CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

24-044 Bijlage 1 a. Ontwerpbestemmingsplan Ramsburg

Commissie Ruimte 8 april 2024, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Bestemmingsplan Ramsburg (24-044 RM)31.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

GEMEENTE MIDDELBURG

Bestemmingsplan ‘Ramsburg’ te Middelburg

Vastgesteld door de raad van de gemeente Middelburg bij besluit van

, voorzitter

, griffier

gemeente titel imro-nummer projectnummer status datum Ontwerp Vastgesteld

Middelburg Bestemmingsplan ‘Ramsburg te Middelburg’ NL.IMRO.0687.BPRAMSBURG-ON01 MB4033 Ontwerp 21-09-2023

bestemmingsplan Ramsburg

Toelichting

(ontwerp)

3

bestemmingsplan Ramsburg

4

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende plannen 1.4 Doel 1.5 Leeswijzer toelichting

7 7 8 9 12 12

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving en visie 2.1 Beschrijving huidige situatie plangebied 2.2 Beschrijving toekomstig gewenste situatie plangebied

13 13 15

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

18 18 21 25 27

Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten 4.1 Vormvrije m. e. r. - beoordelingen 4.2 Geluid 4.3 Bodem 4.4 Externe veiligheid 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Archeologie 4.8 Cultuurhistorie 4.9 Water 4.10 Flora en fauna 4.11 Verkeer en parkeren 4.12 Ontplofbare oorlogsresten 4.13 Duurzaamheid 4.14 Kabels en leidingen

31 31 32 33 34 37 40 41 42 43 47 50 51 52 52

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

54 54 54

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Plansystematiek 6.2 Bestemmingen

55 55 55

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Ruimtelijke en functionele analyse van het plangebied

Bijlage 2

Vormvrije aanmeldnotitie

Bijlage 3

Kwantitatieve risicoanalyse

Bijlage 4

Stikstofrapportage en AERUS berekeningen (aanleg- en gebruiksfase)

Bijlage 5

Rapport quickscan Wet natuurbescherming

Bijlage 6

Nader onderzoek beschermde natuurwaarden

(ontwerp)

5

bestemmingsplan Ramsburg

6

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de zuidoostkant en direct grenzend aan het centrum van Middelburg is het bedrijventerrein Ramsburg gelegen. Voor dit bedrijventerrein en omringende gronden, zijn nagenoeg alle geldende planologische regimes sterk verouderd en versnipperd. Bovendien hebben zich in dit gebied de afgelopen jaren diverse ontwikkelingen op perceelsniveau voorgedaan. Naar aanleiding hiervan én met het oog op de komst van de Omgevingswet heeft de gemeente Middelburg besloten om de sterk verouderde planologische regimes in dit gebied te actualiseren en uniformeren.

Het belangrijkste uitgangspunt van onderhavig bestemmingsplan is de actuele (planologische en/of vergunde) situatie vast te leggen en - waar mogelijk - aan te sluiten bij de geldende planologische regelingen, teneinde het huidige ruimtegebruik voor te zetten en daar waar mogelijk te intensiveren. Bestaande rechten worden hierbij zoveel mogelijk overgenomen, indien en voor zover dit bij in acht name van beleid, rechtspraak en andere (sectorale) wetgeving gestand kan blijven. Verder zijn in de afgelopen tien jaar voor diverse ontwikkelingen meerdere ontheffingsprocedures binnen de contouren van het plangebied doorlopen. Deze ontheffingen c.q. afwijkingen zijn vigerend en zullen dan ook worden overgenomen in deze actualisatie. In dat kader is een (veld-)inventarisatie uitgevoerd, zodat de meest actuele situatie in beeld is voor het leggen van de meest passende bestemmingen. Naast actualisering staat uniformering voorop. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen alle bestemmingsplannen en beheersverordeningen van de gemeente het eerste omgevingsplan van de gemeente vormen. Voor een goede werking van dat omgevingsplan is de uniformering van de algemene regels nodig. Dit bestemmingsplan is de eerste stap naar uniforme algemene regels voor onderhavig gebied.

Tot slot staat naast actualiseren en uniformeren, behoud en daar waar mogelijk versterking van de herkenbaarheid van de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het gebied voorop.

De actualisering wordt tevens aangegrepen om naast ruimte te creëren voor nieuwe functies, op één braakliggend, doch zeer prominente locatie, direct grenzend aan de rotonde van de Oostperkweg, een nieuwe ontwikkeling; waaronder een publiekstrekker, toe te staan. Nu deze ontwikkeling nog niet volledig is uitgekristalliseerd, wenst de gemeente voor deze specifieke locatie flexibel met de planregels in combinatie met de marktvraag om te gaan. Er is derhalve gekozen om voor deze specifieke locatie een flexibele bestemming te hanteren, zodat de gemeente – afhankelijk van hoe de markt zich zal gaan ontwikkelen – de verkaveling en gewenste voorziening(en) nader kan invullen. Op deze wijze wordt het kwaliteitsniveau van de voorzieningen van de gemeente zoveel mogelijk bewaakt en op peil gehouden.

(ontwerp)

7

bestemmingsplan Ramsburg

Figuur 1 Luchtfoto plangebied. Bron: PDOK, 2022

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied, gesitueerd aan de zuidoostzijde van Middelburg, betreft het bestaande bedrijventerrein 'Ramsburg' en diverse gronden gelegen ten westen van de Rijksweg N57. Aan deze zijde van de stad vormt de N57 de entree van de stad en daarmee ook van het plangebied; vanaf de afrit centrum worden bij de rotonde bij de Krooneveldweg bezoekers via de Oostperkweg naar de binnenstad geleid.

De begrenzing van het plangebied zelf verloopt grillig, omdat deze mede afhankelijk is van de vorm van de bestaande (woon)bebouwingslinten, de kadastrale eigendomsgrenzen, de harde fysieke ontsluitingsstructuur alsmede recente (woningbouw)ontwikkelingen, welke direct grenzen aan het plangebied en waarvoor aparte procedures zijn doorlopen. Dit leidt ertoe, dat de westelijke plangrens voor het bestemmingsplan daar wordt getrokken, waar de woonbebouwing gesitueerd aan de Veersesingel en de Veerseweg direct grenst aan gronden die momenteel voor met name bedrijfsmatige functies uit een lage milieucategorie (functiemenging) kunnen worden aangewend. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door het Kanaal door Walcheren met aan de overzijde daarvan het bestaande bedrijventerrein Arnestein. De oostzijde kent wel een duidelijke begrenzing in de vorm van de Rijksweg N57. De noordgrens wordt tenslotte gevormd door de recente (in aanbouw zijnde) woningbouwontwikkeling, 'De Veerseweg Oost', genaamd.

De ligging van het plangebied in grote verband is weergegeven in figuur 1 (luchtfoto). Figuur 2 geeft op de luchtfoto de contour van onderhavig bestemmingsplan in relatie tot de nabije omgeving aan.

8

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg

Figuur 2 Rode contour betreft plangebied. Bron: gemeente Middelburg

1.3

Vigerende plannen

Binnen het plangebied vigeren momenteel verschillende bestemmingsplannen en beheersverordeningen. In onderstaande tabel is weergegeven welke plannen en verordeningen het betreft:

Bestemmingsplan

Vastgesteld door de gemeenteraad

Klein Industrieterrein uit 1967

20-11-1967

Buitengebied

28-09-2009

Oostperkweg

15-02-2010

Nieuw Middelburg

19-12-2011

Beheersverordening Ramsburg

24-06-2013

Rijksweg N57

24-06-2013

(ontwerp)

9

bestemmingsplan Ramsburg Op onderstaande afbeelding is voor elke locatie zichtbaar welk regime geldt.

Figuur 3 Weergave vigerende regimes

Zoals in de in de inleiding aangegeven zijn in het plangebied sinds 2012 verschillende ontheffingen verleend om af te wijken van de diverse vigerende regimes. In kader van onderhavig bestemmingsplan is het wenselijk om een actueel en correct beeld te geven van de relevante - reeds vergunde – ontheffingen. Deze ontheffingen zijn in onderstaande tabel opgenomen en wordt in het kort aangegeven waarvoor de desbetreffende vergunning is verleend en welke locatie het betreft. Aansluitend zijn deze ontheffingen verwerkt in de regels en de verbeelding van onderhavig bestemmingsplan.

Nr.

Functie

Adres

Datum

1

Gezondheidscentrum

Krooneveldweg 2, 5, 6, 8, 10 en 12

3-12-2019

2

Kantoorgebouw

Heerlijkheidsweg 17

20-6-2018

3

Tandartsenpraktijk

Oostperkweg 39

27-5-2019

4

Bedrijfsverzamelgebouw

Oostperkweg 27, 29, 31, 33, 35 en 37

17-5-2019

5

Kantoorgebouw met bedrijfswoning Dampoortweg 4

28-2-2019

6

Kantoorgebouw

Oostperkweg 1, 3, 5 en 5A

18-10-2018

7

Kantoorgebouw

Heerlijkheidsweg 13

19-1-2017

8

Kantoorgebouw

Heerlijkheidsweg 15

16-10-2012

9

Bedrijfsverzamelgebouw

Oostperkweg 7, 9, 11, 13, 15, 17, 12-1-2018

10

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg 19, 21, 23 en 25 10

Benzinestation

Heerlijkheidsweg 1

14-1-2016

11

Autowaspark

Heerlijkheidsweg 3

31-5-2016

Onderstaande afbeelding maakt de locaties waar de vergunningen binnen het plangebied zijn verleend zichtbaar.

Figuur 4 Weergave locaties verleende vergunningen

Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliezen de huidige planologische regimes, binnen het plangebied, hun rechtskracht.

(ontwerp)

11

bestemmingsplan Ramsburg

1.4

Doel

Het doel is, vooruitlopend op de Omgevingswet, een actueel bestemmingsplan voor het plangebied door de raad te laten vaststellen, waarbij de ruimtelijke en functionele herkenbaarheid van de structuur van het gebied blijft behouden en daar waar mogelijk wordt versterkt. Onderhavig plan heeft een overwegend consoliderend karakter, waar primair de navolgende uitgangspunten voor gelden:  Het bieden van een actueel juridisch planologisch kader conform de Wet ruimtelijke ordening;  Het conserveren vastleggen van bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden;  Het behouden van nog niet ingevulde ontwikkelingsmogelijkheden (flexibiliteit); er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt in vergelijking met de huidige geldende regimes, op enkele hierna te noemen onderdelen na;  Het in lijn brengen met het actuele rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid;  Het vastleggen van de bestaande vergunde situatie inclusief verleende ontheffingen;  Het uniformeren van de regels voor het plangebied. Voornoemde doelstellingen kunnen worden behaald door middel van onderhavig bestemmingsplan: alle vigerende planologische regelingen, verleende vergunningen en ontheffingen worden correct gebundeld in één uniforme regeling. Op deze wijze ontstaat een eenduidig overzichtelijk juridischplanologisch toetsingskader voor zowel de burger, ontwikkelaar als plantoetser.

1.5

Leeswijzer toelichting

Het voorliggende bestemmingsplan is opgebouwd uit 6 hoofdstukken en enkele (separate) bijlagen. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin het plan nader wordt beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader dat van belang is voor het plan uiteengezet. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde milieuaspecten wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom voorliggend plan uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de uitvoerbaarheid van het plan beschreven en het maatschappelijk draagvlak. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het juridische kader, waarbij wordt ingegaan op de planregels en de verbeelding.

12

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving en visie

Beschrijving huidige situatie plangebied

Het plangebied omvat het historisch, gegroeide, gemengde gebied als uitloper van het centrum van Middelburg en vormt in zuidoostelijke richting de entree van de stad. Het gebied wordt verder enerzijds begrensd en anderzijds doorsneden door de Rijksweg N57; een centrale ontsluiting c.q. as gelegen in noord-zuidrichting. Het gebied zelf kent door een duidelijke ontsluitingsstructuur en wordt gekenmerkt door zowel een ruimtelijke als een functionele diversiteit. De begrenzing van het plangebied zelf verloopt grillig, zoals beschreven in par. 1.2.

Om de bestaande situatie correct te typeren is het plangebied op verschillende manieren geanalyseerd. Met kaartmateriaal en inventarisatiegegevens is inzicht verkregen over de ruimtelijke en functionele structuur. Vervolgens is op basis van de ruimtelijke en functionele structuur tot een gebiedstypering gekomen. Aan de hand van diverse criteria is daarna de herkenbaarheid van de gebieden onderzocht, geanalyseerd en getypeerd. Teneinde een goed beeld te kunnen verkrijgen zijn ook de gronden die geen onderdeel uitmaken van onderhavig bestemmingsplan wel in deze analyse opgenomen. De volledige analyse is als Bijlage 1 aan deze toelichting gehecht.

Kort samengevat luiden de conclusies als volgt:

Ruimtelijke structuur Op basis van de ruimtelijke analyse is het gebied te verdelen in drie gebiedstypologieën, namelijk: 1. een overgangszone (blauw); 2. een bedrijfsmatige (paars); en 3. een landschappelijke zone (groen). Verder wordt het ruimtelijke raamwerk gevormd door de harde fysieke ontsluitingsstructuur bestaande uit de Rijksweg N57, de Oostperkweg en de Krooneveldweg alsmede de Veerse watergang.

(ontwerp)

13

bestemmingsplan Ramsburg

Figuur 5 Weergave gebiedsindeling. Bron: Rothuizen

De overgangszone kent een diversiteit aan functies en ligt ingeklemd tussen het stedelijke woonmilieu en bedrijfsmatige weefsel. In deze zone is de nieuwe bebouwing voornamelijk direct langs de Oostperkweg gesitueerd en is de van oudsher aanwezige (bedrijfs)bebouwing sterk gevarieerd van aard; zowel in hoogte als omvang. Een beperkt aantal kavels, in eigendom van de gemeente, liggen nog braak en zijn daarmee voor toekomstige ontwikkelingen beschikbaar. Verder is evenwijdig aan het kanaal een gemaal en een relatief groot parkeerterrein aanwezig. Het parkeerterrein wordt, naast werknemers en bezoekers van zowel de bedrijven als de stad, tevens door recreanten, in de vorm van het parkeren van camperplaatsen en een aantal volkstuinen benut. De twee andere gebieden zijn primair te typeren als bedrijventerrein en landschap, waarbij het bedrijventerrein wordt begrensd door de centrale ontsluiting c.q. as van de stad; de N57, en het landschap op haar beurt door de N57 wordt doorsneden. Op het bedrijventerrein zijn de laatste jaren een aantal zelfstandige kantoren gevestigd, die er qua hoogte uitspringen. Het hoogste kantoorgebouw is van UniPharma, gesitueerd direct naast de N57. Verder varieert de hoogte van de bestaande (bedrijfs)bebouwing. Tot slot kent het landschap in vergelijking met de andere twee gebieden een opener en groener karakter met meer incidentele bebouwing.

Hierbij vormt de dijk met wandelpad ('Jaagpad'), evenwijdig gesitueerd aan het kanaal van Walcheren, het structurele groen in het plangebied.

Functionele structuur Van oudsher is binnen het gebied een grote diversiteit aan functies aanwezig: ambachtelijk/industrieel, agrarisch, recreatief, wonen en voorzieningen. Deze functies zijn nog steeds aanwezig met dien verstande, dat momenteel in het plangebied een functieverbreding heeft plaatsgevonden. Naast bedrijfsmatige functies, zijn in het plangebied ook zelfstandige kantoren en bebouwing ten behoeve van zakelijke en maatschappelijke dienstverlening gevestigd c.q. vergund. Nu in het gebied meerdere functies aanwezig zijn, is en blijft sprake van een gemengd karakter. Op basis van een veldinventarisatie zijn de huidige functies geïnventariseerd met als resultaat een algemene indruk van de deelgebieden.

14

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg Op basis van de inventarisatie is vanuit de functionele structuur het plangebied grofweg onder te verdelen in een viertal categorieën. De gebruikte functionele indeling is gebaseerd op een typering in sectoren van de functies. Hierbij zijn de primaire functies onderverdeeld in:  voorzieningen (gemengd);  bedrijven;  maatschappelijk; en  agrarisch.

Figuur 6 Functies in het plangebied. Bron: Rothuizen

Primaire functie Overgangszone

Voorzieningen (roze) Maatschappelijk (bruin)

Bedrijfsmatige zone

Bedrijven sec (paars)

Landschappelijke zone

Agrarisch (groen)

2.2

Beschrijving toekomstig gewenste situatie plangebied

Voor de bedrijfsmatig bestemde gronden in het plangebied heeft de gemeenteraad in 2013 een aantal beleidskeuzes genomen en een aantal randvoorwaarden aan de ontwikkelingsruimte gesteld.

(ontwerp)

15

bestemmingsplan Ramsburg Kort samengevat werd destijds geconstateerd, dat de eerdere visie gericht op het (gefaseerd) ontwikkelen van (grote delen van) het plangebied voor woningbouw, mede gelet op hoge saneringskosten die daarmee gepaard gaan en het feit, dat de markt voor woningbouw destijds slechter is geworden, niet uitvoerbaar was. Ook heeft de aanleg van de brug voor langzaam verkeer geen doorgang gevonden en blijken naast de bodemverontreiniging, tevens de risico- en geluidscontouren, een (gefaseerde) woningbouwontwikkeling te belemmeren. Ramsburg is voorts na de aanleg van de Rijksweg, N57 voor veel bedrijven een aantrekkelijke en optimaal bereikbare locatie geworden en het idee om bedrijventerrein Ramsburg gedeeltelijk om te zetten in een woonwijk is daarom destijds om bovengenoemde redenen opnieuw afgewogen en verlaten. Tot slot werd gesteld, dat er al een tekort aan traditioneel bedrijventerrein bestond, waardoor transformatie van Ramsburg tot woningbouwlocatie het tekort aan bedrijventerrein in Middelburg op korte termijn zou vergroten vanwege de extra vraag voor verplaatsingen, hetgeen ongewenst zou zijn.

Aansluitend zijn de navolgende concrete beleidskeuzes met bijbehorende randvoorwaarden voor het plangebied geformuleerd:  Bieden van vestigings- en uitbreidingsmogelijkheden voor bedrijven;  Inkomsten genereren uit gronduitgifte;  Opwaarderen van het bestaande bedrijventerrein;  Uitgangspunten voor het nieuwe bestemmingsplan voor Ramsburg bepalen;  Zo efficiënt mogelijk bodemsaneringen uitvoeren door duidelijkheid te scheppen over toekomstig gebruik van terreinen;  Bijdrage aan duurzaamheidsdoelstellingen, uitvoering plannen conform Middelburgse Milieuvisie. Op basis van bovenstaande keuzes en randvoorwaarden zijn binnen het plangebied en bestaande ruimtelijke raamwerk sinds 2012 meerdere vergunningen en ontheffingen verleend, waarmee invulling aan het beleid en uitgezette koers is gegeven. Bij deze keuzes en randvoorwaarden stond en staat de ruimtelijke en functionele herkenbaarheid centraal. Dit betekent concreet, dat behoud en versterking van de kenmerkende ruimtelijke structuren en - daar waar mogelijk - uniformiteit in vormgeving bepalend was en is. In dat kader is in de afgelopen jaren het bestaande bedrijventerrein ingrijpend gerevitaliseerd en heeft een functieverbreding plaatsgevonden door het vestigen van zelfstandige kantoren alsmede zakelijke en maatschappelijke dienstverlening op gronden binnen het plangebied.

Deze diversiteit aan functies wenst de gemeente naast het bestaande bedrijventerrein, te behouden en daar waar mogelijk te versterken, mits deze in de ruimtelijke en functionele structuur passen.

Dit brengt met zich mee, dat ofschoon voor een deel van het bedrijventerrein bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 3.2 zijn toegelaten, deze formeel feitelijk niet aanwezig zijn. Teneinde de planologische met de feitelijke situatie in overeenstemming te brengen, zal op basis van onderhavige bestemmingsplanherziening de vestiging van bedrijven tot en met categorie 3.2 voor een deel van de bedrijfsmatig bestemde gronden komen te vervallen.

Daarnaast wordt het vestigen van volumineuze detailhandel in het plangebied mogelijk gemaakt. Verder wordt voor één bestaande aanwezige lokale detailhandelsvestiging (de kringloopwinkel) op het bedrijventerrein een specifieke regeling getroffen. Deze vestiging mag haar activiteiten voortzetten, daar zij reeds buiten het centrum gevestigd is en zodoende geen bijdrage levert aan het centrum van Middelburg. Hierdoor ontbreekt de noodzaak om deze locatie positief te bestemmen. Wel dient voorkomen te worden, dat bij beëindiging van deze activiteiten zich ter plaatse reguliere detailhandel kan vestigen. Derhalve wordt voor deze locatie in de regels een uitsterfregeling opgenomen, in die zin - zodra het bestaande gebruik wordt beëindigd - de aanduiding "detailhandel" kan worden verwijderd. Reguliere detailhandel wordt namelijk beleidsmatig en ruimtelijk niet passend voor een bedrijventerrein geacht. Door het opnemen van deze regeling kan de gemeente bij nieuwe ontwikkelingen - indien aan de orde - zelf een weging maken of de desbetreffende activiteit gewenst en passend in het beleid is. Ook wordt het niet meer mogelijk gemaakt nieuwe bedrijfswoningen op het bedrijventerrein Ramsburg op te richten.

De bestaande bedrijfswoningen leveren echter geen knelpunten op, zodat de juridisch-planologische rechten van de bestaande bedrijfswoningen op het bedrijventerrein worden bevestigd en overeenkomstig bestemd. Zodra het gebruik van deze woningen daarentegen is beëindigd, is het niet gewenst dat nieuwe bedrijfswoningen ter plaatse

16

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg worden gerealiseerd. Daarom wordt in dit bestemmingsplan ook voor deze bedrijfswoningen een uitsterfregeling opgenomen. Tot slot is een specifieke regeling voor het vestigen van bedrijfsverzamelgebouwen opgenomen. De vestiging daarvan is gebonden aan een minimumaantal bedrijven en minimale oppervlakte. Daarnaast worden voorwaarden aan het gebruik verbonden.

In de bestemmingsregeling zelf wordt voorts een onderscheid gemaakt in de hoofdfuncties bedrijven, voorzieningen (gemengd), maatschappelijk, verkeer, water, groen en agrarisch. Verder wordt op een prominente locatie in het plangebied het toevoegen van een publieksgerichte, commerciële voorziening gestimuleerd en daarmee aan dit perceel een gemengde bestemming toegekend. Tot slot worden aan functiewijzigingen en flexibiliteitsbepalingen voorwaarden gesteld om zo de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen. Bijvoorbeeld vanuit de toetsing aan de (lokale) duurzaamheidsladder, beeldkwaliteit, ruimtelijke inpassing, duurzaamheid, milieu- en parkeersituatie.

(ontwerp)

17

bestemmingsplan Ramsburg

Hoofdstuk 3

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het voor de beoogde ontwikkeling relevante beleid van Rijk, provincie en gemeente. Per beleidsdocument worden de relevante aspecten behandeld.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld.

In de Nationale Omgevingsvisie wordt door het Rijk een langetermijnvisie op 2050 gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.

Figuur 7 Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

18

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: (a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken & identiteit; 3. Afwentelen voorkomen. In de NOVI zijn de volgende nationale belangen genoemd die het project raken:  Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;  Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;  Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit);  Het bevorderen van sterke en gezonde steden en regio's.

Betekenis voor onderhavig plan Voor wat betreft de bovengenoemde nationale belangen wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 waar de omgevingsaspecten aan de orde komen. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat het bestemmingsplan verenigbaar en in overeenstemming is met de NOVI.

Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio's leefbaar te houden. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen. Om beide doelstellingen te bereiken, is een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Voor de onderbouwing van de ladder wordt verwezen naar par. 3.2, 3.3. en 3.4.

Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) Structuurvisies hebben op zichzelf geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen worden daarom geborgd in de Amvb Ruimte. Deze Amvb wordt aangeduid als het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. In het Barro zijn verschillende bepalingen opgenomen, o.a. ten aanzien van Rijksvaarwegen, hoofdwegen en spoorwegen. Er zijn geen bepalingen die direct betrekking hebben op het plangebied.

Besluit ruimtelijke ordening In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.” Een grotendeels consoliderend bestemmingsplan waarmee niet wordt voorzien in aanvullende bebouwing (geen nieuw ruimtebeslag) of significante (gebruiks)wijzigingen ten opzichte van de voorgaande onherroepelijke planologische maatregelen, betreft in beginsel geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dat is op basis van jurisprudentie ook het geval, indien nog geen gebruik is gemaakt van de

(ontwerp)

19

bestemmingsplan Ramsburg planologische mogelijkheden van het vorige plan. Onbenutte planologische mogelijkheden mogen in een nieuw plan worden opgenomen, zonder dat hoeft te worden voldaan aan de in artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro genoemde voorwaarden.

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6 lid 2) is met ingang van 1 oktober 2012 opgenomen, dat gemeenten en provincies verplicht zijn om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' op te nemen, wanneer een zodanig ruimtelijk besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. De achtergrond van de ladder voor duurzame verstedelijking is -zoals hiervoor aangegeven- zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland te bevorderen. De ladder bestaat uit twee stappen: de eerste stap bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. De tweede stap omvat, indien de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Betekenis voor onderhavig plan Onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk consoliderend van aard. De bestaande en vergunde toegestane functies en bebouwing blijven behouden en maken daarmee deel uit van de harde plancapaciteit. Hiermee zijn binnen het plangebied de vergunde en gerealiseerde functies en bebouwing reeds (eerder) verantwoord en is de ladder niet aan de orde. Daarnaast wordt op basis van onderhavig plan voor een beperkt aantal gronden de mogelijkheid voor omschakeling c.q. verruiming van functies geboden. Meer concreet: voor een aantal -nog niet uitgegeven- bedrijfsmatig bestemde gronden, gesitueerd direct ten noorden van de Oostperkweg, is tevens het oprichten van voorzieningen in de vorm van kantoren alsmede zakelijke en maatschappelijke dienstverlening toegelaten. Verder wordt voor één specifieke locatie, grenzend aan de rotonde, een ruime flexibele bestemming opgenomen, teneinde -op termijn- aansluitend aan de vraag van de markt hier onder meer een publiekstrekker met een commercieel karakter te kunnen realiseren, welke deel zal uitmaken van het voorzieningenaanbod. Denk hierbij aan kantoren, horeca, maatschappelijk (uitsluitend zorg) en bepaalde vormen van volumineuze detailhandel.

Ladder voor duurzame verstedelijking Om te bepalen of sprake is van een 'Ladderplichtige' ontwikkeling is allereerst van belang of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Alle binnen het plangebied nieuwe toegestane activiteiten vinden plaats in bebouwd gebied. Concreet is sprake van een herontwikkeling (transformatie) van bestaand stedelijk gebied. In het licht van de rechtspraak betreft het toevoegen van de mogelijkheid tot vestiging van kantoren of andere stedelijke voorzieningen, -gezien de kleinschaligheid van de locaties c.q. percelen- geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Immers, de mogelijke ontwikkelingen zien op individuele percelen in eigendom van de gemeente, zijn relatief beperkt van omvang, ter plaatse van (in het verleden) aanwezige (bedrijfsmatige) functies. Verder is het uitgangspunt, de bestaande planologische ruimte in het plangebied zoveel als mogelijk te continueren. Door er nu voor te zorgen, dat bestaande en nieuwe functies in het plangebied worden behouden en daar waar mogelijk geïntensiveerd, wordt tegemoetgekomen aan de doelstelling van de ladder, namelijk het zoveel mogelijk voorkomen van onnodig ruimtebeslag. Hieruit volgt, dat voor deze percelen de duurzaamheidsladder niet van toepassing is.

Dat laat echter onverlet, dat het bevoegde orgaan in het kader van een goede ruimtelijke ordening bij de vaststelling van het plan dient te beoordelen of een consoliderende bestemming nog steeds een passende bestemming is, mede omdat de provincie Zeeland, gelet op de Omgevingsverordening hecht aan duurzaam ruimte gebruik.

Bovenstaande redenatie heeft echter niet voor de braakliggende locatie grenzend aan de rotonde te gelden. Ofschoon ook hier sprake is van herontwikkeling van bestaand bebouwd gebied, wijzigt de functie van deze gronden door het opnemen van een ruime flexibele bestemming dusdanig, dat het vestigen van een voorziening die van invloed is op of voorziet in een lokaal overstijgende behoefte, tot de mogelijkheden behoort. Hierdoor valt deze locatie binnen de definitie van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. In dat kader dient voor deze locatie de behoefte, met het oog op de uitvoerbaarheid daarvan, te worden onderbouwd. Voor de onderbouwing van de behoefte kan onder meer gebruik

20

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg worden gemaakt van provinciale, regionale en of gemeentelijke visies en programma's. De 'ladder' wordt in de par. 3.2, 3.3. en 3.4 voor onderhavig plan getoetst en nader uitgewerkt.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Zeeuwse Omgevingsvisie en Provinciale Omgevingsverordening Zeeland 2018

Zeeuwse Omgevingsvisie Op 12 november 2021 hebben Provinciale Staten van Zeeland de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. In de Omgevingswet worden alle bestaande wetten die te maken hebben met de fysieke leefomgeving samengevoegd. In de Zeeuwse Omgevingsvisie legt de Provincie Zeeland al haar doelen en ambities voor de lange termijn vast. In de Omgevingsvisie worden verschillende onderwerpen benoemd. Denk daarbij aan wonen, landbouw en circulaire economie, maar bijvoorbeeld ook cultureel erfgoed, recreatie en leefbaarheid.

Het uitgangspunt van de provincie voor de Omgevingsvisie is dat beleid en regels die hun waarde hebben bewezen, alleen worden gewijzigd als er betere alternatieven zijn. De Provinciale Omgevingsverordening 2018 is daarom hierbij als uitgangspunt genomen. Verder bestaat de visie uit twee delen: deel A en deel B.

In deel A staan de strategische doelen voor de periode tot 2050 onderverdeeld in vier centrale ambities verwoord. De uitdagingen en ambities voor Zeeland, alsmede de Zeeuwse kernkwaliteiten worden daarin beschreven en geven richting aan de beleidsdoelstellingen en acties voor de kortere termijn (tot 2030).

In deel B wordt het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven. Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. Er zijn 27 thema's (bouwstenen) uitgewerkt die samen met de omgeving geselecteerd zijn. Bij deze thema's is het beleid voor de komende 10 jaar weergegeven.

Deel A De uitdagingen voor Zeeland bestaan voornamelijk uit de klimaatverandering, stijging van de zeespiegel, afname van biodiversiteit en andere bevolkingssamenstelling door vergrijzing. Deels is het de uitdaging te behouden wat er is, deels is het de uitdaging in te spelen op de ontwikkelingen die komen gaan. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden en tegelijkertijd te werken aan brede welvaart, beschrijft de Zeeuwse Omgevingsvisie vier Zeeuwse Ambities voor 2050. Deze ambities betreffen: 1. uitstekend wonen en werken in Zeeland; 2. balans in grote wateren en het landelijk gebied; 3. een duurzame en innovatieve economie; 4. een klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. Deel B In deel B staat per thema aangegeven welke instrumenten worden ingezet om de doelen tot 2030 te bereiken. Gezien de grootte en de complexiteit van de uitdagingen, zijn de ambities echter alleen te halen als iedereen de keuze maakt die zoveel mogelijk bijdraagt aan deze ambities. Hiervoor zijn afwegingsfactoren beschreven en wordt een 'beste keuze hulp' gemaakt.

De afwegingsfactoren sluiten aan op het NOVI van het Rijk en verwijzen onder meer naar de Zeeuwse kernkwaliteiten. Deze zijn vertaald naar vier afwegingsfactoren voor Zeeland: 1. Doe meer met minder grond; 2. Werk samen en deel kosten en baten;

(ontwerp)

21

bestemmingsplan Ramsburg 3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten; 4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld. Kernkwaliteiten zijn herkenbare, fysieke kenmerken. De Zeeuwse kernkwaliteiten betreffen:  genieten en opladen;  waarderen en beschermen van het landschap;  verbondenheid met de historie;  passende werkgelegenheid en ontwikkelingsmogelijkheden voor iedereen. In de visie komen een aantal ambities en doelstellingen terug welke relevant zijn voor dit bestemmingsplan, waarbij sommige doelen onder verschillende ambities vallen. Deze worden in onderstaande paragrafen toegelicht.

Voorzieningen Op het gebied van voorzieningen is behoud en herontwikkeling van een betaalbaar, bereikbaar en divers voorzieningenniveau en toekomstbestendig voorzieningenstelsel voor alle bewoners, toeristen, bedrijven en kantoren essentieel. Voor veel voorzieningen geldt dat bereikbaarheid organiseren samenhangt met het aantal mensen dat hiervan gebruik maakt. Door het inzetten van slimme mobiliteit kan voorts de bereikbaarheid daarvan worden verbeterd. Primair staat behoud en verbetering van onderscheidende top- en kwaliteitsvoorzieningen voorop. Daarnaast streeft de provincie -daar waar mogelijk- naar realisatie en versterking van (ontbrekende) kwalitatief hoogwaardige voorzieningen. Hierbij wordt het regionale schaalniveau steeds belangrijker. Zo moeten aanvullende voorzieningen, zoals onderwijs, zwembaden, winkelcentra, tweedelijns gezondheidszorg en culturele instellingen zoveel mogelijk worden geconcentreerd op knooppunten die optimaal bereikbaar zijn. Verder worden vanuit zorgvuldig ruimtegebruik, bundeling van functies en versterking van attractieve steden de (binnenstedelijke) kernen als primaire vestigingsplaats voor detailhandel gezien. Vestiging van detailhandel bedoeld voor laagfrequente, doelgerichte inkopen (perifere detailhandel) en nieuwe grootschalige detailhandelsvoorzieningen kan daarentegen in beginsel alleen plaatsvinden buiten de kern.

Het plangebied, als uitloper van de stad Middelburg, is de afgelopen periode sterk (her-)ontwikkeld, waarbij nadruk op het behoud en versterken van niet alleen de ruimtelijke, maar ook de functionele structuur van het gebied is gelegd. Hierbij is en wordt onder meer ingezet op het toevoegen van een gevarieerd aanbod aan (publieks-)voorzieningen. Het vestigen van diverse vormen van dienstverlening, waaronder begrepen het gezondheidscentrum, direct grenzend aan de Oostperkweg en de Krooneveldweg, dragen hieraan bij. Hierdoor is het voorzieningenniveau, op een locatie die goed bereikbaar is, niet alleen voor de stad, maar ook de regio volwaardig geworden. Verder is en blijft Ramsburg in het plangebied primair een bedrijventerrein met een eigen verblijfskwaliteit. In dat kader wordt in het plan een regeling voor de bestaande detailhandel in lijn met het provinciale beleid opgenomen, die erop is gericht om nieuwvestiging van reguliere detailhandel welke in het kernwinkelgebied moet worden gevestigd, niet bij recht mogelijk te maken, zodat geen afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke en functionele herkenbaarheid van het plangebied. Deze invulling is volledig in lijn met het provinciale beleid.

Tot slot biedt het vestigen van een onder meer een publiekstrekker op een prominente locatie in het plangebied in de vorm van bijvoorbeeld een horecavoorziening of volumineuze detailhandel de mogelijkheid een verdergaande synergie te bewerkstellingen. Meer concreet: de bestaande en toekomstige functies kunnen elkaar verdergaand versterken en heeft tot gevolg, dat het gebied een eigen (meer) onderscheidende identiteit verkrijgt. Hier is deze locatie, gelet op de situering direct aan de rotonde en entree van de stad, zeer geschikt voor kantoren, horeca, maatschappelijk (uitsluitend zorg) en bepaalde vormen van detailhandel.

Kantoren en bedrijven Het beleid voor kantoren is met name toegespitst op de grotere kantoorontwikkelingen. Kleinschalige kantoorontwikkelingen zijn op goed bereikbare plekken en nabij het stadscentrum toegestaan. Voor bedrijventerreinen zet de provincie voorts in op het geconcentreerd ontwikkelen van

22

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg bedrijventerreinen nabij stedelijke centra en wordt ingestoken op het herstructureren en intensiveren van bestaande bedrijventerreinen. Daarnaast wordt optimale afstemming van vraag en aanbod van bedrijventerreinen, zorgvuldig ruimtegebruik, landschappelijke inpassing en goede bereikbaarheid bevorderd. Het is immers zowel ruimtelijk als economisch van belang, dat bedrijvigheid geconcentreerd en gebundeld wordt ontwikkeld. Bedrijvigheid wordt daarom zoveel mogelijk geclusterd op (bestaande) bedrijventerreinen en in overleg met de betrokken gemeenten, op regionale schaal afgewogen. Verder staan in de doelstellingen voor bedrijven het bevorderen van een duurzame, circulaire en gezonde ontwikkeling voorop.

Onderhavig bestemmingsplan komt aan het beleid voor kantoren en bedrijven aan bovengenoemde provinciale doelstellingen tegemoet. Het toestaan van diverse (boven)lokale voorzieningen, waaronder begrepen het vestigen van zelfstandige kantoren, aan de rand van het centrum en grenzend aan een bestaand bedrijventerrein, op een locatie die goed bereikbaar is, voldoet hieraan. Verder streeft de gemeente voor het bestaande bedrijventerreinen naar intensivering van gebruik, zorgvuldig ruimtebeslag en verbetering van de kwaliteit. Uitgangspunt hierbij is, dat de aanwezige en toekomstige voorzieningen en bedrijven elkaar verdergaand versterken. Meer concreet: het zijn de goede bereikbaarheid en ligging aan de rand van het centrum in de directe nabijheid van reeds aanwezige voorzieningen, die de mogelijkheid bieden om een aantrekkelijk vestigings- en verblijfsklimaat voor bedrijven, dienstverleners en andere bezoekers te realiseren. Tot slot heeft de gemeente in de Middelburgse Visie Milieu 2019-2025 vastgelegd welke duurzame milieudoelen zij heeft voor de korte (tot 2025) en lange termijn (tot 2050) wenst te bereiken, hetgeen geheel in lijn is met de doelstelling die de provincie nastreeft.

Provinciale Omgevingsverordening Zeeland 2018 De provincie Zeeland heeft, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, op 21 september 2018 een nieuwe Omgevingsverordening vastgesteld. Aansluitend zijn daar meerdere wijzingen op doorgevoerd. Slechts een select aantal onderdelen uit het Omgevingsplan is geregeld in de verordening. Onderwerpen opgenomen in de nieuwe Omgevingsverordening zijn bijvoorbeeld bedrijventerrein, verblijfsrecreatie, bestaande natuur en ecologische hoofdstructuur, agrarische gebieden van ecologische betekenis, molenbiotopen, glastuinbouw en intensieve veehouderij. Van gemeenten wordt een loyale bijdrage verwacht aan de uitvoering van de beleidsdoelen van het plan, ook ten aanzien van die onderdelen van het plan die niet in de verordening zijn opgenomen. Verder streeft de provincie naar realisering van beleidsdoelen met de inzet van andere instrumenten. Daartoe wordt verwezen naar de inhoud van het Omgevingsplan.

Voor wat betreft dit plan zijn de regels uit de Verordening aangaande de volgende aspecten van belang:  Bedrijven (artikel 2.3) De verordening stelt voorwaarden aan het creëren van een nieuw bedrijventerrein, alsmede de uitbreiding daarvan. Op basis van onderhavig plan neemt het uitgeefbare bedrijfsareaal echter niet toe, zodat er geen specifieke voorwaarden gelden. Daarnaast is reguliere bewoning van bedrijfswoningen niet wenselijk, daar dit kan leiden tot beperking van de bedrijfsvoering van de aanwezige en toekomstige bedrijfsactiviteiten. Daarom voert de gemeente een terughoudend beleid ten aanzien van het vestigen van bedrijfswoningen op het bedrijventerrein. Uitgangspunt is dat geen nieuwe bedrijfswoningmogelijkheden op het bedrijventerrein direct worden toegestaan en dat bestaande bedrijfswoningen als zodanig worden bestemd.  Kantoren (artikel 2.5) Nieuwe grootschalige zelfstandige kantoren zijn toegelaten (meer dan 1.000 m2 bruto) in of direct aansluitend aan de binnenstad van Middelburg. Ook is vestiging langs toegangswegen naar het stadscentrum -onder voorwaarden- toegestaan. In onderhavig plan worden kantoren met maximaal 1.500 m² toegestaan. Deze voldoen, gelet op de situering aan de rand van het centrum en centrale ontsluitingswegen, aan het provinciale beleid.

(ontwerp)

23

bestemmingsplan Ramsburg

De braakliggende percelen die voor kantoorbebouwing kunnen worden aangewend, grenzen direct aan de bestaande infrastructuur en daarmee aan de rand van het centrum. Het plangebied en potentiële ontwikkellocaties voldoen daarmee aan alle, zowel kwalitatieve als kwantitatieve voorwaarden voor het realiseren van nieuwe en eventueel grootschalige kantoren. Andere terreinen en locaties zijn daartoe minder toegerust.  Detailhandel (artikel 2.6) In een bestemmingsplan worden nieuwe detailhandelsvoorzieningen, daaronder mede verstaan de uitbreiding van bestaande detailhandelsvoorzieningen, primair toegelaten in bestaande kernwinkelgebieden. Dit is echter niet van toepassing op onder meer detailhandel in volumineuze goederen (zoals auto's, boten, grove bouwmaterialen) en functioneel aan het buitengebied verbonden voorzieningen (zoals een benzinestation). Ook kleine op de lokale marktgerichte vestigingen van detailhandel in doelgerichte, laagfrequente aankopen (zoals keukens, woninginrichting, sanitair) mogen zich buiten de daarvoor aangewezen gebieden en locaties vestigen, indien de omvang en verkeersontsluiting dit eisen én de vestiging plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied. In lijn met het beleid van de provincie wordt voor één bestaande detailhandelsvestiging op het bedrijventerrein een specifieke regeling opgenomen.

Deze vestiging is reeds buiten het centrum gevestigd en er bestaat geen aanleiding, noch noodzaak de bestemming voor deze locatie aan te passen. De overwegingen daartoe zijn, dat een kringloopwinkel verwantschap met detailhandel in volumineuze goederen en een bedrijventerrein heeft. De ruimte die benodigd is verklaart de vestiging van dit soort zaken op een bedrijventerrein in plaats van in de binnenstad. Ook de daaraan verbonden parkeerbehoefte en verkeersgeneratie sluiten aan op de voorzieningen en ligging van het bestaande bedrijventerrein. Ook draagt deze branche, die lokaal is georiënteerd slechts beperkt bij aan het functioneren van het centrumgebied. Wel dient voorkomen te worden, dat na beëindiging van deze functie reguliere, lokale detailhandel zich binnen het plangebied kan vestigen. Het opnemen van een uitsterfregeling is dan ook passend. Vervolgens biedt de verordening voldoende ruimte om bij het aandienen van concrete nieuwe planinitiatieven met een lokaal verzorgende functie een zelfstandige afweging te maken. Het treffen van deze regeling is daarmee noodzakelijk teneinde ongewenste functies in het plangebied te voorkomen, doch gaat daarbij niet verder dan nodig. Het beoogde doel, een goede ruimtelijke en functionele herkenbaarheid en scheiding der functies kan niet met andere beperkende maatregelen worden bereikt.

De regeling is daarmee ook coherent en voldoet daarmee aan de eisen die het beleid en jurisprudentie aan het evenredigheidsbeginsel stellen. De regeling is niet in strijd met de Dienstenrichtlijn.  Molenbiotoop (artikel 2.29) In dit artikel van de Verordening is aangegeven dat in de toelichting bij een ruimtelijke ontwikkeling inzicht wordt gegeven in de cultuurhistorische waarde van in of nabij het plangebied aanwezige traditionele windmolens. De beoogde ontwikkeling is gelegen binnen de molenbiotoop. De nieuwbouw zal echter niet hoger worden dan de reeds aanwezige bebouwing, welke op basis van het geldende bestemmingsplan is toegestaan. In paragraaf 4.8.2 van deze toelichting wordt dit aspect nader gemotiveerd.  Ladder van duurzame verstedelijking In dit kader merken we op, dat de eerder vastgestelde algemene regels voor duurzame verstedelijking (voorheen artikel 2.1) in 2016 zijn komen te vervallen, omdat die nu zijn geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening. In paragraaf 3.1 is deze ladder toegelicht en in de paragrafen 3.2., 3.3. en 3.4 is deze nader uitgewerkt en getoetst.

24

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg 3.2.2

Conclusie

Het bestemmingsplan voorziet in een regeling waarbij hoofdzakelijk de bestaande situatie is vastgelegd. De ontwikkelingen die worden meegenomen zijn niet in strijd met het provinciale beleid. Integendeel, het bestemmingsplan voldoet volledig aan de doelstelling om voorzieningen in het stedelijke gebied te vestigen en toekomstbestendig te maken. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik, bundeling van functies en optimale bereikbaarheid ziet de provincie dan ook stedelijke gebieden als primaire vestigingsplaats voor deze voorzieningen. Het toestaan van deze voorzieningen versterkt niet alleen de leefbaarheid van de stad, maar ook de regio. Bij de keuzes voor onderhavig plangebied zijn gemaakt, is rekening gehouden met de principes van zorgvuldig ruimtegebruik en bereikbaarheid zoals vastgelegd in de duurzaamheidsladder. Met toestaan van de extra, zij het beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, wordt daar verdere invulling aangegeven. Daarnaast wordt voor het bestaande bedrijventerrein ingezet op het geconcentreerd ontwikkelen van bedrijventerreinen nabij stedelijke centra en wordt ingestoken op met name het intensiveren daarvan, waarbij verbetering van de functionele en ruimtelijke kwaliteit voorop staat. Dit sluit naadloos aan op het provinciale beleid en daarmee de ladder.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Bedrijventerreinprogramma Walcheren 2022-2026

De gemeenten Veere, Middelburg en Vlissingen hebben in juli 2022 het gezamenlijke bedrijventerreinprogramma Walcheren 2022-2026 vastgesteld als opvolger van het regionale bedrijventerreinprogramma uit 2017.

Het programma geeft inzicht in het actuele aanbod aan bedrijventerreinen in kwantitatief en kwalitatief opzicht, beschrijft de economische rol die de terreinen vervullen en bevat een inschatting van de noodzakelijke verbeteringen om het aanbod beter te laten aansluiten op de vraag.

Inbreiding, intensivering van het gebruik en herstructurering zijn onderdeel van een continu proces om bedrijventerreinen beter te laten aansluiten op de veranderende vraag uit de markt. Bij inbreiding en intensivering worden lege plekken opgevuld, wat positief is voor de werkgelegenheid en zorgvuldig ruimtegebruik. Bij herstructurering kunnen kavels vrij komen.

Op het bedrijventerrein Ramsburg heeft een ingrijpende herstructurering plaatsgevonden. In 2015 is het bedrijventerrein gerevitaliseerd. Door deze ingreep heeft er een ruimtelijke kwaliteitsslag plaatsgevonden. Uitgangspunt is verder behoud van de bestaande bedrijvigheid en -indien en voor zover mogelijk- daartoe de beschikbare uitbreidingsmogelijkheden aanbieden. Vanwege de goede ligging en ontsluiting op de N57 is Ramsburg (weer) een gewilde locatie voor bedrijven. Op het bedrijventerrein 'Ramsburg' zelf zijn momenteel geen kavels meer beschikbaar. Verder wenst de gemeente de gronden gesitueerd aan de Oostperkweg voor onder meer zelfstandige kantoren, zakelijke dienstverlening en volumineuze detailhandel beschikbaar te stellen. Aan dit beleid is door het verlenen van diverse ontheffingen uitvoering gegeven.

Verder zal bij toekomstige initiatieven worden ingezet op goed onderhoud en intensivering van ruimtegebruik, met dien verstande dat daar waar mogelijk de bestaande en eventueel nieuwe bedrijven zoveel mogelijk zullen worden gefaciliteerd met als doel behoud van deze bedrijven voor de stad en regio.

Ook in het huidige programma is voor het bestaande bedrijventerrein het bevorderen van zorgvuldig ruimtegebruik het uitgangspunt en worden drie sporen beschreven teneinde dat te bereiken.

(ontwerp)

25

bestemmingsplan Ramsburg Samengevat kan worden geconcludeerd, dat de aanwending van het bestaande bedrijventerrein 'Ramsburg' in overeenstemming is met zowel de huidige als toekomstige afspraken die daarover op regionaal niveau zijn gemaakt. De bestemmingsregeling sluit aan bij de mogelijkheden die op het bedrijventerreinen worden geboden.

3.3.2

Prognose bedrijventerreinen Zeeland

In januari 2020 heeft de Stec groep in opdracht van de provincie een prognose gemaakt van de behoefte aan bedrijventerreinen in Zeeland. Deze prognose dient als basis voor het bedrijventerreinenbeleid en de regionale programmeringsafspraken.

In de rapportage zijn vier trends geconstateerd die de komende jaren grote impact zullen hebben op bedrijventerreinen: (1) duurzaamheid en energietransitie; (2) circulaire economie; (3) automatisering/robotisering; en (4) e-commerce & XXL-logistiek. Deze trends hebben de volgende effecten op de prognose voor bestaande bedrijventerreinen, zoals Ramsburg.

Op de langere termijn zal naar verwachting schaalverkleining optreden. De nadruk op clustering en samenwerking van bedrijven neemt toe. Het aspect 'ontmoeting' speelt een belangrijkere rol als 'vestigingsfactor' voor bedrijven. Naar verwachting zullen meer bedrijven waarde hechten aan een dynamische omgeving waar verschillende activiteiten en bedrijven samenkomen. Dit zowel op het niveau van gebouwen als locaties. Denk aan bedrijfsverzamelgebouwen, waar verschillende bedrijven elkaar op zoeken, faciliteiten delen en zaken doen met elkaar. Maar ook aan een toenemende menging bedrijfsruimte met andere economische functies als kantoor, detailhandel of leisure.

Er moet verder nadrukkelijk aandacht zijn voor het op peil houden van de bestaande bedrijventerreinen, waarbij het focussen op marktgeoriënteerde herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen voor nieuwe gebruikers essentieel is. Daarnaast liggen er voor deze terreinen grote opgaven en kansen voor energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie, digitalisering en veiligheid/criminaliteit op basis waarvan een kwaliteitsslag kan worden gemaakt.

De ontwikkeling van het bedrijventerrein draagt bij aan de ruimtelijk gewenste situatie in de zin van inbreiding en transformatie, waardoor functiemenging ontstaat. Onderhavig plangebied voldoet hieraan, daar naast traditionele bedrijvigheid ruimte wordt geboden om complementaire functies te huisvesten, zoals zakelijke en maatschappelijke dienstverlening en zelfstandige kantoren.

3.3.3

Regionale Energiestrategie Zeeland

In een samenwerkingsverband tussen de Zeeuwse overheden, het bedrijfsleven, netbeheerders en maatschappelijke organisaties is de Regionale Energiestrategie (RES) Zeeland geformuleerd. In de RES is opgenomen welke keuzes deze partijen in Zeeland maken als het gaat om energiebesparing, duurzame opwek van elektriciteit, de inzet van mogelijke warmtebronnen, de opslag en het transport van elektriciteit, toepassingen van waterstof en de inzet van duurzame oplossingen voor mobiliteit. De uitvoering van verschillende projecten en plannen die in de RES staan, wordt vastgelegd in het omgevingsbeleid (omgevingsvisies en -plannen) van provincie en gemeenten.

In de RES is een onderscheid gemaakt tussen drie sectoren, te weten Gebouwde Omgeving, Elektriciteit en Mobiliteit. Per sector is gekeken naar mogelijkheden, kansen en belemmeringen en is aan de hand daarvan een strategie bepaald.

26

(ontwerp)

bestemmingsplan Ramsburg Wat betreft de gebouwde omgeving is de Zeeuwse doelstelling een CO2-besparing van 34% in 2030. Dit doel is te realiseren middels een vermindering van de energievraag, verduurzaming van het energieaanbod en toepassing van duurzame installaties en producten. Per gemeente, wijk of sector wordt nader verkend welke strategie het beste zal werken.

Wat betreft elektriciteit is de doelstelling om in Zeeland in 2030 ten minste 11 PJ aan opwekking van hernieuwbare energie te realiseren uit zon, wind en water. Met name energieopwekking uit water is kansrijk en zal verder worden onderzocht, gelet op het waterrijke karakter van Zeeland.

Wat betreft mobiliteit is de ambitie in Zeeland 49% CO2-reductie in 2030. De logistiek is een belangrijke sector in Zeeland, waar kansen liggen om de CO2-uitstoot te reduceren. Het bestaande logistiek samenwerkingsverband Zeeland Connect stimuleert al slimme regionale samenwerking en zero-emissie projecten.

Voor wat betreft het bestaande bedrijventerrein wordt bij nieuwe initiatieven zo veel mogelijk gestimuleerd om duurzaamheidsmaatregelen te nemen. Dit is in lijn met de doelstellingen in de RES om CO2 te besparen.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Kwaliteitsatlas Middelburg

De Kwaliteitsatlas is een belangrijk integraal beleidsdocument van de gemeente Middelburg. In deze Kwaliteitsatlas wordt een richting uitgestippeld voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente tot het jaar 2030. Voor een groot aantal deelaspecten (wonen, werken) is vervolgens aangegeven welke veranderingen op moeten treden om in 2030 tot de gewenste situatie te zijn gekomen. Eind 2008 is de herijking van de 2e en 3e fase van de kwaliteitsatlas gepresenteerd. De herziene kwaliteitsatlas is op 18 januari 2010 vastgesteld.

Ramsburg was in de Kwaliteitsatlas een strategisch project aangeduid. Voor het gebied is een ontwikkelvisie gemaakt in het 'Masterplan Stationsgebied 1998'. In de periode 2006-2007 heeft een aanjaagteam van het Ministerie van VROM, Provincie Zeeland en gemeente een globaal plan uitgewerkt voor Ramsburg met de volgende belangrijke elementen:  Goede bovenwijkse ontsluiting door reconstructie van de Oostperkweg;  Woningbouw (ca. 600 woningen);  Kantoorbebouwing (ca. 30.000 meter BVO);  Langzaamverkeerbrug over het Kanaal door Walcheren ter versterking van de stedenbouwkundige relatie tussen Ramsburg en Punt Arnestein. Vervolgens zijn de ontwikkelingsmogelijkheden voor Ramsburg nader onderzocht. Daarbij was het uitgangspunt, de aanleg van de Oostperkweg die samen met de Veerse Watergang het ruimtelijk raamwerk voor Ramsburg vormt. De Oostperkweg vormt de basis voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied. Aansluitend werd geconstateerd, dat het gebied in de huidige markt alleen gefaseerd ontwikkeld kan worden en dat gaandeweg ingespeeld moet worden op marktkansen. Vervolgens bleek de ontwikkelingsvisie voor Ramsburg alleen uitvoerbaar met forse subsidiering. In paragraaf 2.2 zijn de redenen uiteengezet, op basis waarvan de oorspronkelijke gedachtegang voor de invulling van het plangebied is verlaten.

Aansluitend werden er door de raad concrete beleidskeuzes voor het gebied gemaakt. Vanaf 2012 is aan deze keuzes uitvoering gegeven en nadien in de regionale afspraken (mei 2017) vastgelegd. In lijn met dit beleid borgt onderhavig bestemmingsplan de vergunde en bestaande situatie, met dien verstande, dat slechts een beperkt aantal ontwikkelingen worden toegestaan, mits deze passen in en aansluiten op de concrete beleidskeuzes die zowel op gemeentelijk als regionaal niveau zijn gemaakt voor het plangebied.

(ontwerp)

27

bestemmingsplan Ramsburg 3.4.2

Middelburgse visie milieu 2019 - 2025

In de Middelburgse Visie Milieu 2019-2025 geeft de gemeente per thema aan welke duurzame milieudoelen zij heeft voor de korte (tot 2025) en lange termijn (tot 2050). Het belangrijkste doel van de milieuvisie is om te komen tot een gezonde, duurzame samenleving en leefomgeving en een duurzame ontwikkeling van de gemeente. Daarbij moet kunnen worden voorzien in de behoeften van de huidige generaties, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties te beperken om gezond en goed te kunnen leven.

Enkele thema's die relevant zijn voor de voorliggende ontwikkeling zijn 'klimaat en energie', 'duurzaam gebouwde omgeving', 'emissies o.a. van geluid en stoffen' en 'duurzame mobiliteit'. In geval van (her)ontwikkeling wordt door de gemeente gestimuleerd om het bedrijfskavel zoveel mogelijk duurzaam vorm te geven en duurzaamheidsmaatregelen te nemen. Deze maatregelen kunnen zowel betrekking hebben op de inrichting en vormgeving van de bedrijfskavel, als op verduurzaming van de bedrijfsvoering en de daarmee gepaard gaande vervoersstromen.

In paragraaf 4.13 (duurzaamheid) wordt hier nader op ingegaan. Wat betreft de emissies van geluid en stoffen is in de par.4.5, 4.6 en 4.10 aangetoond, dat onderhavige planvorming geen negatieve invloed heeft op het woon- en leefklimaat in de omgeving. Er is geen sprake van een significante toename van geluidhinder en de planvorming voldoet aan de grenswaarden in de Wet milieubeheer voor wat betreft de luchtkwaliteit.

Middels de voorliggende ontwikkeling wordt kortom een bijdrage geleverd aan de doelen zoals beschreven in de Middelburgse Visie Milieu 2019-2025.

3.4.3

Nota Ruimtelijke kwaliteit

Wie in Middelburg wil bouwen of verbouwen krijgt te maken met de nota Ruimtelijke Kwaliteit 2016. Deze nota is in de plaats gekomen van de Welstandsnota uit 2009. In de nota Ruimtelijke Kwaliteit is bepaald dat voor een bouwplan anders dan een enkele woning of in omvang vergelijkbaar bouwwerk een beeldkwaliteitsplan moet worden opgesteld. Een beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld voordat de bouwplannen worden uitgewerkt. Het legt de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteitsuitgangspunten vast voor een nieuwe ontwikkeling en gaat vaak ook in op de randvoorwaarden voor de inrichting van de openbare ruimte. De nieuwe ontwikkelingen voor een gebied waarvoor een beeldkwaliteitsplan geldt, worden getoetst aan dit beeldkwaliteitsplan, en niet meer aan de nota Ruimtelijke Kwaliteit. Het doel van de richtlijnen bij nieuwbouw is dat het bouwplan als geheel een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de bestaande (openbare stedelijke of landschappelijke) ruimte in het bijzonder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13944476/1