24-150 Bijlage 1. Begroting BW 2024-4 (incl BW 2025-1) versie gemeenten
Tekst van het document
4e begrotingswijziging 2024 met daarin opgenomen de 1e begrotingswijziging 2025
[september 2024]
Vastgesteld DB 5 september 2024 Vastgesteld AB …….
Inhoudsopgave Managementsamenvatting
3
PROGRAMMA’S Programma Arbeidsmarkt Programma Werkleerbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Overhead Overzicht taakvelden Algemene Dekkingsmiddelen
5 8 13 17 20 24 25
FINANCIËN Overzicht van lasten en baten Programma Arbeidsmarkt Programma Werkleerbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Overhead Algemene Dekkingsmiddelen Overzicht van geraamde incidentele baten en lasten
28 30 31 32 34 35 36 37
BIJLAGE 1: Financiële bijdragen van gemeenten 2: Lijst van afkortingen
38 41
2
Managementsamenvatting Begrotingsproces Hierbij ligt de laatste begrotingswijziging van 2024 voor. Omdat inmiddels de begroting 2025 al is vastgesteld zijn ook de effecten voor 2025 en verder hierin opgenomen, dit vormt de 1 e begrotingswijziging 2025. De vorige begrotingswijziging is, samen met de begroting 2025, in maart 2024 opgesteld. Daarin zijn de inhoudelijke ontwikkelingen uitgebreid beschreven. Uitgangspunten hierbij zijn de kadernota, de toekomstvisie van het Werkleerbedrijf, de Participatiewet in Balans en de doorontwikkeling van samenwerking met gemeenten. Ontwikkelingen Recente ontwikkelingen leiden tot een laatste aanpassing. Deze is beperkt en vooral financieel van aard. Belangrijke componenten daarin zijn: • De verwerking van de resultaatsbestemming 2023 • Een update van het rendement Werkleerbedrijf • Financiële gevolgen Wsw en Buig-saldo vanuit de meicirculaire • Uitloop energietoeslag 2023 • Doorloop van leefgeld Oekraïne en gedupeerden kinderopvangtoeslag naar 2025 • Toenemende werkzaamheden schuldhulpverlening • Ziekteverzuim en ziektevervanging • Implementatiekosten van versaasing software • Naheffing energielasten 2023 • Diverse bijstellingen van bedragen Het Hoofdlijnenakkoord wat het nieuwe kabinet medio mei heeft gepresenteerd bevat een aantal onderwerpen die het beleidsterrein van Orionis raken.
Uiteraard het onderwerp “Bestaanszekerheid en koopkracht” in algemene zin, maar in de budgettaire bijlage van het hoofdlijnenakkoord zijn een aantal maatregelen ook concreet uitgewerkt. Het hoofdlijnenakkoord wordt deze zomer verder uitgewerkt tot een regeerprogramma. Het is dan ook nog te vroeg om maatregelen vanuit het huidige hoofdlijnenakkoord te kunnen vertalen naar concrete wijzigingen in beleid of in begrotingscijfers. Enkele opvallende elementen uit de bijlage hoofdlijnenakkoord: De BUIG-vergoeding blijft buiten beschouwing bij de generieke budgetkorting van 10% op specifieke uitkeringen gemeentefonds. Dat is goed nieuws! Hervorming WW, met een mogelijke verkorting van de WW-duur. Dit kan iets betekenen voor instroom bijstand. Compensatie transitievergoeding bij ontslag wegens arbeidsongeschiktheid beperken tot kleine werkgevers (per juli 2026). Dit betekent dat de huidige vergoeding die Orionis ontvangt vervalt. Risico’s en onzekerheden De afgelopen jaren hebben laten zien dat er grote onzekerheid is. De risico’s zijn divers, de bandbreedtes in financiële gevolgen die daarbij optreden kunnen erg groot zijn en incidenten volgen elkaar soms snel op. Onzekerheid is er ook ten aanzien van Rijksvergoedingen. De BUIG-vergoeding is daarin een belangrijke factor. Deze vormt ruim 50% van onze inkomsten, maar wordt twee keer per jaar door het Rijk herzien.
De afgelopen jaren hebben laten zien dat ook daarin grote schommelingen kunnen optreden, tot wel € 2 miljoen per jaar.
3
Financieel Het saldo van de wijziging 2024 is licht positief voor gemeenten, € 41.000. Voor 2025 en verder is het saldo beperkt nadelig, 2 ton. Bij vaststelling van deze begroting door het AB worden de begrotingssaldi verwerkt in de gemeentelijke bijdragen en daarmee is de begroting sluitend. In de toelichting op het Overzicht van baten en lasten (pagina 28) is een totaaltabel opgenomen waarin alle mutaties van deze begrotingswijziging zijn weergegeven.
Vlissingen, 5 september 2024 Jeroen Louws voorzitter
Henk Guise algemeen directeur
4
Programma Arbeidsmarkt Het programma Arbeidsmarkt bevat alle re-integratie activiteiten voor bijstandsgerechtigden en gerelateerde groepen. Activerend re-integratiebeleid is onmisbaar voor iedere bijstandsgerechtigde. Iedere investering hierin heeft altijd een positieve opbrengst, financieel en/of maatschappelijk. De reintegratiebudgetten zijn echter beperkt. We kunnen hiermee niet iedereen activeren en ondersteunen. We streven ernaar om iedere klant te laten werken naar vermogen. Ultieme doel van re-integratie is een betaalde baan en geen afhankelijkheid meer van de bijstand. De huidige klantgroep is niet altijd in staat dit te bereiken. Het verkrijgen van een deeltijdbaan is voor veel klanten het maximaal haalbare. Ook een betaalde baan, waarbij de werkgever een loonkostensubsidie ontvangt, behoort tot de opties.
Wat willen we bereiken Product re-integratie
Realisatie 2023
Begroot 2024-3
Begroot 2024-4
Begroot 2025
Begroot 2025-1
Voortgang op de participatieladder
---
80 %
vervallen
80 %
80 %
Aantal plaatsingen op werk (ft + pt)
389
359
359
359
359
Duurzaamheid plaatsing ft+pt (% na 6 maanden nog uit de uitkering)
93 %
75 %
75 %
75 %
75 %
Wat gaan we daarvoor doen Voortgang op de participatieladder De voortgang op de participatieladder kunnen we nu nog niet meten. De 900 klanten die intensieve dienstverlening krijgen zijn we nu via een nulmeting aan het indelen. Pas volgend jaar kan dan gemeten worden op ontwikkeling. Aantal plaatsingen op werk Het aantal plaatsingen op werk ligt momenteel hoger dan begroot. Er is hiervoor niet één duidelijke reden aan te wijzen. Er zijn wel ontwikkelingen aan te wijzen in de arbeidsmarkt, onze eigen organisatie en de medewerkers die daaraan bijdragen. >> Arbeidsmarkt: De arbeidsmarkt werkt minder met seizoensgebonden plaatsingen, werkgevers bieden meer doorlopende contracten aan. Er is dus een meer gelijkmatige verdeling van plaatsingen over het jaar. Door toenemende krapte staan werkgevers ook meer open om klanten uit onze doelgroep aan te nemen. >> Organisatie: Door de invoering van Werken naar Vermogen is er een bredere focus op plaatsen van klanten op de arbeidsmarkt. Niet meer alleen bij de matcher maar nu zijn ook de klantmanagers werk tijdens een traject verantwoordelijk voor het plaatsen van klanten op de arbeidsmarkt. Dit zorgt ervoor dat er sneller een stap gezet wordt richting de arbeidsmarkt. Daarnaast sturen we meer op resultaat en hebben vanuit monitoring ook steeds meer cijfers om resultaatgericht te kunnen sturen.
>>Professionele ontwikkeling medewerkers: er is de afgelopen 2 jaar (en wordt nu nog steeds) veel geïnvesteerd in opleiding en intervisie rondom methodisch werken en begeleiding van klanten met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt (en multi problematiek). Dit begint zijn vruchten af te werpen. Onzeker is nog of de hogere trend zich doorzet. De doelstelling blijft dan ook staan op 359 plaatsingen op werk. De hogere uitstroom heeft uiteraard wel invloed op de uitkeringslasten. Dit is bij het Programma Inkomen in de verwachting van het Buig-saldo meegerekend.
5
Baten re-integratie (exclusief extra investering) In de huidige begroting zaten nog ‘ongedekte’ externe baten voor re-integratie. Dit vanwege de afbouw van externe subsidies. Deze afbouw zou er toe leiden dat er minder aan re-integratie activiteiten uitgevoerd kon worden, en dus minder klanten geholpen kunnen worden. Er is besloten de re-integratieactiviteiten toch op het bestaande niveau te handhaven. Hier was dus onvoldoende dekking voor. Inmiddels is de dekking geregeld vanuit de resultaatsbestemming 2023, waarbij een deel van het resultaat 2023 is toegevoegd aan een bestemmingsreserve. Dit betekent dat in deze begroting de inkomsten naar beneden worden aangepast (afbouw externe subsidies) en in plaats daarvan een even grote vrijval uit de reserve plaatsvindt. Daarmee is de reserve weer nihil en zijn de baten 2024 voldoende om de re-integratieactiviteiten te bekostigen. Vergoeding Beschut Werk Om de inzichtelijkheid van de begroting te verbeteren is de vergoeding voor Beschut Werk anders verwerkt.
Niet meer door middel van een doorbelasting van programma Arbeidsmarkt naar WLB, maar rechtstreeks binnen WLB: In programma Werkleerbedrijf wordt de Rijksvergoeding Beschut Werk opgenomen (conform de bedragen die gemeenten ontvangen via het Rijk) In programma Arbeidsmarkt wordt uitsluitend de gemeentelijke vergoeding voor reintegratie opgenomen (en niet meer inclusief de Rijksvergoeding Beschut Werk) In de bijlage “Bijdrage gemeenten” wordt de vergoeding voor Beschut Werk apart gerubriceerd (en niet meer als onderdeel van re-integratievergoeding) Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2024 en de jaren erna zijn als volgt: In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel)
2024-4
2025-1
2026
2027
2028
Rijksvergoeding Beschut Werk Overboeking Rijksvergoeding BsW naar WLB
+ 450 -/- 450
+ 493 -/- 493
+ 536 -/- 536
+ 579 -/- 579
+ 628 -/- 628
Externe inkomsten
+ 425
Saldo mutaties
+ 425
0
0
0
0
Onttrekking bestemmingsreserve
-/- 425 0
0
0
0
Saldo Programma
0
Re-integratie
realisatie 2023
begroting 2024-3
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Personeelslasten
2.866
0
2.970
342
0
0
2.970
342
extra personele inzet
1.138
638
1.505
735
0
-425
1.505
310
Doorbelast werkinfra
1.558
0
1.611
0
0
0
1.611
0
loonkosten WiW/BsW
37
0
39
0
0
0
39
0
overige re-integratie
622
94
784
0
0
0
784
0
Bijdrage gemeenten Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product
wijziging
begroting 2024-4
407
5.891
450
5.998
-450
-450
0
5.548
6.628
6.623
7.359
7.075
-450
-875
6.909
6.200
940
0
832
0
0
0
832
0
7.568
6.623
8.191
7.075
-450
-875
7.741
6.200
6
Saldo
-945
-1.116
-425
-1.541
0
0
425
425
-945
-1.116
0
-1.116
Reserveringen Saldo na reservering
Re-integratie
begroting 2025
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Personeelslasten
3.086
355
0
0
3.086
355
extra personele inzet idem door groei doelgroep
1.849
764
0
0
1.849
764
315
0
315
Doorbelast werkinfra
1.674
0
1.674
overige re-integratie
964
0
964
Bijdrage gemeenten
493
6.572
-493
-493
0
6.079
8.381
7.691
-493
-493
7.888
7.198
864
0
0
0
864
0
9.245
7.691
-493
-493
8.752
7.198
Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product
Saldo
Re-integratie (bedragen * € 1.000)
wijziging
begroting 2025-1
-1.554
0
raming 2026
raming 2027
-1.554
raming 2028
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Personeelslasten
3.206
369
3.331
384
3.461
399
extra personele inzet idem door groei doelgroep
1.317
793
1.369
824
1.422
857
581
776
985
Doorbelast werkinfra
1.739
1.807
1.877
overige re-integratie
702
729
758
Bijdrage gemeenten
0
6.570
0
6.999
0
7.451
7.545
7.733
8.012
8.207
8.503
8.706
898
0
933
0
969
0
8.443
7.733
8.945
8.207
9.472
8.706
Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product Saldo
-710
-738
-766
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast.
7
Programma Werkleerbedrijf Wij zorgen voor passend beschut en beschermd rendabel werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt binnen het Werkleerbedrijf en bij externe opdrachtgevers. Door werk te bieden zorgen we ervoor dat deze groep maatschappelijk participeert. Het Werkleerbedrijf ziet het ontwikkelen van haar SW- en BsW-medewerkers en bijstandsgerechtigden als één van haar hoofdtaken. Dat betekent dat we niet alleen steeds in gesprek zijn met onze medewerkers over ontwikkeling, maar hier ook invulling aan geven door het zoeken naar passend werk. Wij richten ons niet op één werksoort, maar op een ruim palet aan werksoorten zodat de SW- en BsW-medewerkers intern zich kunnen ontwikkelen. Daarbij kan dit ook extern zijn in de vorm van Begeleid Werken of een detachering. Bijstandsgerechtigden stromen in op een passend werkleertraject binnen het Werkleerbedrijf en kunnen daarna via de route trajectbegeleiding en matching worden uitgeplaatst op de arbeidsmarkt. Het Werkleerbedrijf kan meerdere doelgroepen gaan bedienen, zoals arbeidsmatige dagbesteding of bijstandsgerechtigden in een tijdelijke baan. Een belangrijk financieel doel is rendementsverbetering. We werken toe naar een financieel gezond Werkleerbedrijf. Het omslagpunt is het jaar 2021. De eerste stap is om gelijk te komen met de landelijke benchmark, uiterlijk eind 2026.
En daarna een verdere verbetering, totdat Orionis zwarte cijfers schrijft op het onderdeel Werkleerbedrijf.
Wat willen we bereiken Realisatie 2023
Begroot 2024-3
Begroot 2024-4
Begroot 2025
Begroot 2025-1
Ontwikkeling intern: # mdw dat is gegroeid in werksoort
---
20
20
20
20
Ontwikkeling extern: % mdw wat intern werkzaam is
66%
66%
66%
66%
66%
€ 0,47 mln nadeel
€ 0,55 mln voordeel: € 0,71 V € 0,20 N € 0,04 V
€ 0,51 mln voordeel: € 0,51 V € 0,04 N € 0,04 V
€ 0,80 mln voordeel: € 0,57 V € 0,22 V € 0,01 V
€ 0,80 mln voordeel: € 0,57 V € 0,22 V € 0,01 V
Autonome ontwikkeling
Realisatie 2023
Begroot 2024-3
Begroot 2024-4
Begroot 2025
Begroot 2025-1
Ontwikkeling Wsw- en Bsw-saldo t.o.v. voorgaand jaar (23 excl BsW)
€ 0,76 mln voordeel
€ 0,18 mln nadeel
€ 0,08 mln voordeel
€ 0,16 mln voordeel
€ 0,05 mln voordeel
Product Werkleerbedrijf (WLB)
Rendementsverbetering t.o.v. voorgaand jaar (excl. Wsw-saldo) Netto omzet kosten overhead
Wat gaan we daarvoor doen Rendement Werkleerbedrijf De ontwikkeling van de rendementsverbetering WLB ligt op koers. Wel zijn er een aantal onderlinge verschuivingen tussen kosten en opbrengsten, per saldo een voordeel van ruimt 2 ton. De ontwikkeling van de netto omzet (productie + detachering) zag er positief uit. Het stopzetten van een grote klant per juli zorgt voor een omzetdaling van € 250.000. Een deel van het wegvallen van de omzet wordt opgevangen, voor een deel is dit niet mogelijk. Daartegenover staan er diverse mutaties in kosten en opbrengsten. Loonkosten stijgen, o.a. als gevolg van ziektevervanging. Huisvestingslasten vallen mee als gevolg van een lager energieverbruik. Bij productiemiddelen leidt het afstoten van vervoersmiddelen en maaiers tot een structurele opbrengst. De krimpkosten zijn – tijdelijk – hoger dan het opgenomen bedrag voor
8
frictiekosten als gevolg van krimp. Samen met de ontwikkelingen in het Wsw- en BsW-saldo (zie hierna) is dit alles budgettair neutraal. Wsw-saldo In de meicirculaire is de Rijksvergoeding Wsw verhoogd. Deze verhoging bestaat uit twee componenten: een reguliere jaarlijkse mutatie een extra budget i.v.m. de transformatie van sociaal ontwikkelbedrijven Verder is er nadere informatie verstrekt over het afschaffen van het lage-inkomensvoordeel. » Jaarlijkse mutatie Het beschikbare Rijksbudget is opgehoogd met een loon- en prijsbijstelling. Dit vanwege de gestegen loonkosten, de ontwikkeling van de prijsbijstelling van het wettelijk minimumloon is daarbij een factor. Daarnaast wordt de verdeling van het landelijke Rijksbudget over de gemeenten jaarlijks bijgesteld. Dit aan de hand van de ontwikkelingen in de Wsw-aantallen in het afgelopen jaar, en een prognose van de blijfkansen voor de komende jaren. Tegenover een gestegen vergoeding vanwege loon/prijseffecten staan ook hogere loonkosten vanuit de Cao en de verhoging van het minimumloon. Per saldo treedt hier een voordeel op van € 165.000. De loonkosten stijgen met € 319.000, de Rijksvergoeding en overige kosten met € 484.000. Dit is structureel, maar wordt geleidelijk minder wegens de jaarlijkse daling van de Wsw-populatie.
» Extra budget voor transformatie In de onlangs uitgebrachte begroting 2025 is geschreven over de toekomstvisie van het Werkleerbedrijf. Aanleiding hiervoor is een motie in de 2e Kamer om te borgen dat de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven (het voormalige SW-bedrijf) behouden blijft. Het ministerie van SZW heeft Berenschot gevraagd voor een onderzoek en advies, dit advies is in 2023 opgeleverd. Op basis hiervan heeft de minister middels een kamerbrief 1 in december 2023 de vervolgstappen aangekondigd. Dit bevat de geconstateerde knelpunten en de aanpak vanuit het Ministerie. De oplossing die daarin genoemd wordt is dat de sociale infrastructuur fungeert als een opstap, vangnet en beschutte omgeving. Een basisinfrastructuur gekoppeld aan de realisatie van ten minste 30.000 beschutte banen en in 2048 10.000 banen voor andere groepen mensen die niet regulier aan het werk kunnen komen. Daarvoor stelt het Rijk de volgende acties voor: 1. Gemeenten maken duidelijke plannen gericht op een toekomstbestendige inrichting van de infrastructuur. 2. Voor gemeenten komt een budget beschikbaar voor de transformatie van sociaal ontwikkelbedrijven. 3. Er wordt een structurele infrastructurele opslag beschikbaar gesteld voor de 10.000 nieuwe banen zoals hierboven benoemd (Walcherse schaal: ± 80) 4. De budgetten voor gemeenten worden geëxpliciteerd.
In de meicirculaire zijn deze budgetten toegekend, middels een verhoging van het bedrag per Wsw-er. Deels is dit incidenteel geld om de transformatie vorm te geven, deels structureel geld om de 10.000 nieuwe banen te financieren. Het incidentele budget start in 2024, waarna nog 10 jaarlijkse tranches volgen. Totaal voor Walcheren volgens de huidige meerjarenraming van het ministerie € 2 - € 3 miljoen. Het bedrag over 2024 bedraagt € 498.000. In de loop van 2024 en 2025 zal op Walcheren planvorming plaatsvinden. Uitgaven zijn in 2024 nog niet te verwachten. Daarom wordt dit bedrag in 2024 toegevoegd aan een nieuwe bestemmingsreserve “transformatie werkontwikkelbedrijf”. Voor 2025 en verder zijn nog geen jaarbedragen bekend, mede omdat het nieuwe kabinet de 1 Kamerbrief d.d. 21 december 2023, kenmerk 2023-0000595931 file (overheid.nl)
9
specifieke uitkeringen (SPUK, waarvan dit er één is) af wil schaffen en op een andere manier de vergoeding wil vormgeven. Budgetten en uitgaven voor 2025 en verder worden verwerkt in een toekomstige begrotingswijziging, als planvorming meer is uitgewerkt. » Lage-inkomensvoordeel Het lage-inkomensvoordeel (LIV) wordt per 1 januari 2025 afgeschaft. Het LIV zorgt voor een kostenverlichting van de loonkosten Wsw, omdat voor werknemers in lagere loonschalen een belastingkorting wordt ontvangen. Het afschaffen hiervan leidt dus tot een kostenverhoging. Dit was al eerder bekend, en in onze begroting 2025 en meerjarenraming ook meegenomen. Het Rijk heeft nu echter aangekondigd dit te gaan compenseren, met de volgende motivatie: “Sociaal ontwikkelbedrijven kunnen het wegvallen van het lage-inkomensvoordeel niet opvangen, omdat zij geen winst maken en afzetprijzen niet makkelijk kunnen verhogen. Daarom ontvangen gemeenten vanaf 2025 volledige compensatie voor het afschaffen van het LIV via het gemeentefonds.” Omdat dit via het gemeentefonds loopt valt dit voordeel rechtstreeks bij gemeenten. Voor Walcheren gaat het om een bedrag van ongeveer € 100.000 op jaarbasis. Beschut Werk De Rijksvergoeding is in de meicirculaire structureel verhoogd. Dit mede n.a.v. extern onderzoek wat aangeeft dat de vergoeding gemiddeld genomen € 7.500 tot € 10.000 achterloopt per plek.
De doorgevoerde verhoging bedraagt € 2.700, waarmee de financiering nog steeds niet toereikend is. De loonkosten moeten in de begroting bijgesteld worden nu we – na jarenlange onderbezetting – een inhaalslag hebben gemaakt en de taakstelling nu geheel is gevuld. Dit heeft incidenteel in 2024 een nadelig effect. Om de inzichtelijkheid van de begroting te verbeteren is de vergoeding voor Beschut Werk anders verwerkt. Niet meer door middel van een doorbelasting van programma Arbeidsmarkt naar WLB, maar rechtstreeks binnen WLB. In programma Werkleerbedrijf is de Rijksvergoeding Beschut Werk opgenomen conform de bedragen die gemeenten ontvangen via het Rijk. In de bijlage “Bijdrage gemeenten” is de vergoeding voor Beschut Werk apart gerubriceerd. Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2024 en de jaren erna zijn als volgt: In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel) Rendement Werkleerbedrijf Netto-omzet Kosten/opbrengsten Wsw-transitievergoeding UWV-compensatie transitievergoeding
2024-4
2025-1
2026
2027
2028
+ 300
+ 280
+ 260
+ 240
-/- 445
-/- 420
-/- 395
-/- 370
+ 201 -/- 161 + 150 -/- 150
Lasten Wsw-doelgroep Overige baten Wsw Rijksvergoeding Wsw
+ 217 -/-15 -/- 469
Rijksvergoeding Wsw (transformatie)
-/- 498
Lasten BsW-doelgroep Rijksvergoeding BsW
+ 41 -/- 31
+ 186 -/- 186
+ 190 -/- 190
+ 195 -/- 195
+ 198 -/- 198
Saldo mutaties
-/- 715
-/- 145
-/- 140
-/- 135
-/- 130
Toevoeging bestemmingsreserve Transformatie Werkontwikkelbedrijf
+ 498
Saldo Programma
-/- 217
-/- 145
-/- 140
-/- 135
-/- 130
10
Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)
realisatie 2023
begroting 2024-3
lasten
baten
lasten
baten
Werkinfrastructuur
6.779
4.931
7.067
5.726
-78
-118
6.989
5.608
Wsw-doelgroep
15.620
14.694
15.607
14.372
367
1.132
15.974
15.504
Bsw-doelgroep Doorb. Bedrijfsvoering
413
566
270
550
41
31
311
581
540
0
0
0
540
342
0
0
342
0
-1.611
0
0
-1.611
0
330
1.045
22.005
22.233
Doorbel. Inzet Werk Doorbel. reintegratie
-1.558 20.191
21.675
wijziging lasten
21.188
begroting 2024-4
baten
lasten
baten
Subtotaal Directe apparaatskst.
21.254 463
0
1.469
0
0
0
1.469
0
Totaal product
21.717
20.191
23.144
21.188
330
1.045
23.474
22.233
Saldo
-1.526
-1.956
Saldo
0
0
Saldo
-1.526
-1.956
Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)
begroting 2025
wijziging lasten
715 498
0 217
begroting 2025-1
lasten
baten
baten
Werkinfrastructuur
6.845
6.294
0
0
6.845
6.294
Wsw-doelgroep
15.206
14.294
300
445
15.506
14.739
Bsw-doelgroep Doorb. Bedrijfsvoering
329
443
186
186
515
629
Doorbel. Inzet Werk Doorbel. reintegratie
355
0
355
-1.674
0
-1.674
561
baten
0
21.061 1.526
0
0
0
1.526
0
Totaal product
22.587
21.592
486
631
23.073
22.223
Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)
486
631
561
Subtotaal Directe apparaatskst.
Saldo
21.592
lasten
-995
raming 2026 lasten
145
raming 2027
baten
21.547
lasten
22.223
-850
raming 2028
baten
lasten
baten
Werkinfrastructuur
6.840
6.798
6.836
7.301
6.831
7.305
Wsw-doelgroep
14.947
14.643
14.341
14.473
13.768
14.318
Bsw-doelgroep
529
676
570
724
609
770
11
-1.241 498
0 -1.739
Doorb. Bedrijfsvoering Doorbel. Inzet Werk Doorbel. reintegratie
582
605
629
369
384
399
-1.739
-1.807
-1.877
Subtotaal Directe apparaatskst.
20.947
22.699
20.324
23.103
19.729
23.022
1.586
0
1.647
0
1.712
0
Totaal product
22.532
22.699
21.971
23.103
21.441
23.022
Saldo
167
1.132
1.581
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast. Om het zuivere resultaat van het Werkleerbedrijf te beoordelen dient de afgesproken normcorrectie voor huisvestingslasten (‘normalisatie’) hierop gecorrigeerd te worden, een bedrag van € 376.000. Het zuivere resultaat WLB komt daarmee uit op -/- € 1.363.000 voor 2024.
12
Programma Inkomen Het programma inkomen bevat de inkomensvoorziening voor bijstandsgerechtigden en de verstrekking van bijzondere bijstand en minimaregelingen. Deelnemen aan de maatschappij door werk staat centraal, maar een toereikend leefbudget is een voorwaarde en daarom is een inkomen in de vorm van een uitkering soms (tijdelijk) nodig. Deze uitkeringsverstrekking moet rechtvaardig en rechtmatig: vanuit vertrouwen en maatwerk, maar tegelijkertijd het juiste gebruik van (armoede)regelingen actief stimuleren. De financiële problematiek van de inwoner kan niet los gezien worden van problematiek op andere leefgebieden. Een natuurlijke en soepel lopende samenwerking met de gemeentelijke toegangen voor het sociaal domein en aanpalende organisaties is daarvoor nodig.
Wat willen we bereiken Product Inkomen
Realisatie 2023
Begroot 2024-3
Begroot 2024-4
Begroot 2025
Begroot 2025-1
2803
2915
2915
3007
3007
Saldo uitkeringslasten en Rijksvergoedingen
€ 0,76 mln overschot
€ 0,30 mln tekort
€ 0,30 mln overschot
€ 0,11 mln tekort
€ 0,11 mln tekort
Van aanvraag tot afhandeling: aanvragen zijn binnen x weken afgehandeld en betaalbaar gesteld
89 % binnen 90 % binnen 90 % binnen 90 % binnen 90 % binnen 4 weken 4 weken 4 weken 4 weken 4 weken
Het klantenbestand Participatiewet per ultimo jaar
Rechtmatigheid: % onderzoeken wat leidt tot wijziging uitkering
20 %
20-30 %
20-30 %
20-30 %
20-30 %
Wat gaan we daarvoor doen Inkomensvoorziening BUIG Dit betreft de bijstandsuitkering PW, de IOAW, IOAZ en BBZ. De Rijksvergoeding is in de meicirculaire bijgesteld. Een laatste bijstelling vindt nog plaats eind september. In deze – nu nog onbekende – bijstelling wordt het prijseffect 2024 van de gestegen uitkeringslasten meegenomen. Dit jaar is het prijseffect een forse component. Dat komt omdat de bijstandsuitkeringen qua hoogte gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon (WML). Een aanpassing in het minimumloon werkt dus door in de bijstandslasten. Afgelopen januari is het WML gestegen met 3,8% en per 1 juli met nog eens 3,1%. Tevens is de systematiek van WML gewijzigd per afgelopen januari van een minimumloon per dag/week/maand naar een minimumloon per uur. Dat lijkt hetzelfde maar is het niet: het maakt nu bijvoorbeeld wel verschil of je een 36-urige en 40-urige werkweek hebt. Met hetzelfde minimumuurloon verdien je bij een 40-urige werkweek meer per maand dan bij een 36-urige werkweek. De begrote lasten en ook de daadwerkelijke uitgaven voor bijstandsuitkeringen zijn uiteraard gebaseerd op het werkelijk geldende prijsniveau. De Rijksvergoedingen van afgelopen oktober 2023 en mei 2024 zijn daar nog niet op gebaseerd, zoals gezegd volgt dat in september.
Om een juist beeld te begroten van het saldo Buig moeten we dus in de begroting rekening houden met de toekomstige prijsbijstelling van de Rijksvergoeding. Deze inschatting is dit jaar extra lastig door de relatief hoge stijgingen en de gewijzigde systematiek. Daarom baseren we ons op de prognose van Significant/APE, de softwareleverancier van de Buig-applicatie waar wij mee werken. Zij begroten een stijging van 7,0%, dat wij hebben overgenomen. De totale prijsbijstelling over 2024 komt daarmee uit op ruim € 3,5 miljoen. Dit geeft tevens de bandbreedte van de schatting aan.
13
Dit alles verwerkend komt de prognose van saldo Buig uit op een verbetering van € 0,6 miljoen: van € 0,3 miljoen begroot tekort naar € 0,3 miljoen geprognotiseerd overschot. Waarbij benadrukt wordt dat deze prognose met onzekerheden is omgeven. Tozo-regeling De terugbetalingsplicht van de verstrekte Tozo-kredieten loopt tot juli 2028. Ontvangen gelden worden volledig terugbetaald aan het Rijk, voor Orionis dus budgettair neutraal. We zien dat er sneller afgelost wordt dan wat oorspronkelijk was begroot, het begrotingsbedrag wordt hierop aangepast. Dit betekent automatisch dat dan ook de komende jaren aangepast worden, dan juist naar een lager bedrag. Energietoeslag De “energietoeslag 2023” was volledig in 2023 begroot, een bedrag van € 9,4 miljoen. Doordat wetgeving pas laat in 2023 geregeld was is de uitvoering deels doorgeschoven naar 2024. Daarom is alsnog een deel van de energietoeslag 2023 middels verschuiving in de begroting 2024 opgenomen, een bedrag van bijna € 1,7 miljoen. In het eerste halfjaar van 2024 is het resterende deel van de energietoeslag 2023 afgewikkeld. Dit op basis van de aanvragen die t/m april konden worden ingediend. Uiteindelijk is in 2024 nog een bedrag van € 637.000 uitbetaald, en komt daarmee ruim € 1,0 miljoen lager uit dan begroot in 2024. De gemeentelijke vergoeding voor de energietoeslag daalt met hetzelfde bedrag.
Voor Orionis dus budgettair neutraal, voor gemeenten voordelig. Over de jaren 2023 en 2024 is totaal een bedrag van € 8,5 miljoen “energietoeslag 2023” verstrekt. Leefgeld Oekraïners De situatie met betrekking tot leefgeld voor Oekraïners loopt ongewijzigd door in 2024. Wel zien we de kosten enigszins dalen omdat er meer mensen aan het werk gaan, waardoor het recht op leefgeld vermindert. De kosten kunnen met € 140.000 naar beneden worden bijgesteld. De gemeentelijke vergoeding voor het leefgeld daalt met hetzelfde bedrag. Voor Orionis dus budgettair neutraal, voor gemeenten voordelig. Voor 2025 waren nog geen bedragen in de begroting opgenomen. Het ziet er niet naar uit dat de situatie m.b.t. de ontheemden uit Oekraïne op korte termijn wijzigt. Daarom worden voor 2025 ook bedragen opgenomen, gelijk aan de nu bijgestelde begroting 2024. Gemeenten mogen verwachten dat zij daarvoor in 2025 ook weer een Rijksvergoeding zullen ontvangen. Bijzondere bijstand en Minimabeleid Bij deze posten is er sprake van een open-eind regeling. Iedere aanvrager die recht heeft wordt toegekend. Op basis van de uitgaven over het 1e halfjaar is een nieuwe inschatting gemaakt op jaarbasis. Bijzondere bijstand komt € 100.000 lager uit, minimabeleid juist € 100.000 hoger.
14
Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2024 en de jaren erna zijn als volgt: In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel)
2024-4
2025-1
2026
2027
2028
Tozo-regeling ontvangsten klanten Tozo-regeling terugbetaling Rijk
-/- 200 + 200
+ 50 -/- 50
+ 50 -/- 50
+ 50 -/- 50
+50 -/- 50
Energietoeslag uitgaven Energietoeslag bijdrage gemeenten
-/-1.041 + 1.041
Leefgeld Oekraïne uitgaven Leefgeld Oekraïne bijdrage gemeenten
-/- 140 + 140
BUIG-saldo Lasten inkomensvoorziening BUIG Onderzoekskosten BBZ Baten Rijksvergoeding BUIG Overige baten BUIG
+ 465 -/- 65 -/- 700 -/- 300
Bijzondere bijstand
-/- 100
Minimabeleid
+ 100
Saldo mutaties
-/- 600
0
0
0
+ 860 -/- 860
0
Inkomen
realisatie 2023
begroting 2024-3
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
baten
wijziging lasten
begroting 2024-4
baten
lasten
baten
Personeelslasten Inkomensvoorziening Buig
0
0
2.250
0
0
0
2.250
0
50.658
51.048
55.189
54.888
465
1.000
55.654
55.888
Onderzoekskosten BBZ
35
0
100
0
-65
0
35
0
Tozo-regeling
498
498
350
350
200
200
550
550
Energietoeslag
7.859
7.859
1.680
1.680
-1.041
-1.041
639
639
Leefgeld Oekraïne
1.113
1.113
1.000
1.000
-140
-140
860
860
Bijz.bijstand/minimareg.
5.912
5.912
6.113
6.113
0
0
6.113
6.113
overig
16
0
30
0
0
0
30
0
Subtotaal Directe apparaatskosten
66.091
66.431
66.712
64.031
-581
19
66.131
64.050
3.348
0
1.558
0
0
0
1.558
0
Totaal product
69.439
66.431
68.271
64.031
-581
19
67.690
64.050
Saldo
-3.008
Inkomen
begroting 2025
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
2.338
0
Personeelslasten
-4.240
wijziging lasten
15
begroting 2025-1
baten 0
600
lasten 0
2.338
baten 0
-3.640
Inkomensvoorziening Buig
56.917
Onderzoekskosten BBZ
104
0
Tozo-regeling Energietoeslag / leefgeld
350
350
0
0
6.352 32
Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product
Bijz.bijstand/minimareg. overig
0
56.917
0
0
104
0
-50
-50
300
300
860
860
860
860
6.352
0
0
6.352
6.352
0
0
0
32
0
66.092
63.505
810
810
66.902
64.315
1.619
0
0
0
1.619
0
67.711
63.505
810
810
68.521
64.315
Saldo
Inkomen
56.803
0
-4.206
raming 2026
0
raming 2027
56.803
-4.206
raming 2028
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Personeelslasten Inkomensvoorziening Buig
2.429
0
2.524
0
2.622
0
57.869
57.920
59.078
59.078
60.543
60.438
Onderzoekskosten BBZ
108
0
112
0
117
0
Tozo-regeling Energietoeslag / leefgeld
200
200
150
150
100
100
0
0
0
0
0
0
6.600
6.600
6.857
6.857
7.124
7.124
33
0
34
0
35
0
Subtotaal Directe apparaatskosten
67.238
64.719
68.755
66.085
70.541
67.662
1.682
0
1.748
0
1.816
0
Totaal product
68.920
64.719
70.503
66.085
72.357
67.662
Bijz.bijstand/minimareg. overig
Saldo
-4.201
-4.418
-4.695
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast.
16
Programma Schuldhulpverlening De afgelopen jaren is de aandacht voor het onderwerp schuldhulpverlening gegroeid. Erkend wordt dat de problematiek groot is. Inwoners met problematische schulden zoeken in veel gevallen pas laat hulp. Met als gevolg dat de problematiek nog groter wordt of verborgen blijft. Terwijl een schuldenvrij bestaan een solide basis vormt om volwaardig mee te doen in de maatschappij. Het programma Schuldhulpverlening bevat alle interventies voor inwoners van Walcheren met financiële zorgen. Met als doel schuldenproblematiek zoveel mogelijk te voorkomen en dat mensen met schuldproblematiek zich als vanzelf tot de juiste instantie wenden. Hierbij moeten ze kunnen rekenen op een rechtvaardige, begripvolle en duurzame oplossing die hen weer perspectief biedt. Daarnaast moeten we onze ambitie in de context van de economische ontwikkelingen plaatsen. Ook constateren wij een toename van schulden onder jeugdige inwoners als gevolg van de coronaperiode; zij verdienen extra aandacht.
Wat willen we bereiken Product Schuldhulpverlening
Realisatie 2023
Begroot 2024-3
Begroot 2024-4
Begroot 2025
Begroot 2025-1
38% 97%
> 35% >90%
> 35% >90%
> 35% > 90%
> 35% > 90%
Maximaal 7 werkdagen tussen de melding en een gesprek met SHV-er
84%
90%
90%
90%
90%
Percentage geslaagde schuldregelingen
88%
80%
80%
80%
80%
Percentage recidive in schuldhulpverlening2
---
---
---
< ..%
< ..%
Vroegsignalering: % bereikt % hulp aanvaard
Wat gaan we daarvoor doen Een gedegen aanpak van schuldenproblematiek bevat zowel preventieve interventies als vroegsignalering, wettelijke schuldhulpverlening en preventie recidive (bevorderen duurzaamheid en zelfredzaamheid). Orionis Walcheren is samen met beleidsmedewerkers van de drie Walcherse gemeenten een sluitende aanpak op alle vier genoemde fasen aan het ontwikkelen. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de preventie, Orionis is verantwoordelijk voor de andere drie fasen. Orionis heeft in 2024 alle inwoners die zich meldden geholpen en niet slechts diegenen die daadwerkelijk problematische schulden hebben. Hiervoor is extra personeel ingezet. De gesprekken, adviezen en coaching voor deze groep heeft geleid tot een begrotingstekort van € 130.000. In 2025 gaan we invulling geven aan de eisen van de zogenaamde “Basisdienstverlening” (dwingend advies van NVVK), de gezamenlijke aanpak schuldenproblematiek implementeren en deelnemen aan het jeugdinitiatief JOP Kruitmolen. Daarnaast hopen we ook voor Vlissingen de intensieve aanpak Vroegsignalering in te mogen zetten. Voor genoemde initiatieven zullen ook extra middelen worden gevraagd. Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2024 en de jaren erna zijn als volgt: In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel)
2024-4
2025-1
2026
2027
2028
Loonkosten
0
+ 220
+ 229
+ 237
+ 247
Saldo mutaties
0
+ 220
+ 229
+ 237
+ 247
2 Eind 2024 is de volledige doorwerking van de verkorting termijn schuldhulpverlening afgerond. Op basis van
ervaringscijfers zullen we dan de doelstelling voor 2025 bepalen.
17
Voor 2024 kunnen de meerkosten van € 130.000 opgevangen worden door besparingen binnen andere afdelingen die ontstaan door niet of later vervulde vacatures. Voor 2025 en verder leidt dit wel tot meerkosten.
Schuldhulpverlening
realisatie 2023
begroting 2024-3
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
baten
baten
wijziging lasten
begroting 2024-4
baten
lasten
baten
Personeelslasten
0
1.241
0
1.241
Overige kosten Bijdragen klanten/derden KOT-affaire toekenningen
5
16
0
16
195
195
250
250
0
0
250
250
Subtotaal
200
242
1.506
294
0
0
1.506
294
47
44
0
44
Directe apparaatskosten
1.215
0
330
0
0
0
330
0
Totaal product
1.415
242
1.836
294
0
0
1.836
294
Saldo
-1.173
Schuldhulpverlening
begroting 2025
(bedragen * € 1.000)
lasten
-1.543
wijziging
baten
lasten
0
begroting 2025-1
baten
lasten
Personeelslasten
1.289
220
1.509
Overige kosten Bijdragen klanten/derden KOT-affaire toekenningen
16
0
16
Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product
45
(bedragen * € 1.000)
0
45
0
0
0
0
0
0
1.305
45
220
0
1.525
45
343
0
0
0
343
0
1.648
45
220
0
1.868
45
Saldo
Schuldhulpverlening
-1.603
raming 2026 lasten
-220
raming 2027
baten
lasten
-1.823
raming 2028
baten
lasten
Personeelslasten
1.569
1.629
1.693
Overige kosten Bijdragen klanten/derden KOT-affaire toekenningen
17
17
18
Subtotaal Directe apparaatskosten
baten
47
49
baten
51
0
0
0
0
0
0
1.585
47
1.646
49
1.711
51
356
0
370
0
384
0
18
-1.543
Totaal product Saldo
1.942
47
2.016
-1.895
49 -1.967
2.096
51 -2.045
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast.
19
Programma Overhead Wat willen we bereiken Een resultaat- en klantgerichte uitvoering van de hiervoor genoemde programma’s, binnen de kaders en budgetten die vastgesteld zijn en met oog voor aankomende wettelijke en wetenschappelijke ontwikkelingen. Wat gaan we daarvoor doen Wij gaan onze faciliterende en ondersteunende werkzaamheden verbeteren en onze basis op orde/actueel houden. Dit doen we met focus op onze (externe en interne) klantdienstverlening. We zijn begonnen met het, op basis van de Informatievisie en bijbehorende Roadmap, ontwikkelen van de Informatie- en Automatisering Organisatie intern. Eind 2024 overgaand in 2025 gaan we ook het team Kwaliteit ontwikkelen vanuit de brede Organisatiebehoefte, gericht op het maken van de overstap van een taakgerichte organisatie naar een proces- en klantgerichte organisatie. Dit geldt ook voor de Sociale Recherche en het nog te ontwikkelen werkleertraject Administratie. Uit beiden ontwikkelingen kunnen formatieve veranderingen voortkomen, waar we in 2025 op terug komen. In 2024 worden er ook een aantal applicaties vernieuwd en verSaasd, zoals Unit4 Financials (voor de boekhouding) en Imake (voor het Werkleerbedrijf). Hiervoor worden momenteel programma’s van eisen opgesteld, waarna overgegaan kan worden tot aankoop en implementatie (2024 overlopend in 2025).
De verwachte kosten voor de verSaasing liggen structureel hoger dan de huidige kosten, mede omdat de bestaande pakketten al waren afgeschreven zodat alleen de kosten van onderhoud in de huidige begroting zijn opgenomen. Meerkosten van Unit4 Financials zijn € 50.000 per jaar en van Imake € 40.000 per jaar ingaande 2025. Onbekend is nog welke besparingen dit oplevert binnen de kosten van I&A automatisering, door verSaasing valt immers het technisch beheer van deze applicaties weg. Daarnaast betekent versaasing iets voor de implementatiekosten. Gebruikelijk is dit bij de investering op te tellen en in meerdere jaren af te schrijven. Bij versaasing is dit boekhoudkundig niet toegestaan, omdat er geen ‘bezit’ is. Kosten komen dus eenmalig in het voorbereidingsjaar. Dit betekent overigens geen meerkosten, maar een verschuiving van kosten over de jaren. De kosten vallen in het eerste jaar hoger uit, in de gebruiksjaren van de software vallen de kosten dan lager uit. Concreet: voor 2024 € 242.000 en voor 2025 € 25.000 eenmalig, en met ingang van 2025 € 38.000 verlaging van afschrijvingslasten. Huisvestingslasten vallen mee als gevolg van een lager energieverbruik, een incidenteel voordeel van € 65.000 voor 2024. Echter, vanuit het collectieve contract is er over 2023 een naheffing te verwachten.
Dit heeft te maken met een verschil tussen het vastgelegde gebruiksplafond van alle deelnemers gezamenlijk tegenover het werkelijke gebruik, in combinatie met dalende marktprijzen. Het bedrag is nog onzeker, hiervoor is nu een stelpost van € 125.000 opgenomen. Een tegenvaller is dat een lift vroegtijdig vervangen moet worden, dit leidt tot een eenmalige extra afschrijving in 2024 van € 16.000 wegens desinvestering. Een andere tegenvaller is dat er vroegtijdig werkzaamheden aan het dak moeten worden verricht. Een rapportage van een onafhankelijke partij is binnen. Deze zal beoordeeld moeten worden en daarna zal het offertetraject in gang worden gezet. Dit project heeft prioriteit gezien een aantal kwetsbare delen van het dak. Onbekend is nog tot welke meerkosten dit (in 2025 en verder) zal leiden. Wat mag het kosten De financiële effecten voor 2024 en de jaren erna zijn als volgt:
20
In € 1.000 (+ = nadeel -/- = voordeel)
2024-4
2025-1
Ziektevervanging
+ 475
0
0 0
+ 50 -/- 20
Loonkosten leefgeld Oekraïne Bijdrage gemeenten Loonkosten gedupeerden KOT Bijdrage gemeenten VerSaasing Unit4 Financials en Imake Verlaging afschrijving implementatiekosten Effect verSaasing op I&A Samenwerking Huisvesting: Energielasten en desinvestering Stelpost naheffing 2023
0 0 0 0 0 0 + 242 0 -/- 49 + 125
+ 247 -/- 247 + 125 -/- 125 + 90 -/- 38 + 25 pm
Rentelasten Rentebaten
+ 46 -/- 76
diversen
+ 13
Saldo mutaties
+ 776
Loonkosten personeel Bijdrage Middelburg/Veere inburgering
2026
2027
2028
+ 50 -/- 20
+ 50 -/- 20
+ 50 -/- 20
+ 90 -/- 38
+ 90 -/- 38
+ 90 -/- 38
pm
pm
pm
+ 22
+ 22
+ 22
+ 22
+ 129
+ 104
+ 104
+ 104
Overhead (bedragen * € 1.000)
realisatie 2023 lasten baten
begroting 2024-3 lasten baten
Personeelskosten Overig Doorbel. re-integr. Steun/herstelpakket Subtotaal Directe apparaatskst. Totaal product
15.994 5.557 -2.866
10.589 6.159 0
Saldo Reserveringen Saldo na reservering
34 1.659
1.556
wijziging lasten baten 475 377 0
0 76
11.064 6.536 0
0 1.632
18.686
343 2.036
16.748
0 1.556
852
0 76
17.600
0 1.632
-5.966 12.720
0 2.036
-4.189 12.559
0 1.556
0 852
0 76
-4.189 13.411
0 1.632
0
-10.684 60 -10.624
0
-11.003 60 -10.943
0
-776 0 -776
0
-11.779 60 -11.719
Overhead (bedragen * € 1.000)
begroting 2025 lasten baten
Personeelskosten Overig Subtotaal Directe apparaatskst. Totaal product
10.347 6.316 16.664
962 962
422 99 521
392 392
10.769 6.415 17.185
1.354 1.354
-4.352 12.312
0 962
0 521
0 392
-4.352 12.833
0 1.354
0
-11.349 60 -11.289
0
-129 0 -129
0
-11.478 60 -11.418
Saldo Reserveringen Saldo na reservering
begroting 2024-4 lasten baten
wijziging lasten baten
21
begroting 2025-1 lasten baten
Overhead (bedragen * € 1.000)
raming 2026 lasten baten
raming 2027 lasten baten
raming 2028 lasten baten
Personeelskosten Overig Subtotaal Directe apparaatskst. Totaal product
10.801 6.637 17.438
1.020 1.020
11.220 6.893 18.113
1.059 1.059
11.656 7.159 18.814
1.099 1.099
-4.522 12.916
0 1.020
-4.698 13.415
0 1.059
-4.881 13.933
0 1.099
0
-11.896 60 -11.836
0
-12.356 54 -12.302
0
-12.834 0 -12.834
Saldo Reserveringen Saldo na reservering
Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast. Personeelskosten ziektevervanging Jaarlijks reserveert Orionis vanuit het totale budget voor loonkosten een bedrag van € 230.000 voor noodzakelijke vervanging bij ziekte. Inmiddels wordt dit budget met € 475.000 overschreden. Redenen zijn het hoge ambtelijke ziekteverzuim in 2024: inmiddels 9,3%. Dit wordt vooral veroorzaakt door langdurige ziekteverzuimgevallen, waarvan de oorzaak extern ligt. In primaire functies is vervanging op korte termijn noodzakelijk. Dit omdat anders de wachttijden voor klanten onaanvaardbaar oplopen of niet de dienstverlening geboden kan worden die klanten nodig hebben. Wat vervolgens weer leidt tot verergering van de problematiek en hogere kosten op termijn. Ook willen we onze belofte om 100 klanten extra in een re-integratietraject te nemen absoluut waar kunnen maken. Daarnaast hebben we te maken met het feit dat in de huidige krappe arbeidsmarkt de tarieven van tijdelijke inhuur van personeel fors gestegen zijn. Waar mogelijk wordt voor vervanging gebruik gemaakt door een arbeidscontract aan te bieden, maar dat is niet in alle gevallen mogelijk of wenselijk.
Gezien de reeds bestaande duur van een aantal langdurige ziektegevallen en de acties die ingezet worden om kortdurend ziekteverzuim te verminderen is deze overschrijding zeker niet structureel. Vooralsnog wordt deze alleen voor 2024 verwacht. Personeelskosten loonkosten De afgelopen jaren zijn veel extra taken door de organisatie uitgevoerd. Denk aan TOZO, TONK, leefgeld en re-integratie voor vluchtelingen uit Oekraïne, energietoeslag, KOT en de WIN. Vanuit de coronacrisis zijn ook extra Rijksmiddelen beschikbaar gesteld onder de noemer ‘Steun- en herstelpakket’. Hiermee kon een extra inspanning geleverd worden op gebied van re-integratie, armoedebeleid en schuldhulpverlening. Waar staan we nu in 2024 op deze gebieden: • Vanaf 2024 ontvangen we geen steun- en herstelpakket-gelden meer. • De energietoeslag is per 1 mei 2024 afgerond • De WIN wordt stap voor stap omgezet in reguliere dienstverlening • De werkzaamheden rondom TOZO (aflossingen), Oekraïne en KOT lopen door maar zijn vanuit een crisisdienstverlening omgezet in een genormaliseerde dienstverlening. Dit maakt dat we nagenoeg afscheid hebben genomen van de crisisjaren en weer in een (voor nu) genormaliseerde situatie zijn beland. Ook de budgetten zijn weer terug op het oude niveau.
22
Op de afdeling Inkomen (Intake, armoedebeleid en schuldhulpverlening) constateren we nu we in de reguliere situatie zijn beland dat onze uitgaven in 2024 nog steeds hoger liggen dan de structurele inkomsten. Als we het begrotingstekort analyseren komen we tot de volgende conclusies: 1. De werklast bij schuldhulpverlening is gestegen. Uit een analyse op productniveau blijkt een gestegen werklast ten opzichte van 2020 van circa € 130.000 per jaar. Dit heeft 3 oorzaken: a. Het aantal startgesprekken is de afgelopen 3 jaar gestegen van 350 in 2020 naar 570 in 2023 (en de eerste 4 maanden van 2024 reeds 278) b. De tijdsduur van het startgesprek is aanzienlijk gestegen. Wij zien een toeloop van inwoners in nood, maar nog niet zodanig dat een schuldbemiddeling noodzakelijk is. Wanneer wij klanten na het eerste contact wegsturen zal de inwoner binnen korte tijd terugkeren in nog groter nood. Wij kiezen voor hulp in de vorm van quick-fix, training of verwijzing naar budgetbeheer/bewindvoerder of vrijwilligersorganisatie. Onze inschatting is dat hierdoor de kostprijs van een startgesprek is gestegen met 20%. c. De inspanning om een schuldregeling op te starten is gestegen, omdat klanten een complexer leefsituatie meebrengen (b.v. eigen woning) en het schuldbedrag hoger is, waardoor de onderhandelingen langer duren.
Onze inschatting is dat dit geleid heeft tot een stijging van de kosten met 15%. 2. We hebben twee extra taken op de afdeling Inkomen geïdentificeerd waar nog geen middelen tegenover staan, naast de extra inspanningen om het zorgvuldigheidsprincipe vast te houden als gevolg van de vele nieuwe regels en vooruitlopend op nieuwe wetgeving: a. 130% Veere: Vanaf 1 januari 2023 is de inkomensgrens van het armoedebeleid van de gemeente Veere aangepast. Dit heeft uiteraard geleid tot extra aanvragen. De kosten van afhandeling bedragen € 30.000 per jaar. b. Reiskosten voor school en examen worden via bijzondere bijstand aan inburgeraars vergoed. De kosten van afhandeling bedragen € 20.000 per jaar. Bovenstaande analyse leidt tot de volgende begrotingswijziging: Het begrotingstekort 2024 op de afdeling Inkomen van € 180.000 kan deels worden verklaard vanuit toegenomen werkzaamheden: Extra werkzaamheden SHV € 130.000 structureel (zie programma SHV) Verhoging inkomensgrens armoedebeleid Veere € 30.000 structureel Extra taken inburgering Middelburg/Veere € 20.000 specifiek Middelburg/Veere TOTAAL € 180.000 Voor 2024 kunnen de meerkosten opgevangen worden door besparingen binnen andere afdelingen die ontstaan door niet of later vervulde vacatures. Voor 2025 en verder leidt dit wel tot meerkosten. De werkzaamheden SHV zijn opgenomen onder het programma Schuldhulpverlening.
Extra taken Naar verwachting liggen er ook in 2025 extra taken bij Orionis die nu nog niet in de begroting zijn verwerkt: De verstrekking van leefgeld aan ontheemden Oekraïne Ondersteuning van gedupeerden kindertoeslagaffaire (Middelburg en Veere) De verwachte uitvoeringskosten hiervoor worden nu begroot voor 2025, conform de bedragen die hiervoor staan in 2024 (incl. index): € 247.000 resp. € 125.000. Deze kosten worden rechtstreeks in rekening gebracht bij de gemeenten. Overige lasten Hier zijn diverse, kleinere mutaties. Zo stijgen dit jaar de kosten van de Sociale Cliëntenraad Walcheren vanwege bijstelling van de vrijwilligersvergoeding (€ 1.000), de kosten van de licentie
23
Gezond Verzekerd (€ 4.000 ten behoeve van de minimaregeling CZG), en verdiepende module van de benchmark Werk en Inkomen (€ 8.000; dit levert ons relevante benchmarkinformatie op waarmee we ons beleid kunnen verbeteren en afwijkingen t.o.v. landelijke trends eerder kunnen volgen). De telefonie aanbieder verandert dit jaar na een aanbesteding. Er wordt een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar het verbeteren van de indoordekking in het WLB door het aanleggen van een intern netwerk. De extra kosten voor het onderzoek en aanleg van het interne netwerk worden geraamd op een investering van € 45.000 wat leidt tot € 9.000 jaarlast m.i.v. 2025. Rente De liquiditeitspositie van Orionis is erg wisselend geweest in het eerste halfjaar. Mede i.v.m. het tijdstip van verrekeningen met de gemeenten. Inmiddels is een meer stabiele situatie bereikt. Dit heeft geleid tot rentelasten én rentebaten. Eenmalig is er een voordeel van € 30.000. Dit betreft rentebaten over het verplichte schatkistbankieren uit 2023, die ten onrechte niet in 2023 al als opbrengst zijn verwerkt. VZG-index De vastgestelde VZG-index voor 2024 is recent tussentijds verhoogd van 3,4% naar 4,7%. Dit betekent een structurele verhoging van de gemeentelijke exploitatiebijdrage met € 239.000. Deze verhoging wordt echter niet doorgevoerd.
In de vorige begrotingswijziging zijn de werkelijke kosten reëel begroot en is onderbouwd afgeweken van de VZG-norm. Achteraf de VZG-norm aanpassen leidt op zichzelf niet tot andere kosten. Wel kunnen we constateren dat de afwijking t.o.v. de VZG-norm die in de vorige begrotingswijziging is genoemd nu dus lager uitvalt. Overzicht taakvelden conform BBV
Bedragen in € 1.000 Taak veld 0 Bestuur en ondersteuning 0.4 Overhead 0.5 Treasury Algemene uitkeringen en overige 0.7 uitkeringen 0.9 Vennootschapsbelasting 0.10 Mutaties reserves Resultaat van de rekening van baten en 0.11 lasten 6 Sociaal Domein 6.3 Inkomensregelingen 6.4 WsW en Beschut Werk 6.5 Arbeidsparticipatie
4e begrotingswijziging 2024 lasten baten saldo
1e begrotingswijziging 2025 lasten baten saldo
17.319
-5.745
11.574
16.446
-5.314
11.131
281
-76
205
218
0
218
0
-19.756
-19.756
0
-19.648
-19.648
0
0
0
0
0
0
498
-485
13
0
-60
-60
0
0
0
0
0
0
69.526
-64.344
5.182
69.360
-63.550
5.809
23.474
-22.233
1.241
22.587
-21.592
995
7.741
-6.200
1.541 0
8.752
-7.198
1.554 0
24
Algemene Dekkingsmiddelen Wat mag het kosten De Algemene Dekkingsmiddelen zijn nog ongewijzigd gehouden ten opzichte van de vorige meerjarenraming.
Alg. dekkingsmiddelen
realisatie 2023
begroting 2024-3
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
baten
Exploitatiebijdr. gemeenten (Reductie) gemeentelijke bijdr. Totaal alg dekkingsmiddelen
0
Alg. dekkingsmiddelen
begroting 2025
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
18.973
593
824
0
824
18.163
baten
raming 2026
0
lasten
0
Alg. dekkingsmiddelen
Exploitatiebijdr. gemeenten (Reductie) gemeentelijke bijdr. Totaal alg dekkingsmiddelen
begroting 2024-4
baten
18.973
0
lasten
wijziging lasten
17.570
Exploitatiebijdr. gemeenten (Reductie) gemeentelijke bijdr. Totaal alg dekkingsmiddelen
(bedragen * € 1.000)
baten
0
19.797
wijziging lasten
0
0
begroting 2025-1
baten
lasten
baten
19.521
19.521
127
127
19.648
baten
0
0
raming 2027 lasten
baten
0
19.648
raming 2028 lasten
baten
20.167
20.852
21.654
-1.885
-2.766
-3.116
18.282
0
0
18.087
0
18.538
Verwerking begrotingssaldo In de toelichting op het Overzicht van baten en lasten (pagina 28) is een tabel opgenomen waarin de belangrijkste elementen van het jaarsaldo zijn weergegeven. Bij vaststelling van deze begroting worden de saldi verwerkt in de exploitatiebijdrage en daarmee wordt de begroting dan sluitend. Wat dit betekent voor de algemene dekkingsmiddelen is hieronder opgenomen.
25
19.797
Alg. dekkingsmiddelen
realisatie 2023
begroting 2024-3
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
Exploitatiebijdr. gemeenten (Reductie) gemeentelijke bijdr. Totaal alg dekkingsmiddelen
0
baten
593
824
-817
7
18.163
Exploitatiebijdr. gemeenten (Reductie) gemeentelijke bijdr. Totaal alg dekkingsmiddelen
baten
0
0
19.797
wijziging lasten
0
-41
begroting 2025-1
baten
lasten
baten
19.521
349
19.870
127
-145
-18
19.648
raming 2026 lasten
baten
19.749
lasten
(bedragen * € 1.000)
lasten
776
(bedragen * € 1.000)
(bedragen * € 1.000)
baten
18.973
begroting 2025
0
lasten
begroting 2024-4
17.570
Alg. dekkingsmiddelen
Exploitatiebijdr. gemeenten (Reductie) gemeentelijke bijdr. Totaal alg dekkingsmiddelen
baten
wijziging
baten
0
204
raming 2027 lasten
baten
0
19.852
raming 2028 lasten
baten
20.500
21.193
22.005
-2.025
-2.901
-3.246
18.475
0
26
18.293
0
18.759
0
19.756
27
TOTAALOVERZICHT VAN LASTEN EN BATEN
Totaal
realisatie 2023
begroting 2024-3
wijziging
begroting 2024-4
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Re-integratie
7.568
6.623
8.191
7.075
-450
-875
7.741
6.200
Werkleerbedrijf
21.717
20.191
23.144
21.188
330
1.045
23.474
22.233
Inkomen
69.439
66.431
68.271
64.031
-581
19
67.690
64.050
Schuldhulpverlening
1.415
242
1.836
294
0
0
1.836
294
Overhead
12.720
2.036
12.559
1.556
852
76
13.411
1.632
Heffing VPB
0
Onvoorzien
0
Alg.dekkingsmiddelen
0
18.163
0
19.797
0
0
0
19.797
112.859
113.686
114.001
113.941
151
265
114.152
114.206
Totaal Saldo
0
0
0
0
828
Reserveringen
0
Saldo na reservering
-60
60
0
60
888
Totaal
begroting 2025
(bedragen * € 1.000)
lasten
0 0
114 498
425
0
wijziging
41
begroting 2025-1
baten
lasten
baten
lasten
baten
Re-integratie
9.245
7.691
-493
-493
8.752
7.198
Werkleerbedrijf
22.587
21.592
486
631
23.073
22.223
Inkomen
67.711
63.505
810
810
68.521
64.315
Schuldhulpverlening
1.648
45
220
0
1.868
45
Overhead
12.312
962
521
392
12.833
1.354
Heffing VPB
0
0
0
Onvoorzien
0
0
0
Alg.dekkingsmiddelen
0
19.648
0
0
0
19.648
113.503
113.443
1.544
1.340
115.047
114.783
0
60
0
0
0
60
Totaal Reserveringen Saldo na reservering
Totaal (bedragen * € 1.000)
0
-204
raming 2026
raming 2027
-204
raming 2028
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Re-integratie
8.443
7.733
8.945
8.207
9.472
8.706
Werkleerbedrijf
22.532
22.699
21.971
23.103
21.441
23.022
Inkomen
68.920
64.719
70.503
66.085
72.357
67.662
Schuldhulpverlening
1.942
47
2.016
49
2.096
51
28
54 498
485 41
Overhead
12.916
Heffing VPB
0
Onvoorzien
0
Alg.dekkingsmiddelen
0
18.282
0
18.087
0
18.538
114.753
114.499
116.849
116.590
119.299
119.078
60
0
54
0
Totaal Reserveringen
0
Saldo na reservering
1.020
13.415
1.059
13.933
0 0
-193
1.099
0 0
-206
0 -221
De mutaties ten opzichte van de vorige begrotingswijziging van 2024 en de begroting 2025 met de daarin opgenomen meerjarenraming zijn in onderstaande tabel opgenomen. Budgetmutaties die neutraal zijn worden hierin weggelaten. Bedragen * € 1.000 (+ = nadelig, - = voordelig) Programma Arbeidsmarkt
2024-4
2025-1
2026
2027
2028
0
0
0
0
0
Programma Werkleerbedrijf Bedrijfsvoering en netto omzet
40
0
0
0
0
WSW
-267
-145
-140
-135
-130
BsW
10
0
0
0
0
-600
0
0
0
0
0
220
229
237
247
Programma Inkomen Verbetering Buig-saldo Programma Schuldhulpverlening Verhoging personele inzet Programma Overhead Ziektevervanging
475
0
0
0
0
Verhoging personele inzet
0
30
30
30
30
ICT-lasten
242
77
52
52
52
Huisvestingslasten
76
Rente
-30
Diversen
13
22
22
22
22
Totaal mutaties
-41
204
193
206
221
Deze saldi zijn in de gemeentelijke vergoedingen verwerkt. Het saldo programma Werkleerbedrijf en het BUIG-saldo zijn verwerkt in de extra vergoeding, de overige saldi in de reguliere exploitatievergoeding. De verwerking hiervan is als volgt: Bedragen * € 1.000 (+ = nadelig, - = voordelig)
2024-4
2025-1
2026
2027
2028
(Reductie) gemeentelijke bijdrage
-817
-145
-140
-135
-130
Exploitatiebijdrage gemeenten
776
349
333
341
351
Totaal verwerkt
-41
204
193
206
221
29
Programma Arbeidsmarkt Re-integratie
realisatie 2023
begroting 2024-3
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
baten
2.970
342
1.505
735
Personeelslasten
2.866
extra personele inzet
1.138
Doorbelast werkinfra
1.558
baten
638
wijziging lasten
begroting 2024-4
baten
-425
1.611
lasten
baten
2.970
342
1.505
310
1.611
0
Loonkosten WiW/BsW
37
39
39
0
Plaatsingsvergoedingen
124
310
310
0
Overige instrumenten
499
94
473
0
407 6.628
Bijdrage gemeenten Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product
473
0
5.891
450
5.998
-450
-450
0
5.548
6.623
7.359
7.075
-450
-875
6.909
6.200
0
832
0
-450
-875
7.741
6.200
940
0
832
0
7.568
6.623
8.191
7.075
Saldo
-945
-1.116
-425
-1.541
0
0
425
425
-945
-1.116
0
-1.116
Reserveringen Saldo na reservering
Re-integratie
begroting 2025
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
Personeelslasten
3.086
extra personele inzet idem door groei doelgroep
1.849 315
315
Doorbelast werkinfra
1.674
1.674
Plaatsingsvergoedingen
322
322
Overige instrumenten
642
642
Bijdrage gemeenten
493
6.572
-493
-493
0
6.079
8.381
7.691
-493
-493
7.888
7.198
864
0
0
0
864
0
9.245
7.691
-493
-493
8.752
7.198
Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product
Saldo
Re-integratie (bedragen * € 1.000)
wijziging lasten
begroting 2025-1
baten
lasten
baten
355
3.086
355
764
1.849
764
-1.554
0
raming 2026 lasten
baten
raming 2027 lasten
30
baten
-1.554
raming 2028 lasten
baten
Personeelslasten
3.206
369
3.331
384
3.461
399
extra personele inzet idem door groei doelgroep
1.317
793
1.369
824
1.422
857
581
776
985
Doorbelast werkinfra
1.739
1.807
1.877
Plaatsingsvergoedingen
335
348
361
Overige instrumenten
367
381
Bijdrage gemeenten
396
6.570
Subtotaal
7.545
Directe apparaatskosten Totaal product
6.999
7.733
8.012
8.207
7.451 8.503
8.706
898
0
933
0
969
0
8.443
7.733
8.945
8.207
9.472
8.706
Saldo
-710
-738
-766
Programma Werkleerbedrijf Werkleerbedrijf
realisatie 2023
begroting 2024-3
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
baten
baten
wijziging lasten
begroting 2024-4
baten
lasten
baten
Personeelslasten
4.065
3.924
106
Huisvesting
1.268
1.208
-70
8
1.138
8
882
903
-22
75
881
75
Productiemiddelen Bedrijfsrestaurant Overig
235
85
0
0
235
85
797
0
-92
0
705
0
14.694
15.607
14.372
367
1.132
15.974
15.504
566
270
550
41
31
311
581
563
0
Wsw-doelgroep
15.620
Bsw-doelgroep Doorbel. Dienstverlening
413
Netto omzet
4.030
4.931
5.641
Doorbel. Wsw kantoor Doorbel. Inzet Werk
-201
5.440
480
0
480
60
0
60
342
0
342
Doorbel. re-integratie
-1.558
Subtotaal
21.254
20.191
21.675
21.188
330
1.045
22.005
22.233
463
0
1.469
0
0
0
1.469
0
21.717
20.191
23.144
21.188
330
1.045
23.474
22.233
Directe apparaatskst. Totaal product Saldo
-1.611
-1.526
-1.956
0
0
-1.526
-1.956
Reserveringen Saldo na reservering
-1.611
Werkleerbedrijf
begroting 2025
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
wijziging lasten
baten
715 498
begroting 2025-1
Personeelslasten
3.761
3.761
Huisvesting
1.208
1.208
853
853
Productiemiddelen
31
498 217
lasten
-1.241
baten
0 -1.739
Bedrijfsrestaurant
244
Overig
779
88
244
88
779
Netto omzet
6.206
6.206
Wsw-doelgroep
15.206
14.294
300
445
15.506
14.739
Bsw-doelgroep Doorbel. Dienstverlening
329
443
186
186
515
629
498
Doorbel. Wsw kantoor Doorbel. Inzet Werk
498
62
62
355
Doorbel. re-integratie
-1.674
Subtotaal
21.061
355 -1.674 21.592
486
631
21.547
22.223
Directe apparaatskst.
1.526
0
0
0
1.526
0
Totaal product
22.587
21.592
486
631
23.073
22.223
Saldo
Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)
-995
raming 2026 lasten
145
-850
raming 2027
baten
lasten
raming 2028
baten
lasten
baten
Personeelslasten
3.747
3.732
3.717
Huisvesting
1.208
1.208
1.208
Productiemiddelen
853
853
853
Bedrijfsrestaurant
254
Overig
779
Netto omzet
92
264
95
274
779 6.706
99
779 7.206
7.206
Wsw-doelgroep
14.947
14.643
14.341
14.473
13.768
14.318
Bsw-doelgroep Doorbel. Dienstverlening
529
676
570
724
609
770
Doorbel. Wsw kantoor
518
538
559
65
67
70
Doorbel. Inzet Werk
369
384
399
Doorbel. re-integratie
-1.739
-1.807
-1.877
Subtotaal
20.947
22.699
20.324
23.103
19.729
23.022
Directe apparaatskst.
1.586
0
1.647
0
1.712
0
Totaal product
22.532
22.699
21.971
23.103
21.441
23.022
Saldo
167
1.132
1.581
Programma Inkomen Bijstandsverstrekking
realisatie 2023
begroting 2024-3
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
baten
2.250
0
baten
Personeelslasten Inkomensvoorz. Buig Rijksvergoeding Buig
50.658
942
55.189
50.106
907 53.981
32
wijziging lasten
begroting 2024-4
baten
lasten
baten
2.250 465
0
300
55.654
1.207
700
0
54.681
Onderzoekskosten BBZ
35
35
0
Tozo-regeling
498
498
350
350
200
200
550
550
Energietoeslag
7.859
7.859
1.680
1.680
-1.041
-1.041
639
639
Leefgeld Oekraïne
1.113
1.113
1.000
1.000
-140
-140
860
860
Bijzondere bijstand
3.744
134
3.872
139
-100
-100
3.772
39
Minimabeleid
2.168
29
2.242
30
100
100
Bijdr. Gem. bb/min Overig
100
2.342
130
5.945
0
5.945
30
0
30
0
5.750 16
-65
Subtotaal
66.091
66.431
66.712
64.031
-581
19
66.131
64.050
Directe apparaatskosten
3.348
0
1.558
0
0
0
1.558
0
Totaal product
69.439
66.431
68.271
64.031
-581
19
67.690
64.050
Saldo
-3.008
Bijstandsverstrekking
begroting 2025
(bedragen * € 1.000)
lasten
wijziging
baten
Personeelslasten
2.338
Inkomensvoorz. Buig
56.917
Rijksvergoeding Buig Onderzoekskosten BBZ
104
Tozo-regeling
350
-4.240
lasten
600
begroting 2025-1
baten
lasten
baten
2.338
0
943
56.917
943
55.861
0
55.861
350
-50
-50
860
860
104
0
300
300
Leefgeld Oekraïne
0
0
860
860
Bijzondere bijstand
4.023
144
4.023
144
Minimabeleid
2.329
31
2.329
31
6.177
0
6.177
32
0
32
0
Subtotaal
66.092
63.505
810
810
66.902
64.315
Directe apparaatskosten
1.619
0
0
0
1.619
0
Totaal product
67.711
63.505
810
810
68.521
64.315
Bijdr. Gem. bb/min Overig
Saldo
Bijstandsverstrekking (bedragen * € 1.000)
-4.206
0
raming 2026 lasten
raming 2027
baten
Personeelslasten
2.429
Inkomensvoorz. Buig
57.869
Rijksvergoeding Buig
lasten
raming 2028
baten
2.524 979
59.078
56.941
-4.206
lasten
baten
2.622 1.018
60.543
58.061
59.381
Onderzoekskosten BBZ
108
Tozo-regeling
200
200
150
150
100
100
0
0
0
0
0
0
Leefgeld Oekraïne
112
1.057
33
117
-3.640
Bijzondere bijstand
4.180
150
4.343
155
4.512
162
Minimabeleid
2.420
32
2.514
33
2.613
34
Bijdr. Gem. bb/min Overig
6.418
6.668
6.928
33
0
34
0
35
0
Subtotaal
67.238
64.719
68.755
66.085
70.541
67.662
Directe apparaatskosten
1.682
0
1.748
0
1.816
0
Totaal product
68.920
64.719
70.503
66.085
72.357
67.662
Saldo
-4.201
-4.418
-4.695
Programma Schuldhulpverlening Schuldhulpverlening
realisatie 2023
begroting 2024-3
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
baten
Personeelslasten Advieskosten
baten
wijziging lasten
begroting 2024-4
baten
lasten
1.241
1.241
16
16
5
baten
Bijdragen klanten
14
18
18
Bijdragen derden
33
26
26
KOT-toekenningen Subtotaal
195
195
250
250
200
242
1.506
294
Directe apparaatskosten
1.215
Totaal product
1.415
Saldo
242
begroting 2025
(bedragen * € 1.000)
lasten
Advieskosten
0
294
0
-1.543
wijziging
baten
lasten
1.289
0 0
begroting 2025-1
baten
220
lasten
baten
1.509
16
16
Bijdragen klanten
18
18
Bijdragen derden
27
27
KOT-toekenningen
0
0
Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product
Saldo
1.305
45
220
0
343 1.648
1.525
45
343 45
220
-1.603
0
-220
34
250
1.506
294
330
1.836
-1.173
Schuldhulpverlening
Personeelslasten
0
330
250
1.868
45
-1.823
1.836
294 -1.543
Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000) Personeelslasten
raming 2026 lasten
raming 2027
baten
1.569
Advieskosten
lasten
raming 2028
baten
lasten
1.629
17
baten
1.693
17
18
Bijdragen klanten
19
20
20
Bijdragen derden