CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

220630 COA Ruimtelijk Functioneel PvE 3 0 - toezegging wethouder Louws AB

Commissie Algemeen Bestuur 9 april 2024, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Verslag14.425 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Standaard 8-persoons woning Deze bestaat uit drie 2-persoonsslaapkamers en twee 1-persoonsslaapkamers die allen grenzen aan een gangzone. Via deze gangzone zijn zowel de gezamenlijke badkamer, toilet en huiskamer te bereiken die verbonden is met een open keuken.

2.

De “dubbel-4” Deze woning is geënt op de opvang van twee gezinnen met wisselende samenstelling. Er zijn twee separate huiskamers. Aan elk van de huiskamers grenzen idealiter één 2-persoonsslaapkamer en twee 1-persoonsslaapkamers. Er is gezamenlijk gebruik van één keuken (gesloten ruimte), één badkamer en toilet. De indeling van de woning moet dusdanig zijn dat één van de 1-persoonsslaapkamers toegewezen kan worden aan het andere “gezin” waardoor de “dubbel-4” ook gebruikt kan worden voor twee gezinnen van respectievelijk vijf en drie personen. Hieronder is een schematische weergave van de “dubbel-4” woning gevisualiseerd. In ‘bijlage 8 Relatieschema’s’, staan schematische weergave van iedere wooneenheid (wonen & logies).

24

3.

4.2.2

MIVA-woning De mindervalide-woning bestaat uit vier 2-persoonsslaapkamers bereikbaar via een gezamenlijke gangzone. De woning heeft een gezamenlijke huiskamer, open keuken, badkamer en toilet. Alle ruimtes zijn geschikt gemaakt voor rolstoelgebruik en voldoen (grotendeels) aan het handboek toegankelijkheid (zie hiervoor het technisch programma van eisen).

Logiesfunctie Gebouw Bij een logiesfunctie zijn de wooneenheden van vier of acht personen aan elkaar geschakeld door middel van een gezamenlijke gang. De wooneenheden bestaan uit twee- of vierpersoonskamers. De sanitaire voorziening bevinden zich binnen de wooneenheid. Door de bewoners wordt zelf gekookt in een keuken gedeeld met meerdere wooneenheden. Hierbij wordt vanuit het perspectief van beheersbaarheid in combinatie met bouwkosten en technische capaciteit gekeken naar het aantal bewoners per keuken. Hierbij is het uitgangspunt 64 bewoners per keuken, dit is tevens ook het maximum (bijvoorbeeld acht wooneenheden van acht bewoners of zestien wooneenheden van vier bewoners). De logiesfunctie heeft geen gedeelde woon- eetkamer, dit gebeurt op de eigen kamers. Een logiesgebouw kan uit meerdere clusters met een van maximum van 64 personen bestaan.

Wooneenheden Binnen logies wordt uitgegaan van drie typen wooneenheden:

4.3

1.

2 x 2 persoons De 2 x 2 persoons beschikt over twee slaapkamers voor twee bewoners. Zij maken gezamenlijk gebruik van de badkamer, deze badkamer beschikt over de douche, de wastafel en het toilet. De kamers worden voorzien van een gezamenlijke koelkast als een (eet)tafel.

2.

2 x 4 persoons De 2 x 4 persoons beschikt over twee slaapkamers voor vier bewoners. Zij delen de badkamer en separaat toilet. De kamers worden voorzien van gezamenlijke koelkast als een (eet)tafel.

3.

MIVA-woning De mindervalide-woning binnen de logiesfunctie verschilt niet ten opzichte van de woonfunctie. Ook binnen de logies moet het mogelijk zijn om mindervalide bewoners op te vangen. De mindervalide-woning bestaat uit vier 2-persoonsslaapkamers, bereikbaar via een gezamenlijke gangzone. De woning heeft een gezamenlijke huiskamer, open keuken, badkamer en toilet met fontein. Alle ruimtes zijn geschikt gemaakt voor rolstoelgebruik en voldoen (grotendeels) aan het handboek toegankelijkheid (zie hiervoor het technisch programma van eisen).

Dienstengebouwen De overige functies zijn gehuisvest in één of meerdere dienstengebouwen. Nabij de toegangspoort van het terrein bevindt zich de receptie. De receptie functioneert tevens als informatiebalie buiten de reguliere openingstijden van de kantoren. In de directe nabijheid zijn de kantoren van het COA en de ketenpartners gesitueerd.

25

4.4

Het terrein

4.4.1

Activiteiten gebouw Centraal op het terrein liggen ook de ruimtes voor binnen activiteiten, waaronder recreatieruimten, een multifunctionele ruimte (OLc), activiteitenruimtes, leslokalen, en een kinderspeelruimte. De overige functies (zoals wasgelegenheden) zijn centraal gelegen en gecombineerd met de woongebouwen.

4.4.2

Opslag en (fietsen)werkplaats Nabij de toegang is ruimte voor de opslag en de werkplaats. Hierin bevindt zich het centrale magazijn, de linnenkamer, eventueel de kledingwinkel en het uitgifte punt voor goederen (eerste verstrekking), de werkplaats en de kantoren voor de huismeester. Fietsenwerkplaats Het is van belang de fietsenwerkplaats op een centrale plek in het centrum te realiseren. Dit heeft te maken met de beheersbaarheid en toezicht. De fietsenwerkplaats wordt door vrijwilligers bemand en zij zijn verantwoordelijk voor het beheer en uitvoering van eenvoudige herstelwerkzaamheden. De inrichting is toegesneden op het repareren van fietsen. Er is een mogelijkheid dat de fietsen worden opgehesen aan het plafond om zo makkelijker reparaties te kunnen uitvoeren. Er zijn afsluitbare gereedschapskisten, spoelbak met watervoorziening, harde ondergrond, molestbestendige deuren en voldoende verlichting.

4.4.3

Buitenactiviteiten De locatie wordt voorzien van gebieden voor recreatie en sport zoals basketbal-, volleybal- en voetbalvelden. Er is behoefte aan een multifunctioneel verhard sportveld, wat ook geschikt is voor fietslessen. Ook wordt er ruimte ingericht voor speeltoestellen/ tafeltennistafels en speeltuinen voor jongere en oudere kinderen (accenten toepassen in kleurgebruik ook bij toepassing rubbertegels). Bij de speeltuinen bevinden zich ook zitbanken. Terreininrichting Het terrein wordt voorzien van lage struiken, bomen, afrasteringen, een slagboominstallatie, bewegwijzering, zitbanken en prullenbakken. Het verdient aanbeveling toegepaste groenvoorziening aan te brengen ten opzichte van zon-volle gevels. Binnen de terreingrenzen, nabij de entree bevinden zich de parkeerplaatsen en de (overdekte en afsluitbare) fietsenstalling voor medewerkers. Het uitgangspunt is een parkeerplaats per tien opvangplekken. De parkeerplaatsen zijn met name bedoeld voor COA-medewerkers, personeel ketenpartners en bezoekers. Bij de inrichting van het buitenterrein moet rekening worden gehouden met aspecten als veiligheid en overzichtelijkheid. Daarom is onder andere de receptie altijd bij de entree en het aangrenzende parkeerterrein gesitueerd, desnoods in een apart gebouw. Dit moet goed zichtbaar zijn in de ontwerptekening.

Elke wooneenheid beschikt over een eigen fietsenrek, bij de toegang van het terrein en/of bij grote terreinen dicht bij de woning. In totaal dienen voor elke twee bewoners één plaats in fietsenrekken te worden gerealiseerd.

26

4.4.4

Materiaal en kleurgebruik Bij de inrichting van het terrein zijn materialen en kleuren toegepast die uitnodigend en vriendelijk zijn. De groenvoorziening is eenvoudig bij te houden, robuust maar biedt voldoende schaduw op warme dagen en beschermt gebouwoppervlakken tegen langdurige opwarming van zon. In het technisch programma van eisen staat specifiek omschreven welk kleurgebruik en welke planten geschikt zijn.

4.5

Bereikbaarheid externe voorzieningen Voor de bereikbaarheid van voorzieningen in de omgeving gelden de volgende richtlijnen: Supermarkt: Basisonderwijs: Voortgezet onderwijs: Aansluiting OV-net:

15 loopminuten van de locatie, acceptabel is 30 loopminuten; 15 loopminuten van de locatie, acceptabel is 30 loopminuten; 30 fietsminuten van de locatie, acceptabel is 60 fietsminuten; 5 loopminuten van de locatie, acceptabel is 15 loopminuten;

Met betrekking tot onderwijs geldt dat de gemeente verantwoordelijk is voor de realisatie en instandhouding van de huisvesting. In veel gevallen zal dit betekenen dat de kinderen gebruik maken van de in de buurt aanwezige scholen. Een gemeente kan er echter voor kiezen, in overleg met afdeling Vastgoed en Facilitair, om onderwijsruimte te bieden op het azc. In dat geval wordt de school separaat van de andere gebouwen gesitueerd. Kosten voor onderwijs en huisvesting zijn voor de gemeente.

4.6

Toegankelijkheid gebouwen Veiligheid is een belangrijk thema binnen het COA voor zowel de bewoners als voor de medewerkers. Ter verhoging van de veiligheid zijn er richtlijnen opgesteld die aangeven welke ruimtes voor wie toegankelijk zijn op welk moment. We kennen drie niveaus van toegankelijkheid of openbaarheid voor bewoners: - Openbare ruimten zijn gedeelten op een centrum waar iedereen, die het terrein mag betreden, vrij gebruik van kan maken, hieronder vallen bewoners, bezoekers, COA-personeel en ketenpartners; - Half openbare ruimten zijn gedeelten waar asielzoekers alleen met toestemming mogen verblijven; - De niet-openbare gebieden zijn alleen toegankelijk voor (bepaalde groepen) medewerkers. Geheel openbaar: • De balie van de receptie (24 uur); • Multifunctionele-, activiteiten-, recreatie- en lesruimtes (op aangegeven tijden); • Buitenrecreatie; • Wachtruimte en infobalie (op aangegeven tijden); • Was - en droogunits; • Huiswerkruimte; • Eetzaal en catering (indien aanwezig en op aangegeven tijden).

27

Half openbaar • Wachtruimte VWN, GZA (op afspraak); • Wachtruimte COA, DT&V (op afspraak); • Artsenruimtes (bewoner wordt binnengelaten); • Ruimte voor het uitdelen van de eerste verstrekking (op afspraak); • Woning (alleen eigen woning of als bezoeker); • Logies (alleen eigen wooneenheid en bijbehorende keuken of als bezoeker); • Spreekkamers (bewoner wordt binnengelaten op afspraak).

Niet openbaar • • • • •

Kantoren, personeelsruimtes, administratie; Werkruimten gezondheidszorg; Receptie en infobalie (binnenzijde); Technische ruimtes, waaronder de huismeester; Bergingen.

28

5.

RUIMTELIJKE EISEN BIJ OPVANGVORMEN Hier worden de ruimtelijke eisen weergegeven per opvangmodaliteit. De meest voorkomende modaliteit is het asielzoekerscentrum (azc). Deze opvangvorm en bouwwijze is dan ook leidend voor andere opvangmodaliteiten en hun verschijningsvorm. Hiermee wordt de uitwisselbaarheid en flexibiliteit van de modaliteiten zo optimaal mogelijk gerealiseerd.

5.1

Asielzoekerscentrum (azc) In deze paragraaf zijn de functies en bijbehorende ruimtes beschreven.

5.1.1

Wonen en logies Zoals al eerder beschreven kan bij herontwikkeling of renovatie voor de verblijfsfunctie wonen en/of logies gekozen worden. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de ruimtelijke eisen en worden de specifieke eisen per kamer geformuleerd.

1.

Ruimtelijke eisen woonfunctie De woonfunctie bestaat uit wooneenheden die ieder beschikken over een woonkamer, keuken, slaapkamers, toilet/ badkamer, technische ruimte en een meterkast. Woonkamer De bewoners delen een gezamenlijke woonkamer die, met uitzondering van de dubbel-4 variant, grenst aan een open keuken en via een deur verbonden is met de gang. In de woonkamer kunnen de bewoners samen komen en hun maaltijd nuttigen. Keuken Het principe van zelf koken wordt toegepast. Dit houdt in dat de wooneenheden ieder een eigen kookfaciliteit hebben. De keuken is een open keuken met geurdrempel onder andere voorzien van vier kookpitten, een afzuigkap, keukenblad, een afsluitbare keukenkast per persoon, een spoelbak, een gezamenlijke koelkast, een waterkoker, een (vlam dovende) prullenbak, een brandblusser en een branddeken. Slaapkamer In het geval van nieuwbouw zijn er alleen 1 en 2-persoons slaapkamers. Bij bestaande bouw worden meer personen per kamer ondergebracht maar met een maximum van vier personen. In de kamer heeft de bewoner de beschikking over een bed, een kast en een stoel. Privacy in de zin van inkijk, afsluitbaarheid en goede geluidisolatie spelen een belangrijke rol. Toilet/ badkamer De wooneenheden zijn allen voorzien van een separaat toilet en een badkamer. Per acht bewoners is een toilet en een badkamer aanwezig.

29

Technische ruimte In deze ruimte staan de werktuigkundige installaties van de woning opgesteld. Hierbij moet gedacht worden aan de cv-ketel, eventuele boilers, apparatuur voor zonnepanelen of zonneboiler, ventilatieunit, et cetera. De ruimte is alleen toegankelijk voor huismeesters en onderhoudspartijen. Meterkast Elke wooneenheid heeft een meterkast nabij de entree. In de meterkast zijn de diverse meters, afsluiters en het zekeringenpaneel ondergebracht. De meterkast is afgesloten voor bewoners en alleen toegankelijk voor huismeesters en onderhoudspartijen.

2.

Ruimtelijke eisen logiesfunctie De logiesfunctie bestaat uit wooneenheden die ieder beschikken over slaapkamers en sanitaire voorzieningen. De keuken, technische ruimte, meterkast en werkkast worden centraal gesitueerd per verdieping of per cluster. Slaapkamer Variatie van 2 en 4-persoonskamers geclusterd binnen de wooneenheid (2 x 2 persoonskamer of 2 x 4 persoonskamer). In de kamer heeft de bewoner de beschikking over een eenpersoonsbed, een kast, een gezamenlijke koelkast en een tafel met stoel. De tafel of tafels dienen geschikt te zijn voor het aantal personen per kamer. Privacy in de zin van inkijk, afsluitbaarheid (per kamer) en goede geluidisolatie spelen een belangrijke rol. Toilet/ badkamer De wooneenheden beschikken over een eigen toilet en badkamer. Bij de 2 x 2 persoonskamer is het toilet in de badkamer. Bij de 2 x 4 persoonskamer zijn de toilet en douche wel van elkaar gescheiden. De toilet en badkamer bestaan uit: toilet, fontein met planchet en spiegel en een douche. Keuken De keuken is geschikt voor maximaal 64 personen, afhankelijk van het aantal wooneenheden waarmee de keuken gedeeld wordt. De keuken is voorzien van maximaal 8 elektrische fornuizen, van een afzuigkap, keukenblad, een afsluitbare keukenkast per persoon, één spoelbak per vier kookpitten, een (vlam dovende) prullenbak, een brandblusser en een branddeken.

De keuken is afsluitbaar zodat deze in de nacht niet toegankelijk is, de keuken is van 22:00 tot 06:00 uur gesloten. De specifieke technische eisen voor de keuken zijn terug te vinden in het technisch programma van eisen.

30

Technische ruimte In deze ruimte staan de werktuigkundige installaties van de woning(en) opgesteld. Hierbij moet gedacht worden aan de cv-ketel, eventuele boilers, apparatuur voor zonnepanelen of zonneboiler, ventilatie-unit, et cetera. De ruimte is alleen toegankelijk voor huismeesters en onderhoudspartijen. Meterkast De wooneenheid of het cluster hiervan heeft een meterkast nabij de entree. In de meterkast zijn de diverse meters, afsluiters en het zekeringenpaneel ondergebracht. De meterkast is afgesloten voor bewoners en alleen toegankelijk voor huismeesters en onderhoudspartijen. Werkkast Binnen de logiesfunctie worden diverse werkkasten gerealiseerd voor de opstal van onder andere schoonmaakspullen. Per verdieping bevindt zich minimaal één werkkast. Deze werkkast kan toegankelijk gemaakt worden voor bewoners na toestemming van de huismeester.

5.1.2

Was- en droogruimte De was-, en droogmachines worden centraal-, of bij grotere locaties verdeeld over het terrein met maximaal vier wasmachines en vier drogers in een ruimte opgesteld. Per 16 bewoners is er één combinatie van was- en droogmachine aanwezig. Voorts is er in deze ruimte een uitstortgootsteen. In het technisch programma van eisen worden verdere specificaties benoemd (daglicht, wifi, schrobput en afwerking).

5.1.3

Activiteiten Multifunctionele ruimte Met deze ruimte heeft de locatiemanager handelingsvrijheid om activiteiten voor doelgroepen te laten plaatsvinden waar situationeel behoefte voor bestaat, bijvoorbeeld een jeugdhonk. Voorheen was dit het Open Leercentrum (OLC). Aangezien de noodzaak hiervoor is afgenomen door wifi en de digitale devices van de asielzoekers, is hier nu een multifunctionele ruimte ontstaan. Activiteitenruimte De activiteitenruimten worden dusdanig multifunctioneel ingericht dat er meerdere activiteiten kunnen plaatsvinden. De omvang van de activiteitenruimten zijn dusdanig dat ze uitwisselbaar zijn met andere ruimtes. Recreatiezaal/ berging Op ieder centrum is een recreatieruimte aanwezig van 108 m². Grenzend aan de recreatiezalen zijn één of meerdere bergingen gesitueerd voor de opslag van materiaal en meubilair. Het gebruik en de inrichting van de multifunctionele ruimte, activiteitenruimte en recreatiezaal kunnen per locatie verschillen afhankelijk van de ruimtelijke situatie, behoeftes en de aanwezige doelgroep. Denk hierbij aan inrichting gericht op activiteiten voor kinderen, een vrouwenruimte of een mannenruimte. Bij een vrouwenruimte is het belangrijk dat er geen inkijk van buitenaf mogelijk is.

31

Pantry De pantry is bestemd voor de verstrekking van drank en kleine etenswaren aan bewoners in de recreatiezaal. De pantry staat in een aparte ruimte en kan van de recreatiezaal afgesloten worden door middel van een rolluik. Leslokaal Deze ruimte dient ten behoeve van het basisprogramma waar klassikale activiteiten, zoals voorlichting, training en onderwijs, plaats kunnen vinden onder begeleiding van docenten en eventueel een tolk. Hier is het eveneens mogelijk huiswerkruimte aan te bieden. De vormgeving is dan 5 x 7,12 meter (operationele winst van tenminste 5 m² in verband met ruimte die docent voor de klas inneemt). Deze afmetingen zijn minimaal nodig wanneer de ruimte als een leslokaal wordt ingericht, in verband met de indeling van de tafels en ruimte voor de docent voor de klas. Kinderspeelzaal Het doel van de speelzaal is een speelruimte te bieden voor kinderen tot vier jaar. De speelzaalfunctie heeft het karakter van tijdelijke oppas met een maximumaantal uren per dag. Er worden geen speciale voorzieningen getroffen, behoudens een pantry (verlaagd) om handen te wassen en een kindertoilet. Het betreft een maximum van 16 kinderen en een oppervlakte van 3,5 m2 per kind (max. 56 m²), exclusief de ruimte voor het kindertoilet. Kindertoiletten zijn voorzien van een halve deur en wasbakken op kind hoogte.

Binnen de kinderspeelzaal wordt gelet op een kind veilige inrichting (knelbeveiligingen, afschermen radiatoren en cv-leidingen en kindveilige wandcontactdozen).

5.1.4

Ontvangen Wachtruimte De wachtruimte is een separate ruimte die niet mag samenvallen met verkeersruimte. De toeloop van mensen kent behoorlijke pieken en daarbij mag de logistiek van de rest van het gebouw niet gehinderd worden. Informatiebalie Doel van de informatiebalie is te zorgen voor afhandeling van vragen, doorverwijzen naar en voorlichten van asielzoekers op een efficiënte en effectieve wijze. De balieruimte is bij voorkeur gepositioneerd op een centrale plaats en iedere werkdag gedurende een gedeelte van de dag geopend. Bij de informatiebalie kan afhankelijk van de fysieke omstandigheden op het centrum een aantal werkplekken gerealiseerd worden. Deze balie moet voorzien zijn van de volgende faciliteiten: pc met netwerkaansluiting, balie, zithoekje (‘wachtkamerfunctie’ ten behoeve van privacy vragensteller) en foldermateriaal. De informatiebalie heeft werkplekken die zijn afgeschermd met schotten bedoeld om iets meer privacy te bieden. Op veel centra is ervoor gekozen om de eventuele meldplicht hier af te nemen. Hiervoor is een logische doorstroom noodzakelijk om groepen mensen snel een efficiënt te kunnen laten melden. Ruimte voor melden (biometrie) De ruimte waar asielzoekers zich melden via een biometrisch systeem moet dusdanig gesitueerd zijn dat de logistiek rondom melden soepel kan verlopen. Zo wordt de balie gecombineerd met de informatiebalie.

Het oppervlak en inrichting van de ruimte luistert nauw met de logistieke mogelijkheid om rijen te maken. De logistieke volgorde is zodanig dat er geen kruisende stroom is

32

van mensen. De ruimte kent een rechtstreekse ingang van buiten en een rechtstreekse uitgang naar buiten, deze twee mogen niet samenvallen. Receptie/ beveiliging De receptieruimte wordt 24 uur per dag bezet door één of meerdere beveiligers. Vanuit de receptie dient voldoende zicht op de toegangsweg en slagboom te zijn, ondersteuning vindt plaats met behulp van technische hulpmiddelen. De ruimte is voorzien van twee deuren waarvan een vluchtdeur die uitkomt op een vluchtweg buiten de receptie. Tevens is deze ruimte voorzien van twee werkplekken. Bij de loge van de receptie bevindt zich ook de GZA-telefoon. Hier kunnen bewoners buiten kantooruren met voldoende privacy, contact opnemen met de zorgverlener. Kantoorruimten algemeen In de kantoorruimten verrichten medewerkers werkzaamheden en deze bevinden zich in de zogenoemde beveiligde schil. Dit betekent dat bewoners geen vrije toegang hebben en medewerkers vanuit hun werkplek niet onverwacht in contact komen met bewoners. Er is in de kantooromgeving geen wachtruimte gesitueerd zodat bedreigende situaties worden vermeden.

5.1.5

Gezamenlijke faciliteiten De mogelijk aanwezige ketenpartners en de medewerkers van het COA maken, zoveel mogelijk gebruik van aanwezige gezamenlijke voorzieningen; spreekkamers, vergaderruimten, pantry’s en toiletgroepen. In alle gevallen is er een toiletgroep en pantry per zone en/of verdieping aanwezig. De projectregisseur van het COA legt vast welke ruimte door wie wordt gebruikt. In het relatieschema in hoofdstuk 8 zijn de onderlinge relaties tussen de ruimtes die vallen onder ontvangen (5.1.4), gezamenlijke faciliteiten (5.1.5) en kantoor ketenpartners (5.1.6) schematisch weergeven.

Spreekkamers In de spreekkamers worden gesprekken gevoerd met de bewoners. De spreekkamers beschikken over los meubilair. De spreekkamer biedt plaats aan een verschillend aantal personen uitgaande van gezinssituaties. Uit veiligheidsoverwegingen dient er een tweede (vlucht)deur aanwezig te zijn, het personeel komt vanaf de zijde van de kantoren binnen, de asielzoeker vanuit de zijde van de wachtruimte. De asielzoeker mag niet door de spreekkamer de kantoren kunnen betreden. De deur heeft slagvast glas waardoor men zicht heeft op de omstandigheden in de spreekkamer. Alle spreekkamers zijn voorzien van een alarmknop met opvolging. Beveiligde spreekkamer Bij een op de zes spreekkamers is sprake van een extra veilige spreekkamer. Bedoeld voor gesprekken met verhoogd risico op escalatie. Het meubilair is hier vastgezet aan de vloer en er bevinden zich geen losse voorwerpen. Verder zijn alle spreekkamers uitgerust met een tafelblad van 1m diep en eronder een schaamschot. Om te voorkomen dat asielzoekers om de tafel lopen heeft het blad een bevestiging van muur tot muur. De beveiligde spreekkamers zijn voorzien van een alarmknop met opvolging. De technische tekening van het meubel in de spreekkamer is opgenomen in het technisch programma van eisen.

33

Kantoren COA Het aantal werkplekken is gebaseerd op het aantal fte COA-personeel per locatie. De locatiemanager en de managementassistent beschikken ieder over een eenpersoons kantoorruimte. Voor de overige werkplekken is op dit moment geen nadere onderverdeling gemaakt in verband met de toepassing van de principes; ‘Rijks werkplek norm’. Vergaderruimte Voor de medewerkers op de locatie is er één vergaderruimte aanwezig. Bij een centrum met meer dan 800 bewoners zijn er twee. Pantry In de pantryruimte staat een pantrymeubel waar medewerkers koffie en thee kunnen pakken. Er is een koelkast aanwezig en afhankelijk van de situering zijn er bij sommige pantry’s voorzieningen zoals een kookplaat en/of magnetron aangebracht. De ruimte heeft een open verbinding met de verkeersruimte of maakt hier onderdeel van uit. . Repro Dit is een (niet-afgesloten) ruimte of gebied in/ aan de verkeersruimte waar printers en/of kopieerapparaten zijn opgesteld. Daarnaast is er ruimte voor papieropslag, afvalbakken en is er een aflegruimte voor documenten. Archief/berging De functies van deze ruimtes spreekt voor zich en is bedoeld voor archieven en kantoorbenodigdheden. Douche personeel Er is voor de medewerkers die bijvoorbeeld op de fiets komen de mogelijkheid om op het werk te douchen. De ruimte bestaat uit een voorruimte om te kunnen omkleden en een douchegedeelte.

De doucheruimte kan worden gesitueerd bij het kantoor van de huismeester(s) aangezien zij deze mogelijk gebruiken na verrichten van hun werkzaamheden. MER/ SER In de Main Equipment Room (MER) staan de racks en patchkasten voor het datanetwerk opgesteld. Naast een MER zijn er veelal meerdere SER’s (Secundary Equipment Room) aanwezig gezien de maximale afstand van ca. 90 m tussen een patchkast en een wandoutlet. Het aantal SER’s is sterk afhankelijk van het ontwerp en de locatie. Deze ruimtes zijn daarom niet verder in aantal gespecificeerd maar dienen wel in acht te worden genomen. Voor de eisen aan deze ruimtes wordt verwezen naar het programma van eisen ICT. Werkkast kantoren De werkkasten zijn niet specifiek toegewezen aan de kantoren van het COA. Leidend principe is dat elke verdieping een werkkast krijgt bestemd voor de schoonmaak. Het verticaal transport van karren en spullen wordt hiermee voorkomen.

34

Magazijn/ opslag/ werkplaats/ kantoor huismeester Deze omgeving bevalt alle ruimtes die te maken hebben met het beheer van de locatie. Hier liggen materialen en wat reservemeubilair voor de woningen. In de werkplaats worden kleinere reparaties uitgevoerd en zijn de werkplekken voor huismeesters. In deze omgeving is ook een extra wasmachine en droger voor kleine wasbeurten. Er is ook een douchemogelijkheid aangebracht voor personeel. Bij de grotere locaties zijn de afstanden op het terrein groot en verplaatsen de medewerkers zich met behulp van golfkarren. Deze omgeving biedt ook plek voor de elektrische transportmiddelen die ‘s nachts opgeladen worden.

5.1.6

Kantoor ketenpartners Vluchtelingen werk Nederland (VWN) VWN is een onafhankelijke organisatie die zich inzet voor de belangen van vluchtelingen en asielzoekers. Het werk varieert van persoonlijke steun tijdens de asielprocedure tot praktische begeleiding bij het opbouwen van een eigen bestaan in Nederland. VWN werkt nauw samen met de Stichting Rechtsbijstand Asiel. Op elke opvanglocatie zijn medewerkers van VWN aanwezig of organiseren zij een spreekuur. Hiervoor maken zij gebruik van de aanwezige spreekkamers op de locatie. Voor het geven van groepsvoorlichting kunnen in overleg met de locatiemanager ruimten worden benut van het COA. In het convenant met VWN is opgenomen dat de ruimtebehoefte van VWN is afgeleid van het aantal opvangplaatsen op betreffende locatie. Per bewoner krijgt VWN een x aantal vierkante meters toebedeeld. Ook zij maken zo veel als mogelijk gebruik van algemene gezamenlijke faciliteiten. Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA) Ontvangst/ wachtruimte/ balie receptie GZA Het eerste contact van de asielzoeker met GZA vindt plaats in de wachtkamer met annex balie van GZA. Hier komen patiënten alleen op afspraak, behalve tijdens het inloopspreekuur. Tijdens dit inloopspreekuur is er veelal sprake van een piek aan patiënten in de wachtkamer. Vanuit de backoffice is de wachtruimte te zien. Tijdens het inloopspreekuur vindt er triage plaats aan de balie.

Administratieruimte GZA Hier werken de; medewerkers; huisartsen; verpleegkundigen; consulenten en praktijkassistenten van GZA wanneer zij geen patiënten ontvangen, onderzoeken of triageren. Het betreft een rustige werkruimte voor administratief werk, bilateraal overleg en telefonie. De medewerkers hoeven geen vaste gepersonaliseerde werkplek te hebben, maar maken gebruik van een vrije flexplek. Naast de werkplekken is er voor het (patiënten) overleg een vergaderplek nodig, hetzij binnen de administratieruimte zelf, hetzij in een andere ruimte. Behandel-onderzoekskamers In de behandel-/onderzoekskamers vinden de consulten met de huisarts, verpleegkundige of consulent GGZ plaats. In deze ruimte vindt zowel het gesprek met de patiënt plaats, als medische handelingen en onderzoek. De ruimte is voorzien van een wastafel. De werkzaamheden die hier worden uitgevoerd zijn: verlenen eerste hulp, injecties toedienen en kleine chirurgische ingrepen. Patiënten komen hier alleen op uitnodiging van de arts, verpleegkundige of consulent. Deze werkruimten zijn voorzien van een zogenaamde vluchtdeur, of tweede deur. In geval van bedreiging dient deze als extra uitweg.

35

Spoel-/ onderzoeksruimte In de spoel- en onderzoeksruimte is de praktijkassistente werkzaam voor het schoonmaken en steriliseren van instrumenten. Daarnaast wordt hier urineonderzoek gedaan en bloed- en zwangerschapstesten. Toiletten bewoners en medewerkers De toiletten voor de bewoners zijn gescheiden van die van het personeel. Beide toiletgroepen kunnen worden gedeeld door VWN en GZA. Wachtruimte/ entreehal De wachtruimte en de entreehal voor de bezoekers van VWN en GZA kunnen worden gedeeld. Bezoekers worden opgehaald door medewerkers als zij een afspraak hebben. Kantoren Ketenpartners De kantoorruimten bevinden zich in de zogenoemde beveiligde schil. Dit betekent dat bewoners geen vrije toegang hebben tot de werkruimten van de medewerkers.

5.2

Centrale ontvangst locatie (col) Een col wordt in de praktijk altijd gecombineerd met een pol of pol/ azc. Op zich is voor de col een beperkt aantal functies nodig. Door de combinatie met andere opvangmodaliteiten zijn de meeste functies echter wel aanwezig en kunnen de ruimtes gedeeld worden, dan wel een gemixte functie hebben. In onderstaande paragrafen staan de functies benoemd die alleen voor de functie col benodigd zijn. Bij de beschrijving van de pol/ azc zullen de overige ruimtes aan de orde komen Bijzonderheden en afwijkingen in vergelijking met het azc worden hier benoemd;

36

Melden Op de col is (nog) geen biometrie. Verkorte medische intake Asielzoekers ontvangen een uitnodiging van de GZA voor de verkorte medische intake. Dit om acute medische problemen tijdig (in de col) te kunnen onderkennen en om deze (in een vervolgtraject) te kunnen behandelen. Momenteel loopt een onderzoek naar de vestiging van deze medische activiteit. Zodra deze bekend is wordt deze benoemd in de ruimtestaten. Tbc-screening Op de col vindt tbc-screening plaats. Het COA verzorgt een ruimte hiervoor, die aan de GGD in gebruik wordt gegeven. Uitgiftebalie eerste verstrekkingen De col heeft als enige locatie een balie voor de verstrekking van kleding en andere benodigdheden. Keuken Uitgangspunt op de col is catering. In het kader van de flexibiliteit (omklap) wordt er echter wel een keuken gerealiseerd waarbij de kookplaat buiten gebruik wordt gesteld.

5.2.1

Activiteiten Uitgiftecorner catering Bij de uitgiftecorner worden magnetron maaltijden verstrekt aan de bewoners. Voor de uitgifte van maaltijd dient naast een balie uitgegaan te worden van een koelcel, een vriescel en algemene voorraadruimte. Opslag en uitgifte Een andere uitgiftebalie is ingericht op uitgifte van goederen voor persoonlijke verzorging zoals; shampoo; scheermiddelen; maandverband en indien noodzakelijk; babyartikelen.

5.2.2

Ontvangen Wachtruimte De wachtruimte is een separate ruimte die niet mag samenvallen met verkeersruimte. De toeloop van mensen kent behoorlijke pieken en daarbij mag de logistiek van de rest van het gebouw niet gehinderd worden. De ruimte kent een rechtstreekse ingang van buiten en een rechtstreekse uitgang naar buiten, deze twee mogen niet samenvallen. Uitgiftebalie Kledingwinkel Sommige asielzoekers komen aan zonder of weinig persoonlijke bezittingen. Bij de uitgiftebalie eerste verstrekking ontvangen zij bijvoorbeeld kleding. De logistiek is een belangrijk aandachtspunt bij deze ruimte: in- en uitgaand verkeer moet gescheiden worden en er moeten minimaal twee dubbele deuren aanwezig zijn. Registratieruimte IBIS-invoer In deze ruimte worden de gegevens van bewoners ingevoerd in het Integraal Bewoners Informatie Systeem (IBIS).

37

5.2.3

Kantoor ketenpartners GGD/ TBC screening Op de col worden bewoners door de GGD gescreend op TBC. Zowel de ruimtelijke-, als technische eisen voor de ruimtes zijn vastgelegd in het Programma van eisen TBC-screeningscentrum COA/ GGD Ter Apel d.d. 11 juni 2014.

5.2.4

Overig Kledingwinkel/ wasruimte kledingwinkel Op de col is een kledingwinkel onontbeerlijk. De mensen komen net aan in Nederland en zijn vaak slecht/ onvoldoende gekleed. Zij kunnen nog geen gebruik maken van het zogenaamde kleedgeld wat de noodzaak van een kledingwinkel verder vergroot.

5.3

Proces opvang locatie (pol) De ruimtes in de pol komen overeen met die in een azc, met uitzondering van één extra uitgifteruimte verstrekkingen.

5.4

Vrijheid beperkende locatie (vbl) De vbl is een vrijheid beperkende locatie en komt grotendeels overeen met een azc. In geval van nieuwbouw komen de ruimten overeen, alleen in de vbl is het aanbod versoberd. Zo worden er geen lessen gegeven en worden activiteiten alleen georganiseerd onder het motto van terugkeer. Kortom de ruimten zullen wel worden gebouwd, maar krijgen een andere functie.

5.5

Gezinslocatie (glo) De gezinslocatie is een vrijheid beperkende locatie (vbl) met als verbijzondering de aanwezigheid van minderjarige kinderen. De voorzieningen zijn gelijk aan die op een azc met de volgende bijzonderheden: leslokalen worden gebruikt als speelruimte voor de jeugd, een jeugdhonk of eventueel een extra activiteitenruimte, afhankelijk van het eventueel gedeelde gebruik. Door de aanwezigheid van veel kinderen is de dichtheid van was- en droogmachines aangepast van 1 op 16 bewoners naar 1 (set) op 12 bewoners.

5.6

Intensief Begeleide Opvang (ibo) In de ruimtestaat ibo, zijn alle ruimten in een ibo voor 50 opvangplaatsen opgenomen. In de ruimtestaat is aangegeven welke ruimten voorzien zijn in het aangrenzende azc en waar men vanuit de ibo mede gebruik maakt.

5.6.1

Veiligheid Eén van de doelstellingen voor de ibo in het kader van orde en veiligheid is omschreven als: een ordelijke opvang en bijdragen aan een zo veilig mogelijke opvang en werkomgeving door bijvoorbeeld aandacht te besteden aan gecontroleerde en beheerste toegangsstromen per woonunit. Belangrijk aandachtspunt voor de ibo-opvang is de veiligheid van zowel de ibo bewoner als het personeel. Er dient voldoende toezicht en zicht te zijn op de omgeving ook in de avond en nacht. Op belangrijke plaatsen is cameratoezicht. Het uitlezen van de monitor kan zowel op het ibo-kantoor plaatsvinden, alsook op de receptie van de beveiliging.

38

Beheersbaarheid Een ibo bestaat uit twee afdelingen. De twee afdelingen zijn verschillend van elkaar en hebben voor de methodiek in het begeleidingsproces een betekenis. Zij zijn mede tot stand gekomen om de fase specifieke begeleiding mogelijk te maken. Beperking van de hoeveelheid prikkels en observatie is één van de doelstellingen om de asielzoeker in deze fase te begeleiden.

5.6.2

Kantoren Kantoren COA De kantoorgebouwen COA worden hier wel apart benoemd en beschreven. De ibo-opvangmodaliteit wijkt af van de reguliere beschrijvingen en berekeningen. Immers het aantal fte’s is groter en de aard van de begeleiding van de betreffende doelgroep vraagt om een specifieke beschrijving van dit onderwerp. Het aantal werkplekken is gebaseerd op het aantal fte COA-personeel, per locatie. De locatiemanager en de managementassistent beschikken ieder over een éénpersoons kantoorruimte. De overige kantoorruimten bevatten meerdere werkplekken.

5.6.3

Gedeeld gebruik diverse ruimten De ruimten voor ketenpartners opslag/ werkplaats, activiteitengebouw worden gedeeld met de voorzieningen voor het COA op het reguliere aangrenzende azc. Dit geldt eveneens voor de technische ruimten en de werkplek voor de technische dienst medewerker.

39

6.

KLEURTOEPASSING IN FUNCTIE VAN HET WELZIJN In dit hoofdstuk over kleurtoepassing willen we stilstaan bij de invloed van een doordacht en doelmatig kleurgebruik en de positieve invloed daarvan op sfeer in de ruimtes, een gebouw en op de gemoedstoestand van gebruikers. De psychologische effecten van kleur, het welzijn en het functioneren van de mens in relatie tot zijn leefomgeving kan verbeterd worden door toegepast kleurgebruik. Hiermee zijn in het derde kwartaal van 2018 ervaringen opgedaan bij diverse locaties.

6.1

Kleur, beleving en welzijn voor deze doelgroep Kleur hangt samen met communicatie. Met kleur vertel je iets wat mensen gevoelsmatig kunnen begrijpen. Het warm-koud contrast is een kleurgebruik wat in zuidelijke landen zeer veel wordt toegepast. Zowel in kleding, als in woningen. Het warm-koud contrast wordt opgeroepen door de warme kleuren uit het spectrum, rood, oranje, geel, tegenover de koele kleuren, groen, blauw en violet te plaatsen. Het is een contrast dat veel gevoelswaarden communiceert en voor een deel rechtstreeks inwerkt op ons centrale zenuwstelsel. Door effectief gebruik van kleurpaletten, die zowel warme als koele kleuren bevatten wordt een veilige en overzichtelijke leefomgeving geschept. Mensen voelen zich thuis ongeacht hun afkomst en leeftijd.

Middels het AMIF-project is een fotoboek van de praktijkvoorbeelden gemaakt. Dit bevat voorbeelden uit de praktijk en het wordt daarom geadviseerd te bekijken.

6.2

Het terrein De uitstraling van het gebouw vertelt iets over de visie van de organisatie. Het terrein moet de bewoners vanaf het eerste moment een welkom gevoel geven. Deze impressie moet aangenaam zijn voor zowel de medewerker, de bewoner en de bezoeker. De omheining wordt aantrekkelijk gemaakt als een decoratieve beveiliging in harmonie met de omgeving, met een balans tussen natuur en stedelijkheid. Dit geeft een gevoel van veiligheid maar niet van opsluiting, wat zeker belangrijk is voor kinderen en jongeren. Gebruik kleuren en materialen die gelinkt zijn aan de natuur en vooral aan de omgeving van de locatie om een terrein decoratief te omheinen/ beveiligen. Gebruik hiervoor houttinten, groentinten,

40

aardekleuren en minerale kleuren om de uitstraling van het domein aangenaam te maken. Zowel voor de bewoners van de locatie als de omgeving.

6.3

De entree De entrée is het visitekaartje van de organisatie en de locatie. Een ordelijke entrée dwingt respect en een net gedrag af. Gastvrijheid en duidelijke communicatie bij binnenkomst laat de bezoeker op zijn gemak voelen. Dit wordt bereikt door zowel verwarmende en sfeervolle contrasten, als uitnodigende en verrassende kleurcombinaties. Kleuren dienen hier vooral als communicatiemiddel.

6.4

De gangen Creëer herkenbare routes met een signalisatie en wayfinding door kleur en vorm. Lichte en heldere gangen geven een veilig gevoel, vermijd te lange gangen deze zorgen voor een triest, leeg en eindeloos gevoel. Onderbreek gangen door mogelijk een lambrisering toe te passen in kleurverschil. Netheid en een aangename geur zijn ook belangrijk. Vanuit de entrée kan door kleur en vorm toe te passen de duidelijkheid worden vergroot in het belang van de routing. Het kleurgebruik staat in relatie met de routebeleving en het einddoel. Door met kleur en materialen te verrassen kunnen stress en onzekerheid geminimaliseerd worden. Een verrassend of frivool effect brengt de mens in een belevingswereld van vernieuwing en optimisme. Dit is zeker ook belangrijk voor kinderen.

6.5

De woonruimte De woonruimtes (zowel wonen als logies) zijn meestal compact in het aantal vierkante meters. Vooral een sfeer van geborgenheid en veiligheid creëren is hier van belang, met een harmonie tussen meubilair, materialen en kleuren. Het kleurgebruik moet de kamer vergroten en ook orde scheppen door de verschillende functies van de ruimte in te delen doormiddel van kleur en/of materialen.

41

Als men vanuit een gemeenschappelijke ruimte naar zijn eigen leefruimte gaat is het belangrijk dat men daar zijn eigen persoonlijkheid terugvindt, met een veilig gevoel, een positieve sfeer en een herkenbaar kleurgebruik. Het is belangrijk dat we in deze meestal kleine ruimtes, een diversiteit van belevingen creëren. Een rustig gedeelte voor een veilig en geborgen gevoel, een actiever gedeelte waar gezelligheid belangrijk is. Perfect om het warm koud contrast toe te passen.

6.6

De kinderruimte/ speelruimte Kleurtoepassing is een ideale manier om onderscheid te creëren tussen de verschillende leeftijdscategorieën met verschillende hoeken voor verschillende activiteiten. Communiceer via kleur de balans tussen actieve gedeeltes en rustige omgevingen. Het educatieve deel van de ruimte wordt zo veel mogelijk ingericht als een school. Een kind moet de kans krijgen om onbekommerd te spelen en zijn nieuwe wereld te ontdekken. Een beleving van orde en overzicht helpt zowel extroverte als introverte kinderen om zich goed te voelen. De natuur geeft kinderen nieuwe energie en creativiteit. Het is dus belangrijk om kinderruimtes te connecteren met een buitenzicht en/of een speelplein. Voor de jongere kinderen zijn de primaire en secundaire kleuren belangrijk omdat deze een duidelijk contrast bieden en dus ook een begrijpbare boodschap geven. Voor de iets oudere kinderen van 1218 zijn kleuren een zoektocht naar een eigen identiteit of een verschil in beleving.

42

6.7

De recreatieruimte De bewoners moeten door de verscheidenheid aan belevingen aangetrokken worden om naar de gemeenschappelijke ruimtes te komen. De sfeer moet aantrekkelijk en uitnodigend zijn en functioneren als een echte ontmoetingsplaats met een inspirerende uitstraling, plezier en ontspanning. Geadviseerd wordt compartimentering in grote ruimten toe te passen, bij voorbeeld met verplaatsbare elementen en deze voor de aparte functies in te delen door kleurtoepassingen. Deze werkwijze bevordert het respect tussen volwassenen en jongeren en hun verschillende interesses. Kleur is hier het ideale middel om visueel aparte plekken of hoeken te creëren om zo de verschillende functies of doelgroepen te ondersteunen. Hier kunnen vaak de meest krachtige kleuren met elkaar gecombineerd worden. Het verschil tussen bescheiden of rustige bezigheden en de meer uitbundige activiteiten kan duidelijk door kleur worden gecommuniceerd. Ervaringen die zijn opgedaan met toepassing van bedoeld kleurgebruik, zijn vastgelegd in een kleurenboek. Dit boek kan worden geraadpleegd ter inspiratie en kan als voorbeeld dienen.

43

7.

Bijlage 1. COA ruimtestaten 2021 versie 1.5

44

8.

Relatieschema’s

Figuur 8.1 Schematische weergave standaard 8 persoons (wonen)

Figuur 8.2 Schematische weergave Dubbel Vier

Figuur 8.3 Schematische weergave 2x2 persoons (logies)

Figuur 8.4 Schematische weergave cluster 2x2 persoons (logies)

45

Figuur 8.5 Schematische weergave 2x4 persoons (logies)

Figuur 8.6 Schematische weergave cluster 2x4 persoons

Figuur 8.7 Schematische weergave MIVA-woning (wonen & logies)

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14064466/1