21-150 Bijlage 2. Rapport beantwoording zienswijzen - ONBP Trekdijk
Tekst van het document
Rapport beantwoording zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
Behorende bij raadsbesluit van 10 november 2021
Gemeente Middelburg september 2021
1.
Inleiding
pag. 3
2.
Beantwoording zienswijzen
pag. 4
3.
Ambtshalve aanpassingen
pag. 24
4.
Conclusie
pag. 25
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
2
1. Inleiding De gemeente Middelburg is voornemens de ontwikkeling van het ‘Bedrijventerrein Trekdijk’ mogelijk te maken. Het te ontwikkelen gebied is gelegen in de driehoek Weizichtweg / A58, de N254 en de Trekdijk. In de huidige situatie is sprake van grotendeels agrarische landbouwgronden. Het bedrijventerrein is benodigd om te kunnen voorzien in de ruimtevraag voor met name logistieke bedrijven. Het plangebied heeft een bruto totaaloppervlakte van circa 21 hectare, maar zal gefaseerd tot ontwikkeling worden gebracht. De eerste fase is rechtstreeks toelaatbaar en heeft een oppervlakte van ca. 5 hectare uitgeefbaar bedrijventerrein en de realisering van een zonnepark ter grootte van ca. 2,9 hectare. In deze fase worden tevens de hoofdontsluiting en de groen- en waterstructuur van het terrein gerealiseerd. Voor wat betreft de tweede fase geldt het volgende: de overige ca. 9 hectare uitgeefbaar bedrijventerrein kan enkel via een wijzigingsbevoegdheid -met daarin opgenomen voorwaarden- in een eventuele vervolgfase mogelijk worden gemaakt. Voorontwerpbestemmingsplan Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’ (plancode op www.ruimtelijkeplannen.nl : NL.IMRO.0687.BPBGMTREKDIJK-VO01) heeft vanaf donderdag 18 maart 2021 gedurende zes weken (tot en met woensdag 28 april 2021) voor een ieder voor inspraak ter inzage gelegen.
Op dit plan zijn vier inspraakreacties en zeven vooroverlegreacties ingediend. De reacties hebben geleid tot aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’ (plancode op www.ruimtelijkeplannen.nl : NL.IMRO.0687.BPBGMTREKDIJK-ON01) en het besluit aangaande de vormvrije m.e.r.-beoordeling hebben vanaf donderdag donderdag 24 juni 2021 gedurende zes weken (tot en met woensdag 4 augustus 2021) voor een ieder ter inzage gelegen met de mogelijkheid een zienswijze in te brengen. Tijdens de periode van terinzagelegging is een ieder in de gelegenheid gesteld om zijn of haar zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken. Er zijn vijf zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn ingediend en zijn daarom ontvankelijk. Door de wettelijke overlegpartners zijn geen zienswijzen ingediend. De volgende reclamanten hebben inspraak ingediend: 1. ZMF, ingekomen d.d. 30 juli 2021 2. Stichting Tuin van Zeeland, ingekomen d.d. 2 augustus 2021 3. Dorpsvereniging Nieuw- en Sint Joosland en Werkgroep Trekdijk, ingekomen d.d. 4 augustus 2021 4. VELT, afdeling Zeeuwse Eilanden, ingekomen d.d. 4 augustus 2021 5. Achmea Rechtsbijstand namens reclamant, ingekomen d.d.
4 augustus 2021 Algemene opmerkingen: Hieronder zijn de zienswijzen door ons kort samengevat, er is gefocust op de inhoudelijke punten en argumenten. Vier van de vijf reclamanten die een zienswijze hebben ingediend hebben eerder ook inspraak ingediend. De inhoud van de zienswijzen zijn naar onze mening veelal een herhaling van eerder ingediende inspraak. Wij zien weinig tot geen nieuwe argumenten die ons tot andere inzichten doen komen. Veel punten zijn reeds in de beantwoording op de eerdere ingediende inspraak beantwoord. Wij beschouwen daarom de eerdere ‘Beantwoording inspraak en vooroverleg Bedrijventerrein Trekdijk’ als onlosmakelijk onderdeel van deze zienswijzennotitie en verwijzen er ook rechtstreeks naar. De ‘Beantwoording inspraak en vooroverleg Bedrijventerrein Trekdijk’ is opgenomen als bijlage bij de stukken.
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
3
Zienswijzen Zienswijze 1 ZMf, ingekomen d.d. 30 juli 2021 Zienswijze: De Zeeuwse Milieufederatie (nader te noemen ZMf) heeft een zienswijze ingediend op het ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’. 1. Inleiding In algemene zin geeft de ZMf aan bedenkingen te hebben bij het voornemen om een nieuw bedrijventerrein te ontwikkelen aan de Trekdijk en ziet de noodzaak ervan ook niet in. Door de stap over de snelweg te maken, is er straks een verdere verstedelijkte sfeer bij de entree tot Walcheren. Het karakteristieke dorp Nieuw- en Sint Joosland komt nog verder in het nauw tussen snelwegen en bedrijventerreinen. De ZMf vreest –samen met de Nieuwlandersvoor de leefbaarheid van het dorp en men heeft grote twijfels bij een degelijke landschappelijke inpassing van het te realiseren bedrijventerrein. 2. Ladder duurzame verstedelijking Het voorliggende initiatief omvat de ontwikkeling van een bedrijventerrein. De uitgeefbare oppervlakte in de eerste fase bedraagt 5 hectare. Dit betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is vereist. Vanuit de behoefte vraag wordt in de toelichting verwezen naar de Marktscan (Ecorys, Markttoets Trekdijk, 2017). De marktscan spitst zich toe op zogenaamde grote logistieke vragers, welke volgens de ZMf op zoek zijn naar nieuwe aaneengesloten kavels variërend van 2 tot 5 hectare.
De ZMf geeft aan dat de vraag naar en het aanbod aan bedrijventerreinen per regio beschouwd wordt waarbij per regio een programma wordt opgesteld. De Provincie bepaalt de bedrijventerreinprogramma’s en in dit geval geldt voor Middelburg de regio Walcheren. Daarom is enkel gekeken naar de regio Walcheren en –bijvoorbeeld- niet naar de regio ZuidBeveland. De ZMf is van mening dat bij de afweging van het ruimtelijk verzorgingsgebied de aard en omvang van de ontwikkeling leidend moet zijn. De ZMf redeneert dat het niet meer dan logisch is de regio Zuid-Beveland er bij te betrekken, vanwege Sloehaven / Sloegebied en de behoefte aan een groot logistiek centrum aan de A58. Verder geeft de ZMf aan dat ontbreekt het aan een ruimtelijke onderbouwing om niet naar het geschikte Zeehaventerrein in Vlissingen te willen verhuizen. 3. Milieuzonering De ZMf is bang dat de gemeente met het nu voorliggende ontwerpbestemmingsplan milieucategorie 4 bedrijven kan toestaan. Zij baseert dit op de conclusies van het onderzoek van Ecorys, en de opgenomen afwijkingsbevoegdheid (artikel 4.6.1) in de regels van het bestemmingsplan. 4. Landschappelijke inpassing Volgens de ZMf wordt samengevat weinig tot geen rekening gehouden met het belang van de openheid van deze locatie voor natuur, panorama en molenbiotoop.
Verder is zij van mening dat de landschappelijke inpassing op dit moment onvoldoende inzichtelijk is. De nadere landschappelijke inpassing vindt plaats via een zogeheten beeldkwaliteitsplan waar de bevolking ook iets van mag vinden. De uitwerking van het beeldkwaliteitsplan moet echter nog plaatsvinden. Hierdoor is volgens de ZMf een beoordeling van de landschappelijke inpassing niet goed mogelijk. Wat de ZMf betreft hoort die afweging plaats te vinden of gelijk plaats te vinden met het bestemmingsplan.
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
4
Beantwoording: 1. Inleiding De punten welke in algemene zin worden benoemd en verder niet worden onderbouwd, zoals ‘noodzaak, leefbaarheid en landschappelijke inpassing’ zijn bij de inspraakronde ook al ingediend en door ons uitvoerig beantwoord. Wij verwijzen naar die beantwoording. Specifiek worden in de nu voorliggende zienswijze drie punten specifieker toegelicht; ‘Ladder duurzame verstedelijking’, ‘Milieuzonering’ en ‘Landschappelijke inpassing’. Daar willen we dan ook graag nader op ingaan. 2. Ladder duurzame verstedelijking Om mee te beginnen is de voorgestelde ontwikkeling gekomen vanuit een noodzaak om te kunnen voorzien in de ruimtevraag voor met name logistieke bedrijven. Middels een raadsbesluit van 14 november 2019 heeft de gemeenteraad van Middelburg een besluit genomen over de te herbergen functies en de milieucategorieën op het bedrijventerrein. Een stedenbouwkundig ontwerp voor de beoogde ontwikkeling is hierbij als toekomstvisie vastgesteld. Op 28 mei 2020 is de exploitatieopzet voor het terrein door de raad vastgesteld. Op basis van de marktscan (Markttoets, Ecorys 2017) wordt geconcludeerd dat er sprake is van een actuele ruimtebehoefte voor de zogeheten ‘grote logistieke vragers’. Deze ruimtebehoefte heeft een regionaal karakter en komt voornamelijk vanuit de logistieke sector.
Bedrijven vanuit de logistieke sector vragen om kavels van meerdere hectaren groot, ruimte voor activiteiten tot en met milieucategorie 4 en direct ligging aan een hoofdverkeersas. Op basis van het provinciaal beleid moeten de Walcherse gemeenten voor hun regio een analyse van vraag en aanbod maken. Uit de analyse van het aanbod (uit de Markttoets) blijkt dat het aanbod aan geschikte kavels – die voldoen aan de eisen vanuit de logistieke sector- zeer beperkt is. De noodzaak is er daarom. Ook de vraag naar en het aanbod aan bedrijventerreinen wordt per regio beschouwd en per regio wordt een programma opgesteld. De Provincie bepaalt de bedrijventerreinenregio’s, in dit geval geldt voor Middelburg de regio Walcheren. Overigens wordt deze regionale systematiek toegepast in heel Nederland. Wij zien geen redenen om van deze uniforme systematiek af te wijken. Voornoemde reacties zijn reeds eerder al aangegeven in de door u eerder ingediende inspraak op het voorontwerpbestemmingsplan.
Aanvullend kan het volgende worden aangegeven: Door forse gronduitgiften in de afgelopen jaren, bijvoorbeeld voor het Justitioneel Complex te Vlissingen (Project in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf, grootte tussen de 12 en 16 ha, het project dient als compensatie voor het niet doorgaan van de verhuizing van de marinierskazerne naar deze locatie in Vlissingen, de definitieve locatie voor het JCV is op 28 januari 2021 vastgesteld). Door deze ontwikkeling en door normale verkoop aan bedrijven is de voorraad bedrijventerrein op Walcheren fors afgenomen. Gelet op de behoefteraming die Provincie Zeeland recent op heeft laten stellen door de Stecgroep (Prognose bedrijventerreinen Zeeland, Stec Groep, 13 januari 2020) is er ruimte om nieuw bedrijventerrein te ontwikkelen. Volgens provinciaal beleid (Omgevingsplan Zeeland 2018) wordt de hoeveelheid nieuw te ontwikkelen bedrijfsterrein berekend door het bestaande aanbod af te trekken van de regionale vraag binnen de planperiode (vraagprognose berekend door Stec). De maximale vraag in de komende tien jaar ligt op maximaal 36 ha (Prognose bedrijventerreinen Zeeland, Stec Groep, 13 januari 2020). Het actuele aanbod aan uitgeefbare bedrijfslocaties in de regio Walcheren bedraagt per september 2021 18,2 ha. Wellicht ten overvloede geven wij aan dat ook het ontwerpbestemmingsplan aan de Provincie is voorgelegd.
Zij heeft dat in goede orde ontvangen en daarop geen reactie gegeven, waarmee indirect akkoord is gegeven.
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
5
Ook blijkt uit zeer recente afstemming op regionaal niveau met de buurgemeenten Veere en Vlissingen dat het bestaande aanbod aan bedrijventerrein sterk is afgenomen. Over Vlissingen is hiervoor concreet al wat benoemd, vanuit Veere wordt aangegeven dat men geen uitbreidingsruimte voor bedrijventerreinen wenst. Met voornoemde kan gesteld worden dat er genoeg ruimte in de voorraadplanning aanwezig is voor de ontwikkeling van een eerste als zowel tweede fase van bedrijventerrein Trekdijk. 3. Milieuzonering In de toelichting is vanuit een behoeftevraag vanuit de Marktscan (Ecorys, Markttoets Trekdijk, 2017) de milieucategorie 4 opgenomen. Dit staat los van de juridisch-planologische regeling. In artikel 4 ‘Bedrijventerrein’ van de planregels staat expliciet in de bestemmingsomschrijving onder artikel 4 dat ten hoogste categorie 3.2 is bestemd. In de basis kan de gemeente dus garanderen dat maximaal categorie 3.2 daar bedoeld is. Er is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het afwijken van de Staat van bedrijfsactiviteiten. Dit is nagenoeg standaard in de meeste bestemmingsplannen voor bedrijventerreinen, dit om enige flexibiliteit te bieden. Het gaat hier niet om het toepassen van beleidsvrijheid, maar juist bij twijfelgevallen die bijvoorbeeld wellicht onder een zwaardere milieucategorie vallen, maar minder overlast veroorzaken en passend zijn binnen deze omgeving.
Als daarvoor een aanvraag binnenkomt, zal per geval worden bekeken of hiervan wordt afgeweken. De opgenomen voorwaarden zorgen ervoor dat er in het kader van een toets op een zogeheten ‘goede ruimtelijke ordening’ afgewogen zal worden of er überhaupt medewerking kan worden verleend. Voornoemde is reeds al aangegeven in de beantwoording van de inspraak, aanvullend kunnen we ook het volgende meedelen. Ondanks de borging in de wijzigingsbevoegdheid ‘voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 4.1 genoemd’ kan het mogelijk wel meer invloed op de omgeving hebben, met name dan vanuit het onderdeel geluid. Echter dit aspect hebben we juist extra geborgd in het bestemmingsplan middels een voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 4.5.4 in de regels van het bestemmingsplan: 4.5.4 Voorwaardelijke verplichting geluid Op de voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden mogen uitsluitend bedrijven worden gerealiseerd overeenkomstig het bepaalde in 4.1, voor zover daarbij wordt voldaan aan de volgende voorwaarde: a.
de geluidbelasting op een afstand van 100 meter van de kavelgrens mag niet meer bedragen dan 50 dB(A) in de dagperiode (7.00-19.00 uur), 45 dB(A) in de avondperiode (19.00-23.00 uur) en 40 dB(A) in de nachtperiode (23.00-7.00 uur).
Wel komen we tot de conclusie dat minimale afstanden –tussen woningen en bedrijvigheidmet bovengenoemde voorwaardelijke verplichting niet geregeld wordt. Al kan wel worden gesteld dat qua feitelijke situatie en invulling ruimschoots wordt voldaan aan de grootste VNG-richtafstand voor milieucategorie 3.2, van 100 meter. De afstand van de Trekdijk 126 tot de grens van het plangebied bedraagt ca. 30 m. Hier is alleen groen en waterberging mogelijk. De meest nabij gelegen bedrijfskavels liggen op ca. 220 m en van de 1e fase zelfs op ca. 450 m. Om juridisch-planologisch te borgen nemen wij de volgende passage op in de voorwaardelijke verplichting: b.
om gebruik te maken van de wijzigingsbevoegd moet aangetoond worden dat op alle milieuaspecten aan de maximale richtafstand van milieucategorie 3.2 uit de ‘VNG Bedrijven en milieuzonering’ worden voldaan. Dit moet in (maatwerk) voorschriften vastgelegd worden.
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
6
4. Landschappelijke inpassing Om te beginnen het algemene punt ‘landschappelijke inpassing’. Daar is reeds in de beantwoording op de eerdere inspraak uitvoerig op ingegaan. Wij verwijzen dan ook volledig naar die beantwoording. In de slag naar het ontwerpbestemmingsplan zijn de regels ook – mede naar aanleiding van uw eerdere opmerkingen op dit punt- gewijzigd. De voorwaardelijke verplichting artikel 4.5.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing in combinatie met de opgenomen begripsbepaling biedt volgens ons juridischplanologisch voor een ieder rechtszekerheid dat de benodigde landschappelijke inpassing wordt verwezenlijkt. Voor wat betreft het zogeheten Beeldkwaliteitsplan (nader te noemen BKP) geldt het volgende. Een bestemmingsplan regelt de bestemmingen en daarmee een invulling op globaal niveau. De nadere en specifieke uitwerking van de concrete invulling van de landschappelijk inpassing vindt plaats via dat BKP. Wij vinden het vanuit de gemeente belangrijk om juist dit BKP nauw af te stemmen met de bevolking. Zij kijken tenslotte op deze landschappelijke inpassing. Niet enkel het type en hoogte van bomen is hierbij van belang, maar ook de invulling van mogelijk gewenste functies vanuit de bevolking kan hier parte spelen. Vandaar dat wij dit via een separaat participatietraject willen voeren.
De aspecten natuur, panorama en molenbiotoop worden verder niet onderbouwd door de ZMf. Wij kunnen nog wel de volgende ontwikkelingen benoemen: Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijke vooroverleg voorgelegd aan vooroverlegpartners zoals Provincie en Vereniging De Hollandsche Molen. Hun inspraak heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. Op het aangepaste ontwerpbestemmingsplan hebben wij van deze vooroverlegpartners geen opmerkingen meer ontvangen. De ontheffing van de verbodsbepalingen Wet natuurbeheer is inmiddels al aangevraagd en in behandeling is bij de provincie. Om juridisch-planologisch te borgen dat hier de noodzakelijke ontheffingen worden afgedwongen in het bestemmingsplan is het voorstel een voorwaardelijke verplichting op te nemen. Omdat het aanvullend onderzoek zich nu richt op –enkel- de kerkuil en huismus is het verstandig een algemene voorwaardelijke verplichting op te nemen. Ook achten wij het zorgvuldig om deze algemene voorwaardelijke verplichting op te nemen in de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid voor de tweede fase van de Trekdijk, opgenomen in art 15.2 ‘Wetgevingszone – wijzigingsgebied’ van de regels van het bestemmingsplan.
De voorwaardelijke verplichtingen voor ecologie komen er dan als volgt uit te zien: 4.5.5 Voorwaardelijke verplichting ecologie Het bouwen en gebruik van bedrijfsgebouwen en bijbehorende bouwwerken overeenkomstig het bepaalde in 4.1 is uitsluitend toegestaan, voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden naar het daadwerkelijk voorkomen van marterachtigen (marter, wezel, hermelijn en bunzing) en konijnen en hazen; b. eventueel te nemen noodzakelijke mitigerende en/of compenserende maatregelen met het oog op de gunstige staat van instandhouding van de onder a bedoelde soorten, zijn genomen en/of; c. de eventueel noodzakelijk gebleken ontheffingen voor de onder a genoemde soorten op grond van de Wet natuurbescherming door het bevoegd gezag zijn verleend. 15.2 wetgevingszone - wijzigingsgebied Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied' zijn burgemeester en wethouders bevoegd de bestemming te wijzigingen naar 'Bedrijventerrein' met de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
7
a. wijziging vindt plaats als de behoefte aan het bedrijventerrein is aangetoond overeenkomstig de dan geldende regionale bedrijventerreinprogrammering; b. wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; c. wijziging leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer; indien het verhard oppervlak toeneemt met 1.000 m² of meer, vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de waterbeheerder alvorens de wijziging toe te passen; d. bij de wijziging wordt rekening gehouden met de ter plaatse gelegen waterleiding en daartoe wordt schriftelijk advies ingewonnen van de betrokken leidingbeheerder e. bij de wijziging dient sprake te zijn van een verantwoorde stedenbouwkundige en architectonische inpassing in de omgeving. f. bij de wijziging wordt rekening gehouden met de geconstateerde ecologische waarden ter plaatse van de agrarische bebouwing, met dien verstande dat de benodigde ontheffingen voor de huismus en de kerkuil op grond van de Wet natuurbescherming door het bevoegd gezag zijn verleend en eventueel benodigde compenserende en/of mitigerende maatregelen zijn genomen.
Conclusie: De ingediende zienswijze van de ZMf leidt wel tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De aanpassingen zijn hieronder in groen toegevoegd:
4.5.4 Voorwaardelijke verplichting geluid Op de voor 'Bedrijventerrein’ aangewezen gronden mogen uitsluitend bedrijven worden gerealiseerd overeenkomstig het bepaalde in 4.1., voor zover daarbij wordt voldaan aan de volgende voorwaarde: de geluidbelasting op een afstand van 100 meter van de kavelgrens mag niet meer bedragen dan 50 dB(A) in de dagperiode (7.00-19.00 uur), 45 dB(A) in de avondperiode (19.00-23.00 uur) en 40 dB(A) in de nachtperiode (23.00-7.00 uur). om gebruik te maken van de wijzigingsbevoegd moet aangetoond worden dat op alle milieuaspecten aan de maximale richtafstand van milieucategorie 3.2 uit de ‘VNG Bedrijven en milieuzonering’ worden voldaan. Dit moet in (maatwerk) voorschriften vastgelegd worden.
4.5.5 Voorwaardelijke verplichting ecologie Het bouwen en gebruik van bedrijfsgebouwen en bijbehorende bouwwerken overeenkomstig het bepaalde in 4.1 is uitsluitend toegestaan, voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden naar het daadwerkelijk voorkomen van marterachtigen (marter, wezel, hermelijn en bunzing) en konijnen en hazen; b. eventueel te nemen noodzakelijke mitigerende en/of compenserende maatregelen met het oog op de gunstige staat van instandhouding van de onder a bedoelde soorten, zijn genomen en/of; c. de eventueel noodzakelijk gebleken ontheffingen voor de onder a genoemde soorten op grond van de Wet natuurbescherming door het bevoegd gezag zijn verleend.
15.2 wetgevingszone - wijzigingsgebied Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied' zijn burgemeester en wethouders bevoegd de bestemming te wijzigingen naar 'Bedrijventerrein' met de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. wijziging vindt plaats als de behoefte aan het bedrijventerrein is aangetoond overeenkomstig de dan geldende regionale bedrijventerreinprogrammering; b. wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen;
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
8
c.
wijziging leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer; indien het verhard oppervlak toeneemt met 1.000 m² of meer, vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de waterbeheerder alvorens de wijziging toe te passen; d. bij de wijziging wordt rekening gehouden met de ter plaatse gelegen waterleiding en daartoe wordt schriftelijk advies ingewonnen van de betrokken leidingbeheerder e. bij de wijziging dient sprake te zijn van een verantwoorde stedenbouwkundige en architectonische inpassing in de omgeving. f. bij de wijziging wordt rekening gehouden met de geconstateerde ecologische waarden ter plaatse van de agrarische bebouwing, met dien verstande dat de benodigde ontheffingen voor de huismus en de kerkuil op grond van de Wet natuurbescherming door het bevoegd gezag zijn verleend en eventueel benodigde compenserende en/of mitigerende maatregelen zijn genomen.
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
9
Zienswijze 2 Stichting Tuin van Zeeland, ingekomen d.d. 2 augustus 2021 Zienswijze en beantwoording De Stichting Tuin van Zeeland heeft een zienswijze ingediend op het ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’. Wij komen na het uitvoerig lezen van de ingediende punten uit de zienswijze tot de conclusie dat dit een herhaling is van zetten, zoals eerder ingediend via de inspraakronde. Het gaat hier om de punten ‘geen noodzaak, ruimtelijke visie, landschappelijke inpassing en zonneweide’. Wij zien geen nieuwe argumenten en hebben geen veranderende inzichten die onze eerdere standpunten (beantwoording op inspraakreactie) anders doen maken. Wel verwijzen wij voor het aspect ‘noodzaak’ ook naar onze beantwoording van zienswijze 1, punt 2 ‘Ladder duurzame verstedelijking’. In het kopje ‘Conclusie’ wordt vernoemd dat er betere alternatieven zijn. Welke dat dan zijn worden niet beschreven. De Stichting Tuin van Zeeland schrijft dat als dit plan onverhoopt toch wordt doorgezet rekening te houden met de volgende wensen. We zullen hier nu voor de volledigheid op ingaan. Schuin gearceerd is de letterlijk geciteerde zienswijze, meteen daaronder is de reactie van de gemeente geplaatst. 1. De toelaatbare hoogte van bedrijfsgebouwen te beperken tot 8 meter Reactie gemeente: In het bestemmingsplan bedraagt momenteel de goot- als nokhoogte maximaal 12 meter.
Voor de gewenste bedrijvigheid, te weten de zogeheten ‘grote logistieke vragers’ is een maximum hoogte van 8 meter echt onwenselijk, omdat dat niet efficiënt is voor de logistieke sector. 2. De vrijstelling tot een grotere hoogte te schrappen Reactie gemeente: In het bestemmingsplan is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om de bouwhoogte te verhogen naar maximaal 20 meter. Standaardisatie van maten in de logistieke sector dient niet alleen op elkaar aan te sluiten maar groeit ook continue vanwege de groeiende wereldeconomie van de afgelopen decennia. Daarom dient er ruimte te worden gegeven voor ontwikkelingen hierin. Wij zijn wel van mening dat –mede naar aanleiding van uw zienswijze- nog een voorwaarde in de afwijkingsbevoegdheid ex artikel vanuit ruimtelijke perspectief moet worden opgenomen. Dat zou dan gaan om de volgende voorwaarde: d. bij de wijziging dient sprake te zijn van een verantwoorde stedenbouwkundige en architectonische inpassing in de omgeving. 3. Een boomgaard aan de oostzijde van een afschermende windsingel te voorzien. Reactie gemeente: De boomgaard is gelegen in de zogeheten 2e fase. De daadwerkelijke concrete invulling volgt daarom pas in een latere fase. We nemen uw punt over de mogelijkheden om de boomgaard van een afschermende windsingel te voorzien daarin mee.
Vast staat dat de boomgaard een relevant aspect is wat de Raad heeft vastgesteld in haar Raadsbesluit van 14 november 2019. Dat Raadsbesluit ging over de globale invulling van het gebied. Vandaar dat daarover in de toelichting het een en ander over de boomgaard is opgenomen. Feit is dat de aanleg van een boomgaard een wensgedachte is, en dat we deze in dat vervolgtraject kunnen meenemen. Participatief gaan we met omwonenden / inwoners / belanghebbenden in overleg om te komen tot een concrete invulling. De daadwerkelijke concrete invulling volgt daarom pas in een latere fase. Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
10
Echter in de regels van het bestemmingsplan is in de wijzigingsbevoegdheid voor de 2e fase is als 1 van de voorwaarden ook opgenomen dat: ‘er sprake dient te zijn van een verantwoorde stedenbouwkundige en architectonische inpassing in de omgeving’. Er is daarmee dus sowieso nu al geborgd dat er een verantwoorde inpassing in de omgeving komt. 4. Langs de westkant van het plangebied binnen de plangrens een robuuste groenzone, oostelijk van de Oude Schroeweg, in het plan op te nemen. Reactie gemeente: Aan de westzijde van het plangebied langs de Weizichtweg is in het bestemmingsplan momenteel een bestemming ‘Groen’ opgenomen langs het water en de Weizichtweg. Dat is concreet de gemiddeld 20 meter brede strook, met een volledige lengte langs het plangebied parallel aan de Weizichtweg. Hier is om te borgen dat er ook daadwerkelijk ‘landschappelijke inpassing’ plaatsvindt onder artikel 4.5.3 een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor realisatie en in stand houden van de landschappelijke inpassing. Aan de oostzijde van de Oude Schroeweg binnen het plangebied is het onnodig om daar nog extra groen toe te voegen. Er is bewust geen groene bescherming in het plangebied aan die zijde opgenomen. Dit omdat deze aan die zijde al voldoende aanwezig is. Feit dat een gedeelte –toevalligop gronden liggen van de gemeente Vlissingen doet daar niet aan af.
Voor de volledigheid wordt aangegeven dat het plan ook aan de gemeente Vlissingen is voorgelegd. Zij heeft aangegeven geen moeite te hebben met de voorgestelde ontwikkeling. In de huidige situatie is feitelijk een ruim voldoende groene buffer aanwezig. Verder is in het bestemmingsplan ‘Buitengebied (2009)’ –op gronden van de gemeente Middelburg zelf- een brede ruime groenbestemming voorzien (gemiddelde breedte ca. 30 meter, lengte strook ca. 350 meter). Ten overvloede wordt aangegeven dat dit gebied bewust niet in het nieuwe bestemmingsplan voor Trekdijk is opgenomen; dus de bestemming ‘Groen’ blijft ongewijzigd gehandhaafd. Hieronder is een uitsnede weergegeven van de verbeelding van dat bestemmingsplan.
Figuur: uitsnede bestemmingsplan Buitengebied (2009) (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl, 2021) 5. De zijtak van de Trekdijk (de gelijknamige weg) een permanente groene bestemming te geven. Reactie gemeente: Het is juridisch onmogelijk om deze nu al een andere permanente bestemming te geven, omdat de weg momenteel nog in gebruik is voor verkeer. Tevens ligt de weg in de zogeheten 2e fase, dus nu al verwijderen van dit gebruik zou te vroeg zijn. Uiteraard kan bij de nadere invulling van het bedrijventerrein in de tweede fase naar de gewenste bestemming gekeken kunnen worden. Als daar een ruimtelijke procedure voor wordt opgestart kan gebruik worden gemaakt van de rechtsvoorzieningen.
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
11
6. De Zuidelijke driehoek tussen Trekdijk en Kalverdijk een agrarische of landschappelijke bestemming te geven en de wijzigingsbevoegdheid hier te schrappen. Reactie gemeente: In het bestemmingsplan wordt de huidige bestemming ‘agrarisch’ rechtstreeks overgenomen. De door reclamant gewenste agrarische bestemming ligt er hier dus op. In de tweede fase kan met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ongeveer de helft van deze driehoek mogelijk worden ingevuld met een bestemming ‘Bedrijventerrein’. De andere helft blijft ongewijzigd agrarisch. Een bestemming ‘Groen’ is hier in onze ogen onnodig. Met verwijzing naar het vorige punt ligt er al een voldoende groene buffer tussen de Sloeweg Noord en het geplande bedrijventerrein. 7. De voorgestelde wegprofielen binnen het plan te vergroenen tot robuuste lanen met bomen van de ‘eerste orde’. Reactie gemeente: De wens is hier concreet om robuuste lanen met bomen van de ‘eerste orde’ te realiseren. Qua proces gaat het volgende op; er wordt door de gemeente gewerkt aan een zogeheten Beeldkwaliteitsplan (BKP). Het bestemmingsplan regelt de bestemmingen en daarmee een invulling op globaal niveau. Concreet welk type en hoogte van bomen wordt niet in het bestemmingsplan geregeld, maar in dat BKP. Het opstellen van het BKP vindt plaats mede in het kader van participatie met de bevolking, de bevolking mag er dus ook iets van vinden.
Wij stellen daarom voor om de wijze waarop de robuuste lanen groen ingevuld moeten worden in dat traject te betrekken. Er wordt vooralsnog tegemoet gekomen aan deze wens, al moet dit ook blijken uit het voornoemde BKP in het kader van het participatietraject. Aandachtspunt is wel dat bij het geplande zonnepark schaduwwerking moet worden vermeden, wat de mogelijkheden voor bomen kan beperken. Hierin moeten op maat gemaakte goede afwegingen worden gemaakt. 8. De invulling van de groenstrook langs de Weizichtweg concreet en stevig te maken zodat er geen zichtlocaties ontstaan. Reactie gemeente: In het bestemmingsplan is momenteel een bestemming ‘Groen’ opgenomen langs het water en de Weizichtweg. Dat is concreet de gemiddeld 20 meter brede strook, met een volledige lengte langs het plangebied parallel aan de Weizichtweg. Hier is om te borgen dat er ook daadwerkelijk ‘landschappelijke inpassing’ plaatsvindt onder artikel 4.5.3 een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor realisatie en in stand houden van de landschappelijke inpassing.
Onder landschappelijke inpassing wordt verstaan in de begripsbepalingen van het bestemmingsplan (in artikel 1.41 van de regels): ‘Het inpassen van een gebouw of een gebruik in het landschap, waarbij rekening wordt gehouden met de typische kenmerken en kwaliteiten van het landschap door middel van de architectuur van het gebouw en/of de aanplant van gebiedseigen beplanting’. Concreet de invulling wordt geregeld via het BKP. Gesteld kan worden dat ook wij als gemeente juist willen voorkomen dat bedrijven zichtbaar worden vanaf buiten het plangebied; de groenstrook langs de Weizichtweg/A58 dient ook als landschappelijke afscherming die het zicht op het bedrijventerrein vanaf de A58 blokkeert. Hieronder een sfeerimpressie van de mogelijk gewenste invulling van de groenstrook:
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
12
Figuur: sfeerimpressie van een mogelijk gewenste invulling in de groenstrook (Gemeente Middelburg, mei 2021)
Wenselijk is dat de groenzone in hoge dichtheid wordt aangeplant met bomen met onderbeplanting. De mate van dichtheid en de hoogte van het groen wordt bepaald door de bouwhoogte in combinatie met gezichtspunten vanuit het omringende landschap. Van belang is ook een prettige entree van en naar het dorp Nieuw- en Sint Joosland. Zoals hiervoor al vermeldt verdient de specifieke invulling van de groene rand langs de Weizichtweg nog een nadere uitwerking via het BKP. In dat BKP zullen ook meer visualisaties worden getoond van de feitelijke inrichting. Naar onze mening wordt voldaan aan de wens om de groenstrook concreet en stevig te maken zodat er geen zichtlocaties ontstaan. 9. De zonneweide of het zonnepark te schrappen. Reactie gemeente: De driehoek midden in het plangebied is bedoeld als zonnepark en ingegeven door het participatietraject en de politieke behoefte. Vanuit de milieutransitie is het ook vanuit de gemeente wenselijk en zien we graag dat de driehoek wordt vol gelegd met zonnepanelen. De gemeenteraad heeft eerder al besloten welke invulling ze aan dit terrein willen geven; dat betreft een bedrijventerrein met een zonnepark. 10. In het plan de verplichting op te nemen om alle daken volledig van zonnepanelen te voorzien. Reactie gemeente: In navolging op voornoemd punt is vanuit de milieutransitie ook wenselijk dat zonnepanelen op daken worden gerealiseerd.
Echter het verplicht stellen van het opnemen van zonnepanelen op daken is niet mogelijk in het bestemmingsplan, omdat dit niet ruimtelijk relevant is. 11. In de bebouwingsregels een minimaal bebouwingspercentage op te nemen van 75%. Reactie gemeente: We kunnen in het bestemmingsplan niet afdwingen dat iets minimaal bebouwd moet worden. Er is sprake van toelatingsplanologie. In het bestemmingsplan is het bebouwingspercentage ten hoogste 75 %. Ruimtelijk vinden we dat de max op de gronden met een bedrijfsbestemming.
Conclusie: De ingediende zienswijze van de Stichting Tuin van Zeeland leidt wel tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De wijziging betreft een toevoeging zoals hieronder in groen aangegeven:
4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Bouwhoogte Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 4.2.2 onder a voor het toestaan van een hogere bouwhoogte, met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte bedraagt na afwijken ten hoogste 20 m; Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
13
b. c. d.
de afwijking is noodzakelijk uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel of de bouwpercelen; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden worden niet onevenredig aangetast. bij de wijziging dient sprake te zijn van een verantwoorde stedenbouwkundige en architectonische inpassing in de omgeving.
Van sommige punten –welke de Stichting aanreikt als het plan toch wordt doorgezet- zijn we van mening dat we daar aan tegemoet komen.
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
14
Zienswijze 3, Dorpsvereniging Nieuw- en Sint Joosland en Werkgroep Trekdijk, ingekomen d.d. 4 augustus 2021 Zienswijze en beantwoording: De Dorpsvereniging Nieuw- en Sint Joosland heeft samen met de Werkgroep Trekdijk een zienswijze ingediend op het ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’. Bij deze zienswijze komen wij tot de conclusie dat vrijwel de meeste punten een herhaling is van de oude inspraak. Wij bedoelen hier concreet de punten: ‘leefbaarheid, overlast en onveiligheid, participatieproces, noodzaak, strijdigheid beleid, en strijd met ladder duurzame verstedelijking’. Wij zien geen nieuwe argumenten en hebben geen veranderende inzichten die onze eerdere standpunten (beantwoording op inspraakreactie) doen veranderen. Daarom verwijzen wij naar de eerdere beantwoording op de inspraak. Een paar punten in de zienswijze zijn wel aanvullend. Die punten zijn hieronder samengevat, gevolgd door onze reactie. Zienswijze 7: Markttoets Ecorys Reclamant stelt samengevat vast dat de Markttoets niet objectief en inmiddels achterhaald is. Ecorys is een professioneel objectief wereldwijd opererend bureau. De objectiviteit mag hier niet in twijfel worden gebracht. Wij begrijpen uw opmerking over de datering van het markttoets uit 2017 ergens wel. Om die reden hebben wij een extra onderzoek toegevoegd.
Dit betreft het onderzoek ‘Prognose bedrijventerreinen Zeeland’ (STEC Groep, 13 januari 2020). Ook deze resultaten hebben wij juist betrokken bij de onderbouwing van het bestemmingsplan. Met verwijzing naar dat rapport (bijlage bij de toelichting) en paragraaf 3.1.3 van het bestemmingsplan ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is aangetoond dat er wel behoefte is aan een dergelijke ontwikkeling. In algemeenheid kan ook worden gesteld dat logistieke activiteiten in de afgelopen jaren eerder zijn toegenomen dan afgenomen. Zienswijze 8: Kosten onderschat / opbrengsten overdreven Reclamant geeft op dit onderwerp in algemene zin aan dat de grote financiële risico’s aan de ontwikkeling niet openbaar zijn. De gemeente heeft de gronden waarop de ontwikkeling gepland is in eigendom. De gemeenteraad van Middelburg heeft 14 november 2019 een besluit genomen over de te herbergen functies en de milieucategorieën op het bedrijventerrein. Een stedenbouwkundig ontwerp voor de beoogde ontwikkeling is hierbij als toekomstvisie vastgesteld. Tevens heeft de raad op 28 mei 2020 op basis van deze toekomstvisie een (herziene) exploitatieopzet voor het plangebied vastgesteld, waarin kosten, opbrengsten en risico’s zo nauwkeurig mogelijk zijn ingeschat. Financieel is dit leidend.
Het klopt dat deze exploitatieopzet geen openbare informatie is, maar voor het traject met het bestemmingsplan is dit niet relevant.
Conclusie: De ingediende zienswijze van de Dorpsvereniging Nieuw- en Sint Joosland en Werkgroep Trekdijk leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
15
Zienswijze 4, VELT, afdeling Zeeuwse Eilanden, ingekomen d.d. 4 augustus 2021 Zienswijze: De Vereniging Ecologisch Leven en Tuinieren (nader te noemen Velt), afdeling Zeeuwse Eilanden heeft een zienswijze ingediend op het ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’. Reclamant geeft aan dat Velt een Vlaams-Nederlandse vereniging die zich inzet voor een ecologische leefomgeving binnen het kader van een duurzame ontwikkeling. Enkele leden van Velt uit Nieuw- en Sint Joosland hebben hun zorgen geuit over de ontwikkeling van het bedrijventerrein Trekdijk. Het dorp Nieuw- en Sint Joosland is in de loop der jaren steeds verder door infrastructuur in het nauw gebracht en daarbovenop komt nu het plan voor een bedrijventerrein. Velt onderschrijft ook de zienswijze welke is ingediend door de Werkgroep Trekdijk. Een paar specifieke zaken wil men benadrukken, welke hieronder worden genoemd. 1. De gevolgen Volgens reclamant wordt door de komst van het bedrijventerrein de weidsheid aan het zicht onttrokken. De openheid en weidse panorama’s zijn karakteristiek voor Zeeland, hiermee worden toeristen naar Zeeland getrokken. Volgens Velt ontstaat met de komst van het bedrijventerrein en de gebouwen een vernauwing van de weg die resulteert in een lelijke entree van Middelburg.
Ze worden met behulp van een groenstrook niet aan het zich onttrokken en ook vanuit Nieuw- en Sint Joosland zal er zicht zijn op de gebouwen. De gebouwen kunnen beter op een plek worden gebouwd waar ze minder ‘landschappelijke schade kunnen opleveren, bijvoorbeeld in Vlissingen-Oost. Voorts zal er ook milieuhinder voor het dorp ontstaan, bijvoorbeeld door mogelijk lawaai van ’s nachts parkerende koelwagens bij koelhuizen. 2. De noodzaak Reclamant geeft aan dat het geplande bedrijventerrein momenteel onderdeel is van het Nationaal Landschap Walcheren en dat het ook een uitloopgebied is voor de inwoners van Middelburg. De komst van het bedrijventerrein druist compleet in tegen de ambities van een Nationaal Landschap. Volgens reclamant is daarbij niet aangetoond dat er elders geen ruimte is voor dit type bedrijven. Reclamant stelt dat op bedrijfsterreinen binnen Middelburg nog veel geschikte ruimte te vinden is. Mocht die ruimte dan toch niet toereikend zijn, dan dient men op hogere schaal te kijken; bijvoorbeeld op Walcheren en Vlissingen waar volgens reclamant nog ruimte te vinden is. Reclamant geeft aan de gemeente als aanbeveling aan om in overleg te gaan met buurgemeenten. 3.
Compensatie Reclamant geeft aan dat mocht het bedrijventerrein onverhoopt toch komen, dan vindt reclamant dat Nieuw- en Sint Joosland gecompenseerd moet worden voor de afbraak van het woon- en leefgenot. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een forse groene verbinding tussen het dorp Nieuw- en Sint Joosland en Rammekens, waardoor het bedrijventerrein nog meer aan het oog onttrokken wordt. Een verbinding met ruimte voor recreatie en ruimte voor voedselproductie door de aanleg van voedselbossen en de aanplant van eetbaar hout, zoals notenbomen en fruitbomen. Beantwoording: 1. De gevolgen Wij snappen uw punt van de karakteristieken van Zeeland, en zijn ook van mening dat dat zoveel mogelijk behouden moet blijven. Echter in het kader van meer belangen –in dit geval de realisatie van een bedrijventerrein vanuit economisch perspectief en groei voor de regio, heeft de locatie Trekdijk grote voorkeur. Uit de aanbodanalyse (Marktoets, Ecorys 2017) blijkt dat er in de regio Walcheren slechts een beperkte beschikbaarheid is van grote kavels op de huidige bedrijventerreinen. Uit de interviews met logistieke bedrijven is gebleken dat uitbreiding voor deze bedrijven bij voorkeur gewenst is in of nabij Middelburg. Logistieke bedrijven van deze orde hebben behoefte aan een directe ligging aan een
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
16
grote rijksweg, in dit geval de A58. Daarnaast blijkt uit de werkgelegenheidsanalyse dat Middelburg het logistieke zwaartepunt is van de regio. Het plangebied wordt landschappelijk ingepast. Aan het onderdeel landschappelijke inpassing hebben wij bewust aandacht geschonken in het bestemmingsplan en dat is volgens ons voldoende geborgd. Zo is er langs de Weizichtweg een strook met een gemiddelde breedte van minimaal 20 meter bestemd met de bestemming ‘Groen’ (artikel 5). In artikel 4 ‘Bedrijventerrein’ is specifiek een voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 4.5.3. (‘Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing’). Vrij vertaald mag nieuwe bebouwing op de bestemming ‘Bedrijventerrein’ (artikel 4) niet eerder worden gebruikt, voor zover wordt voldaan aan de voorwaarde dat binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan landschappelijke inpassing is gerealiseerd en ook in stand word gehouden. Voor wat betreft milieuhinder geldt volgens ons het volgende. Koelwagens die bij koelbedrijven parkeren vallen onder de inrichting van het koelbedrijf en moeten voldoen aan de geluidsvoorschriften uit het activiteitenbesluit. In het bestemmingsplan is verder bepaald dat de normen gelden op 100 meter en niet op de gevels van woningen waardoor de omgeving extra wordt beschermd, zoals opgenomen in artikel 4.5.4 ‘Voorwaardelijke verplichting geluid’.
Op de voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden mogen uitsluitend bedrijven worden gerealiseerd overeenkomstig het bepaalde in 4.1, voor zover daarbij wordt voldaan aan de volgende voorwaarde: a. de geluidbelasting op een afstand van 100 meter van de kavelgrens mag niet meer bedragen dan 50 dB(A) in de dagperiode (7.00-19.00 uur), 45 dB(A) in de avondperiode (19.00-23.00 uur) en 40 dB(A) in de nachtperiode (23.00-7.00 uur). Voor de overige milieu-onderdelen –welke niet specifiek worden benoemd door reclamant- verwijzen wij naar de onderbouwing in het bestemmingsplan waarvan wij van mening zijn dat dit voldoende onderbouwd is. 2. De noodzaak Onder het kopje noodzaak benoemt reclamant een aantal punten zoals ‘Landschapstype, Ruimte elders, regio en afstemming met buurgemeenten’. Hieronder gaan wij daar gebundeld op in. De voorgestelde ontwikkeling is gekomen vanuit een noodzaak om te kunnen voorzien in de ruimtevraag voor met name logistieke bedrijven. Middels een raadsbesluit van 14 november 2019 heeft de gemeenteraad van Middelburg een besluit genomen over de te herbergen functies en de milieucategorieën op het bedrijventerrein. Bij het opstarten van het bestemmingsplantraject hebben wij het plan in het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 1.3.1. Bro (Besluit ruimtelijke ordening) mede voorgelegd aan de Provincie, Rijkswaterstaat en regionale buurgemeenten.
Van de Provincie hebben wij een vooroverlegreactie ontvangen. In die reactie wordt op geen enkele manier gesproken over dat onwenselijk zou zijn of in strijd is met provinciaal beleid. Met de buurgemeenten Veere en Vlissingen (onze buurgemeenten voor de regio Walcheren) is reeds vanaf het eerste moment afstemming geweest en het plan is ook aan hen voorgelegd in het kader van het wettelijk vooroverleg. Zij hebben geen ‘bezwaren’ tegen de voorgenomen ontwikkeling van bedrijventerrein Trekdijk. Voor wat betreft het Nationaal Landschap Walcheren is door de Provincie hiervoor een document opgesteld. In de vooroverlegreactie van de Provincie worden geen bezwaren geuit dat het in strijd zou zijn met dit Nationaal Landschap. Uit de aanbodanalyse (Marktoets, Ecorys 2017) blijkt dat er in de regio Walcheren slechts een beperkte beschikbaarheid is van grote kavels op de huidige bedrijventerreinen. Van de 32 hectare beschikbaar areaal zijn er alleen op Mortiere en Souburg enkele kavels van meerdere hectaren beschikbaar. Bovendien is ruim 70% van het beschikbare aanbod gelegen op bedrijventerreinen in Vlissingen. Uit de interviews met logistieke bedrijven is gebleken dat uitbreiding voor deze bedrijven Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
17
bij voorkeur gewenst is in of nabij Middelburg. Daarnaast blijkt uit de werkgelegenheidsanalyse dat Middelburg het logistieke zwaartepunt is van de regio. De autonome ruimtevraag wordt voor 90% veroorzaakt door de huidige gevestigde bedrijven. Op basis van de marktscan wordt geconcludeerd dat er sprake is van een actuele ruimtebehoefte. Deze ruimtebehoefte heeft een regionaal karakter en komt voornamelijk vanuit de logistieke sector. Bedrijven vanuit de logistieke sector vragen om kavels van meerdere hectaren groot, ruimte voor activiteiten tot en met milieucategorie 4 en direct ligging aan een hoofdverkeersas. Uit de analyse van het aanbod blijkt dat het aanbod aan geschikte kavels – die voldoen aan de eisen vanuit de logistieke sector- zeer beperkt is. De behoefte kan onvoldoende worden opgevangen op de bestaande terreinen. Gelet op de ligging en verkaveling van de huidige terreinen lijkt het niet mogelijk om in deze behoefte te voorzien binnen het bestaande aanbod. Ook op de nog te ontwikkelen locaties in Vlissingen kan niet aan de behoeften vanuit de logistieke sector worden voldaan. Het geplande terrein Baskensburg ligt niet aan een hoofdverkeersas en op het beoogde terrein Buitenhaven zijn geen grote kavels beschikbaar. Op het voorliggende bedrijventerrein aan de Trekdijk in de gemeente Middelburg kan wel worden voorzien in deze behoefte. 3.
Compensatie Het gebied wat reclamant bedoeld is een strook die in het bestemmingsplan is opgenomen met een agrarische bestemming. Het is de meest oostelijke strook, gelegen tegen en langs de weg Trekdijk. Dat gebied is gelegen in de zogeheten 2e fase. Feit is dat daar geen bestemming ‘bedrijventerrein’ gaat komen, maar een agrarische / groene invulling. De concrete invulling van dat gebied volgt in een vervolgfase waarbij we als gemeente participatief omgaan met omwonenden / inwoners / belanghebbenden om te komen tot een concrete invulling. De wensen die Velt benoemd ‘forse groene verbinding’ en ‘ruimte voor recreatie’ en ‘ruimte voor voedselbos e.d.’ passen prima in dit participatietraject. Conclusie: De ingediende zienswijze van Velt leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
18
Zienswijze 5, Achmea Rechtsbijstand namens reclamant, ingekomen d.d. 4 augustus 2021 Zienswijze: Reclamant is direct omwonende tegen het plangebied Trekdijk. Achmea Rechtsbijstand behartigt de belangen van reclamant. Reclamant reikt de volgende punten aan. 1. Inleiding Achmea geeft aan dat de voorgenomen ontwikkeling op nog geen dertig meter ligt van het perceel van reclamant. Naast de ontwikkeling zelf zal reclamant ook veel overlast ervaren van de ontwikkeling; te weten geluidshinder, geuroverlast en zware intensivering van het aantal verkeersbewegingen. De voorgenomen ontwikkeling is voor reclamant dan ook zeer ingrijpend. 2. Ladder duurzame verstedelijking Reclamant zet samengevat vraagtekens bij de daadwerkelijke behoefte aan uitbreiding. Er wordt aangegeven dat de verwachte vraag vanuit de markt -op basis van de uitkomsten van de Marktscan Ecorys- niet op de locatie Trekdijk gevestigd kan worden. Daarnaast is volgens reclamant in de toelichting onvoldoende aandacht besteed of er niet op andere (bedrijven-)terreinen ruimte is. Zo verwijst reclamant naar bedrijventerrein Arnestein, waar voor de gewenste bedrijvigheid nog wel ruimte is. Verder is reclamant van mening dat het voorgenomen plan zorgt voor een versplintering van het aantal bedrijfsterreinen in de provincie. Reclamant merkt vervolgens op dat de markttoets dateert van 2 februari 2017.
Van een actuele behoefte kan om die reden niet gesproken worden, nu deze ruim 4,5 jaar oud is. Een toelichting in de huidige situatie is noodzakelijk alvorens doorgang te geven aan dit bestemmingsplan. 3. Wijzigingsgebieden Reclamant vindt de opgenomen wijzigingsbevoegdheid om de bestemming ‘Agrarisch’ te wijzigen naar ‘Bedrijventerrein’ voor de zogeheten 2e fase niet passend, omdat de belangen van omwonenden niet worden meegenomen. 4. Geluid, licht en lucht Reclamant acht het akoestisch onderzoek onvolledig. Volgens reclamant wordt er een inschatting gemaakt, en daarmee onduidelijk is wat de werkelijke, representatieve verkeersgeneratie is. Reclamant verwacht dat de wegen naar alle waarschijnlijkheid veel intensiever worden gebruikt, met de bijkomende geluids- en trillingsoverlast. De geplande ontsluitingsweg –welke vlak voor de woning van reclamant loopt- is ogenschijnlijk niet meegenomen in het akoestische onderzoek. Reclamant vreest dat ook lichthinder voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat zal zorgen. Dit omdat de transportsector erom bekend staat dat deze heel vroeg of in de avond / nacht werkzaam is. Ook vreest reclamant dat er veel luchthinder zal zijn vanwege de uitstootgassen afkomstig van verkeer, qua windrichting (eigenlijk altijd zuidwestelijk- zal de uitstoot altijd waaien over het perceel van reclamant. Hiermee is onvoldoende rekening gehouden. 5.
Economische uitvoerbaarheid Onder het onderdeel Economische uitvoerbaarheid maakt reclamant twee aspecten aanhangig; reclamant heeft geen inzicht in de kosten voor deze ontwikkeling en of die dus op voorhand zijn gedekt. Tevens blijkt niet uit het bestemmingsplan of het aspect planschade is meegenomen. 6. Ruimtelijke inpassing Reclamant geeft aan dat de boomgaard –zoals beschreven in de toelichting- als bestemming nog niet is opgenomen. Reclamant acht het noodzakelijk dat, wanneer fase 1 wordt uitgevoerd, ook daadwerkelijk uitvoering wordt gegeven aan de landschappelijke inpassing.
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
19
7. Stikstof Reclamant stelt dat het in het plan een discrepantie staat tussen het totaal aantal berekende dieren (tabel 3.6 van het stikstofdepositieonderzoek van Antea Group, 3 juni 2021) en de dieren zoals deze zijn opgenomen in bijlage 2 (Mestemissies veehouderij, onderdeel van het stikstofdepositieonderzoek van Antea Group, 3juni 2021). Er is sprake van een dubbele aftrek van de stikstofemissie door naast de vermindering van veestapel ook de verminderde uitvoer van mest mee te nemen.
Beantwoording: 1. Inleiding Wij begrijpen volkomen dat de voorgenomen ontwikkelingen ingrijpend is voor reclamant. Om die reden is dat in het bestemmingsplan reeds zorgvuldig beoordeeld. De meest dicht bij het plangebied gelegen woning ligt op circa 30 meter ten oosten van het plangebied. In dit deel van het plangebied is echter geen bedrijvigheid voorzien; dit behoudt een agrarische bestemming. De meest dichtbij gelegen bedrijfskavels zijn geprojecteerd op circa 220 meter afstand van deze woning en fase 1 van het bedrijventerrein ligt op ruim 450 meter afstand. Het beoogde bedrijventerrein betreft een functie die volgens de (indicatieve) brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ gezoneerd dient te worden ten opzichte van milieugevoelige functies in de omgeving. Op het terrein worden bedrijven tot maximaal milieucategorie 3.2 mogelijk gemaakt. Op basis van de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ wordt hiervoor een richtafstand geadviseerd van 100 meter. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de richtafstand van 100 meter. 2. Ladder duurzame verstedelijking Op basis van de marktscan (Markttoets, Ecorys 2017) wordt geconcludeerd dat er sprake is van een actuele ruimtebehoefte voor de zogeheten ‘grote logistieke vragers’. Deze ruimtebehoefte heeft een regionaal karakter en komt voornamelijk vanuit de logistieke sector.
Bedrijven vanuit de logistieke sector vragen om kavels van meerdere hectaren groot, ruimte voor activiteiten tot en met milieucategorie 4 en direct ligging aan een hoofdverkeersas. Op basis van het provinciaal beleid moeten de Walcherse gemeenten voor hun regio een analyse van vraag en aanbod maken. Uit de analyse van het aanbod (uit de Markttoets) blijkt dat het aanbod aan geschikte kavels – die voldoen aan de eisen vanuit de logistieke sector- zeer beperkt is. De noodzaak is er daarom. Ook blijkt uit zeer recente afstemming op regionaal niveau met de buurgemeenten Veere en Vlissingen dat het bestaande aanbod aan bedrijventerrein sterk is afgenomen. Arnestein biedt niet de ruimte voor dergelijke grote logistieke bedrijven en heeft een minder gunstige ligging omdat deze niet direct aan de A58 is gelegen. Het plan is verder afgestemd met de Provincie; het plan zorgt niet voor een versplintering van bedrijfsterreinen in de provincie. Wij begrijpen uw opmerking over de datering van het markttoets uit 2017 ergens wel. Om die reden hebben wij een extra onderzoek toegevoegd. Dit betreft het onderzoek ‘Prognose bedrijventerreinen Zeeland’ (STEC Groep, 13 januari 2020). Ook deze resultaten hebben wij juist betrokken bij de onderbouwing van het bestemmingsplan.
Met verwijzing naar dat rapport (bijlage bij de toelichting) en paragraaf 3.1.3 van het bestemmingsplan ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is aangetoond dat er wel behoefte is aan een dergelijke ontwikkeling. 3. Wijzigingsgebieden Concreet richt reclamant zich tegen de opgenomen wijzigingsbevoegdheid ex artikel 15.2 ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied’. Specifiek wordt door reclamant benoemd dat ‘ de belangen van omwonenden niet worden meegenomen’. Er is expliciet in de bevoegdheid in het bestemmingsplan opgenomen dat ‘wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen’. Voor de volledigheid is de complete tekst -van de wijzigingsbevoegdheid inclusief de voorwaarden- uit het ontwerpbestemmingsplan hieronder opgenomen.
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
20
15.2 wetgevingszone - wijzigingsgebied Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied' zijn burgemeester en wethouders bevoegd de bestemming te wijzigingen naar 'Bedrijventerrein' met de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: wijziging vindt plaats als de behoefte aan het bedrijventerrein is aangetoond overeenkomstig de dan geldende regionale bedrijventerreinprogrammering; wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; wijziging leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer; indien het verhard oppervlak toeneemt met 1.000 m² of meer, vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de waterbeheerder alvorens de wijziging toe te passen; bij de wijziging wordt rekening gehouden met de ter plaatse gelegen waterleiding wordt schriftelijk advies ingewonnen van de betrokken leidingbeheerder bij de wijziging dient sprake te zijn van een verantwoorde stedenbouwkundige en architectonische inpassing in de omgeving.
4. Geluid, licht en lucht - geluid Er wordt door reclamant gesteld dat het onduidelijk zou zijn wat de werkelijk representatieve verkeergeneratie is. In het akoestisch onderzoek is aangegeven dat met het maatgevende jaar 2030 is gerekend. In het onderzoek zijn de verkeerstromen (op basis van verkeerskundig onderzoek en CROW) beschreven, zowel in de situatie zonder de ontwikkeling van het bedrijventerrein als met ontwikkeling van het bedrijventerrein. Tevens is apart berekend wat de effecten van alleen de verkeersstromen van het bedrijven terrein zijn. Het akoestisch onderzoek wordt in twijfel getrokken met betrekking tot de invoergegevens. Deze zijn aan de akoestisch adviseur beschikbaar gesteld. Deze gegevens zijn gebaseerd op CROW kengetallen, omdat nog niet duidelijk is exact welke bedrijven (qua namen) zich ter plekke gaan vestigen. Enkel het type bedrijven is voor nu bekend en relevant voor het bestemmingsplan. Verder blijkt dat het verkeer over het bedrijventerrein rijdt en vervolgens zich via de grotere (rijks-) wegen verspreidt. Slecht een heel klein deel zal mogelijk via de Weizichtweg verlopen (hetzij onlogisch is vanwege ontbreken directe aansluitingen op grotere (rijks-)wegen zoals de A58 en de N254. Over de Trekdijk zelf gaat enkel bestemmingsverkeer.
Uit het akoestisch onderzoek op basis van verkeersonderzoek en CROW gegevens blijkt dat als gevolg van de complete ontwikkeling van het bedrijventerrein Trekdijk de geluidstoename op de meest noordelijke woning aan de Trekdijk (tevens ook dichtsbijzijnde woning van het plangebied) 0,3 dB bedraagt en verwaarloosbaar klein is en ruim onder de 2dB drempel blijft. Ook in de buitenruimte is de toename 0,3 dB en niet waarneembaar. De angst voor trillingen afkomstig van verkeer is onterecht, omdat de afstand hiervoor te groot is. De geprojecteerde verkeersverbinding –welke vlak voor de woning van reclamant loopt- is niet meegenomen in het akoestisch onderzoek omdat deze bedoeld is als langzaam-verkeerroute. De nadere uitwerking van de inrichting van dat pad vindt plaats in het participatietraject. - Licht Door de grote groenbuffer rondom het bedrijventerrein, de grote afstand van het bedrijventerrein tot de woning, en de reeds aanwezige verlichting in de omgeving (A58, Schroeweg, ZEP en woningbouwwijken) is geen extra lichthinder als gevolg van het bedrijventerrein te verwachten. Door de bebouwing op het terrein, afhankelijk van de hoeveelheid en omvang van de bebouwing, zal lichthinder als gevolg van de rijkswegen die in de nabije omgeving van de woning liggen mogelijk afnemen door afscherming.
Rapport zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Trekdijk’
21
In de Middelburgse Visie Milieu (2019 – 2025) is beleid opgenomen voor licht en duisternis. De doelstelling is om duisternis te behouden. Specifiek staat beschreven voor de korte termijn de huidige lichtbelasting waar mogelijk beperken en duisternis waar mogelijk behouden. Er wordt door de gemeente rekening gehouden bij openbare verlichting. Tevens dient dit de basis om lichthinder veroorzaakt door bedrijven (inrichtingen) nader te reguleren via het activiteitenbesluit, dat daartoe mogelijkheden biedt. - Lucht In paragraaf 2.4.2 van de toelichting en het onderzoek Luchtkwaliteit is het onderdeel luchtkwaliteit kwantitatief voldoende onderbouwd. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet bezwaarlijk is in het kader van de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. Reclamant heeft niet in concrete gegevens aangetoond waar een overschrijding al dan niet zou plaatsvinden. Wel zijn wij van mening dat de toelichting van het bestemmingsplan op het aspect licht verder kan worden aangevuld met de tekst zoals hierboven beschreven. 5. Economische uitvoerbaarheid De gemeente heeft de gronden waarop de ontwikkeling gepland is in eigendom. Tevens zal zij de bedrijfskavels zelf verkopen. Hierdoor geldt voor dit plan geen verplichting tot kostenverhaal.