25-007 Bijlage 4. Het bijbehorende achtergrondrapport van CE Delft
Tekst van het document
tnot raamberge
CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid Achtergrondrapport
CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid
Dit rapport is geschreven door: Pien van Berkel Marianne Teng Sander Raphaël Suzanne Breman-Vrijmoed
Delft, CE Delft, augustus 2023 Publicatienummer: 23.230170.116b Opdrachtgever: Gemeente Middelburg Alle openbare publicaties van CE Delft zijn verkrijgbaar via www.ce.nl Meer informatie over de studie is te verkrijgen bij de projectleider Suzanne Breman-Vrijmoed (CE Delft) © copyright, CE Delft, Delft
CE Delft Committed to the Environment CE Delft draagt met onafhankelijk onderzoek en advies bij aan een duurzame samenleving. Wij zijn toonaangevend op het gebied van energie, transport en grondstoffen. Met onze kennis van techniek, beleid en economie helpen we overheden, NGO’s en bedrijven structurele veranderingen te realiseren. Al meer dan 40 jaar werken betrokken en kundige medewerkers bij CE Delft om dit waar te maken.
1
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
Inhoud 1
Inleiding
3
2
Methode 2.1 Over het CEGEM-model 2.2 Huidige emissies 2.3 Basispad 2.4 Huidige maatregelen 2.5 Hernieuwbare opwek van elektriciteit 2.6 Mogelijke toekomstige maatregelen voor de gemeente
4 4 6 9 16 26 27
3
Ontwikkeling CO2-uitstoot 3.1 Gehele gemeente 3.2 Sector industrie 3.3 Sector gebouwde omgeving 3.4 Sector mobiliteit 3.5 Sector landbouw
33 33 34 35 38 39
Referenties
41
2
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
1 Inleiding Dit achtergrondrapport is een bijlage bij het rapport ‘CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid’ dat CE Delft voor de gemeente Middelburg heeft opgesteld. Dat rapport presenteert de resultaten en aanbevelingen van ons onderzoek naar de CO 2-effecten van het klimaatbeleid van de gemeente Middelburg. Het gaat hierbij om de maatregelen die zijn opgenomen in het Actieprogramma strategisch project Klimaat, Energie en Circulariteit (Gemeente Middelburg). In dit rapport geven we extra achtergrondinformatie: — Hoofdstuk 2 beschrijft de methode waarmee we tot de resultaten zijn gekomen. — In Hoofdstuk 3 presenteren we aanvullende grafieken en tabellen, zodat alle resultaten van de doorrekening beschikbaar zijn. Het hoofdrapport toont immers alleen de belangrijkste grafieken.
3
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
2 Methode Dit hoofdstuk gaat in op de methode die we hebben gebruikt om tot de resultaten te komen. We gaan allereerst in op het CEGEM-model. Vervolgens bespreken we hoe we de huidige emissies hebben bepaald en hoe we de CO2-impact van het basispad en gemeentelijke maatregelen hebben berekend. Tot slot gaan we in op de methode omtrent de opwek van hernieuwbare elektriciteit.
2.1
Over het CEGEM-model CE Delft heeft het Gemeentelijk Emissiereductie Model (CEGEM) ontwikkeld om gemeentelijk klimaatbeleid te monitoren. Met het model kunnen we het klimaatbeleid van gemeenten doorrekenen en een prognose maken van de broeikasgasemissies in de toekomst. Het CEGEM-model sluit aan bij de landelijke monitoring door het PBL in de Klimaat- en Energieverkenning (KEV).
Een onderzoek in drie stappen Het CEGEM-model is opgebouwd aan de hand van drie stappen, zie Figuur 1. De eerste stap is het in kaart brengen van de huidige emissies, zodat we weten wat het startpunt is. Ook bepalen we de emissies in 1990, omdat de doelstelling van 49% CO2-reductie is geformuleerd ten opzichte van de emissies in het jaar 1990. Vervolgens bepalen we het basispad. Dit geeft inzicht in wat de emissies in 2030 en 2050 zullen zijn als de gemeente geen beleidsmaatregelen zou nemen. In de derde stap bekijken we wat het effect is van beleidsmaatregelen die de gemeente heeft genomen of van plan is om te nemen. Figuur 1 – Overzicht van de gemaakte stappen in de doorrekening
4
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
Sectoren In dit onderzoek presenteren we de CO2-emissies voor verschillende sectoren. Voor wat betreft de sectorindeling sluiten we aan bij de Regionale klimaatmonitor. De Regionale klimaatmonitor presenteert in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat cijfers en trends in de energietransitie. Het gaat om de volgende vier sectoren: 1. Gebouwde omgeving. 2. Industrie. 3. Mobiliteit. 4. Landbouw. De KEV van het PBL presenteert naast deze vier sectoren ook emissies voor de sectoren elektriciteit en landgebruik. In tegenstelling tot de KEV (en het nationale Klimaatakkoord) presenteren wij elektriciteit niet als aparte sector, maar nemen we de emissies mee in de sectoren die deze elektriciteit verbruiken. De emissies van landgebruik waren voorheen geen onderdeel van het oorspronkelijke nationale streefdoel van 49% CO 2-reductie in 2030. Met de aanscherping in het Coalitieakkoord van het nationale streefdoel naar 55% reductie, zijn deze emissies wel een integraal onderdeel geworden van het nationale streefdoel (PBL, 2022b). CO2-emissies gerelateerd aan landgebruik zijn echter niet op gemeenteniveau beschikbaar. Daarom laten we deze emissies in dit onderzoek buiten beschouwing.
Broeikasgasemissies uit bunkerbrandstoffen voor de internationale lucht- en scheepvaart worden beleidsmatig niet aan Nederland toegerekend en tellen niet meer voor de Nederlandse emissiedoelen (PBL, 2022b). Deze emissies laten we in dit onderzoek (net zoals in de KEV) dan ook buiten beschouwing.
5
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
2.2
Huidige emissies In deze paragraaf beschrijven we hoe we de huidige emissies en de emissies in 1990 bepalen.
Keuze van het basisjaar We presenteren zowel de emissies in 2019 als in 2020. De meest recent beschikbare emissiecijfers zijn die van 2020. Echter is 2020 een coronajaar, waardoor de emissiecijfers niet helemaal representatief zijn. Daarom hebben we er in dit project voor gekozen de emissiereductie ten opzichte van het jaar 2019 te berekenen. Soms laten we in de figuren de emissies in 2020 en 2030/2050 zien. De CO2-emissies in 2030 en 2050 zijn altijd berekend op basis van de emissiereductie ten opzichte van 2019.
CO2-emissies: verbruiksbenadering Om de CO2-emissies van de gemeente te bepalen, hebben we de gegevens over het energiegebruik (gas, elektriciteit, warmte en voertuigbrandstoffen) van de verschillende sectoren gebruikt uit de Regionale klimaatmonitor. In lijn met de Regionale klimaatmonitor zijn wij voor het berekenen van CO 2-emissies uitgegaan van de verbruiksbenadering. De verbruiksbenadering, in tegenstelling tot de bronbenadering, wijst de emissies toe aan de locatie waar energie wordt gebruikt, in plaats van waar deze wordt geproduceerd . De verbruiksbenadering neemt dus de emissies van warmte en elektriciteit die in de gemeente verbruikt wordt mee en laat eventuele CO2emissies van elektriciteits- en warmteproductie op grondgebied van de gemeente (de zogenaamde puntbronemissies) buiten beschouwing (Rijksoverheid, lopend-b). Met behulp van CO2-emissiefactoren (verkregen uit de Regionale klimaatmonitor) hebben we het verbruik van gas, elektriciteit, warmte en voertuigbrandstoffen omgerekend naar CO2-emissies.
Emissies overige broeikasgassen: bronbenadering We hebben ook de overige broeikasgassen uit de Regionale klimaatmonitor gebruikt. De Regionale klimaatmonitor ontvangt deze gegevens via de Emissieregistratie. Emissieregistratie rapporteert enkel over de puntbronemissies (en dus niet over emissies gerelateerd aan bijvoorbeeld elektriciteitsverbruik). De puntbronemissies zijn emissies naar de lucht die plaatsvinden op het grondgebied van de gemeente. We hebben de emissies van overige broeikasgassen met de Global Warming Potentials uit het Fifth Assessment Report (AR5) van het IPCC (IPCC, 2014) omgerekend naar CO2equivalenten. Daarmee zijn deze emissies vergelijkbaar en optelbaar met de emissies van CO2.
Emissies in 1990 De gemeente heeft als doel om in 2030 49% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. Daarom moeten we ook weten wat de emissies van de gemeente waren in 1990. De Emissieregistratie geeft inzicht in gemeentelijke emissies van 1990 op een dataportaal (Rijksoverheid, lopend-a). Echter volgt de rapportagemethode van de Emissieregistratie de
6
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
bronbenadering. Omdat we de verbruiksbenadering hanteren bij het bepalen van de gemeentelijke emissies, is een bewerkingstap nodig. Een correctie is met name nodig voor de emissies van elektriciteitsproductie. Zonder correctie is de uitstoot van gemeenten met een elektriciteitscentrale op het grondgebied namelijk onevenredig hoog. Daarom bepalen we eerst hoeveel procent van de Nederlandse emissies in 1990 in de gemeente werd uitgestoten, exclusief emissies gerelateerd aan de productie van elektriciteit. Dit aandeel gebruiken we als verdeelsleutel voor de totale Nederlandse emissies voor elektriciteitsverbruik in 1990. Deze uitstoot tellen we weer op bij de uitstoot in de gemeente. In Figuur 2 geven we de methode weer.
Figuur 2 – Methode bepalen gemeentelijke emissies in 1990
Naast de elektriciteitsbewerking filteren we enkele categorieën zoals landgebruik, zeescheepvaart en luchtvaart uit de data van de Emissieregistratie. Omdat hiervoor op nationaal en internationaal niveau andere boekhoudings- en emissiereductieafspraken zijn gemaakt, rekenen we dit niet toe aan de gemeente zelf.
Databronnen Tabel 1 geeft de uitgangspunten en de informatiebronnen per sector weer. In het geval bepaalde data niet bekend waren, hebben we geïnterpoleerd op basis van de jaren waarover de data wel beschikbaar waren. Tabel 1 – Uitgangspunten en informatiebronnen per sector voor het bepalen van de huidige emissies Sector
CO2
Gebouwde omgeving
Overige broeikasgassen
Categorie uit de Regionale klimaatmonitor
Opmerkingen/correcties
Categorie uit Emissieregistratie
—
Woningen.
Gecorrigeerd met CO2-emissies van elektrisch vervoer1: — personenauto’s; — tweewielers en brommobielen.
Consumenten.
—
Commerciële dienstverlening: • handel (SBI G); • vervoer en opslag (SBI H); • horeca (SBI I);
Gecorrigeerd met CO2-emissies van elektrisch vervoer: — autobussen; — bestelauto’s;
Handel, diensten en overheid.
________________________________ 1
7
Deze correctie hebben we gedaan om dubbeltelling met de sector mobiliteit te voorkomen.
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
Sector
CO2 Categorie uit de Regionale klimaatmonitor • • • • •
Mobiliteit
—
Publieke dienstverlening: • openbaar bestuur en overheidsdiensten (SBI O); • onderwijs (SBI P); • gezondheids- en welzijnszorg (SBI Q); • cultuur, sport en recreatie (SBI R); • overige dienstverlening (SBI S); • extraterritoriale organisaties (SBI U).
—
Wegverkeer; • personenauto’s; • bestelauto’s; • zware bedrijfsvoertuigen excl. autobussen; • autobussen; • tweewielers en brommobielen. Mobiele werktuigen; Binnenvaart; Recreatievaart; Railverkeer.
— — — — Industrie
— — — — —
Landbouw
8
informatie en communicatie (J); financiële dienstverlening (K); verhuur en handel van onroerend goed (SBI L); specialistische zakelijke diensten (SBI M); verhuur en overige zakelijke diensten (SBI N).
—
Overige broeikasgassen
Opmerkingen/correcties — — — — —
Categorie uit Emissieregistratie
zware bedrijfsvoertuigen excl. bestelbussen; binnenvaart; recreatievaart; spoorvervoer; mobiele werktuigen.
Aangevuld met CO2-emissies van elektrisch vervoer (berekend op basis van Klimaat- en Energieverkenning 2021).
Verkeer en vervoer.
Delfstoffenwinning (SBI B); Industrie (SBI C); Energievoorziening (SBI D); Waterbedrijven en afvalbeheer (SBI E); Bouwnijverheid (SBI F).
Afvalverwijdering, bouw, chemische industrie, drinkwatervoorziening, energiesector, overige industrie, raffinaderijen, en riolering en waterzuiveringsinstallaties.
Landbouw, bosbouw en visserij (SBI A).
Landbouw, natuur.
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
2.3
Basispad Ook zonder gemeentelijk beleid blijven de emissies in Middelburg niet constant. Nationaal beleid en autonome ontwikkelingen zorgen voor een afname van de jaarlijkse emissies, terwijl groei van het aantal inwoners en gebouwen zorgt voor een toename. In deze paragraaf laten we zien hoe de emissies in Middelburg richting 2030 en 2050 ontwikkelen zonder gemeentelijke inspanningen. Dit noemen we het basispad. De gemeente heeft geen of zeer beperkt invloed op het basispad. In het basispad onderscheiden we drie typen oorzaken: nationaal beleid, autonome ontwikkelingen en bevolkingsontwikkeling van de gemeente. Een overzicht van de ontwikkelingen in het basispad staat in Tabel 2. Tabel 2 – Overzicht van ontwikkelingen die worden meegenomen in het basispad Sector
Nationaal beleid
Alle sectoren
—
Daling emissiefactor elektriciteit.
Gebouwde omgeving
—
Energiebesparingsplicht bedrijven en instellingen Label C-verplichting kantoren.
— Industrie
—
—
Autonome ontwikkelingen
Bevolkingsontwikkeling
—
Afname aantal graaddagen; Elektriciteitsverbruik huishoudens.
—
Nieuwbouw woningen.
Autonome ontwikkelingen conform de aannames van de KEV maken onderdeel van het basispad. Dit houdt bijvoorbeeld in: — Veranderende verkeersvolumes door demografische en sociaaleconomische ontwikkelingen; — Verjonging wagenpark.
—
Bevolkingsontwikkeling.
—
KEV-trend ontwikkeling elektriciteits- en gasverbruik; KEV-trend ontwikkeling overige broeikasgassen.
Mobiliteit
Al het nationale en Europese mobiliteitsbeleid dat in de KEV als ‘vastgesteld’ of ‘voorgenomen’ was bestempeld nemen wij mee. Bijvoorbeeld: — Subsidies elektrisch rijden; — Europese voertuignormeringen; — ZE-zones stadslogistiek.
Landbouw
—
KEV-trend ontwikkeling elektriciteits- en gasverbruik en nietenergiegerelateerde emissies.
Tekstbox 1 - Nationaal beleid gebaseerd op Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2022 Om de CO2-effecten van nationaal beleid en autonome ontwikkelingen op de toekomstige emissies in Middelburg in te schatten, baseren we ons primair op de Klimaat- en Energieverkenning 2022 (PBL, 2022b). De KEV geeft inzicht in de ontwikkelingen van de broeikasgasemissies in Nederland en de bijdrage van het nationale klimaat- en energiebeleid hieraan. De KEV 2022 is in november 2022 gepubliceerd. Hierin is het
9
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
vastgestelde en voorgenomen beleid meegenomen dat op 1 mei 2022 beschikbaar was, officieel was medegedeeld en concreet genoeg uitgewerkt. Dit zijn bijvoorbeeld de BENG-bouweisen, de SDE++subsidieregeling, de uitfasering van alle E-, F- en G-labels van sociale huurwoningen en CO2-minimumprijzen in de industrie en elektriciteitssector. Twee landelijke aangekondigde maatregelen voor de gebouwde omgeving zijn niet meegenomen omdat de uitwerking ervan volgens het PBL nog niet concreet genoeg was. Dit zijn de normering van hybride warmtepompen vanaf 2026 en de bijmenging van groen gas. Deze maatregelen zijn dus nog niet meegenomen in het basispad. Het PBL geeft de KEV één keer per jaar een update. Het is niet mogelijk om nieuwe beleidsontwikkelingen sinds 1 mei 2022 mee te nemen in het basispad. KEV geeft inzicht in ontwikkeling emissies tot 2030 De KEV geeft inzicht in de verwachte ontwikkeling van broeikasgasemissies in Nederland tot 2030, dus niet tot 2050. Voor enkele ontwikkelingen geeft de KEV ook een prognose tot of kentallen voor 2050. Zo niet, dan hanteren we voor 2050 dezelfde gegevens als voor 2030 of doen we een (onderbouwde) aanname over de ontwikkeling richting 2050. In alle gevallen nemen we in dit rapport op welke keuze we hebben gemaakt en op welke informatiebronnen deze keuze is gebaseerd.
De prognose tot 2050 heeft daarom een grote onzekerheid dan de prognose tot 2030.
In de volgende paragrafen beschrijven we per sector welke ontwikkelingen we meenemen in het basispad.
2.3.1 Alle sectoren Een ontwikkeling die voor alle sectoren van belang is, is de daling van de emissiefactor van elektriciteit. Dat lichten we hieronder toe.
Daling emissiefactor elektriciteit De nationale CO2-emissiefactor van elektriciteit is aan het dalen door onder meer de afspraken in het Klimaatakkoord. In de KEV heeft het PBL berekend wat de emissiefactor zal zijn in 2030 (zie Tabel 3). In de tabellenbijlage bij de KEV 2022 is ook een prognose gedaan voor de verwachte emissiefactor in 2040, namelijk 0,07 kg CO2/kWh. Na 2040 nemen we aan dat deze richting 2050 daalt naar nul. Tabel 3 – Emissiefactor elektriciteit (kg/kWh) Jaar
Emissiefactor (kg CO2/kWh)
Bron
2019
0,37
(CBS, 2022a)
2030
0,07
(PBL, 2022b)
2050
0
Aanname CE Delft (landelijke doelstelling CO2-neutrale energievoorziening in 2050)
We vermenigvuldigen deze emissiefactor met de prognose van de elektriciteitsvraag in 2030 en 2050, waarbij we rekening hebben gehouden met autonome besparing. In 2030 leiden de ontwikkelingen op de elektriciteitsvraag en de daling van de emissiefactor van elektriciteit tot een CO2-besparing van 52,7 kton ten opzichte van 2019. Dit komt overeen met een reductie van 19% van de totale emissies van de gemeente Middelburg.
10
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
Het terugdringen van de emissiefactor van het elektriciteitsnet is een nationale ontwikkeling, waar de gemeente Middelburg ook een verantwoordelijkheid in heeft. Met gemeentelijke of regionale inspanningen (bijvoorbeeld de Regionale Energiestrategie) draagt Middelburg bij aan het CO2-neutraal maken van elektriciteit. Paragraaf 2.5 gaat in op de inspanningen van de gemeente Middelburg op het gebied van de opwek van hernieuwbare elektriciteit.
2.3.2 Gebouwde omgeving In deze paragraaf beschrijven we welke ontwikkelingen we voor de sector gebouwde omgeving meenemen in het basispad.
Handhaving energiebesparingsplicht Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen te nemen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder: de energiebesparingsplicht. De energiebesparingsplicht geldt voor locaties van bedrijven en instellingen met een jaarlijks verbruik vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas (of een equivalent daarvan) (RVO, 2023). Bedrijven met een energiebesparingsplicht moeten hierover elke vier jaar rapporteren aan hun bevoegd gezag (gemeente of provincie). In het Actieprogramma van de gemeente Middelburg staat dat Middelburg de eerste gemeente is waarin alle informatieplichtige bedrijven aan de informatieplicht hebben voldaan. De gemeente Middelburg heeft hiervoor de Energy Award van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat gewonnen. Momenteel worden controles uitgevoerd om te kijken of de energiebesparende maatregelen inderdaad uitgevoerd worden. (TNO, 2021) heeft de verwachte effecten van de energiebesparingsplicht in beeld gebracht. Uit deze studie blijkt dat 89% van de dienstensector behoort tot de doelgroep van de energiebesparingsplicht. Het gemiddelde besparingspotentieel voor gas bedraagt 14% en het gemiddelde besparingspotentieel voor elektriciteit bedraagt 6% in 2030 ten opzichte van 2020.
De CO2-reductie staat in Tabel 4. In 2050 is de CO2-reductie lager dan in 2030, dit komt door overlap van het effect van deze maatregel met het effect van de dalende emissiefactor van elektriciteit. Tabel 4 – CO2-effect handhaving energiebesparingsplicht Omschrijving
Waarde
Status
Toekomstig
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2019)
2,8 kton CO2
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2019)
2,5 kton CO2
Label C-verplichting kantoren In het Bouwbesluit 2012 staat dat kantoorgebouwen per 1 januari 2023 minimaal energielabel C (oftewel een primair energiegebruik van maximaal 225 kWh/m2/per jaar) moeten hebben. Als een gebouw dan niet aan de eisen voldoet, mag het niet meer als kantoor worden gebruikt (RVO, lopend).
11
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
In de gemeente Middelburg zijn 377 kantoren, waarvan 139 labelplichtig zijn. Van deze labelplichtige kantoren hebben 14 nog geen label of een energielabel lager dan C, zie Tabel 5. Tabel 5 – Labelverdeling van de labelplichtige kantoren in Middelburg Energielabel
Aantal kantoren in Middelburg
Label D
1
Label E
2
Label F
1
Label G
2
Nog geen label/label onbekend
8
Totaal
14
Bron: Excel-document van de gemeente Middelburg 13 maart 2023.
Bij de acht kantoren zonder label schatten we het label in op basis van het bouwjaar van het kantoor. Drie van deze kantoren hebben volgens onze inschatting al het niveau van label C of beter. We gaan dus uit van elf kantoren waar een energiebesparing gerealiseerd wordt als gevolg van de label C verplichting. Het gemiddelde oppervlakte van deze elf kantoren in Middelburg is 605 m2. We berekenen de energiebesparing op basis van dit oppervlakte en energieverbruikskengetallen van kantoren per schillabel van TNO (Sipma, 2022). Daarbij gaan we er van uit dat het niveau na renovatie label C is. Dit is een pessimistische aanname, aangezien de renovatie ook tot label B of A kan gaan.
Afname aantal graaddagen Het wordt steeds warmer in Nederland. Gemiddeld zijn de winters in de periode 1906-2020 1,8˚C warmer geworden. Deze temperatuurstijging heeft een effect op de warmtebehoefte. De warmtebehoefte kan beschreven worden aan de hand van het aantal graaddagen 2. Het gemiddeld aantal graaddagen daalde in de periode 2000-2020 met 6% en deze trend zal zich voortzetten. Alleen al hierdoor is in Nederland het energiegebruik voor ruimteverwarming in 2030 9% lager dan in 2000, oplopend naar 15% in 2050 (PBL, 2022a). Een afname in het aantal graaddagen zorgt voor een afname van de warmtebehoefte voor ruimteverwarming, niet voor een afname van de warmtebehoefte voor warm tapwater. Gemiddeld wordt 79% van de warmtevraag van woningen gebruikt voor ruimteverwarming, de overige 21% gaat naar warm tapwater. Aangezien we geen goede cijfers hebben voor het aandeel warm tapwater in de dienstensector, doen we de aanname dat deze verhouding in de dienstensector gelijk is. We hebben berekend dat de warmtevraag van gebouwen ten behoeve van ruimteverwarming in 2030 afneemt met 3,5% en in 2050 met 10% (PBL, 2022a).
Elektriciteitsverbruik huishoudens Door Europese Ecodesign-wetgeving worden elektrische apparaten steeds zuiniger. We verwachten daarom dat door natuurlijke vervanging van apparaten de elektriciteitsvraag van huishoudens jaar-op-jaar daalt. Aan de andere kant zien we dat door het stijgen ________________________________ 2
Het aantal graaddagen is een maat voor uren dat gestookt moet worden. Het aantal graaddagen is de som per jaar van de daggemiddelde buitentemperatuur beneden de stookgrens van 18 graden. Een daggemiddelde temperatuur van 10 graden levert dus 18-10 = 8 graaddagen op voor die ene dag (PBL, 2022a).
12
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
van de welvaart huishoudens gemiddeld meer apparaten hebben, en dus meer verbruiken. De besparing in de periode 2016-2020 is 1,5% per jaar. Daarna is de besparing 0%. De toename in elektriciteitsvraag door elektrische warmtepompen en auto’s nemen we hier niet mee. Deze toename berekenen we bij respectievelijk de transitievisie warmte en nieuwbouwwoningen en bij mobiliteit. De Ecodesign-wetgeving zorgt niet alleen voor energiebesparing bij huishoudens, maar ook bij diensten. Echter doordat deze besparing overlapt met de besparing door de energiebesparingsplicht (zie Paragraaf 2.3.2, laten we diensten hier buiten beschouwing.
Nieuwbouw woningen en dienstensector In 2019 bedroeg het aantal inwoners van Middelburg 48.544 (Rijksoverheid, lopend-c). Het inwoneraantal zal in 2030 naar verwachting zijn toegenomen tot 51.000 en in 2050 tot 52.600 (PBL & CBS, 2022). Als gevolg van de bevolkingsgroei komen er de komende jaren in de gemeente nieuwbouwwoningen bij. Bevolkingsgroei en uitbreiding van de woningvoorraad zorgen voor een stijging van het energiegebruik, en daarmee van de emissies in de gemeente. Deze uitstoot is beperkt, vanwege nationale energieprestatie-eisen (sinds 2021 de BENGnorm en daarvoor de EPC-norm). Tabel 6 geeft de verwachte ontwikkeling van de woningvoorraad in Middelburg weer. Tabel 6 – Aantal inwoners en woningvoorraad in Middelburg in 2019, 2030 en 2050 Jaar
Aantal inwoners
Woningvoorraad
2019
48.544
23.532
2030
51.000
24.300
2050
52.600
25.100
Bron: Aantal inwoners en woningvoorraad in 2019: Regionale klimaatmonitor. Bron; Aantal inwoners en woningvoorraad in 2030 en 2050: (PBL & CBS, 2022).
Naast de groei in de woningvoorraad verwachten we ook een toename in de oppervlakte van gebouwen die worden gebruikt voor utiliteitsfuncties. Omdat de relatie tussen bevolking en diensten niet één-op-één is kunnen we echter geen goede inschatting maken van dit effect. De nieuwe woningen zorgen voor groei in de energievraag en veroorzaken daarmee CO2uitstoot. Sinds 2018 wordt nieuwbouw aardgasvrij gebouwd. In onze berekening doen we de aanname dat de nieuw te bouwen gebouwen met een elektrische warmtepomp worden verwarmd. In de transitievisie warmte (TVW) van de gemeente Middelburg staat namelijk dat ‘voor de meeste nieuwbouwontwikkelingen zal gelden dat een warmtepomp de optimale warmteoptie is’ (Gemeente Middelburg, 2021). We gebruiken nationale bouwnormen om de elektriciteits- en warmtevraag te bepalen, zie Tabel 7.
13
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
Tabel 7 – Kentallen voor het berekenen van de elektriciteits- en warmtevraag van nieuwbouw Gebruikte gegevens
Bron
Woningen Maximale warmtebehoefte nieuwbouwwoning
65
kWh/m2/jaar
(Ministerie van BZK, 2022a)
Gemiddeld oppervlakte van woningen in Middelburg in 2022, bouwjaarklasse vanaf 2015
146
m2
(CBS, 2022b)
Gemiddelde warm tapwatervraag
856
kWh/persoon/jaar
(ECW, 2022)
Aantal personen per woning
2,1 2,1
# in 2030 # in 2050
Berekend op basis van gegevens van (PBL & CBS, 2022)
Gemiddelde elektriciteitsvraag woningen in Middelburg in 2021
2.420
kWh/jaar
(CBS, lopend-b)
Nieuwbouw recreatiesector In de gemeente Middelburg is een vakantie-/recreatiepark in ontwikkeling: Waterpark Veerse Meer. Nieuwbouw zorgt voor extra CO2-uitstoot. Deze uitstoot is beperkt, vanwege landelijke energieprestatie-eisen (BENG-eisen) voor recreatiewoningen. In Paragraaf 2.6.1 berekenen we wat het CO2-besparingseffect zou zijn als de gemeente Middelburg ervoor zou kiezen strengere BENG-eisen te hanteren voor de nieuwbouw van Waterpark Veerse Meer. Het maximum aantal nieuw te bouwen recreatie-eenheden (grondgebonden recreatiewoningen en recreatieappartementen) in Waterpark Veerse Meer bedraagt 822. Het is nog niet bekend wat de exacte aantallen van de verschillende typen vakantiewoningen zullen zijn. In onze doorrekening gaan we uit van: — 356 recreatieappartementen van elk 150 m2 (in zes recreatieve appartementengebouwen met een maximaal bebouwde oppervlakte per gebouw van 800 m2); — 25 grondgebonden recreatiewoningen van elk 450 m 2; — 85 grondgebonden recreatiewoningen van elk 250 m 2; — 356 grondgebonden recreatiewoningen van 150 m2. We bepalen het energieverbruik van de recreatiewoningen met behulp van de Uniforme Maatlat Gebouwde Omgeving (ECW, 2022), waarbij we aannemen dat de recreatiewoningen elektrisch verwarmd worden.
2.3.3 Industrie In deze paragraaf beschrijven we welke ontwikkelingen we meenemen in het basispad in de sector industrie.
KEV-trend ontwikkeling elektriciteits- en gasverbruik We passen de ontwikkeling van het elektriciteits- en gasverbruik in de industrie uit de KEV 2022 toe op Middelburg. Daarin maken we in het gasverbruik onderscheid in de trends voor industriële installaties die onder het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) vallen, en overige industrie. Op basis van gegevens uit de KEV 2022 hebben we berekend dat het totale energiegebruik van de sector industrie met 3% stijgt in de periode van 2020 tot 2030. Het elektriciteitsverbruik stijgt in die periode met 17%, terwijl verbruik van brandstoffen voor warmte juist daalt. De uitstoot daalt echter met 26%, onder andere doordat de elektriciteit duurzamer wordt opgewekt, de CO2-heffing op de industrie en de energie-
14
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
besparingsplicht. In 2040 ligt het totale energiegebruik volgens de KEV weer hoger dan in 2019. Bij gebrek aan informatie over 2050 gaan we uit van het energiegebruik in 2040.
KEV-trend ontwikkeling overige broeikasgassen We passen de industrieontwikkeling van overige broeikasgassen (methaan, lachgas en fluorhoudende gassen) uit de KEV 2022 toe op Middelburg. Volgens de KEV 2022 nemen de emissies van deze broeikasgassen in de periode van 2019 tot 2030 af met 37% en tot 2050 met 42%.
2.3.4 Mobiliteit In deze paragraaf beschrijven we welke ontwikkelingen we meenemen in het basispad in de sector mobiliteit.
KEV-trend emissies van verkeer De emissies voor de sector mobiliteit zijn gebaseerd het CEREM-model (CE Delft, lopend). In het CEREM-model baseren wij de nationale trends tot 2040 grotendeels op de KEV. De nationale ontwikkelingen tot 2050 hebben wij ingeschat door extrapolatie. Deze nationale ontwikkelingen passen we, gecorrigeerd voor lokale verschillen in bevolkingsgroei en werkgelegenheid, als groeivoeten toe op de lokale cijfers uit de Regionale klimaatmonitor. De KEV-raming houdt rekening met verschillende autonome trends en Europees en nationaal bestaand en voorgenomen beleid. Hieronder beschrijven we enkele van de belangrijkste trends binnen de verduurzaming van mobiliteit: — Verschoning wagenpark: Door Europese emissienormen voor het wegverkeer stoten nieuwe auto’s gemiddeld steeds minder broeikasgassen uit. Door het proces van wagenparkvernieuwing zullen de emissies per gereden kilometer tot 2030 dus vanzelf afnemen. — Elektrisch vervoer: De verkoop van elektrische personenauto’s stijgt snel. Dit is voor een groot deel een gevolg van de landelijke subsidieregeling voor nulemissiepersonenauto’s. Deze toename in elektrische auto’s zet naar verwachting door richting 2030. Het aandeel elektrische bestel- en vrachtauto’s is nog beperkt vergeleken met de personenauto’s, maar de KEV geeft aan dat dit de komende jaren waarschijnlijk snel zal stijgen.
Vooral door de invoering van zero-emissie (ze-)zones voor stadslogistiek is de verwachting dat ook het aantal elektrische bestelauto’s de komende jaren flink zal stijgen. Elektrisch vervoer zorgt voor CO2-reductie door minder brandstofverbruik, maar hier komt elektriciteitsverbruik voor in de plaats. Doordat de landelijke CO 2emissiefactor van elektriciteit daalt, nemen ook de emissies van elektrisch vervoer steeds verder af. — Bijmenging biobrandstoffen: Het kabinet heeft in 2021 een wetsvoorstel ingediend om de minimale inzet van geavanceerde biobrandstoffen te verhogen naar 7% in 2030. Hiermee geeft de Nederlandse overheid invulling aan de EU-verplichtingen voor hernieuwbare energie. Het verduurzamen van de brandstofmix zorgt voor een CO 2reductie in de hele mobiliteitssector. — Nulemissie (ZE-)bussen en -doelgroepenvervoer: In het ‘Bestuursakkoord Zero-Emissie Regionaal Openbaar Vervoer per Bus’ is afgesproken dat in 2030 alle bussen die voor het stedelijk en regionale openbaar vervoer worden ingezet, zonder emissies zijn. In het bestuursakkoord ‘Zero-Emissie Doelgroepenvervoer’ is afgesproken dat in 2025 al het
15
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
doelgroepenverkeer emissievrij is. De KEV neemt echter geen effect mee voor de maatregel ZE-doelgroepenvervoer. — Groei van verkeersvolumes: Volgens de KEV neemt het aantal gereden kilometers van personenauto’s licht toe. Ook de vervoersvolumes in de binnenvaart nemen tot 2030 naar verwachting toe. De emissie van broeikasgassen ligt daarom volgens de KEV naar verwachting iets hoger dan in 2019, ondanks de verwachting dat de vloot efficiënter wordt en er meer biobrandstoffen worden ingezet.
Correctie verkeersvolumes op basis van bevolkingsgroei De bevolking van de gemeente Middelburg neemt toe van 48.544 in 2019 tot 51.000 in 2030 en 52.600 in 2050 (PBL & CBS, 2022). Het CBS verwacht dat de Nederlandse bevolking als geheel toeneemt tot 18,5 miljoen in de periode 2019-2030 (CBS, lopend-a). De groei in Middelburg is dus naar verwachting ongeveer 1,8% lager dan het Nederlandse gemiddelde. Daarom hebben we de KEV-prognose voor verkeersvolume hierop gecorrigeerd.
2.3.5 Landbouw In deze paragraaf beschrijven we welke ontwikkelingen we meenemen in het basispad in de landbouwsector.
KEV-trend ontwikkeling elektriciteits- en gasverbruik en nietenergiegerelateerde emissies In de KEV 2022 staat dat het elektriciteit- en gasverbruik in de landbouw naar verwachting zal dalen met 23% richting 2030 en met 25% richting 2050. De uitstoot van overige broeikasgassen (methaan, lachgas), die vrijkomen bij onder andere de veeteelt, daalt naar verwachting met 8% in 2030. Op basis van huidig beleid wordt er geen verdere daling verwacht richting 2050. Recente beleidsontwikkelingen rond het stikstofdossier en het Landbouwakkoord, waaronder de aangekondigde uitkoopregelingen van piekbelasters, neemt het PBL in deze trend dus niet mee.
2.4
Huidige maatregelen In deze paragaaf beschrijven we per sector welke afgeronde en lopende gemeentelijke beleidsmaatregelen we hebben doorgerekend en hoe we dat hebben aangepakt. Tabel 8 - Overzicht van de doorgerekende maatregelen per sector Sector
Maatregelen
Gebouwde omgeving
— — — — — —
Mobiliteit
16
— —
Transitievisie warmte (TVW) Collectieve inkoopactie Regeling reductie Energiegebruik (RRE) Energy fixers Prestatieafspraken met woningcorporatie Woongoed Middelburgse invulling van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) Verduurzaming gemeentelijk vastgoed Openbare verlichting in led
— —
Fietsen stimuleren Elektrische deelauto’s
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
Sector
Maatregelen —
Verduurzamen gemeentelijk wagenpark
Industrie
N.v.t.
Landbouw
N.v.t.
2.4.1 Gebouwde omgeving Transitievisie warmte (TVW) In de TVW (bron) staat hoe de gebouwde omgeving in Middelburg over kan gaan op verwarmen zonder aardgas. De TVW geeft per buurt aan welke warmtetechniek een kansrijke oplossing is voor aardgasvrij, zie Figuur 3. Figuur 3 – Visie van de gemeente Middelburg om de woningen en gebouwen van het aardgas af te krijgen.
Bron: (Gemeente Middelburg, 2021).
2030 In de TVW van de gemeente Middelburg worden nog geen specifieke wijken aangewezen waar de gemeente op korte termijn gaat starten met een uitvoeringsplan. Wel wordt er in Dauwendaele onderzocht hoe 900 corporatie- en koopwoningen met een warmtenet kunnen worden verwarmd. In onze doorrekening doen we de aanname dat de proeftuin Dauwendaele in 2030 is voltooid. Het warmtenet wordt gevoed met restwarmte van industriële activiteiten van het bedrijf Synthomer. Jaarlijks is bijna 20.000 GJ aan restwarmte beschikbaar voor het warmtenet Dauwendaele.3 Daarnaast gaan we ervan uit dat de gele gebieden (hybride warmtepompen en lokale gasvrije opties) in 2030 worden verwarmd met een hybride warmtepomp die nog aardgas gebruikt. Voor de overige gebieden doen we de aanname dat deze nog met een conventionele cv-ketel op aardgas worden verwarmd. ________________________________ 3
17
Bron: mail Bas Kole 8 juni 2023.
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
2050 In 2050 wil de gemeente volledig aardgasvrij zijn. Voor 2050 gaan we ervan uit dat de transitiepaden uit Figuur 3 zijn bereikt. Hierdoor dalen de emissies in de gebouwde omgeving tot 0. Er zijn nog geen concrete maatregelen geformuleerd voor het uitvoeren van de plannen uit de transitievisie warmte voor 2050. Om de berekende emissiereductie te realiseren is een flinke inspanning van de gemeente nodig. Tekstbox 2 - Haalbaarheid van het aardgasvrij maken van buurten en wijken vóór 2030 Een aantal kritische succesfactoren spelen een rol bij de vraag of de gemeente Middelburg vóór 2030 buurten en wijken van het aardgas af kan helpen: — Ten eerste: krijgen gemeenten de bevoegdheid om wijken van het gas af te sluiten, onder welke voorwaarden en wanneer? De Wet gemeentelijke instrumenten (Wgiw) moet gemeenten deze bevoegdheid geven. In het voorstel voor deze wet staat gemeenten, indien er een goed en betaalbaar duurzaam alternatief is, kunnen bepalen dat de netbeheerder na een bepaalde datum geen aardgas meer transporteert naar een bepaalde wijk. De planning is dat de Wgiw op 1 januari 2024 in werking treedt (Rijksoverheid, 2021).
Een aandachtspunt is dat in het Klimaatakkoord (Rijksoverheid, 2019) een termijn van acht jaar is genoemd tussen het besluit van de gemeente om de aardgaslevering in een bepaalde wijk te stoppen en de daadwerkelijke overstap op een duurzaam alternatief. Tot 2030 rest de gemeente nog ongeveer zeven jaar, wat betekent dat de eerste buurten in 2030 mogelijk nog niet in van het aardgasnet zijn afgesloten. — Ten tweede: in hoeverre is het (financieel) aantrekkelijk voor bewoners om van het gas af te gaan? De gasprijs voor de consument, de kosten van nieuwe installaties of van warmtelevering, lening en de informatievoorziening zullen in sterke mate het succes van de maatregelen voor de gebouwde omgeving bepalen. Dit ligt niet geheel in de hand van de gemeente, maar zeker ook bij het Rijk.
Tabel 9 – CO2-effect Transitievisie warmte (TVW) Omschrijving
Waarde
Status
Voorgenomen
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2019)
1,5 kton CO2
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2019)
73 kton CO2
Collectieve inkoopactie De gemeente Middelburg voert in 2022-2023 een collectieve inkoopactie uit samen met Winst uit je woning. In het kader van deze actie zijn 12.000 woningeigenaren aangeschreven met een aanbod van grote energiebesparende maatregelen passend bij de bouwperiode van hun woning. Tabel 10 laat zien welke huishoudens tot actie zijn overgegaan (een offerte getekend om een maatregel uit te laten voeren). Tabel 10 – Aantal geaccepteerde offertes per maatregel Maatregel
Aantal geaccepteerde offertes
Spouwmuurisolatie
97
Vloerisolatie
174
Hybride warmtepompen
11
Bron: Mail Winst uit je Woning 17 april 2023.
18
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
Met de collectieve inkoopactie zijn ook zonnepanelen aangeschaft. De hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit die met deze zonnepanelen wordt opgewekt berekenen we in Paragraaf 2.5. Tabel 11 geeft de emissiereductie van de collectieve inkoopactie weer. Voor 2050 hebben we geen emissiereductie toegekend aan deze maatregel, omdat de emissiereductie van deze maatregel volledig overlapt met de emissiereductie van de transitievisie warmte. Alle emissiereductie is aan de transitievisie warmte toegekend. Tabel 11 – CO2-effect collectieve inkoopactie Omschrijving
Waarde
Status
Gerealiseerd
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2019)
0,13 kton CO2
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2019)
0 kton CO2
Regeling Reductie Energiegebruik (RRE) Met de Regeling Reductie Energiegebruik stimuleert het rijk, gemeenten om huishoudens te ondersteunen bij het reduceren van hun energiegebruik door het treffen van eenvoudige energiebesparende maatregelen in de woningen en door advies te geven aan bewoners over energiebesparing. Dit leidt tot reductie van het energiegebruik bij huishoudens en daarmee tot CO2-reductie. De RRE liep in de periode 2020-2021. Uit het RRE dashboard4 blijkt dat de RRE in Middelburg vooral is ingezet voor: — Warmtescan (813 huishoudens); — Groene Bon (470 huishoudens); — Bespaarbox (350 huishoudens); — Energieverbruiksmanagers (124 huishoudens). Het is niet bekend hoeveel woningeigenaren actie hebben ondernomen naar aanleiding van de warmtescan. Hier kunnen we dan ook geen CO2-reductie aan koppelen. Met de Groene Bon konden mensen zelf kleine energiebesparende producten aanschaffen, zoals tochtstrips, radiatorfolie en ledlampen. De bespaarbox bestond ook uit energiebesparende producten. De waarde van de Groen Bon en de bespaarbox bedroeg € 90. In onze berekening hebben we de aanname gedaan dat een bespaarbox zes ledlampen, 12 m tochtstrips, 3 m2 radiatorfolie en een deurdranger bevat. De aangenomen energiebesparing per object staat in Tabel 12. Daarnaast nemen we aan dat de besparing van een Groene Bon gelijk is aan die van de bespaarbox.
Tabel 12 - Energiebesparing Omschrijving
Energiedrager
Eenheid
Besparing ledlamp
Elektriciteit
kWh/jaar
Besparing 10 meter tochstrip
Gas
m3/jaar
Besparing radiatorfolie
Gas
m3/m2
Opmerking Aanname de helft van besparing alles dichtmaken
Waarde
Bron
25
(CE Delft, 2022)
35
(Milieu Centraal, 2023c)
10
(Milieu Centraal, 2023a)
________________________________ 4
19
https://lookerstudio.google.com/reporting/187afc30-ca98-47ae-b6d1-516182f66c18/page/vJdIC
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
Omschrijving
Energiedrager
Eenheid
Opmerking
Waarde
Besparing deurdranger
Gas
m3/stuk
Onbekend hoeveel energiebesparing dit oplevert
-
Bron
Een energieverbruiksmanager maakt energieverbruik inzichtelijk. Hoeveel energiebesparing een energieverbruiksmanager oplevert is afhankelijk van hoe gemotiveerd de bewoners zijn om energie te besparen. Ook speelt het type energieverbruiksmanager een rol. We zijn ervan uitgegaan dat het hier gaat over een schermpje in de woonkamer. Gemiddeld is de besparing van dit type energieverbruiksmanager op het elektriciteitsverbruik 2% en op het gasverbruik 7% (Milieu Centraal, lopend-a). Tabel 13 laat zien wat het effect van de RRE-maatregelen is op het elektriciteits- en gasverbruik. Tabel 13 – Effect op elektriciteits- en gasverbruik van maatregelen in het kader van de RRE Maatregelen
Aantal maatregelen
Effect op elektriciteitsverbruik [kWh/jaar]
Effect op gasverbruik [m3/jaar]
Groene Bon
470
70.500
34.500
Bespaarbox
350
52.500
25.700
Energieverbruiksmanagers
124
5.700
10.700
Totaal
944
128.700
70.900
De RRE zorgde voor een besparing van 70.864 m3 gas en 128.729 kWh elektriciteit, wat in 2030 136 ton CO2 per jaar oplevert. Door de verduurzaming van elektriciteit loopt de verwachte CO2-besparing iets af richting 2030 en 2050, zie Tabel 14. Voor 2050 hebben we geen emissiereductie toegekend aan deze maatregel, omdat de emissiereductie van deze maatregel volledig overlapt met de emissiereductie van de transitievisie warmte. Alle emissiereductie is aan de transitievisie warmte toegekend. Tabel 14 – CO2-effect RRE Omschrijving
Waarde
Status
Gerealiseerd
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2019)
0,14 kton CO2
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2019)
0 kton CO2
Energy fixers Inwoners van de gemeente Middelburg met een inkomen tot maximaal 160% van het sociaal minimum en die in een slecht geïsoleerde woning (met labels D-G, zowel koop als huur) wonen, kunnen aanspraak maken op een zogenoemde ‘energy fixer’. Energy fixers komen bij bewoners thuis eenvoudige energiebesparende maatregelen aanbrengen. Uit een dashboard van de gemeente blijkt dat met name de volgende maatregelen zijn aangebracht door de fixers: ledlampen, radiatorventilator, aan-uitstekkerdoos, waterbesparende douchekop, tochtband/-strip en radiatorsleutel. In totaal heeft de gemeente voor de periode 2023-2025 budget beschikbaar gesteld voor 1.600 bezoeken van een energy fixer.
20
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
De gemeente heeft gegevens aangeleverd over het aantal gesprekken dat is gevoerd en de maatregelen die daaruit zijn voortgekomen. Per maatregel hebben we de energiebesparing bepaald, zie Tabel 15. Hiermee berekenen we de energiebesparing en bijbehorende emissiereductie voor alle gesprekken dit tot nu toe gevoerd zijn. Voor de nog te voeren gesprekken nemen we aan dat de totale energiebesparing per gesprek gelijk is aan de energiebesparing die tot nu toe behaald is per gesprek. Tabel 15 – Overzicht van de energiebesparing per maatregel Omschrijving
Energiedrager
Eenheid
Besparing ledlamp
Elektriciteit
kWh/jaar 3
Opmerking
Aanname de helft van besparing alles dichtmaken
Waarde
Bron
25
(CE Delft, 2022)
35
(Milieu Centraal, 2023c)
-
(Ministerie van EZK, 2023)
58
(Milieu Centraal, 2021)
Besparing 10 meter tochstrip
Gas
m /jaar
Besparing radiatorventilator
Gas
m3/jaar
Besparing aan uit stekkerdoos
Gas
kWh/jaar
Besparing waterbesparende douchekop
Gas
m3/stuk
47
(Milieu Centraal, 2023b)
Besparing radiator folie
Gas
m3/m2
10
(Milieu Centraal, 2023a)
Besparing radiatorsleutel
Gas
m3/stuk
25
(Spirotech, 2022)
Aanname helft van het sluimerverbruik
Aanname minder dan besparing waterzijdig inregelen, dus uitgegaan van 2%
Tabel 14 geeft de emissiereductie van de energy fixers weer. Voor 2050 hebben we geen emissiereductie toegekend aan deze maatregel, omdat de emissiereductie van deze maatregel volledig overlapt met de emissiereductie van de transitievisie warmte. Alle emissiereductie is aan de transitievisie warmte toegekend. Tabel 16 – CO2-effect energy fixers Omschrijving
Waarde
Status
Vastgesteld
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2019)
0,24 kton CO2
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2019)
0 kton CO2
Prestatieafspraken met woningcorporatie Woongoed In de prestatieafspraken Middelburg voor de periode 2022-2025 (Gemeente Middelburg et al., 2022) heeft de gemeente Middelburg met woningcorporatie Woongoed en de Huurdersvereniging Middelburg afspraken gemaakt over onderwerpen als beschikbaarheid, betaalbaarheid, maar ook duurzaamheid van de corporatiewoningen van Woongoed in
21
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
Middelburg. Hierin is de ambitie opgenomen dat de woningen in bezit van Woongoed eind 2025 gemiddeld label A hebben (exclusief te slopen woningen, monumenten en woningen in een VvE). Tabel 17 geeft de huidige en verwachte labelverdeling in 2025 weer. Uit deze gegevens kunnen we niet opmaken welke woningen exact geïsoleerd worden en naar welk label ze toe gaan na isolatie. Voor het berekenen van de energiebesparing doen we de aanname dat alle woningen die aangepakt worden naar label A gaan. De energiebesparing die wordt behaald met isolatie naar label A, halen we uit de referentieverbruiken warmte opgesteld door TNO en PBL (PBL, 2022c). In deze data wordt geen onderscheid gemaakt tussen label A en betere labels. Tabel 17 – Huidige en verwachte labelverdeling in 2025 van woningcorporatie Woongoed, exclusief te slopen woningen, monumenten en woningen in een VvE Label
Aantal woningen (huidig)
Aantal woningen in 2025
Verschil
A++++
14
14
0
A+++
117
117
0
A++
75
201
+126
A+
463
807
+344
A
2.193
2.509
+316
B
969
698
-271
C
782
330
-452
D
121
102
-19
E
34
19
-15
F
22
2
-20
G
9
3
-6
4.799
4.802
Totaal Bron: (Woongoed Middelburg, 2022).
Tabel 14 geeft de emissiereductie van de prestatieafspraken met woningcorporatie Woongoed weer. Voor 2050 hebben we geen emissiereductie toegekend aan deze maatregel, omdat de emissiereductie van deze maatregel volledig overlapt met de emissiereductie van de transitievisie warmte. Alle emissiereductie is aan de transitievisie warmte toegekend. Tabel 18 – CO2-effect prestatieafspraken met woningcorporatie Woongoed Omschrijving
Waarde
Status
Vastgesteld
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2019)
0,12 kton CO2
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2019)
0 kton CO2
Middelburgse invulling van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) Het doel van het Nationaal Isolatieprogramma (Ministerie van BZK, 2022b) is om 2,5 miljoen woningen te isoleren in de periode tot en met 2030. Een van de actielijnen is om samen met gemeenten 750.000 koopwoningen te isoleren. Hiervoor heeft de gemeente Middelburg budget aangevraagd (en toegekend gekregen) bij het Rijk. In totaal gaat het over ruim € 1 miljoen, zie Tabel 19.5 ________________________________ 5
22
Inmiddels is het budget opgehoogd naar 1,4 miljoen.
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
Tabel 19 – Budget NIP voor gemeente Middelburg Jaar
Budget
Doelgroep
2022
€ 223.861
Koopwoningen met labels E, F en G
2023
€ 515.380
Koopwoningen met labels D tot en met G
2024
€ 294.920
Totaal
€ 1.034.161
Met het budget van 2022 heeft de gemeente Middelburg 201 huishoudens een voucher voor vloer- en bodemisolatie gegeven van € 1.000. De gemeente weet nog niet hoe zij de gelden van 2023 en 2024 wil besteden, er wordt namelijk nog gewerkt aan de Zeeuwse aanpak NIP met verschillende modules. In de conceptversie van de Zeeuwse aanpak NIP staat dat Middelburg maximaal 555 woningen kan ondersteunen. Daarom doen we de aanname dat de gemeente nog 354 huishoudens kan ondersteunen met een voucher voor een grote isolatiemaatregel. Voor de besparing van een grote isolatiemaatregel, hebben we het gemiddelde genomen van de besparing van vloerisolatie, spouwmuurisolatie, dakisolatie, vervangen van glas voor HR++. Een gemiddelde grote isolatiemaatregel levert 290 m 3 besparing aardgas op. Tabel 14 geeft de emissiereductie van de Zeeuwse aanpak NIP weer. Voor 2050 hebben we geen emissiereductie toegekend aan deze maatregel, omdat de emissiereductie van deze maatregel volledig overlapt met de emissiereductie van de transitievisie warmte. Alle emissiereductie is aan de transitievisie warmte toegekend. Tabel 20 – CO2-effect Zeeuwse aanpak Nationaal Isolatieprogramma (NIP) Omschrijving
Waarde
Status
Vastgesteld
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2019)
0,24kton CO2
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2019)
0 kton CO2
Verduurzaming gemeentelijk vastgoed In de verduurzamingsstrategie gemeentelijk vastgoed (Royal HaskoningDHV, 2022) van de gemeente Middelburg staat dat de gemeente Middelburg het doel heeft haar eigen vastgoed te verduurzamen tot energieneutraal in 2040. De gemeente heeft al een aantal panden geselecteerd die vóór 2030 aangepakt worden, namelijk: — acht gymzalen: • Roozenburglaan (Wijdaudwarsstraat); • Henry Dunantlaan 2; • Prinsenhove 3; • Klarenbeek (Generaal Hakewill Smithlaan 11); • Westmede 75; • Noordweg 435; • Gymzaal Molenwater 6; • Gymzaal Churchilllaan 8 (Gerrit van de Veenstraat). — crematorium; — sportcomplex de Blikken, Arnemuiden; — wijkcentrum St. Laurens.
23
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
De verduurzamingsmaatregelen die worden genomen verschillen per gebouw. Het gaat met name over isolatiemaatregelen, nieuwe installaties (warmteopwekking en/of terugwinning) en ledverlichting. Tabel 21 geeft de emissiereductie van het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed weer. In 2050 is naar verwachting al het gemeentelijk vastgoed energieneutraal. De emissiereductie hiervan overlapt echter volledig met de emissiereductie van de transitievisie warmte. Alle emissiereductie is aan de transitievisie warmte toegekend. Tabel 21 – CO2-effect verduurzaming gemeentelijk vastgoed Omschrijving
Waarde
Status
Vastgesteld
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2019)
0,24 kton CO2
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2019)
0 kton CO2
Openbare verlichting in led De gemeente Middelburg heeft de openbare verlichting verduurzaamd door led toe te passen. Uit gegevens van de gemeente blijkt dat het energiegebruik van de openbare verlichting in Middelburg in 2019 1,211 miljoen kWh bedroeg. In 2022 was dit afgenomen tot 1,038 miljoen kWh. Het aantal masten is in diezelfde periode toegenomen van 9.850 tot 10.031. Tabel 14 geeft de emissiereductie van het toepassen van led in de openbare verlichting weer. Tabel 22 – CO2-effect openbare verlichting in led Omschrijving
Waarde
Status
Afgerond
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2019)
0,01 kton CO2
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2019)
0 kton CO2
2.4.2 Mobiliteit Fietsen stimuleren In het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan Middelburg 2030 (Gemeente Middelburg, 2016) staat dat Middelburg een echte fietsstad is en dat de gemeente ernaar streeft dit hoge gemiddelde fietsgebruik vast te houden/te verhogen. Maatregelen die de gemeente inzet om dit te realiseren zijn het project ‘Bike-friendly cities’ ter verbetering van de fietsinfrastructuur (gefinancierd met Interreg-subsidie) en het beschikbaar stellen van meer deel- en huurfietsen. In het kader van het Zeeuws Toekomstbeeld Fiets streeft de gemeente Middelburg de volgende ambitie na: een toename van het aantal fietskilometers van 20% in 2030 en 40% in 2040 ten opzichte van 2023. We hebben de CO2-effecten van het realiseren van deze ambitie ingeschat, zie Tabel 23. Meer fietsverkeer zorgt voor CO2-besparing als dit leidt tot minder auto- en brommer-/scooterverkeer. In 2050 leiden verplaatsingen met voertuigen
24
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
tot minder emissies dan in 2030, omdat brandstoffen dan schoner zijn. Daarom is het effect van deze maatregel in 2050 een stuk kleiner dan in 2030. Tabel 23 – CO2-effect fietsen stimuleren Omschrijving
Waarde
Status
Ambitie
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2019)
0,37 kton CO2-eq.
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2019)
0,04 kton CO2-eq.
Elektrische deelauto’s Het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan Middelburg 2030 (Gemeente Middelburg, 2016) gaat in op het faciliteren van deelmobiliteit (meer specifiek deelauto’s). In dit plan zijn echter nog geen concrete doelen opgenomen. De gemeente Middelburg heeft aangegeven dat in de gemeente recent zes elektrische deelauto’s zijn geplaatst/op korte termijn worden geplaatst. Tabel 24 geeft een schatting weer van de CO2-effecten in 2030 en 2050 van het implementeren van zes elektrische deelauto’s. Tabel 24 – CO2-effect implementatie zes elektrische deelauto's Omschrijving
Waarde
Status
Gerealiseerd/vastgesteld
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2019)
Bij 10 gebruikers per deelauto: 0,04 kton CO2-eq. Bij 18 gebruikers per deelauto: 0,07 kton CO2-eq.
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2019)
0,00 kton CO2-eq.
Kennisplatform Crow geeft aan dat het aantal gebruikers per deelauto gemiddeld 10 tot 18 bedraagt (CROW, 2017). Echter verwachten wij dat het gemiddelde dichter bij de ondergrens zal liggen voor Middelburg, omdat de bevolkingsdichtheid van Middelburg lager ligt dan andere steden in Nederland, waarbij een hogere bevolkingsdichtheid meer vraag per deelauto genereert. Omdat personenauto’s in 2050 in Middelburg nagenoeg geen emissies meer uitstoten (deze zijn dan immers volledig elektrisch en de CO2-emissiefactor van elektriciteit is dan nul), hebben deelauto’s in 2050 geen additioneel effect op emissiereductie ten opzichte van het basispad.
Verduurzamen gemeentelijk wagenpark De gemeente Middelburg heeft aangegeven dat er sinds 2019 tien brandstofwagens zijn vervangen door elektrische voertuigen, vier elektrische voertuigen zijn vervangen door nieuwe elektrische voertuigen en het wagenpark is uitgebreid met vier elektrische voertuigen. In 2023 wordt nog één brandstofwagen vervangen door een elektrische uitvoering, net zoals in 2024. In 2025 zullen twee brandstofwagens vervangen worden voor elektrische varianten. In onze berekening hebben wij de aanname gedaan dat dit allemaal personenauto’s betreffen. Gemiddeld rijden de voertuigen 2.500 tot 5.000 kilometer per jaar. Deze waardes hebben wij als bandbreedtes aangehouden. Tabel 25 geeft een schatting weer van de CO2-effecten van het verduurzamen van het gemeentelijke wagenpark.
25
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
Tabel 25 – CO2-effect verduurzaming gemeentelijke wagenpark Omschrijving
Waarde
Status
Voorgenomen
CO2-reductie 2030 (ten opzichte van 2019)
Bij 2.500 kilometer per jaar: 0,002 kton CO2-eq. Bij 5.000 kilometer per jaar: 0,005 kton CO2-eq.
CO2-reductie 2050 (ten opzichte van 2019)
0,000 kton CO2-eq.
Zoals benoemd bij de maatregel Elektrische deelauto’s zullen er in 2050 nauwelijks nog emissies zijn door personenauto’s. Deze maatregel heeft in 2050 daarom geen additioneel CO2-effect ten opzichte van het basispad.
2.5
Hernieuwbare opwek van elektriciteit De plannen op het gebied van hernieuwbare elektriciteitsopwekking hebben we niet meegenomen bij het berekenen van de CO 2-effecten van maatregelen, om dubbeltelling met een dalende landelijke emissiefactor van elektriciteit te voorkomen, zie ook Paragraaf 2.3.1. In dit hoofdstuk brengen we daarom de hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit van een aantal maatregelen in beeld. Tabel 26 vat het vermogen en de verwachte elektriciteitsproductie van de verschillende maatregelen samen. Vervolgens gaan we in op de aannames en berekeningsmethode. Tabel 26 – Verwacht vermogen en elektriciteitsproductie energieprojecten Project
Verwacht vermogen (MW)
Verwachte jaarlijkse elektriciteitsproductie (MWh)
4
3.800
RES 1.0: Zonneweide langs Oude Veerseweg Postcoderoosproject
0,075
67,5
Collectieve inkoopactie
0,612
550,8
RES 1.0 In de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 hebben gemeenten samen met andere partners in hun energieregio afspraken gemaakt over hoeveel en waar grootschalig zonne- en windenergie zal worden opgewekt. In de RES 1.0 Zeeland (Gemeente Middelburg, 2016) zijn voor de gemeente Middelburg verschillende zonne- en windprojecten opgenomen. Zon op land In de RES 1.0 wordt een zonneweide langs de Oude Veerseweg voorzien. Het vermogen van deze zonneweide is naar verwachting maximaal 4 MW. 6 Het aantal vollasturen voor grootschalige zonneprojecten op veld is 950 uur per jaar (VIVET, 2022). Dit betekent dat de verwachte elektriciteitsproductie van de geplande zonneweide langs de Oude Veerseweg 3.800 MWh per jaar bedraagt. Sinds 2019 ligt er achter de Mortiereboulevard een zonneweide van 14 MW. De elektriciteitsopwek door deze zonneweide is al verwerkt in de gegevens van 2019.
________________________________ 6
26
Bron: input Annet Hannewijk 2 mei.
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
Windturbines In 2018 en 2019 zijn 6 windmolens langs de Bernardweg met een vermogen van 0,9 MW per turbine vervangen door 6 turbines van 2,3 MW per stuk. Hierdoor is de elektriciteitsproductie met een factor 2,5 toegenomen. De toename van elektriciteitsopwek door de vervanging van deze turbines is al verwerkt in de gegevens van 2019. In de RES 1.0 zijn geen andere locaties in Middelburg opgenomen waar uitbreiding van windturbines mogelijk wordt gemaakt.
Faciliteren postcoderoosprojecten De gemeente Middelburg faciliteert postcodeprojecten van ZonneCollectief Zeeland. Deze energiecoöperatie heeft in 2021 het project Middelburg-van Westen 4.331 gerealiseerd. In totaal zijn er 180 zonnepanelen geplaatst, met een totaal vermogen van 75 kWp (Maak Onze Regio Duurzamer, lopend). Het aantal vollasturen voor grootschalige zonneprojecten op dak is 900 uur per jaar (VIVET, 2022). Dit betekent dat de verwachte elektriciteitsproductie door dit project 67,5 MWh per jaar bedraagt. De energiecoöperatie wil dit project uitbreiden met meerdere postcoderoosprojecten. Details over de locaties en het verwachte vermogen van deze projecten zijn bij de gemeente echter nog niet bekend.
Collectieve inkoopactie De gemeente Middelburg voert in 2022-2023 een collectieve inkoopactie uit samen met Winst uit je woning. In het kader van deze actie zijn 12.000 woningeigenaren aangeschreven met een aanbod van grote energiebesparende maatregelen passend bij de bouwperiode van hun woning. Ook was het mogelijk om met de collectieve inkoopactie zonnepanelen aan te schaffen. In totaal hebben 153 huishoudens een offerte getekend voor de aanschaf van zonnepanelen. We hebben de aanname gedaan dat deze huishoudens gemiddeld genomen tien zonnepanelen hebben aangeschaft. We zijn uitgegaan van een gemiddeld vermogen van 400 Wp per paneel (Milieu Centraal, lopend-b). Het aantal vollasturen van kleinschalige pv-systemen op gebouwen is 900 uur per jaar (VIVET, 2022).
2.6
Mogelijke toekomstige maatregelen voor de gemeente In haar Actieprogramma strategisch project Klimaat, Energie en Circulariteit heeft de gemeente niet alleen gerealiseerde en lopende acties opgenomen, maar ook ideeën voor toekomstige maatregelen en activiteiten. Deze maatregelen vormden de basis voor een workshop met medewerkers van verschillende beleidsterreinen van de gemeente. Tijdens deze workshop zijn vijf maatregelen geselecteerd, waar CE Delft vervolgens de CO2effecten van heeft ingeschat. In deze paragraaf presenteren we de resultaten. Tabel 27 - Overzicht van de mogelijke toekomstige maatregelen die we hebben doorgerekend, naar sector Sector
Maatregelen
Gebouwde omgeving
— —
Monumentencoach Hanteren strengere BENG-eis nieuwbouw recreatiesector
Mobiliteit
—
Zero-emissiezone stadslogistiek
— Elektrisch doelgroepenvervoer/regiotaxi
27
Industrie
—
N.v.t.
Landbouw
—
N.v.t.
Hernieuwbare opwek
—
Solar carports: parkeerterreinen overkappen met zonnepanelen
230170 - CO2-effecten van het Middelburgse klimaatbeleid – Augustus 2023
2.6.1 Gebouwde omgeving Monumentencoach De gemeente Middelburg heeft een pilot gedaan met een duurzame monumentencoach. Deze coach begeleid eigenaren van woningen met monumentenstatus bij het verduurzamen van hun woning. Uit de evaluatie van deze pilot blijkt dat deze coach 35 woningeigenaren advies heeft gegeven en dat dit bij 17 woningen tot duurzaamheidsmaatregelen heeft geleid. In de meeste gevallen (16 van de 17 woningeigenaren) troffen woningeigenaren één maatregel, namelijk vervanging van glas. In enkele gevallen zijn (ook) zonnepanelen geplaatst of vervangen en is de cv-installatie ingeregeld. We hebben de CO2-reductie ingeschat van deze pilot, waarbij we zijn uitgegaan dat één coach per jaar 35 woningen bezoekt, waarvan 16 woningeigenaren overgaan tot het vervangen van glas. Voor de energiebesparing als gevolg van de vervanging van glas, zijn we uitgegaan van monumentenglas of voorzetglas. De isolatiewaarde van voorzetglas is ongeveer gelijk aan dubbelglas. Monumentenglas heeft een iets betere isolatiewaarde (Regionaal energieloket, 2023). We hebben aangenomen dat de energiebesparing ongeveer gelijk is aan de energiebesparing bij het plaatsen van dubbelglas. Daarmee komen we op 180 m3 besparing per woning (Milieu Centraal, 2022). Tabel 28 geeft de emissiereductie van de monumentencoach weer.