CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

24-029 Bijlage 1. Ingekomen stukken - MZ

Gemeenteraad 14 maart 2024, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad periode 2 (24-029 MZ/RM/AB)12.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

69%

Ja

7%

Nee

24%

Weet ik niet

“We krijgen geen subsidie en moeten alles op eigen kracht doen. Dat is aanpoten. Het is vechten voor ons bestaan en heel veel werk. Maar de dankbaarheid die je ervoor terugkrijgt is met geen geld te betalen. We zijn de enige organisatie in ons gebied die ook hulp aanbiedt voor mensen die net buiten de armoederegelingen vallen. Maar ik hou mijn hart vast voor januari wanneer de landelijke steunmaatregelen wegvallen. Zelfs middeninkomens kunnen niet rondkomen.” Stichting samen zijn we er voor elkaar

20

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

4.2

BENODIGDE MIDDELEN Om de toename van hulpvragen aan te kunnen moeten lokale armoedehulporganisaties externe bronnen aanspreken. Zij zijn vooral afhankelijk van donateurs of eenmalige giftgevers (80%, zie figuur 4.2). Daarnaast moeten ze het vaak hebben van subsidies van de gemeente of overheid (68%), bijdrages vanuit de kerk (56%) of giften uit het bedrijfsleven (53%). Daarnaast spreekt 65% van de lokale armoedehulporganisaties het Armoedefonds aan als hulpbron. Het Armoedefonds ondersteunt deze hulporganisaties door middel van goederen en geld.

Figuur 4.2 Welke hulpbronnen gaan de lokale hulporganisaties aanspreken zodat er geen tekorten ontstaan? Donateurs en eenmalige giftgevers

80%

Subsidies Gemeente of Overheid

68%

Stichting Armoedefonds

65%

Bijdrage vanuit de Kerk

56%

Giften uit het bedrijfsleven

53%

Acties door particulieren

47%

Vermogendsfondsen en serviceclubs

46%

We krijgen veel hulp in natura

35%

Acties door bedrijven

35%

We hebben eigen reserves | noodfonds

10%

Calamiteitenfonds van koepelorganisaties

8%

Digitale Collecte Armoedehulp

6%

Rode Kruis

5%

Geen geldbronnen | geen fondsenwerving

2% 0%

4.3

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

ONLINE FONDSENWERVING Het wordt steeds belangrijker om online actief te zijn. Er zijn online namelijk veel mogelijkheden om geld of goederen te werven en donateurs op de hoogte te houden. Lokale armoedehulporganisaties zijn steeds vaker actief online met een eigen website of sociale media kanalen. 33% van de lokale hulporganisaties geeft aan actief te zijn met online fondsenwerving (33%, zie figuur 4.3). Daar tegenover staat 61% die nog niet actief is met online fondsenwerving.

21

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Figuur 4.3 Zijn lokale hulporganisaties actief met online fondsenwerven?

33%

Ja

61%

Nee

7%

Weet ik niet

De 115 organisaties die hebben aangegeven dat ze actief zijn met online fondsenwerven maken vooral gebruik van hun eigen website met donatie mogelijkheid (88%, zie figuur 4.4). Daarnaast worden vooral sociale media kanalen ingezet voor online fondsenwerving. Vooral Facebook wordt veelgebruikt (69%), gevolgd door Instagram en Facebook (beide gebruikt door 27% van de hulporganisaties). Ook maakt 25% van de lokale armoedehulporganisaties gebruik van een digitale nieuwsbrief voor online fondsenwerving. Figuur 4.4 Welke hulpmiddelen zetten de lokale hulporganisaties in voor online fondsenwerving? Eigen website met donatiemogelijkheid

88%

Facebook

69%

Instagram

27%

LinkedIn

27%

Digitale nieuwsbrief

25% 14%

Digitale Collecte Armoedehulp Geef.nl donatiemogelijkheden

7%

Tikkie

6%

Twitter

5%

YouTube

5% 1%

Tiktok 0%

20%

22

40%

60%

80%

100%

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

5. TRENDVERKENNING: 5 JA AR PERIODIEK ONDERZOEK NA AR DE IMPACT VAN ARMOEDE OP HULPORGANISATIES Het Armoedefonds doet periodiek onderzoek naar de staat van lokale hulporganisaties. Sinds 2018, en sinds 2020 twee keer per jaar, worden hulporganisaties gevraagd om te delen wat zij zien bij hun organisatie. Dat levert een trendbeeld op over wat er speelt in de praktijk. 5.1

STIJGING HULPVRAGEN: ER IS EEN TOENAME VAN HET A ANTAL HULPVRAGEN Het beeld dat het onderzoek dat voor u ligt, laat zien is een trend van de afgelopen vijf jaar. Met uitzondering van de coronajaren geeft sinds 2018 gemiddeld 65,3% van de deelnemende hulporganisaties aan dat het aantal hulpvragen dat zij ontvangen is toegenomen 11 .* Deze wijzigingen hebben een impact op de menskracht, hulpmiddelen en financiën binnen hulporganisaties. Met uitzondering van de coronajaren ziet tot de zomer van 2023 maar een erg gering percentage een daling in het aantal hulpvragen. Dat verandert voor het eerst met dit onderzoek. In het afgelopen jaar ervaarden 17% van de organisaties een afname van hulpvragen. Het Armoedefonds ziet met dit onderzoek een tweezijdig beeld. Enerzijds zorgwekkend: meer hulporganisaties moeten noodgedwongen met een wachtlijst werken. Anderzijds voorzichtig hoopvol: bij een deel van de organisaties neemt het aantal hulpvragen af. De hoop is dat dit beeld zich in de toekomst voortzet.

5.2

DOELGROEPEN: VOORAL HUISHOUDENS MET KINDEREN DOEN EEN GROEIEND BEROEP OP HULP De groepen die in de afgelopen jaren steeds vaker een beroep op armoedehulp deden, waren voornamelijk alleenstaande ouders met kinderen of paren met kinderen. In de coronajaren komt daar de nieuwe doelgroep ZZP’ers bij. Het aantal hulpvragen van deze groep stijgt na corona minder hard. Wel zien veel organisaties dan een nieuwe groep ontstaan van vluchtelingen en mensen met een migratieachtergrond. Dit ontstaat veelal door mensen die gevlucht zijn voor de oorlog in Oekraïne. De afgelopen twee jaar zien hulporganisaties ten slotte steeds vaker alleenstaanden zonder kinderen.

* Sinds 2018 stijgt bij gemiddeld 65,3% van de hulporganisaties het aantal hulpvragen, met een uitschieter van 82% in 2022. Zonder deze uitschieter stijgt gemiddeld bij 61,2% van organisaties. Het aantal hulpvragen.

23

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Het Armoedefonds ziet daarmee een nieuwe doelgroep ontstaan die vaker een beroep moet doen op armoedehulp. De nood onder gezinnen met kinderen blijft hoog. Dat armoede deze kinderen raakt, is schrijnend en vraagt om versterkte inzet. 5.3

STABILITEIT: STEEDS MEER HULPORGANISATIES HEBBEN EEN TEKORT A AN FINANCIËLE MIDDELEN Lokale hulporganisaties zijn voornamelijk afhankelijk van subsidies vanuit de overheid, met name gemeentes. Daarnaast spelen giften van particulieren of bedrijven een rol. De afgelopen jaren kan zo’n 32% van de hulporganisaties zich redden met hun eigen middelen. Zo’n 65% van de hulporganisaties teert in op hun reserves of heeft hulp van derden nodig om hun nodige werk te kunnen blijven doen. Het aantal hulporganisaties waarvan het voortbestaan op het spel staat door financiële nood blijft over de jaren stabiel rond de 3%. Het Armoedefonds vindt het belangrijk dat organisaties op eigen benen kunnen staan maar ziet ook dat steun vanuit de overheid financiële stabiliteit en daarmee rust kan bieden aan organisaties. Daardoor kunnen zij hun tijd en aandacht in de hulp die zij bieden stoppen, in plaats van in het werven van financiën. Daarbij vraagt het Armoedefonds zich af hoe lang het voor organisaties nog mogelijk is om in te teren op hun reserves en wat de gevolgen voor de armoedehulp in Nederland zijn wanneer deze organisaties wegvallen.

5.4

NODIGE PRODUCTEN: NA AST VOEDSELHULP GROEIENDE ROEP OM MENSTRUATIE- EN OVERIGE VERZORGINGSPRODUCTEN De afgelopen jaren is hulporganisaties gevraagd waar de mensen die zij steunen een groot tekort aan hebben. De nood voor voedselhulp blijft hoog. Daarnaast blijft de roep om materiële hulp ook aanwezig. Door de jaren heen blijkt er voornamelijk vraag naar menstruatieproducten en luiers te zijn. De stijgende prijzen leiden ertoe dat mensen steeds vaker ook tekorten hebben aan basisproducten als wasmiddel, doucheproducten en tandenborstels en tandpasta. Sinds kort komt daar ook in grotere mate de nood voor deodorant en schoonmaakmiddelen bij. Het benadrukt de aanzienlijke impact van financiële moeilijkheden, waarbij mensen gedwongen worden om keuzes te maken, zelfs op het gebied van essentiële levensproducten en persoonlijke hygiëne.

24

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

6. CONCLUSIES De resultaten van het onderzoek naar de impact van voortdurende armoede op hulporganisaties in Nederland, uitgevoerd door Stichting Armoedefonds, tonen een zorgwekkend beeld. In dit onderzoek is ingegaan op drie vragen. Deze worden hieronder per vraag beantwoord. 1.

HOE IS HET A ANTAL HULPVRAGEN BIJ LOK ALE HULPORGANISATIES SINDS HET LA ATSTE HALF JA AR VERANDERD? Door de stijgende kosten voor levensonderhoud kunnen mensen niet meer altijd rondkomen met hun huidige inkomen. Dat geldt ook voor werkende mensen. Het besteedbaar inkomen – dat overblijft na het betalen van vaste lasten als huur of hypotheek, energiekosten en verzekeringen – is voor verschillende groepen mensen niet meer voldoende om te voorzien in eerste levensbehoeften. Als gevolg hiervan gaan mensen kopje onder. Hulporganisaties zien steeds meer mensen met betaald werk die van hun salaris niet meer kunnen rondkomen. Ook veel ouderen hebben hulp nodig. Daarnaast blijft het aantal gezinnen met kinderen die in armoede leven erg hoog. Het aantal hulpvragen neemt bij meer dan de helft van de organisaties toe. Bij een aantal hulporganisaties daalt het aantal hulpvragen. Opvallend is dat dit deel groter is dan voorgaande jaren met 17% van de organisaties die een daling ervaart. Al in al blijft bij 83% van de organisaties het aantal hulpvragen gelijk of stijgt het. Het gaat hierbij veelal over alleenstaande ouders met kinderen en paren met kinderen. Dit komt overeen met cijfers over doelgroepen in armoede: kinderen leven relatief vaak in armoede. Hulpvragen ontstaan voornamelijk door prijsstijgingen van boodschappen en energieprijzen.

Maar ook door vastlopen in bureaucratie komen mensen in de problemen. Het aantal organisaties dat een stijging van het aantal hulpvragen ervaart is ten opzichte van juni 2023 wel wat afgenomen (van 64% naar 56%). Hulporganisaties merken vooral dat mensen bepaalde basisbenodigdheden voor levensonderhoud niet meer kunnen betalen. Naast stijgende vraag voor voedselhulp is er een tekort aan menstruatieproducten, wasmiddel, luiers, doucheproducten en tandenborstels en tandpasta. Daarbij zien we dat veel organisaties voedselhulpbieden door boodschappenkaarten aan te bieden. Hierdoor behouden mensen keuzevrijheid over de producten die ze kopen, wat erg belangrijk is. Daarbij behouden mensen keuzevrijheid, waarde.

25

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

2.

IN WELKE MATE ZIJN LOK ALE HULPORGANISATIES OP DIT MOMENT IN STA AT (GESTELD) OM A AN DE HULPVRAGEN TE VOLDOEN? Lokale armoedehulporganisaties bieden hulp aan de groep mensen die tussen wal en schip valt. Door de toenemende vraag om hulp, wordt de druk op deze organisaties, mede als op hun medewerkers en vrijwilligers, steeds groter. Als gevolg hiervan werkt 1 op de 9 hulporganisaties nu met een wachtrij. Niet iedereen die een beroep doet op bijvoorbeeld voedselhulp kan direct geholpen worden. Ook financieel gezien hebben de lokale hulporganisaties te maken met aanzienlijke uitdagingen om aan de toenemende vraag te voldoen. Veel organisaties worden geconfronteerd met financiële tekorten. Hoewel sommige organisaties zich redelijk kunnen redden met eigen middelen of hulp van derden, staat het voortbestaan van een klein percentage van hen op het spel. Een meerderheid van de armoedehulporganisaties, namelijk 64%, staat er financieel niet stabiel voor en moeten reserves of hulp van derden, zoals van het Armoedefonds, aanspreken om te blijven bestaan. De financiële tekorten vragen om extra capaciteit vanuit vrijwilligers of medewerkers en legt een extra druk op deze organisaties.

3.

HOE VERWACHTEN LOK ALE HULPORGANISATIES DAT HULPVRAGEN ZICH DE KOMENDE MA ANDEN GA AN ONTWIKKELEN EN HEBBEN ZIJ DA AR VOLDOENDE MIDDELEN VOOR? De verwachtingen voor de nabije toekomst zijn niet rooskleurig. Een overgrote meerderheid van lokale armoedehulporganisaties verwacht een verdere toename van het aantal hulpvragen in het komende half jaar. Maar 7% van de hulporganisaties verwacht geen stijging van hulpvragen. Hulporganisaties moeten op steun kunnen rekenen om de te verwachte groei op te vangen. Hiervoor kunnen extra middelen vanuit de overheid maar ook donateurs, de kerk en het bedrijfsleven worden aangesproken als hulpbron. Wanneer dit uitblijft zal online fondsenwerving als potentiële bron nog meer aangesproken moeten worden. Ook dat doet een beroep op de capaciteit van de lokale hulporganisaties. SLOTCONCLUSIE Kortom, in het afgelopen half jaar is het aantal hulpvragen bij veel lokale hulporganisaties verder toegenomen. Zij zijn niet altijd voldoende in staat om aan deze hulpvragen te voldoen. De organisaties werken noodgedwongen met wachtlijsten en hebben soms financiële of materiële tekorten. Dat betekent dat mensen niet geholpen kunnen worden en deze winter in de kou zitten. Naast voedselhulp is er een groeiende roep om menstruatie- en overige verzorgingsproducten.

Het Armoedefonds maakt zich zorgen dat de wachtrijen een extra drempel opwerpen voor mensen om van de nodige hulp gebruik te maken waardoor zij mogelijk van de regen in de drup terecht komen.

26

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

De prognose van een verder stijgend aantal hulpvragen, passend in de trends van de afgelopen vijf jaar, legt nog meer druk op hulporganisaties neer. Wanneer zij niet genoeg middelen hebben om hun organisatie draaiende te houden, worden mensen in armoede en kinderen daar de dupe van. Het Armoedefonds benadrukt daarom het belang van structurele steun aan deze organisaties. Vandaar dat het Armoedefonds in het volgende hoofdstuk verschillende aanbevelingen doet.

27

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

7. A ANBEVELINGEN Armoede is een hardnekkig probleem, wat iedereen kan overkomen. De effecten van financiële bestaansonzekerheid dringen door tot diep in het leven van mensen. Het heeft effect op de gemoedstoestand (stress), de keuzes die mensen maken, de gezondheid, eenzaamheid en op de manier hoe kinderen opgroeien (geringere schoolprestaties). Het toenemende aantal hulpvragen en de bijkomende wachtrijen is daarom zorgwekkend. Te veel mensen zijn afhankelijk van financiële, materiële of andersoortige hulp om rond te kunnen komen. Dat heeft effect op samenleving én mensen. Het inkomen van mensen, ook van werkenden, is niet voldoende voor de huidige kosten van levensonderhoud. Dat vraagt daarom om structurele maatregelen. Enerzijds om mensen uit de armoede te houden en anderzijds de hulp te bieden die zij nodig hebben. De komende jaren moet worden ingezet op verbeterde wet- en regelgeving en betere arbeidsvoorwaarden om te zorgen dat mensen voldoende inkomen hebben om van rond te komen, tegenvallers op te vangen en mee te doen in de samenleving. Dit kost echter tijd om te realiseren. Het Armoedefonds ziet daarom dat het essentieel is dat lokale armoedehulporganisaties in staat worden gesteld om hun werk te blijven doen. Deze aanbevelingen richten zich daarom op hoe de hulporganisaties versterkt kunnen worden. 1.

STRUCTURELE STEUN Het Armoedefonds vindt het belangrijk dat hulporganisaties - van voedsel- en kleding­ banken tot leergeld en van hulpmaatjes tot organisaties die uitjes aan bieden - hun capaciteit kunnen besteden aan dat waar ze goed in zijn: mensen helpen. Het werk van deze organisaties is namelijk ontzettend waardevol om ervoor te zorgen dat álle mensen mee kunnen doen in de samenleving. Om ervoor te zorgen dat lokale hulporganisaties de stijging van hulpaanvragen kunnen opvangen is zowel landelijke als lokale financiële steun van belang. Uit onze eerdere onderzoeken blijkt dat voor deze steun circa vijf miljoen euro nodig is. Wel ziet het Armoedefonds dat het voor gemeenten steeds lastiger wordt om geld en capaciteit vrij te maken. Landelijke steun blijft cruciaal.

2.

MA ATWERK Een baan geeft niet altijd meer zekerheid op bestaan. Te veel mensen komen maandelijks geld tekort. De tijdelijke maatregelen, zoals de energietoeslag, hebben laten zien dat steunmaatregelen snel ingezet kunnen worden en snel effect kunnen hebben. Maar ook dat deze nodig zijn om mensen, van mensen met uitkering tot een fulltime baan, uit de armoede te houden. Het inkomen dat mensen maandelijks te besteden hebben aan voedsel en verzorgingsproducten is voor te veel mensen structureel te laag. Dat betekent dat er structureel en systemisch niet voldoende gebeurt om bestaanszekerheid van mensen te garanderen. Zonder aanvullend beleid

28

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

kunnen namelijk een miljoen Nederlanders in de armoede belanden. Daarbij zijn vooral kinderen kwetsbaar. Het Armoedefonds roept daarom op tot het structureel op orde brengen van de basis maar ziet ook dat tot die tijd maatwerk nodig is. Mensen die net buiten de standaard grenzen voor inkomenshulp vallen, hebben soms net zo hard hulp nodig. Bij het bieden van armoedehulp zijn het loslaten van strikte armoedegrenzen en het kijken naar het netto, of besteedbaar, inkomen van mensen daarom suggesties die de aanpak van armoede gerichter kunnen maken. Het Armoedefonds vindt het daarbij belangrijk om aan te geven dat hulporganisaties soms noodgedwongen een inkomensgrens voor hun hulp moeten stellen. Vandaar dat het van belang is dat hulporganisaties de financiële, materiële en personele middelen hebben om de hulp voor een nog grotere groep mogelijk te maken.

“Ik zit in de schuldhulpverlening. Sinds kort kom ik door nieuwe regels niet meer in aanmerking voor de Voedselbank. Ik zit 27 euro per maand boven de grens. Heel eerlijk, er zijn dagen dat ik zonder eten zit.” Bezoeker Voedselbank

3.

HULPORGANISATIES ZIJN CRUCIA AL OM DOELGROEP TE BEREIKEN De lokale armoedehulporganisaties zijn degenen die armoede zien, verzachten en bestrijden. Zij helpen mensen die tussen wal en schip vallen, omdat ze – zelfs wanneer ze recht hebben op gemeentelijke of landelijke armoederegelingen – niet rond kunnen komen. Waar zowel lokaal als landelijk ingezet wordt om het niet-gebruik van regelingen tegen te gaan, staan lokale hulporganisaties vaak dichter op mensen en zijn zij goed in staat de doelgroep te bereiken en helpen. Hulporganisaties zijn ook daarom essentieel in de armoedeaanpak. Het is van cruciaal belang dat gemeenten en het Rijk volledig gebruikmaken van het waardevolle (net)werk en bereik van lokale hulporganisaties en dit in kaart brengen. Dit verdient een vaste plaats in armoede- en schuldenbeleid. Hulporganisaties zijn namelijk dé plekken waar mensen laagdrempelig voor hulp in aanmerking kunnen komen. Het groeiend aantal hulpvragen laat zien dat armoedehulporganisaties mensen steeds beter weten te bereiken, dat hulporganisaties mogelijk zichtbaarder worden, en dat de drempel om hulp aan te vragen mogelijk lager ligt. Het Armoedefonds vindt het belangrijk dat die drempel vervolgens niet weer verhoogd wordt doordat meer hulporganisaties noodgedwongen met een wachtrij moeten werken.

Met dit onderzoek en de trendverkenning bouwt het Armoedefonds verder aan een op de praktijk en onderzoek gebaseerde basis voor verdere acties en beleidsmaatregelen om de groeiende armoedeproblematiek in Nederland aan te pakken. Dat blijft hard nodig.

29

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

BRONNEN 1

Centraal Bureau voor de Statistiek. (2023, 7 november). Laagste armoederisico in 45 jaar door energietoeslag. Centraal Bureau Voor De Statistiek. https://www.cbs.nl/ nl-nl/nieuws/2023/45/laagste-armoederisico-in-45-jaar-door-energietoeslag

2

Centraal Bureau voor de Statistiek. (2023c, 30 november). Inflatie in november 1,6 procent bij snelle raming; 4,1 procent exclusief energie. Centraal Bureau Voor De Statistiek. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/48/inflatie-in-november-1-6procent-bij-snelle-raming-4-1-procent-exclusief-energie

3

Centraal Bureau voor de Statistiek. (2023, 7 november). Laagste armoederisico in 45 jaar door energietoeslag. Centraal Bureau Voor De Statistiek. https://www.cbs.nl/ nl-nl/nieuws/2023/45/laagste-armoederisico-in-45-jaar-door-energietoeslag

4

Centraal Bureau voor de Statistiek. (2022, 1 december). 1 op de 4 mensen met armoederisico is een kind. Centraal Bureau Voor De Statistiek. https://www.cbs.nl/nlnl/nieuws/2022/48/1-op-de-4-mensen-met-armoederisico-is-een-kind

5

Huishoudens met geregistreerde problematische schulden 2015-2023. (2023, 11 november). CBS. 2 december, 2023, from https://dashboards.cbs.nl/v5/ SchuldenproblematiekInBeeld/

6

Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2022). Van schuld naar schone lei. Den Haag: RVS.

7

Commissie Sociaal Minimum. (2023). Een zeker bestaan: Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum. Rapport I.

8

Nationale Monitor Geldzorgen - Wijzer in geldzaken | Wijzer in geldzaken. (n.d.). Wijzer in Geldzaken. https://www.wijzeringeldzaken.nl/Nationale-Monitor-Geldzorgen/

9

Centraal Bureau voor de Statistiek. (2023, 7 november). Laagste armoederisico in 45 jaar door energietoeslag. Centraal Bureau Voor De Statistiek. https://www.cbs.nl/ nl-nl/nieuws/2023/45/laagste-armoederisico-in-45-jaar-door-energietoeslag

10

Commissie Sociaal Minimum. (2023). Een zeker bestaan: Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum. Rapport II.

11

Voorgaande onderzoeken van het Armoedefonds. Op te vragen via info@armoedefonds.nl of te raadplegen via: Pers en media - Armoedefonds. (2023, 30 november). Armoedefonds. https://www.armoedefonds.nl/pers-en-media/

30

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

31

Steun elkaar!

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13794561/2