25-119 Bijlage 1. Begroting 2026 (versie gemeenten)
Tekst van het document
Begroting 2026 [april 2025]
Vastgesteld DB 22 mei 2025 Vastgesteld AB …. 2025
Inhoudsopgave ALGEMEEN
3
PROGRAMMA’S Programma Arbeidsmarkt Programma Werkontwikkelbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Overhead Overzicht taakvelden Algemene Dekkingsmiddelen
6 9 12 16 18 20 21
PARAGRAFEN Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf financiering Paragraaf verbonden partijen Paragraaf bedrijfsvoering Paragraaf Wet open overheid
22 24 24 25 25 26
FINANCIËN Balans Overzicht van lasten en baten Toelichting op het overzicht van lasten en baten Programma Arbeidsmarkt Programma Werkontwikkelbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Overhead Algemene Dekkingsmiddelen Overzicht van geraamde incidentele baten en lasten EMU-saldo BIJLAGE 1: Kerncijfers 2: Financiële bijdragen van gemeenten 3: Lijst van afkortingen
28 29 31 32 33 34 35 36 37 37
38 39 42
2
Algemeen Begrotingsproces Hierbij ligt de begroting van 2026 voor. Deze begroting betreft een ‘beleidsarme’ voortzetting van de huidige begroting 2025. Deze is zeer recent geactualiseerd met de 2e begrotingswijziging 2025, waar deze begroting 2026 een vervolg op is. Uitgangspunten hierbij zijn de kadernota, de toekomstvisie van het Werkontwikkelbedrijf, de Participatiewet in Balans en de doorontwikkeling van samenwerking met gemeenten. De verdere ontwikkelingen die zich gedurende 2025 zullen voordoen worden eind van dit jaar verwerkt in een begrotingswijziging voor 2026, zodat het jaar met een actuele begroting kan starten. In financieel opzicht is 2026 voor gemeenten een belangrijk jaar, het zogenaamde ‘ravijnjaar’. Dit straalt uit naar de gemeenschappelijke regelingen. Daarom gaan we eerst in op de VZG-norm die gesteld is voor 2026 en de mogelijkheden die Orionis op financieel gebied voor de gemeente kan bieden. VZG-norm 2026 Jaarlijks stelt de VZG een advies op aan gemeenten, hoe om te gaan met lastenstijging van Zeeuwse gemeenschappelijke regelingen. Voor 2026 is een indexering geadviseerd van -/- 2,2%. Rekening houdend met de door het CPB voorspelde inflatie voor 2026 van 2,7% komt dit neer op een bezuiniging van ongeveer 5%. We willen de volgende kanttekeningen maken ten aanzien van dit VZG advies: 1.
2.
3.
De VZG beperkt zich tot uitvoeringskosten. De gemeentelijke bijdrage op het werkveld van Orionis Walcheren wordt echter beïnvloed door meerdere factoren, waarvan de uitkeringslasten de grootste uitgave is. Personeelskosten beslaan circa 75% van onze uitvoeringskosten. Het personeelsbestand is aangepast aan ons (wettelijke) takenpakket. Kosten voor huisvesting en ICT beslaan circa 20% van onze uitvoeringskosten en zijn niet of nauwelijks beïnvloedbaar. De overige kosten bedragen circa € 1 miljoen. Orionis Walcheren is de laatste jaren doorgelicht door externe partijen. Het is keer op keer gebleken dat er geen sprake is van bovenmatige kosten en/of inefficiënte bedrijfsvoering bij Orionis Walcheren. Wel is geconstateerd dat het financiële rendement van het Werkontwikkelbedrijf achter bleef bij het landelijk gemiddelde. Op basis hiervan hebben we een rendementsverbetering begroot voor de komende jaren.
Het DB van Orionis Walcheren ziet dan ook mogelijkheden om de VZG norm in 2026 niet te hanteren, waardoor grote consequenties voor inwoners en nadelige financiële impact op de langere termijn uitblijven. Juist door zoals anti cyclisch te investeren onder meer op re-integratie zijn korte termijn bezuinigingen niet noodzakelijk. We kiezen dan ook voor de volgende uitgangspunten ten aanzien van de begroting 2026: Orionis Walcheren blijft uiteraard streven naar lagere kosten en hogere inkomsten. Maar we kiezen voor de lange termijn en niet voor de korte termijn. De hoogte van de gemeentelijke bijdrage voor uitvoeringskosten wordt net als afgelopen jaren bepaald door het doortrekken van de huidige kostenstructuur, rekening houdend met de verwachte kostenstijgingen.
3
We zien 2 belangrijke sporen om de gemeentelijke financiële positie structureel te verbeteren: 1. Investeren in re-integratie om de uitkeringslasten te verlagen. Dit komt niet tot uiting in de gemeentelijke bijdrage voor uitvoeringskosten maar in lagere uitkeringslasten. En dus lagere gemeentelijke lasten. 2. Intensievere Walcherse samenwerking. We denken dat grote voordelen te behalen zijn door intensievere samenwerking tussen Orionis Walcheren en gemeenten. Denk hierbij aan: • Gezamenlijke backoffice diensten zoals bijvoorbeeld HR, financiële administratie, Handhaving en Sociale Recherche. • Samenwerking tussen Orionis Walcheren en WMO, wijkteams/buurtteams • Meer door de gemeenten opgelegde samenwerking binnen de I&A samenwerking, met name op het gebied van backoffice applicaties De VZG richtlijn biedt maatwerk als de personeelskosten meer dan 67% bedragen van de totale exploitatievergoeding van gemeenten bedragen. De VZG heeft de GR-en bij wie dit speelt geregistreerd. Door onbekende oorzaak is Orionis nooit als zodanig geregistreerd. Dit had tot gevolg dat bij grote CAO stijgingen voor Orionis een verkeerde VZG richtlijn werd opgesteld. Bij het opstellen van begrotingen heeft Orionis Walcheren tot nu toe wel altijd een beroep gedaan op de maatwerkregeling.
Het Algemeen Bestuur heeft de afgelopen jaren de begrotingen ook altijd conform het voorstel van Orionis Walcheren vastgesteld. Financieel In onderstaande tabel is zichtbaar gemaakt wat de verschillen zijn tussen begrotingsjaar 2026 en de huidige begroting 2025 (BW 25-2): Bedragen * € 1.000 (+ = voordelig, - = nadelig)
2026
Programma Arbeidsmarkt Loonkosten i.v.m. groei doelgroep
-224
N
Stijging re-integratiebudget
224
V
Indexeringen
-124
N
Resultaat Werkinfra
122
V
Saldo WSW en BsW
514
V
Doorbelastingen / indexeringen
-41
N
Loonkosten (doorgroei naar 2 fte heel jaar)
-42
N
Buig-saldo
348
V
Indexeringen
-116
N
-49
N
Programma Werkontwikkelbedrijf
Programma Inkomen
Programma Schuldhulpverlening Indexeringen Programma Overhead Vervallen eenmalig 25-2: 105; 10; 13; 17; 40; 240
425
V
Doorgroei uitbreiding 2 fte (2025 was half jaar)
-100
N
Indexeringen / diversen
-363
N
vervallen reserve-inzet 2025
-562
N
Inzet reserve 2026
870
V
882
V
Algemene Dekkingsmiddelen
Totaal mutaties
4
De gemeentelijke bijdragen (Algemene Dekkingsmiddelen) dalen met € 0,9 miljoen (na reserveringen). Dit ondanks het niet op voorhand toepassen van de VZG-norm. De belangrijkste voordelen daarin zijn: • Een verbetering van het resultaat Werkontwikkelbedrijf (incl Wsw/Bsw) met € 595.000 • Een verbetering van het Buig-saldo met € 348.000 • Vervallen van eenmalige lasten 2025 ad € 425.000 • Reservemutaties: vervallen van de inzet van algemene reserve in 2025 voor eenmalige kosten (€ 562.000) en inzet in 2026 voor de extra investering re-integratie (€ 870.000), per saldo € 308.000 Daar tegenover staat een stijging van de lasten als gevolg van 2,7% indexering, € 618.000. Risico’s en onzekerheden De afgelopen jaren hebben laten zien dat er grote onzekerheid is. De risico’s zijn divers, de bandbreedtes in financiële gevolgen die daarbij optreden kunnen erg groot zijn en incidenten volgen elkaar soms snel op. Onzekerheid is er ook ten aanzien van Rijksvergoedingen. De BUIG-vergoeding is daarin een belangrijke factor. Deze vormt ruim 50% van onze inkomsten, maar wordt twee keer per jaar door het Rijk herzien. De afgelopen jaren hebben laten zien dat ook daarin grote schommelingen kunnen optreden, tot wel € 2,5 miljoen per jaar. Vanuit de gewenste (en door de overheid verplicht gestelde) verduurzaming van onze gebouwen zijn extra (eenmalige) kosten te verwachten.
Dit komt door het voortijdig vervangen van nog werkende, niet-duurzame apparatuur. Een eerste plan leidt tot eenmalige uitgaven van circa € 700.000. Na overleg met het DB hebben we besloten dit plan nader tegen het licht te houden en investeringen zoveel mogelijk uit te stellen en gelijk op te laten lopen met de technische levensduur van de huidige gebruikte technologie en apparatuur. In een latere fase zullen we een aangepast plan voorleggen aan gemeenten, dit kan leiden tot financiële gevolgen in 2026.
Vlissingen, 22 mei 2025 Jeroen Louws voorzitter
Henk Guise algemeen directeur
5
Programma Arbeidsmarkt Het programma Arbeidsmarkt bevat alle re-integratie activiteiten voor bijstandsgerechtigden en gerelateerde groepen. Activerend re-integratiebeleid is onmisbaar voor iedere bijstandsgerechtigde. Iedere investering hierin heeft altijd een positieve opbrengst, financieel en/of maatschappelijk. De reintegratiebudgetten zijn echter beperkt. We kunnen hiermee niet iedereen activeren en ondersteunen. We streven ernaar om iedere klant te laten werken naar vermogen. Ultieme doel van re-integratie is een betaalde baan en geen afhankelijkheid meer van de bijstand. De huidige klantgroep is niet altijd in staat dit te bereiken. Het verkrijgen van een deeltijdbaan is voor veel klanten het maximaal haalbare. Ook een betaalde baan, waarbij de werkgever een loonkostensubsidie ontvangt, behoort tot de opties.
Wat willen we bereiken Product re-integratie
Realisatie 2024
Begroot 2025-2
Begroot 2026
Voortgang op de participatieladder (rapportage vanaf 2e halfjaar 2025)
---
80 %
80 %
Aantal plaatsingen op werk (ft + pt)
433
420
420
Wat gaan we daarvoor doen Extra investeringen op re-integratie In 2024 en 2025 is door de gemeenten extra geïnvesteerd in re-integratie. Voor 2025 geldt dat daardoor 200 klanten extra in traject genomen worden, waarvan een deel geplaatst zal worden op werk. In 2024 en begin 2025 is deze investering succesvol gebleken. Extra plaatsingen op werk worden gerealiseerd en leiden tot een verlaging van de uitkeringslast. Dit is een reden om de extra investering ook in de komende jaren door te zetten, en jaarlijks te evalueren. Een tweede reden is de noodzaak van kostenbesparing voor gemeenten in 2026 gezien de dalende inkomsten Gemeentefonds. Juist extra investeren in de inzet op re-integratie betekent op termijn een (grotere) kostenverlaging van de uitkeringslast. Deze klanten krijgen dezelfde intensieve begeleiding op re-integratie als andere klanten. Voor statushouders wordt hierbij nadrukkelijk de samenwerking opgezocht met Buurtteams, Vizita en Welzijn Veere. De extra investering zorgt ervoor dat we meer klanten in re-integratie kunnen ontwikkelen en begeleiden naar werk. Bij een plaatsingsresultaat van 20% wegen de kosten op tegen de baten. We streven naar een plaatsingsresultaat van 40% binnen 18 maanden. Voor 2026 kan de extra investering van € 870.000 eenmalig gedekt worden vanuit de reserves.
Ook in 2026 zullen er nog extra middelen beschikbaar gesteld voor statushouders vanuit de compensatiemiddelen Vlissingen. De te verwachten extra aantallen klanten en resultaten kunnen we eind 2025 bepalen en nemen we dan in een begrotingswijziging mee. Landelijke ontwikkelingen laten een stijgende trend zien in het klantenaantal. Voor de periode 2026-2029 stijgt dit met ruim 8%. Bij ongewijzigd beleid betekent dit voor Orionis een stijging met 225 klanten van 2739 naar 2964. Door extra te investeren in re-integratie wordt deze stijging sterk beperkt. Als referentiejaar kunnen we 2025 nemen: hierin wordt ook extra geïnvesteerd in reintegratie. Door de grotere uitstroom naar werk daalt het klantenbestand met 42 klanten ten opzichte van de landelijke ontwikkeling. Continueren van deze investering betekent dat we ook deze klantontwikkeling (globaal) doortrekken. Zie de onderstaande tabel: lagere klantaantallen
2025
2026
2027
2028
2029
42
80
120
150
170
6
Deze aantallen zijn cumulatief. Bij een kleiner wordend klantenbestand moet er relatief steeds meer inspanning gepleegd worden om de klant te laten uitstromen naar werk. Daarom daalt het aantal klanten minder snel. Het blijft dan ook nodig om jaarlijks te evalueren of het financieel en maatschappelijk lonend is om het investeringsbedrag ad. € 870.000 te continueren of eventueel aan te passen. Hierbij spelen de volgende aspecten een rol: 1. De organisatie: Kunnen we nieuw personeel werven? Kunnen we dit personeel inwerken en opleiden? 2. De klant: Door succesvol mensen naar werk te begeleiden, komen we geleidelijk aan een steeds moeilijker te bemiddelen klantgroep. Welke ondersteuning en aanpak is voor deze klantgroep nodig? 3. De samenwerking: Re-integratie van de moeilijker te bemiddelen klantgroep kan alleen door een betere samenwerking met gemeentelijke en andere partners in het sociaal domein, zoals welzijnsorganisaties en jeugdzorg. Hoe succesvol zijn deze noodzakelijke samenwerkingen? Rendement extra investering De kosten van deze investering (€ 870.000 per jaar bestaan uit personele inzet en kosten van instrumenten. De baten komen terug in het BUIG-saldo in de vorm van lagere uitkeringslasten, het BUIG-saldo is opgenomen onder het Programma Inkomen. 2026
2027
2028
2029
2030
Investering
-870.000
-870.000
-870.000
-870.000
-870.000
besparing BUIG-lasten
183.000
732.000
1.418.000
1.967.000
2.288.000
Rendement
-687.000
-138.000
548.000
1.097.000
1.418.000
Voor deze investering geldt: de kosten gaan voor de baat uit. Er wordt geïnvesteerd in 200 extra klanten in caseload, waarna de uitstroom in een periode van 6 tot 18 maanden zal plaatsvinden. Dus pas na 18 maanden zit de besparing op de volle uitkeringslast.1 Hervorming arbeidsmarktinfrastructuur In 2024 heeft het kabinet een hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur aangekondigd. Het doel van deze hervorming is dat de arbeidsmarktdienstverlening voor werkenden, nietwerkenden en werkgevers wordt verbeterd. Dit houdt onder andere in dat er een betere samenwerking moet komen tussen partijen binnen de arbeidsmarktregio, zoals gemeenten, UWV, onderwijs, vakbonden en werkgevers. Deze samenwerking komt tot uiting in een Regionaal Werkcentrum. De wetswijziging gaat er vanuit dat iedere arbeidsmarktregio in Nederland in 2025 een Regionaal Werkcentrum opzet, digitaal en fysiek. We zien dit centrum als een netwerkorganisatie waar dienstverlening vanuit verschillende partijen samenkomt, en wat zo dicht mogelijk bij onze inwoners is georganiseerd.
1 NB: de doorwerking van de extra investering vanuit 2024 en 2025 is niet in deze tabel opgenomen.
Deze opbrengsten zijn immers al in de meerjarenraming begroot. De tabel is dus opgesteld met als startjaar 2026.
7
Wat mag het kosten Re-integratie (bedragen * € 1.000)
realisatie 2024 lasten
baten
begroting 2026 lasten
baten
3.000
Doorbelast naar WOB
-342
extra personele inzet
1.505
222
1.612
527
1.485
400
0
0
315
0
539
0
1.611
0
1.611
0
1.611
0
Doorbelast werkinfra
2.825
0
baten
Personeelslasten
idem door groei doelgroep
0
begroting 2025-2 lasten
-56
2.901
0
-58
loonkosten WiW/BsW
39
0
0
0
0
0
overige re-integratie
870
262
1.205
241
990
0
Bijdrage gemeenten Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product
0
5.548
0
6.079
0
6.303
6.683
6.032
7.512
6.847
7.468
6.703
831
0
864
0
887
0
7.515
6.032
8.376
6.847
8.356
6.703
Saldo
-1.483
-1.529
-1.653
425
0
870
-1.058
-1.529
-783
Reserveringen Saldo na reservering
Re-integratie (bedragen * € 1.000) Personeelslasten
raming 2027 lasten
raming 2028
baten
3.029
lasten 0
raming 2029
baten
3.162
lasten 0
baten
3.301
0
Doorbelast naar WOB
-60
0
-63
0
-65
0
extra personele inzet
1.503
418
1.521
436
1.540
455
idem door groei doelgroep
692
897
1.129
Doorbelast werkinfra
1.611
1.611
1.611
overige re-integratie
1.034
1.079
1.127
Bijdrage gemeenten
0
6.612
0
7.077
0
7.581
7.808
7.030
8.208
7.513
8.643
8.036
Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product Saldo
926
0
967
0
1.010
0
8.735
7.030
9.175
7.513
9.652
8.036
-1.705
-1.662
-1.616
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast.
8
Programma Werkontwikkelbedrijf Wij zorgen voor passend beschut en beschermd rendabel werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt binnen het Werkontwikkelbedrijf en bij externe opdrachtgevers. Door werk te bieden zorgen we ervoor dat deze groep maatschappelijk participeert. Het Werkontwikkelbedrijf ziet het ontwikkelen van haar SW- en BsW-medewerkers en bijstandsgerechtigden als één van haar hoofdtaken. Dat betekent dat we niet alleen steeds in gesprek zijn met onze medewerkers over ontwikkeling, maar hier ook invulling aan geven door het zoeken naar passend werk. Wij richten ons niet op één werksoort, maar op een ruim palet aan werksoorten zodat de SW- en BsW-medewerkers intern zich kunnen ontwikkelen. Daarbij kan dit ook extern zijn in de vorm van Begeleid Werken of een detachering. Bijstandsgerechtigden stromen in op een passend werkleertraject binnen het Werkontwikkelbedrijf en kunnen daarna via de route trajectbegeleiding en matching worden uitgeplaatst op de arbeidsmarkt. Het Werkontwikkelbedrijf kan meerdere doelgroepen gaan bedienen, zoals arbeidsmatige dagbesteding of bijstandsgerechtigden in een tijdelijke baan. Een belangrijk financieel doel is rendementsverbetering. We werken toe naar een financieel gezond Werkontwikkelbedrijf. Het omslagpunt is het jaar 2021. De eerste stap is om gelijk te komen met de landelijke benchmark, uiterlijk eind 2026.
En daarna een verdere verbetering, totdat Orionis zwarte cijfers schrijft op het onderdeel Werkontwikkelbedrijf.
Wat willen we bereiken Product Werkontwikkelbedrijf (WOB)
Realisatie 2024
Begroot 2025-2
Begroot 2026
---
oktober
Volgen uit transitieplan
Rendementsverbetering t.o.v. voorgaand jaar (excl. Wsw-saldo) Netto omzet kosten overhead
€ 0,77 mln voordeel: € 0,74 V € 0,07 V € 0,04 N
€ 0,50 mln voordeel: € 0,53 V € 0,24 N € 0,21 V
€ 0,07 mln voordeel: € 0,30 V € 0,19 N € 0,04 N
Autonome ontwikkeling
Realisatie 2024
Begroot 2025-2
Begroot 2026
Ontwikkeling Wsw- en Bsw-saldo t.o.v. voorgaand jaar
€ 0,09 mln voordeel
€ 0,02 mln nadeel
€ 0,52 mln voordeel
Oplevering transitieplan Werkontwikkelbedrijf
Het transitieplan Werkontwikkelbedrijf wordt samen met de gemeenten opgesteld. Het opleveren van dit plan is als KPI opgenomen. Vanuit dit plan kunnen voor de komende jaren specifieke doelstellingen worden vastgesteld. Wat gaan we daarvoor doen We verwachten dat begin 2026 het transitieplan ‘Werkontwikkelbedrijf Walcheren’ is vastgesteld. Dit is een plan wat elke gemeente c.q. regio verplicht moet vaststellen om een sociale infrastructuur te garanderen voor kwetsbare inwoners. Deze infrastructuur bestaat uit: 1. Een vangnetfunctie voor mensen die niet (direct) bij reguliere werkgevers kunnen werken 2. Een springplankfunctie als opstap voor mensen naar een reguliere baan. Dit plan beschrijft dus de transitie van het huidige Werkontwikkelbedrijf naar een toekomstbestendig Werkontwikkelbedrijf. Het plan wordt opgesteld in overleg tussen gemeenten en Orionis Walcheren. Onderwerpen die aan bod komen zijn: • Wat worden de toekomstige taken van het Werkontwikkelbedrijf
9
Hoe dragen deze taken bij aan de doelen van de Participatiewet en het bevorderen van duurzame (leer)banen bij reguliere werkgevers, • Hoe wordt de betaalbaarheid voor gemeenten geborgd Het Rijk stelt hiervoor ook een transitiebudget beschikbaar. Voor Walcheren bedraagt dit budget € 2,1 miljoen. In 2026 zullen we uitvoering geven aan dit transitieplan. De beleidsmatige details en financiële gevolgen worden verwerkt in een begrotingswijziging 2026. •
In het basisjaar 2019 bedroeg het verlies van het Werkontwikkelbedrijf € 3,1 miljoen. In de primaire begroting 2026 verwerken we een rendementsverbetering van € 594.000. Deze positieve ontwikkeling ten opzichte van de 2e begrotingswijziging 2025 is te danken aan een hoger operationeel resultaat en een hoger subsidieresultaat. Hiermee begroten we voor 2026 een resultaat van € 0,2 miljoen verlies, waarmee bijna het gehele verlies sinds 2019 is weggewerkt. Wat mag het kosten Werkontwikkelbedrijf
realisatie 2024
begroting 2025-2
begroting 2026
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
lasten
baten
baten
baten
Werkinfrastructuur
6.941
5.962
7.059
6.294
7.249
6.606
Wsw-doelgroep
15.971
15.493
15.506
14.739
14.735
14.512
Bsw-doelgroep
235
581
545
659
625
709
Doorb. Bedrijfsvoering
-540
0
-500
0
-521
0
Doorbel. Inzet Werk
342
37
58
0
Doorbel. re-integratie
-1.611
-1.611
-1.611
0
Subtotaal
21.339
22.036
21.036
21.693
20.534
21.827
Directe apparaatskst.
1.469
0
1.526
0
1.567
0
Totaal product
22.808
22.036
22.562
21.693
22.102
21.827
Saldo Reserveringen
-772 498
Saldo na reservering
Werkontwikkelbedrijf (bedragen * € 1.000)
-869
0
0
-1.270
raming 2027 lasten
0
-788
raming 2028
baten
-275
81
lasten
81 -194
raming 2029
baten
lasten
baten
Werkinfrastructuur
7.245
7.110
7.240
7.114
7.235
7.118
Wsw-doelgroep Bsw-doelgroep Doorb. Bedrijfsvoering
13.875 690 -544
14.103 759
13.153 753 -568
13.840 808
12.374 817 -593
13.227 857
Doorbel. Inzet Werk
60
63
65
Doorbel. re-integratie
-1.611
-1.611
-1.611
Subtotaal
19.715
21.972
19.030
21.762
18.288
21.202
Directe apparaatskst.
1.636
0
1.708
0
1.783
0
Totaal product
21.351
21.972
20.739
21.762
20.071
21.202
Saldo
621
10
1.023
1.130
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast.
Het is de tabel opgenomen saldo is het zuivere resultaat van het WOB. Om dit te vergelijken met de bracht wordt de afgesproken normcorrectie voor huisvestingslasten (‘normalisatie’) hierop gecorrigeerd. een bedrag van € 354.000. Het genormaliseerde resultaat WOB komt daarmee uit op € 160.000 voordelig in 2026. Werkinfrastuctuur Voor het meerjarenperspectief van het onderdeel Werkinfrastructuur is de bestaande meerjarenraming (uit begrotingswijziging 2025-1) gehandhaafd. Dit in afwachting van de uitwerking van het transitieplan. De begrote mutaties van 2027 en 2028 ten opzichte van 2026 zijn dus ongewijzigd ten opzichte van de vorige meerjarenraming. Wsw-doelgroep De lasten voor Wsw zijn berekend op basis van de meest recente blijfkansen (septembercirculaire 2024) en recente loonkosten (maart 2025). Daarbij is rekening gehouden met afschaffing van de compensatievergoeding van de transitievergoeding die het kabinet doorvoert per juli 2026. In de Rijksvergoeding Wsw is nog geen rekening gehouden met de extra geldstroom in het kader van de transformatie Werkontwikkelbedrijf. In de meicirculaire 2025 komt hier meer duidelijkheid over. De besteding hiervan volgt uit de planvorming die in het 2e halfjaar 2025 wordt afgerond. Vooralsnog is dit dus budgettair neutraal. Deze geldstroom loopt via de grootste gemeente (qua inwoneraantal) binnen de GR, Middelburg.
BsW-doelgroep Bij beschut Werk is gerekend met een realisatie die licht boven de taakstelling ligt, oplopend tot 5 fte in 2029.
11
Programma Inkomen Het programma inkomen bevat de inkomensvoorziening voor bijstandsgerechtigden en de verstrekking van bijzondere bijstand en minimaregelingen. Deelnemen aan de maatschappij door werk staat centraal, maar een toereikend leefbudget is een voorwaarde en daarom is een inkomen in de vorm van een uitkering soms (tijdelijk) nodig. Deze uitkeringsverstrekking moet rechtvaardig en rechtmatig: vanuit vertrouwen en maatwerk, maar tegelijkertijd het juiste gebruik van (armoede)regelingen actief stimuleren. De financiële problematiek van de inwoner kan niet los gezien worden van problematiek op andere leefgebieden. Een natuurlijke en soepel lopende samenwerking met de gemeentelijke toegangen voor het sociaal domein en aanpalende organisaties is daarvoor nodig.
Wat willen we bereiken Product Inkomen
Realisatie 2024
Begroot 2025-2
Begroot 2026
2762
2739
2751
Saldo uitkeringslasten en Rijksvergoedingen
€ 1,33 mln overschot
€ 0,26 mln tekort
€ 0,08 mln overschot
Van aanvraag tot afhandeling: aanvragen zijn binnen x weken afgehandeld en betaalbaar gesteld 2
83 % binnen 90 % binnen 90 % binnen 4 weken 4 weken 4 weken
Het klantenbestand Participatiewet per ultimo jaar
Wat gaan we daarvoor doen Klantenbestand Voor 2026 is de doelstelling van het klantenbestand bepaald op 2751. De eindstand van 2025 (2739) stijgt naar 2791 als gevolg van de landelijke trend en wordt gecorrigeerd met 40 vanwege de extra investering in re-integratie (zie programma Arbeidsmarkt). BUIG-saldo De kosten van deze investering (€ 870.000 per jaar) komen terug in programma Arbeidsmarkt en bestaan uit personele inzet en kosten van instrumenten. De baten komen terug in het BUIG-saldo in de vorm van lagere uitkeringslasten. Investering
2026
2027
2028
2029
2030
-870.000
-870.000
-870.000
-870.000
-870.000
besparing BUIG-lasten
183.000
732.000
1.418.000
1.967.000
2.288.000
Rendement
-687.000
-138.000
548.000
1.097.000
1.418.000
Voor deze investering geldt: de kosten gaan voor de baat uit. Er wordt geïnvesteerd in 200 extra klanten in caseload, waarna de uitstroom in een periode van 6 tot 18 maanden zal plaatsvinden. Dus pas na 18 maanden zit de besparing op de volle uitkeringslast.3 In de tabel hierboven is toegelicht wat het financiële rendement is van de extra investering. Voorzichtigheidshalve is dit niet volledig doorvertaald naar de begroting. We hebben gezien dat 2 Een aanvraag moet goed afgewikkeld worden, snelheid is geen doel op zich. En doorlooptijd is niet
altijd door ons beïnvloedbaar. Snelle duidelijkheid voor de klant is wel gewenst. Daarom wordt deze binnenkort vervangen door: bij 90% actie opgepakt binnen x werkdagen na melding. 3 NB: de doorwerking van de extra investering vanuit 2024 en 2025 is niet in deze tabel opgenomen.
Deze opbrengsten zijn immers al in de meerjarenraming begroot. De tabel is dus opgesteld met als startjaar 2026.
12
naast onze eigen prestaties we hier in sterke mate afhankelijk zijn van het Rijk. Welke landelijk BUIG-budget stellen ze beschikbaar en wat is de uitkomst van het verdeelmodel voor de Walcherse gemeenten? Het beschikbare landelijke budget is onder andere afhankelijke van de landelijke trend in het bijstandsvolume. Als landelijk ook een betere uitstroom naar werk wordt gerealiseerd wordt het voor Orionis lastiger om beter dan landelijk te presteren. En 2025 heeft laten zien dat de verdeling van het landelijke budget naar de gemeenten grote verschillen kan laten zien: in Vlissingen muteerde het budget met - 7% ten opzichte van het landelijk gemiddelde. In de meerjarenraming van de begroting 2026 willen we de besparing om die redenen aftoppen vanwege mogelijke invloeden vanuit het Rijk. Per saldo betekent dit nog steeds een positief financieel rendement op de extra investering, maar van een lager niveau. Concreet: met ingang van 2028 wordt de besparing op de BUIG-lasten niet groter gesteld dan € 1.250.000 per jaar.4 Externe baten uit extra investering Naast de directe daling van de uitkeringslasten levert de extra investering ook nog andere baten op. Die komen terecht bij andere domeinen dan het domein Werk en Inkomen van Orionis. In een onderzoek van Berenschot (Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse) zijn deze baten gekwantificeerd.
Iedere persoon die aan het werk gaat levert een besparing op van € 2.140 per persoon. Daarvan valt € 1.066 bij gemeenten, voornamelijk in de domeinen WMO en maatschappelijk werk. Andere baten vallen bijv. bij zorgverzekeraars en woningcorporaties. Participatiewet in balans De invoering van de P-wet in balans is doorgeschoven naar 2026. Daarin staan 21 speerpunten genoemd voor de korte termijn. Een algehele herziening van de P-wet vergt veel doorlooptijd. Om de eerste verbeteringen snel merkbaar te maken, werkt het ministerie aan aanpassingen in Spoor 1. Dit spoor bevat wetswijzigingen in 3 fases om de eerste knelpunten in de wet te verhelpen. De 21 speerpunten staan in de figuur hieronder benoemd.
4 In plaats van de bedragen € 1.418.000 (2028); € 1.967.000 (2029) en € 2.288.000 (2030)
13
Personele bezetting Om in de nabije toekomst zeker te stellen dat met de huidige bezetting de inwoners die financiële steun behoeven optimaal worden ondersteund, wordt in 2025 substantieel aandacht gegeven aan het verbeteren van de processen en het verhogen van het kennisniveau en deskundigheidsniveau van de huidige medewerkers. Hiermee doorbreken wij de toenemende complexiteitsspiraal. De vernieuwingen in de Participatiewet (PW in Balans) zijn met name gericht op maatwerk. Dit vraagt van zowel de wetgever en beleidsmaker als van de organisatie en de medewerkers zelf een andere, op deskundigheid gestoelde kijk op de situatie van de klant. Met name van medewerkers wordt meer lef, beter luisteren, goed analyseren en vooral uitstekend verantwoorden en rapporteren verwacht. Van de organisatie wordt een minder complexe procesgang gevraagd en van leidinggevenden vertrouwen, goed faciliteren en een hoge mate van inspiratie. Juist maatwerk (en het voorkomen van willekeur) vraagt tijd investeren in casusbesprekingen en bijvoorbeeld intervisie) Om de inspanning die deze procesverbetering en training/coaching vraagt niet ten koste van de huidige klanten te laten gaan is tijdelijk 2 fte extra capaciteit noodzakelijk. Deze uitbreiding is in 2025 goedgekeurd en loopt door tot in 2027. Wat mag het kosten
Inkomen (bedragen * € 1.000)
realisatie 2024 lasten
baten
begroting 2025-2
begroting 2026
lasten
lasten
baten
baten
Personeelslasten
2.359
0
2.529
0
2.640
0
Inkomensvoorziening Buig
54.551
55.944
54.637
54.373
55.406
55.490
Onderzoekskosten BBZ
33
0
104
0
107
0
Tozo-regeling
544
544
300
300
400
400
Energietoeslag
639
639
0
0
0
0
Leefgeld Oekraïne
780
780
760
760
684
684
5.811
5.811
7.009
7.009
7.323
7.323
Bijz.bijstand/minimareg. overig
27
0
32
0
32
0
Subtotaal
64.744
63.719
65.370
62.442
66.592
63.897
Directe apparaatskosten
1.559
0
1.619
0
1.663
0
Totaal product
66.303
63.719
66.989
62.442
68.255
63.897
Saldo
-2.585
-4.547
14
-4.358
Inkomen (bedragen * € 1.000)
raming 2027 lasten
raming 2028
baten
lasten
raming 2029
baten
lasten
baten
Personeelslasten
2.610
0
2.681
0
2.799
0
Inkomensvoorziening Buig
56.066
56.649
57.013
58.008
58.216
59.232
Onderzoekskosten BBZ
111
0
116
0
121
0
Tozo-regeling
200
200
150
150
0
0
Leefgeld Oekraïne
116
116
0
0
0
0
7.645
7.645
7.982
7.982
8.333
8.333
34
0
35
0
37
0
66.783
64.611
67.977
66.140
69.506
67.565
Bijz.bijstand/minimareg. overig Subtotaal Directe apparaatskosten
1.736
0
1.813
0
1.892
0
Totaal product
68.519
64.611
69.790
66.140
71.399
67.565
Saldo
-3.908
-3.650
-3.834
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast.
Tozo-regeling Dit betreft aflossingen van de Tozo-leningen uit de coronaperiode. Alle ontvangen gelden worden volledig terugbetaald aan het Rijk (via de gemeenten). Voor Orionis dus budgettair neutraal. De aflosperiode loopt tot juli 2028. Leefgeld Oekraïners De situatie met betrekking tot leefgeld voor Oekraïners trekken we door naar 2026. De Europese Richtlijn Tijdelijke bescherming loopt 4 maart 2026 af maar wordt naar verwachting met een jaar verlengd. Dit betekent dat er per maart 2027 een andere werkwijze zal worden ingevoerd. We verwachten voor 2026 wel iets lagere kosten, omdat in de loop van de tijd inkomsten uit arbeid structureel zullen stijgen. De kosten van de verstrekkingen worden 1 op 1 vergoed door de gemeenten. Voor Orionis dus budgettair neutraal. Bijzondere bijstand en minimaregelingen De verruiming van de beleidsregels bijzondere bijstand en het minimabeleid in Vlissingen in 2025 leidt in 2026 tot een verdere benutting. Daardoor stijgen de programmakosten (de kosten van de verstrekkingen zelf) met € 125.000. De stijging van de programmakosten komt terug in de vergoeding van de gemeente Vlissingen. Verder wordt de algemene index van 2,7% voor 2026 en 4,4% voor de jaren erna op de verstrekkingen toegepast.
15
Programma Schuldhulpverlening De afgelopen jaren is de aandacht voor het onderwerp schuldhulpverlening gegroeid. Erkend wordt dat de problematiek groot is. Inwoners met problematische schulden zoeken in veel gevallen pas laat hulp. Met als gevolg dat de problematiek nog groter wordt of verborgen blijft. Terwijl een schuldenvrij bestaan een solide basis vormt om volwaardig mee te doen in de maatschappij. Het programma Schuldhulpverlening bevat alle interventies voor inwoners van Walcheren met financiële zorgen. Met als doel schuldenproblematiek zoveel mogelijk te voorkomen en dat mensen met schuldproblematiek zich als vanzelf tot de juiste instantie wenden. Hierbij moeten ze kunnen rekenen op een rechtvaardige, begripvolle en duurzame oplossing die hen weer perspectief biedt. Daarnaast moeten we onze ambitie in de context van de economische ontwikkelingen plaatsen. Ook constateren wij een toename van schulden onder jeugdige inwoners als gevolg van de coronaperiode; zij verdienen extra aandacht.
Wat willen we bereiken Product Schuldhulpverlening
Realisatie 2024
Begroot 2025-2
Begroot 2026
42 % 98 %
> 35% > 90%
> 35% > 90%
Maximaal 7 werkdagen tussen de melding en een gesprek met SHV-er
83 %
90%
90%
Percentage geslaagde schuldregelingen
84 %
80%
80%
---
< ..%
Wordt bepaald in 2025
Vroegsignalering: % bereikt % hulp aanvaard 5
Percentage recidive in schuldhulpverlening 6
Wat gaan we daarvoor doen De ontwikkelingen rond basisdienstverlening en toekomstige aanpak van schulden op Walcheren geven aanleiding om de vroegsignalering en de schuldhulpverlening in een breder kader te bespreken. Met gemeenten zijn we hierover momenteel in overleg, invoering is voorzien voor 2026. Inhoudelijke aanpassingen zullen in een volgende begrotingswijziging worden opgenomen. Hersteloperatie gedupeerden toeslagenaffaire (KOT) Ook in 2026 zullen we deze activiteit uitvoeren voor de gemeenten Middelburg en Veere. Naar verwachting zullen de werkzaamheden wel in omvang afnemen. Voor 2026 gaan we uit van een niveau van 2/3e van 2025, voor 2027 en verder ramen we vooralsnog geen inzet en geen uitgaven. De begroting van de toekenningen is afhankelijk van de individuele casussen en daarmee erg onzeker. De gemeenten vergoeden deze kosten aan Orionis, voor Orionis dus budgettair neutraal.
5 We beoordelen nog of we voor 2026 dit kunnen vervangen door een andere doelstelling die meer
informatie geeft over de effectiviteit van de hulp 6 Hiervoor is geen nulmeting beschikbaar, dus is het lastig om een norm te bepalen. Door deze toch als KPI op te nemen wordt in de loop van 2025 hier in ieder geval op gerapporteerd. In de loop van 2025 kan dan ook de norm voor 2026 worden bepaald.
16
Wat mag het kosten Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000)
realisatie 2024 lasten
baten
begroting 2025-2
begroting 2026
lasten
lasten
baten
Personeelslasten
1.291
1.509
Overige kosten
10
16
Bijdragen klanten/derden KOT-toekenningen Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product
(bedragen * € 1.000)
1.550 17
75
45
46
316
319
320
320
214
214
1.618
393
1.845
365
1.781
261
330
0
343
0
352
0
1.948
393
2.188
365
2.133
261
Saldo
Schuldhulpverlening
baten
-1.555
raming 2027 lasten
-1.823
raming 2028
baten
lasten
-1.872
raming 2029
baten
lasten
baten
Personeelslasten
1.618
1.689
1.764
Overige kosten
17
18
19
Bijdragen klanten/derden KOT-toekenningen Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product Saldo
49
51
53
0
0
0
0
0
0
1.636
49
1.708
51
1.783
53
368
0
384
0
401
0
2.003
49
2.091
51
2.183
53
-1.955
-2.041
-2.130
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast.
17
Programma Overhead Wat willen we bereiken Een resultaat- en klantgerichte uitvoering van de hiervoor genoemde programma’s, binnen de kaders en budgetten die vastgesteld zijn en met oog voor aankomende wettelijke en wetenschappelijke ontwikkelingen.
Wat gaan we daarvoor doen Wij gaan onze faciliterende en ondersteunende werkzaamheden verbeteren en onze basis op orde/actueel houden. Dit doen we met focus op onze (externe én interne) klantdienstverlening. Ook in 2026 wordt Orionis geconfronteerd met veel wijzigingen die een beroep doen op de ondersteunende afdelingen. Denk bijvoorbeeld aan de implementatie Participatiewet in balans, de Wet van school naar duurzaam werk en diverse wetten en regelgeving rondom digitale overheid. Verder zal ook de implementatie van het transitieplan ‘Werkontwikkelbedrijf Walcheren’ en de voorbereiding op een regionaal werkcentrum de nodige ondersteuning vragen. Orionis Walcheren is zich aan het ontwikkelen naar een informatie gestuurde organisatie op basis van een I-Visie waar we data-gedreven werken en innovaties omarmen. Daarbij hoort een concrete planning voor de komende 2-3 jaar, waarin we de Informatie- en Digitaliseringsprojecten, beleidsherzieningen en programma’s weergeven. Een belangrijke randvoorwaarde om onze projecten en programma’s te laten slagen, is het op orde zijn van onze processen en data. Ook onze digitale vaardigheden en onze vaardigheden om projectmatig samen te kunnen werken (het vernieuwde Portfoliomanagement) moeten verder worden ontwikkeld.
Ook willen we veilig kennismaken met het integreren van AI en Generatieve AI in onze dienstverlening, waarbij we zorgvuldig willen blijven omgaan met onze informatie. Een ander speerpunt is het doorvoeren van (verplichte) duurzaamheid- en energiemaatregelen. We gaan verder met het gespecificeerd gescheiden afval inzamelen. Ook moeten we op aangeven van de RUD Zeeland verdergaande verduurzamingsmaatregelen treffen. Hier maken we een meerjarenplan voor, wat past binnen de financiële mogelijkheden. Dit komt terug in de volgende begrotingswijziging. Begin 2025 is een plan opgesteld om het ziekteverzuim terug te dringen: een verzuimaanpak met een brede blik op gezondheid. Dit plan richt zich op: • Voorlichting voor medewerkers en leidinggevenden • Training voor leidinggevenden • Inzet van een (vitaliteits)coach • Benutten van re-integratiemogelijkheden • Actuele en betrouwbare data Ook in 2026 vraagt dit plan onverminderd onze aandacht. De arbeidsmarkt is al jaren overspannen, zeker in Zeeland. We vergrijzen, ontgroenen hard en raken (specialistische) kennis kwijt aan de Randstad. De mismatch tussen vraag en aanbod van vacatures groeit op meerdere fronten. Werving van nieuwe medewerkers en boeien en binden van onze bestaande medewerkers is onmisbaar om onze taken naar behoren uit te voeren.
Verder is onze inzet om voor diverse (backoffice) activiteiten meer intensief samen te werken met de Walcherse gemeenten. Dit om efficiënter en effectiever te werken. Dit moet de komende periode vorm gaan krijgen.
18
Wat mag het kosten
Overhead (bedragen * € 1.000)
realisatie 2024 lasten
baten
begroting 2025-2
begroting 2026
lasten
lasten
baten
Personeelskosten
10.662
0
11.595
Overig
7.240
1.832
6.675
Subtotaal
17.902
1.832
Directe apparaatskst.
-4.189
0
Totaal product
13.713
1.832
Saldo 0
Saldo na reservering
Overhead (bedragen * € 1.000)
11.720
0
1.429
6.699
1.424
18.271
1.429
18.419
1.424
-4.352
0
-4.470
0
13.919
1.429
13.949
1.424
-11.881
Reserveringen
-12.489
60
0
-11.821
60
raming 2028
baten
-12.526 0
-12.429
raming 2027 lasten
baten
lasten
60 -12.466
raming 2029
baten
lasten
Personeelskosten
12.162
Overig
6.993
1.397
7.301
1.459
7.622
1.523
Subtotaal
19.156
1.397
20.100
1.459
21.144
1.523
Directe apparaatskst.
-4.666
0
-4.872
0
-5.086
0
Totaal product
14.489
1.397
15.228
1.459
16.058
1.523
Saldo Reserveringen Saldo na reservering
12.799
baten
-13.092 0
13.522
-13.769
54
0
-13.038
0 -13.769
-14.535 0
0 -14.535
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast.
19
Overzicht taakvelden conform BBV
Bedragen in € 1.000
2e begrotingswijziging 2025
Taak veld
lasten
baten
saldo
lasten
baten
saldo
13.701
-1.429
12.271
13.748
-1.424
12.325
218
0
218
201
0
201
0
-20.555
-20.555
0
-19.673
-19.673
0.9 Vennootschapsbelasting
0
0
0
0
0
0
0.10 Mutaties reserves Resultaat van de rekening van baten en 0.11 lasten
0
-703
-703
0
-1.011
-1.011
0
0
0
0
0
0
6.3 Inkomensregelingen
69.177
-62.807
6.370
70.388
-64.158
6.230
6.4 WsW en Beschut Werk
22.562
-21.693
869
22.102
-21.827
275
6.5 Arbeidsparticipatie
8.376
-6.847
1.529
8.356
-6.703
1.653
0
Bestuur en ondersteuning
0.4 Overhead 0.5 Treasury Algemene uitkeringen en overige 0.7 uitkeringen
6
begroting 2026
Sociaal Domein
0
20
0
Algemene Dekkingsmiddelen Wat mag het kosten Alg. dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)
realisatie 2024 lasten
baten
Exploitatiebijdr. gemeenten
begroting 2025-2
begroting 2026
lasten
lasten
baten
19.749
baten
20.423
20.423
vervallen incidenteel 2025
-425
vervallen inzet reserve 2025
562
index 2,7%
618
doorwerking struct 2025
142
overig
34
inzet alg reserve 2024
-870
Subtotaal
20.484
(Reductie) gemeentelijke bijdr.
7
132
132
verbetering BUIG verbetering Progr WOB (incl Wsw/BsW)
-348
Subtotaal
-811
-595
Totaal alg dekkingsmiddelen
Alg. dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)
0
19.756
raming 2027 lasten
20.555
raming 2028
baten
Exploitatiebijdr. gemeenten
0
lasten
0
19.673
raming 2029
baten
lasten
baten
20.484
22.109
23.038
vervallen incidenteel
-140
-42
0
vervallen inzet reserve
870
indexering
895
971
1.014
overig
0
0
0
22.109
23.038
24.052
(Reductie) gemeentelijke bijdr.
-811
-2.124
-2.940
verbetering BUIG verbetering Progr WOB (incl Wsw/BsW)
-499
-412
-21
Subtotaal
Subtotaal Totaal alg dekkingsmiddelen
0
-814
-404
-106
-2.124
-2.940
-3.067
19.985
21
0
20.098
0
20.985
Paragrafen Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemene reserve De algemene reserve wordt aangehouden als bufferfunctie voor de directe en indirecte kosten. De algemene reserve mag volgens de GR maximaal 5% van de jaarlijkse directe en indirecte kosten bedragen. De verwachte stand per ultimo 2025 is maximaal € 907.000. Wellicht wordt een deel hiervan in 2025 alsnog besteed. Gezien het feit dat de reserve sowieso relatief gezien beperkt van omvang is komen afwijkingen in de realisatie veelal snel tot uiting in aanpassing van de gemeentelijke bijdrage. Voorziening dubieuze debiteuren Ten behoeve van de vorderingen die niet inbaar zijn is een voorziening dubieuze debiteuren gevormd. Afboekingen van vorderingen worden ten laste van deze voorziening gebracht. Risicobeheersing Risico’s worden periodiek gemonitord, o.a. tijdens het opstellen van de jaarstukken en bij het opstellen van de begroting en van afdelingsplannen. Er vindt binnen Orionis geen centrale registratie van risico’s plaats. De top-10 van risico’s is in een risicoscan opgenomen. Dit betreft risico’s die Orionis loopt en die zich op korte termijn (binnen 4 jaar) voor zouden kunnen doen. Na beheersmaatregelen en eventuele aanvullende maatregelen resteert een restrisico waarvan de mogelijke financiële gevolgen zijn ingeschat in de kolom “exposure”, zie de tabel hierna. Risico
Inc
Beheersmaatregelen
Aanvullende
of
(vermijden,
maatregelen
Str
verminderen,
Exposure
overdragen, zelf dragen) 1
Bestandsontwikkeling
Met meer
Max € 2.770.000
bijstand op Walcheren
Inc
---
inspanning zou het
(5% afwijking)
ongunstiger dan
landelijk gemiddelde
landelijk gemiddelde
gehaald moeten worden.
2
Calamiteiten informatie- Inc
Technische en software- Bewustwording bij
€ 1.464.000 (6%
beveiliging: door o.a.
matige maatregelen.
personeelskosten:
hacking, phishing of
Aansluiting Informatie
meerdere weken
ongeautoriseerd
BeveiligingsDienst
volledige uitval)
personeel
gebruik van onze systemen 3
4
Achterblijvende netto-
Inc
Voldoende
Groei in minder
Max € 652.000
opbrengsten bij de
verschillende
conjunctuur- en
(10% afwijking)
begroting (productie en
werksoorten in stand
concurrentiege-
detachering)
houden
voelige werksoorten
Mismatch tussen ontwik- Str
---
---
Max € 307.000
keling Wsw/BsW-loon-
(2% afwijking op de
kosten en rijkssubsidie
loonkosten)
22
5
Frictiekosten Werk-
Inc
leerbedrijf wegens krimp 6
WW-risico: eigen
Inc
Begrotingspost opgeno- Meerjarenscenario’s
€ 100.000
men van € 183.000
flexcontracten
(inschatting)
---
---
Max € 200.000
risicodrager m.b.t. (na-
(inschatting)
wettelijke) WW 7
Niet voldoen aan AVG,
Inc
datalek
Aanstellen functionaris
Voorlichting
€ 100.000
Gegevensbescherming
personeel fysieke
(inschatting)
maatregelen 8
Wijzigingen in
Inc
---
---
Max € 697.000 (1%
(voorwaarden in)
van subsidie-
regelgeving
omvang bijstand/Wsw/Bsw)
9
Inzet van Wsw-werkplek- Str
---
---
€ 109.000
ken voor kritische
gemiddeld per jaar
functies 10
Agressie richting personeel
Inc
Bewustwording bij
Bewaking in
Max € 85.000 (1 fte
personeel, agressie-
frontoffice
ziekteverzuim)
protocol, veiligheidsmaatregelen, training
Risico’s en weerstandsvermogen De totale exposure van incidenteel bedraagt € 6.068.000, en structureel € 416.000. Het bedrag aan incidentele risico’s dient afgezet te worden tegen het eigen vermogen wat dient als buffer, het bedrag aan structurele risico’s dient afgezet te worden tegen de financiële ruimte in de begroting. Het weerstandsvermogen is bijna nihil eind 2026 (na inzet van € 870.000 vanuit de algemene reserve in 2026). De financiële ruimte in de begroting is eveneens nihil, er is geen post “onvoorzien” opgenomen. Conclusie dat zowel de structurele weerstandscapaciteit als de incidentele weerstandscapaciteit van Orionis niet toereikend is. Dit betekent dat, gezien het karakter van de gemeenschappelijke regeling, dit risico voor de deelnemende gemeenten komt. Zij zullen dit in hun risicoparagraaf moeten meenemen.
Kengetallen BBV 1a-Netto Schuldquote 1b-Idem gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2- Solvabiliteitsratio 3- Structurele exploitatieruimte
jaarrek 2024 2025-2 12,1% 14,1% 11,5% 13,4% 8,5% 5,8% 2,3% 0,7%
23
begr 2026 14,8% 14,1% 0,2% 0,4%
raming 2027 14,1% 13,4% 0,0% 0,3%
raming raming 2028 2029 13,1% 12,1% 12,4% 11,4% 0,0% 0,0% 0,3% 0,2%
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Orionis Walcheren heeft haar hoofdvestiging aan de Oostsouburgseweg in Vlissingen. Dit gebouw is in eigendom. Hier is de frontoffice en de backoffice gevestigd alsook het Werkontwikkelbedrijf waar diverse werksoorten zijn gehuisvest. Daarnaast zijn er diverse kleine nevenlocaties die gehuurd worden ten behoeve van de afdeling Groen. Alle installaties, kantoormeubilair en de meeste ICT-apparatuur zijn in eigendom van Orionis Walcheren. Deze zijn geactiveerd tegen de aanschaffingsprijs en worden lineair afgeschreven conform de resterende levensduur. De vervoermiddelen worden geleasd. Ten behoeve van het groot onderhoud van het gebouw Oostsouburgseweg is een meerjarige onderhoudsplanning opgesteld. Deze wordt in 2025 geactualiseerd. Voor het groot onderhoud is een voorziening gevormd. Paragraaf financiering Wettelijk kader De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) heeft als belangrijkste uitgangspunten het bevorderen van een solide financieringswijze met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het bevorderen van transparantie, het bevorderen van de kredietwaardigheid en het beheersen van renterisico's. Het beheersen van risico's uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de rente-risiconorm en het met een prudent karakter uitzetten van gelden en afsluiten van leningen.
Daarnaast zijn gemeenschappelijke regelingen verplicht tot het hebben van een treasurystatuut. Het statuut heeft o.a. als oogmerk de kwaliteit van de uitvoering van de treasuryfunctie te verhogen alsmede de transparantie van het besluitvormingsproces te verbeteren. Rentevisie De rentevisie is gebaseerd op de verwachting dat zowel de lange als de korte rente voorlopig redelijk stabiel zal blijven. Zolang de korte rente lager ligt dan de debetrente op de rekening courant worden negatieve saldi op de rekeningcourant aangevuld met kortlopende kasgeldleningen. Kasstromen De bevoorschotting vanuit de gemeenten voor programmalasten en exploitatie vindt halverwege de maand plaats. Om eventuele tijdelijke liquiditeitstekorten te overbruggen is een rekening-courant krediet afgesloten bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) tot een maximum van € 6,5 miljoen. Kasgeldlimiet Als wettelijke norm voor de kasgeldlimiet geldt 8,2% van het begrotingstotaal bij het begin van het jaar en is € 9,76 miljoen. De gemiddelde korte financiering wordt per drie maanden getoetst aan deze kasgeldlimiet. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat alle overtollige geldmiddelen boven een bepaalde drempel verplicht bij het Rijk moeten worden uitgezet. Dit wordt dagelijks getoetst. Het drempelbedrag is 2% van het begrotingstotaal, € 2,30 miljoen. Deze drempel wordt dagelijks getoetst.
Financiering van de investeringsuitgaven Ten behoeve van de huisvesting zijn langlopende leningen aangetrokken. De uitstaande positie ultimo jaar is € 12,39 miljoen. De looptijden zijn 20, 25 en 30 jaar. De rentepercentages liggen tussen 1,85% en 4,85%, deels lineair en deels annuïtair.
24
Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd vanaf één jaar). Het renterisico op de vaste schuld mag de zogenaamde renterisiconorm niet overschrijden. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal, € 21,22 miljoen. Uit de onderstaande gegevens blijkt dat het renterisico op de vaste schuld ruim onder deze grens ligt. • Renteherzieningen (A) € 0 • Nieuw uitgezette leningen (B) € 0 Vervroegde aflossing € 0 • Reguliere aflossingen (C) € 864.000 Renterisico op vaste schuld (A + laagste B, C) € 864.000 Toerekening van rente De totale rentelasten bedragen in deze begroting € 420.000 (bij ongewijzigd rentepercentage). Deze zijn als volgt toegerekend: Jaarbedrag Reden Toegerekend aan € 219.000 Betreft rente op leningen voor Programma Werk, nieuwbouw Werkontwikkelbedrijf onderdeel werkinfrastructuur € 201.000 Betreft rente op leningen voor Programma Bedrijfsvoering nieuwbouw kantoor (overhead) Aan eigen vermogen en voorzieningen wordt geen rente toegerekend. De gemiddelde rentevoet bedraagt 3,17%. Paragraaf verbonden partijen Orionis heeft geen verbonden partijen. Paragraaf bedrijfsvoering Informatievoorziening De planning&control cyclus voorziet in een periodiek dashboard met betrekking tot de belangrijkste financiële cijfers en de afgesproken doelstellingen.
Tweemaandelijks wordt dit dashboard verstrekt aan de Raden van de deelnemende gemeenten waarin de voortgang zichtbaar is en wordt toegelicht. Ook wordt gemonitord op de uitvoering van het Implementatieplan Werkontwikkelbedrijf. Hieruit kunnen eventueel begrotingswijzigingen voortkomen. Begrotingswijzigingen worden ter zienswijze voorgelegd aan de Raden. Externe informatieverstrekking vindt plaats via de website en het jaarverslag. Informatiebeveiliging Orionis Walcheren beschikt over informatiebeveiligingsbeleid en een informatiebeveiligingsplan. Beide zijn gebaseerd op de richtlijn Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Het vastgestelde interne controleplan Suwinet wordt jaarlijks uitgevoerd, ook worden jaarlijks externe audits gehouden m.b.t. DigiD en Suwinet. Dienstverlening Klantenparticipatie vindt plaats door de Sociale Cliëntenraad Walcheren. Met de cliëntenraad wordt periodiek overleg gevoerd. Voor klachtenafhandeling is een klachtencoördinator aangesteld. Orionis heeft een eigen bezwarencommissie ten behoeve van de Participatiewet, die conform de vastgestelde verordening opereert. Orionis is aangesloten bij de nationale Ombudsman.
25
Paragraaf Wet open overheid Orionis Walcheren ligt op koers met het implementeren van de Woo. Orionis Walcheren heeft als publicatie kanaal de eigen website aangepast en daar informatie geplaatst. We zorgen hierbij dat informatie en het indienen van een Woo verzoek goed vindbaar is. Ook zijn we gestart met het actief openbaar maken van notulen van de vergaderingen van het algemeen bestuur. Orionis Walcheren neemt deel aan lokaal en landelijk overleg om kennis en ervaring uit te wisselen.
26
27
BALANS BALANSPOSITIE Immateriële vaste activa
eind 2024 eind 2025 eind 2026 eind 2027 eind 2028 eind 2029 0
0
0
0
0
0
Materiële vaste activa Stand begin jaar Investeringen economisch nut
17.059.000 16.220.482 15.527.577 14.814.672 14.081.768 13.328.863 293.456
579.998
595.658
621.867
638.658
655.901
Afschrijvingen
-1.131.974 -1.272.903 -1.308.563 -1.354.772 -1.391.562 -1.428.806
Stand ultimo jaar
16.220.482 15.527.577 14.814.672 14.081.768 13.328.863 12.555.958
Financiële vaste activa Totaal Vaste Activa
674.000
774.000
841.000
874.000
874.000
874.000
16.894.482 16.301.577 15.655.672 14.955.768 14.202.863 13.429.958
Voorraden
171.000
171.000
171.000
171.000
171.000
171.000
Debiteuren
6.099.000
6.037.950
5.977.511
5.867.675
5.808.939
5.750.789
Liquide middelen
860.518
98.088
-374.839
181.548
262.595
346.914
Overlopende activa
1.059.000
1.059.000
1.059.000
1.059.000
1.059.000
1.059.000
Totaal Vlottende Activa
8.189.518
7.366.038
6.832.671
7.279.224
7.301.534
7.327.703
Totaal Activa
25.084.000 23.667.615 22.488.344 22.234.991 21.504.397 20.757.661
Reserves / Eigen vermogen
2.081.000
1.378.000
37.000
0
0
0
1.359.000
2.072.000
1.071.615
797.344
862.991
932.397
722.000
-387.385
-294.271
45.648
49.405
53.265
-9.000
-613.000
20.000
20.000
20.000
20.000
Stand ultimo jaar
2.072.000
1.071.615
797.344
862.991
932.397
1.005.661
Vaste schulden
14.163.000 13.250.000 12.386.000 11.604.000 10.804.000
9.984.000
Totaal Vaste Passiva
18.316.000 15.699.615 13.220.344 12.466.991 11.736.397 10.989.661
Voorzieningen Stand begin jaar dotaties onttrekkingen
Vlottende schulden
612.000
1.812.000
3.112.000
3.612.000
3.612.000
3.612.000
Overlopende passiva
6.156.000
6.156.000
6.156.000
6.156.000
6.156.000
6.156.000
Totaal Vlottende Passiva
6.768.000
7.968.000
9.268.000
9.768.000
9.768.000
9.768.000
Totaal Passiva
25.084.000 23.667.615 22.488.344 22.234.991 21.504.397 20.757.661
28
TOTAALOVERZICHT VAN LASTEN EN BATEN
Totaal (bedragen * € 1.000)
realisatie 2024 lasten
baten
begroting 2025-2
begroting 2026
lasten
lasten
baten
baten
Re-integratie
7.515
6.032
8.376
6.847
8.356
6.703
Werkontwikkelbedrijf
22.808
22.036
22.562
21.693
22.102
21.827
Inkomen
66.303
63.719
66.989
62.442
68.255
63.897
Schuldhulpverlening
1.948
393
2.188
365
2.133
261
Overhead
13.713
1.832
13.919
1.429
13.949
1.424
Heffing VPB
0
0
0
Onvoorzien
0
0
0
Alg.dekkingsmiddelen
0
19.756
0
20.555
0
19.673
112.287
113.768
114.034
113.331
114.795
113.784
Totaal Saldo Reserveringen
1.482 498
Saldo na reservering
Totaal (bedragen * € 1.000)
-703
485
0
703
1.469
0
1.011
0
raming 2027 lasten
-1.011
raming 2028
baten
lasten
0
raming 2029
baten
lasten
baten
Re-integratie
8.735
7.030
9.175
7.513
9.652
8.036
Werkontwikkelbedrijf
21.351
21.972
20.739
21.762
20.071
21.202
Inkomen
68.519
64.611
69.790
66.140
71.399
67.565
Schuldhulpverlening
2.003
49
2.091
51
2.183
53
Overhead
14.489
1.397
15.228
1.459
16.058
1.523
Heffing VPB
0
0
0
Onvoorzien
0
0
0
Alg.dekkingsmiddelen
0
19.985
0
20.098
0
20.985
115.097
115.043
117.023
117.022
119.363
119.364
0
54
0
0
0
0
Totaal Reserveringen Saldo na reservering
0
0
29
0
De mutaties ten opzichte van de vorige begrotingswijziging van 2025 zijn in onderstaande tabel opgenomen. Budgetmutaties die neutraal zijn (ook over de programma’s heen) worden hierin weggelaten. Bedragen * € 1.000 (+ = voordelig, - = nadelig)
2026
Programma Arbeidsmarkt Loonkosten ivm groei doelgroep
-224
N
Stijging re-integratiebudget
224
V
Indexeringen
-124
N
Resultaat Werkinfra
122
V
Saldo WSW en BsW
514
V
Doorbelastingen / indexeringen
-41
N
Loonkosten (doorgroei naar 2 fte heel jaar)
-42
N
Buig-saldo
348
V
Indexeringen
-116
N
-49
N
Vervallen eenmalig 25-2: 105; 10; 13; 17; 40; 240
425
V
Doorgroei uitbreiding 2 fte (2025 was half jaar)
-100
N
Indexeringen / diversen
-363
N
vervallen reserve-inzet 2025
-562
N
Inzet reserve 2026
870
V
882
V
Programma Werkontwikkelbedrijf
Programma Inkomen
Programma Schuldhulpverlening Indexeringen Programma Overhead
Algemene Dekkingsmiddelen
Totaal mutaties
Deze saldi zijn in de gemeentelijke vergoedingen verwerkt. Het saldo programma Werkontwikkelbedrijf en het BUIG-saldo zijn verwerkt in de extra vergoeding, de overige saldi in de reguliere exploitatievergoeding. De verwerking hiervan is als volgt: Bedragen * € 1.000 (+ = voordelig, - = nadelig)
2026
Exploitatiebijdrage gemeenten
61
V
(Reductie) gemeentelijke bijdrage
-943
N
Totaal verwerkt (in Algemene Dekkingsmiddelen)
-882
N
30
Programma Arbeidsmarkt Re-integratie (bedragen * € 1.000)
realisatie 2024 lasten
baten
begroting 2025-2
begroting 2026
lasten
lasten
baten
Personeelslasten
3.000
2.825
Doorbelast naar WOB
-342
-56
extra personele inzet
1.505
222
idem door groei doelgroep Doorbelast werkinfra
1.611
Loonkosten WiW/BsW
39
Plaatsingsvergoedingen
131
Overige instrumenten
739
Directe apparaatskosten Totaal product
527
1.485
315
539
1.611
1.611
322
331
0
6.079
6.683
6.032
7.512
6.847
7.468
6.703
831
0
864
0
887
0
7.515
6.032
8.376
6.847
8.356
6.703
-1.483
659 6.303
-1.529
-1.653
425
870
-1.058
raming 2027 lasten
-1.529
raming 2028
baten
lasten
-783
raming 2029
baten
lasten
3.029
3.162
3.301
Doorbelast naar WOB
-60
-63
-65
extra personele inzet
1.503
idem door groei doelgroep
418
1.521
436
1.540
692
897
1.129
1.611
1.611
1.611
Plaatsingsvergoedingen
346
361
377
Overige instrumenten
688
718
750
Doorbelast werkinfra
Bijdrage gemeenten Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product
Saldo
400
5.548
Saldo na reservering
Personeelslasten
1.612
241
Reserveringen
(bedragen * € 1.000)
-58
883
Saldo
Re-integratie
2.901
262
Bijdrage gemeenten Subtotaal
0
baten
6.612
7.077
baten
455
7.581
7.808
7.030
8.208
7.513
8.643
8.036
926
0
967
0
1.010
0
8.735
7.030
9.175
7.513
9.652
8.036
-1.705
31
-1.662
-1.616
Programma Werkontwikkelbedrijf Werkontwikkelbedrijf (bedragen * € 1.000)
realisatie 2024 lasten
baten
begroting 2025-2
begroting 2026
lasten
lasten
baten
Personeelslasten
4.030
4.355
4.472
Huisvesting
1.154
12
1.098
1.128
Productiemiddelen
756
97
734
Bedrijfsrestaurant
219
92
227
Overig
782
90
645
Netto omzet
5.671
baten
754 88
233
91
662 6.206
6.515
Wsw-doelgroep
15.971
15.493
15.506
14.739
14.735
14.512
Bsw-doelgroep Doorbel. Dienstverlening
235
581
545
659
625
709
-480
0
-438
0
-458
Doorbel. Wsw kantoor
-60
0
-62
0
-64
Doorbel. Inzet Werk
342
37
58
Doorbel. re-integratie
-1.611
-1.611
-1.611
Subtotaal
21.339
22.036
21.036
21.693
20.534
21.827
Directe apparaatskst.
1.469
0
1.526
0
1.567
0
Totaal product
22.808
22.036
22.562
21.693
22.102
21.827
Saldo Reserveringen Saldo na reservering
Werkontwikkelbedrijf (bedragen * € 1.000)
-772
-869
-275
0
81
81
-1.270
-788
-194
498
raming 2027 lasten
raming 2028
baten
lasten
raming 2029
baten
lasten
Personeelslasten
4.458
4.443
4.428
Huisvesting
1.128
1.128
1.128
Productiemiddelen
754
Bedrijfsrestaurant
243
Overig
662
Netto omzet
754 95
253
754 99
662 7.015
baten
263
103
662 7.015
7.015
Wsw-doelgroep
13.875
14.103
13.153
13.840
12.374
13.227
Bsw-doelgroep Doorbel. Dienstverlening
690
759
753
808
817
857
-478
-499
-521
Doorbel. Wsw kantoor
-66
-69
-72
Doorbel. Inzet Werk
60
63
65
Doorbel. re-integratie
-1.611
-1.611
-1.611
Subtotaal
19.715
21.972
19.030
21.762
18.288
21.202
Directe apparaatskst.
1.636
0
1.708
0
1.783
0
Totaal product
21.351
21.972
20.739
21.762
20.071
21.202
Saldo
621
1.023
32
1.130
Programma Inkomen Bijstandsverstrekking (bedragen * € 1.000)
realisatie 2024 lasten
baten
Personeelslasten
2.359
Inkomensvoorziening Buig
54.551
Rijksvergoeding Buig
begroting 2025-2
begroting 2026
lasten
lasten
baten
baten
2.529
0
2.640
1.263
54.637
1.000
55.406
54.681
0
53.374
Onderzoekskosten BBZ
33
Tozo-regeling
544
544
Energietoeslag
639
639
Leefgeld Oekraïne
780
Bijzondere bijstand Minimabeleid
1.036 54.454
104
0
107
300
300
400
400
780
760
760
684
684
3.519
76
4.517
144
4.732
148
2.292
138
2.492
31
2.591
32
Bijdr. gemeenten bb/min
0
5.597
0
6.834
Overig
27
32
0
32
0
7.144
Subtotaal
64.744
63.719
65.370
62.442
66.592
63.897
Directe apparaatskosten
1.559
0
1.619
0
1.663
0
Totaal product
66.303
63.719
66.989
62.442
68.255
63.897
Saldo
Bijstandsverstrekking (bedragen * € 1.000)
-2.585
raming 2027 lasten
raming 2028
baten
Personeelslasten
2.610
Inkomensvoorziening Buig
56.066
Rijksvergoeding Buig
-4.547
lasten
raming 2029
baten
lasten
2.681 1.075
57.013
55.574
-4.358
baten
2.799 1.114
58.216
56.894
58.094
Onderzoekskosten BBZ
111
Tozo-regeling
200
200
150
150
0
0
Leefgeld Oekraïne
116
116
0
0
0
0
Bijzondere bijstand
4.941
154
5.158
161
5.385
168
Minimabeleid
2.705
33
2.824
34
2.948
36
Bijdr. gemeenten bb/min Overig
116
1.138
7.458
121
7.786
8.129
34
0
35
0
37
0
Subtotaal
66.783
64.611
67.977
66.140
69.506
67.565
Directe apparaatskosten
1.736
0
1.813
0
1.892
0
Totaal product
68.519
64.611
69.790
66.140
71.399
67.565
Saldo
-3.908
33
-3.650
-3.834
Programma Schuldhulpverlening Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000) Personeelslasten Advieskosten
realisatie 2024 lasten
baten
begroting 2025-2
begroting 2026
lasten
lasten
baten
baten
1.291
1.509
1.550
10
16
17
Bijdragen klanten
14
18
19
Bijdragen derden
61
27
28
KOT-toekenningen Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product
316
319
320
320
214
214
1.618
393
1.845
365
1.781
261
330 1.948
Saldo
Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000) Personeelslasten Advieskosten
raming 2027 lasten
Directe apparaatskosten Totaal product Saldo
352
2.188
365
lasten
1.618
baten
-1.872
lasten
baten
1.764
18 20
19 20
29
261
raming 2029
1.689
17
2.133
-1.823
raming 2028
baten
Bijdragen derden Subtotaal
393 -1.555
Bijdragen klanten KOT-toekenningen
343
21
30
32
0
0
0
0
0
0
1.636
49
1.708
51
1.783
53
49
2.091
51
2.183
368 2.003
384
-1.955
34
401
-2.041
53 -2.130
Programma Overhead Overhead (bedragen * € 1.000)
realisatie 2024 lasten
baten
begroting 2025-2
begroting 2026
lasten
lasten
baten
baten
Personeelslasten
10.662
11.595
11.720
Huisvesting
2.832
2.164
2.115
ICT
3.498
3.553
3.649
Inventaris en vervoer
126
Overig
784
Onvoorzien
92 1.832
128
866
0
1.429
807
0
1.424
0
Subtotaal
17.902
1.832
18.271
1.429
18.419
1.424
Directe apparaatskst.
-4.189
0
-4.352
0
-4.470
0
Totaal product
13.713
1.832
13.919
1.429
13.949
1.424
Saldo
-11.881
-12.489
-12.526
60
60
60
-11.821
-12.429
-12.466
Reserveringen Saldo na reservering
Overhead (bedragen * € 1.000)
raming 2027 lasten
raming 2028
baten
lasten
raming 2029
baten
lasten
baten
Personeelslasten
12.162
12.799
13.522
Huisvesting
2.208
2.305
2.406
ICT
3.810
3.977
4.152
Inventaris en vervoer
133
139
145
Overig
843
Onvoorzien
1.397
880
0
1.459
0
919
1.523
0
Subtotaal
19.156
1.397
20.100
1.459
21.144
1.523
Directe apparaatskst.
-4.666
0
-4.872
0
-5.086
0
Totaal product
14.489
1.397
15.228
1.459
16.058
1.523
Saldo Reserveringen Saldo na reservering
-13.092
-13.769
-14.535
54
0
0
-13.038
-13.769
-14.535
35
Algemene Dekkingsmiddelen Alg. dekkingsmiddelen