24-105 Bijlage 1a. Gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan
Tekst van het document
GEMEENTE MIDDELBURG Bestemmingsplan ‘Schotelweg 2, 6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
Vastgesteld door de raad van de gemeente Middelburg bij besluit van
, voorzitter
, griffier
gemeente titel imro-nummer projectnummer status datum Ontwerp Vastgesteld
Middelburg Bestemmingsplan ‘Schotelweg 2, 6, 8 en ongenummerd te Middelburg’ NL.IMRO.0687.BPNOWSCHWEG-ON01 MB4043 Ontwerp 13 december 2023 20 december 2023
TOELICHTING
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
INHOUD HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer toelichting HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING EN VISIE 2.1 Beschrijving huidige situatie plangebied 2.2 Beschrijving toekomstige situatie plangebied 2.3 Verkeer en parkeren 2.4 Participatieproces HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid HOOFDSTUK 4 SECTORALE ASPECTEN 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Geluid 4.3 Bodem 4.4 Externe veiligheid 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Archeologie 4.8 Cultuurhistorie 4.9 Water 4.10 Flora en fauna 4.11 Niet-gesprongen explosieven 4.12 Duurzaamheid 4.13 Kabels en leidingen HOOFDSTUK 5 UITVOERBAARHEID 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE PLANOPZET 6.1 Plansystematiek 6.2 Bestemmingen
BIJLAGEN: Bijlage 1 – Akoestisch onderzoek ten behoeve van de ontwikkeling aan de Schotelweg te Middelburg, Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing, 28 juni 2023; Bijlage 2 – Verkennend bodemonderzoek volgens NEN 5740, Schotelweg 5 te Middelburg, percelen Middelburg sectie T nummers 2248 en 2249 (gedeeltelijk), Abo Milieuconsult, 13 juli 2023; Bijlage 3 – Rapport quickscan Wet natuurbescherming Schotelweg te Middelburg, Econsultancy, 8 juni 2023; Bijlage 4 – Rapport stikstofdepositie, inclusief de aanleg- en gebruiksfase Schotelweg te Middelburg, Econsultancy, 28 november 2023.
1
4 4 4 5 6 7 7 7 8 8 9 9 11 12 14 18 18 19 21 22 26 27 28 29 30 33 36 36 36 38 38 38 40 40 40
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
Figuur 1: Luchtfoto, rode omlijning betreft indicatief planlocatie aan weerszijden van de Schotelweg, inclusief het bestaande nutsgebouwtje. Bron: Google Maps.
Figuur 2: Weergave deel plangebied omvattende de blauw omlijnde percelen, Schotelweg 2, 6, en 8. Nummer 2a betreft een nutsgebouwtje wat in het plan conserverend zal worden meegenomen. Bron: https://kadaster.nl.
2
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
Figuur 3: Weergave deel plangebied omvattende de blauw omlijnde percelen, Schotelweg ongenummerd. Bron: https://kadaster.nl
3
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
HOOFDSTUK 1
1.1
INLEIDING
Aanleiding Met dit bestemmingsplan wordt de bedrijfsmatige bestemming voor de percelen gelegen aan de Schotelweg 2, 6 en 8 alsmede de percelen ongenummerd, nader feitelijk aangeduid als Schotelweg 5, gewijzigd in een woonbestemming. Na sloop van de aanwezige bedrijfsmatige bebouwing (nummers 2, 6 en 8), waaronder begrepen 1 bedrijfswoning én amoveren van de aanwezige opslag bestaande uit loodsen en werkplaatsen (ongenummerde percelen), is op deze percelen de ontwikkeling en realisatie van maximaal 5 grondgebonden burgerwoningen, verdeeld over 5 separate kavels, voorzien. Hiermee wordt gelet op de woningbouwtaakstelling én ligging in het lint met overwegend bestaande woningen, een meer passende invulling aan de percelen gegeven. Op basis van de regels behorende bij het bestemmingsplan ‘Noordweg’ uit 2011 is de gewenste wijziging en ontwikkeling bij recht niet mogelijk. Om voornoemde ontwikkeling mogelijk te maken is de gemeente bereid op basis van een partiële herziening van het geldende bestemmingsplan, medewerking aan het voornemen te verlenen. Voorliggend bestemmingsplan betreft de partiële herziening van het geldende bestemmingsplan ‘Noordweg’ en maakt de beoogde wijziging planologisch-juridisch mogelijk; dat wil zeggen, dat het bestemmingsplan regelt wat nodig is voor een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan de Schotelweg, ten noorden van de stad Middelburg en heeft betrekking op de navolgende zeven percelen, welke in de nieuwe situatie in 5 separate kavels worden verdeeld: 1. Schotelweg 2, kadastraal bekend, gemeente Middelburg, sectie T, nummer 1729 (nummer 2a betreft een nutsvoorziening); 2. Schotelweg 6, kadastraal bekend, gemeente Middelburg, sectie T, nummer 840; 3. Schotelweg 8, kadastraal bekend, gemeente Middelburg, sectie T, nummer 839, waarbij een zeer beperkte agrarische strook grond van circa 10 meter, kadastraal bekend, gemeente Middelburg, sectie T, nummer 2324, aan het perceel wordt toegevoegd; 4. Schotelweg ongenummerd, nader aangeduid als nummer 5, kadastraal bekend, gemeente Middelburg, sectie T, nummer 2956, 2957, 2954 alsmede 2955 (beide gedeeltelijk). De percelen zijn alle aangemerkt als beschermd stadsgezicht en gelegen achter het bestaande bebouwingslint aan de Noordweg. Daarmee grenst het plangebied in oostelijke richting aan achtertuinen en achtergevels van de bestaande woonbebouwing in het lint. In noordelijke, westelijke en zuidelijke richting worden de percelen belend door het agrarische buitengebied van de gemeente Middelburg. Voor de ligging van het plangebied en percelen wordt verwezen naar figuur 1 (luchtfoto).
De figuren 2 en 3 geven de kadastrale aanduiding en eigendomsgrenzen van de percelen, deel uitmakend van het plangebied, weer.
4
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
1.3
Vigerend bestemmingsplan Het plangebied valt binnen het bestemmingsplann ‘Noordweg’ en over een beperkte gedeelte in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan ‘Schotelweg’ gelden binnen het plangebied de huidige bestemmingsplannen ‘Noordweg’ en ‘Buitengebied. Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliezen de huidige bestemmingsplannen, binnen het plangebied, hun rechtskracht. De onderhavige percelen zijn voornamelijk bedrijfsmatig bestemd. Op deze percelen mogen bedrijven tot met categorie B1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten ‘functiemenging’ worden opgericht. Binnen de op de verbeelding aangeduide bouwvlakken mag bedrijfsbebouwing en – indien niet uitgesloten – per bedrijf één bedrijfswoning worden opgericht. De goot- en bouwhoogten alsmede bebouwingspercentages differentiëren per perceel en worden op de verbeelding aangegeven. Verder zijn twee stroken grond, van beperkte omvang bestemd tot ‘Agrarisch – Landschapswaarden’, welke door het ontbreken van een bouwvlak voor grondgebonden agrarisch gebruik zijn bestemd. Daarnaast dragen de gronden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie – 3’ en ‘Waarde – Beschermd Stadsgezicht’. Onderhavige objecten worden op basis van de bijlage bij de regels van de geldende bestemmingsplannen echter niet als cultuurhistorische bebouwing aangemerkt.
Naast voornoemde percelen wordt het bestaande trafohuisje ter plaatse van Schotelweg 2 conserverend in onderhavige herziening opgenomen.
Figuur 4: uitsnede vigerend bestemmingsplan van het plangebied, rode omlijning betreft projectlocatie. Bron: https://www.ruimtelijkeplannen.nl
5
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied" uit 2011, rode omlijning geeft de twee agrarisch bestemde stroken grond aan. Bron: https://www.ruimtelijkeplannen.nl
1.4
Leeswijzer toelichting
Het voorliggende bestemmingsplan is opgebouwd uit 6 hoofdstukken en enkele (separate) bijlagen. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin het plan nader wordt beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader dat van belang is voor het plan uiteengezet. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde milieuaspecten wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom voorliggend plan uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van het plan en het maatschappelijk draagvlak. In hoofdstuk 6 wordt het juridisch kader beschreven, waarbij wordt ingegaan op de planregels en de verbeelding.
6
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
HOOFDSTUK 2
2.1
PLANBESCHRIJVING EN VISIE
Beschrijving huidige situatie plangebied Het plangebied is in groter verband bezien gelegen ten noorden van de stad Middelburg en wordt ten westen, zuiden en noorden gekenmerkt door een relatief open agrarisch landschap. In kleiner verband ligt het plangebied aan de Schotelweg, achter het bestaande bebouwingslint gesitueerd aan de Noordweg. De Noordweg verbindt de stad Middelburg met de kern Sint Laurens. In de loop van de tijd is langs de Noordweg een bebouwingslint ontstaan, zowel aan de oost- als de westzijde. De bebouwing langs het lint heeft een landelijke uitstraling. De nokrichting van de bebouwing is voornamelijk, met enkele uitzonderingen, haaks gericht op de Noordweg. De voorgevelrooilijn van de (woon)bebouwing volgt de Noordweg consequent, waarbij gelet op de afstand tot de weg ruimte is voor voortuinen. Het plangebied zelf is gelegen in de overgang van het groene, naar het verharde gedeelte van de lintbebouwing en bevindt zich in de tweede bebouwingslijn. Hierdoor vormt het plangebied een uitzondering ten opzichte van de overige bebouwing langs de Noordweg. De bebouwing op de percelen bestaat dan ook uit bedrijfsbebouwing met bijbehorende erven. Door de ligging achter de lintbebouwing wordt het zicht op de bedrijfsmatige bebouwing enigszins onttrokken.
Desondanks vormt de bedrijfsmatige bebouwing met bijbehorende opstallen een dissonant in het overgangsgebied en vraagt daarmee om een nieuwe toekomstbestendige functie, passend in de omgeving. Sloop en oprichting van nieuwbouw zijn daarvoor noodzakelijk.
2.2
Beschrijving toekomstige situatie plangebied De op de percelen aanwezige bedrijfsbebouwing met bijbehorende opstallen (loodsen en werkplaatsen) en opslag worden gesloopt en geamoveerd. Dit is in een overeenkomst tussen gemeente en de eigenaren vastgelegd. Voor de beoogde nieuwe woningen gelden de standaard bouwbepalingen uit het nu geldende bestemmingsplan ‘Noordweg’, zoals die ook gelden voor alle andere woningen in het bebouwingslint. Concreet betekent dit voor onderhavige ontwikkeling dat op één kavel één vrijstaande woning en op de overige kavels vier aaneengebouwde woningen binnen het plangebied zijn voorzien. In essentie is daarmee per kavel het oprichten van een grondgebonden woning met een maximale goothoogte van 4 meter en een maximale bouwhoogte van 8 meter toegestaan. Verder morgen aan-, uit- en bijgebouwen worden opgericht met een goothoogte van 3 en een bouwhoogte van 4,5 meter, met uitzondering van de garage die bij de vrijstaande woning zal worden opgericht. Deze zal een maximale bouwhoogte van 5,50 meter verkrijgen, hetgeen ook planologisch wordt geborgd. De oppervlakte daarvan mag maximaal 40 m² bedragen. Voor de vrijstaande woning is reeds een bouwplan ingediend en wordt met toepassing van de coördinatieregeling gekoppeld aan onderhavig bestemmingsplan. Dit is mogelijk op basis van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening; de coördinatieregeling.
Doordat de totstandkomingen vervolgprocedures van bestemmingsplan en omgevingsvergunning gecoördineerd plaatsvinden via één procedure, is er ook eenmaal gelegenheid tot het indienen van zienswijzen en staat eenmaal beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
7
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
De overige woningen worden pas na afronding van de ruimtelijke procedure en van kracht worden van het bestemmingsplan nader uitgewerkt en als bouwplan ingediend. Dit bestemmingsplan biedt dan ook alleen de juridisch-planologische randvoorwaarden voor de ontwikkeling. 2.3
Verkeer en parkeren De percelen worden in de bestaande situatie ontsloten middels een enkele in- en uitrit op de Schotelweg. Dit blijft in de nieuwe situatie ongewijzigd. Het verkeer kan zich – net als nu – in zowel westelijke als oostelijke richting verspreiden. De verkeerseffecten van het aantal en soort verkeersbewegingen verband houdende met de beoogde woningbouwontwikkeling zal voorts – in relatie tot de thans (planologisch) toegelaten bedrijfsmatige functies – in beginsel gunstiger zijn. Immers, het (zware) verkeer met inbegrip van laden en lossen zal door onderhavige ontwikkeling komen te vervallen. Parkeren Voor de vaststelling van de parkeernorm is gebruikgemaakt van de CROW (‘Toekomstbestendig parkeren’, publicatie 381). Conform het CROW-beleid valt de gemeente Middelburg binnen de stedelijkheidsgraad ‘sterk stedelijk’ en valt het plangebied in de stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’. Uitgaande van het type ‘huur en koop, vrijstaand’, liggend in het ‘rest bebouwde kom’ van een ‘sterk stedelijk gebied’ stelt de CROW-publicatie (‘Toekomstbestendig parkeren’, publicatie 381) de gemiddelde parkeernorm voor koop op 2,1 en huur op 1,8 per woning, waarvan 0,3 parkeerplaatsen voor bezoekers. Concreet betekent dit dat er uitgaande van de ontwikkeling en realisatie van 4 huur- en 1 koopwoning, dat op ieder perceel 2 auto’s geparkeerd moeten kunnen worden.
Omdat op de percelen voldoende ruimte is voor het parkeren van minimaal 2 auto’s, kan de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein opgelost worden. Het plan voldoet aan de parkeernormering uit de CROW-publicatie.
2.4
Participatieproces De initiatiefnemer heeft de direct omwonenden reeds geïnformeerd over de beoogde woningbouwontwikkeling en er zijn geen bezwaren geuit.
8
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het voor de beoogde ontwikkeling relevante beleid van Rijk, provincie en gemeente. Per beleidsdocument worden de relevante aspecten behandeld. 3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied overstijgt. Betekenis voor onderhavig plan Het planologisch mogelijk maken van vijf grondgebonden woningen is dusdanig beperkt van omvang, dat de nationale belangen deze ontwikkeling niet raken.
9
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
3.1.2
Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt het Rijk een aantal regels voor met betrekking tot de inhoud van bestemmingsplannen. Ingezet wordt onder meer op zuinig ruimtegebruik, de bescherming van kwetsbare gebieden en op bescherming van het land tegen overstromingen en wateroverlast. Het kabinet benoemt ruim 30 nationale ruimtelijke belangen en de instrumenten om die uit te voeren. Het plangebied maakt geen deel uit van een gebied dat is aangewezen als nationaal ruimtelijk belang. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling past binnen het beleidskader zoals vastgesteld in het Barro.
3.1.3
Ladder van duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorts met ingang van 1 oktober 2012 opgenomen, dat gemeenten en provincies verplicht zijn om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' op te nemen, wanneer een zodanig ruimtelijk besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. De ladder is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening en luidt als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Een woning is een stedelijke functie, waarop de ladder in beginsel van toepassing is. In welke gevallen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is echter niet concreet vastgelegd. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient echter voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt ( uitspraak: ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). De jurisprudentie geeft op het gebied van woningbouw wel een constante lijn aan. Bouwplannen met niet meer dan 11 woningen zijn geen stedelijke ontwikkeling.
Voor het overige zijn geen regels opgenomen die specifiek op deze situatie van toepassing zijn. Betekenis voor onderhavig plan Ingevolge de jurisprudentie is bepaald, dat vanaf 12 woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die getoetst dient te worden aan de Ladder. Ofschoon er slechts één bedrijfswoning feitelijk aanwezig is, is bij recht de oprichting van 3 bedrijfswoningen toegestaan. Daarmee leidt de beoogde ontwikkeling, die ziet op het wijzigen van een bedrijfsbestemming in een woonbestemming, tot het toevoegen van 2 vrijstaande woningen aan de woningvoorraad. Daarmee is formeel toetsing aan de ‘ladder’ niet aan de orde. Daarnaast is de ontwikkeling dusdanig beperkt van omvang, dat ook in die zin geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Verder ligt de locatie in bestaand bebouwd gebied en is binnen de bestaande bouwvlakken reeds bebouwing, waaronder de oprichting van bedrijfswoningen, toegestaan. Dit laat echter onverlet, dat het bevoegde orgaan in het kader van een goede ruimtelijke ordening bij de vaststelling van een bouwplan dient te beoordelen of de beoogde ontwikkeling een passende bestemming is, mede omdat de provincie Zeeland hecht aan duurzaam ruimte gebruik. Voor een nadere onderbouwing hiervan wordt verwezen naar de volgende paragrafen.
10
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Zeeuwse Omgevingsvisie en Provinciale Omgevingsverordening Zeeland 2018 Zeeuwse Omgevingsvisie Op 12 november 2021 hebben Provinciale Staten de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de ambities voor 2050 en de doelen voor 2030 vastgelegd. De visie kent verschillende doelen; soms is deze bedoeld als richtdocument voor overleggen. Soms is het de basis voor de Zeeuwse Omgevingsverordening en de uitvoeringsprogramma's, of is het de leidraad bij het uitvoeren van het beleid. De provincie heeft 4 ambities gesteld: 1. Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland. 2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied. 3. Een duurzame en innovatieve economie. 4. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. Daarnaast zijn er 27 bouwstenen, verdeeld over bovengenoemde vier ambities, uitgewerkt. In de bouwstenen worden de beleidsdoelstellingen voor 2030 beschreven, evenals de acties die daaraan bijdragen en welke partijen daar een rol bij spelen. Hieronder worden de bouwstenen die relevant zijn voor onderhavige onderbouwing beschreven. Over de woningvoorraad beschrijft de provincie, dat de nieuwbouw moet passen bij de huidige en toekomstige woningbehoefte. De focus ligt op kwaliteit in woningtypen en locaties en minstens 50% van de nieuwbouw is circulair. Nieuwbouwplannen moeten inspelen op de behoefte aan specifieke woningmarktsegmenten.
De huishoudensgroei in Zeeland zit primair in de 65- en 80plushuishoudens. De behoefte aan nultredenwoningen en beschutte woonzorgvoorzieningen waar zorg ontvangen mogelijk is, neemt fors toe. Hiertoe werken de Zeeuwse gemeenten en de Provincie aan een Zeeuwse Woonagenda, waarbinnen gezamenlijk wordt opgetrokken om de woningvoorraad toekomstbestendig te maken en te houden. Er wordt ingezet op het saneren of vervangen van woningen waar geen behoefte aan is, het stimuleren van verduurzaming van de woningvoorraad, het realiseren van een flexibele schil en de ondersteuning van gemeenten bij de realisatie van woningbouw die voorziet in een behoefte op de juiste plaats. Provincie en gemeenten stellen de kaders vast waarbinnen de afspraken worden uitgevoerd. Verder staan de ruimtelijke doelen van bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik hoog op de agenda. Het is van provinciaal belang dat Zeeuwse steden de sociaaleconomische motor blijven van de provincie. Gezien de ruimtelijke doelen, de klimaat en demografische opgave, de uitgangssituatie van de woningvoorraad en de toekomstverwachtingen, is woningbouwbeleid essentieel. Woningbouwprojecten, zeker de omvangrijke, hebben een gemeentegrensoverschrijdend impact. Er moet daarom op regionaal niveau gekozen worden voor de woningbouwplannen die qua omvang, locatie en type aansluiten bij de woonwensen van de Zeeuwse burger.
Deze keuzes worden gemaakt in regionale woningmarktafspraken door de vijf Zeeuwse woningmarktregio’s (De Bevelanden, Schouwen-Duiveland, Tholen, Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen). Tot slot worden de provinciale belangen uit het de Zeeuwse Omgevingsvisie geborgd in de Omgevingsverordening Zeeland 2018.
11
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
Provinciale Omgevingsverordening Zeeland 2018 en Ontwerp Omgevingsverordening Zeeland Met de vaststelling van het Omgevingsplan Zeeland 2018, welke thans is vervangen door de Zeeuwse Omgevingsvisie, is ook de Omgevingsverordening Zeeland 2018 vastgesteld (21 september 2018). Tot op heden zijn er 12 wijzigingen op de verordening vastgesteld. Slechts een select aantal onderdelen uit het voormalige Omgevingsplan is geregeld in de verordening. Van gemeenten wordt een loyale bijdrage verwacht aan de uitvoering van de beleidsdoelen van het plan, ook ten aanzien van die onderdelen van het plan die niet in de verordening zijn opgenomen. Verder streeft de provincie naar realisering van beleidsdoelen met de inzet van andere instrumenten. Daartoe wordt verwezen naar de inhoud van de Zeeuwse Omgevingsvisie. In de Provinciale Omgevingsverordening 2018 is het provinciale beleid daarmee vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Belangrijk onderscheid is er gemaakt tussen het bestaand stedelijk gebied en het landelijk gebied. Het plangebied is conform het provinciaal beleid gelegen in het bestaand stedelijk gebied.
Binnen het bestaand stedelijk gebied hebben gemeenten grote vrijheid van handelen Naast de Zeeuwse Omgevingsvisie is op 18 juli 2023 ook de Ontwerp Omgevingsverordening Zeeland, beide inclusief de eerste wijziging daarop, welke gelijktijdig met de Omgevingswet op 11-2024 in werking zal treden, voor inspraak ter inzage gelegd. Tot 4 oktober 2023 bestond de mogelijkheid zienswijzen tegen de Omgevingsverordening in te dienen. Onder zowel de huidige als komende Omgevingswet, vormt de Omgevingsverordening een aanvulling op de Zeeuwse Omgevingsvisie, aangezien het in deze visie geformuleerde beleid in de verordening wordt gecomplementeerd met toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Op basis van de Ontwerp Omgevingsverordening Zeeland past de ontwikkeling uitgaande van een globale toetsing op hoofdlijnen ook binnen deze verordening. Tot het moment van vaststelling van deze Omgevingsverordening is de Omgevingsverordening uit 2018 van kracht. Betekenis voor onderhavig plan Er zijn ten aanzien van de onderhavige ontwikkeling geen regels vanuit de Omgevingsverordening, noch Ontwerp Omgevingsverordening Zeeland van toepassing. Geconcludeerd kan worden dat het initiatief past in het provinciaal beleid. 3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Advies regionale woningmarktafspraken Walcheren In juni 2018 is in opdracht van de Provincie en de drie gemeenten op Walcheren een advies, met name procesmatig, over nieuw te maken woningmarktafspraken gemaakt. In juni 2018 is door hen het rapport ‘Advies regionale woningmarktafspraken Walcheren’ opgeleverd. Behalve procesmatige uitspraken, zijn in dit rapport ook inhoudelijke uitspraken gedaan, zij het met stevige voorbehouden: In het rapport wordt diverse malen verwezen naar een provinciaal afwegingskader voor nieuwe plannen uit 2017. Door instemming van GS met nieuwe woningmarktafspraken is dit inmiddels vervallen. Het geadviseerde regionaal woningmarktonderzoek is inmiddels uitgevoerd. Nieuwe
12
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
woningmarktafspraken voor de regio Walcheren zijn eind 2018 vastgesteld en begin 2019 door de Provincie Zeeland bekrachtigd. 3.3.2
Middelburg: Middelpunt op de woningmarkt, Woonvisie 2023 -2027 De Woonvisie die op 10 november 2022 door de gemeenteraad is vastgesteld heeft tot doel, richting te geven aan het realiseren van een kwalitatief goede woningvoorraad die aansluit op de vraag. Een actualisatie is vereist, gelet op alle trends en ontwikkelingen die zich op meerdere vlakken, waaronder de woningmarkt, voltrekken en op de gemeente afkomen. Voor onderhavige ontwikkeling is relevant, dat wordt geconcludeerd dat het aantal inwoners en huishoudens ondanks de vergrijzing groeit. Deze groei wordt met name ingegeven door de sterke toename aan 65-plussers. De komende vijf jaar wordt een toename van circa 1.100 huishoudens verwacht. In de daaropvolgende jaren tot 2032 zal dit aantal nog verder oplopen naar circa +2.050 huishoudens met een totaal van circa 25.400 huishoudens in 2032. Ook na 2032 groeit – op basis van huishoudensprognoses van de provincie Zeeland – Middelburg nog door met een totale groei tussen 2022 en 2042 van 3.460 huishoudens (een groei van bijna 15% ten opzichte van 2022). De huishoudensgroei wordt veroorzaakt doordat het aantal gezinnen in 2042 hoger zal liggen dan nu en vooral door een sterke toename van het aantal alleenstaanden en stellen ouder dan 65 jaar. Verder blijft nieuwbouw mogelijk en blijft inbreiden voorrang genieten boven uitbreiden.
Doel daarbij is om de woningbouwvoorraad van een kwaliteitsimpuls te voorzien. Betekenis voor onderhavig plan Voor de 5 woningen, waarvan 1 in het koop- en 4 in het verhuursegment is de behoefte aangetoond; deze vallen binnen de aantoonbare woningbouwbehoefte van de gemeente Middelburg voor de komende 10 jaar. Er zijn nog te weinig harde plannen om in de behoefte te kunnen voorzien. Hiermee is de kwantitatieve behoefte voldoende onderbouwd. Verder wordt door de gemeente met betrekking tot het beleidsveld ‘wonen’ ingezet op het aanbieden van voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor diverse doelgroepen, waarbij het aanbod – zowel nu als in de toekomst – moet aansluiten op de vraag. Door het realiseren van 5 grondgebonden woningen in binnenstedelijk gebied wordt bijgedragen aan het creëren van doorstroming op de woningmarkt, waar uitdrukkelijk behoefte aan bestaat én waardoor wooncarrière kan worden gemaakt. Daarnaast leidt de ontwikkeling tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het bebouwingslint. Hiermee sluit de ontwikkeling, niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief, naadloos op de meest recente woningmarktanalyse aan.
3.3.3
Zeeuwse Woondeal Om het woningtekort terug te dringen tot een gezond evenwicht, wordt met het programma Woningbouw nationaal ingezet op de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. Om dit te realiseren wordt gestreefd naar de groei tot 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar vanaf 2024. Daarbij is het streven dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar zijn. Daarom is nationaal de bouw van 250.000 sociale corporatiewoningen en 350.000 woningen in het middensegment (midden huur- en koopwoningen onder de 355.000 euro) nodig. Met gemeenten, provincies en Rijk zijn afspraken gemaakt over ieders aandeel in het behalen van deze
13
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
doelstellingen. De woondeal is een regionale doorvertaling naar de Zeeuwse gemeenten van de afspraken tussen het Rijk en de provincie. De woondeal regio Zeeland, welke begin 2023 is gesloten, bevat afspraken over onderwerpen en thema’s die van belang zijn voor de gehele regio, zoals de woningbouwopgave, het betaalbaar houden van de woningvoorraad, een bijdrage leveren aan klimaat- en de leefbaarheidsvraagstukken. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt die specifiek op de huisvestingsvraagstukken van een bepaalde doelgroep of op een ander specifiek onderwerp zijn gericht. Voor de regio Walcheren wordt geconcludeerd, dat er een kwalitatieve en kwantitatieve woonopgave ligt. De kwantitatieve opgave dient dus om het huidige tekort in te lopen en daarnaast is er behoefte aan nieuwbouw voor de toekomstige groei. Voor de korte termijn wordt bovendien ingezet op de realisatie van flexwoningen. Kwalitatief wordt ingezet op: - Herstructurering van voornamelijk naoorlogse woningen in verband met kwaliteit, niet toekomstbestendig aanbod en duurzaamheid. - Extra aanbod van goedkope en betaalbare woningen, waaronder sociale huurwoningen (ook voor de aandachtsgroepen als statushouders en uitstroom vanuit maatschappelijke opvang). - Door de steeds grotere groep ouderen ligt de focus op het toevoegen van nultredenwoningen.
Hierdoor wordt ook de doorstroming bevorderd en kunnen goedkopere woningen in de bestaande markt beschikbaar komen. Dit betekent concreet voor de gemeente Middelburg, dat zij zich zal inzetten om tot 2030 minimaal 2.280 woningen binnen haar gemeente te realiseren, waarvan 1550 in het sociale huursegment. Betekenis voor onderhavig plan De beoogde ontwikkeling is in lijn met de regionale woningmarktafspraken en de Zeeuwse Woondeal. 3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Kwaliteitsatlas Middelburg De Kwaliteitsatlas is een belangrijk integraal beleidsdocument van de gemeente Middelburg. In deze Kwaliteitsatlas wordt een richting uitgestippeld voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente tot het jaar 2030. Voor een groot aantal deelaspecten (wonen, werken) is vervolgens aangegeven welke veranderingen op moeten treden om in 2030 tot de gewenste situatie te zijn gekomen. Eind 2008 is de herijking van de 2e en 3e fase van de kwaliteitsatlas gepresenteerd. De herziene kwaliteitsatlas is op 18 januari 2010 vastgesteld. De Kwaliteitsatlas Middelburg ging in 1998 nog uit van het realiseren van kwaliteit door groei. De gemeente realiseerde nieuwe gebieden met een hoger voorzieningenniveau. Inmiddels is deze gedachtegang veranderd en wil de gemeentekwaliteit (nog meer) vooropstellen. Mensen moeten graag in de gemeente Middelburg willen blijven wonen en werken. De gemeente wil de komende jaren investeren in binnenstedelijke ontwikkelingen. Ook de provincie stuurt aan op ontwikkelingen binnen de bestaande kaders van verstedelijking. Voor
14
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
Walcheren geldt dat 85% van de nieuwe woningen gerealiseerd moet worden in het stedelijk gebied van Vlissingen en Middelburg. De woningbouwopgave voor de gemeenten Vlissingen en Middelburg samen wordt in de kwaliteitsatlas (nog) geraamd op 3.400 woningen. Gelet op de huidige omstandigheden en de Zeeuwse woondeal is dat aantal momenteel geraamd op Betekenis voor onderhavig plan Het plangebied ligt binnen het stedelijk gebied van Middelburg en betreft een herstructureringslocatie. Hiermee sluit de ontwikkeling aan op het beleid. Het toevoegen van grondgebonden woningen verdraagt op deze manier bij aan het woningaanbod in de gemeente. De woningmarkt heeft na 2010 een behoorlijke verandering ondergaan, er zijn sinds die tijd tevens nieuwe woningmarktafspraken gemaakt en nadere onderzoeken uitgevoerd. Deze zijn in paragraaf 3.3 beschreven en is de opgave daaraan getoetst. 3.4.2
Ontwerp Omgevingsvisie 2050 De Omgevingsvisie gaat over de hoofdlijnen van de kwaliteit van de ruimtelijke leefomgeving, de hoofdlijnen van de toekomstige ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied en andere zaken op belangrijke terreinen van de ruimtelijke leefomgeving. In de visie worden drie leidende principes aangegeven: 1. Gezonde stad; 2. Compacte stad; 3. Circulaire en groene stad. Voor wat betreft het thema ‘Wonen’ wordt in eerste instantie gekeken naar binnenstedelijke herstructureringen en verdichtingen en daarmee geopteerd voor een compacte stad, waarbij tot 2040 3.200 woningen bijgebouwd. dienen te worden. De verwachting is dat de Omgevingsvisie 2050 in het eerste kwartaal van 2024 wordt vastgesteld.
3.4.3
Nota Ruimtelijke kwaliteit De Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2016 vervangt de Welstandsnota van de gemeente Middelburg. De ruimtelijke kwaliteit in de stad is op veel plaatsen al hoog, maar het optimaliseren van de bebouwde omgeving is noodzakelijk om tot een aantrekkelijke woon- en werkomgeving te komen en deze te behouden. Omdat de karakteristiek van de gebouwde omgeving in Middelburg niet overal hetzelfde is, is de stad in de Nota onderverdeeld in acht gebieden, zoals geïllustreerd in de overzichtskaart. Betekenis voor onderhavig plan Het plangebied ligt in het gebied dat in de nota Ruimtelijke Kwaliteit is aangeduid als gebied 1: ‘Middelburgs profiel’.
15
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
Figuur 5: uitsnede overzichtskaart deelgebieden, rode cirkel duidt indicatief de ligging van de projectlocatie aan. Bron: Nota Ruimtelijke Kwaliteit.
De historisch gegroeide binnenstad met de oude toegangswegen, de oude dorpskernen en de nog overgebleven buitenplaatsen in het buitengebied vormen de identiteit van Middelburg. Het van oudsher verticale bouwen en het gebruik van historisch verantwoorde bouwmaterialen en kleuren zijn van groot belang voor het voortzetten van deze bouwtraditie. Doelstelling is het behoud van deze beeldkwaliteit voor een prettige en aantrekkelijke omgeving om te wonen, werken en recreëren. Om de kwaliteiten van dit gebied te behouden dan wel te versterken zijn in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2016 enkele criteria opgesteld: 1. Het bebouwingsbeeld van individuele gevels en de gevelwand worden in stand gehouden, zo mogelijk verbeterd; 2. Bij verbouw is de vormgeving, gevelindeling en -geleding, maatvoering, materiaalgebruik, detaillering en karakter van het hoofdgebouw uitgangspunt; 3. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen houden rekening met de herkenbaarheid van de hoofdbebouwing en sluiten qua architectuur aan op de bestaande bouwmassa en materialisatie; 4. De geleding en ritmiek van de gevel zijn verticaal gericht; 5. Historische bouwdelen, zoals puien, muur- en voegwerk, kroonlijsten, kozijnen, ramen, deuren, glas, plinten, gevelstenen, penanten, borstweringen, speklagen, e.d. handhaven; 6.
Gevels worden opgetrokken uit baksteen in aardetinten in combinatie met natuursteen, afgewisseld met gepleisterde gevels; 7. Daken worden afgedekt met leien of keramische gewelfde rode of blauwgrijs gesmoorde pannen; 8. Kozijnen, ramen, deuren, gootlijsten, deurlijsten, kelderluiken etc. zijn van hout gemaakt; 9. Kleuren volgens Kleurenbeleid/Flitstoets Schilderwerk. Betekenis voor het plangebied Door de transformatie van een bedrijfsmatige bestemming naar toekomstbestendige woonpercelen wordt de ruimtelijke kwaliteit verbeterd. Zodra de ontwerpen voor de woningen nader zijn uitgewerkt worden deze ter goedkeuring aan het Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit (WARK) voorgelegd.
16
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
3.4.4
Conclusie Het mogelijk maken van het oprichten van 1 vrijstaande en 4 aaneengebouwde grondgebonden woningen op voormalige bedrijfsmatig bestemde percelen past binnen het provinciale beleid wat is gericht op bundeling, zorgvuldig ruimtegebruik en het realiseren van kwaliteit en diversiteit. Verder heeft de gemeente de taak woningbouwmogelijkheden te bieden om zo te voldoen aan de woningbouwbehoefte van de bevolking, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin. Met de ontwikkeling van het voorliggende woningbouwplan wordt aan deze taak invulling gegeven. Immers de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, zoals opgenomen in onderhavig bestemmingsplan, voldoet aan de actuele marktvraag en de woningbouwafspraken met de onderliggende huishoudensprognose; de ruimtelijke ontwikkeling past daarmee binnen de voor de regio en gemeente vastgestelde, recente woningbehoefteonderzoeken en sluit daarmee aan bij het gedachtegoed van de ladder. Hiermee is – naast de kwalitatieve behoefte – tevens de kwantitatieve behoefte voor de herontwikkeling afdoende aangetoond. Geconcludeerd wordt, dat het plan past binnen de genoemde beleidskaders.
17
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
HOOFDSTUK 4
SECTORALE ASPECTEN
Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een nieuw plan ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. Hierbij dient te worden onderzocht welke milieuhygiënische aspecten daarbij een rol spelen. In dit hoofdstuk worden de verschillende voor dit bestemmingsplan relevante milieuaspecten behandeld. 4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
4.1.1
Wettelijk kader Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen, gevallen, activiteiten en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen ‘m.e.r.-plichtige activiteiten’ waarvoor een volledig milieueffectrapport moet worden opgesteld en ‘m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten’ waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significante negatieve gevolgen voor het milieu. Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport. Het besluit behoeft niet separaat te worden gepubliceerd, maar moet wel worden opgenomen in het besluitvormingsproces van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Om te bepalen of de ontwikkeling van de projectlocatie significante milieueffecten heeft, wordt in deze paragraaf een vormvrije m.e.r.-beoordeling, hierna nader te noemen ‘informele m.e.r.-beoordeling’ uitgevoerd.
Immers, dit bestemmingsplan voorziet in een directe eindbestemming voor wat betreft de binnen het plangebied geplande ontwikkeling en voldoet daarmee aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Er is derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-plicht. Op basis van onderdeel D 11.2 kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsplan met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Indien de volgende drempelwaarden worden overschreden is sprake van een m.e.r.- beoordelingsplichtig plan: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat; of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Het begrip stedelijke ontwikkeling is voorts niet gedefinieerd in het Besluit m.e.r. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt, dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsplan in de zin van het Besluit
18
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
milieueffectrapportage, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen.
4.1.2
Onderzoek In dit geval noopt dat tot de conclusie, dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. De redenen daarvoor zijn, dat het plan is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, sprake is van een gedeeltelijke functiewijzing (de oprichting van 3 bedrijfswoningen is reeds toegestaan) én niet gepaard gaat met een significante uitbreiding van het bebouwde oppervlakte; eerder een afname. Nu de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsplan betreft, is het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.-beoordeling niet vereist. Daarnaast blijkt uit onderstaande paragrafen en uitgevoerde onderzoeken, dat de voorgenomen ontwikkeling, gelet op het inzicht in de potentiële effecten (op basis van de beschikbare gegevens en uitgevoerde onderzoeken) alsmede de mate en omvang waarin deze zich (kunnen) voordoen, niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Meer concreet: er is geen sprake van significant negatieve effecten. Ook het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is daarmee niet noodzakelijk.
4.1.3
Conclusie Gelet op de aard en omvang van het plangebied, de reeds toegestane bouw- en gebruiksmogelijkheden alsmede het inzicht in de potentiële (milieu)effecten (op basis van de beschikbare gegevens) én de mate en omvang waarin deze zich voordoen, kan de voorgenomen ontwikkeling niet worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarnaast leidt de ontwikkeling niet tot belangrijke c.q. significante nadelige effecten voor het milieu. Het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.), noch vormvrije m.e.r.- aanmeldnotitie is daardoor niet noodzakelijk. Daarmee zijn de milieu- en andere sectorale aspecten ten aanzien van de beoogde nieuwbouw op onderhavige percelen onderzocht en vormen deze geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.2
Geluid
4.2.1
Wettelijk kader Bij het opstellen van een ruimtelijk plan dient, in verband met de relatie tussen de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet geluidhinder (Wgh), inzicht te worden geboden in de relevante geluidsaspecten. De Wgh stelt eisen aan de maximaal toegestane geluidsbelasting ten gevolge van de aanleg van een nieuwe weg en de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen (zoals scholen, woningen etc). De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer industrie, wegverkeer en spoorwegverkeer. De wet richt zich vooral op de bescherming van de burger in zijn woon- en leefomgeving en bevat bijvoorbeeld normen voor de maximale geluidsbelasting op de gevel van een huis. Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder in werking getreden. Hierin is de bevoegdheid voor het verlenen van een hogere waarde neergelegd bij het college van Burgemeester en Wethouders. Dat betekent dat het 'hogere-waardebesluit' niet langer ter goedkeuring aan
19
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
Gedeputeerde Staten hoeft te worden voorgelegd. Voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai stapt de wetgever nu over op de Europese dosismaat Lden (staat voor day- evening- night). In de wet wordt Lden aangegeven in decibel (dB). 4.2.2
Onderzoek Door Vliex is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, welke als Bijlage 1 aan deze toelichting is gehecht. Het plan is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de Schotelweg. Daarnaast is het plangebied gelegen binnen de invloedssfeer van wegen waarvoor een 30 km/h regime geldt, zijnde een deel van de Schotelweg en de Noordweg. Formeel hebben deze wegen waarop een 30 km/uur regime van toepassing is, geen geluidzone volgens de Wgh en zijn de grenswaarden in de Wgh niet van toepassing. Echter, omdat het deel van de Schotelweg waar het 30 km/h regime van toepassing is geen zone heeft en de zone van het deel van de Schotelweg, waar het 60 km/h regime van toepassing is, een zone heeft van 250 m, betekent het bepaalde in het tweede lid van art. 75 Wgh dat de geluidbelasting van de gehele Schotelweg getoetst dient te worden aan de grenswaarden uit de Wgh. Uit de resultaten blijkt, dat de geluidbelasting, • ten gevolge van de Schotelweg ter plaatse van de potentiële woningbouw aan de Schotelweg 2, 5, 10 (kadastraal bekend als nummer 8) en de percelen met kadastrale aanduiding nummers 2956, 2957, en 2247 (gedeeltelijk) ten hoogste 52 dB bedraagt; • ten gevolge van de Schotelweg ter plaatse van de potentiële woningbouw aan de Schotelweg 6 en 8 ten hoogste 51 dB bedraagt.
Hiermee wordt de voorkeurswaarde van 48 dB overschreden, maar deze blijft voorts ruimschoots binnen de maximale ontheffingswaarde van 53 dB (buitenstedelijk) respectievelijk 63 dB (binnen stedelijk). Omdat de voorkeursgrenswaarde door slechts één gezoneerde bron overschreden wordt, hoeft formeel geen onderzoek naar de effecten van de samenloop van de verschillende bronnen ingesteld te worden. Omdat sprake is van een overschrijding van de voorkeurgrenswaarde is verder onderzocht of geluid beperkende maatregelen mogelijk zijn om te kunnen voldoen aan de voorkeurgrenswaarde. Om de geluidbelasting te beperken: • kunnen de bestaande wegdekverhardingen (elementenverharding in keperverband) worden vervangen door een geluidreducerende wegdekverharding. Het toepassen van een geluidreducerende wegdekverharding dient echter over de gehele Schotelweg te worden aangebracht en daarvoor is medewerking van desbetreffende wegbeheerders vereist; • kan het snelheidsregime worden aangepast. Echter een juridische grondslag daartoe ontbreekt; • kunnen geluidsschermen worden geplaatst. Het plaatsen van deze schermen is effectief niet mogelijk en stuit op bezwaren van financiële en stedenbouwkundige aard; • kunnen vliesgevels worden aangebracht.
Deze zijn echter mogelijk vanuit stedenbouwkundig opzicht en praktische overwegingen niet gewenst.; • kunnen de woningen op een grotere afstand tot de Schotelweg worden geprojecteerd. Dit stuit echter af op stedenbouwkundige overwegingen.
20
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
Het treffen van geluidbeperkende maatregelen stuit daarmee op overwegende bezwaren van verkeerskundige en financiële aard of zijn niet mogelijk (schermen). Door de gemeente Middelburg is geluidbeleid vastgesteld (“Wet geluidhinder – Beleidsregel gemeente Middelburg, Het beleid t.a.v. de voorkeursgrenswaarde en de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting”, d.d. 2009). Voor nieuwbouw als gevolg van een aanwezige weg zijn in het geluidbeleid (paragraaf 3.2.1) vijf voorwaarden opgenomen. Er moet ten minste aan één voorwaarde worden voldaan. De potentiële nieuwbouw voldoet aan 3 van de 5 voorwaarden. Zo is sprake van vervangende bebouwing, van inbreiding én er wordt voor gekozen een open plaats in het lint aan te vullen. Verder zullen alle woningen over één geluidluwe zijde beschikken. Concreet betekent dit dat er voor de beoogde ontwikkeling een procedure voor een hogere grenswaarde in het kader van de vaststelling van onderhavig bestemmingplan dient te worden doorlopen. De hiervoor te volgen procedure is gelijktijdig met het ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan gestart. 4.2.3
Conclusie Voor de nieuwbouwwoningen met een geluidbelasting van 51 en 52 dB zullen hogere waarden worden aangevraagd. Het ontwerp besluit hogere waarden zal tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Derhalve staat het aspect geluid het bestemmingsplan niet in de weg.
4.3
Bodem
4.3.1
Wettelijk kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Of de bodem een planontwikkeling in de weg staat, wordt middels een historisch onderzoek en eventueel aangevuld met een bodemonderzoek bepaald. Als uit historisch onderzoek blijkt dat binnen de nieuwe bestemmingen sprake is geweest van een activiteit met een verhoogd risico op verontreiniging, dan is een volledig verkennend bodemonderzoek noodzakelijk. De resultaten van het historisch onderzoek, het bodemonderzoek en de conclusie met eventuele saneringsadviezen worden in het bestemmingsplan vermeld.
4.3.2
Onderzoek Aangezien er sprake is van sloop en nieuwbouw is een verkennend bodemonderzoek voor het bouwplan noodzakelijk. Er is door ABO Milieuconsult een verkennend bodemonderzoek voor de
21
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
ongenummerde percelen aan de Schotelweg uitgevoerd (ABO milieuconsult, zie Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek). De doelstelling van het onderzoek is inzicht te krijgen in de actuele milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem en de aanwezige erfverharding. Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek dient te worden vastgesteld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling op de locatie. Uit het onderzoek blijkt, dat de aangetroffen overschrijdingen dusdanig gering zijn, dat aanvullend onderzoek niet is vereist. De gemeente heeft het onderzoek ontvangen, beoordeeld en akkoord bevonden. Verder is de strook grond gelegen achter Schotelweg 3, deel uitmakend van het plangebied, niet in het onderzoek meegenomen. Echter, gelet op het historisch (tuin)gebruik, vormt ter plaatse de bodem geen belemmering voor de beoogde woningbouwontwikkeling; deze gronden kunnen als onverdacht worden aangemerkt. Voor de percelen, plaatselijk bekend als Schotelweg 2, 6 en 8 heeft te gelden, dat na uitwerking van het ontwerp bij de vergunningaanvraag een verkennend bodemonderzoek moeten worden overlegd. Uit het verkennend bodemonderzoek moet blijken, of er aanwijzingen zijn dat de bodem niet geschikt (b)lijkt voor de beoogde woonfunctie.
In dat geval is nader onderzoek vereist en dienen mogelijk aanvullende (sanerings)maatregelen te worden getroffen. Voor alle percelen geldt, dat afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van (potentieel herbruikbare) grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit zal worden gevraagd. 4.3.3
Conclusie Met inachtneming van de conclusies uit de bodemonderzoek en bovenstaande overwegingen vormt het aspect bodemkwaliteit geen belemmering voor de planontwikkeling.
4.4
Externe veiligheid
4.4.1
Wettelijk kader De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving voor het beheersen van risico’s van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen in de nabijheid van risicobronnen dienen te worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Twee begrippen staan in dit beleidsveld van de externe veiligheid centraal: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Plaatsgebonden risico (PR) Het PR is omschreven als de kans dat een persoon die gedurende een heel jaar onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats verblijft, ten gevolge van een ongewoon voorval met een gevaarlijke stof komt te overlijden. In het relevante beleid- en wetgevingskader geldt het PR met de risicocontour van de kans één op een miljoen per jaar (kans 10-6 per jaar) als grenswaarde voor kwetsbare objecten. Vanwege
22
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
de definiëring als grenswaarde kan hiervan niet worden afgeweken. Voor beperkt kwetsbare objecten werkt deze norm slechts als een richtwaarde. Van een richtwaarde kan na een uitgebreide motivering eventueel worden afgeweken. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de kans van één op de honderdduizend per jaar (kans 10-5 per jaar) als grenswaarde. Kwetsbare objecten zijn gebouwen of verblijfsterreinen waar zich kwetsbare en/of grote groepen personen (kunnen) bevinden. Beperkt kwetsbare objecten zijn gebouwen of verblijfsterreinen waar dat doorgaans niet het geval is. Ook belangrijke infrastructuur, zoals een belangrijke verbindingsweg, kan als beperkt kwetsbaar object worden aangemerkt. Een limitatieve opsomming van (beperkt) kwetsbare objecten, wordt in de wetgeving niet gegeven. Het bevoegd gezag heeft daarom een zekere mate van beoordelingsvrijheid over wat zij in een specifieke situatie als kwetsbaar object beschouwt. Groepsrisico (GR) Het GR is de cumulatieve kans dat een groep personen van 10, 100 en 1.000 personen tegelijk komt te overlijden als gevolg van een ongewoon voorval met gevaarlijke stoffen. Het GR is niet genormeerd. Hiervoor geldt enkel een oriënterende waarde waarboven een afweging gemaakt moet worden over de aanvaardbaarheid van de risico’s. Het GR wordt enkel bepaald voor het invloedsgebied van een risicobron.
Het invloedsgebied is het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het GR. Veelal wordt hiervoor het gebied gebruikt dat is gelegen binnen de 10 -8-contour van het PR (het gebied dat wordt getroffen door een ongeval met een kans van één op honderd miljoen per jaar). Aangezien sommige ongevalscenario’s ook bij (nog) kleinere ongevalkansen nog tot dodelijke slachtoffers kunnen leiden, wordt in die gevallen het gebied gebruikt waarbinnen nog 1% van de aanwezige personen kan komen te overlijden (de zogenaamde 1% letaliteitsgrens). Wet Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes Per 1 april 2015 zijn de Wet Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden. In de wet is het Basisnet juridisch verankerd. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Hiermee wordt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) beoogd om duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten en de daarbij behorende maximale omvang van de risico’s die dat transport mag veroorzaken. Het Bevt vormt het toetsingskader voor ruimtelijke plannen voor het vervoer over de weg, het spoor en het water.
Op basis van het Bevt gelden de volgende normen: • De contour van het PR met een kans van 10‐6 per jaar geldt als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. De ligging ervan is te vinden in de bijlagen bij de Regeling Basisnet; • Het groepsrisico dient berekend te worden voor de realisatie van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen een afstand van 200 meter van een route die is aangewezen in het Bevt. Daarbij geldt dat het groepsrisico berekend en (uitgebreid) verantwoord moet worden indien: - het groepsrisico hoger is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde; of - het groepsrisico met meer dan 10% toeneemt; of - de oriëntatiewaarde wordt overschreden;
23
Toelichting bestemmingsplan ‘Schotelweg 2,6, 8 en ongenummerd te Middelburg’
•
Bij het mogelijk maken van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten in het plasbrandaandachtsgebied (PAG) gemotiveerd moet worden waarom deze objecten toelaatbaar zijn, gelet op de mogelijke gevolgen van een ongeval met brandbare vloeistoffen.
Besluit externe veiligheid buisleidingen en de Regeling externe veiligheid buisleidingen Op het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is per 1 januari 2011 het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Het Bevb bestaat uit twee delen. Het eerste deel bevat algemene voorschriften waaraan een exploitant van een buisleiding dient te voldoen. Het tweede deel bevat de instructieregels die bij het opstellen van een bestemmingsplan in acht moeten worden genomen. De contour van het PR met een kans van 10‐6 per jaar geldt op grond van het Bevb als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Het GR moet op grond van het Bevb worden bepaald voor ruimtelijke ontwikkelingen die zijn gelegen in het invloedsgebied van de betreffende buisleiding. De Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) bevat een technische uitwerking van het Bevb. In artikel 2 van de Revb zijn onder andere aardgastransportleidingen met een diameter van 50 mm of meer en een werkdruk van 16 bar of meer aangewezen als leidingen waarop het Bevb van toepassing is. 4.4.2
Onderzoek In en in de nabijheid van het plangebied bevinden zich enkele (potentiële) risicobronnen. Het gaat om: 1. De kerncentrale in Borssele; 2. Verbrugge Zeeland Terminals; 3. De N57. Kerncentrale Borssele Aan de Zeedijk 32 in Borssele is een kerncentrale gesitueerd, waar productie en distributie van elektriciteit, aardgas, stoom en warm water plaatsvindt. De afstand van het plangebied tot de kerncentrale bedraagt ruim 10,5 kilometer. Voor de kerncentrale van Borssele zijn veiligheidsmaatregelen getroffen mocht zich onverhoopt een ongeval voordoen. Het gebied om de plaats van het ongeval is in drie zones ingedeeld; elke zone heeft een eigen maatregel. Dit betekent bijvoorbeeld voor de kerncentrale in Borssele: evacuatie tot op 5 kilometer van de kerncentrale; slikken van jodiumtabletten tot op 10 kilometer en schuilen tot op 20 kilometer. Omdat de afstand van het plangebied tot de kerncentrale meer dan 10 kilometer bedraagt, is het plangebied gelegen binnen de zone waarin schuilen wordt geadviseerd, mocht zich onverhoopt een ongeval voordoen. De kerncentrale vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan. Verbrugge Zeeland Terminals Het plangebied ligt op ca 7 km afstand van Verbrugge Zeeland Terminals. Het invloedsgebied van Verbrugge Zeeland Terminals reikt tot 7.937 meter.
Voorliggend bestemmingsplan ligt daarmee binnen het invloedsgebied van de inrichting Verbrugge Zeeland Terminals. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico van Verbrugge ligt niet over het plangebied. Volgens de Revi is het invloedsgebied berekend door middel van een QRA. Uit de QRA blijkt dat bij de inrichting de PR 10-6 buiten de inrichtingsgrens ligt. De PR 10-6 reikt niet verder dan 600 meter.