CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-150 Bijlage 3. Rapport beantwoording inspraak en vooroverleg - VOBP Trekdijk

Gemeenteraad 10 november 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’ (RM/21-150)13.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapport beantwoording inspraak en vooroverleg Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

Gemeente Middelburg juni 2021

1.

Inleiding

pag. 3

2.

Vooroverlegreacties

pag. 4

3.

Inspraakreacties

pag. 22

4.

Ambtshalve aanpassingen

pag. 33

5.

Conclusie

pag. 34

Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

2

1. Inleiding De gemeente Middelburg is voornemens de ontwikkeling van het ‘Bedrijventerrein Trekdijk’ mogelijk te maken. Het te ontwikkelen gebied is gelegen in de driehoek Weizichtweg / A58, de N254 en de Trekdijk. In de huidige situatie is sprake van grotendeels agrarische landbouwgronden. Het bedrijventerrein is benodigd om te kunnen voorzien in de ruimtevraag voor met name logistieke bedrijven. Het plangebied heeft een bruto totaaloppervlakte van circa 21 hectare, maar zal gefaseerd tot ontwikkeling worden gebracht. De eerste fase is rechtstreeks toelaatbaar en heeft een oppervlakte van ca. 5 hectare uitgeefbaar bedrijventerrein en de realisering van een zonnepark ter grootte van ca. 2,9 hectare. In deze fase worden tevens de hoofdontsluiting en de groen- en waterstructuur van het terrein gerealiseerd. Voor wat betreft de tweede fase geldt het volgende: de overige ca. 9 hectare uitgeefbaar bedrijventerrein kan enkel via een wijzigingsbevoegdheid -met daarin opgenomen voorwaarden- in een eventuele vervolgfase mogelijk worden gemaakt. Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’ (plancode op www.ruimtelijkeplannen.nl : NL.IMRO.0687.BPBGMTREKDIJK-VO01) heeft vanaf donderdag 18 maart 2021 gedurende zes weken (dus tot en met woensdag 28 april 2021) voor een ieder ter inzage gelegen.

Het plan kon op twee manieren worden geraadpleegd:  digitaal via www.ruimtelijkeplannen.nl en via website www.middelburg.nl ;  analoog bij de Vakbalie in het Stadskantoor te Middelburg. Inspraakreacties Tijdens de periode van terinzagelegging is een ieder in de gelegenheid gesteld om zijn of haar inspraakreactie over het voorontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken. Gedurende de inspraaktermijn zijn 4 inspraakreacties ingediend. Alle inspraakreacties zijn binnen de inspraaktermijn ingediend en zijn daarom ontvankelijk. De volgende reclamanten hebben inspraak ingediend: 1. 2. 3. 4.

MBC, brief ingekomen d.d. 20 april 2021 Stichting Tuin van Zeeland, brief ingekomen d.d. 20 april 2021 Reclamant, brief ingekomen d.d. 21 april 2021 Dorpsvereniging Nieuw- en Sint Joosland en Werkgroep Trekdijk, brief ingekomen d.d. 28 april 2021

Vooroverlegreacties: Daarnaast is het voorontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening toegezonden aan diverse overlegpartners. Van deze overlegpartners hebben de volgende een reactie ingediend: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

DNWG, e-mail d.d. 13 april 2021 Waterschap Scheldestromen, brief ingekomen d.d. 20 april 2021 ZMF, e-mail d.d. 22 april 2021 Veiligheidsregio Zeeland, e-mail d.d. 23 april 2021 Vereniging De Hollandsche Molen, e-mail d.d. 28 april 2021 Gemeente Veere, brief ingekomen d.d. 10 mei 2021 Provincie Zeeland, brief ingekomen d.d. 18 mei 2021

Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

3

2. Vooroverlegreacties Vooroverlegreactie 1 DNWG, e-mail d.d. 13 april 2021

Reactie DNWG infra B.V. beheert en onderhoud namens Evides N.V. het waternetwerk. Evides draagt onder meer in Zeeland zorg voor een betrouwbare en veilige levering van water. Er ligt een belangrijke waterleiding van Evides N.V. binnen het plangebied Trekdijk. Er lijkt in het bestemmingsplan geen rekening te worden gehouden met een AC-waterleiding (AsbestCement) gelegen aan de zuidzijde van het plangebied. Vandaar de aanleiding tot het indienen van een inspraakreactie. Deze leiding heeft een diameter van 300 millimeter, is neergelegd in 1971 en loopt volgens de DNWG over de percelen MDB P 1957, 1964 en 1959. Hieronder in de figuur is concreet weergegeven waar de leiding zich bevindt:

Figuur: ligging waterleiding in plangebied Trekdijk (Bron: DNWG, april 2021) Blauwe lijn is de in geding zijnde leiding.

De DNWG geeft de volgende knelpunten aan welke hieronder zijn samengevat: 1. De AC-waterleiding behoeft specifieke aandacht en dient uiterst zorgvuldig beschermd te worden. Dit omdat het zeer kwetsbaar materiaal is wat geen enkele zetting kan verdragen. Bijvoorbeeld heiwerken, werkterreinen en / of routes –ook in de nabijheid- kunnen omvangrijke schade veroorzaken. Het is onwenselijk om over deze infrastructuur te bouwen, wijzigingen in de grond aan te brengen, of met zwaar transport over de leiding te gaan rijden. De leidingen moeten ook te allen tijde vrij toegankelijk blijven vanwege beheer en onderhoud. Er moet een onderhoudsstrook komen van minimaal 10 meter breedte. 2. U verzoekt ons –gezien bovenstaande- om de waterleiding op de verbeelding op te nemen in de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan. Concreet wilt u op de verbeelding een hartlijn en bijbehorende belemmeringenstrook. In de regels wenst u een dubbelbestemming ‘Leiding – Water’. 3. U geeft aan om wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan eerst met u te overleggen. U geeft ook aan dat een zakelijk recht is gevestigd. Dat zakelijk recht moet ook kenbaar worden gemaakt bij initiatiefnemers. De betreffende transportwaterleiding is een essentiële schakel voor de leveringswaterzekerheid en het betreft een hele grote leiding.

Voor werkzaamheden binnen de belemmeringenstrook moet schriftelijk toestemming bij DNWG aangevraagd te worden. Voor werkzaamheden in de nabijheid van waterleidingen zijn de ‘Algemene Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

4

voorwaarden voor werkzaamheden in de nabijheid van waterleidingen’ van toepassing. Deze zijn ook als bijlage bij de inspraakreactie toegevoegd. Relevant is dat u specifiek aangeeft dat het beter is dat de ondergrondse infrastructuur zoveel mogelijk in de bestaande situatie kan blijven liggen. Dat wil dus zeggen; geen omlegging en / of extra maatregelen. Deze zaken vergen namelijk grote financiële en maatschappelijk gevolgen, ook in tijd.

Beantwoording: 1. Wij snappen uw punt volledig. Aangegeven wordt dat de leiding is gelegen binnen het plangebied, waarbij relevant is dat er een knip ligt in de fasering van de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Binnen fase 1 kan na onherroepelijk zijn van het bestemmingsplan rechtstreeks op de bestemming ‘Bedrijventerrein’ bedrijven worden gerealiseerd. De door u aangegeven leiding loopt hier aan de zuidzijde van deze bestemde bedrijvenpercelen. Daar waar de leiding afbuigt begint fase 2. Dat is de fase die pas in een later stadium eventueel wordt gerealiseerd, omdat dit enkel mogelijk is via een wijzigingsbevoegdheid met daarin opgenomen voorwaarden. 2. De leiding is op dit moment niet opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan. Zoals onder punt 1 al wordt aangegeven is sprake van een relevante (water-)leiding welke in het kader van een goede ruimtelijke ordening opgenomen moet worden in het bestemmingsplan. Wij gaan deze leiding dan ook opnemen zoals DNWG voorstelt. Op de verbeelding zal de leiding inclusief de bijbehorende belemmeringenstrook worden opgenomen. Het gaat om een breedte van in totaal 10 meter, specifiek 5 meter aan weerszijden vanuit het hart van de leiding. Ook in de planregels zal de dubbelbestemming ‘Leiding – Water’ specifiek worden toegevoegd. Wij zullen deze op maat maken conform de eisen van de inspraak reactie, en de bijbehorende voorwaarden.

Voor fase 1 verwachten wij hierin nu geen problemen, echter fase 2 lijkt wat complexer. Zoals de stedenbouwkundige verkaveling er nu voor ligt worden gebouwen geprojecteerd bovenop de leiding. Dat blijkt dus een onwenselijke situatie te zijn. Ons voorstel is om in de wijzigingsbevoegdheid een extra voorwaarde toe te voegen over de aanwezigheid van deze leiding. 3. Gezien uw opmerkingen zullen wij de bestaande leiding in het bestemmingsplan opnemen. Wij willen graag ook –vanwege de relevantie van de leiding- hier aandacht aan schenken in de toelichting van het bestemmingsplan. In de toelichting van het voorontwerpbestemmingsplan is daar nu geen aandacht aan geschonken. Conclusie: De ingediende vooroverlegreactie van DNWG leidt wel tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zal de leiding en de belemmeringenstrook worden opgenomen als bestemming ‘Leiding – water’. In de regels zal een dubbelbestemming ‘Leiding – Water’ worden opgenomen, en in de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid art 14.2 ‘Wetgevingszone – wijzigingsbevoegdheid’ wordt een extra toevoeging voor de borging van de waterleiding opgenomen. Wij zullen hierbij aansluiten op de door de DNWG aangeleverde tekst voor opname in de regels.

In de toelichting onder paragraaf 2.4.6 ‘Leidingen en telecommunicatie’ wordt een passage opgenomen over deze betreffende waterleiding en de specifiek eigenschappen en relevantie ervan.

Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

5

Vooroverlegreactie 2 Waterschap Scheldestromen, brief ingekomen d.d. 20 april 2021

Reactie: Het Waterschap Scheldestromen heeft de volgende opmerkingen op het voorontwerpbestemmingsplan Bedrijventerrein Trekdijk: 1. Aspect Afvalwaterketen: a. Voor wat betreft het onderdeel Hemelwater gaat het volgende op: Er wordt een rioolstelsel aangelegd dat vergelijkbaar is met een Verbeterd Gescheiden Rioolstelsel. Oppervlakkige afvoer naar WADI’s infiltratie in de bodem/vertraagde afvoer. Dit wordt akkoord bevonden door het Waterschap Scheldestromen. b. Voor wat betreft het onderdeel Vuilwater geldt: Dit wordt afgevoerd (maximaal 40 m3 / uur) naar de RWZI (Rioolwaterzuiveringsinstallatie) van het Waterschap. Het Waterschap gaat hiermee akkoord. c. Het waterschap gaat niet akkoord met de optie om het rioolstelsel in te prikken in de persleiding van het Waterschap. 2. Aspect Wegen: Het bedrijventerrein zorgt voor extra verkeer op de Weizichtweg, maar deze weg kan toename aan verkeersaanbod goed afwikkelen. Het Waterschap wil nog wel dat wordt aangetoond of de ongeregelde kruispunten van de aansluiting naar het nieuwe bedrijventerrein op de Weizichtweg voldoen met de huidige vormgeving. Mogelijk dienen er aparte opstelstroken gerealiseerd te worden. Als daarvan sprake is dienen deze in het project Trekdijk te worden meegenomen. 3. Tenslotte wordt nog aangegeven door het Waterschap dat dit schrijven (vooroverlegreactie) tevens het Wateradvies betreft.

Aangegeven wordt dat naast dit Wateradvies een ontheffing Keur Wegen of watervergunning nodig is, dat proces staat los van het Wateradvies.

Beantwoording: 1. Aspect Afvalwaterketen: a. Wij nemen kennis van het feit dat u met het onderdeel Hemelwater akkoord gaat. b. Wij nemen kennis van het feit dat u met het onderdeel Vuilwater akkoord gaat. c. Het Waterschap geeft aan niet akkoord te gaan met de optie om het rioolstelsel van het bedrijventerrein in te prikken in de persleiding van het Waterschap. Wij hebben na deze vooroverlegreactie contact met het Waterschap gehad. Naar aanleiding hiervan zal de Gemeente Middelburg zoeken naar de meest doelmatige oplossing om het afvalwater van het bedrijventerrein indirect (via Nieuwland, Arnestein of Mortiere) af te voeren naar een zuiveringstechnisch werk van het waterschap. Wij stellen voor om de laatste alinea in paragraaf 2.3 ‘Water’ de tekst te herschrijven en op te nemen dat: ‘Het afvalwater van het bedrijventerrein wordt indirect (via Nieuwland, Arnestein of Mortiere) afgevoerd naar een zuiveringstechnisch werk van het waterschap. Het wordt niet rechtstreeks geïnjecteerd in de rioolpersleiding van het waterschap.’ 2. Aspect Wegen: Het is goed te vernemen dat ondanks de toename van extra verkeer op de Weizichtweg, deze weg de toename aan verkeersaanbod goed kan afwikkelen.

Voor wat betreft de vormgeving van ongeregelde kruispunten / aansluiting bedrijventerrein op de Weizichtweg zullen we bij het dimensioneren van de kruisingen zorgen dat we ons aan de algemene ontwerprichtlijnen houden die borg staan voor een vlotte en verkeersveilige afwikkeling van het door het plan

Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

6

gegenereerde verkeer. Dit zal ook worden toegevoegd in de toelichting paragraaf 4.3 ‘Verkeer en parkeren’. 3. Het is prettig te vernemen dat de voooroverlegreactie van het Waterschap ook tevens het Wateradvies betreft. Wij zullen als gemeente ook zelf in de gaten of een ontheffing Keur Wegen of watervergunning nodig is, processen die los staan van het Wateradvies. Conclusie: De ingediende vooroverlegreactie van het Waterschap Scheldestromen leidt wel tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De verbeelding en regels blijven ongewijzigd. In de toelichting zal, naar aanleiding van de opmerking op het aspect afvalwaterketen, onderdeel rioolstelsel inprikken in een persleiding, de bovengenoemde tekst in paragraaf 2.3 ‘Water’ van de toelichting worden aangepast. In de toelichting zal, naar aanleiding van de opmerking op het aspect Wegen, de bovengenoemde volgende tekst in paragraaf 4.3 ‘Verkeer en parkeren’ van de toelichting worden aangepast.

Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

7

Vooroverlegreactie 3 ZMf, e-mail d.d. 22 april 2021

Reactie: De Zeeuwse Milieufederatie (nader te noemen ZMf) heeft een inspraakreactie ingediend op het voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’. 1. In algemene zin geeft de ZMf aan bedenkingen te hebben bij het voornemen om een nieuw bedrijventerrein te ontwikkelen aan de Trekdijk en ziet de noodzaak ervan ook niet in. Door de stap over de snelweg te maken, is er straks een verdere verstedelijkte sfeer bij de entree tot Walcheren; Middelburg, Vlissingen en het Sloegebied groeien dichter naar elkaar toe, en het karakteristieke dorp Nieuw- en Sint Joosland komt nog verder in het nauw tussen snelwegen en bedrijventerreinen. 2. Leefbaarheid Volgens de ZMf begon de onrust onder inwoners van Nieuw- en Sint Joosland al in 2008 toen de gemeente dit stuk landbouwgrond opkocht. Toen in 2010 de gemeente in de Herijkte Kwaliteitsatlas de Trekdijk opnam als mogelijk kavel voor een bedrijventerrein nam de bezorgdheid verder toe. Sindsdien is de weerstand tegen ‘Bedrijventerrein de Trekdijk’ gegroeid en was het een belangrijk onderwerp bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. De ZMf heeft de afgelopen jaren vaak gesproken met de Nieuwlanders en zij vrezen dat de leefbaarheid van hun dorp nog meer in het gedrang komt. Ook hebben zij, met de ZMf, grote twijfels bij een degelijke landschappelijke inpassing van het te realiseren bedrijventerrein. 3.

Natuurwaarden Uit de quickscan blijkt dat de aanwezigheid van vleermuizen (verblijfplaatsen, vliegroutes) en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (huismus, gierzwaluw, kerkuil) niet kunnen worden uitgesloten. Negatieve effecten op deze soortgroepen zijn dus mogelijk. Op grond hiervan is een gerichte veldinventarisatie noodzakelijk om eventuele effecten en maatregelen op een adequate manier in te kunnen schatten. Pas na afronding van deze inventarisatie kan worden bepaald of verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden en ontheffing van de Wet natuurbescherming is vereist. Een dergelijk onderzoek zal alleen kunnen worden uitgevoerd in de periode april tot en met september. De ZMf wil eerst de resultaten van deze veldinventarisatie afwachten voordat de ZMf een uitspraak doet of de bescherming van de natuurwaarden in dit gebied voldoende zijn geborgd. 4. Twijfels over noodzaak Het voorliggende initiatief omvat de ontwikkeling van een bedrijventerrein. De uitgeefbare oppervlakte in de eerste fase bedraagt 5 hectare. Dit betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is vereist. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt daarom een beschrijving gegeven die stelt dat er behoefte is aan een bedrijventerrein aan de Trekdijk. De ZMF plaatst vraagtekens bij deze beschrijving.

In de aanbodanalyse wordt enkel gekeken naar het aanbod van bedrijventerreinen in de regio Walcheren. De beoogde doelgroep voor de bedrijfskavels aan de Trekdijk zijn met name bedrijven in de logistiek en aanverwante bedrijfstakken. Er wordt gesteld dat de logistieke bedrijven op Walcheren behoefte hebben aan grote bedrijfskavels vanaf 1,5 hectare direct gelegen aan de A58. Momenteel voorziet op Walcheren alleen het bedrijventerrein Souburg aan deze behoefte waarmee de realisatie van een bedrijventerrein aan de Trekdijk gerechtvaardigd zou zijn. Er wordt in de aanbodanalyse echter geen rekening gehouden met de regio Zuid-Beveland. De bedrijventerreinen Noordzak bij Heinkenszand, De Poel bij Goes, Smokkelhoek bij Biezelinge en De Poort bij Rilland zijn ook geschikt voor logistieke bedrijven die behoefte hebben aan kavel van 1,5 hectare of meer. Ook deze bedrijventerreinen liggen direct aan de A58. De Poort ligt bovendien niet ver van de A4. Juist ook het Sloegebied, als haventerrein, is ingericht voor logistieke bedrijven. Kortom, als de regio Zuid-Beveland erbij wordt betrokken, blijkt de noodzaak van het bedrijventerrein Trekdijk niet aanwezig. Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

8

5. Milieuzonering Op het beoogde bedrijventerrein zijn bedrijven tot maximaal milieucategorie 3.2 mogelijk om het woon- en leefklimaat van de omgeving te beschermen. Onderaan pagina 41 van de toelichting leest de ZMf dat bedrijven vanuit de logistieke sector vragen om kavels van meerdere hectaren groot direct gelegen aan een verkeershoofdas voor activiteiten tot en met milieucategorie 4. Deze gevraagde behoefte van bedrijven met milieucategorie 4 baart de ZMf zorgen. De gemeente kan namelijk onder het mom van ‘beleidsvrijheid’ afwijken van milieucategorie 3.2 mits er een goede ruimtelijke onderbouwing is. Ervaring leert dat gemeenten over het algemeen soepel omgaan met deze ‘beleidsvrijheid’ en coulant zijn naar ondernemers met de ruimtelijke onderbouwing. De ZMf heeft bij de Trekdijk zorgen dat de gemeente Middelburg het economisch belang prevaleert boven het woongenot van de omgeving. Een woongenot dat al flink onder druk staat voor de Nieuwlanders. De ZMf vraagt zich af hoe hard de milieucategorie 3.2 is en of de gemeente Middelburg kan garanderen geen omgevingsvergunningen met afwijkend gebruik af te geven voor bedrijven hoger dan milieucategorie 3.2. Al met al is de ZMf op basis van het voorontwerpbestemmingsplan en de bijlagen niet overtuigd van de noodzaak van de realisatie van een bedrijventerrein aan de Trekdijk.

Volgens de marktscan hebben bedrijven tot en met milieucategorie 4 mogelijke interesse in een bedrijfskavel aan de Trekdijk. De ZMf vreest dat in de toekomst bedrijven met een nog hogere categorie dan 3.2 zullen komen op het Bedrijventerrein Trekdijk. De natuurwaarden, de landschappelijke waarden en de leefbaarheid komen dan nog meer in het gedrang. En als laatste is het de ZMf nog niet duidelijk hoe wordt omgegaan met de huidige natuurwaarden.

Beantwoording: 1. De voorgestelde ontwikkeling is gekomen vanuit een noodzaak om te kunnen voorzien in de ruimtevraag voor met name logistieke bedrijven. Middels een raadsbesluit van 14 november 2019 heeft de gemeenteraad van Middelburg een besluit genomen over de te herbergen functies en de milieucategorieën op het bedrijventerrein. Een stedenbouwkundig ontwerp voor de beoogde ontwikkeling is hierbij als toekomstvisie vastgesteld. op 28 mei 2020 is de exploitatieopzet voor het terrein door de raad vastgesteld. Op basis van de marktscan (Markttoets, Ecorys 2017) wordt geconcludeerd dat er sprake is van een actuele ruimtebehoefte. Deze ruimtebehoefte heeft een regionaal karakter en komt voornamelijk vanuit de logistieke sector. Bedrijven vanuit de logistieke sector vragen om kavels van meerdere hectaren groot, ruimte voor activiteiten tot en met milieucategorie 4 en direct ligging aan een hoofdverkeersas. Op basis van het provinciaal beleid moeten de Walcherse gemeenten voor hun regio een analyse van vraag en aanbod maken. Uit de analyse van het aanbod (uit de Markttoets) blijkt dat het aanbod aan geschikte kavels – die voldoen aan de eisen vanuit de logistieke sector- zeer beperkt is. De noodzaak is er daarom. 2. Leefbaarheid Het aspect leefbaarheid is een gevoelskwestie en wordt niet verder onderbouwd in het schrijven van de ZMf.

Wij nemen hier kennis van en zijn ons bewust van de gevoeligheid van dit project. Vandaar dat wij separaat ook een participatieproces voeren met bewoners van Nieuw en Sint Joosland, specifiek met de Dorpsvereniging Nieuw- en Sint Joosland en de Werkgroep Trekdijk. Aan het onderdeel landschappelijke inpassing hebben wij bewust aandacht geschonken in het bestemmingsplan en dat is volgens ons voldoende geborgd. Zo is er langs de Weizichtweg een strook met een gemiddelde breedte van minimaal 20 meter bestemd met de bestemming ‘Groen’ (artikel 5). In artikel 4 ‘Bedrijventerrein’ is specifiek een voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 4.5.3. (‘Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing’). Vrij vertaald mag nieuwe bebouwing op de bestemming ‘Bedrijventerrein’ (artikel 4) niet eerder worden Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

9

gebruikt, voor zover wordt voldaan aan de voorwaarde dat binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan landschappelijke inpassing is gerealiseerd en ook in stand word gehouden. Verder is in artikel 3 ‘Agrarisch – Landschapswaarden’ bij veel afwijkingen van bouw- en gebruiksregels, en bij wijzigingsbevoegdheden de landschappelijke inpassing als harde voorwaarde opgenomen. 3. Natuurwaarden De gerichte veldinventarisatie is reeds uitgevoerd en is als bijlage toegevoegd aan het bestemmingsplan (zie: BRO, Resultaten vervolgonderzoek huismus, gierzwaluw, kerkuil en vleermuizen, Trekdijk, Middelburg, projectnummer P02830, 26 november 2020). De provincie Zeeland kan zich vinden in de conclusie van dat onderzoek. 4. Noodzaak Voor de beantwoording verwijzen we allereerst naar de beantwoording onder punt 1. Voor de onderbouwing van de noodzaak verwijzen wij naar de volledige tekst opgenomen in paragraaf 3.1.3. ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Hier is ons inziens voldoende onderbouwd en aan de hand van onderzoeken aangetoond dat de noodzaak wordt aangetoond. Uit het schrijven van de ZMf concludeert men dat als de regio Zuid-Beveland in de gehele onderbouwing / onderzoek Ladder voor duurzame verstedelijking erbij zou worden betrokken, de noodzaak voor een bedrijventerrein niet aanwezig zou zijn.

Relevant hier is dat de vraag naar en het aanbod aan bedrijventerreinen per regio moet worden beschouwd en dat er per regio een programma wordt opgesteld. De Provincie bepaalt de bedrijventerreinenregio’s, in dit geval geldt voor Middelburg de regio Walcheren. Overigens wordt deze regionale systematiek toegepast in heel Nederland. 5. Milieuzonering In de toelichting is vanuit een behoeftevraag vanuit de Marktscan (Ecorys, Markttoets Trekdijk, 2017) de milieucategorie 4 opgenomen. Dit staat los van de juridisch-planologische regeling. In artikel 4 ‘Bedrijventerrein’ van de planregels staat expliciet in de bestemmingsomschrijving onder artikel 4 dat ten hoogste categorie 3.2 is bestemd. In de basis kan de gemeente dus garanderen dat maximaal categorie 3.2 daar bedoeld is. Er is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het afwijken van de Staat van bedrijfsactiviteiten. Dit is nagenoeg standaard in de meeste bestemmingsplannen voor bedrijventerreinen, dit om enige flexibiliteit te bieden. Het gaat hier niet om het toepassen van beleidsvrijheid, maar juist bij twijfelgevallen die bijvoorbeeld wellicht onder een zwaardere milieucategorie vallen, maar minder overlast veroorzaken en passend zijn binnen deze omgeving. Als daarvoor een aanvraag binnenkomt, zal per geval worden bekeken of hiervan wordt afgeweken.

De opgenomen voorwaarden zorgen ervoor dat er in het kader van een toets op een zogeheten ‘goede ruimtelijke ordening’ afgewogen zal worden of er überhaupt medewerking kan worden verleend.

Conclusie: De ingediende vooroverlegreactie van de ZMf leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

10

Vooroverlegreactie 4 Veiligheidsregio Zeeland, e-mail d.d. 23 april 2021

Reactie: De Veiligheidsregio Zeeland heeft het voorontwerpbestemmingsplan beoordeeld. Het advies van de Veiligheidsregio bestaat uit 4 delen, welke hieronder stapsgewijs zijn benoemd en de reacties van de Veiligheidsregio zijn samengevat. 1. de inventarisatie van de risicobronnen met betrekking tot externe veiligheid; De inventarisatie van risicobronnen is goed en volledig opgenomen. Echter in de verantwoording opgenomen in de toelichting onder paragraaf 2.4.4 ‘Externe Veiligheid’ kopje ‘Risicovol transport over wegen’ staat dat over de N254 slechts een beperkt aantal giftige stoffen wordt vervoerd. Uit de meest recente tellingen blijkt echter dat er ook beperkt transport van brandbare gassen over deze weg plaatsvindt. Daarom is voor de N254, net als voor de A58, ook het BLEVE-scenario van toepassing. Dit is het explosief vrijkomen van brandbare gassen. 2. advisering over mogelijke maatregelen met betrekking tot externe veiligheid die in het ruimtelijk plan opgenomen kunnen worden; Samengevat zijn maatgevende scenario’s voor het plangebied het vrijkomen van giftige stoffen en een BLEVE. Bij een BLEVE ontstaat een grote vuurbal en een explosie. Hittestraling is hierbij het meest relevant. Voor het beperken van de effecten van een BLEVE adviseert de Veiligheidsregio de volgende ruimtelijke maatregelen: a.

Positie: Positioneer de bedrijven grenzend aan de A58 en de N254 dusdanig dat de ruimtes met een hoge bezettingsgraad zo ver mogelijk van deze wegen zijn afgelegen. b. Situering (nood)uitgangen: De gebouwen dienen zodanig gesitueerd te worden dat aanwezigen bij een (dreigende) BLEVE gelegenheid hebben te vluchten. Hierbij dient minimaal één (nood)uitgang van de A58 of N254 af gericht te zijn. Alle (nood)uitgangen dienen aan te sluiten op de infrastructuur binnen en buiten het plangebied (openbare weg). Belangrijk is dat aanwezigen in elk geval kunnen vluchten tot buiten het invloedsgebied (355 meter van de A58 en N254 vandaan). 3. mogelijk overige maatregelen die noodzakelijk worden geacht met betrekking tot externe veiligheid; De volgende adviezen kunnen volgens de Veiligheidsregio niet direct in een ruimtelijk besluit worden ingepast. Wel zijn deze adviezen van zodanige invloed op de veiligheid dat de Veiligheidsregio ze wel aangeeft. Het advies vanuit de Veiligheidsregio is dan ook deze zaken (vroegtijdig) te organiseren, teneinde de risico’s te beperken en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid en hulpverlening te vergroten. c.

Ventilatie: Maak de bedrijfspanden op het bedrijventerrein luchtdicht afsluitbaar, zoals ook in de verantwoording in het bestemmingsplan al benoemd is. Dit houdt in dat in geval van het vrijkomen van giftige stoffen ramen, deuren en ventilatieroosters gesloten kunnen worden. Indien de panden voorzien worden van mechanische ventilatie, dan dient deze centraal en met één druk op de knop uit te schakelen of af te zetten zijn. Deze maatregel kunt u borgen in de vergunningverleningsprocedures van de betreffende objecten. d. Risicobewustzijn: Draag zorg voor een goede informatievoorziening aan de aanwezige personen, opdat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit. Bijlage 1 van dit advies omvat een infographic, met daarin het juiste handelingsperspectief bij een incident met een toxische wolk. Ons advies is om dit aan alle toekomstige

Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

11

gebruikers te verstrekken. Uiteraard willen wij u desgewenst verder begeleiden in dit proces. e. BHV-/ontruimingsplan: Indien voor de bedrijfspanden, conform het Bouwbesluit, een BHV-/ontruimingsplan moet worden opgesteld: Neem de handelingsperspectieven bij de externe veiligheidsscenario’s hierin op. Deze zijn voor een BLEVE als volgt: i. Indien een brand bij een tankwagen tijdig wordt opgemerkt (binnen 60 minuten na het ontstaan van de brand), is er nog tijd om te vluchten. Vlucht hierbij van de A58 of N254 vandaan. ii. Indien er geen tijd meer is om te vluchten: Blijf binnen en schuil aan de zijde van het gebouw die het verst van de A58/N254 is afgelegen. Indien er brand aan het gebouw ontstaat: Vlucht, nadat de vuurbal is verdwenen, in de richting van de A58/N254 vandaan. Het handelingsperspectief bij een gifwolk zit in de infographic in de bijlage. In de verantwoording in het bestemmingsplan wordt vluchten ook als handelingsperspectief benoemd bij een toxisch scenario. Wij adviseren om dit niet als handelingsperspectief bij dit scenario op te nemen. Schuilen/binnenblijven is het beste en veiligste wat mensen kunnen doen als zich een ongeval met giftige stoffen voordoet. f.

Brandrisico: Door de hittestraling van een BLEVE kunnen gebouwen binnen 100 meter afstand gaan ontbranden. Om te voorkomen dat in de bedrijfspanden slachtoffers vallen als gevolg van de hittestraling en brand, kunnen bouwkundige maatregelen worden toegepast. Omdat de transportintensiteit van brandbare gassen over de A58 het grootst is, geven wij voor de bedrijven die grenzen aan de A58 de volgende adviezen: i. Verwerk in de gevels aan de zijde van de A58 zo weinig mogelijk glas, bij voorkeur worden dit blinde gevels. Indien hier toch ramen komen, is het advies om deze uit te rusten met hittewerende beglazing en gebruik te maken van houten of stalen kozijnen. ii. Overweeg om de gevels en daken aan de zijde van de A58 zoveel als mogelijk te voorzien van onbrandbare materialen.

4. advisering over maatregelen met betrekking tot brandveiligheid, bluswatervoorziening en bereikbaarheid. De Veiligheidsregio heeft nog een aantal adviezen meegegeven die betrekking hebben op maatregelen die de brandveiligheid op het bedrijventerrein kunnen verhogen en maatregelen die de bereikbaarheid en de mogelijkheid tot optreden van de hulpdiensten kunnen optimaliseren. Het gaat hier samengevat om de volgende zaken: g. bereikbaarheid en bluswater (zie Bijlage 2: Advies bluswater en bereikbaarheid), De benodigde ontsluitingswegen en bluswatervoorzieningen dienen in overleg met het Team Operationele Voorbereiding van de Veiligheidsregio Zeeland te worden gerealiseerd. h. Bedrijven met grote brandcompartimenten. De Veiligheidsregio adviseert om bij de vergunningverlening voor dergelijke panden vroegtijdig bij de Veiligheidsregio Zeeland advies te vragen over de mogelijkheden om het brandrisico bij dergelijke bedrijven te beperken. i. Isolatie: Isolatie van de bedrijfspanden kan bijdragen tot een betere bescherming van personen in het pand tegen een gifwolk. Wanneer er isolatie toegepast zal worden, adviseren wij hiervoor minerale wol toe te passen. Bij voorkeur steenwol omdat dit geen bijdrage aan een eventuele brandvoortplanting zal leveren. j.

Zonnepanelen: Met betrekking tot de zonnepanelen adviseert de Veiligheidsregio om te voorzien in een mogelijkheid om secties of het gehele park af te schakelen.

Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

12

k. Buurtbatterijen: Op het bedrijventerrein komen in de toekomst mogelijk buurtbatterijen te staan. Deze brengen naast brandrisico’s ook risico’s voor de omgeving met zich mee. Indien een brand niet tijdig gedetecteerd en geblust wordt, leidt dit tot een giftige rookwolk die over de omgeving trekt. Om dit te voorkomen kunnen maatregelen genomen worden met betrekking tot locatiekeuze, branddetectie en blussing. De Veiligheidsregio adviseert om voor de komst van dergelijke batterijen vroegtijdig advies te vragen aan Veiligheidsregio Zeeland. Bijlage 3 bij dit advies omvat een handreiking met veiligheidsmaatregelen welke van toepassing zijn op buurtbatterijen. Bijlagen behorende bij de vooroverlegreactie van de Veiligheidsregio: 1. Bijlage 1: Infographic ongevallen met gevaarlijke stoffen 2. Bijlage 2: Advisering bluswater en bereikbaarheid 3. Bijlage 3: Handreiking Elektriciteit opslag systemen

Beantwoording: 1. De toelichting, specifiek de verantwoording zal op dit punt worden aangepast. 2. In de toelichting zullen wij de 2 voorgestelde maatregelen 1-op-1 overnemen. Tevens vinden wij dat er elders een borging moet komen, waardoor wij voorstellen bij verkoop van percelen deze ruimtelijke maatregelen in de koopovereenkomst op te nemen en verplichten wij bij het indienen van bouwaanvragen (omgevingsvergunning activiteit Bouwen) dit voor te leggen aan de Veiligheidsregio. 3. Ondanks dat de maatregelen niet in een ruimtelijk besluit kunnen worden ingepast, stellen we voor om ze –vanuit oogpunt van veiligheid- op te nemen in de toelichting. Ook hier vinden wij –opnieuw vanuit oogpunt van veiligheid- deze overige maatregelen op te nemen in een koopovereenkomst. Hier geldt, net als onder 2 beschreven, dat bij het indienen van bouwaanvragen de aanvragen moeten worden voorgelegd aan de Veiligheidsregio. 4. De advisering over maatregelen met betrekking tot brandveiligheid, bluswatervoorziening en bereikbaarheid richt zich eigenlijk op een vervolgfase na het bestemmingsplan. Het gaat dan om gedetailleerdere uitwerking van concrete uitvoering. Wij stellen voor om hiervoor een afzonderlijk traject te doorlopen met de Veiligheidsregio.

Conclusie: De ingediende vooroverlegreactie van de Veiligheidsregio Zeeland leidt wel tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De verbeelding en regels blijven ongewijzigd. De toelichting zal wel worden gewijzigd en aangevuld naar hetgeen in de beantwoording hierboven is opgenomen.

Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

13

Vooroverlegreactie 5 Vereniging De Hollandsche Molen, e-mail d.d. 28 april 2021

Reactie: Vereniging De Hollandsche Molen geeft de volgende reactie welke hieronder staat samengevat. Zij verwijst naar de tekst zoals opgenomen onder paragraaf 2.2 onder het kopje ‘Cultuurhistorie’ en dan specifiek over de (wind)molen ‘Buiten Verwachting’, gelegen aan de Molenweg 35. Vereniging de Hollandsche Molen geeft allereerst aan het te waarderen dat de bescherming van de molenbiotoop van de molen is opgenomen in het bestemmingsplan, maar heeft wel twee kanttekeningen: 1. De vrijwaringszone gaat uit van een 1:75 regel, terwijl wij voorstander zijn van hantering van de 1:100 regel, welke van toepassing is op buitengebied. 2. De regels beperken zich tot bebouwing, terwijl ook beplanting voor windhinder kan zorgen. In de tekst wordt nu een voorziene boomgaard genoemd, welke zeker voor windhinder kan zorgen. Wij verzoeken u dan ook nadere regels omtrent beplanting in de zone van de molenbiotoop op te nemen.

Beantwoording: Wij vinden het allereerst prettig te vernemen dat u het kan waarderen dat de bescherming van de molenbiotoop van de molen is opgenomen in het bestemmingsplan. 1. Voor wat betreft uw eerste opmerking over de vrijwaringszone sluiten wij aan op de vigerende regeling uit het onderhavige nu geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2009). Daarin is expliciet opgenomen de 1:75 regel. Deze is nu van toepassing op het buitengebied. Het ‘voorstander zijn van’ is voor ons geen reden om hiervan gemotiveerd af te wijken. 2. De opmerking over beplanting kunnen wij wel volgen. Wij stellen voor om in de regels van het bestemmingsplan artikel 12.2 ‘Vrijwaringszone – molenbiotoop’ toe te voegen dat het gaat om bebouwing en beplanting. Dit zou dan resulteren in de volgende tekst (onderstreept is nieuw toegevoegd): 12.2 vrijwaringszone - molenbiotoop Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' wordt geen bebouwing en beplanting opgericht met een hoogte die meer bedraagt dan 1/75 van de afstand van het bouwwerk tot het middelpunt van de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek. Voor wat betreft de boomgaard het volgende. De boomgaard is een relevant aspect wat de Raad heeft vastgesteld in haar Raadsbesluit van 14 november 2019. Dat Raadsbesluit ging over de globale invulling van het gebied.

Vandaar dat daarover in de toelichting het een en ander over de boomgaard is opgenomen. De boomgaard is gelegen in de zogeheten 2 e fase. De concrete invulling van het plangebied volgt daarom in een (mogelijke) vervolgfase. Feit is dat de aanleg van een boomgaard een wensgedachte is, en dat we deze zeker in dat vervolgtraject kunnen meenemen. Participatief gaan we met omwonenden/inwoners/belanghebbenden in overleg om te komen tot een concrete invulling. Conclusie: De ingediende vooroverlegreactie van Vereniging De Hollandsche Molen leidt wel tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De verbeelding blijft ongewijzigd. De regels en toelichting zullen wel worden gewijzigd en aangevuld naar hetgeen in de beantwoording hierboven is opgenomen.

Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

14

Vooroverlegreactie 6 Gemeente Veere, brief ingekomen d.d. 10 mei 2021

Reactie: De gemeente Veere geeft aan dat het Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’ geen aanleiding geeft tot het geven van een inspraakreactie omdat de belangen van de gemeente Veere met het plan niet onevenredig worden geschaad.

Beantwoording: Wij vinden het prettig uw standpunt op dit plan te vernemen.

Conclusie: De ingediende vooroverlegreactie van de Gemeente Veere leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

15

Vooroverlegreactie 7 Provincie Zeeland, brief ingekomen d.d. 18 mei 2021

Reactie: De Provincie Zeeland geeft aan de volgende opmerkingen te hebben op voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk welke hieronder staan samengevat:

het

1. Bedrijvigheid De voorgestane ontwikkeling van Trekdijk beschouwt de Provincie als de ontwikkeling van een grootschalig terrein. Het terrein is in het plan niet in oppervlakte gemaximeerd. Dat zou het mogelijk kunnen maken dat het toekomstig bedrijventerrein op basis van onze regels voor (grootschalige) bedrijventerreinen nog verder zou kunnen uitbreiden. De Provincie vraagt helderheid te geven of dat ook daadwerkelijk de wens is. In de toelichting wordt gerefereerd aan de Omgevingsverordening Zeeland 2018. U neemt daaruit over dat het plan bijdraagt aan of niet in strijd is met de doelstelling dat 80 procent van de bedrijvigheid regionaal wordt geclusterd op of aansluitend aan grootschalige bedrijventerreinen en dat duurzaam beheer en onderhoud van het bedrijventerrein gewaarborgd is. Een afweging over de doelstelling van clustering lezen we echter niet terug in het plan. De Provincie verzoekt dit deel aan te vullen. Duurzaamheid Paragraaf 4.4 van de toelichting handelt over duurzaamheid. In die paragraaf zijn veel wensen, maar weinig garanties opgenomen. De Provincie geeft in overweging het ambitieniveau te verbinden aan een duurzaamheidscertificering, waar dan ook de te vestigen bedrijven aan moeten voldoen. Ook ontbreekt de wijze waarop duurzaam beheer en onderhoud is gewaarborgd, zoals voorgeschreven in de Omgevingsverordening Zeeland 2018.

De Provincie verzoekt het plan daarop aan te vullen. In het stikstofrapport (bijlage 9) wordt gesproken van het gasloos maken van het bedrijventerrein. In de toelichting of de regels leest de Provincie hier weinig van terug. De Provincie geeft, onder verwijzing naar de uitspraak over het plan Logistiek Park Moerdijk (ECLI:NL:RVS:2020:2318), in overweging het aspect gasloze bedrijven in de bestemmingsplanregels terug te laten komen. Verder wordt ook een idee voor de mogelijkheden of noodzaak voor elektrische laadcapaciteit gegeven. Gegeven het tempo waarin verkeer en vervoer elektrificeert, lijkt het zinvol om nu bij aanleg al na te denken over het aanbieden van laadcapaciteit, zodanig dat het is toegesneden op de vraag van logistieke bedrijven. Programmering Voor het deel bedrijvigheid wijst de Provincie erop dat de Provincie er op rekent dat vóór het ontwerpplan het regionaal bedrijventerreinprogramma is geactualiseerd. Er worden in verschillende paragrafen van de toelichting zaken benoemd die daarin uitgewerkt zouden kunnen worden. Op pagina 45 staat bijvoorbeeld dat er drie potentiële nieuwe bedrijventerreinlocaties in beeld zijn. Graag verneemt de Provincie waar de andere twee locaties dan zijn.

En aangezien er op de Trekdijk vooral bedrijven komen van de bestaande bedrijventerreinen op Walcheren / Middelburg gaat de Provincie er vanuit dat de nieuwe programmering ook wordt opgenomen wat er gebeuren gaat met de dan vrijkomende locaties. 2. Ecologie Soortenbescherming De Provincie kan zich vinden in de conclusies uit het aanvullend onderzoek. Voor kerkuil en huismus zal ontheffing van de verbodsbepalingen Wet natuurbeheer moeten worden aangevraagd. Van belang is om dit zo spoedig mogelijk te doen aangezien dit mede relevant is voor het aantonen van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

16

Landschappelijke inpassing/Stedenbouwkundige visie In de stedenbouwkundige visie wordt aangegeven dat het schetsontwerp is vertaald naar sfeerimpressies om een idee te geven hoe het plan er uit kan zien. Niet hoe het er exact uit gaat zien. Het schetsontwerp is in grote lijnen maatgevend maar details, zoals wegbreedtes en groen kunnen in een verdere uitwerking nog veranderen. Wordt hier het ‘groen’ binnen de planlocatie bedoeld of gaat het ook om de landschappelijke inpassing aan de zijde van de A58 en de boomgaard? De stedenbouwkundige visie richt zich voor wat betreft impressies en profielen op aspecten binnen het plangebied. Wat ontbreekt zijn impressies vanuit de omgeving op het plangebied. De invulling van groenstructuur langs de A58 is onduidelijk, met name v.w.b. de afscherming. Het gebied wijzigt van een open polder naar een verdichte polder met gebouwen, bouwwerken, e.d. Om te bepalen wat voldoende afschermend is, zijn bouwhoogte in combinatie met gezichtspunten vanuit het omringende landschap van belang. Middels visualisaties kan in ieder geval een duidelijk beeld naar voren komen wat minimaal nodig en passend is om een adequate inpassing te realiseren.

In de stedenbouwkundige visje wordt aangegeven dat de groenstrook, A58-zijde, onderdeel is van een waterberging, waardoor het maaiveld lager komt te liggen en planten en bomen bestand moeten zijn tegen langdurig ‘natte voeten’. Vraag is hoe haalbaar de beoogde inrichting dan zal zijn. Een combinatie van een groene wal met beplanting (opgaand struweel) Zou hier een oplossing voor kunnen vormen. Voorwaardelijke verplichting In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen: ‘4.5.3: Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing’. Het gebruik van nieuwe bedrijfsgebouwen en bijbehorende bouwwerken bij ‘bedrijfsgebouwen overeenkomstig het bepaalde in 4.1 is uitsluitend toegestaan, voor zover wordt voldaan aan de voorwaarde dat binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan de landschappelijke inpassing binnen de bestemming ‘Groen’ is gerealiseerd en in stand wordt gehouden’. Wat onder ‘landschappelijke inpassing’ wordt verstaan ontbreekt in de begrippen en tevens is er geen koppeling met een inrichtingsplan die als bijlage bij de regels zou moeten worden opgenomen. Op deze manier is de landschappelijke inpassing niet afdwingbaar. Binnen de bestemmingsomschrijving ‘Groen’ ontbreekt ‘landschappelijke inpassing’. Omdat de landschappelijke inpassing hier het primaire doel is zou dit alsnog opgenomen, moeten worden.

Boomgaard De beoogde boomgaard vormt, naast andere functies, een belangrijk onderdeel van de landschappelijke inbedding van het terrein. Niet duidelijk is of en hoe deze geborgd wordt. Blijft de bestemming Agrarisch - landschapswaarden hier van toepassing, wordt dit een Groenbestemming gelijk aan de zijde van de A58, inclusief een voorwaardelijke verplichting, neemt de gemeente aanleg en instandhouding zelf ter hand? Schijnbaar maakt de ‘boomgaard’ geen onderdeel uit van de 1e fase en is niet duidelijk of en wanneer deze gerealiseerd wordt. Van belang is om deze, analoog aan de inpassing aan de A58 zijde, gelijktijdig te realiseren. Stikstof Over het aspect stikstof zijn is de Provincie met de gemeente in overleg. U wordt hierover dan ook separaat geadviseerd.

3. Milieu In algemene zin kunnen concludeert de Provincie dat de verschillende milieuaspecten geen belemmering vormen vóór dit plan. Alleen voor het aspect geluid worden nog enkele kanttekeningen gemaakt. De Provincie verzoekt rekening te houden niet deze opmerkingen bij onderstaande regels en de regels te bezien in het licht van die opmerkingen. Artikel 3.7.8: Aangegeven is dat verplicht een akoestisch onderzoek uitgevoerd moet worden als nieuwe geluidgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd. Deze verplichting staat echter haaks op wat er in de toelichting is vermeld onder paragraaf 2.4.3. Daarin is verwoord dat er géén woningen gerealiseerd mogen worden binnen het plangebied. Dat maakt deze regel feitelijk onnodig. Echter in dezelfde regel blijkt dat het plan gewijzigd kan worden voor een eventuele (tweede) bedrijfswoning. Een regel dat een woning in eerste instantie niet is toegestaan ontbreekt echter.

Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

17

Artikel 4.5.4: In deze regel wordt onder 'b' aangegeven dat voor categorie 1 en 2 bedrijven de geluidregels onder ‘a’ niet van toepassing zijn. Dat impliceert dat niet voldaan hoeft te worden aan de geluidnormen, omdat de verwachting is dat de geluidbijdrage niet relevant is. Met name categorie 2 bedrijven blijken echter een significante geluidsbijdrage te kunnen leveren. Geadviseerd wordt dit voorschrift dan ook achterwege te laten en de normen voor alle bedrijven te laten gelden. Het alternatief is deze normen alleen voor categorie 1 bedrijven achterwege te laten. Artikel 12.1: Aangegeven is dat er geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen de zone van industrieterrein Vlissingen-Oost mogen worden gerealiseerd. Hier geldt in principe hetzelfde als bij 3.7.8.

Beantwoording: Hieronder wordt puntsgewijs per onderwerp reactie gegeven. 1. Bedrijvigheid Wij willen allereerst aangeven dat uitbreiding van het voorgestelde bedrijventerrein niet aan de orde is. Het plangebied is wel begrensd op basis van de voorgestelde verbeelding. Het terrein is daarmee dus ook concreet in oppervlakte gemaximeerd. Het plangebied is begrensd door de Trekdijk, de Weizichtweg / A58 en de Sloeweg-Noord / N254. In de toelichting wordt dit ook uitgebreid beschreven, ook door middel van kaartmateriaal. Verder is naast de ontwikkeling ook de fasering (1e en mogelijk toekomstige 2e fase) in de verbeelding van het bestemmingsplan verwerkt. Wij zullen een afweging over de doelstelling van clustering van bedrijventerreinen toevoegen aan paragraaf 3.2.2 Provinciale Omgevingsverordening. Wij stellen voor om de volgende zinssnede toe te voegen: ‘Clustering van bedrijventerreinen is een doelstelling in het provinciale ruimtelijke beleid.’ Overigens onderschrijven wij deze doelstelling; de ontwikkeling van locatie Trekdijk draagt bij aan clustering van bedrijvigheid op stedelijke bedrijventerreinen. De toelichting zal op dit punt wel worden aangevuld. Duurzaamheid In de toelichting onder paragraaf 4.4 ‘Duurzaamheid’ zijn inderdaad veel wensen opgenomen en hebben wij ook wel degelijk ambities.

Zo hebben wij in de toelichting aangegeven dat we willen onderzoeken of er op Trekdijk een Local Energy Community kan worden gerealiseerd. De infrastructuur voor laden van elektrische voertuigen kan daar een rol bij spelen, maar onze ambitie ligt hoger dan slechts het realiseren van laadvoorzieningen. De gemeente wil bedrijventerrein graag een duurzaam karakter geven. Een nieuw bedrijventerrein kan een belangrijke rol in de energietransitie spelen en circulair materiaalgebruik zou een belangrijk uitgangspunt moeten zijn. Wij willen een tekst over duurzaamheidscertificering, zoals BREEAM (certificeringsmethode uit 2009 voor een duurzaam gebouwde omgeving) en GPR (breed gedragen duurzaamheidsmethode uit 2014) wel toevoegen in de toelichting. Echter ook hier geldt dat nog erg onduidelijk is of het juridisch borgen in de planregels mogelijk is We gaan daarover graag met de provincie in overleg. Voorstel is om ook in de koopovereenkomsten aan de te vestigen bedrijven op te nemen dat een duurzaamheidscertificering geldt. De toelichting zal op dit punt wel worden aangevuld. Voor wat betreft het aspect gasloos kunnen wij uw redenatie volgen en geven aan dat we voor het bedrijventerrein Trekdijk zullen aansluiten op de regeling zoals opgenomen in de uitspraak over het plan Logistiek Park Moerdijk (ECLI:NL:RVS:2020:2318).

In de regels onder artikel 4 ‘Bedrijventerrein’ zal onder artikel 4.2 Bouwregels worden toegevoegd: 4.2.3 Duurzaamheidprestatie gebouwniveau Het bouwen van gebouwen is toegestaan indien sprake is van certificering volgens de beoordelingsrichtlijn BREEAM-NL BRL Nieuwbouw 2011 v1.0 of een hiermee vergelijkbaar met een ander beoordelingsinstrument onafhankelijk aangetoond niveau. 4.2.4 Regels gasloze gebouwen en bouwwerken Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

18

Bij aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen van (een) gebouw(en) of bouwwerk(en), dient te worden aangetoond dat de betreffende gebouwen of bouwwerken niet worden aangesloten op het aardgasnet en niet worden verwarmd met aardgas. In de begripsbepalingen worden dan ook de volgende begrippen toegevoegd: 1.27 BREEAM-NL door de Dutch Green Building Council uitgegeven beoordelingsrichtlijn voor de beoordeling van de duurzaamheidsprestatie van gebouwen en gebieden, zoals deze luidt op het moment van vaststelling van het plan. Programmering De Walcherse gemeenten werken momenteel aan een nieuw bedrijventerreinenprogramma. We verwachten dit programma nog in 2021 vast te stellen. Dat is binnen de looptijd van het huidige programma. Het huidige programma is tot de vaststelling van het nieuwe programma van kracht en kan dus worden gebruikt ter onderbouwing van de duurzaamheidsladder. We zullen ons uiterste best doen om zo snel mogelijk een nieuw bedrijventerreinprogramma vast te stellen. De eerste zin van de 2e alinea op pagina 45 van de toelichting over ‘3 potentiele nieuwe bedrijventerreinlocaties’ is onjuist. Wij zullen deze zin en ook de tweede zin hier verwijderen. Voor vrijkomende locaties gaat volgens ons de volgende redenatie op: op bedrijventerrein Arnestein (Middelburg) zijn 2 herstructureringsprojecten in uitvoering.

Als bedrijven verplaatsen, dan zoeken zij zelf een nieuwe gebruiker voor hun oude bedrijfspand. Vrijkomende bedrijfsgebouwen worden snel door nieuwe bedrijven in gebruik genomen. Met name op bedrijventerrein Arnestein is er nauwelijks leegstand van bedrijfsgebouwen. Wij voorzien op dit vlak dan ook geen probleem. In de toelichting zullen we hier aandacht aan schenken. De toelichting zal op bovengenoemde punten wel worden aangepast. 2. Ecologie Soortenbescherming Het is goed te vernemen dat u akkoord bent met de conclusie uit het aanvullend onderzoek. Voor de kerkuil en huismus zal ontheffing van de verbodsbepalingen Wet natuurbeheer moeten worden aangevraagd. Momenteel wordt gewerkt aan het opstellen van het activiteitenplan en het verzorgen van de ontheffingsaanvraag met uw Provincie. Landschappelijke inpassing/Stedenbouwkundige visie Een bestemmingsplan regelt de bestemmingen en daarmee een invulling op globaal niveau. De nadere en specifieke uitwerking vindt plaats via een zogeheten Beeldkwaliteitsplan (nader te noemen BKP), waar de bevolking ook iets van mag vinden. Uiteraard willen we in de basis dat landschappelijke inpassing plaatsvindt, en dan wel specifiek binnen de bestemming ‘Groen’, dat is concreet de gemiddeld 20 meter brede strook langs het water en de Weizichtweg.

Hier is om te borgen dat er ook daadwerkelijk ‘landschappelijke inpassing’ plaatsvindt onder artikel 4.5.3 een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor realisatie en in stand houden van de landschappelijke inpassing. Om de landschappelijke inpassing ook geborgd te hebben in de begripsbepalingen in de regels willen we dat het begrip ‘Landschappelijke inpassing’ daarin wordt opgenomen. De regels worden op dit punt wel aangevuld. Voor wat betreft de groenstrook langs de Weizichtweg/A58 dient tevens als landschappelijke afscherming die het zicht op het bedrijventerrein vanaf de A58 blokkeert. Het gebied wijzigt met de komst van bedrijventerrein de Trekdijk van een open polder naar een verdichte polder met gebouwen

Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

19

en bouwwerken. Om die reden is het gewenst dat daar landschappelijke inpassing komt. Hieronder een sfeerimpressie van de mogelijk gewenste invulling van de groenstrook:

Figuur: sfeerimpressie van een mogelijk gewenste invulling in de groenstrook (Gemeente Middelburg, mei 2021)

Wenselijk is dat de groenzone in hoge dichtheid wordt aangeplant met bomen met onderbeplanting. De mate van dichtheid en de hoogte van het groen wordt bepaald door de bouwhoogte in combinatie met gezichtspunten vanuit het omringende landschap. Van belang is ook een prettige entree van en naar het dorp Nieuw- en Sint Joosland. Zoals hiervoor al vermeldt verdient de specifieke invulling van de groene rand langs de Weizichtweg nog een nadere uitwerking via het BKP. In dat BKP zullen ook meer visualisaties worden getoond van de feitelijke inrichting. Voorwaardelijke verplichting In lijn van voornoemd punt geven wij aan dat we het begrip ‘Landschappelijke inpassing’ inderdaad gaan opnemen in artikel 1, Begripsbepalingen van de regels. Zoals aangegeven moet de specifieke nadere uitwerking nog plaatsvinden –ook mede in overleg met omwonenden- via het zogeheten BKP, dus het koppelen van een landschappelijk inrichtingsplan is in deze fase nog te prematuur. Het is ook afhankelijk van de typologie van gebouwen welke er feitelijk uiteindelijk komt, dat is nu nog niet bekend. Het wordt maatwerk. We zijn ook van mening dat inderdaad binnen de bestemming ‘Groen’, en dan specifiek de bestemmingsomschrijving (art 5.1) een lid moet worden toegevoegd waarin de landschappelijke inpassing staat. De regels worden op dit punt wel aangevuld. Boomgaard Voor wat betreft de boomgaard het volgende.

De boomgaard is een relevant aspect wat de Raad heeft vastgesteld in haar Raadsbesluit van 14 november 2019. Dat Raadsbesluit ging over de globale invulling van het gebied. Vandaar dat daarover in de toelichting het een en ander over de boomgaard is opgenomen. De boomgaard is gelegen in de zogeheten 2 e fase. De concrete invulling van het plangebied volgt daarom in een (mogelijke) vervolgfase. Feit is dat de aanleg van een boomgaard een wensgedachte is, en dat we deze zeker in dat vervolgtraject kunnen meenemen. Participatief gaan we met omwonenden/inwoners/belanghebbenden in overleg om te komen tot een concrete invulling. De daadwerkelijke concrete invulling volgt daarom pas in een latere fase. In de wijzigingsbevoegdheid voor de 2e fase is als 1 van de voorwaarden ook opgenomen dat: ‘er sprake dient te zijn van een verantwoorde stedenbouwkundige en architectonische inpassing in de omgeving’. Momenteel blijft de (reeds vigerende) bestemming ‘Agrarisch – Landschapswaarden’ hier gewoon gehandhaafd. De insteek in de toekomst is dat de gemeente zelf de aanleg en instandhouding ter hand neemt. Stikstof

Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

20

Over het aspect stikstof hebben wij met u de afgelopen periode overleg gevoerd. Inmiddels is het Stikstofdepositie-onderzoek afgerond (Antea Group, Stikstofdepositie-onderzoek Bestemmingsplan Bedrijventerrein Trekdijk’, projectnummer 0463948, 3 juni 2021). Uit de conclusie blijkt het volgende: ‘Uit de met AERIUS Calculator uitgevoerde berekeningen blijkt dat, als gevolg van de realisatie- en gebruiksfase ten behoeve van dit plan de stikstofdepositietoename niet hoger is dan 0,00 mol N per hectare per jaar. Hierdoor kunnen voor het aspect stikstofdepositie significante gevolgen worden uitgesloten. Doordat er geen overschrijding plaatsvindt kan het plan worden vastgesteld en zal het aspect stikstopdepositie geen belemmering vormen in de verdere besluitvorming.’ Dit rapport zal onderdeel worden van het ontwerpbestemmingsplan. 3. Milieu Wij vinden het prettig te vernemen dat u in algemene zin concludeert dat de verschillende milieuaspecten geen belemmering vormen voor dit plan. Enkel voor het aspect geluid heeft u enkele opmerkingen gemaakt. Hieronder gaan we daar stapsgewijs op in: Er komen geen nieuwe woningen (cq geludisgevoelige objecten) binnen het plangebied. Vandaar dat art 3.7.8 ‘Tweede bedrijfswoning’ geschrapt dient te worden uit de regels. Voor de volledigheid is in art 4.5 ‘Specifieke gebruiksregels’ onder 4.5.1.

lid e expliciet aangegeven dat: ‘(bedrijfs)woningen zijn niet toegestaan’. De regels worden op dit punt wel gewijzigd. Wij volgen uw standpunt ten aanzien van de mogelijk onverwachte geluidsbelasting vanuit categorie 1 en 2 bedrijven. Dit in het kader om een zo goed mogelijke ruimtelijke ordeningen te kunnen borgen. Wij stellen dan ook voor om art 4.5.4 lid b volledig te schrappen uit de regels. De regels worden op dit punt wel gewijzigd.

Conclusie: De ingediende vooroverlegreactie van de Provincie Zeeland leidt wel tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De verbeelding blijft ongewijzigd. De regels en toelichting zullen wel worden gewijzigd en aangevuld naar hetgeen in de beantwoording hierboven is opgenomen.

Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

21

3. Inspraakreacties Inspraakreactie 1 MBC, brief ingekomen d.d. 20 april 2021

Reactie: De MBC (Middelburgse Bedrijven Club) behartigt de belangen van de Middelburgse bedrijven buiten de binnenstad. Zij geeft aan met veel interesse kennis te hebben genomen van het voorontwerpbestemmingsplan; al lange tijd geeft zij aan richting college en vorige colleges op het creëren van mogelijkheden voor Middelburgse bedrijven om uit te breiden en voor niet Middelburgse bedrijven om zich te vestigen in deze gemeente. De MBC heeft altijd aangegeven dat het voor de economische ontwikkeling van de gemeente Middelburg essentieel is dat bestaande Middelburgse bedrijven hun bedrijfsvoering kunnen uitbreiden en het voor nieuwe bedrijven mogelijk wordt zich te vestigen in Middelburg. Volgens de MBC wordt dit standpunt ook ondersteund door het rapport van Ecorys (2017). Volgens de MBC is de locatie aan de Trekdijk daar uitermate geschikt, direct gelegen aan de A58. Samengevat zijn termen als ‘omwonenden / bevolking Nieuw- en Sint Joosland, maatschappelijke verantwoordelijkheid, hoogwaardige invulling, leefbare groene invulling, duurzame milieuvriendelijke inrichting, optimale werkgelegenheid voor Middelburgse bevolking, financieel haalbaar voor de gemeente, en de wet- en regelgeving’ belangrijk voor de MBC met betrekking tot het project Trekdijk.

Conclusie van de MBC is dat zij zich kan vinden in het voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’ en ziet graag dat het bedrijventerrein op een zo kort mogelijke tijd gerealiseerd gaat worden.

Beantwoording: Wij vinden het prettig uw positieve standpunt op dit plan te vernemen en nemen ook graag kennis van uw belangen.

Conclusie: De ingediende vooroverlegreactie van de MBC leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

Rapport inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’

22

Inspraakreactie 2 Stichting Tuin van Zeeland, brief ingekomen d.d. 20 april 2021

Reactie: De Stichting Tuin van Zeeland heeft de volgende 4 punten welke hieronder zijn benoemd en samengevat. 1. Nut en noodzaak Samengevat komt de Stichting tot de conclusie dat de nut en noodzaak voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein niet aanwezig zijn. Zij baseert dit een stuk voorgeschiedenis (maatschappelijk protest), onderzoeken die zijn gedaan puur vanuit bedrijfseconomische redenen, corona, komst webshops, de roep om een andere economie (meer circulair, kleinschaliger, meer kenniseconomie), een niet-noodzakelijke behoefte aan bedrijven van een oude economie, weinig werkgelegenheid en veel overlast. Waar de ontwikkeling gefaseerd moet worden vanwege de geringe behoefte. Met kans op stagnatie of een noodgedwongen andere invulling op langere termijn. Een te beperkte visie, slechts gericht op de korte termijn. 2. Landschappelijke betekenis De Stichting stelt dat op het hogere schaalniveau de ontwikkeling van een bedrijventerrein op deze plek ongewenst is. Zij baseert dit op provinciaal beleid / nota, te weten de ‘discussienota Beeldkwaliteit van de provincie Zeeland’. Tevens wordt verwezen naar een in het verlengde van de voorgaande provinciale nota opgesteld ‘routeontwerp voor de A58 (Vensters op Zeeland)’. Conclusie uit dat rapport zou zijn om het gebied ten zuiden van de A58 derhalve open te houden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10635687/1