CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

25-147 Bijlage 1. Ingekomen stukken commissie MZ

Gemeenteraad 13 november 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad (25-147 MZ/RM/AB)28.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2028 124.100 3.300 -240.000 -112.600

2029 124.100 3.300 -240.000 -112.600

Artsen in opleiding Het artsentekort speelt in heel Nederland en dus ook bij GGD Zeeland. Om het oplossen van dit tekort te stimuleren, bieden we opleidingsplaatsen aan basisartsen die zich willen specialiseren. Wij ontvangen daarvoor een subsidie die kostendekkend is. Het aantal artsen in opleiding voor 2026 is pas in september 2025 bekend.

Artsen in opleiding Personele lasten Materiele lasten Baten Per saldo

(begroot) 2025

0 6.100 -6.000 100

2026 50.000 3.000 -53.100 -100

16

2027 50.000 3.000 -53.100 -100

2028 50.000 3.000 -53.100 -100

2029 50.000 3.000 -53.100 -100

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

1.1.2. Programma Veilig Thuis (VT) Veilig Thuis Veilig Thuis vervult Zeeuws breed een belangrijke functie in het signaleren, aanpakken en doorbreken van huiselijk geweld en kindermishandeling. Op basis van het toenemende aantallen meldingen, adviezen en vervolgdiensten alsmede de toenemende complexiteit en multiproblematiek blijft toekomstige inzet noodzakelijk. Advies, ondersteuning en onderzoek Het Advies- en Meldingen Team (AMT) en het Ondersteuning- en Onderzoek Team (OOT) hebben een radar- en monitoringsfunctie. Samen voeren zij, op basis van het handelingsprotocol, de taken uit. Een team van Procesondersteuners is direct betrokken bij het primaire proces. Daarnaast is het team Beleid en Kwaliteit (Staf) betrokken. Hierin is specialistische kennis aanwezig in de functies van onder andere gedragswetenschappers, vertrouwensarts, forensisch verpleegkundigen en een beleidsmedewerker. Financiering Veilig Thuis In 2014 hebben de Zeeuwse gemeenten besloten de uitvoering van de taken van Veilig Thuis Zeeland neer te leggen bij de gemeenschappelijke regeling (GR) Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland. De verantwoordelijkheid voor adequate financiering is daardoor een gedeelde verantwoordelijkheid van de gemeenten en de centrumgemeente.

Een deel van de middelen wordt beschikbaar gesteld vanuit de Decentralisatie Uitkering Vrouwenopvang (DuVo) die gemeente Vlissingen ontvangt voor de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Daarnaast wordt Veilig Thuis Zeeland gefinancierd vanuit alle Zeeuwse gemeenten vanuit de gemeentelijke begroting. Veilig Thuis valt onder taakveld 6.2 - Toegang en eerstelijnsvoorzieningen ; voor de omslag over gemeenten wordt het macrobudget gevolgd. De termijn waarop beide financieringsstromen worden toegekend liggen op twee verschillende momenten in het lopende jaar. Hier ligt voor de GGD een risico. Immers, de DuVo middelen die vanuit de centrumgemeente worden toegekend worden jaarlijks aan het eind van het jaar beoordeeld voor het daarop volgend kalenderjaar. De begroting van de GGD, en daarmee dus ook voor Veilig Thuis, is dan al vastgesteld voor dit kalenderjaar. Door het CZW bureau is aangegeven dat de DuVo middelen voor 2026 geïndexeerd worden. Met welk percentage is op dit moment niet bekend. Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Veilig Thuis heeft een wettelijke taak als het gaat om het geven van voorlichting over de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. In 2024 zijn een tweetal trainers gestart in de rol van trainer Meldcode. Zowel intern als extern verzorgen zij voorlichting en training op het gebied van de meldcode.

In 2025 wordt deze rol verder geborgd door het structureel aanstellen van twee parttime functionarissen in de functie van trainer. Hiermee is Veilig Thuis ook na 2025 goed toegerust voor deze wettelijke taak.

17

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

Veilig Thuis

Beleid en kwaliteit VT Personele lasten Materiele lasten Baten Project MDA++ Personele lasten Baten Advies en meldingen Personele lasten Materiele lasten Onderzoek/ondersteuning Personele lasten Materiele lasten Procesondersteuning Personele lasten Materiele lasten Materiele lasten Per saldo

(begroot) 2025

597.100 110.700 -1.722.000 (begroot) 2025 0 0 (begroot) 2025 1.238.600 0 (begroot) 2025 1.739.500 50.600 (begroot) 2025 228.700 0 0 2.243.200

2026 531.500 112.700 -1.687.500 2026 28.100 -36.400 2026 1.249.300 3.800 2026 1.760.100 25.500 2026 221.100 300 0 2.208.500

2027 531.500 112.700 -1.687.500 2027 28.100 -36.400 2027 1.249.300 3.800 2027 1.760.100 25.500 2027 221.100 300 0 2.208.500

2028 531.500 112.700 -1.687.500 2028 28.100 -36.400 2028 1.249.300 3.800 2028 1.760.100 25.500 2028 221.100 300 0 2.208.500

2029 531.500 112.700 -1.687.500 2029 28.100 -36.400 2029 1.249.300 3.800 2029 1.760.100 25.500 2029 221.100 300 0 2.208.500

Toekomstige ontwikkelingen Veilig Thuis Zeeland De verhoging aan instroom van meldingen en adviesaanvragen de afgelopen jaren heeft in oktober 2024 geleid tot een structurele verhoging van de formatie met 4,89 FTE. Deze extra formatie is nodig om te komen tot een beheersbare werkvoorraad. Veilig Thuis is kartrekker van MDA++. Dit betreft een landelijke methodiek die we regionaal inzetten ten behoeve van zeer complexe casuïstiek. Ook in 2025 vervulde Veilig Thuis reeds taken voor MDA++. Op het moment van opstellen van de begroting 2025 was er echter nog geen goedkeuring MDA++ 2025. Deze goedkeuring is pas in 2025 ontvangen. Om deze reden waren in de begroting 2025 nog geen baten en lasten MDA++ opgenomen. Kwaliteit op Tijd In 2024 is gestart met het project Kwaliteit Op Tijd (KOT). Binnen dit project is gewerkt aan een methodiek om duurzaam wachtlijstvrij te werken. Vanaf het laatste kwartaal van 2024 tot en met medio 2025 maken we ons deze methodiek verder eigen. Dit resulteert in een structureel operationeel overleg waarbinnen wachtlijsten, doorlooptijden en sturing hierop plaatsvindt. Deze werkwijze borgen we verder in 2026. Dit is enkel mogelijk met de structurele extra inzet van 4,89 FTE extra formatie.

Om te komen tot een beheersbare werkvoorraad en het uitvoeren van onze wettelijke taak binnen de wettelijk gestelde termijnen is het tevens van belang dat Veilig Thuis zich focust op deze wettelijke taken. De ervaring leert dat de professionals, door een groot ketenprobleem zowel landelijk als in de regio, langer en breder betrokken zijn en blijven bij casussen dan onze wettelijke taak vraagt. In Zeeland vindt per gemeente maatwerk plaats als het gaat om de wijze waarop casussen worden overgedragen naar de gemeentes. In dit licht gaan we in 2025 in gesprek met alle gemeentes. Dit verloopt via het CZW bureau en moet resulteren in werkbare samenwerkingsafspraken waarbij alle ketenpartners de eigen verantwoordelijkheid hebben en nemen. Dit alles moet in 2025 leiden tot een uniforme werkwijze over alle 13 gemeentes als het gaat om overdracht naar het lokale veld. Deze werkwijze zetten we voort in 2026.

18

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

Kenniscentrum Veilig Thuis verbreedt in 2025 en 2026 de expertise- en adviesrol. Dit door te investeren in het vergroten van kennis op specifieke thema's zoals bijvoorbeeld ouderenmishandeling en intiem terreur. Cliëntregistratiesysteem Via het Landelijk Netwerk Veilig Thuis (LNVT) wordt gewerkt aan de ontwikkeling en implementatie van een nieuw cliëntregistratiesysteem. In 2025 worden landelijk diverse pilots met het systeem uitgevoerd. Veilig Thuis Zeeland gaat naar verwachting, net als de andere 24 Veilig Thuis organisaties, in 2026 over tot implementatie van een nieuw systeem als de knelpunten centraal zijn opgelost. Het is te verwachten dat er in 2026 zowel kosten voor aanschaf van software en licenties als ook manuren voor de inrichting, training en implementatie van het systeem nodig zijn. Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming Veilig Thuis Zeeland dient (in opdracht van de VNG, het ministerie van VWS en Justitie en Veiligheid) ook uitvoering te blijven geven aan landelijke ontwikkelagenda’s en programmalijnen. Zo omvat het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming een voorstel voor de verbeterde aanpak van de jeugdbeschermingsketen. Ook in 2026 en tot 2030 werkt Veilig Thuis samen met ketenpartners regionaal mee aan het beproeven van methodieken en de ontwikkeling van Sterke Lokale Teams, als voorbereiding op het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming.

Domein overstijgend Samenwerken binnen Zeeland Binnen Zeeland is onderzoek gedaan naar domein overstijgend samenwerken. Om uitvoering te geven aan de actiepunten is Veilig Thuis ook één van de partners binnen de regio. Door CZW bureau is gevraagd of een afgevaardigde vanuit de GGD kan participeren in de stuurgroep. Van de 8 gedefinieerde actiepunten zijn er 3 onderwerpen waar mogelijk een rol voor Veilig Thuis ligt in 2026, te weten: 1.

Ontwikkeling regionaal interventieteam Ontwikkel een plan voor de inzet van een regionaal interventieteam en formuleer criteria voor de inzet van het team. Geef aan op welke wijze dit team past bij de bestaande instellingen in Zeeland en op welke wijze het team aangestuurd wordt.

2.

Inzet doorbraakmethodiek IPW (met lokale variaties) Ontwikkel een plan van aanpak voor een brede implementatie van de doorbraakmethodiek in Zeeland.

3.

Centrale registratie Ontwikkel een plan voor de implementatie van een centrale registratie complexe casuïstiek in Zeeland

Rapport “Aanhoudende onveiligheid tijdens het wachten op Veilig Thuis” De Inspectie Gezondheid en Jeugd heeft in september 2024 een rapport opgeleverd. Binnen de 25 Veilig Thuis organisaties in Nederland is onderzoek gedaan naar oorzaken van de aanhoudende en oplopende wachtlijsten. Drie Veilig Thuis organisaties zijn onderzocht. Bij de andere 22 Veilig Thuis organisaties is informatie opgevraagd om te komen tot het eindrapport. De inspectie komt tot vier structurele knelpunten: 1. Een structurele toename van de instroom (en soms ernst) van meldingen. 2. Onvoldoende deskundigheid en beschikbaarheid van de lokale hulpverlening. Het lukt Veilig Thuis vanwege beperkte beschikbaarheid van passende en deskundige hulp bij ketenpartners onvoldoende om meldingen tijdig over te dragen. 3. Het niet kunnen spreken van directbetrokkenen. Medewerkers wachten lang op het beoordelen van een melding als het niet lukt om directbetrokkenen te spreken. Dit heeft als gevolg dat het langer duurt voordat Veilig Thuis een vervolg aan de melding geeft. 4. Onvoldoende inzet van personeel op de primaire taken van Veilig Thuis. De inspectie verwacht dat Veilig Thuis voldoende personeel inzet en tegelijk aanstuurt op taakafbakening, om zo gezinnen en huishoudens tijdig en deskundig te helpen, zonder daarbij de kwaliteit uit het oog te verliezen. 19

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

Veilig Thuis herkent de bovenstaande vier knelpunten ook binnen Zeeland. Alle Veilig Thuis organisaties hebben de opdracht gekregen een Plan van Aanpak op te stellen om binnen de eigen organisatie bovenstaande vier knelpunten op te lossen. Binnen Veilig Thuis Zeeland is in oktober 2024 gestart met het opstellen van dit Plan van Aanpak.

20

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

1.1.3. Programma Inkoop Jeugdhulp Zeeland (IJZ) Jeugdhulp in Zeeland Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp. De Zeeuwse gemeenten hebben de inkooptaken en -bevoegdheden volgend uit de Jeugdwet gedelegeerd aan de GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland. Het Algemeen Bestuur van deze gemeenschappelijke regeling heeft vervolgens deze inkooptaken en -bevoegdheden gedelegeerd aan de Bestuurscommissie Inkoop Jeugdhulp Zeeland. De Bestuurscommissie wordt ambtelijk ondersteund door de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ). In deze begroting staan alleen de uitvoeringslasten en -baten van IJZ. De lasten voor jeugdhulp worden opgenomen in de dertien gemeentelijke begrotingen, gebaseerd op prognoses die ze daarvoor van IJZ ontvangen. Dekkend jeugdhulpaanbod De doelstelling van de Bestuurscommissie is, in de breedste zin des woord, het contracteren van een dekkend jeugdhulpaanbod in Zeeland. De volgende ontwikkelingen zijn daarbij mogelijk van invloed op 2026: a. Het jaar 2025 staat volledig in het teken van de aanbesteding van de specialistische jeugdhulp. Op 1 januari 2026 starten de nieuwe contracten voor de inkoop van specialistische jeugdhulp; b. Nieuwe contracten op 1 januari 2026 betekent een andere wijze van werken met betrekking tot de administratieve processen, data-analyse en contract- en leveranciersmanagement; c.

De aanbesteding van Jeugdzorg Plus leidt in 2025 tot een nieuwe overeenkomst op 1 januari 2026, waarbij IJZ gezamenlijk optrekt met de inkoopregio’s West-Brabant West en West-Brabant Oost. Mogelijk treedt Hart van Brabant toe tot deze samenwerking van de inkoopregio’s; d. De samenwerking tussen Toezichthouders Jeugd & Wmo, IJZ en inkoop/contractbeheer Beschermd Wonen/Maatschappelijke opvang/Vrouwenopvang. In 2025 start het team Toezicht & Handhaving JWWmo; e. Aanschaf en inrichten van het gemeenschappelijke ICT-platform Basisbeeld voor CLM-IJZ, CLM-BW/MO/VO en Toezichthouders; f. Voorbereiding op de mogelijke nieuwe governancestructuur voor het Sociaal Domein in Zeeland, waaronder samenvoegen van de inkooporganisaties jeugd/BW/MO/VO per 1 januari 2027. Werkzaamheden Inkoop Jeugdhulp Zeeland (IJZ) Op grond van de gemeenschappelijke regeling verricht IJZ de volgende werkzaamheden: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

het opstellen van contracten en subsidie-overeenkomsten met aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet; voeren van inkoop- en aanbestedingsprocedures voor Jeugdhulp; onderhandelen met aanbieders en uitvoerders van Jeugdhulp; verzamelen van de benodigde gegevens ten behoeve van de monitoring en verantwoording; bewaken van de Zeeuws brede afspraken; gevraagd en ongevraagd adviseren aan de gemeenten over zaken betreffende de inkoop en het subsidiëren van Jeugdhulp; voeren van de financiële administratie; contract- en leveranciersmanagement; communicatie van/naar aanbieders, uitvoerders van Jeugdhulp en gemeenten; Het samenbrengen van jeugdhulpvraag en -aanbod (zorgmakelaar); Ondersteunen van de netwerken Regionaal Expertiseteam (RET) en coördinatie Integrale Vroeghulp (IVH).

21

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

Uitvoeringsorganisatie IJZ Deze lasten en baten hebben betrekking op de uitvoeringsorganisatie. De lasten jeugdhulp worden verantwoord bij de deelnemende gemeenten. Hieronder staat eerst een tabel inclusief overhead en daaronder een tabel zonder overhead. Van de overhead zelf is in paragraaf 1.1.4 een aparte tabel opgenomen.

Uitvoeringsorganisatie IJZ inclusief overhead Personele lasten Materiele lasten Baten Per saldo Uitvoeringskosten IJZ exclusief overhead Personele lasten Materiele lasten Baten Per saldo

(begroot) 2025

1.545.700 565.800 -500.000 1.611.500

(begroot) 2025

1.113.400 407.600 -500.000 1.021.000

2026 1.394.100 439.100 -500.000 1.333.200

2027 1.394.100 439.100 -500.000 1.333.200

2028 1.394.100 439.100 -500.000 1.333.200

2029 1.394.100 439.100 -500.000 1.333.200

2026 1.004.200 316.300 -500.000 820.500

2027 1.004.200 316.300 -500.000 820.500

2028 1.004.200 316.300 -500.000 820.500

2029 1.004.200 316.300 -500.000 820.500

Taskforce Jeugd (TFJ) Deze lasten hebben betrekking op de Programmamanager jeugd en de ondersteuning daarvan, inclusief een werkbudget. Omdat de Programmamanager niet onder de GR GGD Zeeland valt is er geen sprake van overhead.

Taskforce Jeugd Personele lasten Materiele lasten Baten Per saldo

(begroot) 2025

219.300 110.900 330.200

2026 223.700 113.300 337.000

2027 223.700 113.300 337.000

2028 223.700 113.300 337.000

2029 223.700 113.300 337.000

1.1.4. Overhead en kostentoerekening Bij de bepaling van de kosten van overhead is uitgegaan van de notitie overhead 2023 van de commissie BBV. De kosten van overhead vallen, tenzij anders vermeld, onder taakveld 0.4 Overhead en worden omgeslagen per inwoner. Dit betreft de overheadskosten sec van de GGD. Overhead en kostentoerekening Personele lasten Materiele lasten Afschrijvingen Baten Mutatie reserves Per saldo

(begroot) 2025

6.144.430 2.466.110 186.247 -353.061 8.443.725

2026 6.231.610 2.626.769 185.251 -682.240 -120.000 8.241.390

2027 6.111.610 2.626.769 185.251 -682.240

2028 6.111.610 2.626.769 185.251 -682.240

2029 6.111.610 2.626.769 185.251 -682.240

8.241.390

8.241.390

8.241.390

In de personeelslasten zijn de kosten van de directie, ondersteuning bestuur, ondernemersraad en alle management- en staffuncties opgenomen. In de materiële lasten zijn o.m. de algemene kosten inbegrepen voor de gehele organisatie, gedacht kan worden aan huishoudelijke kosten, porto, opleiding en training, kosten t.b.v. verzekering, accountantsdienst, + bankkosten, licenties, beveiliging e.d. De huisvestingskosten van de CB locaties, behorend tot een specifiek uitvoerende taak, worden verantwoord op het primaire proces.

22

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

De opgenomen opbrengsten betreffen de doorbelasting IJZ voor het afnemen van diensten op het gebied van Bedrijfsvoering (198.600) en (vaste) rentebaten lening UG GGE (183.600). Rentebaten binnen de GGD hebben twee componenten: de (vaste) rentebaten vanuit de lening u/g aan de GGE, en de rentebaten die ontstaan door uitkeringen van RIVM, VWS en Specifieke Uitkeringen. De eerstgenoemden zijn vast, de tweede groep is in omvang niet in te schatten en daarom niet begroot. Met de bestuursrapportages worden gemeenten gedurende het begrotingsjaar over deze baten geïnformeerd. De rentebaten vallen in het taakveld 0.5 Treasury en worden omgeslagen per inwoner. Overhead uitvoeringsorganisatie IJZ In onderstaande tabel staat de overhead van de uitvoeringsorganisatie IJZ. Taskforce Jeugd heeft geen overhead.

Overhead IJZ Personele lasten Materiele lasten Baten Per saldo

(begroot) 2025

432.300 158.200 590.500

2026 389.900 122.800 512.700

23

2027 389.900 122.800 512.700

2028 389.900 122.800 512.700

2029 389.900 122.800 512.700

1.1.5. Algemene dekkingsmiddelen Verloopoverzicht gemeentelijke bijdragen GGD: 2024 2024 (P)rimaire begroting eindsaldo BW 2024-06b BURAP GGD VZG 2024 herziening/aanpassing (€ 281.787) VZG-index gemeentelijke bijdrage van 3,4% naar 4,7% 2024 (G)ewijzigd 2025 2024 (P)rimaire begroting eindsaldo BW 2022-5 Prenataal bezoek; mutatie t.o.v. 204

GGD Structureel 22.684.902

GGD incidenteel 185.489

GGD Totaal

279.455

2.332

281.787

22.964.357

187.821

23.152.178

GGD Structureel 22.684.902

GGD incidenteel

GGD Totaal 22.684.902

40.950

BW 2023-1 Basis op Orde projectleiders 2025-Q1 Subtotaal VZG-index 2025, 3,9% over het subtotaal Subtotaal

22.870.391

40.950 46.372

46.372

22.725.852

46.372

22.772.224

886.308

1.809

888.117

23.612.160

48.181

23.660.341

EVS (verplichting vanuit de wet)

27.609

27.609

BW 2023-2 applicatiekosten

8.000

8.000

BW 2023-1 Basis op Orde als PM benoemd: Managementinformatiesysteem

45.000

45.000

Compensatie P/M verhouding 82.4/17.6

106.684

106.684

866

866

Verschil in Programmabegroting 2025-2028 (bijlage 1 € 23.848.500 versus € 23.847.634 in hoofdstuk 1.1.5 algemene dekkingsmiddelen) 2025 (P)rimaire begroting eindsaldo

23.800.319

BW 2025-1 Veilig Thuis personele uitbreiding 4,89 fte

511.600

48.181

23.848.500 511.600

BW 2025-2 Gezonde school n.v.t.

-

BW 2025-3 Aanpassing mei '24 VZG-index 2024 van 3,4% -> 4,7%

291.666

291.666

BW 2025-4 Toekomst JGZ (onttrekking aan de algemene reserve € 263.905)

-

2025 (G)ewijzigd

24.603.585

48.181

24.651.766

2026

GGD Structureel 24.603.585

GGD incidenteel

GGD Totaal

2025 (G)ewijzigd

24.603.585

VZG-index gemeentelijke bijdrage 2026; -/- 2,2%

-541.279

-541.279

Verhoging gemeentelijke bijdrage t.b.v. compensatie indexatie kosten 2026 Gemeentelijke projectgelden maken geen onderdeel meer uit van de gemeentelijke bijdrage (AB besluit 1104-2025) Totaal begroting 2026 en volgende jaren

599.100

599.100

-139.335

-139.335

24.522.071

24.522.071

24

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

Verloopoverzicht gemeentelijke bijdragen IJZ (incl. Taskforce Jeugd): 2025

IJZ structureel

2024 (P)rimaire begroting eindsaldo

IJZ incidenteel

1.485.200

BW 2024-2 voor 1,5 fte contractmanager & data-analist Subtotaal

1.485.200 130.000

130.000

1.485.200

130.000

1.615.200

77.400

5.100

82.500

1.562.600

135.100

1.697.700

VZG-index 2025, 3,9% over het subtotaal Subtotaal Verwerkingswijze lasten jeugdhulp

26.000

Externe begeleiding aanbesteding

26.000 135.000

Eenduidige functiebeschrijving/-waardering

83.000

2025 (P)rimaire begroting eindsaldo

IJZ Totaal

135.000 83.000

1.671.600

270.100

1.941.700

1.671.600

270.100

1.941.700

Geen wijzigingen 2025 (G)ewijzigd

2026

IJZ structureel 1.671.600

2025 (G)ewijzigd Correctie fuwa (van € 83k naar € 38k)

IJZ incidenteel

IJZ Totaal 1.671.600

-45.000

-45.000

1.626.600

1.626.600

VZG-index gemeentelijke bijdrage 2026; -/- 2,2%

-35.800

-35.800

Verhoging gemeentelijke bijdrage t.b.v. compensatie indexatie kosten 2026 Totaal begroting 2026 en volgende jaren

79.400

79.400

Subtotaal

1.670.200

25

-

1.670.200

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

Gemeentelijke bijdrage per gemeente De volgende verdeelsleutels worden gehanteerd (bron: Rekenmodel septembercirculaire 2024, uitkeringsjaar 2026):

26

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

1.1.6. Onvoorzien en Vennootschapsbelasting De post onvoorzien bedraagt jaarlijks € 15.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven.

1.2. DE PARAGRAFEN 1.2.1. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen is een verplicht onderdeel van de programmabegroting en de jaarrekening volgens artikel 12 van het BBV. Het doel van deze paragraaf is om inzicht te geven in: a. b. c.

het beleidskader dat wordt gehanteerd bij het onderhoud van de kapitaalgoederen; de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; de vertaling van deze financiële consequenties in de begroting.

De paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen richt zich daarbij op kapitaalgoederen die behoren tot de openbare ruimte, zoals: wegen, riolering, gebouwen, groenvoorziening en openbare verlichting. Deze interpretatie komt onder meer voort uit: •

•

Toelichting bij artikel 12 BBV: In publicaties en handleidingen van bijvoorbeeld de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt toegelicht dat de focus ligt op onderhoud van kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Handreiking BBV (VNG): In de handreikingen van de VNG wordt verduidelijkt dat het gaat om openbare kapitaalgoederen zoals wegen, riolering, groen, gebouwen en verlichting. Hier wordt benadrukt dat dit geen andere activa zoals voertuigen of meubilair betreft.

Deze paragraaf is dan ook niet van toepassing voor GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland.

27

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

1.2.2. Paragraaf Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering van GGD Zeeland richt zich op het effectief en efficiënt ondersteunen van de kerntaken: • •

het bevorderen van gezondheid het voorkomen en het beschermen van de volksgezondheid in Zeeland

Door middel van efficiënte processen, moderne technologie en goed opgeleid personeel streeft de organisatie naar optimale dienstverlening aan inwoners, gemeenten en samenwerkingspartners. Transparantie, duurzaamheid en innovatie staan centraal in het beheer van middelen en middeleninzet. Daarbij wordt sterk gefocust op een toekomstbestendige organisatie die flexibel inspeelt op nieuwe uitdagingen zoals pandemieën, demografische veranderingen en milieu gerelateerde gezondheidsrisico's. Samenwerking met de Veiligheidsregio, andere GGD’en, gemeenten en lokale, regionale en landelijke organisaties is cruciaal om op integrale en effectieve wijze de bedrijfsvoering te waarborgen. Om samenwerking vorm en inhoud te geven wordt in april 2025 een advies aangeboden aan het Algemeen Bestuur. Dit advies betreft de samenwerking op bedrijfsvoering met de VRZ. Gezamenlijke huisvesting is een integraal onderdeel van het voorstel. Afhankelijk van het besluit is de keuze van invloed op de voorliggende begroting. Digitalisering en Innovatie Er wordt geïnvesteerd in de ICT-systemen (AFAS en KD+) voor verdere digitalisering van (administratieve processen). Dit leidt tot een snellere en kostenefficiëntere afhandeling van werkzaamheden en bewaking van gegevensbeheer. Daarnaast wordt geïnvesteerd in digitale platforms voor een betere toegankelijkheid van diensten voor de inwoners van Zeeland.

En om beter te kunnen voldoen aan veranderende wet- en regelgeving. Te denken valt aan de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer, de nieuwe archiefwet 2026 en de informatie- en cyberveiligheid zoals NIS2. Kostenbeheersing en efficiëntie We werken aan het optimaliseren van interne processen om verspilling te minimaliseren, productiviteit te verhogen en waar mogelijk schaalvoordelen te realiseren en kosten te reduceren. Het bundelen van inkoop en resources is hiervan een voorbeeld. Een regelmatige evaluatie van uitgaven en werkwijzen leidt tot verbeteringen in gebruik van budgetten. Door kritisch te kijken naar de bestaande structuren en processen wordt gestreefd naar kostenbesparingen zonder concessies te doen aan de kwaliteit van de dienstverlening. Er wordt gekeken naar de mogelijkheden voor samenwerking met zowel profit- als non-profit partners. Duurzaamheid De bedrijfsvoering wordt steeds meer gericht op duurzaamheid. Dit omvat zowel milieuvriendelijke bedrijfsvoering als het verbeteren van de werkcultuur, bijvoorbeeld door flexibele werkplekken en het stimuleren van thuiswerken, waar mogelijk. Voorbeelden zijn: duurzaam beheer van huisvesting (energiebesparing), gebruik van circulaire materialen en milieuvriendelijke mobiliteit (dienstfietsen op consultatiebureaus).

Opleiding en Ontwikkeling Er wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van medewerkers door het aanbieden van trainingen en ontwikkelingsmogelijkheden. Het doel is om een flexibele, deskundige en toekomstgerichte organisatie te blijven die in staat is te anticiperen op veranderingen en te blijven voldoen aan kwaliteitseisen. Hiervoor investeren we in de werving, opleiding en behoud van gekwalificeerd personeel om expertise en continuïteit te waarborgen. Daarnaast behouden we de focus op vitaliteit en welzijn van onze medewerkers, inclusief een

28

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

gezonde werk-privébalans. Financiële verantwoording en transparantie De organisatie streeft naar volledige transparantie in haar financiële verantwoording, zodat bestuur en overige partijen tijdig en adequaat geïnformeerd worden over de financiële positie. Dit gebeurt door het jaarlijks opstellen van heldere en begrijpelijke financiële rapportages, proactieve communicatie over hoe middelen worden ingezet en welke resultaten daarmee worden behaald en periodieke audits en controles om integriteit en verantwoord gebruik van financiële middelen te waarborgen. Inzet personeel Voor 2026 staat de volgende formatie begroot: Programmalijn

Crisisorganisatie Algemene gezondheidszorg Jeugdgezondheidszorg Veilig Thuis Bedrijfsvoering Subtotaal GGD Zeeland Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland Totaal

Fte Begroting 2025 1,05 50,62 114,57 34,75 58,15 259,14 15,28 274,42

Begroting wijziging VT 2025

4,89 4,89 4,89

Fte Begroting 2025 incl. BW

Fte Begroting 2026

1,05 50,62 114,57 39,64 58,15 264,03 15,28 279,31

1,05 52,99 116,35 40,22 52,94 263,55 13,78 277,33

Strategische personeelsplanning In 2024 is gestart met strategische personeelsplanning. Strategische personeelsplanning verwijst naar de discrepantie tussen de huidige personeelscapaciteit en de toekomstige behoeften van een organisatie op strategisch niveau. Daarbij is meerjarig gekeken wat er nodig is voor onder andere bedrijfsvoering. Op basis daarvan is zowel inzichtelijk wat de uitstroom is voor de aankomende jaren maar ook welke functies en competenties nodig zijn voor het innoverend vermogen van de organisatie. Strategische personeelsplanning wordt, om aan te kunnen sluiten bij toekomstige ontwikkelingen, continu gemonitord en bijgesteld. Inhuur derden Op dit moment wordt er niet apart begroot voor inhuur van derden. Wel is sprake van een ‘potje’ ziektevervanging. Voor ziektevervanging binnen Bedrijfsvoering, Ondersteuning, Bestuur en Directie en AGZ is een jaarlijks budget beschikbaar wat ingezet kan worden waar dit nodig blijkt. Voor JGZ geschiedt dit via een begrote flexpool. Algemene Verordening Gegevensbescherming De Functionaris Gegevensbescherming is direct gepositioneerd onder de DPG, in lijn met de aanbevelingen naar aanleiding van de uitgevoerde audit door een externe partij.

De komende jaren wordt verder invulling gegeven aan het optimaliseren van het ISMS (Information Security Management System) door de bewustwording verder te versterken, audits uit te voeren en processen continu te evalueren. Verder geldt dat de bezetting nog niet op orde is met betrekking tot dit onderdeel. Met name het ontbreken van essentiële juridische kennis maakt dat inhuurkosten op dit onderdeel noodzakelijk zijn. Delen van de taken worden nu bij diverse functionarissen belegd die hiervoor niet of onvoldoende zijn opgeleid/getraind. Organogram Een helder organogram en daarmee een overzichtelijke organisatiestructuur is een voorwaarde om de lijnsturing binnen een organisatie vorm te geven. In het organogram is te zien dat GGD Zeeland bestaat uit vier onderdelen: Algemene Gezondheidszorg (AGZ), Jeugdgezondheidszorg (JGZ), Veilig Thuis en de teams die bijdragen aan de bedrijfsvoeringsprocessen. Deze teams vormen samen het onderdeel Bedrijfsvoering. Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland valt onder dezelfde gemeenschappelijke regeling als GGD Zeeland, maar heeft een eigen organogram.

29

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

Organogram GGD Zeeland

30

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

Organogram Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland Rechtmatigheidsverantwoording In het AB is besloten dat de GR een basis ambitieniveau (niveau 1) heeft voor de jaren 2023 tot en met 2025, waarbij we als verantwoordingsgrens 3% van het lastentotaal inclusief dotaties aan reserves hanteren, en indien relevant, afwijkingen vanaf 1% in de paragraaf bedrijfsvoering toelichten indien het bestuurlijk relevante onderwerpen betreft.

Eind 2025 wordt aan het AB een voorstel ter besluitvorming aangeboden voor verdere doorontwikkeling van de organisatie op rechtmatigheidsgebied.

31

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

1.2.3. Paragraaf Financiering Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van gemeenschappelijke regelingen niet hoger mag zijn dan 8,2% van het begrotingstotaal, met een minimum van 300.000. De uitkomst is verwerkt onder het onderdeel Kengetallen in paragraaf 1.2.4. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Renterisiconorm GGD Zeeland heeft geen ontvangen leningen met een looptijd van 1 jaar of langer, zodat geen toetsing plaatsvindt op de renterisiconorm.

32

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

1.2.4. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicomanagement is een onderdeel van goed bestuur (Good Governance) en een belangrijk middel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 13 december 2024 is de ‘Notitie Risicomanagement en weerstandsvermogen 2025’ vastgesteld. In deze notitie worden de kaders aangegeven voor risicomanagement. Hierbij zijn de kaders niet alleen beperkt tot financiële risico’s, maar het gaat over risico's in de brede zin van het woord zoals bestuurlijke-, juridische-, rechtmatigheids-, imago- en frauderisico’s. Deze risico's hebben niet altijd direct een financiële impact, maar kunnen wel diverse grote gevolgen hebben voor de organisatie. Naast risicomanagement zijn in dit beleid ook de kaders opgenomen over het weerstandsvermogen. Hierbij worden de volgende definities gehanteerd: • Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aanzienlijk moet worden aangepast. • Risico’s moeten in dit verband worden gezien als reële, maar niet altijd te meten, bedreigingen die kunnen leiden tot uitgaven die niet begroot zijn. Dit nadat alles in het werk gesteld is om het optreden ervan te voorkomen en/of de gevolgen ervan te verminderen.

Naast de interne behoefte om risico’s in beeld te hebben en te beheersen is er ook vanuit het Rijk wetgeving van toepassing over risico’s. In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) wordt in artikelen 9 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf worden ten minste opgenomen: • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; • een inventarisatie van de risico's; • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is in artikel 11 BBV omschreven als “de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. Volgens de ‘Notitie weerstandsvermogen en risicomanagement 2025’ wordt de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald aan de hand van de post onvoorzien, de algemene reserve en het onbestemde deel van de bestemmingsreserves. Voor de beoordeling van een dergelijke ratio wordt gebruikgemaakt van de onderstaande waarderingstabel, welke door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is samengesteld.

Waardering weerstandcapaciteit Waarderingscijfer

Betekenis

A

x≥ 2,0

Uitstekend

B C D E F

1,4 ≤ x < 2,0 1,0 ≤ x < 1,4 0,8 ≤ x < 1,0 0,6 ≤ x < 0,8 x < 0,6

Ruim Voldoende Voldoende Matig Onvoldoende voldoende

Benodigde weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen wordt de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s waarmee de GR rekening moet houden, zijn leidend voor het berekenen van de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij worden risico’s voorzien van een kwantificering van zowel kans als financiële gevolgen. Door de maximale gevolgen van de individuele risico’s bij 33

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

elkaar op te tellen ontstaat in totaliteit een te negatief oordeel over het benodigde weerstandsvermogen. Het is immers vrijwel zeker dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd en/of in de maximale omvang voor zullen doen. Daarnaast is een aantal risico’s qua omvang en waarschijnlijkheid niet in te schatten. Voor de kans dat een risico optreedt, wordt gewerkt met kansklassen van 10% tot 95%.

Kwantiteit

Referentiebeelden

Kansklasse

Toelichting kansklasse

10 %

0 of 1 keer per 10 jaar

1

30 %

1 keer per 5 – 10 jaar

2

50 %

1 keer per 2 – 5 jaar

3

70 %

1 keer per 1 – 2 jaar

4

95 %

1 keer per jaar of meer

5

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet voor kunnen doen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar zullen voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar gaan voordoen.

Daar waar mogelijk wordt bij een risico de financiële impact berekend op basis van onderstaande klassen:

Klasse

Minimaal

Maximaal

1 2 3 4 5

€ 0,00 € 0,00 € 25.000,00 € 100.000,00 € 250.000,00

€ 0,00 € 25.000,00 € 100.000,00 € 250.000,00 oneindig

De klassen van kans en gevolg worden vermenigvuldigd volgens onderstaande formule: Risicoscore = inschaling klasse ‘Kans’ x inschaling klasse ‘Financieel gevolg’ Voor de begroting 2026 is een risico-inventarisatie uitgevoerd binnen de GR. Hierbij wordt opgemerkt dat voor het organisatieonderdeel IJZ de risico’s met betrekking tot inkoop jeugdhulp vanaf het boekjaar 2023 worden vermeld in de jaarrekening van de deelnemende gemeenten (voor wat betreft begroting wordt deze werkwijze toegepast vanaf 2024). Voorheen werden de inkomende en uitgaande stromen jeugdhulp Zeeland in de begroting/jaarrekening van de GR verwerkt. De uitvoeringskosten van de inkooporganisatie jeugdhulp Zeeland (IJZ) zijn wel verwerkt in de begroting/jaarrekening van de GR. Tijdens het opstellen van de begroting 2026 heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden over al dan niet ontvlechting van IJZ uit de GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland. In deze paragraaf is niet op deze besluitvorming vooruitgelopen. De risico-inventarisatie heeft geleid tot de volgende significante financieel gekwantificeerde risico’s van de totale GR. Deze risico’s hebben een risicoscore gehad op basis van bovenstaande formule. Deze score leidt tot onderstaande matrix. Hierbij wel de kanttekening dat de niet financieel gekwantificeerde risico’s even, zo niet belangrijker zijn voor de GR:

34

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

Risicomatrix

kans 5 4 3 2 1

10,11 12 1 impact

2

3

4

Rood = hoge impact Geel = matige impact Groen = lage impact

35

2,5,3 4 6,7 8 13 5

Belangrijkste financiële risico’s GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland Nr.

Risico

Maatregel/omschrijving

1

Niet voldoende paraat bij nieuwe infectieziekte vanaf 2026 als gevolg van onvoldoende middelen voor uitvoering programma Versterking Infectieziektebestrijding en Pandemische Paraatheid

Het rijk stelde in 2025 extra financiële middelen beschikbaar waarmee GGD’en in staat zijn gesteld de vergrote capaciteit die voortkomt uit de uitvoering van het programma Versterking Infectieziektebestrijding en Pandemische Paraatheid (SPUK, VIP, 2023-2024) deels te bestendigen, zodat zij kunnen voldoen aan de eisen die aan hen gesteld worden ten aanzien van pandemische paraatheid. Het is vooralsnog onduidelijk of en in welke mate deze middelen ook in 2026 beschikbaar blijven. Indien niet voldoende middelen beschikbaar gesteld door het rijk, dan kan GGD Zeeland de eisen aan haar gesteld ten aanzien van Pandemische paraatheid niet borgen waardoor het risico bestaat dat GGD Zeeland niet voldoende paraat is bij nieuwe infectieziekten vanaf 2026.

2.

Hogere caoverplichtingen (lasten) dan in begroting 2026 is opgenomen

Kans op optre den

Financieel bestaat marginaal risico voor de GR omdat voor dit project tijdelijk personeel wordt ingezet. De middelen voor 2026 zijn berekend op ca € 959.000 + € 311.700 (pijler 6) = € 1.270.000 In de begroting 2026 is uitgegaan van een loonkostenstijging van 2,0 %. De werkelijke loonkostenstijging vanaf 1 januari 2026 of een wijziging in de pensioenpremies kan hiervan afwijken. Tijdens het opstellen van de begroting eind januari 2025 ligt een looneis van 5,6% op tafel. Om deze reden is een nacalculatorisch verschil van 3% meegenomen als risico.

36

Kansklasse

Impact 2026 (€): brutobedrag

Impactklasse

Risicoscore

n.v.t.

95%

5

3% van ca 25 miljoen = € 750.000

Benodigde WeerstandsCapaciteit (= kans* bruto)

n.v.t.

5

25

712.500

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

3

Hoger inflatie (lasten) dan in begroting 2026 is opgenomen

4

Financiële schade als gevolg van Ransomware etc.

5

Risico op verslechterde gezondheidssituatie van specifieke doelgroepen in Zeeland als gevolg van voornemen rijk om specifieke regelingen zoals Aanvullende Seksuele gezondheidszorg met korting over te hevelen naar gemeentefonds waarbij deze regeling niet meer gelabeld is voor doorbetaling aan de GR. Daarnaast risico op niet gedekte structurele lasten en afvloeiingslasten. Hogere kosten inhuur als gevolg van niet beschikbare arbeidskrachten op de krappe arbeidsmarkt

6

In de begroting 2025 en 2026 is uitgegaan van een prijsstijging van respectievelijk 2,4% en 2,2%. De werkelijke prijsstijging in 2025 en 2026 kan hiervan afwijken. Om deze reden is een nacalculatorisch verschil van 1,5% meegenomen als risico. Ransomware of andere externe aanval op ICT-infrastructuur met financiële schade tot gevolg. Door interne beheersmaatregelen op het gebied van toegangsbeveiliging, informatiebeveiliging en bewustwordingssessies wordt getracht dit risico zoveel mogelijk te beperken. Kabinet heeft voornemen op specifieke uitkeringen zoals de regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg over te hevelen naar het gemeentefonds met een korting van 10%. Aangezien over de korting nog geen duidelijkheid bestaat is de uitwerking van dit voornemen niet opgenomen in de exploitatiecijfers van de begroting 2026. Deze regeling bestaat al jarenlang en wordt uitgevoerd met vast personeel. Naast het risico op verslechterde gezondheidssituatie van bepaalde doelgroepen bestaat tevens het risico op extra (niet gedekte) structurele lasten en afvloeiingskosten.

95%

5

1,5% van ca 6 miljoen = € 90.000

5

25

85.500

70%

4

750.000

5

20

525.000

90%

5

345.000

5

25

310.500

Beschikbaarheid arbeidskrachten en uitval in die gevallen waarin slechts één persoon bepaalde werkzaamheden verricht én krapte op de arbeidsmarkt, leiden tot hogere kosten in verband met inhuur van extern personeel. Ervaring in 2024 liet zien dat dit risico ondanks extra budget vanuit eerste begrotingswijziging

50%

3

600.000

5

15

300.000

37

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

7

Niet kunnen uitvoeren van forensische geneeskunde (FG) voor de gemeenten en/ of stijgende kosten voor gemeenten als gevolg van niet kunnen afsluiten contract FG

8

Extra onvoorziene kosten als gevolg van claims niet voldoen aan wetgeving (AVG, archiefwet, WOO)

9

Niet afnemen van aanvullende diensten brengt het risico op achteruitgang van jeugdgezondheidszorg met zich mee voor inwoners van Zeeland Extra kosten juridische bijstand als gevolg van medisch beroepsrisico Verplicht eigen risicodrager met risico op WW kosten

10

11

2023 reëel aanwezig is. Maatregelen om in te zetten op arbeidsmarktstrategie worden in 2025/2026 verder opgepakt Forensische geneeskunde, uiteenvallend in Forensisch medisch expertise, lijkschouw en arrestantenzorg, is door de krapte op de arbeidsmarkt lastig in te vullen. Dit brengt het risico met zich mee dat lijkschouw moeilijk of niet zal kunnen worden uitgevoerd voor de gemeenten. Bij het opstellen van deze begroting is net als bij begroting 2025, nog geen duidelijkheid over de afronding van de aanbesteding arrestantenzorg. Indien dit contract niet wordt afgesloten brengt dat het risico met zich mee dat de bijdragen forensische geneeskunde oplopen met stijgende kosten voor gemeenten tot gevolg. Claims als gevolg van implementatie nieuwe wetgeving (bv. AVG, WOO) of extra onvoorzienbare kosten als gevolg van implementatie nieuwe wetgeving (bv. Archiefwet). Door de basis verder op orde te brengen, gestart in 2024 en doorlopend in 2025, vermindert dit risico in de komende jaren aanzienlijk. Indien als gevolg van het ravijnjaar 2026 minder aanvullende diensten worden afgenomen, brengt dit niet zozeer financiële risico’s voor de GR met zich mee (de risico’s op afvloeiingskosten voor eventueel vast personeel worden conform afspraken gedragen door de betrokken gemeenten), maar wel het risico op achteruitgang van jeugdgezondheidszorg voor inwoners van Zeeland.

Medisch beroepsrisico kan extra juridische bijstandskosten met zich meebrengen. Meegenomen in de afweging is het risico op incidenten en de heersende maatschappelijke moraal Werkgevers in de sector Overheid en onderwijs zijn verplicht eigenrisicodrager voor de Werkloosheidswet (WW). Als eigen risicodrager voor de WW betaalt de GR de kosten van de WWuitkering, als (ex) werknemers werkloos worden. Op dit moment 38

95%

3

400.000

5

15

380.000

30%

2

500.000

5

10

150.000

PM

PM

40%

3

150.000

4

12

60.000

40%

3

100.000

4

12

40.000

Versie 19.5.2025 t.b.v. gemeenteraden

12

Extra juridische kosten

13

Niet kunnen voortzetten dienstverlening/ bedrijfsvoering Veilig thuis en afvloeiingskosten personeel door onvoldoende financiële middelen vanuit DUMO

14

Boetes schijnzelfstandigheid

bestaat nog steeds krapte op de arbeidsmarkt en is deze situatie ongewijzigd ten opzichte van 2025. Risico op (juridische) procedures, onder meer bij aanbestedingstrajecten en arbeidsgeschillen en geschillen bij toepassing overige wetgeving. Vanaf 2025 worden de middelen uit de Decentralisatie Uitkering Maatschappelijke Opvang (centrumgemeente Vlissingen) door gedecentraliseerd naar alle Zeeuwse gemeenten. Vanuit dit budget (middels een subsidie via het CZW Bureau) wordt Veilig Thuis nu (prijspeil 2022) voor ca 1.687.5000 gefinancierd. Gemeenten dienen opnieuw te beslissen op welke wijze zij de diensten vanaf 2025 willen financieren. Indien de financiering stopt, is het risico dat dienstverlening en bedrijfsvoering bij Veilig Thuis niet kan worden voortgezet en dat daarbij personeel moet afvloeien met bijbehorende kosten. Strengere handhaving belastingdienst op de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) en de verwachte invoering van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) brengen een hoger risico op boetes en naheffingen loonbelasting van de belastingdienst met zich mee Totaal van de significante risico’s

20%

2

200.000

4

8

40.000

10%

1

1.687.500

5

5

168.750

PM

PM

2.772.250

Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren, met daarbij het maximale financiële gevolg, rekening houdend met de kans van optreden.

39

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de GR (exclusief IJZ) wordt bepaald aan de hand van: Eigen vermogen GGD (incl. IJZ)

31-12-2024

Algemene reserve

1.163.385

Post onvoorzien

-17.456

Bestemmingsreserve markttaken *

252.760

Nog te bestemmen resultaat 2024

1.202.129

Totaal eigen vermogen

2.600.818

•

Saldo van de bestemmingsreserve Basis op Orde ad 746.813 is bij de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit buiten beschouwing gelaten, gezien de specifiek besteding die hierop rust. Ditzelfde geldt voor het saldo van de bestemmingsreserve huisvesting ad 2.623.225 (een boekhoudkundige financieringsreserve, waartegenover een lening u/g op de balans is opgenomen) en het saldo van de gemeentelijke projecten ad 527.569 (reserve met bufferfunctie per gemeente). In verband met de hiervoor benoemde uitsluitingen is enkel de bestemmingsreserve markttaken in de beschikbare weerstandscapaciteit opgenomen.

Op basis van de financieel berekende risico’s is de ratio weerstandsvermogen: Beschikbare weerstandscapaciteit = € 2.600.818 = 0,94 Benodigde weerstandscapaciteit = €2.772.250 Op basis van de gehanteerde normeringsystematiek door GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland wordt het weerstandsvermogen van als “matig ” geclassificeerd. Indien risico’s daadwerkelijk (cumulatief) optreden, kan dit mogelijk leiden tot een negatief resultaat en negatief eigen vermogen. In de notitie ‘Risicomanagement en weerstandsvermogen’ is een maximum bepaald aan het aan te houden weerstandsvermogen. In het rapport ‘afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland’ (VZG, januari 2024) is in paragraaf 3.5 opgenomen dat het aanhouden van een reserve is toegestaan tot een norm van 5% van alle baten van GGD. Dat betekent voor 2026 een maximale reserve per 31-12-2026 van 5% van € 31.585.395 (baten GGD 2026) = € 1.579.270 Kengetallen De minister van Binnenlandse Zaken heeft in mei 2015 besloten dat kengetallen deel uitmaken van de paragraaf Weerstandsvermogen. Provincies, gemeenten en Gemeenschappelijke Regelingen dienen vanaf 2015 in deze paragraaf inzicht te geven in de volgende kengetallen: -

Netto schuldquote; Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; Solvabiliteitsratio; Grondexploitatie (niet van toepassing voor GGD Zeeland); Structurele exploitatieruimte; Belastingcapaciteit (niet van toepassing voor GGD Zeeland).

Kengetallen Solvabiliteit Liquiditeit ratio Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd

31-12-2024 17% 1,11 16% 9%

31-12-2025 13% 1,04 11% 4% 40

31-12-2026 12% 1,01 9% 1%

31-12-2027 11% 1,00 7% -1%

31-12-2028 11% 0,99 6% -1%

31-12-2029 11% 0,98 6% -2%

Toelichting: Solvabiliteitsratio: geeft aan in welke mate we aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen: het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves en het resultaat uit de baten en lasten (exclusief mutatie reserves). In het VNG-rapport Houdbare gemeentefinanciën worden de volgende labels gehanteerd voor het begrip solvabiliteitsratio: Solvabiliteitsrato <20% >20% en <30% >30% •

• •

het bezit is zeer zwaar belast met schulden(het signaal staat op rood) het signaal staat op oranje het signaal staat op groen

De liquiditeit ratio laat zien of tegenover de korte termijnschulden (vlottende passiva) voldoende vlottende activa (vorderingen) en liquide middelen staan. Een ratio van 1,5 wordt over het algemeen beschouwd als financieel gezond. Netto schuldquote: deze indicator toont de verhouding van de netto schulden tot de totale baten. Hoe hoger het percentage, hoe meer externe financiering; een laag percentage is gunstig. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekt leningen deze indicator toont de verhouding van de netto schulden gecorrigeerd voor verstrekte leningen tot de totale baten. Hoe hoger het percentage, hoe meer externe financiering; een laag percentage is gunstig.

1.2.5. Paragraaf Verbonden partijen Verbonden Partijen zijn in het Besluit ‘Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten’ gedefinieerd als: privaat- of publiekrechtelijke organen, waarin de provincie of gemeente (c.q. Gemeenschappelijke Regeling) een bestuurlijk en financieel belang heeft. GGD Zeeland heeft geen verbonden partijen.

41

2. FINANCIELE BEGROTING EN MEERJARENRAMING

42

2.1. Uitgangspunten voor de begroting In deze meerjarenraming 2026-2029 zijn voor de jaren 2027 en volgende jaren constante prijzen geraamd, dat wil zeggen dat de baten en lasten niet meerjarig worden geïndexeerd. Loonkosten De loonkosten 2026 van de GGD en IJZ zijn volgens de volgende formule tot stand gekomen: Loonkosten 2026 = P1) x Q2) x 1,0493) x 1,024) 1)

P-component GGD (=prijs per fte per functie): Op basis van de actuele bezetting medio januari 2025 is per functie de loonkosten 2025 van de actuele bezetting op dat moment bepaald, bij de op dat moment actuele parameters in de salarisadministratie. Daarbij werd rekening gehouden met periodieke verhogingen van de actuele bezetting. Voor een aantal moeilijk vervulbare vacatures wordt het maximum van de betreffende salarisschaal gehanteerd. Voor alle overige vacatures wordt het gemiddelde van de betreffende salarisschaal gehanteerd. P-component IJZ (=prijs per fte per functie): Op basis van de formatie maal de hoogste periodiek uit de betreffende salarisschaal per januari 2025 worden de loonkosten bepaald; bij de op dat moment actuele parameters in de salarisadministratie. 2)

Q-component (=aantal formatieve fte per functie) Dit betreft het aantal fte uit de structurele formatie van de laatst vastgestelde primaire begroting 2025 aangevuld met mutaties n.a.v. daarna goedgekeurde begrotingswijzigingen. Eventuele incidentele formatie voor begrotingsjaren in deze begroting zijn separaat vermeld in deze begroting. 3) Definitieve VGZ-richtlijn 2025 voor personele lasten. 4) Loon/prijs inflatie op basis van MEV 2025 (prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers 2026) De GGD heeft een jaarlijks budget om vervanging bij ziekte, zwangerschapsverlof en ouderschapsverlof op te vangen. Dit budget wordt met dezelfde indexcijfers als de loonkosten geïndexeerd. IJZ heeft een dergelijk budget niet en dekt de kosten uit de (financiële) vacatureruimte in de begroting. Materiële lasten Het totale materiële budget voor de begroting 2026 is in eerste instantie bepaald door de goedgekeurde primaire begroting 2025 aangevuld met de door het AB goedgekeurde begrotingswijzigingen 2025 te verhogen met 2,2%; de prijsindex 2026 van 2,2% zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning 2025. Voor zover bij het opstellen van de begroting inzichtelijk is, dat de werkelijke indexering op basis van contractafspraken voor een begrote uitgave in 2026 hoger zal uitvallen, wordt de hogere werkelijke indexering gehanteerd.

Afschrijvingen Afschrijvingslasten starten in het eerste jaar na het jaar waarin de investering plaatsgevonden heeft. Afschrijvingslasten zijn in de exploitatie toegerekend aan de programma’s waarop de investeringen betrekking hebben. Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland Met ingang van de jaarrekening 2024 werden op grond van wet- en regelgeving de lasten voor jeugdhulp niet langer in de begroting van de GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland verwerkt, maar in de begrotingen van de deelnemende gemeenten. Daarom treft u in de voorliggende begroting voor het bedrijfsonderdeel Jeugd alleen Uitvoeringskosten IJZ en Taskforce Jeugd aan. Notitie overhead De commissie BBV heeft in december 2023 een herziene notitie overhead uitgegeven. De GGD heeft de regels gevolgd.

43

Verdeling over de deelnemende gemeenten Voor de verdeling van de lasten over de deelnemende gemeenten zijn de in paragraaf 1.1.5. genoemde verdeelsleutels gehanteerd, hierbij is voor de GGD uitgegaan van de verdeling van septembercirculaire 2024, uitkeringsjaar 2026. IJZ gaat voor de jeugdhulp die niet toe te rekenen is aan een van de individuele gemeenten (zoals collectieve voorzieningen) uit van een verdeelsleutel die is gebaseerd op het gemiddelde van de macrobudgetten 2015 tot en met 2018. Hiervoor is gekozen omdat vanaf 2019 geen sprake meer is van macrobudgetten Jeugd. De verdeelsleutel is als volgt: Gemeente

Verdeelsleutel

Borsele

5,63%

Goes

9,83%

Kapelle

2,68%

Noord-Beveland

2,22%

Reimerswaal

6,03%

Schouwen-Duiveland

7,41%

Tholen

7,46%

Middelburg

16,01%

Veere

3,95%

Vlissingen

12,73%

Hulst

6,44%

Sluis

4,59%

Terneuzen

15,02%

Totaal

100,00%

44

2.2. Totaaloverzicht van baten en lasten Totaaloverzicht GGD per programma, inclusief meerjarenraming. Negatieve bedragen zijn baten en positieve bedragen zijn lasten. Voor dit overzicht wordt artikel 17 BBV gevolgd. Baten en positieve resultaten zijn met een negatief getal weergegeven.

Crisisbeheersing Personele lasten Materiele lasten Afschrijvingen Baten Mutaties reserves AGZ Personele lasten Materiele lasten Afschrijvingen Baten Mutatie reserves JGZ Personele lasten Materiele lasten Afschrijvingen Baten Mutatie reserves Veilig Thuis Personele lasten Materiele lasten Afschrijvingen Baten Mutatie reserves Inkooporganisatie Personele lasten Materiele lasten Baten Overhead en kostentoerekening Personele lasten Materiele lasten Afschrijvingen Baten Mutatie reserves Vennootschapsbelasting Materiele lasten Onvoorzien Materiele lasten Dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen GGD Algemene dekkingsmiddelen IJZ Eindtotaal (tekort)

Gewijzigd budget 2025

Primair budget 2026

Verschil 2026-2025

2027

2028

2029

199.597 132.945 66.652 2.665.885 5.719.610 880.470 12.362 -3.946.557 11.077.508 10.416.549 1.621.582 57.313 -754.031 -263.905 2.243.226 3.803.953 161.273 -1.722.000 1.351.200 1.332.700 518.500 -500.000 9.034.225 6.576.730 2.624.309 186.247 -353.061 6.668 6.668 15.155 15.155 -26.593.464 -24.651.764 -1.941.700 -0

209.918 168.900 71.018 -30.000 2.612.313 5.900.914 1.007.911 13.519 -4.290.031 -20.000 11.228.387 10.815.843 1.566.708 68.474 -946.837 -275.800 2.208.363 3.790.102 142.243 -1.723.983 1.157.500 1.227.900 429.600 -500.000 8.754.090 6.621.510 2.749.569 185.251 -682.240 -120.000 6.700 6.700 15.000 15.000 -26.192.271 -24.522.071 -1.670.200 -0

10.321 35.955 4.366 -30.000 -53.572 181.304 127.440 1.157 -343.473 -20.000 150.879 399.294 -54.875 11.161 -192.806 -11.895 -34.863 -13.851 -19.030 -1.983 -193.700 -104.800 -88.901 -280.135 44.780 125.260 -996 -329.179 -120.000 32 32 -155 -155 401.193 129.693 271.500 -0

209.918 168.900 71.018 -30.000 2.612.313 5.900.914 1.007.911 13.519 -4.290.031 -20.000 11.228.387 10.828.243 1.566.708 68.474 -946.837 -288.200 2.208.363 3.790.102 142.243 -1.723.983 1.157.500 1.227.900 429.600 -500.000 8.754.090 6.501.510 2.749.569 185.251 -682.240

209.918 168.900 71.018 -30.000 2.612.313 5.900.914 1.007.911 13.519 -4.290.031 -20.000 11.228.387 10.540.043 1.566.708 68.474 -946.837 2.208.363 3.790.102 142.243 -1.723.983 1.157.500 1.227.900 429.600 -500.000 8.754.090 6.501.510 2.749.569 185.251 -682.240

209.918 168.900 71.018 -30.000 2.612.313 5.900.914 1.007.911 13.519 -4.290.031 -20.000 11.228.387 10.540.043 1.566.708 68.474 -946.837 2.208.363 3.790.102 142.243 -1.723.983 1.157.500 1.227.900 429.600 -500.000 8.754.090 6.501.510 2.749.569 185.251 -682.240

6.700 6.700 15.000 15.000 -26.192.271 -24.522.071 -1.670.200 0

6.700 6.700 15.000 15.000 -26.192.271 -24.522.071 -1.670.200 0

6.700 6.700 15.000 15.000 -26.192.271 -24.522.071 -1.670.200 0

45

Onderscheid incidentele en structurele baten en lasten Baten in de taakvelden zijn structureel van aard; lasten volgen de baten. Vaak gaat het om subsidies en andere (Rijks)bijdragen die jaarlijks terugkeren, maar in omvang kunnen variëren. In onderstaande tabel staan de incidentele baten en lasten per programma weergegeven:

GGD + IJZ JGZ Personele lasten Mutatie reserves Uitvoeringsorganisatie (IJZ) Personele lasten

Gewijzigd budget 2025 0 263.905 -263.905 194.500 97.300

Materiële lasten

97.200

Overhead Personele lasten

123.781 85.981

Materiële lasten

37.800

Mutatie reserves

Primair budget 2026 0 275.800 -275.800 0

Primair budget 2027 0 288.195 -288.195 0

0 120.000

0

-120.000

Algemene dekkingsmiddelen

-318.281

Baten

-318.281

Totaal

0

0

0

JGZ In de AB vergadering van december 2024 heeft het AB een begrotingswijziging 2025 vastgesteld waarin de financiële consequenties inzake de uitvoeringskosten van het plan Toekomst JGZ voor het jaar 2025 via onttrekking aan de algemene reserve zijn geraamd. De aanvraag voor de resterende bedragen voor 2026 en voor 2027 worden verwerkt in deze programmabegroting 2026-2029. De voorgestelde dekking vindt plaats middels een onttrekking uit de algemene reserve. Uitvoeringsorganisatie (IJZ) Dit betreffen de incidentele bijdragen van de gemeenten in 2025 voor de inzet van 1,5 fte contractmanager en data-analist van € 135.100 (incl. bijstelling VZG-index) en de externe begeleiding aanbesteding van € 135.000. Hiervan is € 75.600 aan de overhead toegerekend. Overhead In 2025 is € 48.181 beschikbaar voor de inzet van projectleiders in het eerste kwartaal 2025 via begrotingswijziging 2023-1 Basis op orde (incl. VZG 2025 +3.9%). Het bedrag van € 120.000 betreft de aanvraag voor de inzet van een coördinator Financiën voor 2026 om de basis verder op orde te brengen. De voorgestelde dekking vindt plaats middels een onttrekking uit de algemene reserve. Algemene dekkingsmiddelen Incidentele bijdragen 2025 gemeenten € 48.181 (GGD) en € 270.100 (IJZ).

46

2.2.1. Toelichting op het overzicht van baten en lasten De verdeling van baten en lasten over de programmaonderdelen staat uitgebreid beschreven in de programmabegroting. Verdeling over taakvelden Bij de GGD zijn de volgende taakvelden van toepassing: •

•

•

• • •

•

•

Taakveld 0.4: Overhead In dit taakveld vallen alle kosten die drukken op de GGD als geheel, óf die benoemd zijn als kosten bedrijfsvoering/ overhead zoals uitgelegd in de ‘notitie overhead’ van de commissie BBV, versie 2023. De kosten worden omgeslagen op basis van inwoneraantal. Taakveld 0.5: Treasury Hieronder vallen alleen de rentebaten van de lening u.g. aan de GGE. Dit taakveld wordt omgeslagen op basis van inwoners. Taakveld 0.8: Overige baten en lasten Hieronder valt, conform BBV regels, de post onvoorzien. Dit taakveld wordt omgeslagen op basis van inwoners. Taakveld 1.1: Crisisbeheersing en Brandweer Hieronder valt de crisistaak van de GGD. Dit taakveld wordt omgeslagen op basis van inwoners. Taakveld 1.2: Openbare orde en veiligheid Hieronder valt forensische geneeskunde. Dit taakveld wordt omgeslagen op basis van inwoners. Taakveld 6.1: Samenhang en burgerparticipatie Hieronder vallen de toezichtstaken voor hygiëne infectiepreventie en toezicht Wmo. Dit taakveld wordt omgeslagen op basis van inwoners. Taakveld 6.2: Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Hieronder vallen alle taken van Veilig Thuis, die omgeslagen worden conform het macrobudget, alsook Nu niet Zwanger, Meldpunt Advies en Bemoeizorg, omgeslagen over inwoners als integrale vroeghulp, omgeslagen over inwoners 0-19 jaar.

Taakveld 7.1: Volksgezondheid Het grootste deel van de taken van de GGD vallen onder dit taakveld. De taken vanuit de JGZ (bijvoorbeeld alle CB's, screeners, Rijksvaccinatieprogramma et cetera) worden omgeslagen over inwoners 0-19 jaar, de taken vanuit de AGZ (bijvoorbeeld SOA-preventie, infectieziekte bestrijding, Technische hygiëne zorg et cetera) over alle inwoners.

2.2.2. Begrotingsresultaat 2026 - 2029 De belangrijkste veranderingen in het begrotingsresultaat 2026 GGD ten opzichte van het begrotingsjaar 2025 betreffen:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16081682/1