25-107 Bijlage 1. Ingekomen stukken commissie MZ
Tekst van het document
Ingekomen stukken Datum brief
06-06-2025
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
18 juni 2025
Onderwerp
159. Informatie over het VN-verdrag Handicap en elektrogevoeligen.
Ingekomen stuk
159. informatie over het VN-verdrag Handicap en elektrogevoeligen.
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Stichting EHS
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
2 juli 2025
Datum brief
06-06-2025
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
18 juni 2025
Onderwerp
157. Brief problemen herijking gemeentefonds en knaken taken 2025 gemeente Achtkarspelen
Ingekomen stuk
157. Brief problemen herijking gemeentefonds en knaken taken 2025 gemeente Achtkarspelen
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
gemeente Achtkarspelen
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
2 juli 2025
Bijlagen: 157. Bijlage 1. Definitief rapport onderzoek gemeente Achtkarspelen 157. Bijlage 2. Motie AvD en CU Eerlijke financiële compensatie en proportioneel beleid voor inspectietaken
Datum brief
06-06-2025
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
18 juni 2025
Onderwerp
153. VNG_ledenbrief-format-beleidsregels-hersteloperatie-toeslagen
Ingekomen stuk
153. VNG ledenbrief-format-beleidsregels-hersteloperatie-toeslagen
Categorie
Organisatie
Afzender
VNG
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
2 juli 2025
Bijlagen: 153. Bijlage 1. model-beleidsregelsbrede-ondersteuning-wht def 153. Bijlage 2. implementatiehandleid ing-model-beleidsregels-wht def
Datum brief
27-05-2025
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
18 juni 2025
Onderwerp
150. Brief over maatwerk voor Q-koortspatiënten
Ingekomen stuk
150. Brief over maatwerk voor Q-koortspatiënten
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Q-support
Advies
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Raadsvergadering
2 juli 2025
Datum brief
21-05-2025
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
18 juni 2025
Onderwerp
144. Jaaroverzicht 2024 Taalhuis Walcheren
Ingekomen stuk
144. Jaaroverzicht 2024 Taalhuis Walcheren
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Taalhuis
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
2 juli 2025
Datum brief
12-05-2025
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
18 juni 2025
Onderwerp
134. Toekomst JGZ video update_mei 2025.
Ingekomen stuk
134. Toekomst JGZ video update mei 2025
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
GGD Zeeland
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
2 juli 2025
Datum brief
12-05-2025
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
18 juni 2025
Onderwerp
133. Raadsinformatiebrief Taskforce Vaccinatiegraad_mei 2025
Ingekomen stuk
133. Raadsinformatiebrief Taskforce Vaccinatiegraad mei 2025
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
GGD Zeeland
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
2 juli 2025
Datum brief
06-05-2025
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
18 juni 2025
Onderwerp
130. Lokaal beleid suïcidepreventie en GR2026
Ingekomen stuk
130. Lokaal beleid suïcidepreventie en GR2026
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
113 Zelfmoord Preventie
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
2 juli 2025
Datum brief
30-04-2025
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
18 juni 2025
Onderwerp
124. Aanbiedingsbrief Programmabegroting 2026 GGD Zeeland
Omschrijving
Geacht college, De programmabegroting 2026 van GR GGD Zeeland is op 29 april 2025 aan u aangeboden met het verzoek om een zienswijze van uw gemeenteraad. We hebben geconstateerd dat in de berekening van de gemeentelijke bijdragen (onderdeel GGD) in deze programmabegroting een fout is gemaakt. Deze fout is gecorrigeerd in bijgevoegde programmabegroting 2026. In bijgevoegde brief worden de fout, de gevolgen hiervan en gekozen oplossing nader toegelicht. Gecorrigeerde programmabegroting 2026 Hierbij vragen we u om de programmabegroting 2026 die we op 29 april 2025 aan u hebben gezonden te vervangen door bijgevoegde gecorrigeerde programmabegroting 2026. En deze gecorrigeerde programmabegroting 2026 ter zienswijze voor te leggen aan uw gemeenteraad. We hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u naar aanleiding van dit bericht nog vragen hebben, dan vernemen wij dit graag. Met vriendelijke groet, Eric van Peet Bestuursadviseur
Ingekomen stuk
124. Brief correctie begroting 2026 GR GGD Zeeland
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
GGD Zeeland
Advies
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college voor het opstellen van een voorstel aan de raad
Raadsvergadering
2 juli 2025
Bijlagen: 124. Bijlage 2. Programmabegroting 2026-2029 d.d.19.05.2025- correctie 124. Bijlage 1 AB Notitie Ontwerpbegroting 2026-2029 versie2
124. Bijlage 2 Programmabegroting 2026-2029 d.d.29.4.2025-oud 124. Bijlage 3 AB Notitie 1e begrotingswijziging 2026 (IJZ) 124. Bijlage 4. GGD format Begeleidingscommissies - IJZ BW2026-1 def (1) 124. Bijlage 5. format Begeleidingscommissies - GGD begroting 2026- def
Datum brief
25-04-2025
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
18 juni 2025
Onderwerp
121. Monitor Discriminatie 2024 Zeeland-West-Brabant
Ingekomen stuk
121. Aanbiedingsbrief gemeenteraden Monitor 2024
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Discriminatie.nl Zeeland
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
2 juli 2025
Bijlagen: 121. Bijlage 1. Discriminatiecijfers 2024 Zeeland-West-Brabant 121. Bijlage 2. Monitor Discriminatie 2024 Zeeland-West-Brabant
Datum brief
24-04-2025
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
18 juni 2025
Onderwerp
119. Aanbiedingsbrief Wijzigingsvoorstel GR GGD Zeeland 2025
Ingekomen stuk
119. Aanbiedingsbrief Wijzigingsvoorstel GR GGD Zeeland 2025
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
GGD Zeeland
Advies
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college voor het opstellen van een voorstel aan de raad
Raadsvergadering
2 juli 2025
Bijlagen: 119. Bijlage 1. Wijzigingsvoorstel GR GGD Zeeland 2025 119. Bijlage 2. Was-wordt lijst Gemeenschappelijke Regeling GGD 2025
Datum brief
24-04-2025
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
18 juni 2025
Onderwerp
118. oproep Kinderpardon
Ingekomen stuk
118. oproep Kinderpardon
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
KinderpardonNU
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
2 juli 2025
Bijlagen: 118. Bijlage 1. Voorstel van motie kinderpardon 118. Bijlage 2. Achtergrondinformatie kinderpardon
Datum brief
24-04-2025
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
18 juni 2025
Onderwerp
117. Aanbiedingsbrief Jaarstukken 2024_GR GGD Zeeland
Ingekomen stuk
117. Aanbiedingsbrief Jaarstukken 2024 GR GGD Zeeland
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
GGD Zeeland
Advies
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college voor het opstellen van een voorstel aan de raad
Raadsvergadering
2 juli 2025
Bijlagen: 117. Bijlage 1. Jaarverslag en
jaarrekening GR Gemeenschappelijke Gezondheids Dienst Zeeland 2024 gewaarmerkt 117. Bijlage 2. Audit Report - GDD Zeeland - FY 2024.WG 117. Bijlage 3. Accountantsverslag 2024 GGD Zeeland - WG 117. Bijlage 4. Resultaatbestemmingsvoorstel 2024 117. Bijlage 5. format Begeleidingscommissies - jaarrekening 2024 GGD def
Datum brief
24-04-2025
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
18 juni 2025
Onderwerp
116. Brief Jaarverantwoording 2024 Zeeuws Archief.
Ingekomen stuk
116. Brief Jaarverantwoording 2024 Zeeuws Archief
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Zeeuws Archief
Advies
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college voor het opstellen van een voorstel aan de raad
Raadsvergadering
2 juli 2025
Bijlagen: 116. Bijlage 1. Jaarverantwoording 2024 incl controleverklaring Zeeuws Archief
Datum brief
22-04-2025
Commissie
Commissie Maatschappelijke Zaken
Datum commissie
18 juni 2025
Onderwerp
113. Brief over in rechten van in Nederland gewortelde kinderen van gevluchte ouders
Ingekomen stuk
113. Brief over in rechten van in Nederland gewortelde kinderen van gevluchte ouders
Categorie
Organisatie
Afdeling
Samenleving
Afzender
Kerkasiel Kampen
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Raadsvergadering
2 juli 2025
Geachte griffier,
Hieronder treft u de tekst aan van een bericht van Stichting EHS voor alle gemeenteraadsleden met informatie over het VN-verdrag Handicap en elektrogevoeligen.
We verzoeken u dit bericht door te sturen aan alle raadsleden van uw gemeente. Bij voorbaat onze dank hiervoor. Met vriendelijke groet, Petra Vriens Bestuurslid Stichting EHS _____________________________________________________________________________________ _ TITEL: Informatie over het VN-verdrag Handicap en elektrogevoeligen Beste leden van de gemeenteraad, Hierbij wil Stichting EHS u op de hoogte stellen van een belangrijke ontwikkeling in het kader van het lokale inclusiebeleid. Op 7 mei jl. hebben we hierover ook al een bericht gestuurd aan het College van burgemeester en wethouders van uw gemeente. Inmiddels hebben we hierop meerdere positieve reacties gekregen. Eerder heeft Stichting EHS contact gehad met de VNG over elektrogevoeligheid en de (on)toegankelijkheid van de maatschappij voor mensen met Elektro Hyper Sensitiviteit (EHS). We hebben de VNG daarbij geïnformeerd over de rechten van mensen met EHS in het kader van het VN-verdrag Handicap en de gelijkebehandelingswetgeving. De VNG heeft in haar nieuwsbrief van april een verwijzing naar deze informatie meegenomen met actuele berichten over inclusie en toegankelijkheid. Dit omdat de VNG het belangrijk vindt dat gemeenten weten dat ook deze groep elektrogevoelige mensen het recht heeft mee te kunnen doen aan de samenleving.
Zie https://vng.m19.mailplus.nl/archief/mailing-587740.html Het is van belang dat gemeenten hiervan op de hoogte zijn omdat deze groep mensen met een beperking bij veel gemeenten en beleidsmakers (nog) buiten beeld is. Vandaar dat we u als gemeenteraadsleden ook direct hierover informeren. Gemeenten zijn immers verantwoordelijk om te zorgen voor toegankelijkheid en inclusie voor mensen met een handicap. En dus ook om mensen met EHS mee te nemen in hun lokale inclusiebeleid. Stichting EHS heeft een overzichtelijk bericht met informatie voor gemeenten over het VN-verdrag Handicap en elektrogevoeligen op haar website gezet. In dit bericht staat een verwijzing naar de beleidsnotitie ‘EHS als handicap: ontwikkelingen en achtergrond’. Zie https://stichtingehs.nl/nieuwsberichten/stichting-ehs-informeert-gemeenten-over-vn-verdrag-handicap-enelektrogevoeligen/ Informatie voor gemeenten over het VN-verdrag Handicap en elektrogevoeligen – Stichting EHS Stichting EHS heeft contact gehad met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) over elektrogevoeligheid en de toegankelijkheid van de maatschappij voor mensen met EHS. stichtingehs.nl
Als gemeenteraadslid kunt u zich inzetten voor een betere toegankelijkheid voor mensen met EHS. U zou het College kunnen vragen dit mee te nemen in de lokale inclusie agenda. Bijvoorbeeld door aandacht te vragen voor het realiseren van stralingsarme zones in openbare gebouwen als gemeentehuizen en bibliotheken. Of te zorgen voor ondersteuning aan mensen met EHS vanwege hun handicap vanuit de wet Wmo. In bovengenoemd bericht vindt u hierover meer informatie. Tot slot willen we u informeren dat Stichting EHS ook contact heeft gehad met Stichting MEE en informatiebijeenkomsten over EHS heeft georganiseerd voor regionale organisaties van MEE. Mocht u meer willen weten of vragen hebben dan kunt u terecht bij info@stichtingehs.nl onder vermelding van 'EHS als handicap’. Met vriendelijke groet, Petra Vriens Bestuurslid Stichting EHS Website: www.stichtingehs.nl
157. Brief problemen herijking gemeentefonds en knaken taken 2025 gemeente Achtkarspelen
Het bestand 157. Brief problemen herijking gemeentefonds en knaken taken 2025 gemeente Achtkarspelen kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/15642432/1/157_+Brief+problemen+herijking+gemeentefonds +en+knaken+taken+2025+gemeente+Achtkarspelen?connection_type=17&connection_id=11959892
Gemeente Achtkarspelen
Onderzoek naar de wettelijke taken omtrent het toezicht en de handhaving op kinderopvangvoorzieningen
Datum vaststelling: 7 maart 2025
Samenvatting
De inspectie houdt, namens het Rijk, toezicht op twee wettelijke taken die gemeenten in medebewind hebben gekregen: 1. het toezicht en de handhaving op kinderopvangvoorzieningen, en 2. het minimaal jaarlijks overleg met schoolbesturen en houders kinderopvang in het kader van het onderwijsachterstandenbeleid. Gemeenten verantwoorden zich over beide taken jaarlijks richting de inspectie. De inspectie voert jaarlijks een analyse uit op de beschikbare gegevens over de taakuitvoering van gemeenten. Uit de analyse van de gegevens over 2023 is naar voren gekomen dat er sprake is van een tekortkoming in de uitvoering van de wettelijke taken op het gebied van het toezicht en de handhaving op kinderopvangvoorzieningen in de gemeente Achtkarspelen. Wij hebben een toelichting gevraagd aan de gemeente en op basis van deze aanvullende informatie besloten om in oktober 2024 een onderzoek uit te voeren. In het onderzoek hebben wij de standaard waarbij mogelijk sprake is van een tekortkoming in de huidige taakuitvoering onderzocht. De volgende standaard is onderzocht: Toezicht gastouderopvang (T4). Uit het onderzoek kwam naar voren dat de gemeente Achtkarspelen niet voldoet aan de basiskwaliteit van deze standaard. Per 1 januari 2023 moet elke gemeente jaarlijks minimaal 50% van de gastouders laten onderzoeken.
De gemeenteraad van Achtkarspelen heeft echter besloten om geen middelen voor deze intensivering van het toezicht beschikbaar te stellen. Als gevolg hiervan voert de gemeente sinds 2023 te weinig toezicht uit op de gastouderopvang. Wij hebben met de gemeente afspraken gemaakt over het opheffen van deze tekortkoming. Al voor de vaststelling van dit rapport kon worden geconcludeerd dat de gemeente aan de gemaakte afspraken heeft voldaan. De inspectie zal in het tweede kwartaal van 2026 (aan de hand van de verantwoordingsgegevens over het jaar 2025) nagaan of de 50%norm voor het toezicht op de gastouderopvang in 2025 inderdaad is behaald en de gemeente over haar bevindingen informeren.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS – KWALITEITSONDERZOEK
2/10
Inhoudsopgave
2.
Opzet onderzoek
4
3.
Resultaten en vervolg
5
4.
Bijlage: Zienswijze gemeente
7
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS – KWALITEITSONDERZOEK
3/10
2 . Opzet onderzoek De inspectie heeft in oktober 2024 een onderzoek uitgevoerd bij de gemeente Achtkarspelen vanwege tekortkomingen in de uitvoering van de wettelijke taken omtrent het toezicht en de handhaving op kinderopvangvoorzieningen. Het risico op een tekortkoming is naar voren gekomen uit bij de inspectie beschikbare gegevens over de taakuitvoering in 2023 en de toelichting die hierop in 2024 door de gemeente gegeven is. Op basis hiervan hebben wij besloten om een onderzoek uit te voeren. In het onderzoek hebben wij de standaard waarbij mogelijk sprake is van een tekortkoming in de huidige taakuitvoering onderzocht (zie onderstaande tabel).
Registratie R1 Landelijk register kinderopvang R2 Aanvragen Toezicht T1 Onderzoeken voor registratie T2 (vervolg) onderzoek na registratie T3 Jaarlijkse onderzoeken en actualiseren risicoprofiel T4 Toezicht gastouderopvang
●
Handhaving H1 Handhaving
Werkwijze Wij vormen onze oordelen door de taakuitvoering van de gemeente te toetsen aan de standaarden uit het Interbestuurlijk toezichtkader 2023. Wij beoordelen of een gemeente aan de wettelijke eisen voldoet. Voor meer informatie over de werkwijze van de inspectie verwijzen wij naar het Interbestuurlijk toezichtkader 2023, te vinden op de website van de Inspectie van het Onderwijs (www.onderwijsinspectie.nl). Onderzoeksactiviteiten Het onderzoek bestond uit de volgende onderzoeksactiviteiten: - analyseren van de Kadernota 2023-2026; - een gesprek met de bij toezicht en handhaving kinderopvang betrokken medewerkers, de verantwoordelijk wethouder en de burgemeester. Het onderzoek was gericht op de taakuitvoering door de gemeente in het jaar 2023 en 2024.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS – KWALITEITSONDERZOEK
4/10
3 . Resultaten en vervolg In dit hoofdstuk geven wij de resultaten weer van het onderzoek bij de gemeente Achtkarspelen op de onderzochte standaard en beschrijven wij het vervolg.
Resultaten Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente Achtkarspelen niet voldoet aan de basiskwaliteit van 1 van de wettelijke taken. De toelichting op dit oordeel is te vinden in de volgende paragraaf.
Toelichting op resultaten Situatiebeschrijving In de kadernota 2023-2026 van de gemeente Achtkarspelen wordt gesteld dat er bij taken die door de overheid aan de gemeente worden opgelegd sprake moet zijn van toereikende middelen. Bij de wettelijke verplichting om het percentage jaarlijks te inspecteren gastouders per 1 januari 2023 op te hogen naar 50% procent was er volgens de gemeente sprake van te weinig compensatie vanuit het Rijk om de extra kosten hiervan te dekken, wat volgens de gemeente betekende dat deze wettelijke taak niet uitgevoerd kon worden. In het onderzoeksgesprek hebben de gesprekspartners vanuit de gemeente een nadere toelichting gegeven op het raadsbesluit dat aan deze stellingname ten grondslag lag. Zij hebben daarbij aangegeven dat gemeente Achtkarpelen voor grote financiële uitdagingen staat en dat er bij de verplichting om het toezicht op de gastouderopvang per 1 januari 2023 te intensiveren geen financiële ruimte meer werd gezien om hier aanvullend vanuit lokale middelen op te financieren. De gemeenteraad heeft daarom, vanuit het standpunt ‘geen knaken, geen taken’ destijds besloten het toezicht op de gastouderopvang niet te intensiveren naar jaarlijks 50%, maar het op jaarlijks 10% procent te houden.
Oordeel inspectie De gemeente voldoet sinds 2023 niet aan de basiskwaliteit van de standaard Toezicht Gastouderopvang (T4) uit het interbestuurlijk toezichtkader 2023. In deze standaard wordt (conform artikel 162, lid 3 van de Wet kinderopvang) gesteld dat minstens de helft van de voorzieningen voor gastouderopvang jaarlijks moeten worden onderzocht en dat iedere geregistreerde voorziening voor gastouderopvang minimaal eens per 3 jaar moet worden onderzocht. Deze norm maakt deel uit van een serie huidige en toekomstige maatregelen die worden genomen door het ministerie van SZW om de kwaliteit van de gastouderopvang te verhogen en beter te waarborgen.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS – KWALITEITSONDERZOEK
5/10
De inspectie verwacht van de gemeente dat zij maatregelen treft om de tekortkoming in de uitvoering van het toezicht op de gatouderopvang duurzaam op te heffen.
Stappen om de taakuitvoering te verbeteren In het onderzoeksgesprek hebben de gesprekspartners vanuit de gemeente aangegeven dat de gemeente het belang van goed en voldoende toezicht op de gastouderopvang onderschrijft en dat het de intentie is van de gemeente om de taakuitvoering te verbeteren. Er is vervolgens afgesproken dat de gemeente een verbeterplan maakt en de gemeente de inspectie op de hoogte zal houden van de gemaakte vorderingen. Voorafgaand aan de vaststelling van dit rapport heeft de gemeente de inspectie op 2 momenten geïnformeerd over de reeds gezette stappen om tot een voldoende taakuitvoering te komen. Op 18 december 2024 ontvingen wij van de gemeente het verbeterplan en berichtte de gemeente ons tevens dat het college op 17 december 2024 heeft besloten om: 1. Jaarlijks 50% van de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang te inspecteren. 2. Een budget van € 18.000,- per jaar structureel op te nemen in de (meerjaren)begroting voor de inspecties van de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang. 3. Dit voor te leggen aan de raad door middel van een raadsvoorstel waarin het budget van € 18.000,- wordt opgenomen in de begroting 2025 en de meerjarenbegroting 2026 e.v. Tevens ontvingen wij op 11 februari 2025 van de gemeente het bericht dat de raad op 23 januari 2025 akkoord is gegaan met bovengenoemd voorstel.
Vervolg Op grond van de informatie die de gemeente heeft verstrekt, kan worden geconstateerd dat de gemeente reeds aan de gemaakte verbeterafspraak heeft voldaan. De inspectie zal in het tweede kwartaal van 2026 (aan de hand van de verantwoordingsgegevens t.b.v. de Jaarverantwoording Kinderopvang over het jaar 2025) nagaan of de 50%-norm voor het toezicht op de gastouderopvang in 2025 inderdaad is behaald en de gemeente over haar bevindingen informeren.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS – KWALITEITSONDERZOEK
6/10
4 . Bijlage: Zienswijze gemeente Geachte mevrouw Piek, Op d.d. 11 februari 2025 hebben wij gereageerd op uw eerste conceptrapport. U geeft aan in uw brief van d.d. 25 februari 2025 dat onze zienswijze aanleiding vormde om de tekst van het rapport aan te passen. Het aangepaste conceptrapport hebben wij op 25 februari 2025 ontvangen. Graag maken wij gebruik van het indienen van een zienswijze op het concept rapport ‘’Onderzoek naar de wettelijke taken omtrent het toezicht en de handhaving op kinderopvangvoorzieningen’’, welke als bijlage in het definitieve rapport wordt opgenomen. Als eerste willen wij u mededelen dat zowel ons college als onze gemeenteraad heeft besloten om de controles op de gastoudervoorziening te intensiveren naar de 50% en hiervoor structureel budget vrij te maken op de (meerjaren)begroting 2025. Hiermee voldoet de gemeente aan haar toezichtstaak zoals omschreven in artikel 1.62 lid 3 van de Wet kinderopvang en wordt de tekortkoming zoals omschreven in uw rapport opgeheven. In het collegebesluit heeft u kunnen lezen dat ons college op 17 december 2024 heeft besloten om: 1. Jaarlijks 50% van de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang te inspecteren. 2. Een budget van € 18.000,- per jaar structureel op te nemen in de (meerjaren)begroting voor de inspecties van de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang. 3.
Dit voor te leggen aan de raad door middel van een raadsvoorstel waarin het budget van € 18.000,- wordt opgenomen in de begroting 2025 en de meerjarenbegroting 2026 e.v. Op 23 januari 2025 is het raadsvoorstel door de gemeenteraad behandeld waarbij er een lange discussie werd gevoerd. Het debat is opgenomen en kunt u vinden op de website https://achtkarspelen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/ 9e664b27-6dc1-496b-9197-cc42c0b14d5c (1:32:40 - 3:05:00 minuut). De gemeenteraad worstelt met haar wettelijke plicht, het navolgen en handhaven van de wet en het waarborgen van de democratische rechtsstaat enerzijds en anderzijds de structurele tekorten op de begroting door de steeds grotere hoeveelheid taken die de gemeente verkrijgt afkomstig van het Rijk waarbij er geen toereikende middelen ter beschikking worden gesteld. Het besluit om extra middelen vrij te maken om aan de 50% norm te voldoen betekent wel dat ons structurele begrotingssaldo verder negatief wordt en onze bezuinigingsopgave hiermee wordt verhoogd. De gemeente komt hierdoor voor lastige, ingrijpende keuzes te staan. Dit betekent dat er op andere, wellicht wettelijke taken, moet worden bezuinigd waardoor het voorzieningenniveau in de gemeente zal worden verslechterd.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS – KWALITEITSONDERZOEK
7/10
Concreet heeft de gemeenteraad besloten op d.d. 23 januari 2025 om: In de (meerjaren)begroting van 2025 en verder structureel een budget van € 18.000 per jaar op te nemen voor de inspecties van de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang, dit om jaarlijks 50% van de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang te inspecteren. Ondanks dat het raadsvoorstel is aangenomen en de raad heeft uitgesproken om te voldoen aan de wettelijke criteria om de gastouderinspecties te intensiveren naar de 50%, verzoekt de raad het college via een ingediende motie om: 1. Bij het Rijk krachtig te pleiten voor: • Een herziening van de opgelegde 50%-norm of meer flexibiliteit bij de toepassing ervan; • Een volledige compensatie van de daadwerkelijke kosten van de inspecties. 2. Juridische stappen te onderzoeken, waaronder: • Een toetsing van de opgelegde verplichting aan het subsidiariteitsbeginsel en artikel 2 van de Financiëleverhoudingswet; • Het betwisten van de proportionaliteit van eventuele indeplaatsstelling. 3. Deze motie te verspreiden onder de andere Nederlandse gemeenten. 4. De inspanningen van de gemeente in het verbeterplan te blijven voortzetten, inclusief de gefaseerde aanpak, zolang het Rijk niet toereikende middelen beschikbaar stelt.
De gemeenteraad is van mening dat het Rijk handelt in strijd met de Financiële verhoudingswet, omdat er steeds meer taken van het Rijk naar de gemeente worden overgeheveld maar hiervoor geen tot weinig compensatie van financiële middelen worden meegegeven. Dit maakt dat onze gemeenteraad destijds heeft besloten om niet mee te gaan met de intensivering, omdat hiervoor geen middelen waren. De gemeenteraad en het college hebben nu wel gekozen om mee te gaan met de intensivering, maar er is nog steeds geen financiële ruimte om aanvullend vanuit lokale middelen te financieren. Dit betekent dat er op andere, wellicht wettelijke taken, moet worden bezuinigd waardoor het voorzieningenniveau in de gemeente verder zal verslechteren.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS – KWALITEITSONDERZOEK
8/10
Op dit moment communiceert u met de Tweede Kamer over de Wet kinderopvang. De staatssecretaris J.N.J. Nobel geeft aan in een brief van d.d. 17 december 2024 dat hij in 2025 opnieuw met informatie naar de Tweede Kamer komt over gastouderopvang. Wij verzoeken u de problematiek waar onze gemeente mee te maken heeft in de uitvoering van deze wet kenbaar te maken aan de minister en de Tweede Kamer. Ook vragen wij u om deze zienswijze integraal onderdeel uit te laten maken van uw monitoring en evaluatie die komend jaar plaatsvindt.
burgemeester en wethouders van Achtkarspelen, de secretaris/directeur, mr. M.P. de Jong
de burgemeester, J.D. de Vries Msc
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS – KWALITEITSONDERZOEK
9/10
Inspectie van het Onderwijs Postbus 2730, 3500 GS Utrecht T-algemeen 088 6696000 T-loket (voor vragen) 088 6696060
MOTIE Agendapunt: 12. Inspectie op gastoudervoorzieningen: Structureel verhogen naar wettelijke 50%-norm Onderwerp: Eerlijke financiële compensatie en proportioneel beleid voor inspectietaken De raad van de gemeente Achtkarspelen bijeen op 23 januari 2025 De verplichte inspectie van 50% van de gastouderopvang wordt onvoldoende gecompenseerd door het Rijk, wat leidt tot een financieel tekort. Deze motie vraagt om herziening of volledige compensatie en juridische verkenning. Constaterende dat: • Het Rijk gemeenten sinds 1 januari 2023 verplicht jaarlijks 50% van de gastoudervoorzieningen te inspecteren conform artikel 1.62, lid 3 van de Wet kinderopvang; • De financiële compensatie vanuit het Rijk (€ 2.000) onvoldoende is om de geschatte kosten van € 18.000 per jaar te dekken; • De gemeente Achtkarspelen al een verbeterplan heeft opgesteld en actief samenwerkt met de Inspectie van het Onderwijs om te voldoen aan de norm, inclusief een gefaseerde aanpak; • Het Algemeen beleidskader indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing aangeeft dat indeplaatsstelling door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid slechts proportioneel en als ultimum remedium mag worden toegepast, en dat deze maatregel in Achtkarspelen niet aan de orde is gezien de ondernomen acties.
Overwegende dat: • De dreiging van indeplaatsstelling disproportioneel is gezien de inspanningen van de gemeente om aan de wettelijke eisen te voldoen; • Het subsidiariteitsbeginsel en artikel 2 van de Financiële-verhoudingswet voorschrijven dat het Rijk gemeenten voldoende middelen moet verschaffen om opgedragen taken uit te voeren; • Het onwenselijk is dat Achtkarspelen structureel opdraait voor de financiële gevolgen van deze landelijke verplichting; • Een sterke lobby richting het Rijk en eventueel juridische stappen noodzakelijk zijn om de financiële belangen en autonomie van de gemeente te beschermen. Verzoekt het college: 1. Bij het Rijk krachtig te pleiten voor: • Een herziening van de opgelegde 50%-norm of meer flexibiliteit bij de toepassing ervan; • Een volledige compensatie van de daadwerkelijke kosten van de inspecties. 2. Juridische stappen te onderzoeken, waaronder: • Een toetsing van de opgelegde verplichting aan het subsidiariteitsbeginsel en artikel 2 van de Financiële-verhoudingswet; • Het betwisten van de proportionaliteit van eventuele indeplaatsstelling. 3. Deze motie te verspreiden onder de andere Nederlandse gemeenten. 4. De inspanningen van de gemeente in het verbeterplan te blijven voortzetten, inclusief de gefaseerde aanpak, zolang het Rijk niet toereikende middelen beschikbaar stelt. En gaat over tot de orde van de dag.
Albert van Dijk (zelfstandig raadslid) Klaas Sietse van der Wal (CU-Achtkarspelen) Stemming: Voor: CU, FNP, GBA, PVV, raadslid Van Dijk en raadslid De Vries (11) Tegen: CDA, GroenLinks en PvdA (9) De motie is aangenomen
Aan de leden
Datum
5 juni 2025 Ons kenmerk
U202500288 Lbr. 25/028 Telefoon
070 – 373 83 93 Bijlage(n)
2
Onderwerp
Format beleidsregels hersteloperatie toeslagen
Geachte leden van college en gemeenteraad, In deze brief informeren wij u over de introductie van het model Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen. Met dit Model beleidsregels zetten we een volgende stap in het verduidelijken en harmoniseren van de brede ondersteuning voor ouders én de gemeentelijke uitvoering. We vragen u om, in navolging van het advies van de commissie van Dam, deze beleidsregels ook in uw gemeente vast te stellen. Aanleiding Model beleidsregels brede ondersteuning Sinds september 2020 ondersteunen gemeenten mogelijk gedupeerde ouders via de brede ondersteuning. Gemeenten zien zich sindsdien geconfronteerd met een forse toename van het aantal aangemelde ouders (van 8.500 naar ruim 68.000), met nieuwe doelgroepen, met een zeer lange looptijd van de beoordeling en het financieel herstel door UHT en een veranderde, steeds complexere en terugkerende vraag van ouders. Om die reden heeft de VNG samen met gemeenten, ouders en ketenpartners, in het voorjaar van 2024 een verkenning uitgevoerd om de brede ondersteuning toekomstbestendig in te richten. De verkenning heeft geresulteerd in een viertal verbetermaatregelen, waaronder het harmoniseren van het proces, de duur en de looptijd van de brede ondersteuning. Deze verbetermaatregelen zijn per 1 januari 2025 verankerd in de Wet hersteloperatie toeslagen.
Gelijktijdig met de invoering van de wetswijziging heeft de spoedadviescommissie van Dam onderzocht en geadviseerd op welke wijze de hersteloperatie toeslagen verder verbeterd en versneld kan worden. Eén van de adviezen ziet toe op de brede ondersteuning. De adviescommissie constateert dat de verschillen in de brede ondersteuning tussen gemeenten wringen met het gelijkheidsbeginsel en zorgen voor veel frustratie bij ouders. Daarom adviseert de commissie om het kader waarbinnen gemeenten toeslagenouders helpen te harmoniseren en vast te leggen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/2
In reactie op het advies hebben gemeenten zelf het initiatief genomen ten aanzien van de aanbeveling om de brede ondersteuning te harmoniseren. Het voorliggende model beleidsregels is hiervan één van de resultaten. Proces totstandkoming Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van de brede ondersteuning, is – op verzoek van gemeenten en in samenwerking met een klankbordgroep van gemeenten – dit model opgesteld. De in het model opgenomen uitgangspunten en het afwegingskader zijn daarnaast afgestemd en getoetst met een vertegenwoordiging van ouders. Wat betekent dit voor uw inwoners en ambtelijke organisatie? De beleidsregels bieden een duidelijk en uniform afwegingskader voor de gemeentelijke uitvoering. Ook bieden ze duidelijkheid aan ouders en kinderen die recht hebben op hulp. Ze maken het proces van aanvraag tot beëindiging van ondersteuning inzichtelijk en bevorderen harmonisatie tussen gemeenten. Het format biedt ruimte voor lokale invulling, met behoud van maatwerk – een aspect dat zowel door ouders als gemeenten als essentieel wordt gezien. Hoewel de hulp per situatie kan verschillen, is de afweging waarom welke hulp wordt ingezet wel eenduidig. Dit waarborgt aandacht voor individuele behoeften én zorgt voor transparante en consistente besluitvorming op basis van de beleidsregels.
Kosten Gemeenten worden volledig gecompenseerd voor alle kosten die zij maken voor de hersteloperatie en het bieden van brede ondersteuning. De afspraken over de compensatie van deze kosten zijn opgenomen in drie specifieke uitkeringen (Spuk’s). Gemeenten declareren hun kosten voor de hersteloperatie achteraf bij het rijk op basis van een SiSa-verantwoording. Bijlagen Deze ledenbrief bevat twee bijlagen: Bijlage 1. Model beleidsregels Bijlage 2. Implementatiehandleiding Vragen Voor vragen over deze ledenbrief kunt u terecht bij het Klantcontactcentrum van de VNG (0703738393) of e-mail (info@vng.nl). Vragen over de voortgang en uitvoering van de hersteloperatie kunt u stellen aan hersteloperatie@vng.nl. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
mr L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
Model beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen
Programma hersteloperatie toeslagen
Thema of datum
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 Juni, 2025 Versiebeheer
Doorgevoerde wijzigingen
Versie 1, juni 2025
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
1/20
Inhoudsopgave 1.
Model Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen ........................................ 3
2.
Toelichting ............................................................................................................................................10
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/20
1. Model Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen Leeswijzer modelbepalingen - […] of (bijvoorbeeld) [tijdstip] = door gemeente in te vullen, zie de definitie van college in artikel 1. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 7, eerste lid. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 20. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 22. Combinaties zijn ook mogelijk; bijvoorbeeld een bepaling die zowel facultatief is als een keuzemogelijkheid inhoudt. Zie artikel 6. Let op dat de nummering of lettering bij het niet overnemen van een facultatief artikel, lid, of onderdeel moet worden aangepast. Bij een opsomming wordt zo nodig achter het voorlaatste onderdeel “en” of “of” geplaatst en wordt het laatste onderdeel afgesloten met een “.” of een “,” als er nog een staarttekst volgt. Nadere uitleg is opgenomen in de implementatiehandleiding.
Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van [naam gemeente] houdende bepalingen over brede ondersteuning [eventueel jaartal] (Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen [naam gemeente en eventueel jaartal]) Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente]; gelet op de artikelen 2.21 van de Wet hersteloperatie toeslagen en 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen: Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen [naam gemeente en eventueel jaartal] HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: -
bedreigende situatie: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water, gedwongen beëindiging van de zorgverzekering, ernstig belemmerende psychische omstandigheden of een soortgelijke acute crisissituatie;
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/20
-
-
-
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente]; gezin: gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Participatiewet waarbij onder het kind ook het thuiswonende kind of pleegkind van achttien jaar of ouder valt van de persoon, bedoeld in artikel 2.21, eerste lid, van de wet of hun partner; hulpvraag: formulering van de behoefte aan brede ondersteuning dat passend is om de doelstellingen, genoemd in artikel 2, tweede lid, te kunnen bereiken; inwoner: degene die als ingezetene in de basisregistratie personen van de gemeente ingeschreven is; kindregeling: herstelregeling op grond van afdeling 2.2 van de wet waarmee een tegemoetkoming en brede ondersteuning wordt geboden aan kinderen van gedupeerde ouders; leefgebieden: de vijf leefgebieden, genoemd in artikel 2.21, eerste lid, van de wet, zijnde financiën, gezin, werk, wonen en zorg; reguliere ondersteuning: andere gemeentelijke ondersteuning binnen het sociaal domein dan brede ondersteuning; toekennen: verlenen van de aanspraak op een voorziening; UHT: Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen; verstrekken: feitelijk verschaffen van een toegekende voorziening; voorziening: materiële voorziening als bedoeld in artikel 13 of immateriële voorziening als bedoeld in artikel 14; wet: Wet hersteloperatie toeslagen.
HOOFDSTUK 2. DOEL, UITZONDERINGEN EN DOELGROEP BREDE ONDERSTEUNING Artikel 2. Doel van de brede ondersteuning 1. De brede ondersteuning is gericht op: a. het ondersteunen van de aanvrager bij het maken van een nieuwe start in het kader van herstel als bedoeld in artikel 2.21, vierde lid, van de wet; en b. het bijdragen aan het herstel van vertrouwen van de aanvrager in de overheid. 2. De doelstellingen van de brede ondersteuning op de leefgebieden die de aanvrager in staat moet stellen een nieuwe start te maken zijn: a. financiën: in staat zijn om een financieel gezonde huishouding te voeren; b. gezin: samenleven en opgroeien in een veilige omgeving waarin kinderen zich kunnen ontwikkelen; c. werk: minimaal de beschikking hebben over een startkwalificatie of duurzaam kunnen participeren in een arbeidsproces; d. wonen: een veilige en betaalbare plek om te wonen; en e. zorg: welzijn vanuit lichamelijke en geestelijke gezondheid.
Artikel 3. Uitzonderingen brede ondersteuning
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/20
Geen onderdeel van de brede ondersteuning zijn: a. b. c. d.
vormen van algemene inkomensaanvulling of inkomensondersteuning; ondersteuning op andere leefgebieden dan bedoeld in artikel 1; vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de wet; vergoeding van schulden, tenzij het gaat om vergoeding van betalingsachterstanden in een bedreigende situatie en onder de voorwaarde dat er ook aanvullende voorzieningen worden ingezet om herhaling van een bedreigende situatie te voorkomen; e. kosten voor voorzieningen die zijn gemaakt voordat een aanvraag is ingediend tenzij sprake was van een bedreigende situatie; of f. kosten voor een advocaat bij het ontvangen van vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de wet.
Artikel 4. Doelgroep brede ondersteuning 1.
2.
3.
4.
Het college verleent toegang tot brede ondersteuning aan inwoners die onder de personenkring van artikel 2.21, eerste en tweede lid, van de wet vallen en die niet eerder met brede ondersteuning een nieuwe start hebben kunnen maken. Het college verleent ook brede ondersteuning aan het gezin van de aanvrager die op grond van het eerste lid is toegelaten tot de brede ondersteuning. De samenstelling van het gezin op het moment van de aanvraag is leidend. Het college kan ook toegang tot brede ondersteuning verlenen aan een aanvrager die valt onder de personenkring van artikel 2.21, eerste en tweede lid, van de wet, maar geen inwoner is als sprake is van een verhuizing, detentie of andere bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2.21, derde lid, van de wet. De aanvrager wordt in dat geval gelijkgesteld met een inwoner. Bij toepassing van het derde lid vindt over de verlening van toegang tot brede ondersteuning overleg plaats met de aanvrager en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar deze aanvrager inwoner is.
Artikel 5. Brede ondersteuning voor een minderjarige Het college verleent toegang tot brede ondersteuning aan een minderjarige die in aanmerking komt voor de kindregeling als deze: a. jonger is dan zestien jaar en onder het gezag van een inwoner staat; b. jonger is dan zestien jaar en feitelijk verblijft bij een inwoner die één van de gezaghebbers is; of c. zestien jaar of ouder is en zelf inwoner is.
HOOFDSTUK 3. AANVRAAG, EERSTE GESPREK EN VASTSTELLING HULPVRAAG
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5/20
Artikel 6. Aanvraag brede ondersteuning [1. Een aanvraag voor toegang tot brede ondersteuning aan het college [kan zowel schriftelijk als mondeling [bij het stadsloket, wijkteam of digitaal] worden ingediend. OF wordt schriftelijk ingediend [bij het stadsloket, wijkteam of digitaal].] 2. Het college stelt vast of de inwoner behoort tot de in artikel 4, eerste lid, genoemde doelgroep en daarmee in aanmerking komt voor brede ondersteuning bij de UHT. 3. Indien een inwoner bij de UHT heeft aangegeven in aanmerking te willen komen voor brede ondersteuning, ontvangt het college de contactgegevens van de inwoner via het gegevensportaal van de UHT. De datum van ontvangst van de gegevens via het gegevensportaal van de UHT wordt gelijkgesteld met het indienen van de aanvraag. Artikel 7. Eerste gesprek en vaststelling hulpvraag 1. 2. 3.
Nadat een aanvraag bij het college is ingediend, nodigt het college de aanvrager binnen [(redelijke termijn noemen, bijvoorbeeld acht)] weken uit voor een eerste gesprek. De aanvrager bepaalt of het eerste gesprek op locatie plaatsvindt of bij de aanvrager thuis. [In de uitnodiging vraagt het college de aanvrager diens keuze kenbaar te maken.] Tijdens het eerste gesprek wordt samen met de aanvrager, aan de hand van de doelstellingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, de situatie van de aanvrager op de leefgebieden op het moment van de aanvraag vastgesteld en wordt gezamenlijk bepaald wat diens hulpvraag is.
HOOFDSTUK 4. BESLUIT OP DE AANVRAAG EN PLAN VAN AANPAK Artikel 8. Besluit op de aanvraag 1. Het college zorgt dat de aanvrager [(termijn noemen, maximaal acht)] weken na het eerste gesprek een beschikking ontvangt. De beschikking bevat: a. een verlening van toegang tot brede ondersteuning met een plan van aanpak dat minstens op hoofdlijnen is vastgesteld; of b. een gemotiveerde weigering van de toegang tot brede ondersteuning. 2. Het college kan de termijn uit het eerste lid voor het opstellen van een plan van aanpak met [(termijn noemen, maximaal vier)] weken verlengen. Artikel 9. Het opstellen van het plan van aanpak 1.
Het college stelt samen met de aanvrager het plan van aanpak op. Daarbij vormt de situatie van de aanvrager op het moment van de aanvraag en de hulpvraag het startpunt. 2. In het plan van aanpak wordt vastgelegd: a. hoe stapsgewijs en integraal naar de doelstellingen voor het maken van een nieuwe start door de aanvrager op de leefgebieden wordt toegewerkt; en b. welke voorzieningen worden toegekend om de aanvrager op passende, adequate en duurzame wijze in staat te stellen deze doelstellingen te bereiken.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6/20
Artikel 10. Aanvullend schuldhulpverleningsaanbod jongeren 1.
Het plan van aanpak bevat een aanvullend schuldhulpverleningsaanbod, zoals bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021, als de aanvrager: a. achttien jaar of ouder is; b. in aanmerking komt voor de kindregeling; c. naar het oordeel van het college in een problematische schuldsituatie zit; en d. diens aanvraag heeft ingediend binnen de termijn, bedoeld in artikel 3, vierde lid, Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021 2. Het college begeleidt de aanvrager bij het inzichtelijk maken van diens financiële situatie.
Artikel 11. Het wijzigen van het plan van aanpak 1. Het college kan tot twee jaar na het eerste gesprek het plan van aanpak in samenspraak met de aanvrager aanvullen of nieuwe of andere voorzieningen toekennen. Bij materiële voorzieningen is deze termijn beperkt tot zes maanden na het eerste gesprek. 2. Een aanvrager kan [schriftelijk] een verzoek indienen [bij het stadsloket, wijkteam of digitaal] om het plan van aanpak te wijzigen. Artikel 8, eerste lid, is op deze aanvraag van overeenkomstige toepassing. 3. Als de aanvrager het college verzoekt een aanvullende voorziening toe te kennen, toetst het college dit verzoek aan de artikelen 12, tweede lid, 13 en 14. 4. De in het plan van aanpak vastgestelde doelstellingen wijzigt het college niet, tenzij zich gedurende de uitvoering van het plan van aanpak nieuwe feiten en omstandigheden voordoen die wijziging noodzakelijk maken.
HOOFDSTUK 5. TOEKENNEN EN VERSTREKKEN VAN VOORZIENINGEN Artikel 12. Voorzieningen 1. 2.
Het college verstrekt aan de aanvrager de immateriële en materiële voorzieningen die in het plan van aanpak zijn toegekend. Bij het toekennen van de voorzieningen houdt het college onder andere rekening met: a. de vaardigheden van de aanvrager; b. de draagkracht en financiële armslag van de aanvrager; c. de omvang en de samenstelling van het huishouden van de aanvrager; d. het duurzame karakter van de voorziening; en e. de wijze waarop de voorziening de aanvrager in staat stelt om de doelstellingen uit het plan van aanpak te bereiken.
Artikel 13. Materiële voorzieningen
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
7/20
1.
2.
Een materiële voorziening is een zaak die noodzakelijk is om belemmeringen van de aanvrager bij het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak weg te nemen of te beperken. Het college kan materiële voorzieningen tot zes maanden na het eerste gesprek toekennen. De feitelijke verstrekking van voorzieningen kan na deze periode nog plaatsvinden.
Artikel 14. Immateriële voorzieningen 1.
2.
Een immateriële voorziening is een vorm van hulpverlening of een dienst die nodig en passend is voor de ontwikkeling van kennis, kunde, vaardigheden of andere competenties van de aanvrager voor het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak. Het college kan immateriële voorzieningen tot twee jaar na het eerste gesprek toekennen. De feitelijke verstrekking van voorzieningen kan na deze periode nog plaatsvinden.
Artikel 15. Medewerking aanvrager Het college kan, voordat de voorziening wordt toegekend via het plan van aanpak, de aanvrager om medewerking vragen om te kunnen bepalen of een beoogde voorziening aan de artikelen 12, tweede lid, 13 en 14 voldoet. Artikel 16. Weigeren voorzieningen Het college weigert het toekennen van een voorziening als: a. de gevraagde voorziening al vóór het eerste gesprek is gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er na het indienen van de aanvraag maar vóór het eerste gesprek sprake was van een bedreigende situatie waarvoor de voorziening noodzakelijk was; b. de voorziening niet aan de artikelen 12, tweede lid, 13 en 14 voldoet; of c. de aanvrager niet de medewerking, bedoeld in artikel 15 heeft verleend en het college daardoor niet kan vaststellen of de beoogde voorziening aan de artikelen 12, tweede lid, 13 en 14 voldoet.
HOOFDSTUK 6. BEËINDIGING BREDE ONDERSTEUNING EN OVERDRACHT Artikel 17. Beëindiging van de brede ondersteuning 1. In aanvulling op artikel 2.21, vierde lid, van de wet eindigt de brede ondersteuning als de aanvrager: a. om beëindiging van de brede ondersteuning verzoekt; of b. niet binnen een redelijke termijn van de brede ondersteuning gebruik heeft gemaakt en niet reageert op een oproep van het college om hier alsnog gebruik van te maken. 2. Het college nodigt de aanvrager bij de beëindiging van de brede ondersteuning uit voor een gesprek om de actuele situatie van de aanvrager op de leefgebieden te bespreken. Artikel 18. Overdracht van hulpverlening
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
8/20
Als de aanvrager bij de beëindiging van de brede ondersteuning de doelstellingen uit het plan van aanpak niet heeft bereikt en het plan van aanpak niet expliciet in een overdracht naar reguliere ondersteuning voorziet, dan zorgt het college in samenspraak met de aanvrager alsnog voor een warme overdracht vanuit de brede ondersteuning. Artikel 19. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien strikte toepassing ervan zou leiden tot een onevenredige benadeling van een belanghebbende of tot een uitkomst die kennelijk onredelijk is. HOOFDSTUK 7. SLOTBEPALINGEN [Artikel 20. Klachten Een aanvrager kan een klacht indienen bij de [instantie noemen], als er ontevredenheid bestaat over een onderdeel van de brede ondersteuning.] [Artikel 21. Intrekking De beleidsregels [citeertitel beleidsregels] worden ingetrokken met ingang van de dag dat deze beleidsregels in werking treden.] Artikel 22. Inwerkingtreding [Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking. OF Deze beleidsregels treden in werking op [datum noemen].] Artikel 23. Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen [(naam gemeente en eventueel jaartal)].
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, [naam secretatis] de burgemeester, [Naam burgemeester]
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
9/20
2. Toelichting Algemeen Bij een zeer groot aantal ouders is tussen 2005 en 2019 onterecht de kinderopvangtoeslag stopgezet door de Belastingdienst. Dat heeft voor die ouders, hun gezinnen, ex-toeslagpartners en nabestaanden enorme gevolgen gehad. Deze ouders, hun gezinnen, ex-toeslagpartners en nabestaanden is daardoor ernstig onrecht aangedaan. (Gedupeerde) ouders hebben vaak meer nodig dan alleen financieel herstel. Zij kunnen nog dagelijks gevolgen ondervinden van de manier waarop de terugvordering van de kinderopvangtoeslag plaatsvond. Gedupeerden hebben recht op begrip, erkenning en ondersteuning. Zij hebben bijvoorbeeld ondersteuning nodig bij het vinden van passend werk, het oplossen van schulden of begeleiding bij gezondheidsproblemen. Gemeenten spelen hierbij een belangrijke rol, omdat zij dicht bij hun inwoners staan en beschikken over ruime ervaring in het sociaal domein. Om die reden is in de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) geregeld dat het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) bevoegd is om brede ondersteuning te bieden aan personen die zijn getroffen door de toeslagenproblematiek. Voor aanvragers van kinderopvangtoeslag die zich hebben aangemeld bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), kan de brede ondersteuning starten vanaf het moment van aanmelding.
Deze werkwijze vloeide voort uit de wens van het kabinet om aan het begin van de hersteloperatie ouders, los van de duur van het beoordelingsproces, tijdig bij te staan om zo erger te voorkomen. Indien uit de Integrale Beoordeling (IB) blijkt dat een aanvrager kinderopvangtoeslag die zich bij UHT heeft gemeld, niet als gedupeerde ouder wordt erkend, komt deze persoon niet langer in aanmerking voor brede ondersteuning. In dat geval wordt de ondersteuning beëindigd. Het indienen van bezwaar tegen de beoordeling door UHT heeft geen opschortende werking op de beëindiging van de brede ondersteuning. Met andere woorden: als iemand na afronding van de IB als niet-gedupeerd is beoordeeld door UHT, dan stopt het recht op de brede ondersteuning, ook als deze persoon tegen dat besluit in bezwaar gaat. Extoeslagpartners, kinderen en nabestaanden kunnen na erkenning door de UHT terecht bij de gemeente voor de brede ondersteuning. Het college verifieert bij UHT of de inwoner recht heeft op brede ondersteuning. Maken van een nieuwe start Op grond van de Wht biedt het college brede ondersteuning aan gedupeerde ouders, extoeslagenpartners, kinderen, nabestaanden en hun gezinnen. Het doel van de brede ondersteuning is dat het gedupeerden in staat stelt een nieuwe start te maken na de toeslagenproblematiek.
De brede ondersteuning draagt bij aan het herstel van vertrouwen van de gedupeerden in de overheid. Waar het financiële herstel, uitgevoerd door de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), zich richt op wat er is gebeurd in het verleden, kijkt de gemeente met brede ondersteuning juist vooruit. De brede ondersteuning is tijdelijk en toekomstgericht. Met de brede ondersteuning wordt de gedupeerde in staat gesteld een stap vooruit te zetten, grip op het leven te krijgen en perspectief te vinden. Zij moeten de draad van hun leven weer kunnen oppakken. Wat daarvoor nodig is, verschilt per persoon.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
10/20
Het faciliteren van een nieuwe start staat centraal in de brede ondersteuning. Hiermee is ‘de nieuwe start’ een paraplubegrip. De nieuwe start is gekoppeld aan doelstellingen die verband houden met de vijf leefgebieden die in artikel 2.21, eerste lid, van de Wht zijn genoemd. Dit betreft financiën, gezin, werk, wonen en zorg. Met de geboden ondersteuning, welke altijd gericht is op het behalen van de doelstellingen, krijgen ouders en kinderen de mogelijkheid om vaardigheden te ontwikkelen, kennis op te doen en hulp te krijgen om zo de doelstellingen op de vijf leefgebieden te kunnen behalen. Bieden van maatwerk Brede ondersteuning is daarmee maatwerk. Dit stelt de gemeente in staat om, binnen de situatie van de gedupeerde, adequate en duurzame ondersteuning in te zetten en zo in samenhang op alle vijf de leefgebieden passende ondersteuning te bieden. De individuele situatie van de gedupeerde en het gezin op het moment van de aanvraag is hierbij het uitgangspunt. Inherent aan het hanteren van dit uitgangspunt en het bieden van maatwerk is dat er bepaalde verschillen in ondersteuning bestaan. Ook tussen gemeenten onderling. De situatie en de behoefte van iedere gedupeerde is anders en hiermee ook de hulpverlening die wordt geboden.
Ruimhartigheid binnen de brede ondersteuning De vijf leefgebieden die in artikel 2.21, eerste lid, van de Wht zijn genoemd sluiten aan bij de reguliere ondersteuning die gemeenten bieden aan inwoners. Ook de doelstellingen waar de gemeente samen met de gedupeerde naartoe werkt, komen overeen met die in het sociaal domein. Waar de reguliere dienstverlening van gemeenten in het sociaal domein echter is ingericht als sociaal vangnet, biedt de brede ondersteuning gemeenten de ruimte om de hulpverlening in te zetten die nodig is om gedupeerden toekomstperspectief te bieden. Alle inwoners die vallen binnen de personenkring van artikel 2.21, eerste lid, van de Wht hebben toegang tot de brede ondersteuning en kunnen deze dus aanvragen. Brede ondersteuning is niet gericht op financieel herstel en biedt geen compensatie voor schade uit het verleden. Het maken van een nieuwe start in de toekomst staat centraal. Tegen die achtergrond is de brede ondersteuning ruimhartig. Dit betekent dat er geen aanvullende kaders of toetsen zijn verbonden aan de toegang tot de brede ondersteuning, dat de meest adequate en duurzame hulp wordt ingezet en dat dit zo snel mogelijk gebeurt. Aanvragers kunnen de draad van hun leven dan ook zo snel als mogelijk oppakken.
Het plan van aanpak als basis voor de ingezette hulp Om te bepalen wat er op de leefgebieden nodig is, brengt het college samen met de aanvrager de situatie van de aanvrager in kaart. Dit is de situatie op het moment van de aanvraag. Vervolgens wordt gezamenlijk, aan de hand van de algemene doelstellingen die voor de vijf leefgebieden zijn geformuleerd, de hulpvraag van de aanvrager en eventueel diens gezin vastgesteld. Op basis van die hulpvraag wordt het plan van aanpak opgesteld. In het plan van aanpak wordt gemotiveerd toegelicht hoe stapsgewijs en integraal naar welke doelstellingen wordt toegewerkt om een nieuwe start te kunnen maken. En waarom welke voorzieningen worden toegekend om de aanvrager uiteindelijk op adequate en duurzame wijze in staat te kunnen stellen deze doelstellingen te bereiken. Het is voor het aanbod van brede ondersteuning niet leidend of benodigde ondersteuning het gevolg is van de invordering van de kinderopvangtoeslag. Het uitgangspunt is met elkaar vast te stellen welke ondersteuning het best passend en nodig is om de doelstellingen te kunnen behalen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
11/20
Verhouding reguliere dienstverlening De inzet van de ondersteuning is gericht op de doelstellingen die gemeenten ook hanteren vanuit de reguliere dienstverlening binnen het sociaal domein. Waar de reguliere dienstverlening is ingericht als sociaal vangnet, is de brede ondersteuning echter gericht op het bevorderen van een nieuwe start in het kader van herstel. Middels maatwerk kan de meest adequate hulp worden ingezet die nodig wordt bevonden, zonder de kaderstelling die gemeenten vanuit het reguliere sociale domein hanteren. Hoewel er duidelijke verschillen zitten tussen de doelstellingen en voorwaarden van de reguliere ondersteuning in het sociaal domein en de brede ondersteuning in de hersteloperatie toeslagen, sluiten deze werkwijzen wel op elkaar aan. Veel van de reguliere kennis en hulpverlening die gemeenten inzetten voor al hun inwoners is passend voor het bevorderen van een nieuwe start. Deze voorzieningen kunnen dus ook worden ingezet via het plan van aanpak aan rechthebbenden van de brede ondersteuning. Denk hierbij aan de ondersteuning bij het oplossen en in balans krijgen en houden van financiën zoals vanuit afdelingen schuldhulpverlening en gezinscoaching vanuit het maatschappelijk werkveld.
Invloed ontvangen voorzieningen op bijstandsuitkering Materiële voorzieningen vanuit de brede ondersteuning kunnen worden beschouwd als middelen in de zin van de Participatiewet. Op grond van artikel 31, tweede lid , onderdeel m, van de Participatiewet heeft het college de bevoegdheid om deze middelen uit te zonderen bij de beoordeling van het recht op bijstand. In circulaire 2024-2 heeft de toenmalige Minister van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen gemeenten opgeroepen om in dergelijke bijzondere situaties gebruik te maken van deze mogelijkheid en de middelen uit de brede ondersteuning buiten beschouwing te laten. In het verlengde daarvan is het uitgangspunt dat de toekenning van voorzieningen als onderdeel van de brede ondersteuning niet van invloed is op de voorzieningen die een aanvrager op grond van de Participatiewet ontvangt. Artikelsgewijs In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die (onderdelen) van bepalingen behandeld die nadere toelichting behoeven. Artikel 1. Definities In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in de beleidsregels. Daarbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de Wht. Bijvoorbeeld als het aankomt op de definitie van gezin, kindregeling en leefgebieden.
Bedreigende situatie Voor de invulling van de definitie van bedreigende situatie is aansluiting gezocht bij artikel 4, tweede lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Dit vanuit het algemene uitgangspunt dat de beleidsregels onderdeel zijn van de ondersteuning in het sociaal domein. Toekennen en verstrekken Verder zijn in de begrippen aparte definities opgenomen van toekennen en verstrekken. Dit om een onderscheid te maken tussen het moment waarop wordt vastgesteld dat een bepaalde voorziening nodig is en een voorziening zoals een opleiding of begeleiding wordt toegekend. En het moment waarop van de voorziening gebruik wordt gemaakt en er dus bijvoorbeeld een opleiding start of begeleiding begint. Dat is het moment waarop de voorziening wordt verstrekt. Dit onderscheid is van belang omdat voorzieningen tot twee jaar na het eerste gesprek kunnen worden toegekend, maar de verstrekking ook na dat moment nog aan de orde kan zijn. Op deze manier kan de geboden ondersteuning langer doorlopen dan twee jaar.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
12/20
Artikel 2. Doel van de brede ondersteuning Brede ondersteuning sluit aan op de rijksbrede doelstellingen die gemeenten ook hanteren vanuit de reguliere dienstverlening binnen het sociaal domein, maar richt zich nadrukkelijk niet op het bieden van een sociaal vangnet. Het gaat om het bieden van toekomstperspectief. Het in staat stellen van de aanvrager om een nieuwe start te maken en het leveren van een bijdrage van het herstel van vertrouwen van de aanvrager in de overheid. Dat is in het eerste lid expliciet gemaakt. Dat het uitgangspunt van de brede ondersteuning is dat toekomstperspectief wordt geboden, betekent ook dat brede ondersteuning maatwerk is. Een nieuwe start ziet er voor iedere aanvrager anders uit en ook het startpunt, oftewel de situatie ten tijde van de aanvraag, verschilt per aanvrager. Wel staan bij de brede ondersteuning steeds dezelfde vijf leefgebieden centraal. Deze leefgebieden en daarbij behorende doelstellingen zijn in het tweede lid opgesomd. Het college bespreekt met iedere aanvrager aan de hand van deze doelstellingen op welke van de vijf leefgebieden er behoefte is aan ondersteuning en waar die ondersteuning uit moet bestaan om de resultaten te kunnen behalen. Artikel 3. Uitzonderingen brede ondersteuning Dit artikel maakt duidelijk wat van de brede ondersteuning uitgezonderd is.