25-022 Bijlage 2. Antwoordnota ontwerpbestemmingsplan en ontwerpomgverg DEF 24-12-2024
Tekst van het document
Kennelijk worden de redelijke eisen van welstand ten aanzien van de bebouwing aan de Noordweg in dit geval anders geïnterpreteerd door het WARK. Beantwoording De initiatiefnemer heeft gekozen voor eigentijdse woningen met daarbij passende maatvoering. Uiteindelijk is het idee van lintbebouwing haaks op de Noordweg een eigentijds koppelstuk geworden tussen de bebouwing aan de Noordweg en de Willem Arondeusstraat (woningen met kap). Uit het betoog van betrokkenen leiden wij af dat zij niet begrijpen dat het Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit (hierna: WARK) een positief advies heeft uitgebracht ten aanzien van onderhavig bouwplan. Het WARK heeft het bouwplan getoetst aan de hand van de criteria in de welstandnota (i.c. de Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Middelburg 2016) aan redelijke eisen van welstand. Bij de beoordeling heeft zij rekening gehouden met de vaste criteria en het gebiedscriterium ‘Oranje:
52
Middelburgs profiel’ als bedoeld in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Middelburg 2016 (hierna: NRK). Het WARK heeft geoordeeld dat het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria van de NRK. Volledigheidshalve hebben wij het WARK verzocht om een aanvullende reactie te geven op hetgeen betrokkenen naar voren brengen. Het gegeven dat het WARK in haar advies refereert aan de Willem Arondeusstraat is een direct gevolg van het feit dat de woningen niet worden gesitueerd aan, worden ontsloten via een zijstraat van de Noordweg, maar via de Willem Arondeusstraat. Het is wat het WARK betreft dan ook niet onlogisch, ook gezien de ligging aan de zuidzijde van het perceel en haaks op de Noordweg, om wat het ontwerp van de woningen betreft te refereren aan de Willem Arondeusstraat. De, min of meer, haakse ligging van de zeven woningen op de Noordweg en het feit dat de woningen worden ontsloten via de Willem Arondeusstraat is voor het WARK aanleiding geweest positief te staan tegenover de wens de architectuur van de woningen een meer eigen karakter te geven en niet op een historiserende manier, wat betreft architectuur, aan te laten sluiten bij de woningen aan de Noordweg. Dat is overigens niet ongebruikelijk. Nieuwbouw in een beschermd stadsgezicht kan/mag ook een eigentijdse uitstraling hebben.
Ook in bijvoorbeeld het beschermd stadsgezicht “Binnenstad” gaat bij nieuwbouw de voorkeur uit naar een niet historiserende manier van bouwen. Dat heeft onder andere als reden dat de sfeer en de detaillering van de historische bebouwing met de huidige manier van bouwen niet, of alleen tegen zeer hoge kosten valt te realiseren, en dat historiserend bouwen kan leiden tot een vorm van “geschiedvervalsing”. Er zijn ook in de binnenstad in de loop van de tijd plannen gerealiseerd met een eigentijdse uitstraling. Voor een nadere toelichting op de beoordeling van het WARK verwijzen wij kortheidshalve tevens naar hetgeen wij in reactie op zienswijze 3 (kopje ‘beantwoording’ in reactie op het onderdeel ‘samenvatting beoordeling bouwplan door Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit’, zienswijze 9 (kopje ‘beantwoording’ in reactie op het onderdeel ‘samenvatting Nota Ruimtelijke Kwaliteit’) en zienswijze 11 (kopje ‘beantwoording’ in reactie op het onderdeel ‘samenvatting beschermd stadsgezicht’) hebben opgemerkt. Betrokkenen stellen dat zij geen zonnepanelen op het dak van hun woning mogen leggen. Op grond van het voor 1 januari 2024 geldende Besluit omgevingsrecht en het thans geldende Besluit bouwwerken leefomgeving is het onder voorwaarden toegestaan om binnen een beschermd stadsgezicht vergunningvrij zonnepanelen op daken van woningen te plaatsen.
Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor het vergunningvrij bouwen van zonnepanelen, dan is een omgevingsvergunning nodig. Ook in een dergelijk geval is het wel degelijk mogelijk om op de daken van de historische bebouwing aan de Noordweg zonnepanelen te plaatsen. Aangezien een vergunningaanvraag getoetst wordt aan redelijke eisen van welstand, zal dan wel voldaan moeten worden aan de in de NRK opgenomen criteria voor zonnepanelen. Volledigheidshalve wijzen wij erop dat de NRK, ook voor zover het de criteria voor het plaatsen van zonnepanelen op historische bebouwing betreft, binnen afzienbare tijd wordt herzien. Gelet op het vorenstaande zien wij in hetgeen betrokkenen naar voren brengen geen aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid van het welstandsadvies inzake onderhavige ontwikkeling. Betrokkenen merken op dat het ontwerp afbreuk doet aan de karakteristieke lintbebouwing van de Noordweg. Voor zover zij met deze opmerking bedoelen dat het plan afbreuk doet aan het beschermd stadsgezicht ‘Noordweg’ wijzen wij erop dit niet het geval is. Voor een nadere motivering verwijzen wij kortheidshalve naar hetgeen wij in reactie op zienswijze 3 (kopje ‘beantwoording’ in reactie op het onderdeel ‘samenvatting beschermd stads-/dorpsgezicht’) hebben opgemerkt.
Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvergunning dan wel het bestemmingsplan. Samenvatting aantal woningen Betrokkenen merken op dat het thans geldende bestemmingsplan over het bouwen van drie woningen spreekt. Nu wordt er gesproken over zeven woningen, inclusief twee bijgebouwen. Zij verwijzen naar de toelichting op het bestemmingsplan waarin wordt gerefereerd aan de NOVI, de woningnood in Nederland en de visie van de provincie en de gemeente. Zij zijn ervan overtuigd dat het voor de toekomstige bewoners “goede woningen in een aantrekkelijke omgeving” zullen zijn en “het uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland” zal zijn. Dit is echter alleen van toepassing op de toekomstige bewoners van de te realiseren woningen. Voor betrokkenen en 63 andere adressen die recent de petitie tegen wijziging van het huidige bestemmingsplan hebben getekend, zal het woongenot afnemen en de omgeving minder prettig worden. Het perceel zal voor de wijk geen toegevoegde waarde hebben
53
aangezien het allemaal privéterrein wordt. Er wordt geen openbaar groen, een ontmoetingsplek, speeltuin of park toegevoegd. Betrokkenen menen dat het bouwen van drie huurwoningen geen oplossing is voor de woningnood. In dit geval worden drie extra woningen op een perceel toegevoegd waar eerst maximaal drie woningen mochten worden gebouwd. Het bouwen van vier woningen voor alleen de kopers van het perceel zou dan ook passender zijn geweest. Beantwoording Uit dit onderdeel van de zienswijze van betrokkenen leiden wij af dat zij menen dat onderhavig plan op de bouw van zeven woningen en twee bijgebouwen ziet. De beoogde ontwikkeling heeft echter betrekking op de realisatie van zeven woningen en één gezamenlijke berging. Betreurd wordt dat betrokkenen het gevoel hebben dat het voorliggende plan niet zal bijdragen aan het woongenot van hunzelf en overige buurtbewoners. Voor de door betrokkenen aangegeven alternatieve invullingen van de planlocatie, zoals een speeltuin of park, is niet gekozen. Overigens zou met de invulling van de bouwmogelijkheden op grond van het thans geldende bestemmingsplan ook sprake zijn van privéterrein. Tot op heden is echter nooit een bouwplan ingediend dat invulling geeft aan de nu geldende bouwmogelijkheden.
Initiatiefnemers hebben een concreet verzoek ingediend voor de bouw van zeven woningen en gelet op de grote behoefte aan zowel koop- als huurwoningen vinden wij het wenselijk om medewerking te verlenen aan de beoogde ontwikkeling. Naar aanleiding van het verzoek van initiatiefnemers is door ons onderzocht of het plan ruimtelijk aanvaardbaar is. Van belang is dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Aan voorliggend bestemmingsplan ligt een zorgvuldig onderzoek en een deugdelijke belangenafweging ten grondslag. Uit dit onderzoek en deze belangenafweging blijkt dat het plan geen onevenredige inbreuk maakt op de belangen van betrokkenen en (direct) omwonenden. Hoewel het plan in enige mate tot een verandering van het woon- en leefklimaat van betrokkenen en (direct) omwonenden leidt, is geen sprake van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Na afweging van alle belangen concluderen wij dat de belangen die gediend zijn met de beoogde ontwikkeling zwaarder wegen dan de belangen van betrokkenen. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemminsplan. Samenvatting wijziging verkeerssituatie De wijziging van de verkeerssituatie baart betrokkenen zorgen.
Als er een fietspad wordt aangelegd dat vanuit de Willem Arondeusstraat toegang geeft tot de Noordweg 128, dan heeft dit tot gevolg dat de weg tussen Noordweg 132 en Noordweg 126 geen doodlopende weg meer is en het fietsverkeer daardoor toeneemt. De schuur van betrokkenen grenst aan deze nu doodlopende en rustige weg. Zij vrezen dat er gevaarlijke situaties ontstaan bij het in- en uitgaan van de schuur als dit een druk fietspad wordt. Daarnaast zal hun rustige woonomgeving drukker worden. Beantwoording Er wordt geen fietspad gerealiseerd tussen de Noordweg en de Willem Arondeusstraat. Zoals blijkt uit het bij deze nota gevoegde participatieverslag maakte de realisatie van een fietsverbinding tussen voornoemde wegen deel uit van de eerdere plannen. Naar aanleiding van de participatie die heeft plaatsgevonden is besloten om de fietsverbinding uit de plannen te schrappen. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 11, particulier Betrokkenen hebben kennisgenomen van de zienswijze die ARAG SE namens cliënten heeft ingediend (zienswijze 3 in deze nota) en zij kunnen zich geheel vinden in hetgeen daarin naar voren is gebracht. Zij verzoeken de raad en het college om al datgene als hier herhaald en ingelast te beschouwen.
Hun zienswijze met betrekking tot de ontwerp-omgevingsvergunning en het ontwerpbestemmingsplan heeft aanvullend betrekking op de volgende aspecten: beschermd stadsgezicht, verkeersveiligheid, speelveiligheid, verlies van uitzicht en waardedaling woning, verminderd groen en gezondheid. Voornoemde aspecten worden hieronder separaat samengevat en van een reactie voorzien. Samenvatting beschermd stadsgezicht Betrokkenen merken op dat zij onlangs een vergunning hebben aangevraagd voor een dakkapel. Deze werd afgewezen, mits de dakkapel in hout zou worden uitgevoerd. Kunststof zou namelijk niet in het
54
straatbeeld van het beschermd stadsgezicht passen. Duurzaamheidsdoelen zijn hier ook niet in meegenomen. Volgens betrokkenen lijkt er veel minder streng naar het perceel Noordweg 128 te worden gekeken terwijl deze ontwikkeling een veel grotere impact zal hebben op het beschermd stadsgezicht. Beantwoording Bouwplannen waarvoor een omgevingsvergunning is vereist worden door het Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit (hierna: WARK) getoetst aan de hand van de criteria in de welstandnota (i.c. de Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Middelburg 2016) aan redelijke eisen van welstand. Onderhavig bouwplan voor de bouw van zeven woningen is ter beoordeling voorgelegd aan het WARK. Bij de beoordeling heeft zij rekening gehouden met de vaste criteria en het gebiedscriterium ‘Oranje: Middelburgs profiel’ als bedoeld in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Middelburg 2016 (hierna: NRK). Het WARK heeft geoordeeld dat het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria van de NRK. In hetgeen betrokkenen naar voren brengen zien wij geen aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid van het welstandsadvies inzake onderhavige ontwikkeling.
Het gegeven dat er eerder een negatief welstandsoordeel is gegeven over de aanvraag van betrokkenen voor een dakkapel maakt niet dat het WARK een onjuiste beoordeling ten aanzien van het plan voor de zeven woningen heeft gemaakt. Volledigheidshalve hebben wij het WARK verzocht om een aanvullende reactie te geven op hetgeen betrokkenen naar voren brengen. Het WARK wijst erop dat bij de beoordeling van (ver)bouwplannen de context van het te realiseren bouwwerk mede bepalend is voor de “strengheid” waarmee naar een plan wordt gekeken. De te realiseren zeven woningen bevinden zich in een deel van het beschermde stadsgezicht "Noordweg" waar al het nodige is veranderd. Anders dan in het meer noordelijke deel van de Noordweg, het deel boven de Brigdamseweg, zijn er in dit deel in het verleden al enkele ingrijpende ontwikkelingen geweest, zoals het bouwen van een school en de woningen aan de Willem Arondeusstraat. Dergelijke ontwikkelingen hebben invloed op de manier waarop naar nieuwe plannen in dit deel van het beschermde stadsgezicht wordt gekeken. Een plan wordt zowel op zichzelf als in zijn context/omgeving beoordeeld. Het WARK merkt voorts op dat in het geval van rijksmonumenten de lat hoger ligt dan bij nietmonumenten en in het centrum van bijvoorbeeld het beschermde stadsgezicht “Binnenstad” zijn de eisen in het algemeen ook hoger dan aan de randen.
Het gaat dan ook niet zozeer om “strengheid”, maar om “passend bij”. Om die reden kan een kunststof dakkapel op een pand uit de jaren dertig (van de vorige eeuw) als niet passend worden beoordeeld, terwijl een dergelijke dakkapel in de wijken zonder een beschermde status en met meer eigentijdse bebouwing wel als “passend bij” kan worden ervaren. Bij bestaande gebouwen moet het materiaalgebruik, conform de criteria van het ‘Middelburgs profiel’ en de sneltoetscriteria voor dakkapellen aansluiten bij het materiaalgebruik van het pand en moeten kozijnen en dergelijke van hout zijn gemaakt. Een kunststof dakkapel voldoet niet aan die criteria en is derhalve niet akkoord. In het plan voor deze zeven woningen worden geen kunststof kozijnen en dergelijke toegepast. Het WARK ziet dan ook niet in waar bij dit plan minder "streng" is getoetst. De door het WARK gegeven aanvullende reactie wordt door ons onderschreven. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvergunning dan wel het bestemmingsplan. Samenvatting verkeersveiligheid Betrokkenen wijzen erop dat hun zoon op de nabijgelegen Vrije School zit. Op school- en werkdagen is het erg druk met verkeer rondom deze school. Zij vrezen dat het verkeer nog drukker zal worden op beide routes naar de school als het aantal woningen toeneemt. De verkeersveiligheid neemt daarmee af.
Voorts merken zij op dat er sprake zal zijn van verminderde geluidsdemping bij een afname van het groen. Ook zal er sprake zijn van een toename in uitlaatgassen. Beantwoording Ten behoeve van de woningbouwontwikkeling is de verkeersgeneratie van het plan inzichtelijk gemaakt in paragraaf 4.5 van de toelichting op het bestemmingsplan. In deze paragraaf is de toename van het autoverkeer als gevolg van het bouwplan opgenomen, namelijk 50 motorvoertuigen per etmaal. Zowel de Willem Arondeusstraat als de Brigdamseweg worden gecategoriseerd als een woonstraat. Deze straten hebben een lage verkeersintensiteit. De gemeente hanteert voor dit type straten een maximale verkeersintensiteit van 2500 motorvoertuigen per etmaal. Zowel de Willem Arondeusstraat als de Brigdamseweg blijven qua verkeersintensiteit ruimschoots onder de 2500 motorvoertuigen per etmaal. De verkeersgeneratie van dit bouwplan is - gelet op voornoemde toename van het aantal
55
motorvoertuigbewegingen - marginaal en de omliggende wegen kunnen deze toename verwerken. Gelet op het voorgaande heeft de beoogde ontwikkeling dan ook geen onevenredige nadelige gevolgen voor de verkeersveiligheid ter plaatse. Uit de zienswijze van betrokkenen leiden wij af dat zij vrezen voor een verminderde geluidsdemping als gevolg van het verdwijnen van groen. Op het perceel Noordweg 128 bevindt zich in de huidige situatie geen bebouwing, behoudens een in verval geraakte boerderij. Betrokkenen hebben daarom momenteel aan de achterzijde van hun woning uitzicht op een grasveld. Het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” biedt echter de mogelijkheid tot het realiseren van drie vrijstaande woningen, een bijgebouw en garageboxen. Indien uitvoering zou worden gegeven aan deze mogelijkheden, dan zou tevens sprake zijn van het verdwijnen van groen. De planwetgever heeft reeds geoordeeld dat een dergelijke situatie niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Het behoud van een open c.q. groen karakter van het perceel is zowel in het thans geldende bestemmingsplan als in het voorliggende bestemmingsplan geborgd door aan een aanzienlijk deel van het perceel een tuinbestemming toe te kennen. In vergelijking met het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” is het aantal vierkante meters aan bebouwingsmogelijkheden in onderhavig plan kleiner.
Hierbij is al rekening gehouden met de verkleining van het bouwvlak welke als gevolg van zienswijze 9 zal worden doorgevoerd. Het aantal vierkante meters aan tuinbestemming is in vergelijking met het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” groter. In vergelijking met het geldende bestemmingsplan doet onderhavig bestemmingsplan dan ook beter recht aan een evenwichtige verdeling van groen-, verkeers- en bebouwingsmogelijkheden en het uitgangspunt van een zoveel mogelijk groene uitstraling van het perceel. De woning van betrokkenen grenst aan de linkerzijde (bezien vanaf de Noordweg) direct aan de naastgelegen woning. De woning grenst aan de rechterzijde aan de garage van de naastgelegen woning. Voorts grenst hun achtertuin aan naastgelegen achtertuinen. De naastgelegen woningen, met bijbehorende tuinen, bevinden zich op kortere afstand dan de zeven te bouwen woningen. De nabijgelegen woningen zorgen in vergelijking met de zeven ter realiseren woningen welke op grotere afstand van het perceel van betrokkenen zijn gelegen, dan ook voor een hogere geluidsproductie. De realisatie van de beoogde bebouwing en de vermindering van groen als gevolg hiervan leidt gelet op het vorenstaande dan ook niet tot een onaanvaardbare toename van geluid. Overigens zal in een stedelijke omgeving enige geluidsproductie moeten worden geduld.
Wij gaan ervan uit dat betrokkenen met hun opmerking over de toename in uitlaatgassen feitelijk stellen dat de luchtkwaliteit zal verminderen als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Het plan heeft echter geen onevenredige nadelige gevolgen voor de luchtkwaliteit ter plaatse van hun woning. Voor een nadere motivering verwijzen wij kortheidshalve naar hetgeen in paragraaf 4.9 van de toelichting bij voorliggend bestemmingsplan is vermeld. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting speelveiligheid Volgens betrokkenen leidt de beoogde ontwikkeling tot een afname van de speelveiligheid. Met verwijzing naar de factsheet ‘groen en wonen’ van IVN Nederland wijzen zij erop dat met name voor jongens in de basisschoolleeftijd geldt dat groen in de woonomgeving gepaard gaat met meer lichaamsbeweging, vooral in de vorm van buiten spelen. Het is een toenemende uitdaging om vrij te kunnen spelen rondom huis. Betrokkenen hebben een kleuter en zij waarderen het feit dat er grenzend aan hun tuin veel ruimte en overzicht is. Buiten spelen is volgens hen belangrijk voor de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen. Meer bebouwing leidt tot een verminderd zicht op de groene omgeving en het wordt drukker.
Er zal minder ruimte overblijven voor vrij spel en dit betekent dat er iets meer zorgen zullen zijn over de vraag waar een kind zich bevindt. Beantwoording Uit de zienswijze van betrokkenen maken wij op dat zij eraan hechten dat het open en groene karakter van het perceel Noordweg 128 wordt behouden zodat er voldoende ruimte is voor kinderen om vrij te kunnen spelen. Allereerst wijzen wij erop dat het perceel Noordweg 128 ook in de huidige situatie geen openbaar toegankelijk terrein is en aldus niet beschikbaar is voor speeldoeleinden. De gronden zijn namelijk in eigendom van Noordweg 128 B.V. Bij het perceel is momenteel een bordje geplaatst waarop is aangegeven dat het eigen terrein betreft en het verboden is voor onbevoegden dit terrein te betreden. Voor een invulling van het perceel als speelterrein is niet gekozen. Onzes inziens zijn er in de nabije omgeving voldoende speelvoorzieningen voor jonge kinderen beschikbaar. Initiatiefnemers hebben een concreet verzoek ingediend dat betrekking heeft op de bouw van zeven woningen op het perceel Noordweg 128. Het college heeft in de vergadering van 13 april 2021 besloten om, gelet op dit verzoek en het feit dat er een grote behoefte aan woningen bestaat, medewerking te verlenen en een
56
bestemmingsplan voor te bereiden voor de bouw van zeven woningen op de planlocatie. Overigens is het perceel op grond van het op dit moment geldende bestemmingsplan “Noordweg” ook niet bestemd voor speeldoeleinden. Het huidige bestemmingsplan heeft namelijk een woon-, tuin- en verkeersbestemming toegekend aan het perceel Noordweg 128. Gelet op de grote behoefte aan woningen en het feit dat uit de in het kader van dit plan verrichte onderzoeken en de gemaakte belangenafweging blijkt dat het plan geen onevenredige inbreuk maakt op de belangen van betrokkenen en overige belanghebbenden, kennen wij dan ook geen doorslaggevend belang toe aan de door betrokkenen naar voren gebrachte belangen. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting verlies van uitzicht en waardedaling woning Met verwijzing naar de factsheet ‘groen en wonen’ van IVN Nederland wijzen betrokkenen erop dat de aanwezigheid van groen in de directe omgeving de waarde van huizen verhoogt met 4 tot 15 procent, afhankelijk van de lokale omstandigheden. Het woongenot zal verminderen door het verlies van groen uitzicht. Het is eveneens van belang dat dit groene uitzicht een grote waarde geeft aan de woning.
Beantwoording Zoals wij reeds hebben aangegeven onder het kopje ‘beantwoording’ in reactie op het onderdeel ‘samenvatting verkeersveiligheid’, biedt het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” de mogelijkheid tot het realiseren van drie vrijstaande woningen, een bijgebouw en garageboxen. Indien uitvoering zou worden gegeven aan deze mogelijkheden, dan zou tevens sprake zijn van het verdwijnen van groen. De planwetgever heeft reeds geoordeeld dat een dergelijke situatie niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Het behoud van een open c.q. groen karakter van het perceel is echter zowel in het thans geldende bestemmingsplan als in het voorliggende bestemmingsplan geborgd door aan een aanzienlijk deel van het perceel een tuinbestemming toe te kennen. In vergelijking met het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” is het aantal vierkante meters aan bebouwingsmogelijkheden in onderhavig plan kleiner. Hierbij is al rekening gehouden met de verkleining van het bouwvlak welke als gevolg van zienswijze 9 zal worden doorgevoerd. Het aantal vierkante meters aan tuinbestemming is in vergelijking met het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” groter. Hoewel wij met betrokkenen eens zijn dat hun uitzicht als gevolg van de beoogde ontwikkeling in enige mate zal wijzigen, is onzes inziens geen sprake van een onevenredige aantasting van het uitzicht.
Kortheidshalve verwijzen wij naar hetgeen wij hierover hebben opgemerkt onder het kopje ‘aanvullende reactie uitzicht en licht woning’ in reactie op de zienswijze van ARAG SE. Indien betrokkenen menen dat hun onroerende zaak minder waard wordt als gevolg van de planologische wijziging, dan kunnen zij ingevolge artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening een verzoek tot een tegemoetkoming in planschade indienen bij het college van burgemeester en wethouders. Een dergelijke aanvraag moet worden ingediend binnen vijf jaar na het moment waarop het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. De planschadeprocedure is een afzonderlijke procedure die losstaat van de bestemmingsplanprocedure. Alle belangen afwegende wordt eventuele planschade niet zodanig geacht dat dit ertoe moet leiden dat het project niet kan worden uitgevoerd. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting verminderd groen en gezondheid Betrokkenen merken - onder verwijzing naar een aantal factsheets van IVN en onderzoek van de WUR op dat de aandacht voor groen in steden en de bijdrage aan ecologie flink toeneemt. De aandacht voor de gezondheidsbevorderende rol van groen blijkt onder andere uit het Programma Groene Gezonde Leefomgeving van de Rijksoverheid.
Onderzoek uitgevoerd door Wageningen Environmental Research en het Nivel laat verbanden zien tussen de hoeveelheid groen in de tuin en gezondheidsklachten en aandoeningen. Naast onderzoek naar risicovol spelen in groene ruimtes is ook onderzoek gedaan naar vermindering van stressklachten door groen in de omgeving. Betrokkenen merken op dat er sprake is van een prettig sociaal contact in de buurt. Men kan elkaar regelmatig aanspreken in de tuin. Bebouwing van het perceel Noordweg 128 zal hierop een negatief effect hebben. Voor betrokkenen zijn het groen en de sociale cohesie aspecten die zingeving bevorderen. Zij verzoeken dan ook om de vergunning niet te verlenen dan wel hieraan voorschriften te verbinden met betrekking tot het ontwerp voor perceel Noordweg 128. Beantwoording
57
Zoals wij reeds hebben opgemerkt in reactie op aantal andere onderdelen van de zienswijze van betrokkenen, bevindt zich in de huidige situatie geen bebouwing op het perceel Noordweg 128, behoudens een in verval geraakte boerderij. Betrokkenen hebben daarom momenteel aan de achterzijde van hun woning uitzicht op een grasveld. De planlocatie heeft echter ook in het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” geen groenbestemming. Het huidige bestemmingsplan biedt de mogelijkheid tot het realiseren van drie vrijstaande woningen, een bijgebouw en garageboxen. Indien uitvoering zou worden gegeven aan deze mogelijkheden, dan zou tevens sprake zijn van het verdwijnen van groen. De planwetgever heeft reeds geoordeeld dat een dergelijke situatie niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Het behoud van een open c.q. groen karakter van het perceel is zowel in het thans geldende bestemmingsplan als in het voorliggende bestemmingsplan geborgd door aan een aanzienlijk deel van het perceel een tuinbestemming toe te kennen. Wij zien in dat betrokkenen het belangrijk vinden dat zij een onbelemmerd zicht hebben over het perceel. In onderhavig geval is echter sprake van een geringe toename van het aantal woningen ten opzichte van het aantal woningen dat reeds op grond van het huidige bestemmingsplan mag worden gebouwd.
De vermindering van het zicht op groen is niet zodanig dat sprake is van onaanvaardbare gevolgen voor het woon- en leefklimaat van betrokkenen. Voorts hoeft het plan niet in de weg te staan aan de sociale cohesie in de buurt. De aanwezigheid van bebouwing op de planlocatie maakt het voeren van gesprekken tussen buurtbewoners immers niet onmogelijk. Wij hechten eraan te benadrukken dat aan voorliggend bestemmingsplan een zorgvuldig onderzoek en een deugdelijke belangenafweging ten grondslag ligt waaruit volgt dat het plan geen onevenredige inbreuk maakt op de belangen van betrokkenen en overige belanghebbenden. Hoewel het plan in enige mate tot een verandering van het woon- en leefklimaat van betrokkenen en (direct) omwonenden leidt, is geen sprake van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Om deze reden wordt dan ook geen doorslaggevend belang toegekend aan de door betrokkenen naar voren gebrachte belangen. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvergunning dan wel het bestemmingsplan. Beantwoording zienswijze ARAG SE namens cliënten Zienswijze 3 is op pagina’s 7 tot en met 24 van voorliggende nota samengevat. Voor de samenvatting van deze zienswijze verwijzen wij dan ook naar hetgeen is opgenomen onder ‘zienswijze 3’, onder de kopjes ‘samenvatting’.
Voor een inhoudelijke reactie en de conclusies verwijzen wij naar hetgeen is overwogen onder ‘zienswijze 3, onder de kopjes ‘beantwoording’ en ‘conclusie’. Hieronder volgt voor het in zienswijze 3 genoemde aspect ‘uitzicht en licht’ een aanvullende reactie die is toegesneden op de locatie van de woningen van betrokkenen. Aanvullende reactie uitzicht en licht woning Het belang van realisatie van de woningontwikkeling is door ons afgewogen tegen het belang van betrokkenen bij behoud van het (huidige) uitzicht. Hoewel het uitzicht als gevolg van de realisatie van de zeven woningen in enige mate zal wijzigen, is er onzes inziens echter geen sprake van een onevenredige aantasting van het uitzicht van betrokkenen. In de huidige situatie hebben zij reeds uitzicht op nabijgelegen woningen en (achter)tuinen. De afstand van de perceelsgrens van betrokkenen tot het bouwvlak bedraagt circa 19 meter. Op grond van het op dit moment geldende bestemmingsplan “Noordweg” kunnen drie vrijstaande woningen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 10 meter en bijgebouwen met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 4,5 meter worden gebouwd.
Indien in de zuidhoek van het perceel uitvoering zou worden gegeven aan deze planologische mogelijkheden, dan zouden betrokkenen zijdelings uitzicht hebben op een vrijstaande woning en een bijgebouw en een rechtstreeks uitzicht op gronden met een tuinbestemming en de daarachter gelegen achtertuinen van de woningen aan de Willem Arondeusstraat. Indien uitvoering wordt gegeven aan het thans voorliggende bouwplan, dan hebben zij een zijdelings uitzicht op zeven woningen en een rechtstreeks uitzicht op gronden met een tuinbestemming en de daarachter gelegen achtertuinen van de woningen aan de Willem Arondeusstraat. Aangezien onderhavig perceel is gelegen in een stedelijk gebied - feitelijk op een inbreidingslocatie - zijn wij van mening dat rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheid van een woningbouwontwikkeling. Woningen met een bouwhoogte van 7,9 en 9,2 meter zijn overigens ook niet ongebruikelijk gelet op de goot- en bouwhoogten van woningen in de directe omgeving. Voorts is enig verlies van uitzicht in een stedelijk gebied niet volledig uit te sluiten. Overigens bestaat ook geen recht op een blijvend vrij uitzicht. Het enkele feit dat betrokkenen in zekere mate aan uitzicht inboeten, maakt niet dat het plan geen doorgang kan vinden.
Na afweging van alle belangen concluderen wij dat de belangen die gediend zijn met de beoogde ontwikkeling zwaarder wegen dan de belangen van betrokkenen.
58
Wij volgen betrokkenen in hun redenering dat de beoogde ontwikkeling enige lichtuitstraling tot gevolg zal hebben. Gelet op de afstand van de perceelsgrens van betrokkenen tot de te realiseren woningen, de huidige planologische bouwmogelijkheden ter plaatse van het perceel en de ligging in bestaand bebouwd gebied, is de mogelijke lichtuitstraling van de ontwikkeling echter niet zodanig dat deze onevenredig nadeel oplevert voor betrokkenen. Een zekere mate van lichtuitstraling vanuit woningen en/of vanaf percelen in een stedelijke omgeving is niet ongebruikelijk. Dit geldt tevens voor een mogelijke toename van geluid. De woning van betrokkenen is aan één zijde direct grenzend aan de naastgelegen woning. De woningen aan de andere zijde bevinden zich op korte afstand. Deze woningen, met bijbehorende tuin, bevinden zich op kortere afstand dan de zeven te bouwen woningen. De nabijgelegen woningen zorgen derhalve dan ook voor een hogere geluidsproductie. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 12, Van Leeuwen Advies namens cliënten Samenvatting Betrokkenen (1 en 2) hebben kennisgenomen van de zienswijzen die door ARAG SE en andere betrokkenen zijn ingediend (zienswijzen 2 en 3 in deze nota). Zij kunnen zich geheel vinden in hetgeen in voornoemde zienswijzen naar voren is gebracht.
Zij maken daarom al datgene tot het hunne en verzoeken de raad en het college om al datgene als hier herhaald en ingelast aan te merken. Beantwoording Zienswijze 2 is op pagina’s 5 tot en met 7 van voorliggende nota samengevat. Zienswijze 3 is op pagina’s 7 tot en met 24 van deze nota samengevat. Voor de samenvatting van deze zienswijzen verwijzen wij dan ook naar hetgeen is opgenomen onder ‘zienswijze 2’ en ‘zienswijze 3’, onder de kopjes ‘samenvatting’. Voor een inhoudelijke reactie en de conclusies verwijzen wij naar hetgeen is overwogen onder ‘zienswijze 2’ en ‘zienswijze 3’, onder de kopjes ‘beantwoording’ en ‘conclusie’. Hieronder volgt voor het in zienswijze 3 genoemde aspect ‘uitzicht en licht’ een aanvullende reactie die is toegesneden op de locatie van de woningen van betrokkenen. Aanvullende reactie uitzicht en licht woning betrokkene 1 De woning van betrokkene 1 is ten zuiden van de beoogde ontwikkeling gelegen. Het belang van realisatie van de woningontwikkeling is door ons afgewogen tegen het belang van betrokkene bij behoud van het (huidige) uitzicht. Hoewel het uitzicht als gevolg van de realisatie van de zeven woningen in enige mate zal wijzigen, is er onzes inziens echter geen sprake van een onevenredige aantasting van het uitzicht van betrokkene. In de huidige situatie heeft zij reeds uitzicht op nabijgelegen woningen en bijbehorende tuinen.
De kortste afstand van de (zijdelingse) perceelsgrens van betrokkene tot de westelijke zijde van het bouwvlak waarin de zeven woningen zullen worden gebouwd bedraagt circa 23 meter. Op grond van het op dit moment geldende bestemmingsplan “Noordweg” kunnen drie vrijstaande woningen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 10 meter en bijgebouwen met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 4,5 meter worden gebouwd. Indien in de zuidhoek van het perceel uitvoering zou worden gegeven aan deze planologische mogelijkheden, dan zou betrokkene zijdelings uitzicht hebben op 3 vrijstaande woningen, een aantal bijgebouwen en op gronden met een tuinbestemming. Indien uitvoering wordt gegeven aan het thans voorliggende bouwplan, dan heeft zij een zijdelings uitzicht op een parkeerterrein met aangrenzend zeven woningen. Aangezien onderhavig perceel is gelegen in een stedelijk gebied - feitelijk op een inbreidingslocatie - zijn wij van mening dat rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheid van een woningbouwontwikkeling. Woningen met een bouwhoogte van 7,9 en 9,2 meter zijn overigens ook niet ongebruikelijk gelet op de goot- en bouwhoogten van woningen in de directe omgeving. Voorts is enig verlies van uitzicht in een stedelijk gebied niet volledig uit te sluiten. Overigens bestaat ook geen recht op een blijvend vrij uitzicht.
Het enkele feit dat betrokkene in zekere mate aan uitzicht inboet, maakt niet dat het plan geen doorgang kan vinden. Na afweging van alle belangen concluderen wij dat de belangen die gediend zijn met de beoogde ontwikkeling zwaarder wegen dan het belang van betrokkene. Wij volgen betrokkene in haar redenering dat de beoogde ontwikkeling enige lichtuitstraling tot gevolg zal hebben. Gelet op de afstand van de (zijdelingse) perceelsgrens van betrokkene tot de te realiseren woningen, de huidige planologische bouwmogelijkheden op het perceel en de ligging in bestaand bebouwd gebied, is de mogelijke lichtuitstraling van de ontwikkeling echter niet zodanig dat deze onevenredig nadeel oplevert voor betrokkene. Een zekere mate van lichtuitstraling vanuit woningen en/of vanaf percelen in een stedelijke omgeving is niet ongebruikelijk. Dit geldt tevens voor een mogelijke toename van geluid. De woning van betrokkene grenst aan één zijde direct aan de naastgelegen woning. De achtertuin van haar woning grenst aan achtertuinen van de bewoners van de Noordweg. De
59
naastgelegen woning(en), met bijbehorende tuin(en), bevinden zich op kortere afstand dan de zeven te bouwen woningen. De nabijgelegen woningen zorgen derhalve dan ook voor een hogere geluidsproductie. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Aanvullende reactie uitzicht en licht woning betrokkenen 2 De woning van betrokkenen 2 is ten noordoosten van de voorziene woningbouwontwikkeling gelegen. Het belang van realisatie van de woningontwikkeling is door ons afgewogen tegen het belang van betrokkenen bij behoud van het (huidige) uitzicht. Hoewel het uitzicht als gevolg van de realisatie van de zeven woningen in enige mate zal wijzigen, is er onzes inziens echter geen sprake van een onevenredige aantasting van het uitzicht van betrokkenen. In de huidige situatie hebben zij vanaf de achterzijde van de woning uitzicht op het plangebied. Zij hebben thans uitzicht op nabijgelegen woningen en bijbehorende tuinen. De kortste afstand van de achterste perceelsgrens van betrokkenen tot de oostzijde (achterkant) van het bouwvlak waarin de zeven woningen zullen worden gebouwd bedraagt circa 67 meter.
Op grond van het op dit moment geldende bestemmingsplan “Noordweg” kunnen drie vrijstaande woningen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 10 meter en bijgebouwen met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 4,5 meter worden gebouwd. Indien op het perceel Noordweg 128 uitvoering zou worden gegeven aan deze planologische mogelijkheden, dan zouden betrokkenen vanaf de achterzijde van hun woning uitzicht hebben op 3 vrijstaande woningen, een aantal bijgebouwen en op gronden met een tuinbestemming. Indien uitvoering wordt gegeven aan het thans voorliggende bouwplan, dan hebben zij vanaf de achterzijde van hun woning uitzicht op gronden met een tuinbestemming, een grote schuur en zeven woningen. Aangezien onderhavig perceel is gelegen in een stedelijk gebied - feitelijk op een inbreidingslocatie - zijn wij van mening dat rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheid van een woningbouwontwikkeling. Woningen met een bouwhoogte van 7,9 en 9,2 meter zijn overigens ook niet ongebruikelijk gelet op de goot- en bouwhoogten van woningen in de directe omgeving. Voorts is enig verlies van uitzicht in een stedelijk gebied niet volledig uit te sluiten. Overigens bestaat ook geen recht op een blijvend vrij uitzicht. Het enkele feit dat betrokkenen in zekere mate aan uitzicht inboeten, maakt dus niet dat het plan geen doorgang kan vinden.
Na afweging van alle belangen concluderen wij dat de belangen die gediend zijn met de beoogde ontwikkeling zwaarder wegen dan de belangen van betrokkenen. Wij volgen betrokkenen in hun redenering dat de beoogde ontwikkeling enige lichtuitstraling tot gevolg zal hebben. Gelet op de afstand van de achterste perceelsgrens van betrokkenen tot de te realiseren woningen, de huidige planologische bouwmogelijkheden op het perceel en de ligging in bestaand bebouwd gebied, is de mogelijke lichtuitstraling van de ontwikkeling echter niet zodanig dat deze onevenredig nadeel oplevert voor betrokkenen. Een zekere mate van lichtuitstraling vanuit woningen en/of vanaf percelen in een stedelijke omgeving is niet ongebruikelijk. Dit geldt tevens voor een mogelijke toename van geluid. De woning van betrokkenen grenst aan twee zijden direct aan naastgelegen woningen met bijbehorende tuinen. De naastgelegen woningen, met bijbehorende tuinen, bevinden zich op kortere afstand dan de zeven te bouwen woningen. De nabijgelegen woningen zorgen derhalve dan ook voor een hogere geluidsproductie. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
60
3. Reacties overlegpartners 3.1 Overzicht ingediende reacties overlegpartners In het kader van het wettelijk (voor)overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening hebben wij de provincie Zeeland, het waterschap Scheldestromen en de Veiligheidsregio Zeeland op de hoogte gebracht van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Tijdens de termijn dat het plan ter inzage heeft gelegen zijn meerdere overlegreacties binnengekomen. Deze zijn afkomstig van: 1. Provincie Zeeland, ingediend per e-mail van 13 december 2023 2. Waterschap Scheldestromen, ingediend per e-mail van 12 december 2023 3. Veiligheidsregio Zeeland, ingediend per e-mail van 7 december 2023 3.2 Samenvatting en beantwoording reacties overlegpartners In deze paragraaf worden de overlegreacties samengevat, beantwoord en van een conclusie voorzien. 1. Provincie Zeeland Samenvatting Namens GS van de provincie wordt medegedeeld dat er geen zienswijze ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan wordt ingediend. Beantwoording De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Conclusie De reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 2.
Waterschap Scheldestromen Samenvatting Het waterschap merkt ten aanzien van de notitie ‘Verharding en watertoets Noordweg 128’ (bijlage 4 bij de toelichting op het bestemmingsplan) op dat in de berekening grasbetontegels in de parkeervakken voor 0 % worden meegerekend in de opgave voor waterberging. Het waterschap rekent grasbetontegels (half verharding) voor 50% mee in de berekening voor de opgave waterberging. Verzocht wordt de waterbergingsopgave hierop aan te passen. Het waterschap wijst erop dat tijdens een overleg is gesproken over de aanleg van een greppel om wateroverlast te voorkomen bij de bestaande bebouwing. Deze greppel is niet zichtbaar in het plan. Voorts merkt het waterschap op dat moet worden voorkomen dat het plan wateroverlast veroorzaakt bij het eventueel ophogen van het maaiveld. Beantwoording De berekening in paragraaf 5.2 van de notitie ‘Verharding en watertoets Noordweg 128’ is naar aanleiding van de opmerking aangepast. De notitie is daartoe geactualiseerd. Grasbetontegels in de parkeervakken worden nu voor 50 procent meegerekend in de waterbergingsopgave. De geactualiseerde notitie (versie d.d. 19 januari 2024) wordt toegevoegd aan de bijlagen bij de toelichting op het bestemmingsplan.
De greppel/zaksloot die tijdens het overleg van 4 augustus 2022 met het waterschap is besproken is in het plan opgenomen in de vorm van een wadi, met verhoogde berm aan de oostzijde, om wateroverlast in de bestaande brandgangen en tuinen aan de oostzijde van het plan te voorkomen. De wadi dient in het noordoostelijk deel van het plangebied te worden aangelegd in stand te worden gehouden. Zoals reeds is opgemerkt in reactie op de onderdelen van de zienswijzen 2, 3, 5, 6, 8 en 9 die betrekking hebben op water(overlast), zullen de locatie van de wadi, de dimensies hiervan en de voorwaarden alsnog worden vastgelegd middels een functieaanduiding op de verbeelding en een vertaling daarvan in de planregels. De initiatiefnemer zal erop worden gewezen dat bij het eventueel ophogen van het maaiveld moet worden voorkomen dat wateroverlast wordt veroorzaakt. Zoals blijkt uit de reactie op de onderdelen van de zienswijzen 2, 3, 5, 6, 8 en 9 die betrekking hebben op water(overlast), wordt afdoende geborgd dat de beoogde ontwikkeling geen (verdere) wateroverlast veroorzaakt in het plangebied. Conclusie
61
De reactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan in die zin dat de exacte locatie van de wadi door middel van een specifieke functieaanduiding op de verbeelding zal worden vastgelegd. Deze aanduiding wordt doorvertaald in de planregels. Voorts zullen de voorwaarden voor de wadi in de planregels met betrekking tot de voorwaardelijke verplichting worden opgenomen. De geactualiseerde notitie ‘Verharding en watertoets Noordweg 128’ (versie 19 januari 2024) wordt toegevoegd aan de bijlagen bij de toelichting op het bestemmingsplan.
3. Veiligheidsregio Zeeland Samenvatting De Veiligheidsregio Zeeland (hierna: VRZ) merkt op het plan te hebben beoordeeld in het kader van externe veiligheid. De in de paragraaf externe veiligheid beschreven risicobronnen en bijbehorende maatregelen zijn volledig en correct. Voor de volledigheid heeft de VRZ een infographic meegestuurd ten behoeve van de risicocommunicatie. Geadviseerd wordt om deze aan de toekomstige bewoners te verstrekken. De VRZ acht een nader advies met betrekking tot externe veiligheid niet noodzakelijk. De VRZ wijst er ten aanzien van het aspect bereikbaarheid op dat het plangebied is gelegen aan het eind van een doodlopende straat. Uit de schetsen blijkt dat de Willem Arondeusstraat aftakt richting de nieuw te bouwen woningen en dat er voor de woningen ook parkeerplekken komen. De VRZ adviseert daarom om hier een keermogelijkheid voor brandweervoertuigen te realiseren en een wegbreedte van minimaal 4,5 meter aan te houden. Indien een keermogelijkheid niet haalbaar is, dan wordt geadviseerd om een wegbreedte van minimaal 5 meter aan te houden. Beantwoording De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen voor zover het de opmerking over de paragraaf externe veiligheid betreft. Het advies van de VRZ met betrekking tot risicocommunicatie wordt ter harte genomen.
De flyer zal naar de initiatiefnemer worden gestuurd met het verzoek om deze aan te reiken aan de nieuwe bewoners. Dit kan per e-mail of door middel van bezorging in de brievenbus. Het plangebied is goed bereikbaar voor de brandweer. Op de bij de omgevingsvergunning behorende situatietekening is aan het eind van het nieuw aan te leggen deel van de Willem Arondeusstraat een keermogelijkheid gecreëerd. Tevens heeft deze straat een breedte van zes meter. Er wordt aldus voldaan aan de door de VRZ gestelde eisen. Conclusie De reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
62
4. Staat van wijzigingen 4.1 Aanpassingen ontwerpbestemmingsplan De zienswijzen en/of reacties van de wettelijke overlegpartners leiden tot de volgende aanpassingen van het ontwerpbestemmingsplan: Aanpassingen verbeelding 1. De verbeelding wordt in overeenstemming gebracht met het werkelijke bouwplan. Dit betekent concreet dat het bouwvlak op de verbeelding wordt verkleind. Het bouwvlak wordt zodanig aangepast dat het de contouren van het feitelijke bouwplan waarvoor vergunning is gevraagd volgt. Aanpassingen regels 2. De exacte ligging van de wadi in het noordoostelijk deel van het plangebied wordt op de verbeelding weergegeven door middel van een functieaanduiding. De aanduiding wordt vertaald in de planregels (artikel 10.1). 3. De voorwaarden voor de wadi worden bindend vastgelegd in het bestemmingsplan door deze op te nemen in de planregels (artikel 10.1). 4. In de planregels (artikel 10.3) wordt een voorwaardelijke verplichting ecologie opgenomen inhoudende dat sloop- en bouwwerkzaamheden in het plangebied niet eerder mogen worden uitgevoerd dan nadat het nader ecologisch onderzoek is afgerond en indien eventuele maatregelen dan wel vergunningen nodig blijken, deze zijn uitgevoerd c.q. verleend. Aanpassingen (bijlagen bij) toelichting 5. Bijlage 1 ‘Toets ecologie’ wordt vervangen door een geactualiseerde versie (Rapport toetsing in het kader van natuurwetgeving d.d.
4 april 2024). 6. Bijlage 4 ‘Watertoets’ wordt vervangen door een geactualiseerde versie (Notitie ‘Verharding en watertoets Noordweg 128’ d.d. 19 januari 2024) 7. Bijlage ‘Verslag participatie Noordweg 128’ d.d. 18 april 2023 wordt toegevoegd aan de bijlagen bij de toelichting. 8. Bijlage ‘Bezonningsonderzoek’ d.d. 23 mei 2024 wordt toegevoegd aan de bijlagen bij de toelichting. 9. Bijlage ‘Rapport nader bodemonderzoek Noordweg 128 Middelburg’ wordt toegevoegd aan de bijlagen bij de toelichting. 10. Paragraaf 5.4 van de toelichting wordt aangevuld met een toelichting op artikel 10.1 van de planregels (voorwaardelijke verplichting waterberging) 11. Paragraaf 5.4 van de toelichting wordt aangevuld met een toelichting op artikel 10.3 van de planregels (voorwaardelijke verplichting ecologie) Ambtshalve aanpassing toelichting 12. De tekst onder het kopje ‘toetsing en conclusie’ in paragraaf 3.3.3 van de toelichting op het bestemmingsplan wordt vervangen door de volgende tekst: “Het plan is voorgelegd aan het WARK. Deze heeft op 4 februari 2021, 13 oktober 2022 en 5 oktober 2023 een positief advies gegeven over de stedenbouwkundige invulling van het project”.
63
4.2 Aanpassingen ontwerp-omgevingsvergunning De zienswijzen en/of reacties van de wettelijke overlegpartners leiden tot de volgende aanpassingen van de ontwerp-omgevingsvergunning voor de bouw van zeven woningen in het plangebied: 1. De ontwerp-omgevingsvergunning wordt gewijzigd in die zin dat de bij de vergunning behorende tekeningen worden gewijzigd. Er zijn gewijzigde tekeningen overgelegd van de plattegronden, gevels en doorsneden van blok 1 en 2. Op deze tekeningen wordt de positie van de buitenunit van de warmtepompen bij de woningen 2 tot en met 6 weergegeven. Ook worden de bijkeukens hierop als vergunningvrij aangeduid. 2. De ontwerp-omgevingsvergunning wordt gewijzigd in die zin dat de bij de vergunning behorende technische specificaties met betrekking tot de warmtepompen worden gewijzigd. De specificaties van de warmtepompen bij de woningen 2 tot en met 6 worden toegevoegd aan de (bijlagen bij de) omgevingsvergunning. 3. De geluidsberekeningen van de warmtepompen worden toegevoegd aan de (bijlagen bij de) omgevingsvergunning. 4. De bij de ontwerp-omgevingsvergunning behorende tekening met betrekking tot de plattegrond, gevels en doorsneden van de schuur wordt vervangen door een gewijzigde tekening (2020-025, datum 11 juli 2023, gewijzigd 19 april 2024).
64