CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

22-034 Bijlage 1. Ingekomen stukken MZ

Gemeenteraad 21 april 2022, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad (MZ/RM/AB 22-034)24.022 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

3/3

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2021

0

631 Wet van 15 december 2021 tot wijziging van de Wet publieke gezondheid vanwege het opnemen daarin van een gemeentelijke taak om prenataal huisbezoek te verrichten Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet publieke gezondheid aan te passen, opdat daarin een gemeentelijke taak voor prenataal huisbezoek wordt opgenomen; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I De Wet publieke gezondheid wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 2, tweede lid, wordt, onder vervanging van de punt in onderdeel h door een komma, een onderdeel toegevoegd, luidende: i. het aanbieden van een vrijwillig prenataal huisbezoek door de organisatie die voor het college van burgemeester en wethouders de jeugdgezondheidszorg verricht om hulp en ondersteuning te geven aan zwangere vrouwen en hun gezinnen die in een kwetsbare situatie verkeren, voor zover daartoe aanleiding is na toepassing van een adequaat signaleringsinstrument, alsmede het in dat kader door het college bepalen van de omvang van deze doelgroep. B In artikel 14, vierde lid, wordt «de artikelen 2, tweede lid, onder h,» vervangen door «de artikelen 2, tweede lid, onder h en i,».

Staatsblad 2021

631

1

ARTIKEL Ia Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zendt twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL II Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Kamerstuk 35 593

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te ’s-Gravenhage, 15 december 2021 Willem-Alexander De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis Uitgegeven de twintigste december 2021 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

stb-2021-631 ISSN 0920 - 2064 ’s-Gravenhage 2021

Staatsblad 2021

631

2

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2022

0

49 Besluit van 25 januari 2022, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen van de wet van 15 december 2021 tot wijziging van de Wet publieke gezondheid vanwege het opnemen daarin van een gemeentelijke taak om prenataal huisbezoek te verrichten (Stb. 631)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 21 januari 2022, kenmerk 3309623-1023370-WJZ; Gelet op artikel II van de wet van 15 december 2021 tot wijziging van de Wet publieke gezondheid vanwege het opnemen daarin van een gemeentelijke taak om prenataal huisbezoek te verrichten (Stb. 631); Hebben goedgevonden en verstaan: Enig artikel De artikelen I en Ia van de wet van 15 december 2021 tot wijziging van de Wet publieke gezondheid vanwege het opnemen daarin van een gemeentelijke taak om prenataal huisbezoek te verrichten (Stb. 631), treden in werking met ingang van 1 juli 2022. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 25 januari 2022 Willem-Alexander De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M. van Ooijen Uitgegeven de eenendertigste januari 2022 De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius

stb-2022-49 ISSN 0920 - 2064 ’s-Gravenhage 2022

Staatsblad 2022

49

S.S.A. Meilink Fretstraat 15 6562 LN Groesbeek 024–397 29 34 s.meilink@upcmail.nl In een uitzending van Buitenhof in september 2018 liet de presentator zich tussen neus en lippen ontvallen dat huurders immers op kosten van de staat wonen. In het programma De Hofbar, ook in september 2018 liet een VVD-kamerlid weten dat de corporaties de vele miljarden winst die ze jaarlijks maken af moeten dragen aan de schatkist. Beide opmerkingen getuigen van het feit dat ze absoluut niet weten hoe het systeem van sociale huren werkt. Deze gedachten leven breed in de maatschappij, vooral onder woningeigenaren en zeker ook in de politiek. Maar ja, dat zijn allemaal mensen met een goede financiële positie. Sociale huur is indertijd in het leven geroepen om mensen, die zich om vele redenen geen woning konden veroorloven, toch enigszins betaalbaar een dak boven het hoofd te hebben. Wonen is namelijk een eerste levensbehoefte. Onder o.a. de invloed van de steeds grote wordende marktwerking hebben de regeringen besloten dat ook de sociale woningen moesten worden vercommercialiseerd. En zo werden de corporaties omgetoverd tot woningeigenaren en projectontwikkelaars, met pittige salarissen van de bestuurders (want immers marktconform) en met de vrije hand in het woningbezit. Het gevolg: vele woningen werden verkocht, soms ook aan commerciële partijen, die er flink van profiteerden en nog steeds.

Hoe rechtvaardig is het systeem van (sociale) huurwoningen ? Een voorbeeld: Berekening en beargumentering September 2018 Huursituatie van een middenwoning in een blok van 5, eigendom van een corporatie. Globale berekening van de huur over 47 jaar (bedragen zijn afgerond op hele euro’s). Begin huur in 1971 fl 150,00 / Huur in 2018 Huurstijging over 47 jaar Huurverhoging in 47 jaar is dus 750 % !!

afgerond =

€ 68,00 / maand € 578,00 / maand € 510,00 / maand

Gemiddelde huur van begin tot 47 jaar later : € 510,00 / 2 = € 255,00 / mnd Betaalde huur per jaar 12 x € 255, = € 3.060,00 Totaal betaalde huur over 47 jaar = 47 x € 3.060,00 = € 143.820,00 Woningwaarde begin huur in 1971 = ca. fl 40.000,00 afgerond op € 18.182,00 (Gebaseerd op de ca.-prijs van een vrijstaande koopwoning in 1971. De prijs van een middenwoning {zoals in deze berekening} in een rij van vijf zal vrijwel zeker beduidend lager zijn geweest, maar is bij mij niet bekend). De woning is door de huurder dus 7,9 x betaald t.o.v. de beginwaarde. Kosten voor de woning in die periode voor de verhuurder betreffen aflossing van de woning en kosten van onderhoud/reparatie en renovatie. De hoogte daarvan is mij onbekend. LET WEL: Bij koopwoningen met vrij gangbare hypotheekvormen wordt er in grote lijnen van uit gegaan dat door de koper na volledige aflossing van de hypotheek ongeveer 2 maal de aankoopwaarde wordt betaald in ongeveer 30 jaar. Uiteraard is dit een grove berekening met allerlei mitsen, maren en aannames. Maar de grote lijn is onmiskenbaar: de huurder betaalt mee aan de woningen van anderen.

In de laatste jaren heeft de overheid de volgende maatregelen ingevoerd: 1. Aan verhuurders wordt door het rijk de verhuurdersheffing opgelegd. De opbrengsten gaan naar de staatskas, maar worden dus volledig opgebracht door de huurders, omdat deze afdracht wordt doorberekend in de huur ! Op de site van Aedes.nl wordt het volgende gesteld: “In 2023 loopt de verhuurderheffing op met 64 procent ten opzichte van 2014. De corporaties moeten jaarlijks een verhuurderheffing betalen aan het Rijk. In 2018 betalen corporaties in totaal zo'n 1,6 miljard euro verhuurderheffing, wat neerkomt op 58 euro per woning per maand. In 2023 lopen de uitgaven aan de verhuurderheffing op tot 1,8 miljard euro: 65 euro per woning per maand”.

Op die site is ook het volgende te lezen: “De inkomsten van een corporatie zijn gemiddeld 524 euro per woning. Huurinkomsten vormen de belangrijkste inkomstenbron van corporaties. Corporaties investeerden in 2016 3,7 miljard euro in hun woningvoorraad. Hiervan is 2,2 miljard euro geïnvesteerd in nieuwe huurwoningen. Na nieuwbouw is woningverbetering, zoals het verduurzamen van woningen, de belangrijkste investering van corporaties. De gemiddelde inkomsten van een corporatie zijn 524 euro per woning per maand. De inkomsten komen vooral uit huur (99%). Corporaties lenen geld voor hun investeringen, de huizen die ze bezitten zijn daarvoor onderpand. De rente op hun leningen zijn hun grootste kostenpost “.

2. De enige jaren geleden door de overheid aan de woningbouwcorporaties opgevraagde miljarden zijn naar de staatskas gegaan. De reden hiervoor waren enorme bedragen die corporatie “in reserve” hadden. Maar die reserves zijn dus ook volledig opgebracht door de huurders in de vorm van “teveel” betaalde huur in de periode vóór de afdracht. Het is onbegrijpelijk dat de politiek deze afdracht heeft laten gebeuren en niet de rechtvaardige weg heeft gekozen van het “terugbetalen” aan de huurders in welke vorm dan ook. Ook de volgende zaken dienen eveneens te worden belicht: 1. De wooncorporatie geeft aan dat hun inkomen ook deels bestaat uit aangegane leningen. Dan mag het toch als zeer vreemd worden ervaren dat de corporaties geld aan de staat moeten afdragen volgens de twee bovenstaande opmerkingen !! 2. Onze corporatie geeft in de beargumentering voor de huurverhoging 2018 het volgende aan: (citaat uit: “Veel gestelde vragen”, op de website): Wat doet Oosterpoort met het geld dat ze krijgen vanuit de huurverhoging? Dit geld investeert zij in haar woningen. Ook betaalt zij hiervan de rente over de leningen, personeelskosten en heffingen. Denk bijvoorbeeld aan de verhuurdersheffing. Dit argument is ronduit verbijsterend. Door Oosterpoort wordt onder andere gezegd dat men het geld nodig heeft voor de bouw van nieuwe woningen.

Daarin wordt dus nog eens expliciet gesteld dat huurders meebetalen aan de woning(en) van anderen !! 3. De jaarlijkse huurverhoging is wettelijk gelimiteerd, met enige variatie afhankelijk van de situatie. Deze limitering wordt mijns inziens omzeild als een nieuwe huurder een woning betrekt, getuige het feit dat een huurder die ca. 25 jaar geleden een gelijke woning betrok een beduidend hogere huur betaalt. En een nieuwe huurder die ca. 2 jaar geleden ging huren heeft de corporatie eveneens een aanzienlijk bedrag op de eerdere huur gezet. Door onze corporatie is ook aan ons meegedeeld dat als de woning vrijkomt voor verhuur de huurprijs zeer aanzienlijk hoger zal zijn voor de nieuwe huurder. 4. De jaarlijkse huurstijging is gebaseerd op het inflatiepercentage. Daarbovenop wordt nog eens 1 % extra gezet. Dat is onnodig, onrechtvaardig en naar mijn mening niet gebaseerd op enig deugdelijk argument. 5. Later gebouwde huurwoningen hebben eenzelfde berekeningsopbouw als hierboven, maar de bedragen zijn beduidend hoger door onder andere de stijging van de huizenprijzen.

6. Bij alle hypotheekvormen kunnen eigenaren renteaftrek krijgen van het rijk via de belasting. Bij de tegenwoordige zeer gangbare aflossingsvrije hypotheek van een koopwoning wordt over de gehele looptijd van de hypotheek door de koper een beroep gedaan op de maximale renteaftrek. Ook dit wordt uit de algemene middelen betaald en dus ook weer deels door huurders. 7. Door de compleet kromgegroeide markt van koopwoningen stijgen de huizenprijzen enorm. Woningeigenaren bezitten soms vele tientallen en soms honderden woningen, die op de vrije huurmarkt vrijwel ongelimiteerd in huur kunnen stijgen. Dat heeft ook gevolgen voor de sociale woningsector. Al deze bovenstaande aspecten laten zien dat de huurders dus voor het grootste deel de (huur)woningen van anderen betalen en bovendien extra bijdragen aan de staatskas, bovenop de belastingen. Tel daarbij op dat woningeigenaren renteaftrek van hun hypotheek genieten dan betaalt de huurder dus ook een deel van elke koopwoning, ongeacht de waarde van die woning !! Dit alles lijkt mij uitermate onrechtvaardig voor de huurders. Temeer omdat huurders meestal toch al financieel onder de grens van het middeninkomen functioneren, en meestal bij het begin van hun wooncarrière niet, en ook later niet, de gelegenheid hadden om een woning te kopen.

Om al deze redenen kan er, naar mijn mening, in geen enkel opzicht sprake zijn van sociaal huurbeleid. De situatie op de vrije huurmarkt kan ik niet berekenen, maar zal naar mijn overtuiging een nog schever beeld voor de huurder opleven. # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # # #

Op 14 september verzonden naar Klaver, Buma, Thieme, Marijnissen, Segers, Pechtold, Vd Staaij, Krol, Dijkhoff, Asscher en op 24 september naar de Woonbond. Op 1 oktober aan AVROTROS Radar. Nog wat later aan meerdere personen, instanties en organisaties en aan de leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal. Op 18 januari 2022 aan het Nibud en het gemeentebestuur van Amsterdam

Het Nibud attendeerde me op onderstaand onderzoek naar de huursituatie in Amsterdam. https://www.nibud.nl/beroepsmatig/rapport-de-financiele-positie-van-huurders-in-amsterdam/ Ook u raad ik aan dit onderzoek te bestuderen.

Naar aanleiding daarvan heb ik het Nibud de volgende reactie gezonden.

Aan het Nibud. In afschrift aan B en W en de gemeenteraad van Amsterdam Groesbeek, 21 januari 2022 Dames, Heren, geachte heer / mevrouw XXXXX, Hartelijk dank voor uw reactie en voor het attenderen op het onderzoek van de woonsituatie in Amsterdam. Ik heb het rapport voorlopig nog vluchtig gelezen en de indruk bij mijn bestaat dat het onderzoek best gedegen heeft plaatsgevonden. Hoewel het alleen Amsterdam betreft zullen de gegevens in grote lijnen voor vrijwel alle grote steden kunnengelden en ook voor een belangrijk deel voor kleine gemeenten. Echter in het onderzoek mis ik vier cruciale basistekortkomingen in het totale systeem van sociale huur. Ik heb die in mijn schrijven aangegeven, maar uitdrukkelijk wil ik deze betrekken bij de ongelijkheid van wonen in Nederland.

In het rapport worden de oorzaken voor de huurproblemen vooral gezocht in de inkomenssfeer. Hoe minder inkomen hoe moeilijker een huursituatie zal worden. Ook wordt uitgegaan van de huidige feiten / gegevens als vaststaand en alsof die niet onderhavig moeten zijn aan diepere bestudering. 1. Ongelijke start en levensopbouw voor huurders (zie berekening in mijn eerste schrijven) Wij huren onze woning vanaf 1971. Er was voor ons geen mogelijkheid om een woning te kopen. We gingen er destijds van uit dat gedurende ons verdere leven we ongeveer twee, misschien drie, maal de waarde van de woning zouden betalen. Bij koopwoningen werd en wordt er immers ook van uitgegaan dat na afloop van hypotheektermijn de waarde van de woning ca. 2 is betaald, inclusief aflossing en rente. Bij koopwoningen is het huis na die periode dus in principe volledig schuldenvrij in het bezit van de koper. Een huurder heeft die waarde dan ook betaald, maar is geen eigenaar !! Maar ……, zoals ik in mijn berekening aangeef, hadden wij inmiddels in 2018 bijna 8x maal de waarde van de woning betaald. Op dit moment, januari 2022, is dat zelfs bijna 10 maal !! En bij de huidige huur betalen we de woning in ca. 20 jaar nogmaals, maar dan uitgaande van de huidige woningwaarde. Dat wil dus zeggen dat elk jaar de huur berekend wordt als ware het een nieuwe woning. En dat is volkomen onrechtvaardig.

Immers de corporatie heeft nog de volledige woning in bezit en die inmiddels meer dan 9 x betaald gekregen !! En de meeste huurders hebben nimmer de mogelijkheid gehad om een woning in bezit te krijgen, zoals dat heden ten dage met de waanzin op de woningmarkt opnieuw het geval is. terwijl ook huurders vrijwel allen hardwerkende gewone mensen zijn. En dat is naar mijn menig de allergrootse basisfout in het systeem van sociale huur. En daar moet de basis liggen voor het onderzoek naar de problemen aan de ondergrens van de maatschappij. 2. Vercommercialisering van de corporaties. Een aantal jaren geleden zijn de woningbouwverenigingen, gedwongen door de overheid, overgegaan naar een commerciële bedrijfsopzet. Dat betekende - meer salaris voor de topfiguren, - verkoop van vele huurwoningen, - grotendeels loslaten van de maatschappelijke functie van de woningbouwverenigingen, - vermarkting van het product HUUR. Vooral daardoor is het sociaal noodzakelijke aspect, het bieden van onderdak voor degenen die daartoe om verscheidene redenen niet de financiële mogelijkheid hadden / hebben, zeer onder druk te komen staan en werden de corporaties in feite projectontwikkelaars, gericht op een bedrijfsvoering met een zo groot mogelijke financiële opbrengst. 3. De verhuurdersheffing Deze heffing is voor de regering en anderen kennelijk een lastig probleem.

Die heffing is een boete voor de corporaties omdat ze zogenaamd teveel vermogen hebben. In feite is het een extra belasting voor de huurders. Zij betalen immers de boete voor de corporaties. Maar private eigenaren van huizen innen beduidend veel meer vermogen en hoeven daar niet of nauwelijks inkomsten- / vermogensbelasting over te betalen. Het lijkt er inmiddels op dat binnen enige tijd die heffing zal worden afgeschaft. Maar als grootste noodzaak voor die afschaffing wordt gegeven dat de corporaties nu meer geld hebben om huizen te bouwen. Daarbij wordt volledig voorbijgegaan aan het feit dat de verhuurdersheffing al die tijd en nog steeds volledig wordt opgebracht door de huurders. Corporaties plegen immers geen inkomens te

hebben uit het telen van aardappelen, de productie van koffiezetapparaten of dienstverlening aan allerlei derdenpartijen. Dat wil zeggen dat de verhuurdersheffing moet worden gebruikt voor een structurele verlaging van de huren. En niet om huurders nog steeds de woningen van anderen te laten betalen ! Dat is heel anders dan de opstelling van de grootste regeringspartij, die stelt dat de corporaties elk jaar een winst maken van € 18 miljard, die dan ook nog eens volledig naar de staatskas moet vloeien. 4. Ontbreken van kennis bij de beleidsmakers Het moge duidelijk zijn dat ik de mening ben toegedaan dat vooral de politici en beleidsmakers in het geheel weinig inzicht hebben in de diepere achtergronden van huurders, de huurontwikkeling, het ontstaan van woningbouwverenigingen. Ze richten zich alleen op cijfers, grafieken en bedragen zonder te weten wat daar werkelijk achter zit en wat de gevolgen zijn van hun beleid. Zie bijvoorbeeld het standpunt van de VVD. De belangrijkste aanpak nu is volgens mij het drastisch verlagen van de huurprijzen en herziening van het systeem van sociale huren. Dat zal voor veel huishoudens een enorme verlichting zijn, het maakt alle moeilijke toeslagregelingen overbodig, en zal een groot deel van de sociale problemen en de sociale onrust ondervangen. Het is immers vele malen rechtvaardiger dan de huidige situatie.

Maar het belangrijkste is nog dat huurders zich dan ook meer als gelijkwaardige burgers kunnen voelen ten opzichte van de mensen die er toch al warmpjes of zelfs zeer heet bijzitten !!!

Ik hoop dat u, politici, colleges en gemeenteraden en de collega’s die met “wonen” zijn belast dit gedegen in hun opinievorming zullen meenemen en aan de beleidsmakers kenbaar zullen maken en zo zich in zullen zetten om de huidige situatie uit de wereld te helpen. Met vriendelijke groet, Simon Meilink Ter aanvulling nog onderstaande berekening van de huurstijging van een sociale huurwoning in de komende 25 jaar, waaruit nog eens temeer moge blijken dat de huurders grotelijks betalen voor de woningen van anderen.

Huurberekening over 25 jaar, bij een huurstijging van resp. 2% en 3% per jaar. in €, afgerond.

jaar

1e jaar 2e 3e 4e 5e 6e 7e 8e 9e 10e 11e 12e 13e 14e 15e 16e 17e 18e 19e 20e 21e 22e 23e 24e 25e

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046

maandhuur Huur per bij 2% jaar verhoging 618 630 642 655 668 682 695 709 724 738 752 767 783 798 817 831 847 864 881 899 917 935 954 973 993

Totaal in totdat jaar

7.416,00

8.016,00

8.856,00

80.160,00

1.0788,00

177.120,00

11.919,00

234.384,00

maandhuur Huur per bij 3% jaar verhoging 618 636 655 675 695 716 737 760 782 806 836 855 881 907 934 962 991 1.027 1.052 1.083 1.116 1.149 1.183 1.218 1.220

Totaal in totdat jaar

7.416,00

8.340,00

9.672,00

83.400.00

12.996,00

193.440,00

14.640,00

251.712,00

Nota bene: zie de voorgaande berekening over de eerdere 48 jaar, waaruit blijkt dat de betreffende woning in 2018 ca. 7,9 keer is betaald ten opzichte van de woningwaarde bij het begin van de huurperiode. In 2046 wordt de woning weer volledig betaald, maar nu ongeveer volgens de woningwaarde van 2022.

Aan: Gemeenteraad Middelburg en college van B&W Middelburg. Cc: Commissie MZ Middelburg

Ongevraagd advies Sociale Cliëntenraad Walcheren betreft de prestatieafspraken en de energiebank

Vlissingen, 31 januari 2022

Geachte lezer,

Naar aanleiding van de aangenomen motie over de energiebank vragen wij uw aandacht voor het volgende. De SCW is geen voorstander van de energiebank en ontraden wat dat betreft het uitvoeren van de motie (zie bijlage). Wij vinden deze aanpak een vorm van symboolpolitiek en de zoveelste gang naar een “bank” voor de minima. Stelt u zich eens voor dat u dat zelf bent die elke keer (met uw loon- of uitkeringspecificatie in de hand) voor steeds meer onderdelen van uw basislevensbehoeften naar een aparte “winkel” moet. Het energiezuinig maken van woningen vinden wij op de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de eigenaar/verhuurder.

Over de besteding van de compensatie van 150 miljoen euro (voor een betere isolatie van huizen van kwetsbare huishoudens) moet goed nagedacht worden. Aanvullend hierop verwijzen wij naar de brief van de Woonbond/Milieudefensie/ FNV (zie bijlage). De inhoud en aanbevelingen in deze brief vinden wij de richting waarin de oplossing moet worden gezocht.

Pagina 1 van 2

Zie ook de bijdrage van het Nibud: Gerichte compensatie energiekosten effectiever voor minima - Nibud - Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting

De SCW vraagt daarnaast bijzondere aandacht van met name de gemeenteraad voor het volgende. Op dit ogenblik worden in Middelburg de prestatieafspraken tussen Woongoed, huurdersvereniging HVM en de gemeente opgesteld. Daarin worden afspraken gemaakt over verduurzaming en betaalbaarheid voor de komende jaren. Dat betekent dat de gemeente daar en op dat moment direct invloed heeft op de verduurzaming en de betaalbaarheid daarvan voor de minima. En een heel groot verschil kan maken.

Met vriendelijke groet, namens de Sociale Cliëntenraad Walcheren, Marischka Duinkerken

s.c.walcheren@zeelandnet.nl

Pagina 2 van 2

Postbus 3389 1001 AD Amsterdam 020-5517700 www.woonbond.nl

Tweede Kamer

datum 26 oktober 2021 kenmerk 21.498 uw relatienummer bijlage(n)

Betreft: alternatief voorstel compensatie stijgende energieprijzen en isolatie maatregelen

Geachte Tweede Kamerleden, Vrijdag 14 oktober jl. heeft het demissionaire kabinet een voorstel gedaan tot compensatie van de stijgende energieprijzen en aanvullende maatregelen tot isolatie. In totaal wordt er 3,2 miljard beschikbaar gesteld voor compensatie, waarvan 2,7 miljard voor huishoudens, en 150 miljoen euro voor isolatie. Woonbond, Milieudefensie, FNV zijn het demissionaire kabinet erkentelijk voor het voorstel om huishoudens te compenseren en aanvullende isolatie maatregelen te nemen. Echter is het voorstel naar oordeel van de organisaties onvoldoende gericht om groepen die kwetsbaar zijn voor energiearmoede gericht te ondersteunen. Ook is de omvang van de aanvullende maatregelen tot isolatie te beperkt om woningen met slechte labels in hoog tempo op te knappen en te verduurzamen. Wij doen graag het volgende alternatieve voorstel: • Compensatie huishoudens: de compensatie moet zowel generiek huishoudens compenseren en gericht kwetsbare groepen ondersteunen • Isolatie maatregelen: eenmalig warmtefonds ter hoogte van 3 miljard om corporatiewoningen met een slecht label de komende jaren op te knappen Eerlijke compensatie stijgende energieprijzen Veel mensen in Nederland moeten rondkomen van een te laag inkomen. Dit is geen tijdelijk maar een structureel probleem.

De enorme stijging van de energielasten komt daar bij; nu al leven 550.000 mensen in energiearmoede, becijferde TNO vorige maand. In een nieuwe analyse van het TNO blijkt dat dit aantal door de stijgende energieprijzen kan toenemen met 130.000 tot 170.000 huishoudens. Dat zijn mensen die te veel kwijt zijn aan het verwarmen van hun woning. Of die om die reden de kachel maar uit laten en in de kou zitten. Maar liefst 87% van deze mensen woont in een huurhuis. Het Nibud becijferde recent al dat een alleenstaande in de bijstand door de stijgende energieprijzen maandelijks 71 euro tekort zal komen. (bron: Nibud).

1/4

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-economische-zaken-enklimaat/documenten/kamerstukken/2021/10/15/kamerbrief-over-de-hoge-gasprijzen Uit de brief van het demissionaire kabinet blijkt dat de meest kwetsbare groepen (<=112% WML) in inkomenseffecten mediaan er het meest op achteruit gaan (-0,8%). Ook is hier de groep die er fors op achteruit (-2% tot -5% en meer dan -5%) aanzienlijk groter dan bij andere inkomensgroepen. Bij de hogere inkomensgroepen is het mediane inkomenseffect gunstiger en de groepen die er fors op achteruit gaan aanzienlijk minder. Diverse economen spraken al hun verbazing hier over uit. De groepen die het meest kwetsbaar zijn worden het minst ontzien. Het alternatieve voorstel bestaat uit fiscale maatregelen die eenvoudig in uitvoer zijn. Hiermee valt echter niet te voorkomen dat net als bij het voorstel van het demissionaire kabinet nog steeds groepen worden bereikt waar ondersteuning minder noodzakelijk is. Maar wel gerichter en meer in balans met de doelstelling van de maatregelen, namelijk de stijging van energiearmoede voorkomen. Wij stellen het volgende alternatief voor: a. Belastingkorting op de energierekening wordt verhoogd met € 115 inclusief BTW (50% van huidige voorstel) b. Belastingtarief op de elektriciteit (eerste schijf) gaat omlaag met 4,2 cent inclusief BTW (50% van het huidige voorstel) c.

Algemene heffingskorting verhogen met € 50 d. Huurtoeslag basishuur verlagen met € 50 e. Verhoog de huurtoeslag boven de kwaliteitskortingsgrens van 65% naar 75% en boven de aftoppingsgrens van 40% naar 50%

2/4

21.498

Dit gaat om een vergelijkbaar bedrag aan compensatie, maar de compensatie landt veel gerichter bij kwetsbare groepen die de stijgende energieprijzen niet kunnen dragen. De groep huurtoeslagontvangers (circa 1,5 miljoen huishoudens) ontvangt aanzienlijk meer ondersteuning en de overige huishoudens minder. Een alternatief waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Hiermee hebben wij getracht een voorstel samen te stellen die gericht energiearmoede aanpakt bij zowel huurders als woningeigenaren. Wanneer zij niet toereikend worden gecompenseerd zien zij zich genoodzaakt te bezuinigen op noodzakelijke uitgaven zoals voedsel en energie. Voor hen komt elke euro minder keihard aan1. Sneller en meer isoleren Wij staan voor klimaatrechtvaardigheid: lage inkomens mogen niet de dupe worden van de energietransitie, maar moeten juist actief worden ondersteund. Iedereen moet kunnen genieten van de voordelen van een duurzame samenleving, zoals schone lucht, gezond eten en een comfortabel huis. De transitie zal sociaal zijn of zal niet zijn.

Bron: https://www.rvo.nl/sites/default/files/2020/01/monitor-energiebesparing-gebouwdeomgeving-2018_0.pdf

1 Op verzoek van de organisaties rekent het Nibud het alternatieve voorstel door in een aantal voorbeeld huishoudens

en vergeleken met het voorstel van demissionaire kabinet. Deze doorrekening zal spoedig worden aangeleverd door het Nibud.

3/4

21.498

MOTIE Artikel 36 RvO Voorstel nummer 21-144 / agendapunt: 6.m.1 Onderwerp: Energiearmoede De raad van de gemeente Middelburg in vergadering bijeen op 10 november 2021 De Raad, gehoord de beraadslaging, overwegende dat: door de sterk gestegen energieprijzen heel wat Middelburgse huishoudens in de knel komen; veelal mensen met lagere inkomens in slecht geïsoleerde huizen wonen; zij die zich dat het minst kunnen permitteren het zwaarst worden getroffen, waardoor zogeheten energiearmoede ontstaat; het energiegebruik op termijn kan worden teruggedrongen door te investeren in isolatie; huurders hiervoor afhankelijk zijn van de verhuurder en dit voor woningeigenaren een grote investering vergt. Is van mening dat: er ook al op korte termijn slimme besparingsmaatregelen getroffen kunnen worden.

Bijvoorbeeld door goed te ventileren, aanbrengen radiatorfolie, het toepassen van een pompschakelaar enzovoort; de gemeente Middelburg een belangrijke rol heeft in de energietransitie, en daarbij zowel huurders als eigenaren zou moeten adviseren over energiebespaarmogelijkheden op korte en lange termijn en de te benutten subsidies daarbij; Energiecoaches kunnen, bij voorkeur als vrijwilliger, hier een belangrijke rol in vervullen; dat Energiebank Nederland op dit vlak een waardevol initiatief is dat zich al in verschillende gemeenten in Nederland heeft bewezen; Stichting Welzijn Middelburg en/of Stichting Present hierin mogelijk een waardevolle rol kunnen spelen. Verzoekt het college: 1. ter voorkoming van energiearmoede onderzoek te doen naar de oprichting van een Energiebank Middelburg als onderdeel van Energiebank Nederland; 2. hiertoe in gesprek te gaan met lokale energiebedrijven (waaronder Enduris), vrijwilligersorganisaties en woningcorporaties; 3. uiterlijk 1 maart 2022 een voorstel aan de gemeenteraad te overleggen, waarbij tevens is voorzien in de financiering van Energiebank Middelburg; 4. op andere wijze te voorzien in energiecoaches indien realisatie van Energiebank Middelburg niet haalbaar blijkt te zijn; 5. te bezien of samenwerking op Walchers niveau meerwaarde biedt; 6. de benodigde gemeentelijke bijdrage te dekken uit de algemene reserve.

en gaat over tot de orde van de dag. Namens de fracties van CDA, GroenLinks,

PvdA,

Wim Kant

Mehmet Kavsitli

Leny van den Heuvel

Motie vreemd D08

HOT/^

Marie-José S121422

Huis in't Veld

WtTIJ VOOR DE VtlJHIlDHfNOIlO

1

Leo Janssen

MOTIE: Borstonderzoek voor vrouwen De gemeenteraad van de gemeente Hengelo in vergadering bijeen op 22-12- 2021: Constaterende dat: De staatssecretaris voor Volksgezondheid heeft besloten het periodiek borstonderzoek voor vrouwen tijdelijk te wijzigen van tweejaarlijks naar driejaarlijks^ Als reden hiervoor is vermeid dat het momenteel en de komende drie jaar niet mogelijk is consequent aan de termijn van twee jaar te voidoen; Vroegtijdige opsporing van borstkanker belangrijk is, omdat het niet alleen leidt tot minder sterfgevailen (1450 gevailen per jaar), maar ook tot snellere interventies met als gevolg minder kans op uitzaaiingen, minder complexe ingrepen, minder zware behandelingen. Hoe langer de periode tussen twee onderzoeken hoe minder gezondheidswinst behaald wordt met het bevolkingsonderzoek. Dat de genomen maatregel ongewenst en onverantwoord is en moet worden gestopt; Het hier weliswaar gaat om landelijk beleid, maar dat ook de gemeenteraden als primaire volksvertegenwoordiging een belangrijke signalerende taak hebben. Overwegende dat: Deze maatregel op korte en op lange termijn leidt tot verslechtering van deze uiterst belangrijke preventieve voorziening en daarmee van de volksgezondheid: Ongeveer 1 miljoen vrouwen vanaf vijftig jaar in Nederland van dit preventieve onderzoek gebruik maken; In Nederland 1 op de 7 vrouwen borstkanker krijgt.

Het bevolkingsonderzoek is bedoeld om borstkanker zo vroeg mogelijk te ontdekken, zodat de kans op succesvolle behandeling groter en wellicht minder ingrijpend is. Roept het college op: Bij de demissionaire staatssecretarissen, door toezending van deze motie, kenbaar te maken dat wij van mening zijn dat de genomen maatregel ongewenst en onverantwoord is en wij er op aandringen de maatregel in te trekken en er alles aan te doen om de tweejarentermijn zo consequent mogelijk toe te passen. Deze motie bij de gemeenteraden in Nederland en de leden van de Tweede Kamer en de VNG bekend te maken.

I

https‘.//WWW. rivrn.nl/bevolkingsQnderzQek-borstkanker/mammQgrafi6/later-uitg6nQdiQtd

En gaat over tot de orde van de dag, Marie-José Huis in ’t Veld Raadslid

Jeanet Nijhof PVV

Leo Janssen Onafhankelijk raadslid

nn Motie: borstonderzoek vrouwen De gemeenteraad van de gemeente Putten in vergadering bij elkaar op don­ derdag 4 november 2021 Constaterende dat: - de staatssecretaris voor Volksgezondheid heeft besloten het tijdsinterval voor het periodiek borstonderzoek voor vrouwen tijdelijk te verlengen van tweejaarlijks naar driejaarlijks - als reden hiervoor is vermeld dat het momenteel en voor de komende 3 jaar niet mogelijk is landelijk consequent aan de termijn van twee jaar te voldoen - Het hier weliswaar gaat om landelijk beleid, maar dat ook de raden als primaire volksvertegenwoordiging op het terrein van volksgezondheid een belangrijke signaalfunctie hebben Overwegende dat: - deze maatregel op korte en langere termijn leidt tot verslechtering van deze uiterst belangrijke preventieve voorziening - ongeveer 1 miljoen vrouwen vanaf vijftig jaar in Nederland van deze pre­ ventieve voorziening gebruik maken - in Nederland krijgt 1 op de 7 vrouwen borstkanker. Het bevolkingsonder­ zoek is bedoeld om borstkanker zo vroeg mogelijk te ontdekken.

De kans op een succesvolle behandeling is dan groter en ook is vaak een minder ingrijpende behandeling nodig - de genomen maatregel ongewenst en onverantwoord is en moet worden herzien en weer tweejaarlijks moet worden uitgevoerd - door dit bevolkingsonderzoek circa 50% van de nieuwe diagnoses bij vrouwen van 50 t/m 75 jaar wordt ontdekt - dit signaal vanuit de volksvertegenwoordigingen in ons land zo breed mo­ gelijk moet worden overgebracht aan de staatssecretaris

Roept het college op: - om bij de demissionaire staatssecretaris kenbaar te maken dat wij van mening zijn dat de genomen maatregel ongewenst en onverantwoord is en dat wij er op aandringen de maatregel in te trekken - deze motie bij gemeenteraden in Nederland en de leden van de Tweede Kamer bekend te maken Wij Puf

A

Ministerie van VWS Zijne Excellentie M. van Ooijen Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG

Zaaknummer: 1375670 Behandelend ambtenaar

G.J. van Leeuwen

Documentnummer: 1376689

Telefoonnummer

(0341) 123 456

Afdeling

Samenleving Beleid

Onderwerp

motie borstonderzoek vrouwen - raad gemeente

Verzonden: 2 februari 2022

Putten

Hooggeachte heer Van Ooijen,

Putten, 1 februari 2022

Op 2 november 2021 heeft de gemeenteraad van de gemeente Putten unaniem een motie aangenomen. De aangenomen motie gaat over het besluit om de interval voor borstonderzoek bij vrouwen tijdelijk te verlengen naar drie jaar. De gemeenteraad roept unaniem op tot een tweejaarlijkse uitnodigingsinterval De gemeenteraad is unaniem van mening dat een tweejaarlijkse interval voor bevolkinsgsonderzoek borstkanker wenselijk is. En daarmee de tijdelijke maatregel teruggedraaid dient te worden. Tevens worden de vaste kamercommissie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de gemeenteraden in Nederland op de hoogte gesteld van deze motie. Voor vragen of meer informatie kunt u contact opnemen met Gert-Jan van Leeuwen via het e-mailadres gjvleeuwen@putten.nl of op het telefoonnummer (0341) 359 611. Hiermee hopen we u voldoende te hebben ingelicht. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Putten,

mr. F.E. Contant,

H. A. Lambooij,

secretaris

burgemeester

Bijlage: motie borstonderzoek vrouwen – raad gemeente Putten

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11336610/1