23-053 Bijlage 3. Ingekomen stukken RM
Tekst van het document
Kan van iedereen verwacht worden dat zij maar ergens anders een parkeerplaats zoeken (die dan lastig te vinden zal zijn, waardoor er mogelijk zelfs buiten dit deel van de wijk geparkeerd moet worden) en maar een eindje moeten gaan lopen? Dat zal lastig zijn voor bijvoorbeeld thuiszorgmedewerkers, die al onder hoge tijdsdruk werken en geen tijd hebben om eerst rond te moeten gaan rijden om een parkeerplaats te zoeken en dan nog een eind te moeten lopen naar de woning waar ze moeten zijn. Gelet op de leeftijd en de gezondheidssituatie van zeker de helft van de bewoners van de Arie van Driellaan zal thuiszorg de komende jaren in toenemende mate nodig zijn. Parkeren voor de deur van de zorgbehoevende moet, net als in de huidige situatie, mogelijk zijn. En wat te denken van bouw- en klusbedrijven die een verbouwing moeten uitvoeren bij een woning.
Die kunnen in theorie wel hun apparatuur en gereedschap lossen bij de woning en ergens anders parkeren, maar hoe vaak moeten de werkmannen niet even terug naar hun bus om daar nog iets uit te halen dat bij het lossen niet voorzien was? Moeten die dan maar steeds een eind op en neer lopen? Of bezoekers die minder mobiel zijn (bijvoorbeeld (groot)ouders op leeftijd) die nu een eind verder weg van de woning moeten parkeren, en vervolgens een heel eind moeten lopen? Moeten de bewoners hen dan maar ophalen bij de plek waar hun auto geparkeerd staat? En waar moeten hulpdiensten parkeren als die bij een specifieke woning in de Arie van Driellaan moeten zijn en er op de oprit geen plaats is? Midden op straat? Of in de aangelegde groenstrook dan maar om niet de hele straat voor langere duur te blokkeren? Als je aan de goede kant van de blokkade staat zou je nog gebruik kunnen maken van de calamiteitendoorgang op de plaats waar nu het bruggetje is. Maar als je aan de andere kant van de blokkade staat (en de straat in wil rijden), en dan ook geen gebruik kan maken van de uitwijkhavens (want aan de andere kant van de weg) heb je daar niks aan. Dan heb je geen andere keus dan je auto maar ergens te parkeren en bijvoorbeeld met zware tassen boodschappen naar je woning te lopen.
Als je in de binnenstad gaat wonen neem je op de koop toe dat parkeren (dicht)bij je woning lastig is, maar niet als je in een rustige woonwijk woont. Dan is parkeren bij je woning het uitgangspunt en onderdeel van de leefbaarheid en het woongenot. 2.3. Naar aanleiding van informatie ontvangen na het eindverslag Omdat bijna alle bewoners van de Arie van Driellaan zich zorgen maken over de bovengenoemde punten is op 23 maart 2023 een e-mail gestuurd aan dhr. X met enkele vragen die het eindverslag opriep. Op deze e-mail heeft dhr. X gereageerd op 30 maart 2023, nadat hij met een verkeersdeskundige had gesproken (zie bijlage 4; met de antwoorden van dhr. X in groen). Op 31 maart 2023 hebben bewoners met dhr. X en dhr. X (uitvoerder van het project van de herinrichting) een gesprek gehad over de genoemde zorgpunten. Uit dit e-mailbericht en het gesprek is informatie naar voren gekomen waarover niet alle bewoners die een zienswijze hebben ingediend beschikken. Alleen de initiatiefnemers (zie onderaan de brief) hebben kennisgenomen van het e-mailbericht en waren bij dit gesprek aanwezig. 2.3.1. Het e-mailbericht Het e-mailbericht werd gestuurd om verduidelijking te krijgen over onduidelijke punten in het eindverslag. Weer stelden de gegeven antwoorden teleur, omdat de verduidelijking er niet kwam, of omdat de essentie van de vraag niet werd beantwoord.
Antwoord op vraag A: Beoogd autoluw karakter van de wijk: waarom wordt dit beoogd en wat wordt er eigenlijk mee bedoeld? Bij autoluw maken kun je denken aan het zoveel mogelijk weren van verkeer dat niet in de wijk hoeft te zijn. Omdat dit deel van de wijk Klarenbeek aan alle kanten dood loopt voor motorvoertuigen komen hier alleen maar bewoners, hun bezoekers en dienstenverkeer met hun voertuigen de wijk in. Meer autoluw kun je dat niet maken. Gelet op de gegevens van de telslangen over hoeveelheid verkeer dat is gemeten afgezet tegen de kennelijke norm van 4000/2500 auto’s per dag (reactie 25C eindverslag) kun je al zeggen dat het een autoluw gebied is (wat los staat van de grootte van de getelde voertuigen en de 8
beschikbare parkeerruimte daarvoor). En in het antwoord op vraag B wordt nog opgemerkt dat de gemeten aantallen van minder dan 600 motorvoertuigen per etmaal rond het niveau liggen dat past bij een woonerf. Een woonerf is doorgaans al heel erg autoluw, dat is immers het karakter van een woonerf. Dit antwoord roept dus de vraag op waarom wordt beoogd de wijk autoluw te maken. En in het kader van ‘samen met de bewoners maken van een plan voor herinrichting’: hebben bewoners tijdens de informatieavonden voorafgaand aan het conceptplan gevraagd om (nog) meer autoluwheid? Dat is niet terug te vinden in het verslag van de bijeenkomst van 15 september 2021 (bijlage 5). Daarna heeft nog een digitale bijeenkomst plaatsgevonden op 1 december 2021, maar daarvan is geen verslag opgenomen op de website doemee.middelburgers.nl, waar de overige stukken over de herinrichting wel zijn te vinden. Onduidelijk is of er geen verslag is opgemaakt van die bijeenkomst, of dat vergeten is die op de website te plaatsen. In ieder geval kan niet worden nagegaan of dat tijdens díe bijeenkomst wellicht is geopperd.
Wordt met ‘beoogd autoluw maken’ misschien bedoeld dat wordt beoogd dat bewoners die een tweede auto hebben die wegdoen? Dat zal door de herinrichting niet snel gebeuren, zolang er geen openbaar vervoer tegenover staat dat bewoners uit deze wijk gemakkelijk naar bijvoorbeeld Vlissingen of de Walcherse dorpen (kust) kan brengen. Volgens de website www.klarenbeekveersepoort.nl rijdt sinds 23 februari 2021 buurtbus 569 op dinsdag en donderdag, die de wijk Klarenbeek schampt aan de Gerbrandylaan, maar verder de wijk niet in komt. Daarmee kun je op de genoemde dagen tussen 08:30 uur en 17:00 uur reizen naar de Griffioen, de binnenstad en het station (in hoeverre deze informatie actueel is is onduidelijk; als deze buurtbus inmiddels niet meer rijdt is er in het geheel geen openbaar vervoer in onze wijk). Blijkens reactie 18B in het eindverslag gaat er ook geen openbaar vervoer komen in Klarenbeek. Bewoners van ons deel van de wijk zijn dus aangewezen op hun eigen vervoer. Er wordt verwezen naar het CROW en Duurzaam Veilig Verkeer. Op deze websites zijn geen concrete cijfers als normen van wegbreedte terug te vinden. Op de website van CROW zijn wel allerlei kennismodules opgenomen die voor veel geld te koop zijn (relevant lijkt vooral AVSS), waarvan de inhoud voor gewone burgers – zonder ze te kopen – dus niet te zien is.
Verwijzen daarnaar als onderbouwing van een stelling helpt de burger dus niet verder om te kunnen controleren of het klopt wat wordt gesteld. Verder lijkt het zo te zijn dat de getallen/afmetingen die worden gegeven in CROW-modules handreikingen zijn, en geen in beton gegoten waardes waar niet van afgeweken mag worden. Maatwerk is nog steeds mogelijk. Antwoord op vraag B: Vraag over bepaling van de parkeerdruk. In dit antwoord worden de data/tijdstippen genoemd die het meest representatief worden gevonden om een telling te houden, namelijk een weekendavond en een doordeweekse avond. De data/tijdstippen van de tellingen zijn geweest zaterdag 24 april 2021 na 21:30 uur en vrijdag 11 juni 2021 na 22:00 uur. Bij de tellingen in de avond is niet terug te zien hoe de parkeerdruk in de Arie van Driellaan overdag is voor wat betreft het dienstenverkeer. Er blijft compleet buiten beeld hoeveel grote voertuigen hier in de straat geparkeerd staan en waar (namelijk op de kinderkopjesstrook/stoep). Om een beeld te geven van dienstenverkeer in de straat wordt verwezen naar bijlage 3. Verder kan de parkeerdruk niet goed gemeten worden als niet ook de niet-officiële, maar wel volop daarvoor gebruikte kinderkopjesstrook/stoep wordt meegeteld in de berekeningen. Antwoord op vraag C: Vraag over de getallen van 4000/2500 voertuigen genoemd in reactie 25C.
Deze zijn volgens het antwoord gebaseerd op een waarde die is bepaald in het vastgestelde Wegenstructuurplan Middelburg, opgesteld door ingenieursbureau RBOI en conformeert aan uitgangspunten van het CROW. Beide bronnen zijn voor burgers niet toegankelijk en dus valt 9
niet na te gaan of de getallen kloppen. We moeten maar aannemen dat dat zo is, terwijl de getallen voor dit deel van de wijk, zoals gezegd overal doodlopend, toch echt absurd hoog aanvoelen. En al helemaal als dat aantal voertuigen zich door de wijk zou moeten verplaatsen in de situatie met heel smalle straten zoals in het definitieve plan is bedacht. Antwoord op vraag D: Vraag over verwachte blokkades van de Arie van Driellaan door grote voertuigen en de in het eindverslag opgenomen reactie daarop dat we dan maar geduld moeten hebben en op elkaar moeten wachten. In het antwoord wordt opgemerkt dat aannemers en hoveniers (met doorgaans grote, brede en lange voertuigen) even hun spullen kunnen lossen en daarna ergens anders moeten gaan parkeren. Parkeren op de rijbaan is in strijd met artikel 5 WVW, aldus het antwoord. Dat zal zo zijn, maar deze dienstverleners zullen toch ergens hun voertuig kwijt moeten en de in het definitieve plan beschikbare plaatsen lijken daar in aantal en in grootte niet voor te voldoen. Op 4 april 2023 stond een grote vrachtwagen die bij een woning moest zijn voor bouwwerkzaamheden op de rijbaan, en gevraagd werd aan de werkmannen hoe ze hun werk zouden uitvoeren als ze niet voor de deur hun materieel kunnen parkeren, maar in de hofjes (woonerven) moeten gaan staan.
Hun antwoord: ‘gewoon toch doen, alarmlichten aan en blijven staan, anders kan ik niet werken’. En dat is hoe het in de praktijk nu eenmaal werkt. Voorzienbaar is dat zich in de situatie van het definitieve plan heel vaak artikel 5 WVW-situaties zullen voordoen. In plaats van simpelweg de beschuldigende vinger naar de werkmannen te wijzen, kun je je ook afvragen of het zo kan zijn dat de geplande weginrichting overtreding van artikel 5 WVW uitlokt, omdat er nu eenmaal geen andere opties worden geboden om het werk te doen. Zoals in vraag D ook al is opgenomen is het echt te mager om te zeggen dat we maar even op elkaar moeten wachten. Zo’n antwoord getuigt niet van respect voor ons dagelijks leven. Vraag over de bepaling van de snelheid op basis van de onderzoeksresultaten van de telslangen, waarbij wordt aangegeven dat op het meetpunt wel die snelheid wordt gereden, maar dat verderop in de straat significant harder wordt gereden. Het antwoord luidt dat het gekozen meetpunt representatief is voor de straat, zonder énige onderbouwing/motivering. Dat is écht onvoldoende. Dat dit niet onderbouwde standpunt niet klopt kan blijken uit gegevens van een snelheidsmeter die enkele jaren geleden enige tijd in de straat heeft gestaan ter hoogte van huisnummer 15. Deze snelheidsmeter is tijdelijk geplaatst omdat door bewoners werd opgemerkt dat er te hard werd gereden.
Bewoners maken regelmatig mee dat op de rechte stukken (huisnrs. 23 t/m 13 en 11 t/m 3) te hard wordt gereden. De telslangen lagen aan het begin van de straat, ter hoogte van nummer 27, waar vanaf beide rijrichtingen bochten liggen en er om die reden dus al is afgeremd en er niet zo hard gereden kán worden. Vooral het wegverloop lijkt dus debet aan de gunstige score van 92% van 30 km/u of minder, en niet het algemene rijgedrag van de bestuurders. Om de snelheid in de straat te verlagen is versmalling niet de enige optie. Zeker niet als díe optie voor de bewoners de hierboven uitgebreid beschreven belastende gevolgen heeft. Er moeten toch ook andere mogelijkheden zijn om de snelheid van voertuigen te reduceren, zonder de weg te versmallen? Vraag over uitblijven van communicatie richting de bewoners en het daadwerkelijk samen oppakken van de zorgen die leven; opgemerkt dat het eindverslag pas is ontvangen door de indieners van de zienswijzen nadat het college van B&W het besluit tot vaststelling van het definitieve plan al had genomen, dat andere bewoners niks hebben gehoord, en dat de inhoudelijke reacties in het eindverslag te wensen overlaten. In het antwoord wordt alleen ingegaan op het tijdsverloop van het hele proces (van conceptplan tot inspraakprocedure, en van inspraakprocedure tot eindverslag).
Hoewel daar inderdaad niet helemaal lijkt te zijn gehandeld volgens de wettelijk vastgestelde termijnen is dat niet waar de vraag over gaat, en wordt vervolgens in het antwoord in het geheel niet ingegaan op de wél aangedragen punten. Ook deze inhoudelijke reactie laat dus weer te wensen over. 10
2.3.2. Het gesprek Voorafgaand aan het gesprek is er telefonisch contact geweest met dhr. x. Hij heeft gezegd dat hij een verkeersdeskundige zou polsen om mee te komen. In de mailbevestiging van de afspraak heeft dhr. x gezegd dat hij dhr. x mee zou nemen. Tijdens het gesprek bleek dat hij de uitvoering van het project van de herinrichting zal leiden. Niet werd uitgelegd waarom er geen verkeersdeskundige meekwam, terwijl vooraf duidelijk was dat er veel vragen waren over de verkeersveiligheid (zie emailberichten hierover in bijlage 4). Vragen die dhr. x niet kon beantwoorden. Tijdens het gesprek werd begripvol gereageerd op onze zorgen door dhr. x, maar er was geen ruimte om mee te denken over oplossingen en alternatieven. Wat tijdens het gesprek opviel was dat dhr. x kennelijk in de veronderstelling verkeerde dat de Arie van Driellaan zelf ook een woonerf was. Dat is niet het geval. De Arie van Driellaan is juist de ontsluitingsweg van de woonerven die daar aan gelegen zijn en heeft in die zin een ander karakter dan de woonerven. Is deze verkeerde veronderstelling van invloed geweest op het plan van de herinrichting voor de Arie van Driellaan? 3.
Gevolgen voor individuele bewoners Los van alle hierboven genoemde algemene bezwaren tegen de geplande situatie voor de Arie van Driellaan, heeft die voor de individuele bewoners van de straat en van bewoners wiens tuin ontsluit op de Arie van Driellaan de volgende gevolgen: - Arie van Driellaan 10: bewoonster maakt gebruik van een rollator waarmee ze nu direct de stoep voor haar huis op kan om een kleine wandeling te maken. Straks moet zij eerst de straat oversteken waar de verkeersdruk na de herinrichting is toegenomen. In de zomer van 2022 blokkeerden de hulpdiensten langdurig de straat toen er zich een calamiteit voordeed bij deze buurvrouw. Nu kon er nog gepasseerd worden via de voetpaden. Straks staat iedereen te wachten en kan de hulpdienst door de wachtrijen niet meer weg na gedaan werk. Het verkeer dat staat te wachten aan de kant van de calamiteitenuitgang (waar nu het bruggetje is) zou via die kant wegkunnen, maar ook dat is lastig, want keren op de weg is niet meer mogelijk door de versmalling en de groenstroken en iedereen moet dan dus eerst achteruitrijdend een woonerf bereiken om daar te keren en dan naar de calamiteitenuitgang te kunnen rijden. Het verkeer dat niet aan de calamiteitenuitgang staat te wachten kan simpelweg de straat niet verder in en moet maar wachten tot het eindelijk wel kan.
- Arie van Driellaan 2: bewoonster is afhankelijk van elektrische rolstoel en gebaat bij manoeuvreerruimte. Moet zij zich op de smallere weg begeven en dan niet kunnen uitwijken, of moet ze op de stoep waar ze de voetgangers de tuinen van de mensen in dwingt bij passeren? - Arie van Driellaan 5: gezin met vier jonge kinderen die zich op fietsjes door de straat begeven richting school. Slingerend van de ene naar de andere kant op hun 16 inch fietsjes maken ze zich het verkeer eigen. Welke ruimte is er straks voor deze kinderen (en de vele andere jonge kinderen die in de straat en de woonerven wonen) om al doende te leren? - Arie van Driellaan 6: met het oog op het herinrichtingsplan is een beplant deel van de voortuin inmiddels bestraat om hun voertuigen op de oprit kwijt te kunnen. - Arie van Driellaan 8, 11 en 15 (resp. 3, 2 en 4 kinderen): maken veel autoritten met kinderen (o.a. naar scholen in andere wijken, sportclubs, ophalen/brengen van/naar speelafspraken etc.). Moeten zij voortaan 10 minuten eerder van huis om tijdverlies door opstoppingen in de straat in te calculeren, en toch op tijd op school/sportclub te kunnen zijn? En boodschappen voor een heel gezin kun je niet allemaal vervoeren op de fiets, dus ook weer autoritten. Om steeds maar in opstoppingen in de straat te moeten wachten tot je weer verder kunt rijden
gaat een enorme grote ergernis worden, en al het ongemak maakt het dagelijks leven een stuk minder comfortabel. 11
-
-
Arie van Driellaan 8: zou een deel van de voortuin, waar nu nog planten en struiken staan, moeten bestraten, om de tweede auto op het eigen terrein kwijt te kunnen. Langs deze auto’s manoeuvreren met (kinder)fietsen wordt dan lastig. Als de caravan vlak voor en na een vakantie op de oprit staat moet de tweede auto ergens anders worden geparkeerd. Overigens hebben veel mensen in de straat een caravan of camper. Is er rekening mee gehouden in het berekenen van de parkeerdruk dat de auto dan vaak niet meer op de eigen oprit past? En hoe moeten zij hun klimop aan de straatzijde snoeien als daar straks een groenstrook voor ligt? Arie van Driellaan 15: zou een deel van de voortuin, waar nu nog planten en struiken staan, moeten bestraten om de tweede auto op het eigen terrein kwijt te kunnen. Maar de lantaarnpaal die vóór dat deel van de voortuin staat maakt het lastig om daar dan een auto te zetten.
Hadden zij hun zorgen dan maar naar voren moeten brengen in de inspraakprocedure? Voor een deel zijn die zorgen ook geuit, maar van tafel geveegd. En soms spelen er in het leven van mensen zaken die alle aandacht opeisen (gezondheid, ziekenhuisopname, gezinsuitbreiding, grote verbouwing van pas gekocht huis, etc) waardoor er even geen ruimte is voor andere zaken, zoals het bestuderen van een conceptplan voor herinrichting en het gebruik maken van een inspraakprocedure. Je mag er als burger toch op vertrouwen dat er niet een plan wordt ontworpen dat zó onhandig is dat dat veel ongemak veroorzaakt en waarbij de verkeersveiligheid overduidelijk in het geding is. In het conceptplan was aan allebei de kanten van de straat nog een stoep/ruimte voor voetgangers, en er was geen aanleiding om te denken dat er in het definitieve ontwerp maar aan één kant een pad voor voetgangers zou komen. Dit is een flinke verandering ten opzichte van het conceptplan, maar er is nu geen mogelijkheid meer om daar nog bezwaren tegen te uiten. En dus moeten we het met dit definitieve plan dan maar doen. 4.
Afsluitend De reacties op de door diverse bewoners aangevoerde bezwaren over de verkeersveiligheid en parkeerruimte (‘gewoon maar even op elkaar wachten’, gewoon maar even ergens anders parkeren en een eindje lopen’) geven het gevoel dat de zorgen van de bewoners niet serieus genomen worden en met een gemakkelijke dooddoener van tafel worden geveegd. Duidelijk is dat de gemeente met dit herinrichtingsplan probeert tegemoet te komen aan klimaatdoelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs. In dit deel van de wijk is simpelweg niet de ruimte om op de schaal zoals nu in het plan is opgenomen daaraan tegemoet te komen. In andere delen van Middelburg kan een plan als dit veel beter succesvol worden uitgevoerd. Het belang van vergroening/klimaat lijkt in het herinrichtingsplan bij voorbaat al veel zwaarder te wegen dan andere belangen, waardoor de belangenafweging die in het definitieve plan is gemaakt niet evenwichtig voelt. Alle belangen zijn ondergeschikt gemaakt aan het ‘groene belang’. Dit definitieve plan voelt zeker niet als ‘samen met de bewoners gemaakt’, zoals steeds maar wordt benadrukt. Na dit lange verhaal kunnen we samenvattend concluderen dat er een prachtig groen plan is gemaakt dat moet worden geperst in ruimte die er niet is, ten koste van veiligheid, toegankelijkheid en – daarmee – leefbaarheid.
Als het definitieve plan wordt gerealiseerd worden er in de Arie van Driellaan problemen gecreëerd die er nu niet zijn; problemen waar de bewoners op dagelijkse basis mee te maken zullen gaan krijgen en die een zodanige negatieve invloed zullen hebben op het woonplezier dat dat niet gecompenseerd zal worden door een paar stukken extra groen. Niemand zit te wachten op een mooie straat waar je niet in of uit kan, waar het een stuk minder veilig wordt en waar je nergens een auto kwijt kan. We willen met deze brief bereiken dat het gesprek met de bewoners over het herinrichtingsplan voor wat betreft de Arie van Driellaan wordt heropend. In dit gesprek willen we graag aandacht voor de 12
verkeersveiligheid, parkeergelegenheid en bereikbaarheid, en in gezamenlijkheid komen tot een herziening van het voorliggende plan. We gaan ervan uit dat u serieus naar de in deze brief verwoorde bezwaren zult kijken. Mocht u nog vragen hebben dan zijn wij uiteraard bereid om die in een gesprek te beantwoorden. Vriendelijke groet, Initiatiefnemers:
13
Medeondertekenaars: Naam
Straat + huisnummer
handtekening
14
Naam
Straat + huisnummer
handtekening
15
Naam
Straat + huisnummer
handtekening
16
Naam
Straat + huisnummer
handtekening
17
18
092 Bijlage 1 Definitief ontwerp Arie van Driellaan
Het bestand 092 Bijlage 1 Definitief ontwerp Arie van Driellaan kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/12807655/1/092__Bijlage_1__Definitief_ontwerp_Arie_van_Driellaan
092 Bijlage 2 Eindverslag inspraakprocedure herinrichting Arie van Driellaan v2023-03
Het bestand 092 Bijlage 2 Eindverslag inspraakprocedure herinrichting Arie van Driellaan v2023-03 kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/12807656/1/092__Bijlage_2__Eindverslag_inspraakprocedur e_herinrichting_Arie_van_Driellaan_v2023-03
092 Bijlage 3 - foto's
Het bestand 092 Bijlage 3 - foto's kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/12807658/1/092__Bijlage_3_-_foto%27s
091. Aankondiging onderzoek Wonen
Het bestand 091. Aankondiging onderzoek Wonen kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/12806769/1/091_+Aankondiging+onderzoek+Wonen
089. Besluit AB principe regionalisering milieustraten en videoverslag tour circulair
Het bestand 089. Besluit AB principe regionalisering milieustraten en videoverslag tour circulair kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/12796528/1/089_+Besluit+AB+principe+regionalisering+milieustraten+en+videoverslag+tour+circulair
085. Motie 2023.13 - LR - Aanleg zoetwaterleiding
Het bestand 085. Motie 2023.13 - LR - Aanleg zoetwaterleiding kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/12780402/1/085_+Motie+2023_13+-+LR+-+Aanleg+zoetwaterleiding
Aan de leden
Datum
15 mei 2023 Ons kenmerk
U202300341 Lbr. 23/018 Telefoon
070-373 83 93 Bijlage(n)
1
Onderwerp
Invoering wet goed verhuurderschap
Geachte leden van college en gemeenteraad, Op 1 juli 2023 treedt de Wet goed verhuurderschap in werking. Met de invoering van deze wet krijgen gemeenten een belangrijke rol bij het bevorderen van goed verhuurderschap. Zo moet iedere gemeente een meldpunt inrichten voor klachten over ongewenst gedrag van verhuurders en moeten gemeenten de wet gaan handhaven. Optioneel kan de gemeente besluiten tot lokale verboden over verhuur zonder vergunning. In deze ledenbrief informeren wij u over de gevolgen voor het gemeentelijke beleid. Doel Wet goed verhuurderschap De Wet goed verhuurderschap (Wgv) is een reactie op problemen die zich voordoen op de huurmarkt zoals discriminatie, intimidatie en bedreiging, excessief hoge huren, hoge servicekosten en onrechtmatige huurcontracten. Het rijk komt met deze wet bovendien tegemoet aan de wens van veel gemeenten om te kunnen optreden bij misstanden op de lokale huurmarkt. Het doel van het wetsvoorstel is om ongewenste verhuurpraktijken te voorkomen en tegen te gaan bij alle groepen huurders, waaronder arbeidsmigranten. Daarbij stelt de wet het gedrag van de verhuurder centraal. Hieronder vallen verhuurders van reguliere woonruimte (inclusief woningcorporaties), verhuurders van verblijfsruimte aan arbeidsmigranten en verhuurbemiddelaars. Deze normering van verhuurgedrag is nieuw. Gemeenten krijgen een rol bij het handhaven van deze normen.
3 instrumenten voor gemeenten Om de doelstelling te kunnen bereiken, introduceert de wet 3 instrumenten. De inzet van deze 3 instrumenten is een taak van de gemeente. Elke Nederlandse gemeente moet een meldpunt inrichten én krijgt de taak om te handhaven bij verhuurders die zich niet houden aan de normen
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
vng.nl
voor goed verhuurderschap. Het is daarnaast optioneel voor gemeenten om een verhuurvergunning voor reguliere woonruimte of voor de huisvesting van arbeidsmigranten in te voeren.
1. Gemeentelijk meldpunt (verplicht) Bij het door het college van burgemeester en wethouders in te stellen meldpunt kunnen huurders (inclusief arbeidsmigranten), woningzoekenden, omwonenden en anderen terecht met signalen en klachten over ongewenst gedrag van verhuurders of verhuurbemiddelaars. Daarmee vormt het meldpunt een belangrijke basis voor de gemeentelijke handhaving. Verder biedt de gemeente via het meldpunt hulp in concrete situaties en worden woningzoekenden zo nodig doorverwezen naar andere bevoegde instanties zoals een huurteam (als dat in een gemeente aanwezig is), de gemeentelijke antidiscriminatievoorziening, de Huurcommissie, de klachtencommissie van de woningcorporatie of een juridisch loket of rechtswinkel. Het meldpunt kan belegd worden bij een al bestaand meld-/informatiepunt van de gemeente. Het meldpunt kan, indien gewenst, door gemeenten gezamenlijk worden ingericht. Hierbij kunnen de gemeenten gebruikmaken van de mogelijkheden die de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) biedt. Het meldpunt moet laagdrempelig benaderbaar zijn, en kosteloos en anoniem melden van misstanden mogelijk maken.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/5
2. Handhaving algemene regels (verplicht) De Wgv stelt een basisnorm voor goed verhuurderschap vast door middel van landelijk geldende algemene regels. In de algemene regels, artikel 2 van de wet, is beschreven wat onder goed verhuurderschap wordt verstaan. Een deel van de regels richt zich inhoudelijk op het voorkomen en tegengaan van discriminatie en intimidatie. Daarnaast zijn er regels die de zelfredzaamheid van huurders moet vergroten en extra kosten voor huurders beperkt. Het college is belast met de handhaving van de wet. Handhaving begint met toezicht: een door het college aangewezen toezichthouder start een onderzoek. De aanleiding voor zo’n onderzoek kan zijn: - een door het meldpunt ontvangen melding/verzoek om handhaving; - een melding uit de gemeentelijke organisatie of een melding van een andere overheidsinstantie; - een melding van een maatschappelijke organisatie of andere niet-overheid partij; - een gemeentelijk handhavingsprogramma op basis waarvan bijvoorbeeld steekproefsgewijze controles worden uitgevoerd. Handhaving vindt plaats langs de escalatieladder, zoals ook in de Handreiking is uitgewerkt. Het laatste stapje van de escalatieladder is, bij handhaving van de algemene regels en de handhaving op de verhuurvergunning, de inbeheername als ultimum remedium.
Er is voor dit instrument gekozen, omdat daarmee de huurder het meest wordt beschermd tegen het ongewenste verhuurgedrag van de verhuurder die van bewezen slecht gedrag is en blijft. 3. Verhuurvergunning regulier en arbeidsmigranten (optioneel) Ondanks de algemene regels voor goed verhuurderschap zal er altijd een groep verhuurders met ongewenst verhuurgedrag zijn. Vaak clusteren gevallen van ongewenst verhuurgedrag zich in bepaalde gebieden, waardoor de leefbaarheid in die gebieden onder druk komt te staan. Voor die gebieden kan de gemeente een verbod op het zonder verhuurvergunning verhuren van bepaalde categorieën van woonruimte invoeren (de algemene verhuurvergunning). Daarnaast kan een verbod op het zonder verhuurvergunning verhuren van verblijfsruimten voor arbeidsmigranten (de verhuurvergunning arbeidsmigranten) worden ingevoerd. Deze vergunning is interessant voor gemeenten waar veel arbeidsmigranten verblijven of voor gemeenten waar problemen rond de huisvesting van arbeidsmigranten zijn vastgesteld. Deze wet biedt gemeenten dus de mogelijkheid om 2 soorten verhuurvergunning in te voeren: 1. De algemene verhuurvergunning voor te bepalen categorieën reguliere woonruimten. Deze is gebiedsgebonden en geldt alleen voor de aangewezen gebieden. 2. De verhuurvergunning arbeidsmigranten voor verblijfsruimten.
Deze vergunning kan ingevoerd worden voor het gehele grondgebied van de gemeente. De gemeenteraad kan besluiten om een of beide verhuurvergunningen in te voeren. Dat doet de raad door vaststelling van een verhuurverordening. De VNG publiceert hiervoor een modelverordening. In de verhuurverordening bepaalt de gemeenteraad dan dat het verboden is om zonder vergunning woonruimte of verblijfsruimte te verhuren. Ook bepaalt de gemeenteraad welke voorwaarden aan deze verhuurvergunning(en) verbonden worden. Deze voorwaarden volgen uit de wet. Bestaande bepalingen met betrekking tot een verhuurvergunning, bijvoorbeeld vastgelegd in de Algemene plaatselijke verordening, komen van rechtswege te vervallen met deze nieuwe wet.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/5
De voorwaarden die verbonden kunnen worden aan de verhuurvergunning arbeidsmigranten zien specifiek toe op de verbetering van leefomstandigheden van deze specifieke groep. Zo kan de voorwaarde verbonden worden dat een arbeidsmigrant moet beschikken over een eigen verblijfsruimte (slaapkamer) en kan voorgeschreven worden welke voorzieningen in de huisvesting aanwezig moeten zijn, afgezet tegen het aantal verblijvende personen. Hiermee kunnen gemeenten sturen op kwalitatief goede huisvesting voor arbeidsmigranten. Tijdpad Op 1 juli 2023 treedt de wet in werking. Vanaf deze datum gelden de algemene regels voor alle verhuurders. Verder moeten gemeenten een gemeentelijk meldpunt inrichten zodat signalen over slecht verhuurderschap kunnen worden ontvangen en opgevolgd. Om gemeenten in de gelegenheid te stellen dit zorgvuldig vorm te geven, is er ruimte om daarvoor indien nodig tot uiterlijk 1 januari 2024 de tijd te nemen. Het wordt aanbevolen het meldpunt eerder gereed te hebben. De invoering van de verhuurvergunning is niet verplicht voorgeschreven en daarom ook niet gehouden aan voornoemde datum. Financiering Met het meldpunt en de handhavingsbevoegdheden krijgen gemeenten een verplichte extra taak. Voor het uitvoeren van deze extra taak worden gemeenten gecompenseerd.
Op basis van onderzoek is geconcludeerd dat gemeenten incidenteel € 9,1 miljoen en structureel € 12,4 miljoen nodig hebben om de nieuwe verplichte taak uit te voeren. Deze bedragen zijn al opgenomen in de rijksbegroting. De structurele uitkering is met ingang van 2023 via het gemeentefonds uitgekeerd. De bijdrage ten behoeve van de invoering wordt uitbetaald via een doeluitkering in de eerste helft van 2023. Voor de in- en uitvoering van de optionele verhuurvergunningen krijgen gemeenten geen vergoeding. Het is mogelijk om voor het in behandeling nemen van die vergunningaanvragen leges te heffen. Het is daarbij raadzaam de belastingafdeling van de gemeente ook in te lichten over de wijzigingen. Ondersteuning vanuit VNG De VNG ondersteunt gemeenten bij de implementatie van de Wet goed verhuurderschap. Op 4 april heeft een webinar plaatsgevonden waarin de contouren van de wet zijn toegelicht. Dit webinar kunt u terugkijken op YouTube. Verder publiceert de VNG de Handreiking goed verhuurderschap. Begin juni 2023 volgt nog de modelverordening. Tot slot organiseert de VNG, in samenwerking met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, 4 fysieke regiobijeenkomsten in Rotterdam (16 mei), Eindhoven (8 juni), Deventer (14 september) en Heerenveen. De overige data en tijden worden nog richting alle leden van de VNG gecommuniceerd.
Daarnaast zal het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een communicatietraject opstarten, waarbij digitaal communicatiemiddelen beschikbaar zullen worden gesteld over de Wet goed verhuurderschap, waarvan gemeenten gebruik kunnen maken. Gemeenten kunnen desgewenst ook zelf het communicatietraject nu al opstarten. Evaluatie De wet wordt over 3 jaar geëvalueerd. Vanuit de VNG zijn wij ook scherp op de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van deze wet. Daarover gaat de VNG graag met haar leden in gesprek.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/5
Bijlagen Deze ledenbrief bevat 1 bijlage: Bijlage 1 - Handreiking goed verhuurderschap Vragen Neem contact op met de VNG via info@vng.nl of het ondersteuningsteam arbeidsmigranten van de VNG via arbeidsmigranten@vng.nl. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
mr L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5/5
079 Bijlage 1 Handreiking goed verhuurderschap
Het bestand 079 Bijlage 1 Handreiking goed verhuurderschap kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/12752738/1/079__Bijlage_1__Handreiking_goed_verhuurderschap
Aan: Gemeenteraden Zeeuwse gemeenten, Provinciale Staten van Zeeland, Algemene Vergadering Waterschap Scheldestromen
Terneuzen, 30 april 2023 ons kenmerk : Inproces behandeld door : I. Groen telefoonnummer : 06 1352 0458 e-mail : icm.groen@rud-zeeland.nl
Betreft: ontwerpbegroting 2024 en 1e begrotingswijziging 2023 Geachte raadsleden, Statenleden en leden van de Algemene Vergadering, Op 17 april 2023 heeft het dagelijks bestuur van RUD Zeeland ingestemd met de ontwerpbegroting 2024 en het voorstel om deze voor zienswijze voor te leggen aan de deelnemers. Door RUD Zeeland is in de begeleidingscommissie op 21 maart 2023 de ontwerpbegroting nader toegelicht. De begeleidingscommissie heeft haar bevindingen ten aanzien van de ontwerpbegroting 2024 in een advies weergegeven. RUD Zeeland heeft op het advies van de begeleidingscommissie geacteerd en gereageerd. Tevens bieden we u de 1e begrotingswijziging 2023 aan. Ook hierbij het advies van de begeleidingscommissie en de reactie van RUD Zeeland. De ontwerpbegroting 2024, de concept voorstellen die aan het algemeen bestuur zullen worden voorgelegd en de bevindingen van de begeleidingscommissie en onze reactie daarop vindt u terug in de bijlagen bij deze brief. In navolging van de richtlijn van de Vereniging Zeeuwse Gemeenten (hierna: VZG) wordt deze begroting samen met begrotingen van andere Gemeenschappelijke regelingen aan u aangeboden. Om aan onze verplichting te kunnen voldoen om uiterlijk 15 september aan onze toezichthouder, het Ministerie van Binnenlandse Zaken, de vastgestelde begroting aan te bieden, zal nader overleg plaatsvinden met de VZG over het te volgen proces hierin.
De zienswijze kan ingediend worden bij de secretaris van het dagelijks bestuur van de RUD Zeeland (email: post@rudzeeland.nl en in cc naar w.dewolf@rud-zeeland.nl). De tijdig ingediende zienswijzen worden in het dagelijks bestuur behandeld. Daarna wordt de ontwerpbegroting met de daarop indiende zienswijzen ter besluitvorming voorgelegd aan het algemeen bestuur. Over deze besluitvorming wordt uw raad, staten of algemeen bestuur geïnformeerd.
Hoogachtend,
ing. A. van Leeuwen MPA Directeur RUD Zeeland
Begroting 2024
Inhoudsopgave
1
In het kort ___________________________________________________________________1
2
Voorwoord ____________________________________________________________________2
3
Managementteam RUD Zeeland ___________________________________________________3
4
Ontwikkelingen en uitgangspunten ________________________________________________5
5
Begroting in één oogopslag ______________________________________________________10
6
Programmaplan Milieu _________________________________________________________11 6.1
Overzicht baten en lasten programmaplan _____________________________________________11
6.2
Programma Milieu ________________________________________________________________11
7
Overzichten ___________________________________________________________________15
8
Paragrafen ___________________________________________________________________17
9
8.1
Paragraaf bedrijfsvoering ___________________________________________________________17
8.2
Paragraaf Financiering (Treasury) ____________________________________________________24
8.3
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing _____________________________________25
Financiële begroting ____________________________________________________________28
10 Door het algemeen bestuur te autoriseren begrotingsbedragen 2024 ____________________32 11 Bijlagen ______________________________________________________________________33
1
IN HET KORT 8.500 Bedrijven 186 Bedrijven met een hoog risico
Formatie 101 fte
RUD Zeeland is één van de drie omgevingsdiensten die in het bezit zijn van een ISO -certificaat
P*Q
15 DEELNEMERS
De inzet van onze medewerkers verrekenen we op werkelijke inzet met onze deelnemers
Provincie Zeeland 13 Zeeuwse gemeenten Waterschap Scheldestromen
RUD Zeeland voldoet aan Kwaliteitscriteria 2.2
Toezicht & Handhaving voor
2.000
16
Jaarlijks voeren we circa 2.000 periodieke controles uit
Natura2000 gebieden
Luchthavens
1.200 We beoordelen jaarlijks circa 1.200 Asbestinventarisatierapporten
410 We hebben circa 410 vergunningplichtige bedrijven in portefeuille.
De RUD vergunt en controleert jaarlijks 27&vuurwerk evenementen
€ 13,4 miljoen Voor 2024 heeft de RUD een sluitende begroting van € 13,4 miljoen. De kosten van overhead zijn 30 % van de totale lasten.
Ontheffingen
• •
8 luchthavens Circa 19 jaarlijkse generieke ontheffingen
•
Jaarlijks circa 27 locatiegebonden ontheffingen voor bijvoorbeeld evenementen
1
Begroting 2024
2 VOORWOORD Voorwoord Voor u ligt de begroting van 2024. Een begroting die cijfermatig een doorrekening is van het jaar 2023. De feiten staan bij elkaar op de eerste pagina. Dat de kwaliteit en kennis binnen RUD Zeeland is geborgd laten de externe audits keer op keer zien. Daar mogen we met z’n allen trots op zijn. Anticiperen op ontwikkelingen 2023 staat in het teken van ontwikkelingen op milieugebied. Zowel landelijk als in Zeeland. Daar spelen we natuurlijk bijtijds op in. Zo zetten we het afgelopen jaar al een aantal ontwikkelingen in gang. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ondermijning en extra aandacht voor grensoverschrijdende milieuzaken (naar aanleiding van het VN-verdrag over grensoverschrijdende milieueffectrapportage). Op de landelijke ontwikkelingen is voorgesorteerd door op zoek te gaan naar strategische adviseurs. Ook voor communicatie is extra capaciteit gerealiseerd. Blik vooruit De Omgevingswet en een nieuw VTH-zaaksysteem zijn volgend jaar volledig in werking. De risico’s zouden dan teruggebracht moeten zijn. We blijven niettemin voorzichtig. De grootste uitdaging voor 2024 is de verdere vormgeving vanuit het Interbestuurlijk Programma versterking Vergunning Toezicht & Handhavingsstelsel (IBP-VTH). Dit is cruciaal voor de financiering van de omgevingsdiensten. We haken daarvoor op meerdere fronten aan bij de ontwikkelingen.
Nauwe samenwerking tussen de koepels van gemeenten en provincies en die van de omgevingsdiensten draagt daar positief aan bij. Onveranderd gezamenlijk doel De veelheid aan thema’s om te komen tot een veilige, schone en duurzame leefomgeving, staan hoog op de politiek-bestuurlijke agenda. Kansen om gebruik te maken van beschikbare middelen vanuit het Rijk pakken we actief op. Samenwerking is essentieel in 2023 en de daaropvolgende jaren. Het draagt allemaal bij aan ons gezamenlijke doel; een schoon, veilig en duurzaam Zeeland. Adrie van der Maas Voorzitter Dagelijks Bestuur
ontwerp begroting 2024 versie ab
2
Begroting 2024
3 MANAGEMENTTEAM RUD ZEELAND De begroting betreft en verbindt alle afdelingen van RUD Zeeland. Hoe kijken de mt-leden aan de hand van deze begroting naar 2024? Wat willen ze bereiken? Wat gaan ze daarvoor doen? Wie zijn daarbij betrokken?
Gezondheid en milieu steeds steviger op de agenda Voor een veilige en gezonde provincie is naast ambities en afspraken een gedeelde visie nodig. Maar visie ontstaat niet vanzelf. Het ontwikkelt zich continu en langs spreekwoordelijke piketpalen. Samenwerking met de bevoegde gezagen maakt dat we overschrijdende problemen kunnen aanpakken. Samen met de deelnemers bekijken we hoe RUD Zeeland robuuster kan worden. Daarbij zoeken we aansluiting bij het landelijke interbestuurlijke programma versterking VTH-stelsel. Anton van Leeuwen, directeur RUD Zeeland
Omgevingswet: versnelling van besluitvorming én samenwerking Afdeling vergunningverlening gaat voor een succesvolle uitvoering van de Omgevingswet. Samen met onze deelnemers en ketenpartners zoals GGD en VRZ. In 2022 deden we al een rondgang langs de deelnemers. Na het testen of de aanvragen en meldingen die straks bij ons terecht komen, kunnen we concluderen dat dit goed werkt. Nieuwe afspraken over afhandelingstermijnen en nieuwe instrumenten, zoals de omgevingstafels, zullen vorm moeten krijgen. Dat kan alleen als we hier in Zeeland samen in optrekken. Wat hierin heel belangrijk is, is dat bedrijven vooral de voordelen van de Omgevingswet gaan ervaren. De uitdagingen – waar we ongetwijfeld ook tegenaan lopen – lossen we op onder de voorwaarde dat de bedrijven hier zo weinig mogelijk last van gaan ondervinden. We richten onze blik naar buiten. Ineke Jansen, afdelingshoofd Vergunning Verlening
ontwerp begroting 2024 versie ab
3
Begroting 2024
Groei, kennis en kunde De afdeling Toezicht en Handhaving ontwikkelt het toezicht de komende jaren verder door naar informatiegestuurd en risicogericht toezicht. Hierbij zetten we alle vormen van toezicht in. Alle data die wij de afgelopen jaren verzamelden zetten we om naar informatie. Om dit goed te kunnen en de juiste informatie correct te duiden heeft mijn afdeling behoefte aan meer kennis en kunde op het gebied van data analyse. De structurele toename van aandachtsdossiers, handhavingsverzoeken, bezwaarprocedures, bestuurlijke en strafrechttrajecten, maken dat de juridische afdeling zowel op kwaliteit als capaciteit moet groeien. Het afgelopen jaar heeft Toezicht en Handhaving bij vier branches succesvol branche-gericht werken geïmplementeerd. De komende jaren willen wij dit uitbreiden naar 20 branches. Door informatiegestuurd en risicogericht te werken kunnen wij nog specifieker en efficiënter branches op milieurisico’s controleren. Willem de Wit, afdelingshoofd Toezicht en Handhaving
De huisvesting van de RUD is al lange tijd onderwerp van gesprek en onderzoek. De bestuurlijke verkenning naar mogelijke gezamenlijke huisvesting met de Veiligheidsregio en de GGD loopt nog. Voorzichtig werkten we al aan een beeld van de inrichting van de bedrijfsvoering bij een volgend contract. Op dit moment ligt er een optie om over te gaan tot verlenging van het huidige contract. In 2024 zetten we stappen om tot een nieuwe DVO te komen. Die start dan op 1 januari 2026. Los van de huisvesting zetten we ook stappen op de inhoudelijke samenwerking met de Veiligheidsregio en de GGD. Dit traject kent drie thema’s. Dat zijn advisering over de Omgevingswet, het stroomlijnen van de plannings- en controlzaken en de samenwerking op de bedrijfsvoering. In 2024 heeft versterking van de bedrijfsvoering ook onze volle aandacht zodat de primaire VTH processen optimaal kunnen renderen. Ina Groen, hoofd staf
ontwerp begroting 2024 versie ab
4
Begroting 2024
4 ONTWIKKELINGEN EN UITGANGSPUNTEN ONTWIKKELINGEN ORGANISATIE In het jaar 2022 stond het milieutaakveld veel in de belangstelling. Landelijke rapporten en een provinciaal rapport geven richting voor ontwikkelingen. Het Interbestuurlijk Programma Verbetering VTH-stelsel is het voertuig waarmee de ontwikkelingen vorm krijgen. Daarnaast was de actualiteit op milieu enorm. Pfas-vervuiling, landelijke stikstofmaatregelen hebben hun weerslag op het denken van mensen over het milieu. De energiecrisis heeft de noodzaak tot het nemen van maatregelen op het energieverbruik om te komen tot een beter klimaat alleen maar versterkt. In 2024 voorzien we nog de nodige veranderingen op dat terrein Bovengenoemde aanstaande veranderingen die van buitenaf op ons afkomen betreffen vooral de ‘wat-vraag’. We hebben zelf een beeld gevormd over de ‘hoe-vraag’. Want een ding is zeker, de organisatie gaat mee in de veranderingen en dan is een stip op de horizon onontbeerlijk. Dit beeld hebben we breed binnen de organisatie besproken en in de uitvoering zal nog veel overleg en afstemming gaan plaatsvinden. We zoeken daarbij de samenwerking met onze eigen organisatie, maar ook met onze deelnemers.
Naast deze vakmatige veranderingen speelt er op maatschappelijk veld nog het nodige: de oorlog in Oekraïne blijft een onzekere factor; de inflatie is ongekend hoog; een arbeidsmarkt die overspannen is om maar een paar op te noemen. We kunnen onze ogen niet sluiten voor de wereld om ons heen. In 2024 staan geen verkiezingen op de rol die direct ons bestuur raakt, wel krijgen we nog te maken met de invoering van de nieuwe wet op de Gemeenschappelijke regelingen. De optie tot het vormen van een raadsadviescommissie speelt daarbij ook een rol. Het Waterschap Scheldestromen is het proces ingegaan om afscheid te nemen als deelnemer. Dit zou in 2024 geëffectueerd kunnen worden. De komende tijd zal bol staan van dynamiek en vernieuwingen.
ONTWIKKELINGEN PROGRAMMALIJNEN MILIEU • Omgevingswet De omgevingswet wordt ingevoerd en wel ingang van 1 januari 2024. De verwachting is dat dit in het begin nog wel de nodige gewenning en uitzoekwerk met zich meebrengt. Zowel technisch als procesmatig is maximale voorbereiding getroffen. Het blijft spannend. Pas na verloop van tijd kunnen we de balans opmaken. • Toezicht en handhaving groene wetten Toezicht en handhaving groene wetten is geconcentreerd bij de RUD Zeeland. De vergunningverlening is geconcentreerd bij de provincie Zeeland. Het uitvoeringsprogramma geeft inzicht in de wijze waarop de groene taken worden uitgevoerd en welke ervaringen uit voorgaande jaren daaraan ten grondslag liggen. De uitvoering in opdracht van de provincie vraagt om vroegtijdige en nauwe samenwerking, overleg en maatwerk op z’n tijd. Belangrijke waarden voor de RUD Zeeland zijn vertrouwen geven en verantwoordelijkheid nemen. Dat geldt voor de collega s, maar ook voor de buitenwereld. De groene buitenwereld is nogal divers en omvangrijk; veel verschillende partijen waarmee wordt samengewerkt. Daarnaast zijn er belanghebbenden als recreanten, ondernemers, bewoners. Omgevingsbewustzijn is als competentie voor de groene handhavers dus minstens zo belangrijk.
RUD Zeeland treedt op als regionale autoriteit voor de uitvoering van de omgevingstaken, dus ook voor de groene wetten en is voor groen het aanspreekpunt voor onder meer gemeenten, provincie en andere Regionale Uitvoeringsdiensten. Er is een nauwe samenwerking met de provincie met betrekking tot de groene wetten.
ontwerp begroting 2024 versie ab
5
Begroting 2024
• Meerjarenprogramma Zeeland In opdracht van Provincie Zeeland is vervolgonderzoek uitgevoerd naar milieutaken in Zeeland. In het rapport hierover, opgeleverd door bureau TwynstraGudde / SPPS1, is een meerjarenplan (MJP) beschreven. In het rapport robuuste milieutaken is een opzet voor het MJP opgenomen. Hierin zijn de prioritaire thema’s voor de komende paar jaar benoemd. Deze thema’s zijn vertaald in vijf programma’s die afgestemd zijn via het BOOR. De programma’s geven invulling aan de regionale en provinciale prioriteiten. Elk programma is voorzien van concrete doelstellingen en beoogde resultaten. Per programma is ook uitgewerkt welke inzet nodig is en hoe over de voortgang en realisatie gerapporteerd gaat worden. Voor de maatschappelijke effecten is uitgewerkt hoe deze gemonitord worden. De besluitvorming over het MJP geeft vindt in 2023 plaats. De omvang en impact van het MJP is groot. OM die reden is gekozen voor een zorgvuldig proces. Eerst een voorgenomen besluit van het Algemeen bestuur, gevolgd door een zienswijze procedure. Pas daarna wordt een definitief besluit gevraagd aan het Algemeen Bestuur. Het MJP voeren we gefaseerd in, zodat we voldoende tijd hebben de organisatie daarvoor in te richten. Het absorptievermogen van de organisatie is niet groot genoeg om het hele programma in één ‘big bang’ in te kunnen voeren.
Dit uitwerking van het plan wordt na besluitvorming verder uitgewerkt. Met de voorgestelde besluiten zet RUD Zeeland de noodzakelijke stappen om invulling te geven aan het Meerjarig Regionaal Programma en bereidt ze zich voor op de uitkomsten vanuit het IBP VTH-Stelsel komen. Met een stevige, robuuste en klantgerichte omgevingsdienst voor Zeeland kunnen we veel onnodige milieuschade voorkomen en beter invulling geven aan lokale, regionale en provinciale beleidswensen. • Interbestuurlijke programma versterking VTH-stelsel. Op 4 maart 2021 presenteerde de commissie Van Aartsen haar rapport “Om de leefomgeving. Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur” De cie Van Aartsenanalyseerde het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Zij komt tot de conclusie dat het VTHstelsel niet goed functioneert en niet aan de oorspronkelijke bedoeling van de cie Mans uit 2008 voldoet. De cie Van Aartsen is van oordeel dat het VTHstelsel nog steeds wordt gekenmerkt door fragmentatie en vrijblijvendheid. Hierdoor ontstaat vermijdbare schade. Zij adviseert om binnen de fundamenten van het bestaande stelsel tot een serie essentiële verbeteringen te komen. Hiervoor geeft zij tien aanbevelingen.
De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) gaf op 13 december 2021 in de Kamerbrief versterking VTHstelsel2 aan welke acties nodig zijn om deze tien aanbevelingen op te volgen. Hierbij zijn naast de aanbevelingen van de cie Van Aartsen ook de uitgevoerde kwantitatieve en juridische onderzoeken en de bevindingen van de Algemene Rekenkamer in haar rapporten “Een onzichtbaar probleem” en “Handhaven in het duister” meegenomen. Aanbeveling 4 van de cie Van Aartsen (hetzelfde basistakenpakket voor elke omgevingsdienst) is door IenW samen met het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) buiten het interbestuurlijk programma opgepakt. In de Kamerbrief versterking VTH-stelsel is aangegeven dat in het eerste kwartaal van 2022 met alle partijen wordt overlegd over de structuur waarin samengewerkt wordt aan de opvolging van de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen. Deze partijen zijn: IPO, VNG, Omgevingsdienst NL (ODNL) en de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Justitie en Veiligheid (JenV). Dit programmaplan is de uitkomst van de overleggen tussen deze partijen en geeft de kaders en aanpak weer van het interbestuurlijk programma versterking VTHstelsel. Het programmaplan is vastgesteld in het Bestuurlijk Omgevingsberaad van 20 juni 2022.
1
Rapport robuuste milieutaken Zeeland, TwynstraGudde / SPPS, in opdracht van Provincie Zeeland, 20 december 2022 - concept ontwerp begroting 2024 versie ab
6
Begroting 2024
• Ketentoezicht Ketentoezicht is een wettelijke basistaak. Binnen het ketentoezicht voeren we op ad hoc basis werkzaamheden uit. We hebben geen middelen beschikbaar voor structureel Ketentoezicht terwijl dat wel gewenst is omdat: - Structurele inzet op ketentoezicht verbindt de verschillende schakels in de keten van afvalstoffen, asbest, bouwstoffen, bodem, etc. met elkaar, waardoor het opsporen van mogelijke misstanden en naleefgedrag verbetert. - Door het niet structureel inzetten op ketentoezicht is het risico op milieu en imagoschade groter indien een incident zich voordoet; - Door het niet structureel in te zetten op ketentoezicht voldoen we niet aan het uitvoeren van een wettelijke (basis)taak en kunnen we niet voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.2. voor dit onderwerp.
ONTWIKKELINGEN FINANCIËN • Consolideren begroting De consolidatie van de begrotingssystematiek loopt tot en met 2024. Er zijn gedurende de afgelopen jaren meer facetten helderder geworden. Zo is er voor de Productendienstencatalogus (PDC) een versie voorbereid die aansluit bij de Omgevingswet. Tevens zijn de inrichtingen doorgelicht en op hun activiteiten beoordeeld. Toch zal pas na daadwerkelijke invoering van de Omgevingswet de volle omvang van de effecten inzichtelijk worden. • Wijziging Wet Gemeenschappelijke regelingen Medio 2022 is de wijziging van de Wet Gemeenschappelijke regelingen (Wgr) ingegaan. Deze zal voor een aantal aspecten uiterlijk medio 2024 doorgevoerd moeten zijn. De Vereniging Zeeuwse Gemeente (VZG) heeft de trekkersrol gepakt. De planning lijkt daadwerkelijk medio 2024 te worden. Een langere termijn voor zienswijze van gemeenteraden, staten en algemene vergadering van onze deelnemers, maar ook de mogelijkheid om een raadsadviescommissie in te stellen zijn twee vernieuwingen die voor ons invloed hebben. • Afspraken VZG over aanbieden financiële stukken De VZG heeft nieuwe voorstellen gedaan om de bestaande afspraken te actualiseren. Dit heeft geleid tot een ander proces voor het aanleveren van de begrotingen aan de raden, staten en algemene vergadering.
De termijn verschuift te ver in de tijd om tijdig de stukken bij de toezichthouder aan te kunnen leveren. • Financieringssystematiek Het Interbestuurlijk Programma versteking Vergunning Toezicht & Handhavingsstelsel - in het kort IBP-VTH kent een zestal pijlers. Eén van die pijlers onderzoekt de financieringssystematiek van de omgevingsdiensten in Nederland. Het onderzoek zal hoogstwaarschijnlijk leiden tot een wijzigingsvoorstel voor de financierings-systematiek. Ook wordt vanuit het provinciale rapport het voorstel gedaan om te onderzoeken welke financieringssystematiek het beste passend is. De beoogde invoering is 2025. • Ontwikkeling deelnemersbijdrage 2024 De begrote deelnemersbijdrage voor 2024 bedraagt € 13 miljoen. Dit is ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2023 een stijging van € 1,5 miljoen. Besluiten uit 2022 die structureel doorwerken in de begroting 2023 en 2024 zijn: Ondermijning; Helsinki/Espoo; extra inzet strategisch adviseurs en een communicatie medewerker; de cao 2022 en 2023 en als laatste het inflatie percentage van 2,7% conform de richtlijn van de VZG. Doormiddel van de eerste begrotingswijzing 2023 worden deze bedragen doorgevoerd in de begroting.
ontwerp begroting 2024 versie ab
7
Begroting 2024
GENERIEKE TAKEN Generieke taken zijn taken die we uitvoeren ten behoeve van alle deelnemers ter ondersteuning van de basis- en plustaken. Hierbij kan gedacht worden aan piket, de milieuklachtenlijn, relatiebeheer, het volgen van landelijke ontwikkelingen, deelname aan werkgroepen en inzet van de beleidsmedewerkers toezicht en handhaving. De totale raming van de generieke kosten, bedraagt € 1,5 mln. voor 2024. Dit bedrag is onderdeel van de in de begroting geraamde deelnemersbijdrage van 13 mln. De deelnemersbijdrage voor 2024 is dan als volgt opgebouwd:
Deelnemersbijdrage
Producten
Generieke taken
Materieel budget
Totaal
€ 11.281800
€1.543.500
€ 196.300
€ 13.021.600
In 2023 leggen we een plan voor de inzet generieke taken 2024 ter vaststelling voor aan het algemeen bestuur.
DOORONTWIKKELING RUD Voor een doorontwikkeling van onze organisatie maken we gebruik van een SWOT-analyse. De SWOT-analyse is gebaseerd op de strategie van RUD Zeeland. De strategie is onderdeel van visie. RUD Zeeland heeft de ambitie om een duurzame en toekomstbestendige organisatie te zijn, waarover de opdrachtgevers tevreden zijn en waar de medewerkers van RUD Zeeland met plezier professionele producten leveren. Om deze ambitie te verwezenlijken, wordt op de volgende punten ingezet: 1. RUD Zeeland stuurt op kwaliteit van de organisatie, medewerkers en producten. Hierbij worden de landelijke professionele standaards gehanteerd. Kwaliteit is wat men mag verwachten van een onze organisatie. De producten die we leveren voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria. 2. RUD Zeeland stuurt op de medewerkers- en klanttevredenheid. RUD Zeeland heeft inzicht in de (wensen van de) opdrachtgevers, medewerkers en andere stakeholders. RUD Zeeland komt afspraken met hen na en beheert actief relaties en managet verwachtingen. 3. RUD Zeeland is flexibel. RUD Zeeland ambieert de (omvang van de) organisatie en de productiecapaciteit snel aan te passen aan veranderende omstandigheden. Er is verandercapaciteit die het mogelijk maakt om proactief in te spelen op veranderende omstandigheden. De organisatie herkent op tijd kansen en bedreigingen en is in staat daar op in te spelen.
ontwerp begroting 2024 versie ab
8
Begroting 2024
4. RUD Zeeland is efficiënt en effectief. Met onderstaande SWOT -analyse in ogenschouw werken we naar een zo efficiënte en effectieve organisatie.
SWOT – ANALYSE Sterke punten:
Zwakke punten:
a)
a)
Kansen:
Medewerkers ervaren een hoge werk- en regeldruk. Onze organisatie bevat nog onvoldoende (ontwikkel)capaciteit voor versterking van de organisatie op het gebied van inhuur, (nieuwe) producten, processen, relatiebeheer, ontwikkelingen en wetgeving. b) Veel inhuur / uitbestede werkzaamheden, ondanks krapte op de arbeidsmarkt en beperkte regelcapaciteit maken we relatief veel gebruik van externe capaciteit (circa 10-12% van onze begroting). c) (te) weinig financiële reserves en onvoldoende middelen om risico’s zoals bijvoorbeeld het natuurlijk verloop op te vangen. d) Als gevolg van de aanbesteding PIOFACH-taken is er grote mate van afhankelijkheid en kunnen we beperkt sturen / invloed uitoefenen op deze taken. e) Externe communicatie en profilering van onze organisatie naar de stakeholders f) Langdurige bestuurlijke besluitvormingsprocessen. g) Als gevolg van enkele solo functies is er kennis bij één medewerker (gevaar bij uitval). Bedreigingen
a) b)
a) b)
b)
c) d) e) f) g)
c)
d) e) f) g)
h)
Producten worden op een uniforme en efficiënte (gecertificeerde) wijze geleverd. Door de levering van maandelijkse rapportages zij we een open en transparante organisatie voor haar deelnemers en overige belanghebbenden. Afdelingen bezitten een hoog kennisniveau en zijn productie- en oplossingsgericht. Het verandervermogen is hoog waardoor de organisatie kan meebewegen met interne en externe ontwikkelingen. Gelegenheid e gebruik van Tijd en plaats onafhankelijk (hybride) werken. Stabiel en uitgebreid netwerk van specialisten waardoor kwaliteitscriteria is gewaarborgd. Korte lijnen; collega’s vinden in onze organisatie elkaar makkelijk voor oplossingen en ondersteuning in de werkzaamheden.
Toepassen van onze data en informatie voor deelnemers. Het toepassen van onze expertise ten behoeve van (beleids-) vraagstukken bij onze deelnemers Het toepassen van onze VTH kennis voor projecten (PFAS, TGG, klachten, bedrijfsdossiers, etc.) die acuut veel aandacht vragen. Inbrengen aanvullende taken door deelnemers. Intensievere samenwerking met GGD en VRZ. We werken samen met alle omgevingsdiensten binnen het kennisnetwerk van omgevingsdienst.nl. Veel aandacht via diverse nieuwsberichten (Helsinki, TGG), rapporten (commissies Aartsen, TwynstraGudde, etc.) voor VTH werkzaamheden. Uniform VTH beleid (verhoging efficiency in de uitvoering van VTH werkzaamheden).
ontwerp begroting 2024 versie ab
c) d) e) f) g)
P*Q biedt weinig flexibiliteit voor aandachtsdossiers Uitname van taken; bijvoorbeeld door verschuivingen in bevoegd gezag a.g.v. de Omgevingswet. Huidige krapte op de arbeidsmarkt; het aanbod van ervaren geschikte kandidaten is, ook voor inhuur, zeer beperkt. Impact van externe (economische en wettelijke) ontwikkelingen op de uitvoering van onze werkzaamheden. Beperkte invloed op ICT ontwikkelingen ; Parallelle samenwerkingsverbanden op het gebied van VTH taken tussen met gemeenten. P*Q op stuks niveau