22-022 Bijlage 1. Woningbouw Sportlaan Middelburg-ontwerp
Tekst van het document
grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m³ 25 µg/
De toetsing van de grenswaarde voor uurgemiddelde concentratie NO2 is niet relevant aangezien er pas meer
35/325
overschrijdingsuren dan het toegestane aantal van 18 per jaar zullen optreden als de jaargemiddelde concentratie NO2 de waarde van 82 g/m³ overschrijdt. Dit is nergens in Nederland het geval. 2) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden, die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan), uitoefenen indien: de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd in of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken
van de grenswaarden (lid 1 onder d). In het Besluit niet in betekende mate (nibm) is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontsluitingsweg. Toetsing De beoogde ontwikkeling (32 appartementen) behoort tot een vaste categorie waarvan vooraf bekend is dat deze ontwikkeling 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Desalniettemin is de bijdrage als gevolg van de verkeersgeneratie (115 mvt/etm) berekend met behulp van de NIBM-tool (figuur 4.7). De maximale bijdrage bedraagt 0.15 µg/m³ voor NO2 en 0.03 µg/m³ voor PM10. De beoogde ontwikkeling zal 'niet in betekende mate' bijdragen aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen en is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.
36/325
Figuur 4.7 Berekeningsresultaten luchtkwaliteit NIBM-tool (versie 06-04-2021). In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2018 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Veerseweg ten oosten van het plangebied (zie figuur 4.8). Uit de NSL-monitoring blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties 15.8 µg/m3 voor NO2, 17.5 µg/m3 voor PM10 en 10.1 µg/m3 voor PM2,5 bedragen. Met daarbij 6 overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10. Aangezien direct langs deze weg aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt.
Figuur 4.8 Luchtkwaliteit rondom plangebied (Bron: www.nsl-monitoring.nl). Conclusie Er wordt geconcludeerd dat het aspect luchtkwaliteit de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Uit het
37/325
oogpunt van luchtkwaliteit is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu ter plaatse.
4.10 Planologisch relevante kabels en leidingen Toetsingskader Planologische relevantie Voor hoofdtransportleidingen en hoogspanningsverbindingen geldt dat deze in een (bestemmings)plan moeten worden geregeld. Deze leidingen hebben namelijk gevolgen voor het gebruik van gronden in de directe omgeving en zijn dus planologisch relevant. Ook niet-hoofdtransportleidingen met veiligheidscontour, kunnen planologisch relevant zijn. Als planologisch relevante leidingen worden aangemerkt (buis)leidingen voor het transport van: elektriciteit met een hoogspanning van meer dan 50 kV; brandbare gassen met een druk van 20 bar en hoger; brandbare vloeistoffen of giftige stoffen met een diameter van 4 inch en hoger; buisleidingen met een diameter van 400 mm en groter. Niet-planologisch relevante leidingen behoeven geen bescherming c.q. regeling in het bestemmingsplan. Deze leidingen kunnen dan ook zonder planologische regeling worden aangelegd. Grondroeringsregeling De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) verplicht gravers (ook wel grondroerders genoemd) tot het melden van elke 'mechanische grondroering' bij het Kadaster. Doel van de wet is gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (water-, elektriciteit- en gasleidingen, telefoonlijnen en olie- en gasleidingen) te voorkomen.
De wet heeft de (vrijblijvende) zelfregulering zoals die bestond in de vorm van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) vervangen. Toetsing In en nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen, hoogspanningslijnen, straalpaden of telecomverbindingen aanwezig. Met eventueel aanwezige overige planologisch gezien niet-relevante leidingen (zoals rioolleidingen, leidingen nutsvoorzieningen, drainageleidingen) in of nabij het plangebied hoeft in het bestemmingsplan geen rekening te worden gehouden. Voor deze leidingen zal nog wel een melding bij het kadaster worden gedaan. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
4.11 Duurzaamheid Toetsingskader Klimaatbestendige Middelburgse Samenleving 2018-2050 De gemeente stelt zich tot doel dat Middelburg bewoonbaar blijft en dat de Middelburgers gezond en goed kunnen wonen, leven en werken ondanks de klimaatverandering. De visie gaat in hoe in de gemeente Middelburg gebouwen, tuinen, openbare ruimte en wellicht ook de mensen zodanig kan veranderen dat de gevolgen van klimaatsverandering beheersbaar blijven. Voor de ontwikkeling zijn onderstaande maatregelen relevant:
38/325
meer groen en minder verharding' 'water sturen'; donkere verharding vervangen door wit of beplanting; meer water in de bodem. Middelburgse Milieuvisie 2019-2025 In de MVM is het duurzaamheidsbeleid opgenomen. Het belangrijkste doel is om te komen tot een gezonde, duurzame samenleving en leefomgeving en een duurzame ontwikkeling van de gemeente. Daarbij moet worden voorzien in de behoeften van de huidige generaties, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties te beperken om gezond en goed te kunnen leven. De MVM heeft betrekking op alle milieu thema's met als doel voor 2025 en 2050. De belangrijkste ambities en doelstellingen die voor de ontwikkeling relevant zijn en uitgangspunt moeten zijn worden hierna genoemd, waarbij is uitgegaan van het doel voor 2025. Klimaat en energie: energieverbruik beperken. Duurzaam gebouwde omgeving: realiseren van energieneutraal en duurzaam bouwen bij nieuwbouw. Emissie van geluid en stoffen: huidige geluid- en luchtkwaliteit van Middelburg verbeteren. Duurzame mobiliteit: het op een verantwoorde, veilige en duurzame manier verplaatsen van mensen en goederen Externe veiligheid: voorkomen van onaanvaardbare risico’s voor de bevolking door vervoersbewegingen en bronnen/bedrijven die tijdelijke, dan wel permanente schade aan de leefomgeving toebrengen. Van afval naar grondstof. Klimaatadaptatie en duurzaam watersysteem.
BENG-eisen Ten behoeve van de energieopwekking is vanuit de overheid de eis gesteld dat bij de bouw van nieuwe overheidsgebouwen per 2021 voldaan moet worden aan de eis van bijna energieneutrale gebouwen (BENG-eisen). In de praktijk betekent dit dat de energieprestatie van nieuwe gebouwen wordt vastgesteld aan de hand van de volgende drie BENG-eisen: de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlakte per jaar; het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlakte per jaar; het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten. Toetsing en conclusie Het gebouw voldoet aan alle eisen zoals deze worden gesteld op het gebied van EPC en MPG. De omgevingsvergunning voor bouwen is ingediend voor 31 december 2020. Dit betekent dat formeel de ontwikkeling niet hoeft te voldoen aan de BENG-eisen. Woongoed Middelburg heeft echter een quickscan laten uitvoeren of de plannen ook voldoen aan de BENG-eisen. Hieraan wordt voldaan behoudens de eis voor TO-juli (indicator voor temperatuuroverschrijding). Dit betekent dat wordt voldaan aan: de eis dat voor een woning de maximale benodigde energie niet meer bedraagt dan 25 kWh/m2/jaar. Dit is behaald door het toepassen van goede isolatie en een optimale luchtdichtheid; het beperken van de energiebehoefte.
Er worden energiezuinige installaties toegepast ten behoeve van de verwarming maar ook de koeling van het gebouw. Daarnaast zorgt de goede isolatie ook voor een
39/325
energiebeperking; de minimale eis dat minstens 50% gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare energie. Bij voorliggende ontwikkeling wordt voorzien in zonnepanelen en is er geen gasaansluiting meer. Op dit moment wordt onderzocht of het ook nog mogelijk is om triple glas aan te brengen.
4.12 M.e.r.-beoordeling Toetsingskader In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: de plaats van het project; de omvang van het project; de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Toetsing en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de bouw van een appartementengebouw met 32 woningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een m.e.r-beoordelingsnotitie opgesteld op basis waarvan het bevoegd gezag heeft besloten dat geen milieueffectrapportage voor de voorgenomen planontwikkeling noodzakelijk is Op 26 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten dat er geen milieueffect rapport hoeft te worden opgesteld.
De m.e.r-beoordelingsnotitie en het besluit zijn opgenomen in bijlage 9.
40/325
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP)
De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de regels en het renvooi.
5.2
Opzet van het nieuwe bestemmingsplan
Ten aanzien van de opzet van het bestemmingsplan (verbeelding en regels) is het volgende van belang. Karakter bestemmingsplan Dit bestemmingsplan is gericht op een goede borging van de specifieke stedenbouwkundige opzet. Voor de verschillende woningtypen zijn verschillende aanduidingen toegepast. Opzet verbeelding De verbeelding bestaat uit de bestemmingen: 'Groen', 'Tuin', 'Verkeer' en 'Wonen'. De locatie van de bebouwing is vastgelegd door middel van een bouwvlak. Binnen deze grens is de precieze ligging van het gebouw niet vastgelegd. Ten aanzien van de opzet van de bestemmingsregeling is het volgende van belang. Opzet planregels Volgens SVBP2012 hebben de planregels een vaste hoofdstukindeling, in een vaste volgorde: in hoofdstuk 1 (inleidende regels) worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd, en wordt de wijze van meten bepaald; in hoofdstuk 2 (bestemmingsregels) worden alfabetisch de regels gegeven waarmee de bestemmingen die op de verbeelding voorkomen nader worden omschreven; hoofdstuk 3 (algemene regels) bevat een anti-dubbeltelbepaling en een algemene bouwregel; hoofdstuk 4 (slotregel) ten slotte de titel van het plan. Bestemmingsartikelen hebben ook een standaard opbouw. In het voorliggende plan hebben deze de volgende opbouw.
bestemmingsomschrijving; bouwregels (onderverdeeld in toelaatbaarheid van bouwwerken en bouwhoogte, oppervlakte en inhoud); nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de specifieke gebruiksregels.
41/325
5.3
Gehanteerde bestemmingen
Artikel 1 Begrippen De begrippen zijn overeenkomstig het handboek bestemmingsplannen van de gemeente Middelburg. Artikel 2 Wijze van meten De bepalingen uit dit hoofdstuk zijn, conform de SVBP2012, onveranderd overgenomen. Artikel 3 Groen Tussen het huidige parkeerterrein en de woning aan de Sportlaan 23 is in de huidige situatie een groenstrook. Ten behoeve van een adequate afscheiding tussen het parkeerterrein en de woning is het gewenst dat hier opgaande beplanting blijft. De groenstrook wordt dan ook in voorliggend bestemmingsplan juridisch-planologisch geregeld. Artikel 4 Tuin De tuinen die bij de bestemming Wonen horen zijn bestemd tot Tuin. Binnen deze bestemming zijn naast een invulling als tuin alleen andere bouwwerken, geen overkappingen zijnde, en parkeervoorzienigen toegestaan. Artikel 5 Verkeer Deze bestemming is opgenomen voor het parkeerterrein. Artikel 6 Wonen De gronden met de bestemming Wonen zijn bestemd voor het wonen met bijbehorende voorzieningen. Aansluitend op de standaardregeling voor woningen in Middelburg, mogen in de woningen beroepsmatige en / of bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend, mits wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in de specifieke gebruiksregels. Het aanbieden van logies en ontbijt is niet toegestaan. Voor de gronden is alleen gestapelde bebouwing toegestaan, met een maximaal aantal van 32 appartementen.
Door middel van het bouwvlak is aangegeven waar het gebouw mag komen te staan. In de regels is aangegeven dat 100% van het bouwvlak bebouwd mag worden. De goot- en bouwhoogte zijn op de verbeelding geregeld door middel van een maatvoeringsaanduiding. Het is mogelijk om af te wijken van de bouwregels voor een hogere erfafscheiding grenzend aan openbaar gebied door middel van een omgevingsvergunning. Dit kan alleen als de erfafscheiding architectonisch is ingepast, bestaat uit beplanting (eventueel met een begeleidend en te camoufleren gaaswerk) en daarnaast niet hoger is dan 2 meter. Er zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen dat de appartementen niet gebruikt mogen worden als er niet voldoende parkeerplaatsen zijn en als er geen sprake is van een goede opgaande beplanting aan de zijde van de woning aan de Sportlaan 23.
42/325
5.4
Toelichting op de algemene regels
Deze algemene regels bestaan uit een aantal algemene, niet aan specifieke bestemmingen gekoppelde, bepalingen. Anti-dubbeltelregel (Artikel 7) Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Bro vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Om hiervan een voorbeeld te geven: binnen de bestemming Wonen mag een bepaald percentage van het erf worden bebouwd. Indien het absolute oppervlak (uitgedrukt in m²) niet is bereikt, kan door het bijkopen van een stuk erf van het aangrenzend perceel extra bebouwing tot dit maximum worden gerealiseerd. De anti-dubbeltelbepaling voorkomt dat het overgedragen erf nog eens in de beoordeling van de bouwmogelijkheden op het oorspronkelijk deel erf kan worden betrokken. Algemene bouwregels (Artikel 8) Dit artikel bevat één lid, namelijk "Overschrijding bouwgrenzen" (lid 8.1): Dit is een regeling voor beperkte en ondergeschikte overschrijding van de grenzen van bouwvlakken. Deze bouwvlakken zijn op de verbeelding aangeduid met een dikke lijn.
Algemene wijzigingsregels (Artikel 9) In dit artikel (lid 9.1) is een algemene flexibiliteitsbepaling opgenomen om voor bepaalde onderdelen van bestemmingen of gebouwen dan wel bouwwerken af te wijken van de bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Deze bepaling gaat verder dan die van artikel Artikel 8. Vandaar dat hier altijd een wijziging voor nodig is van burgemeester en wethouders. Overigens geldt ook hier dat deze bepalingen als algemene regel gelden voor alle bestemmingen. Het criterium 'van belang voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken' kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als bij nader inzien: open water dat als zodanig is bestemd een andere vorm moet krijgen; een bruggetje dat anders moet worden geconstrueerd of een stukje moet opschuiven; een fietspad iets anders moet aansluiten op een kruising; Het gaat in de meeste gevallen om de praktische uitvoering van het plan, waarbij geen belangen van derden worden geschaad. Het criterium 'in verband met de werkelijke toestand van het terrein' is vooral aan de orde in situaties waarbij een terrein of gebied een geheel nieuwe inrichting krijgt en waarbij in het veld maar weinig aanknopingspunten zijn.
Bij het uitzetten van het gebied kan blijken dat de afmetingen niet exact gelijk zijn aan de coördinaten op tekening/in het digitale bestand en dat de situering van de nieuwe openbare wegen en de uitgeefbare percelen iets moet worden aangepast. Gezien de nauwkeurigheid van het tegenwoordige kaartmateriaal, gaat het daarbij om centimeters in plaats van meters.
43/325
Overige regels (Artikel 10) Werking wettelijke regeling Dit artikel bevat de volgende bepaling 'Werking wettelijke regeling' Dit lid is opgenomen omdat in een (toenemend) aantal gevallen in de regels van bestemmingsplannen wordt verwezen naar een (andere) wettelijke regeling of wordt een procedure, begrip en / of functie uit die andere regeling van toepassing verklaard). Ook in de begripsbepalingen komen die verwijzingen voor. Op grond van jurisprudentie mag een bestemmingsplan slechts volgens de vereiste procedure van de Wro worden gewijzigd. Het impliciet wijzigen van een bestemmingsplan door wijzigingen in wetgeving in de bepalingen waarnaar wordt verwezen is niet toegestaan. Het is dan ook nodig dat verwijzingen naar toepasbare wettelijke regelingen worden gefixeerd, namelijk naar de tekst ervan zoals die op het moment van vaststelling van het plan gold. Uit praktische overwegingen is er voor gekozen in dit hoofdstuk van de regels een artikel "Wettelijke regelingen" op te nemen, waarin is bepaald dat alle wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan. Hierdoor behoeft niet meer telkens te worden verwezen naar publicaties in het staatsblad.
Openbare verlichting In verband met de aanwezigheid van vleermuizen in de omgeving is hier een algemene regel opgenomen datopenbare verlichting zodanig moet worrden afgesteld dat de naastgelegen watergang en de gebouwen niet worden beschenen.
5.5
Toelichting op de overgangs- en slotbepalingen
In artikel Overgangsregels is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In lid Overgangsrecht bouwwerken is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid Overgangsrecht gebruik is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen.
44/325
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor deels een ontwikkeling van de gemeente en deels een particuliere ontwikkeling. Initiatiefnemer heeft aangegeven dat er budget beschikbaar is voor de realisatie van de woningen. Kostenverhaal Volgens artikel 6.12 van de Wro dient tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld voor de gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd is. Het kostenverhaal is verzekerd. De grond is door de gemeente aan de initiatiefnemer verkocht. Gemeentelijke kosten komen ten laste van de vastgestelde grondexploitatie.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1 Informatiebijeenkomst Op 27 oktober 2020 zijn de plannen toegelicht aan het wijkteam Veerse Poort. Daarnaast heeft er meerdere keren overleg plaatsgevonden met de eigenaren van de woningen aan de Sportlaan 21 en 23. Op 27 mei 2021 heeft er een digitale informatie bijeenkomst plaatsgevonden waarvoor ondermeer het wijkteam Veerse Poort en omwonenden voor waren uitgenodigd. Tijdens deze bijeenkomst zijn de plannen zoals ze in dit plan zijn opgenomen toegelicht.
6.2.2 Inspraakreacties Het voorontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 24 juni 2021 tot en met 4 augustus 2021 (gedurende zes weken) voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende de inspraak termijn is één inspraakreactie binnengekomen. Deze is ingediend door een direct omwonende. De inspraakreactie heeft voornamelijk betrekking op de hoogte van het gebouw en daarbij de vermindering van uitzicht en privay, mogelijke parkeeroverlast, de bezorgdheid van de toename aan verkeer en waardevermindering van de woning. Naar aanleiding van de reactie is in de toelichting in paragraaf 4.5 uitgebreider ingegaan op de verkeersgeneratie die de ontwikkeling met zich meebrengt dit in relatie tot de in ontwikkeling zijnde woningbouw van Veersepoort V. Voor de overige aspecten is er geen aanleiding om het plan aan te passen.
45/325
In bijlage 10 is het 'Rapport Inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan Woningbouw Sportlaan Middelburg' opgenomen waarin een samenvatting en beantwoording van de inspraakreactie is opgenomen. 6.2.3 Vooroverlegreacties In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1. Bro is het concept-ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de diverse overlegpartners, namelijk Veiligheidsregio en de Provincie Zeeland. De reactie van de Veiligheidsregio Zeeland heeft niet geleid tot aanpassing van het plan. De reactie van de Provincie Zeeland heeft geleid tot aanscherping van het archeologiebeleid (paragraaf 4.1.2) en de verkeersparagraaf (paragraaf 4.5). Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen het 'Rapport Inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan Woningbouw Sportlaan Middelburg' (bijlage 10). 6.2.4 Ambtshalve aanpassingen Ambtshalve zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd. Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen het 'Rapport Inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan Woningbouw Sportlaan Middelburg' (bijlage 10). Toelichting Paragraaf 4.1.2: toetsingskader archeologie wordt geactualiseerd en aangescherpt; Paragraaf 4.5, verkeer en parkeren: de samenhang van deze ontwikkeling met Veersepoort V en de gevolgen daarvan op het gebied van verkeer, ontsluiting en parkeren wordt uitgebreider toegelicht.
Paragraaf 4.2 Ecologie is geactualiseerd op het gebied van de soortenbescherming. In paragraaf 4.9 is de NIBM-tool geactualiseerd. De quickscan Flora en Fauna is aangevuld op het gebied van de soortenbescherming (bijlage 2). De auriusberekening zoals opgenomen in bijlage 1 is geactualiseerd. Het akoestisch onderzoek zoals opgenomen in bijlage 8 is geactualiseerd. Er zijn een aantal redactionele aanpassingen doorgevoerd. Regels Artikel 3.2.2, maatvoering tabel: verspringing wordt aangepast. Artikel 5.2.1, onder c: 'specifieke bouwaanduiding – 1' is niet van toepassing en wordt verwijderd. Artkel 5.2.2, onder c (maatvoeringtabel): 'specifieke bouwaanduiding – 1' is niet van toepassing en wordt verwijderd.
46/325
Bijlagen toelichting
47/325
48/325
Bijlage 1
49/325
Memo stikstofberekening
MEMO Project
:
Woningbouw Sportlaan Middelburg
Opdrachtgever :
Woongoed Middelburg
Datum
:
18‐10‐2021
Auteur
:
B.J. Versteeg
Betreft
:
Stikstofberekening
Inleiding Stichting Woongoed Middelburg is voornemens om in Middelburg een appartementencomplex te realiseren. Het te realiseren appartementencomplex ligt op de kruising Sportlaan‐Nassaulaan en de wijk Veersepoort. De ontwikkeling van dit appartementencomplex en daarmee gepaard gaande verkeersgeneratie zouden kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000‐gebieden in de omgeving. De ligging van de locatie ten opzichte van Natura 2000‐gebieden is weergegeven in figuur 1. Met het programma AERIUS Calculator is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. Het berekeningsresultaat is als aparte pdf‐bestand toegevoegd aan deze memo.
Figuur 1 Locatie beoogde ontwikkeling (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000‐gebieden (bron: https://calculator.aerius.nl/calculator/)
Memo stikstofberekening Woningbouw Sportlaan Middelburg
blz. 1
Gevolgen ontwikkeling in de aanlegfase Inzet materieel In de aanlegfase wordt gebruik gemaakt van het materieel weergegeven in tabel 1. De inzet van dit materieel is evenredig verdeeld over de locatie. Voor het brandstofverbruik is gerekend met een worst‐case (25 liter/uur). Elektrisch materieel, zoals de lijmkraan, veroorzaakt geen emissie. Derhalve is dit materieel niet opgenomen in de berekeningen. Tabel 1 Materieel inzet tijdens aanlegfase Materieel
Rupskraan (STAGE IV, 130‐560 kW) Compacttrekker (STAGE IV, 56‐75 kW) Graafmachine (STAGE IIIB, 130‐560 kW) Hijskraan (STAGE IV, 130‐560 kW) Heistelling (STAGE IIIB, 130‐560 kW)
Draaiuren
Verbruik (l/uur)
32 16 120 68 40
25 25 25 25 25
Deellastfactor 60% 50% 60% 50% 60%
Totaal verbruik (l/u) 480 200 1800 850 600
Verkeersgeneratie Voor het aantal transporten binnen het project is gerekend met de volgende hoeveelheden; ‐ 20 vrachtwagenbewegingen per jaar t.b.v. aanvoer zand, puin, riool naar bouwplaats/afvoer grond. ‐ 160 vrachtwagenbewegingen per jaar t.b.v. aanvoer beton. ‐ 100 vrachtwagenbewegingen per jaar t.b.v. ruwbouw. ‐ 24 vrachtwagenbewegingen per jaar t.b.v. aan‐ en afvoer Fraanje (294kW, euro6) ‐ 80 vrachtwagenbewegingen per jaar t.b.v. aan‐ en afvoer kleine vrachten. (170kW, euro5) Daarnaast is er sprake van lichte verkeersbewegingen van werknemers. In totaal zijn dit 1610 verkeersbewegingen per jaar. Daarbij is er vanuit gegaan dat het verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld op de N57. Dit is het geval op het moment dat het aan‐ en afrijdende verkeer, conform de Instructieregels voor Aerius 2019A (juli 2020), zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Op grond van jurisprudentie worden de gevolgen voor het milieu van het af‐ en aanrijdend verkeer niet meer aan het in werking zijn van de inrichting toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen. Gevolgen ontwikkeling in de gebruiksfase De nieuwe woningen zijn geheel gasloos, derhalve is er geen sprake van gebouwemissies. De enige stikstofemissies zijn afkomstig van het verkeer.
Aan de hand van kencijfers van het CROW is voor het projectgebied de verkeersgeneratie berekend. Uit de berekening blijkt een gemiddelde verkeersgeneratie van 115 motorvoertuigen per etmaal. Daarbij is er vanuit gegaan dat het verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld op de Veerseweg. Dit is het geval op het moment dat het aan‐ en afrijdende verkeer, conform de Instructieregels voor Aerius 2019A (juli 2020), zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Op grond van jurisprudentie worden de gevolgen voor het milieu van het af‐ en aanrijdend verkeer niet meer aan het in werking zijn van de inrichting toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen. Conclusie Uit berekeningen voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van stikstofdeposities die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jr op Natura 2000‐gebied. Voor projecten die niet leiden tot een toename van depositie is geen vergunning conform de Wet natuurbescherming nodig. De uitkomsten van de berekening dienen 5 jaar te worden bewaard, zodat bij controle kan worden aangetoond dat dit aspect is onderzocht.
Memo stikstofberekening Woningbouw Sportlaan Middelburg
blz. 2
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RenbGdKD4XKU (18 oktober 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
-
-, - -
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Woningbouw Sportlaan Middelburg
RenbGdKD4XKU
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
18 oktober 2021, 11:36
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
6,61 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Gebruiksfase
Situatie 1
RenbGdKD4XKU (18 oktober 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Verkeer t.b.v. wonen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
6,61 kg/j
RenbGdKD4XKU (18 oktober 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Resultaten
Verkeer t.b.v. wonen 32574, 392342 6,61 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
115,0 / etmaal NOx NH3
6,61 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RenbGdKD4XKU (18 oktober 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RenbGdKD4XKU (18 oktober 2021) pagina 5/5
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RioCWcw8NS7Z (02 december 2020) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
-
-, - -
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Woningbouw Sportlaan Middelburg
RioCWcw8NS7Z
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
02 december 2020, 08:55
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Situatie 1
NOx
29,53 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Toelichting
Aanlegfase
Resultaten
Situatie 1
RioCWcw8NS7Z (02 december 2020) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Materieel Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
27,75 kg/j
Bouwverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,74 kg/j
Bouwverkeer op bouwplaats Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
RioCWcw8NS7Z (02 december 2020) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Materieel 32385, 392486 27,75 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
STAGE IV, 130 <= Rupskraan kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)
480
0
0,0 NOx NH3
1,54 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 56 <= kW < 75, bouwjaar 2015 (Diesel)
200
0
0,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
STAGE IIIb, 130 <= Heistelling kW < 300, bouwjaar 2011 (Diesel)
600
0
0,0 NOx NH3
5,72 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 130 <= Hijskraan kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)
850
0
0,0 NOx NH3
2,73 kg/j < 1 kg/j
STAGE IIIb, 130 <= Graafmachine kW < 300, bouwjaar 2011 (Diesel)
1.800
0
0,0 NOx NH3
17,17 kg/j < 1 kg/j
Compacttrekker
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bouwverkeer 32729, 392310 1,74 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
1.610,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
384,0 / jaar NOx NH3
1,32 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RioCWcw8NS7Z (02 december 2020) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
Situatie 1
Bouwverkeer op bouwplaats 32376, 392479 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
192,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
RioCWcw8NS7Z (02 december 2020) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201124_13fd900ebd Database versie 2020_20201124_13fd900ebd Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RioCWcw8NS7Z (02 december 2020) pagina 6/6
Bijlage 2
63/325
Ecologisch onderzoek
Quickscan Wet natuurbescherming
Kruising Sportlaan-Nassaulaan te Middelburg RHO Adviseurs
Projectadviseur
Kwaliteitscontrole
Ruth van den Herik MSc
Amber Heitman MSc
ruth@habitus.nl 0172-204060 Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport
Rapportage
inclusief foto’s is enkel toegestaan met toestemming van de eigenaar (de
Ruth van den Herik MSc
opdrachtgever) en onder vermelding van de bron.
Richard Notenboom BSc
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Habitus geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend
Documentcode RHOA2020-34-QS1-V2
uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van adviezen. Onze algemene voorwaarden zijn hier in te zien. Onze privacyverklaring is hier te vinden.
In opdracht van RHO Adviseurs Contactpersoon opdrachtgever mw. Simone Wagemaker
Een verklaring van onze documentcodes is te vinden op onze website.
Adres: Tolnasingel 3 / 2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 78391385 / Btw-nummer: NL861372669B01 Rekeningnummer: NL80TRIO0320021483
Opleverdatum V1: 22 oktober 2020 V2: 5 augustus 2021
https://habitus.nl
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
2
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING EN ONDERZOEK 4
2.
PLANGEBIED EN WERKZAAMHEDEN 6
3.
RESULTATEN 7
4.
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 13
5.
MAATREGELEN 14
BRONVERMELDING
BIJLAGEN
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
3
1. INLEIDING & ONDERZOEK 1.1 Aanleiding
1.3 Criteria
Deze toetsing wordt aangevraagd voor een aanvraag
omgevingsvergunning.
Er
dient
Op dit onderzoek zijn de volgende criteria van toepassing:
•
Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige
daarom onderzocht te worden of met de
ecologen met een hbo of wo opleiding op
voorgenomen (ruimtelijke) ontwikkeling sprake is
ecologisch gebied, zoals, (toegepaste) biologie,
van overtreding van de geldende natuurwet en -regelgeving.
•
dierecologie of bos -en natuurbeheer. Het
onderzoek
is
uitgevoerd
door
een
onafhankelijk adviesbureau. Habitus verklaart Indien na het onderzoek geen overtredingen
hierbij geen enkel belang te hebben bij de
worden verwacht, kan de ontwikkeling vanuit de
uitkomst van het onderzoek. Ook heeft iedere
ecologie zonder beperkingen doorgang vinden.
vaste medewerker de ethische gedragscode
Indien wij vervolgonderzoek adviseren, kan een voorgenomen ontwikkeling doorgaans nog steeds plaatsvinden na het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.
• •
ondertekend en beloofd hiernaar te handelen. Het onderzoek voldoet aan onze eigen procesen kwaliteitseisen Bekijk deze hier. Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de opleverdatum (zie colofon) of zo lang
1.2 Doel en centrale vraag
dit realistisch is, gezien de ecologie van de
Dit rapport dient voor de initiatiefnemer als bewijsstuk dat een ecologisch onderzoek is verricht.
•
betreffende soort(en). Voor het opsporen, vangen (met toegestane vangmiddelen) of bemachtigen van beschermde dier- of plantensoorten is een geldige ontheffing
In
dit
rapport
wordt
een
voorgenomen
aanwezig.
ontwikkeling getoetst aan de Wet natuurbescherming. De centrale vraag luidt:
1.4 Werkwijze
Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met
De werkwijze is te vinden in Bijlage 4.
de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming
(Wnb)
of
het
provinciaal
beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met de uitvoering gestart kan worden?
Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: een rij Italiaanse populieren in het projectgebied.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
4
1.5 Reikwijdte
1.5.3 Provinciaal beleid
Onderstaand is beschreven aan welke wetten,
Daarnaast
artikelen en aan welk beleid de voorgenomen
beschermde gebieden, beschermd via de Wet
ontwikkeling wordt getoetst in dit rapport.
Ruimtelijke Ordening. Het betreft gebieden die
wordt
getoetst
aan
provinciaal
in de Verordening Ruimte zijn aangewezen als 1.5.1 Soortbescherming
Natuurnetwerk Nederland (NNN). Aan overige
Er wordt getoetst aan de volgende artikelen uit de
beleidsgebieden wordt in principe niet getoetst.
Wet natuurbescherming:
Tenzij dit specifiek overeengekomen is.
•
3.1
Vogelrichtlijn(soorten) Habitatrichtlijn(soorten)
Indien uit de toetsing naar voren komt dat er
•
3.5
•
3.10 Andere soorten
mogelijk sprake is van een overtreding, dan
•
1.11 Zorgplicht
is veelal vervolgonderzoek benodigd. Hierbij
In Bijlage 1 zijn de verbodsartikelen opgenomen. In
valt te denken aan een soortgericht onderzoek
Bijlage 2 zijn de beschermde soorten te vinden. De
(soortbescherming),
vrijgestelde soorten zijn opgenomen in Bijlage 3.
Voortoets Natura 2000 (gebiedsbescherming).
Vrijgestelde soorten worden niet beoordeeld bij
Deze nadere onderzoeken zijn een vervolg
ruimtelijke ontwikkelingen, want door de vrijstelling
op dit onderzoek. Zie Bijlage 11 voor een
is er geen kans op het overtreden van de Wet
processchema.
natuurbescherming.
Bij
(éénmalige)
een
NNN-toetsing
of
activiteiten
vindt wel een effect beoordeling plaats, omdat de vrijstelling dan niet geldt. Indien van toepassing worden wel altijd maatregelen voorgesteld om
Kader Omgevingswet (Ow) Naar verwachting zal in de nabije toekomst de Omgevingswet (Ow) met de huidige Wet natuurbescherming verweven worden (Rijksoverheid, 2020). De exacte datum van invoering is echter nog niet bekend. Meer informatie over hoe dit voor flora- en fauna-activiteiten geregeld wordt, is hier te vinden.
1.5.2 Gebiedsbescherming Voor aan
gebiedsbescherming de
volgende
wordt
onderdelen
van
getoetst de
Wet
natuurbescherming:
• Natura 2000-gebieden (Wnb artikel 2.7, dit
Het bevoegd gezag is in de regel de provincie. Provincies regelen in de omgevingsverordening of en welke vrijstellingen van de omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit gelden. Dit zal in het aanvullingsbesluit Natuur worden geregeld.
rekening te houden met de vrijgestelde soorten.
wordt vanaf 2021 de Omgevingswet met de artikelen 2.4 en 4.1).
• Bijzondere nationale gebieden. In de Omgevingswet die in gaat op 2021 betreft dit: artikel 7.8 lid 2 Bkl.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
5
2. PLANGEBIED & WERKZAAMHEDEN 2.1 Huidige situatie
2.2 Werkzaamheden en planning
Het plangebied ligt aan de kruising van de Sportlaan en de Nassaulaan te Middelburg en is gelegen
In het plangebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
in de provincie Zeeland. De begrenzing van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een braakliggend terrein op de plaats waar het voormalige Meker
1. het realiseren van een appartementengebouw. Een kaart met de voorgenomen werkzaamheden is weergegeven in Bijlage 5.
Indoor Skatepark (inmiddels gesloopt) was gevestigd. Een deel van het plangebied doet in de huidige situatie dienst als parkeerterrein. De andere helft bestaat uit ruig grasland, grenzend aan een brede
Op basis van de eigen inschatting en van de aangeleverde informatie (zie Bijlage 6) wordt verwacht
sloot.
dat er sterke trillingen en harde geluiden zullen ontstaan tijdens de werkzaamheden. Er wordt in de uitvoerings- en gebruiksfase extra verlichting geplaatst ten opzichte van de huidige situatie. Er wordt
Het plangebied is gelegen naast het Vogelpark te Middelburg, dat zich uitstrekt ten westen, noorden en
mogelijk gewerkt tussen zonsondergang en zonsopkomst. Er zal mogelijk water onttrokken worden
oosten van het plangebied. Direct ten westen bevinden zich de woningen Sportlaan 21-23, een twee-
of water worden opgespoten. Er wordt mogelijk in het water of langs de oever gewerkt. Er kunnen
onder-één-kapwoning met omliggende tuinen. Ten zuiden bevindt zich een appartementencomplex
zanddepots ontstaan.
met winkels op de begane grond. De opdrachtgever is voornemens om in het voorjaar van 2021 te starten met de werkzaamheden. De
Legenda
precieze planning van de werkzaamheden is ten tijde van de uitvoering van dit vooronderzoek nog niet
Plangebied Onderzoeksgebied
bekend. Dit is mede afhankelijk van de vergunningverlening.
Algemene opmerking: In dit rapport maken we onderscheid tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waar de te beoordelen ingrepen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied wat onderzocht is tijdens het veldbezoek en tevens het gebied tot waar de effecten van de ingreep kunnen reiken. Figuur 1: het plangebied is rood omrand en het onderzoeksgebied is blauw omrand (PDOK, 2020). Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
6
3. RESULTATEN
3.1 Beschermde gebieden In Tabel 1 zijn de afstanden van het plangebied tot de beschermde gebieden in provincie Zeeland benoemd. In Figuur 2 op de volgende pagina, is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de beschermde gebieden. Tabel 1: afstanden van het plangebied tot beschermde gebieden Beschermd gebied
Afstand tot plangebied (in meters)
Natura 2000-gebied*: 'Veerse Meer' Dit gebied is niet gevoelig voor stikstofdepositie.
4.870
Natura 2000-gebied: 'Westerschelde & Saeftinghe' Dit gebied is wel gevoelig voor stikstofdepositie.
6.000
Natuurnetwerk Nederland
900
*In Bijlage 7 is de ingevulde effectenindicator te vinden (Ministerie van Economische Zaken, 2017). Daar is ook meer informatie opgenomen over (niet-)broedvogelsoorten.
Binnen het plangebied bevinden zich geen gebieden behorend tot Natura 2000. Binnen het plangebied bevinden zich ook geen gebieden behorend tot Natuurnetwerk Nederland (NNN). Alle Natura 2000-gebieden binnen zeven kilometer worden beoordeeld of tot zo ver de verwachtte effecten reiken. Algemene opmerking: Een grote afstand tussen het plangebied en een beschermd gebied betekent niet dat negatieve effecten per definitie uitgesloten kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op een soort die buiten een beschermd gebied verblijft óf van depositie. Ook de onttrekking van grondwater kan effecten veroorzaken op grote afstand. Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: de westgrens van het plangebied bestaat uit een coniferenhaag.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
7
3.1.2 Effecttoetsing NNN
Legenda
Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 900 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een NNN-
Plangebied Natura 2000-gebied NNN-gebied
gebied. De werkzaamheden zullen niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. Er vindt geen externe werking plaats op het NNN-gebied of op kwalificerende soorten vanwege de afstand en de demping van het tussengelegen landschap. Negatieve effecten worden daarom uitgesloten. 3.1.3 Effecttoetsing (stikstof)depositie Omdat het hier gaat om een grote ontwikkeling (namelijk het realiseren van een appartementencomplex) en de afstand tot een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied kan een depositie-effect van stikstof momenteel (vanwege het voormalige PAS) niet vooraf uitgesloten worden.
Figuur 2: ligging plangebied (rode stip in de cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland (PDOK, 2020; provincie Zeeland, 2020). 3.1.1 Effecttoetsing Natura 2000-gebieden In de effectenindicator Natura 2000-gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2017; Bijlage 7) is gekozen voor de activiteit 'woningbouw’, omdat deze activiteit het best vergelijkbaar is met de ontwikkeling. De effectenindicator geeft aan dat mogelijke effecten van ‘woningbouw’ op Natura 2000-gebied ‘Veerse Meer’ worden veroorzaakt door oppervlakteverlies; versnippering; verontreiniging; verdroging; verstoring door geluid, licht en trilling; optische verstoring en verstoring door mechanische effecten. Van deze effecten is in het huidige project geen sprake, aangezien de effecten zeker niet tot het Natura 2000-gebied zullen reiken. Het Natura 2000-gebied ligt daarvoor op een te grote afstand met daarnaast tussenliggende demping van landschap en bebouwing. Vanwege de afwezigheid van geschikt biotoop worden in het plangebied ook geen (niet-)broedvogelsoorten verwacht. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende gebied zijn niet aan de orde.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
8
3.2 Beschermde soorten Het bureau-onderzoek is uitgevoerd op 2 oktober 2020 voorafgaand aan het veldbezoek. Het veld- en het bureau-onderzoek zijn verricht door een deskundig ecoloog, namelijk Richard Notenboom BSc. Op onze website zijn alle cv's opgenomen van onze collega's om deze deskundigheid aantoonbaar te maken. Tijdens het veldbezoek op 2 oktober 2020 was het droog, circa 16 graden, zwaar bewolkt en stond er een windkracht van circa 3 Bft vanuit de richting noordoost. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek zijn niet van invloed op de potentiebepaling. Wel kunnen de weersomstandigheden van invloed zijn op de aangetroffen soorten. De potentiebepaling blijft daarom leidend. Omdat de omgeving ook beïnvloed kan worden door de voorgenomen ontwikkeling, is deze ook meegenomen in de beoordeling tot zo ver de invloedssfeer van het project reikt. In Tabel 2 op de volgende pagina is te zien welke soorten (mogelijk) in het plangebied voorkomen en welke functies er verwacht worden. Ook is weergegeven welke ecologische risico’s dit project met zich meebrengt met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb). De soorten genoemd in de tabel worden zowel op basis van het bureau- als veldonderzoek verwacht. Een overzicht van de soorten die uit het bureau-onderzoek komen, zijn te zien in Bijlage 8.
Soorten die wel uit het bureauonderzoek komen maar op basis van het veldbezoek zijn uitgesloten, zijn te zien in Bijlage 9.
Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: een deel van de oever van de watergang is beschoeid.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
9
Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 9 voor een totaaloverzicht van de uitgesloten soorten. Zie Bijlage 10 voor relevante foto’s. Toelichting op Tabel 2:
Zie Figuur 3 voor een kaart met het plangebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen.
In deze tabel staan enkel de soorten
Resultaten
waarvoor een overtreding verwacht wordt óf een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid van het rapport te vergroten. De soorten waarvoor geen effect wordt verwacht, zijn opgenomen in Bijlage 9. Daar
is
een
nadere
Toetsing aan de Wnb
Te verwachten soort op basis van bureauen veldonderzoek
a/m/ vm
Te verwachten functies
Onderbouwing en locatie(s) in het plangebied
Werkzaamheid1
Kans op overtreding Wnb2
Vogels zonder jaarrond beschermd nest
m, vm
n
• •
Er zijn geen vogels met nestindicerend gedrag aangetroffen binnen het plangebied tijdens het veldbezoek. Categorie 5-soorten met een 'matig ongunstige' staat van instandhouding zoals de spreeuw en de huiszwaluw worden niet verwacht, omdat holtes ontbreken (spreeuw) en er geen geschikte bebouwing aanwezig is (huiszwaluw). Oeverzwaluw kan zich vestigen indien er tijdens de werkzaamheden steilwanden ontstaan in de periode april t/m juni in de vorm van zanddepots en afgravingen. Witte kwikstaart en zwarte roodstaart kunnen zich vestigen op bouwterreinen en kunnen broeden in hopen afval of bouwmateriaal. De volgende biotopen zijn aanwezig: bebouwing, tuin, extensief beheer (gras)land, open water, oever en bos/bomen. Zie Tabel 3 op pagina 11 voor voorbeelden van vogelsoorten die verwacht worden. Duiven, zoals de houtduif, kunnen vrijwel het gehele jaar broeden in bomen en bosschages en daar dient rekening mee gehouden te worden. Zie 5.1.1 voor de te nemen maatregelen voor vogels.
1
Artikel 3.1 lid 1, 2 en 4
Verblijfplaatsen: er worden geen werkzaamheden aan gebouwen verricht (sloop/renovatie). Ook zijn er geen bomen met holtes aanwezig. Wel is er bebouwing in de directe omgeving aanwezig waar vleermuizen verblijfplaatsen in kunnen hebben, namelijk Sportlaan 21-23 en het gebouw op de hoek van de Sportlaan en de Nassaulaan. Effecten op deze verblijfplaatsen zijn mogelijk indien de gevels beschenen worden tijdens de werkzaamheden of in de definitieve situatie. Essentiële vliegroute: er wordt mogelijk een watergang geblokkeerd door lichteffecten. Door het realiseren van een appartementencomplex is de verwachting dat de hoeveelheid verlichting toeneemt, terwijl de watergang ten noorden van het projectgebied mogelijk een essentiële vliegroute bevat. Essentieel foerageergebied: er wordt geen groot oppervlak aan houtige beplanting of moeras verwijderd óf een groot oppervlak aan water gedempt. Effecten op essentieel foerageergebied worden daarom niet verwacht. Massawinterverblijven kunnen aanwezig zijn in gebouwen vanaf vier etages. Dit biotoop is niet aanwezig.
1
De aanwezigheid van rugstreeppad kan op dit moment uitgesloten worden volgens het Kennisdocument rugstreeppad (BIJ12, 2017), omdat in het plangebied: • geen geschikte combinatie van biotopen aanwezig is (zomer-, voortplantings- én winterverblijfplaatsen).
1
•
Inclusief cat. 5-soorten zonder zwaarwegende ecologische redenen voor bescherming.
onderbouwing
te vinden over waarom een soort of
• •
beschermde functie is uitgesloten.
•
Legenda Tabel 2: a = beschermde functie aangetroffen m = beschermde functie mogelijk aanwezig
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, kleine dwergvleermuis
m
Rugstreeppad
vm
z, p, k, w, vl
vm = vestiging van deze soort is mogelijk Verblijfplaatsen n = nest (vogels)
z, v, w
z = zomerverblijfplaats w = winterverblijfplaats
en/of Artikel 1.11
HR-soorten
vl = essentiële vliegroute
Artikel 3.5 lid 1, 2 en 4 HR-soort
Vestiging van rugstreeppad is wel mogelijk, omdat: • er waarnemingen van rugstreeppad bekend zijn binnen één kilometer van het plangebied, • het plangebied bereikbaar is vanaf deze locaties • er een geschikte combinatie van biotopen kan ontstaan tijdens de werkzaamheden
Overig en omgeving
Artikel 3.5 lid 2
Voorbeelden voortplantingbiotoop: (tijdelijke) ondiepe wateren, die snel opwarmen, zoals vegetatie-arme poeltjes, karresporen, recent geschoonde sloten of ondiepe slootjes. Voorbeelden geschikt terrestrisch biotoop: (teelt)akkers, zandafgravingen. Zomerverblijfplaatsen: kassen, muizen- of konijnenholen, pallets en tegels. Voorbeelden winterverblijfplaatsen: (vorstvrije) hopen vergraafbaar zand, bosschages/struwelen boven het grondwater.
v = voortplantingsbiotoop fl = functionele leefomgeving Huismus
m
fl, n
Er zijn veel recente waarnemingen van huismussen bekend vanuit de NDFF. Daarnaast zijn er geschikte nestplaatsen aanwezig in de omgeving, namelijk onder dakpannen in de twee-onder-één-kap-woning Sportlaan 21-23. De werkzaamheden kunnen namelijk verstorend werken in het geval van harde geluiden en sterke trillingen (bijvoorbeeld door heiwerkzaamheden) . Ook is er een coniferenhaag aanwezig die de huismus kan gebruiken als rust-/schuilplaats en als plaats om te overnachten in de winter. Op dit functioneel leefgebied kunnen de werkzaamheden een verstorende werking op hebben.
1
Artikel 3.1 lid 4 Vogel met een jaarrond beschermd nest
¹ Zoals omschreven in paragraaf 2.2. 2
De beschermingsregimes zijn toegelicht in Bijlage 1.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
10
Tabel 3: Beschrijving van de biotopen en te verwachten vogels zonder jaarrond beschermd nest
Legenda Plangebied Onderzoeksgebied Biotopen Bebouwing (HM, V, VL) Bomen of bos (V) Extensief beheerd (gras)land Oever (V) Open, in verbinding staand water (V) Tuin (HM, V) Bebouwing (VL) Essentiële vliegroute (VL) coniferenhaag (HM)
Aanwezige biotopen
Beschrijving biotoop
Vogels zonder jaarrond beschermd nest die te verwachten zijn (indicatief, het betreft geen volledige lijst):
Bebouwing
gebouwen, zoals woonhuizen, schuren en bedrijfspanden
spreeuw, kauw, zwarte roodstaart
Bomen of bos
boom, boomgroep of houtig vlakelement
pimpelmees, houtduif, putter, vink, turkse tortel
Extensief beheerd (gras)land
gras (>50%) met ruimte voor kruiden/ schijngrassen
n.v.t.
Oever
oeverzones
waterhoen, kleine karekiet, rietgors
Open, in verbinding staand water
groter water zoals: brede sloot
fuut, meerkoet, knobbelzwaan
Tuin
struiken, zonder bomen/boomlaag
heggenmus, winterkoning, roodborst, merel
VL = vleermuizen, HM = huismus, V = vogels zonder jaarrond beschermd nest. Figuur 3: kaart met het plangebied, biotopen waar diersoorten in verwacht worden en relevante waarnemingen. In Tabel 3 wordt per biotoop beschreven welke broedvogels er kunnen voorkomen. Dit is echter slechts een indicatie, er kunnen altijd nog andere vogels aanwezig zijn in dit biotoop. Geschikt biotoop voor de rugstreeppad is hier niet ingetekend, omdat dit pas kan ontstaan tijdens de werkzaamheden. De watergang is mogelijk een essentiële vliegroute voor vleermuizen. De woningen Sportlaan 21-23 (oranje arcering) zijn geschikt als nestplaats voor de huismus, terwijl de omliggende tuin (paars) en de coniferenhaag mogelijk functioneel leefgebied zijn voor de huismus.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
11
3.3 Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen worden of dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden. Planten De volgende plantensoorten zijn onder andere binnen het plangebied aangetroffen: moseik, Italiaanse populier, reuzenlevensboom, gewone vlier, heggenrank, gewone esdoorn, grote kaardenbol, klein hoefblad, riet, akkerdistel, dubbelkelk, gewoon biggenkruid, gewoon varkensgras, paardenbloen, reukeloze kamille, rode klaver, witte klaver en bijvoet. Voor deze algemene planten zijn geen maatregelen benodigd. Er zijn geen bedreigde planten van de Rode Lijst aangetroffen. Dieren In het plangebied kunnen verschillende diersoorten aanwezig zijn welke relevant zijn om rekening mee te houden tijdens de voorgenomen ontwikkeling. Deze worden hieronder per biotoop benoemd. Grasland In het grasland kunnen soorten aanwezig zijn, zoals: egel, woelrat en gewone pad. Bosschage In de bosschages kunnen soorten aanwezig zijn, zoals: egel, gewone bosmuis, gewone pad en bruine kikker. Water en oever In het water worden soorten verwacht, zoals: bastaardkikker, meerkikker en kleine watersalamander.
Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: dubbelkelk is één van de kruiden die groeit op het grasland in het plangebied.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.