CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-165 Bijlage 2. Transitievisie Warmte Middelburg (TVW)

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Vaststellen Regionale Structuur Warmte Zeeland en Transitie Visie Warmte Middelburg (RM 21-165)16.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

dael

Richting een aardgasvrij Middelburg De Transitievisie Warmte concept

Colofon De TVW is opgesteld door adviesbureau Over Morgen. In opdracht van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Middelburg. Op deze TVW hebben een focusgroep en een lokale werkgroep input geleverd. In de focusgroep hebben betrokken inwoners deelgenomen en in de projectgroep zat een afvaardiging van de gemeente Middelburg, woningcorporatie Woongoed, netbeheerder Enduris en de focusgroep. De TVW is tot stand gekomen met medewerking van de provinciale projectgroep die bestaat uit een afvaardiging namens alle Zeeuwse gemeenten, de gezamenlijke woningcorporaties, netbeheerder Enduris, provincie Zeeland en Zeeuwind (namens alle energiecoöperaties en de Participatiecoalitie). De TVW is tot stand gekomen dankzij financiering uit het Europese Interreg 2 Zeeën project SHIFFT (Sustainable Heating: Implementation of Fossil-Free Technologies).

December 2021

2

Beste inwoner van gemeente Middelburg, wat betekent deze Transitievisie Warmte voor u en wat kunt u doen?

(financiële) voordelen hebben. Maar u bent vrij in uw keuze om daaraan deel te nemen of op termijn voor een eigen alternatief te kiezen.

In Zeeland - net als in de rest van Nederland en Europa – maken we de overstap naar aardgasvrij. Vóór 2050 gaan we over op duurzame warmtebronnen om onze gebouwen te verwarmen en om te koken. De Transitievisie Warmte is een visie op de stapsgewijze overgang naar aardgasvrij en omschrijft de meest logische routes per wijk of dorp in onze gemeente om deze stappen te zetten. We laten zien wat die stappen inhouden en waar we mogelijk kunnen beginnen. De visie omschrijft ook hoe we dat de komende tijd willen gaan doen.

Een overgrote meerderheid van de wijken en dorpen in Middelburg zullen voorlopig niet van het aardgas af gaan. Wel willen we iedereen die dat wil de kans bieden om al stappen te zetten. Vanuit deze visie ontwikkelen we een aanpak om u te informeren en helpen bij keuzes voor verduurzaming en direct uw CO2 uitstoot omlaag te brengen. Isoleren is een belangrijke eerste stap. Door dat slim te doen, zet u daarmee een stap om de woning helemaal of grotendeels klaar te maken voor een aardgasvrije oplossing. Er zijn ook andere maatregelen die u nu al in uw woning kunt nemen om stappen te zetten naar aardgasvrij en eigen duurzame energie op te wekken.

Vandaag een visie betekent niet dat we morgen aardgasvrij zijn. De visie geeft niet nu al een eindoplossing die in beton is gegoten. Dat komt omdat we nog vooraan in de transitie staan en er nog veel onzekerheden zijn. Gelukkig hebben we nog een tijd tot 2050, om ervaring op te doen en in te spelen op financiële en technische ontwikkelingen. We houden rekening met deze ontwikkelingen en richten ons vooral op maatregelen waarmee we de komende jaren uw woning voorbereiden op de transitie, met spijtvrije maatregelen. In gebieden waar we al wel kansen naar aardgasvrij zien, gaat ook niet morgen de schop in de grond. We beginnen met verdere verkenning en planvorming. Dat betekent: een onderzoek naar de technische en financiële haalbaarheid, een verkenning van de bereidheid in een buurt om mee te doen, maar ook welke ondersteuning vanuit de gemeente nodig is. Daarbij kijken we ook naar wat nodig is om deze woningen geschikt te maken voordat ze comfortabel met de nieuwe oplossing verwarmd kunnen worden. Met dergelijke stappen zijn we in Dauwendaele begonnen in 2018 om samen met woningcorporatie Woongoed te kijken hoe 900 woningen in een deel van de wijk verwarmd kunnen worden met een warmtenet. Vergelijkbare onderzoeken zullen de komende jaren volgen voor andere gebieden.

Maar in veel gebieden zal een warmtenet niet logisch zijn en verkennen we de mogelijkheden voor individuele (hybride) warmtepompen. Als u in één van deze gebieden woont, wordt u ruim van tevoren geïnformeerd en uitgenodigd om mee te denken. We starten niet in wijken of dorpen voordat duidelijk is dat er voldoende geld (vanuit het Rijk) is om de overgang naar aardgas betaalbaar te maken. Meeliften op een initiatief in wijk of dorp kan

3

Energiek Zeeland https://energiekzeeland.nl/ en Duurzaam Bouwloket kunnen u hierbij helpen https://www.duurzaambouwloket.nl/. Meer informatie en suggesties om zelf aan de slag te gaan vindt u op www.iedereendoetwat.nl en www.milieucentraal.nl. Informatie over aardgasvrij wonen en voorbeelden vindt u ook op www.hierverwarmt.nl. Ten slotte kunt u op de gemeentepagina terecht: https://www.middelburg.nl/duurzaam-wonen.

Voorwoord wethouder Samen op weg naar een aardgasvrije gemeente. In 2019 sloten ruim honderd organisaties het Nationaal Klimaatakkoord, met als doel om de CO2-uitstoot in Nederland fors te verminderen. Met als hoofddoel klimaatverandering tegen te gaan. Hier in Zeeland zijn we ons daar goed van bewust. Een forse zeespiegelstijging kan grote impact op ons hebben. Maar ook hevige buien, droogte, hitte, verzilting hebben zijn weerslag. Ook in Middelburg willen we daarom onze CO2 uitstoot fors verminderen. Dat betekent onder meer dat we in Middelburg – net als in de rest van Nederland – in 2050 van het aardgas af willen zijn. Dat is nogal een ambitie. Een hele gemeente aardgasvrij maken is complex. Maar het betekent natuurlijk nog veel meer. Want de overstap naar duurzame warmte is vooral een proces dat zich afspeelt achter tienduizenden Middelburgse voordeuren. Het is ook een opgave waarvan bijna iedereen overtuigd is dat het nodig is, maar waarvan op dit moment niemand precies weet hoe het moet. Deze Middelburgse Transitievisie Warmte gaat dan ook over de vraag hoe Middelburg denkt dit aan te gaan pakken.

Begin 2022 komt er op de website van de gemeente een online tool waarmee inwoners kunnen zien welk verwarmingsalternatief voor hun buurt de meest aannemelijke lijkt en krijgen ze advies om stap voor stap hun huis zo goed mogelijk klaar te maken voor een aardgasvrije toekomst. Chris Dekker Wethouder duurzaamheid

Natuurlijk willen inwoners weten wat deze overstap voor hen betekent. Om hen alvast wat meer houvast te geven hebben we deze Transitievisie Warmte geschreven. Hierin geven we voor elke alternatieve warmtebron weer hoe we stap voor stap kunnen toewerken naar een oplossing zonder aardgas. Per buurt kijken we wat het meest duurzame alternatief is, waarbij we de kosten zo laag mogelijk houden. Voor de ene buurt is dat een warmtenet, voor de andere buurt kan bijvoorbeeld all-electric een oplossing zijn. We laten in dit document zien hoe we verwachten dat een aardgasvrij Middelburg er met de kennis van nu uit zal zien. Een ding staat als een paal boven water: we kunnen dit alleen als iedereen zijn steentje bijdraagt. Daarom willen we alle belanghebbenden hier vanaf het begin bij betrekken. Dat betekent dat we met onze inwoners in gesprek gaan, want we vinden het als bestuur belangrijk dat de overstap naar aardgasvrij voor iedereen haalbaar en betaalbaar is.

4

Hier heeft Chris Dekker de gasmeter uit een naar nul-op-de-meter gerenoveerde woning in de Stromenwijk gehaald.

Samenvatting In 2050 worden gebouwen in Nederland niet meer met aardgas verwarmd. Dat is nodig om onze CO2-uitstoot terug te dringen en klimaatverandering tegen te gaan. Ook willen we de afhankelijkheid van aardgas verminderen, zowel uit Groningen als uit het buitenland. Daarom gaan we1 in Middelburg onze gebouwen en huizen op een duurzame manier verwarmen. Deze overstap naar duurzame, aardgasvrije verwarming noemen we de warmtetransitie. Volgens het Nederlands Klimaatakkoord moeten alle gemeenten uiterlijk in 2021 hun Transitievisie Warmte (TVW) vaststellen, waarin de alternatieven voor aardgas en het handelingsperspectief voor deze alternatieven is uitgewerkt.

Uitgangspunten en kijk op de warmtetransitie We hebben met input uit de samenleving uitgangspunten opgesteld voor de warmtetransitie, deze komen in hoofdstuk 2 aan bod.2 Op basis van deze uitgangspunten is de volgende kijk op de warmtetransitie geformuleerd:

Het transitiepad naar aardgasvrije verwarming Voor de verschillende buurten en dorpen in onze gemeente hebben we een transitiepad uitgestippeld waarin staat welke stappen op welke manier gezet kunnen worden naar een toekomst zonder aardgas.3 Een transitiepad zegt iets over hoe kansrijk een alternatief voor aardgas is voor een buurt, en hoe we dat alternatief in die buurt stap voor stap realiseren. Deze transitiepaden hebben we weergegeven in een transitiekaart (figuur 1). In elk transitiepad zijn enkele maatregelen nodig die gebouweigenaren sowieso moeten nemen. Het gaat dan om isoleren, ventileren, elektrisch koken en in sommige gevallen het aanpassen van de binneninstallatie, zoals radiatoren. Met deze maatregelen besparen we energie, vergroten we het wooncomfort én bereiden we de woning voor op verwarmen zonder aardgas. Dit noemen we het ‘transitiegereed maken’ van het gebouw. We onderscheiden voor Middelburg de volgende transitiepaden: 

Hybride warmtepompen en lokale gasvrije opties

We werken samen aan een haalbare, betaalbare en sociale transitie. We zetten met Zeeuwse kracht en lokaal maatwerk in op realisatie van de doelstelling van 55 procent CO2-besparing in 2030. Daarmee laten we bewust de doelstelling los om 20 procent van de gebouwde omgeving aardgasvrij te hebben in 2030. Met dit standpunt zetten we sterk in op CO2-reductie. We zien besparing als essentiële stap en vertalen dit naar een strategie om gemeentebreed in te zetten op isolatie en andere maatregelen, op zo’n manier dat we daarmee de gebouwen klaarmaken voor de overstap naar aardgasvrij. Daar waar de isolatiestap al gezet is, informeren, motiveren en faciliteren we inwoners om de vervolgstap te

Sint-Laurens, Arnemuiden, Nieuw- en Sint-Joosland, Kleverskerke en het buitengebied kennen relatief veel oudbouw en een lage bebouwingsdichtheid. Ook in het centrum van Middelburg is veel vooroorlogse bebouwing en staan bovendien panden met monumentale status. In deze gevallen is gasvrije verwarming vaak kostbaar en technisch ingewikkeld. Daarnaast bestaan deze gebieden overwegend uit particuliere woningeigenaren, wat collectiviteit lastiger te organiseren maakt. In deze buurten kiezen we er daarom voor om op natuurlijke momenten, tussen nu en 2050, zoveel mogelijk gas te besparen met isolatie, hybride warmtepompen en lokale, gasvrije warmteopties als dat

1 In de TVW spreken we vanuit we/wij perspectief. Daarmee bedoelen we de gemeente die in

buurtgrenzen zijn nuttig omdat elk model dezelfde afbakening gebruikt, waarmee de vergelijkende

samenwerking met betrokken partijen in een lokale werkgroep en in gesprek met de samenleving

analyse goed uitgevoerd kan worden. Maar deze grenzen hoeven niet altijd in lijn te zijn met wat

deze visie heeft opgesteld.

door inwoners als logische grenzen gezien wordt, of wat logisch is om als grens te hanteren voor

2

De volledige notitie met de uitgangspunten en selectiecriteria is te vinden in de bijlagenotitie

3 In de vergelijkende analyse die gebruikt is om richting te geven aan het transitiepad per buurt,

gebruikt ieder model als definitie van buurten de zogenaamde CBS-buurtgrenzen. Deze CBS-

5

zetten naar een hybride of volledig elektrische warmtepomp. Daar waar het haalbaar, betaalbaar en sociaal kan, verkennen we gebiedsgericht de stappen naar aardgasvrij.

een mogelijke vervolgstap zoals een isolatie-actie. Deze CBS-grenzen zijn dan ook niet leidend geweest in het bepalen van acties voor het vervolg na deze TVW voor de verschillende wijken en dorpen in onze gemeente.

haalbaar en betaalbaar is. De resterende gasvraag vullen we op termijn in met duurzaam gas, mits ook in de toekomst blijkt dat andere alternatieven niet rendabel zijn, en mits er voldoende duurzaam gas beschikbaar is voor de gebouwde omgeving. Bij elke herijking van de TVW bekijken we de ontwikkelingen hierover. 

Dauwendaele – onderzoek warmtenet

In 2018 is de wijk Dauwendaele als één van de 27 wijken in Nederland opgenomen in het landelijke Programma Aardgasvrije Wijken. De gemeente onderzoekt samen met Woongoed of en hoe 900 woningen in de wijk verwarmd kunnen worden met een warmtenet. Het doel is om daarvoor gebruik te maken van restwarmte die afkomstig is van de industrie. Momenteel wordt gekeken of de plannen richting realisatie verder kunnen worden uitgewerkt in samenwerking met publieke partijen. Warmtenetten zullen gefaseerd worden gerealiseerd met een buurtgerichte aanpak waarmee per fase clusters van gebouwen van het aardgas zullen afgaan om te worden aangesloten op een collectief warmtenet. Vanwege geclusterd bezit en de aantallen waar het veelal om gaat, wordt corporatiebezit als kansrijk gezien om als eerste aan te sluiten in een buurt, en gestapelde bouw eerder dan laagbouw. Behalve Dauwendaele, zijn er in Middelburg geen hele wijken of dorpen waar een warmtenet de laagste kosten met zich meebrengt. Mogelijk kunnen in de toekomst met nieuwe inzichten en ontwikkelingen in (delen van) de besparingsbuurten (zie verder hieronder) alsnog kansen ontpoppen voor een warmtenet. 

Elektrische warmtepompen

In Middelburg zien we in Veersepoort, Mortiere, Rittenburg en in kleinere delen van Arnemuiden kansen voor een elektrische warmtepomp. In een all-electricgebied ligt in de toekomst in principe alleen een elektriciteitsnet in de grond. De keuze voor een warmtepomp zal door individuele gebouweigenaren gemaakt worden en afhankelijk zijn van natuurlijke momenten zoals vervanging van de CV-ketel. Een aanpak om gelijktijdig als wijk of dorp de overstap te maken ligt daarom niet voor de hand. Nadruk zal gaan liggen op het gericht infomeren, motiveren en faciliteren van inwoners (een ‘doelgroepenaanpak’).

6

Besparen en warmteoptie later herijken

In de meeste wijken in de stad Middelburg rondom het centrum zien we dat de kosten voor all-electric en een warmtenet dichtbij elkaar liggen. Het gaat om overwegend naoorlogse wijken met een redelijke bebouwingsdichtheid. Of in deze buurten een warmtenet komt is afhankelijk van de beschikbaarheid van warmtebronnen en de mate waarin we de warmtevraag kunnen organiseren. Hiervoor ontbreekt op dit moment voldoende perspectief. Bij de herijking van de Transitievisie Warmte beoordelen we opnieuw het perspectief op een warmtenet. Kijkend naar de bebouwing is in deze wijken veel winst te halen met isolatie en zal dus daar de nadruk op liggen in dit transitiepad voor de komende periode. 

Bedrijventerreinen

Op industrieterrein Arnestein, maar ook in diverse kleinere gebieden zoals in Mortiere vinden we utiliteitsgebouwen. Voor bedrijventerreinen geldt dat de warmtevraag sterk afhankelijk is van het type bedrijven op het terrein. Over het algemeen hebben bedrijven een grotere koudevraag dan woningen en is het aantal eigenaren beperkt, waardoor kleinschalig collectieve oplossingen met warmtepompen en WKO logische opties zijn. In het geval van hallen of loodsen geldt dat er wellicht helemaal geen warmtevraag is. Bedrijventerreinen vragen om maatwerk en een makelaarsfunctie om waar mogelijk en wenselijk de kansen te verkennen voor een collectieve oplossing met de verschillende eigenaren op het terrein. 

Recreatieterreinen

In het oosten van de gemeente liggen twee recreatiegebieden. Ook is er een stadscamping in het centrum waar circa 60 chalets staan. Recreatievastgoed heeft als kenmerk dat het meestal een collectieve elektriciteit- en gasaansluiting heeft. De infrastructuur op het park zelf is op eigen terrein, en dus vaak in eigendom. Voordeel is dat elektriciteit voor deze plekken goedkoop is dankzij een lage energiebelasting, waardoor elektrificeren loont. Ook worden de huisjes vaak meer gebruikt in de lente en zomer – dus buiten het stookseizoen. Daarom is bijvoorbeeld infrarood een mooie en betaalbare oplossing, aangevuld met een (zonne)boiler voor warm tapwater. De huisjes hebben een natuurlijk overstapmoment als de woningen een renovatiebeurt krijgen. Nieuwbouwrecreatie zal net als woningnieuwbouw, aardgasvrij plaatsvinden (zie ook hieronder).

Nieuwbouw: altijd aardgasvrij en volgt de fasering van de gebiedsontwikkeling

Alle nieuwbouw in Middelburg wordt aardgasvrij gerealiseerd, dat is sinds 2018 landelijke wetgeving. Voor de meeste nieuwbouwontwikkelingen zal gelden dat een warmtepomp de optimale warmteoptie is. Alleen voor grootschalige ontwikkelingen kan een collectieve warmteoptie, zoals een warmtenet of bronnet, worden onderzocht. Het moet dan gaan om aantallen vanaf ca. 50 woningen in dichtheden vanaf 30 woningen per hectare. Aanvullend op de transitiepaden die we voor de gemeente hebben bepaald, zien we ook twee kanswijken om op korte termijn verder te verkennen wat de mogelijkheden zijn voor stappen naar aardgasvrij. Mortiere is een homogene wijk met nieuwere woningen van na 2005 en dus goede isolatie. Het lijkt erop dat in deze wijk voor veel woningeigenaren de CV-ketel op korte termijn aan vervanging toe is. Dit zou een natuurlijk moment zijn voor de overstap naar een elektrische warmtepomp. In Griffioen zien we een iets gemêleerdere samenstelling van woningen, maar vooral woningen met een bouwjaar tussen ’50 en ’75. Een isolatieaanpak zou hier goed passen om grote slagen te maken in warmteen daarmee CO2-besparing. Met deze constatering is niet gezegd dat we daar ook binnenkort gaan starten met een uitvoeringsplan. Het gaat om een goed gefundeerde voorzet voor verdere verkenning de komende tijd.

Figuur 1: Transitiekaart van Middelburg. Een grotere versie is te vinden in bijlage 2.

Stappen richting de uitvoering Als vervolg op deze TVW werken we aan een aantal stappen om met de uitvoering aan de slag te gaan. We beginnen met de voorbereiding om de transitiepaden naar de praktijk om te zetten. Dat doen we met een ‘doelgroepgerichte aanpak’ en een ‘gebiedsgerichte aanpak’. Doelgroepgerichte aanpak Met de doelgroepgerichte aanpak willen we inwoners informeren, motiveren en stimuleren om hun woningen transitiegereed te maken en waar mogelijk al de overstap te maken naar een hybride warmtepomp of een volledig elektrische warmtepomp. We zien een rol voor de provinciale subtafel TVW om deze aanpakken verder uit te denken en handen en voeten te geven met de beschikbare kennis en middelen. Communicatie, participatie en financiering zijn essentiële bouwstenen om hiermee aan de slag te kunnen. Op provinciaal niveau zal voor participatie en communicatie een plan worden opgesteld met bruikbare kaders en handvatten om onze inwoners blijvend te informeren en betrekken. De provinciale loketten Energiek Zeeland en Duurzaam Bouwloket moeten

7

bovendien zorgen dat de juiste informatie gebundeld en beschikbaar is, met handelingsperspectieven voor inwoners én de juiste verwijzing naar ondersteunende partijen en financieringsmogelijkheden om de drempel tot actie zo laag mogelijk te maken. Samenwerking vervolgen, aanpak en kansen verder uitwerken We zien een rol om samen met de belangrijkste stakeholders uit de projectgroep de samenwerking voort te zetten en de genoemde aanpak en kansen met elkaar verder te verkennen. We maken hierbij dankbaar gebruik van de Zeeuws brede aanpak, kennis en middelen die we samen met de andere Zeeuwse gemeenten gaan uitwerken. Als gemeente zien we in samenwerking met de projectgroep ook een rol in het naleven van de doelstelling voor 2030 en het monitoren van de voortgang om hierop tussentijds te kunnen bijsturen.

8

Inhoudsopgave

9

Colofon

2

Voorwoord wethouder

4

Samenvatting

5

Inhoudsopgave

9

1

Inleiding

10

2

Uitgangspunten en kijk op de warmtetransitie

14

3

Duurzame alternatieven voor aardgas

17

4

De transitiepaden naar aardgasvrij voor Middelburg

21

5

Stappen richting uitvoering

27

Bijlage 1 Begrippenlijst

36

Bijlage 2 Transitiekaart

38

Bijlage 3 Communicatieframe

39

1 Inleiding Middelburg gaat stap voor stap van het aardgas af. Vóór 2050 gaan we over op duurzame warmtebronnen om ons huis en alle andere gebouwen te verwarmen en om te koken. Om te bepalen hoe we dat gaan doen, moet Middelburg een Transitievisie Warmte (TVW) opstellen. In een TVW geven we aan hoe we buurten aardgasvrij gaan verwarmen en koken, en in welk tempo die overstap verloopt. De TVW is een visie op hoofdlijnen met de kennis van nu. De TVW geeft richting, maar biedt tegelijkertijd ruimte om bij te sturen en te leren. Daarom actualiseren we de TVW minimaal iedere vijf jaar.

1.1 Landelijke context Net als alle andere landen moet Nederland een flinke inspanning leveren om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2°C, en met een streven naar niet meer dan 1,5°C. Daarover hebben we afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord van Parijs. In 2019 ondertekenden overheden, organisaties en bedrijven in Nederland het Nationale Klimaatakkoord. Hierin staan concrete afspraken om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990. Het Nederlandse doel is om in 2050 een volledig aardgasvrije samenleving te hebben. Voor de gebouwde omgeving zijn dit bijna acht miljoen woningen en één miljoen utiliteitsgebouwen. Gemeenten hebben een regierol in deze transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Het Klimaatakkoord vraagt gemeenten om te werken aan plannen op drie niveaus, waartussen afstemming plaatsvindt (figuur 2): 1. Op Regionaal niveau doen we dat in de vorm van de Regionale Energie Strategie (RES), waarin we duurzame energiebronnen in de regio in kaart brengen. Onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW), waarmee we de regionale beschikbare warmtebronnen, het verdeelvraagstuk van warmte binnen de regio, de benodigde infrastructuur en de ruimtelijke impact en kosten globaal in beeld brengen. 2. Op gemeentelijk niveau doen we dat in de vorm van de TVW, die elke gemeente uiterlijk 2021 vaststelt.

De TVW beschrijft hoe de

10

gemeente samen met stakeholders de warmtevraag in de gebouwde omgeving op een aardgasvrije en duurzame manier kan invullen en in welk tempo dat zal verlopen. Het aardgasgebruik van industriële bedrijven valt buiten de scope van de TVW. 3. Op plekken waar we starten met een traject richting aardgasvrij stellen we een uitvoeringsplan op wijk- of dorpsniveau op. In het uitvoeringsplan kan worden bepaald hoe de uiteindelijke warmtevoorziening voor bijvoorbeeld een dorp of wijk eruit komt te zien. Daarbij worden de inwoners, overige gebouweigenaren en andere belanghebbenden nauw betrokken.

1.2 De warmtetransitie in Zeeland De provincie en de gemeenten in Zeeland hebben besloten om samen de schouders te zetten onder de energietransitie in de provincie. Eén van de belangrijke onderdelen hierin is de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Dat komt tot uiting in onder andere het Zeeuws Energieakkoord en de gezamenlijke aanpak richting een TVW per Zeeuwse gemeente. Landbouw en landgebruik

Klimaatakkoord Nederland

Elektriciteit

Regionale Energie Strategie (RES)

Gebouwde omgeving

Transitievisie Warmte (TVW)

Mobiliteit

Uitvoeringsplan (UP)

Industrie

Figuur 2 Planvorming op drie niveaus in de warmtetransitie

Zeeuws Energieakkoord (RES) De ambitie van de RES in Zeeland is samengebracht onder de vlag van het Zeeuws Energieakkoord. Hierin staan afspraken hoe in 2030 en 2050 respectievelijk 49% en 95% CO2-uitstoot gereduceerd gaat worden binnen de sectoren Gebouwde Omgeving, Mobiliteit en Elektriciteit. Deze uitwerking van het Klimaatakkoord op Zeeuws niveau wordt ook wel “Parijs op z’n Zeeuws” genoemd. In de RES 1.0 wordt onderstreept dat de Zeeuwse gebouwde omgeving divers en uniek is, en dat er drie belangrijke knoppen zijn om aan te draaien: vermindering van de energievraag, verduurzaming van het energieaanbod en toepassing van duurzame installaties en producten. Veel is nog onduidelijk als het gaat om de bruikbaarheid van Zeeuwse warmtebronnen. En of ze, als ze bruikbaar zijn, ook daadwerkelijk efficiënt voor warmtevoorziening in de Zeeuwse gebouwde omgeving ingezet kunnen worden. Daarom wordt in de RES 1.0 het belang benadrukt van vol inzetten op energiebesparing, vooral door isolatie van gebouwen. Regionale Structuur Warmte (RSW) Onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW). De RSW geeft inzicht in een mogelijke regionale verdeling van warmtebronnen en welke toekomstige warmteinfrastructuur daarvoor nodig is. De RSW stelt vier conclusies:

11

Reduceren van de warmtevraag, bijvoorbeeld door isolatie, is altijd van groot belang in heel Zeeland.

Warmtenetten voorkomen elektrificatie en onnodige verzwaring van het elektriciteitsnet. Warmtenetkansen moeten we daarom onderzoeken.

Restwarmte is op een paar plekken in Zeeland zeer kansrijk, maar kent grote ontwikkelrisico’s. Daarnaast zijn er in Zeeland diverse lokale bronnen mogelijk, zoals zonthermie.

Er is niet alleen regionale afstemming nodig voor warmte, ook voor elektriciteit en duurzaam gas.

1.2.1 Zeeuwse aanpak van de TVW Twaalf van de dertien gemeenten in Zeeland, te weten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen hebben in een gezamenlijk traject gewerkt aan de TVW 2021. Gedurende dit traject heeft op provinciaal niveau afstemming plaatsgevonden over het proces, over de gezamenlijke uitgangspunten en over inzichten in aardgasvrije oplossingen.

Figuur 3: Proces TVW met een provinciale basis en lokale verdieping

Met de provinciale basis is elke gemeente aan de slag gegaan met een lokaal traject, waarin samengewerkt is om te komen tot een visie per gemeente. Ook het gesprek met de samenleving is lokaal gevoerd. Provinciale afstemming bleef parallel aan het lokale traject plaatsvinden.

1.3 De warmtetransitie in onze gemeente Tot slot speelt in iedere gemeente ook de lokale context mee: 

We hebben op dit moment ongeveer 24.000 woningen en bijna 4.000 bedrijven in onze gemeente, waarvan het overgrote deel nog aangesloten is op het aardgas.

De bebouwing in onze gemeente is relatief oud en ook verspreid. De meeste woningen zijn naoorlogs, en komen uit de periode 1950-1980.

Dauwendaele is één van wijken in Nederland die geld van de regering heeft gekregen voor het aardgasvrij maken van woningen middels de regeling Progamma Aardasvrij Wijken (PAW). Het gaat hierbij om een warmtenet met een totaal van ongeveer 900 woningen (een gedeelte van Dauwendaele).

De Warmtetransitie staat niet op zichzelf, maar heeft een link met andere beleidsterreinen, waaronder de Omgevingsvisie, de Klimaat Adaptatie Strategie (KAS), de Middelburgse Milieu Visie,

de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, energietransitie, mobiliteit, economie, gezondheid, armoede en grondbeleid. In de verdere uitwerking, bijvoorbeeld in de uitvoeringsplannen, zullen we de opgaven die op andere terreinen spelen altijd zo zorgvuldig mogelijk met elkaar integreren. 

Gemeente Middelburg is partner in diverse Europese subsidieprojecten. De meesten zijn gelinkt aan klimaat en energie. Zo gaat bijvoorbeeld het project SHIFFT over het duurzaam verwarmen van onze gebouwen. Met subsidie uit dit project is onder andere deze Transitie Visie Warmte mede tot stand gekomen en wordt een gemeentelijk gebouw als demonstratieproject aardgasvrij gemaakt. Zie verder https://www.middelburg.nl/europese-projecten .

Middelburg heeft veel monumentenpanden en vindt het belangrijk dat deze verduurzaamd worden met behoud van hun historische kwaliteiten. Middelburg loopt in Nederland en in Europa voorop als het gaat om monumenten te verduurzamen. Afgelopen jaren zijn onder andere met subsidie uit het Europese project VIOLET warmtescans van voorgevels van monumenten gemaakt, is het duurzame monumentenpaspoort ontwikkeld samen met Erfgoed Zeeland, zijn er snelle en gratis flitsvergunningen ontwikkeld voor bijvoorbeeld isolatieglas, zonwering en zonnepanelen en zijn er monumenten verduurzaamd met hulp van de DuMo (duurzame monumenten) Coach.

1.4 Wie hebben meegedacht? 1.4.1 Regionale en lokale stakeholders Figuur 3 laat het proces zien hoe de TVW tot stand is gekomen. In zowel het provinciaal als lokale traject hebben verschillende stakeholders meegewerkt. Deze regionale en lokale stakeholders worden hieronder kort geïntroduceerd. TVW op provinciaal niveau Onderdeel van het Zeeuws Energieakkoord is de provinciale projectgroep TVW Zeeland. Deze bevat een afvaardiging namens alle Zeeuwse gemeenten, de gezamenlijke woningcorporaties, netbeheerder Enduris, provincie Zeeland en Zeeuwind (namens alle energiecoöperaties en de

12

Leon en Kyona Zweedijk uit Stromenwijk – ‘t Zand “Wij wonen in een tussenwoning uit 1903 in Stromenwijk - ’t Zand. We hebben bijna alle muren en plafonds van binnen geïsoleerd met voorzetwanden, mechanische ventilatiesystemen aangelegd, alle elektra vervangen, de vloer geïsoleerd en vloerverwarming aangelegd. De CV ketel is nog niet zo oud, maar als die moet worden vervangen kan er direct een warmtepomp worden aangesloten. We hebben ook zonnepanelen. Tip: We hebben op de bovenverdieping helemaal geen radiatoren meer, maar infraroodpanelen. Alle leidingen moesten vervangen worden, en de afstand van de CV naar boven was vrij groot. Het werkt erg goed.”

Participatiecoalitie). De werkzaamheden van de provinciale projectgroep vinden plaats in afstemming met het Zeeuws Energieakkoord, RES Zeeland en Waterschap Scheldestromen. Deze partijen hebben deelgenomen aan gezamenlijke werksessies, waar onder andere de gezamenlijke uitgangspunten provinciaal zijn opgesteld en inzichten zijn opgehaald over aardgasvrije oplossingen. Ook op de subtafel TVW is tussentijds meegedacht met de visievorming.

hoofdstuk 3 gaan we in op de techniek: welke duurzame alternatieven voor aardgas zien we en hoe komen we tot een voorkeur voor een warmteoptie per buurt. In hoofdstuk 4 leggen we uit welke transitiepaden naar aardgasvrij we voorzien voor Middelburg en hoe we zijn gekomen tot de transitiekaart. In hoofdstuk 5 gaan we ten slotte in op de eerste stappen richting uitvoering die nodig zijn om na deze visie aan de slag te gaan met de warmtetransitie.

TVW op lokaal niveau Een lokale projectgroep van betrokken partijen heeft gewerkt aan de verschillende onderdelen van deze TVW, zoals de validatie van de transitiekaart en prioritering, het bepalen van een uitvoeringsstrategie en het bestuurlijke besluitvormingsproces. In deze projectgroep nam de gemeente deel, samen met woningcorporatie Woongoed, netbeheerder Enduris en twee inwoners uit de focusgroep.

Separaat aan dit document zijn er verschillende bijlages die gebundeld zijn in één document waar naar verwezen kan worden.

1.4.2 Inwoners en bedrijven Om deze TVW tot stand te brengen, hebben we inwoners, bedrijven, gemeenteraden andere stakeholders op verschillende manieren en momenten in het proces betrokken. 977 inwoners en bedrijven in Zeeland hebben via een enquête laten weten wat ze belangrijk vinden in de overstap naar aardgasvrij (zie bijlagenotitie). 75 raadsleden hebben de enquête ingevuld. Uit Middelburg hebben 102 inwoners deelgenomen aan de enquête. Deze inbreng is verwerkt in de uitgangspunten (zie bijlagenotitie) en in het hoofdstuk Uitvoeringsstrategie. Voor Middelburg heeft daarnaast op 3 juni 2021 een lokale inwonersavond plaatsgevonden. Inwoners zijn toen geïnformeerd over de tussentijdse resultaten van de TVW, hebben ruimte gekregen om vragen te stellen en we zijn tijdens deze avond met inwoners in gesprek gegaan over vervolgstappen die nodig zijn richting uitvoering. Gezien het grote belang van isoleren als tussenstap naar uiteindelijke aardgasvrije oplossingen, hebben we inwoners vooral bevraagd over de belemmeringen waar zij nu tegenaan lopen bij het aan de slag gaan met isoleren en wat er nodig is om inwoners hierbij verder te helpen. Deze input is gebruikt om het hoofdstuk Uitvoeringsstrategie te verrijken.

1.5 Leeswijzer Deze inleiding vormt hoofdstuk 1. In hoofdstuk 2 gaan we in op de uitgangspunten en onze kijk op de warmtetransitie in Zeeland. In

13

2 Uitgangspunten en kijk op de warmtetransitie In Zeeuws verband hebben we uitgangspunten voor de transitie naar een aardgasvrij Middelburg opgesteld. De inbreng van stakeholders en resultaten uit de eerste participatieronde zijn hierin meegenomen. De uitgangspunten zijn leidend om de warmtetransitie in de gemeente Middelburg tot een succes te maken en bieden richting aan het bepalen van de voorkeursoptie per wijk of dorp. De uitgangspunten zijn in dit hoofdstuk samengevat en in uitgebreidere vorm terug te lezen in de notitie van uitgangspunten en selectiecriteria als onderdeel van de bijlagenotitie. Op basis van deze uitgangspunten nemen we stelling door een kijk op de warmtetransitie te formuleren die leidend is voor de keuzes en de aanpak in deze TVW. Dit hoofdstuk zal naast de uitgangspunten de kijk op de warmtetransitie toelichten.

2.1 Uitgangspunten

Inwoners willen meedoen: voldoende draagvlak is cruciaal aangezien de warmtetransitie tot achter de voordeur zal komen. We geven gehoor aan ideeën en bieden ruimte aan eigen initiatieven. We streven naar een zo hoog mogelijk wooncomfort als belangrijke randvoorwaarde voor draagvlak en deelname aan de warmtetransitie.

Partijen zijn tevreden over de manier en mate van samenwerken: een robuust samenwerkingsverband als fundament voor de transitie geeft de visie draagkracht en is essentieel om er uiteindelijk voor te zorgen dat uitgesproken ambities realiteit worden.

We maken optimaal gebruiken van de kracht van Zeeuwse samenwerking, maar zetten in op lokaal maatwerk en eigenaarschap. De warmtetransitie vraagt om maatwerk op lokaal niveau, want: geen gemeente is hetzelfde. Dit lokale vraagstuk biedt ruimte voor lokaal eigenaarschap en oplossingen door en voor de inwoners van een gemeente.

We zetten beweging in gang: quick-wins voor draagvlak en motivatie. Om ervoor te zorgen dat we in beweging komen, hebben we aandacht voor quick-wins. Deze snelle resultaten geven ons energie en motivatie en vergroten het draagvlak.

We streven naar een zo laag mogelijke maatschappelijke impact en zo hoog mogelijke maatschappelijke meerwaarde: dat de warmtetransitie impact gaat hebben op onze omgeving is een feit maar wát de maatschappelijke impact zal zijn, hebben we zelf in de hand. We sturen op een zo laag mogelijke maatschappelijke impact en zo hoog mogelijk maatschappelijke meerwaarde.

Deze paragraaf beschrijft op beknopte wijze de uitgangspunten: 

Iedereen kan meedoen: we streven naar haalbare en betaalbare oplossingen voor alle inwoners. Daar kunnen we provinciaal en lokaal aan bijdragen door uit te gaan van de laagste maatschappelijke kosten.4

We gaan voor een eerlijke en sociale transitie: we gaan zorgvuldig en stapsgewijs te werk, we houden rekening met individuele situaties of knelgevallen en zoeken naar de beste oplossing voor iedere situatie. De warmtetransitie mag geen energiearmoede veroorzaken of versterken en waar mogelijk moet de transitie deze zelfs verminderen.

4 De term laagst maatschappelijke kosten komt uit het Nederlandse Klimaatakkoord. Daarin is

uitgangspunt te nemen brengen we gezamenlijke betaalbaarheid dichterbij. Maar daarmee geeft de

afgesproken dat de TVW uitgaat van de laagste maatschappelijke kosten van de hele warmteketen:

visie geen inzicht in, en doet die geen uitspraak over de betaalbaarheid voor individuele

dat gaat over de kosten van de energiebron, de infrastructuur, en kosten voor de aanpassingen in

stakeholders. Deze en andere termen worden in de begrippenlijst in bijlage 1 ook toegelicht.

het gebouw zelf. Door als gemeente in deze visie de laagste maatschappelijke kosten als

14

2.2 Kijk op de warmtetransitie Op basis van de uitgangspunten hebben we een kijk op de warmtetransitie geformuleerd5. Deze neemt stelling en is leidend voor de keuzes en aanpak in de TVW. Samen werken aan een haalbare, betaalbare en sociale transitie Samen werken we aan een haalbare, betaalbare en sociale transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. We sluiten aan bij de Zeeuwse kracht en bredere energie- en CO2-doelstellingen, maar met lokaal maatwerk en eigenaarschap. Gericht op laaghangend fruit en kansen voor de korte termijn, die naast het bijdragen aan CO2-besparing, ook moeten zorgen voor draagvlak en motivatie om de vervolgstappen met elkaar te gaan zetten.6

Trees Janssens uit de Veerse Poort “Ik woon in een vrij nieuw appartementencomplex in de Veerse Poort met een VVE (Vereniging van Eigenaren). Mijn eigen appartement is aardgasvrij en ik probeer zelf zo duurzaam mogelijk te leven. Ik zou nog heel graag zonnepanelen op het dak willen, maar helaas wil een deel van de andere eigenaren niet, waardoor het niet doorgaat. Tip: Wist je dat je heel veel CO2 kunt besparen zonder dat het veel kost? Als je 1 dag geen vlees eet, bespaar je net zo veel CO2 als dat je 1.250 km rijdt met een benzine auto èn bespaar je de hoeveelheid water die 1 persoon gebruikt tijdens 30 keer douchen.”

Doelstelling van 49 procent CO2-reductie in 2030 In de warmtetransitie voor Middelburg hanteren we daarom de doelstelling van 49 procent CO2-besparing in 2030, zoals ook opgenomen in de RES. Met de blik op 2030 in plaats van 2050 houden we het concreet en kunnen we meebewegen met nieuwe technische, financiële en beleidsmatige ontwikkelingen die later in de periode tot 2030 zullen volgen. Met de blik op CO2-reductie laten we bewust de doelstelling los om 20 procent van de gebouwde omgeving in 2030 aardgasvrij gerealiseerd te hebben. Focus op besparen en individuele oplossingen Dat doen we omdat we een spanningsveld zien tussen de versnelling die nodig is om deze doelstelling te behalen, en de tijd die nodig is om voldoende draagvlak en middelen te creëren. Enerzijds staan we ervoor open om te starten met planvorming in gebieden waar aardgasvrij haalbaar, betaalbaar en sociaal kan. Een collectieve oplossing zoals een warmtenet voor een dorp of wijk kan immers zorgen voor een duidelijke afbakening in de tijd en betere sturing op aardgasvrij. Anderzijds zien we

5 De begrippen warmtetransitie en Transitievisie Warmte lijken op het eerste gezicht veel op elkaar,

handelingsperspectief voor de korte termijn te bieden. De TVW kent een scope van vijf jaar –

maar zijn twee verschillende begrippen met allebei een andere scope. De warmtetransitie bestrijkt

wanneer de herijking van de visie plaatsvindt.

de gehele periode tot 2050 om over te stappen op duurzame alternatieven voor aardgas. De Transitievisie Warmte is een concrete opdracht vanuit het Klimaatakkoord aan gemeenten om de warmtetransitie aan te zwengelen, de alternatieven voor aardgas inzichtelijk te maken en

15

6 Deze visie is gebaseerd op de uitgangspunten zoals geformuleerd in de betreffende notitie, te

vinden in de notitiebijlage

dat de kansen voor dergelijke collectieve oplossingen vooralsnog beperkt zijn in Middelburg en dat het tijd kost om mensen eerst in het verhaal van de warmtetransitie mee te nemen. De focus ligt daarom voor de komende tijd primair op CO2-besparing. Dat begint bij bewustwording en zuinig omgaan met energie. Grote stappen kunnen gezet worden met isoleren van gebouwen. Maar ook het laaghangend fruit zoals tochtstrips en radiatorfolie kunnen helpen. Hier gaan we dan ook volop met elkaar op inzetten. Vervolgens zien we vooral de overstap naar een (hybride) warmtepomp als logische vervolgstap voor een groot deel van de gemeente. De keuzes daarvoor moeten gemaakt worden door individuele eigenaren en zal vooral plaatsvinden op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld bij renovaties of als de CV-ketel aan vervanging toe is. Versnelling door te informeren, motiveren en faciliteren Focus op besparen en individuele oplossingen betekent een meer geleidelijke en verspreide, maar ook vrijblijvende transitie. Daarom zien wij een rol als drijfveer om naar de gestelde doelen toe te werken, door inwoners zo goed mogelijk te informeren, motiveren en faciliteren om de benodigde stappen te gaan zetten. Tegelijkertijd bewaken we de gestelde uitgangspunten om de transitie voor iedereen haalbaar, betaalbaar en sociaal te houden.

16

Koert Jan Schulting uit de binnenstad

“Wij wonen sinds 2013 in een monumentenpand uit 1596 in de binnenstad. Ons huis is waar mogelijk geïsoleerd, de achtergevel is bijvoorbeeld aan de binnenkant geïsoleerd en we hebben voorzetramen. Bovendien zorgen we ervoor dat er veel groen is in onze tuin. Sinds kort hebben we zonnepanelen op het dak. Hoewel de ligging van het dak niet zo gunstig is, hebben we het toch gedaan, want alle beetjes helpen. Misschien wekken we maar 50% van de capaciteit op, maar met de huidige energietarieven is dat toch wel een voordeel. Tip: De bewustwording bij veel jongere mensen lijkt meer aanwezig. Die vliegen vaak bijvoorbeeld helemaal niet, eten vaker weinig of geen vlees en kopen soms tweedehands kleding. Daar kunnen we wat van leren!"

3 Duurzame alternatieven voor aardgas Er zijn verschillende alternatieven voor het verwarmen met aardgas. Welk alternatief waar past is afhankelijk van de gebouwde omgeving en de beschikbaarheid van schone energiebronnen. In dit hoofdstuk beschrijven we welke technieken voor Middelburg beschikbaar en logisch zijn.

3.1 Alle gebouwen klaar voor aardgasvrije verwarming In het kort Tussen nu en 2050 maken gebouweigenaren hun gebouwen klaar voor duurzame verwarming door optimaal te isoleren binnen de bestaande schil, door te ventileren en door elektrisch te koken. Dit noemen we het ‘transitiegereed maken’ van het gebouw. Daarmee beperken we de vraag naar duurzame energie en zijn we voorbereid op meerdere warmteopties. De stap naar schone verwarming kunnen we soms maken voordat we klaar zijn met isoleren. Maar ook dan is het belangrijk om daarna nog verder te isoleren. De eerste stap naar schone verwarming is zuinig omgaan met energie. Door zuiniger om te gaan met energie hebben we minder (schone) bronnen nodig en maken we onze gebouwen geschikt voor duurzame technieken. We gaan zuinig om met energie door te isoleren, kieren te dichten, te ventileren, over te stappen naar elektrisch koken en door bewuster om te gaan met energie, door bijvoorbeeld een ruimte niet warm te maken als dat niet hoeft. Een gebouw of woning is klaar voor meerdere duurzame warmteopties als we binnen de bestaande schil optimaal isoleren en kieren dichten. De schil bestaat meestal uit een dak, gevel, ramen en vloer. Bij isolatiemaatregelen

7

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2021), Standaard en Streefwaarden: uitkomst traject begeleidingscommissie.

is het altijd de vraag hoe ver we moeten gaan om, zoals we dat noemen, ‘transitiegereed’ te zijn. Met andere woorden om klaar te zijn om de overstap te maken naar een aardgasvrij verwarmingsalternatief. We nemen in de TVW als uitgangspunt dat aan het einde van de transitie zoveel mogelijk gebouwen minimaal dit niveau hebben bereikt. Met deze benadering sluiten we aan bij de landelijke Standaard en Streefwaarden, zoals genoemd in het Klimaatakkoord7. Naast de schil moeten we soms ook de binneninstallatie aanpakken. Die bestaat uit elektrisch koken, ventilatie en radiatoren of vloerverwarming. Als we optimaal isoleren binnen de bestaande schil kunnen vooroorlogse woningen verwarmd worden met een duurzame warmteoptie die een temperatuur heeft van hoogstens 70°C, dat noemen we middentemperatuur. Deze temperatuur is nodig om het huis comfortabel te kunnen verwarmen. Naoorlogse woningen zijn dan geschikt om te worden verwarmd met een duurzame warmteoptie op zowel midden- als laagtemperatuur van hoogstens 50°C. Voor laagtemperatuur moeten dan ook nog de radiatoren geschikt worden gemaakt. Gebouweigenaren kunnen er altijd voor kiezen om méér te isoleren dan de bestaande schil (verder dan de Standaard). Het aanpassen van onze woningen en gebouwen kost veel tijd. Daarom is het belangrijk om deze maatregelen stapsgewijs te nemen en zoveel mogelijk aan te sluiten bij natuurlijke momenten.

Dat beperkt bovendien de kosten en bouwhinder. De overstap naar duurzame warmteopties is niet altijd afhankelijk van het aanpassen van onze gebouwen: als het kan8 starten we eerder met overstappen op schone energie en gaan we ook daarna nog door met gebouwaanpassingen. Tot slot is de overstap naar schone verwarming niet alleen een kwestie van techniek. Comfortbehoefte en gebruik veranderen ook. Energiezuinige gebouwen op schone energie vragen om een ander gebruik van verwarmingsapparaten, zoals het lager zetten van de CV-ketel.

8

Lees: als een bron voldoende hoge temperatuur heeft om een woning met beperkte maatregelen

binnen de schil toch comfortabel te verwarmen. Bij slecht geïsoleerde woningen is dan vaak hogetemperatuurverwarming nodig van boven de 70 graden.

17

3.2 Duurzame warmte, elektriciteit en gas Duurzame warmte, elektriciteit, en gas zijn alternatieve bronnen voor aardgas. Hier beschrijven we in hoeverre deze bronnen beschikbaar zijn voor Middelburg. 3.2.1 Duurzame warmte In het kort Duurzame warmte is afkomstig van duurzame warmtebronnen en wordt met warmtenetten naar gebouwen gebracht. In Zeeland zijn meerdere warmtebronnen, zoals warmte uit de zon (zonthermie), warmte uit water (aquathermie) en restwarmte. Het gebruiken van lokale, duurzame warmtebronnen is efficiënt en zorgt dat we minder afhankelijk zijn van elektriciteit en gas. Daar tegenover staat dat warmtenetten nog niet overal liggen en een minimale schaal en dichtheid nodig hebben om succesvol te kunnen worden ontwikkeld.

Duurzame warmte is warm water dat wordt opgewarmd door een duurzame warmtebron. Het warme water wordt met geïsoleerde leidingen naar woningen en gebouwen gebracht, een zogenaamd warmtenet. In de woning is alleen een afleverset aanwezig. Dit is een geïsoleerd koffertje dat zorgt voor de warmteoverdracht van het warmtenet naar de woning. Een warmtenet is een collectieve oplossing: een techniek voor de hele buurt waarbij meerdere gebouwen en woningen moeten meedoen. Warmtenetten hebben een bron nodig. In Zeeland kunnen we beschikken over verschillende warmtebronnen, zoals zonthermie, aquathermie en restwarmte. Het potentieel van deze bronnen moet nader onderzocht worden. Voor Dauwendaele wordt bijvoorbeeld de inzet van restwarmte vanuit de industrie verder onderzocht (zie ook een verdere toegelicht in hoofdstuk 4, paragraaf 4.2). Mogelijk kan in de toekomst ook restwarmte ingezet worden vanuit het Sloegebied. De beschikbare restwarmtecapaciteit zal verder toenemen als de geplande electrolyzers daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden, maar deze plannen bevinden zich nog in een vroeg stadium en zullen bij een herijking van de TVW meer duidelijkheid moeten bieden over de kansrijkheid. Belangrijke overwegingen bij een warmtenet zijn niet alleen de beschikbaarheid en capaciteit van bronnen. Warmtenetten zijn kostbaar om aan te leggen. Daarom moeten bij de aanleg van een warmtenet

18

meerdere gebouwen in een buurt ongeveer tegelijkertijd aansluiten. Hierdoor is het voor warmtenetten gunstig als er veel gebouwen in een buurt staan, de kosten per gebouw nemen dan af. In buurten waar weinig gebouwen staan is een warmtenet vaak niet haalbaar. Sommige warmtebronnen hebben een lage temperatuur waardoor zij een grote warmtepomp bij de bron nodig hebben om een voldoende hoge temperatuur te maken. Alleen op de koudste dagen van het jaar maakt een warmtenet vaak nog gebruik van zogenaamde piekvoorzieningen die op gas werken. Nu is dat aardgas, maar dat kunnen we de toekomst verduurzamen met duurzaam gas en warmte-opslag. Een ander kenmerk van warmtenetten is de ruimte die zij innemen in de ondergrond. Bij het aanleggen van warmtenetten is het daarom belangrijk goed te kijken naar de beschikbare ruimte in de ondergrond. 3.2.2 Duurzame elektriciteit In het kort Verwarmen met elektriciteit kan als we gebruikmaken van warmtepompen. Als we te veel gebouwen gaan verwarmen met elektrische warmteopties is er op de koudste dagen onvoldoende duurzame elektriciteit. Ook is er momenteel onvoldoende ruimte in het elektriciteitsnet om de stroom aan te voeren. Het uitbreiden van het elektriciteitsnet is kostbaar en tijdrovend.

Dat betekent dat we elektriciteit voor onze verwarming efficiënt moeten inzetten zodat uitbreiding van het elektriciteitsnet selectief kan plaatsvinden We kunnen verwarmen met elektriciteit door gebruik te maken van warmtepompen. Warmtepompen halen warmte uit de buitenlucht of bodem. Warmtepompen kunnen hun warmte ook uit een warmte-koude opslag (WKO) halen met een zogenaamd bronnet. Daarnaast gebruiken zij elektriciteit. Warmtepompen leveren warmte met een lage temperatuur. Om een woning met een warmtepomp te kunnen verwarmen moet deze voldoende zijn geïsoleerd en geventileerd en moeten de radiatoren geschikt zijn voor lage temperaturen. Duurzame elektriciteit halen we volgens de RES 1.0 vooral uit zonne- en windenergie. Hoeveel zonne- en windenergie er is hangt af van het weer. Warmtepompen hebben juist veel elektriciteit nodig wanneer er weinig zon is (op koudere dagen). Dit noemen we de ‘piekvraag’. Het is ingewikkeld

Marjan Ouwerkerk uit Stromenwijk-‘t Zand “Wij wonen in een voormalige school in Stromenwijk-’t Zand. We hebben alleen nog een elektriciteitsaansluiting en produceren op jaarbasis alles wat we verbruiken zelf met de zonnepanelen. Tip: Veel spullen en kleding kun je prima 2e hands kopen. Twee keer per week kun je naar de kledingbankbeurs, daar verkopen ze prima kleding [Ravensteinweg 1a, Middelburg]!”

om de piekvraag in te vullen met duurzame elektriciteit. In de toekomst kunnen energieopslag en duurzaam gas daarin een rol spelen. De ruimte op het elektriciteitsnet is beperkt en als gevolg van elektrisch koken, elektrische auto’s en lokaal opgewekte stroom van zonnepanelen zal het elektriciteitsnet op de meeste plekken moeten worden verzwaard. Als we warmtepompen gaan gebruiken voor onze verwarming zal het elektriciteitsnet extra moeten worden verzwaard. Dat komt omdat warmtepompen op koude dagen allemaal tegelijk veel stroom nodig hebben. Die extra verzwaring van het elektriciteitsnet zal niet alleen moeten plaatsvinden in de buurt, maar ook op gemeentelijk, regionaal en zelfs (inter)nationaal niveau. Het uitbreiden van het elektriciteitsnet is erg kostbaar en kost ook veel tijd. Daarom moeten we goed inspelen op de toename van warmtepompen in de gemeente, in continue afstemming met de netbeheerder, zodat uitbreiding van het elektriciteitsnet selectief kan plaatsvinden. Bij hybride warmtepompen speelt dit probleem minder, omdat daar de piekvraag wordt opgevangen door het gasnet, zodat het elektriciteitsnet niet op de piek hoeft te worden gedimensioneerd. 3.2.3 Duurzaam gas In het kort De toekomstige beschikbaarheid van duurzaam gas is erg onzeker: we weten niet precies hoeveel er komt en wanneer het komt.

Duurzaam gas zal met name nodig zijn voor verduurzaming van de industrie en zwaar transport. Als het beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving, moeten we het vooral inzetten om de zogenoemde piekvraag te verduurzamen: de extra energie die nodig is op de koudste dagen van het jaar. Ondertussen moeten we overal zoveel mogelijk gas besparen om een blijvende afhankelijkheid van aardgas te voorkomen. Er zijn twee vormen van duurzaam gas: groen gas en duurzame waterstof. Groen gas komt vooral uit de landbouw. Duurzame waterstof is waterstof gemaakt van duurzame elektriciteit. Gassen hebben als voordeel dat zij hoge temperaturen maken, veel hoger dan de gebouwde omgeving nodig heeft. De beschikbaarheid van duurzaam gas is momenteel erg beperkt en blijft dat naar verwachting ook. Daarom verwachten we dat duurzaam gas nu en in de toekomst vooral ingezet zal worden om sectoren te verduurzamen die bijna niet zonder gas kunnen, zoals de industrie.

19

Als er duurzaam gas beschikbaar komt voor woningen en gebouwen zal dat niet veel zijn. Het is belangrijk dat we dit dan zo goed mogelijk gebruiken. Het meest logische gebruik van duurzaam gas is voor de piekvraag: de extra energie die nodig is op de koudste dagen van het jaar. Alle duurzame technieken hebben dit nodig: warmtenetten hebben centrale gasketels voor koude dagen, hybride warmtepompen hebben naast de warmtepomp een gasketel in de woning, en voor onze elektriciteit hebben we een voorziening nodig op de momenten dat de zon niet schijnt en de wind niet waait.

Afhankelijk van de gekozen warmteoplossing in een buurt, wijk of dorp zijn er andere mogelijkheden om hittestress te voorkomen of actief te koelen:

3.2.4 Hittestress en koudevraag Hitte in en rond gebouwen wordt een steeds belangrijker onderwerp. De laatste jaren zijn er steeds vaker hittegolven in Nederland. Vooral de dagen waarbij temperaturen oplopen tot boven de 30 graden kunnen zorgen voor overlast van warmte in de gebouwde omgeving. Het effect van hitte wordt versterkt in buurten, wijken of dorpen met veel hoogbouw en verstening. De eerste effecten van klimaatverandering worden hiermee zichtbaar. Hitte is niet alleen een probleem van gebouwen en gebruikers van gebouwen, maar ook van de leefomgeving rond gebouwen. Ook wordt hittestress niet alleen veroorzaakt door gebouweigenschappen (o.a. mate van isolatie, glaspercentage, zonwering en oriëntatie) maar ook door locatiespecifieke eigenschappen (verstening en bebouwingsdichtheid). Isolatie zorgt er in de winter voor dat de warmte onze woningen en gebouwen minder snel verlaat. Een prettig bijeffect is dat isolatie er ook voor zorgt dat deze woningen en gebouwen in de zomer koeler blijven. Dat komt doordat de isolatielaag de warmte buiten houdt. Als de warmte eenmaal binnen is, raken (zeer) goed geïsoleerde woningen wel moeilijker hun warmte kwijt.

Isolatie: door te zorgen dat woningen en gebouwen voorzien worden van basisisolatie wordt warmte beter buitengehouden;

Warmtenet: aanleg van een warmtenet is een logisch moment om in de wijk ook klimaatadaptieve maatregelen te nemen. Daarnaast is adsorptiekoeling een mogelijkheid voor specifieke ouderencomplexen of kantoren ;

Bronnet: bij aanleg van een bronnet ontstaat er ook de mogelijkheid tot koeling via de warmte-infrastructuur;

All-electric: als er laagtemperatuur radiatoren zijn geplaatst is koeling mogelijk.

Tabel 1: Samenvatting van verschillende warmteopties Warmte

Elektriciteit

Duurzaam gas

Gebouwmaatregelen

Stapsgewijs naar maximale isolatie binnen de bestaande schil, ventilatie, kieren dichten en elektrisch koken.

Stapsgewijs naar maximale isolatie binnen de bestaande schil, ventilatie, kieren dichten en elektrisch koken.

Stapsgewijs naar maximale isolatie binnen de bestaande schil, ventilatie, kieren dichten en elektrisch koken.

Techniek in de woning

Afleverset (koffertje met leidingwerk).

Elektrische warmtepomp en een afgiftesysteem dat geschikt is voor lage temperaturen.

Hybride warmtepomp.

Ondergrondse infrastructuur

Warmtenet.

Extra verzwaard elektriciteitsnet.

Gasnet.

Bronnen

Duurzame, lokaal beschikbare warmtebronnen.

Op termijn duurzame elektriciteit.

Op termijn duurzaam gas en duurzame elektriciteit.

Warmteoverlast kan voorkomen worden door:  

Gebouwen aan te passen en te voorkomen dat deze verregaand opwarmen; Actief koelen van gebouwen en/of ruimtes om warmte kwijt te raken.

Het voorkomen van veel warmte is vaak beter dan het actief massaal gaan koelen van gebouwen. Dit kan door beschaduwing, reflectie, verdamping en ventilatie. Dit soort maatregelen worden ook wel ‘klimaatadaptieve maatregelen’ genoemd.

20

4 De transitiepaden naar aardgasvrij voor Middelburg In het vorige hoofdstuk hebben we duurzame warmteopties beschreven en gekeken in hoeverre deze bronnen beschikbaar zijn voor Middelburg. In dit hoofdstuk beschrijven we de verschillende transitiepaden om in 2050 bij een aardgasvrije gebouwde omgeving uit te komen. In een transitiepad schetsen we per buurt de route om tot een warmteoptie te komen. In het transitiepad schetsen we zowel een fasering als tussenstappen, hoe we omgaan met meerdere warmteopties binnen een buurt en wat voor aanpak erbij hoort. De transitiepaden laten we zien in de transitiekaart. We onderscheiden verschillende transitiepaden, afhankelijk van de eigenschappen en kansen van de buurt. In Middelburg zijn dit de meest logische transitiepaden: 

Hybride: overstappen op hybride warmtepompen en waar mogelijk gasvrije opties zoals een volledige warmtepomp. Resterende gasvraag op termijn duurzaam invullen.

Warmtenet: gefaseerd per deelgebied overstappen op een warmtenet met een gebiedsgerichte aanpak

Elektrische warmtepompen: op natuurlijke momenten overstappen op elektrische warmtepompen met een doelgroepgerichte aanpak

Voorlopig besparen en later herijken: Voorlopig besparen en waar mogelijk lokaal overstappen naar gasvrije opties, anders hybride. Later herijken om opnieuw kansen naar aardgasvrij te verkennen

Warmteopties voor bijzondere gebieden, zoals bedrijventerreinen, nieuwbouwlocaties en recreatievastgoed

4.1 Hybride warmtepompen en lokale gasvrije opties Wat? In Middelburg zien we dat naast de stad Middelburg, de gebouwde omgeving vooral bestaat uit kleinere kernen en buitengebieden. Kenmerkend voor kleine kernen en buitengebieden in Zeeland is de diversiteit van de bebouwing en het relatief grote aandeel vooroorlogse

21

bebouwing. De bebouwingsdichtheid is in deze gebieden laag. Ook in het centrum van Middelburg is veel vooroorlogse bebouwing en staan bovendien veel panden met monumentale status. In deze gevallen is gasvrije verwarming vaak kostbaar en technisch ingewikkeld Naast isolatie, ventilatie en elektrisch koken, beginnen we in deze buurten met de overstap naar hybride warmtepompen. Een hybride warmtepomp is een warmtepomp met een Cv-ketel ernaast voor koude dagen en voor warm tapwater. Hybride warmtepompen besparen snel veel gas en CO2uitstoot. Naast hybride warmtepompen zullen ook elektrische warmtepompen en kleinschalig collectieve opties, zoals een WKO, een rol spelen. De ouderdom van het gebouw zal vaak bepalend zijn of de overstap naar een elektrische warmtepomp logisch is, of dat een hybride warmtepomp logischer is. Een hybride warmtepomp kan een tussenoplossing zijn voor een elektrische warmtepomp als de woning nog onvoldoende is geïsoleerd, en een hybride warmtepomp kan alleen een eindoplossing zijn als er op termijn voldoende duurzaam gas beschikbaar komt. Bij het herijken van de TVW houden we in de gaten hoeveel duurzaam gas er beschikbaar komt.

Ondertussen blijven we inzetten op voldoende stapsgewijze isolatie volgens de landelijke Standaard voor woningisolatie, zodat we zoveel mogelijk voorbereid zijn op elektrische warmtepompen, mocht er in de toekomst onvoldoende duurzaam gas beschikbaar zijn. Waar? Centrum van de kern Middelburg, Sint-Laurens, Arnemuiden, Nieuw- en Sint-Joostland, Kleverskerke en het buitengebied. Hoe? Gebouweigenaren maken hier hun gebouwen transitiegereed door zoveel mogelijk op natuurlijke momenten te isoleren volgens de landelijke Standaard en door te ventileren, kieren te dichten en over te stappen naar elektrisch koken. Daarnaast gaan we in deze buurten starten met het overstappen op hybride warmtepompen en waar mogelijk naar elektrische warmtepompen of kleinschalig collectieve opties. Het is in deze gebieden logisch om een doelgroepgerichte aanpak (zie hoofdstuk 5) te kiezen waarbij eigenaren van gebouwen met dezelfde kenmerken geholpen worden door een aanpak die past bij hun gebouw.

4.2 Warmtenet Wat? In warmtenetbuurten krijgen zoveel mogelijk gebouwen en woningen een warmtenetaansluiting. De temperatuur van dat warmtenet is afhankelijk van de beschikbare bronnen. Bij het bepalen van de temperatuur van het warmtenet is het belangrijk dat die temperatuur ook op lange termijn CO2neutraal kan worden geleverd. Wanneer de brontemperatuur te laag is voor verwarming van gebouwen, is er soms nog een collectieve warmtepomp bij de bron nodig. Een warmtenet is een oplossing voor de hele buurt, maar toch kan een gebouw soms een eigen oplossing krijgen, bijvoorbeeld omdat het gebouw afwijkt van de rest van de buurt. We verwachten daarom dat er ook op kleine schaal warmtepompen zullen voorkomen in warmtenetbuurten. Waar? Warmtenetten zijn het meest logisch in naoorlogse buurten met een hoge bebouwingsdichtheid. In deze buurten staan veel flats die relatief eenvoudig en tegen relatief lage kosten zijn aan te sluiten. Ook zijn er in deze buurten veel sociale huurwoningen waardoor een warmtenet relatief eenvoudig is te organiseren. In Dauwendaele is een mogelijk perspectief op een warmtenet. In 2018 is de wijk Dauwendaele als één van de 27 wijken in Nederland opgenomen in het landelijke Programma Aardgasvrije Wijken. De gemeente onderzoekt samen met Woongoed of en hoe 900 woningen in een deel van de wijk verwarmd kunnen worden met een warmtenet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10796581/1