22-063 Bijlage 2. Ingekomen stukken RM-aangepast
Tekst van het document
Waarschijnlijk blijft de provincie voor een aanzienlijk deel van de bodemsaneringslocaties het bevoegde gezag. Informatieplicht energiebesparing Op basis van de Informatieplicht energiebesparing moeten bedrijven melden of, en zo ja, welke energiebesparende maatregelen zij genomen hebben. Met een subsidie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is primair ingezet op het laten melden van alle melding-plichtige bedrijven. Een deel van de bedrijven is steekproefsgewijs fysiek gecontroleerd om na te gaan of zij daadwerkelijk de energiebesparende maatregelen hebben doorgevoerd. In opdracht van gemeente Veere en Vlissingen zijn extra bedrijven gecontroleerd. De volgende tabel geeft de kentallen weer van de in 2021 uitgevoerde activiteiten. Werkzaamheden VUE2 voor Zeeuwse gemeenten In 2021 uitgevoerde werkzaamheden (uitsluitend VUE2) Administratieve Vooraankondiging Last onder dwangsom Algemen uren Meldingen Werkzaamheden controles indienen last onder dwangsom voor niet indienen Informatieplicht beoordeeld Informatieplicht voor niet indienen (B2) Borsele 26 10 5 66 Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Totaal
70 40 20 0 9 38 70 70 72
4 419
20 8 4
2 10 20 20 22
116
11 4 4 1 1 4 14 13 10 4 2 0 73
116 62 38 32 32 64 116 124 128 38 22 36 874
12
10 26 48
Fysieke controles Fysieke controles eenvoudige bedrijven complexe bedrijven 2 2 2 1 5 1 2 2 1 2 3 4 0 27
1 2 1 0 2 1 1 2 1 2 2 1 2 18
Cursief: Deze werkzaamheden zijn rechtstreeks uitgevoerd voor en in afstemming met gemeente Veere en Vlissingen hebben aanvullende werkzaamheden vastgelegd in de DVO 2021, deze zijn niet in deze tabel meegenomen.
16
Vuurwerk Ondanks het tweede jaar op rij van een tijdelijk verbod op de verkoop en afsteken van categorie F2 vuurwerk door particulieren, voerden we in de tweede helft van december controles uit bij de vuurwerkverkooppunten. De controles op voorzieningenniveau waren toen al afgerond. De vuurwerkcoördinator informeerde daarover vooraf gemeenten, politie, Veiligheidsregio en de vuurwerk-detaillisten. De reguliere controles tijdens de verkoopdagen werden weer maatwerk controles. Dit waren zowel fysieke als administratieve controles. 5-jaarlijkse toets UPD/PvE Het uitgangspuntendocument voor het brandbeveiligingssysteem van vuurwerkopslagplaatsen toetsen we elke vijf jaar aan de actuele stand van de techniek. Eind 2020/begin 2021 vond er een beoordeling plaats bij een verkooppunt. We namen de eindcontrole op basis van de 5-jaarlijkse toets mee met de reguliere voorcontrole. In 2021 is één bedrijf gestopt met de opslag/verkoop van consumentenvuurwerk. Luchtvaart In 2021 verrichtten we diverse werkzaamheden in het kader van luchtvaart (Wet luchtvaart). Hiertoe behoren onder meer het verlenen van ontheffingen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG-ontheffingen), procedures voor het vaststellen van luchthavenregelingen en luchthavenbesluiten en adviseren over het TUG-beleid.
Onder reguliere werkzaamheden vallen onder meer advisering voor de Interprovinciale Contactgroep Luchthavens en het beantwoorden van ad hoc vragen over Luchtvaart en TUG-ontheffingen. In afstemming met de provincie legden we bij de uitvoering van de werkzaamheden de prioriteit bij luchthaven Midden-Zeeland. Voor dit vliegveld lopen onder meer procedures voor de uitbreiding van het aantal helikopterbewegingen en de voorgenomen baanrotatie. Naast luchthaven Midden-Zeeland lopen er voor meerdere luchthavens binnen Zeeland procedures voor het vaststellen van een luchthavenregeling of luchthavenbesluit. Externe veiligheid De bijdrage die we via het provinciefonds ontvingen voor Impuls Externe veiligheid vervalt per 1-1-2021. Deze bijdrage zetten we in voor zowel provinciale als gemeentelijke taken. Een deel van de bijdrage verschoof naar het gemeentefonds. De bijdrage is zowel bestemd voor de uitvoering van taken door RUD Zeeland als door de Veiligheidsregio Zeeland. We bereidden een voorstel inclusief begrotingswijziging voor de invulling van de uitvoering van de taken voor externe veiligheid per 1 januari 2021; dit voorstel is door het algemeen bestuur 6 december 2021 vastgesteld. PFAS In het voorjaar 2021 werd enerzijds bekend dat er hoge PFAS-concentraties in de Westerschelde voorkwamen en anderzijds werd er meer bekend over de toxiciteit van stoffen uit deze stofgroep.
Vanuit België was er aandacht voor lozingen van 3M. In de verdragen van Helsinki en Espoo is aangegeven dat lid staten elkaar moeten informeren over grensoverschrijdende effecten van (onder andere) industrie. Deze taak is door de provincie bij ons belegd. De inrichting daarvan is echter risicogericht vormgegeven vanwege beperkte toegekende middelen. Risicogericht betekent dat wij onze beoordeling beperken tot de thema’s lucht en externe veiligheid. Wij ontvangen grote hoeveelheden adviesverzoeken vanuit diverse overheidsinstanties in België. Deze zijn zeer omvangrijk en zeer lastig te doorgronden. In 2018 heeft de provincie Antwerpen een vergunning verleend aan 3M in Zwijndrecht. We zijn voor deze vergunning conform het Verdrag van Helsinki op de hoogte gebracht en om advies gevraagd. We hebben daar niet inhoudelijk op gereageerd. De termen PFAS, PFOA en PFOS kwamen niet in de vergunning voor. In de vergunning wordt alleen melding gemaakt van een historische bodemverontreiniging met PFAS. Er zijn ook geen voorschriften m.b.t. PFAS-verbindingen in de vergunning opgenomen. Rond de zomer rees de vraag of ook PFAS wordt geloosd door Zeeuwse bedrijven. In samenspraak met provincie Zeeland is een tiental bedrijven met indirecte lozingen geselecteerd waar mogelijk PFAS in het afvalwater voorkomt. Deze afvalwaterstromen zijn bemonsterd en geanalyseerd op PFAS.
De resultaten van dit eerste oriënterend onderzoek zijn aan de provincie gepresenteerd. Naar aanleiding van de resultaten van het oriënterende onderzoek is aanvullend onderzoek gestart inclusief uitbreiding van de bemonsteringen bij andere bedrijven en locaties. Dit onderzoek loopt nog.
17
De RUD brengt in overleg met de provincie in beeld hoe de in het kader van de Verdragen van Helsinki en Espoo verkregen informatie effectiever beoordeeld kan worden en met Rijkswaterstaat wordt overleg gevoerd hoe zij haar verantwoordelijkheden ten aanzien van Vlaamse vergunningen met invloed op de waterkwaliteit van de rijkswateren invult. BRIKS Op 9 juli 2020 is in het bestuurlijk overleg over BRIKS-taken voor provinciale bedrijven tussen provincie Zeeland en de Zeeuwse gemeenten een principeakkoord genomen over de werkwijze vanaf 1 januari 2021. Onderdeel van het principeakkoord is dat er een evaluatie zou plaatsvinden van de samenwerking. De eindevaluatie zou tegelijk zijn met het in werking treden van de Omgevingswet. Met het uitstellen van deze Wet is ook de eindevaluatie opgeschort. Er is besloten om een tussenrapportage op te stellen over hetgeen dat in het afgelopen jaar heeft gespeeld. Uitgangspunt voor het principeakkoord is dat gemeenten, in opdracht van de omgevingsdiensten, de advisering voor alle provinciale BRIKS-taken verzorgen. RUD Zeeland coördineert deze taken vanuit het wettelijk uitgangspunt dat de provincie het bevoegd gezag is wat betreft BRIKS-taken voor provinciale bedrijven en dat de provincie de BRIKSbesluitvorming heeft gemandateerd aan de omgevingsdiensten.
Om de provinciale BRIKS-taken te kunnen en mogen uitvoeren moet worden voldaan aan de kwaliteitscriteria VTH2.2. Daarom is er een samenwerkingsovereenkomst opgesteld tussen iedere gemeente. Daarmee is de specifieke kennis geborgd die nodig is voor de werkzaamheden ten behoeve van de BRIKS-taken. Op verzoek van provincie Zeeland is vanaf 1 januari 2021 reeds gestart met de implementatie van de werkwijze en wordt het proces afgestemd met de gemeenten, de provincie en de DCMR Milieudienst Rijnmond. Minimaal 4 keer per jaar is ingeregeld dat een regionaal BRIKS-overleg plaatsvindt. Aan dit overleg nemen deel: gemeente Vlissingen namens de regio Walcheren-Schouwen-Duiveland gemeente Borsele en Reimerswaal namens de SORBET-gemeenten gemeente Terneuzen namens de gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen omgevingsdiensten RUD Zeeland en DCMR Milieudienst Rijnmond. Doel van dit regionaal BRIKS-overleg is om inzichten in de VTH-uitvoeringstaken te delen en te bekijken waar oplossingen mogelijk zijn om de uitvoering te optimaliseren. In het afgelopen jaar is met name ervaring opgedaan met vergunningverleningsprocessen. Dit is op zich logisch omdat vergunningverleningsprocessen eerst moeten worden doorlopen alvorens toezicht of handhaving wordt uitgevoerd.
Zeker in het begin moesten gemeenten wennen aan het beeld dat RUD Zeeland de regie voert, het vergoedingensysteem en de bevoegdheid van de provincie voor de legesheffing bij vergunningverlenende taken. Door individuele gesprekken met de verschillende gemeenten bij de in behandeling zijnde zaken is getracht om de werksystematiek aan te geven en te verduidelijken. Voor vergunningverlening is het proces inmiddels goed ingeregeld. De werkprocessen voor Toezicht en Handhaving dienen nog te worden geoptimaliseerd. Door een intensieve samenwerking tussen de DCMR en RUD Zeeland sluiten de werkprocessen goed op elkaar aan. Dit neemt echter niet weg dat er verbeterpunten zijn gesignaleerd waaraan gewerkt dient te worden.
2.3
PROGRAMMALIJN TOEZICHT EN HANDHAVING
Wat wilden we bereiken? De doelstelling van programmalijn Toezicht en Handhaving van RUD Zeeland is om tot een kwalitatief goede en eenduidige uitvoering van de overgedragen milieutaken toezicht en handhaving in Zeeland te komen. Dit doen we door: • Adequaat toezicht uitvoeren of handhavend optreden tegenover bedrijven en burgers die zich niet houden aan de wet- en regelgeving. • Vakinhoudelijke kennisontwikkeling. Wat hebben we bereikt?
18
Adequaat toezicht uitvoeren of handhavend optreden Door in te zetten op het uitvoeren van hercontroles, bereikten we dat bedrijven die in eerste instantie niet aan de milieuregels voldeden, dit alsnog zijn gaan doen. Bij bedrijven die ook na een hercontrole nog steeds niet bleken te voldoen, zetten we vervolgstappen door het opleggen van een Voornemen Last onder Dwangsom (VLoD). De meeste bedrijven voldeden daarna wel aan de gestelde eisen. In een enkel geval legden we een definitieve Last onder Dwangsom (LoD) op. Door uitbreiding van de vaste bezetting zijn wij steeds beter in staat om ad hoc actie te ondernemen en, zo nodig, op te treden. Naast de periodieke controles en hercontroles verrichten we ook op tal van andere terreinen toezichtswerkzaamheden; denk aan asbest, bodem, groene wetten en zwemwater/baden. Geleverde uren Onderstaande grafiek geeft een selectie van de geleverde uren per product weer ten opzichte van de afspraken (raming). Grafiek 3 Ureninzet Inspecties, klachten en handhaving
Ureninzet inspecties, klachten en handhaving 4.322 (178%)
3.971 (162%)
31.140 (102%) 30.410
Inspecties
2.428
Klachten realisatie
2.456
Handhaving raming
Door op brancheniveau gericht en specifiek op onderdeelsniveau te controleren, hebben wij onze controles kunnen uitvoeren. Dit doen we door meer informatie gestuurd en risico gericht te werken. Echter de grote aantallen klachten en handhavingszaken staat de doorontwikkeling in de weg. Een goed doordachte opbouw van de raming, op basis van de resultaten van voorgaande jaren, kan vraag en aanbod meer in balans brengen. Vakinhoudelijke kennisontwikkeling De medewerkers ontwikkelen hun vakinhoudelijke kennis door deel te nemen aan toolboxmeetings en kennisoverdracht tijdens overleggen of onderling op de werkvloer. Ondanks corona konden we in 2021 een aantal toolboxmeetings en opleidingen digitaal geven.
Wat hebben we gedaan? Corona Ondanks corona voerden we controlebezoeken, binnen de regels van het RIVM, zoveel mogelijk fysiek uit, ook tijdens de perioden van lockdown. Uitzondering daarbij is de horeca, die gesloten was tijdens de lockdown perioden.
Personele ontwikkeling Afgelopen jaren is bewust gekozen een deel van de capaciteit vanuit de flexibele schil om te zetten in vaste bezetting. Dit heeft geleid tot een aanzienlijke groei van het aantal inspecteurs binnen RUD Zeeland. Om natuurlijk verloop op te
19
vangen zijn in 2021 diverse inspecteurs intern doorgeschoven en is een 3-tal nieuwe inspecteurs aangenomen om opengevallen plekken op te vullen. Helaas zijn er geen ervaren mensen in de markt beschikbaar en moeten nieuwe mensen worden opgeleid en intern begeleid. Dit gaat ten koste van de productiviteit. Inmiddels voldoen alle nieuwe mensen aan de kwaliteitscriteria 2.2. In de flexibele schil werken we zoveel mogelijk met dezelfde mensen om inwerken en extra begeleiding zoveel mogelijk te voorkomen. Geleverde producten Toezicht en handhaving Onderstaande grafiek geeft een selectie van de geleverde producten weer ten opzichte van de afspraken (raming). De weergegeven werkelijke uitvoering en de geraamde producten betreft de optelsom van de geleverde producten en gemaakte afspraken met individuele deelnemers. Grafiek 4 Toezicht en handhaving levering aantallen producten
Toezicht Binnen afdeling TH wordt steeds meer invulling gegeven aan het risicogericht werken: de inzet daar plegen waar het nodig of wenselijk is. Dat betekent dat prioriteit gegeven wordt aan het uitvoeren van hercontroles en eventuele vervolgacties. Ook die vervolgacties (voornemen Last onder Dwangsom en uiteindelijk een definitieve Last onder Dwangsom) leiden weer tot extra hercontroles. Ook andersoortige controles, zoals de administratieve controles in kader van energie, leiden tot veel hercontroles. In 2022 zullen de kengetallen in P*Q opnieuw geëvalueerd ten einde een goede balans te krijgen. Daarnaast wordt zoveel mogelijk gehoor gegeven aan ad hoc vragen vanuit de deelnemers om zaken op te pakken. Dit alles gaat uiteindelijk ten koste van de tijd die nodig is voor het uitvoeren van aantallen gevraagde periodieke controles. Om meer invulling te geven aan risicogericht en informatie gestuurd toezicht, werken we meer branchegericht en projectmatig. Dit heeft als voordeel dat de inspecteurs zich kunnen specialiseren in die branche door zich een tijd lang met een specifieke branche bezig te houden. Hierdoor kunnen de controles op zich efficiënter uitgevoerd worden. Bovendien halen wij op deze wijze veel informatie binnen die op termijn weer nuttig is voor informatie-gestuurd werken. In 2021 is branchegericht werken ingezet bij de akkerbouw, horeca en garagebedrijven.
Bij de autodemontagebedrijven is projectmatig gewerkt. Het komend jaar gaan we hiermee verder en zullen bij meerdere branches projecten opgestart worden om zo efficiënter toezicht te kunnen houden en informatie te verzamelen. In de akkerbouw is gebruik gemaakt van zelfcontrole-lijsten. Op die manier wordt een eerste selectie gemaakt van bedrijven waar we alsnog fysieke controles wilden uitvoeren. In een aantal gevallen heeft dit tot de ongewenste situatie geleid dat de ondernemer zich verbaal 20
afreageert op de inspecteur. Bij garagebedrijven en de horeca wordt gewerkt met een verkorte checklijst met de meest milieu-relevante aspecten, waardoor de fysieke controles minder tijd vergen. De resultaten vanuit het project autodemontage is gepresenteerd in zowel het deelnemersoverleg als het algemeen bestuur. Omdat we vanaf 2021 niet primair op aantallen sturen, maar vooral op gerealiseerde uren en daarmee euro’s, zijn er tussen de deelnemers onderling wel wat verschillen ontstaan op de aantallen gerealiseerde controles. Zeker als in een gemeente een bedrijf zit waar veel overtredingen geconstateerd worden, dan vergt dit bedrijf veel tijd wat ten koste gaat van controles bij andere bedrijven. In de verschillende deelnemersrapportages wordt hier nader op ingegaan. Toezicht op energiebesparing Ook in 2021 heeft een extern bureau de controle op de informatieplicht energiebesparing uitgevoerd. In het kader van ‘learning on the job’ was bij een aantal bedrijven een RUD-inspecteur bij de uitvoering van de controle aanwezig en hebben een 10-tal inspecteurs een verdiepingscursus op gebied van energiebesparing gevolgd. De administratieve handelingen voerde de RUD uit en dat trok een zware wissel op de capaciteit, omdat deze uren niet waren geraamd. Bij bedrijven die niet meldden, voerden we een hercontroles uit, en gingen enkele voornemens Last onder Dwangsom uit.
Verder controleerden we steekproefsgewijs op het uitvoeren van energiebesparende maatregelen. Voor 2022 wordt deze opzet opnieuw gevolgd, maar zal er ook worden gekeken hoe energiecontroles in de toekomst structureel geborgd kan worden. In 2022 komen we tevens met een voorstel hoe de RUD de deelnemers doelgericht kan ondersteunen in de doorontwikkeling van de energietransitie en het toezicht daarop. Klachten en meldingen Binnen RUD Zeeland is een piketdienst voor het aannemen en behandelen van klachten en meldingen. Ondanks de lockdown, waarbij een deel van het jaar de horeca gesloten was, zien we dat er meer klachten dan voorgaande jaren zijn binnengekomen. Dit komt doordat er bij een aantal deelnemers een klachtensituatie is waarbij een kleine groep klagers vrijwel dagelijks klagen over een specifiek bedrijf. Over deze situaties is overleg met de betreffende deelnemers omdat de achtergrond van de klachten op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling zitten. Daarnaast zijn er situaties waarbij een beperkt aantal klagers overlast ondervinden van een specifieke installatie bij een bedrijf. In die situaties wordt extra inzet gepleegd om de oorzaak van de overlast weg te nemen. Dat geldt ook voor meer vage klachten over brom- of pieptonen, waar wij proberen om de bron op te sporen en als dat kan te laten aanpassen.
Dit alles leidt ertoe dat het aannemen en vooral afhandelen van klachten meer tijd vergt dan geraamd. In de Kanaalzone is er in 2021 samen met de diverse betrokken partijen (gemeente Terneuzen, provincie Zeeland, Rijkswaterstaat, North Sea Port, DCMR en GGD) een onderzoek uitgevoerd naar de leefomstandigheden van de bewoners en naar manieren om die te verbeteren.
Grafiek 5 Milieuklachten
In 2021 registreerde RUD Zeeland 1.840 milieuklachten.
Aantal afgehandelde klachten 672
768
968 498
476
464 79
Geluid
Geur
60 Stof
2019
2020
315
416
370
38 Overig
2021
Handhaving In 2021 is door alle deelnemers het Zeeuw VTH-beleid vastgesteld. Hierin is onder meer de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) opgenomen. Als RUD volgen wij dit beleid. Om uiteindelijk inzicht te krijgen wat de implementatie van LHS betekent voor de RUD zowel op gebied van toepassing als op het gebied van capaciteit, zijn wij gestart met een oriëntatie/pilot. De start van LHS maakte het noodzakelijk dat alle medewerkers van afdeling TH (zowel 21
inspecteurs als juridisch medewerkers als beleidsmedewerkers) getraind in de toepassing van de LHS werden. Vanaf oktober 2021 wordt iedere overtreding aan de LHS getoetst en gepositioneerd in de interventiematrix die onderdeel is van de LHS. Gevolg is dat bij overtredingen die linksonder in de matrix terechtkomen geen hercontrole hoeft te worden uitgevoerd. Het gaat dan om kleine overtredingen zoals verkeerde waarschuwingstekens. Anderzijds is de verwachting dat er vaker naar het middel van strafrechtelijk optreden gepakt zal worden bij zwaardere overtredingen die rechtsboven in de matrix gepositioneerd worden. We zien nu al dat inspecteurs sneller om bijstand van een boa vragen. In 2022 zal deze oriëntatie middels een evaluatie afgerond worden. De RUD zal de bevindingen delen met de deelnemers waarna er besluitvorming kan plaatsvinden voor de definitieve implementatie van LHS.
Strafrechtelijk handhaven Binnen RUD Zeeland zijn een aantal inspecteurs ook boa, zowel in het grijze milieuspoor als voor de groene wetten. Het aantal ‘grijze-boa’s’ is de laatste jaren fors uitgebreid. In 2021 is vooral gewerkt aan de kwaliteitsslag om ervoor te zorgen dat de zaken die door de boa’s worden aangeleverd bij het Openbaar Ministerie (in ons geval het Functioneel Parket in Den Bosch), ook tot een vervolg daar leiden. Dit is vormgegeven door een verdere benutting van de mogelijkheden binnen het BOA-registratiesysteem (BRS). Het is mogelijk om via dit systeem een kwalitatief goed dossier te bouwen wat voorgelegd kan worden aan het FP. Bovendien voldoet het BRS aan de eisen die de Wet politiegegevens stelt en dus voldoen wij als organisatie ook aantoonbaar aan die wet en eisen. Ook wordt gewerkt aan een nauwere samenwerking met het FP om zo inhoudelijke feedback te krijgen op dossiers maar ook op afdoening van de door ons aangedragen zaken. Daarnaast nemen de boa’s, bij deelnemers die daarom verzoeken, deel aan integrale acties in kader van ondermijning.
22
Andere toezichtstaken
Bodem-TGG en Beaumix Het beoordelen van meldingen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit en het houden van toezicht op toepassingen en gebruik van grond en bouwstoffen, is een basistaak die nu door alle deelnemers bij de RUD is ondergebracht. Deze producten zijn vraag gestuurd. In de rapportage per deelnemer wordt dit verder uitgewerkt. In 2021 is veel tijd besteed aan toepassingen van thermisch gereinigde grond (TGG) en gereinigde AEC-assen (Beaumix). TGG is in de media en de politiek een beladen onderwerp geworden, waarbij aan de RUD is gevraagd om de beschikbare kennis en expertise in te zetten. In eerste instantie ging dat om het achterhalen van locaties waar TGG is toegepast, later ging het veel meer om vragen rondom die toepassingen en de gevolgen. Bij een aantal bedrijven is TGG opgeslagen, waar vervolgens handhavend tegen is opgetreden. Over de tijdsinzet zijn aparte afspraken gemaakt met de diverse bevoegde deelnemers. Iets dergelijks gebeurde ook rondom de toepassing van Beaumix, waar ook door de betreffende deelnemer gevraagd is om de kennis en expertise vanuit de RUD in te zetten. Asbest Het asbestteam werkt, zoals uit de evaluatie in 2020 naar voren kwam, meer risicogericht en informatie-gestuurd.
Het aantal administratieve controles is daardoor lager, maar er is meer gecontroleerd bij saneringen, vooral die saneringen die worden uitgevoerd door minder bekende saneringsbedrijven. Dit alles heeft ertoe geleid dat in 2021 weer een aantal interessante zaken ontdekt en opgepakt zijn. Verder is de samenwerking met andere omgevingsdiensten in het Zuidelijk Keten Casus Overleg voortgezet. Op die manier worden kennis en ervaring met andere diensten in Zuid-Nederland gedeeld.
Groene wetten Het toezicht op de groene wetten, vooral de Wet natuurbescherming, is door de provincie als plustaak ondergebracht bij de RUD. Dit toezicht wordt samen met partners als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en stichting Het Zeeuws Landschap, uitgevoerd. Daartoe is een convenant afgesloten wat de medewerkers van de verschillende organisaties in staat stelt om in elkaars gebieden te kunnen opereren. Omdat iedere organisatie over beperkte capaciteit beschikt wordt veel samen gewerkt in natuurgebieden en in specifieke projecten. Daartoe wordt jaarlijks een Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) opgesteld waarin per project is aangegeven wie de leidende rol heeft en welke partners erin deelnemen. Verder worden het toenemend aantal klachten en meldingen met betrekking tot de Wet natuurbescherming opgepakt en afgehandeld. Ook zijn een aantal verzoeken tot handhaven op grond van de Wet natuurbescherming binnengekomen en behandeld. Een deel van die verzoeken hadden betrekking op installaties die al dan niet met een vergunning in het kader van de PAS in werking zijn. Vergunningen in het kader van PAS die verleend zijn aan bedrijven worden gecontroleerd tijdens de milieucontroles die bij die bedrijven worden uitgevoerd.
Zwembaden/zwemwater Ook het toezicht op de Wet hygiëne en veiligheid badplaatsen en zwemgelegenheden (Whvbz) is door de provincie als plustaak ondergebracht bij de RUD. Jaarlijks worden de zwembaden en de aangewezen zwemplaatsen gecontroleerd op de geldende eisen. Bij de zwembaden gaat het dan om de kwaliteit van het water in en veiligheidsvoorzieningen rondom de bassins. Bij de zwemplaatsen wordt een algemene controle uitgevoerd op aanwezigheid van voorzieningen en omstandigheden rondom de zwemplaats. Een jaarlijks terugkerend fenomeen is de aanwezigheid van Japanse kruiskwallen in het Veerse Meer, die bij zwemmers tot jeuk leiden. Als de kruiskwallen weer gesignaleerd worden, meestal rond mei/juni, worden op diverse plaatsen negatieve zwemadviezen kenbaar gemaakt door het plaatsen van waarschuwingsborden. Verder houdt de RUD de site www.zwemwater.nl actueel voor de Zeeuwse badplaatsen en stranden. Vuurwerk De RUD heeft tot taak om voor de gemeenten toezicht te houden op de verkooppunten voor consumentenvuurwerk en voor de provincie houden wij toezicht bij de grote vuurwerkevenementen. Ondanks het feit dat voor het tweede jaar op rij geen consumentenvuurwerk verkocht mocht worden, is er wel toezicht geweest op de verkooppunten. Zoals eerder aangegeven zijn de controles in het kader van actualisatie van de PvE’s uitgevoerd.
Er zijn als gevolg van de lockdown slechts een beperkt aantal vuurwerkevenementen geweest waarbij toezicht is uitgeoefend. 23
Ontwikkelingen Per 1 januari 2022 stopt de ondersteuning van de door de inspecteurs gebruikte tool Mohis, waarmee tijdens de controles de bevindingen worden vastgelegd. Dat betekent dat er voor de eerste helft van 2022 gewerkt zal worden met een andere tool, namelijk Digitale checklisten. Voor de inspecteurs betekent dit een omschakeling en leren werken met de nieuwe tool. Verder zal naar verwachting in de loop van 2022 worden overgeschakeld op een nieuw zaaksysteem, RXMission. Ook dit zal een tijd van gewenning vergen. Het is nu nog niet duidelijk of er dan weer een nieuwe tool komt voor de inspecteurs of dat we verder gaan met Digitale Checklisten. Naar verwachting zal per 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking treden. De exacte impact hiervan is nog niet te overzien omdat we overstappen van het begrip inrichting naar milieubelastende activiteiten. Tabel 3 KPI’s Toezicht en handhaving
Omschrijving
KPI
Realisatie Toelichting t/m 31-12-2021
Uitvoering geplande periodieke controles
99% van het aantal geplande periodieke controles voeren we uit.
78%
We voerden in 2021 – mede door corona – meer administratieve en zelfcontroles uit. Daarnaast besteedden we meer uren aan niet geplande/ ad hoc zaken. Dit gaat ten koste van de uitvoering van periodieke controles.
Hercontroles
99% van hercontroles voeren we uit.
100%
Uitgangspunt is dat we alle hercontroles uitvoeren.
2.3.1 OVERZICHT BATEN EN LASTEN PROGRAMMA MILIEU In het onderstaande overzicht staan de lasten van het programma Milieu waarbij een ‘V’ staat voor voordeel en een ‘N’ voor Nadeel. Tabel 4 Lasten en baten programma Milieu Programma Milieu (bedragen * € 1.000)
Begroting na Gerealiseerd wijziging
Verschil
V/N
Lasten Personele lasten Reis- en verblijfkosten Inhuur personeel van derden Overige directe kosten Materiele budgetten Totaal
5.976 228 1.038 101 1.185 8.528
6.031 140 992 74 786 8.023
56 -87 -47 -27 -400 -505
N V V V V V
Baten Overige inkomsten Materiele budgetten Totaal
-110 -1.149 -1.259
-146 -786 -932
-37 364 327
V N N
Saldo
7.269
7.091
-178
V
Een toelichting op de baten en lasten en een analyse van de resultaten staat in de paragraaf Analyse Rekeningresultaat op pagina 46
24
OVERZICHTEN OVERHEAD ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN ONVOORZIEN
26 26 26
25
3 OVERZICHTEN 3.1
OVERHEAD
Tabel 5 Overhead Omschrijving (bedragen * € 1.000)
2021 2021 2021 2021 Begroting Wijziging Begroting na Gerealiseerd voor wijziging wijziging
Lasten Overhead Totaal lasten Baten Overhead Totaal baten Totaal saldo
3.2
2021 verschil
V/N
3.166 3.166
598 598
3.763 3.763
3.303 3.303
-461 -461
V V
-
-115 -115
-115 -115
-135 -135
-20 -20
V V
3.166
483
3.648
3.168
-481
V
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN
Onder de algemene dekkingsmiddelen nemen we de bijdragen van de deelnemers op. Tabel 6 Lasten en baten Algemene dekkingsmiddelen 2021 Begroting na wijziging
2021 Gerealiseerd
Baten Bijdragen Frictiekostenvergoeding Totaal
-10.166 -326 -10.492
-10.674 -326 -11.000
-508 0 -508
V
Saldo
-10.492
-11.000
-508
V
Algemene dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)
3.3
2021 V/N Verschil
V
ONVOORZIEN
De directeur van RUD Zeeland mag beschikken over onvoorzien tot een bedrag van € 25.000 per besluit. In de rapportageperiode is door de directeur voor vijf incidentele uitgaven besloten deze kosten te dekken uit onvoorzien. In de vergaderingen van 14 juni 2021 en 15 november 2021 informeerde de directeur het dagelijks bestuur over de beschikking over de post onvoorzien 2021. Vervolgens informeerde het dagelijks bestuur in de vergaderingen van 5 juli 2021 en 6 december 2021 het algemeen bestuur via de bestuursrapportages en verlaagden we de post onvoorzien via begrotingswijzigingen. Tabel 7 Onvoorzien 2021
1. 2.
3. 4. 5.
Onvoorzien beschikbaar (bedragen in €)
147.680
1e bestuursrapportage Vervolgonderzoek/ verkenningsstudie huisvesting Onderzoek samenwerking VRZ en GGD
20.000 25.000
2e bestuursrapportage Ontwikkeling Webformulierengenerator Hosting Webformulieren Uitwerking van content voor Website Restant onvoorzien
24.900 8.600 10.400 58.780
26
4 PARAGRAFEN In het Besluit Begroting en Verantwoording zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen te weten: - lokale heffingen; - weerstandsvermogen en risicobeheersing; - onderhoud kapitaalgoederen; - financiering; - bedrijfsvoering; - verbonden partijen; - grondbeleid. Deze paragrafen zijn niet allemaal relevant voor RUD Zeeland. In deze begroting zijn de volgende paragrafen opgenomen: BEDRIJFSVOERING 28 FINANCIERING 33 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING 34
27
4.1
BEDRIJFSVOERING
Corona Heel 2021 hebben we gewerkt onder de maatregelen van de corona pandemie. Thuiswerken was soms verplicht en soms dringend gewenst. Zodra het toegelaten was hebben meer mensen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om fysiek samen te werken. De behoefte aan het fysieke contact met collega’s groeide naarmate de periode van thuiswerken langer werd. Het kantoor was ingericht op veilig werken op 1,5 meter afstand, echter de adviezen van de Rijksoverheid zijn steeds onze leidraad geweest. Door de veranderende standaard van werken, voornamelijk digitaal thuis en nauwelijks fysiek op kantoor, is de behoefte aan goed ingerichte werkplekken thuis groter geworden. De cao heeft daar voor een deel al op ingespeeld en zal in de toekomst nog meer concrete ondersteuning voor bieden.
4.1.1 Bouwsteen Structuur Kwaliteit ISO-certificering Net als voorgaande jaren hebben we in 2021 weer een interne en een externe ISO9001:2015 audit (kwaliteitsmanagementsysteem) gehad. Beide audits worden door een externe partij uitgevoerd, om zo tot een goed objectief beeld te komen. Het primaire doel van een kwaliteitssysteem is zeker te stellen dat afspraken die worden gemaakt met de opdrachtgever worden nagekomen. De klantgerichtheid staat centraal. Tijdens de audits zijn geen afwijkingen geconstateerd. Duidelijk is dat het kwaliteitsbeleid van de organisatie geformuleerd en bekend is bij alle medewerkers. Het toont aan dat we voldoen aan de wettelijke eisen voor een product of dienst en dat we blijven werken aan het verhogen van de klanttevredenheid. Privacywetgeving Het afgelopen jaar hebben we de draad verder opgepakt om volledig te voldoen aan de Algemene Verordening Gegevensverwerking (AVG). Hiervoor is verbinding gezocht met gemeente Terneuzen als leverancier van de PIOFACtaken. Uit overleg met gemeente Terneuzen hebben we de toezegging gekregen om de ervaring die zij reeds hebben opgedaan met het inventariseren en opzetten van alle noodzakelijke registers en beveiligingsmaatregelen ook in te zetten voor de RUD. De samenwerking op het terrein van de functionarisgegevensbescherming (FG) werpt zijn vruchten af.
Regionaal zijn stappen gezet om kennis te delen op dat terrein. Een samenwerkingsovereenkomst is in voorbereiding. De integrale dienstverlening op ICT-gebied omvatte (nog) niet de inzet van de FG. De vele dwarsverbanden op ICTgebied maken dat de FG van gemeente Terneuzen een relatief kleine stap hoeft te maken om het proces van de RUD te kunnen auditen. De toezegging om ook daar gezamenlijk in op te trekken is gedaan. Anonimiseren documenten De intreding van Wep en Woo zal ertoe leiden dat er veel meer digitaal gepubliceerd moet gaan worden. Bij het publiceren en verstrekken van bestanden en gegevens hebben we sinds mei 2018 te maken met de Algemene Verordening Gegevensverwerking. Het houdt in dat we bewust met persoonsgegevens, of gegevens die naar een persoon te herleiden zijn, om moeten gaan. Zowel bij het publiceren op onze website, als bij het verstrekken van bestanden in het kader van de Wep of Woo. Om deze persoonsgegevens te anonimiseren, oftewel zwartlakken, is in 2021 een proef uitgevoerd. Uit de proef bleek dat we het meest efficiënt het anonimiseren door een bedrijf kunnen laten doen. Vanaf 1 januari 2022 zal dan ook gestart worden met het periodiek laten anonimiseren van bestanden door dit bedrijf. Deze bovengenoemde extra werkzaamheden in het kader van de Wep, Woo en het anonimiseren zijn geen onderdeel van de betreffende kentallen.
Bij de evaluatie P*Q beoordelen we of het kental hierop moet worden aangepast. Vooraf moet al inzichtelijk worden gemaakt wat de tijdsbesteding voor dergelijke werkzaamheden is.
28
Nieuwe taken Wet elektronisch publiceren De Wep is per 1 juli 2021 in werking getreden. Een verplichting van deze wet is dat vanaf 1 juli 2022 besluiten die ter inzage liggen ook elektronisch ter inzage moeten liggen. Een projectgroep is in de zomer gestart met een interne pilot waarbij een aantal zaken beschikbaar is voor digitale inzage. De resultaten van de pilot worden teruggekoppeld in een deelnemersoverleg begin 2022. De verdere implementatie van deze wet wordt dan ook afgestemd met de deelnemers. Wet open overheid (Woo) De Woo heeft als doel de overheid transparanter te maken. Deze nieuwe wet moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Het treedt per 1 mei 2022 in werking en vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Eind 2021 is door een kleine werkgroep gestart met het verkennen van de gevolgen van deze wet voor RUD Zeeland en haar deelnemers. In het eerste kwartaal van 2022 zal hiervoor een plan van aanpak gereed zijn. De hieruit voortvloeiende acties zullen te zijner tijd zowel intern als extern worden uiteengezet. De Woo heeft een overlap met de Wep. In het kader van de Woo dienen echter onder andere ook zaken gepubliceerd te worden met betrekking tot beleid en toezicht en handhaving. Archivering De wijze van archivering voldoet niet aan de Archiefwet.
In het najaar van 2021 hebben we het proces van archiveren weer op de kaart gezet. Na overleg en advies van het Zeeuws Archief. Aangezien de deelnemers bevoegd gezag zijn en blijven voor de archivering is het voorzitterschap van dit proces belegd bij de deelnemers. Provincie Zeeland heeft de handschoen opgepakt en is bezig met de voorbereiding om dit onderwerp samen met de andere deelnemers en de RUD voor invoering van de Omgevingswet klaar te hebben staan.
4.1.2 Bouwsteen Cultuur Nieuwe website In 2021 is hard gewerkt om de website te vernieuwen. Nieuwe standaarden en technieken, maar ook nieuwe vereisten qua toegankelijkheid vroegen om een investering op dit terrein. Eind van het jaar is de nieuwe website in de basis opgeleverd en kunnen we ook dit medium gaan gebruiken voor onze dienstverlening en communicatie.
4.1.3 Bouwsteen Mensen Instroom/ uitstroom/ doorstroom De arbeidsmarkt is nog steeds krap, zeker in onze gespecialiseerde sector. We anticiperen hierop door onze wervingsstrategie aan te passen. Dit voorkomt echter niet dat we onze nieuwe medewerkers moeten opleiden en inwerken. Dit leidt tot productieverlies en mogelijk ook tot verlies van inkomsten (P*Q). De vervanging, opleiding en inwerkperiode van nieuwe medewerkers heeft namelijk grote impact op onze productie, uitgaven en inkomsten. In 2021 verlieten vijf medewerkers onze organisatie en vulden we tien vacatures in: een MT lid, vijf inspecteurs en drie specialisten B/vergunningverleners en een specialist informatiemanagement, dat brengt het totaal op 88 collega’s Verzuim Het verzuim bedraagt in het laatste kwartaal 7,3%. Het gemiddeld verzuim stijgt hierdoor van 3,5% (tot en met september) tot gemiddeld 4,5 % over 2021. In 2020 was het gemiddeld verzuim 7,4%. Het verzuim heeft de aandacht van het MT. Zowel het langdurig als het frequent verzuim wordt door partijen in het SMO gevolgd en daar waar nodig worden op individueel niveau acties afgestemd.
29
VTH De projectgroep VTH stelde een Actieprogramma 2021 op dat het AB van 1 maart 2021 ter kennisname aannam. De doelstelling van het Actieprogramma is om de VTH-wetgeving volledig en adequaat geïmplementeerd te hebben en gereed te zijn voor het uitvoeren van de VTH-wetgeving binnen (RUD) Zeeland. Om de doelstelling te halen, stonden er voor de volgende mijlpalen diverse acties op de agenda voor 2021: - Voldoen aan Kwaliteitscriteria 2.2: proces loopt via extern bureau. Het rapport hierover wordt in februari 2022 verwacht. De eerste mondeling terugkoppeling was positief. De verwachting is dat we hieraan voldoen. - Nota Zeeuws VTH Beleid 2021. Via deelname aan diverse werkgroepen worden bepaalde thema’s uit de Nota Zeeuws breed uitgewerkt. Deze Nota bevat een groot aantal werkzaamheden die vallen binnen de reikwijdte van RUD Zeeland en dienen daarom geïmplementeerd te worden binnen onze organisatie. Vorig najaar is door de interne projectgroep VTH een start gemaakt in de zin van het via een Plan van Aanpak in beeld brengen van de concrete acties, inclusief prioritering, planning, eventuele financiële consequenties en ureninzet van de implementatie ervan. Het Plan van Aanpak zal medio 2022 gereed zijn. - Kwaliteitsverordeningen VTH (in gezamenlijk overleg met de deelnemers bepalen van indicatoren m.b.t. jaarlijkse evaluatie VTH-verordeningen): nog niet gestart.
- Ondermijning: Bij besluit d.d. 4 oktober 2021 heeft het AB ingestemd met het Plan van Aanpak Ondermijning. De procedure zienswijze begrotingswijziging is inmiddels gestart (AB 18 juli 2022). Omgevingswet De projectgroep Omgevingswet stelde een Actieprogramma 2021. De doelstelling van het Actieprogramma is gereed zijn voor het implementeren en het uitvoeren van de Omgevingswet binnen RUD Zeeland. Dit is inclusief Invoeringswet en de vier AMvB’s, waarbij vooraf afstemming plaatsvindt met de deelnemers vanuit hun doelstellingen. Voor 2021 is de landelijke lijst met de minimum vereisten leidend. Om de doelstelling te halen, stonden er voor de volgende mijlpalen diverse acties op de agenda voor 2021: - Onderzoek bruidsschat (adviesrol RUD Zeeland aan deelnemers): actie intern opgestart en in 2022 gereed voor uitvoering - Ontwikkelen producten Omgevingswet: inventarisatie van nieuwe producten is gereed en gestart met proces aanpassing PDC in AB d.d. 18 juli 2022. - Oefenen met DSO: met de deelnemers worden testen gedaan om te zien of de aangevraagde activiteiten bij de juiste instanties terechtkomen. - Afspraken maken over de rolverdeling tussen deelnemers en RUD Zeeland bij de omgevingstafel/vooroverleg /casemanagement: dit loopt in overleg met deelnemers. Webinars over omgevingstafel hebben plaats gevonden waardoor beter beeld ontstaat van benodigde competenties.
Inmiddels is bekend dat de verwachte datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023 is. Niettemin blijft ICT een belangrijke randvoorwaarde. Hiervoor werken we nauw samen met de softwareleverancier (Roxit) en de ICT-ondersteuning van Terneuzen.
30
Vanwege de specifieke expertise op het gebied van vergunning, toezicht en handhaving, vroeg het provinciaal platform SpOZ ons om het voorzitterschap van de werkgroep VTH op ons te nemen. Deze werkgroep stelde een plan van aanpak en een actieplan op. Belangrijkste mijlpaal is het organiseren van een workshop ‘omgevingstafel’.
4.1.4 Bouwsteen Middelen Vervanging Squit XO In het afgelopen jaar zijn voorbereidingen getroffen door de leverancier en gemeente Terneuzen als dienstverlener ICT om de opvolger van Squit 2020 gereed te hebben voor de invoering van de Omgevingswet. Squit 2020 is niet meer ingezet, er is besloten om gelijk over te stappen op de daaropvolgende versie van genaamd RX Mission. Er is nog geen zekerheid of dit tijdig gaat lukken. Stuurgroep, werkgroepen hebben aan de hand van planningen zicht. Ruimte voor tegenslagen is er niet in de huidige planningen. De livegang van RX Mission moet voor 1 januari 2023 volledig getest en opgeleverd worden, waarbij alle noodzakelijke koppelingen en data-migratie geborgd moet zijn. Dit is noodzakelijk om de continuïteit van onze taakuitvoering en de administratie verwerking ervan. Door het wegvallen van een leverancier voor het werken op locatie tijdens controles zijn op de valreep noodvoorzieningen getroffen. Deze noodvoorzieningen moet de periode tot de invoering RX Mission overbruggen. ICT Naar aanleiding van de klachten over de traagheid van het netwerk is medio 2021 een nieuwe serveromgeving aangeschaft. In het 4e kwartaal zijn de gebruikers overgezet op die nieuwe omgeving. Na de aanloopproblemen die deze operatie met zich meebracht heeft het uiteindelijk wel een verbetering in de werking opgeleverd.
Doordat de laptops een virtuele verbinding met de servers maken is het technisch niet mogelijk om vanuit de digitale RUD-omgeving de hardware, zoals camera en microfoon, van de laptop de combineren. Voor digitale overleggen wordt gebruikt gemaakt van andere devices zoals de werktelefoon, iPad of privé-middelen. Medio 2021 zijn nieuwe mobiele telefoons uitgeleverd die naast een afgeschermd werkgedeelte een privégedeelte kennen. Door deze scheiding is de beveiliging van de werkomgeving verbeterd.
4.1.5 Bouwsteen Resultaten Samenwerking GGD, VRZ en RUD Zeeland Tussen november 2020 en juni 2021 heeft het onafhankelijke bureau Berenschot een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden voor samenwerking tussen de GGD, VRZ en RUD Zeeland. Een samenwerking die, gezien de doelstellingen van de drie afzonderlijke organisaties (gezond, veilig en schoon), een logische stap lijkt om de kwaliteit van de dienstverlening, de continuïteit en de slagkracht van de organisaties te versterken. Het eindrapport is in december vorig jaar aan de drie Algemeen Besturen van de drie gemeenschappelijke regelingen aangeboden. Uit de verkenning kwamen de volgende scenario’s naar voren: • Nul scenario: er verandert niets. GGD, RUD en VRZ gaan door op dezelfde weg. • Groeiscenario: GGD, RUD en VRZ gaan op onderdelen meer samenwerken, groeien verder naar elkaar toe en trekken vaker samen op. • Scenario maximale integratiebedrijfsvoeringsfuncties: GGD, RUD en VRZ blijven inhoudelijk zelfstandig opereren maar de bedrijfsvoering processen worden samenbracht in één shared service center. • Scenario voor samenwerking op inhoud: GGD, RUD en VRZ werken juist op de primaire taken steeds meer inhoudelijk samen. • Scenario van maximale bestuurlijke en organisatorische integratie: GGD, RUD en VRZ worden één organisatie d.w.z. één gemeenschappelijke regeling.
De conclusie uit het rapport Berenschot luidt dat van deze vijf scenario’s het groeiscenario het meest kansrijk is. De slotconclusie van het rapport geeft bij dit scenario aan dat de investering relatief laag is, de kwetsbaarheid van de drie afzonderlijke organisaties minder wordt en de zeggenschap verbetert. Bovendien is er volgens Berenschot draagvlak voor dit scenario en is het relatief gemakkelijk te realiseren. In januari 2022 is gestart met het uitwerken van het rapport via een vervolgaanpak. Bij de uitwerking hebben de drie Algemeen Besturen gekozen voor acties op de onderstaande thema’s: • advisering over de Omgevingswet (trekker RUD Zeeland);
31
•
stroomlijnen van begrotings-, verantwoordings- en besluitvormingsprocessen richting de deelnemers (gemeenten, provincie en waterschap) (trekker GGD); samenwerking op bedrijfsvoering processen (VRZ).
•
Het is de verwachting dat de vervolgaanpak in medio 2022 wordt aangeboden aan de drie Algemeen Besturen. Stakeholdersonderzoek In februari 2021 is het stakeholdersonderzoek 2020 afgerond en gepresenteerd aan zowel het dagelijks bestuur als alle medewerkers. Het doel van het onderzoek was het verkrijgen van inzicht in de tevredenheid van alle stakeholders op het gebied van kwaliteit. Er zijn 47 interviews afgenomen bij de bestuurders, ambtenaren en de partners. Ook vulden 116 bedrijven en 80 klagers een online-enquête in. Dit heeft een grote hoeveelheid aan informatie opgeleverd, die kritisch bekeken is door een aantal collega’s. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat verbeterpunten telkens een raakvlak hebben met informeren en communiceren. Het thema Communicatie zowel intern als extern behoeft daarom structureel meer aandacht. We constateerden dat het wenselijk is om een communicatiemedewerker in eigen dienst te nemen; via een memo informeerden we ons DB hierover. De andere zaken die in het onderzoek als aandachtspunten zijn benoemd, zijn eveneens uiteengezet. Met voornoemde acties hopen we uiteindelijk een nog hogere tevredenheid bij onze stakeholders te bewerkstelligen. Medewerkerstevredenheidsonderzoek In mei 2021 heeft een externe partij een medewerkerstevredenheidsonderzoek uitgevoerd.
De medewerkers konden daarbij volledig anoniem aangeven hoe tevreden zij zijn over het werken bij RUD Zeeland. De betrokkenheid van de medewerkers is hoog, dat bleek uit de enorm hoge respons. Maar liefst 95,5% heeft gereageerd, waar dit bij de benchmark rond 60% ligt. De uitkomsten geven dus een betrouwbaar en realistisch beeld van wat de medewerkers vinden. Als trotspunten kwamen naar voren het tijd en plaats onafhankelijk werken, de collega’s en de samenwerking. De verbeterpunten zijn de samenwerking en omgang met de deelnemers, de communicatie en de visie & doelen. Deze uitkomsten zijn gepresenteerd aan de medewerkers en het dagelijks bestuur. Als vervolg op de uitkomsten is een plan van aanpak door het MT vastgesteld. Teneinde een groot draagvlak in de hele organisatie te bereiken, worden de uitwerkingen per team zelf opgesteld. Een kleine werkgroep monitort de voortgang van deze uitwerkingen en koppelt medio 2022 terug aan het management. Klachtenverordening De klachtenverordening van RUD Zeeland regelt de behandeling van mogelijke klachten van burgers en bedrijven over gedragingen van RUD Zeeland en zijn medewerkers. In 2021 is er slechts een officiële klacht ingediend. Tabel 8 Klachten over RUD Zeeland
Nr.
AFDELING
KLACHT
1.
T&H
Klacht over het optreden twee medewerkers
WIJZE/FASE VAN AFHANDELING Klacht is besproken en de afspraken zijn per e-mail bevestigd.
32
4.2
FINANCIERING
Algemeen De Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) kent als belangrijkste uitgangspunten het bevorderen van een solide financieringswijze met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het bevorderen van de transparantie, het bevorderen van de kredietwaardigheid en het beheersen van de renterisico’s. Het beheersen van de risico’s uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de renterisiconorm, het afsluiten van geldleningen en het uitzetten van gelden. Daarnaast bestaat de verplichting om een treasurystatuut op te stellen. In deze paragraaf geven we de ontwikkelingen aan met betrekking tot onder andere de kasgeldlimiet en de ontwikkeling wat betreft de renterisiconorm. Treasurystatuut In 2016 stelden we en treasurystatuut op en dit is nog steeds actueel. Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet stelden we in de wet FIDO een norm voor het maximumbedrag waarop overheidsinstanties haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Het doel hiervan is om renterisico’s op korte termijn te beperken. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming, dus met uitzondering van stortingen in de reserves. Voor 2021 bedraagt de kasgeldlimiet € 0,8 mln. In 2021 overschreden we de kasgeldlimiet niet.
Renterisico De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering van leningen te beheersen. De renterisiconorm is vastgelegd in de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden en houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossing en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm speelt bij RUD Zeeland niet omdat RUD Zeeland geen geldleningen heeft. Schatkistbankieren Alle decentrale overheden, dus ook RUD Zeeland, moeten banktegoeden aanhouden bij het Ministerie van Financiën (schatkist), met uitzondering van een drempelbedrag. Het is niet meer toegestaan om beleggingen en deposito’s zelfstandig aan te gaan. Het drempelbedrag is in 2022 verhoogd van 0,75% naar 2%. In 2021 hield RUD Zeeland het positieve saldo op haar bankrekeningen, boven het drempelbedrag (€ 250.000), aan bij het ministerie van Financiën. Koers- en valutarisicobeheer Wij gingen geen belangrijke c.q. omvangrijke financiële transacties in vreemde valuta aan. Daarmee zijn er geen koersen valutarisico’s. Relatiebeheer We sloten een rekening-courant overeenkomst af bij de BNG-bank waarbij RUD Zeeland tot een bedrag van € 0,8 mln. een roodstandfaciliteit heeft. In 2021 maakten we daar geen gebruik van.
33
4.3
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING
Organisaties willen doelen bereiken. Er bestaan altijd risico’s die de realisatie van doelstellingen in de weg kunnen staan. RUD Zeeland wil risico’s, kansen en onzekerheden tijdig onderkennen en deze risico’s optimaal beheersen. Geïdentificeerde risico’s en doorrekening (bedragen in €)
Omschrijving risico
Score
2022
2023
2024
2025
1. Onbalans in taken
845.000
845.000
845.000
845.000
2. Onevenwichtig personeelsbestand en krapte op de arbeidsmarkt
605.000
605.000
605.000
605.000
3. Implementatie Omgevingswet
300.000
300.000
300.000
300.000
4. Ondersteuning ICT als onvoldoende ervaren
-
-
-
-
5. Uitbestede taken (beperkte kwaliteitscriteria)
20.000
20.000
20.000
20.000
6. Onveilige werkomstandigheden toezicht- en handhavingsuitvoering
10.000
10.000
10.000
10.000
7. Inrichting van de huisvesting is niet optimaal
15.000
15.000
15.000
15.000
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
1.795.000
1.795.000
1.795.000
1.795.000
Toelichting en ontwikkelingen Opgetreden risico’s 2021 De risico’s 1 (onbalans in taken) en 2 (onevenwichtig personeelsbestand) schatten we in als risico’s die zouden optreden bij de invoering van verrekening op uren of stuksprijs. Dit geplande realisatie is op basis van dit risico gedurende het jaar bijgesteld van 90% (1e bestuursrapportage) naar 95% (2e bestuursrapportage) en is uiteindelijk uitgekomen op een realisatie 101%. Een hogere realisatie in uren heeft als effect dat opbrengsten voor de RUD aanzienlijk hoger zijn dan verwacht en hebben deze risico’s voor 2021 geen financiële consequenties. Dit wordt met name veroorzaakt door lagere inzet op generieke projecten. Daarnaast moesten we als gevolg van corona ook in 2021 de uitvoering van onze werkzaamheden aanpassen. Dit leidde tot creatieve oplossingen. Hoe een en ander voor 2022 zal zijn kunnen we nu nog niet goed inschatten. Natuurlijk hebben we extra kosten, maar andere kosten, bijvoorbeeld reiskosten, zijn weer lager. We verwachten per saldo geen extra lasten. In 2022 zullen we risico’s evalueren en indien nodig bijstellen. Risico’s 1 en 2: Onbalans in taken en onevenwichtig personeelsbestand en krapte op de arbeidsmarkt: Door onze financieringssystematiek kan een medewerker pas na uitdiensttreding worden vervangen.
In vrijwel alle gevallen moeten we de nieuwe medewerker opleiden en inwerken en verliezen we daardoor circa een half jaar aan productiviteit. Deze kosten konden we in 2021 dekken via het besluit van het algemeen bestuur over bestemming van het resultaat. Daarnaast besteedden we o.a. door corona maar ook door uitstel omgevingswet en een latere ingebruikname van RX mission minder uren aan generieke taken en opleiding. We realiseerden hierdoor over 2021 de geplande uren waardoor het risico in 2021 niet is opgetreden. Het risico blijft na 2021 wel voortbestaan. Aan de hand van een nadere analyse van de uren in 2021 en 2022 beoordelen we opnieuw het risico en stellen we doorrekening van dit risico zo nodig voor de komende jaren bij. Actueel risico (2022 e.v.): € 1.450.000 34
Risico 3: Implementatie Omgevingswet De implementatie levert uitgaande van de invoering per 1 januari 2023 een set aan risico’s op: per gemeente ontstaat een lokaal handhavingskader waardoor het risico op niet-juist handhaven toeneemt, bij de implementatie van de Omgevingswet vindt er verschuiving plaats van (vergunningverlening alsmede) toezicht en handhaving van inrichtingen naar activiteiten (hetgeen niet past niet in de huidige P maal Q systematiek), de implementatie c.q. uitvoering van de Omgevingswet vraagt andere (advies-)vaardigheden van medewerkers, lokale systemen dienen aan te sluiten op de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) om informatie uit te wisselen en om aan te sluiten op de DSO dient RUD Zeeland de huidige applicatie te migreren naar een recentere versie (RX mission) waarbij de migratie mogelijk niet of niet tijdig plaatsvindt. Actueel risico (2022 e.v.): € 300.000 Risico 4: Ondersteuning ICT als onvoldoende ervaren In 2020 en 2021 zijn tezamen met de PIOFACH- en ICT-leverancier de nodige inspanningen verricht om de problemen met connectie en digitaal vergaderen op te lossen. De werkplekken op kantoor zijn nu ook voorzien van vaste bekabeling. Door deze inspanningen zijn veel problemen opgelost. Ook is de bouw van een nieuwe ICT-omgeving afgerond door de IT-dienstverlener. Daarmee is de traagheid van het systeem verholpen.
We blijven uiteraard via de servicedeskmeldingen de connectieproblemen monitoren. Actueel risico (2022 e.v.): € 0 Risico 5: Uitbestede taken PIOFACH (beperkte kwaliteitscriteria) Alle taken op het gebied van PIOFACH (Personeel & Organisatie, ICT, Financiën en Communicatie) zijn uitbesteed bij een deelnemer waarbij de dienstverleningsovereenkomst in beperkte mate kwaliteitscriteria bevat. Dit risico is ongewijzigd en het risico zal vermoedelijk nog de gehele contractduur (1 januari 2024) voortbestaan. Uit het stakeholdersonderzoek is naar voren gekomen dat de communicatie een cruciale factor is die kan bijdrage aan grotere tevredenheid bij de stakeholders. De inzetbare capaciteit voor communicatie onder de vlag van de PIOFACH-taken is echter beperkt. Actueel risico (2022 e.v.): € 20.000 Risico 6: Onveilige werkomstandigheden toezicht- en handhavingsuitvoering In 2022 starten we met de taak risicoanalyses (TRA) voor ‘Grijs’ (Milieu). Eerder besloten we een verdiepende taak risicoanalyses (TRA) op te stellen voor ‘Groen’(Natuurwetgeving). Op basis van deze TRA zal een concept uitvoeringsplan opgesteld worden inclusief verbetervoorstellen en planning. Uitvoering en kosten van het plan en de verbetervoorstellen van de werkomstandigheden zullen dan vanaf 2022 plaatsvinden. Het risico is ongewijzigd.
Actueel risico (2022 e.v.): € 10.000 Risico 7: Inrichting van de huisvesting niet optimaal Hybride werken, de combinatie van thuiswerken en werken op locatie, zal na corona verder toenemen Fysiek en virtueel ontmoeten en overleggen vinden in de toekomst gecombineerd plaats. Onze huisvestingsstrategie pasten we op dit onderdeel al aan. Een plan van aanpak voor hybride werken inclusief de beoordeling van de risico’s nemen we mee in de verdere uitwerking. Voor de korte termijn voorzien we risico’s op het gebied van kantoor- en thuiswerkfaciliteiten. Actueel risico (2022 e.v.): € 15.000 Risico 8: corona Door corona hebben we de wijze van uitvoering van onze werkzaamheden moeten aanpassen in 2021. Dit heeft geleid tot creatieve oplossingen. Op basis van de inzichten tot nu toe is het ook de verwachting dat dit in ook 2022 het geval zal zijn. Natuurlijk hebben we extra kosten. Andere kosten, bijvoorbeeld reiskosten, zijn weer lager. We verwachten per saldo geen extra lasten. Actueel risico (2022 e.v.): € 0
35
Weerstandscapaciteit van RUD Zeeland (bedragen in €)
2022
2023
2024
2025
Totaal benodigde weerstandscapaciteit:
1.795.000
1.795.000
1.795.000
1.795.000
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit: Incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit:
1.253.000 1.104.000
155.000 -
155.000 -
155.000 -
Algemene reserve
1.104.000
(in EUR)
-
-
-
Bestemmingsreserve P maal Q
-
-
-
Stille reserves
-
-
-
Structureel beschikbare weerstandscapaciteit:
149.000
155.000
155.000
155.000
Onvoorzien
149.000
155.000
155.000
155.000
Aanvullende bijdragen deelnemers
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
Ratio weerstandscapaciteit: - enkelvoudig - cumulatief tot en met 2025
0,70 0,24
Het weerstandsvermogen, zijnde de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde capaciteit, geeft de mate aan waarin financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Het risico ingeschat op € 1.795.000; onze totale beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt circa € 1.253.000 (algemene reserves, bestemmingsreserve P*Q en restant onvoorzien) waarmee de ratio weerstandsvermogen (enkelvoudig) 0,70 bedraagt. RUD Zeeland heeft als doel een ratio weerstandsvermogen te hebben in de categorie ‘voldoende’ dus tussen 1,0 en 1,4. In deze categorie is er een verantwoorde balans tussen enerzijds de aanwezige risico’s en anderzijds de financiële buffer om deze risico’s op te vangen zonder dat dit ten koste gaat van de organisatiedoelstellingen. Het enkelvoudige weerstandsvermogen is onvoldoende. Cumulatief is de ratio 0,24, waarmee de RUD op de langere termijn, bij ongewijzigde risico-inschattingen en beschikbaar weerstandsvermogen, in de categorie ruim onvoldoende terechtkomt. Kengetallen In de BBV staat een voorschrift om een aantal specifieke kengetallen (inzake solvabiliteit, schuldquote, grondexploitatie, belastingcapaciteit en structurele exploitatieruimte) op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing met een beoordeling van deze kengetallen. RUD Zeeland begroot geen rentelasten of aflossingen.
Er is ook geen sprake van grond in exploitatie of inkomsten uit belastingheffing. De structurele lasten zijn in evenwicht met de structurele baten. Alleen het kengetal voor solvabiliteit is dus op RUD Zeeland van toepassing. No.
Omschrijving
Jaarrekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
1.
Solvabiliteit
48%
35%
35%
35%
35%
Solvabiliteit: dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin RUD Zeeland in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal is het eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal. In 2021 bedraagt de solvabiliteit 41% dit is ruim voldoende.
36
5 VERANTWOORDING BEGROTINGSRECHTMATIGHEID Overschrijding ramingen op programmaniveau Op grond van artikel 193, lid 3 Provinciewet zijn alle begrotingsoverschrijdingen op de lasten (en daarmee overeenstemmende balansmutaties) onrechtmatig. Bij de afweging van de relevantie van deze onrechtmatige lasten is het criterium ‘passend binnen het door het algemeen bestuur uitgezette beleid’ van belang. In 2021 is er geen sprake van begrotingsoverschrijdingen op de lasten en is er dus ook geen sprake van begrotingsonrechtmatigheid.
37
Jaarrekening 2021
38
6 JAARREKENING 2021 BALANS OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN ANALYSE REKENINGRESULTAAT TOELICHTING BATEN EN LASTEN PER PROGRAMMA OVERZICHT INCIDENTELE LASTEN EN BATEN
40 45 46 50 52
39
6.1
BALANS
Activa
Vaste activa
Balans per 31 december 2021 31-12-2021
Passiva
31-12-2020 Vaste passiva
Eigen vermogen Algemene Reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat Voorzieningen Voorzieningen met een specifieke bestemming
Totaal vaste activa
Vlottende activa
Uitzettingen < 1 jaar Uitzettingen in 's Rijks schatkist < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen
-
3.825.646 3.794.554 31.092 -
-
Totaal vaste passiva
Vlottende passiva
2.748.411 Netto vlottende schulden < 1 jaar 2.643.000 Overig 97.594 7.817
31-12-2021
31-12-2020
58.666
89.320
58.666
89.320
2.427.246
1.685.962
723.114 723.114
1.037.245 1.037.245
2.368.580 1.104.326 375.423 888.831
1.596.642 686.257 458.967 451.418
Liquide middelen Banksaldi
156.107 156.107
1.476 1.476
Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen: