22-022 Bijlage 1. Woningbouw Sportlaan Middelburg-ontwerp
Tekst van het document
bestemmingsplan
Woningbouw Sportlaan Middelburg Middelburg
DATUM IMRO IDN
26 oktober 2021
PROJECT PROJECTLEIDER
Woningbouw Sportlaan Middelburg ir. C.A. Louws
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Woongoed Middelburg 231507.20200966
AUTEUR STATUS
Adviseurs van Rho ontwerp
NL.IMRO.0687.BPVPTWSM-ON01
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
6 Inleiding
7
1.1
Doel bestemmingsplan
7
1.2
Plangebied
7
1.3
Geldend bestemmingsplan
8
1.4
Leeswijzer
9
Projectbeschrijving
10
2.1
Huidige situatie plangebied en directe omgeving
10
2.2
Beoogde ontwikkeling
11
2.3
Planologische afweging
13
Hoofdstuk 3
Toetsing aan beleid
14
3.1
Rijksbeleid
14
3.2
Provinciaal- en regionaal beleid
14
3.3
Gemeentelijk beleid
17
Toetsing aan omgevingsaspecten
19
4.1
Cultuurhistorie
19
4.2
Ecologie
20
4.3
Water
25
4.4
Bodemkwaliteit
26
4.5
Verkeer en parkeren
27
4.6
Wegverkeerslawaai
31
4.7
Milieuhinder omliggende functies
32
4.8
Externe veiligheid
33
4.9
Luchtkwaliteit
35
4.10
Planologisch relevante kabels en leidingen
38
4.11
Duurzaamheid
38
4.12
M.e.r.-beoordeling
40
Juridische planbeschrijving
41
5.1
Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP)
41
5.2
Opzet van het nieuwe bestemmingsplan
41
5.3
Gehanteerde bestemmingen
42
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
3/325
5.4
Toelichting op de algemene regels
43
5.5
Toelichting op de overgangs- en slotbepalingen
44
Uitvoerbaarheid
45
6.1
Financiële uitvoerbaarheid
45
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
45
Hoofdstuk 6
Bijlagen toelichting
47
Bijlage 1
Memo stikstofberekening
49
Bijlage 2
Ecologisch onderzoek
63
Bijlage 3
Watertoetstabel
109
Bijlage 4
Bodemonderzoek Sportlaan 25
113
Bijlage 5
Toekomstige verkeersgeneratie Sportlaan en Nassaulaan
247
Bijlage 6
Parkeertellingen vs parkeerbehoefte
249
Bijlage 7
Notitie borging parkeren parkeergarage
253
Bijlage 8
Onderzoek wegverkeerslawaai
257
Bijlage 9
Vorm vrije m.e.r.-beoordeling
277
Bijlage 10
Rapportage inspraak en vooroverleg
297
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende bepalingen
310
Artikel 1
Begrippen
310
Artikel 2
Wijze van meten
314
Bestemmingsregels
315
Artikel 3
Groen
315
Artikel 4
Tuin
316
Artikel 5
Verkeer
317
Artikel 6
Wonen
318
Algemene regels
320
Artikel 7
Anti-dubbeltelbepaling
320
Artikel 8
Algemene bouwregels
321
Artikel 9
Algemene wijzigingsregels
322
Artikel 10
Overige regels
323
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
4/325
309
Hoofdstuk 4
5/325
Overgangs- en slotregels
324
Artikel 11
Overgangsregels
324
Artikel 12
Slotregel
325
Toelichting
6/325
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Doel bestemmingsplan
Woongoed Middelburg is voornemens om in Middelburg een appartementengebouw te realiseren op de hoek Sportlaan-Nassaulaan in de wijk Veersepoort. Het voornemen past niet binnen het geldende bestemmingsplan Veersepoort (2013). Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 1.3. De gemeente heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan de ontwikkeling. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Plangebied
Het plangebied ligt ten noordoosten van de binnenstad van Middelburg op de kruising Sportlaan-Nassaulaan in de wijk Veersepoort. In figuur 1.1 zijn de ligging en de globale begrenzing van het plangebied weergegeven.
7/325
Figuur 1.1 Globale ligging plangebied (bron: bewerking Rho adviseurs).
1.3
Geldend bestemmingsplan
In figuur 1.2 is een uitsnede van de digitale verbeelding van het bestemmingsplan 'Veersepoort' weergegeven ter plaatsen van het plangebied. De gronden zijn grotendeels bestemd voor Sport, waarbij voor het bouwvlak een maximum bouwhoogte geldt van 8 meter. Daarnaast gelden nog de bestemmingen Verkeer en Sport.
8/325
Figuur 1.2 Uitsnede (globale weergave) bestemmingsplan 'Veersepoort' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl, bewerkt: Rho adviseurs).
1.4
Leeswijzer
De opbouw van de ruimtelijke motivering: hoofdstuk 2 gaat in op de huidige en beoogde situatie van het plangebied; hoofdstuk 3 bevat de toetsing van de beoogde ontwikkeling aan het beleidskader; hoofdstuk 4 worden de milieu- en planologische aspecten getoetst; hoofdstuk 5 gaat in op de juridische planbeschrijving; in hoofdstuk 6 is ingegaan op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
9/325
Hoofdstuk 2
2.1
Projectbeschrijving
Huidige situatie plangebied en directe omgeving
De locatie ligt ten noorden van de binnenstad van Middelburg. Het terrein waar de beoogde ontwikkeling wordt gerealiseerd ligt momenteel braak. Tot enkele jaren geleden stond hier een sporthal waarin het skatepark de Meker was gevestigd. De locatie maakt deel uit van de wijk Veersepoort. Een onder moderne architectuur gebouwde wijk met veel water en groen. Kenmerkend voor de Veersepoort zijn de grondgebonden woningen en appartementengebouwen in drie bouwlagen. Deels is dit vier lagen (woningen aan de Scholeksterstraat), deels vier en een halve laag (appartementen aan de Fazantenhof) en deels vijf en een halve laag (kop van het winkelcentrum). De wijk is opgebouwd rondom een waterpartij, het plangebied grenst aan de noordoostzijde aan deze waterpartij. Aan de zuidzijde van het plangebied aan de overzijde van de weg ligt aan de Sportlaan een appartementengebouw dat ook eigendom is van Woongoed Middelburg. Dit appartementengebouw telt vier bouwlagen. In dit appartementengebouw zijn naast wonen, ook een Grand Café, een kapper, een kinderopvang en een zorginstelling gevestigd. De bouwhoogte van dit appartementengebouw bedraagt circa 14 meter. Aan de westzijde grenst het plangebied aan een twee-onder-één-kap woning (Sportlaan 21-23). De bouwhoogte van de twee-onder-één-kap woning bedraagt circa 9 meter.
Aan de westzijde tussen de te ontwikkelen gronden en de twee-onder-één-kap woning ligt een parkeerterrein dat behoorde bij de sporthal. Aan de oostzijde, in het verlengde van de Sportlaan lag een sporthal met sportveld en sintelbaan. Op deze locatie wordt de nieuwbouwwijk Veersepoort V gerealiseerd de komende jaren. Veersepoort V wordt een zelfstandige woonbuurt met een eigen identiteit die aansluit op de andere woongebieden van de Veersepoort. Grenzend aan de oostzijde van het plangebied ligt het fietspad 'Buizerdpad'. Dit fietspad verbindt de Sportlaan en Nassaulaan met de noordzijde van de Veersepoort. Het gebied is toegankelijk vanaf de Sportlaan en Nassaulaan en door middel van een brugverbinding voor langzaam verkeer via het Buizerdpad vanuit de wijk Veerse Poort.
10/325
Figuur 2.1 Omgeving van het plangebied (Bron: Basisviewer Rho).
2.2
Beoogde ontwikkeling
Initiatiefnemer is voornemens een appartementengebouw te realiseren met 32 huurwoningen. De doelgroep voor deze appartementen zijn met name één tot twee persoonshuishoudens. Het ontwerp is gemaakt door architectenbureau Network Oriented Architecture (NOAHH). Voor het ontwerp is aansluiting gezocht bij fase V van Veersepoort en het woongebouw 'Hof van Buren' aan de overzijde van de weg. Er is sprake van een heldere moderne architectuur waarbij de gevel openheid uitstraalt. De bouwhoogte bedraagt circa 15,8 meter verdeelt over 5 bouwlagen, exclusief liftkokers en dergelijke. Qua vorm, hoogte en massa sluit het gebouw aan bij de omgeving. Aan de oostzijde ter plaatse van Veerse Poort V (vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 15 oktober 2020) wordt op termijn eveneens een appartementengebouw gerealiseerd met een maximale hoogte van 17 meter. De entree is gesitueerd aan de Sportlaan. Op de begane grond komen 32 privé-bergingen. Per bouwlaag bevinden zich 8 appartementen met inpandige balkons. Elk appartement heeft een oppervlakte van circa 60 m2. Het naastgelegen parkeerterrein wordt heringericht met groen en 24 parkeerplaatsen en nabij de entree worden twee langsparkeerplaatsen aan de Sportlaan gerealiseerd. Op dit moment wordt in overleg met de gemeente bekeken of er ruimte is voor het realiseren of in gebruik nemen van extra parkeerplaatsen in de omgeving op maaiveld niveau.
Hierbij wordt gedacht aan de twee parkeerplaatsen tegen over de ontwikkeling, waarbij op dit moment een parkeerduur geldt van 15 minuten. Daarnaast is op de hoek Oranjelaan/ Nassaulaan ook fysiek ruimte voor 1 extra langparkeerplaats. Tot slot zullen een aantal toekomstige bewoners een parkeerplaats toegewezen krijgen in de tegenoverliggende parkeergarage van het appartementencomplex Hof van Buren (voor een uitgebreide toelichting over het aspect parkeren wordt verwezen naar paragraaf 4.5). De groene afscheiding met Sportlaan 23 wordt vooralsnog behouden. Op het terrein zullen enkele fietsenrekken voor bezoekers worden geplaatst. Het gebouw moet voldoen aan de eisen ten aanzien van BENG (Bijna Energie-Neutrale Gebouwen) en is gasloos. Daarnaast wordt op dit moment onderzocht of er triple glas kan worden toegepast.
11/325
Figuur 2.2 3D Impressie gebouw, links: vanuit zijde Nassaulaan gezien, rechts: vanuit park gezien) (Bron: NOAHH).
Figuur 2.3 Impressie plattegrond verdieping (Bron: NOAHH).
12/325
Figuur 2.4 Inrichtingstekening (Bron: NOAHH).
2.3
Planologische afweging
De essentie van de ontwikkeling is het mogelijk maken van 32 woningen in een appartementengebouw. Het gebouw past zoals beschreven in paragraaf 2.2 qua vorm en massa goed in haar omgeving. De ontwikkeling past binnen het beleid zoals getoetst in hoofdstuk 3. Daarnaast past de ontwikkeling binnen het beleidskader. Daarnaast is de ontwikkeling getoetst aan milieuregelgeving in hoofdstuk 4. De milieuaspecten vormen geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan, mits rekening wordt gehouden met de vereiste maatregelen zoals genoemd in paragraaf 4.2.
13/325
Hoofdstuk 3 3.1
Toetsing aan beleid
Rijksbeleid
3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening en de ladder voor duurzame ontwikkeling Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) is geregeld dat voor stedelijke ontwikkelingen - waaronder het bouwen van woningen - een onderbouwing in het bestemmingsplan noodzakelijk is (artikel 3.1.6. van het Bro). De toelichting bij een bestemmingsplan dat een stedelijke ontwikkeling (zoals woningbouw) mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet ook worden gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing Uit jurisprudentie blijkt dat de grens van een nieuwe stedelijke ontwikkeling ligt vanaf 12 woningen. Dat betekent dat moet worden getoetst zoals hiervoor beschreven. De ontwikkeling is opgenomen in de woningmarktafspraken van de regio Walcheren voor de komende 10 jaar en de ontwikkeling voorziet daarmee in een regionale behoefte. In paragraaf 3.2.3 van deze toelichting wordt dit gemotiveerd. De locatie maakt, gelet op de ligging in de Veersepoort te Middelburg, deel uit van het bestaand stedelijk gebied. Conclusie De woningbouwlocatie ligt binnen bestaand stedelijk gebied en voorziet in een regionale behoefte waarmee in de regionale woningmarktafspraken rekening mee is gehouden.
De ontwikkeling voldoet daarmee aan de ladder van duurzame verstedelijking. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3.
3.2
Provinciaal- en regionaal beleid
3.2.1 Omgevingsplan Zeeland 2018 Toetsingskader Algemeen Het Omgevingsplan Zeeland 2018 bevat de hoofdlijnen van het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 heeft betrekking op de onderwerpen economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 beoogt naast een concrete invulling voor de vier grote strategische opgaven (duurzame en concurrerende economie, klimaatbestendige en neutrale samenleving, waardevolle leefomgeving en toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving) ook een eerste aanzet te geven voor de lange termijn strategische doelen. De provincie beperkt zicht tot het bevorderen van de regionale samenwerking en het bewaken van een aantal eigen belangen. Stedenbeleid In Zeeland is sprake van een trek naar de steden maar neemt de totale behoefte aan extra woningen de
14/325
komende 10 jaar geleidelijk af. Door aanvullende woningbouw te concentreren in stedelijk gebied wordt niet alleen gebouwd waar de markt om vraagt, maar wordt ook het draagvlak voor voorzieningen in de directe omgeving behouden. Bij woningbouw staan de ruimtelijke doelen van bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik hoog op de agenda. Het is van provinciaal belang dat Zeeuwse steden de sociaaleconomische motor blijven van de provincie. Wonen Door vergrijzing en ontgroening neemt het aantal gezinnen af en (oudere) alleenstaande huishoudens juist toe. Hierdoor neemt de behoefte aan woningen nabij voorzieningen in steden en centrumkernen toe. Woningbouwprojecten hebben een gemeentegrens overschrijdende impact. Het omgevingsplan benadrukt dan ook het belang van regionale woningmarktafspraken. De regionale woningmarktafspraken zijn bedoeld om regionaal woningbeleid vast te stellen en dienen als onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Toetsing De ontwikkeling betreft een woningbouwproject binnen bestaand stedelijk gebied. Het is een inbreidingslocatie binnen de stad Middelburg en sluit daarmee aan bij het beleid van de provincie om aanvullende woningbouw te concentreren in stedelijk gebied en de ruimtelijke doelen van bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik. De ontwikkeling is opgenomen in de regionale woningmarktafspraken.
De appartementen sluiten aan bij de vraag naar woningen voor éénpersoons- en tweepersoons huishoudens. De combinatie van lift en gelijkvloerse appartementen zijn ook interessant voor ouderen. Conclusie De ontwikkeling sluit, gezien het voorgaande, aan bij het provinciaal beleid. 3.2.2 Provinciale Omgevingsverordening 2018 Toetsingskader Een aantal onderwerpen uit het Omgevingsplan Zeeland 2018 is juridisch vertaald in de Provinciale Omgevingsverordening 2018. Voor woningbouw zijn in de Provinciale Omgevingsverordening 2018 alle regels opgenomen voor kleinschalige woningbouw in het buitengebied. Verder zijn er algemene regels opgenomen die betrekking (kunnen) hebben op zowel het buitengebied als het bestaande stedelijke gebied. Van gemeenten wordt een bijdrage verwacht aan de uitvoering van de beleidsdoelen. Verder streeft de provincie naar realisering van beleidsdoelen met de inzet van andere instrumenten. Daartoe wordt verwezen naar de inhoud van het Omgevingsplan Zeeland 2018. Toetsing en conclusie Voor wat betreft de voorgenomen ontwikkelingen zijn geen specifieke regels uit de Provinciale Omgevingsverordening 2018 van belang.
3.2.3 Onderbouwing woningbehoefte op basis van regionaal beleid Toetsingskader Het doel van het Zeeuwse provinciale woningbeleid is te zorgen voor een goed werkende, gezonde woningmarkt waarbij er voldoende en de juiste woningen beschikbaar zijn voor de inwoners van Zeeland. Om dit
15/325
te bereiken is in het Omgevingsplan 2012-2018 het beleidsinstrument regionale woningmarktafspraken geïntroduceerd en overgenomen in het Omgevingsplan Zeeland 2018. Door middel van deze regionale woningmarktafspraken stemmen de vijf woningmarktregio's van Zeeland hun woningbouwplannen binnen de regio op elkaar af. Door deze afstemming wordt leegstand voorkomen en wordt gestimuleerd dat de juiste woningen op de juiste locatie ontwikkeld worden. In 2018 zijn door de Walcherse gemeenten nieuwe woningmarktafspraken gemaakt voor de periode 2016-2025. Op 21 mei 2019 heeft de Provincie Zeeland de woningmarktafspraken voor Walcheren ook vastgesteld. Door de Stec Groep is in 2019 in opdracht van de Provincie Zeeland en de Zeeuwse gemeenten een Kwalitatief Woningmarktonderzoek Zeeland (KWOZ) uitgevoerd. Daaruit komt, gebaseerd op de 'Proviniciale bevolkings- en huishoudensprognose 2019', een verwachte huishoudensontwikkeling voor de gemeente Middelburg van plus 1.769 huishoudens tot en met 2029. Voor heel Walcheren gaat het om 2.709 huishoudens. Door de Stec Groep is in 2019 eveneens een Locatieonderzoek Walcheren uitgevoerd, als een nadere uitwerking van het KWOZ, waarin vooral gekeken is naar locaties voor nieuwbouw. Hieruit blijkt vooral een behoefte aan centrumstedelijk wonen, vooral door de groei van alleenstaande doelgroepen.
In de woningmarktafspraken is de kwantitatieve behoefte van de regio Walcheren bepaald aan de hand van de huishoudensgroei volgens de Provinciale Bevolkings- en Huishoudenprognose 2019 voor de komende 10 jaar, de berekende inhaalvraag en de vraag voor de komst van tijdelijke en definitieve arbeidsmigranten en de gewenste flexibele ruimte ten behoeve van planuitval. De netto nieuwbouwbehoefte voor de reguliere woningen in de periode 2016-2025 wordt op basis van deze factoren ingeschat op 4.031 woningen. Samen met de regio is vervolgens bepaald dat er volgens verwachting nog 741 woningen onttrokken worden door sloop en 340 door deeltijdbewoning. Uiteindelijk leidt dit tot een bruto woningbouwopgave van 5.112 tussen 2016 en 2026. Ten behoeve van de woningbouwopgave hebben de gemeenten bruto 4.720 en netto 3.639 woningen opgenomen in nieuwbouwprojecten. Aanvullend op de diverse projecten is per gemeente een aantal gereserveerd (restcapaciteit) om te kunnen inspelen op initiatieven in de toekomst. Hiervoor is 15% van het bruto aantal geplande woningen gereserveerd. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen harde en zachte plancapacteit. De harde plancapaciteit betreft de woningbouwplannen die 'gehard' zijn in een door de gemeenteraad vastgesteld bestemmingsplan of andere planvorm.
Eén van de uitgangspunten uit de recente woningmarktonderzoeken is om alleen nog woningbouw te ontwikkelen die complementair is aan de bestaande woningvoorraad en een aantal woonmilieus. Op basis van de opbouw van de huidige voorraad, de woonvoorkeuren van huishoudens en de huishoudensprognoses zijn de belangrijkste opgaven het aandeel levensloopbestendige woningen te vergroten ten koste van reguliere grondgebonden woningen. Toetsing en conclusie Op de locatie wordt ingezet op appartementen op een strategische woonlocatie in een stedelijk gebied. In overleg met de gemeente heeft Woongoed Middelburg deze locatie toegewezen gekregen. De doelgroep van eenpersoonshuishoudens wordt hierdoor bereikt. Hiermee wordt aangesloten op de regionale behoeften. In de planningscapaciteit is rekening gehouden met 20 woningen in totaal worden er worden 32 woningen gerealiseerd. De 12 extra woningen gaan ten koste van de restcapaciteit. Deze ontwikkeling past kwantitatief
16/325
gezien dus binnen de regionale woningmarktafspraken.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Kwaliteitsatlas Middelburg Toetsingskader De Kwaliteitsatlas is een belangrijk integraal beleidsdocument van de gemeente Middelburg. In deze Kwaliteitsatlas wordt een richting uitgestippeld voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente tot het jaar 2030. Voor een groot aantal deelaspecten (waaronder wonen) is vervolgens aangegeven welke veranderingen nodig zijn om in 2030 tot de gewenste situatie te komen. Eind 2009 is een herijking van de 2e en 3e fase van de Kwaliteitsatlas gepresenteerd. Op 18 januari 2010 is een herziening van de Kwaliteitsatlas vastgesteld. Middelburg streeft naar kwalitatief goede woonmilieus, goede woningen in een aantrekkelijke omgeving en minder op groei. Mensen moeten graag in de gemeente Middelburg willen blijven wonen. Door woonmilieus aan te bieden voor alle leeftijdscategorieën in zowel stedelijke als landelijke omgeving kan Middelburg voor iedereen een aantrekkelijke plaats blijven om zich te vestigen. De gemeente wil de komende jaren investeren in binnenstedelijke ontwikkelingen. Ook de provincie stuurt aan op ontwikkelingen binnen de bestaande kaders van verstedelijking. De woningbouwopgave voor de gemeenten Vlissingen en Middelburg samen wordt in de Kwaliteitsatlas geraamd op 3.400 woningen. In de Kwaliteitsatlas wordt de plancapaciteit aan de verschillende wijken weergegeven voor de periode 2010-2020.
Toetsing en conclusie Het plangebied ligt binnen het stedelijk gebied van Middelburg. De ontwikkeling draagt bij aan een divers woningaanbod in de gemeente Middelburg. De woningmarkt heeft in 2010 een behoorlijke verandering ondergaan, er zijn tevens nieuwe woningmarktafspraken gemaakt sinds die tijd. In paragraaf 3.2.3 is de ontwikkeling hieraan getoetst. 3.3.2 Woonvisie 2016 – 2020 Toetsingskader In de Woonvisie 2016-2020 wordt het beleid over wonen voor de gemeente Middelburg weergegeven. Hierbij wordt uitgegaan van het woningmarktonderzoek Woningmarkt 2015-2030, opgesteld door ABE Research. Uit de Woonvisie Middelburg 2016-2020 blijkt dat er een toenemende behoefte is aan stedelijke woonmilieus gelegen in het centrum. Het woningmarktonderzoek beveelt aan om de focus te leggen op voldoende aanbod in centrumstedelijke woonmilieus en om te zorgen voor meer woningen in de centrumstedelijke woonmilieus. Toetsing en controle De locatie ligt op loopafstand van winkelcentrum Veerse Poort en de binnenstad en sluit dan ook aan bij de Woonvisie. Ook past de ontwikkeling bij de kwantitatieve vraag naar stedelijke woonmilieus, zoals gesignaleerd in het locatieonderzoek Walcheren.
17/325
3.3.3 Ruimtelijke kwaliteit en welstandsbeleid Voor een onafhankelijk advies voer ruimtelijke kwaliteit wordt het Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit (het WARK) ingeschakeld. Het voorheen verplichte advies over ruimtelijke kwaliteit (voorheen welstandsadvies) door een onafhankelijk adviesteam kan ook vervangen worden door een ambtelijke toets. Met het vaststellen van de nieuwe welstandsnota, de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2016 heeft Middelburg gekozen om een deel van de plannen door ambtenaren te laten toetsen. Het doel is om aanvragers zoveel mogelijk zekerheid te geven over het krijgen van een positief advies op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Bouwplannen die deze standaardoplossingen volgen, zullen in de regel snel afgehandeld kunnen worden. Indien bij de toets blijkt dat een plan niet op de meer concrete flits- en snelheidscriteria is gebaseerd, wordt dit plan alsnog voorgelegd aan het WARK. Dit gebeurt ook als wordt geconcludeerd dat een beoordeling door het WARK zinvol en/of gewenst is. Het WARK kijkt bij haar beoordeling ook naar specifieke pand- en locatiegebonden aspecten. Toetsing en conclusie De ontwikkeling is voorgelegd aan het WARK Plus op 8 april 2021 en het WARK op 6 mei 2021. Beide adviesteams hebben op hoofdlijnen positief geadviseerd over de ontwikkeling.
18/325
Hoofdstuk 4
4.1
Toetsing aan omgevingsaspecten
Cultuurhistorie
4.1.1 Bouwhistorische waarden Toetsingskader In het Bro (artikel 3.6.1 lid 2) is bepaald dat in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving moet worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Toetsing De cultuurhistorische waardevolle objecten zijn door de provincie aangegeven op de cultuurhistorische waardenkaart. Op de uitsnede in figuur 4.1 is te zien dat in de nabijheid van de locatie geen monumenten zijn gelegen. Daarnaast maakt de locatie ook geen onderdeel uit van het Beschermd Stadsgezicht Middelburg.
Figuur 4.1 Cultuurhistorische waardenkaart (Bron: https://intgwbp.zeeland.nl/geoloket/?Viewer=Cultuurhistorie , bewerkt Rho adviseurs).
19/325
Conclusie In en nabij het projectgebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Negatieve effecten op deze waarden zijn dan ook uitgesloten. 4.1.2 Archeologie Toetsingskader In Europees verband is het zogenoemde “Verdrag van Malta” tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Om dit meewegen te laten plaatsvinden wordt, naast de bestaande regelgeving en beleid, een economische factor toegevoegd. Toetsing en conclusie Voor het plangebied is in het kader van de ontwikkeling van juridisch-planologische procedure voor de woonwijk Veerse Poort al archeologisch onderzoek uitgevoerd. Conclusie van deze onderzoeken was dat er geen vervolgonderzoek nodig was.
4.2
Ecologie
Ter voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) de uitvoering van het plan niet in de weg staan. In elk geval moet aannemelijk zijn dat de vergunning of ontheffing van de bij of krachtens deze wet geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Toetsingskader Bij de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantsoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden: Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden. De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen voor leefgebieden van vogelstoorten (Vogelrichtlijn) en voor natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn) opgesteld.
De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Het NNN is in Zeeland uitgewerkt in het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ). Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden.
20/325
Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn, soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn en de bescherming van overige soorten. De provincie kan ontheffing verlenen van de verboden voor overige soorten. In de provincie Zeeland geldt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud een vrijstelling voor een groot deel van de "overig" beschermde soorten. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Dit betreft de meest algemene soorten amfibieën en zoogdieren. Voor Europees beschermde soorten (Vogel- en Habitatrichtlijn) is er geen beleidsruimte en is de bescherming onveranderd. Onderzoek Gebiedsbescherming Natura 2000/Natuurbeschermingswet Het plangebied is geen Beschermd Natuurmonument of Natura 2000-gebied. De afstand tot een Natura 2000-gebied bedraagt circa 5 kilometer. Dit betreft het Natura 2000-gebied Veerse Meer.
Om te onderzoeken of er sprake is van stikstofdepositie op stikstof gevoelige Natura 2000-gebieden is een Aerius-berekening uitgevoerd, de memo met uitgangspunten en uitkomst is opgenomen in bijlage 1 . Uit berekeningen voor de gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van stikstofdeposities die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebied. Uit de berekeningen voor de aanlegfase blijkt dat er eveneens geen sprake is van enige stikstofdepostie binnen de Natura 2000-gebieden (zie hiervoor bijlage 1). Dit betekent dat geen significante gevolgen optreden en dat de instandhoudingsdoelstelling van de omliggende Natura 2000-gebieden niet in gevaar komen. Voor projecten die niet leiden tot een toename van depositie is geen vergunning conform de Wet natuurbescherming nodig. De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de natuurwaarden Natura-2000 gebieden.
21/325
Figuur 4.2 Ligging van de planlocatie (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebied. Natuurnetwerk Zeeland Het plangebied ligt niet in een gebied dat begrensd is in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ). De dichtstbijzijnde gebieden zijn gelegen op ongeveer één kilometer. Dit zijn natuurgebied Brigdamme en het natuurgebied Oude Veerseweg. De geplande activiteit ligt op geruime afstand van beide gebieden. Het heeft geen negatief effect op de natuurwaarden van de gebieden die zijn begrensd in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland.
22/325
Figuur 4.3 Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natuurnetwerk Zeeland bron: Provincie Zeeland). Soortenbescherming Voor de ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 2. Het volgende is geconcludeerd. De voorgenomen ontwikkeling is naar verwachting in strijd met het onderdeel soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming. Er kunnen namelijk negatieve effecten plaatsvinden op beschermde functies voor de huismus, en diverse vleermuissoorten. Daarnaast kunnen 'vogels zonder jaarrond beschermd nest' en rugstreeppad zich in de toekomst vestigen, als er geen voorzorgsmaatregelen worden opgenomen. Hierna wordt ingegaan wat dit per soort betekent om te kunnen voldoen aan de Wet natuurbescherming en/of het provinciaal beleid. Vogels zonder jaarrond beschermde nesten: voorkom vernietiging van vogelnesten óf een verstoring die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van een in Europa inheemse vogelsoort (voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar paragraaf 5.1 van het onderzoek): 1. verricht de werkzaamheden buiten de broedperiode van de aanwezige soorten; 2. laat voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitvoeren door een ecoloog;
23/325
3. voorkom vestiging van de oeverzwaluw, witte kwikstaart en warte roodstaart. Vleermuizen: ten noorden van het plangebied loopt een watergang die mogelijk een essentiële vliegroute vormt. Tevens zijn er verblijfplaatsen mogelijk in de nabijgelegen bebouwing. Aan de volgende maatregelen moet worden voldaan (voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar paragraaf 5.1 van het onderzoek): 1. voorkom het werken tussen zonsondergang en zonsopkomst. Als dit niet voorkomen kan worden dienen de watergang en de omliggende bebouwing niet beschenen te worden; 2. plaats geen verlichting of indien er wel verlichting geplaatst wordt, dient deze te worden afgesteld dat de watergang en de nabijgelegen bebouwing niet beschenen wordt. Dit geldt zowel voor de verlichting tijdens de werkzaamheden als voor de verlichting in de definitieve situatie; 3. indien niet aan de maatregelen voldaan kan worden dient er nader onderzoek plaats te vinden. Rugstreeppad (voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar paragraaf 5.1 van het onderzoek): 1. voorkom dat er in de periode april t/m eind augustus ondiepe wateren ontstaan of zorg dat deze direct gedempt worden; 2. voorkom dat er in de periode april t/m eind november nieuwe zomer- en/of winterverblijfplaatsen ontstaan, zoals hopen vergraafbaar zand, bouwmateriaal (bijvoorbeeld puin), hopen houtafval of stenen.
Verwijder dit direct uit het plangebied; 3. indien niet aan de maatregelen voldaan kan worden dient er nader onderzoek plaats te vinden. huismus: de huismus is een vogelsoort met een jaarrond beschermd nest. Deze soort is zeer honkvast en geschikte nestplaatsen zijn beperkt beschikbaar. Verstoringen, die het broedsucces verminderen of zelfs leiden tot het verlaten van het nest, zijn verboden. Dit betreft ook verstoring of aantasting van het functionele leefgebied: 1. voorkom sterke trillingen of harde geluiden over een lange periode nabij mogelijke nesten en functionele leefomgeving van de huismus tijdens de broedperiode. Deze periode loopt van maart t/m augustus; 2. laat elementen intact die deel kunnen uitmaken van de functionele leefomgeving van de huismus; 3. Indien niet aan de maatregelen voldaan kan worden dient er nader onderzoek plaats te vinden. In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het projectgebied kunnen zoogdieren of amfibiën voorkomen. De volgende maatregelen zijn noodzakelijk om aan de Wet natuurbescherming en/of provinciaal beleid te voldoen: Zoogdieren; 1. Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen, egels) om verkeersslachtoffers te voorkomen.
Geadviseerd wordt om vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar rustige locatie te werken, zoals een open veld waarbij ook op aangepast tempo dient te werken zodat dieren kunnen vluchten. 2. Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Er wordt geadviseerd om niet tussen zonsondergang en zonsopkomst te werken; 3. Voorkom of beperk de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes; 4. Zorg dat er voldoende dekking aanwezig blijft van bosschages voor bijvoorbeeld de egel en diverse muizensoorten. Plant nieuwe beplanting aan, voordat de oude verwijderd wordt.
24/325
Amfibieën: 5. Verplaats individuen die aanwezig zijn binnen het werkterrein naar een vergelijkbare, veilige plek buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden; 6. Werk bij voorkeur in september of oktober in de oever. Werk bij voorkeur niet in de oever of het water bij temperaturen beneden de 10 graden. Indien niet kan worden voldaan aan (één van) beide maatregelen dient contact worden opgenomen met een ecoloog om negatieve effecten te voorkomen. Conclusie Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft het 'Veerse Meer' op circa 5 km ten noordoosten. Uit AERIUS berekeningen voor de aanleg- en gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van relevante stikstofdeposities (hoger dan 0,00 mol/ha/j) in de omliggende Natura 2000-gebieden. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (figuur 4.2). Op circa 1 km van de ontwikkeling liggen de natuurgebieden 'Brigdamme' en 'Oude Veerseweg' die behoren tot het Natuurnetwerk Zeeland. Verder ligt het plangebied niet binnen een waterwin-, grondwaterbeschermings- of milieubeschermingsgebied. De Wnb en het beleid van de Provincie Zeeland staan de ontwikkeling niet in de weg. Soortenbescherming De voorgenomen ontwikkeling is naar verwachting in strijd met het onderdeel soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming.
Er kunnen namelijk negatieve effecten plaatsvinden op beschermde functies voor de huismus, en diverse vleermuissoorten. Daarnaast kunnen 'vogels zonder jaarrond beschermd nest' en rugstreeppad zich in de toekomst vestigen, als er geen voorzorgsmaatregelen worden opgenomen. Daarnaast is er sprake van zorgplicht in verband met de mogelijke aanwezigheid van zoogdieren en amfibiëen. Door het nemen van maatregelen, zoals hiervoor genoemd en uitgebreid wordt toegelicht in hoofdstuk 5 van het onderzoek zijn geen aanvullende onderzoeken noodzakelijk. Initiatiefnemer zal zich houden aan de genoemde maatregelen. De Wnb en het beleid van de Provincie Zeeland staan de ontwikkeling niet in de weg.
4.3
Water
Toetsingskader Artikel 3.1.6 van het Bro stelt dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving moet worden opgenomen van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Een omgevingsvergunning die met de kruimelgevallenregeling wordt verleend wordt niet aangemerkt als een ruimtelijk besluit waarvoor de watertoets verplicht is. Dat neemt niet weg dat een watertoets kan worden uitgevoerd. De watertoets is namelijk een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren. Toetsing Volgens de Legger Oppervlaktewateren van Waterschap Scheldestromen grenst het plangebied in het noordoosten aan een secundaire watergang (figuur 4.4). Deze watergang heeft een beschermingszone van 7
25/325
meter. De beoogde ontwikkeling voorziet in werkzaamheden binnen deze zone daarom dient een watervergunning aangevraagd te worden. Het plangebied ligt volgens de Legger Waterkeringen niet binnen de kern- en beschermingszone van een waterkering. De ontwikkeling wordt deels gerealiseerd op bestaand verhard terrein (herinrichting parkeerterrein). De appartementen komen op een onverhard deel van het terrein. Tot voorkort stond hier een sporthal. Afvalwater wordt aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel en hemelwater wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van het oppervlakte- en grondwater worden duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruikt, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het watersysteem ter plaatse kunnen dan ook worden uitgesloten.
Figuur 4.4 Ligging oppervlaktewater en beschermingszone (Bron: Legger Oppervlaktewateren). De ontwikkeling is getoetst aan de aspecten uit de watertabel van Waterschap Scheldestromen. De tabel is opgenomen in bijlage 3. Uit toetsing aan de criteria blijkt dat het aspect water geen belemmering vormt voor de beoogde functiewijziging. Extra waterberging is dan ook niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.4
Bodemkwaliteit
Toetsingskader Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm
26/325
voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Toetsing In opdracht van de gemeente Middelburg is in 2018 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is toegevoegd in bijlage 4. Het volgende is geconcludeerd. Verkennend bodemonderzoek naar chemische partners In de bovengrond zijn achtergrondwaarde-overschrijdingen voor kobalt, lood, molybdeen, nikkel, zink en mineralie olie aangtoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde paramters aangetoond. In het grondwater zijn streefwaarde-overschrijdingen voor chroom, lood en zink aangetoond evenals een natuurlijke streefwaarde-overschrijding voor arseen. Voor het onderzoek op deze deellocatie is uitgegaan van de hypothese: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen, waaronder arseen in het grondwater.
Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden aangenomen. Verkennend (bodem)onderzoek naar asbest Op en in de grond aan de Sportlaan 25 is geen asbest aangetroffen. Voor het onderzoek op deze deellocatie is uitgegaan van de hypothese: verdacht voor bodemverontreiniging met asbest. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden verworpen. De op de onderzoekslocatie geconstateerde verhoogde gehalten van chemische parameters in de grond en het grondwater geven geen direct aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek. Conclusie De bodem is geschikt voor de beoogde functie wonen.
4.5
Verkeer en parkeren
Verkeersafwikkeling op omliggend wegennet De entree van de parkeervoorziening sluit aan op het bestaande wegennet van de Sportlaan en de Nassaulaan. De Nassaulaan leidt in oostelijke richting via de Krooneveldweg naar rijksweg N57. Via de Nassaulaan en de Veerseweg wordt de oostkant van het centrum van Middelburg bereikt. De Sportlaan en de Noordsingel verbinden het plangebied met de westkant van het centrum. Alle wegen in de omgeving, met uitzondering van de Krooneveldweg en de rijksweg N57 zijn erftoegangswegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
27/325
Aan de hand van kencijfers van het CROW is voor het projectgebied de verkeersgeneratie berekend. Uit de berekening blijkt dat de gemiddelde verkeersgeneratie maximaal 115 motorvoertuigbewegingen per etmaal bedraagt. Als woningbouwontwikkeling 'Veersepoort V' en voorliggende ontwikkeling gereed zijn is de verwachte capaciteit op de Sportlaan ongeveer 3.550 motorvoertuigen per etmaal op de Sportlaan en 4.550 motorvoertuigen per etmaal op de Nassaulaan, beide voor het jaar 2023. De berekening hiervoor is opgenomen in bijlage 5. De verkeersintensiteit voor de Sportlaan en Nassaulaan is bepaald door de waarden uit het verkeersmodel basisjaar 2012 met de jaarlijkse verkeerstoename van 1,5% te indexeren naar 2023. Deze autonome groei sluit aan bij het Verkeersmodel Walcheren 2012-2030. Opgemerkt dient te worden dat hierbij geen rekening is gehouden met de effecten van Covid-19. De verwachting is dat de werkelijke intensiteiten lager zullen uitkomen. Er zijn geen harde criteria ten aanzien van verkeersintensiteiten op erftoegangswegen, maar landelijk wordt een maximale verkeersintensiteit op een erftoegangsweg van 5000 – 6000 motorvoertuigen per etmaal (mtv/etm) als richtlijn gehanteerd. De Sportlaan en de Nassaulaan hebben voldoende capaciteit om de toename van verkeer te verwerken.
De aansluiting vanuit Veersepoort V in de bocht Sportlaan/ Nassaulaan wordt aangepast en uitgewerkt tot een veilige T-kruising met plateau. Hierdoor wordt de snelheid lager en de aansluiting veiliger voor verkeer. Geadviseerd wordt om de verkeersafwikkeling op de Sportlaan en de Nassaulaan te monitoren. Hierbij wordt aandacht gevraagd voor de menging van fietsverkeer en gemotoriseerd verkeer op de Nassaulaan. Het verdient aanbeveling om, bij het monitoren van de intensiteit van het autoverkeer, de intensiteit van het fietsverkeer integraal mee te nemen en zo nodig aanvullend maatregelen te nemen die de positie van de fietser op dit tracé verbetert. Langzaam verkeer en openbaar vervoer Het plangebied is ontsloten voor langzaam verkeer, maar dit is niet optimaal. In/bij het appartementengebouw worden fietsrekken/bergingen gerealiseerd voor het plaatsen van fietsen. Vanaf de Nassaulaan en Fazantenhof gaat een service bus. In de toekomst wordt de servicebus vervangen door een buurtbus. Vanaf bushalte de Veerseweg kan met de bus treinstation Middelburg worden bereikt. Het gebied wordt zodoende matig ontsloten door openbaar vervoer. Parkeren Parkeertellingen In november 2020 zijn door Rho adviseurs parkeertellingen uitgevoerd naar de bezettingsgraad van parkeerplaatsen in de omgeving. Hiervoor is er geteld in het gebied zoals weergegeven in figuur 4.4.
Deze tellingen zijn opgenomen in bijlage 6.
28/325
Figuur 4.4. Plangebied parkeertellingen. Parkeerbehoefte Voor deze ontwikkeling wordt een parkeernorm gehanteerd van 1,3. Deze norm komt als volgt tot stand: huur, appartement, midden/goedkoop (inclusief sociale huur); sterk stedelijk; bebouwde kom; midden van de bandbreedte (0,9 – 1,7 = 1,3 pp /woning). De parkeernorm bestaat uit een aandeel voor bewonersparkeren (1) en een aandeel voor bezoekerparkeren (0,3), in totaal 1,3 parkeerplaats per woning. Bewoners en bezoekers zijn niet allemaal gelijktijdig aanwezig. Daarom geeft het CROW aanwezigheidspercentages per dagdeel aan. De te hanteren percentages hangen af van de dag in de week en van het tijdstip op de dag. Op basis van zowel de aanwezigheidspercentages van het CROW als de parkeertellingen blijkt dat op een werkdagavond maatgevend is. Bij voorliggende ontwikkeling is de werkdagavond leidend. Op basis van een parkeernorm van 1,3 is er op de werkdagavond een parkeerbehoefte van 38 parkeerplaatsen (zie bijlage 6). Op het aangrenzende parkeerterrein worden 24 openbare parkeerplaatsen gerealiseerd en aan de Sportlaan nabij de entree 2. Nog meer parkeerplaatsen op het parkeerterrein doet afbreuk aan de groene inrichting van het terrein. Dit betekent dat er een tekort is aan 12 parkeerplaatsen.
In overleg met de gemeente Middelburg is gekeken waar in de directe omgeving op een acceptabele loopafstand parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. De volgende locaties zullen worden ingezet om de parkeerbehoefte van de ontwikkeling op te vangen (zie figuur 4.5.): 1. 2 parkeerplaatsen tegenover de ontwikkeling: voor deze parkeerplaatsen geldt momenteel een parkeerduur van 15 minuten, ook in de avond. Als deze maximum parkeerduur in de avond tot bijvoorbeeld 7.30 uur in de ochtend zou komen te vervallen zouden deze parkeerplaatsen normaal gebruikt kunnen worden in de avond. Om dit mogelijk te maken dient wel een verkeersbesluit genomen te worden.
29/325
2. 1 langsparkeerplaats op de hoek Oranjelaan/Nassaulaan. Hier is fysiek nog ruimte voor 1 langsparkeerplaats in het verlengde van de huidige parkeerplaatsen. 3. 9 parkeerplekken in parkeergarage 'Hof van Buren': Woongoed Middelburg is eigenaar van het tegenoverliggende appartementencomplex Hof van Buren. In totaal zijn er 51 parkeerplaatsen in de parkeergarage hiervan worden er 23 gebruikt door bewoners van het gebouw. Een deel van de parkeerplaatsen staat leeg (per 1 juni 2021: 5) of wordt verhuurd aan mensen van elders (per 1 juni 2021: 23). Woongoed Middelburg kan plekken beschikbaar maken voor de toekomstige bewoners van de ontwikkeling. Omdat Woongoed Middelburg eigenaar is van zowel de parkeergarage als van de ontwikkeling, kan de langdurige beschikbaarheid van de parkeerplaatsen ten behoeve van de ontwikkeling worden gegarandeerd. In de regeling is opgenomen dat er voldoende parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd waarvan ten minste 9 in de tegenoverliggende parkeergarage. Geconcludeerd wordt dat kan worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen om de parkeerbehoefte van de ontwikkeling op te vangen. In bijlage 7 is toegelicht hoe Woongoed Middelburg het parkeren in de parkeergarage wil borgen.
Figuur 4.5 Locatie parkeer oplossingen. Conclusie Verkeer en ontsluiting Aan de hand van CROW kencijfers is berekend dat de verkeerstoename als gevolg van de appartementen gemiddeld 115 mvt/etmaal bedraagt. De bestaande infrastructuur in de omgeving heeft voldoende capaciteit om het extra verkeer zonder problemen te kunnen afwikkelen. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten. Wel wordt geadviseerd wordt om de verkeersafwikkeling op de Sportlaan en de Nassaulaan te monitoren.
30/325
Hierbij wordt aandacht gevraagd voor de menging van fietsverkeer en gemotoriseerd verkeer op de Nassaulaan. Het verdient aanbeveling om, bij het monitoren van de intensiteit van het autoverkeer, de intensiteit van het fietsverkeer integraal mee te nemen en zo nodig aanvullend maatregelen te nemen die de positie van de fietser op dit tracé verbetert. Daarnaast wordt de aansluiting vanuit Veersepoort V in de bocht Sportlaan/ Nassaulaan aangepast en uitgewerkt tot een veilige T-kruising met plateau. Hierdoor wordt de snelheid lager en de aansluiting veiliger voor verkeer. Parkeren Voor de ontwikkeling is een parkeertekort van 12 parkeerplaatsen op eigen terrein. In overleg met de gemeente is bepaald dat er in de directe omgeving de mogelijkheid is voor het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen. Hiervoor zullen naast een aantal parkeerplaatsen die worden gerealiseerd op maaiveld niveau ook gebruik worden gemaakt van bestaande (leegstaande of leegkomende) parkeerplaatsen in de parkeergarage van het tegenover gelegen Hof van Buren. Voor de parkeerplaatsen op maaiveldniveau geldt dat de komende tijd de haalbaarheid hiervan verder wordt uitgezocht. In de regeling van het bestemmingsplan is opgenomen dat ten minste 9 parkeerplaatsen beschikbaar zijn in de tegenoverliggende parkeergarage.
Geconcludeerd kan worden dat het mogelijk is de extra parkeerplaatsen in de directe omgeving te realiseren.
4.6
Wegverkeerslawaai
Toetsingskader Woningen worden door de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) als geluidsgevoelige functie aangemerkt. Indien in een bestemmingsplan nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dan is volgens de Wgh akoestisch onderzoek verplicht indien deze worden geprojecteerd binnen de geluidszone van een weg. Daarnaast dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening aannemelijk te worden gemaakt dat sprake is van een aanvaardbaar geluidsniveau. Als de Wgh van toepassing is, dan dient een nieuwe geluidsgevoelige functie te voldoen aan bepaalde wettelijke normen. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen binnen de wettelijke geluidszone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk (65 dB voor binnenstedelijke wegen en 53 dB voor een buitenstedelijke autoweg). De geluidswaarde binnen de geluidsgevoelige bestemming (binnenwaarde) dient in alle gevallen te voldoen aan de in het Bouwbesluit neergelegde norm van 33 dB(A). Bovendien zal voor de betreffende geluidsgevoelige functie ten minste altijd één geluidsluwe gevel aanwezig moeten zijn, terwijl er gestreefd wordt het aantal 'dove gevels' per woning tot maximaal één te beperken.
Geluidszones Langs alle wegen – met uitzondering van 30 km/u-wegen en woonerven – bevinden zich op grond van de Wgh geluidszones waarbinnen de geluidshinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. De geluidsbelasting wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal.
31/325
Toetsing en conclusie De omliggende wegen (Sportlaan en Nassaulaan) hebben een snelheidsregime van 30 km/u op basis van de Wgh is akoestisch onderzoek niet nodig. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Voor de ontwikkeling is dan ook akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 8. Uit de berekeningen blijkt dat de richtwaarden (48dB) door het verkeer op de Sportlaan/Nassaulaan (die niet onder het regime vallen van de Wet geluidhinder) wordt overschreden. De maximale berekende (gecumuleerde) geluidbelasting bedraagt 60 dB, inclusief 5dB aftrek op basis van artikel 110g Wgh op de gevel gelegen aan de zijde van de Sportlaan. De Sportlaan en de Nassaulaan vallen niet onder het regime van de Wet geluidhinder. Aanbevolen wordt bij de bouw rekening te houden met gevelmaatregelen om aan de maximale binnenwaarde van 33 dB te voldoen.
4.7
Milieuhinder omliggende functies
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om een belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat in de omgeving en de bedrijfsvoering te kunnen maken, is voor dit plan gebruikgemaakt van de systematiek uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. In de VNG-publicatie is tevens de mogelijkheid opgenomen te werken met een Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging. Bedrijven die genoemd zijn in deze staat kunnen in een functiemengingsgebied direct naast gevoelige functies aanwezig zijn, zonder dat er richtafstanden in acht genomen moeten worden.
Toetsing De ontwikkeling vindt plaats in een gebied met voornamelijk woningbouw en enkele maatschappelijke functies aan de zuidzijde van het plangebied. Ten zuiden van de ontwikkeling, aan de overzijde van de Sportlaan, ligt 'Hof van Buren'. In het bestemmingsplan Nieuw Middelburg is voor de gronden een gemengde bestemming opgenomen. In de plint van het appartementencomplex is kleinschalige bedrijvigheid aanwezig. Momenteel zijn er onder andere. een grand café, kapper en zorginstelling gevestigd. Ter plaatse mogen zich alleen bedrijven vestigen die direct naast (of onder) woningen toelaatbaar zijn. Een (negatief) geluidseffect ter plaatse van de ontwikkeling is daarmee uitgesloten.
32/325
Het winkelcentrum Veersche Poort ligt op ruim 300 meter van het appartementengebouw. De richtafstand voor de verschillende functies binnen dit winkelcentrum variëren van 10 tot 30 meter. Het beoogde appartementgebouw ligt ruim buiten deze richtafstanden. Aan de Dillenburglaan ligt een praktijk voor fysiotherapie en een opvanglocatie voor jongeren. Voor deze functies geldt op basis van de VNG-uitgave een loopafstand van 10 meter tot een rustige woonwijk. Het appartementencomplex zal op 50 meter afstand van deze functies worden geplaatst. Daarnaast leidt de ontsluitingsweg van deze functies in de richting van de Nassaulaan het verkeer van de woningbouwlocatie af. Hierdoor zal de overlast voor het appartementencomplex minimaal zijn. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Ook vormen de woningen geen belemmeringen voor de bedrijfsvoering van de functies in de omgeving.
4.8
Externe veiligheid
Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten gekeken, namelijk: bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen. Risico relevante inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of een nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Basisnet in werking getreden.
Het BEVT vormt de wet- en regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of over het water. De concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Met het in werking treden van het BEVT vervalt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met een uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en in nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt
33/325
kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6-waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6-contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Hiermee wordt geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. In dat Besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Bevi zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op advies van de minister wordt bij de toetsing van externe veiligheidsrisico's van buisleidingen al enkele jaren rekening gehouden met deze risicobenadering. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen.
Toetsing De toekomstige woningen zijn kwetsbare objecten die beschermd moeten worden tegen externe veiligheidsrisico's. Volgens de professionele risicokaart waarop risicobronnen worden getoond, zijn er in de omgeving van het plangebied geen relevante risicovolle bronnen gelegen. Het plangebied ligt op ruim 800 meter van de route gevaarlijke stoffen over de N57 die vanaf het kruispunt met de Rooseveltlaan naar het noorden loopt. Conform het Basisnet Weg blijkt dat ter hoogte van het traject Afrit N287 (Serooskerke) - Middelburg geen veiligheidsafstand en geen plasbrandaandachtsgebied geldt. Gezien de grote afstand en de geringe vervoersaantallen (GF3 82) is de risicobron niet van belang voor de externe veiligheidssituatie ter plaatse. De ontwikkeling zelf betreft ook geen risicovolle bron. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen dan ook worden uitgesloten.
34/325
Figuur 4.6 Ligging plangebied (paars) t.o.v. risicovolle inrichtingen en routes (Bron: www.risicokaart.nl). Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het plan voldoet aan het beleid en de normstelling ten aanzien van externe veiligheid. Het aspect externe veiligheid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
4.9
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.1 weergegeven. Tabel 4.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof toetsing van 1) stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie 2) Fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie 1)