25-130 Bijlage 1. Ingekomen stukken commissie MZ
Tekst van het document
-25.000
Kosten t.b.v. het voldoen aan wet- en regelgeving (wet WOO en archiefwet) (hier staat een onttrekking uit de bestemmingsreserve Basis op Orde ter dekking tegenover)
-19.000
Kosten managementdevelopment traject (hier staat een onttrekking uit de bestemmingsreserve Basis op Orde ter dekking tegenover)
-48.000
Kosten kwaliteits- en leermangementsysteem (hier staat een onttrekking uit de bestemmingsreserve Basis op Orde ter dekking tegenover)
-15.000
Kosten verbetering (mangement)informatievoorziening (hier staat een onttrekking uit de bestemmingsreserve Basis op Orde ter dekking tegenover) Saldo diverse overige posten Baten
-77.000 8.000 203.000
Rentebaten SPUK-gelden. Vanwege een hoge mate van onzekerheid over het moment van terugbetalen en renteontwikkelingen waren de rentebaten niet begroot. Gezien de afgelopen jaren is in de begroting 2026 rekening gehouden met een structurele rentebate. Voor 2025 is de rentebate om die reden als incidenteel te benoemen.
175.000
Opbrengsten uitgeleend personeel, hier staan voor hetzelfde bedrag aan hogere salariskosten tegenover Mutaties reserves Onttrekking bestemmingsreserve Basis Op Orde
28.000 384.000 384.000
Bestuursrapportage 2025 | periode januari – april 2025
8
177. Ledenbrief VNG 25.036 - Onderhandelaarsakkoord Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)
Het bestand 177. Ledenbrief VNG 25.036 - Onderhandelaarsakkoord Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/15800256/1/177_+Ledenbrief+VNG+25_036+-+Onderhandel aarsakkoord+Aanvullend+Zorg-+en+Welzijnsakkoord+%28AZWA%29?connection_type=17&connection_id=12138905
175. Leaflet dierenbescherming - Voor een diervriendelijke gemeente
Het bestand 175. Leaflet dierenbescherming - Voor een diervriendelijke gemeente kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/15792614/1/175_+Leaflet+dierenbescherming+-+Voor+een+d iervriendelijke+gemeente?connection_type=17&connection_id=12128748
Publiekssamenvatting
PFAS in bloed van de Nederlandse bevolking PFAS is een grote groep van chemische stoffen die door de mens zijn gemaakt. Deze stoffen zitten in veel verschillende producten, zoals antiaanbaklagen, verpakkingsmaterialen voor voedsel en in kleding. Bij het proces om PFAS te maken en het gebruik van producten waar ze in zitten, kan PFAS in de lucht, het water en de bodem terechtkomen. De Nederlandse bevolking krijgt ze op verschillende manieren binnen, via voedsel en drinkwater maar ook op andere manieren zoals via inademing en via de huid. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat mensen in Nederland meerdere PFAS in hun bloed hebben. Er is gekeken naar 28 PFAS in bloed dat in 2016 en 2017 is verzameld. In bijna alle bloedmonsters zijn minimaal zeven verschillende PFAS gevonden (PFOA, PFNA, PFDA, PFUnDA, PFHxS, PFHpS en PFOS). In het algemeen zijn de hoeveelheden PFOS het hoogst, gevolgd door PFOA. Bij bijna de hele bevolking zit er meer PFAS in bloed dan de gezondheidskundige grenswaarde die daarvoor bestaat. Dit bevestigt de resultaten van eerder onderzoek van het RIVM en de Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) dat mensen te veel PFAS binnenkrijgen. Boven de grenswaarde zijn effecten op het immuunsysteem niet uit te sluiten. Bij kinderen en vrouwen in de vruchtbare leeftijd zijn iets lagere hoeveelheden PFAS gevonden dan bij de rest van de bevolking.
Bij inwoners van de regio’s Dordrecht en Westerschelde zijn de hoeveelheden van enkele PFAS iets hoger dan in de rest van Nederland. Het RIVM keek met extra aandacht naar deze twee regio’s, omdat ze in de buurt liggen van fabrieken waaruit PFAS in de omgeving is terechtgekomen. Wat de gevonden hoeveelheden in de bloedmonsters precies betekenen voor de gezondheid van de Nederlandse bevolking kan het RIVM nu niet zeggen. Bij een hogere blootstelling aan PFAS zijn ook andere gezondheidseffecten niet uit te sluiten. Bijvoorbeeld effecten op de ontwikkeling van het ongeboren kind, de lever en op cholesterol in bloed. Alleen is niet precies bekend bij welke hoeveelheden en in welke mate deze effecten optreden. Daar is ander onderzoek voor nodig. Dit is het eerste onderzoek dat een beeld geeft van de hoeveelheid PFAS in bloed van de Nederlandse bevolking. Dit onderzoek is onderdeel van een breder onderzoeksprogramma in opdracht van de ministeries van VWS, IenW en LVVN. Het RIVM onderzoekt voor dit programma wat de mogelijkheden zijn om de blootstelling van mensen aan PFAS te verminderen.
Informatie naar aanleiding van publicatie RIVM rapport ‘PFAS in bloed van de Nederlandse bevolking’ 4 juli 2025 Op de GGD Zeeland website is onze reactie op het RIVM rapport geplaatst. In dit bericht wordt verwezen naar de meest gestelde vragen en antwoorden op de website van GGD Zeeland, GGDleefomgeving en ons PFAS loket. GGD GHOR NL en Provincie Zeeland hebben ook hun reactie uitgebracht. Omroep Zeeland en PZC hebben vandaag aandacht besteed aan dit rapport.
Q&A over PFAS in bloed naar aanleiding van RIVM rapport (juli 2025) Waarom doet het RIVM onderzoek naar PFAS in bloed? Het RIVM doet onderzoek naar manieren om ervoor te zorgen dat Nederlanders minder PFAS binnen krijgen. Dat onderzoeksprogramma loopt van 2023 tot en met 2026. Het RIVM onderzoekt hoeveel en op welke manieren mensen PFAS binnen krijgen. Dat doen ze onder andere met onderzoek naar PFAS in bloed en moedermelk. Het onderzoek naar PFAS in bloed uit 2016 en 2017 is het eerste deel. Het RIVM kijkt ook nog naar PFAS in bloed uit 2025 en in moedermelk uit 2020 en 2021. Die resultaten worden in 2026 verwacht. Wat heeft het RIVM precies onderzocht in bloedmonster uit 2016-2017? Het RIVM keek in dit onderzoek < zie nieuwsbericht> naar 28 soorten PFAS in 1.500 bloedmonsters, die in 2016 en 2017 zijn verzameld. Het doel van dit onderzoek was om in beeld brengen hoeveel PFAS Nederlanders toen in hun bloed hadden. In het onderzoek is extra aandacht voor de regio’s rond Chemours en de Westerschelde. Het RIVM kijkt of deze regio’s verschillen met de rest van Nederland. In alle bloedmonsters komen zeven soorten PFAS voor. Voor deze zeven soorten PFAS onderzocht het RIVM of de gevonden hoeveelheid in bloed hoger is dan de gezondheidskundige grenswaarde. Dat is in vrijwel alle onderzochte bloedmonsters het geval. Het onderzoek is gedaan op groepsniveau.
De uitkomsten laten alleen iets zien over de hele groep, niet over één persoon. Je kunt dus niet zien van wie welke gegevens zijn. De onderzoekers kunnen geen persoonlijke uitslagen of adviezen over gezondheid geven. Welke resultaten zijn uit het bloedonderzoek 2016 en 2017 van het RIVM gekomen? Uit de resultaten van het onderzoek van het RIVM blijkt dat vrijwel alle Nederlanders PFAS in hun bloed hebben. Vrijwel alle Nederlanders hadden in 2016 en 2017 meer PFAS dan de gezondheidskundige grenswaarde in hun bloed.
Resultaten Westerschelde 2016-2017 Rond de Westerschelde was met name de hoeveelheid PFOS hoger. In eerdere onderzoeken van het RIVM werd al geconstateerd dat in gewassen en dierlijke producten rondom de Westerschelde meer PFOS voorkomt. Deze verhoging is ten opzichte van de rest van Nederland relatief bescheiden.
Wat weten we over PFAS en gezondheid? PFAS kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Deze stoffen kunnen veranderingen in je lichaam veroorzaken. Zo weten we dat sommige PFAS: • slecht kunnen zijn voor je immuunsysteem; • slecht kunnen zijn voor je lever; • kunnen zorgen voor een hoger cholesterol; • een hoge bloeddruk en problemen tijdens de zwangerschap kunnen veroorzaken; • schadelijk kunnen zijn voor de ontwikkeling van ongeboren kinderen (iets lager geboortegewicht); • mogelijk schadelijk kunnen zijn voor de voortplanting; • mogelijk slecht kunnen zijn voor je schildklier; • mogelijk kanker veroorzaken. Onderzoek naar jarenlange, hoge blootstelling aan PFOA laat een verband zien met nierkanker, zaadbalkanker en mogelijk schildklierkanker. Of je iets merkt van PFAS in je lichaam, hangt af van hoeveel je in de loop van de tijd binnenkrijgt. Hoe langer en hoe meer PFAS je binnenkrijgt, hoe groter de kans dat het effect heeft op je gezondheid. Van de effecten die we hierboven noemen, verwachten we effecten op het immuunsysteem als eerste. Dat de kans op effecten toeneemt, wil niet zeggen dat iedereen daar iets van gaat merken. Een verhoging van cholesterol bijvoorbeeld maakt je niet meteen ziek. Het verhoogt wel de kans op ziekte. Of je ziek wordt, hangt ook af van veel andere zaken, zoals erfelijke aanleg, leefstijl en of je andere ziekten hebt.
Over de meeste PFAS weten we nog heel weinig. PFAS verschillen in hun eigenschappen, de ene is schadelijker dan de andere. Waarom is bloedonderzoek gedaan op oude bloedmonsters uit 2016 en 2017? Het doel van het onderzoek naar PFAS in bloed uit 2016 en 2017 is om een beginmeting te doen. Het RIVM kan hiermee in beeld brengen hoeveel PFAS Nederlanders in die periode in hun bloed hadden. Deze gegevens gaat het RIVM vergelijken met nieuwe metingen die in 2025 gedaan worden. Zo kunnen we zien of er iets verandert en of maatregelen tegen PFAS helpen. Waarom wordt onderzoek gedaan naar PFAS op groepsniveau, en wat levert dat op? Een PFAS-waarde in het bloed zegt niet direct iets over de gezondheid van een persoon, maar onderzoek op groepsniveau is wel waardevol. Door groepen mensen te onderzoeken, krijgen wetenschappers inzicht in de hoeveelheid PFAS die we binnenkrijgen, de verschillen tussen regio’s en of maatregelen helpen om minder PFAS binnen te krijgen.
Gaat het RIVM ook onderzoek doen naar bloedmonsters van korter geleden? Ja, het RIVM onderzoekt de aanwezigheid van PFAS in bloedmonsters uit 2025. Sanquin, de vereniging van bloedbanken, ondersteunt dit onderzoek door donoren uit het hele land uit te nodigen om mee te doen. Het doel van dit vervolgonderzoek is om in beeld brengen hoeveel PFAS Nederlanders nu in hun bloed hebben. Ook kijkt het RIVM of de regio’s rond Chemours en de Westerschelde verschillen van de rest van Nederland. De resultaten van dit vervolgonderzoek verwacht het RIVM in 2026. Kan ik me aanmelden voor het RIVM-onderzoek met bloedmonsters uit 2025? Nee, het is niet mogelijk om jezelf aan te melden voor het onderzoek. Alleen mensen die hiervoor een uitnodiging van Sanquin hebben ontvangen, kunnen meedoen. Zo zorgt het RIVM dat de onderzoeksgroep een goede weergave is van alle Nederlanders. Goed om te weten: deelnemers aan het bloedonderzoek krijgen geen persoonlijke uitslag. Ik woon dicht bij een verontreiniging met PFAS buiten de regio’s Dordrecht of de Westerschelde. Wordt ons bloed ook onderzocht? Nee, in het onderzoek worden geen andere regio’s uitgelicht. Wel zorgen het RIVM en Sanquin ervoor dat het verzamelen van bloedmonsters goed verspreid wordt over Nederland. Het doel van het onderzoek is om landelijk in beeld te brengen hoeveel PFAS mensen in hun bloed hebben.
Vind de GGD het zinvol om individueel bloedonderzoek te (laten) doen? De GGD vindt het belangrijk om de voor- en nadelen van bloedonderzoek goed af te wegen. De GGD ziet veel redenen om bloedonderzoek bij individuele personen niet aan te raden: • De concentratie PFAS in het bloed geeft geen duidelijke informatie over de kans dat je ziek wordt of klachten krijgt; • Er is geen medisch advies mogelijk op basis van een hoge waarde PFAS in het bloed. Er is geen behandeling mogelijk om PFAS uit je bloed/uit je lichaam te krijgen. Alleen door verdere inname zoveel mogelijk te beperken, neemt de hoeveelheid PFAS in het lichaam langzaam af. • Het bloedonderzoek is een momentopname en geeft geen duidelijke informatie over een al of niet hogere inname van PFAS in het verleden. Er zijn mensen die het fijn vinden om te weten hoeveel PFAS ze in hun bloed hebben. Voor sommige mensen kan het weten van de bloedwaarde helpen om bewuster met blootstelling om te gaan, of geeft het rust. Voor anderen kan het juist de zorgen of gevoelens van onmacht vergroten. Er zijn commerciële aanbieders die individueel bloedonderzoek naar PFAS uitvoeren. De kosten daarvan zijn voor eigen rekening. De keuze om hier gebruik van te maken, laten wij bewust bij de mensen zelf. De GGD ziet hierin geen rol voor zichzelf, vanwege de redenen die we hierboven noemen.
Wat moet ik weten als ik toch mijn bloed wil laten testen?
Kan ik zelf mijn bloed laten testen?
Ja, het is mogelijk om via een commerciële testaanbieder een bloedtest te laten doen. De GGD doet daarvoor geen aanbevelingen, op internet zijn aanbieders te vinden. De kosten zijn voor eigen rekening.
Wat betekent een hoge PFAS-waarde in mijn bloed? Een verhoogde PFAS-waarde in je bloed laat zien dat je in het verleden PFAS hebt binnengekregen. Dat betekent echter niet automatisch dat je nu klachten hebt of in de toekomst ziek wordt. De Europese voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) heeft een gezondheidskundige grenswaarde vastgesteld. Die grens geeft aan dat onder deze waarde naar verwachting geen gezondheidseffecten optreden. Als je lange tijd meer binnenkrijgt dan de gezondheidskundige grenswaarde, dan neemt de kans op gezondheidseffecten toe. Uit onderzoek op groepsniveau blijkt dat als mensen lange tijd en veel met PFAS in aanraking komen, het bijvoorbeeld het cholesterol kan verhogen, slecht kan zijn voor het immuunsysteem of de lever. Maar het is niet precies te zeggen wat het voor jou betekent. Hoe jouw lichaam reageert, hangt namelijk af van verschillende dingen, zoals hoe gezond je bent, hoe je leeft, of je aanleg hebt voor bepaalde ziektes, en hoeveel PFAS je hebt binnengekregen.
Is er een medisch advies of vervolg mogelijk bij een hoge waarde? Nee, dat is er niet. Er is geen directe link tussen de hoeveelheid PFAS in iemands bloed en klachten bij één persoon. Wetenschappers weten alleen wat PFAS doet bij groepen mensen. Bij zo’n groep zie je dat mensen met meer PFAS in hun bloed een groter risico hebben op bepaalde ziektes. Maar dat betekent niet dat één persoon met een hoge PFAS-waarde ook echt ziek is, of dat de klachten daardoor komen. De hoeveelheid PFAS in je bloed zegt dus niks over jouw eigen gezondheid. Op dit moment bestaat er geen medische behandeling om PFAS uit het lichaam te verwijderen.
Kan ik met een hoge waarde aantonen dat ik ziek ben geworden? Nee, er is op individueel niveau geen directe relatie te leggen tussen bloedwaarden en gezondheidsklachten.
Kan ik mijn huisarts informeren als ik toch een individueel bloedtest laat doen? Ja, je kunt de uitslag delen met je huisarts.
Wat doet de overheid om inwoners te beschermen tegen de inname van PFAS? De Nederlandse overheid doet veel om de blootstelling aan PFAS te verminderen. Er zijn strengere regels gekomen voor PFAS in drinkwater en voedsel, en bedrijven mogen steeds minder PFAS uitstoten. Nederland werkt ook op Europees niveau aan een totaalverbod op PFAS. Als het lukt om de uitstoot te stoppen, dan blijft het probleem nog langere tijd bestaan. PFAS breken namelijk niet goed af in het milieu en kunnen maar moeilijk worden opgeruimd. Daardoor blijven ze nog lange tijd aanwezig. We hopen wel dat met een verbod de hoeveelheid PFAS afneemt, zodat het in de toekomst bij mensen weer onder de gezondheidskundige waarde komt. Het Europese verbod is belangrijk, omdat PFAS wereldwijd worden gemaakt en verspreid. Het Europese besluit duurt echter lang. In de tussentijd doen gemeenten, provincies en de overheid in Nederland onderzoek naar de bronnen van PFAS, geven ze strengere vergunningen aan bedrijven en nemen ze maatregelen om PFAS te vervangen, waar dat mogelijk is. Wat kunnen we in de toekomst verwachten op het gebied van PFAS en gezondheid? Op dit moment vindt er veel onderzoek plaats naar PFAS, zowel in Nederland als internationaal. Wetenschappers willen beter begrijpen wat langdurige blootstelling aan PFAS precies met onze gezondheid doet.
Deze kennis is belangrijk, omdat het ons in de toekomst meer mogelijkheden kan geven om actie te ondernemen. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat we striktere regels kunnen maken, beter advies kunnen geven aan mensen en misschien zelfs medische oplossingen kunnen vinden. GGD Zeeland volgt deze ontwikkelingen nauwgezet en passen waar nodig onze adviezen aan op basis van nieuwe inzichten.
UNANIEM AANGENOMEN TIJDENS DE RAADSVERGADERING OP 22 MEI 2025
Motie vreemd aan de orde van de dag Onderwerp: Herken partnergeweld en voorkom femicide Motie op grond van art. 36 Reglement van Orde. Indiener(s): Doke Tempels (PvdA), Meike Lubbers (DePB), Jan Bogerd (PRO!), Lucy Hugen-Thuis (LB), Jeanette Elstak (CDA) De gemeenteraad van Oude IJsselstreek, in vergadering bijeen op 22 mei 2025,
Constaterende dat: • In Nederland elke 8 dagen een vrouw wordt vermoord, vaak door (ex-)partners (in 6 van de 10 gevallen); • Deze moorden doorgaans worden voorafgegaan door patronen van partnergeweld, zoals isolatie, intimidatie, vernedering, mishandeling en stalking – de zogeheten “rode vlaggen”; • Het herkennen van deze signalen essentieel is om geweld te stoppen en femicide te voorkomen; • Er in de regio Achterhoek een tekort is aan opvangplekken voor slachtoffers van huiselijk geweld; • De gemeente tijdens de campagne Orange the World (25 november – 10 december 2025) samenwerkt met maatschappelijke partners om aandacht te vragen voor geweld tegen vrouwen; • Op 28 november 2025 een educatief programma wordt georganiseerd met een vrachtwagenbioscoop, de film; “Het ligt aan mij”, en factsheets, gericht op scholieren en inwoners. Overwegende dat: • Het aantal moorden op vrouwen niet daalt; • Vroege signalering van geweld cruciaal is voor zowel slachtoffers als preventie; • Voorlichting vaak alleen in het Nederlands beschikbaar is, waardoor sommige slachtoffers belangrijke informatie missen.
Verzoekt het college: 1. In samenwerking met scholen (waar mogelijk) een educatief programma op te zetten over partnergeweld en huiselijk geweld, bijvoorbeeld met ondersteuning van Movisie, Act4Respect en andere organisaties; 2. Voorlichting en communicatie over huiselijk geweld in meerdere talen beschikbaar te maken; 3. Drempelvrije hulp, nazorg en juridische bijstand voor slachtoffers te bevorderen, direct of via tussenkomst van de gemeente; 4. Een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheid van één centraal aanspreekpunt voor slachtoffers en hierover in gesprek te gaan met relevante partners zoals de politie en Buurt Zorg Jong; 5. Te onderzoeken hoe extra preventie, scholing en aandacht ingezet kunnen worden om (nieuwe) slachtoffers te bereiken; 6. Samen met andere regiogemeenten te lobbyen voor een lokale opvanglocatie; 7. De raad te informeren over de voortgang van deze acties. Eerste terugkoppeling in Q4 2025;
en gaat over tot de orde van de dag.
Ondertekening: Doke Tempels PvdA
Meike Lubbers DePB
Lucy Hugen-Thuis Lokaal Belang
Jeanette Elstak CDA
Jan Bogerd PRO!
Bronnen: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) Factsheets Intieme terreur, VNG VNG – Verdrag van Istanbul VNG – Tekort aan opvangplaatsen slachtoffers huiselijk geweld: https://vng.nl/nieuws/tekort-aanopvangplaatsen-slachtoffers-huiselijk-geweld Inspectierapport Gestalkt. Gezien. Gehoord? – Inspectie Justitie en Veiligheid
De Ministerraad, de Voorzitter van de Tweede kamer en de leden van de Tweede kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag
datum:
26 juni 2025
verzonden op: onderwerp:
Bestaanszekerheid werknemers in werkontwikkelbedrijven
uw brief:
kenmerk:
zaaknummer:
19772-2025
bijlage(n):
behandeld door:
R. van Heijnsbergen
afschrift:
19772-2025:133639
Geacht kabinet, geachte voorzitter en leden van de Tweede Kamer, Met deze brief willen wij onze ernstige zorgen uitspreken over de negatieve gevolgen van de recente belastingmaatregelen voor werknemers in werkontwikkelbedrijven. Sinds 1 januari 2025 is het netto-inkomen van deze groep namelijk aanzienlijk gedaald, terwijl de kosten van levensonderhoud blijven stijgen. De nieuwe belastingmaatregelen zijn er mede op gericht om mensen die op dit moment parttime werken te stimuleren om meer te werken, zodat zij op die manier meer kunnen verdienen. Mensen die bij werkontwikkelbedrijven aan de slag zijn, kunnen vaak echter niet meer werken. Door hun fysieke of mentale beperking zijn zij niet in staat zijn om meer uren te maken dan ze nu doen. Het onbedoelde effect van de genoemde belastingmaatregelen is daarmee dat juist de zwakkeren in de samenleving hard worden getroffen in de portemonnee. Werkgeversorganisaties zoals Cedris, de VNG en vakbonden hebben al herhaaldelijk gepleit voor financiële ruimte om de cao’s te verbeteren en de bestaanszekerheid van deze werknemers te waarborgen. Tot op heden blijft structurele steun vanuit het Rijk echter uit. Neem uw verantwoordelijkheid. Deze mensen verdienen een eerlijke beloning voor hun werk en het recht op een menswaardig bestaan.
Wij vragen u daarom met klem de caoonderhandelingen te faciliteren door voldoende structurele financiële middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten en werkontwikkelbedrijven zodat de lonen en arbeidsvoorwaarden verbeterd kunnen worden. Laat deze groep niet in de kou staan. Zij verdienen waardering, zekerheid en perspectief.
Meer informatie Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met de heer R. van Heijnsbergen. Mail naar rene.v.heijnsbergen@laarbeek.nl onder vermelding van ons kenmerk van deze brief of bel naar telefoonnummer 06 53713203. Met hoogachting, De gemeenteraad van Laarbeek, burgemeester,
de griffier,
L.A.G.P. van der Aa
M.L.M. van Heijnsbergen
6 MOTIE VREEMD AAN DE ORDE VAN DE DAG Onderwerp:
Bestaanszekerheid voor iedereen: inkomen werknemers werkontwikkelbedrijven Raadsvergadering: 12 juni 2025 De leden van de gemeenteraad, constateren dat: I. II. III. IV. V. VI. VII.
Werknemers bij werkontwikkelbedrijven worden achtergesteld in loonontwikkeling ten opzichte van andere werkenden in Nederland; Sinds 1 januari jl. veel medewerkers van werkontwikkelbedrijven financieel erop achteruit zijn gegaan, door landelijke belastingmaatregelen en het uitblijven van verwachte loonstijgingen; Het hierbij vooral gaat om medewerkers die vanwege fysieke of mentale beperkingen parttime werken; Het nettoverlies kan oplopen tot €90 per maand, wat directe gevolgen heeft voor hun bestaanszekerheid; De campagne #IkVerdienHetOok (van Cedris* en vakbonden) hier al geruime tijd aandacht voor vraagt; Tijdens het VNG-congres in juni 2024 en op 27 mei jl. tijdens een landelijke manifestatie medewerkers nog demonstreerden voor een eerlijke beloning; Ondanks deze acties en breed gedeelde zorgen het Rijk tot op heden geen structurele oplossing heeft geboden;
overwegende dat: A. De recente belastingmaatregelen een onbedoeld maar fors negatief effect hebben op het inkomen van mensen met een arbeidsbeperking die niet in staat zijn om fulltime te werken; B. De bestaanszekerheid van deze groep inwoners hierdoor onder grote druk komt te staan; C. De loonachterstand leidt tot demotivatie, ongelijkheid en serieuze bestaanszekerheidsproblemen; D. Lokale overheden een belangrijke stem hebben richting het Rijk om dit onrecht aan te kaarten; E. Ook onze gemeenteraad zich erover moet uitspreken dat de landelijke politiek de getroffen belastingmaatregelen nog eens kritisch onder de loep neemt dan wel deze groep financieel compenseert;
Spreekt uit: • Dat het onbedoelde negatieve effect van de belastingmaatregelen op deze groep en deze inkomensachteruitgang onacceptabel is; Roept op om: 1. Namens de raad een brief te sturen aan het (demissionair) kabinet en de Tweede Kamer, waarin wordt aangedrongen op een structurele loonsverhoging voor werknemers bij werkontwikkelbedrijven en daarmee duidelijk te maken dat het Rijk zijn verantwoordelijkheid moet nemen in de bestaanszekerheid voor mensen met een arbeidsbeperking; 2. Deze motie onder de aandacht te brengen bij andere gemeenteraden in Nederland, met het verzoek dit signaal te versterken en gezamenlijk op te komen voor het behoud van inkomenszekerheid voor medewerkers van werkontwikkelbedrijven die door een arbeidsbeperking niet fulltime kunnen werken; 3. Een afschrift van deze brief te sturen aan de VNG; en gaan over tot de orde van de dag CDA Laarbeek:
Ouderen Appèl-HvL:
PvdA:
Tanja van de Ven-Vogels
Frans van Zeeland
Linda Engels-Strijbosch
Albèr van der Aa
Louis Peeters
Toelichting: Mensen met een arbeidsbeperking worden geraakt in hun bestaanszekerheid. Zij zagen hun nettoloon dalen door nieuwe belastingmaatregelen, terwijl de kosten van levensonderhoud stijgen. Deze maatregelen zijn bedoeld om deeltijdwerkers te stimuleren meer uren te werken. Echter, veel mensen met een arbeidsbeperking die bij deze bedrijven werken, kunnen daardoor niet meer uren maken. Tegelijkertijd bleven loonstijgingen uit vanwege vastgelopen cao-onderhandelingen. Hierdoor houden zij soms tientallen euro's per maand minder over. Dat is het verschil tussen wel of geen boodschappen kunnen doen. De actie #IkVerdienHetOok (gelanceerd in februari 2025 door brancheorganisatie Cedris*, in samenwerking met vakbonden FNV en CNV) maakt duidelijk dat dit oneerlijk is. De campagne roept de landelijke politiek op om de vorengenoemde situatie te herstellen en de bestaanszekerheid van deze kwetsbare groep structureel te waarborgen. Op 27 mei was dit ook één van de redenen voor een landelijke manifestatie waarin mensen met een arbeidsbeperking samen kwamen om werkzekerheid, bestaanszekerheid en respect te vragen. Ook onze gemeente heeft hierin een verantwoordelijkheid, richting het Rijk én onze inwoners. Laten we laten zien dat Laarbeek staat voor een inclusieve samenleving waarin iedereen meetelt - en eerlijk beloond wordt.
Extra belangrijk wellicht nu er weer landelijke verkiezingen voor de deur staan! In de gemeente Laarbeek wordt de ondersteuning van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt verzorgd door het WerkBedrijf Senzer. *Cedris is de brancheorganisatie voor leer- en ontwikkelbedrijven die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt helpen
Besluit: de motie is unaniem aangenomen door de gemeenteraad van Laarbeek d.d. 12 juni 2025 De griffier van Laarbeek M.L.M. van Heijnsbergen
Gemeente Middelburg T.a.v. de gemeenteraad Postbus 6000 4330 LA MIDDELBURG
Tevens per email: griffie@middelburg.nl Datum
Onderwerp
30 juni 2025
Informatie over de aanwijzing van de lokale publieke omroep in uw gemeente
Uw kenmerk
Ons kenmerk
Afdeling
Telefoonnummer
-
1000636 / 1008891
Markttoegang
035-7737700
Geachte gemeenteraad, In deze brief informeren wij u over de (geldigheid van de) lopende aanwijzing van de lokale publieke omroep in uw gemeente. De inhoud van deze brief is voor u uitsluitend informatief bedoeld. Er is geen actie van u benodigd naar aanleiding van deze brief. Wetsvoorstel versterking lokale publieke omroepen Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) werkt aan een wijziging van de Mediawet, ter versterking van de lokale publieke media-laag. De minister van OCW streeft ernaar dat de gewijzigde Mediawet per 1 juli 2026 in werking treedt en voorziet de feitelijke start van het nieuwe lokale publieke mediastelsel per 1 januari 2028. Wat betekent het wetsvoorstel voor de aanwijzing van de lokale publieke omroep in uw gemeente? Als het wetsvoorstel in de huidige vorm wordt aangenomen, worden alle aanwijzingen van lokale publieke omroepen die aflopen in de periode tussen 1 juli 2026 en 1 januari 2028, verlengd tot 1 januari 2028. De aanwijzing van de lokale publieke omroep voor uw gemeente loopt in voornoemde periode af. Wat betekent dit voor de aanwijzingsprocedure van lokale publieke omroepen in uw gemeente? Normaal gesproken start het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) één jaar voordat de huidige aanwijzing van de lokale publieke omroep voor uw gemeente afloopt, een aanwijzingsprocedure. Dat doet het Commissariaat nu niet.
Als de wetswijziging doorgaat, wordt de aanwijzing van de huidige lokale publieke omroep voor uw gemeente namelijk verlengd tot 1 januari 2028 wat betekent dat de aanwijzingsprocedure niet opgestart hoeft te worden.
Streekomroepen Het wetsvoorstel brengt met zich mee dat het huidige aantal van meer dan 220 Nederlandse lokale publieke omroepen per 1 januari 2028 wordt teruggebracht naar 80 lokale publieke omroepen, ‘streekomroepen’ genoemd. Eind 2026/begin 2027 start het Commissariaat aanwijzingsprocedures, ter aanwijzing van lokale publieke omroepen voor de periode vanaf 1 januari 2028. Informatie over de nieuwe aanwijzingsprocedures volgt op een later moment op de website van het Commissariaat (www.cvdm.nl). Meer informatie Uiteindelijk besluiten de Eerste en Tweede Kamer over het wetsvoorstel. Naar de huidige verwachting vindt de stemming van de Eerste en Tweede Kamer plaats in de tweede helft van 2025. Het wetsvoorstel kunt u lezen op de volgende webpagina, onder het kopje ‘Relevante documenten’: https://www.internetconsultatie.nl/lokalepubliekeomroepen. Informatie over de streekindeling en de streekomroepvorming vindt u op de volgende webpagina van Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO): https://www.nlpo.nl/streekomroepen/. Contact met ons Als u vragen heeft over deze brief, kunt u contact opnemen met de afdeling Markttoegang van het Commissariaat via het telefoonnummer 035-7737700 of per e-mail aan aanwijzing@cvdm.nl. Hoogachtend, Commissariaat voor de Media
mr. Jasmin van Eenenaam Hoofd Markttoegang
Beste relaties, Met genoegen presenteren we de vierde editie van onze nieuwsbrief waarin we jullie een update geven over de onderzoeksfase tussen CSW en de Mondia Scholengroep. Met vriendelijke groet, Dennis Roobeek, directeur-bestuurder CSW Frank Neefs, directeur-bestuurder Mondia Scholengroep
Nieuwsbrief
Nieuwsbrief
Aan de griffie,
ANBO-PCOB heeft samen met de Haagsche Hogeschool onderzoek gedaan naar de seniorvriendelijkheid van gemeenten in Nederland. Dit in het licht van de veranderende demografische samenstelling van ons land. Het aantal ouderen neemt de komende jaren fors toe. En dus verandert de bevolkingssamenstelling binnen de gemeenten. De ene gemeente is hier al meer op ingericht dan de andere. De demografische verandering heeft nogal wat gevolgen voor de infrastructuur, de woningmarkt, de voorzieningen in de wijken en de gezondheidszorg. Het onderzoek brengt, denken wij, interessante onderwerpen naar voren die relevant zijn voor gemeentebeleid nu en naar de toekomst toe.
Positief is dat we langer leven en langer vitaal blijven. Dit vertaalt zich in het enorme potentieel dat ouderen bieden. Maar om dit waar te maken zullen we met elkaar aan de slag moeten. We hebben daarom ook een tipgids gemaakt voor gemeente “Samen naar een seniorvriendelijke gemeente’ om zo goed mogelijk in te spelen op de veranderende behoefte en samenstelling van de verouderende bevolking.
We willen u vragen om deze documenten door te sturen aan de gemeenteraad en betrokken wethouders. Uiteraard zijn we altijd bereid om in gesprek te gaan om e.a. toe te lichten.
Met vriendelijke groet, Atie Schipaanboord Hoofd belangenbehartiging en advies T +31 (0)348 46 66 07 | M +31 (0)6 2299 6401 | a.schipaanboord@anbo-pcob.nl
ANBO-PCOB | Postbus 2012, 3440 DA Woerden | Vijzelmolenlaan 20-22, 3447 GX Woerden | T +31 (0)348 46 66 66 | www.anbo-pcob.nl Ouder worden doe je niet alleen. Ontmoetingen met anderen en mee blijven doen, zorgen voor vreugde in het leven. Als ANBO-PCOB- dé invloedrijkste ouderenvereniging – zetten we ons in zodat ouderen gezien en betrokken blijven. We geven ouderen een stem in Den Haag en bieden informatie, voordeel, advies en hulp. Leden ontmoeten elkaar in de ruim tweehonderd lokale afdelingen en online op ons Trefpunt. We werken graag samen met andere partijen. ANBO-PCOB Samen sterk
26 juni 2025
Senioren in Nederland tevreden in hun gemeente, maar verbeteringen noodzakelijk Senioren in Nederland zijn tevreden over hun gemeente en waarderen dat gemiddeld met een 7,3. Toch zijn er genoeg verbeterpunten. Dat blijkt uit onderzoek van het lectoraat Urban Ageing aan De Haagse Hogeschool en ouderenorganisatie ANBO-PCOB, onder bijna 7.500 ouderen. Hierbij is gekeken naar de seniorvriendelijkheid van de woon- en leefomgeving. Het is de eerste keer dat deze peiling landelijk is gehouden. De onderzoekers ondervroegen de deelnemers over hun tevredenheid op de thema’s ‘Huisvesting, ‘Buitenruimte en gebouwen’, ‘Transport’, ‘Sociale en gezondheidsvoorzieningen’, ‘Financiën’, ‘Communicatie en informatie’, ‘Sociale participatie’, ‘Sociale inclusie’ en ‘Burgerparticipatie en werkgelegenheid’. Op alle domeinen geven ouderen onderaan de streep een voldoende, al is er ook op elk thema een kanttekening te maken. Zo krijgt huisvesting een rapportcijfer van 8.5 en geeft 94% van de senioren hun eigen woning een voldoende op het vlak van toegankelijkheid. Toch verwacht 44% van de ondervraagden wel aanpassingen thuis nodig te hebben bij een toenemende zorgbehoefte. Gezien het feit dat veruit de meeste ouderen graag thuis willen blijven wonen, moet dit tot enige onrust stemmen bij Wmo-loketten.
Ook op het gebied van sociale inclusie zijn ouderen positief maar ervaart liefst één op de vier leeftijdsdiscriminatie. Dat getal komt ongeveer overeen met een eerder uitgebreid onderzoek naar leeftijdsdiscriminatie van ANBO-PCOB. Daaruit kwam naar voren dat één op de drie ouderen te maken krijgt met buitensluiting. De bereikbaarheid van (maatschappelijke) instanties voor vragen of afspraken is beslist voor verbetering vatbaar en slechts een minderheid voelt zich echt gehoord door de gemeente. Nederland telt nu 3,7 miljoen inwoners van 65 jaar of ouder. Dat is meer dan één op de vijf mensen. In 2040 loopt het aantal 65-plussers op tot 4,8 miljoen – een kwart van de bevolking. Deze veranderende bevolkingssamenstelling vraagt om belangrijke aanpassingen. Met de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht is het raadzaam wanneer (toekomstige)stadbestuurders notie nemen van de resultaten uit het
onderzoek. ANBO-PCOB zal bevindingen uit het onderzoek in elk geval opsturen aan de politieke partijen in Nederland. ANBO-PCOB heeft ervoor gekozen geen ranglijst te publiceren waarin de beste of slechtste gemeente naar voren komt. Het is immers geen wedstrijd. “Iedere gemeente heeft genoeg uitdagingen om mee aan de slag te kunnen, ongeacht een positie op een ranglijst,” stelt Anneke Sipkens, directeur-bestuurder van ANBO-PCOB. “Gemeenten moeten nog meer luisteren naar ouderen en ze betrekken bij beleid. Inspraakmomenten organiseren en helder communiceren.” Met de resultaten van dit eerste onderzoek in de hand, hoopt de ouderenbond een blauwdruk te hebben waarmee het jaarlijks de tevredenheid over de seniorvriendelijkheid van de woonplaatsen in Nederland kan peilen.
ANBO-PCOB is een vereniging van, voor en door leden. Leden helpen elkaar, delen informatie en ervaringen. Opgericht in 1900 behartigen we de belangen van ouderen op het gebied van inkomen, pensioen, de digitale samenleving, wonen, veiligheid en gezondheid. ANBO-PCOB biedt leden op deze onderwerpen informatie, advies en ondersteuning. We brengen mensen bij elkaar door ons ontmoetingstrefpunt. En we werken nauw samen met de andere (ouderen) organisaties als dat nodig is.
ANBO-PCOB
ANBO-PCOB
Woordvoerder
Vijzelmolenlaan 20
s.vanherpen@anbo-pcob.nl
3447GX Woerden
0646270618 www.anbo-pcob.nl
Geen berichten meer ontvangen van ons? Klik hier.
Samen naar een seniorvriendelijke gemeente
Deze gids is gemaakt door ANBO-PCOB; voor de Seniorencoalitie
DE SENIOREN COALITIE Hét samenwerkingsverband van seniorenorganisaties
Wat vindt u in deze brochure?
Samen naar een seniorvriendelijke gemeente
3
De thema’s voor de ontwikkeling naar een seniorvriendelijke gemeente
5
1 Huisvesting: passend en betaalbaar wonen
6
2 Sociale participatie
7
3 Sociale inclusie
8
4 Burgerparticipatie
8
5 Communicatie en informatie
9
6 Sociale gezondheidsvoorzieningen
10
7 Buitenruimte, gebouwen
12
8 Transport: mobiliteit en verkeersveiligheid
13
9 Financiën
14
Tot slot
15
2
Samen naar een seniorvriendelijke gemeente
Samen naar een seniorvriendelijke gemeente Ouderen verdienen een plek in het hart van onze samenleving Met ruim 3,7 miljoen 65-plussers in Nederland in 2025 is de vergrijzing een realiteit die vraagt om actie. In de komende 15 jaar loopt dat aantal zelfs op tot bijna 5 miljoen. Ouderen zijn geen homogene groep: sommigen zijn vitaal en actief, anderen hebben zorg nodig. Wat hen bindt, is de wens om zelf standig, veilig en verbonden te leven. Gemeenten zijn belangrijk om de randvoorwaarden hiervoor te creëren. De onderwerpen in deze gids bieden gemeentebesturen concrete handvatten om seniorvriendelijk beleid te maken. Van wonen tot zingeving, van mobiliteit tot zorg: bouwen aan een gemeente waar ouderen volwaardig meedoen. Want, een veranderende bevolkingssamenstelling vraagt ook om aanpassingen. Bijvoorbeeld in infrastructuur, organisatie en bestuur. Ouderenorganisaties streven naar een samenleving waarin iedereen tot op hoge leeftijd mee kan blijven doen. Ouderen hebben vanuit hun levens ervaring wijsheid ontwikkeld en dat is waardevol. Veel ouderen zijn nog vitaal en dragen aanzienlijk bij aan de samenleving. Als vrijwilligers, mantelzorgers, ondersteuning van hun kinderen, werknemers en actieve burgers. Soms hebben ouderen meer zorg en ondersteuning nodig. Maar ook dan willen mensen nog steeds volwaardig behandeld worden...
Ouderenorganisaties helpen en ondersteunen ouderen om krachtig ouder te worden, maar ook gemeentebesturen hebben hier een rol. Deze gids draagt bij om het gemeentebeleid richting ouderen verder te versterken en te verbeteren.
Samen naar een seniorvriendelijke gemeente
3
Algemeen: betrek ouderen bij plannen en beleid Ouderen zijn experts van hun eigen leven. Hun inbreng is essentieel voor effectief beleid. Er moet altijd met de ouderen worden gesproken en niet over. • Betrek ouderen actief: Organiseer participatieavonden, enquêtes of focusgroepen waar senioren samen met anderen hun ideeën kunnen delen over thema’s als wonen, zorg en mobiliteit. Alleen zo sluiten plannen aan bij de behoeften van mensen, zullen mensen zich betrokken voelen en fijn wonen in de gemeente. • Zelf de wijk in: Niet alle ouderen voelen zich aangesproken door uitnodigingen om mee te doen. Het is belangrijk om zelf ook actief de wijk in te gaan en mensen aan te spreken op wat ze belangrijk vinden. • Structurele inspraak: Betrek ouderen al aan de voorkant van beleid, laat ze meepraten en inbreng geven. Dit kan op allerlei manieren, bijvoorbeeld door een adviesraad van ouderen op te richten. Alleen dit mag geen vervanging zijn van het eerste punt. • Contact onder vier ogen: Niet alle ouderen zijn digitaal vaardig. Zorg voor een regelmatig inloopspreekuur op het gemeentehuis en behoud fysieke loketten voor zorg- en woonvragen (zonder wachttijden of extra kosten).
• Doe mee aan Krachtig Ouder Worden - praat vandaag over morgen, een programma van de Seniorencoalitie: door middel van regionale en lokale bijeenkomsten praten we met oudere mensen over de toekomst, over ouder worden en hoe je je daar zo goed mogelijk op voorbereidt. We werken hierin graag met de gemeenten samen. Gemeenten horen de wensen van ouderen: waar gaat het goed? Waar kan het beter?
Heeft u interesse om een editie van Krachtig ouder worden in uw gemeente te organiseren? Neem dan vrijblijvend contact op met programmamanager Carolien Appelman: c.appelman@anbo-pcob.nl of kijk op de website www.deseniorencoalitie.nl
4
Samen naar een seniorvriendelijke gemeente
De thema’s voor de ontwikkeling naar een seniorvriendelijke gemeente 1 Huisvesting: Toegankelijkheid van de eigen woning. 2 Sociale participatie: Mogelijkheden om in de buurt/woonplaats deel te nemen aan activiteiten en anderen te ontmoeten. 3 Sociale inclusie: Betrek ouderen bij de samenleving. 4 Burgerparticipatie: Gevoel van waardering en contact tussen generaties binnen de woonplaats. 5 Communicatie en informatie: Toegankelijkheid en begrijpelijkheid van informatie van gemeente, digitaal en fysiek. 6 Sociale gezondheidsvoorzieningen: Toegankelijkheid, bereikbaarheid en kwaliteit van zorg en welzijn in de buurt/woonplaats. 7 Buitenruimte/gebouwen waaronder veiligheid: Toegankelijkheid van de leefomgeving en winkels ook voor rollator of rolstoel. 8 Vervoer: Toegankelijkheid en gebruiksgemak van het openbaar vervoer in de nabije omgeving van de woonplaats. 9 Financiën: Financiële draagkracht en ervaren bestedingsruimte.
Samen naar een seniorvriendelijke gemeente
5
1 Huisvesting: passend en betaalbaar wonen Een geschikte woning in een fijne omgeving is de basis voor een goed leven. Gemeenten hebben een essentiële rol om dit te bevorderen. Een goede voorbereiding op het ouder worden betekent ook nadenken over de geschiktheid van de woning in het geval er toch beperkingen optreden. Oudere mensen willen best een stap zetten maar willen dan wel een woning die bij ze past op een locatie waar goede voorzieningen zijn. • Betrek ouderen bij transformatie- of bouwplannen: Ouderen hebben best wensen over een eventuele toekomstige woning. Dus het is belangrijk om de potentiële bewoners te betrekken bij de plannen. Past de locatie? Is het ontwerp passend? Klopt de indeling? • Breng partijen bij elkaar: Bouwprojecten zijn complex en er zijn meerdere partijen bij betrokken. De gemeente kan een cruciale rol spelen als aanjager en coördinator van plannen. Ook kan de gemeente helpen met vergunningen en meedenken over mogelijkheden. Zorg voor een realistische woonzorgvisie met daarin concrete plannen gebaseerd op de demografische ontwikkelingen, die ook daadwerkelijk uitgevoerd worden.
Voor gemeenten is het een belangrijke taak om naar de toekomst te kijken: hoe ontwikkelt de bevolking in onze gemeente zich en wat hebben zij nodig? Hoe moeten woningen en wijken eruitzien om ervoor te zorgen dat mensen elkaar veel meer gaan helpen? Welke voorzieningen zoals huisarts en apotheek zijn nodig. Partijen als gemeenten, woning corporaties, zorgorganisaties en investeerders moeten de handen hiervoor ineenslaan. • Woonzorgvormen: Het is belangrijk dat in de visie, inzet en uitbreiding van innovatieve woonzorgvormen worden meegenomen. Zowel in de sociale huursector als in de vrije sector en koop.
6
Samen naar een seniorvriendelijke gemeente
2 Sociale participatie Ouderen willen betekenisvol leven en erbij horen. Wanneer zij ouder worden, vallen sociale contacten soms weg. Gemeenten kunnen bijdragen aan het voorkomen van eenzaamheid. De inrichting van wijken is mede van invloed op de sociale interactie tussen mensen. Ouderen moeten prettig kunnen wonen in fijne wijken. Er moeten daarom goede faciliteiten worden gecreëerd om andere mensen te ontmoeten in de eigen wijk en allerhande activiteiten te ondernemen. Dit bevordert niet alleen de zelfredzaamheid, maar ook de samenredzaamheid. • Zorgzame buurten: Werk mee aan de totstandkoming van buurt of wijkgemeenschappen door het creëren van voorzieningen die ontmoeten bevorderen. Denk aan de bibliotheek, maar ook buurt- en wijkcentra of het ontstaan van gemeenschappelijke tuinen. Help en ondersteun buurtinitiatieven waar ze zich ontwikkelen. Een vitale zorgzame buurt of wijk ontstaat niet vanzelf. Maar als deze er is dan bevordert het omkijken naar elkaar en wordt er veel zorg door buurtgenoten overgenomen. • Wijken met voorzieningen: Zorg voor een mix van winkels, cafés en clubs in elke buurt. Zorg ook voor beleid waarin huisartsen en andere zorgverleners zich makkelijk kunnen vestigen. • Toegankelijke communicatie: Laat op de website van de gemeente locaties zien waar activiteiten zijn. Zo is het voor iedereen makkelijk vindbaar.
Samen naar een seniorvriendelijke gemeente
7
3 Sociale inclusie Ook ouderen ervaren regelmatig dat zij buiten de samenleving geplaatst worden. Dit is een gemiste kans, want ouderen hebben veel ervaring die ze nog volop kunnen inzetten. Zorg als gemeente dat ouderen gezien blijven en nodig ze uit om mee te blijven doen. Dit kan op allerlei terreinen, zoals onderwijs, zorg en sport. • Voorkom leeftijdsdiscriminatie: Buitensluiting, op welk terrein dan ook, zorgt voor een bijzonder eenzaam gevoel. Uit een onderzoek van ANBO-PCOB, van begin 2025, blijkt helaas dat één op de drie senioren weleens een gevoel van buitensluiting ervaart. Ouderen hebben dan het gevoel er niet bij te horen, terwijl we juist weten hoe belangrijk het is dat zij meedoen in de maatschappij.
4 Burgerparticipatie Met de demografische ontwikkelingen vergrijzen gemeenten. Dit heeft ook gevolgen voor andere leeftijdsgroepen, zoals bijvoorbeeld jongeren. Het is belangrijk dat de gemeente zorgt dat burgers van alle leeftijden elkaar weten te vinden. Het is interessant om jong en oud ervaringen uit te laten wisselen, elkaar te coachen of te helpen bij een vak op school.
8
Samen naar een seniorvriendelijke gemeente
5 Communicatie en informatie De maatschappij digitaliseert steeds verder, iedereen heeft er in zijn of haar dagelijkse leven mee te maken. Digitalisering biedt veel kansen en mogelijkheden om het leven van ouderen makkelijker te maken. Tegelijkertijd is de steeds verder digitaliserende samenleving niet voor iedereen even toegankelijk. • Digitale vaardigheden: Ga door met de gratis cursussen in bibliotheken of andere locaties over DigiD, gebruik van smartphones, tablets, digitale mogelijkheden op allerlei terreinen of beveiliging. Ook AI wordt steeds meer gemeengoed. Neem mensen hierin mee. Digitale ontwikkelingen gaan snel. Het is belangrijk om mensen te blijven ondersteunen en goed op de hoogte te blijven. • Toegankelijke dienstverlening: Richt een toegankelijk informatie- en ondersteuningspunt in waar ouderen terechtkunnen met hun hulpvragen op het gebied van wonen, welzijn, zorg, financiën, het lezen van een (overheids-)brief en juridische zaken. Een deel van de ouderen zal niet voldoende digitaal zelfredzaam worden. Bied alle informatie en diensten ook fysiek (loket), schriftelijk (formulieren) en telefonisch aan, zonder extra kosten of lange wachttijden. Zorg dat mensen altijd iemand kunnen spreken. Dit is overigens ook fijn voor de mensen die wel digitaal vaardig zijn.
Samen naar een seniorvriendelijke gemeente
9
6 Sociale gezondheidsvoorzieningen Het behoud en bevorderen van de zelfstandigheid van mensen zou het uitgangspunt moeten zijn van beleid. Ook met beperkingen moet het mogelijk zijn om nog naar beste kunnen mee te doen. • Reablement kan in vele vormen aangeboden worden, van een kookcursus tot programma’s om de vitaliteit te vergroten. Waar mogelijk kunnen digitale hulpmiddelen worden ingezet. Kijk wat mensen nog (of weer) kunnen leren met behulp van trainingen. Centrale vraag moet zijn: hoe blijft de senior zelfredzaam? Een uitnodigende wijze van informatie en communicatie is hierbij essentieel. • Beweegprogramma’s: Start wandelgroepen, gymlessen of valpreventiecursussen in samenwerking met fysiotherapeuten. • Geestelijke gezondheid: Bied gespreksgroepen over eenzaamheid of rouw, geleid door sociaal werkers • Niet iedereen is even zelfredzaam. Zij moeten dan wel kunnen rekenen op een goede ondersteuning.
10
Samen naar een seniorvriendelijke gemeente
• Wijkgericht werken: De afgelopen jaren is er gestart met wijkgericht werken door middel van wijkteams. Gebleken is dat wijkteams kunnen helpen om de druk op de huisarts te verminderen. Maar ook door tijdig signalen op te vangen als er ergens iets mis dreigt te gaan. Dat kan voorkomen dat er een beroep op zorg wordt gedaan terwijl de oplossing daar niet ligt. Denk aan gezondheidsproblemen die voortkomen uit bijvoorbeeld eenzaamheid of die worden veroorzaakt door schulden. De samenstelling van een wijkteam moet zo breed mogelijk zijn met medewerkers vanuit het sociale en medische domein. Aandacht hierbij verdient ook de positie van de specialist ouderengeneeskunde in de eerste lijn.
Wmo-uitvoering Als mensen dan toch professionele hulp nodig hebben dan is het belangrijk dat ze weten dat ze terechtkunnen voor: • Een persoonlijk gesprek: Start met een huisbezoek voor een ondersteuningsplan, gevolgd door evaluatiegesprekken om eventuele aanpassingen te bespreken. Betrek mantelzorger en naasten bij het gesprek. • Cliëntondersteuning: Zet onafhankelijke adviseurs in die ouderen helpen bij Wmo-aanvragen, gratis en zonder wachtlijsten. • Meerjarig indiceren: Geef chronisch zieke ouderen een zorgindicatie voor meerdere jaren, zodat ze niet steeds opnieuw beoordeeld worden. • Ondersteuning mantelzorger Het ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers, waaronder het aanbod van respijt- en logeerzorg, wordt versterkt. • Gemeenten zorgen voor een goed ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers passend bij de behoefte van mantelzorgers in de lokale context. • Informatievoorziening, zodat mantelzorgers informatie eenvoudiger kunnen vinden en toepassen. • Ondersteuning bij regeltaken, zoals de inzet van mantelzorgmakelaars. • Emotionele ondersteuning, zoals het faciliteren van lotgenotengroepen.
Samen naar een seniorvriendelijke gemeente
11
7 Buitenruimte, gebouwen • Toegankelijke openbare ruimte: Het aantal kwetsbare ouderen in wijken en buurten neemt toe. Zorg voor een openbare ruimte, waar ouderen veilig kunnen bewegen en waar zij, ook met bijvoorbeeld dementie, de weg kunnen vinden. • Openbare toiletten: Installeer voldoende schone, rolstoeltoegankelijke toiletten in winkelcentra, supermarkten, parken en bij bushaltes. • Veiligheid: Ouderen zijn gebaat bij een omgeving zonder angst. Toch voelen ouderen zich weleens onveilig in de buurt of woonplaats. In stedelijke gebieden wordt dit meer gevoeld dan in de meer landelijke delen. Hangjongeren, fatbikes, drugs, inbraken, gebrek aan zichtbaarheid politie en verkeersdrukte zijn veelgenoemde oorzaken. • Integrale aanpak: Werk samen met politie, brandweer en zorgverleners aan een plan tegen inbraak, brand en sociale onveiligheid. Denk aan gezamenlijke controles in wijken waar veel oudere mensen wonen. • Voorlichting: Organiseer workshops over inbraakpreventie (slimme sloten), babbeltrucs (herkenningstips) en brandveiligheid (rookmelders), bijvoorbeeld in buurthuizen. • Buurtschouw: Een buurtschouw is een mooie manier om in de buurt rond te vragen wat er speelt en hulp op maat aan te bieden. • Groene leefomgeving: Plant bomen en zorg voor schaduwrijke wandelpaden; dit verlaagt hittestress en verbetert de luchtkwaliteit.
• Voorzieningen dichtbij: Cluster medische centra, supermarkten, bushaltes en geldautomaten binnen bereikbare plaatsen van locaties waar veel ouderen wonen.
12
Samen naar een seniorvriendelijke gemeente
8 Transport: mobiliteit en verkeersveiligheid Zelfstandig en voldoende mobiel zijn is voor ouderen een voorwaarde voor vrijheid en sociale contacten. • Toegankelijke wegen: Maak voetpaden breed, vlak en obstakelvrij, met antisliptegels en duidelijke markeringen. Denk aan ouderen met rollators of scootmobielen die struikelgevaar willen vermijden. Doordat steeds meer snelle tweewielers, zoals elektrische fietsen, snorfietsen en fatbikes, het fietspad in beslag nemen, komen langzamere weggebruikers in het gedrang. In sommige gemeenten is het wellicht tijd om na te denken over stroken voor snel en langzamer verkeer. Hierdoor kunnen senioren zich veiliger door het verkeer bewegen. • Stimuleer eigen vervoer: Stimuleer gezond en actief vervoer voor ouderen die willen blijven fietsen of wandelen. Zorg voor veilige fietsenstallingen en bied de mogelijkheid van fiets- of wandelmaatjes. • Seniorvriendelijke inrichting: Bij (her)inrichting van kruispunten: verleng oversteektijden, installeer akoestische signalen voor slechtzienden en zorg voor brede, verlaagde stoepen. Ook het egaal maken van trottoirs en fietspaden draagt voor ouderen bij aan een groter gevoel van (verkeers) veiligheid. • Bereikbaar openbaar vervoer: Plaats bushaltes binnen bereikbare afstand van seniorenwoningen, met bankjes, beschutting en lage instapbussen.
Werk samen met vervoerders aan toegankelijkheid en gebruiksgemak van het openbaar vervoer in de nabije omgeving van de woonplaats. Zorg ook dat vertrek- en aankomsttijden voor iedereen beschikbaar en bereikbaar zijn. • Behoud openbaar vervoer: Voorkom dat buslijnen in dunbevolkte wijken verdwijnen. Subsidieer alternatieven zoals buurtbussen, gerund door vrijwilligers of denk aan Regiotaxi’s.
Samen naar een seniorvriendelijke gemeente
13
9 Financiën Financiële draagkracht en ervaren bestedingsruimte zijn belangrijk om, naast het voorzien in de levensbehoefte, ook sociale contacten te onderhouden. Ouderen met een klein inkomen verdienen extra hulp. • Korting vereniging: Vergoed (een deel van) de contributie van het lidmaatschap van een vereniging, zodat ook AOW’ers met een laag inkomen lid kunnen worden. • Informatievoorziening: Bied duidelijk informatie over financiële regelingen, zoals de Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO) maar ook gemeentelijke regelingen. • Schuldhulpverlening: Van de ouderen in de financieel kwetsbare groep, geeft 1 op de 3 aan moeite te hebben om rond te komen. Probeer in beeld te krijgen welke ouderen schulden hebben en ga samen met hen na hoe deze schulden opgelost kunnen worden.
14
Samen naar een seniorvriendelijke gemeente
Tot slot ANBO-PCOB heeft onder het Nationaal Seniorenpanel en de leden een onderzoek uitgezet naar de seniorvriendelijkheid van gemeenten. De bedoeling is om het onderzoek jaarlijks te herhalen. Ouderen hebben het over het algemeen goed in Nederland. Maar er zijn natuurlijk verschillen, afhankelijk van inkomen, opleiding, achtergrond, gezondheid en het sociale netwerk. Dat zijn wel bepalende factoren of iemand in staat is zelfredzaam de weg naar het behoud van kwaliteit van bestaan te vinden. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het creëren van de randvoorwaarden zoals huisvesting, de voorzieningen in de wijken en de ondersteuning als het minder goed gaat en er hulp nodig is. In zijn algemeenheid betekent dit voor gemeenten dat de basis op orde moet zijn: goede woningen, een veilige en toegankelijke openbare ruimte, bereikbare voorzieningen en echte aandacht voor ouderen met voor deze groep passend beleid.
Wat ouderen belangrijk vinden: • Woningaanbod en doorstroming: behoefte aan passende, betaalbare seniorenwoningen • Toegankelijkheid en onderhoud openbare ruimte: slecht onderhouden trottoirs, betere voetpaden, oversteekplaatsen • Bereikbaarheid en mobiliteit: slecht bereikbaar openbaar vervoer, niet op loopafstand, wens voor buurtbussen, lagere snelheden • Luisteren en omgaan met ouderen: gemeente zijn te afstandelijk en bureaucratisch • Wens voor meer ontmoetingsplekken en activiteiten • Meer openbare toiletten Oproep! We roepen gemeenten op om mee te doen met de vragenlijst en deze onder burgers vanaf 65+ uit te zetten. Samen moeten we daarmee Nederland en alle gemeenten seniorvriendelijk kunnen maken en zo te zorgen dat mensen fijn ouder kunnen worden en de zo gewenste kwaliteit van bestaan behouden. Samen naar een seniorvriendelijke gemeente
15
DE SENIOREN COALITIE Hét samenwerkingsverband van seniorenorganisaties
De ouderenorganisaties ANBO-PCOB, Koepel Gepensioneerden, de KBO-bonden Noord-Holland, Zuid-Holland en Gelderland, NOOM en SOMNL werken samen in de Seniorencoalitie. Samen behartigen ze de belangen van alle senioren in Nederland. En samen laten ze de stem van ouderen nóg krachtiger horen. Dat doen ze zowel in Den Haag als regionaal en lokaal. Belangrijke thema’s zijn pensioen, koopkracht, wonen, veiligheid, welzijn, digitalisering, voorzieningen in de wijken, gezondheidszorg en beeldvorming. De Gemeenteraadsverkiezingen, die plaatsvinden op woensdag 18 maart 2026, zijn een goede reden om deze thema’s over het voetlicht te brengen en onder de aandacht van toekomstige wethouders en gemeenteraads leden. Welke gemeente wil nu niet de meest seniorvriendelijke gemeente van Nederland zijn? Met deze tipgids moet dat lukken!
Deze gids is gemaakt door ANBO-PCOB op basis van onderzoek van het Nationaal Senioren Panel van ANBO-PCOB in samenwerking met de Haagse Hogeschool.
TEKST: SUUS RUIS
Onderzoek ‘Seniorvriendelijke gemeenten’
Hoe tevreden zijn wij over waar we leven en wonen? ANBO-PCOB deed onderzoek naar wat senioren vinden van hun woon- en leefomgeving. Om te weten te komen welke gemeenten het stempel ‘seniorvriendelijk’ verdienen, werd via een online vragenlijst de mening van ruim 7.400 ouderen gepeild. Lees hier de resultaten van het onderzoek, de reacties en de conclusies.
21 OuderenWijzer juli/augustus 2025
Onderzoeks resultaten
ONDERZOEK ‘SENIORVRIENDELIJKE GEMEENTEN’
Best tevreden, maar... Onderzoek van ANBO-PCOB laat zien hoe ouderen aankijken tegen acht verschillende onderwerpen, die samen bepalen hoe seniorvriendelijk onze woon- en leefomgeving is. Over het geheel genomen zijn ouderen – gemiddeld geven ze een 7,3 – best tevreden. Maar per onderwerp zijn er ook grote verschillen tussen diverse groepen ouderen. Conclusie: er valt nog heel wat te verbeteren!
Voor het onderzoek naar seniorvriendelijke gemeenten zijn meer dan 7400 ouderen online naar hun mening gevraagd. De deelnemers kwamen uit het Nationaal Seniorenpanel, waren leden en niet-leden van ANBO-PCOB en lezers van het magazine OuderenWijzer. De vragenlijst werd ontwikkeld met De Haagse Hogeschool en ANBOPCOB, en richtte zich op zowel de fysieke als de sociale aspecten van seniorvriendelijk wonen. Door een weging op leeftijd, geslacht en stedelijkheidsgraad kunnen betrouwbare uitspraken worden gedaan over ouderen in Nederland. De onderzoeksresultaten zijn dan ook representatief voor alle 65-plussers in ons land. Wel goed om te beseffen: ouderen vormen een heel heterogene groep. Zoveel mensen, zoveel meningen, en dat gaat zeker ook op voor 65-plussers. Dus als een uitkomst in dit onderzoek bijvoorbeeld uitwijst dat ouderen
gemiddeld genomen redelijk tevreden zijn over sociale en medische voorzieningen, neemt dat niet weg dat er ook een grote groep ouderen is (ruim 25%) die hier niet echt tevreden mee is. En dit zijn juist vaak de ouderen die het meest op deze voorzieningen zijn aangewezen.
1 Toegankelijkheid eigen woning Begane grond of niet, gelijkvloers of juist verdiepingen: voor ouderen is de toegankelijkheid van de eigen woning echt een punt van aandacht. Mooi nieuws dus dat ouderen de toegankelijkheid van hun eigen woning overwegend positief beoordelen: 94% vindt dat de woning goed toegankelijk is voor zichzelf, 89% zegt dat dit ook geldt voor bezoekers. Wel verwacht 44% aanpassingen nodig te hebben bij een toenemende zorgbehoefte. En dat is dan weer een aandachtspunt voor de gemeenten!
Deelnemen 2 en ontmoeten Als gevraagd wordt naar de mogelijkheid om deel te nemen aan activiteiten in de eigen gemeente, is de helft van de ondervraagden tevreden, één op de drie is neutraal. In het algemeen nemen ouderen vooral incidenteel of maandelijks deel aan activiteiten. In de nietstedelijke gebieden is de wekelijkse deelname het hoogst. Ongeveer 60% van de respondenten vindt dat er genoeg mogelijkheden zijn om anderen te ontmoeten. Zo’n 40% vindt dat dus niet of heeft geen mening.
Leeftijds3 discriminatie Bijna de helft van de ondervraagden voelt zich gewaardeerd door andere generaties. In de open antwoorden van dit onderzoek worden echter vaak ook schrijnende gevallen van leeftijdsdiscriminatie gemeld. Een deelnemer aan het
onderzoek schrijft: ‘Ouderen worden in dit land vriendelijk gedoogd, maar tellen niet mee.’ En veel respondenten benadrukken nog actief en betrokken te zijn, maar desondanks met vooroordelen te worden geconfronteerd. En dat komt overeen met een eerder onderzoek van ANBO-PCOB: bijna één op de drie ouderen ervaart weleens discriminatie op basis van leeftijd.
bereikbaarheid. Ruim 65% van de ouderen voelt zich digitaal vaardig genoeg voor een online beeldgesprek met een zorg- of hulpverlener. Toch blijft de voorkeur voor contact zonder tussenkomst van technologie sterk aanwezig: een kleine 40% geeft de voorkeur aan een gesprek in persoon.
Relatie met 4 de gemeente
Hoe goed is de toegankelijkheid van winkels en (gemeentelijke) voorzieningen in de eigen leefomgeving voor mensen met een rollator of rolstoel? De bereikbaarheid van openbare gebouwen wordt over het algemeen goed gewaardeerd, maar de waardering voor de toegankelijkheid van de diverse voorzieningen verschilt per regio. In niet-stedelijke gebieden vindt 14% geen enkele voorziening goed bereikbaar. Voor het hele land geldt: de stoep wordt vaak een hindernisbaan genoemd, vol met geparkeerde fietsen, vuilcontainers, winkelborden, enzovoorts.