CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

210528 Concept Gebiedsvisie 70% t b v Raden, Staten e d

Activiteiten 1 juni 2021, gemeente Middelburg15.496 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

20

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

Vanuit natuurperspectief biedt de Goudplaat kansen om de uitstekende landbouwgrond op termijn met bijzondere nieuwe natuurwaarden te combineren, als onderdeel van Natuurnetwerk Zeeland. Uiteraard alleen op basis van vrijwillige deelname van de betreffende ondernemers.

3.2.5         

Risico's

Essensterfte Externe communicatie, denk aan vragen van burgers i.v.m. dunning Als je parkeren teruggeeft aan de natuur, kan je niet maaien in voorseizoen. Het niet behalen van de Natura 2000 doelstellingen voor vogelsoorten komt voor uit een complexe combinatie van factoren. Oorzaak-effect relaties zijn lastig te duiden. Onderzoeken naar de oorzaken van het niet behalen van de Natura 2000 doelen voor vogelsoorten worden steeds uitgesteld of niet gedaan. Eventueel te kleine winterrustgebieden op het water om vogels voldoende rust te bieden. Jaarrond zeilwedstrijden vormen eventueel een schuurpunt met winterrustgebieden ivm het opvliegen van vogels als je langs vaart. Getij bedreigt de kwaliteit van duinvallei vegetaties. Compensatie vindt elders plaats, maar er is beperkte ruimte. Vanuit landbouwperspectief is de wens er nadrukkelijk om het als landbouwgrond te behouden, omwille van de goede kwaliteit én de aanwezigheid van een zoetwaterbel daar. De status van beschermingsgebied betreft het open landschappelijk karakter wat ook middels haar agrarische gebruik kan worden beschermd.

3.2.6 Acties Zie hoofdstuk 7. Actieprogramma.

21

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

3.3

Open agrarisch gebied

3.3.1

Perspectief 2030

Het Veerse Meer is omgeven door een open agrarisch gebied waar voedselproductie de hoofdactiviteit is, geborgd door vitale bedrijven. Agrarische gebieden zorgen voor de weidse zichtvelden die als landschapskwaliteit zijn gewaardeerd, hier en daar op basis van vrijwillige ondernemerskeuze en een eerlijke prijs onderbroken door bomenrijen vanwege Agroforestry of (voedsel)bossen. Agrarische gebieden worden afgewisseld met dorpen, dijken en natuur en ze zijn dooraderd met wegen die diverse mobiliteitsvormen faciliteren en mede afgestemd zijn op het aantal en de grootte van de moderne landbouwmachines. Inwoners en gasten kunnen er het hele jaar door al wandelend en fietsend veilig genieten van de op het veld staande gewassen, bloemrijke bermen, dijkbeplating, weidsheid, stilte en rust. Cultuurhistorische elementen, zoals restanten van kreken, verkaveling en dergelijke meer zijn zichtbaar in het landschap. Dit vergroot de landschapsbeleving. De landbouw wordt steeds duurzamer. Pilots zullen inzicht geven of en hoe kringlopen dichter bij huis met nog meer oog voor o.a. de bodem (bodemleven en –structuur) in meer of mindere mate gesloten kunnen worden. Voor zover mogelijk zijn keuzes gemaakt naar meer zouttolerante gewassen. De natuurwaarden zijn vergroot, wat merkbaar is aan de diversiteit van fauna en flora.

Een plan voor de regio zorgt voor voldoende zoetwateropslag om jaarrond de voedselproductie op peil te houden. De landbouwgemeenschap kijkt blijvend vooruit en experimenteert, op zoek naar een passende en duurzamere bedrijfsvoering, waarbij ook minicampings en andere nieuwe economische dragers ruimte hebben, vanzelfsprekend ingebed in het open karakter van het gebied. Ontwikkelingen vinden er altijd op vrijwillige basis plaats. 3.3.2

Opgaven 2020-2030

De karakteristieke openheid van het agrarische landschap rondom het Veerse Meer – in contrast met de verdichte kernen en recreatiezones - draagt bij aan het ervaren van rust, stilte, ruimte en donkerte, en daarmee aan de recreatieve aantrekkingskracht van het Veerse Meer. Het agrarisch gebruik is een belangrijke drager van deze karakteristieke openheid. Het open agrarisch landschap rondom het Veerse Meer kenmerkt zich door een grote verscheidenheid, waarbij het contract tussen oud en nieuw land een belangrijk cultuurhistorisch landschappelijk kenmerk is. Door nieuwe (o.m. verblijfsrecreatieve) ontwikkelingen dicht op de oever en het verdwijnen van groenstructuren staat het behoud van het karakteristieke beeld en de openheid in deze gebieden soms onder druk. Het is een van de kernopgaven van deze visie om deze ruimtelijke kwaliteit te behouden en waar mogelijk te versterken. De landbouw in het gebied die overwegend uit akkerbouwbedrijven bestaat, beschikt over uitstekende gronden voor voedselproductie. Echter wordt deze sector - net als de rest van de maatschappij geconfronteerd met klimaatverandering, de landbouwtransitie, stikstofproblematiek, hogere productiekosten, toenemende grondprijzen en investeringen in een meer duurzame bedrijfsvoering.

Langs de ene kant vergt het behoud en de versterking van de vitaliteit van het landelijk gebied het nastreven van toekomstgerichte en –bestendige landbouw, met oog voor landschap en biodiversiteit. Deze opgave overstijgt echter het schaalniveau van de Gebiedsvisie, maar kan waar mogelijk vanuit de visie ondersteund en gestimuleerd worden. Voor gewenste ontwikkelingen in de landbouw wordt uitgegaan van het ambitiedocument landelijk gebied dat door overheden en sector in gezamenlijkheid is opgesteld (november 2019). Langs de andere kant ligt er ook een opgave voor het genereren van

22

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

extra inkomsten door gebruik te maken van Nieuwe Economische Dragers (NED). Mogelijk kunnen koppelingen met bijvoorbeeld (agrarisch) natuurbeheer, de klimaatopgave, de bosvisie en de voedselagenda kansen bieden als onderdeel van een duurzame economische bedrijfsvoering. De zoetwatervoorraden (zgn. zoetwaterbellen) vormen een belangrijke productiefactor en verdienen de aandacht, zodat ze blijvend van waarde zijn. Meer recreatie en levendigheid in het gebied heeft naast voordelen ook het nadeel van toenemend verkeer waardoor meer risico voor conflicterende situaties met landbouwverkeer ontstaat. Zowel de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het gebied voor diverse vervoersmodaliteiten en functies vormt daarmee een aanvullende uitdaging. 3.3.3

Principes

De volgende algemene principes, vastgesteld in Fase 1 van de Gebiedsvisie, zijn van toepassing op deze gebiedstypologie.  Behoud, bescherm en versterk natuurkwaliteiten en landschapswaarden  Behoud oorspronkelijke ontwerpprincipes voor optimale beleving  De hoogte van de bebouwing mag het open Deltalandschap van het Veerse Meer gebied niet verstoren  Sta geen permanente nieuwvestiging buiten aandachtsgebieden toe en sluit bij voorkeur aan op de bestaande bebouwingscontouren  Houd rekening met de impact op infrastructuur  Behoud de vitaliteit van het landelijk gebied 3.3.4 

     

     

Kansen

Verbeteren zoetwatervoorziening door toepassing van de drietrapsstrategie vasthouden-bergenafvoeren (mogelijk levert dit in combinatie met natuur/recreatieve ontwikkelingen, extra mogelijkheden op. Via Deltaplan Zoetwater en de Klimaatadaptatiestrategie voor Zeeland wordt dit verder uitgewerkt.) Zoetwaterbel op de Goudplaat biedt mogelijkheden als buffer tegen zout water voor landbouw en natuur Zoetwaterbellen als buffer voor verontreinigingen Vasthouden van water via verhogen organische stofgehalte in de bodem Zilte gewassen hebben ook baat bij voldoende zoetwater bij het ontkiemproces Pilot rondom metingen zoet/zout water aan de randen van het Veerse Meer Innovatieve, duurzamere landbouwoplossingen rond natuurgebieden/Veerse Meer biedt kansen voor versterking van de natuur- en landschapskwaliteiten. (Mogelijk zijn er combinaties te leggen tussen lokaal produceren en consumeren. De agrariërs leveren hun producten direct aan de omgeving; lees de burgers en recreanten. Deze oplossingen moeten zodanig in te passen zijn, dat het verdienmodel voor de landbouw rendabel blijft, omdat de productie groter is dan wat burgers en recreanten consumeren.) Als nieuwe economische dragers kunnen koppelingen met bijvoorbeeld (agrarisch) natuurbeheer, de klimaatopgave, de bosvisie en de voedselagenda gemaakt worden.

De provinciale grondbank en het bijbehorende kavelruilinstrumentarium kunnen daarbij worden ingezet, altijd op basis van vrijwilligheid. Cultuurhistorische elementen in het gebied inzetten om recreatieve beleving voor wandelaars en fietsers te vergroten en de identiteit van het gebied te versterken (bijv. erfgoedlijnen). Verbreding van cross-sectorale diensten als verdienmodel (zoals bijv. kinderopvang, boerderijwinkel of landschapsbeheer). Koppeling van maatschappelijke opgaven via agendering/samenwerking binnen Gebiedsvisie Mogelijkheden voor zilte teelten verder verkennen (instrument: innovatie via POP en/of kennisinstellingen) Meer draagvlak vanuit de landbouw voor toekomstbestendige agrarische bedrijfsvoering Meer begrip over en weer voor het samengaan van recreatie- en landbouwverkeer

23

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

3.3.5    

Risico's

Voorkomen dat de agrarische sector te eenzijdig wordt. De kosten van alternatieven bij te weinig zoetwater voorraden. Een langer toeristisch seizoen valt samen met de oogsttijd. Dit biedt risico's voor verkeersveiligheid. Overlast van toeristen. Denk aan zwerfvuil bij pop-up restaurants.

3.3.6 Acties Zie hoofdstuk 7. Actieprogramma.

24

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

3.4

Dagrecreatieve oever

3.4.1

Perspectief 2030

De dagrecreatieve oevers zijn hét visitekaartje van het Veerse Meer. Het zijn bij uitstek de plekken waar mensen (samen)komen om een dagje te recreëren en te genieten op, in en aan het water. De brede, landschappelijk ingerichte oevers met een verzorgde en herkenbare inrichting nodigen uit tot informeel gebruik. Zij zijn openbaar toegankelijk en bieden vrij zicht op en vrije toegang tot het water. De goed verzorgde openbare voorzieningen zoals steigers, trailerhellingen, speelfaciliteiten en ontmoetingsplekken faciliteren een divers en veilig gebruik. Zo wordt een veelheid aan gebruikers de mogelijkheid geboden het Veerse Meer, zowel van op land als water, te beleven. De verschillende oevers hebben zich met specifieke voorzieningen en mogelijkheden tot onderscheidende plekjes ontwikkeld, met een verschillend dominant gebruik (surfen, zwemmen, gezinsstrandjes etc.). De oevers zijn goed bereikbaar voor auto's, fietsers en wandelaars. Auto's parkeren op ruime, groen ingerichte parkeerplaatsen op afstand van de oever. Doorgaande routes voor fietsers en wandelaars op het hogere deel van de oever zijn verbonden met de fiets- en wandelroutes in de omgeving en vormen een aantrekkelijk ‘rondje Veerse Meer’. Om het groene en openbare karakter te behouden is permanente nieuwvestiging niet toegestaan. De nu aanwezige ondernemingen vervullen een gewaardeerde functie.

Beperkte uitbreidingsmogelijkheden zijn er slechts ten behoeve van kwaliteitsverbetering, aansluitend op schaal en DNA van de plek. Niet-permanente seizoensgebonden voorzieningen en diensten verrijken het recreatieve aanbod in het seizoen. Buiten het toeristische seizoen zijn de dagrecreatieve oevers een aantrekkelijke plek voor vogels en rust- en stiltezoekers. 3.4.2

Opgaven 2020-2030

De belangrijkste opgave voor dagrecreatieve oevers betreft het behouden en versterken van de

openbare toegankelijkheid van land en water voor alle doelgroepen. Dit vertaalt zich in goede bereikbaarheid van de oevers, voldoende en goed onderhouden infrastructurele en recreatieve voorzieningen en het borgen van de veiligheid voor de recreant onder water door het tegengaan van Japanse oesters en het creëren van een aangenaam klimaat door groen te benutten ten behoeve van schaduwplekken in het kader van klimaatadaptatie en hittestress. Om openbare faciliteiten zoals trailerhellingen, aanlegsteigers en andere watergebonden faciliteiten goed te kunnen voorzien van een duurzame kwaliteit, te onderhouden en te vervangen indien nodig is het borgen van voldoende en structurele (publieke) financiering een aanvullende opgave. Publieke faciliteiten (bijv. meubilair, speelplekken, sanitair) kenmerken zich niet alleen door middel van kwalitatieve hoogstaande voorzieningen maar ook door een uniforme uitstraling langs het Veerse Meer, als onderdeel van de gebiedsbranding opgave. Het uitgangspunt blijft duisternis, lichtvervuiling wordt teruggedrongen. Ook de bereikbaarheid van dagrecreatieve oevers vergt extra aandacht. Denk aan bereikbaarheid via openbaar vervoer en/of nieuwe vervoersconcepten.

Parkeerplekken kunnen bijvoorbeeld als aantrekkelijk entreepunt voor dagrecreatieve oevers functioneren, zowel qua uitstraling als in combinatie met sanitair en infrastructurele voorzieningen zoals laadzuilen voor fiets en auto. Ook domeinvorming is een aandachtspunt in kader van bereikbaarheid en toegankelijkheid.

25

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

Bovendien wordt het 'rondje Veerse Meer’ geborgd door doorontwikkeling en het behoud van de hoge kwaliteit van fiets- en wandelstructuren rondom het Veerse Meer, inclusief voldoende brede paden, stallingsmogelijkheden, oplaadpunten, rustplekken (passend bij het DNA van het Veerse Meer). 3.4.3

Principes

De volgende algemene principes, vastgesteld in Fase 1 van de Gebiedsvisie, zijn van toepassing op deze gebiedstypologie.        3.4.4 

Behoud oorspronkelijke ontwerpprincipes voor optimale beleving Behoud en versterk openbaar toegankelijke voorzieningen t.b.v. (water)recreatie De hoogte van de bebouwing mag het open Deltalandschap van het Veerse Meer gebied niet verstoren Leg het accent of kwaliteitsverbetering, verduurzaming en maatschappelijke meerwaarde Sta geen permanente nieuwvestiging buiten aandachtsgebieden toe en sluit bij voorkeur aan op de bestaande bebouwingscontouren Houd rekening met de impact of infrastructuur Bied alleen ruimte aan ondernemers die in hun ontwikkelplannen de identiteit en de specifieke kwaliteiten van het gebied respecteren en versterken Kansen

Stimuleren van ontmoetingen door centreren van voorzieningen (rustplekken, informatieborden, fietsoplaadpunten, drinkwatertappunten, sanitair), aangesloten op routestructuren Stimuleren van buiten spelen en sporten (denk aan natuurlijke speelterreinen, beweegroutes en sportieve uitdagingen) Low-impact waterrecreatie (waarvoor geen permanente voorzieningen aan de oevers nodig zijn) Betere belevingsmogelijkheden onderwaterwereld (kleinschalig, zonder bebouwing) Nieuwe belevingsconcepten (denk aan excursies/ proeverijen passend bij Veerse Meer en Zeeland) Mogelijk maken van tijdelijke, pop-up concepten, passend bij plek en seizoen Bijdrage aan klimaatadaptatie door het eenvoudig plaatsen van streekeigen solitaire bomen (kan de oevers van het Veerse Meer aantrekkelijker maken voor dagrecreatief gebruik). Aansluiting bij visie Bestemming Zeeland 2030 Identiteit en het gebruik van de oevers laten bepalen door de inrichting, huisstijl en het lokale DNA. Kwaliteitscriteria voor dagrecreatieve oevers Gastheerschap van sanitair beheerders die uitleg geven over de omgeving etc. (geïnspireerd door gemeente Veere) Meeprofiteren van andere maatschappelijke opgaven, zoals klimaatadaptatie, bosvisie, etc. Experimenteerruimte bieden aan tijdelijke concepten voor hoogwaardige niet permanente voorzieningen (Op basis daarvan een definitief kader ontwikkelen. Eventueel koppelen aan onderwijs)

           

3.4.5 -

Risico's Handhaving, met name na zonsondergang Gebrek aan financiering Van visie naar projecten Tijdelijkheid en waardig definiëren, o.a. passend bij de doelgroep en het gebied Kannibalisme, cf tijdelijke ondernemingen die permanente beconcurreren onder andere voorwaarden Domeinvorming belemmert ‘oever is van iedereen’

3.4.6 Acties Zie hoofdstuk 7. Actieprogramma.

26

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

3.5

Dammen

3.5.1

Perspectief 2030

De dammen, dijken en oevers vormen samen de waterkeringszone en beschermen het gebied tegen overstromingen. De natuurlijke omgeving, met de beleving van land en water, het vrije uitzicht op de horizon en overkant(en) zijn grote kwaliteiten die men gekoesterd heeft. Dit samenspel zorgt voor een waaier aan recreatieve activiteiten als wandelen, fietsen, zwemmen, zonnen en allerlei watergerelateerde in- en ontspanning. Beide dammen, zowel de Veerse Gatdam als de Zandkreekdam, hebben twee hoofdfuncties aan het Veerse Meer: waterkering enerzijds en de verbinding tussen de eilanden anderzijds. De Zandkreekdam, 830m, is in 1960 aangelegd en was het eerste Deltawerk in Zeeland. De dam faciliteert de verbinding tussen Noord- en Zuid-Beveland door middel van een combinatie van een dam, wegverbinding en sluis. In 2004 werd door Rijkswaterstaat de Katse Heule geopend: een constructie die zout water vanuit de Oosterschelde het Veerse Meer in laat stromen. De instroom van Oosterscheldewater deed het zoutgehalte in het Veerse Meer stijgen en verbeterde de waterkwaliteit. Langs de andere kant zorgde de inbreng van Oosterscheldewater ook voor het intreden van Japanse oesters en krabben en een toename van kwallen in het Veerse Meer en veroorzaakte verzilting in omliggende gronden. De Zandkreekdam is onderdeel van de maatregelen omtrent de N256/Deltaweg (o.a.

aanleg van een nieuwe landbouwweg) en zal daarom in dit hoofdstuk verder buiten beschouwing worden gelaten6. De Veerse Gatdam is onderdeel van zowel de Kustvisie als de Landschapsvisie Deltadammen. Deze dam verbindt Walcheren en Noord-Beveland en is met 2,8km de kortste van Zeeuwse Deltadammen. De dam is ingeplant met duinbeplanting waardoor er deels een natuurlijk karakter is ontstaan. Als gevolg daarvan is de Veerse Gatdam onderdeel van ieders bucketlist, de Dammenroute moet je eens in je leven gefietst hebben. Als fietser of wandelaar maak je gebruik van de brede boulevard boven op de dam, hierbij kun je genieten van een ongeschonden zicht richting de Walcherse kant van het Veerse Meer; eenvoudige, basic strandhuisjes en het silhouet van het stadje Veere dragen bij aan de herkenbaarheid van de oude kustlijn van Walcheren. Aan de Noord-Bevelandse kant heb je open zicht op het meest indrukwekkende object van de Deltawerken; de Oosterscheldekering. Natuurlijk kun je ook met de auto dé route rijden, hierbij maak je gebruik van één van de vele mogelijkheden om te parkeren en gebruik te maken van hoogstaande kwalitatieve voorzieningen. Zwemmen, surfen of duiken, het kan allemaal vanaf de Veerse Gatdam. 3.5.2

Opgaven 2020-2030

De opgaven voor de Veerse Gatdam worden met name gezien in natuur, infrastructuur en dagrecreatie. Een gebrek aan circulatie en zuurstof in het Veerse Meer leidt tot verminderde waterkwaliteit. Daarnaast ligt er internationaal een belangrijke opgave; behoud van de natuurkwaliteit in Natura 2000 gebied. Een andere belangrijke opgave is het accentueren van de cultuurhistorische verbinding tussen de eilandkoppen. De leesbaarheid van de Veerse Gatdam als ‘kering door zee’ staat onder druk doordat de aansluitingen van de dam op de eilandkoppen, aan beide zijden, slecht zichtbaar zijn geworden.

6 https://www.zeeland.nl/verkeer-en-openbaar-vervoer/deltaweg-n256/deltaweg-kortetermijnmaatregelen

27

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

Op het gebied van recreatie is de Kustvisie helder: geen verblijfsrecreatieve ontwikkelingen meer. Aan de meerzijde van de Veerse Dam is er ruimte voor kwaliteitsverbetering aan de bestaande surfschool en de vestiging van een duiklocatie. Beide dagrecreatieve activiteiten hebben een kleinschalig karakter en dragen bij aan een brede kwaliteitsimpuls van de Veerse Dam. Verdere nieuwbouw op de dam is niet mogelijk, tenzij ten dienste van het kustfundament/primaire kering. Bestaande rechten dienen wel gerespecteerd te worden. Verrommeling is een ander aandachtspunt op de kering; het meubilair is een ratjetoe aan bankjes, fietsenklemmen, sanitaire voorzieningen, vlaggen etc. Het ontbreekt aan een herkenbare huisstijl, hierbij wordt aansluiting gezocht bij de gebiedsbranding voor het Veerse Meer die al bij dagrecreatieve oevers geagendeerd werd. De eerdere ontwikkeling van (slaap)strandhuisjes op het strand maakt dat het aan de zeezijde van de dam ruimtelijk voller wordt, daarnaast leidt deze toename aan buitendijkse bebouwing aan toegenomen en meer permanente parkeerdruk binnendijks wat de aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van de Dammen benadeelt. 3.5.3

Principes

De volgende algemene principes, vastgesteld in Fase 1 van de Gebiedsvisie, zijn van toepassing op deze gebiedstypologie.  Behoud, bescherm en versterk natuurkwaliteiten en landschapswaarden  Behoud oorspronkelijke ontwerpprincipes voor optimale beleving  Behoud en versterk openbaar toegankelijke voorzieningen t.b.v. (water)recreatie  Leg het accent of kwaliteitsverbetering, verduurzaming en maatschappelijke meerwaarde  Sta geen permanente nieuwvestiging buiten aandachtsgebieden toe en sluit bij voorkeur aan op de bestaande bebouwingscontouren  Houd rekening met de impact of infrastructuur 3.5.4   

Kansen

De kwaliteit van dagrecreatieve voorzieningen in balans brengen met de kwaliteit van hun omgeving (extra verblijfsrecreatieve ontwikkelingen, inclusief bebouwing, zijn uitgesloten). Behoud het unieke karakter van de dammen en de kwaliteiten van robuustheid, openheid en ongereptheid (zoals genoemd in de Zeeuwse Kustvisie). Maak gebruik van de 10 gouden regels zoals deze opgesteld zijn in de Landschapsvisie Deltadammen (Deze regels bieden handvatten om ontwikkelingen aan, op en rond de dammen te beoordelen en zo nodig richting mee te geven.)

3.5.5

Risico's

N.n.t.b.

3.5.6

Acties

Zie hoofdstuk 7. Actieprogramma.

28

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

3.6

Bebouwde oever

3.6.1

Perspectief 2030

De oevers van het Veerse Meer kennen een grote landschappelijke variatie. Bebouwde oevers wisselen af met meer extensief gebruikte delen van het meer en zachte overgangen tussen water en land. Dit alles gekaderd in een groen en agrarisch landschap, wat het voor de gebruiker een aantrekkelijke omgeving maakt. De verschillende dorpen rondom het Veerse Meer – Kortgene, Kamperland, Wolphaartsdijk, Vrouwenpolder - en de stad Veere zijn dé plaatsen waar het toerisme langs het Veerse Meer zich concentreert en waar het floreert. De havens zijn daarbij de absolute hotspots. Vanaf hier vertrekken velen voor een belevingstocht op het Veerse Meer, geniet een gevarieerd publiek van het gevarieerd en hoogstaand aanbod van restaurants, cafés en dagrecreatieve voorzieningen en treffen bezoekers elkaar langs het water. Rondom de plaatsen liggen de hoogwaardige verblijfsrecreatieve parken fraai ingebed in het landschap. De parken en de oevers zijn voor ieder toegankelijk en maken deel uit van de dagelijkse leefomgeving van recreant, toerist en inwoners. Hoewel er slechts een enkele nieuwe ontwikkeling is bijgekomen in de bebouwde kernen, is er toch het één en ander veranderd. Ondernemers kregen kansen voor versterking, kwaliteitsverbetering en innovatie van hun bestaande product en hebben die met beide handen aangegrepen.

Het recreatieve aanbod is door hun ondernemerskracht met recht gedifferentieerd en onderscheidend te noemen. Bezoekers - ook die met een smallere beurs - mogen overal rekenen op accommodaties en voorzieningen van hoge kwaliteit. In kernen zelf is de leefbaarheid voor inwoners verbeterd door een aantrekkelijk voorzieningen- en dienstenaanbod. Bij ontwikkelingen is immers steevast de nadruk gelegd op hun maatschappelijke bijdrage aan het dagelijkse leven in dorp of stad. De bebouwde oevers zelf zijn divers in beeld en beleving. Ze hebben een duidelijk herkenbaar, eigen karakter voortkomend uit hun oorsprong en ligging op één van de Zeeuwse eilanden. De inrichting van deze oevers houdt de oorspronkelijke ontwerpprincipes van het landschapsplan in ere (hoofdstuk 1). De lage bebouwing staat in een lommerrijke wereld op afstand van de waterlijn. De tussenliggende grassige oever is openbaar toegankelijk en biedt direct toegang tot het water. Het totaal is omkaderd met bosschages naar de ideeën van Nico de Jonge. De havengebieden én de stad Veere vormen hierop een uitzondering. Hier wordt de groene contour rond het Veerse Meer kort doorbroken met een meer geconcentreerde en een grotere schaal van bebouwing direct aan het water. 3.6.2

Opgaven 2020-2030

De afgelopen jaren is er een maatschappelijke zorg ontstaan over de natuur- en landschappelijke waarden van het Veerse Meer door toegenomen verstening, zichtbaar in de havens en op of nabij de oevers van het meer door nieuwe en/of uitgebreide verblijfsrecreatie. Dit consumeerde het landschap in plaats van dat er nieuw landschap werd gecreëerd. Uiteindelijk gaat daardoor de kwaliteit van het gehele gebied achteruit en daarmee ook de kwaliteit van onder meer het totale toeristisch product. De hoofdopgave voor bebouwde oevers is dan ook geen verdere verstening.

29

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

Een bijkomende opgave in deze context is het voorkomen dat dorpskernen en verblijfsrecreatieve gebieden in elkaar gaan overlopen. Wel is het belangrijk om de verbinding tussen beide te versterken, bv door middel van wandel- fiets-, langzaam-verkeer mogelijkheden. De verbinding kan ook verder gestimuleerd worden door het voorzieningenniveau (eet- en drinkgelegenheden, detailhandel en culturele(aangelegenheden) in de dorpskernen aantrekkelijker te maken, wat ook de leefbaarheid voor de inwoners ten goede komt. Dit kan versterkt worden door meer in te zetten op diversiteit in functies. Denk aan hoogwaardige innovatieve concepten met voldoende onderlinge diversiteit langs het Veerse Meer. Deze opgave is zowel voor de private ondernemer van belang als voor de publieke overheid. Vergelijkbaar met de inzet bij dagrecreatieve oevers is aanvullende publieke financiering noodzakelijk om deze opgave invulling te geven. 3.6.3

Principes

De volgende algemene principes, vastgesteld in Fase 1 van de Gebiedsvisie, zijn van toepassing op deze gebiedstypologie.    

Sta geen permanente nieuwvestiging buiten aandachtsgebieden toe en sluit bij voorkeur aan op de bestaande bebouwingscontouren Houd rekening met de impact op infrastructuur Bied alleen ruimte aan ondernemers die in hun ontwikkelplannen de identiteit en de specifieke kwaliteiten van het gebied respecteren en versterken De hoogte van de bebouwing mag het open Deltalandschap van het Veerse Meer gebied niet verstoren

Vanwege drie verschillende sferen die aanwezig zijn binnen de gebiedstypologie bebouwde oevers (algemeen, havens en vesting Veere), zijn de uitgangspunten voor de hoogte van de bebouwing per sfeer uitgewerkt (zie tabel 1). Tabel 1: Uitgangspunten hoogte bebouwing sferen bebouwde oevers (i.o.) Bebouwing

Terrein Algemeen (alles buiten de

havens en vesting Veere)

Kleinschalig karakter, aansluitend bij karakteristieken en uitstraling van de locatie en rekening houdend met de essentiële zichtlijnen in het landschap. De oeverzone is breed, continu, openbaar toegankelijk en biedt vrij uitzicht op het Veerse Meer. Domeinvorming op de oever is niet toegestaan, tenzij veiligheidsvereisten van personen of goederen in het geding zijn. In deze gevallen wordt er naar een landschappelijk passende oplossing gezocht.

Een bouwhoogte van max. 1 laag met kap. (goothoogte max. 4,5m en bouwhoogte max. 6,5m). Met uitzonderingen van: o Enkele locaties waarbij hogere bebouwing functioneel noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering en logisch aansluit (aangetoond d.m.v. beeldkwaliteitsplan) bij een reeds bestaand (ensemble van) gebouw(en) en toegestaan is volgens het bestemmingsplan o Locaties op aanzienlijke afstand van de waterlijn (minimum van 100m) gelegen binnen een bosschage/groen kader die het gebouw aan het zicht onttrekt. Hier geldt een maximale bouwhoogte van 2 lagen met een kap (goothoogte max. 8 en bouwhoogte max. 10m) Bouwen in, op of direct aan het water is niet toegestaan. Bebouwing staat liefst vrij van de waterlijn op min. 50 m afstand. Waar dit niet mogelijk is, is de bebouwing ingepakt met een landschappelijke inpassing van min. 15 m breedte.

30

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

Havens

Vesting Veere

3.6.4         

Het gebied is zoveel mogelijk openbaar toegankelijk binnen de veiligheidsvereisten ten aanzien van personen en goederen. De oevers blijven waar mogelijk openbaar gebied of zijn anders minimaal openbaar toegankelijk. Domeinvorming (en hekwerken/afrasteringen) wordt zoveel mogelijk voorkomen, tenzij veiligheidsvereisten van personen of goederen in het geding zijn. Passende groene invulling heeft een robuuste maat (vergelijkbaar met/in verhouding tot de havenloodsen) en bestaat uit gras met los gestrooide boom(groepen), boomgroepen, singels of bosschages.

Bebouwing sluit in bouwhoogte, massa en uitstraling aan bij de schaal en stedenbouwkundige structuur en architectuur van het havengebied en blijft weg van de waterlijn, tenzij middels het beeldkwaliteitsplan wordt onderbouwd dat een kortere afstand te rechtvaardigen is en dit functioneel noodzakelijk is. Nieuwe bebouwing concurreert niet met de bebouwing die van oorsprong visueelruimtelijk een dominante positie inneemt in de haven. Gebouwen staan direct in de openbare/buitenruimte en hebben geen eigen tuinen of een andersoortige afgescheiden intermediaire ruimte tussen gebouw en openbare ruimte De maximale bouwhoogte is 2 lagen met kap of 3 bouwlagen (bouwhoogte max. 10m en goothoogte max. 8 m). Incidenteel en onder voorwaarden is een hogere bouwhoogte mogelijk als stedenbouwkundig/architectonisch accent tot een max. bouwhoogte van 15m indien dat de uitstraling van het gebied op het Veerse Meer niet verstoort.

Vesting Veere neemt een bijzondere positie in langs het Veerse Meer als compacte vestingstad met kenmerkend en beeldbepalend stadssilhouet. De vesting en omgeving zijn Beschermd stadsgezicht. Eventuele ontwikkelingen moeten passen binnen het Beschermd Stadsgezicht en de reeds vastgelegde bepalingen die er gelden.

Kansen

Verduurzaming, kwaliteitsverbetering, herstructurering en innovatie van het (verblijfs)recreatieve aanbod Zorgdragen voor een diversiteit aan functies en (verblijfs)recreatief aanbod voor alle doelgroepen Waarborgen openbaarheid en toegankelijkheid van de (bebouwde) oevers langs het Veerse Meer Realiseren van verbindende recreatieve structuren langs de (bebouwde)oevers en tussen de verblijfsrecreatie terreinen en de kernen Vergroening van de bebouwde oevers en verdere ontwikkeling van de groene omkadering op basis van de ontwerpprincipes van Nico de Jonge. Samenhangende inrichting van de openbare ruimte van de havens als ontmoetings- en verblijfsplek Scheppen van heldere kaders voor verlichting i.r.t. duisternis als landschappelijke kwaliteit Variatie in landschap niet alleen via bomen faciliteren Openbaarheid en beleefbaarheid van havens garanderen, muv het steigergedeelte.

31

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

   

Een landschappelijke aanpak voor de haven als koppelpunt tussen land en water Mensen zonder boot uitnodigen om ook de haven en het water te beleven. Toeristenbelasting als doelbelasting ontwikkelen ten behoeve van diversiteit aan functies en voorzieningen Organische groei voor bestaande ondernemers die gematigd groeien

3.6.5      

Risico's

Te schaarse ruimte voor ontwikkelingen. Ten koste van agrarisch grondgebied. Een rendabel economisch model blijkt voor ondernemers niet haalbaar binnen de huidige kaders. Als waterpartijen meer landinwaarts gaat, neemt het risico op verzilting toe. Toeristenbelasting oneerlijk verdeeld tussen dag- en verblijfsrecreatie. Bestaande/kleine ondernemers moeten onderspit delven t.o.v. nieuwe grote ontwikkelaars De openbare toegankelijkheid van bebouwde oevers is gezien bestaande domeinvorming niet realistisch.

3.6.6 Acties Zie hoofdstuk 7. Actieprogramma.

32

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

4.

Strategie voor ontwikkelingen

(nog afstemming met uitgangspunten/kaders kustvisie vereist – proces loopt): Typerend voor het Veerse Meer gebied zijn de openheid, het agrarische landschap, openbaar toegankelijke oevers en mooie zichtlijnen op markante oriëntatiepunten en cultuurhistorische fenomenen. De maatschappelijke oproep om deze omgevingskwaliteiten niet verder aan te tasten door verdere verstening klonk luid. Daarom wordt ervoor gekozen om geen nieuwe verblijfsrecreatieve ontwikkelingen meer toe te laten rondom het meer, tenzij ze zich binnen een bestaand stedelijk gebied of een aandachtsgebied bevinden en daarmee bijdragen aan een kwalitatieve opwaardering van het gebied vanuit de daar aanwezige knelpunten en/of maatschappelijke opgaven. Dit vertaalt zich in een tweeledige strategie voor ontwikkelingen, naar analogie van de Zeeuwse kustvisie: 1. Beschermen, versterken en beleven van bestaande kwaliteiten 2. Ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten 4.1

Beschermen, versterken en beleven van bestaande kwaliteiten

Gezien de grote druk op landschaps- en omgevingskwaliteiten rondom het Veerse Meer, ligt de focus in het gebied op het behouden, beschermen, versterken en beleven ervan. Deze strategie is van toepassing op alle (in hoofdstuk 3 beschreven) gebiedstypologieën: - Veerse Meer – water (3.1) - Natuur(oevers) (3.2) - Open agrarisch landschap en oevers (3.3) - Dagrecreatieve oevers (3.4) - Dammen (3.5) - Bebouwde oevers (3.6) Elk van deze gebiedstypologieën heeft haar eigen kwaliteiten, functies en gebruikers en onderling zorgen ze voor een landschappelijke dynamiek. Gezamenlijk bepalen ze de identiteit en aantrekkelijkheid van het gebied. 4.1.1

Ontwikkelruimte

Geen permanente (verblijfs)recreatieve nieuwvestiging Binnen deze typologieën is het uitgangspunt dat er geen ruimte meer wordt geboden voor nieuwe permanente recreatieve ontwikkelingen, tenzij deze ontwikkeling zich binnen bestaand stedelijk gebied of een aandachtsgebied situeert. In dat geval behoort het tot de tweede strategie: ontwikkeling onder strikte voorwaarden binnen een gebiedsgerichte aanpak (zie …). Niet-permanente tijdelijke dagrecreatieve voorzieningen of initiatieven kunnen onder voorwaarden wel buiten de aandachtsgebieden (3.4). (Uitbreiding) gevestigde ondernemingen Gevestigde ondernemingen behouden ruimte voor de geldende, voor een goede bedrijfsvoering noodzakelijke doorontwikkeling en kwaliteitsslag, zoals een agrarisch bedrijf of recreatiebedrijf. Gezien de hoge recreatieve druk in het gebied, geldt voor recreatiebedrijven wel een ontwikkelkader, dat vanuit de kustvisie is ontwikkeld voor ontwikkelingen buiten de kustzone. De focus ligt op kwaliteitsverbetering, productinnovatie en – differentiatie. Uitbreiding in eenheden en/of oppervlakte van de bestaande (verblijfs)recreatiebedrijven is mogelijk indien deze voldoet aan dat ontwikkelkader. (afstemming ontwikkelkader buiten kustzone/buiten aandachtsgebied – zie hieronder B t/mD).

33

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

4.1.2

Beschermingsgebieden

Sommige agrarische (en natuur)gebieden hebben dermate hoge landschappelijke waarden dat ze om aanvullende bescherming vragen. Deze gebieden hebben de status beschermingsgebied. De karakteristieke openheid draagt bij aan het ervaren van rust en ruimte. Voor agrarische gronden die als beschermingsgebied zijn geduid staat het huidige agrarische gebruik niet ter discussie, omdat dit juist zorgt voor de landschappelijke openheid. Wanneer er kansen liggen voor kwaliteitsversterking van dit open landschap middels een integrale gebiedsgerichte impuls van cultuurhistorische, natuur- en/of agrarische waarden is dit mogelijk, o.b.v. vrijwilligheid. Zo ook kan een wens voor omzetting van agrarisch gebied naar natuur, alleen obv vrijwilligheid. Omzetting naar natuur is immers geen kenmerk van een beschermingsgebied. De essentie ligt in de bescherming van het open landschappelijke karakter. 4.2

Ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten

(nog afstemming met uitgangspunten/kaders kustvisie vereist – proces loopt): De tweede strategie is gericht op het gebiedsgericht ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten en versterken van bestaande kwaliteiten. Dit is van toepassing bij aandachtsgebieden (zie kaart hieronder).

Figuur 5: Aandachts- en beschermingsgebieden in kaart gebracht 4.2.1

Definitie en types

Definitie Aandachtsgebieden zijn gedefinieerd als gebieden waar de ruimtelijke kwaliteiten onder druk staan of al (deels) zijn verdwenen. Vaak worden ze gedomineerd door (recreatieve) bebouwing en behoeven die een impuls. Het landschap vormt in alle gevallen de drager van de totale ruimtelijke structuur. Er liggen kansen om de ruimtelijke kwaliteiten integraal (op)nieuw te ontwikkelen en dat gebeurt middels gerichte, integrale ruimtelijke kwaliteitsimpuls, op basis van een door betrokken partijen gezamenlijk gedragen streefbeeld, planvorming en realisatie. Gemeenten zetten lokaal de beleidskaders uiteen, realisatie gebeurt in gezamenlijkheid.

34

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

De (ruimtelijke) kwaliteiten van een specifieke locatie zijn erg gebiedsafhankelijk en zullen bij ontwikkelingen specifiek beschreven moeten worden. Hierbij kan naast de thema’s natuur, landschap, verblijfs- of dagrecreatie ook sprake zijn van opgaven voor waterveiligheid, energietransitie, (watergebonden) bedrijvigheid, woningbouw, leefbaarheid van kernen, cultuurhistorie, aquacultuur en landbouw. De uitwerking en uitvoering van de kwaliteitsimpulsen in een aandachtsgebied gebeurt op basis van een door betrokken partijen gezamenlijk gedragen streefbeeld en enkel wanneer er ook ondernemers bij betrokken zijn en in investeren. Naast ondernemers heeft ook de overheid een rol. Als de overheid partij is, richt zij haar aandacht in de eerste plaats op het proces en de publieke ruimte. Zo’n streefbeeld bestaat uit een visie op het gebied en een ruimtelijke vertaling daarvan op kaart. Gewenste ontwikkelingen kunnen vanuit dit streefbeeld met een kleinschalige projectaanpak gerealiseerd worden. In het streefbeeld voor de aandachtsgebieden wordt in ieder geval invulling gegeven aan de ontwikkeling van de landschapsstructuur (landschap produceren) voor de roodgroene gebieden en aan de ontwikkeling van de openbare ruimte (met toevoeging van blauw en groen) voor de rode gebieden.

De regionale identiteit en de omvang en dichtheden van bebouwing passen bij de landschapsstructuur, volgens de betreffende gebiedstypologie. Het landschap (roodgroen) en openbare ruimte (rood) worden beheerd middels een integraal plan. Hiernaast wordt aansluiting gezocht met de omgeving o.m. door de verdere ontwikkeling en aansluiting op het recreatieve routenetwerk en infrastructuur. Aandachtsgebieden zijn met name te vinden onder de gebiedstypologieën bebouwde en dagrecreatieve oevers. De mogelijkheden voor nieuw te ontwikkelen kwaliteiten worden dus bepaald door de gebiedstypologie (hfdst.3), het type aandachtsgebied en ontwikkelkaders voor (verblijfs)recreatieve bedrijven. (zie hieronder) Drie typen aandachtsgebieden We onderscheiden 3 typen aandachtsgebieden (ovb) -

-

-

4.2.2

Rode aandachtsgebieden zijn clusters bebouwde omgeving waar de ontwikkeldruk voor dag- en/of verblijfsrecreatie hoog is en de kwaliteit van het gebied een impuls nodig heeft. Er is in deze gebieden geen of nauwelijks ruimte voor (extra) natuur en landschap. De kwaliteitsimpuls wordt hier bereikt door te investeren in ruimtelijke kwaliteit/de openbare ruimte, bv. door meer groen en blauw binnen het gebied toe te voegen en/of openbare voorzieningen of infra op te waarderen, passend bij de locatie en het vastgestelde streefbeeld. De contour van het aandachtsgebied is met rood aangegeven. Er komen in de toekomst geen nieuwe rode aandachtsgebieden bij rondom het Veerse Meer. In een rood-groen aandachtsgebied kan de kwaliteitsimpuls worden bereikt door te investeren in natuur- en landschapsversterking. De contour van het aandachtsgebied is zodanig gekozen dat een zgn. 30/70-principe kan worden toegepast, i.e. minimaal 70% natuur/landschap (vb. Water, groen, collectief speelterrein) en 30% recreatiegebied (o.m. een nntb max. Percentage bebouwing, onderverdeeld in verblijf, voorzieningen, parkeerplekken, infrastructuur, waarvan een max. percentage privaat, …). Bebouwing maakt integraal onderdeel uit van het landschap. Het landschap vormt dus de drager van de totale ruimtelijke structuur en bebouwing, positie en materialisatie zijn er ondergeschikt aan.

Hierdoor ontstaat een recreatielandschap waarin verblijf, natuur en beleving een samenhangend geheel vormen. De begrenzing van dit aandachtsgebied is met groen aangegeven, rondom een rode kern. Oranje aandachtsgebieden zijn gebieden waar enkel recreatie zonder verblijf plaatsvindt en waar het gebied in haar totaliteit - landschap inclusief infrastructuur en voorzieningen - een kwaliteitsimpuls nodig heeft. Er is geen ruimte voor nieuwe permanente bebouwing. Ontwikkelruimte

Het Veerse Meer gebied kent veel verschillende typen van ondernemers (met invloed op de ruimtelijke kwaliteit). Denk aan recreatie- en horecaondernemers en ondernemers in de landbouw, visserij, aquacultuur, plezier- en beroepsvaart. Kwaliteit(verbetering) moet voor elke onderneming het

35

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

uitgangspunt vormen. Gezien de hoge recreatieve druk in het gebied geldt echter zowel voor verblijfsals dagrecreatieve ontwikkelingen wel een specifieke context: Specifiek voor verblijfsrecreatie geldt dat de ontwikkelruimte geen 'vrije' ontwikkelingsruimte. In alle gevallen moet de verblijfsrecreatieve ontwikkeling in een aandachtsgebied bijdragen aan het oplossen van verblijfsrecreatieve knelpunten (herstructurering, verplaatsing, sanering) (elders) in het gebied. De uitwerking van dit uitgangspunt is een zaak van partijen gezamenlijk en dient per aandachtsgebied ingevuld te worden. Wat dagrecreatie betreft wil de Provincie haar aantrekkelijkheid vergroten voor bewoners en gasten. Daarbij gaat de vergroting van de mogelijkheden voor dagrecreatie voorzieningen en attracties en het vergroten van de bijdrage van de dagrecreatie aan de lokale economie, hand in hand. Ontwikkelingsmogelijkheden zijn er, mits de activiteiten aansluiten op het karakter van Zeeland en qua aard en schaal passen bij de locatie en gericht op. Ook bij (nieuwe) dagrecreatieve ontwikkelingen staat kwaliteitsverbetering – of toevoeging niet op zichzelf, maar is het (onderdeel van) een integrale gebiedsontwikkeling op basis van een gedragen streefbeeld binnen een aandachtsgebied.

7 (Uitbreiding) gevestigde (verblijfs)recreatieve bedrijven Voor rode aandachtsgebieden geldt bovendien dat de uitbreiding bijdraagt aan een zichtbare opwaardering van de openbare ruimte en publieke infrastructuur en waar mogelijk toevoeging van blauwe en/of groene waarden. Voor roodgroene aandachtsgebieden betekent dat de uitbreiding bijdraagt aan het produceren van landschap en integraal onderdeel uitmaakt van de omgeving (landschap en samenleving). Zie 4.1.1. + ontwikkelkader hieronder B-D Nieuwvestiging (verblijfs)recreatieve bedrijven Nieuwvestiging van een nieuw dag- of verblijfsrecreatief bedrijf is mogelijk binnen de begrenzing van aandachtsgebieden (en bestaand stedelijk gebied) wanneer dit past binnen en bijdraagt aan de door betrokken partijen in deze visie in gezamenlijkheid aangewezen. In het geval van een nieuwe verblijfsrecreatieve ontwikkeling moet deze bijdragen aan het oplossen van verblijfsrecreatieve knelpunten (herstructurering, verplaatsing, sanering) elders in de betreffende regio. Ontwikkelkader A-D

7 Buiten een aandachtsgebied zijn geen nieuwe permanentie ontwikkelingen meer mogelijk – zie hfdst …. In het open agrarisch

gebied gelden voor de vestiging van recreatieve voorzieningen de kaders voor NED in het landelijk gebied.

36

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

ONTWIKKELKADER VOOR (VERBLIJFS)RECREATIEVE ONDERNEMERS (ovb – nog i.o. in afstemming met kustvisie) Kwaliteit(verbetering) wordt geborgd door een ontwikkelkader, dat voorziet in ruimtelijke kwaliteit, economische haalbaarheid, marktbehoefte, onderscheidend vermogen en het leveren van een maatschappelijke bijdrage. Dit alles geplaatst in de context van een integrale gebiedsontwikkeling op basis van een gedragen streefbeeld. A. Ruimtelijke kwaliteit Voor alle ontwikkelingen in roodgroene gebieden geldt dat ze integraal onderdeel uitmaken van een (nieuw) landschap, de bestaande landschappelijke kwaliteiten (minimaal) niet negatief beïnvloeden en aansluiten bij het lokale DNA en de aanwezige landschappelijke- en natuurkwaliteiten (waaronder zichtlijnen, licht/duisternis). De dichtheid en omvang van de bebouwing past in het (silhouet van het) landschap en het beheer en onderhoud van het landschap moet zijn geborgd. De openbaar toegankelijke paden en routestructuren maken integraal onderdeel uit van het landschap, oevers zijn zoveel als mogelijk openbaar toegankelijk (indien veiligheid niet in het geding) en bebouwing in het water of op de waterlijn is niet toegestaan. Domeinvorming wordt voorkomen (cf dmv hekken en andersoortige afscheidingen).

Voor alle ontwikkelingen in rode gebieden geldt dat ze integraal onderdeel uitmaken van een (nieuwe) ruimtelijk kwaliteitsvol geheel, de bestaande omgevingskwaliteiten (minimaal) niet negatief beïnvloeden, aansluiten bij het lokale DNA en de aanwezige landschappelijke- en natuurkwaliteiten (waaronder zichtlijnen, licht/duisternis). De dichtheid en omvang van de bebouwing past in het (silhouet van het) landschap en het beheer en onderhoud van het landschap moet zijn geborgd. Ontwikkelingen mogen geen verslechtering teweegbrengen bij de aanwezige landschappelijke- en natuurlijke kwaliteiten. De openbaar toegankelijke paden en routestructuren maken integraal onderdeel uit van het landschap, oevers zijn zoveel als mogelijk openbaar toegankelijk (indien veiligheid niet in het geding) en bebouwing in het water of op de waterlijn is niet toegestaan. Domeinvorming wordt voorkomen (cf dmv hekken en andersoortige afscheidingen). B. Economische haalbaarheid Ontwikkelingen vinden plaats op basis van een businessplan. Voor verblijfsrecreatieve bestemmingen geldt dat ze voorzien in een centrale bedrijfsmatige exploitatie, voldoen aan de ladder voor duurzame verstedelijking en er geen permanente bewoning wordt toegestaan. C.

Markt en onderscheidend vermogen van het concept Bedrijven en ontwikkelingen zetten qua verschijningsvorm en type accommodatie in op een innovatief en hoogwaardig concept. Hierdoor wordt bijgedragen aan een gedifferentieerd product/dienst/voorziening langs het Veerse Meer, zowel t.a.v. het bestaande aanbod, in soort en qua bereik van verschillende doelgroepen. De diversiteit dient te worden getoetst voor het Veerse Meer-gebied als geheel. Het voegt beleving/beleefbaarheid (bv. van landschap, historie, …) en economische diversiteit toe. Het lokale DNA van het Veerse meer – o.m. gevat in de beginselen van het plan van Nico de Jonge - staat hier centraal, wat onder meer gekenmerkt wordt door kleinschaligheid, landelijkheid, openheid en een natuurlijke inbedding. Met oog op de dynamiek en verdere vernieuwing in de sector, wordt ingezet op circulair, klimaatrobuust en duurzaam bouwen. Investeringen dienen zoveel mogelijk gebruik te maken van de Best Beschikbare Technieken (BBT) in het duurzaam gebruik van energie en materialen en de uitstraling van licht. Voor omwonenden moeten nieuwe ruimtelijke investeringen toegevoegde waarde creëren, zoals openbaarheid van voorzieningen of nieuw of aanvullend aanbod van diensten. Samen met de betrokken overheden dienen de initiatiefnemers ervoor te zorgen dat de lokale (nuts)voorzieningen en verkeersinfrastructuur niet worden overbelast. D.

Sociaal maatschappelijke bijdrage Ontwikkelingen houden rekening met de onderstaande domeinen - Bereikbaarheid en connectiviteit. - Gezondheid, duurzaamheid en klimaatadaptiviteit van de leefomgeving. - Kwaliteit openbare ruimte & leefomgeving. - Toegankelijkheid van natuur (‘groen’ en ‘blauw’). - Leefbaarheid, (sociale) veiligheid en cohesie. Ontwikkelingen houden tevens rekening met de impact die ze hebben op infrastructuur en onderbouwen dit voorafgaand met een impactstudie waar dit wordt vermoed. Ontwikkelingen mogen immers niet nadelig werken voor huidige inwoners of gebruikers dan wel voor de draagkracht van het gebied op vlak van bv.toegankelijkheid en openbaarheid van voorzieningen als wegennet, nutsvoorzieningen, …

37

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

5.

Beleidscontext en governance

5.1

Beleidscontext

5.1.1

Gebiedsontsluitingsvisie Veerse Meer Zuid

De ontsluiting van het gebied en de bestaande infrastructuur staat onder druk, door de toenemende interesse voor het meer en haar omgeving. Vooral aan de zuid- en westzijde van het gebied voorzien we komende jaren een toename van verkeer op de wegen door recreatie en landbouw. Voor de ontsluiting van de zuidoostzijde van het gebied (gebied Middelburg-Goes) is een verkeersstudie uitgevoerd. Komende jaren wordt dit onderzoek uitgewerkt én geconcretiseerd naar maatregelen. Qua bereikbaarheid van bestemmingen is er de afgelopen decennia een kloof ontstaan tussen nieuwe ontwikkelingen (waaronder verblijfsrecreatieve) en de beschikbare capaciteit van het ontsluitende wegennet voor bestemmings- en landbouwverkeer. Dat is vooral rondom Wolphaartsdijk en Arnemuiden zichtbaar. Met de Gebiedsontsluitingvisie Veerse Meer Zuid ligt er een ambitie om het tijd te keren. Door deze visie te vertalen in concrete maatregelen ontstaat er een uitvoeringsagenda. De financiering hiervan vraagt nog veel aandacht. Zonder deze maatregelen ontstaan er met name in de zomerperiode verkeersinfarcten die de gewenste ontwikkelingen zullen frustreren. De energietransitie zal voor andere mobiliteitsconcepten zorgen. Daarin zal de personenauto een prominente rol blijven vervullen als schakel tussen herkomst en recreatieve bestemming. Eenmaal gearriveerd kan de e-bike de rol van de auto overnemen.

Het is dan zaak deze ontwikkeling met comfortabele en veilige fietsinfrastructuur te stimuleren. Naast wegverkeer kent het gebied ook mogelijkheden voor fietsverkeer. Komende jaren zal het aantal fietsers toenemen op de fietspaden. Het tussen de overheden afstemmen en implementeren van een verbeterde (recreatieve) infrastructuur voor verkeer en (openbaar) vervoer rond het Veerse Meer in verband met de huidige overbelasting van het wegennet, o.m. ook qua ontsluiting jachthavens en dagrecreatieterreinen, richting de badplaatsen aan de kust. De bereikbaarheid van (de oevers) Veerse Meer, kernen rondom, de kust; beleving van de kust is dan ook een belangrijk punt van aandacht. 5.1.2

Bestemming Zeeland 2030

Hoe ontwikkelen we Zeeland tot een bestemming die veerkrachtig is, die in balans is met de leefomgeving en die waarde creëert voor bezoekers, bewoners en bedrijven? Het toerisme en vrijetijdsdomein is van groot belang voor Zeeland. In de afgelopen jaren is toerisme naar Zeeland hard gegroeid. Ondanks de huidige coronacrisis wordt verwacht dat toerisme tot 2030 verder zal groeien. Enerzijds biedt dit volop kansen. In de wisselwerking tussen economische spin-off, landschap, gasten én inwoners zijn er echter ook volop aandachtspunten. Hoe kan Zeeland als bestemming daarmee omgaan? Waar staan we nu? Welke uitdagingen zien we? Welke ambities hebben we? En vooral ook: hoe kunnen we onze ambities gezamenlijk realiseren? Samen met ondernemers en overheden werkt het Kenniscentrum Kusttoerisme aan een visie op Bestemming Zeeland 2030, die medio 2021 gereed zal zijn. Om ervoor te zorgen dat alle betrokkenen kunnen beschikken over dezelfde basisinformatie, is een samenvattende startnotitie samengesteld. Hierin is informatie bijeengebracht uit een groot aantal onderzoeken en publicaties die relevant zijn voor de vrijetijdssector in Zeeland. Aangezien het Veerse Meer een belangrijke trekpleister is voor Zeeland als toeristische bestemming, wordt er vanuit de Gebiedsvisie Veerse Meer samengewerkt met het project Bestemming Zeeland 2030.

38

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

5.1.3

Bosvisie

Rijk en provincies willen meer bos voor toekomstige generaties, om invulling te geven aan klimaatdoelstellingen en om de biodiversiteit te verbeteren. Daarom hebben zij samen de landelijke bossenstrategie ondertekend die streeft om eind 2030 tien procent extra bos te realiseren in Nederland. In de Zeeuwse Bosvisie staat beschreven hoe de Provincie Zeeland hier uitvoering aan wil geven. De Zeeuwse Bosvisie is opgesteld in nauw overleg met alle Zeeuwse overheden, agrarische partijen en terreinbeheerders en met een brede inbreng van maatschappelijke partijen. De ambitie is om uiterlijk in 2030 ongeveer 425 ha bos te realiseren binnen het bestaande NatuurNetwerk. Dat gebeurt vooral met Zeeuwse elementen die typerend zijn voor Zeeland. Denk aan beplantingen op dijken of heggen en hoogstamboomgaarden op het agrarische platteland. De uitrol van de Zeeuwse Bosvisie heeft uiteraard ook zijn uitwerking op bossen rond het Veerse Meer. 5.1.4

Aanpak Deltaweg

n.n.t.b.

5.1.5

Landschapsvisie Deltadammen

n.n.t.b.

5.1.6

Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050

De Zuidwestelijke Delta staat de komende jaren voor uitdagende opgaven op het gebied van economie, waterveiligheid, zoetwater en natuur. Thema's als klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie spelen een steeds grotere rol in deze opgaven. Daarom hebben het Gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta en het Rijk, samen met belanghebbenden, een Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050 opgesteld. De Gebiedsagenda geeft een doorkijk tot 2050 en moet in beeld brengen wat de prangende kwesties zijn die partijen met elkaar de komende 15 jaar gaan aanpakken. Het resultaat is een integraal langetermijnperspectief voor de ontwikkeling van de Zuidwestelijke Delta, inclusief een kennis- en innovatieprogramma en een oriënterende uitvoeringsagenda. Deze gebiedsagenda heeft ook zijn doorwerking op het Veerse Meer, wat onderdeel uitmaakt van de Zuidwestelijke Delta. 5.1.7

Regionale Energiestrategie

n.n.t.b.

5.1.8

Klimaatadaptiestrategie Zeeland

Gemeenten, Rijk, waterschap en Provincie hebben samen afgesproken dat zij ervoor gaan zorgen dat schade door hitte, wateroverlast, droogte en overstromingen zo min mogelijk toeneemt. Daarop letten ze bij de aanleg van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, het opknappen van bestaande bebouwing, vervanging van rioleringen, groenbeheer en wegonderhoud. Hoe de overheden hiervoor gaan zorgen, leggen ze vast in een Klimaatadaptatiestrategie voor Zeeland (KasZ). Het concept is nu gereed. Consultatie Zeeuwse besturen De KasZ is een document van alle Zeeuwse overheden samen. De leden van het bestuurlijk kernteam klimaatadaptatie hebben de KasZ op 16 december 2020 aangeboden aan de Zeeuwse overheden. Tijdens de consultatieronde kunnen alle besturen inhoudelijk reageren op het concept. Dit is hét moment om bij te sturen op de inhoud van de strategie, voordat deze in de tweede helft van 2021 wordt vastgesteld. 5.1.9

Ambitiedocument Landelijk Gebied 2021-2030

De Provincie vervult een regisserende rol in het landelijk gebied. Daartoe werden de ambities voor landbouw, natuur, biodiversiteit en klimaat geformuleerd als een eerste stap richting een gezamenlijke aanpak. Streven is het ambitiedocument gezamenlijke met Zeeuwse partijen een uitvoeringsprogramma te ontwikkelen <aanvullen> 5.1.10 Beheer en onderhoud convenant Veerse Meer n.n.t.b.

39

70% versie Gebiedsvisie t.b.v. informatie- en consultatie Raden, Staten, AV en directie RWS

5.2

Governance (wordt nog uitgewerkt)

In de eerste fase van de Gebiedsvisie hebben zowel de betrokken maatschappelijke organisaties als de leden van Provinciale Staten, de gemeenteraden en de ledenraad van het waterschap evenals de Directie RWS de mogelijkheid gekregen hun voorkeur aan te geven voor de gewenste governance. De grootste voorkeur ging daarbij uit naar een overlegmodel en een situatie waarbij de betrokken overheden en maatschappelijke partijen de uitvoering ter hand nemen. Toch is er ook ruime belangstelling bij de politieke vertegenwoordigers voor een onafhankelijke toetsingscommissie die op planniveau of op het niveau van de Gebiedsvisie de ontwikkelingen beschouwt en beoordeelt en de verantwoordelijke bestuurders en uitvoerders daarover adviseert. Momenteel wordt hiertoe een voorstel uitgewerkt.

6. Volgt.

Actieprogramma (In ontwikkeling, nog te categoriseren)

Bijlage I – Overgangsbeleid & statuslijst (vastgesteld in Fase 1) Bijlage II – Algemene principes (vastgesteld in Fase 1) Bijlage III - Aandachtsgebieden – een eerste uitwerking in kansen Bijlage IV - Beschermingsgebieden – een eerste uitwerking in kansen Bijlage V: Landschapskader

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10197810/1