25-093 Bijlage 2.1 bijlagen bij toelichting Sir Winston Churchilllaan Middelburg
Tekst van het document
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
56/102
Bijlage 1 Vormvrije m.e.r.beoordeling
57/102
58/102
SIR WINSTON CHURCHILLAAN MIDDELBURG GEMEENTE MIDDELBURG Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 23 mei 2025
Inhoud
1.
Inleiding 1.1 1.2 1.3
2.
Plaats en omvang van het project 2.1 2.2 2.3 2.4
3.
Plaats van het project Kenmerken van het project Realisatiefase Cumulatie met andere projecten
Kenmerken van de milieueffecten 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9
4.
Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer
Verkeer en parkeren Geluid Bodem en water Natuur Luchtkwaliteit Externe veiligheid Landschap, cultuurhistorie en archeologie Geur Mitigerende maatregelen
Conclusie
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
Op de hoek van de Sir Winston Churchilllaan en de Nadorstweg in Middelburg is op dit moment een schoolgebouw gevestigd. Het gebouw is tot eind 2022 als tijdelijke basis voor een basisschool en kinderopvang in gebruik. De gemeente Middelburg is met Woongoed Middelburg en Zorgstroom voornemens om de locatie te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. De gemeente verkoopt daartoe na de sloop van het bestaande schoolgebouw bouwrijpe grond aan Zorgstroom en Woongoed Middelburg. In een eerste fase worden 80 appartementen gerealiseerd. In de tweede fase wordt eveneens woningbouw beoogd op de plek van de drie gymzalen. Het voornemen past niet binnen het geldende bestemmingsplan 'Klarenbeek' (2014). Om de ontwikkeling mogelijk te maken, is een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D 11.2 van de bijlage opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling bestaat uit 80 woningen en een ontmoetingsruimte op een oppervlakte van 13.372 m2 en blijft hiermee onder de drempelwaarde.
Dit betekent dat een zogenaamde ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is waarin dit document voorziet.
1.2
Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?
In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de omvang van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
1.3
Leeswijzer
Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; • geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken welke te vinden zijn in de bijlagen van het bestemmingsplan.
3/17
2. PLAATS EN OMVANG VAN HET PROJECT 2.1
Plaats van het project
Het plangebied ligt ten noorden van de binnenstad van Middelburg tussen de Sir Winston Churchilllaan, de Nadorstweg, de Gerrit van der Veenstraat en de Koos Vorrinkstraat in de wijk Klarenbeek. In Figuur 2.1 zijn de ligging en de globale begrenzing van het plangebied weergegeven.
Figuur 2.1 Globale ligging plangebied (bron: Rho adviseurs)
In de huidige situatie staat het voormalige schoolgebouw gedeeltelijk leeg. Het gebouw is in het jaar 1976 in opdracht van de Stedelijke Scholengemeenschap gerealiseerd ten behoeve van middelbaar onderwijs. Het gebouw heeft verschillende tijdelijke gebruikers gehad. Het plangebied is geen onderdeel van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Veerse Meer, bevindt zich op 5 kilometer afstand. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe bevindt zich op circa 6 kilometer van het plangebied (Figuur 2.2). Het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland (bestaande natuur) bevindt zich op een afstand van circa 578 meter (Figuur 2.3). Het plantgebied bevindt zich niet in grondwaterbeschermingsgebieden (Figuur 2.4) en valt buiten de stiltegebieden (Figuur 2.5).
4/17
Figuur 2.2 Ligging plangebied (zwart omcirkeld) t.o.v. Natura 2000-gebieden (bron: Aerius Calculator)
Figuur 2.3 Ligging plangebied (zwart) t.o.v. Natuurnetwerk Brabant (bron: Provincie Zeeland)
5/17
Figuur 2.4 Ligging plangebied (zwart) t.o.v. grondwaterbeschermingsgebieden (bron: Provincie Zeeland)
Figuur 2.5 Ligging plangebied (zwart) t.o.v. stiltegebieden (bron: Atlasleefomgeving)
6/17
2.2
Kenmerken van het project
Woongoed Middelburg is van plan om 80 appartementen en een ontmoetingsruimte te realiseren. In eerste instantie zullen 80 appartementen en een ontmoetingsruimte gerealiseerd worden en na sloop van de bestaande gymzalen (tweede fase) de overige woningbouw. Vooralsnog zullen de gymzalen worden gehandhaafd en in gebruik blijven. In Figuur 2.6 is de stedenbouwkundige opzet van de nieuwe invulling opgenomen. Het plangebied zal bestaan uit een open, groen gebied met vier gebouwen. De wooneenheden worden in vijf bouwlagen gebouwd. Dat betekent dat de hoogte van de gebouwen lager zal zijn dan de hoogte van de bestaande gebouwen. Het meest noordoostelijk gelegen gebouw zal in een latere fase worden gerealiseerd, omdat de huidige gymzalen de komende jaren nog gebruikt worden. De huidige groene rand rondom het gebied en de bomen blijven behouden met een vrije positionering van de nieuwe bebouwing.
Figuur 2.6 Vogelvlucht beoogde ontwikkeling (bron: DAT architecten)
2.3
Realisatiefase
Naar verwachting zullen de werkzaamheden voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling in 2024 starten. Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Natuurlijke hulpbronnen worden gebruikt tijdens de bouw en het gebruik van de ontwikkeling. Het betreft hier natuurlijke hulpbronnen als energie, water en grondstoffen. De gevolgen hiervan zijn van een dusdanig beperkte omvang, dat hierdoor geen beslag wordt gelegd op natuurlijke hulpbronnen. Het ontstaan van afval tijdens de bouw van de ontwikkeling is vanzelfsprekend. Bouwafval wordt zoveel mogelijk hergebruikt of afgevoerd naar een erkende verwerker. Het afval van de medewerkers en bewoners zal volgens de geldende regelgeving worden gerecycled/verwerkt. Dit zou op elke locatie het geval zijn. Er is geen aanleiding om dit aspect nader te laten onderzoeken in het kader van het opstellen van een m.e.r.beoordeling.
7/17
2.4
Cumulatie met andere projecten
Voor zover bekend zijn er geen redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatie verwacht kan worden.
8/17
3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.
3.1
Verkeer en parkeren
Ontsluiting De hoofdontsluiting van het plangebied wordt gevormd door de Sir Winston Churchilllaan, een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 30 km/u. In zuidelijke richting loopt de Sir Winston Churchilllaan over in de Parklaan. Deze weg is gecategoriseerd als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom met een maximum snelheid van 30 km/u. In oostelijke richting leidt de Noordsingel naar de Sportlaan, die vervolgens overloopt op de Nassaulaan. Ook deze wegen zijn gecategoriseerd als erftoegangswegen binnen de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 30 km/u. De Nassaulaan loopt over in de Krooneveldweg, een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 50 km/u. In oostelijke richting leidt de Krooneveldweg naar de N57, een regionale stroomweg met een maximumsnelheid van 100 km/u. Richting het noorden loopt de weg over in de Generaal Hakewill Smithlaan en komt vervolgens uit op de kruising met de President Rooseveltlaan. De President Rooseveltlaan is gecategoriseerd als een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 50 km/u en leidt in noordoostelijke richting naar de N57. In zuidwestelijke richting leidt Parkeren Ten behoeve van de ontwikkeling is een berekening uitgevoerd die resulteert in een parkeerbehoefte van 79 parkeerplaatsen.
Op basis van de aanwezigheidspercentages is de totale parkeervraag afgerond 69 parkeerplaatsen. Er worden in het plangebied 71 parkeerplaatsen gerealiseerd. Indien in de toekomst een appartement gerealiseerd wordt in plaats van de ontmoetingsruimte zal dit zorgen voor een kleine toename van benodigde parkeerplaatsen. Deze toename past binnen de beschikbare 71 parkeerplaatsen. Verkeersgeneratie Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van het plangebied in de huidige en de toekomstige situatie wordt gebruikgemaakt van kencijfers uit CROW-publicatie 744. Net als voor de parkeernormen wordt uitgegaan van een stedelijkheidsgraad van 'Sterk stedelijk', een ligging in 'Rest bebouwde kom' en wordt per kencijfer het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. De kencijfers uit CROW-publicatie 744 kunnen gebruikt worden voor het berekenen van de gemiddelde weekdagintensiteiten. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling dient echter gekeken te worden naar de gemiddelde werkdagintensiteiten. Op basis van CROW-publicatie 744 wordt voor woonfuncties een omrekenfactor van 1,11 gehanteerd, terwijl voor sportzalen een omrekenfactor van 1,0 wordt aangehouden.
9/17
Tabel 3.1 De verkeersgeneratie van het plangebied in de huidige en de toekomstige situatie
In de huidige situatie bedraagt de verkeersgeneratie van het plangebied 68 mvt/etmaal. In de toekomstige situatie zorgt de beoogde ontwikkeling voor een verkeersgeneratie van 244 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag en 270 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. De beoogde ontwikkeling zal leiden tot een verkeerstoename van 203 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Verkeersafwikkeling Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling dient gekeken te worden naar de verkeersgeneratie gedurende het maatgevende uur. Als standaard vuistregel wordt aangehouden dat doorgaans gedurende het spitsuur 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. Gedurende het maatgevende uur zorgt de beoogde ontwikkeling voor een verkeerstoename van 20 mvt/uur. Op basis van expert judgement, mede gebaseerd op de capaciteit van de wegen is de verwachte verkeersverdeling bepaald. Vanaf het plangebied zal 60% (12 mvt/uur) van het gegenereerde verkeer in noordelijke richting over de Sir Winston Churchilllaan en via de Generaal Hakewill Smithlaan worden afgewikkeld richting het kruispunt Generaal Hakewill Smithlaan-President Rooseveltlaan. Vanaf dit kruispunt zal 50% (10 mvt/uur) over de President Rooseveltlaan in noordelijke richting worden afgewikkeld, terwijl de overige 10% (2 mvt/uur) in zuidelijke richting wordt afgewikkeld.
Vanaf het plangebied zal 40% (8 mvt/uur) van het gegenereerde verkeer in zuidelijke richting worden afgewikkeld richting het kruispunt Parklaan-Noordsingel. Op dit kruispunt zal 30% (6 mvt/uur) in oostelijke richting worden afgewikkeld via de Sportlaan en de Nassaulaan richting de aansluiting op de N57, terwijl de overige 10% (2 mvt/uur) in zuidelijke richting over de Noordsingel wordt ontsloten. In Figuur 3.3 zijn de verschillende verkeersstromen aangegeven.
10/17
Figuur 3.1 Verkeersafwikkeling
De hoogste verkeerstoename ten gevolge van de beoogde ontwikkeling zal plaatsvinden op de Sir Winston Churchilllaan en de Generaal Hakewill Smithlaan, waar een verkeerstoename zal plaatsvinden van 122 mvt/etmaal op een werkdag (60% van 203 mvt/etmaal. Beide wegen zijn ingericht als erftoegangswegen type I. Binnen het verkeerskundig vakgebied wordt op basis van Duurzaam Veilig voor ETW-type I aangehouden dat een verkeersomvang van 4.000 à 6.000 mvt/etmaal zonder problemen vlot en veilig kan worden afgewikkeld. Uitgaande van een gemiddelde capaciteit van 5.000 mvt/etmaal zorgt de beoogde ontwikkeling voor een procentuele toename van minder dan 5% van de totale wegcapaciteit. Deze toename is dermate laag dat de invloed op de doorstroming op de weg gering zal zijn. Verkeersveiligheid De toename in de verkeersgeneratie zal niet leiden tot knelpunten in de verkeersveiligheid. Door middel van de lage maximumsnelheid van 30 km/uur op de omliggende wegen en de aanwezigheid van fietssuggestiestroken op de Sir Winston Churchilllaan wordt de verkeersveiligheid van fietsers gewaarborgd. Vanuit de aspecten parkeren en verkeer worden geen negatieve effecten verwacht.
3.2
Geluid
Wegverkeerslawaai De omliggende wegen (Sir Winston Churchilllaan, Nadorstweg, Gerrit van der Veenstraat en Koos Voorrinksraat) hebben een snelheidsregime van 30 km/u. Op basis van de Wgh is akoestisch onderzoek niet nodig. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Voor de ontwikkeling is dan ook akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 11 van het bestemmingsplan. Het volgende kan geconcludeerd worden. Voor wegverkeerslawaai is het plan enkel gelegen in de nabijheid van diverse 30 km/uur wegen. Dit type weg vormt een afwijkende categorie binnen de Wgh. Formeel kan voor deze wegen geen hogere waarde worden aangevraagd of verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Voor de waarborging van een goed akoestisch woon- en leefklimaat dient de geluidbelasting op de gevels van nieuw te bouwen woningen nabij 30 km/uur wegen echter alsnog te worden bepaald.
11/17
Derhalve is in het onderhavige akoestisch onderzoek de geluidbelasting ten gevolge van de 30 km/uur wegen Sir Winston Churchilllaan, Nadorstweg, Parklaan, Gerrit van der Veenstraat, Anton de Komstraat en de Koos Vorrinkstraat inzichtelijk gemaakt. Voor alle 30 km/uur wegen geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe appartementen overschrijdt. Bovendien kan voor 30 km/uur wegen geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Derhalve is een procedure hogere waarde ten gevolge van wegverkeerslawaai niet aan de orde. Ondanks dat voor onderhavig plan een procedure hogere grenswaarde niet van toepassing is, wordt geadviseerd om bij de aanvraag omgevingsvergunning te controleren of in de verblijfsruimten sprake is van een maximaal geluidbinnenniveau van 33 dB. Afhankelijk van de woninghoogte, de bouwconstructie, de indeling van de appartementen en het ventilatietype is mogelijk een aanvullend akoestisch onderzoek geluidwering gevels noodzakelijk om een goed akoestisch woon- en leefklimaat te waarborgen. Vanuit het aspect geluid worden negatieve effecten uitgesloten, mits de maatregelen worden genomen.
3.3
Bodem en water
Bodem In mei 2022 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 5 van het bestemmingplan. Uit dit onderzoek blijkt het volgende: Grond In zowel de kleiige bovengrond als in de kleiige ondergrond zijn licht verhoogde gehaltes aan lood, kwik en/of PCB boven de achtergrondwaarden aangetroffen. De zandige bovengrond bevat geen verhoogde gehaltes boven de achtergrondwaarden. Grondwater In het grondwatermonster P009-1-1 is een licht verhoogde concentratie aan nikkel boven de streefwaarde aangetroffen. Het grondwatermonster P016 bevat geen concentraties boven de streefwaarden. Asbest Onderhavige onderzoekslocatie is op basis van de huidige informatie en tijdens de veldwerkzaamheden gedane zintuigelijke waarnemingen niet verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem. De onderzoekresultaten geven volgens de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van een vervolgonderzoek. Vanuit het aspect bodem worden negatieve effecten uitgesloten. Gelet op de nieuwe functies van het plangebied, wordt verontreiniging van bodem door de beoogde ontwikkeling zelf niet verwacht. Water Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Scheldestromen, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer.
Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is het aanmeldformulier voor de watertoets ingevuld (zie bijlage 4 van het bestemmingsplan). Met het planvoornemen is er sprake van een afname aan verhardingen en bebouwing. Op basis van het indicatie ontwerp is er een afname van circa 3.580 m2 . Het resterende plangebied wordt zo groen mogelijk gehouden in verband met klimaatadaptatie (infiltratie, wateroverlast en hitte).
12/17
Het ingezamelde afvalwater zal worden afgevoerd naar de bestaande vrij vervalriolering in de Sir Winston Churchilllaan. Hemelwater van het dak, het erf en wegen zal via oppervlakkige afstroming worden afgevoerd naar het naastgelegen oppervlaktewater. Volgens de Legger Oppervlaktewateren van Waterschap Scheldestromen grenst het plangebied in het zuiden aan een tertiaire watergang, dit betreft leggerwater OAF33013. De beoogde ontwikkeling voorziet in werkzaamheden binnen deze tertiaire watergang en daarom dient een watervergunning aangevraagd te worden. Het plangebied ligt volgens de Legger Waterkeringen niet binnen de kern- en beschermingszone van een waterkering. De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve effecten voor de waterhuishoudkundige situatie mits watercompenserende maatregelen worden genomen.
3.4
Natuur
Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van Natura 2000-gebied. De afstand tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied bedraagt circa 6 kilometer en betreft Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe. Het plangebied is geen onderdeel van Natuurnetwerk Nederland, zoals vermeld in paragraaf 2.1 van deze notitie. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op een afstand van circa 578 meter. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNN wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Stikstof In Aerius-calculator is het projecteffect in de realisatiefase en gebruiksfase berekend. Het projecteffect is de toevoeging van functies van het planvoornemen ten opzichte van de feitelijke, (planologisch) legale situatie. Uit de berekeningen met AERIUS Calculator voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekening zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebied in zowel de realisatiefase als de gebruiksfase uitgesloten. Derhalve is in het kader van de Wet natuurbescherming geen vergunning noodzakelijk. De stikstofberekening- en memo zijn opgenomen in bijlage 8 van het bestemmingsplan.
Vanuit dit aspect worden geen negatieve effecten verwacht. Soortenbescherming Ten behoeve van de ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 9 van het bestemmingsplan. Het volgende is geconcludeerd. Voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met beschermde natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming. In het plangebied zijn broedvogels te verwachten. De bebouwing is geschikt voor broedvogels waaronder de huismus en gierzwaluw. Dit dient nader onderzocht te worden. Het plangebied is niet geschikt voor grondgebonden zoogdieren, maar wel voor vleermuizen. Er dient onderzocht te worden of er beschermde soorten voorkomen en wat eventueel de functie is. Andere beschermde soorten zijn niet in het plangebied te verwachten. Het is geheel verhard, ligt in de bebouwde kom. De essentiële biotopen voor beschermde soorten ontbreken. Nader onderzoek Naar aanleiding van de uitkomsten uit de quickscan flora en fauna is nader onderzoek uitgevoerd naar de huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 10 van het bestemmingsplan. Het volgende is geconcludeerd. Er zijn geen broedplaatsen, foerageergebieden, beplanting die dekking biedt, of slaapplaatsen van huismussen vastgesteld in het plangebied. Er zijn geen broedplaatsen van de gierzwaluw vastgesteld.
13/17
Er zijn twee verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Tijdens het bezoek van 31 januari zijn in het gebouw 4 dode gewone dwergvleermuizen gevonden. Deze waren al geruime tijd dood. Voormalige medewerkers van de school gaven aan dat in het verleden regelmatig dode vleermuizen werden aangetroffen. Meestal na afloop van de zomervakantie. Tijdens alle andere bezoeken werden gewone dwergvleermuizen geconstateerd die in, of uit het gebouw vlogen. Het betrof maximaal 5 exemplaren. Op 15 september werd ook een paarverblijf geconstateerd. Voor de sloop dienen er minimaal 8 stuks alternatieve verblijfplaatsen in de directe omgeving geplaatst te worden (op advies van een ecologisch deskundige). Er dient een gewenningsperiode in acht genomen te worden zodat er voldoende tijd is om de alternatieve voorzieningen te ontdekken. Bij nieuwbouw dienen minimaal 8 stuks inbouwkasten voorzien te worden. De kasten worden geplaatst op locaties waar voldoende jachtgebied aanwezig is. Er mag geen kunstlicht op de kasten schijnen. Voor vleermuizen dienen de kasten minimaal 3 meter boven maaiveld te hangen. Indien dit project (gedeeltelijk) uitgevoerd zal worden in de broedperiode, dient er rekening gehouden te worden met broedende vogels. Op het dak zaten in het broedseizoen regelmatig Scholeksters. Deze hebben in 2020 geen succesvol broedsel gehad.
Mitigerende maatregelen om te voorkomen dat dieren gedood worden. De meest efficiënte methode voor deze locatie is het plaatsen van exclusion flaps. Er is in 2020 geen kraamkolonie vastgesteld. Gezien het aantal aangetroffen dode vleermuizen kan niet uitgesloten worden dat er in voorgaande jaren wel een kraamkolonie is geweest. Het wordt daarom aanbevolen de mitigerende maatregelen uit te voeren buiten de kraamperiode van vleermuizen. Maatregelen dienen uitgevoerd te worden onder ecologische begeleiding. Dit wil zeggen een vleermuisdeskundige bepaalt in overleg met de sloper waar de maatregelen (veilig) uitgevoerd kunnen worden. De maatregelen worden 1 week voor de sloop uitgevoerd. In de betreffende periode dient het minimaal 1 keer hoger dan 10 graden te zijn bij zonsondergang. Vlak voor de sloop wordt nog een keer gecontroleerd of er vleermuizen (uitvliegers) aanwezig zijn door een ecologisch deskundige. De gewone dwergvleermuis is de meest algemene vleermuis van Nederland. Ook in Zeeland komt de soort veel voor. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat er in de omliggende straten dagverblijven aanwezig zijn: Nadorstweg 182, Churchilllaan 5, Churchilllaan 31. Door het aanbrengen van alternatieve voorzieningen blijven er toekomst voldoende verblijfplaatsen aanwezig waardoor de populatie op peil kan blijven.
Jachtgebieden en vliegroutes zijn niet aanwezig omdat het terrein geheel verhard is. De gunstige staat van instandhouding is voor de gewone dwergvleermuis is niet in het geding. Voor het vernietigen van de vaste verblijfplaatsen is een ontheffing verleend, zie hiervoor bijlage 10 van het bestemmingsplan. Conclusie Vanuit het aspect soortenbescherming worden geen negatieve effecten verwacht, mits de mitigerende maatregelen worden genomen. Met betrekking tot het aspect gebieds- en soortenbescherming worden geen negatieve effecten verwacht.
3.5
Luchtkwaliteit
De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 80 woningen en een ontmoetingsruimte. Door de beoogde ontwikkeling is er sprake van een toename van verkeer van 203 mvt/etmaal (weekdaggemiddelde). In de NIBM-tool (versie 24-04-2024) is 2025 als jaar van planrealisatie aangehouden. Hierbij is uitgegaan van 5% zwaar verkeer. Uit de berekening blijkt dat deze verkeerstoename zorgt voor een toename van het gehalte stikstof in de lucht van 0,12 µg/m³ en van fijnstof van 0,02 µg/m³ (Tabel 3.3). De toename van stikstof is onder 1,2 µg/m³. Het project draagt hierdoor niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide in de lucht. Een toetsing aan de grenswaarden is derhalve niet noodzakelijk.
14/17
Tabel 3.3 Resultaten NIBM-tool
Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
3.6
Externe veiligheid
De toekomstige woningen zijn kwetsbare objecten die beschermd moeten worden tegen externe veiligheidsrisico's. Volgens de professionele risicokaart, waarop risicobronnen worden getoond, zijn er in de omgeving van het plangebied geen relevante risicovolle bronnen gelegen (zie figuur 4.5). Het plangebied ligt op ruim 1.000 m van de route gevaarlijke stoffen over de N57 die vanaf het kruispunt met de Rooseveltlaan naar het noorden loopt. Conform het Basisnet Weg blijkt dat ter hoogte van het traject Afrit N287 (Serooskerke)-Middelburg geen veiligheidsafstand en geen plasbrandaandachtsgebied geldt. Gezien de grote afstand en de geringe vervoersaantallen (GF3 82) is de risicobron niet van belang voor de externe veiligheidssituatie ter plaatse. De ontwikkeling zelf betreft ook geen risicovolle bron. Negatieve effecten vanuit het aspect externe veiligheid worden uitgesloten.
3.7
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
Landschap Er zijn geen landschappelijke waarden waar met de planontwikkeling rekening dient te worden gehouden. Negatieve effecten kunnen vanuit het aspect cultuurhistorie uitgesloten worden. Cultuurhistorie De cultuurhistorische waardevolle objecten zijn door de provincie aangegeven op de cultuurhistorische waardenkaart. Op de uitsnede in Figuur 3.2 is te zien dat ten zuiden van het plangebied het Beschermd Stadsgezicht van Middelburg aanwezig is. Verder bevinden zich nog zuidelijker meerdere Rijksmonumenten. Het plangebied maakt hier geen onderdeel van uit. Negatieve effecten vanuit het aspect cultuurhistorie worden uitgesloten.
15/17
Figuur 3.1 Cultuurhistorische waardenkaart, met blauw omkaderd het plangebied (Bron: Provincie Zeeland, bewerking Rho Adviseurs)
Archeologie In het bestemmingsplan 'Klarenbeek' geldt ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Hier geldt dat, indien de grond dieper dan 0,4 m -mv worden geroerd over een oppervlakte groter dan 500 m², een archeologisch onderzoek plaats moet vinden. Aangezien de ontwikkeling groter dan 500 m² wordt en dieper dan 0,4 m komt te liggen, is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Op 29 juni 2021 is door de Walcherse Archeologische Dienst een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd in bijlage 1. Het volgende is geconcludeerd. Op een diepte van ongeveer 1,35-1,7 m onder maaiveld in de top van het veen is er een middelhoge verwachting voor archeologie van zowel de ijzertijd als de Romeinse tijd. Dit is intact veen met een amorfe top en werd gevonden tijdens het uitboren in de zuidwestelijke hoek van het onderzoeksgebied, gesignaleerd is dat de bodem niet is verstoord is op dat niveau. Boven de veenlaag toonde de grond duidelijke tekenen van verstoring. De verwachting voor archeologische vondsten uit het Middeleeuwen zijn bevestigd en blijven laag. Het uitboren heeft een waardevol inzicht gegeven in de stratigrafie op het plangebied. Het is echter onvoldoende om te ontkennen of te bevestigen dat de mogelijkheid van archeologische waardevolle vondsten mogelijk zijn. Om deze reden is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd.
Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 2 van het bestemmingsplan. Er is tijdens het proefsleuvenonderzoek geen archeologische vindplaats van enige waarde gevonden. Van het gehele plangebied kan de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3' in dit bestemmingsplan komen te vervallen. Er hoeft in het plangebied geen archeologisch onderzoek meer uitgevoerd te worden. Dit advies is vervolgens besproken met de deskundig adviseur van het bevoegd gezag. Vanuit het aspect archeologie worden geen negatieve effecten verwacht.
16/17
3.8
Geur
Binnen het plangebied is er geen sprake van industriële geurhinder. Met de ontwikkeling worden er geen geurhinderlijke functies mogelijk gemaakt. Er worden vanuit geur geen negatieve effecten verwacht.
3.9
Mitigerende maatregelen
Voor dit plan zijn de volgende mitigerende maatregelen bekend: ● Er dient rekening gehouden te worden met algemene broedvogels tijdens het broedseizoen. ● Er is een zorgplicht ten aanzien van algemene grondgebonde zoogdieren en amfibieën.
4. CONCLUSIE Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet gelegen is in een kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en beperkte omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen mits de genoemde maatregelen worden uitgevoerd. Met inachtneming van deze maatregelen is het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure niet noodzakelijk.
17/17
Bijlage 2 Archeologisch onderzoek
59/102
60/102
Archaeological desk- and coring research, location Sir Winston Churchilllaan 8 in Middelburg, municipality Middelburg
Walcherse Archeologische Dienst
Walcherse Archeologische Rapporten 52
Colofon Archaeological desk- and coring research for the Sir Winston Churchill-laan 8 (municipality of Middelburg) Walcherse Archeologische Rapporten 52 WAD-Projectcode MIDD_021_003 Author H. E. van Veen & B.H.F.M. Meijlink Figures WAD, unless stated otherwie Status authorisation: Execution according to KNA 4.1 en onder certificaat K107015/01 Published by Walcherse Archeologische Dienst Postal box 70 4330 AB Middelburg Phone: 0118-67 88 03 / 06-52552925 Fax: 0118-62 80 94 e-mail: b.meijlink@middelburg.nl ISBN: 978-90-78877-76-9 Middelburg, 2021 Cover picture Google Maps, Streetview
© Walcherse Archeologische Dienst, 29 June 2021 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De WAD aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Contents Facts & Figures Summary (Dutch/English)
4
1 Introduction 1.1 Description of the research 1.2 Active laws and policies 1.3 Location of the resear 1.4 Current and projected use 1.5 Goal of the research 1.6 Research problems and questions 1.7 Questions concerning value assessment and proceedings 1.8 Methodology 1.9 References
5
2 Geology and soil
8
3 Overview of the known data
10
3.1 Research history 3.2 Known archaeological data 3.3 Known historical values 3.4 Disruptions 3.5 Model of expectation 3.6 Conclusions and advice 4 Results archaeological fieldwork 4.1 Introduction and method 4.2 Stratigrahy 4.3 Features and structures
13
5 Conclusions, value assessment and selection advice 5.1 General 5.2 Answers to the research questions 5.3 Value assessment & selection advice 5.4 Conclusions & advice
16
List of figures and tables
19 20
Literature
2
Facts & figures Type of research Desk study & explorative coring research Province: Zeeland Municipality: Middelburg Place: Middelburg Toponym: Churchil-laan 8 Centrumcoordinates research site: X: 31990 / Y: 391460 Execution period field work 8 June 2021 MP-number MIDD_021_003 PvA Total surface target area: Total surface research area:
ca. 13320m2 ca. 13320m2
Cadastral data: Middelburg N 2162 Map: 65D Archis vooronderzoek: n.a. Archis zaaknr: 5078517100 Client: The Municipality of Middelburg Contact: R. Lancel Department Leefomgeving Postbus 6000 4330 LA Middelburg 0118-675000 Executor Walcherse Archeologische Dienst Competent authority: Municipality Middelburg B.H.F.M. Meijlink Walcherse Archeologische Dienst (WAD) Postbus 6000 4330 LA Middelburg tel. 06-52552925 e-mail: b.meijlink@middelburg.nl Storage and place of documentation Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD) & storage and location of findings Erfgoed Zeeland Looiserssingel 2, 4331 NK Middelburg Postbus 49, 4330 AA Middelburg Beheerder: dhr. J.J.H. van den Berg Tel.: 0118-670618; fax: 0118-670880 e-mail: depot@erfgoedzeeland.nll Complextype : tbd. Authorisation: Drs. B.H.F.M. Meijlink Senior KNA-archeoloog WAD Datum verschijnen rapport
29 June 2021
ISBN-nummer 978-90-7887769 3
Summary Dutch De gemeente Middelburg is het plangebied aan de Churchill-laan aan het ontwikkelen. Waar nu school- en gymcomplexen staan, komen in de toekomst huur- en zorg-appartementen en een supermarkt. Dit houdt in een ingrijpende bodemverstoring, wat een dreiging kan vormen voor mogelijke archeologie in de bodem. In lijn met de landelijke wetgeving, het Walcherse archeologiebeleid en het gemeentelijke bestemmingsplan, wordt een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd door de Walcherse Archeologische Dienst, in de vorm van een bureauonderzoek en booronderzoek. Dit rapport brengt de resultaten en verwachtingsmodel vanuit het vooronderzoek in kaart en presenteert de resultaten van de boringen. Het bevat ook een advies voor eventuele vervolgstappen in het onderzoek. Het onderzoek heeft aangetoond dat het verwachtingsmodel ietwat afwijkt van de bodembeschrijving die Bennema & Van der Meer hebben opgesteld: Sommige boringen toonden intact veen met een veraarde top, wat er toe leidt dat de verwachting voor archeologie uit de IJzertijd en Romeinse tijd middelhoog is. Andere boringen toonden indicatoren van moernering, waarbij de bodem duidelijk verstoord is door menselijke toedoen, in lijn met de verwachting van Bennema & Van der Meer. Het Laagpakket van Walcheren was flink verstoord. Daarom is er een lage verwachting voor archeologie uit de Middeleeuwen.
Ook bevindt de onderzoeks-locatie zich in een poelgebied, waar de nederzettingen tijdens de Middeleeuwen zich bovenop de kreekruggen bevonden. Door het vinden van intact veen in het plangebied, luidt het advies als volgt: wanneer de bouwplannen de bodem dusdanig verstoren op de plekken waar intact veen is gevonden, en dus een dreiging vormen voor eventuele archeologie, wordt een proefsleuvenonderzoek geadviseerd voorafgaand aan het begin van de bouwplannen. Dit zal worden voltrokken om de bevindingen uit het booronderzoek te testen, zowel als mogelijke archeologie te vinden en te waarderen. Dit zal specifiek gelden voor de bodem ter hoogte van boringen 1 en 8.
English The municipality of Middelburg is developing the allocation plan at the location Churchill-laan 8 in Middelburg, where the current education facility is to become a supermarket and rental- and care appartements. The upcoming construction will disrupt the soil, posing a threat to possible archaeology underneath. In alignment with national legislation and the Walcherse policy for archaeology, the WAD (Walcherse Archaeological Service) has conducted an exploratory research in the form of a desk study and coring. The following rapport presents the results and model of expectations from the desk study and results from the coring. It also includes a concluding advice concerning subsequent research. The research has shown that the model of expectation diverges slightly from the soil map by Bennema & Van der Meer: The top of the peat was amorphic in some corings and thus signals a possibility of archaeology from the Iron Age and Roman settlements in Zeeland; In other cases, the peat signaled moernering, the practice of extra peat for salt production, that has disturbed the walking surface and thus possible archaeology; The Laagpakket van Walcheren showed significant signs of disruptions. Therefore, there is a low expectation for archaeology from the Middle Ages.
Additionally, the target location found itself in a ‘poel’ area, whereas settlements during this time were at the higher tidal ridges. In case the construction plans for the Churchill-laan 8 pose a threat to archaeology, specifically in the south-west corner of the research area, the advice is to conduct a trial trench research. This is to assess the validity of the results from the coring, specifically 1 & 8, and to locate possible archaeology in the top of the intact peat. 4
1.
I ntroduc tion - There is legislation concerning archaeology in Zeeland and the expectations have been mapped. This chart of the archaeological value assessment signals a middle-high expectation model for an archaeological assemblage. Combined with the Bennema map, the expectation is to find a possible archaeological assemblage from the Roman time.
1.1 Description of the research assignment This research has been conducted for the siteallocation plan of the municipality Middelburg/ Walcheren, concerning the location Sir Winston Churchill-laan in Klarenbeek, Middelburg. The location is to become a supermarket and apartment complexes for rental and care purposes. The site has been used as a school facility, but the building is currently abandoned. The construction that will be conducted for the transformation at the location is a potential threat to archaeological finds. According to national legislation, the Walcherse Archeological Policy Plan and the municipal allocation plan, an inventory archaeological inquiry needs to be done prior to the start of the development project. It will provide insight into a possible archaeological assemblage that can be found at the site that can influence the development plan as outlined by the municipality of Middelburg. The WAD has done exploratory research, consisting of a desk study and a coring-research in line with both the Kwaliteitsnorm voor Nederlandse Archeologie, or the KNA (Quality Norm for Dutch Archaeology) and local municipal guidelines as outlined in 1.2. For the research, the WAD has formulated a Methodology Plan (PVA-code), in which research problem, goal, research question and proposed method are included.
For the MP (Methodology Plan) the WAD has conducted a desk study, of which the results are discussed in sections 2 and 3. There are some preliminary conclusions based on a survey of the cartography and geological maps that are available for the site: (Bennema & Van der Meer) - The location of the Churchill-laan is located in an old low ‘poel’ area according to a very reliable and detailed map by Bennema & Van der Meer of 1959 (MOp11). This infers that in the lower soil strata, there is expected to be a peat-stratum. A peat layer was the surface level during the Iron Age and Roman times and therefore indicates possible archaeology from these periods. - However, the historical research also shows that these peatlands have a history of being excavated on a large scale in Medieval times to produce salt, which could have posed a threat to archaeology. Therefore, the expectancy for possible archaeological finds from the Iron or Roman time is limited.
1.2 Active laws and policies The current archaeological research is necessary to comply with the Erfgoedwet accepted in 2016 (Heritage Law). This law is in transition to become the Omgevingswet, which was accepted by the government in 2015-2016. The law states that the municipality oversees archaeology in their allocation plans. The municipalities of Walcheren have therefore established an archaeology policy. An inventory was made based on the archaeological values and expectations which was then translated into the Archeologische Waarden- en Verwachtingskaart Walcheren 2016 (Archeaological Value and Expectation Map). The target area for the current research is located on this map and indicates a middle-high expectancy for archaeology. Archaeological research was thus deemed necessary. For the conduction of the inventory coring and desk research the additional Provincial guidelines of 2019 are also applicable.
1.3 Location of the research area The research location, the Churchill-laan 8, is situated just outside of the city center of Middelburg in the district Klarenbeek. The target area can be found in between the Sir Winston Churchill-laan and the Nadorstweg, as illustrated/ indicated by figure 1. On the map, the area comprises lots 157-159
1.4 Current and projected use of project area The project area was being used as a school facility for the Nehalennia school community but is currently abandoned. The projected allocation is a Jumbo supermarket, as well as several rentals and health care apartment complexes for Housing Corporation Woongoed and healthcare organization Zorgstroom.
5
1.5 Goal of the research The municipality of Middelburg wants to develop the allocation plan for the location Churchill-laan. The aim is to turn the lot into a supermarket and housing facilities. To initiate the development process, an exploratory archaeological research has been ordered to establish all characteristics of the site and to chart possible risks.
listed. Successively, the coring research has been performed by B. Meijlink, B. Silkens & H. van Veen. The findings of the exploratory field research by means of coring are listed in the appendix and are discussed in chapter 4. The results, conclusions and answers to the research questions have been listed in the concluding chapters.
The purpose of the research is to assess, document and evaluate the allocation site through desk research and exploratory coring research. Based on the results, an advice plan will be drawn up to decide whether to conduct further archaeological research at the site. The purpose of this research is to establish specifically whether the stratigraphy of the site is intact and whether it aligns with the expectation model drawn up following the desk study. Furthermore, it aims to establish whether within the intact stratigraphical soil layers an archaeological assemblage may be expected.
1.9 References (Addresses, historical & geological maps) Addresses - ARCHIS (AMK, IKAW, omg en wng) - FlexiWeb/Nedbrowser gemeente Middelburg (topografie, kadastergegevens en luchtfoto’s) - Geoweb/CHS (Provincie Zeeland) (historische kaarten, luchtfoto’s) - Google Earth - Luchtfotografische documentatie (Geoweb Provincie Zeeland) - Luchtfotografische documentatie 1974 (Erfgoed Zeeland) - Zeeuws Archief (historische kaarten, foto’s, bouwtekeningen, kadastrale minuut) - Zeeuwse Bibliotheek (fotobank) - Zeeuws Archeologisch Archief -Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) - h t t p s : / / w w w. z e e u w s b o d e m v e n s t e r. n l / duurzaam-bodemgebruik/de -zeeuwse -bodem - https://www.zeeland.nl/digitaalarchief/zee0700105
1.6 Research Problems and Questions - What are the archaeological expectations based on a study of geological, geomorphological and soil maps? - What are the archaeological expectations based on a study of historical maps? - What are the expectations for possible disturbances based on a historical study of the area? - Is it possible to format a proper stratigraphy, based on coring research and what is the nature of this section? - In case of an intact soil section, can we expect archaeological assemblage? What can be said about the time period specifications of these findings?
Oude kaarten - Jacob van Deventer (1550) - Visscher-Romankaart (1650) - Topografische Kaart van de Hattinga’s (1750) - Kadastrale kaart van Walcheren (Kuijper 1852) - Kadastrale kaart van Walcheren (1875) - Bonnebladen (1926)
- Has the coring already revealed archaeological finds?; Is it possible to make inferences about the nature, dating and level of conservation of these finds?
1.7 Questions concerning value assessment & proceedings
Aardwetenschappelijke kaarten - Rijks Geologische Dienst (RGD). Geologische kaart van Nederland 1:50.000, Blad Walcheren, Haarlem: 1972, Tweede druk 1997. - RGD. Paleogeografischekaarten van Zeeland, Holoceen, 1:500000, Haarlem: 1996. - RGD. Geologische kaarten van Zeeland, Holoceen, 1:250000, Haarlem: 1996. - Bennema, Ir. J. en Dr. Ir. K. van der Meer. De Bodemkartering van Nederland, deel XII, De Bodemkartering van Walcheren. Ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, Directie van de Landbouw, Stichting voor Bodemkartering, ‘s-Gravenhage: 1952.
-
What is the value assessment of the findings (in accordance with KNA)?
-
What is the advice for subsequent research?
1.8 Methodology Following the research assignment, the WAD has conducted a desk study (chapters 2&3). The goal is to establish a model of expectations, which is thereafter tested by means of a coring. For this, the WAD has drawn up a methodology plan (MP) in which the research problem, goal of the study, research question and proposed method has been 6
Fig 1. The research area indicated in red and blue on the topographical map. The planned spots for coring are indicated with orange dots.
7
2.
Geology & soil The Romans came upon the area of Holland about 2000 years ago and settled down on this new soil (14 BC). During this time, the sea level rose, which, in combination with the intense irrigation the Roman settlers conducted with the peat lands causes the landscape to change. The settled peat started to occupy a lower position in the landscape and instigated a degradation of the peat, which would be completely degraded around 300 CE. The settling of the peat in combination with the rising of the sea level led to frequent flooding. In between creek trenches, the area was repeatedly being flooded, causing the sedimentation to become more clay-like. Eventually, the Zeeland soil became uninhabitable and over the course of several hundred years, a height difference in the landscape became visible. The land alternated between areas of clay soil with peat underneath and areas with sand soil from the former creeks. The landscape of Walcheren characterizes itself by the alternation of lower and higher areas. These lower areas are called the poelgebieden, surrounded by the inversion ridges, which are higher. The lower located poel areas were too wet for settlements, so they were used for pasture. Nearly no medieval settlements can be found on these areas. The dryer land on the tidal ridges was occupied by settlements.
These higher creek banks were the places where people settled down. It was also the location of agricultural practice. The medieval time knew much damage to the peat stratum, because it was being dug in in large quantities and burned to produce saline. But, because the peat in some of these poel areas has not been damaged manually or naturally, there is a possibility of the presence of archaeology.
Fig 2. The natural formation of a tidal ridge.
8
The target area for the current research is in Klarenbeek is located in between two of these tidal ridges, signaling the soil likely consists of clay-like upper layers as described above, with a layer of peat underneath. What is probable, is that the soil will not contain early Medieval archaeology. These settlements were located on the creek banks, rather than beside it in the poel area, as to be safe from the water running through the tidal channels. Because the soil contains a layer of peat underneath, there is a possibility of archaeology from the Iron Age & Roman time, whom, during their settlement in Zeeland, practiced agriculture and built small settlements. The archeological traces can be found in the upper layer of the Hollandveen, as well as in the sedimentary layer resulting from small flooding, known as Slufterlaag.
Fig 3. Soil map by Bennema & Van der Meer 1952; the target area indicates a ‘poel’ area that has been moerneerd (the practice of peat extraction for salt production.
9
3.
Overview of the desk study
3.1 Research history
Archis3 entry also shows no results from execution.
The target area has not been investigated on an archaeological basis prior to the current research. At the parcel right next to the target area, there is documentation of archaeological research and coring, according to the Archis3 service (case number 2102827100). However, there have not been any significant finds. The lot is indicated as an area that has primarily an agricultural background that does not have a history of construction (map 1).
According to the Archaeological Policy Advice Map, the target area has a middle-high expectancy for archaeology. This means that archaeological research must be conducted prior to construction processes deeper than 40 cm below surface-level for an area larger than 500 m2. On behalf of the ZAD, Zeeuwse Archaeological Depot, drs. Hans Jongepier in his position as advising archaeologist has noted there is no additional archaeological information available at the Depot regarding the target area. They concur with the information that is available for the site in Archis3.
3.2 Documentented archaeological values The information presented here is derived from the Bennema & Van der Meer map that indicates the soil type, as well as The Archaeological Value and Expectation Map Walcheren. The Archaeological Judicial Advice Map of 2016 is formulated based on the Value and Expectation map. The archaeological record in Archis3 shows documentation of several research areas and some archaeological finds within direct proximity (figure 5, below). There is one instance of Medieval pottery, yet all the other listings are negligible finds from the Nieuwe Tijd (New Era). Interesting is the research area adjacent to the Churchill-location, case number 2102827100. It was conducted by Wilbers & Moerman (2006). This research did show intact peat from several coring spots, which could prove as indication that the current research area also contains intact peat. Yet, it was insufficient to lead to a consecutive trial trench research.
Map 1: Map by Visscher-Roman, 1680.
Table 1: Indicators Kaart/luchtfoto
Periode
Indicator Opmerkingen
Van Deventer Visscher-Roman
1550 1650
no no
pasture pasture
Hattinga Kadasterkaart Bonnebladen Luchtfoto Luchtfoto Luchtfoto
1750 1832 1910 1959 1974 heden
no nee nee ja ja ja
pasture pasture pasture large structures with an open square, possibly school facility large structures with an open square, possibly school facility current school and sports facilities 10
Fig. 4 Luchtfoto 1959
Fig. 5 Het plangebied met gegevens uit ARCHIS 3. Bron: ARCHIS III (TBD)
11
3.3 Documented historical data
3.5 Specified model of expectations
Based on the maps by Visscher-Roman from 1650 and Hattinga from 1750, it becomes evident that the target location has not been used for settlements. It is in between two habitual areas as indicated by the Hattinga map, which is an extension of the rural agricultural use as indicated by Visscher-Roman map of 1650. The historical topographical map of 1844-1852 shows a similar structure, where the land continues to be used for agricultural purposes. It appears the topographical map of 1912 confirms this as well. The aerial picture from 1959 shows the lot has been built upon, but only partially (figure 4, above). The surrounding area remains largely agricultural. The aerial photography of 2020 reveals the area now inhabited and indicates the current building. An overview of the information gained from the historical maps can be found above (table 1).
Based on the afore-mentioned results from the desk study for the Churchill-laan in Middelburg, the following model of expectations has been drawn up: Based on a study of soil and geological maps, the soil underneath the Churchill-laan is most likely a peat layer. This peat layer was the surface area during the Iron Age and the Roman era, and thus may contain archaeological evidence from that time. Bennema & Van der Meer thus allow us to give the area a middlehigh expectation rate for archaeology. However, because of the damage done to the peat in Medieval times to produce saline, the expectation that the peat is largely intact is minimal. Additionally, since the Medieval settlements were located on the higher ridges, there is little indication that archaeology from this period can be found. Therefore, we have a low expectation of finding archaeology from the abovementioned periods. Based on a study of historical maps and records from Archis3, we can infer that the area was largely used for agricultural purposes from the Middle Ages onward. Maps from 1650 till the 1800’s show no evidence of construction at the target location. Only on aerial photography from 1959, there is evidence from construction. Therefore, the expectation to find archaeology from closer in time (Nieuwe Tijd) is small.
3.4 Disruptions The area has had some disruptions. It is to be expected that the peat layer has been partially excavated in Medieval times, causing harm to the possible archaeology from Iron or Roman time. Bennema & Van der Meer apparently found evidence for this. However, in the adjacent research area an intact peat layer still appears to be present in some spots. Next, after centuries being used as an agricultural area, the lot undergoes construction, as indicated by the aerial photography from 1959. It shows several buildings with a large central square. It is possible this was already used as an educational facility. However, the buildings look more like warehouses. The type of building is debatable, but it is certain the construction has disrupted the soil, because of the size of the construction. The larger building that currently occupies the lot also must have required extensive construction and coring into the soil, posing a possible risk to archaeological finds.
Earlier research from the Churchill-laan location indicated intact peat. Thus, we may expect to find similar results in the current exploratory coring. However, because all other indicators suggest a low expectancy, the results will only become clear after conducting the coring.
3.6 Conclusions and advice Concludingly, the area has a low expectancy for archaeology. But, because there is a possibility the peat is intact, an exploratory coring investigation is necessary to confirm the condition of the peat. For an area of this surface-size, the advice is to place 8 coring spots (illustrated by figure 1).
The construction plans of the building currently at the site show foundation beams that had been placed into the ground at the time of construction (1976). The records at the archive show that these have been placed at a depth of approximately 1.35 meters below ground level. This indicates that the possible intact peat layer is most likely already suffered damage, thus lowering the expectation for archaeology at the exact site of the building.
12
4.
Results from the archaeological fieldwork - Basisveen & Pleistocene:
4.1 Introduction and method Eight corings were planned on the research location to test the model of expectation (fig 1 of coring spots). The actual spots of the coring changed upon the day of the fieldwork for safety purposes in accordance with the KLIC-map (a map of known electrical linings and piping). Furthermore, coring spots were altered when the situation onsite made this necessary, e.g.unremovable tiles. Additionally, if the soil proved to be disturbed in the first meter below the surface, indicating a possibility of electricity or pipes on a deeper level below the surface that did not show on the KLIC-map, or a disturbance due to construction or ancient practice, the coring was moved to a different location that was decided upon in the moment. These have been carefully mapped and documented (fig 7).
Not reached during the fieldwork.
- Laagpakket van Wormer (depositions of Calais). In corings number 1-4 and 7 & 8 the Wormer Laagpakket was reached with the gauge auger, respectively at a depth of 2,5 -2,9 meter below ground level. The deposition is a soft clay that is gray blue in color. It has a low to moderate silt component. The Wormer clay was found relatively clean. In corings 2 & 4, small amounts of vegetation were found. Figure 6 shows a beautiful transition from peat to wormer clay, found during the coring.
- Hollandveen The first coring (no. 1), revealed an intact peat layer with an oxidated amorphic top at a depth of about 1,30 m below ground level. The peat stratum was respectively around 70 cm in depth and contained a minimal clay component. The amorphic peat was dark brown in color, which turned lighter downward.
All coring was first done with an Edelman-auger of 7 cm diameter up to a depth of about 0.8 meters below the surface. Hereafter, if necessary, the exploratory coring proceeded with a gauge auger of 3 cm diameter. For corings 5 and 6, the gauge auger was not used, because the Edelman-auger already showed disturbance of the soil within the first meter below surface indicating a possible hazard of electricity and piping at a deeper level. All other corings were placed up to the Laagpakket van Wormer at about 2,6-2,9 meter below the surface.
The other corings in which peat was reached (2-4 and 7) showed a damaged and less thick and layer of peat, indicating it may have been removed. As indicated in chapter 2, this could be due to erosion by natural causes or the anthropomorphic practice of moernering, peat extraction for salt production. For coring 2, the peat layer was circa 60 cm, with a sharp upper boundary. This is an indicator for erosion. The peat had a low sand component. Coring 3 had a peat stratum of circa 100 cm, with a sharp upper & lower boundary. The nature of the peat was similar to coring 2 in having a low sand component. Coring 4 revealed a layer of about 50 cm, with just a small amount of the top amorphic peat left. It also had a low sand component.
The field team consisted of B. Silkens, B. Meijlink and H. van Veen. The description of the stratigraphy was done by B. Silkens, assisted by B. Meijlink and H. van Veen. Due to extensive foliage of the surrounding trees, the individual corings were difficult to be located and measured using the GPS-system. Therefore, the spots were measured manually using available local topography.
4.2 Stratigraphy
In corings 5 & 6, the Hollandveen was not reached due to impregnable soil condition.
The surface of the coring is between -0,13 m NAP & -0,24 m NAP. The chart below gives the results from the bottom-up to ground level, so earliest time-period first: 13
Coring 8 was placed nearby coring 1 to assess the validity of the intact peat from the first coring. Here, we encountered a similar stratigraphy as the first coring. The upper boundary was found at 167cm below surface, with a lower boundary at 228, indicating a peat layer of circa 40 cm. The peat was dark brown in color, with a low sand component. This coring research focused mainly on the peat layer, as this is where we expect to find an archaeological assemblage from either Iron Age or Roman times. The fact that amorphic intact peat was found during the exploratory coring signals that the stratum functioning as the walking surface may not have suffered extensive damage and disruptions. This indicates a possibility of finding archaeology.
- Laagpakket van Walcheren (Duinkerke depositions) Coring 1 revealed the Laagpakket van Walcheren with a sharp lower boundary at 135 cm below ground level. The clay soil with a moderate sand component was dark green and gray in color. The layer was quite muddled with sandy and clay fragments. The lithogenic nature is tidal ridge deposition. Coring 2 showed the Walcherse Laagpakket lower boundary at circa 150 cm below ground level, with a low silt component and a gray color. The layer is heterogenic. Coring 3 differs slightly from no. 2 in color, which borders more on blue green, with a low sand component and a small amount of vegetation. It shows a low level of iron and becomes more calciumrich downward. Coring 4 showed the layer quite deeper than the other two, with a lower boundary of 224 cm below ground level, thus indicating there has been no natural sediment. The clay can be characterized as going from moderately sandy to low silt-components to low sand-components. In corings 5 & 6 the stratum was not reached. Coring 8 indicated a moderate sand-level at a deeper level, containing moderate levels of iron and calcium. Just below the Topsoil, the soil leaned more towards sand with a low salt component. Overall, the layer of Walchers Laagpakket was muddled and showed signs of damage and disruptions.