daarop. Het voorziet geen wijzigingen in de operationele kaders van Vliegveld Midden-Zeeland.

Het luchthavenbesluit, dat de operationele kaders voor Vliegveld Midden-Zeeland regelt, blijft onverminderd van kracht.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Vliegveld Midden-Zeeland is gelegen aan de Calandweg 36 te Arnemuiden, in het noordoosten van het gemeentelijk grondgebied van Middelburg. Het vliegveld heeft een oppervlakte van 23 hectare en wordt aan de directe noord-, oost- en zuidzijde omgeven door overwegend agrarisch gebied. Aan de westzijde zijn diverse recreatieve functies gevestigd, waaronder het (in dooront-

wikkeling zijnde) Waterpark Veerse Meer, het Fletcher hotel, jachthaven Oranjeplaat, recreatiegebied Oranjeplaat en – verder weg – kampeerboerderij De Kruitmolen. Verder ten noorden en noordoosten van het vliegveld liggen het Veerse Meer en de natuurgebieden rondom ‘De Piet’. Aan de zuidzijde liggen de rijksweg A58, de provinciale weg N665, het spoor tussen Vlissingen en Roosendaal en de kern Lewedorp.

Afbeelding 1.2.: globale ligging van de planlocatie (bron: www.opentopo.nl)

Het bestemmingsplangebied bestaat uit 27 kadastrale percelen. De op het terrein van Vliegveld Midden-Zeeland gevestigde bedrijven aan de Calandweg hebben bij vestiging ook grond aangekocht, waardoor elk bedrijf een eigen kadastraal perceel heeft verkregen. De overige gronden zijn in bezit van Vliegveld Midden-Zeeland. In afbeelding 1.3 zijn de kadastrale percelen weergegeven.

Afbeelding 1.3.: kadastrale percelen binnen het plangebied (bron: www.pdok.nl)

1.3

Voorgaande plannen Het nieuwe bestemmingsplan vervangt (gedeeltelijk) de voorgaande bestemmingsplannen: Naam voorgaand plan / besluit

Vaststelling (bevoegd gezag)

1 Bestemmingsplan “Buitengebied”

28 september 2009 (gemeenteraad Middelburg)

2 Paraplubestemmingsplan “Wonen”

17 april 2025 (gemeenteraad Middelburg)

Het bestemmingsplan 'Buitengebied' (afbeelding 1.4) van de gemeente Middelburg is vastgesteld op 28 september 2009. Voor dit deel van het plangebied geldt de bestemming ‘Verkeer – Luchthaven’, bedoeld voor luchtvaartverkeer en – vervoer, luchtvaartgerelateerde bedrijvigheid en bij deze bestemming behorende voorzieningen. Daarnaast zijn de gebiedsaanduidingen 'luchtvaartverkeerszone – 1, 2 en 3' en 'luchtvaartverkeerszone - 2' (paarse contour) opgenomen, waarbinnen nieuwe geluidgevoelige objecten niet, of beperkt zijn toegestaan. Op de gronden evenwijdig aan de Calandweg, is een bouwvlak aanwezig. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij een gezamenlijk bebouwd oppervlak van ten hoogste 17.650 m² geldt. Voor bedrijfsgebouwen geldt een goot- en bouwhoogte van resp. 7 en 10 meter. Verder zijn twee bedrijfswoningen, bijgebouwen, bouwwerken en erfafscheidingen toegestaan met elk eigen maximale hoogte-, oppervlakte- en inhoudsmaten. Ten slotte staat het bestemmingsplan een luchtverkeerstoren van 15 meter hoog toe.

Afbeelding 1.4.: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2009) met de geldende contouren rondom het vliegveld (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Het paraplubestemmingsplan ‘Wonen’ bevat regels voor het tegengaan van het gebruik van reguliere woningen als kamerverhuurpand dan wel het tegengaan van het gebruik van reguliere woningen voor de huisvesting van meerdere huishoudens. Strijdigheid Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de mogelijkheid geboden om (aan de westzijde van het vliegveldterrein) nieuwe bebouwing op te richten. Op grond van het huidige bestemmingsplan ‘Buitengebied’’ is het bouwvlak krap ingetekend, waardoor het plan in ruimtelijke zin weinig tot geen uitbreidingsmogelijkheden biedt. Met de beoogde nieuwe bebouwing wordt het huidige bouwvak overschreden en is deels bebouwing voorzien binnen de in afbeelding 1.4 opgenomen gebiedsaanduidingen 'luchtvaartverkeerszone – 1, 2 en 3' en 'luchtvaartverkeerszone - 2' (paarse contour). Twee bestaande gebouwen aan de oostzijde van de bedrijfsbebouwing hebben op dit moment geen bouwvlak, waardoor een passende bestemmingsregeling ontbreekt. Voor de betreffende gebouwen is overigens destijds wel bouwvergunning verleend. Ook is op 6 maart 2024 een omgevingsvergunning (kenmerk D490336) verleend voor het vernieuwen van de luchtverkeerstoren. Hiertoe is de bouwhoogte voor deze toren verhoogd van 15 naar 17,5 meter.

Gezien voorgaande zal de nieuwe inrichting afwijken van het huidige bouwvlak en de toegestane bouwmogelijkheden, waardoor het plan in strijd is met de geldende bestemmingsregeling in het bestemmingsplan “Buitengebied”. Het plan maakt geen reguliere woningen mogelijk en is zodoende niet in strijd met het ‘Paraplubestemmingsplan Wonen’. 1.4

Relatie met overige wet- en regelgeving Vliegveld Midden-Zeeland Het Rijk is verantwoordelijk voor de luchtvaartveiligheid en het beheer en gebruik van het luchtruim. Vliegveld Midden-Zeeland behoort tot die burgerluchthavens waarvoor het volgens de Wet luchtvaart noodzakelijk is dat er een zogenaamd luchthavenbesluit geldt. Het luchthavenbesluit

is een soort “vergunning” waarin de milieugebruiksruimte en daarmee samenhangend de consequenties voor het ruimtegebruik in de omgeving worden vastgelegd. Bevoegd gezag voor het luchthavenbesluit zijn Provinciale Staten. Dit bestemmingsplan ziet uitsluitend toe op het gebruik van de grond en de bouwwerken daarop. Het voorziet dan ook geen wijzigingen in de operationele kaders van Vliegveld Midden-Zeeland. Nu het provinciale inpassingsplan in verband met de voorgenomen rotatie van de start- en landingsbaan nog niet onherroepelijk is (zie paragraaf 1.5) blijven de huidige geluid- en veiligheidscontouren onverminderd van kracht en zijn deze één op één overgenomen in de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. 1.5

Relevante plannen en besluiten in de omgeving In de directe omgeving van het plangebied is een ontwikkeling gaande die in ogenschouw moet worden genomen bij de voorgenomen ontwikkelingen op Vliegveld Midden-Zeeland. Baanrotatie Vliegveld Midden-Zeeland De exploitant van het Vliegveld Midden-Zeeland heeft bij de provincie Zeeland in mei 2020 een verzoek ingediend om de start- en landingsbaan van het vliegveld 22 graden tegen de klok in te roteren en 200 meter naar het oosten te verplaatsen. Ten behoeve van deze rotatie dient de provincie het luchthavenbesluit te wijzigen. Provinciale Staten stelden op 27 september 2024 het gewijzigde luchthavenbesluit vast. Dit is op moment van vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan nog niet onherroepelijk. Daarnaast heeft de baanrotatie gevolgen voor de planologische bepalingen. In de gemeenten Goes en Middelburg moeten de geluid- en veiligheidscontouren worden aangepast aan de nieuwe ligging van de start-/landingsbaan. Ook zullen de contouren van de hoogtebeperkingen van de bestemmingsplannen in de gemeenten Borsele, Goes, Middelburg, Noord-Beveland, Vlissingen en Veere aangepast moeten worden. De betrokken gemeenten hebben aan de provincie gevraagd om in plaats hiervan een inpassingsplan vast te stellen.

Deze procedure is in 2023 gestart en heeft geleid tot vaststelling van een inpassingsplan door Provinciale Staten op 27 september 2024. Hiertegen is door twee appellanten beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook het inpassingsplan is op moment van vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan dus nog niet onherroepelijk. De geluid- en veiligheidscontouren en hoogtebeperkingen die op grond van het vigerende plan gelden vanwege het vliegveld zijn in het voorliggende plan overgenomen. Wanneer het provinciale inpassingsplan in werking treedt, gelden de nieuwe geluid- en veiligheidscontouren en hoogtebeperkingen (afbeelding 1.5). Het inpassingsplan heeft een directe doorwerking. Binnen het plangebied geldt op dat moment een maximale bouwhoogte van 45 meter. Nieuwe bebouwing in het plangebied dient in beide situaties aan deze hoogtebeperkingen te voldoen (voor zover de bouwmogelijkheden in het onderliggende bestemmingsplan niet reeds beperkender zijn). Hiermee vormt het bestemmingsplan geen hinder voor de beoogde baanrotatie.

Afbeelding 1.4.: globale aanduiding relevante ontwikkelingen in de omgeving (bron: www.opentopo.nl)

Afbeelding 1.5.: hoogtebeperkingen rond Vliegveld Midden-Zeeland na de baanrotatie (het bouwvlak in rood)

1.6

Leeswijzer In het vervolg van deze toelichting wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de ontwikkeling gegeven. Tevens bevat dit hoofdstuk de juridische planbeschrijving, waarin de regels nader worden toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt de gewenste ontwikkeling getoetst aan de geldende beleidskaders. In de daarop volgende hoofdstukken 4 tot en met 7 wordt de ontwikkeling getoetst aan de sectorale (milieu)wetgeving. In hoofdstuk 8 wordt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan besproken. Tot slot wordt in hoofdstuk 9 ingegaan op de bestemmingsplanprocedure.

2

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie Vliegveld Midden-Zeeland ligt in het noordoostelijke deel van de gemeente Middelburg, op circa 10 kilometer van het dorpscentrum van Arnemuiden, een Zeeuwse ‘smalstad’ waaraan in de middeleeuwen stadsrechten waren verleend. Aan de westzijde zijn diverse recreatieve functies gevestigd, waaronder het (in doorontwikkeling zijnde) Waterpark Veerse Meer, het Fletcher hotel, jachthaven Oranjeplaat, recreatiegebied Oranjeplaat en – verder weg – kampeerboerderij De Kruitmolen. Verder ten noorden en noordoosten van het vliegveld liggen het Veerse Meer en de natuurgebieden rondom ‘De Piet’. Aan de zuidzijde liggen de rijksweg A58, de provinciale weg N665, het spoor tussen Vlissingen en Roosendaal en de kern Lewedorp. Afbeelding 3.1. geeft de ligging van het vliegveld in de omgeving weer.

Afbeelding 2.1.: ligging en bestaande ontsluiting van vliegveld Midden-Zeeland (basis voor het kaartbeeld: Google Maps)

Ontstaansgeschiedenis Het vliegveldterrein ligt op de grens van Walcheren en Zuid-Beveland. Tot het begin van de twintigste eeuw waren dit eilanden in de Zeeuwse Delta. Walcheren en Zuid-Beveland werden van elkaar gescheiden door het Sloe, die het Veersegat in het noorden verbond met de Westerschelde in het zuiden. Na de Tweede Wereldoorlog werd het gebied ten zuiden van de Sloedam ingepolderd ten behoeve van de landbouw en werd gestart met de aanleg van de Sloehaven. Met de aanleg van de Zandkreekdam en de Veersegatdam (jaren ’60-’61) in het kader van de Deltawerken ontstond het

Veerse Meer. Ter hoogte van het vliegveld zijn de Bastiaan de Langepolder en de Calandpolder samengevoegd tot één polder: de Calandpolder. Het gebied rondom de polder vormde zich steeds verder tot een kweldergebied met een fijnmazig krekensysteem en verschillende zandplaten, waaronder de Oranjeplaat. In de late jaren '60 en jaren '70 werden de laatste verlande gebieden ingepolderd en de oude dijken van de Calandpolder afgegraven. Zo ontstond een grootschalig agrarisch landschap. Oprichting vliegveld In 1963 werd de Werkgroep Vliegveld Midden Zeeland opgericht. In 1968 werd 24 hectare (schorren)grond aangekocht, die vervolgens geschikt werd gemaakt om als vliegveld te dienen. Op 13 juni 1970 werd het vliegveld geopend. Het stationsgebouw kwam in april 1971 gereed. Op werkdagen werd viermaal de route Schiphol – Zestienhoven – Noord-Sloe gevlogen en er was tweemaal per dag een vlucht naar Lille voor maximaal tien passagiers. Het gebied werd ontsloten door een nieuwe weg: de Muidenweg, die de Oranjepolder verbond richting Oud-Sabbinge en Wolphaartsdijk. Diverse gronden werden ingericht voor natuurontwikkeling, waaronder de huidige natuur- en bosgebieden ten noorden van ‘De Piet’. Ook werden de eerste recreatiegebieden ontwikkeld, waaronder Oranjeplaat met de Jachthaven Oranjeplaat en camping de Witte Raaf (1972).

De contouren van het huidige landschap zijn daarmee in deze periode gelegd. Van het midden van de jaren '80 nam het belang van de recreatiesector toe en werden de jachthaven en camping De Witte Raaf verder uitgebreid. In 2014 vond de eerste planvorming voor de ontwikkeling van de camping naar verblijfsrecreatiepark als zijnde Waterpark Veerse Meer plaats. In 2013 en 2014 zijn respectievelijk de bestemmingsplannen ‘Oranjeplaat’ en ‘Waterpark Veerse Meer’ vastgesteld, waarin verschillende recreatieve ontwikkelingen in het gebied mogelijk zijn gemaakt. Deze plannen zijn niet haalbaar gebleken. In 2021 is het meest actuele bestemmingsplan voor de doorontwikkeling en verdere uitbreiding van Waterpark Veerse Meer vastgesteld, gevolgd door een beperkt herstelbesluit eind 2022. Met dit eindplan wordt voorzien in een recreatief landschapspark met aan de noordzijde natuurontwikkeling.

Afbeelding 2.2.: Uitsnede topografische kaart 1965 (bron: www.topotijdreis.nl)

Ruimtelijke structuur De historische, doch jonge, ontwikkeling van het gebied is duidelijk herkenbaar in het huidige landschap. De oorspronkelijke bedijking van het Veersegat, de Zuidvliet en het Zandgat is nog duidelijk zichtbaar en beleefbaar. Deze dijk (ter plaatse van de Muidenweg) vormt een harde grens tussen het 'oude' landschap van Zuid-Beveland en de naoorlogse inpolderingen van het Sloe en het verlandde kweldergebied. Ook de Sloedam is in het huidige landschap goed terug te vinden: de spoorlijn tussen Roosendaal en Vlissingen en de snelweg A58 liggen op de dam.

Afbeelding 2.3.: Landschappelijke structuur in en rondom het plangebied

De bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit agrarische bedrijven en ligt langs de belangrijkste ontsluitingswegen van dit gebied met regelmatige tussenafstanden. In dit landschap hebben twee relatief grootschalige functies een plek gekregen: recreatiegebied Oranjeplaat (met onder meer recreatiepark Waterpark Veerse Meer, dagrecreatie en de Veerse Wende) en het Vliegveld Midden-Zeeland. Functionele structuur Het vliegveldterrein beslaat een oppervlakte van 23 hectare. De op het terrein van Vliegveld Midden-Zeeland gevestigde bedrijven aan de Calandweg hebben bij vestiging grond aangekocht, waardoor elk bedrijf een eigen kadastraal perceel heeft verkregen. De overige gronden zijn in bezit van Vliegveld Midden-Zeeland. Het vliegveld is in exploitatie van Zeeland Airport bv. Op het terrein bevinden zich luchtvaartgebonden bedrijven, stichtingen en verenigingen. Het vliegveld is voornamelijk in gebruik voor kleine zakenluchtvaart en vluchten met een recreatief karakter. Daarnaast wordt het vliegveld gebruikt door onderhoudshelikopters naar windmolenparken op de Noordzee, de traumahelikopter (Lifeliner), Search and Rescue (SAR) helikopters, politiehelikopters, milieu-inspecties en helikopters van Gasunie die de gasleidingen in de omgeving controleren. Vliegveld Midden-Zeeland is een zogenaamd “niet gecontroleerd vliegveld”.

Dat wil zeggen dat het gebruik van het terrein plaatsvindt onder zichtvliegomstandigheden en volgens zichtvliegvoorschriften. Vliegen is bijvoorbeeld uitsluitend toegestaan tijdens de wettelijk vastgestelde uniforme daglichtperiode. Het vliegveld heeft een eigen luchthavengebouw, van waaruit radiocontact met de vliegtuigen wordt onderhouden. Daarin zijn tevens de directie en administratie gehuisvest. In het ontvangstgebouw is ook een horecagelegenheid aanwezig. Op het luchthavengebouw is een kleine opbouw aanwezig, welke dienst doet als luchtverkeerstoren. Verder zijn langs de Calandweg diverse bedrijven gehuisvest met specifieke dienstverlening voor onder meer stalling en technische ondersteuning, verhuur en vliegtuigonderhoud, vliegscholen, luchtreclame, luchtfotografie en helikopter-, inspectie- en zakenvluchten. Verder zijn ook recreatieve bedrijven aanwezig die rondvluchten, vlieglessen, zweefvliegen en parachutespringen aanbieden.

Afbeelding 2.4.: Huidige situering diverse landingspunten Vliegveld Midden-Zeeland (bron: Google Maps)

Afbeelding 2.5.: Vliegveld Midden-Zeeland, impressie vanaf het zuidwesten richting Sluis De Piet (bron: Google Maps)

Afbeelding 2.6.: Bestaand luchtvaartgebouw Vliegveld Midden-Zeeland met opbouw (bron: Google Maps)

Plangebied Het plangebied omvat het totale vliegveldterrein van Vliegveld Midden-Zeeland op grondgebied van de gemeente Middelburg. Het nieuwe bouwvlak bestaat grofweg uit de bestaande bebouwing langs de Calandweg, grasland langs de kreek en het westelijk deel van de huidige landingsbaan (afbeelding 2.4). Het plangebied loopt aan de westzijde tot de kadastrale grens, evenwijdig aan de watergang. Buiten de bebouwing zijn de gronden momenteel ingericht als grasland, behorend bij het luchtvaartterrein. Ook de (halfverharde) start- en landingsbaan heeft een groene uitstraling.

Afbeelding 2.7.: Vliegveld Midden-Zeeland, vanaf de Calandweg naar de entree van het vliegveld en met verderop diverse bedrijven (bron: Google maps)

2.2

Ontwikkelingen

2.2.1 Algemeen Het bestemmingsplan maakt globaal drie wijzigingen mogelijk ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. Ad 1. Het voornemen is om het bestaande bouwvlak van Vliegveld Midden-Zeeland uit te breiden. Het maximaal toegestane oppervlak aan bebouwing blijft ongewijzigd, maar met de uitbreiding van het bouwvlak kunnen de resterende bouwmogelijkheden ook aan de westzijde van het vliegveldterrein worden ingevuld. De oeverzone langs de kreek wordt over een breedte van circa 20 meter bestemd voor natuur, en blijft vrij van bebouwing en zodoende bereikbaar voor onderhoud aan de kreek.

Afbeelding 2.9.: Bestemming Natuur aan de westzijde van het plangebied

Ad 2. Er bestaan plannen om het luchthavengebouw te vernieuwen met meer ruimte voor horeca, directie en administratie. Deze bebouwing past binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2009). Echter wordt ook de luchtverkeerstoren vernieuwd. De huidige toren is beperkt in hoogte en heeft geen 360° zicht. Om vanuit een overzichtelijke positie het radiocontact met de vliegtuigen te onderhouden, is een nieuwe toren gewenst (afbeelding 2.10 en bijlage 4). Vooruitlopend op de voorliggende bestemmingsplanwijziging verleenden burgemeester en wethouders hiervoor op 6 maart 2024 een omgevingsvergunning (kenmerk D490336).Het ontwerp voor deze toren is hoger dan in het voorgaande bestemmingsplan is toegestaan. Met voorliggend plan wordt de maximaal toegestane bouwhoogte verhoogd, namelijk van 15 naar 17,5 meter.

16000 +P

11750 +P

Afbeelding 2.10.: Doorsnede nieuw luchtvaartgebouw met verkeerstoren Vliegveld Midden Zeeland, bron: Bouwkundig Buro Laban B.V., 25 september 2023

Ad 3. Aan de oostzijde van de bebouwingsstrook aan de Calandweg staan twee gebouwen (huisnummers 62 en 64), die in gebruik zijn door luchthaven-gerelateerde bedrijven. Het betreft de stallingsplaatsen van twee vliegscholen. Parkeren vindt plaats nabij deze bedrijfsgebouwen. De gebouwen zijn in het verleden middels een omgevingsvergunning mogelijk gemaakt, maar aan de gronden is in het voorgaande bestemmingsplan, om niet meer te achterhalen redenen, geen bouwvlak toegekend (afbeelding 2.11). Met dit bestemmingsplan worden de gebouwen voorzien van een bouwvlak. De bijbehorende maximale goot- en bouwhoogtes zijn en blijven gelijk aan die van de overige luchthaven gerelateerde gebouwen langs de Calandweg, namelijk resp. 7 en 10 meter. Hiermee worden de gronden voorzien van een passende juridisch-planologische regeling.

Afbeelding 2.11.: Luchtfoto met bouwvlak uit bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2009). In rood de bebouwing buiten het bouwvlak. Bron: KuiperCompagnons, juni 2023

2.3

Juridische aspecten

2.3.1 Planmethodiek Dit bestemmingsplan heeft de vorm van een ‘globaal eindplan’. Dit betekent dat in het plan directe bestemmingen zijn opgenomen, op grond waarvan een directe bouwtitel geldt. De bestemmingen hoeven dus niet eerst nog uitgewerkt of gewijzigd te worden. De belangrijkste bestemming “Verkeer - Luchtvaart” is globaal van aard. Er is een groot vlak bestemd voor luchtvaartverkeer en bijbehorende voorzieningen. Gebouwen mogen vrij binnen het opgenomen bouwvlak worden gerealiseerd. Hierbij gelden per type gebouwen, bouwwerken of andere voorzieningen maatvoeringseisen die betrekking hebben op de goot- en bouwhoogte, inhoud en/of oppervlakte. 2.3.2 Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Inleidende regels (hoofdstuk 1) Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Algemene regels (hoofdstuk 3) Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende bestemmingen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna worden de in het plan opgenomen artikelen nader toegelicht. Bestemming “Verkeer - Luchthaven” Het vliegveldterrein is net als in het voorgaande bestemmingsplan voorzien van de bestemming “Verkeer - Luchthaven”. De gronden zijn bedoeld voor luchtvaartverkeer en -vervoer, luchtvaartgerelateerde bedrijven (waaronder horeca tot en met maximaal categorie 1b van de staat van horeca-activiteiten) en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak, dat is aangegeven op de verbeelding. Het bestaande bouwvlak is ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan aan de westzijde uitgebreid. De gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen bedraagt ten hoogste 17.650 m². Deze oppervlakte is ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan. Daarnaast is voor de bestaande bebouwing aan de oostzijde ook een bouwvlak opgenomen, zodat deze gronden zijn voorzien van een passende juridisch-planologische regeling.

Voor diverse gebouwen en bouwwerken (zoals de bedrijfsgebouwen, de luchtverkeerstoren en bedrijfswoningen) zijn goot- en/of bouwhoogtes en enkele inhoudsmaten van toepassing. Deze maatvoering is ongewijzigd gebleven, behoudens de luchtverkeerstoren. De maximale hoogte van deze toren is aangepast van 15 naar 17,5 meter. Verder is opgenomen dat rondstralende verlichting aan gebouwen, langs wegen en op parkeerplaatsen die op de bestemming Natuur is gericht of daarnaar uitstraalt, als strijdig gebruik geldt. Dit om verstoring van de natuurzone door verlichting te voorkomen. De bestemming bevat ten slotte een voorwaardelijke verplichting voor bodemonderzoek. Een omgevingsvergunning voor de bouw van gebouwen en bouwwerken zal pas worden verleend indien uit (nader) onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie. Bestemming “Natuur ” De bestemming ‘Natuur’ is opgenomen voor de gronden ten westen van het bouwvlak, nabij de kreek. De bestemming sluit aan op de natuurbestemming uit het aangrenzende bestemmingsplan ‘Middelburg Buitengebied’, met dien verstande dat geen extensieve dagrecreatie wordt toegestaan. De bouwmogelijkheden binnen deze bestemming zijn beperkt.

De gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden, bestaande uit bosgebied, grasland met bijzondere vegetatie, kavelgrensbeplating, weidevogels en struweelvogels. Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, aanvullende regels gesteld. Het gaat om de volgende artikelen: Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan

plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel is bepaald dat bestaande bebouwing, bestaande afmetingen en bestaande bebouwingspercentages, die afwijken van het bepaalde in hoofdstuk 2, tevens als toelaatbaar worden beschouwd. Verder is bepaald dat in specifieke gevallen geringe overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, kan plaatsvinden. Dit kan het geval zijn bij ondergeschikte bouwdelen of bouwwerken ten dienste van nutsvoorzieningen, tot een bepaalde maatvoering. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is een algemeen verbod op strijdig gebruik opgenomen, en wordt een aantal voorbeelden genoemd wat in ieder geval als strijdig gebruik wordt beschouwd. Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels worden regels gesteld ten behoeve van gebiedsaanduidingen. In voorliggend plan betreft dit vrijwaringszones die zijn opgenomen voor luchtvaartverkeer, waarbij diverse maximale bouwhoogtes van toepassing zijn. Binnen de aanduiding ‘luchtvaartverkeerszone – 1’ mogen geen geluidgevoelige objecten worden gerealiseerd. Deze aanduidingen zijn één op één overgenomen uit het voorgaande plan. Op 27 september 2024 besloten Provinciale Staten tot aanpassing van het luchthavenbesluit voor de rotatie van de start- en landingsbaan.

Hierdoor veranderen de geluids- en veiligheidscontouren en hoogtebeperkingen rondom het vliegveld. Op dezelfde datum is ook een provinciaal inpassingsplan vastgesteld, waarmee wordt beoogd om deze contouren ook planologisch te wijzigen. Het inpassingsplan is nog niet onherroepelijk. Een deel van het vergrote bouwvlak kan pas worden benut na inwerkingtreding van het inpassingsplan, maar de vaststelling van het bestemmingsplan hoeft daarop niet te wachten. In artikel 7.4 is daarom een voorwaardelijke bepaling opgenomen, waarin is bepaald de vrijwaringszones in dit plan komen te vervallen op het moment dat het inpassingsplan onherroepelijk is geworden. Vanaf dat moment gelden de vrijwaringszones op grond van het inpassingsplan. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. In het artikel is een aantal algemene afwijkingen opgenomen, dat middels een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan bij een omgevingsvergunning mogelijk te maken.

Het gaat bijvoorbeeld om een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of ondergeschikte overschrijdingen van de bestemmingsgrenzen ten behoeve van een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken of als gevolg van de werkelijke toestand van het terrein. Algemene wijzigingsregels In dit artikel worden algemene gevallen aangegeven waarvoor het bestemmingsplan gewijzigd kan worden. Het gaat hierbij met name om ondergeschikte overschrijdingen van de bestemmingsgrenzen ten behoeve van een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken of als gevolg van de werkelijke toestand van het terrein.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 3.3.3 Geometrische plaatsbepaling Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een GBKN-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar.

3

Ruimtelijke Ordening In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan diverse beleidskaders op nationaal, provinciaal- en gemeentelijk niveau. Voor wat betreft ruimtelijke aspecten is de toetsing toegespitst op de gronden van de gemeente Middelburg waar de ontwikkelingen (en daarmee de wijziging van enkelbestemmingen) plaatsvindt.

3.1

Kader en onderzoek

3.1.1 Nationaal beleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Onder de Omgevingswet komt er één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld op grond van de geldende regelgeving, omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet echter al wel aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de nationale omgevingsvisie in de zin van deze wet. Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio’s vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Ook verandert het klimaat moet zorgvuldiger worden omgegaan met energiebronnen en grondstoffen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden.

In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een duurzame en concurrerende economie; 2. Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; 4. Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema’s die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Volgens het Rijk is een gezonde leefomgeving een omgeving waar inwoners zich prettig voelen, die uitnodigt tot gezond gedrag en zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid. Een van de nationale opgaven is het onderhouden, verjongen, vernieuwen en verduurzamen van de bestaande infrastructuurnetwerken en het realiseren van de aanleg en uitbreiding van infrastructuur daar waar knelpunten niet met andere maatregelen kunnen worden voorkomen. Luchtvaart vormt één van de infrastructuurnetwerken.

Met de op 20 november 2020 vastgestelde Luchtvaartnota 2020-2050 werkt het kabinet aan een nieuw verbindend toekomstperspectief voor de luchtvaart, juist ook om de luchtvaartsector duidelijke richtlijnen te kunnen bieden voor na de coronacrisis. Het luchtvaartbeleid wordt anders. Kwaliteit komt centraal te staan en van ongeclausuleerde groei is niet langer sprake meer. De Luchtvaartnota 2020-2050 bevat een nieuwe koers naar een veilige en duurzame luchtvaartsector die Nederland goed verbindt met de rest van de wereld, met heldere regels en voorwaarden voor de ontwikkeling van de civiele luchtvaart, zowel passagiers als goederen. Daarbij geldt dat groei door de sector verdiend moet worden. Dit kan alleen wanneer er eerst sprake is van een vermindering van de negatieve effecten van de luchtvaart voor de leefomgeving en het klimaat. De ontwerp-Luchtvaartnota 2020-2050 is opgebouwd rond vier publieke belangen. Het geformuleerde beleid draagt bij aan de borging van: 1. Nederland veilig in de lucht en op de grond; 2. Nederland goed verbinden; 3. Aantrekkelijke en gezonde leefomgeving; 4. Nederland duurzaam. De Rijksoverheid gaat sturen via heldere randvoorwaarden voor groei vanuit de voorgenoemde publieke belangen. De capaciteit in de lucht en op de grond is de uitkomst daarvan. De luchtvaart zal daarnaast, net als andere modaliteiten, transparant moeten opereren met de omgeving.

Doorwerking in het plangebied Voorliggend plan ziet toe op een beperkte uitbreiding van het bouwvlak op Vliegveld MiddenZeeland. Er wordt met dit plan geen toename aan bebouwingsoppervlakte beoogd. Ook wordt er geen capaciteit toegevoegd of een wijziging aangebracht in (verdeling van) het vliegverkeer. De huidige werking van het vliegveld blijft in tact. Dit past binnen de nationale belangen zoals geformuleerd in de NOVI en de Luchtvaartnota 2020-2050. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Deze structuurvisie vervangt de Nota Ruimte en geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De leidende gedachte in de SVIR is ruimte maken voor groei en beweging. Ambities tot 2040 zijn onder andere het aansluiten van woon- en werklocaties op de (kwalitatieve) vraag en het zoveel mogelijk benutten van locaties voor transformatie en herstructurering. Ook wil het Rijk ervoor zorgen dat in 2040 een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit wordt geboden. Een vitaal en mooi landelijk gebied is van belang voor een goed leef- en vestigingsklimaat en voor recreatie en toerisme.

Doorwerking in het plangebied Voor de beoogde ontwikkeling van Vliegveld Midden-Zeeland zijn op basis van de SVIR geen specifieke kaders gesteld.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro (voorheen AMvB Ruimte) bevat inhoudelijke regels van de Rijksoverheid waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Het Barro bevat regels over projecten met landelijke impact. Doorwerking in het plangebied Het Barro is niet van invloed op dit bestemmingsplan en bevat geen specifieke regels voor het plangebied. Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6. Bro) Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten conform artikel 3.1.6. sub 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) standaard een aantal stappen zetten die borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. Ruimtelijke besluiten moeten aandacht besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Bij de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking dient voor een stedelijke ontwikkeling achtereenvolgens te worden aangetoond of er een actuele regionale behoefte is (trede 1), of deze behoefte in bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen (trede 2), en of de locatie multimodaal is of kan worden ontsloten (trede 3). De Ladder is alleen van toepassing op een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk maakt, of dat er een functiewijziging van zodanige aard en omvang plaats vindt dat om die reden sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing en conclusie Voorliggend plan ziet toe op een beperkte uitbreiding van het bouwvlak op Vliegveld MiddenZeeland. De gronden zijn reeds bestemd voor een luchtvaartterrein met bijbehorende voorzieningen. Er wordt met dit plan geen toename aan bebouwingsoppervlakte mogelijk gemaakt. Daarmee vindt geen significante wijziging plaats en blijft de aard en omvang van de ontwikkeling beperkt. Er is derhalve geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking is niet benodigd. Wet luchtvaart Het Rijk is verantwoordelijk voor de luchtvaartveiligheid en het beheer en gebruik van het luchtruim.

In de Wet luchtvaart en bijbehorende regelgeving zijn minimumeisen opgenomen voor luchtvaartactiviteiten. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen luchthavens van nationale en regionale betekenis. Luchthavens van nationale betekenis zijn de luchthavens van Schiphol, Eelde, Lelystad, Maastricht, Eindhoven en Rotterdam. Dit zijn vliegvelden die internationale vluchten met grote toestellen kunnen ontvangen en belangrijk zijn voor de economie. Voor deze luchthavens is het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het bevoegd gezag.

Naast de nationale luchthavens zijn er ook luchthavens van regionale betekenis. Deze luchthavens vallen onder de verantwoordelijkheid van de provincies. De provincie is bevoegd aanvullende eisen te stellen aan luchthavens van regionale betekenis. Deze aanvullende eisen zijn voor het vliegveld Midden-Zeeland vastgelegd in een Verordening Luchthavenbesluit Midden-Zeeland (zie paragraaf 3.1.2), hierna: luchthavenbesluit. Met een luchthavenbesluit bepaalt de provincie onder meer hoeveel gebruiksruimte een regionale luchthaven krijgt. Provincies zijn verder verantwoordelijk voor het toezicht op luchthavens van regionale betekenis. Het vliegveld MiddenZeeland is een luchthaven van regionale betekenis. De voorbereiding en benodigde rapporten rondom de wijziging van het luchthavenbesluit voor de baanrotatie zijn in nauw overleg met de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) en de Provincie uitgevoerd. Doorwerking in het plangebied Vliegveld Midden-Zeeland is een luchthaven van regionale betekenis. Voorliggend plan voorziet geen wijzigingen in de operationele kaders van Vliegveld Midden-Zeeland. Het luchthavenbesluit, dat de operationele kaders voor Vliegveld Midden-Zeeland regelt, blijft onverminderd van kracht. De geldende geluids- en veiligheidscontouren van het vliegveld zijn opgenomen op de verbeelding van het voorliggende bestemmingsplan.

Bebouwing dient te voldoen aan de opgenomen hoogtebepalingen. Het eerder genoemde inpassingsplan is nog niet onherroepelijk. De daaruit voortvloeiende geluids- en veiligheidscontouren en hoogtebepalingen zijn dus nog niet geldend. Door de directe doorwerking van het inpassingsplan gelden na onherroepelijk worden hiervan de daaruit voortvloeiende contouren en bepalingen en dient (nieuwe) bebouwing dan daaraan te voldoen. Verder mogen geen geluidsgevoelige gebouwen worden opgericht. Voorliggend plan voorziet hier niet in. De contouren vormen zodoende geen belemmering voor de ontwikkeling van voorliggend plan. 3.1.2 Provinciaal beleid Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet stelt een provinciale omgevingsvisie en een provinciale omgevingsverordening verplicht. Het gaat daarbij om één integrale omgevingsvisie en omgevingsverordening voor de gehele fysieke leefomgeving voor het provinciale grondgebied. De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval (artikel 1.2 Ow): bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed, werelderfgoed en activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie legt de Provincie Zeeland al haar doelen en ambities voor de lange termijn vast.

In de Omgevingsvisie worden verschillende onderwerpen benoemd, zoals wonen, landbouw en circulaire economie, maar bijvoorbeeld ook cultureel erfgoed, recreatie en leefbaarheid. De huidige, geldende Zeeuwse Omgevingsvisie is op 1 januari 2025 in werking getreden. In de Omgevingsverordening Zeeland wordt het beleid uit de Zeeuwse Omgevingsvisie vervolgens verankerd. De Omgevingsverordening Zeeland komt verderop in deze paragraaf aan bod. Luchtvaart Vliegveld Midden-Zeeland is als regionaal vliegveld belangrijk voor recreatie, de economie en werkgelegenheid. Hiervoor is een luchthavenbesluit genomen (zie ook 3.1.1 onder Wet luchtvaart). Dit vliegveld geeft ruimtelijke hoogtebeperkingen als gevolg van aan- en afvliegroutes en

beperkingen vanwege geluid en externe veiligheid. Naast dit vliegveld zijn er in Zeeland nog een aantal helikopterhavens, waarvoor ook een luchthavenbesluit nodig is, en twee zweefvliegvelden (Burgh Haamstede en Axel) die onder een luchthavenregeling vallen. Subdoel 8: Reguleren van luchtvaartterreinen De provincie streeft naar het beperken en voorkomen van geluidsoverlast en behoud en continuering van bestaande luchtvaartterreinen binnen de voor deze luchthaventerreinen geldende besluiten en/of regelingen. Het uitbreiden of wijzigen van bestaande luchthaventerreinen is in principe alleen mogelijk als er geen structurele toename is van geluid en/of vergroting van het beperkingengebied tenzij het een concentratiegebied van activiteiten betreft die wat betreft milieu-impact gelijksoortig zijn (bijvoorbeeld geluidszone industrieterrein). Nader afgewogen dient te worden in hoeverre in geval van raakvlakken met ander beleid hiervan kan worden afgeweken. De draaiing van de baan van het vliegveld Midden-Zeeland is hier een concreet voorbeeld van. Voorliggend plan voorziet niet in een wijziging van het bestaande of het nog in werking te treden luchtvaartbesluit. Vliegvelden en luchtvaart Vanaf vliegveld Midden-Zeeland wordt per helikopter naar offshore windmolenparken gevlogen. In het algemeen geldt dat helikopters en vliegtuigen niet onnodig over stedelijk gebied mogen vliegen.

In de Omgevingsverordening Zeeland is de juridische doorvertaling van bovenstaand beleid verankerd. Dit kader wordt in de subparagraaf hierna behandeld. Doorwerking in het inpassingsplan Voorliggend plan ziet toe op een beperkte uitbreiding van het bouwvlak op Vliegveld MiddenZeeland. De gronden zijn reeds bestemd voor een luchtvaartterrein met bijbehorende voorzieningen. Er wordt met dit plan geen toename aan bebouwingsoppervlakte mogelijk gemaakt. Bovendien ziet het plan niet toe op de operationele kaders van het vliegveld, zoals de vliegbewegingen. Zoals blijkt uit de navolgende hoofdstukken, is geen sprake van belangrijke nadelige effecten op het milieu. Het plan is zodoende niet in strijd met de Zeeuwse Omgevingsvisie. Omgevingsverordening Zeeland In de Zeeuwse Omgevingsverordening is het beleid uit de Zeeuwse Omgevingsvisie verankerd. De meest recente actualisatie van de Omgevingsverordening provincie Zeeland is op 18 juni 2025 in werking getreden. Echter, dit bestemmingsplan is vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet in procedure gebracht.

Op grond van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet (IwOw) geldt dat het “oude recht” (inclusief provinciale verordeningen van vóór 1 januari 2024) blijft gelden voor aanvragen of verzoeken die vóór die datum zijn ingediend Daarom is voor dit bestemmingsplan de verordening zoals die op 31 december 2023 gold, vlak voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van toepassing. De geldende kaders voor dit bestemmingsplan zijn dan ook opgenomen in de omgevingsverordening provincie Zeeland 2018 (actualisatieplan 12) welke op 29 juni 2023 in werking is getreden. In de verordening staan de (juridische) regels als doorvertaling van het beleid uit de visie. Relevant voor het plan zijn de volgende regels:

Afbeelding 3.1.: uitsnede kaart 12: Landschappen, landschapselementen en cultuurhistorische elementen (bron: Omgevingsverordening Provincie Zeeland)

Kaart 12: Landschappen, landschapselementen en cultuurhistorische elementen Op de kaarten, die horen bij de verordening, zijn in de nabijheid van het vliegveldterrein diverse aanwezige landschappelijke structuren aanwezig. Er dient te worden afgewogen of de voorgenomen ontwikkeling impact heeft op de samenhang van landschappen, landschapselementen en cultuurhistorische structuren in de omgeving. De aanwezige landschappelijke elementen en groenstructuren zijn op kaart 12, behorend bij de Omgevingsverordening Zeeland 2018, aangemerkt als karakteristiek landschap (afbeelding 3.1). In de toelichting bij een bestemmings- of inpassingsplan waarin wijzigingen plaatsvinden in deze groenstructuren, dient te worden aangetoond dat er geen significante vermindering plaatsvindt van de oppervlakte of samenhang tussen de gronden (of elementen, in het geval die aanwezig zijn). Als er op de aangewezen landschappelijke gronden ander grondgebruik wordt voorzien, mag in brede zin geen aantasting en vermindering plaatsvinden ten opzichte van het voorafgaande bestemmingsplan. Doorwerking in het plangebied De plek waar de bestemmingswijziging (het nieuwe bouwvlak) plaatsvindt is niet aangemerkt als specifiek waardevol onderdeel van de landschappelijke structuur in de omgeving. Daarmee is geen sprake van aantasting van het landschap.

Het open, agrarisch landschap ter hoogte van het vliegveldterrein draagt wel bij aan het contrast tussen de diverse landschappelijke lijnen en vlakken in de buurt, zoals de oevers van de Lemmerkreek en natuurgebied de Piet. Door de bebouwing te clusteren aan de westzijde van het plangebied, blijft het vliegveldterrein overwegend groen en wordt verspreide bebouwing in het open gebied voorkomen. Bovendien draagt de nieuwe bebouwing bij aan het voorkomen van verrommeling op het vliegveldterrein.

Afwegingszone natuurgebieden Op basis van artikel 2.27 Afwegingszone natuurgebieden geldt voor gronden die zijn gelegen binnen 100 meter rond bestaande natuurgebieden niet zijnde binnendijken, zoals aangegeven in bijlage 9 (kaart ‘bestaande natuurgebieden’) dat in de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving wordt gegeven van de wijze waarop rekening is gehouden met de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuurgebieden en wordt aannemelijk gemaakt dat geen onevenredige aantasting van de bedoelde kenmerken en waarden plaatsvindt. De begrenzing van de gebieden die tot het Natuurnetwerk Zeeland behoren zijn tevens opgenomen in de kaart Natuur en Landschap, behorend bij de Atlas van Zeeland (afbeelding 3.2). Aan de noordwestzijde van het plangebied ligt natuurgebied de Piet, en aan de zuidwestzijde is een krekenstructuur aanwezig. Deze gebieden zijn op kaart 9 bij de Omgevingsverordening Zeeland 2018 aangemerkt als bestaande onderdelen van het Natuurnetwerk Zeeland.

Afbeelding 3.2.: uitsnede kaart Natuur ter hoogte van het plangebied (bron: Atlas van Zeeland, Provincie Zeeland

Het huidige bouwvlak beperkt zich aan de westzijde tot de Calandweg/Muidenweg en op enige afstand van de kreek aan de zuidwestzijde van het vliegveld (bestaande natuur). De voorgenomen uitbreiding van het bouwvlak vindt niet plaats op gronden die tot deze natuurgebieden behoren, maar strekt zich wel uit naar het zuiden en komt derhalve dichter op de kreek dan in de huidige situatie. Er moet worden onderbouwd dat verstoring door bijvoorbeeld licht, geluid en beweging op de kreek waar mogelijk wordt beperkt en dat geen onevenredige aantasting van de aanwezige natuurwaarden.

Verstoring door licht De uitbreiding van het bouwvlak strekt zich uit richting het zuiden, in de nabijheid van de kreek. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot toename van nachtelijke lichtemissie, aangezien het vliegveld uitsluitend gebruikt wordt onder VFR-condities (Visual Flight Rules). Dit betekent dat er uitsluitend tijdens daglicht wordt gevlogen; in de avond en nacht vinden geen vliegactiviteiten plaats. Ook autoverkeer op het terrein vindt vrijwel uitsluitend plaats tijdens daguren, waardoor verstoring van fauna door koplamplicht in de praktijk feitelijk niet aan de orde is. De permanente stalling van de SAR-helikopter is in het nieuwe bouwvlak geprojecteerd. De bemanning van de SAR-helikopter werkt in ploegendiensten van drie keer 24 uur, waarbij ploegwissels plaatsvinden om 12.00 uur ’s middags. Hierdoor is geen sprake van nachtelijk verkeer op of rond het terrein. Per saldo is er, noch in de huidige, noch in de toekomstige situatie sprake van lichtverstoring van vogels of andere fauna door koplampen of andere bronnen van kunstlicht. Bij de nieuw te realiseren loodsen worden uitsluitend afgeschermde, naar beneden gerichte en energiezuinige armaturen toegepast. Verlichting aan de (zuid)westzijde van de nieuw te realiseren loodsen wordt bovendien gereguleerd met bewegingssensoren, zodat strooilicht naar de omgeving, met name richting de kreekzone, wordt voorkomen.

Ten aanzien van het voorkomen van lichthinder gelden de volgende concrete uitgangspunten die worden meegeven bij vergunningverlening: 1. Zorg ervoor dat het licht zoveel mogelijk op het gewenste object of de gewenste zone schijnt; 2. Voorkom overbodige verlichting; 3. Hou het vermogen van de lamp zo laag mogelijk en gebruik energiezuinige lampen en aangepaste verlichtingstoestellen; 4. Het verlichtingsniveau hoeft niet altijd even hoog te zijn: gebruik beheersystemen en bewegingsmelders; 5. Doof de verlichting wanneer het niet noodzakelijk is of geen zin heeft; 6. Hou rekening met andere vormen van verlichting die aanwezig zijn; 7. Kies een verlichtingstoestel dat de lichtbron zo goed mogelijk afschermt; 8. Vermijd direct zicht op de lamp; 9. Vermijd lichtbronnen die boven de horizontale as schijnen; 10. Laat het licht waar mogelijk van boven naar beneden schijnen; 11. Verlicht gelijkmatig. 12. Verlichting aan de zijde van de kreek (zuidwestzijde van de bebouwing) mag alleen met bewegingssensoren worden gebruikt en is uitsluitend naar beneden gericht (geen rondstralende verlichting). Verstoring door geluid De uitbreiding van het bouwvlak leidt niet tot een wijziging van de aard of intensiteit van het gebruik van het vliegveld.

De loodsen dienen uitsluitend voor de stalling van vliegtuigen en de SARhelikopter en hebben geen invloed op het aantal vliegbewegingen of de gebruiksuren van het vliegveld. Er worden geen nieuwe geluidsbronnen toegevoegd die buiten het bestaande gebruikspatroon vallen.

Aangezien het vliegveld niet in de nacht wordt gebruikt en er geen 24-uursactiviteiten plaatsvinden, is geluidshinder voor fauna in de avond- en nachtperiode uitgesloten. Daarmee is geen sprake van een onevenredige aantasting van de aanwezige natuurwaarden door geluid. Verstoring door beweging De nieuw te realiseren loodsen dienen voor het overdekt stallen van vliegtuigen en de SARhelikopter. Deze functie draagt bij aan een meer geordend en geconcentreerd gebruik van het terrein en voorkomt verspreide opslag of stalling in de open lucht. De uitbreiding leidt niet tot een toename van verkeersbewegingen; het aantal vliegbewegingen en de daarmee samenhangende activiteiten blijft gelijk aan de bestaande situatie. Omdat uitsluitend overdag wordt gevlogen en autobewegingen vrijwel uitsluitend beperkt blijven tot de dagperiode, is geen sprake van verstoring van vogels of andere fauna in de avond- en nachturen. Ter bescherming van de kreekzone wordt bovendien een strook met natuurbestemming (circa 20 meter breed) opgenomen, evenwijdig aan de kreek, zodat verdere bebouwing richting het natuurgebied wordt uitgesloten. Daarmee wordt de natuurlijke overgang tussen het vliegveld en het natuurgebied behouden en versterkt. Gezien voorgaande kan worden gesteld dat het plan geen afbreuk doet aan de bestaande natuurwaarden rond het vliegveld.

Het plan is niet in strijd met artikel 2.27 van de Omgevingsverordening Zeeland 2018. Landschap en erfgoed In artikel 2.28 Landschap en erfgoed zijn regels opgenomen voor landschappen, landschapselementen, cultuurhistorisch waardevolle boerderijen of cultuurhistorische elementen. Hierbij wordt verwezen naar bijlage G in bijlage 12 bij de verordening, waarin vlakelementen zoals kreken en kreekrestanten en gronden behorend tot het Natuurnetwerk Zeeland zijn opgenomen. De waarden moeten in de toelichting van een bestemmingsplan of inpassingsplan worden beschouwd en er moet worden aangetoond dat de cultuurhistorische waarden, en de samenhang tussen gronden of elementen, niet significant worden aangetast. Aan de zuid- en zuidwestzijde van het vliegveld ligt een krekenstructuur. Deze structuur is aangewezen als bestaand natuurgebied. Op deze gronden vindt geen wijziging plaats. Er gaat met voorliggend plan geen oppervlakte aan natuurgebied verloren. Door eenzelfde inrichting van het vliegveldterrein te hanteren, met een compacte bebouwingsstructuur aan de Calandweg, blijft de inrichting en samenhang van het landschap zoveel mogelijk in tact. Dit zorgt ervoor dat de landschappelijke structuur in de omgeving niet onevenredig wordt verstoord.

Met het borgen van een natuurbestemming aan de westzijde van het vliegveld wordt gezorgd voor een landschappelijke inpassing van het vliegveldterrein. Conclusie Het plan voorziet niet in aantasting van bestaande landschappelijke structuren zoals aangewezen in de Omgevingsverordening Zeeland. Er gaan geen karakteristieke natuurgebieden verloren. De landschappelijke karakteristiek van het gebied wordt niet onevenredig aangetast.

Luchtvaartverordening Zeeland Het Rijk is verantwoordelijk voor de luchtvaartveiligheid en het beheer en gebruik van het luchtruim. In de Wet luchtvaart en bijbehorende regelgeving zijn minimumeisen opgenomen voor luchtvaartactiviteiten. Naast deze minimumeisen kan een provincie aanvullende regels stellen. Door de provincie Zeeland zijn deze vastgelegd in de Luchtvaartverordening Zeeland. Provinciale Staten van de provincie Zeeland hebben op 16 december 2011 de Luchtvaartverordening Zeeland vastgesteld. Deze verordening is in werking getreden op 25 januari 2012. De Luchtvaartverordening bevat regels ten behoeve van het vaststellen of wijzigen van een luchthavenbesluit voor een luchthaven gelegen in de provincie Zeeland. Daarnaast bevat de verordening regels die noodzakelijk zijn voor het houden van toezicht op de luchthaven conform de Wet luchtvaart (zie paragraaf 3.1.1). Luchthavenbesluit Voor luchthavens die meer dan twaalf dagen per jaar worden gebruikt, is een luchthavenbesluit van de provincie nodig. Een luchthavenbesluit is nodig als er milieueffecten (geluid en externe veiligheid) buiten het luchthaventerrein zijn. De gebruiksruimte voor luchthaven Midden-Zeeland is vastgelegd in de verordening Luchthavenbesluit Midden-Zeeland (zie paragraaf 3.1.1). Op 10 juli 2020 stelden Provinciale Staten een wijziging van de Verordening Luchthavenbesluit Midden-Zeeland vast.

Deze verordening trad op 15 november 2021 in werking. Voor de gewenste rotatie van de start- en landingsbaan van het vliegveld is een wijziging van de verordening vereist. Provinciale Staten stelden deze op 27 september 2024 vast. Op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan was de gewijzigde Verordening Luchthavenbesluit Midden-Zeeland nog niet onherroepelijk. Pas nadat deze verordening onherroepelijk is geworden kan het op 27 september 2024 eveneens door Provinciale Staten vastgestelde inpassingsplan onherroepelijk worden, waarna de directe planologische doorwerking van het inpassingplan wordt geëffectueerd, zij het dat tegen het provinciale inpassingsplan beroep is ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In de Verordening Luchthavenbesluit Midden-Zeeland zijn tevens de beperkingengebieden als bedoeld in artikel 8.47 van de Wet luchtvaart vastgelegd. Deze beperkingsgebieden bestaan uit de volgende contouren: • de 10-5 en 10-6 plaatsgebonden risicocontouren; • de geluidscontour 56 dB(A) Lden; • de contouren ter aanduiding van de veiligheidsgebieden; • een gebied met hoogtebeperkingen in verband met de vliegveiligheid. Doorwerking in het plangebied De beperkingsgebieden liggen gedeeltelijk over het bouwvlak van Vliegveld Midden-Zeeland. In paragraaf 7.5 wordt hier nader op ingegaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16251328/1