CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-165 Bijlage 2. Transitievisie Warmte Middelburg (TVW)

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Vaststellen Regionale Structuur Warmte Zeeland en Transitie Visie Warmte Middelburg (RM 21-165)16.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het doel is om daarvoor gebruik te maken van de restwarmte die afkomstig is van een bedrijf op Arnestein. Momenteel wordt gekeken of de plannen richting realisatie verder kunnen worden uitgewerkt in samenwerking met publieke partijen. Hoe? In tegenstelling tot gas en elektra zijn warmtenetten nog niet overal aanwezig. De ontwikkeling van nieuwe warmtenetten én duurzame bronnen is afhankelijk van drie voorwaarden: 

22

Er is voldoende schaal en dichtheid in een buurt. Bij een te lage dichtheid of een te laag aantal woningen is een warmtenet vaak niet haalbaar. Er is geen gouden regel, maar als richtlijn kan een minimum van 30 woningen per hectare worden aangenomen.

Er is in de buurt een grote gebouweigenaar aanwezig die in korte tijd veel woningen en gebouwen kan aansluiten. Dit is in de praktijk vaak een woningcorporatie, maar het kunnen ook georganiseerde particuliere gebouweigenaren of VvE’s zijn. Zij maken het mogelijk dat daarna overige gebouweigenaren kunnen aansluiten.

Er is in de buurt perspectief op een duurzame bron. Die bron hoeft niet altijd in de buurt zelf aanwezig te zijn, maar hoe groter de afstand tussen de bron en de buurt, hoe kostbaarder het wordt om de warmte te transporteren en hoe minder efficiënt het warmtenet werkt. In Middelburg lijken restwarmte van de industrie, aquathermie en zonthermie de meest logische warmtebronnen.

Een warmtenet realiseren we met een gebiedsaanpak. Daarbij stemmen we zoveel mogelijk de werkzaamheden op elkaar af. De tijd die nodig is om een gebied aan te sluiten, inclusief het opstellen van een uitvoeringsplan, is vijf à tien jaar.

4.3 Elektrische warmtepompen Wat? Bij dit transitiepad stappen we over naar elektrische warmtepompen. Uiteindelijk is er dan alleen nog een elektriciteitsnet in de wijk nodig. Dit heet ook wel ‘all-electric’. Voordat een woning over kan naar een elektrische warmtepomp moet deze volledig transitiegereed zijn én beschikken over een afgiftesysteem voor lage temperaturen. Hybride warmtepompen, waarbij een cv-ketel bijspringt als het buiten heel koud is en dient voor warm tapwater, zijn een tussenoplossing voor gebouwen die nog onvoldoende zijn geïsoleerd en/of nog geen afgiftesysteem voor lage temperaturen hebben. In deze buurten kunnen gebouweigenaren ook kiezen voor kleinschalig collectieve oplossingen met bijvoorbeeld WKO. Ook dan is er vaak nog een warmtepomp in het gebouw of de woning aanwezig. Waar? Buurten waar de warmtepomp de meest logische route is, zijn relatief nieuwe buurten die al goed geïsoleerd zijn of buurten met een lage bebouwingsdichtheid aan de rand van de stad. Het gaat dan bijvoorbeeld om Veersepoort, Mortiere, Rittenburg, inbreidingslocaties en delen van Arnemuiden (o.a. Hazenburg).

Hoe? De route naar elektrische warmtepompen wordt bepaald door de gebouweigenaren. Zij zullen tussen nu en 2050, zoveel mogelijk op natuurlijke momenten de overstap maken, dit doen zij door hun gebouw geschikt te maken voor verwarmen met lage temperatuur.

Het is in deze gebieden logisch om een doelgroepgerichte aanpak te kiezen waarbij eigenaren van gebouwen met dezelfde kenmerken geholpen worden door een aanpak die past bij hun gebouw.

Het is van belang om de overstap naar elektrische warmtepompen stapsgewijs en op natuurlijke momenten te doen. Wanneer gebouweigenaren overstappen naar elektrische warmtepompen zal uiteindelijk het elektriciteitsnet extra moeten worden verzwaard. De netbeheerder houdt in de gaten wanneer dit nodig is, en zij kiest samen met de gemeente een natuurlijk moment uit om het elektriciteitsnet te verzwaren, bij voorkeur op een moment dat de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk zijn.

Wat? In de gebouwde omgeving zijn verschillende gebieden met een warmtevraag die afwijkt van bestaande woonwijken. Voor deze gebieden geldt dat per type gebied moet worden bekeken welke warmteoptie optimaal is.

4.5 Warmteopties voor bijzondere gebieden

We onderscheiden de volgende bijzondere gebieden: 

Bedrijventerreinen: voor bedrijventerreinen geldt dat de warmtevraag sterk afhankelijk is van het type bedrijven op het terrein. Over het algemeen hebben bedrijven een grotere koudevraag dan woningen en is het aantal eigenaren beperkt, waardoor kleinschalig collectieve oplossingen met warmtepompen en WKO logische opties zijn. In het geval van hallen of loodsen geldt dat er wellicht helemaal geen warmtevraag is.

Recreatieterreinen: recreatievastgoed ligt vaak op terreinen die beschikken over een grote, zakelijke elektriciteits- en gasaansluiting. De infrastructuur op het terrein is eigendom van een beheerder. Voordeel is dat elektriciteit op deze plekken goedkoop is dankzij een lage energiebelasting, waardoor elektrificeren loont. Dit, gecombineerd met het feit dat de warmtevraag in het laagseizoen beperkt is, maakt dat infrarood aangevuld met een (zonne)boiler voor warm tapwater een betaalbare en logische oplossing is. Ook bij permanente bewoning is dit een logische warmteoptie als de woningen beschikken over enige mate van isolatie en het te verwarmen oppervlak beperkt blijft.

Gebiedsontwikkeling: Op gebiedsontwikkelingslocaties ligt de keuze voor de duurzame warmteoptie vaak nog open. Bij vrijwel alle nieuwe woningbouw zal een elektrische warmtepomp de meest logische keus zijn. Alleen bij locaties waar in korte tijd veel woningen in hoge dichtheden worden gebouwd is het logisch om een collectieve oplossing zoals een warmtenet of bronnet te onderzoeken.

Het is in deze gebieden logisch om een doelgroepgerichte aanpak te kiezen waarbij eigenaren van gebouwen met dezelfde kenmerken geholpen worden door een aanpak die past bij hun gebouw.

4.4 Besparen en warmteoptie later herijken Wat? In deze buurten is de uiteindelijke warmteoptie nog onduidelijk. Dat komt omdat de kosten voor verschillende warmteopties dichtbij elkaar liggen en het optimale alternatief nader moet worden onderzocht. Bij de (minimaal) vijfjaarlijkse herijking van de TVW kan de warmteoptie dan opnieuw worden vastgesteld. Dat betekent niet dat we in deze buurten niet kunnen beginnen. Ook in deze buurten kunnen we starten met besparen door woningen transitiegereed te maken en over te stappen naar hybride warmtepompen als tussenoplossing. Waar? In een aantal wijken in Middelburg: Zuid, ’t Zand, Griffioen, Klarenbeek, Dauwendaele (excl. warmtenet) en Ramsburg. Hoe? Gebouweigenaren maken hier hun gebouwen transitiegereed door zoveel mogelijk op natuurlijke momenten te isoleren volgens de landelijke Standaard en door te ventileren, kieren te dichten en over te stappen naar elektrisch koken. Daarnaast gaan we in deze buurten starten met het overstappen op hybride warmtepompen als tussenoplossing.

23

Waar? Bedrijventerreinen: industrieterrein Arnestein, maar ook in diverse kleinere gebieden zoals in Mortiere.

warmteoptie per buurt. Wel biedt de transitiekaart een richtlijn waarmee we als gemeente stappen kunnen zetten: 

Op basis van de transitiekaart kunnen we per buurt duidelijkheid geven aan gebouweigenaren over welke maatregelen zij moeten nemen voor hun gebouw. Die maatregelen zijn in deze TVW al op hoofdlijnen beschreven.

Met de transitiekaart kunnen we uitvoeringsplannen voor verschillende wijken of dorpen gaan opstellen. Daarin worden zaken zoals techniek, betaalbaarheid en uitvoering voor een buurt duidelijk.

De transitiekaart opent het gesprek voor de gemeente en haar partners, zoals de woningcorporaties, inwonerscollectieven en netbeheerders. De gemeente kan de transitiekaart gebruiken als onderbouwing om bepaalde initiatieven van partners te steunen.

De transitiekaart biedt een onderbouwing voor het gebruik van nieuwe regels en middelen die de gemeente ontvangt van de Rijksoverheid. Zo verwachten we bijvoorbeeld dat de gemeente tijdens de nieuwe kabinetsperiode instrumenten voor warmtenetten in de bestaande bouw kan gaan gebruiken.

Recreatieterreinen: twee terreinen ten noordoosten van de gemeente Gebiedsontwikkelling: op diverse plekken in Middelburg, ten noorden van Arnemuiden en in Sint-Laurens. Hoe? Voor bedrijventerreinen, recreatieterreinen en gebiedsontwikkelingslocaties geldt dat een gebiedsgerichte aanpak logisch is om voor die locatie de optimale warmteoptie te kiezen en ontwikkelen. In alle gevallen is er namelijk maar sprake van één of enkele eigenaren of ontwikkelaars. De gemeente kan een rol spelen om deze eigenaren, samen met andere belanghebbenden en marktpartijen, te helpen met een aanpak om te komen tot de overstap naar aardgasvrij. Dat kan bijvoorbeeld de vorm hebben van een uitvoeringsplan.

4.6 De transitiekaart voor Middelburg 4.6.1 Hoe is de transitiekaart tot stand gekomen? De transitiekaart is tot stand gekomen op basis van een vergelijkende analyse en zorgvuldige afwegingen per buurt, waarbij de uitgangspunten uit hoofdstuk 2 leidend zijn geweest: 

Een vergelijkende analyse van drie verschillende modelstudies waarmee we inzicht hebben gekregen in de laagste maatschappelijke kosten voor warmteopties per buurt.

Als buurtgrenzen zijn de buurtgrenzen aangenomen zoals het CBS die hanteert. Omdat die grenzen niet altijd logisch of herkenbaar zijn, hebben we daarbovenop gebieden gemarkeerd waar de gebouwde omgeving afwijkt van de rest van de buurt, en waar dus ook een ander transitiepad gevolgd zal worden.

Omstandigheden per buurt in overleg met de betrokken partijen. Het gaat dan bijvoorbeeld over bestaande uitvoeringsplannen en gebiedsontwikkelingen

4.6.2 Wat betekent de transitiekaart? De transitiekaart laat zien welk transitiepad we in welke buurt doorlopen. Zoals eerder aangegeven beschrijft de TVW de hoofdlijnen van het transitiepad en is het nog geen definitief besluit voor een bepaalde

24

4.6.3 Tot welk eindbeeld leidt de transitiekaart? Nu maken we in bijna de hele gemeente nog gebruik van aardgasverwarming. In 2050 hebben we te maken verschillende warmteopties die gebruik maken van duurzame elektriciteit, duurzaam gas en lokale, duurzame warmtebronnen. Wij hebben uitgerekend hoeveel energie onze mix van warmteopties in 2050 zal gebruiken op jaarbasis. Daarbij hebben we gekeken naar het hele energiegebruik in de gebouwde omgeving, dus verwarming, koeling, apparaten, licht en elektrisch koken bij elkaar. Om te beginnen zien we dat we in de toekomst veel minder energie gaan gebruiken in de gebouwde omgeving. Dat komt vooral omdat we gaan isoleren. Daarnaast zien we dat we veel minder gas gaan gebruiken. Dat komt omdat we verwachten dat duurzaam gas schaars (en dus duur) zal blijven en we dus onze gasvraag zo klein mogelijk moeten maken. In de toekomst gebruiken we alleen nog duurzaam gas voor de piekvoorziening van warmtenetten en voor hybride warmtepompen. We zien dat ons elektriciteitsverbruik zal toenemen. Dat komt vooral omdat we op

verschillende plekken in de gemeente gebruik zullen maken van warmtepompen. Voor de levering van schone elektriciteit en gas zullen we afhankelijk zijn van de verduurzaming van de landelijke elektriciteits- en gasvoorziening, omdat we daarvoor een nationale infrastructuur hebben. 4.6.4 Alles gekleurd, overal starten? De doelstelling is om in 2050 woningen en gebouwen in Middelburg aardgasvrij te verwarmen. Alle buurten zullen hier dus op den duur mee aan de slag moeten, daarom hebben alle buurten een transitiepad. Belangrijk om te realiseren bij het lezen van de kaart, is dat de (tussen)stappen en de snelheid en intensiteit daarvan, sterk kunnen wisselen, en dat een transitiepad een proces beschrijft en niet een moment waarop de schop in de grond gaat. Concrete stappen zoals een buurtaanpak of een haalbaarheidsonderzoek vinden plaats in uitvoeringsplannen als vervolg op de TVW. Dat wil niet zeggen dat er nog niks moet en kan gebeuren. Gemeentebreed zijn energie besparen en het transitiegereed maken van gebouwen de eerste stappen richting aardgasvrij. Dat zal bij voorkeur gebeuren op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld bij verhuizing, renovatie of bij afschrijving van de CV-ketel als dat haalbaar en betaalbaar is voor de gebouweigenaar. Het doel van de TVW en de transitiekaart is om inzicht te bieden voor de komende jaren.

25

Jet Manrho uit Kleverskerke “Wij wonen in een historische tussenwoning in Kleverskerke. We hebben het huis enkele jaren geleden grondig geïsoleerd en voorzien van zonnepanelen. We hebben nog wel een cv ketel, maar verbruiken nog maar heel weinig gas. Tip: Het beste voor het milieu én je portemonnee is om minder spullen te kopen. Immers wat je niet koopt, hoeft niet met veel energie en grondstoffen gemaakt te worden en ook niet getransporteerd te worden. Je kunt ook spullen lenen. En als je toch koopt, koop dan kwaliteit die lang mee gaat.”

Figuur 4: Transitiekaart van Middelburg

26

5 Stappen richting uitvoering De warmtetransitie is complex en wordt niet van de ene op de andere dag uitgevoerd. Het gaat om veranderingen aan gebouwen en infrastructuur, er zijn energiebronnen nodig, en er komen grote investeringen bij kijken. Deze transitie vraagt ook om nieuwe vormen van samenwerken met gebouweigenaren, met inwoners en met het bedrijfsleven en de provincie. Samenwerken in de warmtetransitie betekent meer dan het naast elkaar uitvoeren van de projecten van de individuele stakeholders. Enerzijds dient er coördinatie te zijn op de (samenhang tussen) de specifieke projecten en opgaven. Anderzijds liggen er stevige uitdagingen op het gebied van samenwerking, strategie, communicatie & participatie en financiering. Dit vraagt om een gestructureerde aanpak en sturing. De gemeente neemt hierin de regie. In dit hoofdstuk maken we een doorkijk naar de eerste stappen richting uitvoering.

5.1 De transitiepaden omzetten naar praktijk Verschillende transitiepaden vragen om verschillende type aanpakken. In Middelburg onderscheiden we een doelgroepenaanpak en een gebiedsgerichte aanpak. Bij de keuze voor deze aanpakken, volgen we de selectiecriteria zoals genoemd in de notitie van uitgangspunten, te vinden in de bijlagenotitie. 5.1.1 Doelgroepenaanpak voor individuele maatregelen In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat er in veel transitiepaden maatregelen nodig zijn die vragen om een doelgroepgerichte aanpak. Een dergelijke aanpak is bedoeld om individuele gebouweigenaren te faciliteren en motiveren bij de keuzes die zij moeten maken voor het nemen van individuele stappen zoals isolatie of een warmtepomp. Elke woningeigenaar is anders en heeft een eigen type woning en beslismoment. Toch kunnen we doelgroepen formuleren als we kijken naar de meest logische stappen die een gebouweigenaar kan zetten, bijvoorbeeld op basis van bouwjaar van de woning. Een categorisering van doelgroepen kan eruit zien zoals weergegeven in de tabel.

27

Bouwjaar

Aanpak

Isolatieaanpak <1950

Focus op isolatie op basis van maatwerk, in verband met grote diversiteit

1951 – 1975

Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed (maximaal 70 graden)

1976 – 1990

Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed (max 70ºC) Als (al) nageïsoleerd: hybride mogelijk

Aanpak (hybride) warmtepompen >1990

Aanpak voor de overstap naar een gasvrije oplossing

>2005

Aanpak voor de overstap naar een volledig elektrische warmtepomp

Uiteraard hangt het van de specifieke situatie van een individuele eigenaar af of er al maatregelen aan het gebouw zijn getroffen. Meer informatie over reeds genomen renovatiemaatregelen, maar bijvoorbeeld ook over CVketelvervangingsmomenten kan helpen om gerichter inzichtelijk te maken waar de komende tijd stappen gezet kunnen worden. Sturingsmogelijkheden Vanuit de gemeente zijn er momenteel weinig sturingsmogelijkheden om te sturen op het daadwerkelijk nemen van maatregelen. Het nemen van deze individuele maatregelen is dus op basis van vrijwilligheid zolang er geen wetgeving is om deze sturing mogelijk te maken. Met de juiste boodschap en middelen willen we deze doelgroepen stimuleren om toch de stappen richting transitiegereed te gaan zetten. Hoe we inwoners daarin willen ondersteunen, beschrijven we in paragraaf 5.2. Uit de verschillende Zeeuwse informatieavonden met inwoners blijkt dat inwoners sterk gemotiveerd zijn om te isoleren. Zowel voor het comfort dat het

oplevert, de financiële besparingen als de klimaatwinst. Men wil vooral beter inzicht krijgen in welke maatregelen men moet nemen en wat daarvoor natuurlijke momenten zijn. 5.1.2 Gebiedsgerichte aanpak: drie aanknopingspunten Naast de kansen om op basis van doelgroepen stappen te maken in de transitie, liggen er ook nadrukkelijk mogelijkheden om gebiedsgericht aan de slag te gaan. Daarnaast is een gebiedsgerichte aanpak een welkome aanvulling op een doelgroepenaanpak, omdat je op een gebied meer grip hebt als gemeente en partners, waarmee de besparingsdoelstellingen voor 2030 haalbaarder worden. Vanuit het Klimaatakkoord zijn zogenaamde uitvoeringsplannen bestempeld als middel om gebiedsgericht te werken.

Sociale energie is essentieel in een buurt om initiatieven vanuit de wijk van de grond te krijgen. Niet alleen omdat het hier mogelijk een initiatiefnemer de kar kan trekken, maar ook omdat wijk of dorp als sociaal netwerk kan dienen en op die manier draagvlak of gezamenlijk initiatief gecreëerd kan worden. Voorbeelden van sociale warmtebronnen om bij aan te sluiten zijn: 

Initiatiefnemers, verenigingen, inwonerscollectieven, energie coöperaties, VVE’s, dorps/wijkstadsraden en -werkgroepen die in de buurt, wijk of dorp aan de slag willen met verduurzaming.

Partijen die als katalysator kunnen werken, zoals een kerkgemeenschap of school. De gemeente kan, samen met een dergelijke partij een isolatie aanpak opzetten en uitvoeren. Deze partij kan de achterban ook meer vertellen over de aanpak.

Andere organisaties die met duurzame maatregelen aan de slag willen.

Vanuit onze kijk op de warmtetransitie, zien we drie aanknopingspunten voor een gebiedsgerichte aanpak om binnen buurten, wijken of dorpen verder te gaan verkennen: 1. Clustering Gebouwen met vergelijkbare eigenschappen zoals het bouwjaar, kunnen vragen om een vergelijkbare oplossing. Als deze gebouwen geclusterd zijn binnen een gebied, kan een gebiedsgerichte aanpak uitkomst bieden. De aandachtsgebieden in de transitiekaart laten deze clustering zien. In bijvoorbeeld een all electric aandachtsgebied staan woningen geclusterd waar een collectieve inkoopactie voor warmtepompen opgezet zou kunnen worden. Gezien de homogeniteit in bouwjaren van na 1990 is hier namelijk waarschijnlijk al voldoende isolatie aanwezig om deze stap te zetten. Daarnaast zou een clustering van woningen waar een isolatieslag wenselijk is een kans kunnen zijn om met een collectieve isolatieaanpak te starten. Deze isolatiekansen hebben we inzichtelijk op blokniveau, en zijn gezien de kleinere schaal niet zichtbaar op de transitiekaart. We lichten dit in het kader op de volgende pagina verder toe. 2. Aansluiten bij de sociale energie in een buurt, wijk of dorp (sociale warmte) In de Zeeuws-brede samenwerking is verkend waar sociale energie in een buurt, wijk of dorp aanwezig is om met aardgasvrij aan de slag te gaan. De zogenoemde sociale warmtebronnen.

Deze zijn samengebracht in de Sociale Warmte Atlas Zeeland. De atlas bestaat uit meerdere kaarten, die verschillende aspecten laten zien van de sociale warmte in Zeeland.

28

3. Aansluiten bij andere lokale opgaven en kansen De warmtetransitie in een wijk staat nooit op zichzelf, vaak zijn er andere opgaven op het gebied van renovatie, vergroening, veiligheid en andere thema’s die ook spelen in een wijk. Het is belangrijk dat ambities en plannen worden afgestemd daar waar dat logisch is, en dat werkzaamheden worden gecombineerd om overlast voor inwoners en kosten te besparen. Aan de andere kant wordt het te complex als we in alle wijken alles met alles verknopen. Een balans tussen integraliteit en focus is essentieel. Er zal afstemming plaatsvinden met en over: 

Aangrenzende duurzaamheidsthema’s zoals klimaatadaptatie, circulariteit, opwek duurzame energie, en mobiliteit;

Opgaven in de openbare ruimte, zoals rioleringsvervangingsopgaven;

Sociale thema’s zoals energiearmoede, leefbaarheid en sociale problemen in een buurt, wijk of dorp;

De drukte in de ondergrond;

Plannen van andere stakeholders zoals de woningcorporaties. Een woningcorporatie en de gemeente kunnen samen verkennen waar kansen liggen voor de warmtetransitie.

Bijvoorbeeld waar renovatieplannen Van aanknopingspunten naar startkansen gaan plaatsvinden en kansen liggen voor de collectieve inkoop van isolatie. Bij een Op basis van de aanknopingspunten we in Middelburg deisolatie dergelijke ontwikkeling kankunnen ook verkend worden of er komende tijd verder verkennen waar we gebiedsgericht aan de slag wijk kan worden aangeboden aan de particulieren in die buurt, willen. We gebruiken de Energie Transitie Atlas om inzichtelijk te maken of dorp. of en hoe deze aanknopingspunten elkaar kunnen versterken. Deze aanknopingspunten zijn voortgekomen uit het proces op provinciaal De atlasdemaakt het mogelijk op kleinere kansen met te de niveau, selectiecriteria dieom daaruit volgdenschaal en denaar gesprekken kijken dan het CBS-buurtniveau zoals aangehouden in de transitiekaart. lokale projectgroep en de focusgroep. We willen in gesprek te blijven over Op de dit kleinere schaalniveau kunnen we clustering vergelijkbare wat juiste aanknopingspunten zijn om te starten, van en ook welk idee, woningen, sociale warmtebronnen en koppelkansen beter inzichtelijk plan, wijk of dorp hier het beste bij zou aansluiten. Dat willen we vooral maken enmet over elkaar heen leggen. Opisdat wordtop ook ook doen onze inwoners.

Het idee omniveau dit te doen hetdeplatform kaartlaag interessant met met isolatiekansen deelgebied en zelfs op het doemee.middelburgers.nl een prijs ofper subsidiemogelijkheid voor blokniveau, omDe te verkennen waar een gebiedsgerichte winnende idee. komende tijd werken we dit verder uit.isolatieaanpak voor de hand ligt. Om isolatiekansen inzichtelijk te maken is gefilterd op: 5.1.3 Gebiedsgerichte aanpak:bovengemiddeld voorstel voor verdere verkenning bovengemiddelde warmtevraag, gasverbruik, en de Op basis van de aanknopingspunten hebben we een voorstel gedaan aanwezigheid van startkansen voor isolatiemaatregelen (spouw, dak voor de verdere verkenning van Mortiere en Griffioen voor vervolgstappen in de en/of zoldervloer en grondvloer) warmtetransitie. Een voorbeeld van een gebied waar aanknopingspunten samenkomen Mortiere is een wijk met nieuwere is Grifioen en ishomogene gevisualiseerd in figuur 5. woningen van na 2005 en dus goede isolatie. Het lijkt erop dat in deze wijk voor veel woningeigenaren de CV-ketel op korte termijn aan vervanging toe is. Dit zou een natuurlijk moment zijn voor de overstap naar een elektrische warmtepomp. In Griffioen zien we een iets gemêleerdere samenstelling van woningen, maar vooral woningen met een bouwjaar tussen ’50 en ’75. Een isolatieaanpak zou hier goed passen om grote slagen te maken in warmteen daarmee CO2-besparing.

Met deze constatering is niet gezegd dat we daar ook binnenkort gaan starten met een uitvoeringsplan. Het gaat om een goed gefundeerde voorzet voor verdere verkenning de komende tijd.

Figuur 5 Wijk Griffioen, waar inzicht in inwonersinitiatieven, isolatiekansen en ouderdom van het gasnet samenkomen.

29

De kaart in figuur 5 laat de wijk Griffioen zien met verschillende aanknopingspunten die hier samenkomen. Zo zien we op verschillende plekken isolatiekansen, een verouderd gasnet en twee inwonersinitiatieven die kunnen bijdragen om hier met de warmtetransitie aan de slag te gaan. Deze inzichten kunnen helpen om de kansrijkheid te beoordelen en verkenningskansen te identificeren. De komende periode vullen we de Atlas verder aan met bruikbare data om de drie aanknopingspunten verder aan te vullen en uit te diepen. Tegelijkertijd blijven het data en modellen die zijn gevisualiseerd in kaarten, en ziet de wereld er in het echt complexer en genuanceerder uit. We zien de kaarten daarom als basis voor de belangrijkste vervolgstap, namelijk het gesprek blijven voeren met de project- en focusgroep om de kaarten met lokale kennis te valideren en verrijken en op die manier weloverwogen keuzes te maken over welke startkansen we wanneer verder willen verkennen.

5.2 Hoe gaan we inwoners informeren, motiveren en faciliteren? 5.2.1 Participatie en communicatie Participatie en communicatie met inwoners is een cruciaal onderdeel voor een succesvol verloop van de warmtetransitie. Daarom stellen we als gemeente een participatie- en communicatieplan op met een aanpak als basis voor de vervolgstappen in de warmtetransitie in de samenwerking met inwoners. We hebben we nu al een communicatieframe opgesteld om op korte termijn inwoners te gaan informeren en activeren. We richten ons daarbij in eerste instantie op kleinere bespaaracties, met als boodschap: iedereen kan bijdragen, dus ga aan de slag! Het communicatieframe is te vinden in bijlage 3. Op basis van het plan, aangevuld met gesprekken met inwoners, de focusgroep en de projectgroep, zetten we in op de volgende punten:

Op 3 juni 2021 zijn inwoners van Middelburg bijgepraat over de Transitievisie Warmte en de tussentijdse resultaten van de Transitiekaart en hebben zij meegedacht over vervolgstappen. Op hoofdlijnen zijn de volgende zaken naar voren gekomen. Zoektocht naar de vervolgstappen Veel inwoners vinden het nog moeilijk om (de juiste) stappen te zetten naar aardgasvrij. Niet iedereen weet wat voor hun situatie de beste optie is. Het kostenplaatje is de grootste zorg, naast onduidelijkheid over technieken. Er is nog onduidelijkheid of je nog kans maakt op een subsidie. De subsidiepot kan leeg zijn wanneer je er aanspraak op wil maken. Anderen wachten op stimulans van de gemeente om met een buurtaanpak te beginnen. Gezamenlijk aan de slag

Communiceren (periodiek) over het nut en de noodzaak van de warmtetransitie en specifiek over isoleren via verschillende kanalen;

Inwoners die aan de slag willen voorzien van objectieve, heldere en toegankelijke informatie. Zoals informatie over handelingsperspectieven op de gemeentelijke website of via de loketten. Deze informatie is eenduidig en Zeeuws-breed afgestemd;

Zelf inwoners actief benaderen op basis van een doelgroepenaanpak. De doelgroepen kunnen ‘bouwtechnisch’ van aard zijn (bijvoorbeeld woningeneigenaren met een woning tussen 1950-1975 die vragen om een bepaalde isolatieaanpak) maar ook aansluiten bij de wensen en leefstijlen van inwoners om hen zo passend mogelijk te informeren en betrekken, b.v. door verschillende communicatiekanalen te gebruiken. Denk dan o.a. aan social media, mail, website, flyer, artikel in de krant, tv en radio;

Zorg voor onafhankelijk en persoonlijk advies aan huis. Inwoners willen weten waar ze moeten beginnen met isoleren.

Werk aan een gedetailleerde planning wanneer wijken van het gas af gaan, zodat eigenaren hun verbouwplanning erop aan kunnen passen;

Stel besparingsambassadeurs aan in wijken: inwoners met een voorbeeldwoning waarin alle effecten zichtbaar zijn;

Als er sprake is van een gebiedsgerichte aanpak met koppelkansen, dan kunnen we de warmtetransitie koppelen aan opgaven en thema’s die spelen in specifieke buurten, wijken en dorpen.

Ondersteuning en begeleiding voor VVE’s;

Communiceer gericht en duidelijk over campagnes, collectieve inkoopacties en leningen die beschikbaar komen;

Communiceren (periodiek) over het proces dat plaatsvindt over de verschillende stappen die worden gezet in de warmtetransitie. Waar

Grijp de isolatie opgave aan als kans om lokale ondernemers te betrekken en lokaal werkgelegenheid te creëren.

30

Terugblik inwonersavond

We zullen de komende jaren moeten inzetten op het stimuleren van samenwerkingen om de juiste stappen te kunnen zetten. De gemeente zal aan de slag moeten met een gezamenlijke aanpak, kijkend naar verruiming van de voorwaarden van welstand en zorgen voor onafhankelijk advies. Energiebesparing in Middelburg: tips van inwoners:

vervolgstappen in de transitie voorzien worden, deze vroegtijdig communiceren; 

Inspirerende voorbeelden delen, zoals een Open Huizen-route langs succesvol gerenoveerde woningen in Middelburg.

5.2.2 Financiering Er zijn verschillende mogelijkheden om inwoners financieel te ondersteunen bij maatregelen aan de woning. Denk aan subsidies, leningen, en collectieve inkoopacties. We willen samen met Zeeuwse partners de bestaande financiële instrumenten voor alle inwoners in Zeeland inzichtelijk en toegankelijk maken. Waar mogelijk bouwen we bestaande instrumenten uit of ontwikkelen we nieuwe instrumenten, passend bij de gemeentelijke of Zeeuwse aanpak. We willen kansen voor gemeente overstijgende constructies verkennen, te denken valt aan een provinciale lening, provinciale gebouw gebonden financiering, provinciale collectieve inkoop en samenwerking met Zeeuwse installateurs. Daarnaast willen we Zeeland-breed inwoners kunnen informeren over financiële instrumenten die beschikbaar komen vanuit het Rijk. Tijdens de inwonersavond is duidelijk naar voren gekomen dat gebouweigenaren willen weten van welke middelen ze gebruik kunnen maken om maatregelen te nemen, zoals rekentools, woningscans, (digitale) loketten, subsidies, leningen en voorbeeldwoningen. Er werd een duidelijke behoefte geuit aan een overzichtelijke en makkelijk toegankelijke plek waar deze informatie te vinden is. Wij hechten eraan dat informatie duidelijk en centraal te vinden is, in plaats van versnipperd.

5.3 Zeeuws-brede samenwerking: hoe gaan we het organiseren? In de voorgaande paragrafen zijn de doelgroep- en gebiedsgerichte aanpak beschreven die door de gemeente in samenwerking met betrokken partijen na de TVW verder worden uitgewerkt. Daarnaast liggen er concrete aanknopingspunten om bepaalde onderdelen van de uitvoeringsstrategie Zeeuws-breed op te pakken, samen met andere gemeenten. De voordelen van regionale en provinciale samenwerking zijn schaalvoordeel in de uitvoering, het kunnen leren van elkaars ervaringen,

31

Kim Reynierse uit Klarenbeek “Wij wonen in een woning uit 1973 in Klarenbeek. Afgelopen 17 jaar hebben we het stap voor stap energiezuiniger gemaakt. Toen de ketel aan vernieuwing toe was, hebben we een warmtepomp laten installeren. Voor een goede warmteafgifte van deze lage temperatuur verwarming hebben we vloerverwarming laten infrezen. Tip: Voor energiebesparende maatregelen kun je geld lenen. Veel mensen kunnen er een hypotheek voor afsluiten. De maandlasten nemen niet toe (vanwege de energiebesparing) en je huis wordt er comfortabeler van en meer waard.”

en uniformiteit in communicatie, voorlichting en andere uitingen richting inwoners.

als ambassadeur en dragen bij aan het draagvlak van een bredere groep inwoners in de omgeving.

De samenwerkingskansen worden omschreven in de volgende paragrafen. Tevens wordt in een stappenschema toegelicht hoe de Zeeuws-brede samenwerking verder georganiseerd kan worden.

In de verschillende gemeentes in Zeeland zien we duidelijke gebiedsgerichte kansen. De Zeeuws-brede samenwerking leent zich bij uitstek als platform van kennisuitwisseling over deze gebiedsgerichte ervaringen. Tevens zouden er binnen deze samenwerking afspraken kunnen worden gemaakt tussen gemeentes om te focussen op een uitvoeringsplan warmtenet in de ene gemeente, een uitvoeringsplan allelectric wijk in de andere gemeente, en een aanpak recreatiepark in een volgende gemeente. Op die manier kunnen er in de verschillende gebiedsgerichte plannen lessen opgehaald worden die kunnen terugvloeien naar de Zeeuws-brede samenwerking. Dit komt de versnelling van de warmtetransitie in Zeeland ten goede.

5.3.1 Zeeuws-brede doelgroepen aanpak: samen aan de slag met besparen en woningen transitiegereed maken Aan de slag gaan met besparen en transitiegereed maken van woningen met een doelgroepgerichte aanpak is in alle Zeeuwse gemeenten de eerste stap. Het ligt dan ook voor de hand om hier samen in op te trekken, door ervoor te zorgen dat middels het standaardiseren van een isolatieaanpak: elke Zeeuwse inwoner gebruik kan maken van hetzelfde verduurzamingspakket dat voor het bouwjaar of woningtype van zijn of haar woning relevant is. Dit verduurzamingspakket zou door de hele provincie heen op dezelfde manier aangeboden kunnen worden via uniforme communicatie waarbij het Duurzaam Bouwloket en Energiek Zeeland een belangrijke rol kunnen spelen in de uniformiteit. Bijvoorbeeld in het aanbieden van woning- of straatscans in heel Zeeland. Ook kan er via de Zeeuws-brede samenwerking worden afgesproken om per gemeente te focussen op een bepaalde doelgroep (op basis van woningtype en bouwjaar, zie paragraaf 5.1.1) door middel van gerichte campagnes. Zo kan elke gemeente zich toespitsen op één doelgroep en leren hoe deze het beste benaderd kan worden. Deze ervaringen kunnen vervolgens Zeeuws-breed worden uitgewisseld.

5.3.2 Zeeuws-brede gebiedsgerichte aanpak Ondanks dat een gebiedsgerichte aanpak in de basis plaatsvindt in een afgebakend gebied dat binnen de gemeente ligt, zijn er kansen voor een Zeeuws-brede samenwerking – met name als het gaat om kennisuitwisseling. Een gebiedsgerichte aanpak richt zich met name op een verdere verkenning van de haalbaarheid voor een warmteoptie in een wijk of dorp. Hierin wordt intensief samengewerkt met lokale stakeholders en gebruik gemaakt van de gemeentelijke en lokale kennis in dat gebied. Voordeel van een dergelijke lokale aanpak is dat er echt iets in beweging kan komen door de betrokkenheid van lokale initiatiefnemers (woningcorporatie, inwonersinitiatief of gemeente). Dergelijke initiatiefnemers zorgen voor betrokkenheid van inwoners door te fungeren

32

5.3.3 Zeeuws-breed uniform communiceren over dezelfde inkoopacties en financieringsmogelijkheden Er liggen Zeeuw-breed kansen om richting inwoners en andere betrokken partijen inzicht te geven in de beschikbare financieringsmogelijkheden op zowel, regionaal, provinciaal als landelijk niveau. Of informatie op het gebied van voorbeeldwoningen die in naburige gemeenten te bezoeken zijn, en voorlichtingsavonden en evenementen die georganiseerd worden in Zeeland over besparen en transitiegereed maken. Ook de aanpak voor bedrijventerreinen kan Zeeuws-breed opgepakt worden. Bijvoorbeeld door goede voorbeelden (provinciaal/regionaal) te verzamelen en de lessen te delen in een makelaarsrol. 5.3.4 Stappen richting Zeeuws-brede samenwerking De voordelen van een Zeeuws-brede samenwerking op de verschillende aanpakken is in de voorgaande paragrafen toegelicht. Deze paragraaf zal verder ingaan op hoe de stappen die nodig zijn om de Zeeuws-brede organisatie op te zetten. Figuur 6 geeft een voorstel voor een mogelijke samenwerkingsvorm voor een Zeeuws-brede samenwerking. Voor de verdere organisatie van de Zeeuws-brede samenwerking zien we de volgende stappen die na de TVW moeten worden uitgewerkt: 1. Met de subtafel TVW valideren of het voorstel voor deze organisatievorm passend is voor de subtafel om ook na de TVWs blijvend de samenwerking met elkaar aan te gaan.

2. Afspraken maken voor de definitieve invulling van het organogram. Onder andere over bezetting tussen gemeenten onderling en andere betrokken partijen. Hierbij specifieke aandacht voor de strategische en uitvoerende lagen binnen de organisatievorm. Binnen deze lagen kunnen verschillende partijen zitting nemen. Dit hoeven niet dezelfde mensen te zijn en niet dezelfde organisaties. 3. Na deze stap verder concretiseren en toewijzen van de verschillende taken die vallen binnen de organisatievorm over de betrokken partijen en de verschillende gemeenten, zoals de doelgroepen aanpakken.

Verbreding Provinciale subtafel TVW met externe partijen

Besparing en transitiegereed

(Hybride) warmtepomp

Uitvoeringsplan warmtenet

Uitvoeringsplan individuele oplossingen

Aanpak bedrijventerreinen

Aanpak recreatiegebieden

Participatie en communicatie

Financiering

Figuur 6: Voorstel voor een organisatievorm voor een Zeeuws-brede samenwerking voor de warmtetransitie

33

Wanneer de gemeente stimuleringsmaatregelen voor (hybride) warmtepompen organiseert is het van belang dat zowel de netbeheerder als de gemeente dit kunnen monitoren door tijdige afstemming. Wanneer we weten hoe de transitie verloopt in buurt, wijk of dorp houdt de netbeheerder op die manier grip op de impact op het energienetwerk. Tijdige afstemming realiseren we door de plannen van de gemeente te vergelijken met de prognoses van Enduris. Ook met de corporaties wordt doorlopende afstemming gezocht om renovatieplanningen op elkaar af te stemmen en mogelijk nieuwe aanknopingspunten te identificeren. Bovendien zijn een aantal acties voor zowel huurders als particulieren belangrijk. Hierbij valt te denken aan energiezuinig gedrag en kleinere bespaaracties zoals ledlampen en radiatorfolie zijn voor zowel huurders als particulieren interessant. Maar ook een aanpak voor armoedebestrijding en energie.

Gebiedsgerichte aanpakken (gemeente in de lead)

Doelgroepgerichte aanpakken (subtafel TVW)

5.3.5 Doorlopend: afstemming met stakeholders Bovengenoemde manier van organiseren zorgt ervoor dat partijen op verschillende niveaus en op verschillende onderwerpen doorlopend met elkaar in gesprek blijven. Dat is belangrijk omdat we nadrukkelijk al onze partners en hun kennis en kunde nodig hebben om de warmtetransitie tot een succes te maken.

Met corporaties wordt ook nadrukkelijk gekeken of collectiviteit georganiseerd kan worden, bijvoorbeeld wanneer isolatiepakketten worden ingekocht door corporaties. Mogelijk kunnen particulieren in die wijken dan aanhaken bij de inkoop die de corporaties voor hun woningen doen.

5.4 Gemeentelijke invulling: gemeentelijke rol en capaciteit 5.4.1 Gemeentelijke rol Vanuit het Klimaatakkoord wordt de gemeente als regisseur bestempeld in de warmtetransitie. We zullen deze regierol invulling geven door het verdere proces van de warmtetransitie in onze gemeente te blijven leiden en de daartoe zo belangrijke samenwerking met onze belangrijkste partners voort te zetten en uit te breiden. We zien ons daarin vooral als ‘voorzitter’ van het gesprek en hebben een belangrijke uitvoerende rol met ons grote bezit in de gemeente. Maar we zien partijen als Woongoed, Woningbouwvereniging Arnemuiden en Enduris als volwaardige partners

om gezamenlijk en met gedeelde verantwoordelijkheid de warmtetransitie verder te brengen. Als concrete vervolgstap op de TVW, zien wij dan ook het voortzetten van de projectgroep als lokale ‘TVW-tafel’. Belangrijke taak van deze tafel is het verder verkennen en opstarten van uitvoeringsplannen voor de meest kansrijke startgebieden. Belangrijke tweede taak is het monitoren van de voortgang en de relatie tussen de voortgang en het gestelde doel voor 2030. En hoewel de ontwikkeling van de doelgroepenaanpak vooral bij de provinciale subtafel TVW ligt, zien wij een rol in het vertalen van deze aanpak en bijbehorende middelen naar een lokale inzet die passend is voor en herkend wordt door de inwoners van Middelburg. We zijn aanspreekpunt voor onze inwoners en organisaties en houden hen andersom blijvend betrokken om gezamenlijk in de warmtetransitie op te trekken. Naast een regierol, zien we hier een motiverende en faciliterende rol met bijbehorende taken zoals eerder beschreven in paragraaf 5.2. Als gemeente ‘lenen’ we dus aanpakken en middelen uitgewerkt op de provinciale subtafel TVW, maar zorgen we ook dat inzichten daar weer naar terugvloeien. Dat kunnen lessen zijn uit gebiedsgerichte projecten waar andere gemeenten gebruik van kunnen maken.

Maar ook monitoringsresultaten om gezamenlijk met andere gemeenten de provinciale voortgang van de warmtetransitie accuraat te blijven volgen en waar nodig de strategie bij te sturen. 5.4.2 Meer uitvoeringskracht is noodzakelijk Tot slot vraagt de warmtetransitie veel van de gemeente én betrokken partijen. Het rapport Van Parijs naar praktijk9 (verder ROB rapport) laat zien dat een aanzienlijke groei in het aantal fte nodig is om de taken die in het klimaatakkoord aan gemeenten is toebedeeld te kunnen invullen. De indicaties uit het rapport zijn één onderdeel van de totale kosten die de uitvoering van het Klimaatakkoord met zich meebrengt. Het rapport laat zien dat er veel uitvoeringskracht nodig is – van planvorming tot uitvoering. Hoeveel capaciteit er extra nodig is, hangt onder andere sterk af van het aantal (wijk)uitvoeringsplannen waaraan wordt gewerkt. Of en wanneer we in Middelburg met wijkaanpakken

9 https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publicaties/2021/01/25/advies-van-parijs-naar-

praktijk

34

(uitvoeringsplannen) starten, hangt sterk af van landelijke randvoorwaarden. Momenteel zijn nog niet voldoende middelen beschikbaar om deze transitie echt in een stroomversnelling te brengen. Steun vanuit de Rijksoverheid is ook hier een noodzaak. Daarnaast ontbreekt het aan voldoende gekwalificeerde vakmensen om onze woningen en gebouwen aan te passen en om de benodigde infrastructuur aan te leggen. Hiervoor is (om)scholing nodig. Dit vraagt inzet van scholen en bedrijven in de regio om de plannen uit de TVW de komende 30 jaar ook om te zetten in daden. Verder is het belangrijk om niet te kijken naar de warmtetransitie als losstaande opgave. In de planvorming en uitvoering kunnen koppelingen worden gemaakt met opgaven op andere beleidsterreinen. Ten behoeve van 2022 en de daaropvolgende jaren is met oog op het bovenstaande een opschaling van de organisatie nodig. De precieze opschaling op basis van het aantal fte’s en euro’s zal in het vervolgtraject na de TVW verder worden uitgewerkt. Tenslotte is naast de inzet van de gemeente ook inzet van andere partijen nodig. Ook daar zal nog gewerkt moeten worden aan de uitbreiding van de capaciteit. Het gaat dan bijvoorbeeld om de netbeheerders, de corporaties maar ook de installatie- en bouwbranche.

5.5 Actieagenda: stappen richting uitvoering voor de komende twee jaar In tabel 3 is de actieagenda opgenomen met daarin de acties voor de komende twee jaar die voortvloeien uit de hiervoor benoemde stappen richting uitvoering.

Tabel 2: actieagenda voor stappen richting uitvoering de komende twee jaar Thema Doelgroepenaanpak

Gebiedsgerichte aanpak

Communicatie

Participatie Financiering

Monitoring en evaluatie

Rol en taken

Provinciaal

Gemeentelijk Van transitiepad naar praktijk Uitwerken van de doelgroepenaanpak (op basis van bouwjaar) voor 1) Gemeentelijke uitrol van de doelgroepenaanpak besparing en transitiegereed en 2) (hybride) warmtepompen Uitwerken aanpak voor specifieke groepen als: Integreren van gemeentelijke en regionale bedrijventerreinenaanpak als basis voor het - Monumenteneigenaren gesprek met ondernemers voor het verkennen van collectieve kansen op de - Vereniging van Eigenaren bedrijventerreinen - Huurders (samen met corporaties) Afstemming bovenlokale warmtebronnen (RSW) Kennis verrijken over de aandachtspunten: isolatiekansen valideren, koppelkansen in beeld en sociale warmtebronnen verder verkennen Tweejaarlijkse update van de RSW Kennisdeling en uitwisseling over (proces richting) wijk uitvoeringsplannen. Mortiere en Griffioen verder verkennen in een (opstap naar een) uitvoeringsplan Opstellen van gezamenlijk aanpak voor opstellen uitvoeringsplannen. Uitwerken van een standaard procesaanpak voor 1) bedrijventerreinen en 2) Lokale invulling geven aan de procesaanpak voor bedrijventerreinen en recreatiegebieden recreatiegebieden Gezamenlijk verkennen/ontwikkelen van demonstratieprojecten rondom onderwerpen als collectieve toepassingsmogelijkheden van aquathermie, zonthermie, energieopslag e.a.

Inwoners informeren, motiveren en faciliteren Opstellen gezamenlijk communicatie items die Zeeuws breed gedeeld kunnen Uitvoering en toespitsing op gemeentelijke situatie worden. Faciliteren regionale energieloketten als duurzaam bouwloket, platform Inbedden van de informatie op de gemeentelijke kanalen en bij de afdeling communicatie energiek zeeland, monumentenpaspoort van erfgoed Zeeland. zodat inwoners bij hun eigen gemeente de weg kunnen vinden Ondersteunen kennisuitwisseling tussen Zeeuwse inwonerscollectieven via organisaties als de ZVKK, Dorpen voor Morgen, de Zeeuwse participatiecoalitie e.a. Opstellen van handvaten voor een participatieaanpak Uitvoering en toespitsing op gemeentelijke situatie Inwonerparticipatie in de Zeeuwse warmtetransitie verder stimuleren en te Platform doemee.middelburgers.nl inzetten voor een prijs of subsidiemogelijkheid voor het faciliteren. beste idee om vervolgstappen in de warmtetransitie te zetten. Afstemmen van financieringsmogelijkheden Ontwikkelen van instrumenten. Kansen voor nieuwe regionale constructies collectieve inkoop en Uitvoering en toespitsing op gemeentelijke situatie samenwerking met installateurs op Zeeuws breed niveau Samenwerking en organisatie Regionale afstemming over beschikbaar stellen van data. Uitvoering en toespitsing op gemeentelijke situatie Monitoring stand van zaken op Zeeuws breed niveau.

Evaluatie van de uitvoering van de TVW op Zeeuws breed niveau en voorstel voor actualisatie. Voortzetten Rol van de subtafel TVW bestaat uit uitwisseling, afstemming en monitoring

Capaciteit en middelen

35

Afstemming binnen overleg Zeeuwse Overheden

Regierol in de samenwerking met stakeholders en bijbehorende taken verder uitwerken en uitvoeren Faciliterende rol in de ondersteuning van inwoners en bijbehorende taken verder uitwerken en uitvoeren Verwachtingen over uit te voeren taken, benodigde capaciteit en verzoek meer capaciteit neerleggen bij bestuur en gemeenteraad

Bijlage 1 Begrippenlijst

36

Term

Toelichting

Aardgasvrij

Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. De term aardgasvrij betekent niet altijd gasloos, er kan hernieuwbaar gas worden toegepast.

Afleverset

Bij een warmtenet wordt er gebruik gemaakt van een afleverset in de woning. De afleverset bevindt zich in de meterkast, berging of andere technische ruimte en zorgt ervoor dat de warmte van het warmtenet de verwarmingsinstallatie van de woning bereikt.

All-electric

Warmteoptie waarbij een gebouw alleen aangesloten is op het elektriciteitsnet en verwarmen en koken gebeurt met gebruik van elektriciteit (vaak een warmtepomp).

Aquathermie

Thermische energie uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater dat kan worden gebruikt als bron voor een warmtenet of lokaal bronnet.

(CBS) Buurt

Onderdeel van een gemeente, dat op basis van historische dan wel stedenbouwkundige kenmerken homogeen is afgebakend.

Energiearmoede

10% van de huishoudens in Nederland heeft een te hoge energierekening ten opzichte van hun inkomen. Zij hebben moeite met het betalen van de energierekening.

Focusgroep

Meedenkgroep van betrokken inwoners die inbreng op de visie hebben gegeven en waarvan een vertegenwoordiging zitting heeft genomen in de lokale werkgroep

Geothermie

Warmte afkomstig uit de aarde (aardwarmte) die ingezet kan worden als bron voor warmtenetten.

Hernieuwbaar gas

Gas dat afkomstig is uit een hernieuwbare bron en/of is geproduceerd met duurzame energie, zoals biogas en groene waterstof.

Hoge temperatuur verwarming

Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met 70°C of hoger wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater.

Hybride warmteoplossing

Warmtelevering met elektrische oplossing, vaak een warmtepomp, in combinatie met een HR-ketel op gas

Lage temperatuur verwarming

Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55°C of lager verwarmd wordt. Tapwater wordt separaat verwarmd.

Laagste maatschappelijke kosten

De laagste totale kosten voor de gehele keten en al haar gebruikers, dus kosten voor aanpassingen aan gebouwen, kosten voor de infrastructuur en kosten voor de bron en levering van warmte. Daarbij worden niet alleen de investeringen, maar ook onderhoud en operationele kosten meegenomen, dus inclusief de energierekening van de eindgebruiker, gedurende een periode van 30 jaar. De kosten per vermeden ton CO2 zijn naast deze maatschappelijke kosten tevens afhankelijk van de kosten voor verduurzaming van bronnen.

Lokale bronnetten

Lokale kleinschalige (collectieve) warmtevoorziening in de vorm van een zeer lage temperatuur bronnet in combinatie met een warmtepomp in het gebouw. Een bekende vorm is de Warmte-Koudeopslag (WKO).

Middentemperatuur verwarming

Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55 °C tot 70 °C wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater.

Onderzoeks beeld

Het onderzoeksbeeld geeft weer welke warmteoptie in welke buurt de laagste maatschappelijke kosten

heeft. Aan het onderzoeksbeeld liggen verschillende modelstudies ten grondslag. Omgevings wet

37

De Omgevingswet gaat op 1 juli 2022 in werking en staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. Ook biedt de Omgevingswet gemeenten de mogelijkheid om met overzichtelijkere regels de leefomgeving meer in samenhang in te richten. Het biedt daarnaast meer ruimte voor lokaal maatwerk en leidt tot een betere en snellere besluitvorming.

Warmtenet

Infrastructuur die warm water via een leidingnetwerk onder de grond levert aan gebouwen voor ruimteverwarming en eventueel warm tapwater. Dit wordt ook wel stadsverwarming of stadswarmte genoemd. Warmtenetten kunnen verschillende aanvoertemperaturen hebben (zie lage, midden en hoge temperatuur verwarming).

Warmteoptie

De beoogde infrastructuur voor warmtelevering zonder aardgas per buurt

Warmtepomp

Een warmtepomp onttrekt warmte aan een bron, vaak buitenlucht of grondwater, verhoogt de temperatuur met behulp van een elektrische pomp en staat die hogere temperatuur weer af aan een ruimte.

Opt-out

Het verschijnsel waarbij eigenaren niet kiezen voor de overwogen warmteoptie in de buurt. Term is afkomstig uit de Wet collectieve Warmtevoorziening

Transitiekaart

De transitiekaart is een visuele weergave van de uitkomsten in de TVW. In deze kaart zijn voor elke wijk/dorp zowel een oplossingsrichting als de stappen naar aardgasvrij opgenomen.

Werkgroep

De gemeente Middelburg heeft met een samen met inwoners, woningcorporatie Woongoed en Enduris in een werkgroep samengewerkt om te komen tot deze TVW.

Regionale Energiestrategie (RES)

In de RES onderzoeken 30 Nederlandse energieregio’s hun vraag naar warmte en elektriciteit en geven ze aan hoeveel duurzame warmte en elektriciteit op eigen grondgebied kan worden gerealiseerd.

Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW)

Restwarmte

Warmte die vrijkomt bij industriële processen en gebruikt wordt als bron voor warmtenetten.

Transitievisie Warmte (TVW)

Document op gemeenteniveau waarin het tijdpad wordt bepaald waarin buurten aardgasvrij worden en met welke warmteoptie.

Gemeenten krijgen meer sturingsmogelijkheden om in het kader van de wijkgerichte aanpak de aanleg en exploitatie van de collectieve warmtesystemen te bevorderen en worden tevens voorzien in instrumenten om publieke belangen beter te waarborgen. Collectieve warmtelevering kan uitsluitend plaatsvinden nadat een gemeente hiervoor voorzien heeft middels een aanwijzing of ontheffing.

Woningequivalent (WEQ)

Transitiepad

In een transitiepad schetsen we per wijk de route om tot een warmteoptie te komen. Die route bevat zowel een fasering als tussenstappen. Het transitiepad beschrijft ook wat voor soort aanpak erbij hoort, zoals een wijkgerichte aanpak of een doelgroepgerichte aanpak.

Een woningequivalent is een inschatting van de hoeveelheid warmte-energie die nodig is om een gemiddelde Nederlandse woning van ruimteverwarming en warm water te voorzien.

Bijlage 2 Transitiekaart

38

Bijlage 3 Communicatieframe

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10796581/1