CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

23-041 Bijlage 5. Ingekomen stukken - AB

Gemeenteraad 1 juni 2023, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad (23-041 MZ/RM/AB)32.565 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

VRZ

2024 Bevolkingszorg Maatwerk

1.906.262 3.223.544 2.146.878 985.296 3.801.734 1.041.001 1.754.435 3.441.953 2.809.354 4.538.407 2.230.376 2.441.639 3.496.793

14.153 24.093 16.855 7.961 30.501 4.815 14.215 21.092 14.202 33.599 16.371 13.485 27.606

33.817.672

238.950

-11.000

-11.000

2025 Bevolkingszorg Maatwerk

VRZ totaal

VRZ

1.920.415 3.247.637 2.163.734 993.257 3.832.235 1.045.816 1.768.650 3.452.046 2.823.556 4.572.007 2.246.747 2.455.124 3.524.399

1.935.030 3.273.112 2.178.863 1.000.358 3.862.864 1.059.000 1.781.393 3.496.955 2.855.792 4.606.073 2.264.075 2.482.759 3.553.570

14.153 24.093 16.855 7.961 30.501 4.815 14.215 21.092 14.202 33.599 16.371 13.485 27.606

34.045.621

34.349.847

238.950

-11.000 33.133

33.133

55.266

VRZ totaal 1.949.184 3.297.205 2.195.718 1.008.319 3.893.365 1.063.815 1.795.608 3.507.047 2.903.127 4.639.672 2.280.446 2.529.378 3.581.177 34.644.062

19

Bijdrage aan Veiligheidsregio Zeeland Gemeente Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen

VRZ

2026 Bevolkingszorg Maatwerk VRZ totaal

1.996.338 3.378.747 2.247.025 1.032.457 3.993.138 1.097.357 1.838.844 3.614.167 2.954.754 4.750.275 2.335.891 2.570.391 3.674.568

14.153 24.093 16.855 7.961 30.501 4.815 14.215 21.092 14.202 33.599 16.371 13.485 27.606

35.483.953

238.950

-11.000 33.133

33.133

55.266

VRZ

2027 Bevolkingszorg Maatwerk

VRZ totaal

2.010.491 3.402.840 2.263.880 1.040.418 4.023.639 1.102.172 1.853.059 3.624.259 3.002.089 4.783.874 2.352.262 2.617.009 3.702.175

2.026.957 3.431.505 2.281.068 1.048.489 4.058.203 1.116.514 1.867.537 3.672.708 3.004.180 4.822.295 2.371.759 2.614.158 3.735.000

14.153 24.093 16.855 7.961 30.501 4.815 14.215 21.092 14.202 33.599 16.371 13.485 27.606

35.778.168

36.050.375

238.950

55.266

36.344.590

Begroting: 2024 50.000 50.000 0 50.000

Begroting: 2025 50.000 50.000 0 50.000

Begroting: 2026 50.000 50.000 0 50.000

Begroting: 2027 50.000 50.000 0 50.000

-11.000 33.133

33.133

2.041.111 3.455.599 2.297.923 1.056.450 4.088.704 1.121.330 1.881.752 3.682.800 3.051.515 4.855.894 2.388.130 2.660.776 3.762.606

1.1.5 Onvoorzien Wat gaat het kosten: (programma)budget? Onvoorzien Totaal Lasten Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Eindtotaal

Toelichting Lasten 380 Overige goederen en diensten Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven. Voor de risico’s die VRZ loopt wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

20

Deel 1.2: De paragrafen 1.2.1 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud (brandweer)materieel en - materiaal VRZ werkt voor onderhoud met drie servicecentra, gepositioneerd in Terneuzen (kazerne Koegors), Middelburg (kazerne Stromenweg) en Borssele (kazerne Quistenburg). De servicecentra voeren beheertaken uit op het gebied van grote en kleine voertuigen, bepakkingen, ademlucht, bluskleding etc. Daarnaast wordt een aantal beheertaken centraal uitgevoerd, zoals niet-repressieve kleding, verbindingsmiddelen etc. Deze centrale taken zijn binnen één van de servicecentra gepositioneerd. Onderhoudskosten voertuigen en materiaal (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)

Exploitatie Onderhoud materieel en -materiaal Tijdelijke verhoging onderhoudsbudget Investeringsplan Werkplaatsinrichting servicecentra Totaal

Realisatie 2022

Begroting 2023 na 1e wijziging

Programma begroting 2024

1.381.063

989.241 197.000

1.056.300 317.500

42.555 1.423.618

0 1.186.241

0 1.373.800

Het onderhoudsbudget staat onder druk; dit hangt samen met de ouderdom van de activa. Het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa, waardoor de onderhoudskosten mogelijk kunnen dalen. In 2024 worden (net als in 2023) lagere afschrijvingslasten verwacht dan begroot. Het verschil wordt incidenteel ingezet om het onderhoudsbudget voor brandweermaterieel en -materiaal te verhogen. Onderhoud kantoren VRZ (Middelburg, Goes, Borssele, Terneuzen) We zijn sinds januari 2017 eigenaar van het kantoorgebouw Segeerssingel 10 te Middelburg. Het gebouw plus de verbouwingskosten worden in 25 jaar afgeschreven zonder rekening te houden met een restwaarde. Uiteindelijk resteert de aanschafwaarde van de grond op de balans. De ontwikkelingen met betrekking tot het pand Segeerssingel vragen om heroverweging van in het verleden gemaakte keuzes. Het vertrek van de Politie uit het naastgelegen pand, de verhuizing van de meldkamer naar Bergen op Zoom, de heroriëntatie van crisisbeheersing en het verminderd gebruik van kantoorwerkplekken maken dat de situatie opnieuw bekeken moet worden. Een bestuurlijke verkenner heeft gerapporteerd over mogelijke gezamenlijke huisvesting met de GGD en RUD. Op basis van de resultaten moeten nadere keuzes gemaakt worden. In het kader van dit onderzoek is voortgang op het huisvestingdossier tijdelijk ‘on hold’ gezet.

Zodra er meer duidelijkheid is omtrent samenwerking wordt dit dossier met urgentie opgepakt. Dit betekent ook dat investeringen in het gebouw minimaal zijn en er voornamelijk curatief onderhoud wordt gepleegd. In de reserve Meldkamer is een bedrag van € 135.000 gereserveerd om de voormalige vleugel van de meldkamer te verbouwen. Hiervoor zijn middelen ontvangen van het Rijk.

21

Onderhoudskosten kantoren VRZ (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)

Exploitatie Gebruikers- en eigenaarsonderhoud Segeerssingel 10 Middelburg Kantoormeubilair Aanpassing Segeerssingel 10, vml. GMZ Investeringsplan Aanpassing Segeerssingel 10 (corridor) Totaal

Realisatie 2022

Begroting 2023 na 1e wijziging

Programma begroting 2024

59.426

81.400

83.400

16.683 0

0 0

5.100 0

0 76.109

115.000 196.400

0 88.500

Naast de Segeerssingel 10 te Middelburg bevinden zich o.a. op de kazernes Middelburg Stromenweg, Goes Oranjeweg, Borssele Quistenburg en Terneuzen Koegors kantoren van VRZ. Ook op een aantal kleinere posten zijn werkruimtes beschikbaar. Onderhoud en vervanging brandweerposten Het eigendom van de brandweerposten en het beheer daarvan is in 2013 niet aan VRZ overgedragen. Voor alle brandweerposten is een verdeling van de verantwoordelijkheid voor het onderhoud afgesproken. Het Algemeen Bestuur heeft hiervoor in 2013 een zogenaamde demarcatielijst vastgesteld. Hierbij geldt dat het (gebruikers)onderhoud van de in de demarcatielijst onder de kolom “VRZ” opgenomen zaken voor rekening komt van VRZ. De kosten voor onderdelen die wortel- en nagelvast zijn, zijn voor rekening van de gemeenten. De kosten voor de losse inventaris zijn voor rekening van VRZ. De bestaande inventaris is in 2013 ‘om-niet’ overgedragen aan VRZ. Voor de vervanging is dus geen financiële ruimte overgedragen. Hiervoor is € 25.000 per jaar voorzien (op het investeringsplan). Afschrijving zal plaatsvinden in 10 jaar. In de Notitie Huisvesting brandweerposten, die op 1 maart 2018 in het AB is vastgesteld, zijn de uitgangspunten voor oprichting en vervanging vastgesteld. Een nieuwe brandweerpost heeft minimaal twee uitrukdeuren of verlengde diepte.

Indien (een) extra deur(en) of verlengde diepte noodzakelijk is/zijn voor regionaal materieel van de basis brandweerzorg, dan zijn de kosten voor: a) individuele gemeente, bij een gelijke situatie; b) alle gemeenten, indien meer uitrukdeur(en) gewenst zijn dan in de huidige situatie; c) als er sprake is van frictiekosten vindt hierover overleg plaats tussen partijen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten hun maatschappelijk vastgoed voor 2050 verduurzamen. Uitgangspunt is een reductie van 95% van de CO₂-uitstoot en het aardgasvrij maken van gebouwen. De Sectorale Routekaart Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed bevat de aanpak voor de 36.000 gebouwen die het betreft, een doorrekening van de benodigde middelen en een stappenplan als hulpmiddel om een eigen gemeentelijke portefeuilleroutekaart op te stellen. Het is nu aan gemeenten samen met VRZ om dit op te pakken en daarmee de voorbeeldrol van maatschappelijk vastgoed in de energietransitie in te vullen.

22

Onderhoudskosten brandweerposten(exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)

Exploitatie Gebruikersonderhoud brandweerposten Eigenaarsonderhoud Stadsgewest Vlissingen-Middelburg1 Frictiekosten nieuwe kazerne Heinkenszand Frictiekosten nieuwe kazerne Goes-West Investeringsplan Vervanging inventaris brandweerposten Inventaris nieuwe kazerne Zierikzee Inventaris nieuwe kazerne Goes-West Inventaris nieuwe kazerne Heinkenszand Inventaris nieuwe kazerne Kloosterzande Energiebesparende maatregelen Totaal

Realisatie 2022

Begroting 2023 na 1e wijziging

Programma begroting 2024

230.579 72.583

129.000 73.400

187.200 75.200

0 0

0 0

1.300 2.600

25.000 0 0 0 0 0 328.162

28.750 0 0 69.000 69.000 12.800 391.950

30.000 90.000 78.000 0 0 0 464.300

1

Na onderzoek is gebleken dat de Stadsgewestelijke Brandweer Middelburg-Vlissingen abusievelijk het volledige onderhoudsbudget, bedoeld voor zowel het eigenaarsonderhoud en het gebruikersonderhoud, heeft overgedragen aan VRZ. Afgesproken is dat voor het eigenaarsonderhoud jaarlijks tot een bedrag van € 68.000 (2013) in rekening gebracht mag worden bij VRZ. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

23

1.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering In het meerjarenbeleidsprogramma 2022-2025 is een aantal thema’s opgenomen voor de ontwikkeling van de bedrijfsvoering. De thema’s zijn gestart en krijgen in 2024 een vervolg. Mens en Organisatie In toenemende mate is de vervulling van vacatures een uitdaging. Voor zowel de operationele functies en piketten als ook de kantoorfuncties wordt de invulling van vacatures in een krapper wordende arbeidsmarkt een uitdaging. In 2023 hopen we het strategisch personeelsplan en een nieuw wervingsbeleid opgesteld te hebben waardoor we in 2024 gerichter met dit vraagstuk aan de slag kunnen. Ook de modernisering van ons arbeidsvoorwaardenpakket is daarbij van groot belang. Vooralsnog worden deze zaken binnen de begroting opgepakt. De inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren voor de veiligheidsregio’s is op dit moment nog onduidelijk. De effecten van de Europese Deeltijdrichtlijn voor de vrijwilligers zijn voor VRZ vooralsnog beperkt. Hoe de kosten voor de andere veiligheidsregio’s verdeeld worden is nog onduidelijk. Informatiegestuurde organisatie Bij een organisatie waarin informatie een steeds belangrijker rol speelt in de uitvoering van brandweer- en crisisbeheersingsprocessen is de doorontwikkeling van de digitale omgeving een steeds belangrijker en voorwaardenscheppende factor.

Het creëren van de juiste infrastructuur en applicatielandschap is een doorlopend proces. Door een efficiëntere inrichting van onze bedrijfsvoering kunnen kostenstijgingen worden opgevangen. Informatieveiligheid In 2024 wordt de veiligheidsregio’s naar verwachting aangemerkt als vitaal. Dit betekent dat het beveiligingsniveau verder omhoog moet en dat onder andere de BIO referentiewaarde naar 4 moet worden gebracht. De kosten die hiermee samenhangen, worden gedekt door de extra middelen die het Rijk voor dat doel beschikbaar stelt. De overige hiermee samenhangende kosten zijn nog in onderzoek. De aansluiting tussen de regio’s en het Rijk op het gebied van informatie-uitwisseling wordt door het Rijk georganiseerd, waarbij de kosten vanuit de extra BDUR-middelen worden gedekt. Energiekosten, inflatie en loonontwikkeling De stijging van de energiekosten als gevolg van de oorlog in de Oekraïne heeft in 2022 geleid tot overschrijding op de begrotingsbedragen voor gas- en elektriciteit en brandstof. We verwachten dat deze trend zich in 2024 (deels) voortzet. Deze kostenverhogingen werken door in alle andere producten die VRZ afneemt. Deze inflatie zorgt op haar beurt weer voor een druk op de lonen. Duurzaamheid De door de Rijksoverheid geformuleerde ambities zijn vertaald in een Regionale Energiestrategie. VRZ zet als overheidslichaam de benodigde stappen in lijn hiermee.

De kosten van deze transitie manifesteren zich op diverse onderdelen. Voor de planvorming en coördinatie is extra capaciteit noodzakelijk. Samenwerking Op basis van de schaalgrootte van de organisatie is samenwerking uit een oogpunt van continuïteit en kwaliteit noodzakelijk. Gesprekken hierover met Zeeuwse partners, zoals GGD en RUD, maar ook met andere veiligheidsregio’s worden gecontinueerd. Het perspectief hierbij is meer gericht op kwaliteitsverbetering en continuïteit dan op financieel voordeel. 24

1.2.3 Paragraaf Financiering Algemeen Het streven naar de optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven (op korte en lange termijn) noemen we de treasury-functie. Om deze functie goed uit te voeren, kijken we naar de liquiditeitsontwikkeling van de gemeente en de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasury-functie voeren we uit binnen de normen van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), de Wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden), de Wet HOF (Wet Houdbare Overheids Financiën) en het treasurystatuut. Het treasurybeleid van de VRZ is gericht op de ondersteuning van de uitvoerende werkzaamheden en heeft een risicomijdend en voorzichtig karakter. Uitgangspunten zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. • De rentelasten van de leningen zoveel mogelijk beperken; • De risico’s die aan de financiële transacties zijn verbonden zoveel mogelijk te beheersen en beperken; het betreft het renterisico’s, koersrisico’s en het debiteuren-/crediteurenrisico; Uitzettingen In 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF).

Deze wet bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan 3% mag bedragen (zie 2.3.2 Geprognosticeerd EMU-saldo). Het wetsvoorstel verplicht alle decentrale overheden, dus ook VRZ, om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het (eventuele) positieve saldo op de bank wordt dagelijks afgeroomd door het Ministerie van Financiën in het kader van ‘het schatkistbankieren’. Een decentrale overheid behoudt, op basis van de wet Fido, de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan. Financiering Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan financiële en liquide middelen komen (door het aangaan van geldleningen). Om vooral de financieringsrisico’s te beperken staan in de Wet Fido twee instrumenten: de kasgeldlimiet en de rente risiconorm. Kortlopende schulden - kasgeldlimiet Om de renterisico’s op de kortlopende schulden te beheersen is in de wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Deze bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 8,2% van het begrotingstotaal.

Berekening kasgeldlimiet Omvang van de begroting op 1 januari 2024 Kasgeldlimiet in procenten van de omvang Kasgeldlimiet in bedrag Opgenomen (kasgeld)leningen < 1 jaar Ruimte

2024 € 43.704.110 8,20% € 3.583.737 €0 € 3.583.737

25

Langlopende schulden – renterisiconorm Om de renterisico's op de langlopende schuld te beheersen is in de wet Fido de renterisiconorm opgenomen. De renterisiconorm richt op het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening. Deze bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 20% van het begrotingstotaal.

Leningnummer 40.110.820 40.110.839 40.111.707 40.110.883 40.110.882 Totaal Gemiddeld in 2024

Hoofdsom 3.100.000 4.000.000 20.000.000 2.000.000 2.000.000

Leningenportefeuille Looptijd Opnamedatum 25 20-1-2017 15 15-9-2017 17 14-2-2018 15 2-1-2019 15 2-1-2020

Aflossing/jaar 124.000 266.667 1.176.471 133.333 133.333 1.833.804

Rente 1,30% 1,07% 1,22% 1,45% 1,67% 1,26%

Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal Percentage regeling Renterisiconorm

2024 € 43.704.110 20% € 8.740.822

2025 € 44.551.010 20% € 8.910.202

2026 € 46.091.765 20% € 9.218.353

2027 € 46.518.987 20% € 9.303.797

Renteherziening op vaste schuld o/g Aflossingen Renterisico Renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm Overschrijding renterisiconorm

2024 €0 € 1.883.804 € 1.883.804 € 8.740.822 € 6.857.018 €0

2025 €0 € 2.083.804 € 2.083.804 € 8.910.202 € 6.826.398 €0

2026 €0 € 3.359.000 € 3.359.000 € 9.218.353 € 5.859.353 €0

2027 €0 € 4.209.000 € 4.209.000 € 9.303.797 € 5.094.797 €0

Financieringsbehoefte en ontwikkeling rentelasten 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Liquide middelen 1/1

6.922.209

3.337.765

-2.596.147

-2.760.074

-2.795.279

Investeringsplan Afschrijvingen

-3.312.394 3.148.390

-9.384.174 3.074.766

-14.394.198 3.613.875

-9.405.882 4.380.081

-7.372.422 4.742.503

Mutatie Eigen vermogen Mutatie Voorzieningen Mutatie Overl. passiva met spec. bestedingsdoel

-1.586.636 0 0

-290.700 0 0

-49.800 0 0

-150.600 0 0

-11.400 0 0

Aflossingen bestaande leningen Aflossingen nieuwe leningen

-1.833.804

-1.833.804

-1.833.804 -250.000

-1.833.804 -1.525.000

-1.833.804 -2.375.000

6.922.209

3.337.765

-5.096.147

-15.510.074

-11.295.279

-9.645.402

0

0

2.500.000

12.750.000

8.500.000

6.750.000

6.922.209

3.337.765

-2.596.147

-2.760.074

-2.795.279

-2.895.402

1,5% 4%

0 0 280.800 280.800

19.500 50.000 257.700 327.200

40.200 350.000 234.800 625.000

41.700 739.500 211.700 992.900

42.800 966.500 188.700 1.198.000

Liquide middelen 31/12 Financieringsbehoefte (lang) Totaal liquide middelen *) Rente (kort) over financieringsbehoefte Rente (lang) over financieringsbehoefte Rente over lopende leningen Totaal

Voor een toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.3.1 waarin een prognose is opgenomen van de balans 2023 t/m 2027. 26

Renteschema 2024 (taakveld treasury) Renteschema 2024: a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering b. De externe rentebaten over de korte en lange financiering Saldo rentelasten en rentebaten

-/-

€ € €

328.300 328.300

c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moeten worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-/-

€

-

-/-

€

-

+/+

€

-

d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

+/+ +/+

€ € €

328.300

e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-/-

€

328.300

€

-

f. Renteresultaat op het taakveld Treasury

27

1.2.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Risicomanagement is een onderdeel van goed bestuur (Good Governance) en een belangrijk middel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 19 december 2013 is de ‘Notitie Risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. De notitie is ook in 2023 nog steeds actueel. In deze notitie worden de termen risico’s, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen als volgt gedefinieerd: • •

Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate VRZ in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aanzienlijk moet worden aangepast. Risico’s moeten in dit verband worden gezien als reële, maar niet altijd te meten, bedreigingen die, ook nadat alles in het werk gesteld is om het optreden ervan te voorkomen, of de gevolgen ervan te verminderen, kunnen leiden tot uitgaven die niet begroot zijn.

Naast de interne behoefte om risico’s in beeld te hebben en te beheersen is er ook vanuit het Rijk wetgeving opgelegd omtrent risico’s. In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) wordt in artikelen 9 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf worden ten minste opgenomen: • • •

een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's.

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is in artikel 11 BBV omschreven als “de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. Volgens de ‘Notitie weerstandsvermogen en risicomanagement’ wordt de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald aan de hand van de post onvoorzien, de algemene reserve en het onbestemde deel van de bestemmingsreserves. Voor de beoordeling van een dergelijke ratio kan gebruik worden gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, welke door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is samengesteld. Waarrdering weerstandcapaciteit Waarderingscijfer Betekenis x≥ 2,0 A Uitstekend 1,4 ≤ x < 2,0 B Ruim Voldoende 1,0 ≤ x < 1,4 C Voldoende 0,8 ≤ x < 1,0 D Matig 0,6 ≤ x < 0,8 E Onvoldoende x < 0,6 F Ruim onvoldoende Op basis van de concept-jaarrekening 2022 heeft de algemene reserve van VRZ eind 2022 een verwacht saldo van € 602.143. De jaarrekening 2022 is ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet vastgesteld en kan nog wijzigen.

28

De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt daarmee in 2024 naar verwachting: • • • •

Algemene reserve Onttrekking begroting 2023 (na wijz.) Onttrekking begroting 2024 Post onvoorzien Totaal

€ 794.566 -/- € 262.000 -/- € 200.000 € 50.000 € 382.566

Benodigde weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen moet de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet worden tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s die VRZ loopt zijn bepalend voor de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Om de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is het noodzakelijk de risico’s te voorzien van een kwantificering van zowel kans als financiële gevolgen. Door de maximale gevolgen van de individuele risico’s bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief oordeel over het weerstandsvermogen. Het is immers vrijwel zeker dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd voor zullen doen. Daarnaast zal niet ieder risico zich daadwerkelijk in de maximale omvang voordoen. Een aantal risico’s is qua omvang en waarschijnlijkheid niet in te schatten. Voor de kans dat een risico optreedt, wordt gewerkt met kansklassen van 90% tot 10%. Risico’s

01

02

03

04

Zeer hoog risico (90%) In de begroting 2024 is uitgegaan van een loonkostenstijging van 3,9 %. De werkelijke loonkostenstijging vanaf 1 mei 2024 of een wijziging in de pensioenpremies kan hiervan afwijken. Een nadelig verschil nacalculatorisch van 1% is meegenomen als risico. In de begroting 2023 en 2024 is uitgegaan van een prijsstijging van respectievelijk 5,9% en 2,4% (VZG-norm). De werkelijke prijsstijging in 2023 en 2024 kan hiervan afwijken. Een nadelig verschil nacalculatorisch van 1,5% is meegenomen als risico. De ontwikkelingen op de meldkamer met betrekking tot het hoge ziekteverzuim , de structureel benodigde formatie en de mogelijke beperking voor de inzetbaarheid voor 55+ medewerkers in de nachtdiensten, maken dat er mogelijk een uitbreiding van de het structurele budget nodig is. De incidentele meerkosten kunnen vooralsnog opgevangen worden uit de hiervoor gevormde bestemmingsreserve. Voor wat betreft het aandeel van de VRZ in de meerkosten geldt een percentage van 26%. Overschrijding van de belastingvrije ruimte WKR waardoor loonheffing verschuldigd is over het bedrag van de overschrijding.

Kans op optreden in 2024

Impact 2024 (€)

Benodigde weerstandscapaciteit 2024 (€)

90%

240.000

216.000

90%

170.000

153.000

90%

120.000

108.000

90%

70.000

63.000

29

05

06

07

08

09

10 11

12

13

Hoog risico (70%) Er is de afgelopen jaren sprake van hogere onderhoudskosten van brandweermaterieel en materiaal dan begroot. Dit hangt samen met de ouderdom van de activa. Dit nadeel wordt elk jaar nog als incidenteel beschouwd, omdat het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa. In de begroting 2024 is het budget opnieuw tijdelijk verhoogd, waardoor de impact lager wordt ingeschat dan op basis van het kostenniveau in de periode 2018 t/m 2022 zou worden verwacht. De ECB heeft in korte tijd een aantal renteverhogingen doorgevoerd om de inflatie te beteugelen. Het risico bestaat op verdere verhoging van de rente. Dit risico is van toepassing op de meerjarenraming, waarin rekening is gehouden met een rente van 4%. Er is pas een financieringsbehoefte vanaf 2025. Gemiddeld risico (50%) Werkgevers in de sector Overheid en Onderwijs zijn verplicht eigenrisicodrager voor de Werkloosheidswet (WW). Als eigenrisicodrager voor de WW betaalt VRZ de kosten van de WW-uitkering, als (ex)-werknemers werkloos worden Uitval (bijv. door ziekte) in die gevallen waarin slechts één persoon bepaalde werkzaamheden verricht met als gevolg tijdelijke inhuur.

Niet in kunnen vullen van vacatures op de krappe arbeidsmarkt voor diverse functies en daarvoor duurdere inhuur Risico op hogere kosten vrijwilligers indien meerdere grote incidenten in een jaar voorkomen Het vergroten van de beschikbaarheid van vrijwilligers vormt een belangrijk aandachtspunt de komende jaren. Het risico op uitstroom van brandweervrijwilligers mede als gevolg van vergrijzing, groter dan de instroom, brengt extra kosten voor wervingscampagnes en opleidingen mee om de posten op sterkte te houden. Impact is gebaseerd op de inkoop van een extra opleiding Manschap A voor 12 personen ( € 180.000). In de praktijk kunnen dit ook individuele (dag)opleidingen zijn. In de begroting 2024 zijn extra leergangen opgenomen. Om die reden is het risico gemiddeld ingeschat. Het meerjarig investeringsplan is opgesteld in prijzen 2024. Door extra prijsstijgingen is het mogelijk dat de geraamde investeringsbudgetten niet voldoende zullen blijken te zijn. De toekomstige kapitaallasten kunnen hierdoor verder oplopen dan nu berekend. In de begroting is een prijsstijging van 20% verwerkt. Om die reden is het risico gemiddeld ingeschat. Risico op juridische procedures en schadeclaims als gevolg van het gebruik van PFAS houdend blusschuim tijdens trainingen en incidenten in het verleden.

Als gevolg van het gebruik van PFAS houdend blusschuim tijdens oefeningen en trainingen is VRZ aansprakelijk gesteld voor mogelijke hieruit voortvloeiende schade (post Borssele). Deze aansprakelijkheid maar ook

70%

200.000

140.000

70%

Nvt in 2024

Nvt in 2024

50%

100.000

50.000

50%

150.000

75.000

50%

150.000

75.000

50%

200.000

100.000

50%

180.000

90.000

50%

250.000

125.000

50%

PM

PM

30

14

15 16

17

18

19

20 21

de causaliteit en omvang dient nog te worden vastgesteld. Laag risico (30%) Risico dat de bijdrage van NV Westerscheldetunnel (tunneltraining) vanaf 2024 niet meer wordt ontvangen. Er is een overeenkomst afgesloten tot en met 2023. In 2025 moet de tunnel tolvrij zijn. De NV Westerscheldetunnel blijft tot 2033 de beheersorganisatie van de tunnel, onafhankelijk van de tol. Zeer Laag risico (10%) Ransomware of andere externe aanval op ICT infrastructuur met financiële schade tot gevolg Risico op juridische procedures, onder andere bij aanbestedingstrajecten en arbeidsgeschillen en geschillen bij toepassing van overige wetgeving Langdurige gripsituatie i.v.m. bijzondere (langdurige) rampen en crisis met extra kosten tot gevolg zoals bijvoorbeeld Covid-19 in 2020/2021 Risico op een lagere rijksbijdrage (BDUR) als gevolg van ontwikkelingen in de verdeelmaatstaven in Nederland in relatie tot Zeeland en/of een lagere loon- en prijscompensatie dan geraamd Claims agv wetgeving zoals de AVG De bewaker van de avg is de autoriteit persoonsgegevens en deze heeft de mogelijkheid om boetes op te leggen (tot ca. 4% jaaromzet) Claim volgens het niet (goed/volledig) uitvoeren van de Wet Poortwachter De voertuigenverzekering is voor de oudere (brandweer) teruggebracht naar een WA-dekking voertuigen (>15 jr. voor zware voertuigen en >8 jr voor dienstvoertuigen).

Dit brengt het risico met zich mee dat in geval van een ongeval, waarbij een ouder voertuig is betrokken, met schuld VRZ, restwaarden moeten worden afgeboekt zonder dat er een verzekeringsvergoeding tegenover staat Totaal

30%

75.000

22.500

10%

1.000.000

100.000

10%

250.000

25.000

10%

250.000

25.000

10%

50.000

5.000

10%

100.000

10.000

10%

75.000

7.500

10%

100.000

10.000

1.400.000

Beoordeling weerstandsvermogen Op basis van de stand van de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit kan de ratio weerstandsvermogen 2024 worden bepaald: Beschikbare weerstandscapaciteit Deze uitkomst wordt gepresenteerd in de vorm van een ratio: Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de financieel berekende risico’s in de begroting 2024 is de ratio weerstandsvermogen: Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

€ 382.566 € 1.400.000

= 0,27

Op basis van de gehanteerde normeringsystematiek door VRZ wordt het weerstandsvermogen van VRZ in de begroting 2024 als “ruim onvoldoende” geclassificeerd. Indien risico’s daadwerkelijk (cumulatief) optreden, kan dit mogelijk leiden tot een negatief resultaat en negatief vermogen. VRZ zal in contact treden met de toezichthouder om de ontstane situatie te bespreken. 31

In de Notitie risicomanagement en weerstandsvermogen is een maximum bepaald aan het aan te houden weerstandsvermogen. Conform de VZG-richtlijn is hierin opgenomen artikel 25 : “Veiligheidsregio Zeeland vormt een reserve ten laste van de gemeentelijke bijdragen aan de uitvoeringskosten tot maximaal 5% van de jaaromzet, inclusief de bijdrage van de deelnemers.” Dat betekent voor 2024 een maximale reserve van 5 % van € 43.704.110 = € 2.185.205. Verloop van de kengetallen Begroting 2024 Kengetallen: Netto schuldquote (NSQ) NSQ gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

2022 2023 Jaarrekening Begroting (na wijz.) 56,19% 58,29% 56,19% 58,29% 8,23% 3,40% 0 0 Nvt Nvt Nvt Nvt

Begroting 2024-2027 2024 2025 2026 2027 Begroting Meerjarenraming Meerjarenraming Meerjarenraming 75,34% 102,03% 114,17% 120,88% 75,34% 102,03% 114,17% 120,88% 2,35% 1,59% 1,07% 0,99% 0 0 0 0 Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt

De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote neemt naar verwachting toe. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin VRZ in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. De solvabiliteitsratio neemt naar verwachting af. Het financiële kengetal "structurele exploitatieruimte" geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de organisatie in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. VRZ beschikt in de begroting en meerjarenraming niet over structurele exploitatieruimte. Verwezen wordt naar paragraaf 2.3.1 ‘’Prognose begin- en eindbalans 2023 t/m 2027’ voor meer toelichting op het verloop van de kengetallen.

1.2.5 Paragraaf Verbonden partijen Verbonden partijen zijn in het ‘Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten’ gedefinieerd als: privaat- of publiekrechtelijke organen, waarin de provincie of gemeente c.q. de gemeenschappelijke regeling een bestuurlijk en financieel belang heeft. VRZ kent geen verbonden partijen.

32

Hoofdstuk 2: Financiële begroting en meerjarenraming

33

Deel 2.1: Uitgangspunten voor de begroting Begroting en meerjarenraming De begroting 2024 en de meerjarenraming 2025 t/m 2027 zijn opgesteld in ‘constante prijzen 2024’. Dat wil zeggen, er is voor zowel de lasten als de baten (o.a. gemeentelijke bijdrage en Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) geen rekening gehouden met loon- en prijsbijstellingen vanaf 2025. Loon- en prijscompensatie Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2023 via de gemeentelijke bijdrage is in de begroting 2023 de VZG-richtlijn van 2,7% gehanteerd, die is gebaseerd op een loonbijstelling van 3,1% (2/3) en prijsbijstelling van 1,9% (1/3). Op 14 maart 2023 heeft de VZG, gelet op de uitzonderlijke (inflatie)situatie, deze richtlijn bijgesteld naar 7,2%, gebaseerd op een loonbijstelling van 7,9% (2/3) en prijsbijstelling van 5,9% (1/3). Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2024 via de gemeentelijke bijdrage is de VZG-richtlijn van 3,4% gehanteerd, die is gebaseerd op een loonbijstelling van 3,9% (2/3) en prijsbijstelling van 2,4% (1/3). Loonbijstelling Bijstelling VZG-richtlijn 2023 VZG-richtlijn 2024

+ 4,8% + 3,9 %

Prijsbijstelling

Gewogen gemiddelde loon- en prijsbijstelling

+ 4,0 % + 2,4 %

+ 4,5% + 3,4 %

De raming van de BDUR is gebaseerd op de decembercirculaire 2022. Er is rekening gehouden met toekenningen van loon-en prijscompensatie in de BDUR, die naar verwachting in 2023 en 2024 zullen worden uitgekeerd. Deze zijn nu nog niet bekend. In zowel 2023 als 2024 is een bedrag geraamd van € 100.000, samen € 200.000. Loonkosten Uitgangspunt voor de ramingen van de loonkosten zijn de geldende CAR-UWO-tabellen per 1 april 2022 en de werkgeverspremies per 1 januari 2023, verhoogd met de afgesproken loonstijging volgens de VZG-richtlijn 2023 van 3,1 % (begroting 2023) plus een bijstelling met 4,8% naar 7,9%. In tegenstelling tot eerdere jaren hebben Veiligheidsregio’s een eigen CAO. De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) onderhandelt hierover met de vakbonden in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV). Op 28 februari 2023 is een principeakkoord bereikt over een nieuwe CAO met een looptijd tot 1 mei 2024. Werkgevers en vakbonden leggen het akkoord voor aan hun achterbannen. De belangrijkste afspraken in dit akkoord (die de begroting 2024 beïnvloeden) zijn per 1-1-2023: -

-

een salarisstijging van € 100 bruto per maand per fte. De uitzonderlijk hoge inflatie raakt de lagere inkomens harder dan hogere inkomens. Werkgevers en vakbonden spreken in caoonderhandelingen daarom steeds vaker naast of in plaats van een procentuele loonsverhoging ook een vast bedrag af. De lagere loonschalen gaan er hierdoor 3% tot 4% op vooruit. Voor de hogere loonschalen is dat procentueel minder. vervolgens een salarisstijging van 5,5% een verhoging van het IKB met 1,58%; een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer van € 0,11/km tot een maximum van 45 km enkele reis; medewerkers die volgens afspraak thuis werken, ontvangen een vergoeding van € 3 per dag; voor de vrijwilligers is afgesproken dat de jaar- en uurvergoedingen stijgen met 9,3%; 34

Het effect op de begroting van de CAO ten opzichte van de bijgestelde VZG-richtlijn 2023 en 2024 (samen 9,2% tot 1 mei 2024) is berekend op € 722.000 in 2023 tot € 272.000 in 2024. De meerkosten ten opzichte van de bijgestelde VZG-richtlijn 2023 en 2024 van 9,2% doen zich vooral voor bij de lagere loonschalen (€ 100 bruto + 5,5% + 1,58% = 10% tot 11%) en als gevolg van de vergoedingen voor thuiswerken en reiskosten woon-werkverkeer. Vanaf 2024 is de VZG-richtlijn 2024 van 3,9% toegepast. De CAO loopt tot 1 mei 2024. Er ontstaat pas op een later moment duidelijkheid over de werkelijke loonkostenontwikkeling vanaf 1 mei 2024. Het Individueel Keuzebudget (IKB) is een budget in geld dat elke medewerker maandelijks flexibel kan inzetten voor door hem gekozen doelen. Het IKB bedraagt 17,05%: dat is de optelsom van 6,75% eindejaarsuitkering, 8% vakantietoeslag, 1,5% levensloopbijdrage en 0,8% aan (omgerekend) bovenwettelijk verlof. Het IKB wordt per 1-1-2023 verhoogd met 1,58%. Formatieplaatsen zijn begroot tegen de werkelijk te verwachten salarislasten, waarbij rekening is gehouden met de normale doorgroei ‘in het salarisgebouw’ en de doorgroei naar uitloopschalen (na 5 jaar beloning in het maximum van de functieschaal). Vacatures worden begroot op trede 6 van de functieschaal.

Op basis van het Implementatieplan Bouwsteen ‘verplichtend karakter’ (WNRA) is rekening gehouden met meerkosten voor piketfunctionarissen als gevolg van het omzetten van vrijwillige aanstellingen naar parttime beroepsaanstellingen. Inflatie Voor de prijsontwikkeling is rekening gehouden met de VZG-richtlijn 2023 van 1,9% (begroting 2023) plus een bijstelling met 4,0% naar 5,9% en de VZG-richtlijn 2024 van 2,4%. In 2022 bedroeg de VZGrichtlijn 1,5%. Net als andere organisaties hebben we te maken met de effecten van ontwikkelingen zoals de oorlog in Oekraïne en schaarste op de arbeidsmarkt. De financiële gevolgen hiervan voor de begroting zijn groot. De prijzen voor energie, brandstof en andere zaken zijn harder gestegen dan de berekende compensatie zoals die in de VZG-richtlijnen opgenomen. De CPI-index laat ultimo 2022 een prijsstijging zien van 10%. VRZ heeft veel mededelingen ontvangen van leveranciers met prijsverhogingen vanaf 1-1-2023 (+/- 10%). Deze inflatie zorgt op haar beurt weer voor een druk op de lonen, die in veel gevallen nog moet worden doorberekend in de prijzen. Een prijsontwikkeling van 10% of meer is fors hoger dan de berekende compensatie zoals die in de VZG-richtlijnen 2022 en 2023 is opgenomen. Omdat er momenteel veel onzekerheden zijn over de prijsontwikkelingen, o.a.

voor energie, volgt VRZ de bijgestelde VZG-richtlijn 2023 (5,9%) en de VZG-richtlijn 2024 (2,4%). In de bestuursrapportage 2023 en de jaarrekening zal meer duidelijk worden over de werkelijke effecten van de inflatie op het kostenniveau van VRZ vanaf 2023. Door de prijsstijgingen van onder andere energie, grondstoffen, chips, chassis en andere halffabricaten, is het inmiddels onvermijdelijk geworden dat de geraamde investeringsbudgetten niet meer toereikend zijn voor de vervangingsopgave. In het investeringsplan is in afwijking van de VZGrichtlijnen rekening gehouden met een prijsstijging van 15% in 2023 en 20% in 2024 om te komen tot een meer reëel vervangingsplan.

35

Kapitaallasten De afschrijvingslasten van de activa in de begroting 2024 zijn gebaseerd op de staat van activa eind 2022 en het investeringsplan 2023 t/m 2027. De (maximale) afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de ‘Financiële verordening’ van VRZ. a. b. c. d. e.

f.

g.

h. i. j. k. l.

maximaal 40 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen; maximaal 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen, groot gereedschap; maximaal 20 jaar: liften, haakarmvoertuigen, dompelpompunits, hoogwerkers na revisie, (haakarm)containers, hulpverleningsvoertuigen; maximaal 17 jaar: tankautospuiten, bepakking tankautospuiten; maximaal 15 jaar: dakbedekking, luchtbehandelingsinstallaties, cv-installaties, elektrische installaties (gebouwen), motorspuitaanhangers, tankwagens, inrichting, productiemachines en/of apparatuur, ademluchtcilinders, reddingsvaartuigen, redvoertuigen (hoogwerkers en autoladders); maximaal 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, verbindingen, overige elektrische installaties, kantoormeubilair, nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, groot onderhoud bedrijfsgebouwen, kozijnen, netwerkbekabeling, glasvezelverbinding, verlichtingsvoorzieningen, hydraulische redmiddelen, ademluchtvulstation, klim en hijsmiddelen, valbeveiliging, personen- en materiaalbussen, aanhangwagens, (test) ademluchtapparatuur, kleding jeugdbrandweer, bluspakken, gaspakken, vuilwerkpakken, zaagkleding, redvesten, survivalsuits, kettingzagen, aggregaten; maximaal 8 jaar: duikapparatuur/materiaal, hefmiddelen, mobiele dataterminals, explosiemeetapparatuur, CO-meetapparatuur, stralingsmeetapparatuur, handlampen oplaadbaar, vluchtmaskers; maximaal 7 jaar: personenauto’s,

warmtebeeldcamera’s, portofoons/mobilofoons, airbaghoezen; maximaal 5 jaar: lichte motorvoertuigen, software, alarmontvangers/pagers, blushelmen, -laarzen en -handschoenen, paxtassen/AED’s; maximaal 4 jaar: apparatuur t.b.v. kantoorautomatisering; maximaal 2 jaar: (mobiele) telefoons niet: gronden en terreinen.

In het eerste jaar na ingebruikname van een actief (1e jaar van afschrijving) wordt 100% van de afschrijving berekend. Bij het berekenen van de afschrijvingen wordt rekening gehouden met een reële restwaarde. In de praktijk gebeurt dit dat alleen bij voertuigen. Voor het aantrekken van nieuwe langlopende financiering is voorlopig rekening gehouden met een rente van 4%. De kapitaalmarktrente loopt momenteel op. De Europese Centrale Bank heeft in korte tijd een aantal renteverhogingen doorgevoerd. Het percentage is daarom verhoogd ten opzichte van het percentage in de begroting 2023 van 2%. Voor de omvang van de financieringsbehoefte wordt verwezen naar de paragraaf financiering. Voor kortlopende financiering is rekening gehouden met een rente van 1,5%.

36

Vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna: Vpb). De activiteiten zijn onderworpen aan de Vpb, indien en voor zover zij een onderneming drijven. Een (cluster van) activiteit (en) vormt een onderneming voor de Vpb wanneer aan de volgende drie cumulatieve criteria wordt voldaan. 1. er is sprake van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid, en; 2. er is sprake van deelname aan het economisch verkeer, en; 3. er wordt winst beoogd (het winstoogmerk wordt geacht reeds aanwezig te zijn indien structureel overschotten worden behaald of als incidenteel overschotten worden behaald en in concurrentie wordt getreden). In 2017 is met de Belastingdienst overeengekomen dat VRZ geen activiteiten uitvoert die vpb-plichtig zijn. Jaarlijks beoordeelt VRZ intern of dit nog steeds het geval is. Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven.

37

Deel 2.2: Overzicht van baten en lasten en de toelichting 2.2.1 Totaaloverzicht op economische categorie, inclusief meerjarenraming

Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden Mutaties reserves Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal

Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2024 2025 2026 2027 290.700 49.800 150.600 11.400 43.704.110 44.551.010 46.091.765 46.518.987 25.806.282 25.874.282 25.924.982 26.042.593 158.600 158.600 158.600 158.600 260.600 37.800 37.800 37.800 12.737.244 12.904.035 13.264.184 13.011.673 851.580 847.380 843.180 838.880 486.738 486.738 486.738 486.738 328.300 628.300 996.200 1.200.200 3.074.766 3.613.875 4.380.081 4.742.503 -43.413.410 -44.501.210 -45.941.165 -46.507.587 -18.700 -18.700 -18.700 -18.700 -285.000 -285.000 -285.000 -285.000 -8.788.089 -9.277.448 -9.583.297 -9.583.297 -34.045.621 -34.644.062 -35.778.168 -36.344.590 -276.000 -276.000 -276.000 -276.000 -290.700 -49.800 -150.600 -11.400 -290.700 -49.800 -150.600 -11.400 -290.700 -49.800 -150.600 -11.400 0 0 0 0

2.2.2 Totaaloverzicht per programma, inclusief meerjarenraming

Saldo van baten en lasten Lasten 1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg 2 Programma Voorbereide crisisorganisatie 3 Overhead / bedrijfsvoering 4 Algemene dekkingsmiddelen 5 Onvoorzien Baten 1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg 2 Programma Voorbereide crisisorganisatie 3 Overhead / bedrijfsvoering 4 Algemene dekkingsmiddelen 5 Onvoorzien Mutaties Reserves Eindtotaal

Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2024 2025 2026 2027 290.700 49.800 150.600 11.400 43.704.110 44.551.010 46.091.765 46.518.987 28.150.720 28.375.853 29.314.918 29.762.245 5.958.163 6.480.222 6.837.197 6.863.840 9.625.227 9.724.935 9.969.650 9.922.902 -80.000 -80.000 -80.000 -80.000 50.000 50.000 50.000 50.000 -43.413.410 -44.501.210 -45.941.165 -46.507.587 -561.000 -561.000 -561.000 -561.000 -18.700 -18.700 -18.700 -18.700 0 0 0 0 -42.833.710 -43.921.510 -45.361.465 -45.927.887 0 0 0 0 -290.700 -49.800 -150.600 -11.400 0

0

0

0

38

2.2.3 Specificatie per programma naar economische categorie, inclusief meerjarenraming

Saldo van baten en lasten 1 Programma Toekomstige brandweerzorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 2 Programma Voorbereide crisisorganisatie Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen 4 Algemene dekkingsmiddelen Lasten 110 Salarissen en sociale lasten Baten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 5 Onvoorzien Lasten 380 Overige goederen en diensten Mutaties Reserves 1 Programma Toekomstige brandweerzorg Baten 710 Mutaties reserves 3 Overhead / bedrijfsvoering Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal

Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2024 2025 2026 2027 290.700 49.800 150.600 11.400 27.589.720 27.814.853 28.753.918 29.201.245 28.150.720 28.375.853 29.314.918 29.762.245 16.150.850 16.125.650 16.120.350 16.154.161 147.600 147.600 147.600 147.600 222.800 0 0 0 7.721.374 7.393.806 7.318.106 7.195.595 614.100 609.900 605.700 601.400 245.238 245.238 245.238 245.238 289.400 572.100 914.800 1.114.900 2.759.358 3.281.559 3.963.124 4.303.351 -561.000 -561.000 -561.000 -561.000 -285.000 -285.000 -285.000 -285.000 -276.000 -276.000 -276.000 -276.000 5.939.463 6.461.522 6.818.497 6.845.140 5.958.163 6.480.222 6.837.197 6.863.840 3.209.983 3.241.983 3.252.183 3.265.483 32.600 32.600 32.600 32.600 2.267.947 2.757.306 3.063.155 3.063.155 237.480 237.480 237.480 237.480 179.000 179.000 179.000 179.000 2.900 3.600 4.200 6.000 28.253 28.253 68.579 80.122 -18.700 -18.700 -18.700 -18.700 -18.700 -18.700 -18.700 -18.700 9.625.227 9.724.935 9.969.650 9.922.902 9.625.227 9.724.935 9.969.650 9.922.902 6.525.449 6.586.649 6.632.449 6.702.949 11.000 11.000 11.000 11.000 5.200 5.200 5.200 5.200 2.697.923 2.702.923 2.832.923 2.702.923 62.500 62.500 62.500 62.500 36.000 52.600 77.200 79.300 287.155 304.063 348.378 359.030 -42.913.710 -44.001.510 -45.441.465 -46.007.887 -80.000 -80.000 -80.000 -80.000 -80.000 -80.000 -80.000 -80.000 -42.833.710 -43.921.510 -45.361.465 -45.927.887 -8.788.089

-9.277.448 -9.583.297 -9.583.297 -34.045.621 -34.644.062 -35.778.168 -36.344.590 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 1.050.000 -290.700 -49.800 -150.600 -11.400 -290.700 -49.800 -15.600 -11.400 -290.700 -49.800 -15.600 -11.400 -290.700 -49.800 -15.600 -11.400 0 0 -135.000 0 0 0 -135.000 0 0 0 -135.000 0 0 0 0 0

39

2.2.4 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2022 en de begroting 2023 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2022 en de begroting 2023 Er is geen overzicht opgenomen met vergelijkende cijfers per programma omdat de programmaindeling in de programmabegroting 2023 is gewijzigd ten opzichte van die in de jaarrekening 2022. Aanvullend is een overzicht opgenomen met vergelijkende cijfers uit de programmabegroting 2023, de 1e begrotingswijziging 2023 en de programmabegroting 2024.

Jaarrekening: Programma 2022 Begroting: (concept) * 2023 Saldo van baten en lasten 1.689.036 Lasten 39.316.595 110 Salarissen en sociale lasten 22.980.825 210 Belastingen 152.296 351 Ingeleend personeel 283.464 380 Overige goederen en diensten 10.477.583 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 870.604 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 420.932 442 Kapitaaloverdrachten - gemeenten 0 510 Rente 327.564 720 Mutaties voorzieningen 337.312 730 Afschrijvingen 3.466.015 Baten -37.627.560 352 Uitgeleend personeel -98.784 360 Huren -850 380 Overige goederen en diensten -1.030.081 431 Inkomensoverdrachten - Rijk -7.023.670 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten -29.162.152 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 1.000 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden -306.000 438 Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen -2.732 510 Rente -4.291 Mutaties Reserves -1.075.305 Lasten 430.338 710 Mutaties reserves 430.338 Baten -1.505.643 710 Mutaties reserves -1.505.643 Eindtotaal 613.731 *) De jaarrekening 2022 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.

525.400 38.750.877 23.603.600 150.900 275.400 9.981.291 720.500 410.800 97.500 280.800 0 3.230.086 -38.225.477 -17.700 0 -269.700 -6.799.561 -30.862.516 0 -276.000 0 0 -525.400 0 0 -525.400 -525.400 0

Programma Begroting: 2024 290.700 43.704.110 25.806.282 158.600 260.600 12.737.244 851.580 486.738 0 328.300 0 3.074.766 -43.413.410 -18.700 0 -285.000 -8.788.089 -34.045.621 0 -276.000 0 0 -290.700 0 0 -290.700 -290.700 0

40

Overzicht met vergelijkende cijfers per programma begroting 2023

Saldo van baten en lasten 1 Programma Toekomstige brandweerzorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 442 Kapitaaloverdrachten - gemeenten 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 2 Programma Voorbereide crisisorganisatie Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen 4 Algemene dekkingsmiddelen Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 380 Overige goederen en diensten Baten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 5 Onvoorzien Lasten 380 Overige goederen en diensten Mutaties Reserves 1 Programma Toekomstige brandweerzorg Baten 710 Mutaties reserves 2 Programma Voorbereide crisisorganisatie Baten 710 Mutaties reserves

Programma Begroting: 2023

Begroting 2023 na 1e wijziging

Programma Begroting: 2024

525.400 25.224.923 25.770.623 14.733.500 141.500 239.300 6.429.841 720.500 206.600 97.500 250.600 2.951.282 -545.700 -269.700 -276.000 3.962.563 3.980.263 2.954.400 31.100 803.000 0 167.300 800 23.663 -17.700 -17.700 9.139.991 9.139.991 6.055.700 9.400 5.000 2.748.450 36.900 29.400 255.141 -37.852.077 -190.000 -140.000 -50.000 -37.662.077 -6.799.561 -30.862.516 50.000 50.000 50.000 -525.400 -390.400 -390.400 -390.400 0 0 0

1.659.238 26.288.562 26.850.062 14.878.516 145.500 162.200 7.634.596 685.465 225.438 0 250.600 2.867.747 -561.500 -285.500 -276.000 5.598.790 5.616.490 2.954.400 31.100 2.265.508 172.400 167.300 800 24.982 -17.700 -17.700 9.079.812 9.079.812 6.171.900 9.400 5.000 2.571.550 36.900 29.400 255.662 -39.357.926 -168.755 -140.000 -28.755 -39.189.171 -8.326.655 -30.862.516 50.000 50.000 50.000 -1.659.238 -1.586.636 -1.586.636 -1.586.636 -55.602 -55.602 -55.602

290.700 27.589.720 28.150.720 16.150.850 147.600 222.800 7.721.374 614.100 245.238 0 289.400 2.759.358 -561.000 -285.000 -276.000 5.939.463 5.958.163 3.209.983 32.600 2.267.947 237.480 179.000 2.900 28.253 -18.700 -18.700 9.625.227 9.625.227 6.525.449 11.000 5.200 2.697.923 62.500 36.000 287.155 -42.913.710 -80.000 -80.000 0 -42.833.710 -8.788.089 -34.045.621 50.000 50.000 50.000 -290.700 -290.700 -290.700 -290.700 0 0 0

41

Programma Begroting: 2023 3 Overhead / bedrijfsvoering Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal

Begroting 2023 na 1e wijziging

-135.000 -135.000 -135.000 0

Programma Begroting: 2024

-17.000 -17.000 -17.000 0

0 0 0 0

2.2.5 Incidentele lasten per programma Het overzicht incidentele lasten en baten geeft inzicht in de mate waarin er sprake is van structureel evenwicht of een reëel sluitende begroting. Dit houdt in dat structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Incidentele lasten mogen worden gedekt door incidentele baten, waaronder onttrekkingen aan de reserves. Het gaat hier om een indicatie van de incidentele baten en lasten. In onderstaand overzicht is er in 2024 sprake van structureel evenwicht. Tegenover als incidenteel aangemerkte baten staan voldoende als incidenteel aangemerkte lasten, met andere woorden de structurele lasten zijn lager dan de structurele baten. In 2024 worden lagere afschrijvingslasten verwacht dan in eerdere begrotingen opgenomen (€ 3,8 mln.). De ontstane financiële ruimte in 2024 mag daarom alleen voor incidentele zaken worden uitgegeven, immers vanaf 2025 is volgens de ramingen de ruimte weer nodig voor dekking van de oplopende kapitaallasten. De meerjarenraming laat oplopende personeelslasten zien als gevolg van de normale doorgroei ‘in het salarisgebouw’ en de doorgroei naar uitloopschalen (na 5 jaar beloning in het maximum van de functieschaal). Om deze lasten in de toekomst te kunnen dekken zijn sommige lasten in eerdere jaren als incidenteel opgenomen. Deze moeten worden afgebouwd.

Saldo van baten en lasten 1 Programma Toekomstige brandweerzorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen Baten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten 380 Overige goederen en diensten 5 Onvoorzien Lasten 380 Overige goederen en diensten Mutaties Reserves 1 Programma Toekomstige brandweerzorg Baten 710 Mutaties reserves 3 Overhead / bedrijfsvoering Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal

Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2024 2025 2026 2027 975.000 206.100 216.400 -22.900 925.000 156.100 31.400 -72.900 238.700 222.800 523.700 14.800

37.500 0 183.000 10.600

0 0 100.000 6.400

0 0 0 2.100

-75.000 0

-75.000 0

-75.000 135.000

-75.000 0

0 50.000

0 50.000

135.000 50.000

0 50.000

50.000 -281.500 -281.500

50.000 -40.600 -40.600

50.000 -141.400 -6.400

50.000 -2.200 -2.200

-281.500 0

-40.600 0

-6.400 -135.000

-2.200 0

0 693.500

0 165.500

-135.000 75.000

0 -25.100

42

In paragraaf 2.3.3 Verwachte stand en verloop van de reserves is een toelichting opgenomen op de projecten die ten laste van de reserves worden uitgevoerd. Andere incidentele lasten worden hieronder toegelicht: Onderhoud brandweermaterieel en -materiaal Er is in 2022 (net als in 2018 , 2019 , 2020 en 2021) meer onderhoud uitgevoerd dan begroot. Dit hangt samen met de ouderdom van de activa. Deze nadelen zijn in de jaarrekeningen als incidenteel gekwalificeerd, omdat het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa. In 2024 is € 317.500 incidenteel ingezet om het onderhoudsbudget voor brandweermaterieel en -materiaal te verhogen. In 2025 en 2026 is respectievelijk € 83.000 en € 100.000 opgenomen. Informatie gestuurd werken Voor verdieping/inbedding/integratie van het materieelbeheersysteem in het datawarehouse is € 31.000 incidenteel opgenomen in 2024. Uitrol operationele uniform In de periode 2023 t/m 2025 zal het nieuwe operationele (brandweer)uniform gefaseerd worden uitgerold. In 2024 en 2025 is hiervoor incidenteel € 100.000 extra opgenomen conform de planning. Inkoopondersteuning Het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa (zie paragraaf 2.3.4 Investeringsplan 2023 t/m 2027). Voor ondersteuning bij het voorbereiden van Europese aanbestedingen en andere inkooptrajecten is in 2024 € 102.800 opgenomen.

Bijdrage tunneltraining Meerjarige tijdelijke geldstromen waarvan de eindigheid vastligt vanwege een toekenningsbesluit worden beschouwd als incidentele baten, ook als de geldstroom (nog) langer is dan 3 jaar. Het betreft in 2024 alleen de bijdrage van de NV Westerscheldetunnel voor de tunneltraining (€ 75.000). Deze bijdrage is opgenomen in de risicoparagraaf met een laag risico. Indien deze bijdrage wordt beëindigd is VRZ genoodzaakt de activiteiten die met deze middelen worden uitgevoerd stop te zetten en/of ombuigingen te realiseren. Onvoorzien De post onvoorzien van € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven.

43

Deel 2.3: Uiteenzetting financiële positie 2.3.1 Prognose begin- en eindbalans 2023 t/m 2027 Activa Omschrijving Activa

Eind 2022 *

Eind 2023

Eind 2024

Eind 2025

Eind 2026

Eind 2027

Vaste activa Materiële vaste activa Investeringsplan Afschrijvingen

23.423.466 23.587.470 29.896.878 40.677.201 45.703.002 48.332.921 0 3.312.394 9.384.174 14.394.198 9.405.882 7.372.422 0 -3.148.390 -3.074.766 -3.613.875 -4.380.081 -4.742.503

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar Schatkistbankieren Verwachte mutatie

1.016.427 1.016.427 1.016.427 1.016.427 1.016.427 1.016.427 6.911.160 6.911.160 3.254.114 -2.679.798 -2.843.725 -2.878.930 0 -3.657.046 -5.933.912 -163.927 -35.205 -100.023

Overige overlopende activa

536.778

536.778

536.778

536.778

536.778

536.778

Liquide middelen

11.049

11.049

11.049

11.049

11.049

11.049

Totaal vlottende activa

8.475.414

4.818.368 -1.115.544 -1.279.471 -1.314.676 -1.414.699

Totaal activa

31.898.880 28.405.838 28.781.334 39.397.730 44.388.326 46.918.222

*) De jaarrekening 2022 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.

44

Passiva Omschrijving Passiva

Eind 2022 *

Eind 2023

Eind 2024

Eind 2025

Eind 2026

Eind 2027

1.408.296 1.831.358

532.566 434.120

332.566 343.420

332.566 293.620

332.566 143.020

332.566 131.720

2.625.924

966.686

675.986

626.186

475.586

464.286

337.312

337.312

337.312

337.312

337.312

337.312

Vaste passiva Eigen Vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Gerealiseerd resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten Subtotaal eigen vermogen Voorzieningen

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Financieringsbehoefte

-613.730

23.774.118 21.940.314 20.106.510 20.522.706 29.913.902 34.205.098 0 2.500.000 12.750.000 8.500.000 6.750.000 0 24.111.430 22.277.626 22.943.822 33.610.018 38.751.214 41.292.410

Totaal vaste passiva passiva Vlottende schulden met een vlottende Netto rentetypische looptijd korter dan Overlopende passiva met een specifiek bestedingsdoel Overige overlopende passiva

26.737.354 23.244.312 23.619.808 34.236.204 39.226.800 41.756.696

4.428.573

4.428.573

4.428.573

4.428.573

4.428.573

4.428.573

683.486 49.467

683.486 49.467

683.486 49.467

683.486 49.467

683.486 49.467

683.486 49.467

Totaal vlottende passiva

5.161.526

5.161.526

5.161.526

5.161.526

5.161.526

5.161.526

Totaal passiva

31.898.880 28.405.838 28.781.334 39.397.730 44.388.326 46.918.222

*) De jaarrekening 2022 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.

Toelichting De komende jaren is er sprake van een fors investeringsprogramma. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 2.3.4. De boekwaarde van de activa stijgt daardoor van € 23,4 mln. eind 2022 naar circa € 48,3 mln. eind 2027. De lange termijnschulden van VRZ nemen mede hierdoor toe van € 23,7 mln. eind 2022 naar circa € 41,6 mln. De stijging van de lange termijn schulden is geringer dan de stijging van de boekwaarde van de activa, vooral omdat er eind 2022 nog € 6,9 mln. beschikbaar is (schatkistbankieren). Voor de stand en het verloop van de reserves wordt verwezen naar paragraaf 2.3.3.

45

2.3.2 Geprognosticeerde EMU-saldo Omschrijving

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12657096/1