CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

24-029 Bijlage 1. Ingekomen stukken - MZ

Gemeenteraad 14 maart 2024, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad periode 2 (24-029 MZ/RM/AB)12.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ingekomen stukken Datum brief

08-02-2024

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

28 februari 2024

Onderwerp

052. LZNVZ - Nieuwsbrief februari 2024

Ingekomen stuk

052. LZNVZ - Nieuwsbrief februari 2024

Categorie

Organisatie

Afdeling

Samenleving

Afzender

Laat Ze Niet VerZuipen

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

14 maart 2024

Datum brief

06-02-2024

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

28 februari 2024

Onderwerp

051. Jaarverslag ASD Middelburg 2023

Ingekomen stuk

051. Jaarverslag ASD Middelburg 2023

Categorie

Organisatie

Afdeling

Samenleving

Afzender

ASD

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

14 maart 2024

Datum brief

06-02-2024

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

28 februari 2024

Onderwerp

050. Voortgang Basis op orde GGD Zeeland

Ingekomen stuk

050. Voortgang Basis op orde GGD Zeeland

Categorie

Organisatie

Afdeling

Samenleving

Afzender

GGD Zeeland

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

14 maart 2024

Datum brief

06-02-2024

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

28 februari 2024

Onderwerp

049. Zeeuwse zorg krijgt financiering voor toekomst van zorg

Ingekomen stuk

049. Zeeuwse zorg krijgt financiering voor toekomst van zorg

Categorie

Organisatie

Afdeling

Samenleving

Afzender

Zeeuwse Zorg Coalitie

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

14 maart 2024

Datum brief

30-01-2024

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

28 februari 2024

Onderwerp

021 Brief voor wethouders mbt Vergeten Kind

Ingekomen stuk

021 Brief voor wethouders mbt Vergeten Kind

Categorie

Organisatie

Afdeling

Samenleving

Afzender

St. Vergeten Kind

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

14 maart 2024

Datum brief

08-01-2024

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

Datum commissie

28 februari 2024

Onderwerp

005. Rapport Armoedefonds december 2023

Ingekomen stuk

005. Rapport Armoedefonds december 2023

Categorie

Organisatie

Afdeling

Samenleving

Afzender

Stichting Armoedefonds

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Raadsvergadering

14 maart 2024

Geen afbeeldingen? Webversie

E-mailnieuwsbrief februari | 2024

IkPas nu, wanneer pas jij? Dry January zit er alweer op. Maar de IkPas-campagne gaat nog even door. In 2024 duurt de campagne niet één maand maar een heel jaar. Dit jaar gaat de campagne over het 'NU-moment'. Wij roepen alle Zeeuwen op om dit jaar één maand naar keuze het alcoholgebruik op pauze te zetten. Of het nu gaat om een uitdagend moment in de sportschool, een ochtend na een nachtje uit, of tijdens een belangrijke levensgebeurtenis, iedereen ervaart zo'n NU-moment. Het moment waarop het besef doordringt dat het tijd is om een alcoholpauze in te lassen. Dit jaar draait dus alles om de vraag: "Wanneer zet jij je alcoholgebruik op pauze?" IkPas Zeeland In Zeeland is een IkPas-kalender ontwikkeld waar elke maand een Zeeuwse inwoner te zien is die het alcoholgebruik op pauze zet. Deze Zeeuwse deelnemers geven in hun eigen kalendermaand aan waarom ze passen en aan wie ze het stokje doorgeven. De kalender is zichtbaar op de social media kanalen en website van ‘Laat ze niet (ver)zuipen!’. Wil je laten horen wanneer en waarom je past? Geef je naam, de maand en de reden van passen door via info@czwbureau.nl

Lees hier meer

GIF theatervoorstelling GIF is een theatrale tekstlezing over jongeren en onverantwoord alcoholgebruik. Maar ook over ouders die denken dat het zo'n vaart niet zal lopen. GIF is bedoeld voor jongeren vanaf 13/14 jaar en voor hun opvoeders. De GIF voorstelling is aangeboden op Zeeuwse middelbare scholen. Op 16, 17 en 20 oktober was de voorstelling voor 13 verschillende klassen te zien bij het Ostrea Lyceum in Goes. Tegen het einde van 2023 was de voorstelling voor 10 klassen te zien bij Scheldemond college in Vlissingen.

Zien Drinken, Doet Drinken Als ouder heb je een belangrijke voorbeeldfunctie voor je kind. We weten uit onderzoek: zien drinken, doet drinken. Doordat ouders in het bijzijn van kinderen drinken, gaan kinderen ook eerder én meer alcohol drinken. Het begint al vanaf 2 jaar dat kinderen kennis hebben over alcoholgebruik. Alliantie Alcoholbeleid Nederland bracht een bezoekje aan Zeeland om met ouders in gesprek te gaan over de campagne Zien drinken, doet drinken. In de film vertellen drie ouders wat ze zelf van de campagne vinden en hoe zij dat in de praktijk voor zich zien. De film wordt aangeboden op scholen om tijdens ouderavonden voorlichting te geven over alcohol.

Carnaval en verder NIX “Ach joh, drink gezellig mee, het is toch Carnaval!” zullen veel pubers tijdens het carnavalsfeest horen van vrienden, familie of misschien wel van hun ouders zelf. Maar ook tijdens carnaval kunnen ouders beter consequent blijven. Hoe zorg je als ouder ervoor dat je puber zich ook tijdens carnaval aan de NIX afspraak houdt? Alcohol is schadelijk voor pubers Er is veel bewijs dat het drinken van alcohol slecht is voor het brein van pubers dat nog minstens tot hun 24ste volop in ontwikkeling is. Daar komt bij dat als je jong begint en veel drinkt, de kans groter is dat je later verslaafd raakt aan alcohol. Het op jonge leeftijd drinken van alcohol levert niet alleen risico’s op voor de toekomst. Pubers die drinken hebben minder controle over hun gedrag en belanden eerder in vervelende situaties zoals ongelukken, vechtpartijen en ongewenste seks. Tips 1. Praat er samen over 2. Maak afspraken 3. ‘Nee’ zeggen Pubers zijn gevoelig voor groepsdruk. U kunt uw kind helpen door samen te praten en te luisteren naar wat er speelt binnen de groep. Zelfvertrouwen maakt het makkelijker om een drankje te weigeren onder druk van vrienden. Samen kunt u lastige situaties voorbereiden. 4. Geef het goede voorbeeld Tenslotte kunt u met andere ouders praten. Ouders die samen afspraken maken over het alcoholgebruik van hun kinderen staan sterker.

De kans dat kinderen met vrienden gaan drinken wordt kleiner. En geef het goede voorbeeld! Dit heeft een positief effect op het gedrag van kinderen.

Meer alcoholverkeersslachtoffers, minder controle VeiligheidNL maakte bekend dat het aantal SEH-bezoeken na ongevallen met alcohol significant is gestegen. Een Lees hier verder

aanzienlijk deel betreft verkeersongevallen. Dat wetende vindt de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) het opvallend dat het aantal alcoholfuiken al jaren daalt. Saskia de Craen van de SWOV geeft aan 'een sterk vermoeden' te hebben dat het toegenomen aantal slachtoffers vanwege beschonken bestuurders te maken heeft met het afnemende aantal alcoholfuiken. Dat er veel minder wordt ingezet op dit soort controles, bevestigt de politie aan EenVandaag. Zo waren er in 2013 in totaal 5.431 alcoholfuiken met minimaal twee agenten, 10 jaar later waren het er nog maar 1.317.

Trimbos: veel omgevingsschade als gevolg van alcohol Het Trimbos-instituut heeft een 20 pagina’s tellende factsheet gepubliceerd met veel cijfers over de brede maatschappelijke schade van alcohol. Cijfers over gezondheidsschade bij de drinker zelf zijn niet in de factsheet opgenomen. Bij omgevingsschade van alcohol heb je het bijvoorbeeld over letsel of schade door (verkeers)ongevallen, huiselijk of (seksueel) geweld. Maar ook over de schade bij kinderen die prenataal aan alcohol zijn blootgesteld of bij kinderen van verslaafde ouders. Denk ook aan de economische impact van arbeidsongevallen en werkverzuim. Uit de Aanvullende Module Middelen van de Leefstijlmonitor (Trimbos-instituut i.s.m. RIVM en CBS) blijkt dat 13,1% van de volwassenen in Nederland wel eens alcohol gerelateerde omgevingsschade ervaart. Bijvoorbeeld agressie, een vervelende benadering of ruzie.

Bekijk hier de factsheet

Gemeenten toetsen handhaving leeftijdsgrens alcohol Alle Zeeuwse gemeenten hebben in 2023 meegedaan aan een onderzoek onder hun alcoholverstrekkers over naleving van de regel: schenken onder de 18 verboden! Mysteryshoppers hebben in totaal 810 alcoholverstrekkers succesvol bezocht. Gemiddeld leeft 60% van de Zeeuwse alcoholversterkers de regels rond alcoholverkoop aan jongeren na. Onderzoeksresultaten In het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen vier categorieën alcoholverstrekkers: slijterijen, supermarkten, commerciële horeca en de paracommercie (bijvoorbeeld sportverenigingen). Van de vier branches zijn de Zeeuwse slijterijen en supermarkten allemaal bezocht, waarbij de slijterijen het beste scoren. Gemiddeld leeft 71% van de slijterijen de regels voor de verkoop van alcohol na. Supermarkten scoren op het gebied van naleving een gemiddelde van 56%. Het totale gemiddelde van het naleefpercentage van de alcoholverstrekkers in Zeeland komt op 60%. Ten opzichte van de resultaten van het onderzoek van 2019 is er een positieve stijging te zien in het naleefpercentage, namelijk van een gemiddelde van 33% naar 60% naleving. Het onderzoek is uitgevoerd door ZB Bibliotheek van Zeeland, in opdracht van de dertien Zeeuwse gemeenten.

Voorzitter van de stuurgroep ‘Laat ze niet (ver)zuipen!’, burgemeester Jack van der Hoek: “Het is goed om te zien dat het naleefpercentage bijna verdubbeld is. Alcohol op jonge leeftijd is aantoonbaar schadelijk voor de ontwikkeling van jongeren. We hebben gezamenlijk een verantwoordelijkheid om dit zoveel mogelijk te voorkomen.”

Deel Deel Doorsturen

Laat Ze Niet (Ver)Zuipen | CZW bureau © 2024 | Colofon U ontvangt deze nieuwsbrief omdat u zich heeft ingeschreven via www.laatzenietverzuipen.nl. Voorkeuren aanpassen | Uitschrijven

Jaarverslag 2023 van de Adviesraad Sociaal Domein Middelburg 1.

Voorwoord

De Adviesraad Sociaal Domein (ASD) adviseert gevraagd en ongevraagd aan het college van burgemeester en wethouders over het (voorgenomen) beleid binnen het sociale domein. De raad doet dit op basis van expertise en ervaring van de leden van de raad en via contacten met allerlei groeperingen die inwoners vertegenwoordigen voor wie het gemeentelijk beleid bedoeld is. Dit verslag is een weergave van de werkzaamheden van de ASD in 2023. 2.

Samenstelling Adviesraad

De samenstelling van de Adviesraad Sociaal Domein bestond in 2023 uit de volgende personen: Aat de Jong Bart van Dijk Robert Geertsma Chris de Nooijer Huug Winfield Emmy de Kraker-Pauw Hannie Vonk Rob Kramer Theo van Bokkem Albert Klein El van Hal Els de Blok 3.

lid en voorzitter tot 1 februari 2023 lid tot 1 november 2023 lid tot 1 november 2023 secretaris Voorzitter vanaf 1 februari 2023

lid vanaf 1 mei 2023 lid vanaf 1 mei 2023

Aandachtsvelden

De ASD heeft de volgende aandachtsvelden: - Jeugd en Onderwijs - Inburgering en integratie - Mobiliteit en Toegankelijkheid - Werk, inkomen en armoedebeleid - Welzijn en Mantelzorg - Wonen en Leefomgeving

Het bijhouden kennis van de aandachtsvelden is verdeeld over de leden. Dit is geen starre indeling. 4.

Vergaderingen en bijeenkomsten De ASD heeft in 2023 10 keer vergaderd. De ASD vergadert maandelijks op de avond van de tweede dinsdag van de maand behalve in juli en augustus. Daarbij is steeds een van de contact ambtenaren van de gemeente Middelburg aanwezig geweest. Soms zijn over specifieke onderwerpen gastsprekers uitgenodigd zoals over de Woonzorgvisie en de Omgevingsvisie. Er is drie keer een overleg geweest met wethouder. Onder andere om te horen waar elkaars speerpunten liggen. Daarnaast is regelmatig overleg geweest met ambtenaren in de voorbereidende fase van visie- en beleidsdocumenten. Gedurende de uitvoeringsfase van belangrijke actieplannen o.a. het Middelburgs Model is regelmatig overleg geweest over de voortgang van de uitvoering van de plannen, eventuele obstakels en de meting van de beoogde effecten. In deze bijeenkomsten spreken de ASD-leden weliswaar op persoonlijke titel maar wordt veel kennis opgedaan die in adviezen tot hun recht komen. Welke onderwerpen de revue zijn gepasseerd staat in paragraaf 7, bij de verslagen van de specifieke werkgroepen. Verder wonen ASD-leden diverse bijeenkomsten bij zoals wijktafels, dialoogtafels en informatie-bijeenkomsten van de gemeente en bezoeken zij inspraakbijeenkomsten om te horen wat er leeft in Middelburg.

Een aantal malen is overlegd met delegaties van de andere Walcherse adviesraden/Wmo-raden van Vlissingen en Veere. Tot een intensievere samenwerking is dit niet gekomen. Met de ouderenbonden is gesproken over enkele adviezen over wonen en zorg. Ter voorbereiding op het advies over bestaanszekerheid is een werkbezoek gebracht aan Orionis. 5.

Deskundigheidsbevordering

Enkele ASD-leden hebben (on-line) trainingen gevolgd bij de landelijke Koepel van adviesraden Sociaal Domein o.a. over Regionale samenwerking van adviesraden en Armoedebeleid. Ook hebben enkele leden deelgenomen aan de training over participatie van bewoners van de gemeente. 6.

Uitgebracht Adviezen in 2023

De adviesraad heeft in 2023 12 adviezen uitgebracht tegenover 5 in 2022: een stijging van 7 adviezen. Het betreft de volgende adviezen: Advies startnotitie woningbouwopgave Middelburg 2030 (april) Advies over het Dienstverleningsconcept voor het Sociaal team Middelburg (april) Ongevraagd advies over Jeugdzorg (mei) Advies Beleidsregels huisvesting arbeidsmigranten (mei) Advies betrekken doelgroep bij beleid (juni)

Advies Samenwerkingsconvenant Weer Thuis op Walcheren (juni) Advies Integrale verordening Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning (juli) Advies Visie op Dienstverlening (oktober) Advies Woonzorgvisie (oktober) Advies Regiovisie Jeugdhulp 2023-2028 (oktober) Advies inzake Iedereen kan meedoen, “Bestaanszekerheid, Meedoen naar Vermogen & Inburgering Middelburg 2023-2027” (oktober) Advies Lokale Educatieve Agenda (november) 7.

Aandachtsgebieden, Werkgroepen en klankbordgroepen Wanneer er een onderwerp of adviesaanvraag aan de orde komt wordt er voor het betreffende aandachtsgebied een werkgroep gevormd naar beschikbaarheid en kennis. Iedere werkgroep heeft een trekker die eerste aanspreekpunt is voor de gang van zaken. Iedere werkgroep kent vaak een of twee bij het onderwerp betrokken ambtenaren als vaste contactpersoon. Deze werkgroepen kunnen korter of langer bestaan. Hieronder een verslag per aandachtsgebied: 7.1 Verslag 2023 aandachtsgebied Jeugd en Onderwijs, regiovisie jeugd Binnen het aandachtsgebied “Jeugd en Onderwijs”, speelde er een 3-tal onderwerpen, waarover ook advies gevraagd is, te weten: -

Advies verordening WMO en Jeugdzorg Advies concept Lokale Educatieve Agenda Advies regiovisie jeugd

De werkgroep heeft naast de drie gevraagde adviezen, ook een ongevraagd advies uitgebracht naar aanleiding van een gesprek met de beleidsambtenaar, betreffende de regio-visie jeugd. Op alle beleidsadviezen is een reactie vanuit B&W ontvangen. We mogen concluderen dat een groot deel van de (kritische) opmerkingen en suggesties die onzerzijds gedaan zijn, overgenomen zijn door betrokken beleidsambtenaren. Een aantal suggesties, met name m.b.t. de Lokale Educatieve Agenda, zal in het overleg tussen de partners die bij de LEA betrokken zijn (gemeente, onderwijs, zorg), geagendeerd worden. De werkgroep heeft enkele malen (3x) met de beleidsambtenaar overleg gehad, deze overleggen zijn als positief ervaren. Daarnaast heeft de werkgroep een viertal keer apart vergaderd, en via mail de adviezen afgestemd met elkaar, alvorens ze te presenteren aan de gehele adviesraad ( en vervolgens aan B&W). Verder konden we als werkgroep onderling snel schakelen, wat betekende dat er soms op korte termijn een advies geformuleerd kon worden.

Eén van de onderwerpen die in ons jaarplan 2023 hoog op de agenda stond, was de regiovisie jeugd. Deze regiovisie is een Zeeuws-brede aangelegenheid, en gemeenten hoeven dan ook geen advies hierover aan de adviesraad te vragen. Gemeente Middelburg heeft dit wel gedaan, wat wij waarderen. 7.2

Verslag 2023 aandachtsgebied Inburgering en integratie

Afgelopen jaar is er een keer ambtelijk overleg geweest over deze thema’s. Aangekondigd werd dat er in het najaar een nieuw integraal beleidskader door het college vastgesteld zou gaan worden met als titel “bestaanszekerheid, meedoen naar vermogen en inburgering 2023-2027”. Het advies van de werkgroep is geïntegreerd in het advies van de werkgroep Werk, Inkomen en Armoedebeleid. 7.3

Verslag 2023 aandachtsgebied Mobiliteit en Toegankelijkheid

In 2023 is geen activiteit geweest voor dit aandachtsgebied. 7.4

Verslag 2023 aandachtsgebied Werk en Inkomen, armoedebeleid

Afgelopen jaar heeft er meerdere keren ambtelijk overleg plaatsgevonden over het nieuwe beleidskader “ bestaanszekerheid, meedoen naar vermogen en inburgering 2023-2027”. Daarnaast heeft de ASD een werkbezoek gebracht aan Orionis. In een prettige openheid is veel informatie gedeeld door de betreffende managers van Orionis. Suggesties die de werkgroep heeft gedaan zijn meegenomen door de ambtenaren. De werkgroep ontving een concept beleidskader waar de werkgroep over heeft kunnen adviseren. Dit heeft geleid tot een aantal (in onze ogen) verbeteringen voordat de definitieve adviesaanvraag aan de werkgroep werd voorgelegd. De samenwerking tussen de betreffende ambtenaren en de werkgroep was uitstekend. ASD heeft advies uitgebracht aan het college. Thema’s die de ASD aan de orde stelde waren onder andere: -het tekort aan woningen voor statushouders; -het hanteren van een “ bonnen pakket”; -de basisbaan en het basisinkomen; -het onderscheid dat gemaakt zou moeten worden tussen verschillende doelgroepen (zowel bij de inburgering als het armoede beleid); - meetbare doelen te hanteren; Het college heeft veel suggesties van de ASD overgenomen. In 2024 zal de ASD het college graag van adviezen voorzien over de uitvoeringsagenda van het beleidskader. 7.5

Verslag 2023 aandachtsgebied Welzijn en Mantelzorg

Werkgroep Middelburgs Model In het afgelopen jaar heeft de gemeente samen met een aantal uitvoerende instellingen hard getrokken aan het vormgeven van de grote ambities uit het

Implementatieplan van het Middelburgs Model 2021-2023. Zoals: de ontwikkeling van een Sociaal Team, een visie op concept voor de dienstverleningsconcept voor het sociaal team, de fusie van Welzijn Middelburg en het maatschappelijk werk en de monitoring en evaluatie van het Middelburgs Model. De Werkgroep heeft in de loop van 2023 vijf maal rond de tafel gezeten met de betrokken ambtenaren om de voortgang van de uitvoering van het Implementatieplan te bespreken. Behalve over de grote ambities, is ook gesproken over andere punten uit het plan, zoals: -

de inkoop van de WMO de stand van zaken bij de Toegang in Middelburg, met name de wacht- en doorlooptijden en de ontwikkeling van het cliëntvolgsysteem de invulling van de functie van meedenkers (OCO) de besteding van de NPO-gelden de sociale kaart/ Mijn buurtje en enkele concrete projecten.

De bijeenkomsten van de ambtenaren met de leden van de werkgroep waren goed voorbereid en verliepen prettig, d.w.z. openhartig en informatief. Op verzoek van het college is één advies uitgebracht over het dienstverleningsconcept voor het Sociaal team. Het advies spitste zich toe op het stellen van meetbare doelen, de praktische uitwerking en het realiseren van de concept-visie. Een deel van de aangestipte punten uit het advies heeft het college door gespeeld naar de leden van het Sociaal Team, omdat zij aan de slag gaan met de praktische uitwerking. Daarnaast hebben leden van de werkgroep meegedacht met de Werkgroep Wonen over het advies over het Samenwerkingsconvenant Weer thuis en de Woonzorgvisie voor Middelburg. De looptijd van het Implementatieplan is met een aantal maanden verlengd. Afgesproken is dat de werkgroep in 2024 nog éénmaal rond de tafel gaat zitten met de ambtenaren. Dan zal de afronding, inbedding en monitoring van het plan worden besproken en worden verkend op welke wijze de gemeente de doorontwikkeling van het zorg- en ondersteuningsaanbod waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, wil vormgeven. Naast de eerdergenoemde plannen zal de Adviesraad in 2024 alert blijven op de invulling van de Onafhankelijke Cliënten ondersteuning (OCO), de Toegang tot Middelburg (TIM) en de monitoring van de resultaten van het Implementatieplan.

Werkgroep Dienstverlening Afgelopen jaar is er eenmaal overleg geweest met de betrokken ambtenaren over de dienstverlening van de gemeente. Dit gesprek stond in het teken van de nieuwe visie op Dienstverlening.

In deze bespreking is o.a. stilgestaan bij de ervaringen met het “oude” beleid, verbeterpunten, de communicatie met de burgers en de dienstverlening bij complexe vragen, waarbij meerdere afdelingen zijn betrokken. Op het door B&W toegestuurde concept-visie op Dienstverlening heeft de ASD o.a. geadviseerd om enkele begrippen te verduidelijken, de vier actielijnen verder uit te werken, meer aandacht te besteden de afstemming tussen afdelingen bij complexe aanvragen en momenten van tussentijdse evaluatie gezien de lange looptijd van het nieuwe visiestuk. Veel adviezen zijn overgenomen of zullen in het uitvoeringsplan of bij de concrete projecten worden meegenomen. Mogelijk kan de ASD in 2024 wat intensiever worden betrokken bij het opstellen van het uitvoeringsplan. 7.6 Verslag 2023 aandachtsgebied Wonen en Leefomgeving: accommodatiebeleid, woonzorgvisie In november 2022 is de Woonvisie 2023-2027 vastgesteld door de gemeenteraad. Op basis daarvan is er een uitvoeringsagenda (woonagenda) vastgesteld. De ASD is betrokken geweest bij dit proces. De volgende actiepunten zijn benoemd in de woonagenda: -

Woonzorgvisie Beleid studentenhuisvesting Beleid huisvesting arbeidsmigranten Reguleren en stimuleren woningmarkt Nieuwbouwlocaties voor de toekomst en locaties voor sociale woningbouw

Over de bovenstaande punten is gesproken met betrokken ambtenaren en de volgende adviezen zijn door de ASD uitgebracht: -

Advies startnotitie woningbouwopgave Middelburg 2030 (2 april 2023) & Reactie College B&W (16 mei 2023) Advies Beleidsregels huisvesting arbeidsmigranten (5 juni 2023) & Reactie College B&W (25 juli 2023) Advies ASD Samenwerkingsconvenant Weer Thuis op Walcheren (23 juni 2023) & Reactie College B&W (20 september 2023) Advies ASD Woonzorgvisie (9 oktober 2023 & Reactie College B&W volgt in 2024)

8. Nawoord Terugblikkend op 2023 constateren we dat er vaker dan voorheen een beroep op onze adviesraad is gedaan. Onze adviezen bestreken het brede veld van het sociale domein: jeugd, onderwijs, zorg, wonen, bestaanszekerheid, participatie, inburgering en dienstverlening. Het stemt ons tevreden dat veel beleidsmedewerkers van de gemeente vroegtijdig met ons in gesprek gaan en zorgvuldig reageren op onze adviezen, zodat wij weten waarom onze adviezen wel of niet worden overgenomen.

Januari 2024 Huug Winfield Secretaris Adviesraad Sociaal Domein Middelburg

Uw kenmerk

:-

Uw brief van

: -

Ons kenmerk

: 20240202/EvP/JGae

Datum

: 2 februari 2024

Onderwerp

: Voortgang Basis op orde GGD Zeeland

Aan de Zeeuwse gemeenteraden

Geachte leden van de gemeenteraad,

Door middel van deze brief willen wij u op de hoogte stellen van de stand van zaken met betrekking tot het op orde brengen van de basis bij de GGD.

Op de Algemeen Bestuursvergadering van 15 december 2023 is een voortgangsrapportage gedeeld met het bestuur van de GGD. Daar is afgesproken dat u door middel van deze brief op hoofdlijnen wordt geïnformeerd over deze rapportage.

Tijdens elke Algemeen Bestuursvergadering wordt verantwoording afgelegd over de voortgang van de Basis op Orde. Het eerste halfjaar stond in het teken van werving en invulling van vacatures. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 13 oktober 2023 is het Plan van Aanpak Basis op Orde behandeld (implementatieplan van de begrotingswijziging 2023 "basis op orde"), dat meer ingaat op de inhoudelijke kant van de begrotingswijziging 'basis op orde'. Dit plan van aanpak is in oktober 2023 ter kennisname gezonden aan uw gemeenteraad.

In dit plan van aanpak zijn doelstellingen opgenomen, zoals het versterken van de P&C-cyclus, de overgang van zelforganisatie naar lijnsturing, het versterken van de aandacht voor medewerkers (bijvoorbeeld invoering van de HR-cyclus, strategische personeelsplanning, rolduidelijkheid, enz.), het versterken van risicoen procesmanagement, en het inregelen van functies (zoals klachtenfunctionaris, preventiemedewerker en privacy officer). De meeste onderdelen verlopen volgens planning. De eerste stappen zijn gezet, maar verdere groei en borging moeten de komende jaren plaatsvinden. Wat betreft de implementatie van (nieuwe) wetgeving moeten nog stappen worden

gezet. In het derde kwartaal van 2024 zullen de gestelde doelen met betrekking tot de Basis op Orde worden getoetst door een extern bureau.

Daarnaast merken wij op: We verwachten over 2023 incidenteel geld over te houden vanuit Basis op Orde, mede doordat vacatures bij de start in Q1 2023 zijn uitgezet en daardoor in Q2 en Q3 van vorig jaar zijn gerealiseerd. Aan de andere kant zijn in de begrotingswijziging 2023 "Basis op Orde" een aantal posten op PM gezet, die op dat moment qua hoogte niet waren in te schatten. Een voorbeeld hiervan is het verder vormgeven van management- en sturingsinformatie. Dit is nodig om te sturen op de gewenste resultaatdoelstellingen. Bij de resultaatbestemming 2023 stellen we voor een bestemmingsreserve te vormen voor het restant van deze incidentele middelen. Hierdoor blijven deze middelen de komende jaren beschikbaar om de basis (verder) op orde te brengen en om de PM-posten incidenteel te kunnen benutten, waardoor geen verhoging van gemeentelijke bijdragen nodig is. Hoewel we op de goede weg zijn, is dit traject nog niet afgerond in 2023 en 2024.

Dit resultaatbestemmingsvoorstel zal via afgesproken financiële procedures ter besluitvorming worden gebracht en eveneens voor zienswijzen aan de gemeenteraden worden aangeboden. De besluitvorming over het resultaatbestemmingsvoorstel 2023 zal naar verwachting plaatsvinden in het Algemeen Bestuur van oktober 2024.

Het algemeen bestuur van GGD Zeeland, namens dezen,

Voorzitter

Secretaris

S.G.P Suij

J. Gaemers

Geachte mevrouw/heer, Omdat u een belangrijke relatie van de Zeeuwse Zorg Coalitie bent, willen we u graag persoonlijk informeren over het volgende. Financiering voor toekomst van zorg Tien zorgorganisaties in Zeeland krijgen de komende vijf jaar 83,4 miljoen om de zorg ook in de toekomst toegankelijk en betaalbaar te houden. Met deze financiële middelen gaan de zorgorganisaties, samen met collega’s, gemeenten én inwoners, tientallen projecten in de hele provincie Zeeland uitvoeren als onderdeel van het regioplan ‘Samen houden we Zeeland gezond én de Zeeuwse zorg gezond’ van de Zeeuwse Zorg Coalitie. Daarmee zet Zeeland een verandering in naar meer gezondheid, meer samenwerking in de regio en het fundamenteel anders inrichten van zorg. Goedkeuring landelijke IZA-aanvraag Om de zorg in Nederland toegankelijk en betaalbaar te houden, zijn ingrijpende veranderingen nodig. Daarom is in het Integraal Zorg Akkoord (IZA) landelijk 2,8 miljard euro beschikbaar gesteld voor impactvolle zorgtransformaties. Tien zorgorganisaties hebben via de Zeeuwse Zorg Coalitie een landelijke IZA-aanvraag gedaan en krijgen dus 83,4 miljoen voor de jaren 2023 t/m 2027. Deze investering is concreet gekoppeld aan projecten om de zorg te veranderen en toekomstbestendig te maken. Een overzicht van deze projecten vindt u hier.

Uniek plan van aanpak vóór en ván Zeeland De aanvraag van de Zeeuwse Zorg Coalitie is omvangrijk, de grootste tot nu toe in Nederland. Niet eerder is er zo'n breed en samenhangend pakket met oplossingen gepresenteerd dat rekening houdt met alle aspecten van het leven van de inwoners van een volledige provincie. Uniek is dat de inbreng van de Zeeuwen zelf ook is betrokken, daarmee is het een aanpak vóór en ván de regio. De toezegging voor financiering is een prachtige mijlpaal in de grote transformatie opgave voor Zeeland. Dankzij uw steun aan de Zeeuwse Zorg Coalitie en de inzet van velen hebben we dit voor elkaar gekregen. We kijken ernaar om onze ambities samen met u te gaan realiseren. Met vriendelijke groet, Peter Bennemeer Voorzitter Zeeuwse Zorg Coalitie

info@zeeuwsezorgcoalitie.nl www.zeeuwsezorgcoalitie.nl

Dit e-mailbericht is uitsluitend bestemd voor de geadresseerden(n). Dit bericht kan informatie bevatten die vertrouwelijk is, of om andere redenen rechtens beschermd is. Indien u als lezer van deze mededeling niet de geadresseerde bent, wordt u er hierbij op gewezen dat u geen recht hebt kennis te nemen van de rest van dit e-mailbericht, het te kopiëren of te verstrekken aan derde personen dan de geadresseerde(n). Indien u deze e-mail abusievelijk hebt ontvangen, brengt u ons dan op de hoogte, waarbij u gevraagd zal worden het bericht te vernietigen

Donderdag 25 januari 2024 Beste wethouder, De komende drie weken gaan wij mensen oproepen om u een e-mail te sturen met de vraag of positieve aandacht centraal staat bij besluiten die de gemeente neemt over jeugdzorg. Ik leg u graag uit waarom wij dat doen. Op maandag 29 januari start de Week van Het Vergeten Kind. Een week die nog elk jaar hard nodig is, omdat te veel kinderen in ons land zich niet gezien en gehoord voelen. Het thema van de Week van Het Vergeten Kind 2024 is daarom het gebrek aan aandacht dat kinderen in de jeugdzorg ervaren. Positieve aandacht voor kinderen in jeugdzorg gaat over meer dan kleine gebaren van aandacht, zoals een kaartje sturen of een spelletje samen spelen. Het draait om het gedrag en de beschikbaarheid van hulpverleners. Cruciaal hierbij is dat hulpverleners verder kijken dan alleen naar de problemen of het gedrag van de kinderen, en zich richten op de behoeften van het kind. En daarvoor moeten ze beter worden ondersteund. Verandering is nodig en u kunt daar een sleutelrol in spelen. Een overvloed aan regels, protocollen en tijdsdruk belemmeren hulpverleners om voldoende aandacht aan gezinnen te geven. Daarbij moeten achterhaalde, hardnekkige overtuigingen gebroken worden. Dat betekent anders naar kinderen in de jeugdzorg kijken en hen zorg bieden die ze echt nodig hebben.

Met meer aandacht, minder regels en meer tijd voor reflectie op eigen handelen. U kunt als gemeente deze randvoorwaarden bieden, zodat hulpverleners de ruimte krijgen om op een aandachtsvolle manier te werken. Op basis van verhalen van kinderen en hulpverleners heeft Het Vergeten Kind basisprincipes opgesteld die leiden tot meer aandacht voor kinderen met jeugdzorg: ● We zijn en blijven beschikbaar voor het kind. ● We luisteren en zijn nieuwsgierig, zonder vooroordelen en aannames. ● We hebben oog voor de talenten, dromen en interesses van het kind. ● We sluiten aan bij wat het kind nodig heeft en zelf wil. ● We werken samen met wie belangrijk is voor het kind. ● We laten ook wat van onszelf zien in het contact. Ik roep u op om het belang van positieve aandacht en deze principes op te nemen in uw visie, uw inkoopvoorwaarden en monitoring. We helpen u uiteraard graag bij deze verandering. Neemt u gerust contact op met mijn collega’s Freke Evers of Meike van Kuik via wereldvanaandacht@hetvergetenkind.nl. En zie ik u op dinsdag 30 januari bij ons online symposium over aandachtsvolle zorg? Aanmelden kan nog. Meer informatie vindt u hier. Vriendelijke groet, Margot Ende Algemeen directeur Het Vergeten Kind E-mail: wereldvanaandacht@hetvergetenkind.nl PS Een kopie van deze brief versturen wij aan de griffie van uw gemeente.

Steun elkaar!

Rapport

DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Een vervolgonderzoek naar trends binnen het werkveld van armoedebestrijding Rosmalen, december 2023

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Stichting Armoedefonds is in 2013 opgericht met als doel het bestrijden en verzachten van (de gevolgen van) armoede, door het financieel en in natura ondersteunen van honderden lokale organisaties die actief zijn op het gebied van armoedebestrijding in Nederland. Stichting Armoedefonds gelooft in een maatschappij waarin mensen elkaar steunen en waarin we zorgen voor onze medemens. Het Armoedefonds helpt dagelijks lokale hulporganisaties in heel Nederland.

Rosmalen, december 2023 Stichting Armoedefonds De Grote Elst 52 5246 JR Rosmalen Telefoon 073 - 744 01 81

Tekst- en drukfouten voorbehouden. Citeren uit en verwijzen naar is toegestaan met bronvermelding.

2

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

INHOUDSOPGAVE VOORWOORD

4

SAMENVATTING EN A ANBEVELINGEN

5

1.

INLEIDING 1.1 Armoede in Nederland 1.2 Publicaties over armoede in Nederland 1.3 Doelstelling en belang onderzoek Armoedefonds 1.4 Dataverzameling onderzoek Armoedefonds

7 7 7 8 8

2.

TOENAME IN HET A ANTAL HULPVRAGEN SINDS HET AFGELOPEN HALF JA AR 2.1 Aantal hulpvragen 2.2 Aard van de veranderingen in hulpvragen 2.3 Soort hulpvragen 2.4 Behoefte aan basisbenodigdheden 2.5 Behoefte aan voedselhulp

12 12 13 14 15 16

3.

MATE VAN KRACHT BIJ LOK ALE HULPORGANISATIES 3.1 Financiële kracht lokale hulporganisaties 3.2 Hulporganisaties met een wachtlijst

18 18 19

4.

MATE VAN TOENAME HULPVRAGEN EN MOGELIJKHEDEN NABIJE TOEKOMST 4.1 Aantal hulpvragen nabije toekomst 4.2 Benodigde middelen 4.3 Online fondsenwerving

20 20 21 21

TRENDVERKENNING: 5 JA AR PERIODIEK ONDERZOEK NA AR DE IMPACT VAN ARMOEDE OP HULPORGANISATIES

23

6.

CONCLUSIES

25

7.

A ANBEVELINGEN

28

BRONNEN

30

5.

3

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

VOORWOORD Veel producten zijn duurder geworden. Niet alleen boodschappen maar ook verzorgingsproducten als tandpasta, wasmiddel en maandverband. De stijgende kosten van levensonderhoud hebben een grote impact op de financiële stabiliteit van talloze huishoudens in Nederland. Voornamelijk (alleenstaande) ouders met kinderen hebben het zwaar. Steeds vaker wordt zichtbaar dat velen aan het einde van de maand de eindjes niet meer aan elkaar kunnen knopen. Mensen komen structureel geld tekort en kloppen daarom aan voor hulp. Lokale armoedehulporganisaties krijgen daarom steeds meer hulpvragen binnen. Er lijkt meer aandacht dan ooit te zijn voor armoedebestrijding. Dankzij tijdelijke herstelmaatregelen lijkt het aantal huishoudens met een risico op armoede vorig jaar ook af te nemen. Toch is dat niet altijd terug te zien in de praktijk. Zowel mensen met een uitkering als mensen met een baan hebben soms onvoldoende geld en middelen om rond te komen en mee te doen in onze samenleving. Zij moeten een beroep doen op inkomensondersteunende maatregelen, hun omgeving en hulporganisaties in de buurt. Het is dan ook niet voor niets dat bestaanszekerheid een centraal thema in de verkiezingscampagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van november 2023 is geworden.

Stichting Armoedefonds houdt een periodiek onderzoek onder lokale hulporganisaties die zich richten op het bestrijden en verzachten van de gevolgen van armoede. Zodoende ontstaat een duidelijk trendbeeld van wat er speelt onder deze organisaties. De resultaten van dit najaar hebben ons doen schrikken. Ondanks de laatste berichten van het CBS zien wij in de praktijk iets anders. Het aantal hulpvragen bij lokale organisaties nam al toe maar is nog verder doorgestegen. Hulporganisaties kunnen dit niet altijd meer bijbenen en kampen met tekorten aan middelen of hebben wachtlijsten. Daardoor kunnen mensen in armoede niet altijd geholpen worden met eten en drinken, kleding, menstruatie- en hygiëneproducten, de financiële administratie of onderwijsen sportactiviteiten voor hun kinderen. Kortom, te veel mensen leven in bestaansonzekerheid. Dat vraagt om een gecoördineerde inspanning om armoede in Nederland structureel te bestrijden. Het vraagt om steun voor de lokale hulporganisaties die de mensen zien en helpen en zo armoede voorkomen en verzachten. Wij danken alle lokale hulporganisaties hartelijk voor de belangeloze medewerking aan dit onderzoek, waardoor het mogelijk is om deze inzichten te krijgen. Door het delen van de resultaten van het onderzoek willen wij een bijdrage leveren aan het stap voor stap oplossen van de armoedeproblematiek in Nederland.

Henk de Graaf Stichting Armoedefonds

4

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

SAMENVATTING EN A ANBEVELINGEN Veel mensen hebben te weinig geld om maandelijks van rond te komen en deel te nemen aan de samenleving. Zij zijn vaak afhankelijk van de hulp van lokale armoedehulporganisaties. Zij bieden op allerlei vlakken hulp aan mensen. Van voedselhulp tot de uitgifte van menstruatieproducten. En van SchuldHulpMaatjes tot het aanbieden van uitjes om je als kind een dag een ‘normaal’ kind te voelen. Stichting Armoedefonds doet periodiek onderzoek naar de impact van armoede op lokale hulporganisaties door heel het land. Zij staan dagelijks aan de bak om de mensen die tussen wal en schip vallen te helpen. Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht te verkrijgen in wat er speelt in de praktijk bij deze hulporganisaties. Daarbij focust het onderzoek zich op drie vragen: 1. Hoe verandert het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar? 2. In welke mate zijn lokale hulporganisaties op dit moment in staat (gesteld) om aan de hulpvragen te voldoen? 3. Hoe verwachten lokale hulporganisaties dat hulpvragen zich de komende maanden gaan ontwikkelen en hebben zij daar voldoende middelen voor? In oktober en november 2023 heeft de dataverzameling van dit onderzoek plaatsgevonden. Hiervoor is een online vragenlijst uitgezet onder meer dan 1.000 lokale hulporganisaties.

375 organisaties, verschillend in grote, hulpaanbod en geografische locatie, hebben de vragenlijst ingevuld. Het onderzoek concludeert dat meer dan de helft van de hulporganisaties in het afgelopen jaar een stijging van het aantal hulpvragen zag (namelijk 56% van de organisaties). Zij geven aan dat deze stijging voornamelijk komt door de prijsstijgingen van boodschappen en door de energieprijzen. Ook lopen mensen vast in de bureaucratie. Steeds vaker vragen alleenstaande ouders met kinderen of paren met kinderen om hulp. Huishoudens hebben voornamelijk behoefte aan voedselhulp en hebben tekorten aan menstruatieproducten, wasmiddel, luiers, doucheproducten en tandenborstels en tandpasta. Door de toenemende hulpvragen, wordt de druk op hulporganisaties steeds groter. Als gevolg hiervan werkt 1 op de 9 hulporganisaties met een wachtlijst. Zij kunnen niet direct de nodige hulp bieden. Ook de financiële stabiliteit van hulporganisaties blijft een heikel punt. 64% van de armoedehulporganisaties is

5

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

financieel niet stabiel en moet haar reserves of hulp van derden aanspreken om te blijven bestaan. 69% van de organisaties verwacht komend half jaar een stijging in het aantal aanvragen. Dit komt overeen met de trend die het Armoedefonds al vijf jaar ziet: het aantal hulpvragen blijft bij veel armoedehulporganisaties toenemen. A ANBEVELINGEN Armoede is een hardnekkig probleem, wat iedereen kan overkomen. Door de huidige kosten van levensonderhoud is het inkomen van groepen mensen, ook werkenden, niet meer voldoende. Naast structurele maatregelen vindt het Armoedefonds het essentieel dat lokale armoedehulporganisaties in staat worden gesteld om hun werk te blijven doen. Daarvoor is structurele financiële steun van hulporganisaties nodig zodat zij de stijgende hulpvragen kunnen opvangen. Uit onze eerdere onderzoeken blijkt dat voor deze steun circa vijf miljoen euro nodig is. Ook mensen die net buiten de grenzen van inkomenshulp vallen, hebben soms hulp nodig. Het loslaten van strikte armoedegrenzen en het toepassen van maatwerk is belangrijk om te zorgen dat niemand buiten de boot valt. Ten slotte is het cruciaal dat de overheid volledig gebruikmaakt van het waardevolle (net)werk en bereik van lokale hulporganisaties. Hulporganisaties zijn namelijk dé plekken waar mensen laagdrempelig voor hulp in aanmerking kunnen komen.

6

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

1. INLEIDING 1.1

ARMOEDE IN NEDERLAND In 2022 liepen 637 duizend mensen een risico op armoede, volgens het CBS 1 . Dat is minder dan voorgaande jaren. Dankzij tijdelijke maatregelen als de energietoeslag werden mensen in 2022 en 2023 boven water gehouden. Zonder die maatregelen zouden een miljoen Nederlanders onder de lage-inkomensgrens uitkomen. In november 2023 zijn boodschappen fors duurder dan het jaar daarvoor 2 . De energieprijzen schommelen en zorgen ervoor dat de koopkracht van sommige mensen al lange tijd onder druk staat. Meer mensen wonen in 2022 in een huishouden met een inkomen dat dicht bij de lage inkomensgrens ligt 3 . Ook wonen relatief veel mensen met een migratieachtergrond en kinderen in een huishouden met een risico op armoede. Van de mensen met een risico op armoede is bijna een kwart een minderjarig kind 4 . Begin 2023 stonden er meer dan 720.000 huishoudens geregistreerd met problematische schulden. Dat betekent dat iemand niet in staat is om deze schulden af te lossen 5 . De maatschappelijke kosten van deze problematische schulden worden ingeschat op 15 tot 17 miljard euro per jaar 6 . De kans om in armoede te belanden is het hoogste voor mensen in de bijstand. Van hen leeft 71% onder de armoedegrens 7 . Daarnaast maakt het Armoedefonds zich ook zorgen over het aantal werkende armen in Nederland. Ongeveer een kwart van de mensen in armoede had betaald werk.

Dit ziet het Armoedefonds ook terug in de praktijk: steeds meer mensen doen aanvraag voor hulp bij lokale initiatieven, waaronder ook veel werkende mensen. Tevens laten hulporganisaties weten dat veel ouderen bij hen aankloppen.

“Ouderen staan huilend voor mijn deur. Het zijn er steeds meer.” Steunpunt 0416

1.2

PUBLICATIES OVER ARMOEDE IN NEDERLAND Een grote groep Nederlanders heeft te weinig geld om maandelijks van rond te komen en deel te nemen aan de samenleving. Een groeiende groep inwoners maakt zich zorgen over vervoerskosten en zorgkosten 8 . Dat geldt vooral voor mensen in de bijstand of met een lager inkomen.

7

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Het CBS heeft onlangs cijfers gepubliceerd waaruit blijkt dat het armoederisico in Nederland is gedaald 9 . Ondanks een daling van het armoederisico, mede door een groeiende werkgelegenheid en dankzij aanvullende maatregelen zoals de energietoeslag, bestaat het risico op armoede nog steeds voor een grote groep. Mensen met een laag inkomen hebben relatief gezien de meeste geldzorgen, in vergelijking met midden- en hoge inkomens. Zonder aanvullend beleid kunnen een miljoen mensen in de armoede belanden. Daarbij zijn voornamelijk kinderen kwetsbaar. Zij leven relatief gezien vaker in armoede dan volwassenen. Zo komt een stel in de bijstand met één of meer kinderen gemiddeld 200 tot bijna 500 euro per maand tekort. Om armoede structureel terug te dringen is de Commissie Sociaal Minimum opgericht. In het najaar van 2023 presenteerde zij haar tweede rapport over wat er nodig is om de bestaanszekerheid van mensen met een inkomen rond het sociaal minimum te versterken 10 . Zij deden aanbevelingen hoe het besteedbaar inkomen van mensen structureel verhoogd kan worden en wat voor systematiek daarbij aansluit. Zo stelt de commissie voor om onder andere het minimumloon, de bijstand en de kindregelingen te verhogen. Na de Tweede Kamerverkiezingen van november 2023 is het aan de politiek of, en zo ja welke, van deze maatregelen opgevolgd worden. 1.3

DOELSTELLING EN BELANG ONDERZOEK ARMOEDEFONDS Stichting Armoedefonds ziet dat de omvang van armoede in Nederland veel impact heeft op het dagelijkse werk van de lokale hulporganisaties. Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht te verkrijgen in de praktijk bij lokale hulporganisaties. In hoeverre zijn zij in staat om mensen in armoede te helpen en wat is er voor nodig om te zorgen dat mensen niet nog verder in de financiële problemen komen? Het onderzoek kijkt terug naar de ontwikkelingen in het afgelopen half jaar, staat stil bij de (slag)kracht van lokale hulporganisaties en kijkt vooruit naar de verwachtingen voor de toekomst.

Dit doen we aan de hand van de volgende vragen: 1. Hoe verandert het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar? 2. In welke mate zijn lokale hulporganisaties op dit moment in staat (gesteld) om aan de hulpvragen te voldoen? 3. Hoe verwachten lokale hulporganisaties dat hulpvragen zich de komende maanden gaan ontwikkelen en hebben zij daar voldoende middelen voor? Het Armoedefonds voert al vijf jaar lang onderzoek uit onder lokale hulporganisaties. Dat levert daarom ook een trendbeeld op over hoe armoede zich in de afgelopen jaren, in de praktijk, heeft ontwikkeld. 1.4

DATAVERZAMELING ONDERZOEK ARMOEDEFONDS De dataverzameling voor het onderzoek is gerealiseerd middels een kwantitatief onderzoek in oktober en november 2023.

8

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Het onderzoek, bestaande uit een vragenlijst van 31 vragen, is uitgezet onder meer dan 1.000 lokale hulporganisaties. Verschillende soorten lokale hulporganisaties zijn uitgenodigd om de vragenlijst in te vullen om zoveel mogelijk representativiteit te waarborgen. In totaal is het onderzoek ingevuld door 375 hulporganisaties. Hierbij is gezorgd dat maximaal één persoon per organisatie de vragenlijst heeft ingevuld. Figuur 1.1 Wat voor soort lokale hulporganisaties betreft het? Overig

32%

Voedselbank

31%

Leergeld

13%

SchuldHulpMaatje

6%

Kledingbank

4%

Dak- en thuislozen

4%

Vincentius

3%

Urgente Noden

3%

Quiet

2%

Speelgoedbank

1% 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

40%

De deelnemende hulporganisaties zijn verspreid over heel Nederland en verschillen van grootte en soorten hulp die zij bieden. De organisaties die deelnamen aan het onderzoek zijn onder te verdelen in verschillende categoriën, zie figuur 1.1. Zo vulden organisaties als Voedselbanken (31%), Stichting Leergeld (13%) en SchuldHulpMaatje (6%) het onderzoek in. Categorie ‘overig’ is toepasbaar op 32% van de organisaties. Figuur 1.2 Wat voor soort hulp bieden de lokale organisaties? Voedselhulp

48%

Hygiëne- | verzorgingsproducten

36%

Kleding

36%

Speelgoed

24%

Financiële (nood)hulp

23%

Ontmoetingsplek | uitjes | samenzijn

21%

Ondersteuning administratie

18%

Begeleiding naar zelfredzaamheid

16%

Spullen | witgoed

16%

Binnen- en buitenschoolse activiteiten

14%

Scholing | Training | Cursus

10%

Vakantie

9%

Onderdak | woonbegeleiding

3% 0%

10%

20%

9

30%

40%

50%

60%

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Zoals in figuur 1.2 te zien bieden de organisaties voornamelijk voedselhulp aan (door 48% van de respondenten benoemd), hygiëne- en verzorgingsproducten (36% van de respondenten) en kleding (ook 36% van de respondenten). Ook speelgoed, financiële (nood)hulp en het bieden van een ontmoetingsplek of uitjes - bijvoorbeeld rondom de feestdagen - worden vaker genoemd.

“Als een kind geen sinterklaas kan vieren, maar wel hoort dat de sint bij andere kindjes is langs geweest, is dat psychisch best een ding. Sommige kinderen melden zich ziek van school zodat ze niet hoeven vertellen dat sinterklaas niet bij hen is langs geweest. Daarom bieden we kinderen een onvergetelijke sinterklaaservaring. Want ieder kind moet sinterklaas kunnen vieren.” Stichting Ieder Kind een Sint

Figuur 1.3 Hoe zijn de lokale hulporganisaties geografisch over Nederland verspreid? Zuid-Holland

21%

Noord-Brabant

20%

Gelderland

12%

Utrecht

10%

Noord-Holland

9%

Overijssel

7%

Limburg

6%

Groningen

5%

Landelijk

4%

Drenthe

3%

Friesland

2%

Zeeland

2%

Flevoland

2% 0%

5%

10%

15%

20%

25%

Lokale hulporganisaties uit heel Nederland deden mee aan het onderzoek, zie figuur 1.3. Gemiddeld hebben de organisaties 101 medewerkers en/of vrijwilligers.

10

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Figuur 1.4 Hoeveel medewerkers/vrijwilligers kennen de lokale hulporganisaties en hoeveel klanten/cliënten helpen zij op jaarbasis? Aantal medewerkers/vrijwilligers

Aantal klanten op jaarbasis

Gemiddeld

101

824

Mediaan

30

245

Zoals te zien is in figuur 1.4 is de mediaan 30 personen die actief zijn voor een hulporganisatie. Uit het onderzoek blijkt dat de organisaties gemiddeld 824 hulp­ behoevenden in hun bestand hebben staan, met een mediaan van 245 personen dat op jaarbasis geholpen wordt.

“De armoede is hier heel groot. We zijn een dunbevolkt gebied. Daardoor zijn er minder lokale hulporganisaties voorhanden. Mensen kunnen hier niet zomaar naar een kledingbank toe. We horen van ouders dat zij kinderen thuis van school houden omdat ze geen maandverband kunnen betalen. De armoede is schrijnend.” De Kracht van Vriendelijkheid Westerwolde

11

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

2. TOENAME IN HET A ANTAL HULPVRAGEN SINDS HET AFGELOPEN HALF JA AR Door de stijgende kosten voor levensonderhoud komen steeds meer mensen in de problemen. Er is een nieuwe groep ‘armen’ ontstaan. Steeds meer mensen die boven de armoedegrens leven kunnen niet meer voorzien in hun eerste levensbehoeften. Deze mensen konden eerst het hoofd boven water houden, maar komen er door de stijgende boodschappen- en energieprijzen niet meer uit. In dit hoofdstuk komen de resultaten aan bod die inzicht geven op de vraagstelling ‘Hoe verandert het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar?’. 2.1

A ANTAL HULPVRAGEN Het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties is sinds het laatste half jaar bij 196 hulporganisaties (56%) toegenomen (figuur 2.1). Daarnaast geven 61 organisaties (17%) een daling in hulpvragen aan. Dat betekent dat 73% van de lokale hulporganisaties te maken heeft gekregen met een verandering voor de organisatie. Veranderingen in hulpvragen hebben invloed op de menskracht, hulpmiddelen en financiën binnen de organisatie.

Figuur 2.1 Stijgt of daalt het aantal hulpvragen bij de lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar? 80% 60%

56%

40% 27% 20% 0%

17% Daalt

Blijft gelijk

Stijgt

Het aantal organisaties dat een stijging van het aantal hulpvragen ervaart, is ten opzichte van mei 2023 wel afgenomen van 64% naar 56%.

12

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

“Het levensonderhoud is veel te duur geworden voor onze doelgroep. Maar de doelgroep die daar net boven zit komt nu ook bij ons. Daar is het nog erger. Mensen zeggen: ‘We werken allebei wel maar we komen gewoon niet rond.’ Het aantal aanvragen is verdubbeld ten opzichte van voor corona.” Kleding- en speelgoedbank Twenterand

Van de organisaties die een stijging ervaren in het aantal hulpvragen komt de grootste groep (34%, zie figuur 2.2) uit de categorie ‘overig’. Onder deze categorie vallen lokale armoedehulporganisaties zoals Stichting de Melkkan en Stichting Veul Diech Good. Hulporganisaties uit deze categorie merken dat mensen steeds vaker niet meer kunnen rondkomen met hun bestaande inkomen. Deze groep komt vaak echter niet in aanmerking voor bepaalde hulp en regelingen, waardoor ze afhankelijk zijn van deze lokale, laagdrempelige organisaties. Daarnaast ziet de Voedselbank (27%) en Stichting Leergeld (15%) ook een flinke stijging in het aantal hulpvragen. Figuur 2.2 Welke verdeling naar soort hulp kan gemaakt worden bij de organisaties die een stijging in het aantal hulpvragen ervaren? ORGANISATIES DIE EEN STIJGING ERVAREN (237) Overig

34%

Voedselbank

27%

Leergeld

15%

SchuldHulpMaatje

7%

Kledingbank

5%

Dak- en thuislozen

5%

Vincentius

5%

Urgente Noden

3% 2%

Quiet

1%

Speelgoedbank 0%

2.2

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

40%

A ARD VAN DE VERANDERINGEN IN HULPVRAGEN Van de respondenten ziet 56% een stijging in het aantal hulpvragen. Hulporganisaties merken dat mensen steeds vaker niet kunnen rondkomen met het bestaande inkomen. De prijzen in de supermarkt stijgen en ook de gas- en energieprijzen zijn enorm gestegen. Eventuele stijging van het inkomen weegt niet op tegen de inflatie. Dit betekent dat een grote groep mensen die eerst niet afhankelijk was van lokale hulporganisaties dat nu wel is.

13

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Figuur 2.3 Onder welke groepen zien de lokale organisaties een stijging van de hulpvragen? TOENAME ONDER HULPGROEPEN HET AFGELOPEN HALF JA AR Alleenstaande ouders met kinderen

56%

Gezinnen

44%

Alleenstaanden

37%

Migranten met verblijfsvergunning

31%

Vluchtelingen

26%

AOW’ers

23%

Jongeren

19%

Chronisch zieken

18%

Personen met een beperking

14%

Daar heb ik geen zicht op

12%

ZZP’ers

11%

Ongedocumenteerde migranten

10%

Onder geen groep toegenomen

4%

Ondernemers

2% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

Wanneer we kijken naar de groepen waaronder een stijging wordt ervaren, zien we het beeld dat de lokale hulporganisaties vooral een stijging zien onder alleenstaande ouders met kinderen (genoemd door 56% van de organisaties) en gezinnen (genoemd door 44% van de organisaties) (figuur 2.3). Ook onder alleenstaanden (genoemd door 37% van de organisaties) en migranten met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (genoemd door 31% van de organisaties) ziet men een stijging. 2.3

SOORT HULPVRAGEN Op de vraag waar hulporganisaties ernstige problemen zien ontstaan, konden ze antwoorden rangschikken. Prijsstijgingen van boodschappen en hoge gas- en energieprijzen worden als belangrijkste reden gegeven waardoor mensen financiële problemen ervaren. Ook geven hulporganisaties aan dat ze merken dat veel mensen vastlopen door bureaucratie en daardoor in de problemen komen (figuur 2.4).

“Energiekosten, de naweeën van COVID en de onzekerheid rondom toeslagen helpen allemaal niet mee. Daarbij zijn er zo veel regelingen die net niet helemaal hetzelfde zijn. Daarmee creëer je een woud. Het zou fijn zijn als het allemaal overzichtelijker voor mensen wordt.” Schuldhulpmaatje Zuid-Kennemerland

14

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Figuur 2.4 Waar zien organisaties (zeer) ernstige problemen ontstaan?

25%

Prijsstijgingen van boodschappen

22%

Hoge gas- en energieprijzen

13%

Vastlopen door bureaucratie

10%

Oplopende huur/hypotheek schulden

10%

Schoolkosten

10%

Tandartskosten

9%

Auto/benzine/vervoerskosten

Een stijging van het aantal hulpvragen is een reden tot zorg. We zien dat vooral de hulporganisaties die nu geconfronteerd worden met een algemene stijging van hulpvragen bezorgd zijn of ze dit op de lange termijn wel kunnen continueren. Ze zien de hulpvragen toenemen, maar de hoeveelheid hulp die ze kunnen bieden stijgt niet mee. De stijgende prijzen voor levensonderhoud zijn een grote reden tot zorg. 2.4

BEHOEFTE A AN BASISBENODIGDHEDEN Basisbenodigdheden zijn middelen waarover iedereen zou moeten kunnen beschikken om te kunnen leven. Voor mensen in armoede zijn deze middelen echter niet vanzelfsprekend en is er vaak een tekort aan bepaalde basisbenodigdheden. Lokale hulporganisaties merken dat er (naast voedsel) vooral tekort is aan menstruatieproducten (door 50% van de hulporganisaties genoemd, zie figuur 2.5). Daarnaast is er ook een grote behoefte aan wasmiddel (door 48% genoemd), babyen kinderluiers (door 47% genoemd), douchegel en shampoo (door 46% genoemd) en tandenborstels en tandpasta (door 43% genoemd).

“Laatst kregen we een donatie van het Armoedefonds met shampoo en babydoekjes. Dat vliegt de deur uit. Mensen bellen constant of we dat nog hebben.” SKBB Breda

15

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Figuur 2.5 Aan welke basisbenodigdheden heeft men behoefte? Menstruatieproducten

50%

Wasmiddel

48%

Baby- | kinderluiers

47%

Douchegel | shampoo

46%

Tandenborstel en tandpasta

43%

Deodorant

36%

Schoonmaakartikelen

35%

Scheerspullen

22%

Cosmetica

15%

Incontinentiemateriaal

14%

Voorbehoedsmiddelen

10% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

“We merken dat producten als wasmiddelen, tandenborstels en tandpasta hard nodig zijn. Dat zijn dure producten. Door de tekorten voelt dat bijna als een luxeproduct terwijl het eigenlijk een basisbehoefte is.” Voedselbankwinkel Schappelijk in Scheveningen

2.5

BEHOEFTE A AN VOEDSELHULP De stijgende kosten voor levensonderhoud zorgen bij veel mensen voor financiële problemen. Zij die al moeite hadden om rond te komen, lopen nu vast omdat het budget wat zij voorheen konden besteden aan voedsel nu niet toereikend is. Als gevolg hiervan kloppen steeds meer mensen aan bij lokale hulporganisaties voor voedselhulp. Uit figuur 2.6 blijkt dat 50% van de hulporganisaties aangeeft dat ze een stijging zien in de hulpvragen omtrent voedselhulp. Bij 35% van de hulporganisaties is dit aantal gelijk gebleven en bij slechts 15% zijn dit type aanvragen gedaald.

16

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Figuur 2.6 In hoeverre ziet u vragen omtrent voedselhulp binnen uw organisatie? 60% 50% 40%

20%

0%

35%

15%

Daalt

Blijft gelijk

Stijgt

Ook hebben wij de hulporganisaties die een stijging in aanvragen voor voedselhulp zien gevraagd hoe zij deze hulpvragen opvangen. 47% van de hulporganisaties vangt deze aanvragen op door het uitdelen van voedsel (figuur 2.7). Daarnaast deelt 21% een boodschappenkaart uit. Voor 32% van de hulporganisaties is het niet mogelijk om (extra) voedselhulphulp te bieden. Figuur 2.7 Hoe vangt uw hulporganisatie de hulpvragen voor voedsel op? 60% 47% 40% 32% 21%

20%

0% Wij bieden hulp door voedsel uit te delen

Niet, wij kunnen geen (extra) voedselhulp aanbieden

17

Wij bieden hulp door bood­ schappen­k aarten aan te bieden

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

3. MATE VAN KRACHT BIJ LOK ALE HULPORGANISATIES De stijgende kosten van levensonderhoud hebben een groot effect voor mensen in armoede. Daarnaast treft dit ook een groep mensen die voorheen net konden rondkomen. Zij redden het nu niet meer en kloppen daarom aan bij lokale armoedehulporganisaties. Als gevolg hiervan stijgen het aantal aanvragen bij deze lokale hulporganisaties. In hoeverre kunnen zij hulp bieden aan de groeiende hulpvraag? 3.1

FINANCIËLE KRACHT LOK ALE HULPORGANISATIES Uit de resultaten blijkt dat 33% van de lokale hulporganisaties zich kan redden met eigen middelen (figuur 3.1). 17% van de hulporganisaties geeft aan zich redelijk te kunnen redden maar moet wel haar reserves aanspreken. En 47% geeft aan zich redelijk te kunnen redden met hulp van derden. Het voortbestaan van 3% van de lokale hulporganisaties staat op het spel. Zij hebben onvoldoende middelen tot hun beschikking. In totaal staat 67% van de hulporganisaties er dus financieel niet sterk voor. Deze situatie is licht verbeterd ten opzichte van een half jaar geleden. Toen stond 69% van de lokale armoedehulporganisaties er financieel niet sterk voor.

Figuur 3.1 Hoe staan de lokale hulporganisaties er financieel voor? 50%

47%

40% 33% 30% 20%

17%

10% 3% 0%

Prima, we redden ons met eigen middelen

Redelijk, we redden ons maar spreken onze reserves aan

Redelijk, we redden ons met hulp van derden

18

Slecht, ons voortbestaan staat op het spel

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

3.2

HULPORGANISATIES MET EEN WACHTLIJST Ondanks het feit dat lokale armoedehulporganisaties er gemiddeld financieel iets beter voor staan dan een half jaar geleden, is het aantal hulporganisaties dat werkt met een wachtlijst sterk gegroeid. 11% van de hulporganisaties geeft aan te werken met een wachtlijst (figuur 3.2). In mei 2023 gaf slechts 5% van de hulporganisaties aan te werken met een wachtlijst.

Figuur 3.2 Werkt uw organisatie momenteel met een wachtlijst?

11%

Ja

89%

Nee

“Op onze wachtlijst staan 100 mensen. Dat is triest. We zijn er juist om te helpen. Maar je kunt niet harder werken dan je doet.” Kleding- en speelgoedbank Twenterand

19

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

4. MATE VAN TOENAME HULPVRAGEN EN MOGELIJKHEDEN NABIJE TOEKOMST De inflatie en stijgende kosten voor levensonderhoud zorgen voor problemen onder een grote groep mensen. Wat verwachten de lokale armoedehulporganisaties met het oog op de nabije toekomst voor het aantal hulpvragen? 4.1

A ANTAL HULPVRAGEN NABIJE TOEKOMST 69% van de lokale armoedehulporganisaties verwacht het komende half jaar een van het aantal hulpvragen (figuur 4.1). Zij verwachten dat er door de stijgende kosten meer mensen in financiële problemen zullen komen. Hierdoor zal er een toestroom aan hulpvragen komen. Daarnaast geeft een groep van 24% aan dat zij hier geen zicht op hebben. 7% van de lokale hulporganisaties verwacht geen stijging van het aantal hulpvragen.

Figuur 4.1 Verwachten de lokale hulporganisaties het komende half jaar een stijging in het aantal aanvragen?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13794561/2