CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

25-022 Bijlage 1. Ontwerpbestemmingsplan Noordweg 128 Middelburg

Gemeenteraad 13 maart 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Bestemmingsplan Noordweg 128 Middelburg (25-022 RM)18.232 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

35/86

Tabel 4.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof

toetsing van

grenswaarde

stikstofdioxide (NO2)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

fijn stof (PM10)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

24­uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m³

jaargemiddelde concentratie

25 µg/

1)

2)

Fijn stof (PM2,5) 1)

De toetsing van de grenswaarde voor uurgemiddelde concentratie NO2 is niet relevant aangezien er pas meer overschrijdingsuren dan het toegestane aantal van 18 per jaar zullen optreden als de jaargemiddelde concentratie NO2 de waarde van 82 g/m³ overschrijdt. Dit is nergens in Nederland het geval. 2) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden, die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan), uitoefenen indien: y de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); y de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); y bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); y de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); y het voorgenomen besluit is genoemd in of past binnen het omschreven

Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d). Nibm In het Besluit niet in betekenende mate (nibm) is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: y een project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); y een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontsluitingsweg. Toetsing De beoogde ontwikkeling (7 rijwoningen) behoort tot een vaste categorie waarvan vooraf bekend is dat deze ontwikkeling 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Desalniettemin is de bijdrage als gevolg van de verkeersgeneratie (50 mvt/etm) berekend met behulp van de NIBM­tool (figuur 4.6). De maximale bijdrage bedraagt 0.04 µg/m³ voor NO2 en 0.01 µg/m³ voor PM10. De beoogde ontwikkeling zal 'niet in betekende mate' bijdragen aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen en is

36/86

vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

Figuur 4.6 Berekeningsresultaten luchtkwaliteit NIBM­tool In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL­monitoringstool 2018 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de President Rooseveltlaan ten zuiden en oosten van het plangebied (zie figuur 4.6). Uit de NSL­monitoring blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties 16.8 µg/m3 voor NO2, 17.1 µg/m3 voor PM10 en 9.6 µg/m3 voor PM2,5 bedragen. Met daarbij 6 overschrijdingsdagen van de 24­uur gemiddelde concentratie PM10. Aangezien direct langs deze weg aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt.

Figuur 4.7 Luchtkwaliteit rondom plangebied (Bron: www. nsl­monitoring.nl)

37/86

Conclusie Er wordt geconcludeerd dat het aspect luchtkwaliteit de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Uit het oogpunt van luchtkwaliteit is sprake van een aanvaardbaar woon­ en leefmilieu ter plaatse.

4.10 Planologisch relevante kabels en leidingen Toetsingskader Planologische relevantie Voor hoofdtransportleidingen en hoogspanningsverbindingen geldt dat deze in een (bestemmings)plan moeten worden geregeld. Deze leidingen hebben namelijk gevolgen voor het gebruik van gronden in de directe omgeving en zijn dus planologisch relevant. Ook niet­hoofdtransportleidingen met veiligheidscontour, kunnen planologisch relevant zijn. Als planologisch relevante leidingen worden aangemerkt (buis)leidingen voor het transport van: y elektriciteit met een hoogspanning van meer dan 50 kV; y brandbare gassen met een druk van 20 bar en hoger; y brandbare vloeistoffen of giftige stoffen met een diameter van 4 inch en hoger; y buisleidingen met een diameter van 400 mm en groter. y Niet­planologisch relevante leidingen behoeven geen bescherming c.q. regeling in het bestemmingsplan. Deze leidingen kunnen dan ook zonder planologische regeling worden aangelegd. Grondroeringsregeling De Wet informatie­uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) verplicht gravers (ook wel grondroerders genoemd) tot het melden van elke 'mechanische grondroering' bij het Kadaster. Doel van de wet is gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (water­, elektriciteit­ en gasleidingen, telefoonlijnen en olie­ en gasleidingen) te voorkomen.

De wet heeft de (vrijblijvende) zelfregulering zoals die bestond in de vorm van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) vervangen. Toetsing In en nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen, hoogspanningslijnen, straalpaden of telecomverbindingen aanwezig. Met eventueel aanwezige overige planologisch gezien niet­relevante leidingen (zoals rioolleidingen, leidingen nutsvoorzieningen, drainageleidingen) in of nabij het plangebied hoeft in het bestemmingsplan geen rekening te worden gehouden. Voor deze leidingen zal nog wel een melding bij het kadaster worden gedaan. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.11 Duurzaamheid Toetsingskader Visie Klimaatbestendige Middelburgse Samenleving 2018­2050 De gemeente stelt zich tot doel dat Middelburg bewoonbaar blijft en dat de Middelburgers gezond en goed kunnen wonen, leven en werken ondanks de klimaatverandering. De visie gaat in op de vraag hoe de gemeente Middelburg gebouwen, tuinen, openbare ruimte en wellicht ook de mensen zodanig kan veranderen dat de gevolgen van klimaatsverandering beheersbaar blijven. Voor de ontwikkeling zijn onderstaande maatregelen relevant:

38/86

y y y y

meer groen en minder verharding; 'water sturen'; meer water in de bodem; woningen klimaatbestendig maken.

Middelburgse Visie Milieu 2019­2025 (MVM) In de MVM is het duurzaamheidsbeleid opgenomen. Het belangrijkste doel is om te komen tot een gezonde, duurzame samenleving en leefomgeving en een duurzame ontwikkeling van de gemeente. Daarbij voorzien in de behoeften van de huidige generaties, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties te beperken om gezond en goed te kunnen leven. De MVM heeft betrekking op alle milieu thema's met als doel voor 2025 en 2050. De belangrijkste ambities en doelstellingen die voor de ontwikkeling relevant zijn en uitgangspunt moeten zijn worden hierna genoemd, waarbij is uitgegaan van het doel voor 2025. y y y y y y y

Klimaat en energie: energieverbruik beperken. Duurzaam gebouwde omgeving: realiseren van energieneutraal en duurzaam bouwen bij nieuwbouw. Emissie van geluid en stoffen: huidige geluid­ en luchtkwaliteit van Middelburg verbeteren. Duurzame mobiliteit: het op een verantwoorde, veilige en duurzame manier verplaatsen van mensen en goederen Externe veiligheid: voorkomen van onaanvaardbare risico’s voor de bevolking door vervoersbewegingen en bronnen/bedrijven die tijdelijke, dan wel permanente schade aan de leefomgeving toebrengen. Van afval naar grondstof. Klimaatadaptatie en duurzaam watersysteem.

BENG­eisen Ten behoeve van de energieopwekking is vanuit de overheid de eis gesteld dat bij de bouw van nieuwe gebouwen per 2021 voldaan moet worden aan de eis van bijna energieneutrale gebouwen (BENG­eisen). In de praktijk betekent dit dat de energieprestatie van nieuwe gebouwen wordt vastgesteld aan de hand van de volgende drie BENG­eisen: y de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlakte per jaar; y het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlakte per jaar; y het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten. Toetsing en conclusie De 7 rijwoningen zullen voldoen aan alle eisen zoals deze worden gesteld op het gebied van energieprestatiecontract (EPC) en MilieuPrestatie Gebouwen (MPG). De 7 rijwoningen zullen voldoen aan de gestelde BENG­eisen, de Klimaatbestendige Middelburgse Samenleving 2018­2050 en de Middelburgse Milieuvisie 2019­2025 veel van deze eisen zijn uitvoeringsaspecten en worden uitgewerkt in de omgevingsvergunning. Er wordt rekening gehouden met klimaatverandering bij de inrichting van het gebied. Er wordt een wadi aangelegd in het noordoosten van he plangebied. Daarnaast zal hemelwater eerst op eigen terrein opgeslagen worden en pas daarna oppervlakkig afgevoerd. Dit gebied wordt daarnaast groen ingericht om zodoende hittestress tegen te gaan.

Voor het plangebied is de overstromingskans zeer klein, 1/3.000 tot 1/30.000 jaar. In figuur 4.7 is een overzicht gegeven van de overstromingskansen, waarbij de Norm 2050 gehanteerd wordt.

39/86

Figuur 4.8 Overstromingskans (klimaateffectatlas)

4.12 Vormvrije m.e.r.­beoordeling Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan­m.e.r.­plichtig, project­m.e.r.­plichtig of m.e.r.­beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.­beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG­richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.­beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.­beoordeling. Voor de ontwerp­bestemmingsplanfase moet een m.e.r­beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing is als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.­beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen.

40/86

Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.­beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op; een oppervlakte van 100 hectare of meer, of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de ontwikkeling van 7 woningen. De ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Alhoewel de beoogde ontwikkeling onder de drempelwaarde blijft is middels een m.e.r.­beoordelingsnotitie onderzocht of sprake is van belangrijke nadelige milieueffecten. De m.e.r.­beoordelingsnotitie is opgenomen in bijlage 7.

41/86

42/86

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP)

De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie­ en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de regels en het renvooi.

5.2

Opzet van het nieuwe bestemmingsplan

Ten aanzien van de opzet van het bestemmingsplan (verbeelding en regels) is het volgende van belang. Karakter bestemmingsplan Dit bestemmingsplan is gericht op een goede borging van de specifieke stedenbouwkundige opzet. Opzet verbeelding De verbeelding bestaat uit de bestemmingen: 'Tuin', 'Wonen' en 'Verkeer'. De locatie van de bebouwing is vastgelegd door middel van een bouwvlak. Binnen deze grens is de precieze verkaveling van de woningen niet vastgelegd. Ten aanzien van de opzet van de bestemmingsregeling is het volgende van belang. Opzet planregels Volgens SVBP2012 hebben de planregels een vaste hoofdstukindeling, in een vaste volgorde: y in hoofdstuk 1 (inleidende regels) worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd, en wordt de wijze van meten bepaald; y in hoofdstuk 2 (bestemmingsregels) worden alfabetisch de regels gegeven waarmee de bestemmingen die op de verbeelding voorkomen nader worden omschreven; y hoofdstuk 3 (algemene regels) bevat een anti­dubbeltelbepaling en een algemene bouwregel; y hoofdstuk 4 (slotregel) bevat ten slotte de titel van het plan. Bestemmingsartikelen hebben ook een standaard opbouw. In het voorliggende plan hebben deze de volgende opbouw.

y bestemmingsomschrijving; y bouwregels (onderverdeeld in toelaatbaarheid van bouwwerken en bouwhoogte, oppervlakte en inhoud); y nadere eisen; y afwijken van de bouwregels; y specifieke gebruiksregels; y afwijken van de specifieke gebruiksregels.

43/86

5.3

Gehanteerde bestemmingen

Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden begrippen gedefinieerd die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende woorden toegekende betekenis. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Artikel 3 Tuin De tuinen die bij de bestemming Wonen horen zijn bestemd tot Tuin. De betreffende grond mag worden gebruikt als tuin. Binnen deze bestemming zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Overkappingen zijn niet toegestaan. Daarnaast mag maximaal 25% van de gronden worden verhard. Artikel 4 Verkeer Deze bestemming is opgenomen voor het parkeerterrein en bijbehorende ontsluitingsweg. Artikel 5 Wonen De gronden met de bestemming Wonen zijn bestemd voor de huisvesting van personen in een woning en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. Aansluitend op de standaardregeling voor woningen in Middelburg, mogen in de woningen en/of bijbehorende bouwwerken beroepsmatige en / of bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend, mits wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in de betreffende specifieke gebruiksregel. Het aanbieden van logies en ontbijt is niet toegestaan.

Binnen het bouwvlak zijn alleen aaneengebouwde woningen toegestaan, met een maximum van 7 woningen. De beoogde schuur is toegestaan in de het bouwvlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen ­ berging', hier zijn uit uitsluitend gebouwen met deze functie toegestaan. Door middel van het bouwvlak is aangegeven waar het gebouw mag mag komen te staan. In de regels is aangegeven dat 100% van het bouwvlak bebouwd mag worden. De goot­ en bouwhoogte van de hoofdgebouwen en de schuur zijn op de verbeelding aangegeven door middel van een maatvoeringsaanduiding. Er zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen dat de woningen niet gebruikt mogen worden als er niet voldoende parkeerplaatsen zijn. Artikel 6 Waarde ­ Archeologie ­ 3 De bestemming ‘Waarde – Archeologie – 3’ betreft een dubbelbestemming. De bestemming valt samen met een aantal andere bestemmingen. De regeling heeft tot doel de bescherming en veiligstelling van het archeologisch erfgoed in de bodem. Voordat er ten behoeve van een samenvallende bestemming (bijvoorbeeld de woonbestemming) een omgevingsvergunning voor bouwen kan worden verleend, moet eerst worden nagegaan of daardoor geen onevenredige schade aan de archeologische waarden wordt toegebracht.

Bij werkzaamheden dieper dan 40 cm en groter dan 500 m² dient, doormiddel van archeologisch onderzoek, te worden aangetoond dat er geen archeologische waarden worden geschaad.

44/86

Artikel 7 Waarde ­ Beschermd Stadsgezicht In dit artikel wordt de waarde van het beschermde Stadsgezicht aan de Noordweg 128 beschreven. Het op de verbeelding aangegeven gebied wordt met specifieke bouwregels en een aanlegvergunningstelsel beschermd.

5.4

Toelichting op de algemene regels

Deze algemene regels bestaan uit een aantal algemene, niet aan specifieke bestemmingen gekoppelde, bepalingen. Anti­dubbeltelregel (Artikel 8) Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Bro vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Om hiervan een voorbeeld te geven: binnen de bestemming Wonen mag een bepaald percentage van het erf worden bebouwd. Indien het absolute oppervlak (uitgedrukt in m²) niet is bereikt, kan door het bijkopen van een stuk erf van het aangrenzend perceel extra bebouwing tot dit maximum worden gerealiseerd. De anti­dubbeltelbepaling voorkomt dat het overgedragen erf nog eens in de beoordeling van de bouwmogelijkheden op het oorspronkelijk deel erf kan worden betrokken. Algemene bouwregels (Artikel 9) Dit artikel bevat "Overschrijding bouwgrenzen" (lid 9.1) Dit is een regeling voor beperkte en ondergeschikte overschrijding van de grenzen van bouwvlakken. Deze bouwvlakken zijn op de verbeelding aangeduid met een dikke lijn. Daarnaast is de regeling bestaande maten (lid 9.2) van toepassing, waarin de bestaande maten van aanwezige bebouwing worden beschermd. Algemene gebruiksregels (Artikel 10) In dit artikel zijn (verbods)bepalingen opgenomen over het gebruik van in dit plan begrepen gronden.

Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van het realiseren van voldoende waterberging. Algemene wijzigingsregels (Artikel 12) In dit artikel (lid 12.1) is een algemene flexibiliteitsbepaling opgenomen om voor bepaalde onderdelen van bestemmingen of gebouwen dan wel bouwwerken af te wijken van de bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Deze bepaling gaat verder dan die van artikel 9. Vandaar dat hier altijd een wijziging voor nodig is van burgemeester en wethouders. Overigens geldt ook hier dat deze bepalingen als algemene regel gelden voor alle bestemmingen. Het criterium 'van belang voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken' kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als bij nader inzien: y open water dat als zodanig is bestemd een andere vorm moet krijgen; y een bruggetje dat anders moet worden geconstrueerd of een stukje moet opschuiven; y een fietspad iets anders moet aansluiten op een kruising; Het gaat in de meeste gevallen om de praktische uitvoering van het plan, waarbij geen belangen van derden worden geschaad.

45/86

Het criterium 'in verband met de werkelijke toestand van het terrein' is vooral aan de orde in situaties waarbij een terrein of gebied een geheel nieuwe inrichting krijgt en waarbij in het veld maar weinig aanknopingspunten zijn. Bij het uitzetten van het gebied kan blijken dat de afmetingen niet exact gelijk zijn aan de coördinaten op tekening/in het digitale bestand en dat de situering van de nieuwe openbare wegen en de uitgeefbare percelen iets moet worden aangepast. Gezien de nauwkeurigheid van het tegenwoordige kaartmateriaal, gaat het daarbij om centimeters in plaats van meters. Overige regels (Artikel 13) Dit artikel bevat de volgende bepaling 'Werking wettelijke regeling'. Dit lid is opgenomen omdat in een (toenemend) aantal gevallen in de regels van bestemmingsplannen wordt verwezen naar een (andere) wettelijke regeling of er wordt een procedure, begrip en / of functie uit die andere regeling van toepassing verklaard). Ook in de begripsbepalingen komen die verwijzingen voor. Op grond van jurisprudentie mag een bestemmingsplan slechts volgens de vereiste procedure van de Wro worden gewijzigd. Het impliciet wijzigen van een bestemmingsplan door wijzigingen in wetgeving in de bepalingen waarnaar wordt verwezen is niet toegestaan.

Het is dan ook nodig dat verwijzingen naar toepasbare wettelijke regelingen worden gefixeerd, namelijk naar de tekst ervan zoals die op het moment van vaststelling van het plan gold. Uit praktische overwegingen is er voor gekozen in dit hoofdstuk van de regels een artikel "Wettelijke regelingen" op te nemen, waarin is bepaald dat alle wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan. Hierdoor behoeft niet meer telkens te worden verwezen naar publicaties in het staatsblad.

5.5

Toelichting op de overgangs­ en slotbepalingen

In artikel 14 is het overgangsrecht ten aanzien van bebouwing en gebruik opgenomen en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In lid 14.1 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 14.2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Ten slotte is in artikel 15 de slotregel opgenomen.

46/86

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

Het terrein is eigendom van de 'Noordweg 128 BV'. Deze eigenaren zullen in een Collectief Particulier Opdrachtgeverschap het voorgenomen aantal woningen realiseren. De kosten voor aankoop en ontwikkeling zullen worden verdisconteerd in de grondprijs. De bouwkosten voor de 7 woningen worden rechtstreeks bij de verschillende opdrachtgevers in rekening gebracht. Met de gemeente is een anterieure overeenkomst gesloten.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Participatie Begin april 2021 heeft de initiatiefnemer een brief huis­aan­huis bezorgd bij meer dan 100 omwonenden waarin informatie is verstrekt over een te houden informatiebijeenkomst over de ontwikkeling. Half april 2021 is een tweede brief huis­aan­huis bezorgd waarin nadere informatie is verstrekt en vragen zijn beantwoord. Ook heeft er veel mailverkeer plaatsgevonden met omwonenden. Voorts heeft de initiatiefnemer diverse persoonlijke gesprekken met omwonenden gehad over het bouwplan. Door middel van twee informatiebijeenkomsten (6 juli 2021 en 20 juni 2022) zijn omwonenden geïnformeerd over de beoogde ontwikkeling. Zorgpunten die hierbij zijn aangedragen zijn meegenomen in het ontwerp, zo was eerder sprake van een fietsverbinding met de Noordstraat, die is naar aanleiding van zorgen uit de omgeving uit het plan gehaald.Naar aanleiding van de twee informatiebijeenkomsten is de bebouwing aangepast. Bij een brief van 13 september 2022 heeft de initiatiefnemer een terugkoppeling gegeven over de aanpassingen van het plan naar aanleiding van vragen, suggesties en opmerkingen van omwonenden. 6.2.2 Vooroverleg In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het concept­ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de diverse overleginstanties.

47/86

6.2.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan zal in het kader van de vaststellingsprocedure (op grond van artikel 3.8, lid 1, Wet ruimtelijke ordening) 6 weken ter inzage worden gelegd. Tijdens deze periode kunnen door een ieder zowel mondelinge als schriftelijke zienswijzen naar voren worden gebracht. 6.2.4 Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

48/86

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Toets ecologie

Middelburg Quickscan Ecologie

Noordweg 128

Auteur

datum:

status:

Ir. J.J. van den Berg Rho adviseurs voor leefruimte

18-02-2020

definitief

Poortvliet Bouwadvies 44002447.20191825

Inhoud 1.

Inleiding

3

2.

Normstelling en beleid

7

3.

Toetsing

9

1.1. 1.2. 1.3. 2.1. 2.2. 2.3. 3.1. 3.2.

Aanleiding Huidige situatie Beoogde situatie Regelgeving Gebiedsbescherming Soortenbescherming Gebiedsbescherming Soortenbescherming

Rho adviseurs voor leefruimte

3 4 6 7 7 8

9 10

2

Inhoud

Rho adviseurs voor leefruimte

1. Inleiding

1.1.

Aanleiding

De eigenaar van het perceel Noordweg 128 in Middelburg, heeft de wens om op deze gronden 7 rijwoningen te realiseren. De gronden zijn nu agrarisch in gebruik en in het geldende bestemmingsplan ‘Noordweg’ uit 2011 bestemd ten behoeve van de realisatie van vrijstaande woningen, een aantal garageboxen en openbare ruimte. De realisatie van 7 aaneengebouwde woningen op deze gronden is op basis van het geldende bestemmingsplan niet mogelijk. Om de woningen mogelijk te maken dient afgeweken te worden van het bestemmingsplan. Hiervoor dient een planologische procedure te worden gevolgd. Een Quickscan ecologie vormt een onderdeel van de noodzakelijke onderzoeken. In dit onderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven waaraan deze ontwikkelingen, wat ecologie betreft, moeten worden getoetst. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen het toetsingskader dat door wettelijke regelingen wordt bepaald en het toetsingskader dat wordt gevormd door het beleid van Rijk, provincie en gemeente.

Figuur 1.1 Weergave plangebied in de huidige situatie (bron: Luchtfoto kadaster Nederland)

Rho adviseurs voor leefruimte

4

1.2.

Huidige situatie

De locatie bestaat uit een stuk akkerbouwland te midden van een woongebied gelegen tussen de Noordweg, Brigdamseweg en de President Rooseveltlaan. Het gaat om een gebied van ongeveer 6.400 m². In figuur 1.1 is de begrenzing van het plangebied weergegeven. Rondom het plangebied zijn aan de oost- en westzijde woningen aanwezig die met de achtertuin aan het plangebied grenzen. Aan de noordzijde is een basisschool aanwezig. Aan de zuidzijde sluit het plangebied aan op de Willem Arondeusstraat.

Figuur 1.2. Zuidelijke rand van het terrein

Figuur 1.3. Beeld van het centrum van het terrein

Rho adviseurs voor leefruimte

5

Figuur 1.4. Bouwval

Figuur 1.5. Westelijke rand en bouwval

Rho adviseurs voor leefruimte

6

1.3.

Beoogde situatie

In de beoogde situatie zijn aan de zuidzijde van het plangebied 7 rijwoningen aanwezig. De woningen worden ontsloten via de Willem Arondeusstraat. Aan de voorzijde van de woningen worden parkeerplaatsen gerealiseerd. Aan de noordzijde is ruimte voor tuinen.

Figuur 2.2 Schetsontwerp stedenbouwkundige invulling

Rho adviseurs voor leefruimte

7

2. Normstelling en beleid

2.1.

Regelgeving

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. In elk geval moet aannemelijk zijn dat vergunning of ontheffing van de bij of krachtens deze wet geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met de ruimtelijke onderbouwing mogelijk worden gemaakt. Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.

2.2.

Gebiedsbescherming

De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: • Natuurnetwerk Nederland (NNN); • Natura-2000 gebieden.

Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project, de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: • alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; • het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en • de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.

De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats.

Rho adviseurs voor leefruimte

8

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Het NNN is in Zeeland uitgewerkt in het Natuur Netwerk Zeeland (NNZ). Voor dit soort gebieden geldt het ‘nee, tenzij’ principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden.

2.3.

Soortenbescherming

In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: • soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; • soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; en • de bescherming van overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb.

De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. In de provincie Zeeland geldt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud een vrijstelling voor een groot deel van de “overig” beschermde soorten. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos en woelrat. Dit betreft de meest algemene soorten amfibieën en zoogdieren. Voor de Europees beschermde soorten (Vogel- en Habitatrichtlijn) is er geen beleidsruimte en is de bescherming onveranderd.

Rho adviseurs voor leefruimte

9

3. Toetsing

3.1.

Gebiedsbescherming

Onderzoek en conclusie Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura2000.

Figuur 3.1 Ligging van de Natura 2000-gebieden Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Uit de kaart blijkt dat de weiden op circa 300 meter afstand van het plangebied wel zijn aangewezen. Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de aard en omvang van de ontwikkeling kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Mede gezien de grote afstand en het geringe aantal woningen zal de extra stikstofuitstoot als gevolg van autoverkeer verwaarloosbaar zijn. Significante negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen derhalve worden uitgesloten.

Rho adviseurs voor leefruimte

10

Figuur 3.2 Natuur netwerk Zeeland Conclusie De Wet natuurbescherming en het beleid van de Provincie Zeeland staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg.

3.2.

Soortenbescherming

De huidige ecologische waarden zijn vastgesteld aan de hand van algemene ecologische kennis, verspreidingsatlassen/gegevens (onder andere www.waarneming.nl) en een veldbezoek dat heeft plaatsgevonden op 6 januari 2020 door ecoloog ir. J.J. van den Berg. De (temperatuur 5 graden Celsius, geen neerslag, onbewolkt, windkracht 2). Resultaten bureau- en veldonderzoek Planten Het terrein ligt braak en kende tot voor kort een andere inrichting. Er groeien grassen en enige algemene kruiden. Beschermde plantensoorten zijn niet waargenomen en worden ook niet verwacht. Vogels Het gebied is klein van omvang en wordt omgeven door wegen en tuinen. Het is ongeschikt als biotoop voor akker en ruigte vogels. Het heeft wel een functie als foerageergebied voor bijvoorbeeld merel en kauw. Mogelijk zijn er broedvogels aanwezig in de beplantingen van de aangrenzende tuinen. Amfibieën Rondom het perceel is geen watergang aanwezig. Algemene soorten als bruine kikker en gewone pad maken mogelijk gebruik van het projectgebied. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in provincie Zeeland. Het gebied is in de huidige situatie niet geschikt voor de rugstreeppad, er zijn tevens geen waarnemingen van de soort. Grondgebonden zoogdieren In en in de omgeving van het plangebied zijn naar alle waarschijnlijkheid mol en bosmuis aanwezig.

In nabijheid van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van de steenmarter, er zijn tevens geen

Rho adviseurs voor leefruimte

11

sporen gevonden van de soort. Voor overige kleine marterachtigen (wezel, hermelijn) is het plangebied hooguit een marginaal foerageergebied (monotoon grasland). Effecten op grondgebonden zoogdieren kunnen worden uitgesloten. Vleermuizen In de directe nabijheid van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de gewone dwergvleermuis. Er zijn geen aaneengesloten lijnvormige landschapselementen aanwezig waarop de vleermuizen zich kunnen oriënteren. Het plangebied kan wel een onderdeel zijn van een foerageergebied van vleermuizen. Door de monotone vegetatie zal het aantal insecten echter gering zijn en is het plangebied geen essentieel foerageergebied. De aanwezige bebouwing (bouwval) is dusdanig vervallen dat het geen mogelijkheden bied voor vleermuizen Effecten op vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Overige soorten Op basis van verspreidingsgegevens en/of het ontbreken aan geschikte biotopen in of in de omgeving van het plangebied, kunnen overige beschermde soorten waaronder vissen, reptielen en ongewervelden worden uitgesloten. Effecten op beschermde soorten Uiterlijk bij het nemen van een besluit dat ruimtelijke veranderingen mogelijk maakt, zal daarom zekerheid moeten zijn verkregen dat overtredingen van de Wet natuurbescherming niet optreden. De benodigde werkzaamheden ten behoeve van deze ontwikkeling kunnen leiden tot aantasting van te beschermen natuurwaarden.

• Er is geen ontheffing nodig voor de benoemde soorten van de lijst nationaal beschermde soorten omdat in provincie Zeeland hiervoor een vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Uiteraard geldt wel de algemene zorgplicht. Dat betekent dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild aanwezige planten en dieren en hun leefomgeving. • Bij aanvang en tijdens werkzaamheden dient er rekening te worden gehouden met broedende vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of wanneer er geen broedgeval aanwezig is. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. De meeste vogels broeden overigens tussen 15 maart en 15 juli (bron: website vogelbescherming). Met inachtneming van bovenstaande vinden er geen negatieve effecten plaats en wordt overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen. Conclusie De beoogde werkzaamheden leiden niet tot negatieve effecten op beschermde soorten. Door de tuingedeelten in te richten met streek eigen beplanting kan een bijdrage geleverd worden aan de biodiversiteit van het gebied. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden niet overtreden, er is geen ontheffing noodzakelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte

Bijlage 2 Onderzoek hazen en konijnen bunzing

- NOTITIE N otitie

DATUM KENMERK VAN AAN

27 juni 2022 20191825 Mink Enthoven Poortvliet Bouwadvies

PROJECT OPDRACHTGEVER

BP Noordweg 128 Poortvliet Bouwadvies

VERSLAG VELDBEZOEK VOOR KONIJN EN HAAS INLEIDING U wenst de gronden rondom Noordweg 128 (figuur 1) opnieuw in te richten met 7 woningen. Er is voor de ontwikkeling reeds een quickscan flora en fauna uitgevoerd in januari 2020. Sinds 8 december 2020 is er geen vrijstelling meer voor de bunzing, haas en konijn (Omgevingsverordening Zeeland). Gezien er nog geen besluit is genomen over het plan dient voor deze soorten nog een onderbouwing te worden aangeleverd aan bevoegd gezag. Mogelijke aanwezigheid van bunzing kan op voorhand worden uitgesloten voor de planlocatie vanwege de stedelijke afgesloten ligging. Om te onderzoeken of er haas of konijn voorkomen in het plangebied is een extra veldbezoek uitgevoerd, uit waarnemingen blijkt het gebruik van de polder ten noorden van de Brigdamseweg door de haas. Dit verslag dient om de resultaten van het veldbezoek weer te geven.

Figuur 1 Ligging plangebied

RESULTATEN VELDBEZOEK De gronden rondom Noordweg 128 zijn door mij bezocht op 27 juni 2022. De locatie was zwaarbewolkt bij een temperatuur van 19 graden Celsius. Het plangebied betreft intensief gemaaid grasland waarbij het noordelijke deel recent is aangeplant met fruitbomen en een haag (zie figuur 2). Tijdens het bezoek is geen haas of konijn waargenomen. Ook zijn geen sporen (bijvoorbeeld keutels) van de soorten gevonden. Het plangebied is door bebouwing afgesloten van bekend leefgebied van haas of konijn.

Figuur 2 Foto's veldbezoek

CONCLUSIE Op basis van dit veldbezoek en de ligging van de locatie ten aanzien van bekend leefgebied van de soorten kan geconcludeerd worden dat het plangebied geen functie heeft voor haas of konijn. Wat betreft de beschermde status van hazen en konijnen zijn er geen bezwaren voor de beoogde ontwikkeling.

2/2

Bijlage 3 Memo stikstofberekening

Gemeente Middelburg

Betreft: Werk.: Werknr./Ref. :

Aerius Stikstof berekening Nieuwbouw 7 woningen Noordweg Middelburg 2022-015

11 mei 2023 herzien 5-10-2023

Berekening De Aerius Stikstof berekening geeft inzicht of en in welke mate er stikstof depositie plaatsvindt in Natura 2000 gebieden. Hieronder wordt toegelicht op welke wijze de berekening tot stand is gekomen. (berekend met Aerius calculator versie 2023) Deze berekening is opgesteld ten behoeve van de realisatie van 7 woningen met bergingen aan de Noordweg 128 in Middelburg. In de berekening zijn de sloop- en bouwfase (inclusief inrichting openbare ruimte) meegenomen. Voor de gebruiksfase is uitgegaan van het verkeersrapport uit de toelichting bij het bestemmingsplan waarin berekend is dat het project ion de gebruiksfase een toename van 50 motorvoertuigen per etmaal tot gevolg heeft. De woningen worden gas-loos opgeleverd met een allelectric verwarmings- en warmtapwater installatie waardoor de gebouwen niet als uitstootbron meegenomen zijn in de stikstofberekening

Figuur 1 Locatie beoogde ontwikkeling

Bronnenonderbouwing sloop- en bouwfase. In bijgevoegde inventarisatietabel is het aantal bronnen en hun bijbehorende uitstoot vastgesteld. De bronnen zijn voor zowel de sloop- als bouwfase opgesomd. Op basis van de berekening is een verzamelstaat opgesteld waarin per werktuigvermogen het aantal uren en het bijbehorende brandstofverbruik is samengevat. Uitgangspunt is dat de werktuigen maximaal 8 jaar oud zijn (bouwjaar 2015). De verbruiksgegevens zijn bepaald op basis van rapport ‘TNO 2021 R12305 AUB: een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’. (figuur 2)

Figuur 2 Bron: TNO 2021 R12305 AUB

Situatie 1: Realisatiefase Onderstaande tabel geeft het totale verbruik weer per werktuigvermogen. Deze zijn in Situatie 1 ‘sloop- en bouwfase’ ingevoerd.

Werktuigen vermogen in kW 50 100 150 200 250 300

aantal uren 120 92 42 210 16 148

verbruik l/u 5,31 10,08 14,85 19,62 24,39 29,16

Totaal verbruik l/j 637,2 927,36 623,7 4120,2 390,24 4315,68

Onderstaande tabel geeft het totaal van alle verkeersbewegingen in Situatie 1 weer.

Verkeersbewegingen zwaar verkeer middelzwaar verkeer licht verkeer

528 168 1680

Situatie 2: Gebruiksfase In situatie 2 is de gebruiksfase doorberekend. Voor deze fase zijn alleen de verkeerbewegingen meegenomen cf. onderstaande tabel. (bewegingen per etmaal).

Verkeersbewegingen zwaar verkeer middelzwaar verkeer licht verkeer

1 2 50

Conclusie Na invoer in de online Aerius berekening kan geconcludeerd worden dat er geen depositie van stikstof plaatsvindt in Natura 2000 gebieden. (zie bijgevoegde rapportage).

Bronberekening Aerius (bouwfase) werk: datum:

7 woningen Noordweg Middelburg 11-5-2023/16-6-2023 verm.

Sloopfase Aan- en afvoer bouwhekken Sloopkraan Aan- en afvoer sloopkraan Afvoer sloopafval

dagen

uren

bew.

totaal

2 250kW

2

8

16 2 10

250 t

Personeelsbewegingen licht verkeer

6

Bouwvoorbereiding Sondeerwagen aan- en afvoer Uitvoeren sonderingen

1 200 kW

4

4

8 8 8 8

24 16 16 16

Fundering hoofdgebouw Graafwerkzaanmheden bouwputten Boorstelling Betonpomp Betonmixer

Aan- en afvoer heistelling Aanvoer zand Aanvoer beton

100 kW 300 kW 200 kW 200 kW

Bgg vloer plaatsen vloer 100 T kraan aanvulling naden betonpomp op mixer Aanvullen bouwput midigraver

1 10 4

25 m3

Funderingsbalken Betonpomp Betonmixer Fundering bergingen Aanvoer beton Aanvoer wapening Betonpomp Betonmixer

3 2 2 2

200 kW 200 kW

1 1

8 8

15 m3

8 8

2 1 200 kW 200 kW

2 2

8 8

16 16

300 kW 200 kW 50 kW

2 1 1

8 4 8

16 4 8

Aanvoer beton (incl pomp) Aanvoer vloeren

1 7

Plaatsen bergingen 100 T kraan

300 kW

2

8

Wanden begane grond prefab Aanvoer HSB plaatsen wanden 100 T kraan

300 kW

4

6

Verdiepingsvloer prefab Aanvoer vloeren plaatsen vloer 100 T kraan

300 kW

2

8

16

7 24

6 16

Bouwplaats Aan- en afvoer steiger Aan- en afvoer ketenpark Opperen steiger autokraan

100 kW

1

4

Wanden verdieping Aanvoer HSB plaatsen wanden 100 T kraan

300 kW

4

6

Dak Aanvoer HSB plaatsen daken 100 T kraan

300 kW

3

6

Ruwbouw bergingen Aanvoer HSB plaatsen daken 100 T kraan

300 kW

3

6

2 5

7

Anhydriet deklvoeren Vrachtwagenbewegingen pomp

24

7 18

7

Aanvoeren gevelmaterialen Aanvoeren kozijnen Aanvoeren dakpannen Kraanuren opperen gevelmaterialen Kraanuren opperen kozijnen Kraanuren opperen dakpannen

4

18

8 5 4 200 kW 200 kW 200 kW

2 2 2

4 4 4

8 8 8

10 150 kW

7

6

42

Buitenterrein Aanvoer materieel en materiaal (zwaar) Graaf- en opperwerkzaamheden midigraver

50 kW

10

8

80

Diverse kraanbewegingen

200 kW

14

3

42

Ontgravingswerkzaamheden en verdelen overtollige grond Graafwerkzaamheden nuts en riolering Aanbrengen zandbed/puinverharding Trilplaat Opperen bestratingsmateriaal

300 kW

5

8

200 kW 200 kW 50 kW 100 kW

3 4 4 32

8 8 8 2

Aanvoeren puingranulaat Aanvoeren zand Aanvoeren bestratingsmateriaal Aan- en afvoer materieel

528 t 528 t 170 t

10

20 20 7 8 360

zware vrachtwagenbewegingen

Zwaar verkeerbewegingen algemeen (2 retour per week) middelzwaar verkeerbewegingen algemeen (2 per week) Personen vervoer

42 42 42

24 32 32 64

4 4 8

168 168 1680

Verzamelstaat

Werktuigen vermogen in kW 50 100 150 200 250 300

aantal uren 120 92 42 210 16 148

Verkeersbewegingen zwaar verkeer middelzwaar verkeer licht verkeer

528 168 1680

verbruik l/u 5,31 10,08 14,85 19,62 24,39 29,16

Totaal verbruik l/j 637,2 927,36 623,7 4120,2 390,24 4315,68

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Architecten Alliantie Noordweg 128, 4333 GL Middelburg 7 woningen Noordweg Middelburg Nieuwbouw 7 woningen Noordweg Middelburg

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RQPqXghCYQcP 05 oktober 2023, 12:04 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

2024

2,6 kg/j

363,2 kg/j

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Situatie 1 sloop- en bouwfase - Beoogd Situatie 1 sloop- en bouwfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RQPqXghCYQcP (05 oktober 2023)

-

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

2/7

Projectberekening

Situatie 1 sloop- en bouwfase (Beoogd), rekenjaar 2024

Emissiebronnen 1 

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bron 1 Verkeersnetwerk

RQPqXghCYQcP (05 oktober 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

2,5 kg/j 358,3 kg/j 0,1 kg/j 5,0 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RQPqXghCYQcP (05 oktober 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1 sloopen bouwfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RQPqXghCYQcP (05 oktober 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Situatie 1 sloop- en bouwfase, Rekenjaar 2024 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Bron 1 X:31447,65 Y:392654,82 0,45 ha

NOₓ NH₃

Stageklasse

Brandstof­verbruik

358,3 kg/j 2,5 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik

Trilplaat

Stage-IV, 2014-2018, <= 56 637 l/j kW, diesel, SCR: nee

120 u/j

Midigraver

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 927 l/j kW, diesel, SCR: ja

92 u/j

0 l/j

Speciepomp

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 623 l/j kW, diesel, SCR: ja

42 u/j

0 l/j

Betonpomp/mixerauto en graafmachine

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 4120 l/j kW, diesel, SCR: ja

210 u/j 0 l/j

Sloopkraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 390 l/j kW, diesel, SCR: ja

16 u/j

Zware kraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 4315 l/j kW, diesel, SCR: ja

148 u/j 0 l/j

2 Wegverkeer | Weg Bron 2 Naam Locatie X:31861,4 Y:393222,34 Lengte 1.567,39 m Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

0 l/j

Stof Emissie

NOₓ 13,3 kg/j NH₃ 4,8 g/j NOₓ 31,1 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 20,8 kg/j NH₃ 0,1 kg/j NOₓ 137,0 kg/j NH₃ 1,0 kg/j NOₓ 13,0 kg/j NH₃ 93,6 g/j NOₓ 143,1 kg/j NH₃ 1,0 kg/j

Links Rechts NOₓ 5,0 kg/j Type scherm - - NO₂ 1,3 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

1.680,0 /jaar 168,0 /jaar 528,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

10,0 % 10,0 % 10,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

RQPqXghCYQcP (05 oktober 2023)

6/7

Projectberekening

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023_20231004_fd8d865135 Database versie 2023_fd8d865135_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RQPqXghCYQcP (05 oktober 2023)

7/7

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Architecten Alliantie Noordweg 128, 4333 GL Middelburg 7 woningen Noordweg Middelburg Nieuwbouw 7 woningen Noordweg Middelburg

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RT9udR1VeJUx 05 oktober 2023, 12:04 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

2024

0,5 kg/j

16,5 kg/j

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Situatie 2 gebruiksfase - Beoogd Situatie 2 gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RT9udR1VeJUx (05 oktober 2023)

-

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

2/6

Projectberekening

Situatie 2 gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 

Verkeersnetwerk

RT9udR1VeJUx (05 oktober 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,5 kg/j

16,5 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RT9udR1VeJUx (05 oktober 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 2 gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RT9udR1VeJUx (05 oktober 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Situatie 2 gebruiksfase, Rekenjaar 2024

1 Wegverkeer | Weg Naam Bron 2 gebruiksfase Locatie X:31861,22 Y:393212,72 Lengte 1.611,07 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 16,5 kg/j Type scherm - - NO₂ 3,2 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,5 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

50,0 /etmaal 2,0 /etmaal 1,0 /etmaal 0,0 /etmaal

In file

10,0 % 10,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023_20231004_fd8d865135 Database versie 2023_fd8d865135_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RT9udR1VeJUx (05 oktober 2023)

6/6

Bijlage 4 Watertoets

20-12-2022

Notitie ’Verharding en watertoets Noordweg 128’

Versie D02 Auteur Marthe Oldenhof Projectnummer 51010652 Onderwerp Noordweg 128 Klant Poortvliet Bouwadvies Projectleider Joren Gillissen

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

De eigenaar van de gronden rondom Noordweg 128 in Middelburg heeft de wens om op deze plek enkele woningen te realiseren. De ontwikkeling voorziet 7 (rij)woningen, een toegangsweg, een schuur en maximaal 20 parkeerplaatsen. De ambitie is om het infraontwerp klimaatadaptief in te richten en hemelwater te bergen.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt te midden van een woongebied dat tussen Brigdamseweg en de President Rooseveltlaan ligt. Het gebied heeft een oppervlak van circa 6.280 m2.

Figuur 1

1.3

Locatie plangebied Noordweg 128

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de watertoetsprocedure. Hoofdstuk 3 beschrijft de gebiedsinventarisatie. Hoofdstuk 4 benoemt de uitgangspunten die samen met gemeente Middelburg en waterschap Scheldestromen opgesteld zijn. In hoofdstuk 5 wordt de toekomstige situatie toegelicht. Hoofdstuk 6 geeft invulling aan de waterhuishouding en hoofdstuk 7 licht de verharding toe.

Sweco

Postbus 485

Sweco Nederland B.V.

Marthe Oldenhof

NL 6800 AL Arnhem

Handelsregister 30129769

Adviseur (stedelijk) water

Netherlands

Statutair gevestigd te De Bilt

marthe.oldenhof@sweco.nl

T +31 88 811 6600

M +31 6 51736422

www.sweco.nl

Document referentie NL22-648800269-35646

1/25

2.

Watertoets

20-12-2022 Versie D02

2.1

Doel

Projectnummer 51010652 Onderwerp Noordweg 128

Het doorlopen van het watertoetsproces, is een verplicht onderdeel bij ruimtelijke plannen. De watertoets omvat het proces van informeren, afstemmen en adviseren om tot een inhoudelijke beoordeling van de waterhuishoudkundige aspecten te komen. Het doel is het beschouwen van de waterhuishoudkundige gevolgen van de ontwikkeling op het plangebied. Het resultaat van dit proces is de waterparagraaf die wordt opgenomen in het bestemmingsplan.

2.2

Geraadpleegde bronnen en documenten

Voor het opstellen van deze notitie, is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:     

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4). Bodemkaart van Nederland. Keur watersysteem Waterschap Scheldestromen 2012. Legger Waterschap Scheldestromen. Voorlopig Ontwerp (ACAD-2020-025-C_Situatie 2609).

2.3

Relevant beleid

Beleid Waterschap Scheldestromen Het beheergebied van Waterschap Scheldestromen is grofweg heel Zeeland. Het waterschap dient zorg te dragen voor gezond water alsmede de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het Waterschapsbeheerprogramma 2022-2027. Het programma is toegespitst op vier onderdelen:    

waterschapstaken; veilige dijken en duinen; schoon en voldoende water; veilige wegen en fietspaden.

De regels die het waterschap hanteert. zijn opgenomen in de Keur van Waterschap Scheldestromen

Provincie Zeeland De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling van het rijksbeleid naar een regionaal beleidskader en voor strategische regionale opgaven. Met het waterbeleid draagt provincie Zeeland eraan bij dat het water schoon blijft, dat we bij zware neerslag zo min mogelijk wateroverlast ervaren en dat er voldoende zoet water is voor de landbouw. In de Waterwet zijn regels opgenomen over het waterbeheer. De provincie heeft het beleid voor (de bescherming van) het grond- en oppervlaktewater opgenomen in het Omgevingsplan Zeeland 2018. Daarnaast zijn in de Omgevingsverordening Zeeland 2018 regels voor de bescherming van de grondwaterkwaliteit in grondwaterbeschermingsgebieden vastgelegd. Verder zijn in deze verordening regels opgenomen ter bescherming van kwetsbare (natuur)gebieden die gevoelig zijn voor verdroging.

Document referentie NL22-648800269-39303

2/25

Gemeente Middelburg Het Stedelijk Waterprogramma 2021-2030 van Middelburg beschrijft hoe gemeente Middelburg invulling geeft aan haar zorgplichten voor openbare riolering. Met het oog op de komst van de Omgevingswet (2022) en de wens om ook het Waterplan Middelburg in het verbreed GRP te integreren, heeft gemeente Middelburg ervoor gekozen om een Stedelijk Waterprogramma (SWP) op te stellen. In het SWP wordt een overzicht op hoofdlijnen gegeven van alle aanwezige gemeentelijke voorzieningen en de activiteiten die in de planperiode worden ontplooid om deze voorzieningen te onderhouden en te beheren of te vervangen.

20-12-2022 Versie D02 Projectnummer 51010652 Onderwerp Noordweg 128

Naast het SWP heeft gemeente Middelburg de Verordening afvoer hemel- en grondwater Middelburg. In deze verordening staat onder andere beschreven dat bij nieuwe ontwikkelingen het lozen van hemelwater op het openbaar vuilwaterriool verboden is. Daarnaast staat in artikel 4 de verplichting tot waterberging bij nieuwbouw beschreven. Hierin staat beschreven dat de capaciteit van de hemelwaterberging minimaal 50 liter per m2 bebouwd oppervlak dient te bedragen, met een minimum van 5.000 liter.

Overig beleid De Europese Kaderrichtlijn Water gaat ervan uit dat water geen gewone handelswaar is, maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd. Het hoofddoel van de richtlijn is daarop gebaseerd. De Kaderrichtlijn Water (KRW) geeft het kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dat moet ertoe leiden dat: aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed; emissies worden verbeterd; duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater. Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 (vastgesteld 18 maart 2022). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook het Programma Noordzee en enkele waterafhankelijke thema’s, zoals natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012 is water een onderwerp.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15123495/2