CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

25-022 Bijlage 2. Antwoordnota ontwerpbestemmingsplan en ontwerpomgverg DEF 24-12-2024

Gemeenteraad 13 maart 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Bestemmingsplan Noordweg 128 Middelburg (25-022 RM)43.729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Nota beantwoording zienswijzen en reacties overlegpartners incl. Staat van wijzigingen Ontwerpbestemmingsplan “Noordweg 128 Middelburg” en ontwerpomgevingsvergunning bouw woningen

Inhoudsopgave

1. 2.

3.

4.

Inleiding 1.1 Leeswijzer Zienswijzen 2.1 Overzicht ingediende zienswijzen 2.2 Samenvatting en beantwoording zienswijzen Reacties overlegpartners 3.1 Overzicht ingediende reacties overlegpartners 3.2 Samenvatting en beantwoording reacties overlegpartners Staat van wijzigingen 4.1 Aanpassingen ontwerpbestemmingsplan 4.2 Aanpassingen ontwerp-omgevingsvergunning

3 3 3 3 61 61 61 63 63 64

2

1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan “Noordweg 128 Middelburg” vormt het juridisch-planologisch kader voor de bouw van zeven woningen ter plaatse van het perceel Noordweg 128 te Middelburg. Het ontwerpbestemmingsplan heeft, samen met de ontwerp-omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen, van 7 december 2023 tot en met 17 januari 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft eenieder een zienswijze kenbaar kunnen maken ten aanzien van het plan en de ontwerpomgevingsvergunning. Met de gelijktijdige terinzagelegging van voornoemde ontwerpbesluiten is toepassing gegeven aan de gemeentelijke coördinatieregeling als bedoeld in paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. 1.1 Leeswijzer Deze nota bevat de samenvattingen van de op het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpomgevingsvergunning ingediende zienswijzen. In hoofdstuk 2 is de inhoud van de zienwijzen en de reactie van gemeentewege hierop opgenomen. Per (onderdeel van de) zienswijze is een conclusie opgenomen waarin is aangegeven of deze leidt tot wijziging van het bestemmingsplan en/of de omgevingsvergunning. De onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet worden genoemd, zijn wel bij de beoordeling betrokken. De zienswijzen zijn aldus geheel beoordeeld.

Het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan diverse overlegpartners. De reacties van de overlegpartners worden in hoofdstuk 3 van deze nota samengevat, beantwoord en van een conclusie voorzien. In hoofdstuk 4 wordt ten slotte een samenvatting gegeven van (ambtshalve) aanpassingen van het ontwerpbestemmingsplan en/of de ontwerp-omgevingsvergunning. 2. Zienswijzen 2.1 Overzicht ingediende zienswijzen Tijdens de termijn dat het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage hebben gelegen zijn 12 zienswijzen naar voren gebracht, waarvan drie pro forma. De indieners van een pro forma zienswijze zijn in de gelegenheid gesteld om de gronden aan te vullen. De zienswijzen zijn tijdig ingediend en daarmee ontvankelijk. De zienswijzen zijn afkomstig van: 1. Particulier, ingediend per e-mail van 27 december 2023, ontvangen dezelfde datum 2. Particulier, ingediend bij brief van 9 januari 2024, ontvangen op 12 januari 2024, en aangevuld per e-mail van 16 januari 2024, ontvangen dezelfde datum 3. ARAG SE Nederland, Postbus 230, 3830 AE Leusden, namens cliënten, ingediend per e-mail van 10 januari 2024, ontvangen dezelfde datum 4.

Stichting Achmea Rechtsbijstand, Postbus 4116, 7320 AC Apeldoorn, namens cliënten, ingediend bij brief van 10 januari 2024, ontvangen op 12 januari 2024 en tevens per e-mail van 11 januari 2024, ontvangen dezelfde datum 5. Particulier, ingediend bij ongedateerde brief, ontvangen op 12 januari 2024 6. Particulier, ingediend bij brief van 12 januari 2024, ontvangen op 16 januari 2024 7. Particulier, ingediend bij brief van 15 januari 2024, ontvangen op 16 januari 2024 8. Particulier, ingediend per e-mail van 16 januari 2024, ontvangen dezelfde datum 9. DAS, Postbus 23000, 1100 DM Amsterdam, namens cliënten, ingediend bij brief van 16 januari 2024, ontvangen op 17 januari 2024, en aangevuld bij brief van 30 januari 2024, ontvangen op 31 januari 2024 10. Particulier, ingediend per e-mail van 17 januari 2024, ontvangen dezelfde datum 11. Particulier, ingediend per e-mail van 17 januari 2024, ontvangen dezelfde datum, en aangevuld per e-mail van 7 februari 2024 12. Van Leeuwen Advies, Postbus 7, 4353 ZG Serooskerke, namens cliënten, ingediend bij brief van 17 januari 2024, ontvangen op 22 januari 2024, en aangevuld per e-mail en bij brief van 5 februari 2024 2.2 Samenvatting en beantwoording zienswijzen In deze paragraaf worden de zienswijzen samengevat, beantwoord en van een conclusie voorzien.

Zienswijze 1, particulier Samenvatting Betrokkene wenst bezwaar te maken tegen de wijziging van het bestemmingsplan waarmee zeven

3

rijwoningen mogelijk worden gemaakt. Haar woning bevindt zich recht tegenover de vervallen boerderijwoning en daarvoor in de plaats zou slechts één woning mogen worden gebouwd en drie woningen verspreid over het perceel. Het perceel valt binnen het beschermd stads-/dorpsgezicht met lintbebouwing. Met de bouwmogelijkheden die het huidige bestemmingsplan biedt wordt deze regel al overtreden en met het plan voor de bouw van zeven rijwoningen helemaal. Betrokkene is van mening dat door de uitvoering van het bouwplan de deur wordt opengezet om op andere plaatsen de lintbebouwing te doorbreken en meer bebouwing toe te staan. Zij vraagt zich af wat de beschermde status dan nog heeft te zeggen. Betrokkene vindt de hoogte van de woningen, twee en een halve woonlaag (9,5 meter), veel te hoog en niet passend achter de rij woningen aan de Noordweg die slechts anderhalve woonlaag (6 meter) hoog zijn. Kort samengevat meent betrokkene dat een rij van zeven woningen te veel is, niet passend en de status van het beschermd stads-/dorpsgezicht met lintbebouwing met voeten wordt getreden. Beantwoording Het thans voorliggende bestemmingsplan biedt de mogelijkheid tot het bouwen van woningen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9,5 meter. De initiatiefnemer heeft gekozen voor eigentijdse woningen met daarbij passende maatvoering.

Uiteindelijk is het idee van lintbebouwing haaks op de Noordweg een eigentijds koppelstuk geworden tussen de bebouwing aan de Noordweg en de Willem Arondeusstraat (woningen met kap). Men is voornemens om compact te bouwen in lintvorm en dat heeft gevolgen voor de hoogte van de woningen. Betrokkene merkt terecht op dat de woningen hoger zullen worden dan de woningen aan de Noordweg 132 tot en met 156 welke slechts 1,5 bouwlaag hebben. De maximale goot- en bouwhoogte van deze woningen bedraagt op grond van het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” respectievelijk 4 en 8 meter. Anders dan betrokkene wellicht veronderstelt, hoeven de te realiseren woningen qua hoogte niet overeen te stemmen met de woningen aan de Noordweg 132 tot en met 156. Van belang is dat de beoogde woningen passend zijn in de omgeving. In de directe omgeving van de planlocatie bevinden zich meerdere woningen met een hogere goot- en bouwhoogte. De maximale goot- en bouwhoogte van de woningen aan de Willem Arondeusstraat 15 tot en met 53 en 2 tot en met 38 bedraagt bijvoorbeeld respectievelijk 6 en 10 meter. De maximale goot- en bouwhoogte van de woningen aan de Noordweg 116 tot en met 126 en 160 tot en met 166 bedraagt eveneens respectievelijk 6 en 10 meter. Het perceel Noordweg 128 ligt ingeklemd tussen de Noordweg en de Willem Arondeusstraat. Deze straten kennen verschillende woningtypen en bouwvormen.

Hoewel de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte van de zeven te realiseren woningen hoger is dan de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte van de naastgelegen rij woningen aan de Noordweg (132 tot en met 156), betekent dit niet dat de woningen qua hoogte niet aansluiten bij de bestaande bebouwing. De overige woningen in de directe nabijheid van het plangebied hebben immers een vergelijkbare goot- en bouwhoogte. Nu de goot- en bouwhoogte van de beoogde woningen in deze buurt niet ongebruikelijk is en de nabijgelegen huizen variëren in goot- en bouwhoogte, zijn de zeven voorziene woningen onzes inziens passend in de omgeving. Overigens wijzen wij erop dat op het perceel Noordweg 128 op grond van het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” reeds drie vrijstaande woningen, waarvan één direct achter de woning van betrokkene, zouden kunnen worden gebouwd met een maximale goot- en bouwhoogte van 4 en 10 meter. Ten opzichte van het huidige bestemmingsplan worden aldus planologisch gezien slechts vier woningen toegevoegd. Feitelijk is daarmee sprake van een geringe toename van het aantal woningen. De ruimtelijke impact hiervan is, gelet op de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling, beperkt.

Voorts blijkt uit de bij de omgevingsvergunning behorende tekeningen dat de vier woningen in het eerste blok (haaks gesitueerd ten opzichte van het perceel van betrokkene) een feitelijke bouwhoogte zullen krijgen van 7,9 meter. De overige drie woningen in het tweede blok krijgen een feitelijke bouwhoogte van 9,2 meter. Gelet op het feit dat er planologisch gezien op onderhavige locatie reeds drie woningen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 10 meter konden worden gebouwd, zijn wij van mening dat met de bouw van zeven woningen met voornoemde goot- en bouwhoogte geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat van betrokkene en overige belanghebbenden. In aanvulling op het vorenstaande merken wij nog op dat de planlocatie gelegen is in een stedelijk gebied - feitelijk op een inbreidingslocatie - en om deze reden dient dan ook rekening te worden gehouden met de mogelijkheid van een woningbouwontwikkeling. Betrokkene merkt terecht op dat het perceel Noordweg 128 is gelegen binnen het beschermd stadsgezicht ‘Noordweg’. Uit de zienswijze maken wij op dat zij veronderstelt dat de lintbebouwing wordt doorbroken en daarmee afbreuk wordt gedaan aan het beschermd stadsgezicht ‘Noordweg’. Van het doorbreken van lintbebouwing is echter geen sprake aangezien het perceel Noordweg 128 achter het

4

bebouwingslint aan de Noordweg is gelegen. Het bouwplan leidt evenmin tot een onevenredige aantasting van cultuurhistorische en met de aanwijzing als beschermd stadsgezicht genoemde waarden. Voor een nadere motivering verwijzen wij kortheidshalve naar hetgeen wij in reactie op zienswijze 3 (kopje ‘beantwoording’ in reactie op het onderdeel ‘samenvatting beschermd stads-/dorpsgezicht’) hebben opgemerkt. Volledigheidshalve wijzen wij erop dat het feit dat aan onderhavig initiatief medewerking wordt verleend, niet impliceert dat op voorhand toestemming wordt gegeven voor toekomstige bouwplannen op andere locaties aan of nabij de Noordweg. Eventuele plannen die in strijd zijn met het bestemmingsplan worden op hun merites beoordeeld. Per aanvraag zal worden beoordeeld of deze niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Hiermee is feitelijk sprake van een maatwerkbeoordeling. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 2, particulier De zienswijze heeft betrekking op de aspecten afwatering, riolering, parkeren, geluidsoverlast en de hoogte van de te bebouwen grond. Deze aspecten worden hieronder separaat samengevat en van een reactie voorzien. Samenvatting afwatering en riolering Betrokkenen doen het verzoek rekening te houden met de afwatering en riolering in de Willem Arondeusstraat.

Zij merken op dat de riolering ter plaatse van de Willem Arondeusstraat op dit moment geen hevige regenbuien aan kan. De lager gelegen delen van de straat lopen onder water en bewoners zijn genoodzaakt hun auto naar een hoger gelegen deel te verplaatsen. Ernstiger is het teruglopen van rioolwater in de toiletten en de spoelbakken in het aanrecht. Het water in de achtertuin van betrokkenen komt zo hoog te staan dat het de kamer dreigt binnen te lopen. Gezien de klimaatverandering zullen hevige buien in de toekomst steeds vaker voorkomen. De nieuwe woningen zullen worden gebouwd op grond die een meter hoger ligt dan de al bestaande woningen. Betrokkenen vragen zich dan ook af of dit de druk op de bestaande riolering extra zal belasten. Betrokkenen stellen voor dat de gemeente pas verder gaat met het bouwplan op het moment dat een goede afwatering en riolering in de Willem Arondeusstraat is geregeld en als is vastgelegd wie de kosten bij eventuele schade zal vergoeden. Zij verzoeken het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd vast te stellen in die zin dat in het plan de voorwaarde wordt opgenomen dat de afwatering en riolering in de Willem Arondeusstraat toekomstbestendig wordt gemaakt en dat het afwateringsysteem van de bestaande huizen zodanig wordt aangepast dat terugstroom van rioolwater naar de huizen niet meer mogelijk is voordat tot nieuwbouw wordt overgegaan.

Beantwoording Voor wat betreft de gestelde wateroverlast in de huidige situatie wijzen wij erop dat door de volledig gescheiden riolering van de nieuwbouw de capaciteit van het rioolstelsel netto zal toenemen. Er wordt extra riolering aangelegd waarop geen verhard oppervlak wordt aangesloten. De bergingscapaciteit in het gemengde rioolstelsel zal daardoor minimaal met 42 procent toenemen. Door de uitbreiding en de vervanging en capaciteitsvergroting (tot 242%) van het huidige hemelwaterstelsel zal de overlast juist afnemen ten opzichte van de huidige situatie. De hoogteligging van het plan heeft geen invloed op de bestaande riolering. Alle nieuwe verhardingen zullen oppervlakkig afwateren op de aan te leggen wadi in het noordoosten van het plangebied. Pas met buien van meer dan 75 mm zal een overloop in werking treden. Het vloerpeil van de woningen in de Willem Arondeusstraat is hoger dan het straatpeil voor de woningen en ruim hoger dan het dieper gelegen parkeergedeelte. Door de capaciteitsvergroting van zowel het gemengde- als het hemelwaterdeel van het rioolstelsel zal de optredende overlast sterk verminderen. Terugstroom in huisaansluitingen valt niet te voorkomen in een vrijverval-rioolstelsel.

Indien water zelfs terugstroomt in spoelbakken van het aanrecht, welke meestal toch een meter boven straatpeil zijn gelegen, lijkt dit te maken te hebben met gebrekkige be-/ontluchting van de huisaansluiting. Aangezien de aanpak van een dergelijk probleem niet aan de gemeente is, adviseren wij betrokkenen om dit probleem voor te leggen aan een ter zake kundige. In aanvulling op het vorenstaande verwijzen wij nog naar hetgeen wij in reactie op de zienswijzen 3, 5, 6, 8 en 9 hebben opgemerkt over water(overlast), waterafvoer, afwatering en riolering. Conclusie

5

Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting parkeren, geluidsoverlast en hoogte van de te bebouwen grond Betrokkenen verzoeken om in het plan rekening te houden met het gebrek aan parkeerruimte in de Willem Arondeusstraat. Voor de woningen van nummer 2 tot en met 38 (19 woningen), zijn thans 24 parkeerplaatsen beschikbaar, waarvan twee door een onhandige indeling van de parkeervakken lastig zijn te gebruiken. Dit komt neer op 1,3 parkeerplaatsen per woning. Doordat het moeilijk parkeren is op de Noordweg maken bewoners van de woningen daar ook gebruik van de parkeerplaatsen bij het pleintje aan het einde van de Willem Arondeusstraat. Het aantal parkeerplaatsen is al jaren onvoldoende. In het plan worden drie parkeerplaatsen opgegeven en naderhand zeven toegevoegd. Dit betekent dat er vier extra parkeerplaatsen worden gerealiseerd en het aantal parkeerplaatsen komt daarmee neer op 1,5 per woning, inclusief de lastig te gebruiken plekken en zonder rekening te houden met de parkeerders die woonachtig zijn aan de Noordweg. In de toelichting op het plan wordt verwezen naar CROW (publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren', 2018) en er wordt aangeven dat met het oog op toekomstbestendig parkeren 1,8 parkeerplaats per woning nodig is. Betrokkenen merken op dat de zeven woningen voorzien zullen worden van een warmtepomp.

Deze zullen aan de kant van de bestaande bouw worden geplaatst. De pompen zullen dag en nacht zoveel extra lawaai maken dat het meer dan hinderlijk zal zijn voor de bewoners rond het pleintje aan het einde van de straat. Zij verzoeken dan ook in het plan rekening te houden met de geluidsoverlast die zeven warmtepompen zullen veroorzaken. Betrokkenen geven aan dat de nieuwe huizen een nokhoogte van 9,5 meter zullen hebben. Doordat het perceel Noordweg 128 een meter hoger ligt dan de bestaande bebouwing in de Willem Arondeusstraat komt de totale hoogte op 10,5 meter en zal het zicht voor de huidige bewoners veel massiever zijn. Zij verzoeken dan ook om in het plan rekening te houden met de hoogte van de grond waarop gebouwd zal worden. Op basis van bovenstaande argumenten wordt verzocht om het aantal te bouwen woningen te beperken tot drie zoals oorspronkelijk de bedoeling was, te investeren in goede parkeergelegenheid in de Willem Arondeusstraat en bijvoorbeeld alvast de mogelijkheid te creëren voor bewoners om in de nabije toekomst elektrische auto’s op te laden. Met de bouw van drie woningen wordt de geluidsoverlast van warmtepompen veel minder, zullen de huizen minder dominant overkomen en wordt de riolering minder belast. Verder zal er sprake zijn van minder bestrating waardoor er meer groen in de buurt gerealiseerd kan worden wat ook de afwatering ten goede zal komen.

Betrokkenen verzoeken dan ook om het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, namelijk door het aantal te bouwen huizen in evenwicht te laten zijn met de mogelijkheid tot parkeren in de straat, met aanvaardbare geluidsoverlast door warmtepompen en bij de bouw rekening te houden met een grondhoogteverschil van een meter en de riolering die nu al bij hevige stortbuien overbelast raakt. Beantwoording Parkeren Het thans voorliggende bestemmingsplan voorziet in de bouw van zeven koopwoningen. Voor deze woningen geldt een parkeernorm van 1,8 parkeerplaats per woning. Ten behoeve van de woningbouwontwikkeling wordt in meer dan voldoende parkeerplaatsen – namelijk 20 - voorzien. Onderhavig bouwplan leidt niet tot een toename van de parkeerdruk in de omgeving van de Noordweg en de Willem Arondeusstraat. Wij verwijzen kortheidshalve naar hetgeen is overwogen in paragraaf 4.5 van de toelichting bij het bestemmingsplan. Volledigheidshalve wijzen wij erop dat het plan moet voorzien in de parkeerbehoefte van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Het plan hoeft - voor zover daarvan sprake zou zijn - geen bijdrage te leveren aan het oplossen van een eventueel bestaand parkeertekort. Geluidsoverlast Betrokkenen menen dat de warmtepompen aan de kant van de bestaande bouw zullen worden geplaatst.

Wij wijzen erop dat uit de bij de ontwerp-omgevingsvergunning behorende stukken blijkt dat er werd uitgegaan van de plaatsing van een bodemwarmtepomp bij de bouwnummers 1 tot en met 7. De aanvrager heeft er echter voor gekozen om bij de woningen 2, 3, 4, 5 en 6 een lucht-lucht warmtepomp te plaatsen. Bij de woningen 1 en 7 zal een bodemwarmtepomp worden geplaatst. Uit de overgelegde tekeningen van blok 1 en 2 (tekeningen plattegronden, gevels en doorsneden) volgt dat de buitenunits van de elektrische warmtepomp aan de achterzijde van de woningen 2 tot en met 6 zullen worden geplaatst. In aanvulling op het vorenstaande verwijzen wij kortheidshalve naar hetgeen wij over

6

geluidsoverlast hebben opgemerkt onder zienswijze 3 (onder het kopje ‘beantwoording’ in reactie op ‘samenvatting overlast geluid’). Hoogte van de te bebouwen grond Het thans voorliggende bestemmingsplan biedt de mogelijkheid tot het bouwen van woningen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9,5 meter. Ingevolge artikel 2.2 van de bestemmingsregels dient de hoogte van een bouwwerk te worden gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen. Uit de bij de omgevingsvergunning behorende tekeningen blijkt dat de vier woningen in het eerste blok een feitelijke bouwhoogte zullen krijgen van 7,9 meter. De overige drie woningen in het tweede blok krijgen een feitelijke bouwhoogte van 9,2 meter. Het maaiveld ter plaatse van de planlocatie ligt inderdaad hoger dan het maaiveld ter plaatse van de Willem Arondeusstraat. Vanuit de gedachte van watersturend bouwen is het wenselijk om op een dergelijke hoger gelegen locatie te bouwen. Het Rijk onderschrijft deze wijze van bouwen. Het gegeven dat de woningen feitelijk hoger komen te liggen dan de woningen aan de Willem Arondeusstraat heeft onzes inziens geen onevenredige nadelige gevolgen voor het zicht van betrokkene.

De woning van betrokkene ligt namelijk op aanzienlijke afstand van de voorziene woningen en de bouwhoogte van de te realiseren woningen sluit aan bij de maximaal toegestane bouwhoogte van de in de nabijheid van het plangebied gelegen woningen aan de Willem Arondeusstraat 15 tot en met 53 en 2 tot en met 38. Van belang is tevens dat op grond van het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” reeds drie vrijstaande woningen zouden kunnen worden gebouwd met een maximale goot- en bouwhoogte van 4 en 10 meter. Aan het verzoek van betrokkenen om het aantal woningen tot drie te beperken en te investeren in parkeergelegenheid en de mogelijkheid tot het elektrisch laden van motorvoertuigen komen wij niet tegemoet. Voor een dergelijke invulling van het perceel is niet gekozen. Initiatiefnemers hebben de gemeente verzocht om medewerking te verlenen aan de bouw van zeven woningen op het perceel Noordweg 128. Het college heeft in de vergadering van 13 april 2021 besloten om, gelet op dit verzoek en het feit dat er een grote behoefte aan woningen bestaat, medewerking te verlenen en een bestemmingsplan voor te bereiden voor de bouw van zeven woningen op de planlocatie.

Aan voorliggend bestemmingsplan ligt een zorgvuldig onderzoek en een deugdelijke belangenafweging ten grondslag waaruit volgt dat het plan geen onevenredige inbreuk maakt op de belangen van betrokkenen en overige belanghebbenden. Hoewel het plan in enige mate tot een verandering van het woon- en leefklimaat van betrokkenen en (direct) omwonenden leidt, is geen sprake van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Om deze reden wordt dan ook geen doorslaggevend belang toegekend aan de door betrokkenen naar voren gebrachte belangen. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De ontwerp-omgevingsvergunning wordt gewijzigd in die zin dat de bij de vergunning behorende tekeningen en technische specificaties met betrekking tot de warmtepompen worden gewijzigd. Er zijn gewijzigde tekeningen overgelegd van de plattegronden, gevels en doorsneden van blok 1 en 2. Op deze tekeningen wordt de positie van de buitenunit van de warmtepompen bij de woningen 2 tot en met 6 weergegeven. Voorts worden de geluidsberekeningen van de warmtepompen en de technische specificaties toegevoegd aan de (bijlagen bij de) omgevingsvergunning.

Zienswijze 3, ARAG SE Nederland namens cliënten De zienswijze heeft betrekking op meerdere aspecten; communicatie door de gemeente Middelburg, beoordeling van de aanvraag door het WARK, participatie, inbreiding, beschermd stads-/dorpsgezicht, milieu, wateroverlast, geluidsoverlast, trillingen, uitzicht en licht en verkeersveiligheid. Deze aspecten worden hieronder separaat samengevat en van een reactie voorzien. Samenvatting communicatie door de gemeente Middelburg Betrokkenen merken op dat de eigenaar van de gronden vanaf het begin heeft aangegeven dat het plan dat ziet op de bouw van zeven woningen in overleg met de gemeente Middelburg is opgesteld. Op de op 6 juli 2021 door de eigenaar georganiseerde bijeenkomst is letterlijk opgemerkt dat het voorstel voor de bouw van zeven woningen van de gemeente komt en dat er toestemming voor is gegeven. Aan drie wethouders die het project onder hun hoede hebben gehad is gevraagd welke toezeggingen er aan de eigenaren zijn gedaan. De gemeente heeft volgens betrokkenen altijd ontkend dat er toezeggingen zijn gedaan of afspraken zijn gemaakt met de eigenaar van het perceel. Zij vragen zich dan ook af wat er wel en niet is toegezegd en waarom de gemeente en de eigenaar een ander verhaal vertellen.

Betrokkenen vragen zich voorts af waarom de verantwoordelijk wethouder in de PZC van 13 december 2023 onder verwijzing naar het inwonerberaad woningbouw Middelburg opmerkt dat er verdichting zal

7

plaatsvinden, ook op de Noordweg. Dit is volgens hen in tegenspraak met de kaart met woningbouwlocaties tot 2040 waarop het perceel Noordweg 128 grijs is gekleurd, hetgeen wil zeggen dat het een geplande bouwlocatie (3 woningen) is. Tijdens het inwonerberaad is over deze locatie niet meer gesproken en uit het bewonersoverleg volgt juist dat Middelburg-Noord (waar de Noordweg onderdeel van is) geen zoekgebied is. Betrokkenen wijzen erop dat het voor alle omwonenden van het perceel Noordweg 128 van belang is dat ook hun belangen door de gemeente Middelburg worden vertegenwoordigd. Zij wijzen erop dat in april 2021 een petitie tegen de bouw van zeven woningen op voornoemde locatie is getekend door 63 adressen. Meerdere omwonenden hebben tweemaal ingesproken tijdens een vergadering van de commissie Ruimte. Door de onduidelijke manier van communiceren en uiteenlopende berichtgeving kunnen betrokkenen dan ook moeilijk geloven dat de inspraak van omwonenden serieus is genomen tijdens het traject. Beantwoording Zoals initiatiefnemers hebben aangegeven in het participatieverslag d.d. 18 april 2023 (bijlage 1 bij deze antwoordnota), hadden zij plannen voor het realiseren van een aantal levensloopbestendige woningen. In 2019 hebben zij hun oog op het perceel Noordweg 128 laten vallen en de gemeente benaderd om de mogelijkheden voor woningbouw op deze plek te verkennen.

De mogelijkheden van woningbouw op onderhavige locatie zijn vervolgens door de gemeente (op ambtelijk niveau) in overleg met de initiatiefnemers verkend. De gemeente heeft gewezen op de bouwmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan “Noordweg” op deze locatie biedt. De initiatiefnemers hebben vervolgens geïnformeerd naar de mogelijkheden om meer dan drie woningen te bouwen. Zij hebben concreet verzocht of realisatie van zeven woningen tot de mogelijkheden behoort. De gemeente heeft bevestigd dat de bouw van zeven woningen denkbaar is en voorafgaand aan de nadere planvorming zijn (stedenbouwkundige) kaders meegegeven voor de woningbouwontwikkeling op onderhavige locatie. Ook heeft de gemeente gewezen op het feit dat een wijziging van het bestemmingsplan nodig is om de bouw van zeven woningen planologisch mogelijk te maken. De initiatiefnemers hebben in zoverre terecht aangegeven dat het plan in overleg met de gemeente tot stand is gekomen. Op basis van de door de gemeente meegegeven kaders zijn meerdere schetsontwerpen uitgewerkt welke ter beoordeling aan het Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit (hierna: WARK) zijn voorgelegd. Na de positieve beoordeling (“op hoofdlijnen akkoord”) d.d.

4 februari 2021 van het schetsontwerp door het WARK is het college van burgemeester en wethouders van ambtelijke zijde geadviseerd om medewerking te verlenen aan het initiatief en een bestemmingsplan voor te bereiden voor onderhavige ontwikkeling. Het college heeft in de vergadering van 13 april 2021 - conform ambtelijk advies - besloten om een bestemmingsplan voor te bereiden voor de ontwikkeling. Het voornemen tot voorbereiding van een bestemmingsplan is aansluitend in de Faam bekendgemaakt. Voorts heeft het college onze raad middels een memo over dit voornemen geïnformeerd. Op 18 april 2023 hebben de gemeente Middelburg en de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst met elkaar gesloten. Hierin zijn de voorwaarden vastgelegd waaronder de ontwikkeling en realisatie van het initiatief dient plaats te vinden. De locatie Noordweg 128 is gedurende het proces ‘Inwonerberaad Woningbouw Middelburg’ beschouwd als een ‘geplande of in ‘uitvoering zijnde locatie’. Om die reden is er over deze locatie ook niet gesproken tijdens deze bijeenkomsten. Uitgangspunt voor deze locatie was op dat moment overigens zeven woningen. In de Woondeal, ondertekend in het voorjaar van 2023, is nog uitgegaan van drie woningen op de locatie Noordweg, gezien de status van het initiatief op dat moment.

Uit een later aan onze raad gecommuniceerd stuk “Overzicht woningbouwplannen 2022-2030, stand van zaken augustus 2023”, bijlage bij een aan onze raad verzonden memo d.d. 12 september 2023, volgt dat op dat moment inmiddels wordt gerekend met zes woningen (zeven te bouwen woningen, minus één te slopen woning). Op het moment dat het inwonerberaad startte was dus al duidelijk dat zeven toe te voegen woningen het uitgangspunt was. Zoals betrokkenen terecht hebben opgemerkt, blijkt uit het advies dat de deelnemers aan het inwonerberaad op 8 november 2023 aan de gemeente hebben overhandigd dat men ‘Noord’ (toen nog ‘Brigdamme’ genoemd) geen geschikte plek vindt voor woningbouw. Daarbij gaat het niet over ‘Noord’ als gebied an sich, maar over een drietal specifieke door het inwonerberaad bepaalde locaties binnen dit gebied, zoals rood omlijnd op onderstaande kaart weergegeven. Het gaat aldus niet over de locatie Noordweg 128, welke zoals reeds is aangegeven njet besproken is.

8

Uit hetgeen betrokkenen naar voren brengen omtrent de belangenafweging leiden wij af dat zij van mening zijn dat hun belangen en de belangen van omwonenden onvoldoende door de gemeente worden vertegenwoordigd. Allereerst wordt betreurd dat betrokkenen het gevoel hebben dat hun belangen onvoldoende zijn meegewogen en inspraak van omwonenden niet serieus is genomen. Anders dan betrokkenen veronderstellen ligt aan voorliggend bestemmingsplan echter een zorgvuldig onderzoek en een deugdelijke belangenafweging ten grondslag. Uit dit onderzoek en deze belangenafweging blijkt dat het plan geen onevenredige inbreuk maakt op de belangen van betrokkenen en (direct) omwonenden. Bij de beoordeling van de planologische aanvaardbaarheid van de beoogde ontwikkeling is, naast de mogelijkheden van het huidige bestemmingsplan, tevens rekening gehouden met de bestaande situatie en de belangen van omwonenden van het perceel Noordweg 128. Het gegeven dat initiatiefnemers niet alle door betrokkenen en omwonenden gewenste aanpassingen hebben doorgevoerd in het ontwerpplan maakt niet dat er geen deugdelijke belangenafweging heeft plaatsgevonden. Hoewel het plan in enige mate tot een verandering van het woon- en leefklimaat van betrokkenen en (direct) omwonenden leidt, is geen sprake van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat.

Om deze reden wordt dan ook geen doorslaggevend belang toegekend aan de door betrokkenen naar voren gebrachte belangen. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting beoordeling bouwplan door Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit Betrokkenen merken op dat het bouwplan voor de locatie Noordweg 128 sinds mei 2020 op de agenda van het Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit (hierna: WARK) staat. Blijkens de notulen beoordeelt het WARK de aanvraag op basis van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2016 en dient daarbij rekening te worden gehouden met de vaste criteria ‘beschermd stadsgezicht’ en ‘Middelburgs profiel’. Leden van het WARK hebben aangegeven dat in het ontwerp aandacht nodig is voor volumes en hoogten van de woningen; 1 of 1,5 bouwlaag in plaats van 2 bouwlagen. Het uiteindelijk ingediende ontwerp conflicteert met deze uitgangspunten aangezien de woningen 10,5 meter hoog zijn en 2,5 bouwlaag hebben. De woningen zijn veel hoger dan de arbeiderswoningen (1,5 bouwlaag) die direct grenzend aan de rij woningen staan. Voor de bouw van woningen binnen het ‘Middelburgs profiel’ geldt dat er traditionele materialen dienen te worden toegepast. Uit de notulen van het WARK volgt dat er meerdere keren is geadviseerd om minder contrast aan te brengen en rust in de kleuren te kiezen.

Het uiteindelijke bouwplan lijkt meer gespiegeld te zijn aan de Willem Arondeusstraat dan aan het ‘Middelburgs profiel’. De kleuren wijken af van de kleuren van de woningen aan de Noordweg. Met het advies om meer rust in de kleuren aan te brengen lijkt dan ook weinig te zijn gedaan. Voorts merken betrokkenen op dat het WARK over het algemeen de regel hanteert dat te plaatsen bijgebouwen niet zichtbaar mogen zijn vanaf de Noordweg. De te realiseren woningen zullen, gelet op de hoogte en massaliteit, zeker zichtbaar zijn vanaf de Noordweg, In 2008 werd het document “ruimtelijke onderbouwing woningen Noordweg" opgesteld. ln dit document is volgens betrokkenen een goede onderbouwing gegeven om drie woningen verspreid op het perceel te plaatsen. Een goede onderbouwing voor de bouw van zeven aaneengesloten woningen aan de zuidzijde van het perceel ontbreekt echter in het geheel. Nergens wordt omschreven waarom de ruimtelijke invulling nu anders mag zijn. Nu het WARK geen onderbouwing heeft gegeven voor het afwijken van de plannen uit 2008, adviseren betrokkenen de raad om af te wijken van het welstandsadvies en niet akkoord te gaan met voorliggend bouwplan. Betrokkenen vragen zich voorts af of het WARK al dan niet mag adviseren over de ruimtelijke indeling op het perceel.

9

Beantwoording Bouwplannen waarvoor een omgevingsvergunning is vereist worden door het WARK getoetst. Het WARK toetst bouwplannen aan de hand van de criteria in de welstandnota (i.c. de Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Middelburg 2016) aan redelijke eisen van welstand. Het bouwplan voor de zeven woningen heeft meerdere keren op de agenda van het WARK gestaan. Zoals onder andere blijkt uit de notulen van de vergaderingen van het WARK d.d. 4 februari 2021, 13 oktober 2022 en 5 oktober 2023 heeft het WARK bij de beoordeling van het bouwplan rekening gehouden met de vaste criteria en het gebiedscriterium ‘Oranje: Middelburgs profiel’ als bedoeld in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Middelburg 2016 (hierna: NRK). Het WARK heeft geoordeeld dat het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria van de NRK. Betrokkenen merken onder meer op dat de woningen, gelet op de hoogte daarvan, niet passend zijn in de directe omgeving. Allereerst wijzen wij erop dat de welstandscommissie (i.c. het WARK) niet over de ruimtelijke inpassing c.q. indeling van bouwplannen gaat.

Het WARK toetst het bouwplan aan de hand van de criteria in de NRK aan redelijke eisen van welstand en heeft zich daarbij in beginsel te richten naar de bouwmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt, dan wel, indien het bouwplan daarvan afwijkt, die waaraan het college planologische medewerking wenst te verlenen. Gelet op de bereidheid van het college om medewerking te verlenen aan onderhavig bouwplan voor zeven woningen, met de gekozen situering en maatvoering, dienen deze situering en maatvoering bij de welstandstoets te worden gerespecteerd. Het aantal woningen, de hoogte en massaliteit hiervan vormen met andere woorden voor het WARK randvoorwaarden waarbinnen het plan moet worden beoordeeld. Anders dan betrokkenen menen, achten wij het bouwplan wel passend in de directe omgeving. Voor wat betreft een nadere motivering van de stedenbouwkundige afweging om zeven aaneengesloten woningen aan de zuidzijde van het perceel toe te staan, verwijzen wij kortheidshalve naar onze reacties op zienswijze 1 (onder het kopje ‘beantwoording’), zienswijze 6 (onder het kopje ‘aansluiting bouwplan bij bestaande bebouwing in omgeving’), zienswijze 8 (onder de kopjes ‘beantwoording’ in reactie op ‘samenvatting aanvraag’ en ‘samenvatting afwijkingen huidig bestemmingsplan’) en zienswijze 9 (onder de kopjes ‘beantwoording’ in reactie op ‘samenvatting overmatige bebouwing’).

Voorts attenderen wij betrokkenen op het feit dat de nieuw te bouwen woningen in blok 1, het blok het dichtst bij de Noordweg, niet 10,5 meter hoog zijn, maar circa 7,9 meter. De woningen in blok 2 hebben een hoogte van circa 9,2 meter. Ten aanzien van de opmerking van betrokkenen over de door het WARK gehanteerde regel voor bijgebouwen wijzen wij erop dat het in dit geval om de bouw van een hoofdgebouw gaat. Uit het dwarsprofiel over het terrein, vanaf de Noordweg tot aan de Willem Arondeusstraat, blijkt overigens dat de hoogte van de nieuw te bouwen woningen, niet of nauwelijks boven de hoogte van de woningen aan de Noordweg uitkomt. Gelet op de opmerkingen van betrokkenen over de beoordeling van het WARK hebben wij het WARK verzocht om een nadere reactie op deze punten. Het WARK merkt onder meer op dat het gegeven dat zij in haar advies refereert aan de Willem Arondeusstraat, een direct gevolg is van het feit dat de woningen niet worden gesitueerd aan, worden ontsloten via een zijstraat van de Noordweg, maar via de Willem Arondeusstraat. Het is wat haar betreft dan ook niet onlogisch, ook gezien de ligging aan de zuidzijde van het perceel en haaks op de Noordweg, om wat het ontwerp van de woningen betreft te refereren aan de Willem Arondeusstraat.

Ten aanzien van de opmerkingen van betrokkenen over het gebruik van traditionele materialen en de kleurstelling verwijst het WARK naar de volgende beoordelingscriteria welke behoren bij het ‘Middelburgs profiel’: gevels worden opgetrokken uit baksteen in aardetinten in combinatie met natuursteen, afgewisseld met gepleisterde gevels. daken worden afgedekt met leien of keramische gewelfde rode of blauwgrijs gesmoorde pannen. kozijnen, ramen, deuren, gootlijsten, deurlijsten, kelderluiken etc. zijn van hout gemaakt Aan bovenstaande criteria wordt, ook wat betreft het toepassen van traditionele materialen, voldaan. De dakpannen zijn keramisch, de gevels bestaan uit metselwerk en houten delen en er worden houten kozijnen toegepast. Ook wat betreft kleurstelling, het gebruik van aardetinten, wordt voldaan. Volgens de bij de aanvraag bijgevoegde kleur- en materiaalschema’s worden de gevels opgetrokken in metselwerk in een zandkleur (vijf woningen) en in een rood genuanceerde kleur (één woning). Bij één van de woningen wordt het metselwerk gekeimd in een witte tint. Er is op die manier voldoende “rust” aangebracht in het kleurgebruik. Ook aan de Noordweg komen verschillende tinten metselwerk voor en een relatief groot aantal woningen met een wit gekeimde of gepleisterde gevel.

10

De, min of meer, haakse ligging van de zeven woningen op de Noordweg en het feit dat de woningen worden ontsloten via de Willem Arondeusstraat is voor het WARK aanleiding geweest positief te staan tegenover de wens de architectuur van de woningen een meer eigen karakter te geven en niet op een historiserende manier, wat betreft architectuur, aan te laten sluiten bij de woningen aan de Noordweg. Overigens is het aantal kleuren metselwerk, van alle woningen in een eigen kleur, wel teruggebracht naar één kleur met twee uitzonderingen. Overigens is dat niet ongebruikelijk. Zo gaat bij nieuwbouw in het beschermd stadsgezicht “Binnenstad” (en dit geldt ook voor het beschermd stadsgezicht “Noordweg”) de voorkeur niet uit naar een historiserende manier van bouwen. Dat heeft onder andere als reden dat de sfeer en de detaillering van de historische bebouwing met de huidige manier van bouwen niet, of alleen tegen zeer hoge kosten valt te realiseren, en dat historiserend bouwen kan leiden tot een vorm van “geschiedvervalsing”. Er zijn ook in de binnenstad in de loop van de tijd plannen gerealiseerd met een eigentijdse uitstraling. Betrokkenen verzoeken de raad om af te wijken van het advies van het WARK.

Wij attenderen hen er echter op dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd is om hiervan af te wijken, nu dit bestuursorgaan bevoegd is om een beslissing te nemen op de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van zeven woningen. In hetgeen betrokkenen naar voren brengen zien wij geen aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid van het welstandsadvies inzake onderhavige ontwikkeling. Niet is gebleken dat het advies en de nadere toelichting hierop naar aanleiding van de zienswijze van betrokkenen, zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag mag leggen. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan dan wel de omgevingsvergunning. Samenvatting participatie Betrokkenen geven aan dat de PvdA, Fractie Onderdijk, LPM, Groenlinks, SP en VVD op 27 mei 2021 de motie “Bouwplan Noordweg 128" hebben ingediend. Hierin wordt gesteld dat er geen vruchtbare participatie plaats heeft gevonden om tot een acceptabel bouwplan te komen. Naar aanleiding van deze motie hebben de eigenaren van voornoemd perceel twee bijeenkomsten georganiseerd. Volgens betrokkenen reageerde de eigenaar boos op het voorstel van omwonenden dat tijdens de eerste bijeenkomst werd gedaan. Verder zijn de tijdens de tweede bijeenkomst gedane voorstellen terzijde geschoven.

Sindsdien heeft, behoudens één-op-één overleg bij omwonenden thuis, geen verder overleg plaatsgevonden. Betrokkenen zijn van mening dat deze wijze van participatie een onprettige sfeer heeft veroorzaakt. De ontwikkelaar zou open moeten staan voor participatie en de gemeente moet dit traject sturen en een eerlijke en onafhankelijke positie innemen. Beantwoording De gemeente heeft de initiatiefnemers voorafgaand aan de verdere uitwerking van het bouwplan verzocht om actief te participeren met omwonenden. Aanvankelijk was er geen sprake van betrokkenheid van de gemeente in de zin van sturing van dit proces. Het verzoek om te participeren is destijds namelijk bij de initiatiefnemers neergelegd en zij hebben dit vervolgens zelf opgepakt. Zoals blijkt uit het bij deze nota gevoegde participatieverslag hebben de initiatiefnemers op verschillende manieren invulling gegeven aan participatie met de buurt. In het voorjaar van 2021 hebben zij omwonenden schriftelijk geïnformeerd over de beoogde woningbouwontwikkeling. In de vergadering van de commissie Ruimte van 17 mei 2021 is door meerdere omwonenden ingesproken over het voornemen van het college om een bestemmingsplan voor te bereiden voor onderhavige ontwikkeling.

De inspraak tijdens deze vergadering is voor de fracties van PvdA, Fractie Onderdijk, LPM, Groenlinks, SP en VVD aanleiding geweest om de door betrokkenen aangehaalde motie “Bouwplan Noordweg 128” in te dienen. Deze motie is in de extra raadsvergadering van 3 juni 2021 aangenomen. In de motie is het college onder meer verzocht om te bezien of en in hoeverre het een bevorderende rol wil en kan spelen bij het participatief overleg tussen initiatiefnemers en omwonenden. Aan de motie is gehoor gegeven; om het participatieproces te bevorderen heeft de gemeente vanaf dat moment meer sturing gegeven aan het traject. Er is toen aangedrongen op het organiseren van een openbare bijeenkomst. Op 6 juli 2021 en 20 juni 2022 vonden informatiebijeenkomsten plaats voor omwonenden. Tijdens deze bijeenkomsten is het bouwplan nader toegelicht en is gelegenheid geboden voor het stellen van vragen. Bij beide bijeenkomsten waren zowel de initiatiefnemers als de gemeente (wethouder ruimtelijke ordening en ambtelijke ondersteuning) aanwezig. Om sturing te geven aan de participatie trad de toenmalige wethouder Simons tijdens de laatste bijeenkomst op als voorzitter. Betrokkenen merken terecht op dat niet alle tijdens de informatiebijeenkomsten voorgestelde wijzigingen en aanpassingen van het bouwplan zijn doorgevoerd. Wij betreuren het feit dat betrokkenen

11

teleurgesteld zijn over zowel het verloop van het participatieproces als het gegeven dat het bouwplan niet naar hun wensen dan wel de wensen van andere omwonenden is aangepast. De initiatiefnemers hebben naar aanleiding van opmerkingen van omwonenden echter wel een aantal wijzigingen in het ontwerpplan aangebracht. Het feit dat geen gehoor is gegeven aan alle gewenste wijzigingen dan wel aanpassingen van het plan maakt niet dat er onvoldoende is geparticipeerd. Onzes inziens hebben zowel de initiatiefnemers als de gemeente zich voldoende ingespannen bij het bevorderen van draagvlak en participatie. Zoals uit het bijgevoegde participatieverslag blijkt, hebben initiatiefnemers op verschillende manieren aan participatie gedaan. Wellicht ten overvloede wijzen wij erop dat de initiatiefnemers niet zijn gehouden om het bouwplan zodanig aan te passen dat tegemoet wordt gekomen aan alle bezwaren van betrokkenen dan wel omwonenden. De omstandigheid dat er niet voldoende draagvlak bestaat bij omwonenden betekent namelijk niet dat het bestemmingsplan niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Zoals wij reeds hebben opgemerkt onder het kopje ‘beantwoording’ in reactie op de samenvatting van het onderdeel van de zienswijze dat betrekking heeft op de ‘communicatie door de gemeente Middelburg’, is in dit geval geen sprake van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van betrokkenen en (direct) omwonenden. Derhalve zijn wij van mening dat wij een zwaarder gewicht mogen toekennen aan de belangen die gediend zijn met de beoogde ontwikkeling dan de belangen van betrokkenen. Voor zover betrokkenen menen dat de gemeente geen onafhankelijke rol speelt of heeft gespeeld in het proces, betwisten wij deze stelling. Het bouwplan is op zijn merites beoordeeld en gelet op hetgeen in de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan wordt overwogen zijn wij van mening dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Er zijn in zoverre dan ook geen beletselen zijn om medewerking te verlenen. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting inbreiding Betrokkenen refereren aan het artikel “Uitzicht stad wordt schaars” in de PZC van 13 december 2023 waarin de wethouder heeft opgemerkt dat verdichting aanstonds is. In dat kader wordt verwezen naar het inwonerberaad dat eerder in 2023 heeft plaatsgevonden.

Betrokkenen menen dat niet naar dit beraad kan worden verwezen omdat het perceel Noordweg 128 geen onderdeel was van de discussie. Het bouwplan voor zeven woningen en eventuele verdichting is niet besproken tijdens het beraad. Volgens betrokkenen worden aanvragen voor het bewoonbaar maken van een schuur of het vervangen van een loods door een woning al jaren niet toegestaan door het WARK en de gemeente omdat verdichting in verband met de beschermde status en lintbebouwing niet is gewenst. Zij menen dat er niet correct wordt gehandeld omdat verdichting op de Noordweg niet wordt toegestaan en deze regel in dit geval anders wordt toegepast. Beantwoording Onder het kopje ‘beantwoording’ in reactie op de samenvatting van het onderdeel ‘communicatie door de gemeente Middelburg’ zijn wij reeds ingegaan op de opmerkingen van betrokkenen over het artikel in de PZC d.d. 13 december 2023 en het inwonerberaad. Kortheidshalve verwijzen wij dan ook naar voornoemde reactie. Betrokkenen kunnen niet worden gevolgd in hun betoog dat in casu niet correct wordt gehandeld omdat verdichting op de Noordweg eerder niet is toegestaan. Allereerst merken wij op dat er geen algemene (plan)regel bestaat die verdichting op de Noordweg verbiedt. Bouwplannen die in strijd zijn met het bestemmingsplan worden individueel beoordeeld.

Per geval wordt beoordeeld of het ruimtelijk gezien aanvaardbaar is om medewerking te verlenen. De ligging van een perceel binnen het beschermd stadsgezicht ‘Noordweg’ is één van de (ruimtelijke) aspecten die bij een dergelijke beoordeling wordt betrokken. Onderhavig bouwplan is door ons op zijn merites beoordeeld. Zoals wij reeds hebben opgemerkt onder de kopjes ‘beantwoording’ in reactie op de samenvatting van de onderdelen ‘communicatie door de gemeente Middelburg’ en ‘participatie’ zijn wij van mening dat de beoogde ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar is. Van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van betrokkenen en overige omwonenden is namelijk geen sprake. Hoewel sprake is van enige mate van verdichting op het perceel Noordweg 128 wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het beschermd stadsgezicht ‘Noordweg’ . Betrokkenen menen dat er sprake is van meten met twee maten. Voor zover zij hiermee aan willen geven dat gelijke gevallen ongelijk door ons worden behandeld merken wij op dat dit niet het geval is. Betrokkenen geven niet concreet aan naar welke aanvragen voor het bewoonbaar maken van bijvoorbeeld een schuur zij verwijzen. De verzoeken waarnaar betrokkenen waarschijnlijk verwijzen hebben betrekking op een wijziging van het gebruik van bestaande bijbehorende bouwwerken zoals schuren/bergingen.

Concreet ging het om omzetting van de functie berging/opslag naar wonen. In onderhavig geval is echter sprake van realisatie van zeven nieuwe woningen op een

12

perceel waarop planologisch gezien al drie woningen zijn toegestaan. Voorts hadden de verzoeken tot omzetting van het gebruik van de bestaande bijbehorende bouwwerken betrekking op locaties die gelegen zijn in het lint. Het perceel Noordweg 128 is gelegen achter het lint. De door betrokkenen aangehaalde verzoeken zijn reeds om deze redenen niet vergelijkbaar. De verzoeken tot het bewoonbaar maken van bestaande (bijbehorende) bouwwerken zijn - voor zover deze in strijd waren met het bestemmingsplan - in het verleden inderdaad door ons afgewezen. Wij waren namelijk van mening dat het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken functioneel ondergeschikt dient te blijven aan het hoofdgebouw. Het toestaan van bewoning van vrijstaande bijhorende bouwwerken leidt tot een ongewenste precedentwerking. Volledigheidshalve verwijzen wij nog naar hetgeen wij in reactie op zienswijze 4 hebben opgemerkt onder het kopje ‘beantwoording’ in reactie op de samenvatting van het onderdeel ‘precedentwerking en rechtsongelijkheid’. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting beschermd stads-/dorpsgezicht Betrokkenen merken op dat het gebied langs de Noordweg is aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht. Te beschermen waarden zijn de openheid van het gebied en de lintbebouwing.

Het perceel Noordweg 128 maakt deel uit van de lintbebouwing van de Noordweg met het aansluitend open gebied en valt binnen het beschermd stadsgezicht van Middelburg. Noordweg 128 is in het overzicht rijksmonumenten en karakteristieke panden en objecten opgenomen als lint 120-150. Betrokkenen verwijzen naar artikel 14.3 van het bestemmingsplan “Noordweg” waarin is bepaald dat alleen bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bestemmingsplan indien en voorzover geen onevenredige schade wordt toegebracht aan dan wel herstel verzekerd is van het historisch en ruimtelijk karakter van het beschermd gezicht. Volgens hen is het bouwplan in strijd met de eisen die zijn vastgelegd in voornoemd bestemmingsplan. Indien uitvoering wordt gegeven aan de plannen, dan zal onevenredige schade worden toegebracht aan het gezicht en het historisch en ruimtelijk karakter van het beschermd gezicht zal niet meer zijn te herstellen. Beantwoording Zoals betrokkenen terecht opmerken, is het perceel Noordweg 128 gelegen binnen het beschermd stadsgezicht ‘Noordweg’. Bij besluit van 5 december 2007, herzien bij besluit van 26 juni 2008, is het gebied Noordweg te Middelburg aangewezen als beschermd stadsgezicht in de zin van artikel 1, onder g, van de Monumentenwet 1988.

Volgens de toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd stadsgezicht ‘Noordweg’ omvat dit gezicht de lineaire structuur van de Noordweg van Middelburg tot Sint Laurens en de achterliggende groenstrook aan weerszijden. De meest waardevolle hoofdkenmerken van het beschermd gezicht ‘Noordweg’ worden gevormd door de licht kronkelende lineaire structuur van deze oude uitvalsweg, met aan weerszijden vrijwel aaneengesloten lintbebouwing met daarachter open groengebieden en enkele veelal loodrecht op de Noordweg aansluitende zijpaden of -dreefjes. Van oorsprong bevindt zich aan de west- en oostzijde een aantal boerderijen die nu vlak achter de lintbebouwing liggen en zo een overgang vormen tussen het lint en de daarachter gelegen open ruimte. Uit het betoog van betrokkenen leiden wij af dat zij van mening zijn dat de beoogde ontwikkeling onevenredige schade zal toebrengen aan het historisch en ruimtelijk karakter van het beschermd stadsgezicht. Zij verwijzen in dit kader naar het bepaalde in artikel 14.3.1 van de planregels van het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” en merken op dat de beoogde ontwikkeling in strijd is met dit artikel.

Allereerst wijzen wij erop dat betrokkenen weliswaar cultuurhistorische vraagtekens en opmerkingen bij het bestemmingsplan plaatsen, maar zij hebben geen rapport van een onafhankelijk deskundige overgelegd waaruit zou blijken dat het bestemmingsplan tot een onevenredige aantasting van de waarden van het beschermd stadsgezicht leidt. Voorts attenderen wij erop dat artikel 14.3.1 een zogenaamde binnenplanse afwijkingsmogelijkheid betreft. Indien binnenplans wordt afgeweken van de bouwregels als bedoeld in artikel 14.2 van het geldende bestemmingsplan “Noordweg”, dan moet worden voldaan aan de voorwaarde die is opgenomen in artikel 14.3.1. In dit geval is echter geen sprake van een binnenplanse afwijking van het geldende bestemmingsplan en hoeft aldus niet te worden voldaan aan deze voorwaarde. Voor onderhavige ontwikkeling is namelijk een nieuw bestemmingsplan opgesteld (het thans voorliggende bestemmingsplan “Noordweg 128 Middelburg”). Uit de motivering van het bestemmingsplan dient echter niettemin te blijken dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Naar aanleiding van het verzoek van initiatiefnemers is door ons onderzocht of het plan ruimtelijk aanvaardbaar is.

In dit kader hebben wij onder meer beoordeeld of het plan niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van cultuurhistorische en met de aanwijzing als beschermd stadsgezicht genoemde waarden. Wij hebben hiertoe het volgende overwogen.

13

Het doel van de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht is de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteit van het gebied te onderkennen als zwaarwegend belang bij de toekomstige ontwikkelingen binnen het gebied. De aanwijzing strekt er niet toe de bestaande situatie te bevriezen. Het is echter wel van belang dat noodzakelijke of wenselijke geachte veranderingen aan de waarde van het geheel geen, althans zo weinig mogelijk schade wordt toegebracht. In paragraaf 4.1.1 van de plantoelichting bij het bestemmingsplan is een beschrijving gegeven van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige waarden rekening is gehouden. Uit deze paragraaf volgt dat in het gebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn en negatieve effecten op deze waarden daarom zijn uitgesloten. Voorts is geconcludeerd dat de ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op cultuurhistorische waarden in de omgeving. In aanvulling op hetgeen in paragraaf 4.1.1 van de plantoelichting is vermeld merken wij het volgende op. Betrokkenen stellen terecht dat het lint Noordweg 120-150 wordt genoemd in deel B van het ‘Overzicht cultuurhistorisch waardevolle gebouwen’ dat als bijlage 3 bij de regels van het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” is gevoegd.

In het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) worden de woningen van Noordweg 120-150 niet nader gespecificeerd of geduid. Nummer 128 valt hier ook onder. Het in het MIP uitgevoerde veldwerk bestond uit inventarisatie van objecten, complexen en stedenbouwkundige structuren, die voor de periode belangrijk en/of kenmerkend of juist bijzonder zijn. De adressen Noordweg 120-150 zaten in deze inventarisatie en zijn in het bestemmingsplan dan ook als cultuurhistorisch waardevolle gebouwen opgenomen. Het gegeven dat de panden in het MIP zijn geïnventariseerd geeft deze echter geen individueel beschermde status. Bij het beschermde gezicht Noordweg zijn naast het bebouwingslint ook omliggende agrarische gebieden in de begrenzing opgenomen. De vrije ligging en de directe relatie van het bebouwingslint met de gebieden is namelijk één van de bijzondere ruimtelijke historische karakteristieken van het beschermde gezicht Noordweg. Bij het perceel Noordweg 128 is dat minder het geval, mede gelet op de situatie van jongere bebouwing direct achter de percelen voorbij nummer 126 en verder. Het gaat bij dat deel van het beschermd gezicht dus vooral nog om het ruimtelijke profiel en de structuur van de bebouwing aan de Noordweg, net zoals bij de rest van het bebouwingslint alleen zonder de ruimtelijke relatie met een open gebied erachter.

Het thans geldende bestemmingsplan “Noordweg” staat reeds de bouw van onder meer drie vrijstaande woningen met een maximale bouwhoogte van 10 meter toe. De planwetgever heeft op het moment van vaststelling van voornoemd plan reeds geoordeeld dat het plan geen onevenredige afbreuk doet aan het beschermd stadsgezicht ‘Noordweg’. De beoogde ontwikkeling voorziet in zeven woningen en daarmee feitelijk in een (planologische) toevoeging van vier woningen. De impact van de beoogde ontwikkeling op het beschermd stadsgezicht is daarmee marginaal. Doordat de woningen in twee naast elkaar gelegen blokken zijn gepositioneerd aan de zuidzijde van het perceel, blijft het oorspronkelijke ruimtelijke karakter beter behouden en beter afleesbaar dan wanneer de drie verspreid gelegen woningen op grond van het thans geldende bestemmingsplan waren gerealiseerd. Overigens bevonden zich ten tijde van de aanwijzing van het beschermd stadsgezicht ‘Noordweg’ aan de zuidzijde van de kavel meerdere opstallen zoals op onderstaande luchtfoto uit 2007 is te zien.

14

In het vigerende bestemmingsplan “Noordweg zijn in hoofdstuk 5, paragraaf 5.2.1, inspraakreacties opgenomen. Nummer 12 betreft de inspraak van de erven Alewijnse waarin de (toen nog bestaande) schuur benoemd wordt. In de reactie van de gemeente staat te lezen dat het slopen van de bestaande schuur geen optie is en dat in een bespreking tussen projectontwikkelaar, gemeente en omwonenden door de projectontwikkelaar aan omwonenden is toegezegd dat de schuur ‘in volle glorie’ gerestaureerd zal worden. Sloop en herbouw op een andere locatie was niet aan de orde. Doordat aan de ontwikkeling uiteindelijk geen uitvoering is gegeven, zijn de opstallen van Noordweg 128 in verval geraakt en is de schuur in 2015 ingestort en zijn in 2017 de restanten van de opstallen verwijderd met uitzondering van het (vervallen) woonhuis. Tevens wordt opgemerkt dat ten tijde van de aanwijzing van het beschermd stadsgezicht de achtertuinen van de woningen Noordweg 132 tot en met 156 minder diep waren. Ter hoogte van Noordweg 140 was de afstand tot het woonhuis Noordweg 128 circa 28 meter. Begin 2018 zijn delen van het kadastrale perceel van Noordweg 128 afgesplitst en in eigendom overgegaan naar de eigenaren van Noordweg 132 tot en met 156 ter vergroting van de achtertuin en een 2 meter breed ontsluitingspad achterlangs.

Hierdoor reduceerde de afstand vanaf bijvoorbeeld de tuingrens van Noordweg 140 tot het woonhuis Noordweg 128 van circa 28 meter tot 15,5 meter. Hierdoor heeft het perceel reeds in 2018 aan ruimtelijkheid ingeboet. Zoals volgt uit het bovenstaande en paragraaf 4.1.1 van de plantoelichting bij het bestemmingsplan, is ter plaatse van de planlocatie geen overgangssituatie (meer) aanwezig tussen de dichtere bebouwing en het landelijk gebied. Evenmin is sprake van een directe ruimtelijke relatie met of aansluiting op dergelijke nabije overgangsgebieden. Het is echter wel van belang om de herkenbaarheid van de lintstructuur te waarborgen. Een bebouwingsintensieve inbreiding ter plaatse van de planlocatie moet dan ook worden voorkomen. Met de realisatie van voorliggend bouwplan kan niet worden gesproken over een intensieve bebouwing op het perceel. Het bouwplan is voorts stedenbouwkundig gezien passend in de directe omgeving. In de directe omgeving bevinden zich namelijk meerdere woningen (zowel aan de Noordweg als de Willem Arondeusstraat) die een vergelijkbare hoogte hebben.

Voor een nadere toelichting op de stedenbouwkundige afwegingen verwijzen wij kortheidshalve naar hetgeen wij in reactie op zienswijze 1 (kopje beantwoording), zienswijze 2 (kopje beantwoording – hoogte te bebouwen gronden, zienswijze 4 (kopje beantwoording - toelaatbaarheid zeven woningen en toetsing omgevingsvergunning), zienswijze 6 (kopje beantwoording - aansluiting bouwplan bij bestaande bebouwing in omgeving), zienswijze 8 (kopjes beantwoording in reactie op de onderdelen ‘samenvatting aanvraag’ en ‘samenvatting afwijkingen huidig bestemmingsplan’) en zienswijze 9 (kopje beantwoording in reactie op het onderdeel ‘samenvatting overmatige bebouwing’) hebben opgemerkt. Gelet op het vorenstaande en hetgeen in paragraaf 4.1.1 van de plantoelichting is overwogen, komen wij tot de slotsom dat het plan geen ernstige aantasting van de ruimtelijke historische waarden van het beschermde gezicht ‘Noordweg’ tot gevolg heeft. Het sluit eerder beter aan bij de historische context en behoud van het ruimtelijk karakter van de locatie dan het vigerende bestemmingsplan. De beoogde ontwikkeling leidt dan ook niet tot een onevenredige aantasting van cultuurhistorische en met de aanwijzing als beschermd stadsgezicht genoemde waarden. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15123494/1