CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

24-159 Bijlage 4. Bestemmingsplan Mortiere Fase 13 – toelichting

Commissie Ruimte 9 december 2024, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Bestemmingsplan Mortiere Fase 13 (24-159 RM)14.205 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN MORTIERE FASE 13 vastgesteld

ruimte voor ideeën

Mortiere fase 13

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende regelingen 1.4 Leeswijzer

3 3 3 4 4

Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Gemeentelijk beleid

5 5 6 7

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke analyse plangebied 3.1 Historische beschrijving 3.2 Ruimtelijke structuur en opbouw 3.3 Ruimtelijke kenmerken deelgebied

11 11 11 11

Hoofdstuk 4 Projectbeschrijving 4.1 Programma 4.2 Structuur 4.3 Inrichting openbare ruimte

13 13 13 13

Hoofdstuk 5 Sectorale aspecten 5.1 Toetsing aan mer-wetgeving 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Stikstof 5.5 Bedrijven en milieuhinder 5.6 Externe veiligheid 5.7 Bodem 5.8 Water 5.9 Ecologie 5.10 Archeologie en cultuurhistorie 5.11 Bezonningsstudie 5.12 Eindconclusie

17 17 18 21 23 24 24 28 29 31 35 36 36

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Inleiding 6.2 Gehanteerde bestemmingen

37 37 38

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

39 39 39

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

2 - 40

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Om de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk in Middelburg mogelijk te maken, heeft de gemeente Middelburg op 7 juli 2003 het bestemmingsplan Mortiere vastgesteld. Op 7 juli 2014 is ter actualisatie het bestemmingsplan 'Mortiere' vastgesteld (na gerechtelijke uitspraak over de vaststelling van het plan in juni 2013). Dit verving het bestemmingsplan Mortiere (2003) en alle vastgestelde uitwerkingsplannen. In de huidige situatie is er voor de locatie de bestemming Wonen - Uit te werken opgenomen. Inmiddels worden voor dit deel van de wijk Mortiere, fase 13, ook plannen gemaakt en dient er een plan met bouwmogelijkheden te worden opgesteld waarin de ontwikkeling van maximaal 56 woningen wordt mogelijk gemaakt. Er wordt voor deze fase geen gebruik gemaakt van de uitwerkingsmogelijkheid in het vigerende bestemmingsplan Mortiere, omdat het maximaal toegestane aantal woningen binnen deze uitwerkingsmogelijkheid (1380) niet voldoende ruimte biedt voor de ontwikkeling van fase 13. Met de in recent opgestelde uitwerkingsplannen (fase 11 en 12) en het in procedure zijnde uitwerkingsplan (fase 6b) is dit aantal bijna bereikt. Daarom is ervoor gekozen de 56 woningen van fase 13 in een bestemmingsplan mogelijk te maken, maar wordt verder voor alle regels en mogelijkheden aangesloten op het vigerende bestemmingsplan Mortiere.

Het bestemmingsplan heeft betrekking op het plangebied aangeduid in de afbeelding in paragraaf 1.2.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen binnen de wijk Mortiere in de gemeente Middelburg. Het plangebied ligt in het noorden van het plan Mortiere. Op onderstaande afbeeldingen is de ligging weergegeven.

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

3 - 40

Afbeelding ligging plangebied met begrenzing (bron Cyclomedia)

1.3 Vigerende regelingen Het vigerende bestemmingsplan is getiteld 'Mortiere', en is vastgesteld op 25 juni 2013. Binnen dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming Wonen - Uit te werken met een aanduiding 'gestapeld' en de aanduiding geluidzone industrie. In paragraaf 1.1 Aanleiding staat omschreven waarom voor dit plangebied een bestemmingsplan is opgesteld in plaats van een uitwerkingsplan.

1.4 Leeswijzer Het bestemmingsplan is opgesteld binnen de beleidskaders van het bestemmingsplan 'Mortiere'. Daarnaast is er voorzien in een korte beleidsverantwoording in Hoofdstuk 2 Beleidskader. Hoofdstuk 3 Ruimtelijke analyse plangebied geeft een analyse van de huidige situatie. In Hoofdstuk 4 wordt een beschrijving gegeven van het stedenbouwkundig ontwerp. Vervolgens vindt in Hoofdstuk 5 de toetsing aan de voor het plan relevante (milieu)aspecten plaats. Hoofdstuk 6 Juridische planopzet geeft een beschrijving van de juridische regeling zoals deze is opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Tenslotte wordt in Hoofdstuk 7 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan toegelicht en de uitkomsten van vooroverleg en inspraak.

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

4 - 40

Hoofdstuk 2

Beleidskader

2.1 Rijksbeleid 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vastgesteld op 11 september 2020, is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en Afwentelen wordt voorkomen. Specifiek beleid ten aanzien van het planvoornemen is niet opgenomen, daarom wordt de Nationale Omgevingsvisie niet nader toegelicht. Omgevingsvisies hebben op zichzelf geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de omgevingsvisie die juridische borging vragen worden daarom geborgd in de AMvB Ruimte. Deze AMvB wordt aangeduid als het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze AMvB is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. In het Barro zijn verschillende bepalingen opgenomen, o.a.

ten aanzien van Rijksvaarwegen, hoofdwegen en - spoorwegen. Er zijn geen bepalingen die direct betrekking hebben op het plangebied. De onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie van 56 woningen binnen het bestemmingsplan Mortiere fase 13, in de gemeente Middelburg. Het plangebied heeft geen directe relatie met één van de thema's of bepalingen uit het Barro. Voor het plan zijn er ten aanzien van dit beleidsonderdeel geen knelpunten.

2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Stec heeft een rapport opgesteld om dit plan te onderbouwen aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Dit rapport is als Bijlage 1 bijgevoegd. In deze Ladderonderbouwing wordt ingegaan op het feit dat het een nieuw stedelijke ontwikkeling is in bestaand stedelijk gebied en wordt de woningbehoefte onderbouwd, zowel kwantitatief als kwalitatief. Uit de laddertoetsing blijkt dat: We taxeren dat het plangebied binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Middelburg ligt, vanwege de vigerende bestemming (‘wonen’) en omdat het plangebied volledig omsloten is door stedelijke functies (waaronder wonen en sport). In de primaire marktregio (gemeente Middelburg) is een vraag naar 2.020 woningen tussen 2023 en 2033. Het harde planaanbod kan voorzien in 1.330 woningen. Er resteert dan een behoefte aan 690 woningen. Hierin kunnen de 56 woningen in dit plan voorzien. In de secundaire marktregio (regio Walcheren) is een vraag naar 4.550 woningen tussen 2023 en 2033. Het harde planaanbod kan voorzien in 2.265 woningen. Er resteert dan een behoefte aan 2.285 woningen. Hierin kunnen de 56 woningen in dit plan voorzien. De appartementen in dit plan voorzien naast de kwantitatieve behoefte ook in een kwalitatieve vraag naar meer appartementen/nultredenwoningen in de primaire en secundaire marktregio.

Op basis van bovenstaande taxeren we dat het plan Mortiere fase 13 voldoet aan de Ladder.

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

5 - 40

2.2 Provinciaal beleid 2.2.1 Omgevingsplan Zeeland Op 21 september 2018 hebben Provinciale Staten het omgevingsplan Zeeland 2018 vastgesteld. Het Omgevingsplan vormt op het gebied van de fysieke leefomgeving het provinciale beoordelingskader voor medeoverheden, organisaties en burgers binnen de kaders en spelregels die wettelijk zijn vastgesteld. Het is van provinciaal belang dat de Zeeuwse steden de sociaaleconomische motor blijven van de Provincie. Woningbouw Bij woningbouw staan de ruimtelijke doelen van bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik hoog op de agenda. Het is van provinciaal belang dat Zeeuwse steden de sociaaleconomische motor blijven van de provincie. Gezien de ruimtelijke doelen, de klimaat en demografische opgave, de uitgangssituatie van de woningvoorraad en de toekomstverwachtingen, is woningbouwbeleid essentieel. De locatie Mortiere en daarmee ook het plangebied liggen binnen 'Bestaand bebouwd gebied'. Toetsing Met het voorliggende bestemmingsplan worden 56 woningen gerealiseerd. Door deze woningen te realiseren in de wijk Mortiere wordt nadere invulling gegeven aan het criterium zorgvuldig ruimtegebruik. Mortiere is de omvangrijkste woningbouwlocatie in Middelburg.

Afbeelding; ligging plangebied binnen bestaand stedelijk gebied, kaart provincie Zeeland Met het voorliggende bestemmingsplan worden 56 woningen gerealiseerd. Door deze woningen te realiseren in de wijk

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

6 - 40

Mortiere wordt nadere invulling gegeven aan het criterium toekomstbestendige en bereikbare woon- en verblijfsomgeving door nieuwbouwwoningen te bouwen. Mortiere is de omvangrijkste woningbouwlocatie in Middelburg. Naast het Omgevingsplan is ook de Provinciale Omgevingsverordening van kracht. De omgevingsverordening bevat provinciale regels over de fysieke leefomgeving die voor iedereen gelden. Er zijn geen die specifiek voor het plangebied gelden. De Provinciale Omgevingsverordening wordt verder niet toegelicht.

2.2.2 Zeeuwse omgevingsvisie Op 12 november 2021 hebben Provinciale Staten van Zeeland de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategisch langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de volle breedte van de leefomgeving en alle andere onderwerpen die van belang zijn voor de toekomst van Zeeland. De provincie heeft dit vertaald naar vier ambities. 1. Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland: 2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied 3. Een duurzame en innovatieve economie 4. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland Het planvoornemen draagt o.a. bij aan de eerste ambitie. Uitstekende wonen, werken en leven in Zeeland. In 2050 is er voor ieder een passende woning beschikbaar, in een omgeving waar je je veilig voelt en waarin gezond wordt geleefd. De woonomgeving draagt bij aan biodiversiteit en is ingericht op langere droogte en op overtollig regenwater. Mobiliteit is snel, slim, veilig, schoon en betaalbaar voor zowel reiziger als overheid. De digitale bereikbaarheid is snel en goed. Het onderwijs in de provincie is goed bereikbaar, betaalbaar en van hoogstaande kwaliteit. Zeeland beschikt verspreid door de provincie over een aantal onderscheidende kleinschalige top- en kwaliteitsvoorzieningen. Met het planvoornemen worden 56 woningen mogelijk gemaakt, 42 appartementen en 14 grondgebonden woningen.

Door deze woningen te realiseren wordt een bijgedrage geleverd aan passende woningen voor iedereen. zoals ook onderbouwd is in paragraaf 2.1.2. In Hoofdstuk 5 Sectorale aspecten wordt ingegaan op o.a het aspect Water. Hiermee is het plan in lijn met de omgevingsvisie van de provincie Zeeland.

2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Herijking van de Kwaliteitsatlas De kwaliteitsatlas is een belangrijk integraal beleidsdocument van de gemeente Middelburg. In deze kwaliteitsatlas wordt een richting uitgestippeld voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. In de "Kwaliteitsatlas Middelburg 2030" (2010) wordt een beeld geschetst van een bevolkingsgroei van circa 46.000 tot 56.000 inwoners in 2030. De gemeente heeft zich aangesloten bij het provinciaal beleid om 50% van de woningbouwproductie te laten plaatsvinden binnen bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling van Mortiere past hierbinnen. Ondanks dat in de vastgestelde Herijking van de Kwaliteitsatlas in 2010 de ambitie is verlaten om te groeien naar 56.000 inwoners, blijft de bevolking van Middelburg de komende jaren wel groeien. Dit wordt aangetoond door de bevolkingsprognoses. Deze prognoses tonen ook aan dat de gemeente Middelburg geen 'krimpgemeente' is of zal worden. Verder neemt de gezinsverdunning toe en is de levensverwachting van de mensen hoger. Om dit op te vangen blijft extra nieuwbouw noodzakelijk, op zowel inbreidings- als uitbreidingslocaties. Tevens wordt in de herijkte Kwaliteitsatlas gestreefd naar gemengde en stabiele wijken. Met het bestemmingsplan Mortiere fase 13 wordt het gemengde karakter van de wijk Mortiere versterkt.

Een integrale benadering van het woonmilieu is één van de belangrijkste voorwaarden voor een kwalitatief goede stad, waardoor mensen graag in Middelburg willen (blijven) wonen.

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

7 - 40

2.3.2 Omgevingsvisie Middelburg 2050 De (ontwerp)omgevingsvisie is de opvolger van de Kwaliteitsatlas.De omgevingsvisie geeft een beeld hoe de gemeente Middelburg er in het jaar 2050 uit zou kunnen zien. Deze visie wordt door de gemeente gebruikt om de komende jaren richting te geven aan ontwikkelingen in de leefomgeving. In de visie worden 5 verschillende koersen geschetst waarop de gemeente zich gaat focussen. 1. Koester wat je hebt; 2. Werken aan evenwichtige groei; 3. Gezonde stad; 4. Compacte stad; 5. Circulaire en groene stad. Het planvoornemen sluit aan op de verschillende koersen die geschetst worden in de omgevingsvisie. Door het toevoegen van woningen wordt er gewerkt aan een evenwichtige groei van de stad. Daarop aansluitend blijft het door een evenwichtige groei een gezonde stad waarin wonen, werken en voorzieningen in balans zijn. Ook sluit het planvoornemen aan op de omgevingsvisie voor het afronden van de nieuwe woonwijk Mortiere, waardoor het bijdraagt aan een compacte stad.

2.3.3 Woningbouwprogramma Op 10 november 2022 is de nieuwe woonvisie voor de gemeente Middelburg vastgesteld. In de woonvisie beschrijft de opgave voor de komende 10 jaar. Hierbij is breder gekeken dan alleen het ‘wonen’. Er wordt ook ingegaan op bijvoorbeeld de algehele woonkwaliteit in Middelburg, duurzaamheid en wonen in combinatie met zorgverlening. De gemeente zet in op de volgende aspecten: Toekomstbestendigheid van de bestaande voorraad; Beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen; Aantrekkelijke en inclusieve nieuwbouw; Wonen zorg en welzijn; Goed wonen voor iedereen. Het planvoornemen sluit aan op verschillende aspecten die benoemd worden in de woonvisie. Het plan maakt onderdeel uit van de wijk Mortiere, wat een aantrekkelijke en inclusieve nieuwbouw wijk is, en in het plan wordt rekening gehouden met beschikbaarheid en betaalbaarheid van de woningen, door de toevoeging van appartementen, die een andere doelgroep een plek in de wijk Mortiere bieden. Prognose behoefte nieuwe woningen De Provinciale bevolkings- en huishoudensprognose 2022 geeft aan waar de behoefte is en hoe groot deze is. De regio Walcheren (waar de gemeente Middelburg onder valt) verwacht de komende 10 jaar een groei van 4676 huishouden. Naast deze positieve huishoudensontwikkeling is tevens een positieve bevolkingsontwikkeling van de gemeente Middelburg te zien in de prognose.

In de periode tot 2040 zal de bevolking met ongeveer 5.000 inwoners groeien. De huishoudensontwikkeling, de bevolkingsontwikkeling en de natuurlijke aanwas zijn positief voor de gemeente Middelburg. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat er een behoefte is aan nieuwe woningen in Middelburg. SOK De SOK is de samenwerkingsovereenkomst tussen projectontwikkelaars en de gemeente Middelburg waarin afspraken zijn vastgelegd over de ontwikkeling van Mortiere. In de SOK is afgesproken om het aantal woningen voor heel Mortiere te verhogen van 1380 naar 1443. Met deze verhoging is de ruimte geboden voor de extra woningen in fase 13. Onderdeel van deze afspraak in de SOK is dat voor een deel van de gronden onder de hoogspanningsleiding bij fase 3d en 5a de woonbestemmings komt te vervallen. Voor deze wijziging van de bestemming wordt een partiële herziening van het bestemmingsplan Mortiere opgesteld en deze doorloopt een separate procedure.

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

8 - 40

2.3.4 Toetsing ladder voor duurzame verstedelijking Zoals in paragraaf 2.1.2 is aangegeven is er door STEC een ladder onderzoek uitgevoerd. Dit rapport is als Bijlage 1 bijgevoegd. In deze Ladderonderbouwing wordt ingegaan op het feit dat het een nieuw stedelijke ontwikkeling is in bestaand stedelijk gebied en wordt de woningbehoefte onderbouwd, zowel kwantitatief als kwalitatief. In het onderzoek wordt gesteld dat het plan Mortiere fase 13 voldoet aan de Ladder.

2.3.5 Groenbeleidsplan 2016-2026 Het doel van het groenbeleidsplan is om een duurzame groenstructuur te behouden en te ontwikkelen en een kader te bieden voor de gewenste onderhoudskwaliteit van het openbaar groen. De uitgangspunten zijn vastgelegd in beleidsuitspraken over ruimtelijke opbouw, ecologie, spelen en veiligheid in het groen en beheer. Voor belangrijke vraagstukken voor het groen geeft het groenbeleid richtlijnen. De gemeentelijke hoofdgroenstructuur en de ecologische structuur vormen het robuuste raamwerk voor het groen en dienen beschermd te worden. De waardevolle bomen verdienen bescherming. Het groenbeleidsplan geeft richtlijnen voor de inrichting van nieuwe gebieden, zoals Mortiere, voor goed opgebouwde en duurzame groenvoorzieningen die efficiënt te beheren zijn.

Afbeelding groenstructuur In het groenstructuurplan (zie afbeelding) wordt ingegaan op de groenstructuur Dauwendaele (inclusief Mortiere). Belangrijk onderdeel van de groenstructuur is het Ella Fitzgeraldpark centraal in de wijk Mortiere, dat een recreatieve functie vervult voor de wijk. Het nieuwe park met een oppervlakte van 7,3 hectare wordt niet nader besproken in het groenstructuurplan.

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

9 - 40

2.3.6 Mobiliteitsplan: Fietsvriendelijke gemeente Gemeente Middelburg streeft ernaar een fietsvriendelijke stad te worden. Zo is in het Mobiliteitsplan opgenomen dat de fietser moet kunnen concurreren met de automobilist. Ook in de Kwaliteitsatlas krijgt de fietser voorrang. Dit kan o.a. door in nieuwe wijken 30km/u in te voeren, korte snelle verbindingen voor de fiets na te streven, extra doorsteekjes/ fietsverbindingen te maken en te zorgen voor voldoende fietsparkeermogelijkheden bij maatschappelijke voorzieningen.

2.3.7 Duurzaamheidsbeleid De gemeenteraad heeft de Middelburgse Visie Milieu (MVM) 2019-2025 vastgesteld. In de MVM is het duurzaamheidsbeleid opgenomen. Het separaat vastgestelde klimaatbeleid 'Op weg naar een energieneutraal Middelburg in 2050' met bijhorende route kaart voor is hier in opgenomen. De MVM heeft betrekking op alle milieu thema's. In dit kader zijn met name de thema´s klimaat en energie, duurzaam bouwen en wonen, groen in de woonomgeving en ruimtelijke ordening relevant. De belangrijkste ambities en doelstellingen die voor een plan relevant zijn en uitgangspunt moeten zijn worden hierna genoemd. Het belangrijkste doel is om te komen tot een gezonde, duurzame samenleving en leefomgeving en een duurzame ontwikkeling van de gemeente. Daarbij voorzien in de behoeften van de huidige generaties, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties te beperken om gezond en goed te kunnen leven. De gemeente Middelburg heeft als doel volledig energieneutraal te zijn. De streefdatum om dit te realiseren is 2050 en indien de (financiële) omstandigheden gunstig zijn zo mogelijk eerder, met als doel de toename van het broeikaseffect tegen te gaan, de economische positie te handhaven en de beschikbaarheid van energie te waarborgen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een duurzame (economisch) gezonde samenleving.

Energieneutraal en duurzaam bouwen is het uitgangspunt bij nieuwbouw; Er wordt aangehaakt op het duurzaamheidsbeleid van de gemeente: Geen engergiekosten: Nul op de meter woningen is uitgangspunt. Energieneutraal als NOM aantoonbaar niet haalbaar is. Extreme neerslag en droogte bestendig: Duurzaam, gezond, veerkrachtig watersysteem creëren Geen gebrek aan grondstoffen: Circulariteit en duurzaamheidsaspecten meenemen in alle fasen van een ontwikkeling. Bestand tegen klimaatverandering: Klimaatadaptatie betrekken bij de manier waarop de woningen worden gesitueerd/gebouwd. Gezond en duurzaam vervoer: Stimuleren van het gebruik van duurzaam vervoer. Gezonde groene leefomgeving: Stimuleren van biodiversiteit, groene en ecologische omstandigheden, stimuleren gebruik van inheemse soorten. Gevoel van identiteit: Lokale identiteit benutten en versterken. Gezonde luchtkwaliteit: Geen lokale uitstoot van fijn stof.

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

10 - 40

Hoofdstuk 3

Ruimtelijke analyse plangebied

3.1 Historische beschrijving De wijk Mortiere ligt op het voormalige eiland Walcheren. De opbouw van het gebied Walcheren is vooral bepaald door het van oudsher stijgen en dalen van de zeespiegel en de daarmee samenhangende overstromingen. In relatie daarmee heeft afwisselend veenvorming en zeeklei-afzetting plaatsgevonden. In de veen- en kleipakketten is door herhaaldelijke overstromingen een kreken- en geulenstelsel ontstaan. In de kreken is, als gevolg van de getijdenbeweging, zand afgezet. Door inklinking van het veen zijn de verzande kreken uiteindelijk hoger in het landschap komen te liggen (kreekruggen). Vanaf de 11e eeuw tot in de 19e eeuw heeft indijking van slikken en schorren plaatsgevonden. De gemiddelde hoogteligging binnen de wijk Mortiere was voor de realisatie 0,5 m onder N.A.P. Het bodempatroon van Mortiere is cultuurhistorisch en landschappelijk te plaatsen onder de Oudlandgebieden. Het oude zeekleilandschap van het Oudland Mortiere vertaalt zich in een poelgebied omgeven door kreekruggen. Ter plaatse van de gedempte loop van de Oude Haven is het vlakke plaatgebied het kenmerkende bodempatroon. Deze is evenwijdig aan de N57 gelegen. Karakteristiek voor de zuidoostrand van Mortiere, ter plaatse van de Trekdijk, is de omslag van landschap en bodempatroon. Deze vormt de scheidslijn tussen de Oudlandse en Nieuwlandse gronden.

Voordat Mortiere werd gerealiseerd, werden de kreekruggen en kleiplaatgronden gekenmerkt door akkerbouw. In de laaggelegen gebieden waren de gronden veelal in gebruik bij rundveehouderijbedrijven.

3.2 Ruimtelijke structuur en opbouw De opzet van het stedenbouwkundig plan voor het woongebied Mortiere is gebaseerd op een compositie van "zichtlijnen", "decors" en "coulissen". De grotere openbare ruimtes in het woongebied (het park, de plantsoenen en pleinen) worden ontworpen als formele ruimtes, zogenoemde "stedelijke kamers". Dit zijn omsloten ruimten met een zekere wandvorming (decors) en een interieur. De routes en zichtlijnen zijn voorzien van oriëntatiepunten door opvallende plaatsing en vormgeving van bebouwing. Aan het eind van een langgerekte stedelijke ruimte - een straat, een plein, een park of plantsoen - is het beeld verzorgd. Dit wordt gedaan door een evenwichtige, vaak symmetrische, opstelling van een woning of dubbele woning, en soms door een accent in het bouwvolume. Aan het eind van een zichtlijn is er altijd een blikvanger. Dit wordt gevormd door hogere bebouwing of een hoger deel van de bebouwing, of opvallende bebouwing in een afwijkende vorm. In dit bestemmingsplan Mortiere fase 13 zijn meerdere accenten opgenomen. Het grootste accent in fase 13 bevindt zich op een belangrijke hoek voor Mortiere, de entree van de wijk. In het bestemmingsplan Mortiere staat hier de mogelijkheid opgenomen voor een appartementengebouw (aanduiding 'gestapeld').

Deze plek is passend voor een appartementengebouw omdat het een belangrijke plek is binnen Mortiere, de entree van de wijk. Ook de ruimte rondom de locatie vanwege de golfbaan en de ruime profielen maakt een appartementengebouw hier passend. Door de hoogte en de ligging bij de entree is het gebouw een accent voor de wijk als geheel. In aansluiting op de bestaande bebouwing is ervoor gekozen dat het hoogteaccent op enige afstand komt te staan van de Jazzroute. Ook is er een kleiner accent voorzien in de zichtlijn van de Miles Davisstraat.

3.3 Ruimtelijke kenmerken deelgebied Het deelgebied wordt uitgewerkt binnen de ruimtelijke kaders van het stedenbouwkundig plan van Mortiere. De stedenbouwkundige opzet sluit aan op de opzet van dit deel van de wijk, met een variatie van vrijstaande woningen, tweekappers, geschakelde woningen en een enkele korte rij in aansluiting op de ruime verkaveling van fase 5c en fase 11 en 12. Het appartementengebouw op de hoek Jazzroute-Mozartlaan vormt het entree-accent van de wijk. Dit wordt in paragraaf 4.2 verder beschreven.

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

11 - 40

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

12 - 40

Hoofdstuk 4

Projectbeschrijving

De wijk Mortiere is functioneel behoorlijk homogeen. De meest voorkomende functie is wonen. Ook binnen het plangebied van Mortiere fase 13 worden alleen woningen mogelijk gemaakt. De toevoeging van appartementen zorgt wel voor een diversificatie van het woningbouwprogramma in de wijk. Ten behoeve van de inrichting zijn de bestemmingen groen, tuin, verkeer, water en wonen opgenomen.

4.1 Programma In dit bestemmingsplan worden 56 woningen mogelijk gemaakt, 42 appartementen en 14 grondgebonden woningen. Dit is het maximaal aantal woningen dat binnen dit bestemmingsplan gebouwd kan worden. De grondgebonden woningen bestaan uit vrijstaande woningen, tweekappers, geschakelde woningen en enkele rijwoningen. Met dit programma wordt aangesloten op het programma in de wijk met variatie aan verschillende woningtypen, zoals ook in de fases 5c, 11 en 12 zijn en worden gerealiseerd. De woningen zijn maximaal 3 lagen met kap, hier en daar voorzien van een accent, waarbij een hogere goothoogte is toegestaan. Op de hoek Jazzroute-Mozartlaan wordt een appartementengebouw mogelijk gemaakt. Dit is in programma een aanvulling op het homogene grondgebonden programma in Mortiere. In het appartementengebouw worden bijvoorbeeld woningen voor senioren en starters mogelijk gemaakt. Ook wordt hiermee voldaan aan de grote vraag naar nultrede woningen binnen Middelburg. Het appartementengebouw is in de basis maximaal 13 meter hoog met een toren van maximaal 37,5 meter hoog. In de verbeelding zijn bouwstroken en bouwvelden aangegeven, in plaats van de specifieke woningen.

Door deze systematiek kan er afhankelijk van de marktomstandigheden bij de uitvoering van het plan nog geschoven worden met woningen of voor een ander woningtype worden gekozen (met behoud van voldoende parkeerplaatsen voor het geplande woningbouwprogramma, zie paragraaf 4.3.2) en het maximale aantal van 56 woningen.

4.2 Structuur Het plangebied ligt aan de entree van de wijk Mortiere, de Mozartlaan, en de ontsluitingsroute Jazzroute. Deze straat is voor dit deel van de wijk een belangrijke ontsluitingsroute en maakt onderdeel uit van de hoofdontsluiting van Mortiere. De straat kenmerkt zich door een variatie aan woningtypen aan beide zijden met diepe voortuinen en verspringende rooilijnen. Verder wordt het plangebied ontsloten door de woonstraat Duke Ellingtonstraat. Het plangebied is een smalle strook die aan de achterzijde grenst aan breed water en de golfbaan. Daarmee heeft het plangebied veel ruimte om zich heen. Het appartementengebouw vormt het accent van de entree van de wijk, vanwege de ligging op de kruising Jazzroute-Mozartlaan. De Mozartlaan vormt één van de drie entrees van de wijk Mortiere en vanuit de N57 de meest directe. In de zichtlijn vanuit de Miles Davisstraat is een woning als accent aangeduid. De woningen oriënteren zich altijd op openbare ruimte. De woningen op hoeken hebben een tweezijdige oriëntatie.

4.3 Inrichting openbare ruimte De openbare ruimte in deze fase is ingericht volgens de standaardprofielen, waarmee in Mortiere wordt gewerkt. De Jazzroute is een continuering van het standaard profiel van de hoofdontsluiting en is ruim van opzet met een wadi aan één zijde en met ruimte voor groen met bomen aan de andere kant, met hiertussen enkele parkeerplaatsen. Ook de andere straten, Duke Ellingtonstraat en Mozartlaan zijn een continuering van bestaande profielen. Binnen dit bestemmingsplan zijn ook nog delen als groen en water bestemd om de bijbehorende openbare ruimte juist te

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

13 - 40

bestemmen in aansluiting op het bestemmingsplan Mortiere of naastgelegen uitwerkingsplannen. Deze delen van de openbare ruimte hebben in het huidige bestemmingsplan ook nog de bestemming Wonen - Uit te werken.

4.3.1 Verkeer De Mozartlaan is één van de drie entrees voor Mortiere en vanaf de N57 de meest directe. Deze weg is dus heel belangrijk voor de bereikbaarheid van Mortiere. Ter plaatse van het plangebied heeft de weg een maximale snelheid van 30 km/uur, maar verderop wordt de maximale snelheid van de Mozartweg 50 km/uur. Langs het plangebied loopt de Jazzroute, dit is onderdeel van de hoofdontsluitingsweg van Mortiere. Meer naar het zuidoosten ligt het plangebied aan de woonstraat Duke Ellingtonstraat, deze sluit aan op de Jazzroute. Het fietsverkeer maakt gebruik ook gebruik van dezelfde ontsluitingswegen. Voor de voetgangers zijn er stoepen langs de wegen.

4.3.2 Parkeren Voor de ontwikkeling van fase 13 moet een parkeerbalans opgesteld worden op basis van de parkeernormen die opgenomen zijn in het bestemmingsplan 'Mortiere'. Hier is uitgegaan van de parkeernormen uit de ASVV 2004, van het CROW. Hierin is de parkeervraag in het openbaar gebied vastgesteld voor de verschillende woningtypen. Het uitgangspunt hierbij is dat Middelburg een sterk stedelijk gebied is en dat Mortiere tot de rest van de bebouwde kom behoort. In het bestemmingsplan 'Mortiere' zijn de volgende regels opgenomen met betrekking tot de parkeernormen: 1. woningen duur minimaal 1,9 en maximaal 2,1 parkeerplaatsen per woning; 2. woningen middelduur minimaal 1,7 en maximaal 1,9 parkeerplaatsen per woning; 3. woningen goedkoop minimaal 1,4 en maximaal 1,7 parkeerplaatsen per woning; Deze normen uit het bestemmingsplan 'Mortiere' vormen het uitgangspunt voor de toekomstige parkeerbalans voor fase 13. De normen zijn in alle andere plannen gespecificeerd (geen bandbreedte) tot de volgende normen: goedkoop 1,7 midden 1,7 duur 2 Met een specificatie in de norm voor appartementen: middeldure appartementen 1,8 sociale appartementen 1,55 Toegepaste parkeernormen en verrekening privéparkeerplaatsen De parkeerplaatsen op eigen terrein tellen niet volledig mee, maar worden verrekend op basis van berekeningsaantallen van de verschillende parkeersituaties op eigen terrein.

Omdat deze parkeerplaatsen niet uitwisselbaar zijn en mensen geneigd zijn niet altijd alle auto's op de oprit te stallen is het theoretisch aantal parkeerplaatsen op eigen terrein altijd hoger dan het praktisch (berekenings-) aantal. Deze verrekening tussen de norm en de parkeerplaatsen op eigen terrein bepaalt uiteindelijk de parkeervraag van een woning in het openbaar gebied. parkeersituatie theoretisch aantal berekeningsaantal a enkele oprit zonder garage 1 0,8 b lange oprit zonder garage 2 1 c dubbele oprit zonder garage 2 1,7 d garage zonder oprit 1 0,4 e garagebox (niet bij woning) 1 0,5 f enkele oprit met garage 2 1 g lange oprit met garage 3 1,3 h dubbele oprit met garage 3 1,8 De parkeerplaatsen in een parkeerkoffer bij het appartementengebouw zijn collectief en tellen volledig mee in de

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

14 - 40

parkeerbalans. Parkeerbalans Voor fase 13 is nog geen parkeerbalans opgesteld. Op basis van het uiteindelijke plan zal deze opgesteld moeten worden met bovenstaande normen en berekeningsaantallen. Hiervoor is in de regels in 7.2 Bouwregels opgenomen dat alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden, inzichtelijk moet worden gemaakt dat wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen, waarbij de gestelde parkeernormen in acht moeten worden genomen. Hierbij zal in overleg met de gemeente gekeken worden naar de mogelijkheden voor dubbelgebruik en de toepassing van deelmobiliteit.

4.3.3 Groen en Water Naast de groene profielen in de wegen met wadi's, groenstroken en bomen is er één grotere groene plek opgenomen in dit deelgebied. Aan de Duke Ellingtonstraat op de rand van Mortiere ligt het groene Ovaal. Deze groenplek vormt een zichtplek richting de golfbaan en een speelplek voor dit deel van de wijk. Een klimaatadaptieve inrichting zorgt voor extra waterberging en een interessante speel- en ontmoetingsplek. In het plangebied is ook nog het laatste stukje van de Mannezeese Watergang opgenomen met de bestemmingen Groen en Water. Dit water is een belangrijke zichtlijn en structuurlijn in de wijk Mortiere.

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

15 - 40

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

16 - 40

Hoofdstuk 5

Sectorale aspecten

5.1 Toetsing aan mer-wetgeving Plannen en activiteiten kunnen nadelige gevolgen hebben voor het milieu. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage is geregeld dat in zulke gevallen een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Er is een m.e.r.-plicht voor plannen (planMER) en een m.e.r.-plicht voor besluiten. Een plan is m.e.r.-plichtig als het plan kaders stelt voor m.e.r.-plichtige activiteiten. Een bestemmingplan (of uitwerkingsplan) kan plan m.e.r.-plichtig zijn. Daarnaast kan een plan ook m.e.r.-plichtig zijn als er een concreet (bouw)plan ter uitvoering ligt. Het Besluit m.e.r. bestaat uit een hoofddeel en vier bijlagen. De vier bijlagen staan aangeduid als de onderdelen A, B, C en D: Onderdeel A bevat de omschrijving van diverse begrippen die in het Besluit m.e.r. genoemd worden. Onderdeel B is reeds vervallen. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het doorlopen van een m.e.r. verplicht is. Onderdeel D bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is. Onderdeel C van het Besluit m.e.r. wijst de activiteiten en gevallen aan waarvoor een directe m.e.r.-plicht geldt. In dit onderdeel staan de activiteiten benoemd die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Onderdeel D van het Besluit m.e.r.

bevat grotendeels dezelfde activiteiten als onderdeel C. Een belangrijk verschil zit in de gevallen (kolom 2) waarop de activiteit betrekking heeft. De drempelwaarden die in 'kolom 2' gevallen' aangegeven staan, zijn in onderdeel D lager dan in onderdeel C. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer zijn voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Het maakt daarvoor niet uit of het een activiteit onder of boven de D-drempel betreft. Voorafgaand aan de vergunningaanvraag of de ruimtelijke procedure dient een aparte beslissing te worden genomen dat geen MER nodig is. Voor de initiatiefnemer geldt dat hij moet melden dat er sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling en er geldt dat hij hiervoor informatie moet aanleveren. Het bevoegd gezag moet vervolgens een formeel besluit nemen dat de initiatiefnemer bij zijn vergunningaanvraag moet voegen. De nieuwe procedure is uitsluitend van toepassing op projecten die voorkomen in het Besluit m.e.r. Indien kan worden aangetoond dat het project geen onderdeel uitmaakt van onderdeel C of D van het Besluit m.e.r., dan is de nieuwe procedure niet van toepassing. In de bijlage van het Besluit m.e.r.

is aangegeven welke activiteiten in het kader van het de ruimtelijke onderbouwing plan-m.e.r.-plichtig (onderdelen C en D), project-m.e.r.-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is in categorie D (11.2), de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. De drempelwaarde voor een formele m.e.r.-beoordeling in het Besluit m.e.r. ligt op: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het planvoornemen ligt ruimschoots onder de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. en is daarmee niet rechtstreeks plan-m.e.r.-, project-m.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig. Omdat het planvoornemen wel een activiteit betreft zoals genoemd in lijst D is een vormvrije m.e.r. beoordeling nodig. Vormvrije m.e.r. beoordeling 1. Kenmerken van het project De omvang van het project betreft het realiseren van 56 woningen, deze activiteit zit ruim onder de drempelwaarden van 2000 woningen.

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

17 - 40

2. Plaats van het project Het plangebied ligt in een in aanbouw zijnde woonwijk in stedelijk gebied in de gemeente Middelburg. 3. Samenhang met andere activiteiten Het voorgenomen plan hangt niet samen met andere activiteiten. 4. Kenmerken potentiële effecten Uit de beoordelingen van de aspecten, verkeer (paragraaf 4.3.1), geluid (paragraaf 5.2), luchtkwaliteit (paragraaf 5.3), Stikstof (paragraaf 5.4), bedrijf - milieuzonering (paragraaf 5.5), externe veiligheid (paragraaf 5.6), bodem (paragraaf 5.7), water (paragraaf 5.8), ecologie (paragraaf 5.9) en archeologie (paragraaf 5.10), en blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor het planvoornemen. De nieuwe ontwikkeling in het plangebied leidt niet tot belangrijke milieugevolgen. Er is geen sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Conclusie Op basis van de voorgaande vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt geconcludeerd, gelet op de aard en relatieve omvang van het project, de plaats hiervan en de kenmerken van de potentiële effecten, dat er geen negatieve milieugevolgen aan de orde zijn. Daarmee hoeft er geen m.e.r.-procedure te worden doorlopen.

5.2 Geluid 5.2.1 Wettelijk kader Bij het opstellen van een ruimtelijk plan dient, in verband met de relatie tussen de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet geluidhinder (Wgh), inzicht te worden geboden in de relevante geluidsaspecten. De Wgh stelt eisen aan de maximaal toegestane geluidsbelasting ten gevolge van de aanleg van een nieuwe weg en de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer industrie, wegverkeer en spoorwegverkeer. De wet richt zich vooral op de bescherming van de burger in zijn woonomgeving en bevat bijvoorbeeld normen voor de maximale geluidsbelasting op de gevel van een huis. Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder in werking getreden. Hierin is de bevoegdheid voor het verlenen van een hogere waarde neergelegd bij Burgemeester en Wethouders. Dat betekent dat het 'hogere-waarde besluit' niet langer ter goedkeuring aan Gedeputeerde Staten hoeft te worden voorgelegd. Voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai stapt de wetgever nu over op de Europese dosismaat Lden (staat voor day- evening- night). In de wet wordt Lden aangegeven in decibel (dB). Voor geluidgevoelige functies zoals woningen geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeer en 55 dB voor spoorwegverkeer.

Bij de bouw van de woning dient de gevelisolatie van de betrokken woning zodanig te worden ontworpen, dat voor de binnenwaarde kan worden voldaan aan de eisen uit het bouwbesluit. Hierin staat geregeld dat de binnenwaarde maximaal 33 dB mag bedragen. Indien niet aan de voorkeursgrenswaarden wordt voldaan kan door bevoegd gezag (Burgemeester en wethouders) een hogere grenswaarde worden vastgesteld, voor woningen. In het buiten stedelijk gebied (buiten bebouwde kom) geld een maximum te verlenen ontheffingswaarde Lden van 53 dB(A) (Wgh art. 83, lid 1). De uiterste grenswaarde ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de N57 bedraagt 53 dB. Voor de overige (Schietbaan, Torenweg en de nieuwe toegangsweg Mortiere) bedraagt de uiterste grenswaarde 63 dB. De 30 km/uur-wegen hebben op basis van de Wgh geen geluidszone. De voorkeursgrenswaarde wordt als richtwaarde beschouwd en de uiterste grenswaarde geldt als maximaal aanvaardbare waarde.

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

18 - 40

5.2.2 Onderzoek wegverkeerslawaai Door Buro DB is een akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd (d.d. 11 juli 2023). Dit onderzoek is als Bijlage 2 toegevoegd. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de bouwvlakken in de plankaart, omdat er nog geen uitgewerkt plan is om te berekenen. Hiermee zijn de maximale bouwmogelijkheden beoordeeld. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat ter plaatse van de nieuwbouw van het plan de geluidsbelasting van de Mozartweg voldoet aan de wettelijke norm en de geluidsbelasting van de 30 km/uur-wegen voldoet aan de grenswaarde voor een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat. De te verwachten geluidsbelasting van de rijksweg N57 overschrijdt de wettelijke norm bij zowel de appartementen als bij de grondgebonden woningen van het plan. De maximale geluidsbelasting is 53 dB. Daarmee wordt de maximale ontheffingswaarde niet overschreden. Het treffen van geluidsbeperkende maatregelen voor het geluid vanaf de rijksweg N57 kan voor plan Mortiere Fase 13 worden beoordeeld als niet doelmatig. Het treffen van gebouwgebonden maatregelen wordt vanwege de onevenredige inbreuk op het woongenot van de nieuwe woningen afgeraden. Aanbevolen wordt om voor de woningen en appartementen van het plan ontheffing van een hogere waarde te laten vaststellen. Het gaat om een waarde van 53 dB.

Met ontheffing van een hogere waarde voor het geluid van de rijksweg N57 tot 53 dB voor alle grondgebonden woningen en appartementen van het plan, kan de nieuwbouw, vanuit het oogpunt van geluid, volgens plan worden gerealiseerd. Conclusie Voor de Mozartweg en omliggende 30 km/uur-wegen wordt voldaan aan de wettelijke norm geluidsbelasting en de grenswaarde voor een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat. De geluidsbelasting van de N57 overschrijdt de wettelijke norm, maar blijft onder of gelijk aan de maximale geluidsbelasting van 53 dB. Aanbevolen wordt om voor de woningen en appartementen van het plan ontheffing van een hogere waarde te laten vaststellen zodat het plan vanuit het oogpunt van geluid, volgens plan worden gerealiseerd.

5.2.3 Onderzoek Industrielawaai In opdracht van de gemeente Middelburg heeft de RUD Zeeland heeft het industrielawaai ten gevolgde van industrieterrein Arnestein berekent. De geluidsberekeningen zijn uitgevoerd ten behoeve van het vaststellen van hogere waarden ter plaatse van het bouwvlak in dit bestemmingsplan voor fase 13. Deze berekeningen vormen de basis voor de vast te stellen hogere waarden. De notitie is als Bijlage 3 bijgesloten. Conclusie In het onderzoek is gekeken naar de beschikbare geluidruimte. Op basis van het maatgevende zonepunt, bij dit project zonepunt 7, blijkt dat er nog circa 1,3 dB geluidruimte is. Om die reden is bij de berekende niveaus 1,3 dB opgeteld. In onderstaande tabel zijn de resultaten weergegeven inclusief de beschikbare ruimte van 1,3 dB(A), waarbij is afgerond naar hele getallen. Deze waarden liggen lager dan de grenswaarde van 55 dB(A). Wel is het verlenen van hogere waarden noodzakelijk. Gezien het huidige Bouwbesluit moet de minimale geluidwering 20 dB bedragen.

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

19 - 40

5.2.4 Aanvullend akoestisch onderzoek Naar aanleiding van de zienswijzen op het hogere waardenbesluit is er een aanvullend akoestisch onderzoek uitgevoerd door Buro DB. Dit onderzoek is toegevoegd aan Bijlage 4. Het aanvullend onderzoek richt zich op 3 onderdelen: 1. Het geluidsscherm langs de rijksweg N57. 2. Het vaststellen van de gecumuleerde geluidsbelasting. 3. Een nadere onderbouwing voor het niet treffen van (extra) geluidsbeperkende maatregelen. Geluidsscherm rijksweg N57 Op basis van in 2017 uitgevoerd akoestisch onderzoek heeft de gemeente Middelburg, ter plaatse van Mortiere, langs de zuidwestzijde van de N57 een geluidsscherm aangebracht. Het betreffende geluidsscherm is niet opgenomen in het Geluidregister Weg en om die reden niet meegenomen in de berekeningen van het akoestisch onderzoek. Door het niet meenemen van het geluidsscherm zijn nieuwe geluidsberekeningen uitgevoerd waarbij rekening is gehouden met de aanwezigheid van het geluidsscherm van de gemeente Middelburg. Uit de nieuwe berekeningen volgt dat het geluidsreducerende effect van het geluidsscherm ter plaatse van het plan 1 tot 3 dB is. De berekende maximale geluidsbelasting neemt af van 53 naar 52 dB. Verder volgt datt de bevindingen en dat de conclusie van het akoestisch onderzoek wegverkeer voor plan Mortiere 13 niet wezenlijk verandert.

De te verwachten geluidsbelasting van de rijksweg N57 overschrijdt de wettelijke norm bij zowel de appartementen als bij de grondgebonden woningen van het plan. De maximale geluidsbelasting is 52 dB (in plaats van 53 dB). Daarmee wordt de maximale ontheffingswaarde niet overschreden. Gecumuleerde geluidsbelasting Na het uitvoeren van het akoestisch onderzoek wegverkeer voor plan Mortiere Fase 13 is in november 2023 door de RUD Zeeland tevens een advies over het industriegeluid opgesteld.In dit advies is voor het plan de te verwachten geluidsbelasting van het geluidgezoneerd industrieterrein ‘Arnestein’ inzichtelijk gemaakt.Hieruit blijkt dat de geluidsbelasting ter plaatse van de lage appartementen en grondgebonden woningen maximaal 51 dB is. Ter plaatse van de hoge appartementen is de maximale geluidsbelasting van het industriegeluid 53 dB. Omdat bij het plan sprake is van normoverschrijding, in dit geval bij zowel het geluid van het wegverkeer als bij het geluid van industrie, dient voor de beide geluidsbronsoorten ontheffing van een hogere waarde te worden vastgesteld. Daarnaast dient de gecumuleerde geluidsbelasting te worden bepaald. Uit de berekening voor de gecumuleerde geluidsbelasting volgt dat voor plan Mortiere Fase 13 de maximale gecumuleerde geluidsbelasting 58 dB bedraagt.

Op basis van de Methode Miedema kan de geluidsbelasting ter plaatse van het plangebied worden geclassificeerd als ‘redelijk’ tot ‘matig’. Motivering niet treffen van maatregelen De geluidsbelasting op de woningen en de daarbij horende achtertuinen van het wegverkeerslawaai van de N57, overschrijdt de voorkeursgewaarde van 48 dB. Op grond van artikel 110a lid 5 Wet geluidhinder geldt dat aangetoond moet worden dat maatregelen om de geluidsbelasting te verminderen, onvoldoende doeltreffend zijn of op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. In verband hiermee is onderzocht welke maatregelen getroffen kunnen worden om de geluidsbelasting terug te dringen. Maatregelen aan de bron De volgende maatregelen aan de bron zijn overwogen: Gebruik van stillere voertuigen Op deze maatregel kan door de gemeente geen invloed worden uitgeoefend. Dit is namelijk afhankelijk van wetgeving en technische ontwikkelingen van motorvoertuigen; Het beperken van de verkeersomvang en de snelheid of het wijzigen van de samenstelling van het verkeer Voor de N57 stuiten deze maatregelen op overwegende bezwaren van verkeers- en vervoerskundige aard. Deze weg behoort namelijk tot hoofdwegenstructuur van Rijkswaterstaat;

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

20 - 40

Het herasfalteren van de weg met geluidsarmer asfalt De weg is voorzien van zeer open asfaltbeton. De huidige wegverharding is nog niet toe aan vervanging. Rijkswaterstaat heeft voor de rijrichting Rotterdam als voor de rijrichting A58 twee laags open asfaltbeton gepland omstreeks 2030. Ten opzichte van zeer open asfaltbeton geeft twee laags zeer open asfaltbeton een extra geluidsreductie, maar deze is niet voldoende om de geluidbelasting ter plaatse van de geluidgevoelige bestemmingen ende daarbij horende tuinen te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde. Maatregelen in het overdrachtsgebied De volgende maatregelen in het overdrachtsgebied zijn overwogen: Het vergroten van de afstand tussen de beoogde bebouwing en de weg Deze maatregel is vanuit stedenbouwkundig oogpunt bezwaarlijk. Dit betekent namelijk het verlies van woningbouwcapaciteit. Het bouwveld van het betreffende plangebied is smal en daarmee is er weinig schuifruimte binnen het veld. Het aanbrengen van een geluidsscherm en/of een geluidswal In het kader van het bestemmingsplan Mortiere is in 2018 langs de westzijde van de weg een geluidsscherm aangebracht Dit scherm heeft een hoogte van 1,50 m. Als gevolg hiervan treedt in de achtertuinen van de woningen een maximale geluidsbelasting van 48 dB op. Dit is een acceptabel woon- en leefklimaat.

Maar omdat de geluidsbelasting vanaf de eerste bouwlaag hoger dan de voorkeursgrenswaarde (maar lager dan de uiterste grenswaarde) is, dient er een hogere waarde te worden vastgesteld. Het plaatsen van een scherm dat ook vanaf de eerste bouwlaag aan de voorkeursgrenswaarde voldoet, is destijds overwogen maar om stedenbouwkundige redenen is hiervoor niet gekozen. Vervanging van het huidige scherm door een hoger scherm is een ingrijpende maatregel en kostbare maatregel en kan daarom niet doelmatig worden geacht. Maatregelen bij de ontvanger Voor alle te realiseren bebouwing zal voldaan moeten worden aan de gestelde normen uit het Bouwbesluit ten aanzien van de gevelwering.

5.2.5 Conclusie Voor zowel uit het oogpunt van wegverkeerslawaai als vanuit industrielawaai zijn hogere waarden voor de woningen te worden verleend. Door de verlening van deze hogere grenswaarden vormen de aspecten wegverkeerslawaai en industrielawaai geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

5.3 Luchtkwaliteit 5.3.1 Wettelijk kader De milieukwaliteitseisen omtrent luchtkwaliteit zijn verankerd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Nieuwe ontwikkelingen mogen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarde die voor een aantal verontreinigende stoffen in de wet is gesteld. Hierbij zijn twee sporen te onderscheiden: het creëren van bestemmingen die potentieel bijdragen aan de (verslechtering van de) luchtkwaliteit en het creëren van bestemmingen die gevoelig zijn voor (een slechte) luchtkwaliteit. Als aannemelijk is dat aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormt luchtkwaliteit geen belemmering om een bestemmingsplan vast te stellen. Deze voorwaarden zijn: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtverontreiniging; het project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit of binnen een regionaal programma van maatregelen.

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

21 - 40

Voor projecten waarvan duidelijk is dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. Dit is geregeld in het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM). In de bij het NIBM behorende Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Dit geldt onder andere voor woningbouwlocaties die ingeval van één ontsluitingsweg niet meer dan 1.500 nieuwe woningen mogen omvatten. Bij twee ontsluitingswegen mogen uitbreidingslocaties niet meer dan 3.000 woningen bevatten. Voor kantoorlocaties gelegen aan één ontsluitingsweg geldt een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m².

5.3.2 Onderzoek Nsl Monitoringstool Uit de monitoringstool (2021) blijkt dat de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) ter plaatse van de dichtstbij gelegen doorgaande wegen, Schroeweg, Schietbaan, N57 en A58, nergens meer bedragen dan grenswaarden 40 ug/m3. De concentratie NO2 bedraagt maximaal 17,5 ug/m3 en concentratie PM10 bedraagt maximaal 15,2 ug/m3. De fijnstof (PM2,5) concentraties zijn nergens hoger dan 7,6 ug/m3 (grenswaarde 25 ug/m3). Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie is maximaal 6,0 waardoor het maximum van 35 dagen eveneens niet wordt overschreden. NIMB-tool Voor fase 13 is het totale aantal gegenereerde ritten bepaald aan de hand van CROW-kengetallen. De ontwikkeling bestaat uit 42 appartementen en 14 grondgebonden woningen. Voor de 42 appartementen is de verkeersgeneratie bepaald voor dure koopappartementen (worst case). Hierbij hoort het kengetal 7,2. Bij de appartementen bedraagt de verkeersgeneratie 42*7,2=302,4 per etmaal. Voor de grondgebonden woningen uitgegaan van een gemiddelde verkeersgeneratie per woning van 8,2. Dit resulteert in een verkeersgeneratie van 14*8,2= 114,8. Totaal bedraagt fase 13 een verkeersgeneratie van 417,2 voertuigen per etmaal. Voor de verdeling van het verkeer in de gebruiksfase is uitgegaan van 98,8% licht verkeer, 1% middelzwaar verkeer en 0,2% zwaar verkeer.

Met behulp van de NIBM-tool is op globale wijze beoordeeld of er hiermee sprake is van een al dan niet in betekenende mate bijdrage van het plan aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het resultaat van de berekening met de tool geeft aan dat het plan hiermee niet in betekenende mate bijdraagt.

Afbeelding berekening middels de NIBM-tool De extra bijdrage door het aan de woningen verbonden verkeer draagt niet in betekenende mate bij en is derhalve minder dan 1,2 ug/m3 (de NIBM-grens). Bij de invulling van de NIMB-tool is uitgegaan van een worst case benadering.

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

22 - 40

Hierdoor is het realisatie jaar op 2022 geplaatst. Hiermee wordt voldaan aan de ambities voor luchtkwaliteit uit het RBDS en de duurzaamheidsagenda.

5.3.3 Conclusie De saneringstool bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in het plangebied in 2021 onder de grenswaarden liggen. Hierdoor is het plangebied geschikt is om te wonen. Het project betreft de realisatie van maximaal 56 woningen binnen het plangebied van dit bestemmingsplan. Volgens bijlage 3B van de Regeling draagt het plan hierdoor "niet in betekenende mate" bij. Er hoeft daarom niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Er hoeft derhalve geen aanvullend onderzoek naar de blootstelling aan luchtverontreiniging plaats te vinden. Het resultaat van de berekening met de NIBM-tool geeft aan dat het plan niet zorgt voor een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit staat een vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.

5.4 Stikstof 5.4.1 Wettelijk kader Binnen de Europese Unie zijn de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen, die in Nederland zijn vertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied zijn voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings-/verbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Voor projecten geldt een vergunningsplicht als het project een significant gevolg kan hebben op een Nederlands Natura 2000-gebied (art. 2.7 lid 2, Wnb). Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden (art. 2.7 lid 1, Wnb). De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator 2023.0.1 (releasedatum 6 novembe 2023). Van elk te berekenen situatie wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd.

5.4.2 Onderzoek Stantec heeft een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 5 bijgevoegd. Uit de AERIUS berekening blijkt dat de sloop-, bouw- en gebruiksfase, waarbij de fases zijn verdeeld in een drietal jaren, niet leiden tot stikstofdepositie ter plaatse van de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Op grond van de Wet Natuurbescherming geldt een vrijstelling van de vergunningplicht en is nader onderzoek niet noodzakelijk. Voorwaarde is dat er AdBlue toegepast dient te worden tijdens alle voorgenomen activiteiten: de sloop van de weg en de bouw van zowel de woningen als de appartementen.

5.4.3 Conclusie Het aspect stikstof staat een vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

23 - 40

5.5 Bedrijven en milieuhinder 5.5.1 Wettelijk kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Milieuzonering betekent het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering In de brochure Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009) wordt een handreiking gegeven voor het verantwoord inpassen van bedrijfsactiviteiten in de omgeving. De handreiking geeft informatie over een aantal ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala van bedrijfsactiviteiten.

In deze handreiking worden bedrijven ingedeeld in verschillende categorieën, al naar gelang de mate van hinder en inpasbaarheid. Ook maakt de handreiking onderscheid in verschillende gebiedstypen zoals een rustige woonwijk, rustig buitengebied en gemengd gebied. Aan de hand van de categorie-indeling kan bepaald worden of, en eventueel onder welke voorwaarden, een bedrijf inpasbaar is in de omgeving.

5.5.2 Omgevingstype De omgeving van het plangebied kan worden beschouwd als een rustige woonwijk, zoals bedoeld in de VNG-brochure omdat geen sprake is van een combinatie van milieuhinderlijke en milieugevoelige functies. Dit betekent dat de richtafstanden, zoals genoemd in de brochure niet gereduceerd kunnen worden.

5.5.3 Onderzoek In de omgeving van het plangebied zijn bedrijven/inrichtingen aanwezig waarvan een mogelijke milieuhinder uitstrekt. Door middel van een toetsing aan de genoemde richtafstanden uit vigerende bestemmingsplan of uit de VNG-brochure ‘bedrijven en milieuzonering’ kan worden bepaald of een goed woon- en leefklimaat voor de woningen gegarandeerd kan worden. Voor de inrichtingen is het van belang dat deze niet worden gehinderd in de bedrijfsactiviteiten.

5.5.4 Categorie bedrijvigheid In de omgeving van fase 13 liggen 5 bedrijven, te weten een uitvaartcentrum, een gevangenis, een school- en kerkgebouw, een tankstation (zonder LPG) en een golfbaan. Volgens bedrijven en milieuzonering wordt geadviseerd om tot woningen een afstand aan te houden van 30 m naar een tankstation zonder LPG, een school-/kerkgebouw of gevangenis (staat niet in de VNG, maar is vergelijkbaar met verpleeghuis) en 10 m tot uitvaartcentrum en de golfbaan. De richtafstanden van de bedrijven reiken niet tot aan het plangebied van fase 13.

5.5.5 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering levert geen belemmeringen op voor het planvoornemen.

5.6 Externe veiligheid Binnen de gemeente Middelburg vindt een uitwerking plaats, door middel van een bestemmingsplanwijziging, van het bestemmingsplan Mortiere.

(vastgesteld) Mortiere fase 13 NL.IMRO.0687.BPMORF13-VG01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14844076/1