CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

25-119 Bijlage 1. Begroting 2026 (versie gemeenten)

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Begroting 2026 Orionis Walcheren (25-119 MZ)11.925 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting 2026 [april 2025]

Vastgesteld DB 22 mei 2025 Vastgesteld AB …. 2025

Inhoudsopgave ALGEMEEN

3

PROGRAMMA’S Programma Arbeidsmarkt Programma Werkontwikkelbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Overhead Overzicht taakvelden Algemene Dekkingsmiddelen

6 9 12 16 18 20 21

PARAGRAFEN Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf financiering Paragraaf verbonden partijen Paragraaf bedrijfsvoering Paragraaf Wet open overheid

22 24 24 25 25 26

FINANCIËN Balans Overzicht van lasten en baten Toelichting op het overzicht van lasten en baten Programma Arbeidsmarkt Programma Werkontwikkelbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Overhead Algemene Dekkingsmiddelen Overzicht van geraamde incidentele baten en lasten EMU-saldo BIJLAGE 1: Kerncijfers 2: Financiële bijdragen van gemeenten 3: Lijst van afkortingen

28 29 31 32 33 34 35 36 37 37

38 39 42

2

Algemeen Begrotingsproces Hierbij ligt de begroting van 2026 voor. Deze begroting betreft een ‘beleidsarme’ voortzetting van de huidige begroting 2025. Deze is zeer recent geactualiseerd met de 2e begrotingswijziging 2025, waar deze begroting 2026 een vervolg op is. Uitgangspunten hierbij zijn de kadernota, de toekomstvisie van het Werkontwikkelbedrijf, de Participatiewet in Balans en de doorontwikkeling van samenwerking met gemeenten. De verdere ontwikkelingen die zich gedurende 2025 zullen voordoen worden eind van dit jaar verwerkt in een begrotingswijziging voor 2026, zodat het jaar met een actuele begroting kan starten. In financieel opzicht is 2026 voor gemeenten een belangrijk jaar, het zogenaamde ‘ravijnjaar’. Dit straalt uit naar de gemeenschappelijke regelingen. Daarom gaan we eerst in op de VZG-norm die gesteld is voor 2026 en de mogelijkheden die Orionis op financieel gebied voor de gemeente kan bieden. VZG-norm 2026 Jaarlijks stelt de VZG een advies op aan gemeenten, hoe om te gaan met lastenstijging van Zeeuwse gemeenschappelijke regelingen. Voor 2026 is een indexering geadviseerd van -/- 2,2%. Rekening houdend met de door het CPB voorspelde inflatie voor 2026 van 2,7% komt dit neer op een bezuiniging van ongeveer 5%. We willen de volgende kanttekeningen maken ten aanzien van dit VZG advies: 1.

2.

3.

De VZG beperkt zich tot uitvoeringskosten. De gemeentelijke bijdrage op het werkveld van Orionis Walcheren wordt echter beïnvloed door meerdere factoren, waarvan de uitkeringslasten de grootste uitgave is. Personeelskosten beslaan circa 75% van onze uitvoeringskosten. Het personeelsbestand is aangepast aan ons (wettelijke) takenpakket. Kosten voor huisvesting en ICT beslaan circa 20% van onze uitvoeringskosten en zijn niet of nauwelijks beïnvloedbaar. De overige kosten bedragen circa € 1 miljoen. Orionis Walcheren is de laatste jaren doorgelicht door externe partijen. Het is keer op keer gebleken dat er geen sprake is van bovenmatige kosten en/of inefficiënte bedrijfsvoering bij Orionis Walcheren. Wel is geconstateerd dat het financiële rendement van het Werkontwikkelbedrijf achter bleef bij het landelijk gemiddelde. Op basis hiervan hebben we een rendementsverbetering begroot voor de komende jaren.

Het DB van Orionis Walcheren ziet dan ook mogelijkheden om de VZG norm in 2026 niet te hanteren, waardoor grote consequenties voor inwoners en nadelige financiële impact op de langere termijn uitblijven. Juist door zoals anti cyclisch te investeren onder meer op re-integratie zijn korte termijn bezuinigingen niet noodzakelijk. We kiezen dan ook voor de volgende uitgangspunten ten aanzien van de begroting 2026: Orionis Walcheren blijft uiteraard streven naar lagere kosten en hogere inkomsten. Maar we kiezen voor de lange termijn en niet voor de korte termijn. De hoogte van de gemeentelijke bijdrage voor uitvoeringskosten wordt net als afgelopen jaren bepaald door het doortrekken van de huidige kostenstructuur, rekening houdend met de verwachte kostenstijgingen.

3

We zien 2 belangrijke sporen om de gemeentelijke financiële positie structureel te verbeteren: 1. Investeren in re-integratie om de uitkeringslasten te verlagen. Dit komt niet tot uiting in de gemeentelijke bijdrage voor uitvoeringskosten maar in lagere uitkeringslasten. En dus lagere gemeentelijke lasten. 2. Intensievere Walcherse samenwerking. We denken dat grote voordelen te behalen zijn door intensievere samenwerking tussen Orionis Walcheren en gemeenten. Denk hierbij aan: • Gezamenlijke backoffice diensten zoals bijvoorbeeld HR, financiële administratie, Handhaving en Sociale Recherche. • Samenwerking tussen Orionis Walcheren en WMO, wijkteams/buurtteams • Meer door de gemeenten opgelegde samenwerking binnen de I&A samenwerking, met name op het gebied van backoffice applicaties De VZG richtlijn biedt maatwerk als de personeelskosten meer dan 67% bedragen van de totale exploitatievergoeding van gemeenten bedragen. De VZG heeft de GR-en bij wie dit speelt geregistreerd. Door onbekende oorzaak is Orionis nooit als zodanig geregistreerd. Dit had tot gevolg dat bij grote CAO stijgingen voor Orionis een verkeerde VZG richtlijn werd opgesteld. Bij het opstellen van begrotingen heeft Orionis Walcheren tot nu toe wel altijd een beroep gedaan op de maatwerkregeling.

Het Algemeen Bestuur heeft de afgelopen jaren de begrotingen ook altijd conform het voorstel van Orionis Walcheren vastgesteld. Financieel In onderstaande tabel is zichtbaar gemaakt wat de verschillen zijn tussen begrotingsjaar 2026 en de huidige begroting 2025 (BW 25-2): Bedragen * € 1.000 (+ = voordelig, - = nadelig)

2026

Programma Arbeidsmarkt Loonkosten i.v.m. groei doelgroep

-224

N

Stijging re-integratiebudget

224

V

Indexeringen

-124

N

Resultaat Werkinfra

122

V

Saldo WSW en BsW

514

V

Doorbelastingen / indexeringen

-41

N

Loonkosten (doorgroei naar 2 fte heel jaar)

-42

N

Buig-saldo

348

V

Indexeringen

-116

N

-49

N

Programma Werkontwikkelbedrijf

Programma Inkomen

Programma Schuldhulpverlening Indexeringen Programma Overhead Vervallen eenmalig 25-2: 105; 10; 13; 17; 40; 240

425

V

Doorgroei uitbreiding 2 fte (2025 was half jaar)

-100

N

Indexeringen / diversen

-363

N

vervallen reserve-inzet 2025

-562

N

Inzet reserve 2026

870

V

882

V

Algemene Dekkingsmiddelen

Totaal mutaties

4

De gemeentelijke bijdragen (Algemene Dekkingsmiddelen) dalen met € 0,9 miljoen (na reserveringen). Dit ondanks het niet op voorhand toepassen van de VZG-norm. De belangrijkste voordelen daarin zijn: • Een verbetering van het resultaat Werkontwikkelbedrijf (incl Wsw/Bsw) met € 595.000 • Een verbetering van het Buig-saldo met € 348.000 • Vervallen van eenmalige lasten 2025 ad € 425.000 • Reservemutaties: vervallen van de inzet van algemene reserve in 2025 voor eenmalige kosten (€ 562.000) en inzet in 2026 voor de extra investering re-integratie (€ 870.000), per saldo € 308.000 Daar tegenover staat een stijging van de lasten als gevolg van 2,7% indexering, € 618.000. Risico’s en onzekerheden De afgelopen jaren hebben laten zien dat er grote onzekerheid is. De risico’s zijn divers, de bandbreedtes in financiële gevolgen die daarbij optreden kunnen erg groot zijn en incidenten volgen elkaar soms snel op. Onzekerheid is er ook ten aanzien van Rijksvergoedingen. De BUIG-vergoeding is daarin een belangrijke factor. Deze vormt ruim 50% van onze inkomsten, maar wordt twee keer per jaar door het Rijk herzien. De afgelopen jaren hebben laten zien dat ook daarin grote schommelingen kunnen optreden, tot wel € 2,5 miljoen per jaar. Vanuit de gewenste (en door de overheid verplicht gestelde) verduurzaming van onze gebouwen zijn extra (eenmalige) kosten te verwachten.

Dit komt door het voortijdig vervangen van nog werkende, niet-duurzame apparatuur. Een eerste plan leidt tot eenmalige uitgaven van circa € 700.000. Na overleg met het DB hebben we besloten dit plan nader tegen het licht te houden en investeringen zoveel mogelijk uit te stellen en gelijk op te laten lopen met de technische levensduur van de huidige gebruikte technologie en apparatuur. In een latere fase zullen we een aangepast plan voorleggen aan gemeenten, dit kan leiden tot financiële gevolgen in 2026.

Vlissingen, 22 mei 2025 Jeroen Louws voorzitter

Henk Guise algemeen directeur

5

Programma Arbeidsmarkt Het programma Arbeidsmarkt bevat alle re-integratie activiteiten voor bijstandsgerechtigden en gerelateerde groepen. Activerend re-integratiebeleid is onmisbaar voor iedere bijstandsgerechtigde. Iedere investering hierin heeft altijd een positieve opbrengst, financieel en/of maatschappelijk. De reintegratiebudgetten zijn echter beperkt. We kunnen hiermee niet iedereen activeren en ondersteunen. We streven ernaar om iedere klant te laten werken naar vermogen. Ultieme doel van re-integratie is een betaalde baan en geen afhankelijkheid meer van de bijstand. De huidige klantgroep is niet altijd in staat dit te bereiken. Het verkrijgen van een deeltijdbaan is voor veel klanten het maximaal haalbare. Ook een betaalde baan, waarbij de werkgever een loonkostensubsidie ontvangt, behoort tot de opties.

Wat willen we bereiken Product re-integratie

Realisatie 2024

Begroot 2025-2

Begroot 2026

Voortgang op de participatieladder (rapportage vanaf 2e halfjaar 2025)

---

80 %

80 %

Aantal plaatsingen op werk (ft + pt)

433

420

420

Wat gaan we daarvoor doen Extra investeringen op re-integratie In 2024 en 2025 is door de gemeenten extra geïnvesteerd in re-integratie. Voor 2025 geldt dat daardoor 200 klanten extra in traject genomen worden, waarvan een deel geplaatst zal worden op werk. In 2024 en begin 2025 is deze investering succesvol gebleken. Extra plaatsingen op werk worden gerealiseerd en leiden tot een verlaging van de uitkeringslast. Dit is een reden om de extra investering ook in de komende jaren door te zetten, en jaarlijks te evalueren. Een tweede reden is de noodzaak van kostenbesparing voor gemeenten in 2026 gezien de dalende inkomsten Gemeentefonds. Juist extra investeren in de inzet op re-integratie betekent op termijn een (grotere) kostenverlaging van de uitkeringslast. Deze klanten krijgen dezelfde intensieve begeleiding op re-integratie als andere klanten. Voor statushouders wordt hierbij nadrukkelijk de samenwerking opgezocht met Buurtteams, Vizita en Welzijn Veere. De extra investering zorgt ervoor dat we meer klanten in re-integratie kunnen ontwikkelen en begeleiden naar werk. Bij een plaatsingsresultaat van 20% wegen de kosten op tegen de baten. We streven naar een plaatsingsresultaat van 40% binnen 18 maanden. Voor 2026 kan de extra investering van € 870.000 eenmalig gedekt worden vanuit de reserves.

Ook in 2026 zullen er nog extra middelen beschikbaar gesteld voor statushouders vanuit de compensatiemiddelen Vlissingen. De te verwachten extra aantallen klanten en resultaten kunnen we eind 2025 bepalen en nemen we dan in een begrotingswijziging mee. Landelijke ontwikkelingen laten een stijgende trend zien in het klantenaantal. Voor de periode 2026-2029 stijgt dit met ruim 8%. Bij ongewijzigd beleid betekent dit voor Orionis een stijging met 225 klanten van 2739 naar 2964. Door extra te investeren in re-integratie wordt deze stijging sterk beperkt. Als referentiejaar kunnen we 2025 nemen: hierin wordt ook extra geïnvesteerd in reintegratie. Door de grotere uitstroom naar werk daalt het klantenbestand met 42 klanten ten opzichte van de landelijke ontwikkeling. Continueren van deze investering betekent dat we ook deze klantontwikkeling (globaal) doortrekken. Zie de onderstaande tabel: lagere klantaantallen

2025

2026

2027

2028

2029

42

80

120

150

170

6

Deze aantallen zijn cumulatief. Bij een kleiner wordend klantenbestand moet er relatief steeds meer inspanning gepleegd worden om de klant te laten uitstromen naar werk. Daarom daalt het aantal klanten minder snel. Het blijft dan ook nodig om jaarlijks te evalueren of het financieel en maatschappelijk lonend is om het investeringsbedrag ad. € 870.000 te continueren of eventueel aan te passen. Hierbij spelen de volgende aspecten een rol: 1. De organisatie: Kunnen we nieuw personeel werven? Kunnen we dit personeel inwerken en opleiden? 2. De klant: Door succesvol mensen naar werk te begeleiden, komen we geleidelijk aan een steeds moeilijker te bemiddelen klantgroep. Welke ondersteuning en aanpak is voor deze klantgroep nodig? 3. De samenwerking: Re-integratie van de moeilijker te bemiddelen klantgroep kan alleen door een betere samenwerking met gemeentelijke en andere partners in het sociaal domein, zoals welzijnsorganisaties en jeugdzorg. Hoe succesvol zijn deze noodzakelijke samenwerkingen? Rendement extra investering De kosten van deze investering (€ 870.000 per jaar bestaan uit personele inzet en kosten van instrumenten. De baten komen terug in het BUIG-saldo in de vorm van lagere uitkeringslasten, het BUIG-saldo is opgenomen onder het Programma Inkomen. 2026

2027

2028

2029

2030

Investering

-870.000

-870.000

-870.000

-870.000

-870.000

besparing BUIG-lasten

183.000

732.000

1.418.000

1.967.000

2.288.000

Rendement

-687.000

-138.000

548.000

1.097.000

1.418.000

Voor deze investering geldt: de kosten gaan voor de baat uit. Er wordt geïnvesteerd in 200 extra klanten in caseload, waarna de uitstroom in een periode van 6 tot 18 maanden zal plaatsvinden. Dus pas na 18 maanden zit de besparing op de volle uitkeringslast.1 Hervorming arbeidsmarktinfrastructuur In 2024 heeft het kabinet een hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur aangekondigd. Het doel van deze hervorming is dat de arbeidsmarktdienstverlening voor werkenden, nietwerkenden en werkgevers wordt verbeterd. Dit houdt onder andere in dat er een betere samenwerking moet komen tussen partijen binnen de arbeidsmarktregio, zoals gemeenten, UWV, onderwijs, vakbonden en werkgevers. Deze samenwerking komt tot uiting in een Regionaal Werkcentrum. De wetswijziging gaat er vanuit dat iedere arbeidsmarktregio in Nederland in 2025 een Regionaal Werkcentrum opzet, digitaal en fysiek. We zien dit centrum als een netwerkorganisatie waar dienstverlening vanuit verschillende partijen samenkomt, en wat zo dicht mogelijk bij onze inwoners is georganiseerd.

1 NB: de doorwerking van de extra investering vanuit 2024 en 2025 is niet in deze tabel opgenomen.

Deze opbrengsten zijn immers al in de meerjarenraming begroot. De tabel is dus opgesteld met als startjaar 2026.

7

Wat mag het kosten Re-integratie (bedragen * € 1.000)

realisatie 2024 lasten

baten

begroting 2026 lasten

baten

3.000

Doorbelast naar WOB

-342

extra personele inzet

1.505

222

1.612

527

1.485

400

0

0

315

0

539

0

1.611

0

1.611

0

1.611

0

Doorbelast werkinfra

2.825

0

baten

Personeelslasten

idem door groei doelgroep

0

begroting 2025-2 lasten

-56

2.901

0

-58

loonkosten WiW/BsW

39

0

0

0

0

0

overige re-integratie

870

262

1.205

241

990

0

Bijdrage gemeenten Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product

0

5.548

0

6.079

0

6.303

6.683

6.032

7.512

6.847

7.468

6.703

831

0

864

0

887

0

7.515

6.032

8.376

6.847

8.356

6.703

Saldo

-1.483

-1.529

-1.653

425

0

870

-1.058

-1.529

-783

Reserveringen Saldo na reservering

Re-integratie (bedragen * € 1.000) Personeelslasten

raming 2027 lasten

raming 2028

baten

3.029

lasten 0

raming 2029

baten

3.162

lasten 0

baten

3.301

0

Doorbelast naar WOB

-60

0

-63

0

-65

0

extra personele inzet

1.503

418

1.521

436

1.540

455

idem door groei doelgroep

692

897

1.129

Doorbelast werkinfra

1.611

1.611

1.611

overige re-integratie

1.034

1.079

1.127

Bijdrage gemeenten

0

6.612

0

7.077

0

7.581

7.808

7.030

8.208

7.513

8.643

8.036

Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product Saldo

926

0

967

0

1.010

0

8.735

7.030

9.175

7.513

9.652

8.036

-1.705

-1.662

-1.616

Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast.

8

Programma Werkontwikkelbedrijf Wij zorgen voor passend beschut en beschermd rendabel werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt binnen het Werkontwikkelbedrijf en bij externe opdrachtgevers. Door werk te bieden zorgen we ervoor dat deze groep maatschappelijk participeert. Het Werkontwikkelbedrijf ziet het ontwikkelen van haar SW- en BsW-medewerkers en bijstandsgerechtigden als één van haar hoofdtaken. Dat betekent dat we niet alleen steeds in gesprek zijn met onze medewerkers over ontwikkeling, maar hier ook invulling aan geven door het zoeken naar passend werk. Wij richten ons niet op één werksoort, maar op een ruim palet aan werksoorten zodat de SW- en BsW-medewerkers intern zich kunnen ontwikkelen. Daarbij kan dit ook extern zijn in de vorm van Begeleid Werken of een detachering. Bijstandsgerechtigden stromen in op een passend werkleertraject binnen het Werkontwikkelbedrijf en kunnen daarna via de route trajectbegeleiding en matching worden uitgeplaatst op de arbeidsmarkt. Het Werkontwikkelbedrijf kan meerdere doelgroepen gaan bedienen, zoals arbeidsmatige dagbesteding of bijstandsgerechtigden in een tijdelijke baan. Een belangrijk financieel doel is rendementsverbetering. We werken toe naar een financieel gezond Werkontwikkelbedrijf. Het omslagpunt is het jaar 2021. De eerste stap is om gelijk te komen met de landelijke benchmark, uiterlijk eind 2026.

En daarna een verdere verbetering, totdat Orionis zwarte cijfers schrijft op het onderdeel Werkontwikkelbedrijf.

Wat willen we bereiken Product Werkontwikkelbedrijf (WOB)

Realisatie 2024

Begroot 2025-2

Begroot 2026

---

oktober

Volgen uit transitieplan

Rendementsverbetering t.o.v. voorgaand jaar (excl. Wsw-saldo) Netto omzet kosten overhead

€ 0,77 mln voordeel: € 0,74 V € 0,07 V € 0,04 N

€ 0,50 mln voordeel: € 0,53 V € 0,24 N € 0,21 V

€ 0,07 mln voordeel: € 0,30 V € 0,19 N € 0,04 N

Autonome ontwikkeling

Realisatie 2024

Begroot 2025-2

Begroot 2026

Ontwikkeling Wsw- en Bsw-saldo t.o.v. voorgaand jaar

€ 0,09 mln voordeel

€ 0,02 mln nadeel

€ 0,52 mln voordeel

Oplevering transitieplan Werkontwikkelbedrijf

Het transitieplan Werkontwikkelbedrijf wordt samen met de gemeenten opgesteld. Het opleveren van dit plan is als KPI opgenomen. Vanuit dit plan kunnen voor de komende jaren specifieke doelstellingen worden vastgesteld. Wat gaan we daarvoor doen We verwachten dat begin 2026 het transitieplan ‘Werkontwikkelbedrijf Walcheren’ is vastgesteld. Dit is een plan wat elke gemeente c.q. regio verplicht moet vaststellen om een sociale infrastructuur te garanderen voor kwetsbare inwoners. Deze infrastructuur bestaat uit: 1. Een vangnetfunctie voor mensen die niet (direct) bij reguliere werkgevers kunnen werken 2. Een springplankfunctie als opstap voor mensen naar een reguliere baan. Dit plan beschrijft dus de transitie van het huidige Werkontwikkelbedrijf naar een toekomstbestendig Werkontwikkelbedrijf. Het plan wordt opgesteld in overleg tussen gemeenten en Orionis Walcheren. Onderwerpen die aan bod komen zijn: • Wat worden de toekomstige taken van het Werkontwikkelbedrijf

9

Hoe dragen deze taken bij aan de doelen van de Participatiewet en het bevorderen van duurzame (leer)banen bij reguliere werkgevers, • Hoe wordt de betaalbaarheid voor gemeenten geborgd Het Rijk stelt hiervoor ook een transitiebudget beschikbaar. Voor Walcheren bedraagt dit budget € 2,1 miljoen. In 2026 zullen we uitvoering geven aan dit transitieplan. De beleidsmatige details en financiële gevolgen worden verwerkt in een begrotingswijziging 2026. •

In het basisjaar 2019 bedroeg het verlies van het Werkontwikkelbedrijf € 3,1 miljoen. In de primaire begroting 2026 verwerken we een rendementsverbetering van € 594.000. Deze positieve ontwikkeling ten opzichte van de 2e begrotingswijziging 2025 is te danken aan een hoger operationeel resultaat en een hoger subsidieresultaat. Hiermee begroten we voor 2026 een resultaat van € 0,2 miljoen verlies, waarmee bijna het gehele verlies sinds 2019 is weggewerkt. Wat mag het kosten Werkontwikkelbedrijf

realisatie 2024

begroting 2025-2

begroting 2026

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

baten

baten

baten

Werkinfrastructuur

6.941

5.962

7.059

6.294

7.249

6.606

Wsw-doelgroep

15.971

15.493

15.506

14.739

14.735

14.512

Bsw-doelgroep

235

581

545

659

625

709

Doorb. Bedrijfsvoering

-540

0

-500

0

-521

0

Doorbel. Inzet Werk

342

37

58

0

Doorbel. re-integratie

-1.611

-1.611

-1.611

0

Subtotaal

21.339

22.036

21.036

21.693

20.534

21.827

Directe apparaatskst.

1.469

0

1.526

0

1.567

0

Totaal product

22.808

22.036

22.562

21.693

22.102

21.827

Saldo Reserveringen

-772 498

Saldo na reservering

Werkontwikkelbedrijf (bedragen * € 1.000)

-869

0

0

-1.270

raming 2027 lasten

0

-788

raming 2028

baten

-275

81

lasten

81 -194

raming 2029

baten

lasten

baten

Werkinfrastructuur

7.245

7.110

7.240

7.114

7.235

7.118

Wsw-doelgroep Bsw-doelgroep Doorb. Bedrijfsvoering

13.875 690 -544

14.103 759

13.153 753 -568

13.840 808

12.374 817 -593

13.227 857

Doorbel. Inzet Werk

60

63

65

Doorbel. re-integratie

-1.611

-1.611

-1.611

Subtotaal

19.715

21.972

19.030

21.762

18.288

21.202

Directe apparaatskst.

1.636

0

1.708

0

1.783

0

Totaal product

21.351

21.972

20.739

21.762

20.071

21.202

Saldo

621

10

1.023

1.130

Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast.

Het is de tabel opgenomen saldo is het zuivere resultaat van het WOB. Om dit te vergelijken met de bracht wordt de afgesproken normcorrectie voor huisvestingslasten (‘normalisatie’) hierop gecorrigeerd. een bedrag van € 354.000. Het genormaliseerde resultaat WOB komt daarmee uit op € 160.000 voordelig in 2026. Werkinfrastuctuur Voor het meerjarenperspectief van het onderdeel Werkinfrastructuur is de bestaande meerjarenraming (uit begrotingswijziging 2025-1) gehandhaafd. Dit in afwachting van de uitwerking van het transitieplan. De begrote mutaties van 2027 en 2028 ten opzichte van 2026 zijn dus ongewijzigd ten opzichte van de vorige meerjarenraming. Wsw-doelgroep De lasten voor Wsw zijn berekend op basis van de meest recente blijfkansen (septembercirculaire 2024) en recente loonkosten (maart 2025). Daarbij is rekening gehouden met afschaffing van de compensatievergoeding van de transitievergoeding die het kabinet doorvoert per juli 2026. In de Rijksvergoeding Wsw is nog geen rekening gehouden met de extra geldstroom in het kader van de transformatie Werkontwikkelbedrijf. In de meicirculaire 2025 komt hier meer duidelijkheid over. De besteding hiervan volgt uit de planvorming die in het 2e halfjaar 2025 wordt afgerond. Vooralsnog is dit dus budgettair neutraal. Deze geldstroom loopt via de grootste gemeente (qua inwoneraantal) binnen de GR, Middelburg.

BsW-doelgroep Bij beschut Werk is gerekend met een realisatie die licht boven de taakstelling ligt, oplopend tot 5 fte in 2029.

11

Programma Inkomen Het programma inkomen bevat de inkomensvoorziening voor bijstandsgerechtigden en de verstrekking van bijzondere bijstand en minimaregelingen. Deelnemen aan de maatschappij door werk staat centraal, maar een toereikend leefbudget is een voorwaarde en daarom is een inkomen in de vorm van een uitkering soms (tijdelijk) nodig. Deze uitkeringsverstrekking moet rechtvaardig en rechtmatig: vanuit vertrouwen en maatwerk, maar tegelijkertijd het juiste gebruik van (armoede)regelingen actief stimuleren. De financiële problematiek van de inwoner kan niet los gezien worden van problematiek op andere leefgebieden. Een natuurlijke en soepel lopende samenwerking met de gemeentelijke toegangen voor het sociaal domein en aanpalende organisaties is daarvoor nodig.

Wat willen we bereiken Product Inkomen

Realisatie 2024

Begroot 2025-2

Begroot 2026

2762

2739

2751

Saldo uitkeringslasten en Rijksvergoedingen

€ 1,33 mln overschot

€ 0,26 mln tekort

€ 0,08 mln overschot

Van aanvraag tot afhandeling: aanvragen zijn binnen x weken afgehandeld en betaalbaar gesteld 2

83 % binnen 90 % binnen 90 % binnen 4 weken 4 weken 4 weken

Het klantenbestand Participatiewet per ultimo jaar

Wat gaan we daarvoor doen Klantenbestand Voor 2026 is de doelstelling van het klantenbestand bepaald op 2751. De eindstand van 2025 (2739) stijgt naar 2791 als gevolg van de landelijke trend en wordt gecorrigeerd met 40 vanwege de extra investering in re-integratie (zie programma Arbeidsmarkt). BUIG-saldo De kosten van deze investering (€ 870.000 per jaar) komen terug in programma Arbeidsmarkt en bestaan uit personele inzet en kosten van instrumenten. De baten komen terug in het BUIG-saldo in de vorm van lagere uitkeringslasten. Investering

2026

2027

2028

2029

2030

-870.000

-870.000

-870.000

-870.000

-870.000

besparing BUIG-lasten

183.000

732.000

1.418.000

1.967.000

2.288.000

Rendement

-687.000

-138.000

548.000

1.097.000

1.418.000

Voor deze investering geldt: de kosten gaan voor de baat uit. Er wordt geïnvesteerd in 200 extra klanten in caseload, waarna de uitstroom in een periode van 6 tot 18 maanden zal plaatsvinden. Dus pas na 18 maanden zit de besparing op de volle uitkeringslast.3 In de tabel hierboven is toegelicht wat het financiële rendement is van de extra investering. Voorzichtigheidshalve is dit niet volledig doorvertaald naar de begroting. We hebben gezien dat 2 Een aanvraag moet goed afgewikkeld worden, snelheid is geen doel op zich. En doorlooptijd is niet

altijd door ons beïnvloedbaar. Snelle duidelijkheid voor de klant is wel gewenst. Daarom wordt deze binnenkort vervangen door: bij 90% actie opgepakt binnen x werkdagen na melding. 3 NB: de doorwerking van de extra investering vanuit 2024 en 2025 is niet in deze tabel opgenomen.

Deze opbrengsten zijn immers al in de meerjarenraming begroot. De tabel is dus opgesteld met als startjaar 2026.

12

naast onze eigen prestaties we hier in sterke mate afhankelijk zijn van het Rijk. Welke landelijk BUIG-budget stellen ze beschikbaar en wat is de uitkomst van het verdeelmodel voor de Walcherse gemeenten? Het beschikbare landelijke budget is onder andere afhankelijke van de landelijke trend in het bijstandsvolume. Als landelijk ook een betere uitstroom naar werk wordt gerealiseerd wordt het voor Orionis lastiger om beter dan landelijk te presteren. En 2025 heeft laten zien dat de verdeling van het landelijke budget naar de gemeenten grote verschillen kan laten zien: in Vlissingen muteerde het budget met - 7% ten opzichte van het landelijk gemiddelde. In de meerjarenraming van de begroting 2026 willen we de besparing om die redenen aftoppen vanwege mogelijke invloeden vanuit het Rijk. Per saldo betekent dit nog steeds een positief financieel rendement op de extra investering, maar van een lager niveau. Concreet: met ingang van 2028 wordt de besparing op de BUIG-lasten niet groter gesteld dan € 1.250.000 per jaar.4 Externe baten uit extra investering Naast de directe daling van de uitkeringslasten levert de extra investering ook nog andere baten op. Die komen terecht bij andere domeinen dan het domein Werk en Inkomen van Orionis. In een onderzoek van Berenschot (Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse) zijn deze baten gekwantificeerd.

Iedere persoon die aan het werk gaat levert een besparing op van € 2.140 per persoon. Daarvan valt € 1.066 bij gemeenten, voornamelijk in de domeinen WMO en maatschappelijk werk. Andere baten vallen bijv. bij zorgverzekeraars en woningcorporaties. Participatiewet in balans De invoering van de P-wet in balans is doorgeschoven naar 2026. Daarin staan 21 speerpunten genoemd voor de korte termijn. Een algehele herziening van de P-wet vergt veel doorlooptijd. Om de eerste verbeteringen snel merkbaar te maken, werkt het ministerie aan aanpassingen in Spoor 1. Dit spoor bevat wetswijzigingen in 3 fases om de eerste knelpunten in de wet te verhelpen. De 21 speerpunten staan in de figuur hieronder benoemd.

4 In plaats van de bedragen € 1.418.000 (2028); € 1.967.000 (2029) en € 2.288.000 (2030)

13

Personele bezetting Om in de nabije toekomst zeker te stellen dat met de huidige bezetting de inwoners die financiële steun behoeven optimaal worden ondersteund, wordt in 2025 substantieel aandacht gegeven aan het verbeteren van de processen en het verhogen van het kennisniveau en deskundigheidsniveau van de huidige medewerkers. Hiermee doorbreken wij de toenemende complexiteitsspiraal. De vernieuwingen in de Participatiewet (PW in Balans) zijn met name gericht op maatwerk. Dit vraagt van zowel de wetgever en beleidsmaker als van de organisatie en de medewerkers zelf een andere, op deskundigheid gestoelde kijk op de situatie van de klant. Met name van medewerkers wordt meer lef, beter luisteren, goed analyseren en vooral uitstekend verantwoorden en rapporteren verwacht. Van de organisatie wordt een minder complexe procesgang gevraagd en van leidinggevenden vertrouwen, goed faciliteren en een hoge mate van inspiratie. Juist maatwerk (en het voorkomen van willekeur) vraagt tijd investeren in casusbesprekingen en bijvoorbeeld intervisie) Om de inspanning die deze procesverbetering en training/coaching vraagt niet ten koste van de huidige klanten te laten gaan is tijdelijk 2 fte extra capaciteit noodzakelijk. Deze uitbreiding is in 2025 goedgekeurd en loopt door tot in 2027. Wat mag het kosten

Inkomen (bedragen * € 1.000)

realisatie 2024 lasten

baten

begroting 2025-2

begroting 2026

lasten

lasten

baten

baten

Personeelslasten

2.359

0

2.529

0

2.640

0

Inkomensvoorziening Buig

54.551

55.944

54.637

54.373

55.406

55.490

Onderzoekskosten BBZ

33

0

104

0

107

0

Tozo-regeling

544

544

300

300

400

400

Energietoeslag

639

639

0

0

0

0

Leefgeld Oekraïne

780

780

760

760

684

684

5.811

5.811

7.009

7.009

7.323

7.323

Bijz.bijstand/minimareg. overig

27

0

32

0

32

0

Subtotaal

64.744

63.719

65.370

62.442

66.592

63.897

Directe apparaatskosten

1.559

0

1.619

0

1.663

0

Totaal product

66.303

63.719

66.989

62.442

68.255

63.897

Saldo

-2.585

-4.547

14

-4.358

Inkomen (bedragen * € 1.000)

raming 2027 lasten

raming 2028

baten

lasten

raming 2029

baten

lasten

baten

Personeelslasten

2.610

0

2.681

0

2.799

0

Inkomensvoorziening Buig

56.066

56.649

57.013

58.008

58.216

59.232

Onderzoekskosten BBZ

111

0

116

0

121

0

Tozo-regeling

200

200

150

150

0

0

Leefgeld Oekraïne

116

116

0

0

0

0

7.645

7.645

7.982

7.982

8.333

8.333

34

0

35

0

37

0

66.783

64.611

67.977

66.140

69.506

67.565

Bijz.bijstand/minimareg. overig Subtotaal Directe apparaatskosten

1.736

0

1.813

0

1.892

0

Totaal product

68.519

64.611

69.790

66.140

71.399

67.565

Saldo

-3.908

-3.650

-3.834

Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast.

Tozo-regeling Dit betreft aflossingen van de Tozo-leningen uit de coronaperiode. Alle ontvangen gelden worden volledig terugbetaald aan het Rijk (via de gemeenten). Voor Orionis dus budgettair neutraal. De aflosperiode loopt tot juli 2028. Leefgeld Oekraïners De situatie met betrekking tot leefgeld voor Oekraïners trekken we door naar 2026. De Europese Richtlijn Tijdelijke bescherming loopt 4 maart 2026 af maar wordt naar verwachting met een jaar verlengd. Dit betekent dat er per maart 2027 een andere werkwijze zal worden ingevoerd. We verwachten voor 2026 wel iets lagere kosten, omdat in de loop van de tijd inkomsten uit arbeid structureel zullen stijgen. De kosten van de verstrekkingen worden 1 op 1 vergoed door de gemeenten. Voor Orionis dus budgettair neutraal. Bijzondere bijstand en minimaregelingen De verruiming van de beleidsregels bijzondere bijstand en het minimabeleid in Vlissingen in 2025 leidt in 2026 tot een verdere benutting. Daardoor stijgen de programmakosten (de kosten van de verstrekkingen zelf) met € 125.000. De stijging van de programmakosten komt terug in de vergoeding van de gemeente Vlissingen. Verder wordt de algemene index van 2,7% voor 2026 en 4,4% voor de jaren erna op de verstrekkingen toegepast.

15

Programma Schuldhulpverlening De afgelopen jaren is de aandacht voor het onderwerp schuldhulpverlening gegroeid. Erkend wordt dat de problematiek groot is. Inwoners met problematische schulden zoeken in veel gevallen pas laat hulp. Met als gevolg dat de problematiek nog groter wordt of verborgen blijft. Terwijl een schuldenvrij bestaan een solide basis vormt om volwaardig mee te doen in de maatschappij. Het programma Schuldhulpverlening bevat alle interventies voor inwoners van Walcheren met financiële zorgen. Met als doel schuldenproblematiek zoveel mogelijk te voorkomen en dat mensen met schuldproblematiek zich als vanzelf tot de juiste instantie wenden. Hierbij moeten ze kunnen rekenen op een rechtvaardige, begripvolle en duurzame oplossing die hen weer perspectief biedt. Daarnaast moeten we onze ambitie in de context van de economische ontwikkelingen plaatsen. Ook constateren wij een toename van schulden onder jeugdige inwoners als gevolg van de coronaperiode; zij verdienen extra aandacht.

Wat willen we bereiken Product Schuldhulpverlening

Realisatie 2024

Begroot 2025-2

Begroot 2026

42 % 98 %

> 35% > 90%

> 35% > 90%

Maximaal 7 werkdagen tussen de melding en een gesprek met SHV-er

83 %

90%

90%

Percentage geslaagde schuldregelingen

84 %

80%

80%

---

< ..%

Wordt bepaald in 2025

Vroegsignalering: % bereikt % hulp aanvaard 5

Percentage recidive in schuldhulpverlening 6

Wat gaan we daarvoor doen De ontwikkelingen rond basisdienstverlening en toekomstige aanpak van schulden op Walcheren geven aanleiding om de vroegsignalering en de schuldhulpverlening in een breder kader te bespreken. Met gemeenten zijn we hierover momenteel in overleg, invoering is voorzien voor 2026. Inhoudelijke aanpassingen zullen in een volgende begrotingswijziging worden opgenomen. Hersteloperatie gedupeerden toeslagenaffaire (KOT) Ook in 2026 zullen we deze activiteit uitvoeren voor de gemeenten Middelburg en Veere. Naar verwachting zullen de werkzaamheden wel in omvang afnemen. Voor 2026 gaan we uit van een niveau van 2/3e van 2025, voor 2027 en verder ramen we vooralsnog geen inzet en geen uitgaven. De begroting van de toekenningen is afhankelijk van de individuele casussen en daarmee erg onzeker. De gemeenten vergoeden deze kosten aan Orionis, voor Orionis dus budgettair neutraal.

5 We beoordelen nog of we voor 2026 dit kunnen vervangen door een andere doelstelling die meer

informatie geeft over de effectiviteit van de hulp 6 Hiervoor is geen nulmeting beschikbaar, dus is het lastig om een norm te bepalen. Door deze toch als KPI op te nemen wordt in de loop van 2025 hier in ieder geval op gerapporteerd. In de loop van 2025 kan dan ook de norm voor 2026 worden bepaald.

16

Wat mag het kosten Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000)

realisatie 2024 lasten

baten

begroting 2025-2

begroting 2026

lasten

lasten

baten

Personeelslasten

1.291

1.509

Overige kosten

10

16

Bijdragen klanten/derden KOT-toekenningen Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product

(bedragen * € 1.000)

1.550 17

75

45

46

316

319

320

320

214

214

1.618

393

1.845

365

1.781

261

330

0

343

0

352

0

1.948

393

2.188

365

2.133

261

Saldo

Schuldhulpverlening

baten

-1.555

raming 2027 lasten

-1.823

raming 2028

baten

lasten

-1.872

raming 2029

baten

lasten

baten

Personeelslasten

1.618

1.689

1.764

Overige kosten

17

18

19

Bijdragen klanten/derden KOT-toekenningen Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product Saldo

49

51

53

0

0

0

0

0

0

1.636

49

1.708

51

1.783

53

368

0

384

0

401

0

2.003

49

2.091

51

2.183

53

-1.955

-2.041

-2.130

Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast.

17

Programma Overhead Wat willen we bereiken Een resultaat- en klantgerichte uitvoering van de hiervoor genoemde programma’s, binnen de kaders en budgetten die vastgesteld zijn en met oog voor aankomende wettelijke en wetenschappelijke ontwikkelingen.

Wat gaan we daarvoor doen Wij gaan onze faciliterende en ondersteunende werkzaamheden verbeteren en onze basis op orde/actueel houden. Dit doen we met focus op onze (externe én interne) klantdienstverlening. Ook in 2026 wordt Orionis geconfronteerd met veel wijzigingen die een beroep doen op de ondersteunende afdelingen. Denk bijvoorbeeld aan de implementatie Participatiewet in balans, de Wet van school naar duurzaam werk en diverse wetten en regelgeving rondom digitale overheid. Verder zal ook de implementatie van het transitieplan ‘Werkontwikkelbedrijf Walcheren’ en de voorbereiding op een regionaal werkcentrum de nodige ondersteuning vragen. Orionis Walcheren is zich aan het ontwikkelen naar een informatie gestuurde organisatie op basis van een I-Visie waar we data-gedreven werken en innovaties omarmen. Daarbij hoort een concrete planning voor de komende 2-3 jaar, waarin we de Informatie- en Digitaliseringsprojecten, beleidsherzieningen en programma’s weergeven. Een belangrijke randvoorwaarde om onze projecten en programma’s te laten slagen, is het op orde zijn van onze processen en data. Ook onze digitale vaardigheden en onze vaardigheden om projectmatig samen te kunnen werken (het vernieuwde Portfoliomanagement) moeten verder worden ontwikkeld.

Ook willen we veilig kennismaken met het integreren van AI en Generatieve AI in onze dienstverlening, waarbij we zorgvuldig willen blijven omgaan met onze informatie. Een ander speerpunt is het doorvoeren van (verplichte) duurzaamheid- en energiemaatregelen. We gaan verder met het gespecificeerd gescheiden afval inzamelen. Ook moeten we op aangeven van de RUD Zeeland verdergaande verduurzamingsmaatregelen treffen. Hier maken we een meerjarenplan voor, wat past binnen de financiële mogelijkheden. Dit komt terug in de volgende begrotingswijziging. Begin 2025 is een plan opgesteld om het ziekteverzuim terug te dringen: een verzuimaanpak met een brede blik op gezondheid. Dit plan richt zich op: • Voorlichting voor medewerkers en leidinggevenden • Training voor leidinggevenden • Inzet van een (vitaliteits)coach • Benutten van re-integratiemogelijkheden • Actuele en betrouwbare data Ook in 2026 vraagt dit plan onverminderd onze aandacht. De arbeidsmarkt is al jaren overspannen, zeker in Zeeland. We vergrijzen, ontgroenen hard en raken (specialistische) kennis kwijt aan de Randstad. De mismatch tussen vraag en aanbod van vacatures groeit op meerdere fronten. Werving van nieuwe medewerkers en boeien en binden van onze bestaande medewerkers is onmisbaar om onze taken naar behoren uit te voeren.

Verder is onze inzet om voor diverse (backoffice) activiteiten meer intensief samen te werken met de Walcherse gemeenten. Dit om efficiënter en effectiever te werken. Dit moet de komende periode vorm gaan krijgen.

18

Wat mag het kosten

Overhead (bedragen * € 1.000)

realisatie 2024 lasten

baten

begroting 2025-2

begroting 2026

lasten

lasten

baten

Personeelskosten

10.662

0

11.595

Overig

7.240

1.832

6.675

Subtotaal

17.902

1.832

Directe apparaatskst.

-4.189

0

Totaal product

13.713

1.832

Saldo 0

Saldo na reservering

Overhead (bedragen * € 1.000)

11.720

0

1.429

6.699

1.424

18.271

1.429

18.419

1.424

-4.352

0

-4.470

0

13.919

1.429

13.949

1.424

-11.881

Reserveringen

-12.489

60

0

-11.821

60

raming 2028

baten

-12.526 0

-12.429

raming 2027 lasten

baten

lasten

60 -12.466

raming 2029

baten

lasten

Personeelskosten

12.162

Overig

6.993

1.397

7.301

1.459

7.622

1.523

Subtotaal

19.156

1.397

20.100

1.459

21.144

1.523

Directe apparaatskst.

-4.666

0

-4.872

0

-5.086

0

Totaal product

14.489

1.397

15.228

1.459

16.058

1.523

Saldo Reserveringen Saldo na reservering

12.799

baten

-13.092 0

13.522

-13.769

54

0

-13.038

0 -13.769

-14.535 0

0 -14.535

Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast.

19

Overzicht taakvelden conform BBV

Bedragen in € 1.000

2e begrotingswijziging 2025

Taak veld

lasten

baten

saldo

lasten

baten

saldo

13.701

-1.429

12.271

13.748

-1.424

12.325

218

0

218

201

0

201

0

-20.555

-20.555

0

-19.673

-19.673

0.9 Vennootschapsbelasting

0

0

0

0

0

0

0.10 Mutaties reserves Resultaat van de rekening van baten en 0.11 lasten

0

-703

-703

0

-1.011

-1.011

0

0

0

0

0

0

6.3 Inkomensregelingen

69.177

-62.807

6.370

70.388

-64.158

6.230

6.4 WsW en Beschut Werk

22.562

-21.693

869

22.102

-21.827

275

6.5 Arbeidsparticipatie

8.376

-6.847

1.529

8.356

-6.703

1.653

0

Bestuur en ondersteuning

0.4 Overhead 0.5 Treasury Algemene uitkeringen en overige 0.7 uitkeringen

6

begroting 2026

Sociaal Domein

0

20

0

Algemene Dekkingsmiddelen Wat mag het kosten Alg. dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)

realisatie 2024 lasten

baten

Exploitatiebijdr. gemeenten

begroting 2025-2

begroting 2026

lasten

lasten

baten

19.749

baten

20.423

20.423

vervallen incidenteel 2025

-425

vervallen inzet reserve 2025

562

index 2,7%

618

doorwerking struct 2025

142

overig

34

inzet alg reserve 2024

-870

Subtotaal

20.484

(Reductie) gemeentelijke bijdr.

7

132

132

verbetering BUIG verbetering Progr WOB (incl Wsw/BsW)

-348

Subtotaal

-811

-595

Totaal alg dekkingsmiddelen

Alg. dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)

0

19.756

raming 2027 lasten

20.555

raming 2028

baten

Exploitatiebijdr. gemeenten

0

lasten

0

19.673

raming 2029

baten

lasten

baten

20.484

22.109

23.038

vervallen incidenteel

-140

-42

0

vervallen inzet reserve

870

indexering

895

971

1.014

overig

0

0

0

22.109

23.038

24.052

(Reductie) gemeentelijke bijdr.

-811

-2.124

-2.940

verbetering BUIG verbetering Progr WOB (incl Wsw/BsW)

-499

-412

-21

Subtotaal

Subtotaal Totaal alg dekkingsmiddelen

0

-814

-404

-106

-2.124

-2.940

-3.067

19.985

21

0

20.098

0

20.985

Paragrafen Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemene reserve De algemene reserve wordt aangehouden als bufferfunctie voor de directe en indirecte kosten. De algemene reserve mag volgens de GR maximaal 5% van de jaarlijkse directe en indirecte kosten bedragen. De verwachte stand per ultimo 2025 is maximaal € 907.000. Wellicht wordt een deel hiervan in 2025 alsnog besteed. Gezien het feit dat de reserve sowieso relatief gezien beperkt van omvang is komen afwijkingen in de realisatie veelal snel tot uiting in aanpassing van de gemeentelijke bijdrage. Voorziening dubieuze debiteuren Ten behoeve van de vorderingen die niet inbaar zijn is een voorziening dubieuze debiteuren gevormd. Afboekingen van vorderingen worden ten laste van deze voorziening gebracht. Risicobeheersing Risico’s worden periodiek gemonitord, o.a. tijdens het opstellen van de jaarstukken en bij het opstellen van de begroting en van afdelingsplannen. Er vindt binnen Orionis geen centrale registratie van risico’s plaats. De top-10 van risico’s is in een risicoscan opgenomen. Dit betreft risico’s die Orionis loopt en die zich op korte termijn (binnen 4 jaar) voor zouden kunnen doen. Na beheersmaatregelen en eventuele aanvullende maatregelen resteert een restrisico waarvan de mogelijke financiële gevolgen zijn ingeschat in de kolom “exposure”, zie de tabel hierna. Risico

Inc

Beheersmaatregelen

Aanvullende

of

(vermijden,

maatregelen

Str

verminderen,

Exposure

overdragen, zelf dragen) 1

Bestandsontwikkeling

Met meer

Max € 2.770.000

bijstand op Walcheren

Inc

---

inspanning zou het

(5% afwijking)

ongunstiger dan

landelijk gemiddelde

landelijk gemiddelde

gehaald moeten worden.

2

Calamiteiten informatie- Inc

Technische en software- Bewustwording bij

€ 1.464.000 (6%

beveiliging: door o.a.

matige maatregelen.

personeelskosten:

hacking, phishing of

Aansluiting Informatie

meerdere weken

ongeautoriseerd

BeveiligingsDienst

volledige uitval)

personeel

gebruik van onze systemen 3

4

Achterblijvende netto-

Inc

Voldoende

Groei in minder

Max € 652.000

opbrengsten bij de

verschillende

conjunctuur- en

(10% afwijking)

begroting (productie en

werksoorten in stand

concurrentiege-

detachering)

houden

voelige werksoorten

Mismatch tussen ontwik- Str

---

---

Max € 307.000

keling Wsw/BsW-loon-

(2% afwijking op de

kosten en rijkssubsidie

loonkosten)

22

5

Frictiekosten Werk-

Inc

leerbedrijf wegens krimp 6

WW-risico: eigen

Inc

Begrotingspost opgeno- Meerjarenscenario’s

€ 100.000

men van € 183.000

flexcontracten

(inschatting)

---

---

Max € 200.000

risicodrager m.b.t. (na-

(inschatting)

wettelijke) WW 7

Niet voldoen aan AVG,

Inc

datalek

Aanstellen functionaris

Voorlichting

€ 100.000

Gegevensbescherming

personeel fysieke

(inschatting)

maatregelen 8

Wijzigingen in

Inc

---

---

Max € 697.000 (1%

(voorwaarden in)

van subsidie-

regelgeving

omvang bijstand/Wsw/Bsw)

9

Inzet van Wsw-werkplek- Str

---

---

€ 109.000

ken voor kritische

gemiddeld per jaar

functies 10

Agressie richting personeel

Inc

Bewustwording bij

Bewaking in

Max € 85.000 (1 fte

personeel, agressie-

frontoffice

ziekteverzuim)

protocol, veiligheidsmaatregelen, training

Risico’s en weerstandsvermogen De totale exposure van incidenteel bedraagt € 6.068.000, en structureel € 416.000. Het bedrag aan incidentele risico’s dient afgezet te worden tegen het eigen vermogen wat dient als buffer, het bedrag aan structurele risico’s dient afgezet te worden tegen de financiële ruimte in de begroting. Het weerstandsvermogen is bijna nihil eind 2026 (na inzet van € 870.000 vanuit de algemene reserve in 2026). De financiële ruimte in de begroting is eveneens nihil, er is geen post “onvoorzien” opgenomen. Conclusie dat zowel de structurele weerstandscapaciteit als de incidentele weerstandscapaciteit van Orionis niet toereikend is. Dit betekent dat, gezien het karakter van de gemeenschappelijke regeling, dit risico voor de deelnemende gemeenten komt. Zij zullen dit in hun risicoparagraaf moeten meenemen.

Kengetallen BBV 1a-Netto Schuldquote 1b-Idem gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2- Solvabiliteitsratio 3- Structurele exploitatieruimte

jaarrek 2024 2025-2 12,1% 14,1% 11,5% 13,4% 8,5% 5,8% 2,3% 0,7%

23

begr 2026 14,8% 14,1% 0,2% 0,4%

raming 2027 14,1% 13,4% 0,0% 0,3%

raming raming 2028 2029 13,1% 12,1% 12,4% 11,4% 0,0% 0,0% 0,3% 0,2%

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Orionis Walcheren heeft haar hoofdvestiging aan de Oostsouburgseweg in Vlissingen. Dit gebouw is in eigendom. Hier is de frontoffice en de backoffice gevestigd alsook het Werkontwikkelbedrijf waar diverse werksoorten zijn gehuisvest. Daarnaast zijn er diverse kleine nevenlocaties die gehuurd worden ten behoeve van de afdeling Groen. Alle installaties, kantoormeubilair en de meeste ICT-apparatuur zijn in eigendom van Orionis Walcheren. Deze zijn geactiveerd tegen de aanschaffingsprijs en worden lineair afgeschreven conform de resterende levensduur. De vervoermiddelen worden geleasd. Ten behoeve van het groot onderhoud van het gebouw Oostsouburgseweg is een meerjarige onderhoudsplanning opgesteld. Deze wordt in 2025 geactualiseerd. Voor het groot onderhoud is een voorziening gevormd. Paragraaf financiering Wettelijk kader De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) heeft als belangrijkste uitgangspunten het bevorderen van een solide financieringswijze met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het bevorderen van transparantie, het bevorderen van de kredietwaardigheid en het beheersen van renterisico's. Het beheersen van risico's uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de rente-risiconorm en het met een prudent karakter uitzetten van gelden en afsluiten van leningen.

Daarnaast zijn gemeenschappelijke regelingen verplicht tot het hebben van een treasurystatuut. Het statuut heeft o.a. als oogmerk de kwaliteit van de uitvoering van de treasuryfunctie te verhogen alsmede de transparantie van het besluitvormingsproces te verbeteren. Rentevisie De rentevisie is gebaseerd op de verwachting dat zowel de lange als de korte rente voorlopig redelijk stabiel zal blijven. Zolang de korte rente lager ligt dan de debetrente op de rekening courant worden negatieve saldi op de rekeningcourant aangevuld met kortlopende kasgeldleningen. Kasstromen De bevoorschotting vanuit de gemeenten voor programmalasten en exploitatie vindt halverwege de maand plaats. Om eventuele tijdelijke liquiditeitstekorten te overbruggen is een rekening-courant krediet afgesloten bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) tot een maximum van € 6,5 miljoen. Kasgeldlimiet Als wettelijke norm voor de kasgeldlimiet geldt 8,2% van het begrotingstotaal bij het begin van het jaar en is € 9,76 miljoen. De gemiddelde korte financiering wordt per drie maanden getoetst aan deze kasgeldlimiet. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat alle overtollige geldmiddelen boven een bepaalde drempel verplicht bij het Rijk moeten worden uitgezet. Dit wordt dagelijks getoetst. Het drempelbedrag is 2% van het begrotingstotaal, € 2,30 miljoen. Deze drempel wordt dagelijks getoetst.

Financiering van de investeringsuitgaven Ten behoeve van de huisvesting zijn langlopende leningen aangetrokken. De uitstaande positie ultimo jaar is € 12,39 miljoen. De looptijden zijn 20, 25 en 30 jaar. De rentepercentages liggen tussen 1,85% en 4,85%, deels lineair en deels annuïtair.

24

Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd vanaf één jaar). Het renterisico op de vaste schuld mag de zogenaamde renterisiconorm niet overschrijden. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal, € 21,22 miljoen. Uit de onderstaande gegevens blijkt dat het renterisico op de vaste schuld ruim onder deze grens ligt. • Renteherzieningen (A) € 0 • Nieuw uitgezette leningen (B) € 0 Vervroegde aflossing € 0 • Reguliere aflossingen (C) € 864.000 Renterisico op vaste schuld (A + laagste B, C) € 864.000 Toerekening van rente De totale rentelasten bedragen in deze begroting € 420.000 (bij ongewijzigd rentepercentage). Deze zijn als volgt toegerekend: Jaarbedrag Reden Toegerekend aan € 219.000 Betreft rente op leningen voor Programma Werk, nieuwbouw Werkontwikkelbedrijf onderdeel werkinfrastructuur € 201.000 Betreft rente op leningen voor Programma Bedrijfsvoering nieuwbouw kantoor (overhead) Aan eigen vermogen en voorzieningen wordt geen rente toegerekend. De gemiddelde rentevoet bedraagt 3,17%. Paragraaf verbonden partijen Orionis heeft geen verbonden partijen. Paragraaf bedrijfsvoering Informatievoorziening De planning&control cyclus voorziet in een periodiek dashboard met betrekking tot de belangrijkste financiële cijfers en de afgesproken doelstellingen.

Tweemaandelijks wordt dit dashboard verstrekt aan de Raden van de deelnemende gemeenten waarin de voortgang zichtbaar is en wordt toegelicht. Ook wordt gemonitord op de uitvoering van het Implementatieplan Werkontwikkelbedrijf. Hieruit kunnen eventueel begrotingswijzigingen voortkomen. Begrotingswijzigingen worden ter zienswijze voorgelegd aan de Raden. Externe informatieverstrekking vindt plaats via de website en het jaarverslag. Informatiebeveiliging Orionis Walcheren beschikt over informatiebeveiligingsbeleid en een informatiebeveiligingsplan. Beide zijn gebaseerd op de richtlijn Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Het vastgestelde interne controleplan Suwinet wordt jaarlijks uitgevoerd, ook worden jaarlijks externe audits gehouden m.b.t. DigiD en Suwinet. Dienstverlening Klantenparticipatie vindt plaats door de Sociale Cliëntenraad Walcheren. Met de cliëntenraad wordt periodiek overleg gevoerd. Voor klachtenafhandeling is een klachtencoördinator aangesteld. Orionis heeft een eigen bezwarencommissie ten behoeve van de Participatiewet, die conform de vastgestelde verordening opereert. Orionis is aangesloten bij de nationale Ombudsman.

25

Paragraaf Wet open overheid Orionis Walcheren ligt op koers met het implementeren van de Woo. Orionis Walcheren heeft als publicatie kanaal de eigen website aangepast en daar informatie geplaatst. We zorgen hierbij dat informatie en het indienen van een Woo verzoek goed vindbaar is. Ook zijn we gestart met het actief openbaar maken van notulen van de vergaderingen van het algemeen bestuur. Orionis Walcheren neemt deel aan lokaal en landelijk overleg om kennis en ervaring uit te wisselen.

26

27

BALANS BALANSPOSITIE Immateriële vaste activa

eind 2024 eind 2025 eind 2026 eind 2027 eind 2028 eind 2029 0

0

0

0

0

0

Materiële vaste activa Stand begin jaar Investeringen economisch nut

17.059.000 16.220.482 15.527.577 14.814.672 14.081.768 13.328.863 293.456

579.998

595.658

621.867

638.658

655.901

Afschrijvingen

-1.131.974 -1.272.903 -1.308.563 -1.354.772 -1.391.562 -1.428.806

Stand ultimo jaar

16.220.482 15.527.577 14.814.672 14.081.768 13.328.863 12.555.958

Financiële vaste activa Totaal Vaste Activa

674.000

774.000

841.000

874.000

874.000

874.000

16.894.482 16.301.577 15.655.672 14.955.768 14.202.863 13.429.958

Voorraden

171.000

171.000

171.000

171.000

171.000

171.000

Debiteuren

6.099.000

6.037.950

5.977.511

5.867.675

5.808.939

5.750.789

Liquide middelen

860.518

98.088

-374.839

181.548

262.595

346.914

Overlopende activa

1.059.000

1.059.000

1.059.000

1.059.000

1.059.000

1.059.000

Totaal Vlottende Activa

8.189.518

7.366.038

6.832.671

7.279.224

7.301.534

7.327.703

Totaal Activa

25.084.000 23.667.615 22.488.344 22.234.991 21.504.397 20.757.661

Reserves / Eigen vermogen

2.081.000

1.378.000

37.000

0

0

0

1.359.000

2.072.000

1.071.615

797.344

862.991

932.397

722.000

-387.385

-294.271

45.648

49.405

53.265

-9.000

-613.000

20.000

20.000

20.000

20.000

Stand ultimo jaar

2.072.000

1.071.615

797.344

862.991

932.397

1.005.661

Vaste schulden

14.163.000 13.250.000 12.386.000 11.604.000 10.804.000

9.984.000

Totaal Vaste Passiva

18.316.000 15.699.615 13.220.344 12.466.991 11.736.397 10.989.661

Voorzieningen Stand begin jaar dotaties onttrekkingen

Vlottende schulden

612.000

1.812.000

3.112.000

3.612.000

3.612.000

3.612.000

Overlopende passiva

6.156.000

6.156.000

6.156.000

6.156.000

6.156.000

6.156.000

Totaal Vlottende Passiva

6.768.000

7.968.000

9.268.000

9.768.000

9.768.000

9.768.000

Totaal Passiva

25.084.000 23.667.615 22.488.344 22.234.991 21.504.397 20.757.661

28

TOTAALOVERZICHT VAN LASTEN EN BATEN

Totaal (bedragen * € 1.000)

realisatie 2024 lasten

baten

begroting 2025-2

begroting 2026

lasten

lasten

baten

baten

Re-integratie

7.515

6.032

8.376

6.847

8.356

6.703

Werkontwikkelbedrijf

22.808

22.036

22.562

21.693

22.102

21.827

Inkomen

66.303

63.719

66.989

62.442

68.255

63.897

Schuldhulpverlening

1.948

393

2.188

365

2.133

261

Overhead

13.713

1.832

13.919

1.429

13.949

1.424

Heffing VPB

0

0

0

Onvoorzien

0

0

0

Alg.dekkingsmiddelen

0

19.756

0

20.555

0

19.673

112.287

113.768

114.034

113.331

114.795

113.784

Totaal Saldo Reserveringen

1.482 498

Saldo na reservering

Totaal (bedragen * € 1.000)

-703

485

0

703

1.469

0

1.011

0

raming 2027 lasten

-1.011

raming 2028

baten

lasten

0

raming 2029

baten

lasten

baten

Re-integratie

8.735

7.030

9.175

7.513

9.652

8.036

Werkontwikkelbedrijf

21.351

21.972

20.739

21.762

20.071

21.202

Inkomen

68.519

64.611

69.790

66.140

71.399

67.565

Schuldhulpverlening

2.003

49

2.091

51

2.183

53

Overhead

14.489

1.397

15.228

1.459

16.058

1.523

Heffing VPB

0

0

0

Onvoorzien

0

0

0

Alg.dekkingsmiddelen

0

19.985

0

20.098

0

20.985

115.097

115.043

117.023

117.022

119.363

119.364

0

54

0

0

0

0

Totaal Reserveringen Saldo na reservering

0

0

29

0

De mutaties ten opzichte van de vorige begrotingswijziging van 2025 zijn in onderstaande tabel opgenomen. Budgetmutaties die neutraal zijn (ook over de programma’s heen) worden hierin weggelaten. Bedragen * € 1.000 (+ = voordelig, - = nadelig)

2026

Programma Arbeidsmarkt Loonkosten ivm groei doelgroep

-224

N

Stijging re-integratiebudget

224

V

Indexeringen

-124

N

Resultaat Werkinfra

122

V

Saldo WSW en BsW

514

V

Doorbelastingen / indexeringen

-41

N

Loonkosten (doorgroei naar 2 fte heel jaar)

-42

N

Buig-saldo

348

V

Indexeringen

-116

N

-49

N

Vervallen eenmalig 25-2: 105; 10; 13; 17; 40; 240

425

V

Doorgroei uitbreiding 2 fte (2025 was half jaar)

-100

N

Indexeringen / diversen

-363

N

vervallen reserve-inzet 2025

-562

N

Inzet reserve 2026

870

V

882

V

Programma Werkontwikkelbedrijf

Programma Inkomen

Programma Schuldhulpverlening Indexeringen Programma Overhead

Algemene Dekkingsmiddelen

Totaal mutaties

Deze saldi zijn in de gemeentelijke vergoedingen verwerkt. Het saldo programma Werkontwikkelbedrijf en het BUIG-saldo zijn verwerkt in de extra vergoeding, de overige saldi in de reguliere exploitatievergoeding. De verwerking hiervan is als volgt: Bedragen * € 1.000 (+ = voordelig, - = nadelig)

2026

Exploitatiebijdrage gemeenten

61

V

(Reductie) gemeentelijke bijdrage

-943

N

Totaal verwerkt (in Algemene Dekkingsmiddelen)

-882

N

30

Programma Arbeidsmarkt Re-integratie (bedragen * € 1.000)

realisatie 2024 lasten

baten

begroting 2025-2

begroting 2026

lasten

lasten

baten

Personeelslasten

3.000

2.825

Doorbelast naar WOB

-342

-56

extra personele inzet

1.505

222

idem door groei doelgroep Doorbelast werkinfra

1.611

Loonkosten WiW/BsW

39

Plaatsingsvergoedingen

131

Overige instrumenten

739

Directe apparaatskosten Totaal product

527

1.485

315

539

1.611

1.611

322

331

0

6.079

6.683

6.032

7.512

6.847

7.468

6.703

831

0

864

0

887

0

7.515

6.032

8.376

6.847

8.356

6.703

-1.483

659 6.303

-1.529

-1.653

425

870

-1.058

raming 2027 lasten

-1.529

raming 2028

baten

lasten

-783

raming 2029

baten

lasten

3.029

3.162

3.301

Doorbelast naar WOB

-60

-63

-65

extra personele inzet

1.503

idem door groei doelgroep

418

1.521

436

1.540

692

897

1.129

1.611

1.611

1.611

Plaatsingsvergoedingen

346

361

377

Overige instrumenten

688

718

750

Doorbelast werkinfra

Bijdrage gemeenten Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product

Saldo

400

5.548

Saldo na reservering

Personeelslasten

1.612

241

Reserveringen

(bedragen * € 1.000)

-58

883

Saldo

Re-integratie

2.901

262

Bijdrage gemeenten Subtotaal

0

baten

6.612

7.077

baten

455

7.581

7.808

7.030

8.208

7.513

8.643

8.036

926

0

967

0

1.010

0

8.735

7.030

9.175

7.513

9.652

8.036

-1.705

31

-1.662

-1.616

Programma Werkontwikkelbedrijf Werkontwikkelbedrijf (bedragen * € 1.000)

realisatie 2024 lasten

baten

begroting 2025-2

begroting 2026

lasten

lasten

baten

Personeelslasten

4.030

4.355

4.472

Huisvesting

1.154

12

1.098

1.128

Productiemiddelen

756

97

734

Bedrijfsrestaurant

219

92

227

Overig

782

90

645

Netto omzet

5.671

baten

754 88

233

91

662 6.206

6.515

Wsw-doelgroep

15.971

15.493

15.506

14.739

14.735

14.512

Bsw-doelgroep Doorbel. Dienstverlening

235

581

545

659

625

709

-480

0

-438

0

-458

Doorbel. Wsw kantoor

-60

0

-62

0

-64

Doorbel. Inzet Werk

342

37

58

Doorbel. re-integratie

-1.611

-1.611

-1.611

Subtotaal

21.339

22.036

21.036

21.693

20.534

21.827

Directe apparaatskst.

1.469

0

1.526

0

1.567

0

Totaal product

22.808

22.036

22.562

21.693

22.102

21.827

Saldo Reserveringen Saldo na reservering

Werkontwikkelbedrijf (bedragen * € 1.000)

-772

-869

-275

0

81

81

-1.270

-788

-194

498

raming 2027 lasten

raming 2028

baten

lasten

raming 2029

baten

lasten

Personeelslasten

4.458

4.443

4.428

Huisvesting

1.128

1.128

1.128

Productiemiddelen

754

Bedrijfsrestaurant

243

Overig

662

Netto omzet

754 95

253

754 99

662 7.015

baten

263

103

662 7.015

7.015

Wsw-doelgroep

13.875

14.103

13.153

13.840

12.374

13.227

Bsw-doelgroep Doorbel. Dienstverlening

690

759

753

808

817

857

-478

-499

-521

Doorbel. Wsw kantoor

-66

-69

-72

Doorbel. Inzet Werk

60

63

65

Doorbel. re-integratie

-1.611

-1.611

-1.611

Subtotaal

19.715

21.972

19.030

21.762

18.288

21.202

Directe apparaatskst.

1.636

0

1.708

0

1.783

0

Totaal product

21.351

21.972

20.739

21.762

20.071

21.202

Saldo

621

1.023

32

1.130

Programma Inkomen Bijstandsverstrekking (bedragen * € 1.000)

realisatie 2024 lasten

baten

Personeelslasten

2.359

Inkomensvoorziening Buig

54.551

Rijksvergoeding Buig

begroting 2025-2

begroting 2026

lasten

lasten

baten

baten

2.529

0

2.640

1.263

54.637

1.000

55.406

54.681

0

53.374

Onderzoekskosten BBZ

33

Tozo-regeling

544

544

Energietoeslag

639

639

Leefgeld Oekraïne

780

Bijzondere bijstand Minimabeleid

1.036 54.454

104

0

107

300

300

400

400

780

760

760

684

684

3.519

76

4.517

144

4.732

148

2.292

138

2.492

31

2.591

32

Bijdr. gemeenten bb/min

0

5.597

0

6.834

Overig

27

32

0

32

0

7.144

Subtotaal

64.744

63.719

65.370

62.442

66.592

63.897

Directe apparaatskosten

1.559

0

1.619

0

1.663

0

Totaal product

66.303

63.719

66.989

62.442

68.255

63.897

Saldo

Bijstandsverstrekking (bedragen * € 1.000)

-2.585

raming 2027 lasten

raming 2028

baten

Personeelslasten

2.610

Inkomensvoorziening Buig

56.066

Rijksvergoeding Buig

-4.547

lasten

raming 2029

baten

lasten

2.681 1.075

57.013

55.574

-4.358

baten

2.799 1.114

58.216

56.894

58.094

Onderzoekskosten BBZ

111

Tozo-regeling

200

200

150

150

0

0

Leefgeld Oekraïne

116

116

0

0

0

0

Bijzondere bijstand

4.941

154

5.158

161

5.385

168

Minimabeleid

2.705

33

2.824

34

2.948

36

Bijdr. gemeenten bb/min Overig

116

1.138

7.458

121

7.786

8.129

34

0

35

0

37

0

Subtotaal

66.783

64.611

67.977

66.140

69.506

67.565

Directe apparaatskosten

1.736

0

1.813

0

1.892

0

Totaal product

68.519

64.611

69.790

66.140

71.399

67.565

Saldo

-3.908

33

-3.650

-3.834

Programma Schuldhulpverlening Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000) Personeelslasten Advieskosten

realisatie 2024 lasten

baten

begroting 2025-2

begroting 2026

lasten

lasten

baten

baten

1.291

1.509

1.550

10

16

17

Bijdragen klanten

14

18

19

Bijdragen derden

61

27

28

KOT-toekenningen Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product

316

319

320

320

214

214

1.618

393

1.845

365

1.781

261

330 1.948

Saldo

Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000) Personeelslasten Advieskosten

raming 2027 lasten

Directe apparaatskosten Totaal product Saldo

352

2.188

365

lasten

1.618

baten

-1.872

lasten

baten

1.764

18 20

19 20

29

261

raming 2029

1.689

17

2.133

-1.823

raming 2028

baten

Bijdragen derden Subtotaal

393 -1.555

Bijdragen klanten KOT-toekenningen

343

21

30

32

0

0

0

0

0

0

1.636

49

1.708

51

1.783

53

49

2.091

51

2.183

368 2.003

384

-1.955

34

401

-2.041

53 -2.130

Programma Overhead Overhead (bedragen * € 1.000)

realisatie 2024 lasten

baten

begroting 2025-2

begroting 2026

lasten

lasten

baten

baten

Personeelslasten

10.662

11.595

11.720

Huisvesting

2.832

2.164

2.115

ICT

3.498

3.553

3.649

Inventaris en vervoer

126

Overig

784

Onvoorzien

92 1.832

128

866

0

1.429

807

0

1.424

0

Subtotaal

17.902

1.832

18.271

1.429

18.419

1.424

Directe apparaatskst.

-4.189

0

-4.352

0

-4.470

0

Totaal product

13.713

1.832

13.919

1.429

13.949

1.424

Saldo

-11.881

-12.489

-12.526

60

60

60

-11.821

-12.429

-12.466

Reserveringen Saldo na reservering

Overhead (bedragen * € 1.000)

raming 2027 lasten

raming 2028

baten

lasten

raming 2029

baten

lasten

baten

Personeelslasten

12.162

12.799

13.522

Huisvesting

2.208

2.305

2.406

ICT

3.810

3.977

4.152

Inventaris en vervoer

133

139

145

Overig

843

Onvoorzien

1.397

880

0

1.459

0

919

1.523

0

Subtotaal

19.156

1.397

20.100

1.459

21.144

1.523

Directe apparaatskst.

-4.666

0

-4.872

0

-5.086

0

Totaal product

14.489

1.397

15.228

1.459

16.058

1.523

Saldo Reserveringen Saldo na reservering

-13.092

-13.769

-14.535

54

0

0

-13.038

-13.769

-14.535

35

Algemene Dekkingsmiddelen Alg. dekkingsmiddelen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15905255/1