CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

23-053 Bijlage 4. Ingekomen stukken AB

Gemeenteraad 5 juli 2023, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad (23-053 MZ/RM/AB)38.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Met andere woorden, als een land veilig is en aan de verplichtingen aangaande de bescherming van vluchtelingen voldoet, dan mogen migranten die zich ergens aandienen per direct naar dit ontvangende land gestuurd worden en kunnen deze mensen in het ontvangende land asiel aanvragen. In haar reactie van 23 november 2021 op een verzoek van JA21 om een onderzoek uit te voeren naar het Deense asiel- en terugkeerbeleid, beaamt de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van dat moment, Ankie Broekers- Knol, bovenstaande, als volgt: ‘Terugkeer van een vreemdeling kan echter alleen plaatsvinden naar een land dat is toegetreden tot het Vluchtelingenverdrag van 1951, dit ook daadwerkelijk respecteert en waar toegang zal zijn tot een deugdelijke asielprocedure.’ Bovenstaande is echter in tegenspraak met het volgende stuk uit dezelfde reactie: ‘Zoals hierboven aangegeven, is Denemarken door zijn opt-out niet gebonden aan de Asielprocedurerichtlijn. Deze richtlijn vereist dat lidstaten een op hun grondgebied ingediend asielverzoek in behandeling te nemen, tenzij een andere lidstaat verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening.

Zoals reeds is aangegeven in de beantwoording van de vragen van het lid Van Meijeren (FvD), is external processing geen onderdeel van de huidige EU-asielregelgeving (meer in het bijzonder de Asielprocedurerichtlijn), noch van de Commissievoorstellen inzake het asiel- en migratiepact van 23 september 2020’. Dit zou mogelijk betekenen dat Nederland, net als Denemarken, ten aanzien van dit onderdeel een opt-out moet bedingen in de EU of die simpelweg opeisen. Echter de betrokken EU richtlijnen geven indicaties dat een persoon die in Nederland asiel aanvraagt toch verplaatst mag worden naar een ander, veilig, land. Bijvoorbeeld het inleidende deel punt 44 van de EU ‘Terugkeerrichtlijn’ ([31]) vermeldt het volgende: ‘De lidstaten dienen niet te worden verplicht de inhoud van een verzoek om internationale bescherming te beoordelen indien op grond van een voldoende band met een derde land, zoals omschreven in het nationale recht, redelijkerwijs kan worden verwacht dat de verzoeker in dat derde land bescherming zoekt, en er redenen zijn om aan te nemen dat de verzoeker tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten. De lidstaten mogen slechts op die basis handelen indien die verzoeker in het betrokken derde land veilig is.

Teneinde secundaire stromen verzoekers te vermijden, moeten gemeenschappelijke principes worden vastgesteld voor het als veilig beschouwen of aanmerken van derde landen door de lidstaten.’ Punt 45 van deze zelfde richtlijn geeft overigens ook het volgende aan: ‘Voorts zouden de lidstaten met betrekking tot bepaalde Europese derde landen, die bijzonder hoge normen inzake mensenrechten en de bescherming van vluchtelingen in acht nemen, het recht moeten hebben om verzoeken om internationale bescherming betreffende verzoekers die vanuit deze Europese derde landen hun grondgebied binnenkomen, niet of niet volledig te onderzoeken.’ Kernpunt Migratie | DEEL I IRREGULIERE MIGRATIE

22

Connect International

Aangaande verplaatsing naar een ander, veilig land, van een asielaanvrager vermeldt hoofdstuk 1, artikel 38-2a van deze richtlijn: ‘De toepassing van het begrip „veilig derde land” is onderworpen aan voorschriften in het nationale recht, waaronder: a) voorschriften waarbij een band tussen de verzoeker en het betrokken derde land wordt vereist op grond waarvan het voor de betrokkene redelijk zou zijn naar dat land te gaan’. Aan bovenstaande zou mogelijkerwijs voldaan kunnen worden indien de Nederlandse wetgeving opneemt dat voldaan wordt aan een ‘band tussen de verzoeker en het betrokken derde land’ in geval van nabijheid van dat derde land tot het land dat ontvlucht is + de veiligheid van het derde land + de aanwezigheid van voldoende goede faciliteiten om vluchtelingen op te vangen + enkele andere voorwaarden die in deze richtlijn omschreven staan en waarbij Nederland het derde land kan helpen indien nodig (ratificatie van het Verdrag van Geneve, het beschikken van een wettelijke asielprocedure en ratificatie en naleving door het derde land van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden).

Indien dit juridisch niet haalbaar is zal Nederland, net als Denemarken, en destijds Groot Brittannië en Ierland hebben gedaan, waarschijnlijk bij de EU een opt-out moeten bedingen op de Asielprocedure- en de Terugkeerrichtlijn en mogelijk andere EU richtlijnen, indien Nederland mensen die in Nederland asiel aanvragen wil opvangen in veilige opvanglocaties in veilige landen in hun eigen regio’s25. Ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) vormt een obstakel. Het EVRM biedt burgers van de aangesloten EU landen de mogelijkheid om de eerbiediging, of gebrek daaraan, van hun rechten en fundamentele vrijheden te laten toetsen door een rechterlijke macht. Hiertoe kunnen zij een procedure aanspannen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg. Jurist en CDA-lid Marcelo Mooren, zegt over de bovenstaande obstakels in Elseviers Weekblad van 25 november 2022 het volgende: ‘Voor alle duidelijkheid, beweringen dat dit alles niet kan, juridisch of anderszins, zijn onzin. Er kunnen dingen binnen de huidige regels, ….. De rest kan met 76 zetels (binnen of buiten de coalitie). En die zetels zijn er ruimschoots in de Tweede Kamer. Deze zetels zijn nodig voor aanpassing van nationale wetgeving en het internationaal juridisch kader.

Dat gaat om drie zaken: EU-afspraken, het Vluchtelingenverdrag en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM). Inzake de eerste moet Nederland een positie bedingen zoals Denemarken. Dat wordt pittig, maar het kan. Het tweede obstakel is het Vluchtelingenverdrag. Dat kan gewoon worden opgezegd. Daar gaan al langer stemmen voor op, want het verdrag is gesloten in een heel andere tijd en geënt op geheel andere omstandigheden. De commissie-Donner concludeerde dat het EVRM een groter obstakel is, en adviseerde het Vluchtelingenverdrag daarom maar te laten voor wat het is. De observatie was terecht, de conclusie niet. Beide zijn nodig. Maar het EVRM heeft inmiddels zijn weg gevonden in de Nederlandse rechtsorde op veel meer terreinen dan enkel migratie. Als het EVRM wegvalt, heeft dat te veel gevolgen. Wijziging op een enkel punt is al heel lastig, dat vereist instemming van alle landen. Maar er is een truc mogelijk: je zegt het huidige EVRM op en

25

Het opvangen van asielzoekers in de eigen regio’s moet ertoe leiden dat: (a) vluchtelingen niet uit economische motieven naar een rijk land als Nederland migreren, vaak via levensgevaarlijke routes en landen passerend die veilig zijn, goede vluchtelingenaccommodaties hebben en waar ook asiel aangevraagd kan worden, (b) vluchtelingen terugkeren naar het eigen land zodra dit veilig kan (met goede hulp daarbij) hetgeen vluchtelingen die in Nederland zijn toegelaten proberen te voorkomen, (c) ook bij sterk toenemende vluchtelingenstromen, bijvoorbeeld vanwege klimaatverandering, een goede opvang en het opbouwen van een goed bestaan in veilige locaties in de eigen regio’s gewaarborgd kan blijven, en met name (d) economische migranten ontmoedigt worden om zich valselijk als asielzoeker aan te melden in Nederland (of elders) of zich aan te melden zonder asiel aan te vragen in Nederland, indien zij denken dat hun eigen landen hun niet terug zullen accepteren en zij verwachten daardoor voor lange tijd of structureel in Nederland toegelaten te zullen worden. Kernpunt Migratie | DEEL I IRREGULIERE MIGRATIE

23

Connect International

simultaan maak je een kopie van dat EVRM, op de bepalingen na die worden gebruikt inzake asiel en migratie. Dat nieuwe verdrag sluit je met een aantal landen die welwillend zijn. Dan is er met uitzondering van migratie geen gevolg voor de Nederlandse rechtsorde. Partnerlanden zijn goed te vinden. Vermoedelijk het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Zweden, Oostenrijk en zeker ook landen in Oost-Europa.’ Bron [49], dat focust op ‘external processing (de behandeling van een verzoek om internationale bescherming door en/of onder verantwoordelijkheid van (een lidstaat van) de EU op een locatie buiten de EU)’, concludeert ‘De voor internationale bescherming belangrijkste verdragen, zoals het Internationale Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR), het Vluchtelingenverdrag, het EVRM alsmede het Unierecht bevatten geen duidelijke bepalingen over de extraterritoriale verantwoordelijkheid van staten ([voor wat betreft external processing]).’ [49] bestudeert de mogelijkheid om migranten vanuit Nederland naar een opvanglocatie buiten Nederland te verplaatsen en vandaaruit asiel in Nederland te laten aanvragen. Het document concludeert dat dit allerlei juridische en aansprakelijkheidsconsequenties en onduidelijkheden met zich meebrengt.

Hierbij dient opgemerkt te worden dat dit document vooral focust op wat er niet mogelijk is (juridische obstakels) en bij onduidelijkheden concludeert dat daarom dingen moeilijk en/of onmogelijk zouden zijn (men ziet vooral beren op de weg en focust vooral op allerlei verplichtingen die er zijn als een migrant zich heeft aangediend in een EU land en daar asiel wil aanvragen26). Beter zou zijn om de vraag te beantwoorden hoe migranten in buitenlandse opvanglocaties geplaatst kunnen worden onder de verantwoordelijkheid van dat buitenland (dus niet hoe ‘external processing’ juridisch haalbaar gemaakt kan worden, maar hoe migranten onder de verantwoordelijkheid van opvangende landen in die landen geplaatst kunnen worden), en welke juridische stappen daarvoor nodig zijn. De logica hierachter is dat met external processing het te verwachten is dat er een enorme aanzuigkracht zou kunnen ontstaan op de locaties waar deze external processing plaats zou vinden, niet alleen op de migranten die anders zelf naar de EU zouden migreren maar op alle migranten. De hele onderliggende logica van dit kernpunt is juist om de aanzuigkracht die de EU heeft op te heffen en niet om deze te verplaatsen en daarmee mogelijk juist te versterken.

Echter, voor de mogelijkheid om migranten vanuit Nederland naar opvanglocaties buiten Nederland te verplaatsen en de verantwoordelijkheid voor deze migranten over te dragen aan dat land (inclusief asiel aanvragen in dat land), ook als dit tegen de wil is van deze migranten, is door de schrijvers van dit kernpunt geen jurisprudentie gevonden. Wel kan verwezen worden naar het statement van UNHCR dat resettlement in andere landen tot één van de mogelijkheden behoort (zie eerder in dit hoofdstuk). Ook geven verschillende verdragen direct of indirect aan, onder welke voorwaarden migranten in andere landen geplaatst mogen worden (zie o.a. de analyse eerder in dit hoofdstuk van het voorbeeld over Libië uit [30]). Verder geeft [49] aan dat het waarschijnlijk juridisch gezien mogelijk is dat een land verantwoordelijkheden ten aanzien van migranten overdraagt aan een internationale organisatie (men doelt daarbij op de EU of een agentschap van de EU, maar dit zou dan dus ook bijvoorbeeld UNHCR kunnen zijn27). Een andere mogelijkheid, die niet de schoonheidsprijs verdient maar die waarschijnlijk wel effectief is, is nationale ongehoorzaamheid: migranten in andere, veilige landen, buiten de EU plaatsen, ondanks de bezwaren die de EU daarop zal maken en de druk die de EU zal uitoefenen op Nederland om zich te

26

Vanuit humaan oogpunt is dit moeilijk te rechtvaardigen. Immers, waarom heeft een migrant die naar de EU is gereisd al deze rechten op bescherming en verzorging door een EU land, terwijl een migrant die niet het geld of de mogelijkheid had om naar de EU te reizen en die in een land in de regio terecht is gekomen, niet?

27

[49] merkt echter ook op dat er ‘wordt voorgesteld om lidstaten verregaand verantwoordelijk te maken voor onrechtmatige handelingen van internationale organisaties, waarvan zij lid zijn’, maar dat dit echter nog in wording is. Kernpunt Migratie | DEEL I IRREGULIERE MIGRATIE

24

Connect International

houden aan de betreffende EU richtlijnen waaraan Nederland zich destijds geconfirmeerd heeft. In deze context reageerde Carolus Grütters28 op een vraag door de schrijvers van dit kernpunt, over waarom een land als Hongarije migranten kan weigeren zonder daarvoor door de EU gestraft te worden, als volgt: ‘Hongarije zou iets anders moeten doen dan het nu doet. Maar dat geldt voor alle lidstaten op verschillende terreinen. Alle lidstaten overtreden de regels wel ergens op enig moment - net zoals iedereen wel eens in strijd met de verkeersregels een straat oversteekt. De politieke structuur van de EU kent vrijwel geen mogelijkheden om een lidstaat 'eruit' te zetten. Dat is o.m. ook zichtbaar geworden bij de discussie die Brussel heeft met Warschau omtrent de (afnemende) onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Een van de weinige machtsmiddelen die de EU wel heeft is het tegenhouden van uitbetaling van Europese subsidies.’ Opvallend hierbij is ook dat de EU wel een subsidiestop overweegt voor Hongarije in verband met de perikelen rondom aantasting van de rechterlijke macht in het land, maar niet rondom de weigering van Hongarije om migranten toe te laten, hetgeen dus mogelijk als minder ernstig wordt beschouwd. De conclusie van de schrijvers van dit kernpunt is dat het onduidelijk is wat landen wel en niet kunnen c.q.

mogen doen wat betreft het plaatsen van migranten in andere landen. Onderdeel van de rechtvaardiging om dit wel te doen, is dat het niet valt uit te leggen waarom een migrant die zich in een EU land heeft aangediend meer rechten , maar met name meer voorrechten, heeft dan een migrant die zich in een land in de eigen regio heeft aangediend. Zolang er onduidelijkheid is, concludeert dit kernpunt dat het plaatsen in een derde land, het overdragen van de verantwoordelijkheid voor migranten en daarmee ook migranten in dat land asiel aan te laten vragen mogelijk wel kan, maar dat los van alle juridische perikelen hieromtrent, het belangrijk is dat de EU en andere landen zich inspannen om ervoor te zorgen dat alle migranten die waar dan ook opgevangen worden, op een humane en veilige wijze worden opgevangen, ook als zij daartoe juridisch niet verplicht zijn. Daarbij zou er een inspanningsverplichting moeten zijn en niet een resultaatverplichting.

Dit betekent dat bijvoorbeeld EU landen zich moeten inspannen om de veiligheid van migranten die opgevangen worden in andere landen zo goed mogelijk te borgen (bijvoorbeeld door UNHCR of gespecialiseerde NGO’s de veiligheid in opvanglocaties te laten monitoren en deze of andere partijen te contracteren om de veiligheid zo goed mogelijk aan te brengen), maar dat zij niet aansprakelijk gesteld kunnen worden voor de veiligheid mocht dit buiten de invloedssfeer van deze landen toch niet lukken. De focus hierbij moet zijn op individuele veiligheid in brede zin, met name seksuele en relationele veiligheid, omdat deze het vaakst in het geding is, vooral onder kinderen en jonge vrouwen. Nederland is in haar regelgeving ten aanzien van asielzoekers en statushouders vaak erg soepel, vaak soepeler dan volgens EU richtlijnen verplicht. Bijvoorbeeld, mensen die 5 jaar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd hebben en die het inburgeringsexamen hebben gehaald, kunnen een verblijfsvergunning asiel aanvragen voor onbepaalde tijd. Indien deze wordt verkregen, dan kunnen zij voor altijd in Nederland blijven wonen ([41]). Hun kinderen zullen automatisch het Nederlanderschap krijgen.

Uit verschillende verdragen en wetten maken wij op dat het per direct verplaatsen van migranten die zich in een EU land aandienen, zowel economische, politieke of andersoortige migranten, naar een land buiten Nederland en ook buiten de EU dat bereid is de migranten te ontvangen en asiel te verlenen waar het humanitaire vluchtelingen betreft, juridisch gezien acceptabel kan zijn, als dat land veilig is en aan de verplichtingen aangaande de bescherming van vluchtelingen voldoet. Nederland dient hiervoor

28

Carolus Grütters is werkzaam als senior onderzoeker bij het Centrum voor Migratierecht (CMR) van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Kernpunt Migratie | DEEL I IRREGULIERE MIGRATIE

25

Connect International

waarschijnlijk wel een Opt-out te bedingen (of zichzelf toe te eigenen) in EU verband, net als Denemarken heeft gedaan. Verder kan Nederland de eigen regelgeving binnen de EU kaders verder aanscherpen om daarmee de aanzuigende werking iets te verminderen en de kans dat asielstatushouders uiteindelijk naar het eigen land terugkeren te verhogen. De EU denkt migranten over de EU landen te kunnen verspreiden, omdat de EU juridisch gezien als één land zou gelden. Echter, Oost Europese EU landen willen dit niet, dus de kans van slagen hiervan is klein. Van belang is verder dat de wetten en bepalingen van toepassing zijn op vluchtelingen (humanitaire migranten), hetgeen echter een relatief klein deel is van de migrantenstroom. De wetten en bepalingen gelden niet meer nadat een asielzoeker is afgewezen. Irreguliere economische migranten zullen echter ook naar veilige opvanglocaties gestuurd moeten worden om de aanzuigende werking die Nederland heeft te kunnen doorbreken voor deze groep (zie de voetnoot in dit hoofdstuk waarin dit verder toegelicht wordt), net als humanitaire migranten.

Daarbij is ook het verbeteren en versnellen van de asielprocedures in Nederland van belang, evenals de beoogde afstemming van de procedures tussen de EU landen, zoals onder andere voorgesteld in het recente plan van de Europese Commissie ([1]), om het ‘asielshoppen’ te verhinderen (migranten waarvan de asielaanvraag in een land is afgewezen en die daarop in een ander EU land opnieuw een asielaanvraag indienen).

Vergelijking van verschillende oplossingen voor irreguliere migratie In dit hoofdstuk vergelijken we verschillende recent voorgestelde oplossingen die momenteel, begin 2021, door partijen worden voorgesteld die professioneel met de materie bezig zijn. We presenteren in dit overzicht ook een samenvatting van onze eigen oplossing (de oplossing voorgesteld in dit kernpunt).

Plan van dit kernpunt Bron: dit document. Voor het verminderen van irreguliere humanitaire en economische migratie naar Nederland: • Overeenkomsten met veilige landen in verschillende regio’s: − Opvanglocaties voor migranten in deze landen worden verbeterd en uitgebreid en het wordt migranten die er verblijven mogelijk gemaakt in deze locaties een simpel bestaan op te bouwen. − Humanitaire en economische migranten die in Nederland aankomen, worden direct naar zo’n opvanglocatie getransporteerd. − Nederland biedt doorlopende hulp om de opvanglocaties te runnen, de lokale bevolking ontvangt cash transfers for life, het land krijgt extra ontwikkelingshulp. − Zodra het veilig kan, helpt Nederland om migranten in de opvanglocaties terug te laten keren naar het eigen land en om deze terugkerende mensen in eigen land weer een bestaan op te laten bouwen. • De overeenkomst wordt met meerdere landen gesloten, zodat Nederland er niet mee gechanteerd kan worden (zoals Turkije de EU chanteert met de Turkije deal). • Asielprocedures in de EU worden gestroomlijnd, met name om ‘asielshoppen’ tegen te gaan. • Landen die weigeren uitgeprocedeerde asielzoekers die uit hun land afkomstig zijn, terug te nemen worden gekort op ontwikkelingshulp en krijgen handelsbelemmeringen opgelegd.

Voor het reguleren van gewenste (arbeids) migranten (zie ook het tweede deel van dit kernpunt): • Programma voor gereguleerde tijdelijke kennisarbeidsmigratie waar daaraan behoefte is. Kernpunt Migratie | DEEL I IRREGULIERE MIGRATIE

26

Connect International

• Uitgenodigde kennismigranten moeten altijd na enkele jaren weer terugkeren naar het eigen land. • Bedrijven met veel goedkope arbeid worden gestimuleerd zich in lage lonenlanden te vestigen. • Kennisintensieve bedrijven worden gestimuleerd om kenniswerkers in eigen land te laten werken. Voor het verminderen van aantallen (EU) arbeidsmigranten die recht hebben op toegang tot Nederland (zie ook het tweede deel van dit kernpunt): • Verhoging van het minimumloon, waardoor banen in het laag betaalde segment weer interessant worden voor Nederlanders, met als spin-off dat laagwaardige Nederlandse bedrijven die afhankelijk zijn van lage lonen (waar onze economie meestal weinig aan heeft) zich gaan vestigen in lage lonen landen. • Verbetering leefomstandigheden voor EU-arbeidsmigranten in Nederland. Voor migranten die in Nederland willen en mogen blijven: • Verbeterde integratieprogramma’s en verplichting daaraan mee te doen (zie het CI kernpunt Integratie). • Verbeteringen van de buurten waar zij wonen (sport, groen, veiligheid, buurtparticipatie, etc.). Sterk •

•

•

•

•

•

•

• • •

Zwak

Heft de aanzuigende werking die Nederland op migranten • heeft op. Resulteert in minder migranten naar Nederland • (preventieve werking) en besparing op de hoge kosten van opvang migranten in Nederland. Alle migranten worden geholpen en niet alleen de 15% die het geld, de moed en de energie heeft om naar de EU te reizen en die onze steun het minst hard nodig heeft. Voorkomt valse hoop en aanzuigende werking van de opvanglocaties op migranten (die anders zouden hopen om via deze locaties alsnog asiel te verkrijgen in Nederland). Dit scheidt het kaf van het koren (mensen die niet echt hoeven te • vluchten doen dat niet). Zelfs landen die al te maken hebben met opvang van grote aantallen (veelal humanitaire) migranten kunnen toch akkoord gaan, omdat de aantallen migranten die vanuit Nederland • gestuurd worden naar deze landen klein zullen zijn (vanwege het doorbreken van de aanzuigende werking van Nederland op migranten met deze oplossing). Opvanglanden profiteren van extra hulp, cash transfers en hulp aan migranten om naar hun land terug te keren wanneer • dat veilig kan. Versterkt hun economieën en leidt (mogelijk) tot afname migranten in deze landen. Kan grotendeels gefinancierd worden uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking, aangevuld met geld uit besparingen op de opvang van migranten in Nederland.

Alomvattend plan voor vermindering van alle soorten • migranten op een wijze die voor iedereen goed is en veel kosten bespaart. Maakt het mogelijk voor Nederland om migratie te reguleren naar eigen behoefte en inzichten. Nederlands bedrijfsleven profiteert. Bedrijven die voor Nederland weinig interessant zijn, vestigen zich in lagelonenlanden, die daarvan profiteren. Uitgenodigde arbeidsmigranten doen kennis op en verdienen geld, waar later hun eigen landen ook van profiteren.

Afhankelijk van deals met landen in regio’s. Gedwongen overbrengen van migranten vanuit Nederland naar een veilig opvangland in de regio kan voor ophef zorgen in Nederland (hoewel dit waarschijnlijk kort zal duren, omdat het plan naar verwachting de aantallen migranten die naar Nederland komen snel sterk zal reduceren na inwerking stellen van het plan: preventieve werking). Nog niet helemaal duidelijk of deze oplossing binnen internationale, EU en Nederlandse verdragen en wetten geoorloofd is (waarschijnlijk wel). Veel landen zijn al overbelast met opvang van migranten (bijv. Kenia, Oeganda), waar, net als in Nederland en andere EU landen, de publieke en politieke druk toeneemt om hieraan een halt toe te roepen. Migranten opvangen en een bestaan laten opbouwen behoeft veel ruimte, omdat de meesten landbouw zullen gaan bedrijven. Die ruimte moet er wel zijn (echter, veel landen hebben ruimte; bijv. opvanglocaties in Oeganda, maar ook landen als Ethiopië en Zambia hebben veel ruimte). Bij sterke toename van de aantallen migranten in de toekomst, zal dit plan onvoldoende uitkomst bieden, omdat dan de opvang in de regio onvoldoende capaciteit zal hebben en die landen steeds minder bereid zullen zijn om migranten toe te laten. Dit is echter in veel mindere mate het geval dan bij de andere plannen.

Kernpunt Migratie | DEEL I IRREGULIERE MIGRATIE

27

Connect International

Plan Europese Commissie Bron: [1]. Huidige situatie: • Iedere migrant die voet op EU bodem zet kan asiel aanvragen en kan dit na afwijzing ook weer in een ander EU land doen. • Weinig spreiding vluchtelingen over de EU landen. • Migranten uit Sub Sahara Afrika de pas afsnijden middels politieke en financiële steun aan landen om hun grenscontroles te verbeteren en versterken (o.a. met de regeringen van Niger en Marokko). • Enkele kleine opvanglocaties voor migranten in Niger en Rwanda met het idee daar de asielaanvraagprocedures uit te voeren. • Afgrendelen Middellandse Zee routes. • Afsluiten grenzen voor asielzoekers (o.a. in Polen) wordt gedoogd. Sterk

Zwak

• Bewaking EU grenzen kan influx migranten in de EU tegengaan, maar is juridisch en humaan gezien moeilijk verdedigbaar. • De paar experimenten die de EU uitvoert met opvang in Niger en Rwanda, die op zich vrij zwak en weinig effectief zijn, kunnen wel lering bieden aan hoe opvang in de regio op een betere wijze uitgevoerd kan worden.

• Grote aanzuigende werking op humanitaire en economische migranten, omdat mensen asiel kunnen aanvragen zodra ze voet aan wal zetten in de EU. • Toenemende oorzaken voor migratie, zoals zwakke economieën en oorlogen worden niet aangepakt en vergroten de drive om naar de EU te migreren. • Hoge kosten voor opvang in de EU (50 x duurder dan opvang de regio!). • Tijdelijke opvang in de regio biedt mensen in de praktijk weinig kans om naar de EU her gevest te worden. Naast onrust en frustraties bij mensen in deze locaties, mijden migranten deze locaties en migreren rechtstreeks naar de EU. • Frustreert overheden van landen waar ‘tijdelijke’ opvanglocaties opgezet worden – toename weerstand van landen tegen deals voor opvang in de regio. • Mensonterende opvang migranten in landen als Libië, bootvluchtelingen op de Middellandse Zee en richting Canarische eilanden, problemen met opvang waar migranten in de EU aan land komen, problemen spreiden migranten over de EU. • Moeite met terugsturen naar het eigen land van uitgeprocedeerde asielzoekers.

EU Commissie Plan 2020/2021: • Verspreiden van migranten over EU landen die daaraan mee willen doen. • Via hulpverlening zorgen dat er minder mensen naar de EU komen. • Een streng grensbeleid. • EU landen die geen migranten willen opnemen dragen financieel of anderszins bij aan opvang migranten. • Afstemming van asielprocedures tussen EU landen, o.a. om daarmee ‘asielshoppen’ te voorkomen. • Terugsturen uitgeprocedeerde asielzoekers naar hun landen. Sterk

Zwak

• Afstemmen asielprocedures tussen de EU landen zal het asielshoppen verminderen. • Bewaking EU buitengrenzen kan migratiestromen naar de EU verminderen.

• De aanzuigende werking op migranten wordt niet verkleind, omdat mensen nog steeds asiel kunnen aanvragen zodra ze voet aan wal zetten in de EU. • Bewaking buitengrenzen van de EU om te voorkomen dat migranten de EU bereiken is in feite een ondermijning van de bedoeling van alle migranten- en vluchtelingenverdragen (nl. om migranten te helpen met een veilige opvang). • Toename problemen met opvang van migranten in landen als Libië, continuering c.q. toename van bootvluchtelingen op Middellandse Zee en routes naar Canarische eilanden en de gerelateerde opvang waar deze migranten aan land komen. • Veel landen zijn al overbelast met de opvang van (vooral humanitaire) migranten (bijv. Kenia, Oeganda), waar, net als in Nederland en andere EU landen, de publieke en politieke druk toeneemt om hier een halt aan toe te roepen. Kernpunt Migratie | DEEL I IRREGULIERE MIGRATIE

28

Connect International • Spreiding migranten over verschillende EU landen kan EU grenslanden ontlasten, maar alleen als de spreiding werkelijk tot stand komt.

• Landen waarmee grenscontrole deals zijn gesloten kunnen de EU chanteren. • Een streng en effectief grensbeleid is moeilijk met de lange EU buitengrens. • Vrijwillige opname van migranten door EU landen werkt zolang er voldoende draagvlak voor is. Dit draagvlak is al aan erosie onderhevig in veel EU landen en zal bij toenemende migratiestromen naar verwachting verder afnemen. • Meer en betere hulp aan arme landen is goed, maar zal op zich niet snel tot een afname van de migratiestromen leiden, omdat het lang duurt voordat de effecten breeduit in maatschappijen doordringen en migratie pas afneemt bij een sterke toename van het inkomen en de inkomenszekerheden van mensen. • Het plan biedt geen oplossing voor migranten die naar landen binnen de eigen regio’s migreren (80 tot 90% van alle migranten!). • Het plan biedt geen visie op en oplossing voor andere migratiestromen (economische migranten, EU migranten, kennismigranten, etc.). • Het plan biedt geen duidelijke oplossing voor uitgeprocedeerde asielzoekers. • Het plan biedt geen oplossing voor verwachtte grote stromen migranten in de komende decennia en ook niet voor de verwachtte structurele toename van humanitaire en economische migranten die ondanks grensbewakingen e.d. door hun enorme aantallen steeds meer de EU zullen weten te bereiken.

Plan Volt Europa Bron: [2] Creëer humanitaire corridors voor vluchtelingen die hun land ontvluchten die gerund worden door private entiteiten, zoals NGO’s en kerkelijke organisaties die met toestemming van het betrokken land hun rol (vervullen basisbehoeften, verschaffen van veiligheid) in deze corridors vervullen. Onderdeel van deze corridors zijn ‘hubs’: • Tijdelijke veilige vrije zones, gecontroleerd door internationale organisaties, incl. de EU, die geplaatst zijn in een veilig land aan de grens van een onstabiel en onveilig land waarvandaan mensen vluchten, zodat vluchtelingen een slechts korte en veilige reis hoeven te maken om zo’n tijdelijke hub te bereiken. • Permanente hubs op de voornaamste migratie routes. Asielaanvragen worden ingediend door vluchtelingen in deze hubs en worden ook in deze hubs geëvalueerd. Transport naar veilige landen, inclusief EU en non-EU landen kan geschieden als de bescherming is verzekerd en de benodigde documenten zijn vrijgegeven. Voor de selectie van asielaanvragen in deze hubs die in aanmerking komen voor toelating vanuit de hubs tot EU of non-EU landen worden een aantal criteria voorgesteld. In de EU worden toegelaten vluchtelingen verwelkomd en geholpen met alle zaken die zij nodig hebben. Ook wordt aandacht besteedt aan de (lange termijn) financiering van deze structuur.

Het is echter niet duidelijk wie die financiering moet verschaffen. Sterk

Zwak

• Leidt tot opvang van vluchtelingen in de regio, hoewel de intentie is dat deze tijdelijk is. Dit geeft EU landen de mogelijkheid zich te bezinnen op hoeveel vluchtelingen ze willen opnemen en kan, indien de capaciteit van de hubs voldoende snel uitgebreid kan worden, paniek in EU landen voorkomen wanneer grote plotselinge vluchtelingenstromen op gang komen. Echter, dit werkt alleen als vluchtelingen die buiten de hubs om naar de EU zijn gereisd, teruggestuurd worden naar die

• Geen aandacht voor de belangen van de ‘host population’ in de EU. • Vermindert de aanzuigende werking van de EU op humanitaire en economische migranten niet als vluchtelingen die naar de EU reizen buiten de hubs om niet teruggestuurd worden naar die hubs. • In soortgelijke gevallen met opvanglocaties in Niger en Rwanda, werden vluchtelingen niet doorgelaten naar de EU maar bleven vastzitten in die locaties, hetgeen tegen de overeenkomst inging met de betrokken landen. Het creëert dus een valse hoop op toelating (uiteindelijk) tot een Westers land (hetgeen ook een aanzuigende werking kan hebben, waardoor juist nog meer vluchtelingen, die anders binnen de regio zouden blijven, een asielaanvraag doen via de hubs). In realiteit is het (waarschijnlijk) voor de meeste vluchtelingen een

Kernpunt Migratie | DEEL I IRREGULIERE MIGRATIE

29

Connect International hubs, anders zullen veel vluchtelingen de hubs omzeilen en rechtstreeks naar de EU reizen. • Geeft alle vluchtelingen een kans om in een Westers land opgevangen te worden, niet alleen degenen die het geld, de moed en de energie hebben om naar de EU te reizen (indien de vluchtelingen die buiten de hubs om naar de EU reizen, terug naar de hubs in de eigen regio getransporteerd worden).

eindstation. Dan is het beter het zo ook te ontwerpen en af te spreken met de opvangende landen (conform het CI voorstel). • Het plan gaat ervan uit dat EU en non-EU landen bereid zullen zijn vluchtelingen waarvan de asielaanvraag is goedgekeurd uit de hubs in hun landen toe te laten, maar daar is geen pressiemiddel voor. Of terwijl, het is niet te garanderen dat deze wijze van werken ertoe leidt dat vluchtelingen door kunnen reizen naar andere landen. • Het plan focust alleen maar op humanitaire vluchtelingen (vandaar dat in deze samenvatting met name de term ‘vluchtelingen ‘wordt gebruikt, ook omdat Volt Europa zelf deze term gebruikt). • Het plan heeft geen visie op het faciliteren van terugkeer van vluchtelingen naar hun eigen land als dat qua veiligheid kan. • Onduidelijk wie wat en hoe zal financieren, ook op de langere termijn.

Kernpunt Migratie | DEEL I IRREGULIERE MIGRATIE

30

Connect International

DEEL II REGULIERE (ARBEIDS)MIGRATIE Introductie en onderbouwing Naast zorgen over irreguliere migratie zoals beschreven in het eerste deel van dit kernpunt, maken Nederlanders zich ook zorgen over reguliere migranten, die ook steeds vaker in Nederland blijven en Nederlander worden. Reguliere migranten zijn arbeidsmigranten die door Nederlandse bedrijven worden uitgenodigd (bijvoorbeeld Indiërs met IT expertise) of die, binnen de EU regelgeving, het recht hebben om in Nederland te werken (bijvoorbeeld Polen en Roemenen), en die hun families meestal meenemen. De zorgen omtrent reguliere migratie verschillen wel van de zorgen over irreguliere migratie. Nederlanders hebben bij reguliere migranten ook zorgen over de verschillen in cultuur en religie, maar omdat de meeste reguliere migranten uit relatief nabije (EU) landen komen, zijn deze verschillen meestal kleiner dan die bij irreguliere, meestal niet-Westerse migranten. Van belang is ook dat reguliere migranten meestal een baan hebben in Nederland en hun kosten voor de schatkist over het algemeen lager zijn dan die van irreguliere migranten29. Hier speelt ook mee dat reguliere migranten ondanks dat ze vaak netto geld kosten voor de schatkist, ze soms functies vervullen die moeilijk anders te vervullen zijn. Daarbij integreren reguliere (met name EU) migranten vaak beter dan irreguliere migranten.

De zorgen omtrent deze issues zijn dus wel aanwezig, maar van geringere omvang dan bij irreguliere migratie. Andere zorgen, die ook bij irreguliere migratie bestaan, zijn echter wel in gelijke mate van toepassing op reguliere migratie, met name de grote bijdrage van reguliere migratie aan de bevolkingsgroei, de druk op de woningmarkt, en in bepaalde mate de concurrentie met werk voor Nederlanders (hetgeen in hoogconjunctuur tijden minder gevoeld wordt, maar vooral als de economie een dip heeft wel een issue is). Voor wat betreft de recente (2022) plannen van de EU om meer, vaak laag opgeleide arbeidsmigranten uit Nood Afrikaanse en andere landen buiten Europa aan te trekken, zijn de zorgen vergelijkbaar met de zorgen over irreguliere migranten. De bevolkingsgroei in Nederland door reguliere, veelal Westerse migranten was tussen 2010 en 2019 327.000 (15.000 geboorteoverschot onder veelal reguliere Westerse allochtonen en 313.000 netto instroom van reguliere Westerse migranten), gemiddeld dus bijna 33.000/jaar. Naar verwachting zal bij ongewijzigd beleid dit aantal in de komende jaren verder stijgen, en nog verder aangezwengeld worden indien de bovenbeschreven EU plannen om extra en veelal laagwaardige arbeid van buiten Europa aan te trekken doorgaan.

(Netto instroom of influx van reguliere migranten is het aantal reguliere migranten dat het land binnenkomt in een jaar – het aantal reguliere migranten dat het land verlaat in dat jaar). Reguliere migranten hebben verschillende mogelijkheden en rechten die deels zijn vastgelegd in EU richtlijnen, maar die in de Nederlandse wet- en regelgeving vaak verder zijn versoepeld. Zo zijn de Nederlandse eisen ten aanzien van het salaris van kennismigranten van buiten de EU minder strikt dan die van de EU richtlijnen. ([37]). Tevens accepteert de Nederlandse overheid vrij gemakkelijk verklaringen van

29

Hierbij dient wel aangetkeend te worden dat veel zogenaamde arbiedsmigranten uit niet-Westerse landen onevenredig veel in de bijstand belanden. Vande Beek et al ([4]) rapporteert hierover: ‘de uitkeringsafhankelijkheid onder geregistreerde studie- en arbiedsmigranten uit onder meer Afrika en het MiddenOosten is onwaarschijnlijk hoog … Voor Azië, Turkije, Suriname loopt het aantal uitkeringsontvangers per 100 werkenden na 10 verblijfsjaren op tot ongeveer 30. Voor Afrika, Marokko en voormalig Joegoslavië en de voormalige Sovjetunie zijn er na 10 verblijfsjaren zelfs circa 50 uitkeringsontvangers per 100 werkenden … Gezien deze soms onthutsend hoge aantallen dringt de vraag zich op of een deel van deze als arbeidsmigrant geclassificeerde migranten überhaupt ooit de oprechte intentie heeft gehad om tijdens het verblijf in Nederland langdurig aan het arbeidsproces deel te nemen.’

Kernpunt Migratie | DEEL II REGULIERE (ARBEIDS)MIGRATIE

31

Connect International

werkgevers dat geschikte Nederlandse werknemers voor bepaalde functies niet te vinden zijn en wordt het aanstellen van arbeidsmigranten met fiscale en andere maatregelen, bijv. de LIV-regeling, gestimuleerd ([38]). Er zijn ook aanvullende regelingen die het nog weer gemakkelijker maken voor reguliere migranten om in Nederland een werkvergunning te krijgen. Bijvoorbeeld, de kennismigrantenregeling versoepelt de toelatingseisen voor kennismigranten ([39]). Daarnaast heeft Nederland een vrij uitgebreide en soepele regelgeving ten aanzien van de mogelijkheden voor reguliere migranten om een verblijfsvergunning te bemachtigen, deze te verlengen en na 5 jaar Nederlander te worden (o.a. [40, 42]). Er wordt vaak gesteld dat reguliere migratie nodig is om de vergrijzing in Nederland tegen te gaan. Onderzoeken in Nederland en andere EU landen hebben echter aangetoond dat hiervoor zeer grote aantallen reguliere migranten nodig zijn (aanvankelijk rond een half miljoen per jaar en ieder jaar neemt dat aantal dan verder toe). Op basis van CBS-statline data en CBS-microdata en het scenario waarbij het vergrijzingspercentage (de grijze druk) op het niveau van 2019 gehouden wordt, zou dat in 2100 tot een Nederlandse bevolking van 75 miljoen mensen leiden ([4]). Bovendien zou hierdoor de vergrijzingsproblematiek weliswaar uitgesteld maar wel veel groter worden.

Dit komt omdat de migranten die zich in Nederland vestigen ook ouder worden en vergrijzen. In [4] wordt dan ook geconcludeerd dat ‘Net als in een piramidespel zijn er steeds grotere aantallen nieuwe immigranten nodig’ indien immigranten de vergrijzing moeten tegenhouden, en ‘het werkt niet, omdat het onderliggende probleem van de ontgroening ([steeds lagere aantallen jongeren tot 20 jaar]) niet structureel wordt opgelost’. Ook wordt vaak gesteld dat reguliere migranten nodig zijn voor onze economie. Dit wordt bijvoorbeeld ook door de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) verkondigt (onder andere in [51]), ondanks dat dit adviesorgaan daarvoor geen bewijs overlegt. Uit onderzoek blijkt juist dat de meeste reguliere migranten de schatkist geld kosten, met als uitzondering de groep reguliere migranten met HBO niveau en hoger. ([4]). Een Afrikaan die pakjes huis aan huis aflevert, is weliswaar goedkoop voor zijn werkgever en daarmee kunnen de pakjes ook goedkoop aan huis geleverd worden, maar deze zelfde Afrikaan kost de schatkist veel geld, omdat zijn salaris niet voldoende is en hij daarom een aanvullende uitkering krijgt, hij subsidie ontvangt voor de opvang van zijn kinderen, huursubsidie ontvangt, etc. Via de achterdeur (belasting) betalen Nederlanders dus veel meer voor de pakjes die aan huis geleverd worden.

Dit soort niet essentiële diensten kunnen dus in feite bestaan bij de gratie van indirecte subsidie (via belastinggeld), waardoor de vraag ernaar groot is en waardoor de conclusie van economen is dat er aanvullende arbeid uit andere landen nodig is. Daarbij komt dat werkgevers niet langdurig verantwoordelijk worden gehouden voor eventuele sociale zekerheidskosten, terwijl het risico van sociale zekerheidskosten juist groot is voor mensen met een lage opleiding en/of geringe verdiencapaciteit. Bij gastarbeid en nu ook bij Polen (zie de WW fraude) worden allerlei van deze en andere kosten op de samenleving afgewenteld. In voorlichting door de Nederlandse overheid en andere partijen die arbeidsmigratie als een pré voor de economie zien, wordt gesteld dat ‘arbeidsmigranten uit de EU in sectoren werken waarvoor weinig of geen Nederlandse arbeidskrachten zijn te vinden en zij dus geen Nederlanders op de arbeidsmarkt verdringen’, en dat ‘er door arbeidsmigranten groente en fruit uit Nederland in de supermarkten ligt en online bestellingen de volgende dag bezorgd worden’ ([45]). De vraag is dus echter wat er zou gebeuren ten aanzien van dit soort werk indien de EU arbeid niet voorhanden was. Zeer waarschijnlijk zou dit resulteren in hogere lonen voor mensen die dergelijke functies uitoefenen vanwege de dan optredende schaarste op de arbeidsmarkt voor deze functies.

De betreffende producten en diensten zouden dan duurder worden, hetgeen niet fijn is voor de klant, maar hierdoor zou er wel een betere en gezondere marktwerking optreden die niet afhankelijk is van en uit balans gebracht wordt door structurele en voor de schatkist vaak dure import van buitenlandse arbeid die Kernpunt Migratie | DEEL II REGULIERE (ARBEIDS)MIGRATIE

32

Connect International

nooit meer weggaat. Tevens zou de klant de werkelijke kosten betalen en zouden deze kosten niet langer betaald worden door alle burgers tezamen via belastingen. Bedrijven zouden ook meer gestimuleerd worden om arbeidsbeperkende innovatie door te voeren en/of hun diensten te veranderen (bijvoorbeeld in plaats van levering aan huis, de levering t e verleggen naar afhaalpunten in de wijken). Niet essentiële diensten verdwijnen dan of worden zodanig aangepast dat zij toch nog in dezelfde (maar duurdere of door innovatie arbeidsextensievere) of aangepaste vorm geleverd kunnen worden zonder de noodzaak van externe arbeid. Ook voor essentiële diensten zal bij gebrek aan externe arbeid de drive om te innoveren, aan te passen en vacatures met Nederlandse arbeid in te vullen toenemen. Een steekhoudend ander argument tegen arbeidsmigratie is dat er in Nederland heel veel onbenut arbeidspotentieel is, zozeer zelfs dat de Arbeidsinspectie heeft geageerd tegen het plan in 2022 van de EU om meer arbeidsmigranten uit met name Noord Afrika naar de EU te halen ([53]). Zo zijn er bijvoorbeeld veel zelfstandigen die niet voldoende opdrachten hebben en naast hun opdrachten graag meer, vaak ander, werk zouden willen doen. Er is daarnaast volgens de Arbeidsinspectie in Nederland een grote poel van asielzoekers, allochtonen en anderen (ouderen, vrouwen) die niet of slechts ten dele werkt.

Volgens het Nidi rapport dat hiernaar onderzoek deed, alsook de argumentatie en onderbouwing in mei 2022 van Rits de Boer van de Arbeidsinspectie, kan met deze poel zonder al te veel problemen honderdduizenden (tot zelfs een miljoen) banen gevuld worden ([52]). Ook van de Beek et al komt met dit argument: ‘Er zijn veel reguliere en irreguliere immigranten uit eerdere cohorten en autochtone Nederlanders die economisch in- of weinig actief zijn. Het is logischer om die meer te activeren, dan nog meer (laagopgeleide) immigranten naar Nederland te halen’ ([4]). De vraag is dan ook in hoeverre arbeidsmigratie innovatie, stijging van lonen en een betere benutting van al beschikbare arbeid in het eigen land ondermijnd, naast genoemde andere zorgen en negatieve aspecten ten aanzien van reguliere migratie. In de vorige eeuw werd arbeid steeds duurder, waardoor er een sterke prikkel was voor het bedrijfsleven om te innoveren, hetgeen de enorme welvaartstijging in onze maatschappijen heeft veroorzaakt. Door telkens goedkope (met name laagwaardige) arbeid te importeren wordt deze prikkel deels weggenomen. Ook wordt de prikkel om de benodigde arbeid in Nederland te verkrijgen ondermijnt (bijvoorbeeld om een boost te geven aan de opleidingen van zorgpersoneel waarvan een tekort is en de salarissen van dit personeel te verhogen).

Echter, soms zijn functies die door reguliere migranten worden uitgevoerd wel echt essentieel en moeilijk anders op te vullen. Dit zou dan middels tijdelijke reguliere migratie opgevangen kunnen worden (zie ook de volgende paragraaf). Ten aanzien van kennismigranten uit vooral India (IT experts) is de vraag waarom bedrijven als ASML en ING die deze mensen naar Nederland halen niet IT afdelingen kunnen opzetten in India. Er zijn aanwijzingen dat de voornaamste reden hiervoor is dat dan de kosten voor hun IT activiteiten enkele procenten hoger zouden uitvallen, hetgeen moeilijk te vergoelijken valt30. Omdat deze kennisarbeid 30

CBS onderzoek naar Indiase reguliere migranten ([47, 48]) concludeerde dat: (a) ‘Indiase migranten de grootste groep migranten van buiten de EU zijn, na irreguliere immigranten uit Syrië, (b) Indiase immigranten met name bestaan uit mannelijke kennismigranten die hier komen om te werken in relatief hoogbetaalde banen, vaak in de IT- en informatiedienstverlening, (c) de Indiase vrouwen en kinderen van deze migranten naar Nederland komen in het kader van gezinshereniging. (d) een kleinere groep Indiërs hier komt om techniek, industrie en bouwkunde te studeren, (e) opvallend is dat Indiase immigranten heel geconcentreerd wonen in Nederland, bijvoorbeeld in Amstelveen ([waarschijnlijk vooral ING werknemers]) en Eindhoven ([waarschijnlijk vooral ASML werknemers]), (f) het aantal Indiase immigranten naar Nederland de afgelopen jaren sterk toeneemt en het aantal dat na verloop van tijd weer terugkeert (emigreert) naar India sinds 2012 sterk afneemt. In 2012 immigreerden 4.124 Kernpunt Migratie | DEEL II REGULIERE (ARBEIDS)MIGRATIE

33

Connect International

ook geplaatst kan worden in de landen waar nu de kennismigranten die deze functies vervullen vandaan komen, zouden deze functies ook als niet essentieel bestempeld moeten worden. Ze hoeven immers niet per se in Nederland uitgevoerd te worden (zoals bijvoorbeeld wel het geval is met functies in de zorg). Een maatschappij die structureel afhankelijk is van telkens nieuwe arbeidskrachten van buitenaf, heeft daarnaast vaak te maken met een doorlopende ongewenste bevolkingsgroei, en zoals gezegd, een grotere druk op de woningmarkt en allerlei voorzieningen, naast toenemende vervuiling. Dit geldt zeker voor Nederland. Daarbij komt dat het naar Nederland en andere rijke EU landen halen van grote aantallen reguliere migranten vaak leidt tot een braindrain in de landen waar deze migranten vandaan komen. Zo zijn vanuit Libanon inmiddels grote groepen artsen vertrokken naar de EU (o.a. [46])! De Nederlandse overheid stelt dat door ‘andere, bestaande vormen van reguliere migratie beter te benutten terugkeer naar het eigen land bevorderd kan worden en irreguliere migratie tegengegaan kan worden, bijvoorbeeld door meer voorlichting te geven over de huidige mogelijkheden voor arbeidsmigratie.’ ([43]).

Het is echter niet aannemelijk te maken dat door het scheppen van meer mogelijkheden voor reguliere migratie en het geven van voorlichting daarover, de aanzuigende werking op irreguliere migranten zal afnemen. Demograaf Jan Latten stelt in dit verband: ‘Waarom zou een route per vliegtuig voor een baan in Europa de achterblijvende gelukzoekende Noord-Afrikanen er van weerhouden om op hun beurt een oversteek per boot te maken? Het Brusselse plan zal vooral voor een extra route zorgen en daarmee toename van migratie vanuit Afrika stimuleren.’ ([53]). De conclusie is dat reguliere (arbeids)migratie voor sommige aspecten in onze maatschappij een oplossing kan zijn, met name ten aanzien van essentiële functies die niet of moeilijk door Nederlanders vervuld kunnen worden en die in Nederland vervuld moeten worden. Voor de vergrijzingsproblematiek en voor veel niet essentiële, met name laagwaardige functies is het echter geen oplossing en betekenen reguliere migranten een kostenpost voor de Nederlandse schatkist, naast dat zij andere problemen veroorzaken, zoals een toename van de bevolkingsgroei, druk op de woningmarkt, druk op het in Nederland al overbelastte milieu (o.a. stikstof), druk op sociale voorzieningen en deels spanningen en andere problemen gerelateerd aan het verschil in cultuur en gedrag van reguliere migranten.

Van belang hierbij is vooral dat de Nederlandse bevolking niet wil dat er zulke grote hoeveelheden reguliere migranten Nederland binnenkomen waarvan een vrij groot deel ook in Nederland blijft. De oplossing om alleen arbeidsmigranten toe te laten voor essentiële functies, die Nederland zelf moeilijk kan invullen, had ook de grootste voorkeur van respondenten in het Ipsos onderzoek dat in opdracht van Connect International in 2022 is uitgevoerd (41% koos voor deze oplossing t.a.v. Europese arbeidsmigranten en 39% t.a.v. niet Europese arbeidsmigranten), terwijl slechts 5% ervoor was om meer arbeidsmigranten toe te laten in Nederland ([57]). Uiteraard is het mogelijk om arbeidsmigranten ook weer terug te laten keren. Hiervoor is echter een strakke en goede handhaving nodig. Uit het verleden (o.a. met Turken en Marokkanen, maar ook met uitgeprocedeerde asielzoekers) weten we dat Nederland op dit gebied geen goed track record heeft.

Indiërs en emigreerden er 2.949 (een net influx van 1.175), terwijl in 2018 de immigratie 10.816 bedroeg tegen een emigratie van 4.852 (een net influx van 5.964)’. Kernpunt Migratie | DEEL II REGULIERE (ARBEIDS)MIGRATIE

34

Connect International

Oplossingen De rode draad voor de oplossingen is het afremmen van reguliere migratie voor wat betreft niet-essentiële functies en functies die elders goed en zonder grote nadelen voor de Nederlandse economie uitgevoerd kunnen worden. Deeloplossingen in dit kader die Nederland zelf kan doorvoeren, kunnen zijn: •

Verhogen van het minimumloon zodat werk dat Nederlanders nu niet willen doen wel weer financieel interessant wordt voor hen. Dit zal ook bedrijven die een verhoogd minimumloon niet kunnen of willen betalen en die veelal niet essentieel zijn voor de Nederlandse economie, stimuleren zich in lage lonenlanden te vestigen, met of zonder Nederlands eigendom en/of management, en daarmee de economieën in deze landen bevorderen.

•

Verdere salarisverhogingen voor essentiële functies die bij de Nederlandse bevolking niet populair zijn en waarbij de hoogte van het salaris gerelateerd is aan de impopulariteit van de functies. Daarnaast kunnen innovaties er mogelijk ook toe bijdragen dat dergelijke functies aantrekkelijker worden (door bijvoorbeeld de lichamelijk zware deeltaken door machines over te laten nemen).

•

Nederlandse lage lonenbedrijven op andere wijzen stimuleren om naar lagelonenlanden te vertrekken. Dit kan bijvoorbeeld door bewustzijn te creëren bij eigenaren en managers van dergelijke bedrijven over de mogelijkheden, begeleiding bij de contacten in beoogde vestigingslanden en begeleiding en (financiële) hulp bij de verplaatsing, en dergelijke. Mensen vinden dan dus gewoon werk in eigen land in plaats van dat zij noodgedwongen naar Nederland moeten migreren.

•

Geen werkvergunningen afgeven voor kennismigranten die hun bijdrage aan ons bedrijfsleven ook in eigen land kunnen verwezenlijken, bijvoorbeeld onder Nederlands management gevestigd in die landen (dit geldt met name voor IT beroepen). Hier zullen de landen waar kennismigranten vandaan komen meer structureel van profiteren (structurele werkgelegenheid in eigen land) dan wanneer zij doorlopend hun kenniswerkers moeten laten vertrekken naar landen als Nederland.

•

Inspanningen om immigranten uit eerdere cohorten en autochtone Nederlanders die economisch inactief zijn meer te activeren.

•

Andere maatregelen die het vergemakkelijken en financieel aantrekkelijker maken voor zelfstandigen, vrouwen, allochtonen en andere die kunnen en vaak ook (aanvullend) willen werken, om (aanvullende) arbeid te verrichten

•

Inperken van de mogelijkheden voor werkvergunningen aan en naturalisatie van reguliere migranten in Nederland door aanscherping van de regelgeving in deze. Ook kan regelgeving op andere vlakken aangepast worden, bijvoorbeeld dat een arbeidsmigrant uit een niet EU land slechts een maximale tijd in Nederland mag werken en daarna terug moet, en restricties betreffende het mee laten komen van familie, waarbij de strikte handhaving natuurlijk essentieel is.

•

Duidelijke voorwaarden stellen aan bedrijven en opleidingen om functies die middels reguliere migranten moeten worden vervuld, omdat er geen andere oplossing is, zo snel mogelijk minder afhankelijk te maken van reguliere migranten.

•

Aanzienlijk duurder maken van de aanvraag erkenning als referent (een referent is een persoon of meestal een bedrijf dat reguliere migranten naar Nederland wil halen) hetgeen nu slechts eenmalig 2.062 – 4.125 Euro kost. Dit zou het best kunnen gebeuren door een hoge prijs te rekenen per reguliere migrant waarvoor een arbeidsvergunningsaanvraag ingediend wordt.

Kernpunt Migratie | DEEL II REGULIERE (ARBEIDS)MIGRATIE

35

Connect International

•

Goed overzicht houden op de arbeidsmarkt en daardoor tijdig anticiperen op verwachte krapte in bepaalde beroepsgroepen, onder andere door tijdig opleidingen voor deze beroepsgroepen te starten of uit te breiden.

•

Stimuleren van reguliere migratie naar Nederland vanuit vooral arme landen voor tijdelijke functies (bijvoorbeeld maximaal twee jaar) die essentieel zijn en moeilijk door Nederlanders vervuld kunnen worden. Hierbij dient voorkomen te worden dat een te sterke braindrain veroorzaakt wordt in de landen waar deze migranten vandaan komen. Strikte handhaving zal nodig zijn om ervoor te zorgen dat deze migranten na de overeengekomen termijn weer naar het eigen land terugkeren. Dit kan door algemene goede handhaving en ook door niet de mogelijkheid te bieden van gezinshereniging in Nederland (hetgeen ook veel kosten bespaart en voorkomt dat ouders proberen een verblijfsstatus te bemachtigen met als argument dat hun kinderen in Nederland zijn geboren en/of deels zijn opgegroeid). Deze reguliere migratiemogelijkheid kan ook onderdeel zijn van de deals met landen die ermee instemmen om irreguliere migranten die vanuit uit Nederland naar deze landen gestuurd worden op te vangen. Het stimuleren c.q. toestaan van reguliere migratie uit bepaalde landen als onderdeel van een package deal met landen die accepteren om irreguliere economisch gemotiveerde migranten uit hun landen terug te nemen, moet met de nodige voorzichtigheid gebeuren.

Immers, de neiging kan dan zijn om reguliere (vaak laagwaardige) arbeiders uit deze landen te accepteren voor niet-essentiële en laagwaardige (en daarmee voor de schatkist dure) functies, zonder dat er een garantie is dat de landen zich aan de afspraken houden. Bovenal, zal het in veel gevallen weinig effect hebben op de irreguliere migratie vanuit deze landen naar Nederland, omdat het onlogisch is dat die door zo’n deal afgeremd zou worden ([53]). Verder zal het effect op de gewenste beperking van irreguliere migratie klein zijn, gezien de geringe omvang van deze deals met ook zeer waarschijnlijk een klein aantal landen dat hiervoor openstaat en de beperkte aantallen functies die geschikt zijn om met reguliere arbeid uit die specifieke landen vervuld te worden en dat ook nog zonder in die landen een braindrain te veroorzaken.

Het is aan te bevelen dat per essentiële beroepsgroep waar vaak moeilijkheden zijn om functies op te vullen analyses gemaakt worden over bovengenoemde mogelijke oplossingen. Voor niet essentiële functies en bedrijven moeten ook analyses en plannen gemaakt worden over hoe deze aangepast of afgestoten kunnen worden om zodanig de afhankelijkheid van externe arbeiders te verminderen.

Kernpunt Migratie | DEEL II REGULIERE (ARBEIDS)MIGRATIE

36

Connect International

NAWOORD In dit kernpunt hebben we veel van de uitdagingen rondom verschillende soorten migratie besproken en er ook mogelijke oplossingen voor aangedragen. Het is duidelijk dat migratie een complex en emotioneel probleem is. Helaas is het debat over migratie sterk gepolariseerd. Het politieke debat is verlamd door diepgaande meningsverschillen en het taboe dat politieke partijen op dit onderwerp zetten. Het lijkt erop dat politieke partijen zich in loopgraven hebben ingegraven en niet bereid zijn naar elkaar te luisteren vanwege de sterke beeldvorming over en weer. De rechterflank van de politiek heeft het idee-fixe dat linkse partijen Nederland willen ‘omvolken’ en de linkse politiek denkt dat rechts een hek om Nederland wil en zich niets aantrekt van het lot van vluchtelingen. Daartussenin zitten de Nederlanders die bang zijn om voor extremist en/of racist uitgemaakt te worden als zij zouden benoemen zich zorgen te maken over migratie; die daardoor niet zeggen wat ze denken, soms zelfs bang zijn voor de eigen gedachten hierover. Gelukkig is de laatste jaren dit stigma wel enigszins doorbroken, maar de ‘gewone Nederlander’ vindt het toch nog steeds knap lastig om hier openlijk over te praten. In de media wordt in toenemende mate aandacht besteedt aan de problematiek.

Het beeld wordt echter regelmatig vertroebeld door (pseudo)wetenschappers die feiten over migratie in hun rapporten en in de media ontkennen of verdraaien31, wat sommige politici en opiniemakers ertoe brengt om op basis van deze schijnwerkelijkheid terechte zorgen weg te wuiven. Tevens wordt het publiek hiermee op het verkeerde been gezet, omdat mensen een foutief beeld krijgen van de werkelijkheid. Het onbespreekbaar maken, verdraaien, bagatelliseren, en ‘worst of all’ ontwijken van de problemen, verhoogt het risico dat grote groepen kiezers in de armen van extreemrechts gedreven worden. Als deze extremisten de enigen zijn die de problematiek wel serieus nemen, zullen steeds meer bange mensen hun schaduwkanten op de koop toe nemen. Als migratie niet voldoende goed en snel aangepakt wordt op een humane wijze, zullen steeds meer partijen migratie met steeds extremere maatregelen willen beteugelen of, aan de andere kant, migranten steeds grootschaliger in Nederland willen toelaten. De verhitte discussie over het aantrekken van arbeidsmigranten uit landen buiten Europa is hier slechts één van de vele voorboden van.

We polariseren steeds verder! Het is daarom van groot belang dat Nederlanders uitzicht krijgen op een menswaardige oplossing voor de migratieproblematiek, waardoor elders in de wereld het leed verminderd wordt en Nederlanders zich minder zorgen hoeven te maken over hun eigen toekomst en die van hun kinderen. Opmerkelijk is dat de partijprogramma’s van een aantal linkse en rechtse politieke partijen voor wat betreft de standpunten over en oplossingen voor de migratieproblematiek elkaar niet eens zo heel veel ontlopen. Er zou dus ruimte moeten zijn voor debat en voor breed gedragen en politiek haalbare oplossingen voor de migratieproblematiek. Echter, de loopgraven waarin de politieke partijen zich momenteel bevinden belemmeren dit. Daarbij komt dat een groot aantal vluchtelingenverdragen en richtlijnen de bewegingsruimte voor het vinden van goede oplossingen voor (delen van) de migratieproblematiek bemoeilijken. In een poging het debat over de migratieproblematiek open te breken, heeft Connect International samen met bureau Ipsos een enquête ontwikkeld en uitgevoerd waarin aan iets meer dan 3.000 Nederlanders werd gevraagd wat hun voorkeuren zijn ten aanzien van zeven verschillende mogelijke oplossingen voor de irreguliere migratieproblematiek, van 'hek om Nederland' tot 'alle grenzen volledig open voor economische 31

Zie bijvoorbeeld de stukken van Harry Verbon ([55]) en Maaike van Charante ([56]) die dit haarscherp en met stevige onderbouwing blootleggen.. Kernpunt Migratie | NAWOORD

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12854424/1