21-122 Ingekomen stukken commissie Algemeen Bestuur - organisatie
Tekst van het document
Regionale Kwaliteitskaart Voor het organiseren van de aanpak van maatschappelijke opgaven op regionale schaal formuleren decentrale overheden samen met maatschappelijke instellingen, het bedrijfsleven en de inwoners regionale doelstellingen over regionale opgaven. Een gezamenlijk proces waar alle regionale bestuurslagen bij zijn betrokken, dat ruimte biedt voor regionale verscheidenheid en dat rekening houdt met regionale ecosystemen: sociaal, fysiek en bestuurlijk. Op basis van het genoemde afwegingskader (zie hiervóór) en als uitvloeisel van het autonomiebeginsel formuleren betrokkenen gezamenlijke uitgangspunten over de kwaliteit van het bestuur (geen blauwdruk, ruimte voor maatwerk en verschil, en kwaliteitseisen aan democratie en financiële verhoudingen): de Regionale Kwaliteitskaart. Op basis van de Regionale Kwaliteitskaart maken decentrale overheden afspraken met het Rijk over hoe de opgaven worden uitgevoerd en wat daar voor nodig is in termen van slagkracht, beleidsbepaling en -uitvoering. Bij toekomstige taakverdeling tussen overheden wordt met deze afspraken rekening gehouden.
De afspraken maken onder meer de volgende keuzes mogelijk: - Provinciale verantwoordelijkheid om toe te zien op regionale vormgeving en het toetsen aan overeengekomen kwaliteitseisen (bij intergemeentelijke samenwerking niet alleen financieel toezicht maar ook toezicht of samenwerking vorm krijgt op basis van de Regionale Kwaliteitskaart);
47 Zie ook Raad voor het Openbaar Bestuur, 2017, p. 35.
37
droomland of niemandsland? – advies van de raad voor het openbaar bestuur
-
-
-
-
De plicht om daarover op overeenstemming gericht overleg te voeren met overheden en maatschappelijke partners; Provinciale bevoegdheid om uiteindelijk de knoop door te hakken zodat niet één overheid binnen de provincie de hele regionale bestuursvorm kan tegenhouden; In de toekomst niet per definitie alle taken naar alle gemeenten maar ook mogelijk maken dat sommige taken aan ‘provincie-regio’s’ worden toegekend; Mogelijkheden van binnen-provinciale deconcentratie ten aanzien van de uitvoering van taken met betrokkenheid van gemeenten; Regionale toezichtraden wettelijk mogelijk maken: direct gekozen volksvertegenwoordigers blijven beleid bepalen (‘aandeelhouders van de regio’) maar kunnen regionale toezichthouders voordragen (‘Raad van Toezicht’) die de samenwerking tussen gemeenten en/ of provincie bestuurlijk beoordelen en daarover rapporteren aan de volksvertegenwoordigers; Pas toe of leg uit: om dit niet vrijblijvend te doen zullen overheden moeten worden uitgenodigd hierin te kiezen en aan te tonen hoe die keus zich voor hun regio verhoudt tot onder meer de Regionale Kwaliteitskaart.
3. Versterk de stelselverantwoordelijkheid van de minister van BZK De stelselverantwoordelijkheid van de minister van BZK moet wettelijk wor den versterkt als het gaat om het beleid van het Rijk dat betrekking heeft op het decentraal bestuur. Het nieuwe kabinet maakt de minister van BZK verant woordelijk voor de coördinatie van Rijksbeleid richting het decentraal bestuur en regio’s. 48 De minister van BZK is steeds medeondertekenaar van wetten die de decentrale overheden rechtstreeks raken in hun takenpakket, financiën en bevoegdheden. 49 Dit houdt bijvoorbeeld in dat toedeling van taken door vak departementen aan decentrale overheden niet kan zonder instemming van de minister van BZK. De versterking van de stelselverantwoordelijkheid van de minister van BZK dient naast het doel van het coördineren van het Rijksbe leid, ook het doel om de rol als hoeder van het decentrale bestuur richting het Rijk beter te vervullen en processen over regionale opgaven ‘van onderop’ te ondersteunen. Onder meer door goed te luisteren naar regio’s. Maak daarom
48 De Raad sluit aan bij de ideeën van Douwe Jan Elzinga over een Wet op het decentraal bestuur (zie onder meer: https://vng.nl/nieuws/vng-presenteert-eerste-proeve-nieu we-wet-decentraal-bestuur, geraadpleegd 1 juni 2021) die betrekking hebben op een bredere aanpak voor nieuwe verhoudingen in het openbaar en decentraal bestuur. 49 Vergelijk Raad van State, 2021.
38
droomland of niemandsland? – advies van de raad voor het openbaar bestuur
de minister van BZK scherper dan nu verantwoordelijk voor het stelsel van interbestuurlijke samenwerking, met als doel het vergemakkelijken van de samenwerking tussen decentrale overheden en het Rijk.50
50 Dit is ook het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur in zijn onlangs verschenen adviesrapport Rol nemen, ruimte geven. De rol van het Rijk bij interbestuurlijke samenwer king, mei 2021(b).
39
droomland of niemandsland? – advies van de raad voor het openbaar bestuur
Literatuur
Berg, C.F. van den, Transforming for Europe: The reshaping of national bureaucracies in a system of multi-level governance, 2011 Berg, C.F. van den, S. Dreef en S. Clemens, Uitgelicht: interbestuurlijke samenwerking, in: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Staat van bestuur 2020, Den Haag, februari 2021 Berg, C.F. van den, en H. Lelieveldt, Zo kan het wél. Regioprovincies slimmer bestuurd: de casus Fryslân en Zeeland, Montesquieu Instituut, Den Haag, 2021 Boogers, M.J.G.J.A., Het raadsel van de regio: waarom regionale samenwerking soms resultaten oplevert (oratie), Universiteit Twente, Enschede, 17 oktober 2013 Boogers, M.J.G.J.A. en G.H. Reussing, Decentralisatie, schaalvergroting en lokale democratie, in: Bestuurswetenschappen, nr. 2, 2019 Cordeweners, T., Dwars door Nederland. Ruimtelijke verschillen in beeld, Den Haag, 27 januari 2020 De Gelderlander, Gemeente zit in zóveel samenwerkingsverbanden dat niemand ze meer controleert: ‘Ondemocratisch en ernstig’, 2 april 2021. Financieel Dagblad, Amsterdam moet zijn arrogantie jegens buurgemeenten afschudden, 3 januari 2021 Fraanje, M.J. en J.M.M.
Polman, Trots over slagkracht, zorgen over democratie en rechtsstaat, Platform O, 22 juni 2020 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Staat van het bestuur 2020, Den Haag, februari 2021 Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, Leren van doen. Ervaringen met samenwerken in het IBP, Den Haag, 2020 Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, Raad in verbinding in de regio. Raadsledenonderzoek over de verbinding tussen raadsleden in de regio en hun gemeenteraad, Den Haag, 2017 NRC, De veiligheidsregio bepaalt steeds meer, ‘die ontwikkeling gaat een keer schuren’, 12 januari 2021 Programmastart IBP, Samen meer bereiken als één overheid. Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen starten met een interbestuurlijk programma en een gezamenlijke agenda, Overhedenoverleg van 14 februari 2018 PROOF Adviseurs en Kwink Groep, Inventarisatie regionale samenwerkingsverbanden decentrale overheden 2020, Den Haag, mei 2020 Raad van State, voorlichting No.W04.20.0440/I/Vo, Den Haag, 24 maart 2021 Raad voor het Openbaar Bestuur, Legio voor de regio. Bestuurlijke antwoorden op regionale vraagstukken, Den Haag, februari 2003 Raad voor het Openbaar Bestuur, Bestuur op maat Advies over middenbestuur, Den Haag, november 2006 Raad voor het Openbaar Bestuur, De gedifferentieerde eenheidsstaat.
Advies over uniformiteit en pluriformiteit in het openbaar bestuur, Den Haag, mei 2007 Raad voor het Openbaar Bestuur, Het einde van het blauwdrukdenken. Naar een nieuwe inrichting van het openbaar bestuur, Den Haag, april 2010
40
droomland of niemandsland? – advies van de raad voor het openbaar bestuur Raad voor het Openbaar Bestuur, Democratische legitimiteit van samenwerkingsverbanden, Den Haag, januari 2015 Raad voor het Openbaar Bestuur, Wisselwerking. Naar een betere wisselwerking tussen gemeenteraden en de bovengemeentelijke samenwerking, Den Haag, december 2015 Raad voor het Openbaar Bestuur, 15,9 uur. De verbindende rol van het raadslid in een vitale democratie, Den Haag, april 2016 Raad voor het Openbaar Bestuur, Eerst de politiek dan de techniek. Spelregels voor toekomstbestendige financiële verhoudingen, Den Haag, januari 2017 Raad voor het Openbaar Bestuur, Akkoord?! Besturen met akkoorden als evenwichtskunst, Den Haag, maart 2020 Raad voor het Openbaar Bestuur, Rust-Reinheid-Regelmaat. Evenwicht in de bestuurlijk- financiële verhoudingen, Den Haag, maart 2021(a) Raad voor het Openbaar Bestuur, Rol nemen, ruimte geven. De rol van het Rijk bij inter bestuurlijke samenwerking, mei 2021(b) Raad voor het Openbaar Bestuur en Raad voor de Financiële Verhoudingen, Autonoom of automaat? Advies over gemeentelijke autonomie, Den Haag, augustus 2005 Regeerakkoord 2017–2021, Vertrouwen in de toekomst, VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, 10 oktober 2017 Rekenkamer Oost-Nederland, Handvatten PS voor netwerksturing, Deventer, juni 2016 Reussing, G.H., M.J.G.J.A. Boogers en S.A.H.
Denters, Gemeenteraden en regionale samenwerking, in: Vollaard, J.P., G. Boogaard, J.Th.J. van den Berg en M.J. Cohen (red.), De gemeenteraad. Ontstaan en ontwikkeling van de lokale democratie, Amsterdam, 2018 Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen, Als één overheid, Den Haag, september 2020 Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 513, nr. 4 Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 300 XVI, nr. 112 VNG Magazine 15, Keuzes nodig in binnenlands bestuur, 5 oktober 2018 VNG Magazine 20, Democratische vernieuwing in Fryslân – Korset van Thorbecke moet losser, 18 december 2020 Volkskrant, Rijk, provincie en gemeente besturen ons land en, o ja, 32 andere soorten bestuur. Stop de verrommeling, 3 maart 2021 Yesilkagit, A.K., Wat is ‘de bedoeling’ nu eigenlijk? Een pleidooi voor een sterke nationale overheid in het binnenlands bestuur, in: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Gebundeld perspectief. Decentraal bestuur nader geduid, Den Haag, januari 2021
41
droomland of niemandsland? – advies van de raad voor het openbaar bestuur
bijlage i
42
Adviesaanvraag
droomland of niemandsland? – advies van de raad voor het openbaar bestuur
43
droomland of niemandsland? – advies van de raad voor het openbaar bestuur
44
droomland of niemandsland? – advies van de raad voor het openbaar bestuur
45
droomland of niemandsland? – advies van de raad voor het openbaar bestuur
46
droomland of niemandsland? – advies van de raad voor het openbaar bestuur
bijlage ii
Democratische legitimiteit 51
David Easton stelde in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw op basis van empirisch onderzoek dat legitimiteit wordt bereikt door a: effectief te zijn, b: dingen te doen die burgers belangrijk vinden, c: zorgvuldig te handelen. De politicoloog Fritz Scharpf maakt een conceptueel onderscheid tussen verschil lende soorten van democratische legitimiteit: input-, troughput- en outputlegitimiteit. Zijn inputgeoriënteerde theorie waardeert de legitimiteit van een politiek systeem naar de wijze waarop deze een uitdrukking vormt van de wil van het volk of de politieke gemeenschap. Vanuit het inputperspectief zijn politieke keuzes legitiem wanneer deze de algemene wil weerspiegelen. In dit perspectief staan de burgers centraal. Bij inputlegitimiteit gaat het er om dat belangentegenstellingen op een zinvolle en democratische wijze leiden tot regelgeving en beleid. Het begrip inputlegitimiteit wordt vaak uitgelegd als government by the people. Verwant aan inputlegitimiteit is throughputlegitimiteit. Dit concept verwijst naar de kwaliteit van het proces waarmee besluitvorming tot stand komt. Niet de input of de uitkomsten, maar de transparantie, kenbaarheid en voor spelbaarheid van structuren en procedures staat hierbij voorop.
In deze vorm van proceslegitimiteit zijn de billijkheid, redelijkheid en rechtmatigheid van het besluitvormingsproces zelf de voornaamste bron van legitimiteit. Proce durele vormen van legitimiteit hebben steeds te maken met checks and balances in en ordentelijkheid van het besluitvormingsproces. Ten slotte zijn theorieën die legitimiteit waarderen aan de hand van de door het systeem geleverde prestaties, de output. Daarbij draait het om zaken als de onbetwistheid van de macht, het gemeenschappelijk goed en het econo misch welzijn. De output van een politiek systeem moet steeds een bijdrage leveren aan deze categorieën. Vanuit het outputperspectief zijn politieke keuzes legitiem wanneer deze effectief het algemeen welzijn bevorderen. Bij outputlegitimiteit is de vraag of op redelijke termijn tot de voor betrokkenen gewenste resultaten kan worden gekomen. Outputlegitimiteit krijgt vaak het etiket government for the people. Aan de soorten democratische legitimiteit die Scharpf onderscheid is een vierde vorm toe te voegen: feedbacklegitimiteit. Deze vorm bestaat uit twee democratische eisen: verantwoording en terugkoppeling. Bij verantwoording
51
Deze bijlage is een bewerking van Raad voor het Openbaar Bestuur, 2015.
47
droomland of niemandsland? – advies van de raad voor het openbaar bestuur
wordt aan democratische organen en kiezers over de uitoefening van publieke bevoegdheden en de besteding van publieke middelen rekenschap afgelegd. Verantwoording versterkt de democratische legitimiteit omdat het bijdraagt aan de mogelijkheden om het overheidsoptreden te beoordelen en zo nodig bij te sturen. Bij terugkoppeling gaat het om een goede verwerking van sig nalen uit de omgeving en een goede vormgeving van de relatie met belang hebbenden. De feedbacklegitimiteit wordt bepaald door de wijze waarop er verantwoording wordt afgelegd over de uitkomst van het besluitvormings proces en de kwaliteit van de terugkoppeling. Terugkerend vraagstuk bij het democratisch gehalte van regionaal bestuur is of de representatieve democratie (nog) volstaat. De belangrijkste knelpunten in kaart zijn te verdelen in vier categorieën: 1. Participatie en representatie 2. Politiek primaat en controle/kaderstelling 3. Effectiviteit/efficiëntie en responsiviteit 4. Verantwoording en terugkoppeling De indeling is niet absoluut, sommige knelpunten kennen raakvlakken met twee of meer categorieën.
Participatie en representatie (inputlegitimiteit) Democratie en bestuur ontwikkelen zich in tegengestelde richtingen: het zwaartepunt van de lokale democratie verschuift naar het sublokale, het niveau van buurt, wijk of dorpskern, terwijl tegelijkertijd het bestuurlijke zwaartepunt steeds meer verschuift naar de regio. Verlengd lokaal bestuur is een indirecte vorm van democratische legitimiteit via gemeenteraden of provinciale staten. Burgers kiezen gemeenteraadsleden en provinciale statenleden, maar kunnen niet het bestuur van een samen werkingsverband kiezen. Het bestuur wordt gevormd uit de burgemeesters, wethouders en/of gemeenteraadsleden van de deelnemende gemeenten (c.q. provincies). In het bestuur van samenwerkingsverbanden worden belangrijke richtinggevende beslissingen genomen die alle deelnemende besturen raken. De stemverhoudingen binnen het samenwerkingsverband spelen daarin een rol, wat effect heeft op de invloed van gemeenten of provincies op de besluit vorming in het samenwerkingsverband. De besluitvorming over maatschap pelijke vraagstukken op regionale niveau raken burgers desalniettemin direct. De afstand tussen gemeenteraden en provinciale staten en samenwerkings verbanden en daarmee ook de afstand tussen burgers en samenwerkingsver banden dreigt echter te groot te worden.
De vraag is of het bestuur zo nog wel voldoende bij de behoeften van burgers kan aansluiten.
48
droomland of niemandsland? – advies van de raad voor het openbaar bestuur
Politiek primaat en controle/kaderstelling (throughputlegitimiteit) Democratische legitimiteit in de praktijk van het regionaal bestuur is een wor steling van de gemeenteraad en provinciale staten met zijn rol als kadersteller en controleur. Uit onderzoek van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden uit begin 2014 blijkt dat zeven van de tien gemeenteraadsleden het toene mende aantal regionale samenwerkingsverbanden een bedreiging voor de lokale democratie vindt. Regionaal bestuur heeft volgens sommigen geleid tot een nogal ondoorzich tige structuur waarin onduidelijk is welke taak binnen welk samenwerkings verband thuishoort en wie waarvoor verantwoordelijk is. Lokale en regionale bestuurders en hun maatschappelijke partners klagen over wat wel genoemd wordt ‘bestuurlijke spaghetti’ en ‘bestuurlijke drukte’: het grote aantal regi onale besturen zou de effectiviteit en de democratische controle in de weg staan. Samenwerkingsverbanden zijn vormen van verlengd lokaal bestuur, maar soms lijkt er sprake van verlegd lokaal bestuur. Bij verlengd lokaal bestuur zet het gemeentebestuur samenwerking zelfverzekerd in als strategie om gemeentelijke doeleinden te bereiken, maakt het binnen samenwerking zelfstandig keuzes om gemeentelijke of provinciale doeleinden te bereiken en stuurt het de samenwerking zelfbewust en actief aan.
Bij verlegd lokaal bestuur stelt het gemeente- of provinciebestuur zich – al dan niet door omstandigheden gedwongen – afhankelijk op en heeft het geen goed zicht op de doelen van de samenwerking, accepteert het afwachtend de diensten van de samenwerking en is het afhoudend ten opzichte van de samenwerking in relatie met de gemeente. De financiering van samenwerkingsverbanden wordt als problematisch erva ren. Gemeenteraden merken dat ze, behalve een jaarlijkse bemoeienis met de omvang, weinig invloed hebben op de begroting van een samenwerkings verband en dat daarmee het algemene budgetrecht van de gemeenteraad in de knel komt. De verantwoording en de controle zijn indirect. De gemeen telijke uitgaven voor samenwerkingsverbanden zijn bovendien inflexibel en verplicht, wat in geval van financiële problemen beperktere mogelijkheid tot bijsturing op gemeentelijk niveau geeft. Effectiviteit/efficiëntie en responsiviteit (outputlegitimiteit) Uitvoering op afstand door middel van regionale samenwerkingsverbanden wordt vaak gedreven door doelmatigheid. Gezamenlijke inkoop van bijvoor beeld zorg door een samenwerkingsverband is efficiënter en goedkoper dan dat alle wethouders los van elkaar zorg gaan inkopen. Maar het proces ont
49
droomland of niemandsland? – advies van de raad voor het openbaar bestuur
trekt zich aan directe invloed van de diverse gemeenteraden, zoals we hier boven zagen. De vraag is hoeveel democratische legitimiteit effectieve en efficiënte uitvoering mag kosten. De verdeling van de financiële bijdrage over deelnemende gemeenten aan een samenwerkingsverband kan tot controverse leiden, net als de besteding van de gelden door het samenwerkingsverband. Op het regionale niveau zijn uitgaven niet altijd in overeenstemming met de lokale behoeften. En bud getstromen zijn ondoorzichtig, welk potje wordt waaraan besteed? Dit alles terwijl het financieel toezicht op samenwerkingsverbanden door de provincie marginaal wordt ingevuld, terwijl eventuele problemen grote effecten op de individuele gemeenten kunnen hebben. Het toegenomen belang van regionaal bestuur is van invloed op de financiële verhoudingen tussen het Rijk en decentrale overheden. Bekostiging via een specifieke uitkering, rechtstreekse toedeling van rijksbijdragen aan regionale samenwerkingsverbanden of aan centrumgemeenten kunnen op gespan nen voet staan met de uitgangspunten in de financiële verhoudingenleer. Wat betreft de financiële verhoudingen speelt de vraag of de decentralisaties leiden tot dusdanige versterking van regionale samenwerkingsverbanden, dat er een echte regionale (tussen)laag komt waarbij de verleiding ontstaat deze rechtstreeks te bekostigen.
Wanneer daarvan sprake is, dan kan dat van invloed zijn op de besluitvorming over de middelen die aan regionale samen werkingsverbanden worden toebedeeld: door de gemeente of door het Rijk. Verantwoording en terugkoppeling (feedbacklegitimiteit) De bestuurlijke macht wordt in toenemende mate opgedragen aan niveaus die niet samenvallen met het niveau waarop de openbaar bestuurders voor het grootste deel van hun tijd werkzaam zijn. Voor volksvertegenwoordigers is het lastig het overzicht te behouden. Als gevolg van de afstand en het feit dat het regiobestuur geen directe verantwoording aflegt aan het volksverte genwoordigende lichaam, dreigen verantwoordingsprocessen in het gedrang komen. De Wgr schept weliswaar formeel het verantwoordingskader, maar de praktijk lijkt toch weerbarstig. Volksvertegenwoordigers zijn niet altijd tevreden over de informatie vanuit de regionale samenwerkingsverbanden. Informatie is te algemeen van aard of biedt geen zicht op de realisatie van lokale doelenstellingen. Daar staat tegenover dat volksvertegenwoordigers niet altijd voldoende actief zijn bij het formuleren van eisen aan de informatievoorziening. Deze situatie zet niet alleen de adequate politieke controle maar ook andere vormen van toezicht zoals controle door decentrale rekenkamers onder druk.
50
droomland of niemandsland? – advies van de raad voor het openbaar bestuur
Slotsom Gemeenten, provincies en waterschappen zoeken de samenwerking op voor het uitvoeren van taken. Dat doen ze vaak vanuit het oogpunt van doeltref fendheid. Vanuit het perspectief van democratische legitimiteit is bij regiobe stuur de afstand tussen bestuur en taakuitvoering groter dan in het geval dat een gemeente of provincie een bepaalde taak zelf uitvoert. Afstand tot het bestuur impliceert het deels afstaan van zeggenschap en sturing. Samenwer king voelt ook ongemakkelijk: volksvertegenwoordigingen en colleges ervaren afstand en kunnen daardoor voor hun gevoel onvoldoende sturen op wat er in de samenwerking gebeurt. Dat tast de democratische legitimiteit aan van de regionale samenwerking. Goed bestuur hoort democratisch gelegitimeerd te zijn. Wanneer democrati sche legitimiteit van regionaal bestuur gebrekkig is, kan het voorkomen dat de burgers uit de samenwerkende gemeenten of provincies de output van het samenwerkingsverband niet langer accepteren. Aanspreekbaar is echter alleen de gemeenteraad of provinciale staten die op hun beurt beperkte stu ringsmogelijkheden hebben. Deze situatie heeft ook zijn weerslag op de rela tie tussen burger en bestuur.
51
droomland of niemandsland? – advies van de raad voor het openbaar bestuur
bijlage iii
Differentiatie 52
Differentiatie is alleen aan de orde wanneer daarmee het probleemoplos sende vermogen van het openbaar bestuur toeneemt. Als schaal en cong ruentie niet tot oplossingen leidt voor de inrichting van het openbaar bestuur, komt de mogelijkheid van differentiatie in beeld. De Raad onderscheidt drie vormen van differentiatie. Differentiatie in (uitvoering van) beleid op lokaal niveau is het resultaat van decentralisatie en lokale autonomie, dan wel van beleidsvrijheid van gemeen ten bij medebewind. Deze vorm is aangewezen wanneer men generiek ruimte wil scheppen voor maatwerk en een integrale aanpak van problemen op decentraal niveau. Om deze vorm van differentiatie mogelijk te maken moet worden gedacht aan het vergroten van de lokale autonomie, het verruimen van de beleids- en bestedingsvrijheid bij medebewind en het vergroten van het lokale belastinggebied. Differentiatie in beleid op lokaal niveau kan (en mag) leiden tot lokale verschillen in voorzieningenniveau. Het Rijk beschikt over de mogelijkheid om bij of krachtens de wet bepaalde taken, bevoegdheden en middelen selectief toe te kennen aan gemeenten c.q. provincies.: een ‘opgelegde’ vorm van (taak)differentiatie. Deze vorm is aangewezen wanneer het Rijk bepaalde taken, bevoegdheden en middelen aan bepaalde gemeenten selectief wil toewijzen. Er wordt dan bewust ‘ver schil gemaakt’.
Het argument daarvoor kan zijn dat het beleid te kostbaar wordt wanneer geen onderscheid zou worden gemaakt. Of dat het efficiënter is om middelen geconcentreerd in te zetten in plaats van over de hele linie. Of dat een taak een bepaalde bestuurskracht vereist die niet in alle gemeenten aanwezig is. Of dat een specifieke situatie om bijzondere, gevoelige bevoegd heden vraagt die de politiek niet generiek aan alle gemeenten wil toeken nen. Problemen doen zich immers niet overal, of niet overal in dezelfde mate voor, omstandigheden verschillen, en op zichzelf is er niets tegen het ongelijk behandelen van ongelijke gevallen. De bestuurlijke inrichting van Nederland kenmerkt zich door uniformiteit. Er is bijna geen verschil in de bestuurlijke inrichting van gemeenten en provin cies. Met differentiatie in de bestuurlijke inrichting van decentrale overheden moet terughoudendheid worden betracht. Deze vorm van differentiatie raakt immers aan de kernelementen van het openbaar bestuur, die grondwettelijk
52 Vergelijk Raad voor het Openbaar Bestuur, 2007.
52
droomland of niemandsland? – advies van de raad voor het openbaar bestuur
zijn verankerd. Deze vorm van differentiatie kan het antwoord zijn op proble men in de sfeer van de politieke relatie tussen burger en bestuur, kiezer en gekozene. Een voorbeeld is binnengemeentelijke decentralisatie door middel van stadsdelen. Bij differentiatie als resultante van selectief rijksbeleid (taakdifferentiatie) of bij differentiatie in de bestuurlijke inrichting treden er spanningen op met de (uniforme) uitgangspunten van de Financiële-verhoudingswet. Een verfijndere indeling naar de dimensies waarop differentiatie zich voor kan doen, is het onderscheid naar beleidsdifferentiatie, taakdifferentiatie, uitvoe ringsdifferentiatie en institutionele differentiatie. Van beleidsdifferentiatie is sprake als niet overal in Nederland hetzelfde rijks beleid geldt. Een voorbeeld van beleidsdifferentiatie in de Rotterdamwet. Deze wet geeft gemeenten waar de leefbaarheid onder druk staat de bevoegdheid om inkomenseisen te stellen aan woningzoekenden. Beleidsdifferentiatie maakt het mogelijk om in geselecteerde delen van Nederland overheden taken en bevoegdheden te geven om de economie te stimuleren. Taakdifferentiatie is de selectieve toewijzing van taken aan decentrale over heden bij wet door de nationale wetgever. Bij taakdifferentiatie gaat het bijvoorbeeld over het toebedelen van taken zoals maatschappelijke opvang of vrouwenopvang aan centrumgemeenten.
Taakdifferentiatie betekent dat wettelijke taken verschillen tussen gemeenten en tussen provincies. De economische ratio achter taakdifferentiatie is gelegen in doelmatigheid en effectiviteit. Van uitvoeringsdifferentiatie is sprake als gemeenten en provincies onder ling verschillen in de manier waarop zij hun wettelijke taken uitvoeren. Een bestuursorgaan kan een taak zelf doen, deze uitbesteden aan een andere gemeente of aan een publieke of private organisatie, voor de uitvoering samenwerken met andere gemeenten of private partijen, enzovoort. Uitvoe ringsdifferentiatie leidt in principe niet tot verschillen in voorzieningenniveau. Bij institutionele differentiatie is er sprake van lokale verschillen in de bestuur lijke inrichting, bijvoorbeeld als in sommige gebieden de provinciale bestuurs laag afwezig is of juist een bestuurslaag is toegevoegd als deelgemeente. Institutionele differentiatie kan ook betrekking hebben op andere instituti onele arrangementen, zoals de regels bij de benoeming van de burgemees ter (direct gekozen in sommige gemeenten en benoemd in andere) of bij de afbakening van de wettelijke bevoegdheden van de burgemeester (beperkt mandaat in sommige gemeenten, ruim mandaat in andere).
53
droomland of niemandsland? – advies van de raad voor het openbaar bestuur
bijlage iv
Samenstelling Raad voor het Openbaar Bestuur
Drs. J.M.M. (Han) Polman, voorzitter Commissaris van de Koning, Provincie Zeeland Prof. dr. ir. C.J.A.M. (Katrien) Termeer, vice-voorzitter Hoogleraar Bestuurskunde, Wageningen Universiteit Prof. dr. C.F. (Caspar) van den Berg Hoogleraar Bestuurskunde, Rijksuniversiteit Groningen, Campus Fryslân Dr. E.M. (Martiene) Branderhorst Algemeen directeur, Gemeente Den Haag Prof. mr. dr. F.J. (Frank) van Ommeren Hoogleraar Staats- en bestuursrecht, Vrije Universiteit te Amsterdam H. (Huri) Sahin Accountmanager Zuid-Holland bij het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie Drs. P.J. (Peter) Verheij Wethouder, Gemeente Alblasserdam Drs. C.J.G.M. (Kees Jan) de Vet Dijkgraaf, Waterschap Brabantse Delta Dr. M.W.M. (Miranda) de Vries Burgemeester, Gemeente Etten-Leur Drs. P.J.M. (Peter) Wilms Tijdelijk raadslid, Economisch consultant publieke sector
54
Aan de colleges van burgemeesters en wethouders van de gemeenten Middelburg, Veere, Vlissingen, Goes, Hulst, Terneuzen, Sluis, Kapelle, Reimerswaal, Noord-Beveland en Borsele
Onderwerp: Aankondiging nieuwe predistributie jodiumtabletten 2021
Crisisbeheersing en Rampenbestrijding Brandweerzorg Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR)
Datum: 17/06/2021 Verzenddatum:
Geacht college van burgemeester en wethouders, Met deze brief informeren wij u over een nieuwe predistributieronde van jodiumtabletten in 2021 binnen uw gemeente. Wij verzoeken u deze brief ter informatie aan te bieden aan uw gemeenteraad.
Inlichtingen: Marcel Matthijsse E-Mail: m.matthijsse@vrzeeland.nl Tel: 0651616414
Beschermingsmaatregel jodiumprofylaxe
Ons kenmerk: VRZ/202100762
De kans op een kernongeval in Nederland is uitermate klein. Nucleaire installaties moeten aan zeer strenge veiligheidseisen voldoen en worden met regelmaat geïnspecteerd. De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) ziet hierop toe. Tegelijkertijd is het van groot belang om ons goed voor te bereiden op een eventueel stralingsongeval. Als onderdeel van de voorbereiding hierop is in Nederland de beschermingsmaatregel jodiumprofylaxe nader uitgewerkt. Bij een kernongeval kan radioactief jodium vrijkomen. Dit radioactief jodium kan worden opgenomen in het lichaam, wat kan leiden tot een verhoogde kans op schildklierkanker. Jodiumprofylaxe is het preventief slikken van jodium(tabletten) om de opname van radioactief jodium in de schildklier zoveel mogelijk te voorkomen. Aangezien uw gemeente in de eerste ring ligt van kerncentrale Borssele en/of Doel heeft hier eerder verspreiding van deze jodiumtabletten plaatsgevonden. Toen gecoördineerd door de veiligheidsregio. De houdbaarheid van een deel van deze tabletten verstrijkt in september 2021, daarom worden de tabletten nu door het ministerie van VWS vervangen. Predistributie jodiumtabletten 2021 Voor de predistributie van jodiumtabletten wordt net als in 2017 gebruikgemaakt van huis-aan-huis-verstrekking per post door de Rijksoverheid. De doelgroep die nu nieuwe tabletten ontvangt, zijn inwoners
Uw kenmerk:
Blad: 1 van 3 Aantal bijlagen:
Adres: Postbus 8016 4330 EA Middelburg Segeerssingel 10 4337 LG Middelburg info@vrzeeland.nl Internet: www.vrzeeland.nl Bank: IBAN: NL06BNGH0285027956 BIC: BNGHNL2G t.n.v. Veiligheidsregio Zeeland
in de leeftijdscategorie tot en met 40 jaar in de eerste ring rondom de kerncentrales van Borssele (tot 20 km), Doel (tot 20 km) en Emsland (tot 25 km), in de veiligheidsregio’s Zeeland, Midden- en West-Brabant en Twente. In totaal gaat het om ongeveer 80.000 adressen die in juli deze zomer nieuwe jodiumtabletten ontvangen. Elk adres met personen uit de doelgroepen ontvangt, op naam, een aankondigingskaart voordat de jodiumtabletten worden bezorgd. Ongeveer twee weken later volgt het doosje in de brievenbus met jodiumtabletten, dat zowel aan de buiten- als binnenzijde relevante informatie bevat over de tabletten en inname hiervan. Daarnaast is tijdig voor de predistributie alle (geüpdatete) informatie terug te vinden op waaromkrijgikjodiumtabletten.nl. Deze website is ook vermeld in de informatie aan betreffende inwoners. Daar staat in duidelijke taal waarom de tabletten worden verspreid, wanneer en in welke hoeveelheden deze tabletten genomen dienen te worden en daarnaast ook praktische informatie over bijvoorbeeld het bewaren van de tabletten. Voor uw gemeente is er een Q&A beschikbaar met antwoorden op veelgestelde vragen. We kennen het merendeel al op basis van ervaring van eerdere verstrekkingen van jodiumtabletten. Diegenen die de tabletten onverhoopt niet hebben ontvangen, kunnen bij uw gemeente terecht.
Ook voor pasgeborenen, nieuwe inwoners en zwangere vrouwen heeft uw gemeente doosjes jodiumtabletten op voorraad. Dit is georganiseerd in nauwe samenwerking met de veiligheidsregio en het ministerie van VWS. Meer informatie Aan de Tweede Kamer is ook een brief gestuurd met uitgebreide informatie over dit onderwerp. In deze kamerbrief wordt, naast de aankondiging van de aanstaande predistributie van jodiumtabletten, een inhoudelijke reactie gegeven op het evaluatierapport van het RIVM. In dit evaluatierapport, naar aanleiding van de distributie van jodiumtabletten in 2017 naar 1,2 miljoen Nederlanders, staan inzichten en verbeterpunten voor toekomstige distributierondes van jodiumtabletten. Deze worden meegenomen in deze ronde. Een reactie op het RIVM-rapport komt in deze brief niet aan bod. De Kamerbrief, inclusief reactie op het evaluatierapport, vindt u op de website van de Tweede Kamer.
Met vriendelijke groet,
Edith van der Reijden Algemeen Directeur Veiligheidsregio Zeeland / Regionaal Commandant Brandweer
Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen en Schouwen-Duiveland
Onderwerp: Aankondiging nieuwe predistributie jodiumtabletten 2021
Crisisbeheersing en Rampenbestrijding Brandweerzorg Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR)
Datum: 17/06/2021 Verzenddatum:
Geacht college van burgemeester en wethouders, In alle gemeenten, behalve in Schouwen-Duiveland en Tholen, worden de komende periode jodiumtabletten uitgereikt. Het kan zijn dat inwoners uit uw gemeenten vragen zullen stellen hierover. Derhalve ontvangt ook uw gemeente hierbij de informatiebrief inzake de nieuwe predistributieronde van jodiumtabletten 2021. Wij verzoeken u deze brief ter informatie aan te bieden aan uw gemeenteraad.
Inlichtingen: Marcel Matthijsse E-Mail: m.matthijsse@vrzeeland.nl Tel: 0651616414
Beschermingsmaatregel jodiumprofylaxe
Uw kenmerk:
De kans op een kernongeval in Nederland is uitermate klein. Nucleaire installaties moeten aan zeer strenge veiligheidseisen voldoen en worden met regelmaat geïnspecteerd. De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) ziet hierop toe. Tegelijkertijd is het van groot belang om ons goed voor te bereiden op een eventueel stralingsongeval. Als onderdeel van de voorbereiding hierop is in Nederland de beschermingsmaatregel jodiumprofylaxe nader uitgewerkt. Bij een kernongeval kan radioactief jodium vrijkomen. Dit radioactief jodium kan worden opgenomen in het lichaam, wat kan leiden tot een verhoogde kans op schildklierkanker. Jodiumprofylaxe is het preventief slikken van jodium(tabletten) om de opname van radioactief jodium in de schildklier zoveel mogelijk te voorkomen. Binnen de gemeenten die in de eerste ring van kerncentrale Borssele en/of Doel liggen heeft eerder verspreiding van deze jodiumtabletten plaatsgevonden. Toen gecoördineerd door de veiligheidsregio. De houdbaarheid van een deel van deze tabletten verstrijkt in september 2021, daarom worden de tabletten nu door het ministerie van VWS vervangen.
Ons kenmerk: VRZ/202100763
Blad: 1 van 2 Aantal bijlagen:
Adres: Postbus 8016 4330 EA Middelburg Segeerssingel 10 4337 LG Middelburg info@vrzeeland.nl Internet: www.vrzeeland.nl Bank: IBAN: NL06BNGH0285027956 BIC: BNGHNL2G t.n.v. Veiligheidsregio Zeeland
Predistributie jodiumtabletten 2021 Voor de predistributie van jodiumtabletten wordt net als in 2017 gebruikgemaakt van huis-aan-huisverstrekking per post door de Rijksoverheid. De doelgroep die nu nieuwe tabletten ontvangt, zijn inwoners in de leeftijdscategorie tot en met 40 jaar in de eerste ring rondom de kerncentrales van Borssele (tot 20 km), Doel (tot 20 km) en Emsland (tot 25 km), in de veiligheidsregio’s Zeeland, Midden- en West-Brabant en Twente. In totaal gaat het om ongeveer 80.000 adressen die in juli deze zomer nieuwe jodiumtabletten ontvangen. Elk adres met personen uit de doelgroepen ontvangt, op naam, een aankondigingskaart voordat de jodiumtabletten worden bezorgd. Ongeveer twee weken later volgt het doosje in de brievenbus met jodiumtabletten, dat zowel aan de buiten- als binnenzijde relevante informatie bevat over de tabletten en inname hiervan. Daarnaast is tijdig voor de predistributie alle (geüpdatete) informatie terug te vinden op waaromkrijgikjodiumtabletten.nl. Deze website is ook vermeld in de informatie aan betreffende inwoners. Daar staat in duidelijke taal waarom de tabletten worden verspreid, wanneer en in welke hoeveelheden deze tabletten genomen dienen te worden en daarnaast ook praktische informatie over bijvoorbeeld het bewaren van de tabletten. Voor de gemeenten is er een Q&A beschikbaar met antwoorden op veelgestelde vragen.
We kennen het merendeel al op basis van ervaring van eerdere verstrekkingen van jodiumtabletten. Diegenen die de tabletten onverhoopt niet hebben ontvangen, kunnen bij hun gemeente terecht. Ook voor pasgeborenen, nieuwe inwoners en zwangere vrouwen hebben de desbetreffende gemeenten doosjes jodiumtabletten op voorraad. Dit is georganiseerd in nauwe samenwerking met de veiligheidsregio en het ministerie van VWS. Meer informatie Aan de Tweede Kamer is ook een brief gestuurd met uitgebreide informatie over dit onderwerp. In deze kamerbrief wordt, naast de aankondiging van de aanstaande predistributie van jodiumtabletten, een inhoudelijke reactie gegeven op het evaluatierapport van het RIVM. In dit evaluatierapport, naar aanleiding van de distributie van jodiumtabletten in 2017 naar 1,2 miljoen Nederlanders, staan inzichten en verbeterpunten voor toekomstige distributierondes van jodiumtabletten. Deze worden meegenomen in deze ronde. Een reactie op het RIVM-rapport komt in deze brief niet aan bod. De Kamerbrief, inclusief reactie op het evaluatierapport, vindt u op de website van de Tweede Kamer.
Met vriendelijke groet,
Edith van der Reijden Algemeen Directeur Veiligheidsregio Zeeland / Regionaal Commandant Brandweer
Aan de leden
Datum
24 juni 2021 Kenmerk
COS/U202100592 Lbr. 21/055 Telefoonnummer
070 373 8393 Bijlage(n)
-
Onderwerp
Nieuwsledenbrief coronacrisis nr 33
Geachte leden van college en gemeenteraad, Hierbij ontvangt u opnieuw een overzicht van de actuele ontwikkelingen rond corona. Wij gaan in op de afschaling van coronamaatregelen vanaf 26 juni a.s., de afschaling van de crisisstructuur, de verlenging van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19, handvatten om aan de slag te gaan met herstel en transitie, onderzoek naar meerkosten Jeugd en Wmo, de handreiking meerkosten onderdeel dagbesteding, coronabanen, verruiming evenementen, inclusief handreiking evenementen, het vervolg van de landelijke dialoogtafels. Afschaling coronamaatregelen vanaf 26 juni a.s. Vanwege het dalende patroon van het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames heeft het kabinet besloten om per 26 juni a.s. stap 4 te zetten. Daarmee gaat de samenleving nog verder open. Vanaf dat moment vervallen de meeste beperkingen. De maatregelen die blijven zijn gericht op het in acht nemen van de anderhalve meter. Waar het niet mogelijk of wenselijk is die norm te hanteren, worden aanvullende maatregelen genomen, zoals de toepassing van zelftesten, het gebruik van toegangsbewijzen en mondkapjes. Op 13 augustus a.s. zal het kabinet bezien of de 1,5m-regel per 16 augustus a.s. losgelaten kan worden. Voor meer informatie over alle maatregelen per 26 juni a.s.
verwijzen we u naar de kamerbrief van 18 juni jl.: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2021Z11251&did=2021D243 91. De afschaling brengt ook de vraag met zich mee of bepaalde processen moeten worden afgeschaald of afgeschaft.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U202100592
PROD
Afschaling crisisstructuur Het Veiligheidsberaad heeft besloten dat alle veiligheidsregio’s gezamenlijk afschalen naar GRIP 4 per 1 juli a.s. De huidige overlegstructuur blijft tot 1 september a.s. in stand. Ook de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) schaalt af tot waakvlamniveau tot 1 september a.s. De (inter)bestuurlijke klankbordgroep die de VNG organiseert, blijft voorlopig doorgaan, met uitzondering van een zomerreces. Tijdelijke wet maatregelen covid-19 Vanuit de VNG is er overleg met de departementen over de verlenging van de Twm covid-19 na 1 september a.s. De VNG ondersteunt de lijn die in de kamerbrief geschetst wordt. De VNG is van mening dat de Twm covid-19 in stand kan blijven en door middel van de ministeriële regelingen flexibel gebruikt kan blijven worden, waarbij moet worden bezien welke bepalingen kunnen komen te vervallen. Op deze manier hoeft er niet onnodig te worden teruggekeerd naar de situatie van vóór de Twm waarbij gewerkt werd met noodverordeningen. Aan de slag met herstel en transitie Gemeenten hebben de komende jaren een belangrijke rol bij de aanpak van de effecten van de coronamaatregelen. Veel gemeenten zijn momenteel aan de slag met het opstellen van beleid om de sociale en economische gevolgen van de coronacrisis aan te pakken. Daarbij geven data, expertise, onderzoeken en voorbeelden bruikbare handvatten.
De VNG heeft onlangs het NSOB rapport gepresenteerd. Dat rapport en de onderliggende producten bieden colleges handvatten om het gesprek te starten over herstel en transitie. De rapporten van commissie-Depla en van de Taskforce Adank geven een inhoudelijke verdieping op de sociale respectievelijk economische component. Het document ‘Krachtig groen herstel’ is het aanbod aan het nieuwe kabinet van de decentrale overheden op de thema’s woningnood, klimaat en economie.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/5
Voor meer informatie: - Lees meer over het NSOB-rapport en het document Afwegingen en aandachtspunten voor herstelplannen - Lees meer over het rapport Sociaal sterker uit de crisis - Lees meer over de Taskforce economisch herstel - Lees meer over Krachtig groen herstel van Nederland - Volgende week volgt informatie over de gemeentelijke agenda herstel op deze plaats: https://vng.nl/rubrieken/onderwerpen/herstel-en-transitie-na-coronacrisis Onderzoek meerkosten Jeugd en Wmo In opdracht van het rijk en de VNG gaat Significant Public de komende maanden een specifiek onderzoek uitvoeren naar de meerkosten voor Jeugd en Wmo. Het onderzoek zal leiden tot een rapportage met inhoudelijke onderbouwing waarin de (gesaldeerde) meerkosten voor de Wmo en Jeugdwet voor heel 2021 in kaart zijn gebracht. In de komende weken zal Significant Public diverse gemeenten benaderen met het verzoek medewerking te verlenen aan dit onderzoek, door informatie te verstrekken over de door aanbieders bij gemeenten gedeclareerde en door gemeenten gemaakte meer- en minderkosten vanwege corona. Handreiking meerkosten en dagbesteding De VNG heeft recent veel vragen van gemeenten en aanbieders ontvangen over de toepassing van de meerkostenregeling voor 2021 voor dagbesteding.
Deze vragen zijn het gevolg van de bepaling een aanbieder de dagbestedingsgroepen moet verkleinen als direct gevolg van de maatregelen van het RIVM, waaronder de 1,5 meter-maatregel. Naar aanleiding van deze vragen is er een nadere uitwerking toegevoegd over kleinere groepsgrootte bij dagbesteding. Dit betreft geen uitbreiding of versmalling. Significant neemt deze nadere duiding mee in het onderzoek naar meerkosten. Meer informatie kunt u vinden op de website van de VNG: https://vng.nl/artikelen/continuiteitfinanciering-meerkosten-en-compensatie-sociaal-domein Coronabanen De tijdelijke regeling extra toezicht en handhaving wordt verlengd tot 30 september a.s. Voor verdere vragen hierover kunt u contact opnemen via: coronabanen@minjenv.nl. De veelgestelde vragen hierover staan op https://vng.nl/artikelen/vragen-en-antwoorden-coronasociaal-domein#crisisbanen. Verruiming evenementen Volgens het openingsplan mogen vanaf 1 juli a.s. weer ongeplaceerde evenementen plaatsvinden. Met een coronatoegangsbewijs mag daarbij 100% van de capaciteit gebruikt worden. Evenementen met een eenmalige vergunning en meer dan 1.000 bezoekers óf evenementen die plaatsvinden op een grote eventlocatie met doorlopende vergunning en meer dan 3.000 bezoekers, dienen zich aan te melden bij Testen voor Toegang via www.testenvoortoegang.org/organisatoren.
Deze verruiming kan, voornamelijk in de weekenden, voor grote pieken zorgen in de testbehoefte. Er wordt opgeroepen om zo dicht mogelijk bij huis te laten testen. Voor grote landelijke evenementen is dat niet afdoende. Het capaciteitsmanagement heeft zicht op waar bezoekers van evenementen zich laten testen en of daar voldoende testcapaciteit beschikbaar is. Mocht het nodig zijn dan stelt de evenementencode Stichting Open Nederland in staat tijdig bij te sturen om het aanbod beter op de vraag te laten aansluiten.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/5
Om gemeenten inzicht te geven in de aangemelde evenementen in de regio en de beschikbare testcapaciteit, verstrekt de SON wekelijks een overzicht. In dit overzicht staat op dagniveau of er een mogelijkheid bestaat dat de vraag naar testcapaciteit groter zal zijn dan het aanbod rondom een specifiek evenement. Het overzicht wordt per mail verzonden. Heeft uw gemeente geen algemeen mailadres dan kan het zijn dat u het overzicht niet ontvangt. Om op de maillijst te komen kunt u contact opnemen met de SON via www.stichtingopennederland.nl. Het kabinet heeft besloten dat er een garantieregeling komt voor geplande evenementen die vanwege corona alsnog niet door kunnen gaan. Dat kan zijn omdat de testcapaciteit onvoldoende is. Gemeenten hebben een rol in het verlenen van de vergunning. Afgesproken is dat daarbij geen rekening hoeft te worden gehouden met de plaatselijke testcapaciteit. Anders zouden gemeenten bij het verlenen van een vergunning aansprakelijk kunnen worden gesteld door organisatoren. Terwijl ze geen invloed hebben op de opbouw van testcapaciteit. Momenteel werken een aantal gemeenten en Veiligheidsregio’s, VNG, politie en GGD-GHOR aan een actualisering van de integrale werkwijze Covid-19 voor evenementen.
Naar verwachting komt deze volgende week online https://vng.nl/artikelen/vergunningverlening-evenementen-tijdenscoronacrisis Handreiking evenementen Gemeenten en hulpdiensten/veiligheidsregio’s willen, samen met organisatoren, werken aan veilige en gezonde evenementen. Evenementen mogelijk maken is het uitgangspunt. Daarbij blijft het reguliere evenementenproces het vertrekpunt. In dat proces zit sinds vorige zomer een extra stap: de covid-19 toets. Met de handreiking willen gemeenten/VNG, politie, GGD-GHOR en aantal VR’s een helpende hand bieden om samen die extra stap te kunnen nemen en daarmee evenementen weer mogelijk te maken. Het ondersteunt de vergunningverlener om aanvragen in tijden van covid-19 te kunnen behandelen en beoordelen. Het is een extra hulpmiddel binnen het reguliere behandelproces van evenementen. De handreiking kunt u hier vinden: https://vng.nl/artikelen/corona-effecten-sport-cultuur-en-evenementen Vervolg landelijke dialoogtafels In het voorjaar zijn online groepsgesprekken georganiseerd, onder de noemer Wat is jouw idee. Aan deze zogenoemde dialoogtafels gingen overheid, bedrijven, wetenschap en inwoners met elkaar in gesprek over ideeën voor herstel en vernieuwing voor na de coronacrisis. Een aantal dialoogtafels werd voorgezeten door een burgemeester of wethouder.
Het project gaat nu verder met de resultaten van de 40 dialoogtafels om handvatten te bieden aan de deelnemende partijen bij het opstellen en uitwerken van herstelplannen. De uitkomsten kunnen een inspiratiebron zijn voor gemeentelijke herstelplannen en zijn te vinden op https://www.watisjouwidee.nl/uitkomstendialoogtafels/rode-draden-van-de-burgerdialogen/ Op 23 juni heeft de minister van BZK een actietafel georganiseerd met VNG en IPO. Daar spraken Paul Depla (VNG-commissie sociale impact), Cathalijne Dortmans (gemeente Helmond), Boaz Adank (Taskforce duurzaam herstel economie), Ellen Nauta (gemeente Hof van Twente), Anno Woetse Hiemstra (gemeente Aa en Hunze), Robert Strijk (provincie Utrecht), minister Kajsa Ollongren, Mark Roscam Abbing (DG Samenleving & Covid-19) en Carola van der Heijden (deelnemer dialoog) over de inzichten uit deze gesprekken. Daarbij stelden zij elkaar de vraag: hoe gaan we de komende jaren samenwerken en hoe blijven we gebruikmaken van elkaars expertise en die van wetenschappers. En: hoe zetten we dialoog met de samenleving voort? Bijvoorbeeld op
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/5
het gebied van het versterken van de kansengelijkheid tussen groepen mensen. Het rapport ‘Sociaal sterker de crisis uit’ en de inzichten van de VNG Taskforce economisch herstel waren daarbij belangrijke inspiratiebronnen. Burgemeester Depla pleitte voor ruimte om te experimenten in herstel en vernieuwing, zoals nu bijvoorbeeld met de schuldenaanpak wordt gedaan. ‘Laten we ook het verband tussen groen (duurzaamheid) en een gezonde leefstijl (preventie) naar aanleiding van de coronacrisis niet onderschatten. Het is van belang om grote maatschappelijke vraagstukken ontkokerd aan te pakken’. Meer informatie over de dialoogtafels vindt u op https://vng.nl/artikelen/wat-is-jouw-idee-dialogenover-herstel-en-vernieuwing-na-corona Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5/5
Aan de leden
Datum
21 juni 2021 Kenmerk
POM/U202100495 Lbr. 21/053 Telefoonnummer
070 373 8393 Bijlage(n)
-
Onderwerp
Ledenbrief Omgevingswet
Geachte leden van de gemeenteraad en van het college van BenW, De datum voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is met een half jaar verplaatst naar 1 juli 2022. De VNG, het IPO, de Unie van Waterschappen en het rijk hebben, na gesprekken met alle betrokken stakeholders, gezamenlijk voor deze nieuwe datum gekozen. Het besluit is bekrachtigd in het Bestuurlijk Overleg met de minister op 26 mei jl.. In deze ledenbrief informeren wij u wat de afwegingen zijn geweest, hoe u de komende periode verder kunt gaan met de voorbereidingen en komen de onderwerpen financiën en raadsverkiezingen aan bod. Voorwaarden verantwoorde inwerkingtreding De inwerkingtreding van de Omgevingswet markeert het begin van een transitieperiode die in elk geval tot eind 2029 duurt. Bij inwerkingtreding van de wet hoeft dan ook nog niet alles af te zijn. De voorwaarden voor verantwoorde inwerkingtreding zijn dat de dienstverlening aan inwoners en ondernemers tenminste op het huidige niveau blijft, dat de vergunningverlening door kan gaan en dat de planvorming voor urgente woningbouw en gebiedsontwikkeling geen hinder ondervindt. Daarvoor is het nodig dat de landelijke voorzieningen van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) in oktober gereed zijn, zodat gemeenten daarop kunnen aansluiten en minimaal zes maanden de tijd hebben om het stelsel in te regelen in hun eigen organisatie en ermee te oefenen.
Alleen op deze manier ontstaat er een werkend stelsel Omgevingswet. Drie startopties Voorafgaand aan het Bestuurlijk Overleg hebben de VNG en het programma Aan de slag een zorgvuldig traject doorlopen. In gemeentelijk verband hebben werksessies plaatsgevonden met de G6 en is gesproken met de G40, de M50 en de K80. Er zijn drie startopties besproken en uitgewerkt: 1 januari, 1 april en 1 juli 2022. Het uitgangspunt was om te komen tot een datum waarop de wet zo snel als mogelijk, maar wel verantwoord in werking kan treden. Er is gekeken
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U202100495
PROD
naar de uitvoerbaarheid, de inzet van tijdelijke alternatieve maatregelen en de politieke, juridische en financiële consequenties. Verantwoord in werking treden betekent ook dat gemeenten voldoende tijd hebben om te kunnen oefenen met het gehele stelsel en met hun eigen content. 1 juli 2022 als beste optie Er is op dit moment veel gereed en gemeenten zijn goed op weg. Tegelijkertijd zien we dat de ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet en de koppeling voor Omgevingswetbesluiten (de STOP/TP-standaard) meer tijd vraagt dan gepland. Daardoor lopen softwareleveranciers vertraging op bij het aanpassen van hun softwarepakketten voor gemeenten. Van de drie startopties is gebleken dat 1 juli 2022 de enige datum is waarop gemeenten zes maanden netto oefentijd hebben. Zes maanden netto oefentijd betekent dat er negen maanden bruto doorlooptijd moet zijn vanwege reces, release van nieuwe features, uitval en onderhoud van het stelsel. Ook de overgang van de oefenomgeving naar de productieomgeving kost tijd. Voldoende oefentijd is ook van belang voor stedenbouwkundige bureaus, softwareleveranciers en het georganiseerde bedrijfsleven (o.a. Neprom, VNO-NCW en MKB/Metaalunie). Tijdelijke alternatieve maatregelen Het nieuwe instrumentarium van de Omgevingswet helpt om de grote maatschappelijke opgaven zoals de woningbouwopgave en de energietransitie in samenhang aan te pakken.
Het is dan ook van belang om de wet in werking te laten treden. Daarbij kunnen niet alle risico’s van deze grote stelselwijziging worden uitgesloten. Het gaat om het nemen van verantwoorde risico’s. Er is een aantal tijdelijke alternatieve maatregelen (TAM) ontwikkeld. Deze TAM garanderen de continuïteit van de primaire processen op het moment dat nog niet alle landelijke of lokale voorzieningen blijken te werken. U bepaalt als gemeente zelf of u een TAM inzet op één of meerdere onderdelen. Binnenkort volgt er meer informatie over de TAM en de keuze die u daarin kunt maken. Juiste startmoment bestaat niet Er bestaat geen ideale datum voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarvoor bestaan te veel uiteenlopende wensen en ambities en bovendien is het juiste startmoment geen optelsom van de voor- en nadelen. Ook zien we in de implementatieprocessen bij gemeenten grote verschillen. De keuze voor 1 juli 2022 is een bestuurlijk oordeel gebaseerd op de huidige stand van zaken en de te verwachten ontwikkelingen. Dat maakt de we ons als gemeenten, samen met de bestuurlijke partners en de (software)leveranciers en de stedenbouwkundige bureaus moeten inzetten om de datum van 1 juli 2022 te halen. Focus op oefenen in de komende periode Het uitstel van zes maanden geeft gemeenten ook daadwerkelijk zicht op netto zes maanden oefen- en inregeltijd.
De afgelopen maanden heeft de VNG een groot aantal oefentrajecten in de planvormings- en vergunningenketen begeleid waarbij gemeenten zijn aangesloten op het DSO. De ervaring leert dat zo snel mogelijk aansluiten op het DSO van groot belang is, omdat dan gestart kan worden met het oefenen met de landelijke voorzieningen. En daarbij ook zeer belangrijk: het inregelen en beproeven van de gemeentelijke processen. De VNG en het programma Aan de slag ontwikkelen op dit moment een aanpak die gemeenten ondersteunt bij dit oefenen en inregelen. Daarover volgt op korte termijn meer informatie via onder andere de Regionale Implementatiecoaches Omgevingswet (RIO’s). De RIO’s ondersteunen gemeenten – in regionaal verband – bij de implementatie van de wet. Gemeenten kunnen het komende jaar op hun ondersteuning blijven rekenen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/4
Gemeenten voor wie 1 januari 2022 wél een haalbare datum was, worden aangemoedigd om door te gaan met de ingezette transitie. Ook vooruitlopend op de daadwerkelijke start van de Omgevingswet, kan in de geest van de wet gewerkt blijven worden en kunnen voorbereidingen op de omgevingsvisie, omgevingsplan en omgevingsvergunning doorlopen. Verkiezingen en besluiten gemeenteraad Vóórdat de Omgevingswet in werking treedt, moet de gemeenteraad een aantal besluiten nemen. Deze gaan onder andere over het adviesrecht voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en de participatieverplichting daarop. Ook moet met de komst van de wet de legesverordening opnieuw worden vastgesteld. Deze besluiten vallen, met het uitstel van de wet, deels in de periode rondom de gemeenteraadsverkiezingen. In een memo hebben we de relatie tussen de gemeenteraadsverkiezingen, de benodigde raadsbesluiten en de inwerkingtreding van de Omgevingswet uiteen gezet en geven we handvatten hoe u hiermee kunt omgaan. Financiële consequenties Al langere tijd maken gemeenten zich zorgen over de financiële effecten van de Omgevingswet. Recentelijk is bestuurlijk vastgesteld dat de Omgevingswet budgetneutraal moet kunnen worden ingevoerd in een periode van tien jaar na inwerkingtreding.
Tevens is bestuurlijk vastgesteld dat financiële compensatie van (een deel van) de invoeringskosten een optie is als blijkt dat de ‘terugverdientijd’ van tien jaar onhaalbaar is. Dit voorjaar is het Integraal Financieel Beeld Omgevingswet verschenen, waarin de raming van de eenmalige en structurele financiële effecten van de Omgevingswet is bijgesteld. Uit de gemeentelijke consultatie die de VNG heeft uitgevoerd blijkt dat budgetneutrale invoering binnen tien jaar onhaalbaar wordt geacht door gemeenten. Ook geven gemeenten aan niet tien jaar te kunnen wachten op eventuele financiële compensatie. Tenslotte komt uit de consultatie naar voren dat verlichting van de financiële druk op korte termijn noodzakelijk is om de invoering van de Omgevingswet te accommoderen. Nu de beoogde invoering van de wet zes maanden later gaat plaatsvinden, lopen de invoeringskosten verder op en blijven de baten langer uit. Wij hebben aan de minister gevraagd om de gemeentelijke invoeringskosten in 2022, ter hoogte van een bedrag van €150 miljoen, eenmalig te compenseren. En om de structurele effecten te verlichten, hebben wij de minister gevraagd om op de afgesproken financiële evaluatiemomenten (eind 2022, 2023 en 2027) te berekenen of de terugverdientijd van tien jaar haalbaar is en zo niet, om op die momenten reeds tot financiële compensatie over te gaan.
Er zijn op dit moment nog geen concrete toezeggingen van de minister op deze punten, dus we blijven erover in gesprek. Harriët Tiemens, voorzitter van de VNG-commissie Ruimte, Wonen en Mobiliteit, heeft bovenstaande tijdens de ALV op 16 juni jl. uiteengezet als opvolging van de motie die de gemeente Noordoostpolder tijdens de ALV in september 2020 heeft ingediend. Daarbij lichtte Tiemens toe dat de minister heeft aangegeven zelf geen toezeggingen te kunnen doen op deze claims vanwege haar demissionaire status. De minister heeft wel toegezegd onze claims door te geleiden naar de juiste onderhandelingstafels. Motie Algemene Ledenvergadering 16 juni Tijdens de ALV is de motie ‘Betrouwbaarheid datum inwerkingtreding en compensatie kosten uitstel Omgevingswet’ ingediend door de gemeente Moerdijk, ondersteund door de gemeenten Zundert,
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/4
Roosendaal, Etten-Leur, Rucphen en Halderberge. De motie riep om alles in het werk te stellen dat dit het laatste uitstel van de Omgevingswet is. Commissievoorzitter Tiemens lichtte toe dat met de minister is afgesproken dat de landelijke voorziening van het digitaal stelsel uiterlijk in oktober van dit jaar gereed moet zijn, zodat gemeenten hun laatste aansluitingen kunnen realiseren en processen kunnen inregelen en beproeven. Dit is een voorwaarde voor inwerkingtreding van de wet. Het tweede deel van de motie ging over financiën, waarover hiervoor in de brief meer. Parlementaire behandeling Omgevingswet Nu er een nieuwe beoogde datum is voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, moet het Koninklijk Besluit (KB) opnieuw worden voorgelegd aan beide Kamers. Het KB stelt de definitieve inwerkingtredingsdatum van de wet vast. De VNG is van mening dat het KB met de nieuwe datum naar de Kamers kan op het moment dat kan worden vastgesteld dat aan de voorwaarden voor verantwoorde inwerkingtreding is voldaan. Dan kan er met voldoende vertrouwen door het parlement zekerheid worden gegeven over de datum inwerkingtreding van de wet. De VNG benadrukt dat het voor gemeenten van groot belang is om hier zo snel mogelijk duidelijkheid over te hebben. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is gekoppeld aan de Omgevingswet.
Dit betekent dat de Wkb ook op 1 juli 2022 in werking treedt. Andere wetgeving in het kader van de Omgevingswet – zoals voor bodem, geluid, natuur en grondeigendom – treedt ook op 1 juli 2022 in werking. Meer informatie Voor meer informatie over de Omgevingswet verwijzen wij u naar de website van VNG. Vanzelfsprekend kunt u ook contact opnemen met uw RIO.