25-147 Bijlage 1. Ingekomen stukken commissie MZ
Tekst van het document
Personele lasten Materiele lasten Afschrijvingen Alg.dekkingsmiddelen Baten Mutatie reserves Eindtotaal
Gewijzigde Primaire begroting 2025 begroting 2026 27.982.500 28.525.300 5.894.600 5.988.700 255.900 267.200 -26.593.500 -26.192.300 -7.275.600 -8.173.100 -263.900 -415.800 -
47
Verschil 542.800 94.100 11.300 401.200 -897.500 -151.900 -
Personele lasten
542.800 nadeel
2% Indexering loonkosten GGD 2026 o.b.v. MEV 2025 overheidsconsumptie; beloning medewerkers jaarschijf 2026
499.000 nadeel
2% Indexering loonkosten IJZ 2026 o.b.v. MEV 2025 overheidsconsumptie; beloning medewerkers jaarschijf 2026
31.700 nadeel
Vacatures weloverwogen 2 maanden ophouden Rekening houdend met strategische personeelskeuzes en passend binnen goed werkgeverschap. Loonkosten coördinator Financiën (incidenteel) Hier staat dekking middels een onttrekking uit de algemene reserve tegenover
135.000 voordeel
Hogere inhuurkosten (met name FG-artsen)
138.000 nadeel
Aanpassing benodigd budget flexpool JGZ
Loonkosten vervallen formatie projectleiders basis op orde Deze formatie/ loonkosten zijn incidenteel en vervallen in 2026.
200.000 nadeel 100.000 nadeel 92.000 voordeel 48.000 voordeel
Loonkosten vervallen formatie 1,5 fte contractmanager en data-analist IJZ Deze formatie/ loonkosten zijn incidenteel en vervallen in 2026.
135.100 voordeel
Correctie functiewaardering IJZ
45.000 voordeel
Onderbrengen van Calamiteitentoezicht WM0 bij een andere organisatie
28.400 voordeel
Saldo diverse overige posten
62.400 voordeel 542.800
Aanpassing benodigd budget vervanging /ziekteverzuim Vervallen formatie verdeeld over diverse functies
Eindtotaal
120.000 nadeel
Materiële lasten
94.100 nadeel
2,2% Indexering materiële kosten GGD 2026 o.b.v. MEV 2025 materiële overheidsconsumptie jaarschijf 2026
115.000 nadeel
2,2% Indexering materiële kosten IJZ 2026 o.b.v. MEV 2025 materiële overheidsconsumptie jaarschijf 2026
11.900 nadeel
Vervallen gemeentelijke projectgelden Conform AB besluit 11-4-2025; hier staan ook lagere bijdragen van de gemeenten tegenover voor een gelijk bedrag Vervallen waakvlam niveau Verwijsindex Risicojongeren
48
139.400 voordeel 110.000 voordeel
Preventieve Maatregelen Risicogroepen – inkoop vaccins (hier staan ook € 70.000 hogere baten tegenover)
77.000 nadeel
Hogere schoonmaak en servicekosten CB-locaties Hier staan ook hogere baten tegenover
50.000 nadeel
Verzekeringen en belastingen Abonnementen/software/licenties/contributies (de grootste post hierin is de nieuwe aanbesteding licenties Microsoft) Vervallen externe kosten begeleiding aanbesteding IJZ Deze inhuurkosten zijn incidenteel en vervallen in 2026. Lagere mobiele telefoonkosten Verwachte verlaging o.b.v. eerste marktoriëntatie Saldo diverse overige posten Eindtotaal
27.000 nadeel 178.000 nadeel 135.000 voordeel 57.000 voordeel 76.600 nadeel 94.100
Algemene dekkingsmiddelen
401.200 nadeel
Voorlopige VZG-bezuinigingsrichtlijn 2026 GGD -2,2% in mindering gebracht op de algemene bijdragen van de gemeenten
541.200 nadeel
Voorlopige VZG-bezuinigingsrichtlijn 2026 IJZ -2,2% in mindering gebracht op de algemene bijdragen van de gemeenten
35.800 nadeel
Vervallen van de incidentele bijdragen IJZ in 2025 Betreft BW 2024-02 voor 1,5 fte contractmanager en data-analist plus kosten externe begeleiding aanbesteding Hier staat een voordeel van lagere loonkosten en kosten externen voor hetzelfde bedrag tegenover Compensatie indexering kosten 2026 GGD Verhoging van de algemene bijdragen van de gemeenten
270.100 nadeel
599.100 voordeel
Compensatie indexering kosten 2026 IJZ Verhoging van de algemene bijdragen van de gemeenten
79.400 voordeel
Vervallen van de bijdragen gemeentelijke projectgelden Conform AB besluit 11-4-2025; hier staan ook lagere kosten voor hetzelfde bedrag tegenover. Correctie functiewaardering IJZ Hier staat een voordeel van lagere loonkosten voor hetzelfde bedrag tegenover Vervallen van de incidentele bijdrage GGD in 2025 Betreft BW 2023-01 GGD basis op orde formatie projectleiders Hier staat een voordeel van lagere loonkosten voor hetzelfde bedrag tegenover Eindtotaal
139.400 nadeel
49
45.000 nadeel 48.200 nadeel 401.200
Baten
897.500 voordeel
Rentebaten schatkistbankieren Deze baten zijn vanuit het voorzichtigheidsprincipe in het verleden niet begroot. De betreffende renteopbrengsten zijn erg afhankelijk van de momenten van afrekenen van de verstrekte voorschotbedragen door het ministerie van VWS en van wisselende rentepercentages. Op basis van de gemiddelde ontvangen rentebaten over de afgelopen 3 boekjaren is er voor 2026 wel een renteopbrengst schatkistbankieren opgenomen. Hogere opbrengsten door meer projectsubsidies en uitbreiden markttaken Dit scenario sluit aan met de ambitie van de GGD om “een stap naar voren te zetten” en zicht verder te ontwikkelen tot kennis partner.
300.000 voordeel
Hogere opbrengst Meld- en Actiepunt Bemoeizorg o.b.v. hogere subsidiebeschikking voor 2025 voor het ophogen van de formatie, hier staan dus ook hogere loonkosten tegenover.
61.000 voordeel
Hogere opbrengst Preventieve Maatregelen Risicogroepen O.b.v. realisatie 2024 opgenomen. Hier staan wel hogere lasten tegenover (o.a. inkoop vaccins en personeelslasten) Hogere opbrengst Publieke Gezondheid Asielzoekers O.b.v. realisatie 2024 opgenomen. Hierbij ervan uitgaande dat de huidige COA-locaties gehandhaafd blijven. Hogere opbrengsten Project ASG (curatief) Prep consulten maken vanaf augustus 2024 onderdeel uit van de ASG-subsidie waardoor deze verhoogd is.
70.000 voordeel
Hogere opbrengsten Opleiding en bijscholing AIO Aantal artsen in opleiding was tijdens het opstellen van de P2025 niet bekend. Dit zal in de burap 2025 worden opgenomen Hogere afrekening consultatiebureaus. Hier staan ook o.a. hogere kosten schoonmaak- en servicekosten tegenover
47.000 voordeel
Lagere opbrengsten Rijksvaccinatieprogramma Voor 2026 zijn er geen significante extra inhaal-vaccinaties of uitrol van nieuwe vaccinaties bekend die apart worden gefinancierd.
43.000 nadeel
Saldo overige diverse hogere en lagere opbrengsten
150.000 voordeel
144.000 voordeel 43.000 voordeel
34.000 voordeel
91.500 voordeel 897.500
Eindtotaal
50
Mutaties reserves
151.900 voordeel
Onttrekking aan de algemene reserve voor project Toekomst JGZ Conform BW 2025-4 bedraagt de onttrekking voor 2025 € 263.900. Voor 2026 bedraagt de gevraagde onttrekking € 275.800. Deze onttrekkingen zijn gelijk aan toegevoegde incidentele budgetten voor loonkosten JGZ. Onttrekking aan de algemene reserve voor inzet surplus Het uitgangspunt is dat voor de komende 4 jaren een inzet van een surplus van de algemene reserve voor een bedrag van € 20.000 mogelijk is. Onttrekking aan de algemene reserve voor coördinator financiën Deze onttrekking is gelijk aan het gevraagde incidentele budget voor de loonkosten van de betreffende functie binnen bedrijfsvoering. Eindtotaal
11.900 voordeel
51
20.000 voordeel 120.000 voordeel 151.900
2.3. Uiteenzetting financiële positie 2.3.1. Geprognosticeerde begin- en eindbalans
Activa x 1.000 (GGD incl. IJZ)
31-122024
31-122025
31-122026
31-122027
31-122028
31-122029
880 2.623 3.503
1.173 2.623 3.796
1.646 2.623 4.269
1.809 2.623 4.432
2.065 2.623 4.688
2.249 2.623 4.872
65 11.502
65 11.502
65 11.502
65 11.502
65 11.502
65 11.502
21.939
19.897
18.943
18.425
18.149
17.945
467
467
467
467
467
467
Liquide middelen Overlopende activa
1 1.057 35.031
1 1.057 32.989
1 1.057 32.035
1 1.057 31.517
1 1.057 31.241
1 1.057 31.037
Totaal Activa
38.534
36.785
36.304
35.949
35.929
35.909
Passiva x 1.000 (GGD incl. IJZ)
31-122024
31-122025
31-122026
31-122027
31-122028
31-122029
1.164 4.150 1.202 0 6.516
1.197 2.876 747 0 4.820
781 2.876 747 0 4.404
473 2.876 747 0 4.096
453 2.876 747 0 4.076
433 2.876 747 0 4.056
355
302
237
190
190
190
24.717
24.717
24.717
24.717
24.717
24.717
6.946
6.946
6.946
6.946
6.946
6.946
31.663
31.663
31.663
31.663
31.663
31.663
38.534
36.785
36.304
35.949
35.929
35.909
Vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa
Vlottende activa Voorraden - vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen met rente typische looptijd korter dan één jaar: - overige vorderingen
Eigen vermogen Reserves Bestemmingsreserves Nog te bestemmen Begrotingstekort
Voorzieningen Voorzieningen
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met rente typische looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva
Totaal Passiva
52
Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd om toekomstige verplichtingen, risico’s of verliezen op te vangen die hun oorsprong vinden in het verleden. Voorwaarden voor het vormen van een voorziening: (VI) (VII) (VIII) (IX)
Er moet sprake zijn van een duidelijke toekomstige verplichting of risico. De verplichting of het risico moet voortkomen uit gebeurtenissen uit het verleden. Het is waarschijnlijk dat er daadwerkelijk kosten of verliezen optreden. De omvang van deze kosten moet redelijkerwijs te schatten zijn.
Voorziening spaarverlof Met verlofsparen kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke verlofuren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. De voorziening is voor het eerst ingesteld in 2022. Dat was het eerste jaar waarin het personeelsbestand kon starten met de opbouw. Voor het begrotingsjaar 2026 wordt in deze begroting geen rekening met een dotatie of onttrekking aan de voorziening spaarverlof. Voorziening Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) De CAO VVT kent een Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) na 45 jaar werken in de zorg. Om aanspraak te kunnen maken op deze RVU moet een werknemer tenminste 45 jaar in de sector Zorg en Welzijn hebben gewerkt, waarvan minimaal 20 jaar in een functie die kan worden aangemerkt als zwaar beroep. Op dit moment is er sprake van één deelnemer met afloop in juni 2026. Ook in de CAO SGO is een RVU-regeling opgenomen. Daar zijn op dit moment geen deelnemers. Voorziening WW-rechten Deze voorziening is gevormd voor een medewerker waarmee onherroepelijke afspraken zijn gemaakt over beëindiging dienstverband en een te betalen transitievergoeding. De GGD is eigenrisicodrager voor de WW (werkloosheidswet)uitkering. Indien medewerker daar aanspraak op doet resulteert dat in kosten voor de GGD.
2.3.2. Geprognosticeerde EMU-saldo (2026 t/m 2029) EMU-saldo GGD+IJZ
31-122024
31-122025
31-122026
31-122027
31-122028
31-122029
1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 2. Mutatie (im)materiële vaste activa 3. Mutatie voorzieningen 4. Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 5. Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa Berekend EMU-saldo
967.027
-263.905
-415.800
-308.200
-20.000
-20.000
170.569
292.926
473.267
163.599
256.709
183.272
246.969
-52.770
-65.174
-46.526
-609.601
-954.241
-518.325
-276.709
-203.272
22.080
1.021.347
53
2.4.
Investeringsplan 2026-2029
Om de 'Basis op Orde’ te maken, is eind 2022 begonnen met een verbeterslag als het gaat om voorgenomen investeringen. Noodzakelijke duurzame productiemiddelen zijn per onderdeel beoordeeld op noodzakelijke (her)investeringen. Deze verfijning in bedrijfsvoering is in 2023 en 2024 verder doorgetrokken. Met het vaststellen van de nota ‘investeringen, waarderingen en afschrijvingen’ is voldaan aan de eisen die in de financiële verordening staan. Uitgangspunt voor investeringen zijn dat we alleen investeren in materiële activa. De investeringen in materiële vaste activa ten behoeve van het primaire proces (AGZ, JGZ, Veilig Thuis) worden gedaan onder beheer van Facilitair. Binnen het primaire proces worden de grootste aanpassingen gedaan in het verbeteren van het investeringsplan voor de JGZ (de consultatiebureaus), waar we toewerken naar meerjarige onderhoudsplannen voor elk consultatiebureau. Hoewel vanuit overhead de investeringen geeffectueerd worden, worden de lasten in het primaire proces verantwoord. Uitzondering hierop zijn de lasten van apparatuur en middelen ten behoeve van automatisering en netwerkonderhoud. Hier zien we een ontwikkeling van aanschaf/bezit naar inhuur/dienstverlening, met als gevolg lagere kapitaallasten en hogere exploitatielasten. Dit is met elkaar verrekend.
2.4.1. Meerjarig investeringsplan In het meerjarig investeringsplan zijn geplande investeringen opgenomen. Met deze begroting willen we de investeringskredieten voor 2026 vastleggen, conform artikel 5 lid 2 van de financiële verordening. Voor de geplande investering in de apparatuur voor de Nationale Gehoor Screening wordt door meerdere GGD-en gezamenlijk een aanbesteding gedaan.
2.4.2. Geprognosticeerde afschrijvingen Bij een prognose van investeringen horen ook afschrijvingen. Er is een nadere onderverdeling gemaakt naar afdelingen waar de investeringen – en dus ook de afschrijvingen – betrekking op hebben. Dit met name om bij markttaken te kunnen komen tot een nog beter marktconform tarief.
54
2.5.
Stand en verloop van de reserves en voorzieningen
EIGEN VERMOGEN Algemene Reserve Vrij besteedbaar surplus algemene reserve (2026 t/m 2029)
31-12-2024 bestemming resultaat vorig jaar 6.515.881 1.163.385 297.193
stortingen 2025 746.813
onttrekking 31-12-2025 2025 2.443.223 263.905
Saldireserve Markttaken Saldireserve Gemeentelijke Projecten Bestemmingsreserve huisvesting Goes Bestemmingsreserve basis op orde
252.760 527.569 2.623.225 746.813
Nog te bestemmen resultaat GGD Nog te bestemmen resultaat IJZ
1.064.127 138.002
-285.174
746.813
778.953 138.002
354.932 190.462 126.285 38.185
-
-
52.770
VOORZIENINGEN Voorziening spaarverlof GGD Voorziening WW-rechten Voorziening RVU
-12.019
515.550 746.813
26.586 26.184
55
4.819.471 1.196.673 -
stortingen onttrekking 31-12-2026 2026 2026 -
415.800 395.800 20.000
252.760 2.623.225 746.813 302.162 190.462 99.699 12.001
4.403.671 800.873 -20.000
252.760 2.623.225 746.813 -
65.174 53.173 12.001
236.988 190.462 46.526 -
31-12-2026 EIGEN VERMOGEN Algemene Reserve Vrij besteedbaar surplus algemene reserve (2026 t/m 2029) Saldireserve Markttaken Saldireserve Gemeentelijke Projecten Bestemmingsreserve huisvesting Goes Bestemmingsreserve basis op orde Nog te bestemmen resultaat GGD Nog te bestemmen resultaat IJZ VOORZIENINGEN Voorziening spaarverlof GGD Voorziening WW-rechten Voorziening RVU
4.403.671 800.873 -20.000 252.760 2.623.225 746.813 236.988 190.462 46.526 -
stortingen onttrekking 2027 2027 308.200 288.200 20.000
31-12-2027 4.095.471 512.673 -40.000
stortingen onttrekking 2028 2028 20.000 20.000
252.760 2.623.225 746.813
-
46.526 46.526
56
190.462 190.462 -
31-12-2028 4.075.471 512.673 -60.000
252.760 2.623.225 746.813
-
-
190.462 190.462 -
31-12-2028 EIGEN VERMOGEN Algemene Reserve Vrij besteedbaar surplus algemene reserve (2026 t/m 2029) Saldireserve Markttaken Saldireserve Gemeentelijke Projecten Bestemmingsreserve huisvesting Goes Bestemmingsreserve basis op orde Nog te bestemmen resultaat GGD Nog te bestemmen resultaat IJZ VOORZIENINGEN Voorziening spaarverlof GGD Voorziening WW-rechten
4.075.471 512.673 -60.000 252.760 2.623.225 746.813 190.462 190.462 -
stortingen 2029 -
onttrekking 2029 20.000 20.000
31-12-2029 4.055.471 512.673 -80.000
252.760 2.623.225 746.813
-
-
57
190.462 190.462 -
Personele lasten materiele lasten opbrengsten
-483.600 -483.600
15.000 -
6.700 -
201.600 38.300 -30.000
898.900 48.000 -936.400
saldo van baten en lasten
6.231.800 2.812.000 -318.600 8.725.200
15.000
6.700
209.900
10.500
Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen
515.116 884.080 608.891 289.828 1.114.036 176.965 519.653 771.546 515.752 1.228.280 598.219 491.623 1.011.210
-28.551 -49.001 -33.748 -16.064 -61.746 -9.808 -28.802 -42.763 -28.586 -68.078 -33.157 -27.249 -56.047
886 1.520 1.047 498 1.915 304 893 1.326 887 2.112 1.028 845 1.738
396 679 468 223 855 136 399 592 396 943 459 378 776
12.392 21.268 14.648 6.972 26.800 4.257 12.501 18.561 12.407 29.548 14.391 11.827 24.326
620 1.064 733 349 1.341 213 625 928 621 1.478 720 592 1.217
58
720.600 4.501.000 13.700 197.600 -759.900 -2.422.300 -25.600 2.276.300 -1.511 -2.594 -1.787 -850 -3.269 -519 -1.525 -2.264 -1.513 -3.604 -1.755 -1.442 -2.967
117.479 248.450 153.306 63.812 313.897 47.078 122.918 191.504 135.138 332.682 145.523 101.060 303.453
eraa l Tota al ge n
7.1 V olksg ezon dhe id
lijns voor z.
6.2 T oega ng e n 1e
burg erpa rticip atie 6.1 S ame nha ng e n
veilig heid de e n 1.2 O pen bare or
1.1 C risisb ehee rsing
0.9 V enn oots chap sbel astin g
0.8 O nvoo rzien
0.5 T reas ury
0.4 O verh ead
BIJLAGE 1 – Gemeentelijke bijdragen (Primaire begroting) GGD
14.110.600 26.664.500 2.533.300 5.664.600 -2.856.200 -7.807.000 13.787.700 24.522.100 877.029 1.368.806 864.183 518.358 1.816.941 226.346 1.037.455 1.160.586 707.940 1.827.866 1.098.948 787.788 1.495.453
1.493.855 2.474.272 1.607.741 863.125 3.210.771 444.972 1.664.118 2.100.017 1.343.042 3.351.228 1.824.377 1.365.421 2.779.161 24.522.100
BIJLAGE 2 – Gemeentelijke bijdragen (Primaire begroting) IJZ Gemeente
Overhead (0.4)
Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd (6.2)
Totaal
Borsele
28.865
65.167
94.032
Goes
50.398
113.782
164.181
Hulst
33.018
74.543
107.561
Kapelle
13.740
31.021
44.761
Middelburg
82.083
185.316
267.399
Noord-Beveland
11.382
25.696
37.078
Reimerswaal
30.916
69.797
100.713
Schouwen-Duiveland
37.991
85.771
123.762
Sluis
23.533
53.129
76.662
Terneuzen
77.008
173.856
250.864
Tholen
38.247
86.349
124.597
Veere
20.252
45.721
65.973
Vlissingen
65.267
147.350
212.616
Totaal
512.700
1.157.500
1.670.200
59
AB NOTITIE Onderwerp
Begrotingswijziging 2026-01 - Aanpassing inzet surplus algemene reserve 2026-2029
Soort
☐ Hamerstuk
Datum
14 augustus 2025
Datum AB
12 september 2025
04a2a
Kenmerk
20250912-04a2a
Agendapunt
☒ Bespreekstuk
☐ Informatiestuk
Begrotingswijziging 2026 – 01 Aanpassing inzet surplus algemene reserve 2026-2029. 1. Voorstel aan het AB Het algemeen bestuur wordt verzocht om Begrotingswijziging 2026–01 vast te stellen. Deze wijziging betreft een aanpassing op de primaire begroting 2026. De wijziging omvat de volgende onderdelen: 1. Het terugdraaien van de jaarlijkse onttrekking van € 20.000 aan de algemene reserve voor de periode 2026 t/m 2029. 2. Het opnemen van een structurele taakstelling op loonkosten van € 20.000 per jaar over diezelfde periode. 3. De loonkostentaakstelling wordt naar rato van de loonsommen verdeeld over de programma’s: Crisisorganisatie, AGZ, JGZ, Veilig Thuis en Bedrijfsvoering. 2. Toelichting op het voorstel In de primaire begroting 2026 is bij het opstellen van bezuinigingsmaatregelen onder meer gekozen voor het inzetten van een jaarlijks surplus van € 20.000 uit de algemene reserve. Op aangeven van de provincie wordt deze maatregel vervangen. Gekozen is voor de inzet van een loonkostentaakstelling tot hetzelfde bedrag. De provincie als toezichthouder van de gemeenschappelijke regeling, was niet akkoord met de inzet van de algemene reserve onder meer omdat de weerstandscapaciteit niet voldoende was om alle risico's af te dekken en het solvabilteitspercentage niet boven de norm van 20% uitkwam.
Om de begroting alsnog sluitend te maken, wordt de bezuiniging gerealiseerd via een jaarlijkse loonkostentaakstelling van € 20.000, die wordt verdeeld over vijf programma’s naar rato van de loonsommen. Hierdoor kan de eerder voorziene onttrekking aan de reserve komen te vervallen. Deze begrotingswijziging behoeft geen zienswijzen van de raden aangezien geen verhoging van de gemeentelijke bijdragen wordt gevraagd. De begrotingswijziging wordt ter informatie aangeboden aan de raden. De 1e begrotingswijziging 2026 wordt tezamen met de begroting 2026-2029 als één totaalpakket aan Gedeputeerde Staten aangeboden.
3. Financiële consequenties Onderstaand tabel is van toepassing voor elk van de jaren 2026 tot en met 2029. Activiteit
Lasten
Loonkostentaakstelling verdeeld over programma's
Baten Structureel/ Dekking uit incidenteel - € 20.000 -€ 20.000 Incidenteel Eerdere dekking uit algemene reserve vervalt; lasten gecompenseerd via interne taakstelling
BW* (ja/nee) JA
*Begrotingswijziging 4. Bijlage Verdeling loonkostentaakstelling naar programma 2026 t/m 2029. GGD Programma
Oorspronkelijk budget 115.400
aandeel taakstelling in % 0%
aandeel taakstelling in euro -
AGZ
5.037.420
20%
4.000
JGZ
10.815.843
43%
8.500
Veilig Thuis
3.777.479
15%
3.000
Overhead en kostentoerekening Totaal
5.696.673
22%
4.500
25.442.814
100%
20.000
Crisisorganisatie
Datum
Vergadering
Besluit
12-92025
AB-vergadering
Het algemeen bestuur stelt de Begrotingswijziging 2026–01 vast. Deze wijziging betreft een aanpassing op de primaire begroting 2026. De wijziging omvat de volgende onderdelen: 1. Het terugdraaien van de jaarlijkse onttrekking van € 20.000 aan de algemene reserve voor de periode 2026 t/m 2029. 2. Het opnemen van een structurele taakstelling op loonkosten van € 20.000 per jaar over diezelfde periode. 3. De loonkostentaakstelling wordt naar rato van de loonsommen verdeeld over de programma’s: Crisisorganisatie, AGZ, JGZ, Veilig Thuis en Bedrijfsvoering.
Overzicht zienswijzen gemeenteraden Begroting GR GGD Zeeland 2026-2029 Gemeente Borsele
Zienswijze Positief
Opmerkingen Geen
Reactie Kennisgenomen van de positieve zienswijze.
Goes
Positief
Geen
Kennisgenomen van de positieve zienswijze.
Hulst
Positief
Geen
Kennisgenomen van de positieve zienswijze.
Kapelle
Positief
Geen
Kennisgenomen van de positieve zienswijze.
Middelburg
Negatief
Zienswijze: 1. Gebruik te maken van het geven van een zienswijze op de voorliggende Programmabegroting 2026 2029 GR GGD Zeeland en daarmee de GR te verzoeken: a) Een impactanalyse te maken waarmee nader onderzocht kan worden op welke onderdelen bezuinigd kan worden en daarmee de financiële consequenties van de taakstelling van -2,2% alsnog in de begroting te verwerken. b) In de volgende programmabegroting een specificatie op te nemen van de gemeentelijke bijdrage voor de komende vier jaar, conform de BBV-afspraken. 2. De kosten ad € 3.440.771 te verwerken binnen de gemeentelijke begroting 2026-2029.
De negatieve zienwijze is betrokken bij de besluitvorming op de begroting 2026-2029 in het algemeen bestuur van 12 september 2025.
Wij erkennen dat de GGD inmiddels stappen heeft gezet om tot bezuinigingen te komen. Tegelijkertijd zijn wij als gemeente gebonden aan de door de VZG vastgestelde lijn van -2,2% zonder indexatie.
Het AB heeft bij meerderheid van stemmen besloten de programmabegroting 2026-2029 sluitend te maken met een totaal aan gevraagde structurele verhoging van gemeentelijke bijdragen van € 678.500. Te weten voor GGD € 599.100 en voor IJZ € 79.400. Hiermee heeft de GR voor € 445.000 aan reële voorgenomen bezuinigingen verwerkt.
1
Overzicht zienswijzen gemeenteraden Begroting GR GGD Zeeland 2026-2029 Gemeente
Zienswijze
Opmerkingen Het in het dictum genoemde bedrag van € 3.440.771 is een fictief bedrag, gebaseerd op de bijdrage volgens de programmabegroting 2025 na verwerking van de begrotingswijzigingen. Mocht het AB op 12 september besluiten in te stemmen met de voorliggende begroting, dan past het bijbehorende budget (€ 3.478.170 voor Middelburg) ook binnen onze gemeentelijke begrotingsruimte.
Reactie Het totaal aan opgelegde VZG bezuinigingen (0% indexering en 2,2% bezuiniging gemeentelijke bijdragen) bedroeg € 1.123.500. In een volgende programmabegroting wordt een specificatie opgenomen van de gemeentelijke bijdrage voor de komende vier jaar.
NoordBeveland
Positief
Geen
Kennisgenomen van de positieve zienswijze.
Reimerswaal
Negatief
De raad heeft besloten een negatieve zienswijze af te geven op de ontwerpbegroting 2026 van GGD Zeeland en verzoekt de VZG-richtlijn toe te passen en de financiële consequenties van de taakstelling van -2,2% bezuinigingsrichtlijn alsnog in de begroting te verwerken.
De negatieve zienwijze is betrokken bij de besluitvorming op de begroting 2026-2029 in het algemeen bestuur van 12 september 2025. Het AB heeft bij meerderheid van stemmen besloten de programmabegroting 2026-2029 sluitend te maken met een totaal aan gevraagde structurele verhoging van gemeentelijke bijdragen van € 678.500. Te weten voor GGD € 599.100 en voor IJZ € 79.400.
2
Overzicht zienswijzen gemeenteraden Begroting GR GGD Zeeland 2026-2029 Gemeente
Zienswijze
Opmerkingen
Reactie Hiermee heeft de GR voor € 445.000 aan reële voorgenomen bezuinigingen verwerkt. Het totaal aan opgelegde VZG bezuinigingen (0% indexering en 2,2% bezuiniging gemeentelijke bijdragen) bedroeg € 1.123.500.
SchouwenDuiveland
Positief
Geen
Kennisgenomen van de positieve zienswijze.
Sluis
Positief
Een zienswijze in te dienen op de begroting 2026. Daarbij geven zij de volgende kritische bedenkingen aan u mee. De "niet te verantwoorden scenario's" zijn onvoldoende financieel onderbouwd, waardoor een juist beeld van de bezuinigingsscenario's ontbreekt. Zeker in relatie tot de keuzes die gemeenten in het jaar 2026 zelf moeten gaan maken. De GGD te verzoeken om de raad op de hoogte te houden van de voortgang van de ingezette te realiseren bezuinigingsscenario's.
Kennisgenomen van de positieve zienswijze en bedenkingen. Deze zijn betrokken bij de behandeling van de begroting 2026-2029 in het algemeen bestuur d.d. 12 september 2025. De gemeenraad wordt geinformeerd over de voortgang van de realisatie van de bezuinigingsmaatregelen.
Terneuzen
Positief
GGD Zeeland heeft voor de begroting 2026 - 2029 afdoende onderzocht en onderbouwd waarom de gemeenschappelijke regeling niet geheel kan voldoen aan de bezuinigingstaakstelling, voortkomend uit de VZG-richtlijn voor 2026. De raad heeft kennis genomen van de ontwikkelingen die van grote invloed zullen zijn op de organisatie van de GGD de komende jaren. Dit gaat dan vooral over de mogelijke samenwerking en gezamenlijke huisvesting van GGD Zeeland met de Veiligheidsregio Zeeland.
Kennisgenomen van de positieve zienswijze.
3
Overzicht zienswijzen gemeenteraden Begroting GR GGD Zeeland 2026-2029 Gemeente
Zienswijze
Opmerkingen Daarnaast werken we in Zeeland aan een nieuwe gemeenschappelijke regeling voor de inkoop van jeugdhulp, beschermd wonen en maatschappelijke en veilige opvang. Beide ontwikkelingen zullen leiden tot het herzien van de begroting.
Reactie
Tholen
Geen zienwijze
Geen
Kennisgenomen dat geen zienswijze is afgegeven.
Veere
Positief
Geen
Kennisgenomen van de positieve zienswijze.
Vlissingen
Positief
Geen
Kennisgenomen van de positieve zienswijze.
4
Geachte mijnheer Schonis, geachte leden van de gemeenteraad, Met de recente ontwikkelingen rondom het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA), het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) en de voortzetting van het Integraal Zorgakkoord (IZA), verandert het financiële kader voor zorg en welzijn de komende jaren aanzienlijk. Deze akkoorden vragen van gemeenten meer inzet op het versterken van de sociale basis en het realiseren van domein overstijgende samenwerking. Zoals bekend, is het AZWA een aanvulling op het IZA en richt het zich specifiek op de beweging van zorg naar gezondheid. Voor het sociaal domein betekent dit een nadruk op basisfunctionaliteiten (zoals sociaal verwijzen en laagdrempelige steunpunten) en een stevige sociale basisinfrastructuur in de wijk. Gemeenten, sociaalwerkorganisaties en zorgpartijen zijn hiervoor gezamenlijk verantwoordelijk. Volgens de huidige financiële afspraken: In 2026 worden de SPUK’s IZA en GALA voortgezet, aangevuld met €50 miljoen extra voor gemeenten voor onder meer ketenaanpakken en leefstijlinterventies. In 2027 wordt de SPUK IZA (€135 miljoen) structureel onderdeel van de AZWA-financiering, met aanvullend €100 miljoen voor basisfunctionaliteiten en infrastructuur, én €90 miljoen structureel vanuit GALA.
Daarnaast komen vanuit het HLO jaarlijks middelen vrij voor mantelzorgondersteuning, respijtzorg en professionalisering van het sociaal werk. Hoewel het Rijk deze middelen beschikbaar stelt, is duidelijk dat de ambities en uitvoeringsdruk op gemeenten toenemen. De benodigde coördinatie, gezamenlijke regioplannen en uitvoering van de basisfunctionaliteiten vragen om aanzienlijke inzet van gemeentelijke capaciteit en ondersteuning van lokale partners. Daarom vraag ik uw aandacht voor een structurele ophoging van het gemeentelijk budget voor het sociaal domein om de komende jaren hierop in te zetten: (zie ook de brief in bijlage) de regionale implementatie van de basisfunctionaliteiten en sociale infrastructuur (zoals bedoeld in AZWA D5 en D6); de versterking van lokale teams en ketenaanpakken gericht op preventie; de ondersteuning van uitvoeringspartners binnen het sociaal werk en de wijkzorg; de noodzakelijke coördinatie en monitoring die deze programma’s vergen.
Een extra investering nu is essentieel om te voorkomen dat we in de uitvoering vertraging oplopen of kansen missen om de landelijke middelen effectief te benutten.
Graag bespreek ik samen met u wat er binnen de komende begrotingscyclus mogelijk is om deze beweging financieel te ondersteunen en zou ik graag dit jaar nog een afspraak willen plannen met u.
Bijlage: brief over AZWA gelden om rekening te houden in uw begroting voor 2026 en verder.
Natasja Reebergen Directeur-bestuurder telefoon:
0118 448 844 / +31 623436925
adres:
VIZITA Park Veldzigt 35 4336 DR Middelburg 0118 44 88 44 info@vizita.nl > vizita.nl
Onderwerp: Additionele middelen vanuit Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) Van: Stichting Vizita Aan: gemeenteraad, wethouder financiën Cc: evt. accounthouder gemeente Middelburg Geachte leden van de gemeenteraad, geachte wethouder met portefeuille financiën, Onlangs is er een onderhandelaarsakkoord bereikt voor het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). U bent op 11 juli jl. door de VNG via een ledenbrief geïnformeerd over het doel en de reikwijdte van dit akkoord, het vervolgproces en de bijbehorende financiën voor de komende jaren. Wat is AZWA Het AZWA is een aanvulling op het IZA en bevat afspraken die een impuls moeten geven aan de beweging van zorg naar gezondheid. Sociaal Werk Nederland is sinds juni 2025 volwaardig IZApartner. Met dit aanvullende akkoord wordt ingezet op verdere verbreding, intensivering en concretisering van het IZA, waarbij gelijkwaardigere toegang tot zorg en welzijn en het afwenden van het arbeidsmarkttekort centraal staan. Ook krijgt het sociaal domein in het AZWA een explicietere plek. Een aantal onderdelen van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), dat loopt tot en met 2026, wordt in het AZWA geborgd.
AZWA en Sociaal werk Voor het sociaal werk staan de belangrijkste afspraken in het onderhandelaarsakkoord AZWA op pagina’s 68 t/m 74, namelijk over de inzet van enkele basisfunctionaliteiten (D5) en een daaraan gekoppelde sociale basisinfrastructuur (D6). Het gaat hierbij om de brede implementatie van domein overstijgende ketenaanpakken zoals sociaal verwijzen (waaronder Welzijn op Recept) en laagdrempelige steunpunten voor mensen met psychische problematiek. En om de sociale infrastructuur die hiervoor rand voorwaardelijk is, zoals de aanwezigheid van lokale teams en eenduidige voorzieningen in wijken en buurten op gebied van gezondheid, ondersteuning en welzijn. Gemeenten, sociaalwerkorganisaties en zorgpartijen zijn hierop aanspreekbaar. Nieuwe AZWA-middelen in de meerjarenbegroting Het AZWA-akkoord vindt plaats vanaf 2026. Dit betekent dat er in de komende jaren vanuit het Rijk structureel extra middelen beschikbaar komen voor gemeenten, om samen met partners in de zorg en het sociaal domein invulling te geven aan de beweging van zorg naar gezondheid en preventie. Binnen het AZWA is ook een mechanisme afgesproken voor het verschuiven van zorggeld naar gemeenten. Deze afspraak leidt tot structurele financiering voor gemeenten, gekoppeld aan verwachte besparingen in de zorg (in euro’s en arbeidscapaciteit).
Begrotingsonderhandelingen Binnenkort start u met de begrotingsbehandelingen, ook voor de meerjarenbegroting van de gemeenten die zijn aangesloten bij de Coalitie Sociaal Werk Zeeland. Graag willen we u vragen
Www.vizita.nl
om in dit proces alvast rekening te houden met de additionele AZWA-middelen voor de komende jaren en de inzet van het sociaal werk bij het structureel alloceren van deze middelen. Bewezen aanpakken vanuit een sociale infrastructuur In de verbinding tussen het sociaal domein en de zorg heeft het sociaal werk een vanzelfsprekende rol, vanuit onze kennis van en contacten met het lokale netwerk. Samen met inwoners en vele vrijwilligers bouwen we aan zorgzame, weerbare buurten door onder meer het aanbieden van collectieve activiteiten en de inzet van onze professionals. Daarbij de sociale basisinfrastructuur in wijken en buurten die hiervoor rand voorwaardelijk is, zoals de aanwezigheid van lokale teams en eenduidige, laagdrempelige voorzieningen op het gebied van gezondheid, ondersteuning en welzijn. Inzet en financiering AZWA Hieronder vindt u een beknopt overzicht van de inzet vanuit het AZWA waarin wij als sociaalwerkorganisaties nu al een rol spelen, en die we de komende jaren verder kunnen versterken: Kansen
Inzet vanuit het AZWA
Financiering landelijk
Samenwerking eerstelijnszorg
Sociaal verwijzen
Opbouw van 17 miljoen in 2027 naar 68 miljoen structureel in 2031 Opbouw van 30 miljoen in 2027 naar 58 miljoen structureel in 2031
Samenwerking geestelijke gezondheidszorg Inloopvoorziening sociaal en gezond
Lokale teams en hechte wijkverbanden vanuit verbinding met de buurt/wijk (wijkgericht en multidisciplinair) werken Mentale netwerken opbouwen
Veel bestaande buurtlocaties zijn/kunnen hiervoor worden ingezet waar bewoners laagdrempelig binnenlopen voor een activiteit, kop koffie, praatje, maaltijd en waar ook huisarts, POH en/of wijkverpleegkundige aanwezig is
Opbouw van 20 miljoen 2027, 35 miljoen 2028, 32 miljoen 2029 (afhankelijk van resultaten daarna structureel) Opbouw van 40 miljoen in 2027 naar 75 miljoen structureel in 2031
Samen voor gezondheid en preventie Als het AZWA-gestalte krijgt, dan staan wij als coalitie Sociaal Werk Zeeland klaar om samen met u verder vorm en invulling te geven aan veerkrachtige inwoners in vitale wijken in de gemeenten Middelburg. Graag plan ik een gesprek met u in om hierover verder te spreken. Ik vertel u graag hoe Vizita, in samenwerking met (zorg)partners en de overheid, de gezondheid en zelfredzaamheid van inwoners kan bevorderen. Met vriendelijke groet, Mw. Drs. Natasja Reebergen (directeur-bestuurder Vizita, Middelburg) Www.vizita.nl
Retouradres: Postbus 93122, 2509 AC Den Haag Aan: College van Burgemeester en Wethouders Betreft: Aanbieding rapport "Opgroeien in onzekerheid" over kinderen in armoede
Geacht College,
Pagina 1/2
Ik heb de afgelopen 10 jaar met het onderzoek "Als je het ons vraagt" veel informatie opgehaald over kinderen in Nederland. Over hun kwaliteit van leven, hun welzijn en hoe zij zich ontwikkelen. Ook van kinderen die opgroeien in armoede. Hierbij biedt ik u het rapport "Opgroeien in onzekerheid" aan met de belangrijkste inzichten over kinderen in armoede van de afgelopen tien jaar.
Datum 24 september 2025
Wat zijn de belangrijkste bevindingen? Het rapport laat zien dat er in de afgelopen 10 jaar weinig is veranderd voor kinderen in armoede. Over de jaren heen geven kinderen in armoede hun leven een lager rapportcijfer dan leeftijdsgenoten met genoeg geld thuis. Ook beoordelen zij hun kwaliteit van leven aan de hand van veertien omgevingsvoorwaarden (gekoppeld aan het Kinderrechtenverdrag) lager dan kinderen waar thuis voldoende geld is. 1
Ons nummer 1946371
Zorgwekkend is dat kinderen die hun leven een rapportcijfer van vijf of lager geven, ongekend laag scoren op een aantal van de veertien omgevingsvoorwaarden die voor hun ontwikkeling van cruciaal belang zijn. Dit betekent dat hun kwaliteit van leven zo laag is dat hun welzijn en toekomstkansen ernstig in gevaar komen. De kinderrechten voor deze kinderen in armoede staan daarmee ernstig onder druk. Wat is mijn conclusie? Het huidige beleid rondom armoede is onvoldoende. Ondanks talloze initiatieven als schoolontbijten, laptops en sportabonnementen, blijft het welzijn en de ontwikkeling van kinderen die in armoede opgroeien onder druk staan. Er is integraal kinderarmoedebeleid nodig dat aan de hand van de veertien omgevingsvoorwaarden in kaart brengt wat een kind nodig heeft om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Wat zijn mijn aanbevelingen? In het rapport doen wij een aantal aanbevelingen om ervoor te zorgen dat deze groep kwetsbare kinderen zo snel mogelijk geholpen worden. Ik vraag het ministerie om zo snel mogelijk integraal armoedebeleid op te stellen aan de hand van de veertien omgevingsvoorwaarden en dit aan gemeenten als instructie mee te geven.
1 Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat die kwaliteit van leven veel zegt over de toekomst
en de kansen van een kind. Hoe hoger de kwaliteit van leven, hoe groter de kans dat een kind fijn en gelukkig opgroeit en een goede toekomst heeft.
Onderwerp Aanbieding rapport Opgroeien in onzekerheid
Contactpersoon Alexandra de Jong T 070 850 69 44
Kinderombudsman Bezuidenhoutseweg 151 2594 AG Den Haag Postbus 93122 2509 AC Den Haag T 070 356 35 63 info@kinderombudsman.nl www.kinderombudsman.nl De Kinderombudsman is onderdeel van de Nationale ombudsman
Aan u als college vraag ik om: 1. Op kinderen gericht integraal armoedebeleid uit te voeren aan de hand van de veertien omgevingsvoorwaarden. Daarbij is het belangrijk om te onderzoeken wat er binnen uw gemeente nodig is om op kinderen gericht integraal armoedebeleid uit te voeren. Wie moeten de verschillende leefdomeinen van kinderen onderzoeken en meenemen in hun besluitvorming? Zijn dit verschillende afdelingen of organisaties? Op welke manier staan zij in contact met elkaar en met het gezin? Hoe wordt bepaald wat het gezin nodig heeft en hoe wordt dit geëvalueerd? 2. Te onderzoeken wat kinderen in armoede nodig hebben door met hen in gesprek te gaan. Zet hiervoor getrainde professionals in die met kinderen praten over de veertien omgevingsvoorwaarden. 3. Ouders financieel te ondersteunen en daarnaast (wanneer nodig) in de opvoeding te ondersteunen. Gebruik in gesprek met ouders ook de 14 omgevingsvoorwaarden. Laat hen aangeven op welke onderdelen zij hulp of ondersteuning nodig hebben. Heeft u nog vragen? Als u nog vragen heeft over deze brief dan kunt contact opnemen met Alexandra de Jong (via 070 850 6944 of A.deJong@nationaleombudsman.nl) of Eva Huls (via 070 356 3590 of E.Huls@nationaleombudsman.nl). Met vriendelijke groet,
Margrite Kalverboer Kinderombudsvrouw
Afschrift Een afschrift van deze brief is ook verstuurd naar uw gemeenteraad. Het rapport is met een aparte brief aangeboden aan Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid).
Pagina 2/2 Ons nummer 1946371
Opgroeien in onzekerheid Wat kinderen in armoede ons in de afgelopen 10 jaar hebben verteld over hun leven en welzijn
De Kinderombudsman heeft de afgelopen tien jaar veel onderzoek gedaan naar kinderen in Nederland. Naar hun kwaliteit van leven en hoe zij zich ontwikkelen. Juist ook van kinderen die opgroeien in armoede. In deze publicatie1 delen we de belangrijkste inzichten over kinderen in armoede van de afgelopen tien jaar. Op basis van wat zij zelf hebben verteld over hun leven. Dat legt opvallende dingen bloot. Kinderen in armoede geven hun leven een lager cijfer dan leeftijdsgenoten met genoeg geld thuis. Het cijfer van meisjes in armoede is het laagst. En het cijfer van jongens is het hardst gedaald. Ook blijkt dat sommige kinderen in armoede last hebben van meerdere problemen tegelijk. Dit noemen we multiproblematiek. De kwaliteit van leven is voor deze kinderen nog lager. De Kinderombudsman concludeert dat het huidige beleid rondom armoede niet goed genoeg is. Het lukt niet om kinderen in armoede meer kansen en mogelijkheden te geven om zich te ontwikkelen. Daardoor staat een fijne jeugd voor deze kinderen onder druk. De Kinderombudsman pleit daarom opnieuw voor speciaal beleid. Dat beleid moet niet alleen over geld gaan, maar over het hele leven van een kind. Net zoals afgesproken in het Kinderrechtenverdrag.
1 Deze publicatie is deels gebaseerd op de volgende studie: M. Whittaker, ‘Invisible inequalities. The wellbeing of Refugee Children Living in Poverty’, Universiteit Utrecht: juni 2025. Deze studie is gebaseerd op 10 jaar data opgehaald via het tweejaarlijks onderzoek ‘Als je het ons vraagt’ van de Kinderombudsman.
2
Inleiding Eén op de 28 kinderen2 in Nederland leeft in armoede.3 Dat betekent dat in bijna elke klas een kind zit dat het thuis niet breed heeft. Dat heeft invloed op het leven van kinderen. Op hoe het thuis gaat, op school en in hun vrije tijd. Maar ook op hun ontwikkeling en hun toekomst. Kinderen die opgroeien in armoede hebben meer kans om als volwassene zelf ook in armoede te leven.4 Armoede zorgt voor stress. Niet alleen bij kinderen, maar ook bij hun ouders.5 Ouders maken zich zorgen omdat ze hun kinderen niet altijd kunnen geven wat ze nodig hebben. Als die zorgen te groot zijn en te veel invloed hebben, is er thuis weinig rust en ontspanning. Dat zorgt voor spanning bij kinderen. Ouders die het niet breed hebben, hebben te weinig geld voor belangrijke uitgaven. Soms is er niet genoeg geld voor de energierekening, huur, boodschappen, kleding, een bril of een bed. Ook zijn schoolreisjes, sportclubs of reizen met het OV voor hun kind dan soms niet haalbaar. Ouders kunnen hun kinderen weinig ontspanning en veiligheid bieden. Er is veel onzeker. Kinderen merken dat en maken zich zorgen over hun ouders. Ze vertellen ouders soms niet
wat ze graag zouden willen. Want ze merken dat dit zorgt voor stress. Ze nemen te veel verantwoordelijkheid en proberen niet tot last te zijn. Zo groeien ze sneller op dan andere kinderen van dezelfde leeftijd. Maar ondertussen voelen ze zich vaker eenzaam. Ook hebben ze meer schaamte en zijn ze vaker boos.6 Als ouders veel problemen tegelijk hebben, kan dit leiden tot ruzie, geweld, of mishandeling. En soms zelfs tot de situatie dat kinderen uit huis worden geplaatst.7 Armoede is dus een probleem dat kinderen raakt op allerlei manieren. Dat los je niet op door ze een fiets of een laptop te geven. Toch is dat het beleid van veel gemeenten als die deze kinderen willen helpen. Ook zien stichtingen dat er steeds meer aanvragen zijn voor dit soort manieren van hulp.8
2 Met ‘kinderen’ wordt iedereen bedoeld die jonger is dan achttien jaar. Hieronder vallen dus ook jongeren van 12 tot 18 jaar. Voor de leesbaarheid van de tekst gebruiken we, in navolging van het Kinderrechtenverdrag, voornamelijk kinderen. Alleen daar waar we het specifiek over de leeftijdsgroep 13 tot 18 jaar hebben, gebruiken we de term ‘jongeren’. 3
Armoede en schulden cijfers over 2023 | CBS
4 Voorbestemd tot achterstand? – Armoede en sociale uitsluiting in de kindertijd en 25 jaar later – SCP 2011. 5 Met ‘ouders’ bedoelen wij ouders en verzorgers. Voor de leesbaarheid gebruiken we hier alleen het woord ‘ouders’. 6 Opgroeien en opvoeden in armoede. Over de leefsituatie van kinderen in armoede en de gevolgen. NJI – 2020. 7 Nederlands Jeugdinstituut, ‘Opgroeien en opvoeden in armoede’, Utrecht: 2020. 8 Fonds Kinderhulp – Armoedestress voor kinderen en jongeren in Nederland. Basisvoorzieningen onder druk.
3
1
Kwaliteit van leven van kinderen in armoede De Kinderombudsman doet sinds 2016 elke twee jaar het onderzoek ‘Als je het ons vraagt’. Daarin wordt gekeken hoe het gaat met kinderen en wat er speelt in hun leven. In totaal is het nu vijf keer gedaan. Sinds 2016 hebben 9.809 kinderen tussen de 8 en 18 jaar meegedaan. Van hen gaven 628 kinderen aan dat er thuis weinig geld is.
“Over een paar weken hebben we geen huis meer en moeten we op straat slapen. Ik heb al 11 keer moeten verhuizen omdat er boeven zijn. Dat vind ik stom en ik word er heel verdrietig van.” 9-jarige jongen.
4
In het onderzoek stellen we vragen over veertien onderwerpen die te maken hebben met de kwaliteit van hun leven. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat die kwaliteit veel zegt over de toekomst en de kansen van een kind.9 Hoe hoger de kwaliteit van leven, hoe groter de kans dat een kind fijn en gelukkig opgroeit en een goede toekomst heeft. Zeven onderwerpen gaan over het leven binnen het gezin. De andere zeven gaan over het leven daarbuiten. Denk aan school en de buurt waar een kind opgroeit. Deze onderwerpen noemen we de veertien omgevingsvoorwaarden.
In deze studie onderzoeken we wat opgroeien in armoede betekent. Zowel voor het welzijn, als voor de kansen van kinderen. Hiervoor hebben we gekeken naar de uitkomsten van de afgelopen tien jaar. We onderzoeken of de situatie van kinderen met weinig geld thuis is verbeterd sinds 2016. Op basis daarvan geven we advies aan beleidsmakers.
9 Zijlstra, E., Post, W., Hopman, M., de Jong, A., & Kalverboer, M. (2023). The Best Interests of The Child Self-Report (BIC-S): Psychometric Properties of the Adapted Version of the BIC-S used as a Monitoring Instrument to Measure the Quality of The Children’s Rearing Environment From a Children’s Rights Perspective. Child indicators research, 16, 1341-1361. https://doi. org/10.1007/s12187-023-10010-8
We vragen ook naar de situatie waarin kinderen opgroeien. Bijvoorbeeld: Is er bij jou thuis genoeg geld? Bij wie woon je als je ouders niet bij elkaar zijn? Krijg je jeugdhulp? Daarnaast vragen we kinderen om hun leven een cijfer te geven tussen de 0 en 10. Dat cijfer verbinden we aan hun antwoorden. Op die manier zien we hoe zij zich voelen en wat voor hen belangrijk is.
5
De veertien omgevingsvoorwaarden10 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Adequate verzorging (goede verzorging) Veiligheid Liefde en aandacht van ouders Structuur, regels en ondersteuning Goed voorbeeldgedrag van ouders Interesse van ouders Stabiliteit en continuïteit in de opvoeding en verzorging (vaste manier van opvoeding en zorg thuis) 8. Veiligheid in de buurt 9. Respect 10. Een sociaal netwerk van andere volwassenen 11. School en vrijetijdsbesteding 12. Contact met leeftijdgenoten en vrienden 13. Goed voorbeeld van andere volwassenen 14. Zekerheid en continuïteit in de leefomstandigheden
Uitkomsten uit ons onderzoek In ons onderzoek vergeleken we kinderen die in armoede leven (628) met kinderen die niet in armoede leven (9.181). We keken ook naar verschillen tussen kinderen in armoede die hun leven een voldoende of een onvoldoende gaven. Van de kinderen in armoede gaven 488 een rapportcijfer van 6 of hoger. 140 kinderen gaven een 5 of lager. Kinderen in armoede zijn minder tevreden met hun leven Het blijkt dat kinderen in armoede gemiddeld negatiever zijn over hun leven dan kinderen die niet in armoede leven. Over de jaren heen geven ze lagere cijfers dan kinderen die niet in armoede leven. In figuur 1 is te zien dat dit gemiddeld 1,1 punt lager is.11 Het valt op dat de cijfers van de twee groepen in 2020 veel dichter bij elkaar lagen (zie figuur 1).12 Dat was tijdens de coronapandemie. Kinderen in armoede gaven dat jaar gemiddeld het hoogste cijfer aan hun leven.
11 Dit verschil in gemiddeld rapportcijfer tussen kinderen in armoede en kinderen die niet in armoede leven is significant. Een significant verschilt betekent dat dit verschil niet op toeval berust.
10 Kinderombudsman, ‘Als je het ons vraagt’, Den Haag: 2016.
12 De relatie tussen armoede en het rapportcijfer verschilt significant tussen 2020 en 2016, wat als referentiejaar is gebruikt in de analyse.
6
Figuur 1: Rapportcijfer eigen leven 2016-2024 10
9 8,3 7,9
7,7
7,5 7,6 7
6,6
6,7
6,6
7
20 24
20 20
6
20 18
Daarnaast konden leraren tijdens het online lesgeven beter zien hoe kinderen thuis leefden. Zij konden armoede soms sneller herkennen en ouders beter doorsturen naar hulp.
8,3
8
20 16
Ook kregen kwetsbare kinderen vaker extra hulp, zoals een laptop. En werd er meer en makkelijker over armoede gesproken. Dat komt doordat er nieuwe groepen met armoede te maken kregen. Bijvoorbeeld horecaondernemers en mensen met winkels. Het zou kunnen dat kinderen in armoede zich daardoor minder ‘anders’ voelden.
20 22
Daar kunnen meerdere redenen voor zijn. Tijdens de pandemie bleven alle kinderen thuis. Niemand kon naar school of sporten bij een vereniging. Daardoor waren de verschillen kleiner tussen kinderen met en zonder genoeg geld thuis.
wij hebben thuis voldoende geld wij hebben thuis weinig geld
Tot slot zien we dat het verschil iets is afgenomen. In 2024 is het verschil tussen kinderen met en zonder geld kleiner dan in 2022 en 2018.
7
Verschillen tussen gender in de invloed van armoede op de kwaliteit van leven Jongens in beide groepen geven hun leven een hoger cijfer dan meisjes (zie figuur 2). Het verschil tussen jongens en meisjes die allebei opgroeien met weinig geld is kleiner.13 Meisjes in armoede geven hun leven gemiddeld het laagste cijfer: een 6,8. Het verschil tussen jongens met genoeg geld en jongens in armoede is het grootst. Dat lijkt erop te wijzen dat de invloed van armoede groter is op jongens. We kunnen dit verschil niet goed uitleggen. Wel weten we dat meisjes hun leven over het algemeen een lager cijfer geven dan jongens. Dat blijkt uit eerder onderzoek.14 Ook de verschillen in wat jongens en meisjes doen in hun vrije tijd kunnen een rol spelen. Uit de CBS Jeugdmonitor blijkt bijvoorbeeld dat jongens vaker lid zijn van een sportvereniging dan meisjes. Zij zijn daar ook vaker te vinden. Meisjes brengen juist iets meer tijd door met familie.15 Het kan dus betekenen dat voor jongens in armoede sport wegvalt.
“Op school is het soms vervelend en naar een sport gaan kunnen mijn ouders niet betalen.” – 13-jarig meisje
13 Ook dit verschil is significant. 14 Kinderombudsman, ‘Als je het ons vraagt’, Den Haag: 2024; StatLine - Welbevinden: levenstevredenheid van jongeren (12 tot 17 jaar), kenmerken 15 StatLine - Sociale contacten en maatschappelijke participatie; jongeren 15 tot 25 jaar
8
Terwijl dat juist belangrijk is voor contact met vrienden en hoe ze vrije tijd invullen.
Figuur 2: Rapportcijfer eigen leven voor meisjes en jongens
10 7,7
8
8,2 6,8
6,9
6
4
2
0 We hebben thuis voldoende geld Meisjes
Jongens
We hebben thuis weinig geld
Zekerheid en vertrouwen in de toekomst onder druk De cijfers zeggen veel over de kwaliteit van leven. Kinderen in armoede scoren gemiddeld lager op de 14 omgevingsvoorwaarden dan kinderen met genoeg geld thuis. Kinderen met voldoende geld thuis scoren gemiddeld op 13 van de 14 voorwaarden voldoende of goed. Bij kinderen met weinig geld is dat 11,2.16 Als we per voorwaarde kijken (figuur 3 en 4), zien we dat kinderen in armoede op alles lager scoren. Het grootste verschil is zichtbaar bij het onderwerp zekerheid. Met zekerheid bedoelen we of kinderen plotselinge veranderingen meemaken. Bijvoorbeeld een verhuizing of als ze van school veranderen. Ook speelt mee of ze vertrouwen hebben dat het in de toekomst goed zal komen. Kinderen in armoede scoren op dit punt ruim een half punt lager (-0,54) dan kinderen zonder armoede. Voor de andere onderwerpen, thuis en daarbuiten, ligt het verschil tussen de 0,3 en 0,4 punt lager.
16 Het verschil in gemiddelde score op de 14 omgevings voorwaarden tussen kinderen in armoede en kinderen die niet in armoede leven is significant.
9
Multiproblematiek bij meest kwetsbare kinderen in armoede Binnen de groep kinderen in armoede zien we duidelijke verschillen. Kinderen die hun leven een onvoldoende geven, zijn veel negatiever over hun kwaliteit van leven. Ze scoren daar lager op dan kinderen in armoede die hun leven een voldoende geven. Kinderen wiens leven een onvoldoende krijgt, beoordelen gemiddeld 7,7 van de 14 omgevingsvoorwaarden als voldoende tot goed.17 Kinderen die een voldoende geven aan hun leven, beoordelen gemiddeld 12,2 voorwaarden als voldoende tot goed. Bovendien scoren de kinderen die hun leven een onvoldoende geven lager op alle veertien onderwerpen (figuur 5). Kinderen in armoede die hun leven een onvol doende geven, hebben vaker te maken met multiproblematiek. Dat houdt in dat er meerdere situaties zijn die hen kwetsbaar maken. Dat was bij meer dan de helft van deze groep het geval in 2020, 2022 en 2024. Toen speelde er bij 52,7% drie of meer van die situaties tegelijk.
17 Dit verschil is significant.
“We hebben niet veel geld, en zijn om die reden vaak verhuisd afgelopen 5 jaar. We moeten nu ook weer ons huis uit omdat de verhuurder het wil verkopen en wij het niet kunnen kopen. Daarnaast maak ik me zorgen over studeren en een rijbewijs, omdat ik het allemaal zelf moet betalen en er echt geen geld voor heb, mijn spaarrekening van vroeger hebben mijn ouders gebruikt voor schulden. Ik heb nu een tussenjaar waarin ik veel werk zodat ik zelf geld kan sparen voor een rijbewijs en studeren, alleen studeren is heel duur ... Dus daar maak ik me zorgen over, ik zal dus heel veel geld moeten lenen.” – 17-jarig meisje
16
10
d th In ui te s re ss e St ru ct uu r O pv oe di ng Ve rz or gi ng
Ve i
lig he i
V ou oo de rbe rs el d A a ou n de da rs cht
Figuur 3: Verschilscores voor kwaliteit van leven thuis voor kinderen met weinig geld en voldoende geld
Verschilscore kwaliteit van leven
0,00 -0,05 -0,10 -0,15 -0,20 -0,25 -0,30 -0,35
-0,39
-0,35
-0,36
-0,38
-0,34
-0,33
-0,31
-0,40
ln et S vr cho we ije o rk tij l en d V rie nd en Vo om o r ge be vi eld ng
ci aa
So
pe
ct
d ei
R es
lig h
Ve i
Ze ke r
he i
d
bu ur
t
Figuur 4: V erschilscores voor kwaliteit van leven buitenshuis voor kinderen met weinig geld en voldoende geld
Bij kinderen die hun leven wel een voldoende geven, is dit 15,5% (zie figuur 6).18 We weten dat er een relatie is tussen het aantal kwetsbare situaties en het welzijn van kinderen. Dat blijkt uit eerder onderzoek. Hoe meer kwetsbare situaties, hoe lager het rapportcijfer.19 Kinderen in armoede die een onvoldoende geven, hebben vaker te maken met ruzie of geweld thuis. Ook hebben zij vaker gescheiden ouders, of ouders met psychische problemen of een verslaving. Deze kinderen ervaren zelf ook vaker psychische problemen en krijgen vaker Jeugdhulp. Ook krijgen ze vaker hulp van de JeugdGGZ dan kinderen die hun leven een voldoende geven. We zijn er niet zeker van of deze problemen al eerder speelden. Of dat ze zijn ontstaan door de stress van het leven in armoede.
Verschilscore kwaliteit van leven
0,0 -0,1 -0,2
-0,25 -0,30
-0,3
-0,38
-0,4 -0,5
-0,54
-0,37
-0,35
-0,34
18 Tussen de verschillende edities zijn de vragen over kwetsbaarheden in het leven van een kind uitgebreid of aangepast. Tijdens de laatste drie edities zijn deze vragen constant gebleven (2020, 2022, 2024). Daarom zijn de analyses over het aantal kwetsbaarheden en welke dit zijn alleen uitgevoerd op de laatste drie edities. 19 De Kinderombudsman, ‘Ik ben meer dan mijn problemen, Een integrale aanpak voor kinderen met meerdere problemen in de thuissituatie’, Den Haag: 2019.
-0,6
11
Figuur 5. Scores kwaliteit van leven voor kinderen in armoede die voldoendes of onvoldoendes geven
4,0
Tabel 1. Aantal kwetsbaarheden voor kinderen in armoede die voldoendes of onvoldoendes geven in percentages Aantal kwetsbaarheden
Kinderen in armoede die een voldoende geven aan hun leven
Kinderen in armoede die een onvoldoende geven aan hun leven
Geen extra kwetsbaarheden
23,9%
8,8%
1 extra kwetsbaarheid
39,9%
19,8%
2 extra kwetsbaarheden
20,6%
18,7%
3 extra kwetsbaarheden of meer
15,5%
52,7%
3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5
V Ve erz or il A igh gin an e g da id ch thu t ou is Vo d or Str ers be uc t el d uur ou d In ers te re O Ve pv sse oe ili gh di ng ei d bu ur So R t Sc cia esp a ec ho l ol net t en we rk vr Vo ije or ti be V rie jd el d n om de ge n Ze vin ke g rh ei d
0,0
Onvoldoende rapportcijfer
Voldoende rapportcijfer
“Ze zijn er als ik ze nodig heb maar veel meer aandacht zoals schoolwerk nakijken of spelletjes spelen doen ze niet.” – 13-jarig meisje
12
Figuur 7. Verschillen tussen kinderen in armoede met voldoendes en onvoldoendes per kwetsbare situatie
Gescheiden ouders
Ruzie en geweld thuis
Ouder is verslaafd of heeft psychische problemen
Ouder heeft een lichamelijke ziekte
Kind heeft een lichamelijke ziekte
Kind is een vluchteling
Kind gaat naar het speciaal onderwijs
Kind krijgt Jeugdhulp of JeugdGGZ
Kind staat op wachtlijst voor hulp
Kind heeft psychische problemen 0%
10% Onvoldoende rapportcijfer
20%
30%
40%
50%
Voldoende rapportcijfer
13
2 Kinderrechten en armoede Alle kinderen hebben rechten. Deze staan in het Kinderrechtenverdrag (IVRK). Dat verdrag bestaat uit 54 afspraken, over alles waar kinderen mee te maken kunnen krijgen. Bijvoorbeeld over school, familie en gezondheid. Het doel van het verdrag is duidelijk. Elk kind moet zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen in een gezonde en veilige omgeving.
“We komen thuis tekort aan geld dus soms gebeurt het dat we een dag geen eten hebben dat is soms wel lastig. We kopen ook bijna nooit nieuwe kleren.” 9-jarige jongen
14
In het verdrag staan vier artikelen centraal: 1. Het recht op gelijke behandeling (artikel 2 IVRK) 2. Het belang van het kind (artikel 3 IVRK) 3. Het recht op een goed leven en een goede ontwikkeling (artikel 6 IVRK) 4. Het recht om een mening te geven (artikel 12 IVRK) Verder staat in het verdrag dat ieder kind recht heeft op een bepaalde kwaliteit van leven. Die moet van zo’n niveau zijn dat een kind zich goed kan ontwikkelen (art. 27 IVRK). Ouders zijn hiervoor verantwoordelijk. Zij moeten zorgen voor de ontwikkeling van hun kind (art. 18 IVRK). Dat moeten ze doen met alle liefde en aandacht die daarvoor nodig is. De Staat moet deze rol van ouders respecteren (art. 5 IVRK). Maar het dragen van die verantwoordelijkheid is voor ouders niet altijd even makkelijk. Zeker niet als zij in armoede leven, of net daarboven. Door geldgebrek en stress kunnen zij soms niet zorgen voor de basisbehoeften van hun kind. Hun hoofd zit vaak te vol. Ze kunnen hun kind dan niet de aandacht en begeleiding geven die nodig is. In zulke gevallen moet overheden hen steunen (art. 27 en art. 18 IVRK). Bijvoorbeeld door te helpen met geldzaken en spullen, of met ondersteuning in de opvoeding. Zo kunnen ze
ernstige gevolgen voor kinderen voorkomen. Gevolgen zoals veel moeten verhuizen of zelfs het scheiden van ouders en kinderen (art. 9 IVRK). Daarnaast heeft armoede ook effect op andere delen van het leven van een kind. Kinderen in armoede kunnen op school bijvoorbeeld minder goed meekomen. Ze kunnen zich daar vaak slecht concentreren. Ook is er niet altijd geld voor naschoolse activiteiten. En die zorgen juist voor ontspanning en nieuwe ervaringen. Daardoor komen twee rechten onder druk. Aan de ene kant het recht op onderwijs (artikel 28 IVRK). Aan de andere kant het recht op vrije tijd, spel en recreatie (artikel 31 IVRK). Bij het Kinderrechtenverdrag horen ook de General Comments, die zijn opgesteld door het Kinderrechtencomité. Hierin staat extra uitleg over de verschillende artikelen in het verdrag. Er zijn meerdere General Comments belangrijk bij de aanpak van kinderarmoede. In dit rapport lichten we er twee uit. General Comment 7 gaat over het belang van de eerste jaren dat een kind leeft. Dat is een belangrijke fase voor het waarmaken van rechten. In deze Comment staat ook wat moeilijke situaties in die periode doen met jonge kinderen.
15
Zowel voor hun ontwikkeling als hun toekomst. Moeilijke situaties, zoals armoede, kunnen zorgen dat kinderrechten worden geschonden. Goede en passende hulp aan ouders en jonge kinderen kan die schade beperken. Het kan zelfs een positieve invloed hebben op de toekomst van jonge kinderen. In General Comment 14 gaat het over het belang van het kind bij besluiten. Er staat uitgelegd hoe je dat belang onderzoekt en meeneemt in je besluit. Deze studie is daar een voorbeeld van. We onderzoeken de kwaliteit van leven van kinderen, aan de hand van 14 omgevingsvoorwaarden.
“Ik zou alleen graag willen dat mijn ouders zich geen zorgen meer hoeven te maken en ik naar de school kan waar ik heen wil.” – 16-jarige jongen
16
3 Verbetering noodzakelijk De Kinderombudsman is geschrokken van de resultaten uit deze overzichtsstudie. In 2016 deed De Kinderombudsman voor het eerst onderzoek naar de situatie van kinderen. Sindsdien is er weinig echt veranderd.
“Er is niet genoeg geld om iedere dag ‘n warme maaltijd te eten. Soms zijn mijn schoenen kapot en moet ik er iets langer mee lopen voordat er geld is om nieuwe te kopen. Ook kapotte kleding of iets wat te klein is geworden kan niet meteen vervangen worden. Ik heb een beugel nodig maar mijn ouders kunnen dat echt niet betalen.” 17-jarige jongen
17
De situatie van kinderen die hun leven een onvoldoende geven, is zelfs vrij ernstig. Hun kwaliteit van leven is zo laag dat hun ontwikkeling en toekomstkansen in gevaar zijn. Veel van deze kinderen hebben te maken met meerdere problemen tegelijk. Denk aan psychische problemen bij henzelf of hun ouders. Of aan gescheiden ouders die niet goed met elkaar omgaan. Soms is er ook sprake van ruzie of geweld thuis.